Partiële herz BP Centrale As (Veenestraat 12-18b en 20 te Bunschoten)
Tekst van het document
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten gemeente Bunschoten Concept
colofon
projectnaam Partiële herziening BP Centrale AsVeenestraat 12-20, Bunschoten datum 8 mei 2023 projectnummer P06278 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0313.Centraleas0107-0201 opdrachtgever M Blokker Architecten & Gemeente Bunschoten Concept 14 maart 2023 Ontwerp 8 mei 2023 Vaststelling BRO projectleider RFe projectteam EKu, AVi
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
TOELICHTING
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 7 8
Planbeschrijving
9
2.1 2.2
9 12
Huidige situatie Toekomstige situatie
Beleidskader
18
3.1
Rijksbeleid
18
3.1.1 3.1.1 3.1.2
18 19 19
3.2 3.3
4
Inleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Provinciaal beleid
20
3.2.1 3.2.2
20 21
Omgevingsvisie Provincie Utrecht Interim Omgevingsverordening
Gemeentelijk beleid
21
3.3.1 3.3.2
21 22
Toekomstvisie 2025 Woonvisie 2020-2025
Omgevingsaspecten
23
4.1
Bedrijven en milieuzonering
23
4.1.1 4.1.2 4.1.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
23 24 25
Verkeer en parkeren
25
4.2.1 4.2.2 4.2.3
25 25 27
4.2
4.3
4.4
Luchtkwaliteit
27
4.3.1 4.3.2 4.3.3
27 27 28
4.6
4.7
28 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
28 28 29
Externe veiligheid
29
4.5.1 4.5.2 4.5.3
29 29 30
Onderzoek Onderzoek Conclusie
Bodem
30
4.6.1 4.6.2 4.6.3
30 31 32
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Water 4.7.1 4.7.2 4.7.3
4.8
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid 4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.5
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
32 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Flora en fauna
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
32 32 33
33
3
4.8.1 4.8.2 4.8.3
4.9
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
33 34 35
Archeologie & cultuurhistorie
35
4.9.1 4.9.2 4.9.3
35 36 39
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.10 Stikstof 4.10.1 4.10.2 4.10.3
39 39 40
4.11 M.e.r.-beoordeling
40
4.11.1 4.11.2 4.11.3
5
6
39
Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie
40 40 41
Juridische planbeschrijving
42
5.1 5.2 5.3 5.4
42 42 42 43
Algemeen Verbeelding Regels Wijze van bestemmen
Uitvoerbaarheid
45
6.1
45
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1
6.2
Omgevingsdialoog
45
Economische uitvoerbaarheid
46
Separate bijlagen Bijlage 1: Percelen kadaster Bijlage 2: Mobiliteit en parkeren Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Asbestonderzoek Bijlage 5: Waterplan Bijlage 6: Flora en fauna onderzoek Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Bouwhistorisch onderzoek Bijlage 9: Maatschappelijke haalbaarheid Bijlage 10: M.e.r.-aanmeldingsnotitie Bijlage 11: Notitie stikstofberekening
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
4
1
Inleiding
1.1
Inleiding
Aan de Veenestraat 12-18b te Bunschoten is een initiatiefnemer voornemens twee in verval geraakte boerderijen te herstellen en bewoonbaar te maken. Op dit moment zijn de twee panden verdeeld in drie woongedeelten. De historische uitstraling van de voorgevel van de panden blijft met de herontwikkeling bestaan, maar de achterzijde van de woningen wordt aan elkaar geschakeld. In totaal komen er vier woningen in plaats van de huidige drie. Momenteel ligt er op Veenestraat 12-14 een bouwvlak voor vier wooneenheden. Daarnaast is voor het pand Veenestraat 16-18b de functieaanduiding ‘detailhandel’ opgenomen. Het voornoemde bouwvlak en de functieaanduiding zullen met de herontwikkeling komen te vervallen. Verder staat aan de Veenestraat 18d-20 te Bunschoten een woonboerderij (huisnummer 20) inclusief aangebouwde schuur. De woning dateert uit het jaar 1911. De woning is, tezamen met de schuur, aangewezen als gemeentelijk monument. Op 13 januari 2021 is er voor de schuur een vergunning verleend voor het verbouwen van de aangebouwde schuur (nu huisnummer 18d) naar een woning op basis van de kruimelgevallenregeling (vergunningenkenmerk: OV2020300). Met onderhavig bestemmingsplan wordt voor deze woning ook een bouwvlak ingetekend. Op het achtererf van het perceel op Veenestraat 18d-20 is, gedeeltelijk, de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ opgenomen.
Ter plaatse van deze aanduiding is (uitsluitend op de begane grondlaag) een visverwerkingsbedrijf tot milieucategorie 1 of daarmee vergelijkbaar toegestaan. Een initiatiefnemer (de gemeente Bunschoten) is voornemens deze aanduiding te laten vervallen. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde woningen (Veenestraat 12-18b), het planologisch vastleggen van de reeds vergunde woning aan de Veenestraat 18d en het laten vervallen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ (Veenestraat 18d – 20) juridisch-planologisch mogelijk te maken en vast te leggen. Daarnaast zal zowel het bouwvlak voor vier wooneenheden (Veenestraat 12-14) als de functieaanduiding ‘detailhandel’ (Veenestraat 16-18b) komen te vervallen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft zowel het perceel Veenestraat 12-18b, kadastraal bekend als ‘gemeente BunschotenSpakenburg, sectie G nummer 3119, 677 en 2470’ als het perceel Veenestraat 18d - 20, kadastraal bekend als ‘gemeente Bunschoten-Spakenburg, sectie G nummer 1168’. Het plangebied is gelegen aan de Veenestraat, in de wijk Bunschoten. Het plangebied wordt begrensd door andere woonbestemmingen aan de noord- en zuidzijde, de Veenestraat aan de oostzijde, en grasland bestemd als ‘woongebied – uit te werken’ aan de westzijde. In figuur 1 en 2 is de globale ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
5
Figuur 1 Globale ligging plangebied
Figuur 2 Begrenzing plangebied
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Centrale As’, vastgesteld op 23 januari 2014. In figuur 3 is de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven. Veenestraat 12-14 (kadastrale percelen 3119 en 677) kent op basis van bestemmingsplan ‘Centrale As’ de bestemmingen: ‘Wonen – Aaneengesloten’ en de woningen 18d en de dubbelbestemmingen: ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde - Cultuurhistorie’. Voor de panden met huisnummers 12-14 geldt een bouwvlak voor 4 wooneenheden. Verder kent Veenestraat 16-18b (kadastraal perceel 2470) op basis van het vigerend bestemmingsplan de bestemmingen: ‘Wonen – Vrijstaand, en de dubbelbestemmingen: ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie. Voor het pand is tevens de functieaanduiding ‘detailhandel’ opgenomen en hier geldt één bouwvlak. Met de herontwikkeling op Veenestraat 12-18b komt er een aangepast bouwvlak, met aangepaste wooneenheden. De bestemming voor vrijstaande woningen zal worden omgezet naar aaneengesloten. Veenestraat 18d – 20 (kadastraal perceel 1168) kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ inclusief één bouwvlak. Daarnaast ligt er zowel een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ als de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Op het achtererf is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ opgenomen.
Ter plaatse van deze aanduiding is (uitsluitend op de begane grondlaag) een visverwerkingsbedrijf tot mileucategorie 1 of daarmee vergelijkbaar toegestaan.
p06278
Figuur 3 Vigerend bestemmingsplan 'Centrale As'
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
7
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan is als volgt opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de huidige en beoogde situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende beleidskader. In hoofdstuk 4 komen de milieutechnische randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
8
2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Vervolgens wordt de beoogde ontwikkeling beschreven.
2.1
Huidige situatie
Bunschoten is ontstaan langs de historische route vanaf Amersfoort via Hoogland en Bunschoten naar Spakenburg aan de voormalige Zuiderzee. Deze route vormde de ontginningsas voor de omliggende veengebieden. Ter plekke van Bunschoten lag een zanderige opwelling in dit voorheen moerassige gebied. Op deze opwelling kwam een concentratie van agrarische bebouwing voor. In de eerste helft van de 14e eeuw kreeg Bunschoten stadsrechten. Deze stadsrechten zijn aanleiding geweest voor het oprichten van verdedigingswerken in de vorm van grachten en aarden wallen, ook wel de burgwallen genoemd. Met de aanleg van de verdedigingswerken is de oorspronkelijke opzet van het streekdorp gewijzigd, doordat de boerderijen - aanvankelijk gespreid over de hele lengte van de ontginningsbasis - nu geconcentreerd werden binnen de burgwallen. Ofschoon het agrarische cultuurland nog steeds een opstrekkende verkaveling te zien geeft, is sindsdien de nederzetting geconcentreerd langs een klein gedeelte van de ontginningsbasis. Bunschoten is daardoor van het begin af typisch een stad van stadsboeren geweest, waarin handel en verkeer maar een bescheiden plaats hadden. Binnen de ring van de (voormalige) verdedigingswerken bevonden zich heel lang naast de Dorpsstraat met aanliggende bebouwing nog de open agrarische gronden.
In deze zogenaamde Stadsweiden is in de middeleeuwen een patroon van kleine wallen met paden aangelegd. Tot 1900 hebben zich in Bunschoten bijna geen stedenbouwkundige wijzigingen voorgedaan. Het aantal boerderijen en huizen bedroeg in deze tijd nauwelijks 100 op een bevolking van 500 mensen. De opleving na de landbouwcrisis aan het einde van de 19e eeuw heeft echter een grote bouwactiviteit tot gevolg gehad. De historische bebouwing in Bunschoten bestaat vooral uit (voormalige) boerderijen en (vissers-) woningen. Die panden liggen voornamelijk langs de historische bebouwingsassen Veenestraat, Dorpsstraat en de Molenstraat. De boerderij op de Veenestraat 12 en 14 dateert uit 1897 en werd in 1953 gesplitst in twee woningen. Het rechterdeel van de boerderij met aangebouwd bijgebouw kreeg huisnummer 12, het linkerdeel nummer 14. De woonboerderij op de Veenestraat 16-18b dateert na het einde van de 19e eeuw uit het jaar 1904, zoals ook op figuur 6 op de voorgevel te zien is. Zoals zichtbaar op figuur 5 en 6 bevinden de woonboerderijen zich in vervallen staat. Met de beoogde ontwikkeling worden deze in verval geraakte boerderijen hersteld en bewoonbaar gemaakt. De woonboerderij op Veenestraat 20 komt uit het jaar 1911 zoals eveneens aan de voorgevel te zien is (zie figuur 7).
Eeuwenlang leefde de bevolking van Bunschoten, en dan met name die van Spakenburg, naast veeteelt en landbouw van de visserij. Dit veranderde drastisch met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932. Hiermee verdween de visserij, maar niet de visverwerkende industrie.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
9
Figuur 4 Historische kaart Bunschoten
Figuur 5 Vooraanzicht Veenestraat 12 en 14
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
10
Figuur 6 Vooraanzicht Veenestraat 16-18b en 18a
Figuur 7 Vooraanzicht voorgevels Veenestraat 18d - 20
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
11
2.2
Toekomstige situatie
Veenestraat 12 - 18b Hoofdbouwmassa De bestaande boerderijen op de Veenestraat 12-18b worden getransformeerd naar vier zelfstandige woningen. Het gebouw wordt grotendeels gesloopt. Maar omdat er sprake is van zowel beeldbepalende als beeldondersteunende architectuur, is er voor gekozen de prominente kop en zijgevels in tact te laten. De huidige bebouwing bestaat uit twee boerderijen van twee bouwlagen met een souterrain. Nummer 18 heeft een bijgebouw en nummer 12 heeft een aanbouw. De bestaande situatie verkeert in een vervallen stadium en instortingsgevaar van de achterzijde is aanwezig. Het gebouw met nummer 12 en 14 en het gebouw van nummer 16 en 18 zullen verbonden worden met elkaar. Ook het bijgebouw van nummer 18 zal deel uitmaken van de nieuwe massa. Hierdoor ontstaan vier aan elkaar geschakelde woningen. De woningen worden voorzien van een garage/ berging die met een eigen inrit verbonden worden aan de Veenestraat. De gebouwen zullen volledig gebruikt worden als woonfunctie waarbij het bruto bebouwd oppervlak (BBO) van de nieuwe bebouwing 856 m² is en is daarmee met 192m² vergroot ten opzichte van de huidige bebouwing met een BBO van 664 m². Omdat nummer 12-14 beeldondersteunend zijn en nummers 16-18b beeldbepalend, is er voor gekozen om de bestaande kopgevels en de aanliggende zijgevels te behouden.
De bestaande gevelopeningen zullen worden hersteld naar de monumentale vormgeving zoals Veenestraat 9-13 en 15-17. Het bestaande souterrain wordt dichtgegooid. Om de nieuwbouw ondergeschikt te maken aan de prominente beeldondersteunende en beeldbepalende elementen zullen deze uitgevoerd worden in hout en gevelelementen in een donkere uitvoering. De bestaande daken worden vervangen met dakpannen en de elementen die de daken verbinden worden uitgevoerd met een metaalachtig materiaal (zoals bijvoorbeeld KlikZink). De achtergevel krijgt een modernere uitstraling. Er is gekozen om het gebouw twee uitstralingen te geven zodat het gebouw niet alleen de chique status van vroeger zal uitstralen maar ook de frisse moderne architectuur van onze tijd. Dit zodat het gebouw twee tijdstromen zal kenmerken. Meegenomen in het ontwerp van de achtergevel is de privacy tussen de verschillende kavels. Door delen terug te leggen, of te voorzien van onder andere louvres, worden zichtlijnen tussen de kavels verbroken. Ook bij het positioneren van de veranda’s is rekening gehouden met zowel de zon als de richting van zichtlijnen tussen de kavels. De achtergevels verschillen per woning in stijl. Hiervoor is gekozen om de woningen meer identiteit te geven. Aan- en bijgebouwen Alle woningen zijn voorzien van een inpandige garage/berging van min.
21m² waarbij ruimte gereserveerd is voor een auto, twee containers en een technische ruimte. Detaillering, materialisatie en kleurstelling Het exterieur van het hoofdgebouw bestaat aan de voorzijde voornamelijk uit baksteen. Dit zijn de intact gehouden gevel elementen. De verbindingen tussen de bestaande gebouwen zal bestaan uit verticale geveldelen. De gevelopeningen zullen uitgevoerd worden in hout in een antraciet soortgelijke kleur. De voor- en garagedeuren worden uitgevoerd in thermisch gemodificeerd red Cedar. Dit geldt tevens ook voor de tussenpanelen van de dakkapellen.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
12
Het exterieur van de achtergevel zal bestaan uit verschillende uitvoeringen van dezelfde materialen, afhankelijk van welke woning. Er is gekozen om voornamelijk te werken met verticale houtafwerkingen in combinatie met baksteen. De houten kozijnen zullen uitgevoerd worden in een antraciet kleur. Dit geldt ook voor alle boeidelen en louvres. De houtenspanten en gevelbekleding zal bestaan uit thermisch gemodificeerd red Cedar hout. De erfscheidingen achter worden uitgevoerd in een haag en het hekwerk aan de voorzijde zal uitgevoerd worden zoals het origineel ook was. De bestaande bomen aan de voorzijde zijn van dusdanige kwaliteit dat deze worden behouden. Aan de voorzijde zal ook een stalenhekwerk van maximaal 90 cm hoog worden toegepast. Dit om de bestaande voordeuren dicht te zetten, omdat er nieuwe entrees worden gerealiseerd aan de zijkanten. Achtereenvolgend volgen enkele afbeeldingen van de toekomstige situatie:
Figuur 8 Weergave voorgevel, uitsplitsing beeldbepalend en beeldondersteunend
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
13
Figuur 9 Weergave achterzijde toekomstige situatie
Figuur 10 Weergave rechtergevel toekomstige situatie
Figuur 11 Weergave linkergevel toekomstige situatie
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
14
Figuur 12 Weergave toekomstige situatie (voor- en achtergevel)
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
15
Figuur 13 Bovenaanzicht nieuwe situatie Veenestraat
Veenestraat 18d-20 Het initiatief betreft ten eerste het laten vervallen van de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ van het plangebied. Ten tweede zal het bouwvlak van Veenestraat 18d op de verbeelding ingetekend worden. Ter plaatse van Veenestraat 18d-20 vinden geen fysieke wijzigingen plaats. Voorliggend bestemmingsplan is mede opgesteld om de partiele herziening juridisch-planologisch vast te leggen. Op diverse locaties binnen het nabijgelegen bestemmingsplan “Bunschoten Wonen-West” (vastgesteld op 25 april 2013) zijn van oudsher beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis gevestigd die niet passen binnen de gemeentelijke afwijkingsregels. Deze zijn door middel van nadere functie-aanduidingen (zoals 'opslag', 'dienstverlening', 'detailhandel', 'bedrijf', 'visverwerkingsbedrijf', 'toonzaal' of 'kantoor') op de verbeelding aangegeven en hebben in de regels een passende regeling gekregen. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ op de Veenestraat 18d-20 wordt in de praktijk al geruime tijd niet meer uitgevoerd. Met de eigenaar is overeengekomen dat deze aanduiding zal
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
16
worden verwijderd bij een (partiële) herziening van het bestemmingsplan. Gelet op de aankomende Omgevingswet en de onzekerheden met betrekking tot aanpassing van het omgevingsplan is het wenselijk om vooruitlopend op de invoering de functieaanduiding “specifieke vorm van bedrijf – visverwerking” weg te bestemmen. Deze aanduiding is namelijk mogelijk belemmerend voor woningbouwontwikkelingen in de directe omgeving.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
17
3
Beleidskader
Reikwijdte beleidskader Dit beleidskader richt zich enkel tot Veenestraat huisnummers 12-18b, aangezien dit een bouwplan betreft. Aan de Veenestraat 12-18b te Bunschoten is een initiatiefnemer voornemens twee in verval geraakte boerderijen te herstellen en bewoonbaar te maken. In totaal komen er vier woningen in plaats van de huidige drie. De partiële herziening op Veenestraat 18d-20 regelt, naast dat de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ zal vervallen, dat er ter plaatse van de reeds vergunde zelfstandige woning aan de Veenestraat 18d een bouwvlak wordt opgenomen. Derhalve behoeft dit geen beleidstoets, gezien dit geen bouwplan betreft.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.
Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
duurzaam economisch groeipotentieel;
sterke en gezonde steden en regio’s;
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
18
Doorwerking in het plangebied Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.1
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld. Doorwerking plangebied Het plan valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Daarnaast is het plan dusdanig kleinschalig dat het niet van nationaal belang is. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Veenestraat 12-18b Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat het bouwen van woningen pas als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt wanneer het gaat om het realiseren van meer dan 11 woningen. Die drempelwaarde wordt niet overschreden aangezien het plan de realisatie van 4 wooneenheden behelst. Een ladderonderbouwing is daarom niet noodzakelijk.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
19
Wanneer de Ladder niet van toepassing is, is wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en moet in het kader van uitvoerbaarheid onder andere aandacht worden besteed aan de behoefte aan het plan. Hiervoor wordt verwezen naar de gemeentelijke woonvisie en uiteraard deze ruimtelijke onderbouwing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht
De nieuwe Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. In de visie staan verschillende beleidsthema’s welke de ambities van de provincie weergeven. Per beleidsthema worden keuzes gemaakt voor de toekomst. Hieronder worden de zeven beleidsthema’s van de provincie weergegeven. Samen zorgen de zeven thema’s voor een gezonde en veilige leefomgeving. 1. Stad en land gezond 2. Klimaatbestendig & waterrobuust 3. Duurzame energie 4. Vitale steden & dorpen 5. Duurzaam gezond & veilig bereikbaar 6. Levend landschap erfgoed & cultuur 7. Toekomstig bestendige natuur & landbouw In de Omgevingsvisie legt de provincie de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 januari 2024 in werking treedt. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening.
In deze Omgevingsvisie beziet de provincie Utrecht groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Doorwerking plangebied De Omgevingsvisie richt zich in het algemeen op ontwikkelingen van een groter schaalniveau dan de bouw van enkele woningen binnen stedelijk gebied. Ten aanzien van de thema's is in dit geval het thema 'vitale steden en dorpen' het relevantst. De behoefte aan wonen en werken is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. Tot 2050 zijn 170.000 tot 202.000 extra woningen nodig om aan de volledige behoefte te voldoen. Voor de periode tot 2040 (de scope voor programmeren in de Ontwerp Omgevingsvisie) is de opgave 133.200 tot 165.700 woningen. De provincie kiest er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en binnen dorpse ontwikkeling, met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. Bunschoten-Spakenburg valt in de omgevingsvisie onder de Regio Amersfoort. De regio benoemt zichzelf als het ‘Kloppend hart van Nederland’: centraal gelegen, met goede verbindingen naar alle kanten en veel werkgelegenheid in de nabijheid. De regio maakt deel uit van het stedelijk netwerk Nederland en de Noordvleugel van de Randstad.
De regio is de laatste decennia qua inwonertal sterk gegroeid.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
20
Ten aanzien van wonen schrijft de omgevingsvisie het volgende over deze regio: ‘Voor de kleinere steden en dorpen in de regio bieden wij waar nodig ruimte voor kleinschalige uitbreiding die nodig is om de lokale vitaliteit te behouden’. De toevoeging en herstellen van de woningen aan de Veenestraat draagt bij aan het behoud van de lokale vitaliteit en levert een bijdrage aan de woningbouwopgave. Verder zal de bebouwing aan de Veenestraat voldoen aan de wettelijke eisen ten aanzien van de BENG en daarmee voldoen aan het gestelde uit de omgevingsvisie van de Provincie Utrecht. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening
Omdat de Omgevingswet naar verwachting pas op 1 januari 2024 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN. Doorwerking plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de NNN. De locatie ligt in het 'stedelijk gebied'. Op grond van artikel 9.15 van de Interim Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied bestemmingen en regels bevatten voor verstedelijking. Voorwaarde daarbij is dat de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. Bunschoten behoort tot de Regio Amersfoort.
In de periode 2020 tot en met 2039 zijn hier op basis van het Kader voor regionale programmering wonen en werken (PS Utrecht, 30 september 2020) 26.100-31.000 woningen noodzakelijk. De transformatie van een binnenstedelijke vervallen woningbouwlocatie naar 4 aaneengeschakelde woningen past binnen deze aantallen. Uit de Interim Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voort met betrekking tot de bouw van de woningen. De Interim Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor de voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan.
3.3
Gemeentelijk beleid
Het plan dient te voldoen aan het bestemmingsplan “Centrale As”. Het plan wijkt in haar typologie van toegestane woningen en het bouwvlak af van dit bestemmingsplan. Voor het bouwen van woningen worden de uitgangspunten zoals gesteld aan de bestemming “Wonen - Aaneengeschakeld” in het bestemmingsplan “Centrale As” gehanteerd. 3.3.1
Toekomstvisie 2025
De gemeenteraad van Bunschoten heeft in 2013 een nieuwe toekomstvisie vastgesteld, die vooruitkijkt naar het jaar 2025. Het gemeentebestuur van Bunschoten heeft de Toekomstvisie opgesteld om de strategische positie van de gemeente te bepalen. De visie gaat in op de vraagstukken op fysiek, sociaal en economisch gebied en moet een functie gaan vervullen voor de ontwikkeling van de dienstverlening aan de inwoners, het bestuur en de regionale samenwerking. De toekomstvisie laat zien hoe de gemeente Bunschoten in 2025 is, op basis van de kennis van nu. Centraal staat de vraag: ‘Wat voor samenleving willen we in 2025 zijn?’.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
21
In de Visie 2025 wordt het volgende aangegeven over wonen: “Met het oog op het vitaal en zelfstandig houden van de gemeente zetten we in op het realiseren van extra groei door het aantrekken van nieuwe inwoners. Wij kiezen ervoor om te bouwen voor een regionale behoefte. Het aantrekken van mensen van buiten de gemeente Bunschoten kan bijdragen aan meer beweging in het woningbestand en de instandhouding van voorzieningen. (…) .In de gemeente is tot 2025 voldoende ruimte voor woningbouw voorhanden. Die ruimte is er zowel voor inbreiding (…) als voor uitbreiding (…)”. Dit moet mede worden bewerkstelligd door gevarieerd en voor de regionale behoefte te bouwen. De gemeente Bunschoten kiest voor een gevarieerd woningaanbod. Zo gaat het bijvoorbeeld om betaalbare woningen en appartementen voor jonge gezinnen en ouderen tot exclusieve woonvormen. Daarnaast vindt de gemeente duurzaamheid belangrijk en stimuleert zij dit onder inwoners en ook bij huizenbezitters. Doorwerking plangebied Veenestraat 12-18b Op onderhavig perceel staan momenteel vervallen woningen. Deze vervallen woningen worden hersteld en bewoonbaar gemaakt. In totaal komen er vier woningen in plaats van de huidige drie. Het realiseren van de vier woningen draagt bij aan een gevarieerd woningaanbod.
Het plan aan de Veenestraat 12-18b draagt immers bij aan het toevoegen van veelgevraagde woontypen (geschakelde grondgebonden woningen) en daarmee aan de behoefte van nieuwe en bestaande doelgroepen. 3.3.2
Woonvisie 2020-2025
De woonvisie van gemeente Bunschoten gaat met betrekking tot woonbehoefte in op meerdere punten. Zo is er in Bunschoten nog een aanzienlijke extra behoefte aan woningen. Woningbouw is dus nodig om te kunnen voorzien in de huishoudensgroei: de komende 20 jaar groeit het aantal huishoudens in gemeente Bunschoten met circa 23%. Er zijn op dit moment in kwantitatieve zin voldoende woningbouwplannen om te kunnen voldoen aan de vraag die de komende 20 jaar wordt verwacht. De gemeente Bunschoten blijft inzetten op levensloopbestendige bouw op binnenstedelijke locaties, waarbij voldoende (maatschappelijk) groen behouden blijft. Ook blijft de gemeente Bunschoten inzetten op een flexibele en adaptieve woningbouwprogrammering zodat waar nodig ingespeeld kan worden op de gevolgen van het coronavirus en/of veranderende ontwikkelingen in de regio. De gemeente Bunschoten programmeert dus voor de lokale behoefte en houdt daarbij ruimte om te kunnen reageren op groeiende regionale behoefte en/of gevolgen van de coronacrisis. Daarnaast blijkt dat over de hele linie in Bunschoten, op basis van een uitgevoerde woonbehoefteonderzoek, er tekorten zijn aan alle typen woningen in alle prijssegmenten. Doorwerking plangebied Veenestraat 12-18b Onderhavig plan beoogd de drie vervallen woningen te herstellen en bewoonbaar te maken. In totaal komen er vier woningen in plaats van de huidige drie.
Het project aan de Veenestraat voorziet in de realisatie van vier grondgebonden woningen, in een variatie tussen 3 koopwoningen (dure categorie) en 1 huurwoning (eveneens dure categorie). Daarmee voorzien ze in de behoefte voor de gemeente Bunschoten waaruit blijkt dat er tekorten zijn aan alle typen woningen in alle prijssegmenten. Dat onderhavig plan enkel woningen in het voornoemde segment kent, is te verklaren doordat een dergelijk programma het plan financieel haalbaar maakt. De ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige opzet van het plan zoals het behoud van de kop- en zijgevel, leiden tot bijbehorende kosten waarbij ook kosten voor zowel sloop als verontreiniging.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
22
4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk vindt een verantwoording plaats van verschillende planologische aspecten, die in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ in acht genomen moeten worden. Reikwijdte hoofdstuk en uitgevoerde omgevingsonderzoeken Dit hoofdstuk en de uitgevoerde omgevingsonderzoeken richten zich enkel op Veenestraat huisnummers 1218b, aangezien dit een bouwplan betreft. Aan de Veenestraat 12-18b te Bunschoten is een initiatiefnemer voornemens twee in verval geraakte boerderijen te herstellen en bewoonbaar te maken. In totaal komen er vier woningen in plaats van de huidige drie. De partiële herziening op Veenestraat 18d-20 regelt, naast dat de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ zal vervallen, dat het bouwvlak van Veenestraat 18d op de verbeelding ingetekend wordt. Derhalve heeft de partiële herziening op Veenestraat 18d-20 geen invloed op omgevingsaspecten als bedrijven en milieuzonering, verkeer en parkeren, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, bodem, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie en stikstof. Toetsing aan de voornoemde omgevingsaspecten is dan ook niet noodzakelijk.
4.1
Bedrijven en milieuzonering
4.1.1
Toetsingskader
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering1. Twee omgevingstypen De toelaatbaarheid van milieubelastende functies die volgens de VNG worden gehanteerd zijn afhankelijk van het type gebied. Er bestaan twee type gebieden, te weten:
een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied) of;
een gebied met functiemenging.
Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid en gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies.
1
Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
23
4.1.2
Onderzoek
Het plangebied bevindt zich in de wijk Bunschoten. In de omgeving van het plangebied komen naast vooral woonfuncties verscheidende functies voor (zie figuur 14). De omgeving kan dan ook aangemerkt worden als ‘gemengd gebied’, waardoor richtafstanden met één trap kunnen worden verlaagd. Dit betekent dat voor de activiteiten met een milieucategorie 1 en 2 sprake is van een richtafstand van respectievelijk 0 en 10 meter. Er bevinden zich naast woonbestemmingen ook maatschappelijke- , verkeer en o.a. gemengde bestemmingen. Op Veenestraat 11 bevindt zich een sportschool op ca. net iets meer 30 meter afstand van de beoogde woningen. Volgens de staat van de bedrijfsactiviteiten en de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt een sportschool onder categorie 2. Met een maximale richtafstand van 30 meter met betrekking tot het aspect ‘geluid’. Naast dat de beoogde woningen buiten deze richtafstand vallen, bevinden zich reeds maatgevende woningen tussen het plangebied en de sportschool. Tevens bevindt zich op de Rembrandt van Rijnstraat 16 een basisschool (CBS de Ark). Deze voorziening ligt op ca. 60 meter van het plangebied. Verder bevindt zich op de Jan van Riebeeckstraat 27 nogmaals een basisschool (GBS Het Talent) op ca. 75 meter afstand van het plangebied. Als laatste ligt op ca. 200 meter afstand een bedrijfsbestemming waar tot de categorieën 1 en 2 toegestaan zijn.
Deze bestemmingen liggen op voldoende afstand van het plangebied. Tevens bevinden zich reeds maatgevende woningen tussen het plangebied en de scholen. Omgekeerd komt met de partiële herziening de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijf – visverwerking’ met milieucategorie 1 te vervallen. Het vervallen van deze milieubelastende functie zorgt er voor dat er ook geen sprake meer is van hinder richting de beoogde en de omliggende woningen.
Figuur 14 Uitsnede vigerend bestemmingsplan, globaal plangebied met rode stip aangegeven
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
24
4.1.3
Conclusie
Het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor dit plan.
4.2
Verkeer en parkeren
4.2.1
Toetsingskader
Verkeer Een toename of wijziging van functies zorgt voor een verandering in de verkeersgeneratie. Met behulp van de CROW-publicatie 381 kan de verkeersgeneratie van een bepaalde functie worden berekend. Een eventuele toename mag niet voor negatieve effecten zorgen met betrekking tot de verkeersdrukte en –veiligheid. Parkeren Het onderdeel parkeren maakt deel uit van de toetsing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning (art 2.10 Wabo). Dit betekent dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwplan dat in strijd is met de parkeervoorschriften moet worden geweigerd. De plicht om aan te tonen dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwplan voldoet aan de parkeervoorschriften ligt bij de aanvrager. Momenteel is de gemeente Bunschoten bezig met het herzien van het huidige parkeerbeleid. Daarom is er voor gekozen dynamisch te verwijzen naar het parkeerbeleid van de gemeente Bunschoten. Voor de beoogde ontwikkeling zal worden voldaan aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente Bunschoten. 4.2.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b Verkeer Op basis van de huidige planologische mogelijkheden zijn binnen het plangebied 5 woningen toegestaan. Het gaat hier om het bouwvlak voor vier wooneenheden op Veenestraat nummer 12-14 en één wooneenheid op het bouwvlak op Veenestraat nummer 16-18b. Tevens is detailhandel op Veenestraat nummer 16-18b op basis van de huidige planologische mogelijkheden toegestaan. In de nieuwe situatie zal er al één woning minder aanwezig zijn dan momenteel planologisch is toegestaan. Bovendien wordt de mogelijkheid om detailhandel binnen het plangebied te vestigen wegbestemd. Er zal daarom geen sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Volledigheidshalve is wel de omgang van de toekomstige verkeersgeneratie berekend. De verkeersgeneratie voor het besluitgebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren –Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ met de ligging ‘rest bebouwde kom’. Er is, worst-case, uitgegaan van de maximale normen. Situatie
Type
Aantal wonin-
Verkeersgene-
Verkeersgene-
Verkeersge-
gen
ratie per wo-
ratie per type
neratie totaal
ning Toekomstige
Koop, huis, tus-
situatie
sen/hoek
3
8,6
25,8 33,3
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
25
Situatie
Type
Aantal wonin-
Verkeersgene-
Verkeersgene-
Verkeersge-
gen
ratie per wo-
ratie per type
neratie totaal
ning Huur, huis, vrije
1
7,5
7,5
sector De verkeersgeneratie gemeten op basis van het nieuwe gebruik komt neer op 33,3 motorvoertuigen per etmaal. Parkeren Voor de nieuwe situatie worden vier aaneengesloten woningen gebouwd. Hierbij geldt een parkeernorm van 1,8 per woning die op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Echter, door het behouden van de beeldondersteunende en beeldbepalende voorgevels is er een beperking voor het optimaal inrichten van de parkeergelegenheid voor de realisatie van dit aantal woningen. In overleg met de gemeente Bunschoten is hierdoor afwijken van de beleidsregels bespreekbaar. Hieronder wordt dit in tabelvorm weergegeven: Locatie
Parkeernorm volgens beleids-
Parkeernorm volgens reductie-
regels (vastgesteld per eerste helft
factoren en fysieke belemme-
van april 2023)
ringen
Veenestraat 12
1.8
1.8
Veenestraat 14
1.8
1.3
Veenestraat 16
1.8
1.3
Veenestraat 18
1.8
1.8
Totaal benodigd
7,2 (afgerond 8)
6,2 (afgerond 7)
Volgens bovenstaande berekening dienen, op basis van de reductiefactoren, 6,2 (afgerond 7) parkeerplaatsen gerealiseerd te worden op eigen terrein. Volgens de parkeernorm op basis van de beleidsregels zijn er in totaal 7,2 (afgerond 8) parkeerplaatsen nodig. Dit betekent dat er enkel 1 parkeerplaats nodig is in de openbare ruimte. Toelichting afwijking beleidsregels In dit specifieke geval dient niet de gehele parkeerbehoefte op eigen terrein te worden gerealiseerd. Een aantal van 1 parkeerplaats zal in de openbare ruimte van de Veenestraat worden opgelost. De gemeente Bunschoten ziet afwijken in dit geval wenselijk om een aantal redenen. Ten eerste gezien het belang voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van de panden. Ten tweede worden met dit bestemmingsplan de huidige planologische mogelijkheden wegbestemd (zowel het bouwvlak voor vier wooneenheden op nummer 12-14 als de detailhandel op nummer 16-18b). In het vigerend bestemmingsplan is het pand aan de Veenestraat 16-18b namelijk te gebruiken als woning en deels als detailhandel, waarbij via omgevingsvergunning niet geborgd is dat er parkeermogelijkheden op eigen terrein moeten worden gerealiseerd en in stand moeten worden gehouden.
Indien dit pand benut wordt volgens haar planologische mogelijkheden zou dit een parkeerbehoefte betekenen van circa 4.3 parkeerplaats (2.4 parkeerplaats voor de woning en 1.9 parkeerplaats voor detailhandel op basis van normen voor kringloopwinkel) die ook in de openbare ruimte terecht zou kunnen komen. Tot slot ziet de gemeente Bunschoten afwijken van de beleidsregels wenselijk,
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
26
gezien naast het behoud van de cultuurhistorische waarden, het ook van belang is dat de huidige locatie wordt opgeknapt. Zie voor de exacte situering van de parkeerplaatsen de bijlagen. 4.2.3
Conclusie
Het aspect ‘verkeer & parkeren vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan of haar omgeving.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).
4.3.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b In de Regeling NIBM is voor een woningbouwlocatie een cijfermatige kwalificatie opgenomen wanneer zo’n project als NIBM kan worden beschouwd. De cijfermatige kwalificatie bedraagt 1.500 nieuwe woningen bij een ontsluitingsweg of 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen, waarbij het wegverkeer zich evenredig over de beide ontsluitingswegen verdeelt. In het plan worden op de Veenestraat 12-18b in totaal netto vier woningen mogelijk gemaakt. Ten opzichte van de huidige planologische situatie (waar 5 woningen zijn toegestaan) neemt het aantal woningen zelfs of. Het plan kan, gelet op de cijfermatige kwantificatie uit de Regeling NIBM, daarom worden aangemerkt een NIBM-project. Volgens artikel 5.16, lid 1 aanhef en onder c Wm levert de realisatie van het voorliggende bouwplan geen belemmeringen op met betrekking tot de luchtkwaliteit. Het plan is realiseerbaar zonder maatregelen aangaande luchtkwaliteit te treffen.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
27
4.3.3
Conclusie
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor het uitvoeren van voorgenomen plan.
4.4
Geluid
4.4.1
Toetsingskader
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;
de aanleg van een nieuwe weg
de reconstructie van een bestaande weg.
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Voor tijdelijke afwijkingen van een bestemmingsplan hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden die zijn opgenomen in de Wet geluidhinder. Bij een beoordeling van de goede ruimtelijke ordening moet wel rekening worden gehouden met geluid. Tabel 1: Breedte geluidszones langs wegen
Stedelijk gebied
Buiten stedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
1 of 2
250 meter
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
Ten aanzien van spoorweglawaai geldt vergelijkbare regelgeving als voor wegverkeerslawaai. Voor spoorwegen geldt echter een voorkeursgrenswaarde van 55 dB ten opzichte van woningen. Voor overige geluidsgevoelige gebouwen en terreinen geldt een voorkeursgrenswaarde van 53 dB. 4.4.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. De nieuwe woningen worden gerealiseerd aan de Veenestraat. Dit is een 30km weg en heeft daarmee geen wettelijke zone. Een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai is derhalve niet noodzakelijk.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
28
4.4.3
Conclusie
Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan of haar omgeving.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Onderzoek
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een orientatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. 4.5.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b Om inzicht te krijgen in eventuele risicobronnen in de omgeving kan gebruik worden gemaakt van de Risicokaart (zie figuur 15).
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
29
Figuur 15 Risicokaart (globaal plangebied roodomlijnd)
In en in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen, zoals opslag van gevaarlijke stoffen. Op ca. 400 meter is een BP tankstation gelegen met zowel een brandaandachtsgebied als een explosieaandachtsgebied. Het plangebied ligt niet binnen deze aandachtsgebieden. Zowel binnen als buiten het plangebied zijn geen inrichtingen aanwezig, die van invloed zijn op ontwikkelingen binnen het plangebied. 4.5.3
Conclusie
Het aspect ‘Externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.6
Bodem
4.6.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
30
4.6.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b Er is voor onderhavig plan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door PJ Milieu B.V.. Deze heeft op 12 april 2023 haar rapport uitgebracht. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor het verkennend bodemonderzoek stand houdt. Enkele parameters zijn in de vaste bodem en het grondwater licht verhoogd aangetoond. Ten aanzien van het onderzoek naar asbest in het grondonderzoek kan worden geconcludeerd dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek geen stand houdt. Er is geen asbest aangetroffen en/of aangetoond. Opgemerkt wordt wel dat op de percelen 677 en 3119 een bodemverontreiniging met asbest tijdens het voorgaande bodemonderzoek in 2009 is vastgesteld. Hierbij is ingeschat dat circa 1.315 m³ grond verhoogde gehalten asbest bevat, waarvan circa 640 m³ boven de interventiewaarde. Het betreft een nieuw geval van bodemverontreiniging (ontstaan na 1993). Eindconclusie rapport De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt mogelijk een belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning omdat op de percelen 677 en 3119 een bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren.
De aanwezige bodemverontreiniging met asbest dient op korte termijn te worden gesaneerd. Voor uitvoering van de sanering dient eerst een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegde gezag. Conclusie bodem Er bevindt zich asbest in de bodem. Deze zal worden verwijderd conform de daarvoor geldende protocollen. Het saneringsplan wordt aan de gemeente ter goedkeuring voorgelegd alvorens met de werkzaamheden wordt aangevangen. Voor het overige is de bodem geschikt voor het beoogd gebruik en vormt derhalve geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Asbestinventarisatie Door PJ Milieu BV is op 9 februari 2022 een asbestinventarisatie voor de Veenestraat 12-18a te Bunschoten uitgevoerd. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies. Voor het gehele rapport wordt verwezen naar de bijlagen. Op basis van het vooronderzoek, de visuele inspectie en de analyseresultaten concludeert PJ Milieu BV dat in en aan de twee woningen en de schuur asbesthoudende materialen aanwezig zijn. De asbesthoudende materialen dienen, voor de aanvang van de verbouwing of sloop, door een gecertificeerd bedrijf verwijderd te worden. Als er niet gerapporteerde asbesthoudende materialen worden aangetroffen, moet dit worden gemeld en aanvullend geïnventariseerd.
Materialen ingedeeld in klasse 1 kunnen onder voorwaarden ook worden verwijderd door bedrijven welke niet zijn gecertificeerd. Geadviseerd wordt deze materialen ook door een gecertificeerd bedrijf te laten verwijderen.
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
31
Bij het opstellen van het rapport gaat PJ Milieu BV ervan uit dat de asbesthoudende materialen op korte termijn verwijderd worden. Als de asbesthoudende materialen niet verwijderd worden, zijn er mogelijk op termijn actuele risico’s van emissie van asbestvezels aanwezig. Tijdens deze asbestinventarisatie heeft PJ Milieu BV de actuele risico’s van emissie van asbestvezels (gebruiksintegriteit) niet bepaald. Tijdens de visuele inspectie zijn er geen aanwijzingen verkregen dat er mogelijk actuele risico’s aanwezig zijn. Asbesthoudende materialen die niet verwijderd worden, moeten geregistreerd en gemarkeerd worden om bewerking en of beschadiging in de toekomst te voorkomen. Ook adviseert PJ Milieu BV de conditie van deze asbesthoudende materialen periodiek te controleren. Werkzaamheden/maatregelen dienen binnen de wettelijke kaders dienen te worden uitgevoerd, waaronder: ‘Asbestverwijderingsbesluit’, ‘Wet milieubeheer’, ‘Arbeidsomstandighedenbesluit’, etc. Conclusie asbestinventarisatie Er is asbest in de opstallen aanwezig. Deze zullen conform de daarvoor bestemde protocollen worden verwijderd. Asbest vormt, met inachtneming van bovenstaande, geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 4.6.3
Conclusie
Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor realisatie van dit plan mits de onderzoekaanbevelingen in acht worden genomen.
4.7
Water
4.7.1
Toetsingskader
Bij ruimtelijke plannen geldt vanaf 1 november 2003 de wettelijke verplichting van een waterparagraaf/watertoets. De watertoets is één van de pijlers van het Waterbeleid voor de 21e eeuw, waarin aan water een meesturende rol in de ruimtelijke ordening is toegekend. Met de watertoets wordt beoogd waterbeheerders vroegtijdig in het ruimtelijke ordeningsproces te betrekken. De watertoets betreft het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van een waterparagraaf is een samenhangend beeld te geven van de wijze, waarop in het plan rekening is gehouden met duurzaam waterbeheer en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het voorkomen van negatieve effecten op de waterhuishouding staat bij de watertoets voorop. 4.7.2
Onderzoek
Veenestraat 12-18b Op de locatie worden vier woningen gerealiseerd, grotendeels op de locatie van een bestaand bouwwerk. De woningen worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel dat ter plaatse aanwezig is. Het waterschap geeft er de voorkeur aan verhard oppervlak af te koppelen van de riolering. In overleg met het waterschap wordt bezien of dit afkoppelen op deze locatie mogelijk is. Het doel is al het regenwater op het terrein te bufferen en te infiltreren. Het plangebied ligt niet in grondwaterbeschermingsgebied, hierdoor verbindt de provincie hier geen wettelijke verplichting aan. Het bestaande bebouwd oppervlak neemt in de nieuwe situatie enigszins toe met 192m2. Echter, het terrein rondom het gebouw zal juist minder verharding krijgen (halfverharding). Er komt in totaal circa 10m2 groen bij. Ook worden infiltratiekratten toegepast van ca. 90 m2. In totaal kunnen deze kratten en het groen 54.000
Partiële herziening BP Centrale As-Veenestraat 12-20, Bunschoten
32
liter neerslag bergen. De totale bergingsopgave voor dit terrein is 23.200 liter neerslag. Daarmee is de buffercapaciteit en infiltratie ruim voldoende voor deze ontwikkeling. Voor de oude en nieuwe situatie ten aanzien van het water wordt verwezen naar de bijlagen. Hierin is ook weergegeven waar op het terrein infiltratiekratten worden geplaatst. 4.7.3