Partiële herz BP Centrale As (Veenestraat 12-18b en 20 te Bunschoten)
Tekst van het document
14
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.2.1
Vergunningplicht
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 5.2.2, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) op en in de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 100 m² of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 5.2.2 Uitzonderingen vergunningenplicht Het in lid 5.2.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; c. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het besluit waarbij het bestemmingsplan is vastgesteld.
5.2.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden De werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld in lid 5.2.1, zijn slechts toelaatbaar, indien: a. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en b. door aanvrager van de aanlegvergunning een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.3
Nadere eisen
In geval van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen op mede als 'Waarde Archeologie 3' aangewezen gronden: a. dient in het belang van de archeologische monumentenzorg door aanvrager van de vergunning een rapport te worden overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
15
is vastgesteld, en b. kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan de vergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voorzover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
16
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, de versterking en ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden. Objecten met cultuurhistorische en ruimtelijke waarden zijn aangegeven op de bij deze regels behorende 1 en nader aangeduid als: a. 'rijksmonument' (paars); b. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); c. 'beeldbepalend' (oranje); d. 'beeldondersteunend' (geel). De onder b ('dominant/ gemeentelijk monument' (rood)) en c ('beeldbepalend' (oranje)) genoemde panden hebben de status van gemeentelijk beschermd monument ingevolge de erfgoedverordening: rode panden in de zin van artikel 1, lid a, sub 1a en oranje panden in de zin van artikel 1, lid a, sub 1b, waarbij geldt dat rode panden totdat de aanwijzing ingevolge artikel 3 van de erfgoedverordening heeft plaatsgevonden, hetzelfde beschermingsniveau hebben als oranje panden. 6.2
Bouwregels
Op de gronden als bedoeld in lid 6.1, mag in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de andere bestemmingen, slechts worden gebouwd indien uit het cultuurhistorisch basisonderzoek en de daarop gebaseerde 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' blijkt dat de ruimtelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord of vernietigd, met in achtneming van het volgende: a. behoud, onderhoud en versterken gaat voor vernieuwen en ontwikkelen; b. vernieuwen en ontwikkelen geschiedt vanuit en met respect voor de cultuurhistorische waarden. 6.2.1 Nadere regels a. De bouwregels vermeld onder 6.2 zijn zondermeer van toepassing indien het bouwwerkzaamheden betreft voor zover zichtbaar vanaf de openbare ruimte aan cultuurhistorisch waardevolle objecten die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' zijn aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (= rood); 2. beeldbepalend (= oranje); b. Ten aanzien van het verkrijgen van een omgevingsvergunning voortvloeiend uit de bouwregels genoemd in art 6.2 en het objecten betreft genoemd onder a, dient een cultuur-/bouwhistorisch projectonderzoek te worden overlegd. c. Ten aanzien van het verlenen van een omgevingsvergunning voortvloeiend uit de bouwregels genoemd in art 6.2 en het objecten betreft genoemd onder a, dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. 6.3
Specifieke gebruiksregels
Het is verboden de gronden en of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het cultuurhistorisch en/of ruimtelijk waardevol object wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
17
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Vergunningsvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) aan cultuurhistorisch waardevolle objecten die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' zijn aangeduid als: a. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); b. 'beeldbepalend' (oranje); c. beeldondersteunend (= geel); werken of werkzaamheden, niet zijnde bouwen, slopen of regulier onderhoud, uit te voeren zichtbaar vanaf de openbare ruimte. 6.4.2
Voorwaarden vergunningsvereiste
De omgevingsvergunning genoemd onder 6.4.1 kan slechts worden verleend indien: a. blijkt, dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, casu quo worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld. b. voor panden aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); dient hetgeen genoemd onder a worden aangetoond met een cultuur-/bouwhistorisch projectonderzoek. c. over het verzoek om een omgevingsvergunning genoemd voor panden aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. d. over het verzoek om een omgevingsvergunning voor panden aangeduid als 'beeldondersteunend (= geel)' dient de Welstandscommissie om advies te worden gevraagd. 6.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.5.1
Sloopvergunningvereiste
a. Het is verboden om op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', de op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); 3. 'beeldondersteunend' (geel); aangeduide cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen, aantasten of vernietigen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning). b. Bij de aanvraag om sloopvergunning voor het geheel of gedeeltelijk slopen van objecten die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' aangegeven zijn als 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood) en 'beeldbepalend' (oranje), dient een cultuur- /bouwhistorisch onderzoek te worden overgelegd. c. Over het verzoek om sloopvergunning dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. 30.5.2 Uitzondering sloopvergunningvereiste Het in lid 6.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van het inwerking treden van dit bestemmingsplan reeds sloopvergunning is
18
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
verleend. 6.5.2 Criteria voor sloopvergunning De vergunning kan worden verleend indien: a. uit een cultuur-/bouwhistorisch projectonderzoek blijkt, dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, casu quo worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld; b. uit een onderzoek als genoemd onder sub a. blijkt dat, als de aanwezige waarden worden verstoord, dan wel vernietigd: 1. wordt gemotiveerd hoe men vanuit die waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die binnen de karakteristiek als gebleken uit het cultuurhistorische basisonderzoek passen; 2. documentatie plaats vindt van de te slopen waarden; 3. voor bijzondere materiële relicten een duurzaam toekomstperspectief in situ wordt gewaarborgd en indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is ex situ; c. voor zover het bouwwerken betreft die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); 3. 'beeldondersteunend' (geel), zijn aangeduid, een omgevingsvergunning is verleend voor een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk.
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
19
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
20
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Parkeernorm
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat ten behoeve van de betreffende bestemming, op eigen terrein of elders in parkeergelegenheid wordt of zal worden voorzien overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde parkeernormen.
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
21
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Meetverschillen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van de regels van het plan, voor zover dit, tengevolge van geringe afwijkingen of onnauwkeurigheden, noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het plan, met dien verstande dat de genoemde afwijkingen ten hoogste 1,00 m mogen bedragen. 9.2
10%- regeling
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van de regels van het plan ten behoeve van een vermeerdering van de voorgeschreven maten en percentages, alsmede de inhoud en de oppervlakte van de bouwwerken, mits de vermeerdering niet meer dan 10% bedraagt. 9.3
Nutsvoorziening
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van de regels van het plan ten behoeve van de bouw van nutsgebouwtjes met een maximale bouwhoogte en inhoud van respectievelijk 3,5 m en 50 m³. 9.4
Gebruik van een woning ten behoeve van mantelzorg
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in in artikel 1 lid 1.41 dat een woning voor de huisvesting van slechts één afzonderlijk huishouden mag worden gebruikt, in het geval er sprake is van een zorgrelatie tussen de bewoners, met dien verstande dat: 1. de voorziening in één gebouw, met één hoofdtoegang gerealiseerd dient te worden en er intern een doorgang aanwezig dient te zijn, waarbij de eventuele aanbouw/uitbreiding qua uitstraling ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 2. in het geval de zorgrelatie is beëindigd, de voorziening binnen een redelijke periode dient te worden gebracht in de situatie van bewoning door één huishouden. 9.5
Bed and breakfast
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor: a. het gebruik van de woning ten behoeve van Bed and breakfast waarbij de volgende bepalingen gelden: 1. er mogen maximaal 2 kamers met in totaal maximaal 4 slaapplaatsen van de woning worden gebruikt, tot een maximum van 30% van de vloeroppervlakte van de woning; 2. het parkeren van auto's van gasten dient op eigen erf te geschieden; 3. de activiteit mag door visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, niet leiden tot een karakterverandering van het perceel dan wel de woning. b. het vestigen van Bed and breakfast in vrijstaande bijgebouwen indien hierdoor de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw en/of het ensemble behouden blijft. De omgevingsvergunning wordt slecht verleend indien met de vestiging geen onevenredige overlast (niet meer dan 1 gezin kan veroorzaken) wordt veroorzaakt.
22
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Een gebruik in strijd met het bestemmingsplan is in ieder geval het gebruik: a. ten behoeve van een seksinrichting; b. stand- of ligplaats van onderkomens; c. opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden.
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
23
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen zodat bestemmingsgrenzen in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling kunnen worden aangepast, met dien verstande dat de bij de wijziging betrokken bestemmingen met niet meer dan 10% worden verkleind of vergroot.
24
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. c. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. d. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
25
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Veenestraat te Bunschoten'.
26
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Bijlagen regels
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
27
Bijlage 1 Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As
28
Bestemmingsplan "Veenestraat te Bunschoten" (ontwerp)
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
48