CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp Begroting 2027 ODU voor zienswijze

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stukken lijst A en B15.294 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Algemeen Bestuur 27 maart 2026

Inhoud Voorwoord............................................................................................................................................................................ 2 1

Inleiding ....................................................................................................................................................................... 3

DEEL 1 BELEIDSBEGROTING..............................................................................................................................................4 2

Programmaplan .......................................................................................................................................................... 5

3

Verplichte paragrafen ............................................................................................................................................... 22

DEEL 2 FINANCIËLE BEGROTING ................................................................................................................................... 28 4

Overzicht van baten en lasten en toelichting........................................................................................................ 29

5

Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting..........................................................................................33

BIJLAGEN...........................................................................................................................................................................35

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 1 van 45

Voorwoord Beste Lezer, Voor u ligt de Programmabegroting 2027 van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). In deze begroting zijn tevens de beleidsuitgangspunten opgenomen die normaliter in een afzonderlijke kadernota worden aangeboden. Daarmee ligt er één integraal document voor waarin zowel de financiële als de inhoudelijke koers voor 2027 is vastgelegd. Per 1 januari 2026 is de ODU van start gegaan als opvolger van de ODRU en de RUD Utrecht die zijn samengevoegd tot één organisatie. Met deze samenvoeging is een robuuste omgevingsdienst ontstaan die werkzaam is voor de gehele provincie Utrecht, in opdracht van de provincie en de deelnemende gemeenten. De vorming van de ODU is geen doel op zich geweest, maar een noodzakelijke stap om de kwaliteit, continuïteit en toekomstbestendigheid van onze dienstverlening te versterken. De eerste twee jaren staan in het teken van de overgang van samenvoeging naar fundament. In 2026 is veel tijd en energie geïnvesteerd in het samenbrengen van mensen, systemen, werkwijzen en cultuur. Het leggen van een stevig organisatorisch en financieel fundament was daarbij de eerste prioriteit. Tegelijkertijd zijn wij onze maatschappelijke opdracht onverminderd blijven uitvoeren. De nieuwe omgevingsdienst moet er één zijn die de belangrijke vraagstukken en uitdagingen van vandaag én de toekomst samen met zijn deelnemers het hoofd kan bieden.

Waar het toezicht en handhaving betreft, de basis van onze dienstverlening, opereert de ODU onafhankelijk, deskundig en effectief. Waar het gaat om advies, beleidsondersteuning en ontwikkeling, doen wij dat in nauwe samenwerking met onze deelnemers. Zo dragen wij bij aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in de gehele provincie Utrecht. In 2027 willen wij de blik nadrukkelijker weer meer naar buiten richten en stappen zetten in de doorontwikkeling van de organisatie. Dat betekent: verder professionaliseren, investeren in kwaliteit en innovatie, en inspelen op maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, circulaire economie, milieucriminaliteit en natuur- en milieubescherming. Tegelijkertijd zijn er nog open eindjes vanuit de samenvoeging van de twee diensten die zorgvuldig moeten worden afgerond om het proces goed en volledig af te ronden. Met deze programmabegroting wordt richting gegeven aan het komende jaar en bieden wij helderheid over onze ambities, prioriteiten en financiële kaders. Wij hebben oog voor de financiële budgettaire uitdagingen waar onze opdrachtgevers mee te maken hebben. Wij zien uit naar de verdere samenwerking met onze deelnemers bij het realiseren van onze gezamenlijke opgaven.

Hugo Jungen

Algemeen directeur

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 2 van 45

1 Inleiding

De Omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU) is per 1 januari 2026 formeel van start gegaan met de taakuitvoering die tot en met 2025 door de RUD Utrecht en ODRU werd uitgevoerd. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het versterken en bundelen van de milieutaakuitvoering in de provincie Utrecht. De ODU werkt voor alle gemeenten en de provincie in de provincie Utrecht aan de missie:

“Een gezonde, veilige en duurzame provincie Utrecht; nu en in de toekomst.” De begroting 2027 vormt het financiële en beleidsmatige kader voor het tweede jaar na oprichting van de ODU en markeert een wezenlijke overgang in de ontwikkeling van de organisatie. Waar de jaren 2025 en 2026 in het teken stonden van samenvoeging, harmonisatie en het creëren van organisatorische stabiliteit, is 2027 een richtinggevend jaar: het jaar waarin de ODU vanuit een geconsolideerd fundament expliciete keuzes maakt die bepalend zijn voor de ontwikkeling naar de omgevingsdienst van de toekomst. Hoewel 2027 geen jaar is van majeure beleidsintensiveringen of taakuitbreidingen, is het nadrukkelijk ook geen beleidsarm jaar. Juist in deze fase is het noodzakelijk om richting te geven aan de ontwikkeling van de ODU, ten aanzien van landelijke ontwikkelingen, regionale opdrachten, sturing op kwaliteit en maatschappelijke effecten en de inzet van financiële en personele middelen.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 Inleiding geeft het vertrekpunt voor deze begroting weer. In DEEL 1 BELEIDSBEGROTING worden in hoofdstuk 2 ‘de prioriteiten beschreven en de uitgangspunten van de begroting. In hoofdstuk 3 wordt toelichting gegeven op programma’s ter invulling van de maatschappelijke opgave. De voor ODU van toepassing zijnde ‘Verplichte paragrafen’: ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’, ‘Financiering’ en ‘Bedrijfsvoering’ zijn opgenomen in hoofdstuk 4. DEEL 2 FINANCIËLE BEGROTING bevat in hoofdstuk 5 een Overzicht van baten en lasten en toelichting daarop en in hoofdstuk 6 de Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting daarop. In de BIJLAGEN is achtereenvolgens opgenomen: Bijlage 1 Structurele en incidentele baten en lasten, Bijlage 2 Overzicht van baten en lasten per taakveld, Bijlage 3 Overzicht uren en bijdragen per deelnemer, Bijlage 4 Meerjarenraming, Bijlage 5 Specificatie baten en lasten per kostensoort en Bijlage 6 Informatie ten behoeve van de deelnemers met betrekking tot verbonden partijen.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 3 van 45

DEEL 1 BELEIDSBEGROTING

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 4 van 45

2 Programmaplan

Om richting te geven aan de begroting voor 2027 worden in dit hoofdstuk de uitgangspunten toegelicht die als leidraad dienen voor de inrichting en uitvoering van deze begroting. In paragraaf 2.1 worden de ‘Beleidsuitgangspunten’ beschreven, gevolgd door paragraaf 2.2 met de ‘Financiële kaders’.

2.1 Beleidsuitgangspunten

Met ingang van 1 januari 2027 bevindt de ODU zich in het begin van het tweede bestaansjaar. Dit moment markeert het einde van het transitiejaar waarin als één organisatie is gewerkt aan een gezonde, veilige en duurzame provincie Utrecht. 2026 was een overgangsjaar waarin de samenvoegingsresten van de fusie zijn aangepakt en gestart is met de bouw van een stevig fundament. Hiermee is de eerste stap gezet in realisatie van de gestelde ambitie op de lange termijn: een robuuste, betrouwbare en toekomstbestendige omgevingsdienst. De ODU kiest in 2027 expliciet voor een meerjarige ontwikkellogica als leidend principe voor sturing en prioritering. Daarbij wordt vastgelegd welke randvoorwaarden uiterlijk in 2026 gerealiseerd moeten zijn om een stabiele en kwalitatief betrouwbare uitvoering te waarborgen, welke onderwerpen in 2027 inhoudelijke verdieping en concrete besluitvorming vergen, en welke ontwikkelingen pas in de daaropvolgende jaren aan de orde zijn. Deze keuze voorkomt versnippering, dwingt tot focus en biedt medewerkers en deelnemers duidelijkheid over tempo, ambitie en fasering. De strategische koers voor 2027 is daarmee gericht op het combineren van bestuurlijke en operationele rust met doelgerichte vernieuwing. De ODU kiest ervoor om vernieuwing uitsluitend door te voeren waar deze aantoonbaar bijdraagt aan kwaliteit, uitvoerbaarheid en maatschappelijke impact.

Zo wordt de uitvoering structureel versterkt en wordt tegelijkertijd, in beheerst tempo, toegewerkt naar een toekomstbestendige omgevingsdienst. Dit doet de ODU langs de sporen mens, inhoud en resultaat.

2.1.1 De mens: versterken van vakmanschap, eigenaarschap en leiderschap

Mensen vormen het hart van de ODU. Ieder mens beschikt over unieke kwaliteiten. De kwaliteit en betrouwbaarheid van de ODU worden in hoge mate bepaald door de professionaliteit, betrokkenheid en deskundigheid van haar medewerkers. In 2027 kiest de ODU er nadrukkelijk voor om vakmanschap en professionele verantwoordelijkheid van medewerkers expliciet leidend te maken in de uitvoering, sturing en beoordeling van het werk. Dit betekent dat inhoudelijke kwaliteit, deskundig oordeel en naleving van professionele standaarden centraal staan bij prioritering, besluitvorming en verantwoording. In 2027 wordt verder gebouwd aan één herkenbare organisatie-identiteit waarin gedeelde waarden, professioneel handelen en onderlinge verbondenheid centraal staan. Diversiteit vormt daarbij een kracht, mits zij wordt verbonden in een gezamenlijk kader. Dit vraagt blijvende aandacht voor cultuurontwikkeling, samenwerking en voorbeeldgedrag op alle niveaus van de organisatie. De ODU investeert in 2027 gericht in het versterken, borgen en ontwikkelen van vakmanschap. Geharmoniseerde functieprofielen aangevuld met een talentenscan, duidelijke rol- en verantwoordelijkheidsafbakening en uniforme kwaliteitscriteria vormen hiervoor de basis. Medewerkers beschikken over actuele en relevante kennis en vaardigheden om hun werkzaamheden op een juridisch juiste, consistente en uitlegbare wijze uit te voeren.

De structurele inzet van een opleidingsbudget van minimaal 3% van de loonsom is daarbij een bewuste beleidskeuze en een noodzakelijke randvoorwaarde voor kwaliteit, continuïteit en professionalisering. Tegelijkertijd kiest de ODU voor een organisatiecultuur die is gebaseerd op vertrouwen, eigenaarschap en professionele ruimte. Verantwoordelijkheden worden zo laag mogelijk in de organisatie belegd, binnen heldere en eenduidige kaders. Leidinggevenden vervullen hierin een richtinggevende en faciliterende rol: zij geven richting, creëren ruimte en zijn aanspreekbaar op het realiseren van gezamenlijke doelen via heldere communicatie. Aan de leidinggevenden zal een leiderschapsprogramma worden aangeboden dat bijdraagt aan eenduidige sturing, duidelijke verwachtingen en herkenbaar leiderschap en voorbeeldgedrag binnen de gehele organisatie.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 5 van 45

Via gedeelde rituelen, reflectiemomenten en een heldere maatschappelijke missie bouwen we aan onderlinge verbondenheid. We zijn eerlijk en transparant. Kritisch denken op een respectvolle manier wordt actief gestimuleerd. In 2027 worden gezamenlijke activiteiten via het in 2026 gestarte cultuurprogramma actief uitgebouwd, zodat onderlinge verbondenheid en gedeeld eigenaarschap zich blijvend ontwikkelen. De ODU acht cultuur van groot belang en investeert daar ook naar. Voor 2027 is in totaal een budget van €100.000 gereserveerd voor het realiseren van een leiderschaps- en cultuurprogramma.

2.1.2 De inhoud: sturen op maatschappelijke opgaven, landelijke uniformiteit en regionale samenhang

In 2027 richt de ODU haar ontwikkelrichting nadrukkelijk op het realiseren van maatschappelijke effecten en het versterken van samenhang binnen de provincie Utrecht. Dit hoofdstuk beschrijft hoe wij onze keuzes structureren rondom vier centrale pijlers: de maatschappelijke opgaven uit de regionale Uitvoering- en Handhavingsstrategie (UHS) in relatie tot risicogerichte uitvoering, landelijke uniformiteit en robuustheids-criteria, regionale samenwerking en solidariteit, en gerichte innovatie. Door deze koers te volgen, maakt de ODU bewuste keuzes over prioritering, uniformiteit, sturing en samenwerking, zodat vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies niet alleen rechtsgeldig en consistent zijn, maar ook aantoonbaar bijdragen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee verstevigen wij onze positie als deskundige, betrouwbare en toekomstbestendige omgevingsdienst.

2.1.2a Maatschappelijke opgaven als richtinggevend kader voor risicogerichte uitvoering De vijf maatschappelijke opgaven uit de regionale Uitvoering- en Handhavingsstrategie (UHS) vormen het inhoudelijke uitgangspunt voor de werkzaamheden van de ODU. Deze opgaven geven richting aan de inzet van het VTH-instrumentarium en vormen het gezamenlijke kader waarbinnen gemeenten, provincie en ODU samenwerken. ODU heeft daarnaast een directe rol in de uitvoering van de doelstellingen op het landelijke gebied (Landelijk coalitieakkoord 2026-2030 “Aan de slag, bouwen aan een beter Nederland”) en Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG)), waarin het Rijk, provincie en regio voor de periode werken aan herstel van natuur, waterkwaliteit, verduurzaming van landbouw, klimaatadaptatie en bodem en watersystemen. Deze beleidskaders vormen een belangrijke context voor advisering, vergunningverlening en toezicht op het gebied van natuur en milieukwaliteit door de ODU. Waar in 2026 gestart is met de ontwikkeling en implementatie van de UHS binnen de ODU, worden in 2027 deze opgaven niet alleen benut voor prioritering van werkzaamheden, maar nadrukkelijk ook voor sturing, monitoring en verantwoording van de uitvoering. Daarbij wordt de relatie gelegd met naleefgedrag, preventie en de maatschappelijk toegevoegde waarde van ons werk (outcome).

Om de doelen te realiseren kiest de ODU nadrukkelijk voor een organisatiebrede toepassing van een risico gestuurde en informatie gestuurde aanpak als basis voor prioritering en inzet van capaciteit. De inzet van toezicht, vergunningverlening en handhaving wordt afgestemd op de grootste risico’s voor natuur, milieu en gezondheid. In 2027 wordt gewerkt aan verdere verfijning van risicomodellen en het gebruik van data- en informatieproducten. Dit draagt bij aan transparante keuzes, betere onderbouwing van prioriteiten en een uitlegbare inzet van middelen. De ODU werkt toe naar één actueel regionaal risicobeeld dat wordt gebruikt bij het opstellen van jaarprogramma’s en bij de bestuurlijke verantwoording.

Gezonde leefomgeving In 2027 draagt de ODU zichtbaar bij aan een veilige en gezonde leefomgeving waarin risico’s worden beheerst en overlast wordt beperkt. Omgevingsveiligheid blijft een kernprioriteit. De ODU zet in op het volledig actualiseren van de risicoprofielen en toezichtstrategieën, aangevuld met gerichte interventies om het aantal herhaalde overtredingen bij risicobedrijven terug te brengen. Op het gebied van luchtkwaliteit worden alle vergunningaanvragen getoetst aan actuele emissienormen en de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Daarnaast voert de ODU minimaal een aantal thematische toezichtacties uit in prioritaire sectoren. Daarmee wordt actief bijgedragen aan verbetering van de luchtkwaliteit, met name rond Natura 2000 gebieden en kwetsbare natuur. (Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 6 van 45

Geur- en geluidhinder vragen blijvende aandacht. De ODU streeft ernaar om in 2027 in samenwerking met gemeenten geurtoetsingskaders te actualiseren, zodat vergunningverlening en handhaving eenduidig plaatsvinden. Daarnaast toetst de ODU nieuwe ruimtelijke plannen op cumulatieve geluidsbelasting, hanteert een stevig basismodel geluidsemissie en worden er jaarlijks (risico)gerichte controles uitgevoerd bij bedrijven met een verhoogd geluidsrisico.

Bodem, water en landelijk gebied In het kader van het actieprogramma Grip op indirecte lozingen zetten wij ons in voor een aantoonbare verbetering van de waterkwaliteit door een effectieve, efficiënte en risicogerichte inzet van ons VTHAinstrumentarium. Daarbij ligt de nadruk op industriële bedrijven, vanwege hun potentiële bijdrage aan indirecte lozingen. Tegelijkertijd intensiveert de ODU het toezicht op lozingen in KRW-aandachtsgebieden met minimaal 20%. Deze gebieden omvatten zowel industriële als agrarische en overige bronnen waar de waterkwaliteit onder druk staat. Met deze inzet dragen wij bij aan het behalen van de KRW-doelen en aan de reductie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, met name in het landelijk gebied. De samenwerking met waterschappen wordt versterkt via de gezamenlijke ontwikkeling van een toezichtagenda, waarin prioriteiten rond landbouw, erfafspoeling en meststromen zijn vastgelegd.

Duurzaamheid en transitie De ODU levert in 2027 een concrete bijdrage aan de energietransitie en de ontwikkeling van een circulaire economie, zowel in stedelijk als landelijk gebied. De ODU zet in op de actualisatie van inferentiegebieden in alle deelnemende gemeenten. Daarbij worden in 2027 alle aanvragen voor bodemenergiesystemen integraal getoetst op interferentie en duurzaamheid en wordt minimaal 25% van de bestaande open WKO-systemen actief gecontroleerd. De verwachte verlenging van de SPUK Toezicht en Handhaving Energiebesparing (THE) in 2027, als onderdeel van het programma energiebesparing dat Omgevingsdienst NL samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei, biedt de ODU de kans om extra te investeren in de energietransitie. Alle relevante bedrijven worden gecontroleerd op de informatieplicht energiebesparing, waarbij na hercontrole minimaal 80% voldoet aan de verplichtingen. In energie-intensieve sectoren worden gerichte toezichtacties uitgevoerd. Ook in het landelijk gebied wordt toegezien op naleving van energiebesparings- en emissievoorschriften, mede in het licht van de landbouwtransitie.

Toekomstbestendige natuur en biodiversiteit Bescherming en herstel van natuur krijgen in 2027 nadrukkelijk prioriteit in de uitvoering van de ODU. Alle relevante vergunningaanvragen worden volledig getoetst aan natuurwetgeving en stikstofeffecten worden in samenwerking met ketenpartners zorgvuldig beoordeeld. Er worden gerichte controles uitgevoerd op naleving van regels rond beschermde soorten en Natura 2000-gebieden. In gebieden waar na-tuurherstelopgaven spelen, wordt het toezicht geïntensiveerd en risicogericht ingezet. Samen met provincie en gemeenten zet de ODU in op de ontwikkeling van een regionale biodiversiteitsmonitor, waarmee ontwikkelingen in natuurkwaliteit beter kunnen worden gevolgd. Bij gebiedsontwikkelingen, zowel stedelijk als landelijk, adviseert de ODU structureel over natuur inclusief bouwen, versterking van ecologische verbindingen en klimaat adaptieve inrichting. Ook worden hiervoor de natuur- en duurzaamheidscentra (NDC’s) ingezet, zodat duurzaamheid, betrokkenheid bij milieu en respect voor de natuur stevig geworteld is bij de jonge generatie. Daarmee wordt bijgedragen aan een robuust en samenhangend natuur-netwerk in de provincie Utrecht.

Milieucriminaliteit en ondermijning De rol die de ODU speelt bij de aanpak van milieucriminaliteit ondersteunt eveneens de doelen van de UHS, met name waar het gaat om illegale lozingen, mestfraude, afvalcriminaliteit en ondermijnende activiteiten in het buitengebied. De inzet van de ODU is risicogericht en datagedreven. Daarnaast wordt in 2027 ingezet op een sterke relatie met ketenpartners en de schakeling tussen bestuurs- en strafrecht. Het resultaat daarvan is onder andere de uitvoering van minimaal vier gezamenlijke handhavingsacties met politie, OM, waterschappen en ILT. Door versterkte samenwerking wordt ondermijning eerder gesignaleerd en effectief aangepakt. (Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 7 van 45

Bouwtaken In 2026 wordt een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor doorontwikkeling van de bouwtaken binnen de ODU. Momenteel voert de ODU de bouwtaken uit voor vier deelnemers. In de verkenning worden onder meer de kansen, beperkingen, organisatorische en financiële consequenties, kwaliteitsaspecten en samenwerkingsmogelijkheden in beeld gebracht. Daarbij wordt gekeken naar efficiency, uniformiteit van werkwijzen, kwetsbaarheid, expertiseopbouw en de mate waarin regionale bundeling kan bijdragen aan toekomstbestendige uitvoering van de bouwtaken binnen de ODU. Op basis van de uitkomsten van deze verkenning wordt bestuurlijke richting bepaald. In 2027 wordt de gekozen ontwikkelrichting nader uitgewerkt en geïmplementeerd.

2.1.2b Landelijke uniformiteit en robuustheid De ODU opereert binnen een landelijk VTH-stelsel dat in ontwikkeling is. In 2027 geeft de ODU nadrukkelijk invulling aan landelijke afspraken en kaders die zijn gericht op versterking van uniformiteit, kwaliteit en robuustheid van de uitvoering. Daarbij vormt het Meerjarenprogramma Versterking VTH-stelsel (MVV) een belangrijk richtsnoer, evenals de robuustheidscriteria die landelijk zijn vastgesteld. Ook het landelijke programma Digitalisering VTH dat zich richt op het verbeteren van digitale informatie-uitwisseling en samenwerking tussen overheden heeft effect op de ontwikkeling die de ODU in 2027 doormaakt. De ODU heeft per 2026 aantoonbaar voldaan aan de robuustheidscriteria. In 2027 ligt de nadruk op het bestendigen daarvan. Dit betekent onder meer dat de ODU blijft sturen op voldoende vaste formatie, structurele kennisontwikkeling, uniforme werkwijzen en een solide informatiepositie. Landelijke kaders en ontwikkelrichtingen worden waar nodig vertaald en doorontwikkeld naar de regionale context en geïntegreerd in de dagelijkse uitvoering, zodat de ODU herkenbaar, voorspelbaar en consistent opereert binnen het landelijke stelsel.

De ODU implementeert de landelijk ontwikkelde handreikingen en begrippen- en informatiemodellen zodat alle partners en systemen (lokaal en landelijk) dezelfde informatie begrijpen en uniformiteit en betere data-uitwisseling mogelijk wordt gemaakt.

2.1.2c Regionale samenwerking en solidariteit Naast landelijke uniformiteit kiest de ODU in 2027 opnieuw expliciet voor versterking van regionale samenwerking en solidariteit. Milieuvraagstukken vragen steeds meer om een gezamenlijke, regio-brede aanpak en overstijgen het niveau van individuele opdrachtgevers. De ODU positioneert zich hierbij als uitvoeringsorganisatie die kennis bundelt, capaciteit efficiënt inzet en zorgt voor een consistente aanpak binnen de provincie Utrecht. De UHS is leidend bij de ontwikkeling van nieuwe regionale opdrachten voor 2027. De regionale opdrachten die in 2026 zijn gestart, waaronder ketentoezicht, de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), indirecte lozingen in relatie tot de Kaderrichtlijn Water (KRW), en milieu in het omgevingsplan, vormen hiervoor de basis. In 2027 worden deze opdrachten doorontwikkeld en geconcretiseerd, voorzien van duidelijke doelen en ingebed in de reguliere planning- en control cyclus. Een deel van deze werkzaamheden loopt door in 2027 en daarna. Daarbij wordt expliciet gemaakt welke inzet collectief wordt georganiseerd en welke onderdelen via reguliere dienstverlening worden uitgevoerd. Deze collectieve aanpak draagt bij aan een doelmatige inzet van schaarse expertise, versterkt de kennispositie van de ODU en bevordert gelijkwaardigheid en solidariteit tussen deelnemers.

2.1.2d Innovatie en ontwikkeling De ontwikkelingen in het fysieke domein gaan snel. Nieuwe wet- en regelgeving, toenemende datastromen, complexere gebiedsopgaven en hogere verwachtingen van inwoners en bestuur vragen om een wendbare en toekomstgerichte uitvoeringsorganisatie. De ODU kiest daarom voor een adaptieve manier van werken, waarbij gericht wordt geïnvesteerd in digitalisering, automatisering en datagedreven werken. Innovatie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit, snelheid en effectiviteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken. In 2027 selecteert de ODU een beperkt aantal innovatiethema’s – waaronder digitalisering van werkprocessen, toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) en slimme data-analyse en brengt deze gecontroleerd in de uitvoering. Deze keuze sluit aan bij bredere rijks- en provinciale kaders voor digitale overheid en verantwoord gebruik van algoritmen. De inzet van technologie wordt expliciet gekoppeld aan publieke waarden als rechtszekerheid, transparantie, proportionaliteit en gelijke behandeling.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 8 van 45

De toepassing van AI binnen de ODU richt zich primair op ondersteuning van professionals, niet op vervanging van (bestuurlijke) oordeelsvorming. AI kan worden ingezet bij het analyseren van grote hoeveelheden toezichtdata, het signaleren van risicopatronen, het prioriteren van controleobjecten of het versnellen van vergunning checks op volledigheid en consistentie. Ook kan AI bijdragen aan het beter ontsluiten van beleidsinformatie, jurisprudentie en historische dossiers, waardoor medewerkers efficiënter en consistenter kunnen werken. Besluitvorming met rechtsgevolg blijft echter altijd onder verantwoordelijkheid van een bevoegde medewerker; menselijke toetsing en motivering zijn leidend. Aan deze inzet liggen duidelijke beleidskeuzes ten grondslag. De ODU hanteert het uitgangspunt “mensgericht en controleerbaar”, waarbij algoritmische toepassingen uitlegbaar en toetsbaar moeten zijn. Er wordt gewerkt volgens geldende wetgeving, waaronder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet open overheid (Woo) en relevante Europese regelgeving zoals de AI Act. Voor nieuwe AI-toepassingen wordt een zorgvuldige afweging gemaakt via impactanalyses, waaronder een gegevensbeschermingseffect beoordeling (DPIA) indien vereist. Daarbij wordt expliciet gekeken naar risico’s op bias, discriminatie en ongewenste profilering.

Daarnaast kiest de ODU voor transparantie over het gebruik van algoritmen. Toegepaste modellen en hun doel worden intern gedocumenteerd en, waar passend, openbaar gemaakt via een algoritmeregister. Hiermee wordt invulling gegeven aan het principe van een controleerbare en betrouwbare overheid. Ook wordt geïnvesteerd in digitale vaardigheden en datageletterdheid van medewerkers, zodat technologische toepassingen deskundig, kritisch en verantwoord worden gebruikt. Experimenten met AI en datagedreven toezicht vinden plaats binnen duidelijke randvoorwaarden en in afgebakende pilots. Resultaten worden geëvalueerd op effectiviteit, rechtmatigheid en maatschappelijke meerwaarde voordat brede implementatie plaatsvindt. Samenwerking met andere omgevingsdiensten, provincie, het Rijk en kennisinstellingen wordt actief gezocht om kennis te delen en schaalvoordelen te benutten. Door innovatie doelgericht en beheerst toe te passen, versterkt de ODU in 2027 haar rol als moderne uitvoeringsorganisatie. Digitalisering en AI dragen zo bij aan betere risicogerichte inzet van capaciteit, hogere naleving, kortere doorlooptijden en grotere voorspelbaarheid voor inwoners en bedrijven, met behoud van zorgvuldigheid en publieke waarden.

2.1.3 Het resultaat: zichtbaar effect, meetbare kwaliteit en voorspelbare uitvoering

Het fundament van mens en inhoud krijgt in 2027 zijn betekenis in aantoonbare maatschappelijke resultaten. De ODU stuurt daarom expliciet op zichtbare, meetbare en uitlegbare effecten in de fysieke leefomgeving. Resultaat betekent niet alleen productie draaien, maar het realiseren van maatschappelijke meerwaarde: hogere naleving, betere omgevingskwaliteit en betrouwbare dienstverlening. Allereerst staat in 2027 een stabiele en tijdige uitvoering centraal. De ODU kiest er beleidsmatig voor om de overeengekomen productie structureel en binnen wettelijke termijnen te realiseren. Afwijkingen in productie, kwaliteit of doorlooptijd worden vroegtijdig gesignaleerd via uniforme managementinformatie en actief besproken in de planning- en control cyclus. Daarmee wordt de dienstverlening bestuurlijk beheersbaar en voorspelbaar, ook in een fase van organisatorische doorontwikkeling. We brengen uitvoeringskennis vroeg in bij ruimtelijke plannen, beleidsprogramma’s en (bestuurlijke) ontwikkelingen. Daarmee bevorderen we realistisch, handhaafbaar en toekomstbestendig beleid. De ODU positioneert zich zodanig dat het structureel deelneemt aan voorportalen en beleidsvoorbereiding, zodat uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid vroeg in de beleidscyclus worden geborgd. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is het nieuwe provinciale ontwikkelprogramma voor natuur.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 9 van 45

Daarnaast wordt nadrukkelijk gestuurd op maatschappelijke effecten binnen de vijf opgaven uit de UHS. De inzet in 2027 is gericht op een structurele verbetering van naleefgedrag bij prioritaire doelgroepen, het terugdringen van herhaalde overtredingen bij risicovolle bedrijven en het zichtbaar verminderen van overtredingen in kwetsbare gebieden, zoals KRW-aandachtsgebieden en Natura 2000-gebieden. Energietoezicht wordt zodanig ingezet dat bedrijven daadwerkelijk overgaan tot uitvoering van verplichte maatregelen en structureel voldoen aan geldende normen. De ODU werkt met één actueel regionaal risicobeeld als basis voor prioritering en capaciteitsinzet. Indicatoren uit de UHS worden integraal verbonden aan programmering, kwartaalrapportages en het jaarverslag. Daarmee wordt niet alleen inzichtelijk wat is uitgevoerd, maar vooral welk effect is bereikt en waar bijsturing noodzakelijk is. De beleidskeuze is om monitoring expliciet te richten op outcome en naleefgedrag, naast traditionele productie-indicatoren. De kwaliteit en houdbaarheid van besluitvorming vormen eveneens een expliciet resultaat. De ODU borgt dat besluiten juridisch zorgvuldig, integraal afgewogen en maatschappelijk uitlegbaar zijn. Bij complexe dossiers wordt gewerkt met integrale casusteams, zodat juridische, technische en ecologische expertise samenkomen en besluiten in bezwaar en beroep standhouden.

De aanpak van milieucriminaliteit is zichtbaar en slagvaardig. De ODU kiest voor een intensieve samenwerking met ketenpartners en een gerichte inzet op prioritaire risico’s, met als doel handhavingstrajecten te versnellen en normoverschrijding gedrag effectief te beëindigen. De focus ligt op merkbare versterking van naleving en normbesef in het buitengebied en bij risicovolle sectoren. Tot slot zet de ODU in 2027 in op preventie en gedragsbeïnvloeding. Door gerichte communicatie, educatie en transparante handhaving wordt vrijwillige naleving bevorderd en worden herhaalde overtredingen teruggedrongen. Hiermee wordt de stap gemaakt van corrigerend optreden naar duurzaam naleefgedrag. Met deze koers laat de ODU in 2027 zien dat vakmanschap en inhoudelijke focus leiden tot concrete maatschappelijke meerwaarde: een betrouwbare uitvoering, een versterkte omgevingskwaliteit en een zichtbaar hogere naleving binnen de provincie Utrecht.

2.1.4 Slotbeschouwing

2027 is een strategisch bepalend jaar voor de Omgevingsdienst Utrecht in de ontwikkeling naar de omgevingsdienst van de toekomst. Dit is het jaar waarin het fundament – mens, inhoud en resultaat – verder wordt versterkt en vertaald naar concrete, zichtbare effecten in de provincie. Het doel is helder: een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, nu én in de toekomst. De keuzes en investeringen van dit jaar leggen de basis voor een stabiele, professionele en toekomstbestendige uitvoering. Vernieuwing wordt gericht en gefaseerd doorgevoerd, met nadruk op kwaliteit, uitvoerbaarheid en maatschappelijke impact. De ODU stimuleert eigenaarschap, vakmanschap en samenwerking, en nodigt medewerkers, deelnemers en ketenpartners uit om gezamenlijk te bouwen aan een betrouwbare en deskundige organisatie. Zo versterkt 2027 niet alleen de interne samenhang en rust, maar ook de zichtbare bijdrage van de ODU aan de maatschappij, waarmee de organisatie haar koers voor de lange termijn stevig verankert.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 10 van 45

2.2 Financiële kaders De financiële kaders voor 2027 waarborgen dat de ODU haar rol als betrouwbare, voorspelbare en toekomstbestendige uitvoeringsorganisatie kan vervullen. De kaders sluiten aan op de ontwikkellogica van de ODU en ondersteunen een stabiele uitvoering, doelgerichte vernieuwing en regionale solidariteit. De gekozen financieringssystematiek is hierbij leidend: helder, uitlegbaar en gebaseerd op het principe van outputgerichte bekostiging, met ruimte voor maatwerk waar dat noodzakelijk is.

Financieringssystematiek De ODU hanteert een gemengde financieringssystematiek: •

Vaste bijdrage Kosten voor overhead, bedrijfsvoering en structurele uitvoeringstaken worden naar rato van de afgesproken DVO-uren verdeeld over de deelnemers. Hiermee wordt een stabiele basis gegarandeerd voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies.

•

Variabele bijdrage (producten en diensten) Deelnemers betalen voor concrete producten en diensten uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Deze catalogus bevat twee typen producten: o o

Kengetal producten, waarvoor op basis van een gemiddeld aantal uren (het kengetal) en het uniforme uurtarief een vaste prijs is bepaald; Diensten, waarbij vooraf een inschatting van het benodigde aantal uren wordt gemaakt en op basis van de werkelijk bestede uren wordt afgerekend.

Deze systematiek zorgt voor transparantie in de verrekening van werkzaamheden en maakt het mogelijk om maatwerk te leveren waar nodig, terwijl tegelijkertijd gestuurd wordt op efficiëntie en voorspelbaarheid.

Kengetallen en flexibiliteit De kengetallen (gemiddeld aantal uren per product) zijn onderdeel van de outputfinanciering. Ze worden gebruikt als: 1. Rekeneenheid voor de bijdrage van deelnemers: (((aantal producten) × kengetal) + diensten) × uurtarief (+ aandeel vaste kosten) = bijdrage; 2. Basis voor capaciteitsplanning en begroting; 3. Instrument binnen planning en control; 4. Signaalfunctie bij afwijkingen, die aanleiding kunnen zijn voor bijstelling of overleg. Kengetallen worden ingevoerd indien over een aantal jaar een betrouwbare inschatting kan worden gedaan over het gemiddelde aantal uur dat wordt besteed aan een product. Voor maatwerkproducten of diensten waarvoor geen betrouwbaar kengetal kan worden vastgesteld, wordt gewerkt op basis van vooraf afgesproken uren (‘uurtje-factuurtje’).

Overhead en toerekening De ODU volgt bij de definitie van overhead de lijn van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de notitie overhead 2023. Dit betreft alle kosten die samenhangen met de aansturing en ondersteuning van het primaire proces, zoals HR, financiën, informatievoorziening en ICT, huisvesting en managementondersteuning. Huisvestingskosten worden in hun geheel als overhead verantwoord, vanwege de gedeelde werkruimten en de praktische onmogelijkheid tot zuivere toerekening. Ook bij organisatieontwikkelingsprojecten wordt beoordeeld of deze primair het primaire proces of de backoffice raken; dit bepaalt de wijze van toerekening.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 11 van 45

Uurtarief Voor de uitvoering van de structurele werkzaamheden die de ODU voor haar deelnemers verricht, wordt gewerkt met één uniform uurtarief, dat jaarlijks wordt vastgesteld. Dit uurtarief wordt jaarlijks op basis van het structurele gedeelte van de begroting als volgt berekend: Totale personele lasten van de uitvoering verminderd met de baten uit subsidies en overige projectbaten Totale uren dienstverleningsovereenkomsten Figuur 1: Berekening uurtarief

Het aantal uur wordt vastgesteld door de deelnemer in de dienstverleningsovereenkomst. Voor eventuele aanvullende opdrachten geldt een tariefopslag van 15% danwel minimaal de verwachte inhuurkosten als deze hoger zijn dan het DVO-uurtarief inclusief opslag van 15%. Voor projecten die per definitie een afgebakend en individueel karakter hebben, worden maatwerkafspraken gemaakt met de betreffende deelnemer over de vergoeding. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Het uurtarief dient tenminste de structurele lasten te dekken van de primaire teams (programma’s). Er wordt naar gestreefd om de structurele lasten zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiënte bedrijfsvoering.

Uitgangspunten voor de berekening van het uurtarief Bij het bepalen van de totale personele lasten (de teller) worden de volgende onderdelen meegenomen:

a. Salarislasten van medewerkers in de uitvoering (2 CAO’s) inclusief indexatie en reguliere verhogingen b. Nog nieuw aan te nemen of in te huren medewerkers om te kunnen voldoen aan de structurele opdrachten (DVO’s).

Voor de bepaling van het uurtarief wordt (in de noemer) uitgegaan van het totaal aantal uren zoals opgenomen in de op dat moment geldende DVO’s. De CAO SGO 2025-2026 heeft een looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. In de begroting wordt rekening gehouden met een looncompensatie van 2% voor medewerkers die onder de CAO SGO vallen voor de periode april tot en met december 2027. De CAO Provincies 2025-2026 heeft een looptijd van 1 juli 2025 tot 1 juli 2026. In de begroting wordt voor medewerkers die onder de CAO Provincies vallen rekening gehouden met een looncompensatie van 1,5% voor de periode juli tot en met december 2026 en voor 2027 nogmaals 3,0%.

Berekening van het uurtarief Tariefopbouw

Begroting 2027

Personeel Inhuur derden Totale lasten Baten uit: Subsidies en projectopbrengsten Netto kosten

€29.501.900 €735.200 €30.237.100 €735.200 €29.501.900

Gecontracteerde uren Uurtarief (netto kosten/aantal uren)*

352.262 uur €83,75

Minimaal tarief aanvullende opdrachten (Uurtarief + 15% opslag)*

€96,25

*Afgerond op € 0,25.

Tabel 1: Uurtarief

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 12 van 45

Financiering van regionale en gezamenlijke opdrachten De ODU heeft de ambitie om actief bij te dragen aan opgaven die gemeentegrenzen overstijgen. Hiervoor is een financieringssystematiek ingericht die structureel ruimte biedt voor het uitvoeren van taken en projecten met een regionaal of gezamenlijk belang. De systematiek zorgt voor een transparante en solide wijze van financiering van regionale samenwerking. De systematiek bestaat uit de volgende onderdelen: 1.

Vaste bijdrage De vaste bijdrage financiert twee taken van collectief belang en deze kosten worden naar rato van het DVOurenpakket over de deelnemers verdeeld: a. De bemensing van de piket- en klachtentelefoon buiten kantoortijden (€100.000), en b. de afstemming en coördinatie van regionale netwerken en strategische partners, waaronder GGD en VRU (€400.000). Bovenstaande bedragen zijn gelijk aan 2026 en worden jaarlijks geïndexeerd.

Daarnaast levert de Provincie aanvullende bijdragen voor: • De bemensing van de blauwe consignatie €35.000 (onderdeel collectief belang); • Materiële middelen van €57.100 (w.o. lokaal spoor, verificatieonderzoeken zwemwater en permanente bijscholing BOA’s). 2. Variabele bijdrage in uren Daarnaast wordt jaarlijks een urenbudget beschikbaar gesteld voor projecten met een regionaal of gezamenlijk karakter. Iedere deelnemer draagt hiervoor 4% van het afgesproken DVO-urenpakket extra bij, met een maximum van 350 uur per deelnemer. Dit resulteert in circa 7.000 uur per jaar voor alle deelnemers gezamenlijk. Daarnaast treden de deelnemers treden gezamenlijk op als opdrachtgever en bepalen welke projecten in een jaar worden uitgevoerd. In de systematiek is bewust een mate van solidariteit ingebouwd: niet ieder project is voor elke deelnemer direct relevant, maar draagt wel bij aan meerwaarde op regionaal niveau. In 2026 stelde de provincie eenmalig extra middelen beschikbaar voor de dekking van de stijging in de bijdragen van de voormalig RUD-deelnemer voor deze gezamenlijke afspraak. In de Programmabegroting 2027 heeft hiervoor een correctie op het DVO uren van 2026 plaatsgevonden. Voor het inzicht van het effect in de bijdrage per deelnemer wordt verwezen naar Bijlage 2. De verantwoording over dit onderdeel vindt plaats via de reguliere rapportages.

Opleidingsbudget Voor het ontwikkelen en op peil houden van kennis en vaardigheden geldt dat het opleidingsbudget minimaal 3% van de loonkosten (incl. werkgeverslasten) bedraagt. Hiermee wordt geborgd dat medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen in lijn met veranderende wet- en regelgeving, digitalisering en complexe maatschappelijke opgaven. De bijdrage aan de ODNL-academie en de te volgen opleidingen worden betaald uit dit budget. Binnen dit budget is €50.000 beschikbaar voor het leiderschapsprogramma. Voor het opleidingsbudget is in de begroting €648.000 opgenomen (1,8% van de loonsom). De rest van dit budget is beschikbaar voor uren die structurele kennisborging in de organisatie borgen.

Innovatiebudget Voor organisatiebrede vernieuwing wordt jaarlijks minimaal 1% van de totale begroting gereserveerd voor innovatie. Dit budget bedraagt € 480.000 en is bedoeld voor procesoptimalisatie, digitale ontwikkeling en het experimenteren met nieuwe werkvormen en technologieën.

Business Intelligence-capaciteit Datagedreven werken vormt een structureel onderdeel van de taakuitvoering van de ODU. Hiervoor is minimaal 3 fte BI-capaciteit beschikbaar. Deze capaciteit wordt ingezet voor de ontwikkeling van dashboards, analyses, informatieproducten en het versterken van de informatiepositie richting deelnemers en ketenpartners.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 13 van 45

3 Programma’s

De Omgevingsdienst Utrecht (ODU) levert een directe bijdrage aan een gezonde, veilige, schone en duurzame leefomgeving in de provincie Utrecht. Dit doen wij door de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) en door advisering op het gebied van milieu. Daarnaast voeren wij voor een aantal deelnemers ook bouwtaken uit, waaronder vergunningverlening en toezicht & handhaving op de Wkb. Ook geven wij voor een aantal gemeenten invulling aan onze educatieve rol via programma’s op het gebied van natuur- en milieueducatie, onder meer met de natuur- en duurzaamheidscentra (NDC’s). Onze ambitie is om uit te groeien tot een robuuste, toekomstgerichte omgevingsdienst die werkt vanuit eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid. Wij stellen de opgaven en behoeften van onze opdrachtgevers centraal en streven ernaar om met de beschikbare middelen maximale impact te realiseren. In dit hoofdstuk lichten wij toe hoe de ODU via verschillende programma’s invulling geeft aan haar maatschappelijke opgave, en op welke wijze deze programma’s richtinggevend zijn voor onze inzet en middelen.

3.1.1 Indicatoren

In deze paragraaf presenteren we de indicatoren waarmee we onze voortgang en kwaliteit gaan volgen. De gekozen indicatoren geven onze deelnemers – gemeenten en provincie – inzicht in hoe de ODU haar taken uitvoert en waar we staan in het realiseren van onze gezamenlijke ambities. De focus ligt op betrouwbaarheid, effectiviteit en tevredenheid over onze dienstverlening. De belangrijkste onderdelen van onze taakuitvoering worden structureel gemonitord met behulp van Key Performance Indicators (KPI’s). Deze zijn in overleg met deelnemers vastgesteld en vormen het fundament voor een transparante en lerende organisatie. Hieronder zijn de KPI’s voor de ODU in 2027 opgenomen: Wat

Indicator

Kwaliteit Uitvoeren uitvoeringsprogramma van de opdrachtgevers.

Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit

Sturen op: Het realiseren van de DVO’s. Meten van: De gerealiseerde variabele bijdrage ligt binnen de range van 92% tot en met 108% van de contractwaarde (in euro’s) van de dienstverleningsovereenkomsten. Sturen op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meten van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 90% van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken worden geconstateerd.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 14 van 45

Wat

Indicator

Beoordeling mate van voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 van IPO/VNG.

Sturen op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meten van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 3.0 van IPO/VNG.

Beoordeling mate van voldoen aan de wettelijke termijnen.

Beoordeling door opdrachtgevers

Sturen op: Processen en procedures zijn zodanig ingericht dat wettelijke termijnen haalbaar en te bewaken zijn. Meten van: Tenminste 95% van de afgehandelde vergunningaanvragen en meldingen is binnen de wettelijke termijnen gerealiseerd. Sturen op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meten van: De opdrachtgevers geven de ODU een algemene tevredenheidsscore van gemiddeld een 7 of hoger.

Medewerkers Ziekteverzuim

Sturen op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meten van: Het ziektepercentage ligt niet hoger dan 5%. We streven naar een meldingsfrequentie 1.2.

Beoordeling door medewerkers

Sturen op: Aandacht voor werkplezier, betrokkenheid, ontwikkelmogelijkheden en leiderschap. Meten van: De gemiddelde score uit het (twee)jaarlijkse medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) is tenminste een 7.

Tabel 2: Indicatoren

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 15 van 45

3.1.2 Programma Vergunningverlening

Het programma Vergunningverlening richt zich op het zorgvuldig afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op specifieke locaties. Vergunningen vormen een essentieel instrument voor het beschermen van de leefomgeving. Door actief te sturen op actualisatie van vergunningen dragen we bij aan risicobeheersing én maken we ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De werkzaamheden binnen dit programma betreffen in hoofdzaak vergunningverlening op basis van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen, de gemeentelijke omgevingsplannen, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Bij het verlenen van vergunningen worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Binnen het afgegeven mandaat stelt de ODU-beschikkingen op of verstrekt adviezen. Daarbij wordt zorggedragen voor een tijdige afhandeling binnen de wettelijke termijnen, en worden meldingen getoetst op volledigheid en juistheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de deelnemers en in lijn met het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2027 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Programma Vergunningverlening

Baten €7.080.500

Lasten €7.080.500

Saldo -

Tabel 3: Programma Vergunningverlening

3.1.3 Programma Toezicht en handhaving

Het programma Toezicht en handhaving richt zich op het uitvoeren van adequaat en risicogericht toezicht in de hele regio Utrecht – zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied. De ODU houdt toezicht bij bedrijven, op de bodem, in de natuur en bij bouw- en asbestwerkzaamheden. Hiermee beogen we risico’s voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken en overtredingen waar nodig te herstellen. De handhaving in 2026 vindt plaats op basis van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de gemeentelijke omgevingsplannen, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Onze risicogerichte benadering zorgt voor maximale impact tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Waar nodig worden sancties voorbereid of opgelegd. Via de milieuklachtentelefoon is de ODU 24 uur per dag bereikbaar voor het afhandelen van klachten en calamiteiten. De uitvoering van het werk gebeurt volgens de kwaliteitseisen van de deelnemende partijen en de afspraken zoals vastgelegd in het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2027 is het budget voor het programma Toezicht en handhaving als volgt: Programma Toezicht en handhaving

Baten €16.867.100

Lasten €16.867.100

Saldo -

Tabel 4: Programma Toezicht en handhaving

3.1.4 Programma Advies en expertise

Met het programma Advies en Expertise ondersteunt de ODU haar deelnemers met specialistische kennis op diverse inhoudelijke terreinen. Afhankelijk van de gemaakte afspraken adviseren wij over vraagstukken op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid, informatie gestuurde handhaving en ruimtelijke ontwikkelingen.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 16 van 45

Ook leveren wij expertise bij de inpassing van milieuzaken in gemeentelijke omgevingsplannen en bij nieuwe beleidsontwikkelingen. Daarmee draagt dit programma bij aan een kwalitatief hoogwaardige voorbereiding en uitvoering van beleid en regelgeving, in het belang van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De adviezen worden afgestemd op de lokale context, uitgevoerd op verzoek van de deelnemers, en waar nodig ingebed in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2027 is het budget voor het programma Advies en expertise als volgt: Programma Advies en expertise

Baten €6.544.700

Lasten €6.544.700

Saldo -

Tabel 5: Programma Advies en expertise

3.1.5 Programma Bedrijfsvoering

Binnen de ODU zijn de ondersteunende functies accountmanagement, communicatie, financiën, HRM, informatievoorziening & ICT, inkoop & contractmanagement en managementondersteuning, ondergebracht binnen het domein Bedrijfsvoering. Deze onderdelen ondersteunen het primaire proces en zijn van strategisch belang voor de continuïteit, kwaliteit en verdere groei van de organisatie. Het programma Bedrijfsvoering richt zich op een betrouwbare, wendbare en toekomstbestendige organisatie, waarin processen efficiënt zijn ingericht en medewerkers optimaal worden gefaciliteerd. In 2026 is het fundament gelegd voor één Omgevingsdienst Utrecht. Er wordt gewerkt in één gezamenlijk VTHzaaksysteem, werkwijzen zijn geharmoniseerd en er is geïnvesteerd in het bouwen aan één organisatiecultuur. Daarmee is de basis gelegd voor een betrouwbare en herkenbare dienstverlening in de gehele provincie. In 2027 verschuift de focus van opbouw naar bestendigen en gericht doorontwikkelen. Het gaat daarbij niet om nieuwe grote veranderingen, maar om het verder professionaliseren en borgen van wat in 2026 is opgebouwd. Stabiliteit, voorspelbaarheid en kwaliteit staan daarbij centraal. De bedrijfsvoering ondersteunt de primaire teams bij het realiseren van hun maatschappelijke opdracht. Wij zorgen voor stabiele processen, betrouwbare informatievoorziening en een solide financiële en personele basis.

Daarmee stellen wij vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering in staat hun werkzaamheden tijdig, zorgvuldig en transparant uit te voeren. Bedrijfsvoering werkt daarbij als gelijkwaardige partner samen met de inhoudelijke teams: faciliterend waar dat nodig is, kaderstellend waar dat moet, en steeds gericht op een risicobewuste en doelmatige uitvoering van onze taken.

Accountmanagement Het jaar 2026 stond in het teken van opstarten, het aanbrengen van structuur en het opbouwen van vertrouwen met onze deelnemers. In 2027 verschuift het accent naar het versterken van het strategisch opdrachtgeverschap en de voorspelbaarheid in prestaties en afspraken. Accountmanagement vervult daarbij een verbindende rol tussen de opdrachtgevers en de interne organisatie. Als strategische gesprekspartner signaleert het ontwikkelingen bij gemeenten en provincie, vertaalt bestuurlijke prioriteiten naar concrete opdrachten en zorgt ervoor dat deze tijdig en helder worden belegd binnen de organisatie. Tegelijkertijd koppelt accountmanagement terug over voortgang, prestaties en eventuele knelpunten. Dit doen wij via een vaste overlegcyclus, eenduidige dienstverleningsafspraken (DVO, PDC en kengetallen) en transparante rapportages. Daarmee dragen wij bij aan duidelijke verwachtingen en wederzijdse aanspreekbaarheid. Daarnaast borgt accountmanagement de uitvoering van de regionale systematiek, waaronder de vaste bijdrage voor piket en ketenafstemming en de inzet van 4% regionale uren. Regionale opdrachten worden vertaald naar een heldere scope, planning en verantwoording binnen de reguliere P&C-cyclus, zodat samenhang en financiële voorspelbaarheid gewaarborgd blijven. (Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 17 van 45

Communicatie Communicatie ondersteunt de organisatie bij het realiseren van haar maatschappelijke opdracht. In 2026 lag de nadruk op het verbinden van medewerkers en het zichtbaar maken van de nieuwe organisatie. In 2027 verschuift de focus naar het verder professionaliseren en strategisch inzetten van communicatie ten dienste van het primaire proces. Intern draagt communicatie bij aan duidelijke kaders, gedeelde werkwijzen en veranderadoptie. Door gerichte ondersteuning bij digitale ontwikkelingen, datagedreven werken en organisatiebrede veranderingen wordt de uitvoeringskracht van de teams versterkt. Heldere interne communicatie bevordert samenhang, eigenaarschap en een herkenbare ODU-cultuur. Extern richt communicatie zich op transparantie, voorspelbaarheid en positionering. Wij zorgen voor duidelijke en tijdige informatie richting deelnemers, bedrijven en inwoners, passend bij onze rol als onafhankelijke toezichthouder én samenwerkingspartner. Daarmee versterken wij het vertrouwen in onze organisatie en maken wij zichtbaar welke bijdrage de ODU levert aan een veilige en gezonde leefomgeving. Daarnaast blijft arbeidsmarktcommunicatie een belangrijk aandachtspunt. In een krappe arbeidsmarkt is het essentieel dat de ODU zich profileert als aantrekkelijke en professionele werkgever, met oog voor vakmanschap, maatschappelijke relevantie en ontwikkelmogelijkheden.

Financiën In 2026 is de financiële functie van de Omgevingsdienst Utrecht als nieuwe gemeenschappelijke regeling ingericht en in control gebracht. De P&C-cyclus is ingericht en operationeel gemaakt, inclusief begroting, bestuursrapportages en jaarstukken zoals ook is vastgelegd in de financiële verordening. Daarmee is een stabiele en betrouwbare basis gelegd voor financiële beheersing, sturing en verantwoording. In 2027 ligt de nadruk op verdere bestendiging en doorontwikkeling van deze basis. De samenhang tussen financiële en operationele informatie wordt verder versterkt, zodat management en bestuur beschikken over consistente en bruikbare stuurinformatie. De PDC en kengetallen worden geactualiseerd om aan te blijven sluiten bij de ontwikkeling van de organisatie en de afspraken met deelnemers. De gemengde financieringssystematiek wordt geborgd met een uniform en kostendekkend uurtarief en transparante onderbouwing van kostprijzen. Zorgvuldige tijdregistratie blijft daarbij een belangrijke randvoorwaarde. De ontwikkeling van dashboards en BI-rapportages wordt voortgezet, met aandacht voor datakwaliteit. Met deze stappen wordt de financiële voorspelbaarheid en transparantie verder verankerd, passend bij een organisatie die zich ontwikkelt van samenvoeging naar een stabiel en professioneel fundament.

HRM en organisatiecultuur Onze medewerkers vormen het fundament van de ODU. In 2026 lag de nadruk op teamvorming, harmonisatie en het leggen van de basis voor één gezamenlijke organisatiecultuur. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het verbinden van mensen, werkwijzen en achtergronden binnen de nieuwe organisatie. Cultuurontwikkeling is echter geen eenmalige opgave, maar een continu proces. In 2027 bouwen wij hier gericht op voort. Het cultuurprogramma wordt voortgezet, met blijvende aandacht voor vertrouwen, eigenaarschap, professionele ruimte en onderlinge aanspreekbaarheid. De ODU werkt vanuit de visie op talentontwikkeling van Luk Dewulf. Wij benaderen medewerkers vanuit hun talenten en kwaliteiten en stimuleren hen deze bewust in te zetten en verder te ontwikkelen. Talentgericht werken draagt bij aan duurzame inzetbaarheid, betrokkenheid en professionele groei. In 2027 verschuift het accent daarnaast nadrukkelijk naar leiderschap en vakmanschap. Het leiderschapsprogramma wordt verder uitgerold om richtinggevend en verbindend leiderschap te versterken. Het opleidingsbudget blijft structureel minimaal 3%, inclusief gerichte investeringen in leiderschapsontwikkeling en in juridische, technische en data- en AI-vaardigheden. Hiermee borgen wij dat de organisatie beschikt over de deskundigheid die nodig is voor een professionele en toekomstbestendige taakuitvoering.

(Ontwerp) Programmabegroting 2027 inclusief Kadernota 2027

Pagina 18 van 45

HRM ondersteunt management en teams bij organisatieontwikkeling, personele vraagstukken en strategische personeelsplanning. Daarmee draagt de afdeling bij aan een stabiele bezetting, gezonde werkdruk en een organisatie die zich gecontroleerd door ontwikkelt van samenvoeging naar een stevig fundament.

ICT & informatievoorziening Per 1 januari 2026 is de ODU gestart met één gezamenlijk VTH-zaaksysteem. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de harmonisatie van werkprocessen, registraties en digitale ondersteuning. In 2026 lag de nadruk op implementatie, begeleiding van gebruikers en het borgen van een stabiele werking. In 2027 verschuift de focus naar bestendiging en verdere professionalisering van de informatievoorziening. Stabiliteit, datakwaliteit en ketensamenhang staan daarbij centraal. Wij werken aan één samenhangende informatieketen, met uniforme registraties, eenduidige definities en betrouwbare koppelingen tussen systemen. Dit is een randvoorwaarde voor zorgvuldige besluitvorming, juridische kwaliteit en transparante verantwoording richting deelnemers en samenleving. Het applicatielandschap wordt waar nodig gemoderniseerd en beheerprocessen worden verder geprofessionaliseerd. Informatiebeveiliging en privacy blijven structureel geborgd conform de BIO en AVG. Digitale ontwikkelingen, waaronder AI-toepassingen, worden beheerst en verantwoord ingezet, met aandacht voor DPIA’s waar nodig, transparantie (algoritmeregister) en het principe van ‘mens-in-de-loop’. Data Intelligence vormt een belangrijk onderdeel van de doorontwikkeling.

De ODU werkt toe naar een samenhangend data-ecosysteem waarin financiële, operationele en inhoudelijke gegevens geïntegreerd beschikbaar zijn voor sturing op output en maatschappelijke effecten (outcome). Business Intelligence en Location Intelligence (kaartgericht werken) worden gericht ingezet voor risicogericht toezicht, informatiegestuurde vergunningverlening en transparante rapportages. Binnen de organisatie is hiervoor structureel capaciteit beschikbaar (minimaal 3 fte), ondergebracht in nauwe samenhang tussen Analyse & Ontwikkeling en Informatievoorziening. De ambitie is een datagedreven organisatie die keuzes onderbouwt met actuele en betrouwbare informatie. Daarbij geldt dat ontwikkeling en innovatie geen doel op zich zijn, maar bijdragen aan betere taakuitvoering, hogere efficiëntie en versterking van onze positie als kennispartner in de provincie Utrecht. Innovaties worden stapsgewijs en gecontroleerd ingevoerd, met ruimte voor pilots en leren door te doen. Door deze aanpak ontwikkelt de ODU zich gecontroleerd verder van samenvoeging naar een stabiel, modern en toekomstbestendig informatie- en ICT-fundament.

Inkoop & contractmanagement In 2026 is binnen de ODU het inkoop- en contractmanagement ingericht en uitgevoerd conform geldende kaders voor rechtmatigheid en doelmatigheid. Daarbij is ingezet op het borgen van processen, rolvastheid en organisatiebrede bewustwording, zodat inkopen transparant en beheerst plaatsvinden. In 2027 verschuift het accent naar verdere bestendiging en naar het tijdig voorbereiden en uitvoeren van (Europese) aanbestedingen, omdat een aantal grotere contracten afloopt. Dit vraagt om strakke planning, heldere besluitvorming en goede afstemming met de primaire teams en bedrijfsvoering, zodat continuïteit in de dienstverlening geborgd blijft. Daarnaast wordt contractbeheer verder versterkt, onder andere door structurele spend-analyses en het beter benutten van managementinformatie over verplichtingen, looptijden en risico’s. Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) krijgt hierbij concreet gewicht in aanbestedingen, met aandacht voor onder meer circulariteit, social return en CO₂-reductie, binnen de kaders van doelmatigheid en uitvoerbaarheid. Tot slot wordt leveranciersmanagement verder ontwikkeld, gericht op kwaliteit, leveringszekerheid en waar passend innovatie, zodat de ODU grip houdt op prestaties en afspraken en de organisatie betrouwbaar kan blijven leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16851308/1