Programmabegroting 2023 - 2026.pdf
Tekst van het document
Begroting 2022 Lasten Baten 1.370.699 80.000 121.653
1.572.352
Begroting 2023 Lasten Baten 1.443.503 80.000 119.468
28.352 1.544.000 1.572.352
20.029 1.663.000
1.663.000 1.663.000
Toelichting: De raming op taakveld Riolering heeft voornamelijk betrekking op de investeringen vanuit het gemeentelijk rioleringsplan. In de berekening van de tarieven rioolheffing is alleen gerekend met inflatie. We zien wel dat de baten hoger zijn dan de lasten waardoor er ruimte is een bedrag toe te voegen aan de reserve. Begraafrechten Voorgesteld wordt de tarieven voor 2023 te verhogen met 7,90% inflatie. Bedragen in € x 1,Kosten begraven Mutatie egalisatiereserve Begraafrechten Totaal
Begroting 2022 Lasten Baten 381.919 5.081 387.000 387.000 387.000
Begroting 2023 Lasten Baten 433.049
433.049
15.049 418.000 433.049
Toelichting: De mutaties in de baten en lasten ten opzichte van 2022 zijn vooral een effect van inflatie. Toegezegd is dat bij de kadernota 2024 gekeken zal worden naar de mate van kostendekkenheid van de tarieven begraafrecht. Daarbij wordt ook gekeken naar de mate van onderhoud van de begraafplaatsen Marktgelden 93
Voorgesteld wordt de tarieven voor 2023 te verhogen met 7,90% inflatie. Bedragen in € x 1,Kosten markt Mutatie egalisatiereserve Marktgelden Opbrengst water/stroomverbruik Totaal
Begroting 2022 Lasten Baten 70.131 869
71.000
Begroting 2023 Lasten Baten 83.404 63.000 8.000 71.000
83.404
7.404 60.000 16.000 83.404
Toelichting: De stijging van de lasten ten opzichte van 2022 zijn vooral het effect van hogere energiekosten en inflatie. Tegenover de hogere energiekosten staat ook een hogere opbrengst. De opbrengst van de marktgelden dekt, ondanks de aanpassing met inflatie, niet meer alle kosten. Dit is mogelijk nog een na-ijleffect van corona. We houden de vinger aan de pols over deze ontwikkeling. Leges Voorgesteld wordt de tarieven voor 2023 met 7,90% te verhogen. Bedragen in € x 1,Algemene dienstverlening Omgevingsvergunningen Dienstverlening Europese richtlijn
Begroting 2022 Lasten Baten 372.000 252.000 641.000 571.000 5.000 5.000
Begroting 2023 Lasten Baten 400.000 276.000 697.000 616.000 5.000 5.000
Titel 1. Algemene dienstverlening (onder andere leges burgerzaken/afdracht Rijksleges/overige leges) Toelichting: de opbrengst van de leges is bijgesteld op basis van de ontwikkelingen bij de jaarrekening 2021. Titel 2. Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (bundeling van maximaal 25 vergunningen) Toelichting: De raming van de opbrengst is gebaseerd op een gemiddelde van de afgelopen periode en afgestemd op de te verwachten bouwontwikkelingen. Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van invoering van de omgevingswet. Titel 3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (voornamelijk APV aangelegenheden) Toelichting: Titels 1 en 3 zijn nauw met elkaar verweven en niet zo eenvoudig uit elkaar te rafelen.
94
Overzicht lokale lastendruk (over de periode 2019 tot en met 2023) Tariefscenario 2023: ▪ Tariefstijging OZB eigenarenbelasting woningen = + 7,90% (inflatie) ▪ Tariefstijging afvalstoffenheffing/ nascheiding = + 7,90% inflatie. Afvalstoffenheffing per huishouden = € 312,- voor meerpersoonshuishoudens en € 283,- voor eenpersoonshuishoudens. ▪ Tariefstijging rioolheffing = + 7,90% (inflatie) Rioolheffing – vastrecht voor woningen = € 171,Eigen woning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Onroerendezaakbelastingen, eigenarenbelasting Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentage
2019
2020
2021
2022
2023
277,00
282,00
288,00
292,00
314,00
164,50
207,00
272,00
289,00
312,00
150,50 592,00
153,00 642,00
156,36 720,36
158,50 739,50
171,00 797,00
100
108,45 8,45
121,01 11,58
124,92 3,23
134,63 7,78
50,00
74,36
23,14
57,50
1,70
2,20
1,40
7,90
2,50
Huurwoning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentages
2019
2020
2021
2022
2023
164,50
207,00
272,00
289,00
312,00
150,50 315,00
153,00 360,00
156,36 428,36
158,50 447,50
171,00 483,00
100
114,29 14,29
135,99 18,99
142,06 4,47
153,33 7,93
45,00
68,36
19,14
35,50
1,70
2,20
1,40
7,90
2,50
95
96
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing (Commissie Bestuur en Financiën) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen in artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: ▪ De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. ▪ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid daarover. Ook, sinds de begroting 2016, zijn enkele kengetallen verplicht in deze paragraaf, met een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Bunschoten in staat is middelen vrij te maken om financiële risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid van de gemeentelijke dienstverlening‘.
Deze formulering is zo gekozen, omdat het niet wenselijk is, vooral na de doorgevoerde bezuinigingen, dat er opnieuw moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachts substantiële tegenvallers voordoen.
Notitie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is een indicator voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Om te kunnen vaststellen of het weerstandsvermogen voldoende is, moeten de belangrijkste risico’s worden geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen. Ook voor de grondexploitaties is het van belang de risico’s te onderkennen. Een overzicht reserves staat aan het eind van deze paragraaf opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat de reserve algemene dienst ultimo 2023 € 20,2 miljoen bedraagt (inclusief precario).
Overzicht weerstandsvermogen Op de volgende pagina staat een overzicht van de weerstandscapaciteit. Een toelichting op deze tabel is hieronder te lezen. Het begrip onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid van de normen die worden gehanteerd voor een artikel 12 gemeente. De onbenutte belastingcapaciteit voor Bunschoten wordt berekend op € 3,3 miljoen per 1 januari 2023. Het artikel 12 beleid voor de onderdelen riolering en afval blijft onveranderd 100% kostendekkend. In de begroting is dat ook het uitganspunt, waarbij wordt opgemerkt dat hierbij ook de mutaties in de egalisatiereserves zijn meegenomen. Voor wat betreft de totale jaarlijkse exploitatie is er een weerstandscapaciteit van gemiddeld € 3,4 miljoen (afgerond). Het weerstandsvermogen van de algemene dienst is € 20.233.000,-. Dit is de reserve algemene dienst (inclusief precario). De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de reserve algemene dienst (inclusief precario) à € 20.233.000,- te delen door de geïnventariseerde financiële risico’s à € 5.000.000,-. Dit betekent een ratio van het weerstandsvermogen van 4.0. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de gemeente Bunschoten de mogelijke financiële risico’s goed kan dekken. De risico’s binnen de grondexploitatie zijn in 2021 geactualiseerd bij het MPG.
Uitgangspunt van de gewenste stand van de reserve is € 1 miljoen plus de geïnventariseerde risico’s (€ 2,5 miljoen). Hiermee is de gewenste stand € 3,5 miljoen. De stand van de reserve grondexploitatie bedraagt per 31 december 2023 € 3,5 miljoen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de risico’s binnen de grondexploitatie gedekt kunnen worden door de reserve. 97
Ontwikkeling weerstandsvermogen/capaciteit 2023
2024
2025
2026
Onbenutte belastingcapaciteit
3.300
3.300
3.300
3.300
Stelpost onvoorziene uitgaven
100
100
100
100
Totaal jaarlijkse exploitatie
3.400
3.400
3.400
3.400
Reserve algemene dienst (excl. precario)
15.132
19.580
22.707
23.110
Reserve grondexploitatie
3.483
3.393
3.303
3.213
Totaal
18.615
22.973
26.010
26.323
Precario kabels en leidingen (cumulatief)
5.101
5.101
5.101
5.101
Totaal vermogenssfeer (incl. precario)
23.716
28.074
31.111
31.424
Totaal voor opvang risico's
27.116
31.474
34.511
34.824
(Bedragen x € 1.000,-)
Jaarlijkse exploitatie
Vermogenssfeer (31/12 vh jaar)
Risico’s Financiële risico’s Bij de financiële risico’s kan er onderscheid worden gemaakt tussen de risico’s die voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van andere overheden, samenwerking met andere gemeenten c.q. instanties, uit voor gemeenten autonome ontwikkelingen (bijvoorbeeld economische en maatschappelijke ontwikkelingen) en ten slotte nog uit het doen en/of nalaten van anderen. Dubieuze debiteuren Voor de dubieuze debiteuren wordt bij de jaarrekening een voorziening dubieuze debiteuren gevormd, die vervolgens wordt aangewend voor het verlagen van het debiteurensaldo. Van jaar tot jaar wordt deze ontwikkeling gevolgd bij de jaarrekening. In de jaarrekening 2021 is voor dit onderdeel een voorziening getroffen van € 408.000,-. Het grootste deel van deze post betreft debiteuren sociale zaken (€ 351.000,-). Verzekeringen Daar waar mogelijk voorzienbare risico’s ontstaan heeft de gemeente deze zoveel mogelijk afgedekt door het afsluiten van verzekeringen. Er is wel een toenemende claimbewustheid van de burger. Grotere aansprakelijkheid vindt zijn weerslag in de kosten van de verzekeringen tegen deze risico’s en verder door een verhoging van het eigen risico bij zaak- en vermogensschades. Deze schades worden doorgestuurd naar de verzekering, die de verdere afhandeling voor haar rekening neemt.
Bij schades onder het eigen risico worden de kosten in rekening gebracht bij de gemeente. Het gaat veelal om relatief kleine bedragen. De gemeente Bunschoten werkt samen met de BLNP gemeenten voor het onderdeel verzekeringen. Per 2023 is er een nieuw contract brand- en stormschadeverzekering afgesloten. Verhaal van schade Wanneer er door derden schade veroorzaakt wordt aan gemeentelijke eigendommen, worden deze verhaald als de veroorzaker bekend is. Garantieverstrekkingen Het WEW staat garant voor de risico’s van hypotheken. De gemeente en het Rijk zijn achtervangovereenkomsten aangegaan waarbij zij beiden voor 50% garant staan voor eventuele liquiditeitstekorten. Bij tekorten hebben zij de verplichting renteloze leningen te verstrekken aan het WEW.
98
Door de Rijksoverheid wordt erop geattendeerd voorzichtig te zijn met het verstrekken van garanties. Vooral instellingen in de sport- en zorgsector moeten in eerste instantie aankloppen bij het voor die sector betreffende waarborgfonds, waarbij de gemeente als achtervang optreedt. Voor het verstrekken van achtervangovereenkomsten ten behoeve van leningen voor woningbouwverenigingen geldt een vergelijkbare regeling. De stichting WSW staat garant voor de leningen. Ook hier zijn de gemeente en het Rijk achtervangovereenkomsten aangegaan waarbij zij beide voor 50% borg staan voor rente en aflossing van de leningen. Bij tekorten hebben zij de verplichting renteloze leningen te verstrekken aan de stichting WSW. Open-einde regelingen In de begroting is een aantal open-einde regelingen opgenomen. Met regelingen die gekenmerkt worden door een open-einde regeling wordt bedoeld dat het volume van de aanspraken op de betreffende voorzieningen door de gemeente moeilijk beïnvloedbaar en dus moeilijk beheersbaar is. Voorbeelden hiervan zijn het beroep op de Participatiewet (BUIG), schuldsanering, de Wet maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en vervoer van leerlingen naar speciaal onderwijs. Ook de uitvoering van de Wsw kan hierbij worden betrokken. Het zijn vooral ontwikkelingen binnen het Sociaal domein die hier zijn genoemd.
Er zijn extra middelen toegezegd voor compensatie van gestegen zorgkosten en uitvoering van een hervormingsagenda. Die zijn ingezet om de taakstelling in te vullen de budgetten in lijn te brengen met de uitkomsten 2021. Risicoanalyse In 2022 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd. De risico’s van de gemeente Bunschoten zijn in de breedste zin van het woord geïnventariseerd, de top vijf risico’s zijn hierna weergegeven.
Nr.
Risico (Bedragen x € 1,-) Recessie/crisis in de breedste zin van het woord (denkend aan stikstof, woningmarkt, rente, migranten 1 enz.) De marktprijzen stijgen door krapte in de markt bij onze 2 leveranciers en bij aanbestedingsprocedures. Aansprakelijkheidsstelling (in de breedste zin van het woord bijvoorbeeld: afgeven vergunningen, gladheidsbestrijding, riolering, bodemvervuiling, aanvaring veerpont, letsel speeltoestellen, awb procedures, faillissement (van aannemer waar wij verantwoordelijk voor zijn), seizoen afhankelijke risico's 3 (storm- en vuurwerkschade) en dergelijke. De vraag naar aspecten in het sociaal domein (o.a. jeugdzorg en bijstand) zal meer worden, door laagdrempeligheid en de eigenbijdrage wordt niet meer inkomensafhankelijk. De kosten gaan omhoog door mogelijke niet ingekochte zorg, het doorzetten van speciale gevallen door te weinig mankracht en 4 rechtszaak kosten door te weinig dossier tijd. 5 Fiscaal risico Totaal
Financieel risico
Kans
Financieel gevolg
€ 1.500.000
50%
€ 750.000
€ 1.500.000
50%
€ 750.000
€ 1.250.000
40%
€ 500.000
€ 750.000 € 1.000.000 € 6.000.000
50% 25%
€ 375.000 € 250.000 € 2.625.000
De risico’s van de algemene uitkering zijn uit de top vijf verdwenen. Er zijn afspraken gemaakt over de bevriezing van het accres voor de jaren 2023 – 2025 en de effecten van de herijking gemeentefonds zijn verwerkt in de begroting. Nieuw zijn de risico’s voor een recessie/economische crisis die nu als nummer 1 is opgenomen. Het blijft een lastige inschatting. Er is nu voor € 6,0 miljoen aan financieel risico geïnventariseerd in de top vijf. Het totaal van de financiële gevolgen van de geïnventariseerde risico’s komt uit op afgerond € 5 miljoen. Wanneer gekeken wordt naar de risico’s die boven de 75% kans uitkomen, dan kan het voor komen dat deze risico’s zich vaak voordoen. Als deze risico’s zich vaak voordoen, dan dienen deze risico’s op termijn structureel in de begroting opgenomen te worden. 99