CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Bevindingen Toekomstvisie 2040.pdf

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1225776 Toekomstvisie 204026.976 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

• •

>

…zeker gezien de demografische ontwikkelingen en de druk op zelfredzaamheid bij aanhoudende woontekorten •

Leeftijd en eigendom hebben samen met financiële situatie de grootste invloed op het vrijkomen van een woning. Liefst 75% van de Bunschotense huizen is een koophuis, tegenover 57% in Nederland. Bewoners van koophuizen verhuizen gemiddeld 10% minder vaak dan bewoners van een huurhuis. Daarnaast blijven zorgbehoevenden op hogere leeftijd vaak langer in hun thuisomgeving wonen. De combinatie van een ouder wordende bevolking, meer en een hoog percentage koophuizen betekent dat op termijn de doorstroom van koophuizen, vaak eengezinswoningen, verder onder druk staat. Tegelijk neemt de behoefte aan eenpersoons- en seniorenwoningen toe. Minder perspectief op een woning beïnvloedt de zelfredzaamheid van inwoners in de toekomst.

•

Regionale ontwikkeling (zie 3.2): invoering van een objectief verdeelmodel per 1 januari 2024. Om mensen die beschermd wonen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te begeleiden en ondersteunen, krijgen gemeentes middelen om eigen inwoners die nieuw instromen te ondersteunen. Voorheen werd dit door centrumgemeenten in de regio geregeld. Voor de verdeling van deze middelen is een nieuw, objectief verdeelmodel opgesteld. Dit model stelt budgetten vast via een aantal feitelijke kenmerken van gemeenten, zoals het aantal EPA-patiënten en de centrumfunctie van een gemeente, en voorspelt hoeveel inwoners uit die gemeente beschermd wonen nodig hebben. Regio’s met toenemende vraag zullen (oa ambulante wmo-) voorzieningen moeten opbouwen. Voor de gemeente betekent dit een extra verantwoordelijkheid in het takenpakket.

De lokale behoeftestelling wonen neemt per 2040 met 25% toe. Vooral de lokale behoefte aan één en tweepersoonshuishoudens stijgt rap (+103%). Daarnaast wil Bunschoten woningen verduurzamen. Zie ook 3.1 - via de Woondeal Regio Amersfoort wil Bunschoten het bouwtempo per 2030 verhogen met 20% naar 155 woningen per jaar. Betaalbaarheid van huisvesting zal de komende jaren een uitdaging blijven. Waar mogelijk draagt de gemeente bij aan een betaalbare woningvoorraad, door een voldoende aandeel goedkope en middeldure woningen te realiseren. In nader beleid werkt ze deze ambitie per periode van 4 jaar concreet uit.

Beelden •

•

•

Bestuurlijk en ambtelijk heerst het beeld dat ‘bouwen voor de eigen (grijze) behoefte’ dan wel de grootste opgave voor Bunschoten vormt op dit moment, maar ook realistisch te realiseren is. Dankzij uit- en inbreiding in het afgelopen decennium heeft de gemeente proactief voorgesorteerd op het ruimtegebrek dat in de regio domineert. De noodzaak voor meer woningen wordt bevestigd in de inwonersenquete. Driekwart van de respondenten geeft aan dat dit thema veel aandacht behoeft. Specifiek de zorg en huisvesting voor ouderen wordt vaak genoemd door respondenten.

.

Prognose ontwikkeling woon-behoefte huishoudens tot 2040

32

2.4 MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN VOOR DE IDENTITEIT VAN BUNSCHOTEN

Economische opgaven Bunschoten heeft een visie gehad op economische en toeristische ontwikkeling tussen 2021-2024, vertaald naar de Omgevingsvisie…

>

… dus zoekt de gemeente een nieuwe visie die richting geeft aan demografische uitdagingen

Feiten •

• • •

•

Er zijn vier bedrijventerreinen in Bunschoten met in totaal 1823 ondernemingen. In november 2024 werd besloten om een van de bedrijventerreinen, De Kronkels, uit te breiden met 8,5 hectare. Het bestemmingsplan werd in 2022 vastgesteld en voor de eerste fase is ca. 7,5 hectare uitgeefbaar. In 2019 werkte 50,9% van de inwoners van Bunschoten nog binnen de eigen gemeente, het hoogste percentage in de provincie. Amersfoort en Amsterdam zijn de meest voorkomende externe werkbestemmingen. Bunschoters hebben een gemiddeld een ~20% hoger gemiddeld vermogen dan de rest van Nederland, terwijl het gemiddelde persoonlijke inkomen niet verschilt van het gemiddelde. Drie uitgangspunten uit de de economische en toeristische visie die zijn overgenomen in de Omgevingsvisie: • Bunschoten als aantrekkelijke gemeente voor bedrijven en medewerkers. Kwaliteit en beschikbaarheid van ruimte ondersteunt de groei van de economie en werkgelegenheid. Bunschoten koestert het bestaande bedrijfsleven en zet in op clustervorming • Bunschoten als ondernemersgerichte gemeente. Bunschoten biedt ruimte aan ondernemers door goede dienstverlening te bieden, de regeldruk beperkt te houden en aandacht voor ondernemerschap zichtbaar te maken in de samenleving, onderwijs en loondienst. • Bunschoten als bereikbare en gastvrije gemeente. Bunschoten blijft een leefbare én levendige gemeente.

Inzet op de kwaliteitstoerist die geen overlast veroorzaakt en het professionaliseren van de toeristische sector. De arbeidsmarkt in de regio is zeer gespannen - zie ook hoofdstuk 4.

Beelden • •

•

Binnen en buiten de gemeente Bunschoten overheerst het beeld dat Bunschoten voldoende ruimte heeft voor een divers scala aan economische sectoren. Verschillende regiopartners zien kansen op ‘citymarketing’ voor toerisme en recreatie voor Bunschoten, en zien complementariteit tussen de dagrecreatie die de gemeente biedt ten opzichte van de verblijfsrecreatie op de nabijgelegen Veluwe en de stedelijke recreatieve voorzieningen van Amersfoort. Naar aanleiding van de vorige Economische en Toerisische visie van Bunschoten heeft de ondernemerskring aangegeven een concreter toekomstperspectief te wensen voor de economische ontwikkeling van de gemeenten, en als bedrijfsleven graag input te leveren op ruimtelijke ontwikkelingsvraagstukken. Meer aandacht voor economische verduurzaming en innovatiehubs werd ook gevraagd.

•

Een vergrijzende bevolking beïnvloedt de werkgelegenheid op negatieve wijze. Daarbij stoppen werknemers met praktische beroepen in de regel eerder met werken dan werknemers met theoretische beroepen (kantoorbanen). Daarom verwachten we dat de beroepsbevolking nog sneller slinkt in Bunschoten. Dit leidt tot toenemende arbeidskrapte.

Banen openstellen voor inwoners uit andere gemeenten is in het verleden een uitdaging gebleken. Uit de economische en toeristische visie Bunschoten 2021-2024 blijkt dat bedrijven in de gemeente soms moeite hebben met het werven van personeel door het imago als ‘gesloten gemeenschap’. Bedrijventerreinen Bunschoten •

33

Wat vinden inwoners? Straatactie - inwoners

Straatactie - inwoners

De woonopgave wordt meer (h)erkend door inwoners dan de sociale en economische opgaven (die voortkomen uit de vergrijzingstrend).

De straatactie wijst uit dat de gemeente voor de uitdaging staat om een balans te vinden tussen traditie en modernisering, terwijl de sociale cohesie behouden blijft.

Ruimte voor ontmoetingsplekken moet vóór ruimte voor bedrijvigheid gaan. Zorgen voor genoeg en goede woningen… Goede zorg en huisvesting voor ouderen. Openbaar vervoer en bereikbaarheid… De gemeente veiliger maken. Hulp en ondersteuning bieden aan… Jeugdzorg regelen en gezinnen ondersteunen. Zorgen voor een goede bibliotheek en goede… Zorgen dat kinderen naar school gaan. De gemeente duurzamer maken en… Anders. Opvang en hulp bieden aan vluchtelingen. Voorschoolse (kinder)opvang regelen. Geen mening.

0

75 60 32 31

24

Het dorpse karakter met een sterk "ons-kent-ons"-gevoel wordt gewaardeerd, maar er is ook zorg over de verharding van de samenleving. Ook de aandacht voor ouderen en eenzaamheid vraagt om actie.

15 15 14 12 9 8 6 1 20

Veel inwoners hechten aan de sterke culturele identiteit, maar hebben andere visies over hoe traditie moet ‘mee-ontwikkelen’. Er is bijvoorbeeld verdeeldheid over de zondagopenstelling van winkels en horeca, waarbij sommige - vooral jongere inwoners - gezelligheid willen en anderen de zondagsrust willen behouden.

40

60

80

100

De vraag naar betaalbare woningen voor jongeren en senioren groeit, maar zonder dat dit ten koste gaat van het dorpse karakter. Dit vraagt om slimme woningbouwstrategieën, met bijvoorbeeld hofjes en passende hoogbouw. Veel inwoners vragen om meer BOA’s, strengere handhaving op drugsgebruik en criminaliteit, en verkeersveiligheid. Men vindt het belangrijk dat het dorp veilig en leefbaar blijft.

34

Wat vinden inwoners? Focusgroep

Zowel het inzetten op rust als het inzetten op bruis biedt kansen en mogelijkheden voor de gemeente. Partners vinden het belangrijk om wat goed is te behouden: dat zijn bijvoorbeeld de lokale initiatieven, die moeten behouden worden en gestimuleerd. Bovendien hoeven rust en bruis niet elkaars tegenstrijdigheden te zijn: met nieuwe ontwikkelingen in een bruisende gemeente kan ook weer aangesloten worden bij de bestaande waarden en bestaande identiteit. Partners geven wel aan dat de gemeente geen toeristische plek moet worden, en het goed is om de zondagsrust te behouden. Door als gemeente open te staan voor nieuwe ontwikkelingen en samenwerking met partners, ook van buiten, ontstaat er bruis in de gemeente. Partners geven aan dat het goed is om de nieuwe ontwikkelingen bestuurlijk te coördineren. Daarbij benoemen ze voorbeelden als het hebben van eigen taxibusjes bij de gemeente, bijdragen aan voedselzekerheid en het stimuleren van ‘boerenhofjes’ waar meerdere generaties samenwonen. De gemeente kan inzetten op ‘voorzorgcirkels’. Rust en bruis kan wat betreft partners goed gecombineerd worden: wijs woningen primair toe aan eigen inwoners, maar zorg ook voor meer variëteit in voorzieningenaanbod, zoals sport, zodat het ook voor nieuwe inwoners aantrekkelijk wordt.

Sta als gemeente open voor nieuwe mensen en initiatieven: verwelkom ze en vertel nieuwe inwoners wat de gemeente allemaal te bieden heeft. Heb daarbij ook aandacht voor specifieke groepen als arbeidsmigranten. Partners vinden dat de gemeente ruimhartig moet inventariseren welke behoeften er precies zijn. Daarbij moet de gemeente in nieuwe initiatieven aansluiten bij de cultuurhistorie van de stad: blijf dat een prominente plek geven in educatie, musea en activiteiten. Ook als het geld kost.

35

2.4 MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN VOOR DE IDENTITEIT VAN BUNSCHOTEN

Onze analyse: de identiteit van Bunschoten komt voor een deel onder druk te staan door de effecten van demografische ontwikkelingen Vanuit de analyse van autonome ontwikkelingen vinden we het voor drie thema’s aannemelijk dat ze de Bunschotense identiteit naar de toekomst toe zullen beïnvloeden.

Toenemende zorgbehoefte

Economische impact

Een hogere zorgbehoefte door vergrijzing zet de identiteitspijler ‘zelfredzaamheid’ onder druk, hoewel zelfstandig leven en wonen langer mogelijk blijft met leeftijdsbestendige voorzieningen en (mantel)zorg vanuit de buurt.

Bunschoten profileert zich op bedrijvigheid, met onder andere een serie bedrijventerreinen en een visie op economische en toeristische ontwikkeling. Vergrijzing en de homogeniteit van de industrie in Bunschoten maakt de gemeente kwetsbaar voor toenemende arbeidskrapte. Uit documenten blijkt bovendien dat Bunschotense bedrijven het in het verleden moeilijk vonden om genoeg werknemers te werven door het stereotype van het gesloten karakter. De ‘doenersmentaliteit’ zoals omschreven vanuit het kader van ondernemerschap en bedrijvigheid staat hierdoor onder druk.

Woonbehoefte De woonbehoefte voor Bunschoters verandert. Door toenemende totale vraag, de specifiek grotere behoefte aan woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens en gebrek aan doorstroom in bestaande gezinswoningen is ook in Bunschoten een woningtekort ontstaan. Inwoners herkennen dat beeld en vragen aandacht voor de betaalbaarheid van woningen voor jong én oud, maar willen niet dat het vervullen van die woonbehoefte ten koste gaat van het dorpse karakter van hun woonomgeving. 36

3. Bestuurlijke toekomst

Bestuurlijke toekomst Bestuurlijke toekomst is de manier waarop de gemeente Bunschoten voldoende bestuurskracht kan (blijven) ontwikkelen om de gewenste publieke waarde te

realiseren. Om dat te bepalen zijn antwoorden nodig op de vragen wat de ontwikkelingen zijn die die bestuurskracht onder druk kunnen zetten en hoe daarmee om te gaan. Wat is de opvatting van de gemeente Bunschoten zelf op die bestuurlijke toekomst? Sturen op bestuurskracht kan op verschillende – elkaar niet uitsluitende – manier: in de organisatie en het aanboren van mogelijkheden op de verschillende schalen: binnengemeentelijk, gemeentelijk en regionaal. Bovendien

gaat bestuurskracht ook om financiële gezondheid van de gemeente. Kernachtig samengevat: financiën, organisatie en schaal om te kunnen omgaan met de te verwachten lokale, regionale en nationale trends en ontwikkelingen, met als uitgangspunt bestuurlijke zelfstandigheid. We gebruiken het ‘publieke waarde-model’ van Harvard-hoogleraar Mark Moore om de ontwikkeling van bestuurs- en uitvoeringskracht van de gemeente Bunschoten te duiden. Dat model veronderstelt dat bestuurskracht voortkomt uit balans tussen de drie elementen publieke waarde (opgaven en ambities), organisatie en draagvlak. Paragrafen 1. Landelijke en regionale opgaven waartoe de gemeente Bunschoten zich tot

2040 zal moeten verhouden 2. Financiële kengetallen: hoe zien de prognoses eruit tot 2040? 3. Wat is de ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie? 4. Wat is de schaalkracht van de gemeente Bunschoten? 38

3.1 Landelijke en regionale opgaven waar de gemeente Bunschoten zich toe zal moeten verhouden

3. Bestuurlijke toekomst

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAAR DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOE ZAL MOETEN VERHOUDEN

Landelijke opgaven: een uitdijend takenpakket in combinatie met flinke bezuinigingen Om een compleet beeld te geven van de dominante landelijke opgaven waar de gemeente Bunschoten in de periode tot 2040 haar bestuurskracht op af zal moeten stemmen maken we onderscheid tussen systeemontwikkelingen (die gaan over het takenpakket van gemeenten ten opzichte van medeoverheden), ruimtelijke opgaven en de democratische ontwikkeling van gemeenten. Opgaven van invloed op dienstverlening van de gemeente Bunschoten (inzake de informatiesamenleving en de uitvoeringspraktijk) duiden we apart in hoofdstuk 4. We geven – na toelichting - bij elke categorie steeds kort aan in hoeverre de landelijke opgave lokaal doorwerkt in de gemeente Bunschoten, en welke lokale ambities van de gemeente Bunschoten heeft gesteld om deze opgaven aan te gaan. Systeemontwikkelingen •

Drastische afname van inkomsten voor gemeenten. Meest pregnante opgave anno 2025 vormt de totale krimp van het Gemeentefonds vanaf 2026 die vooruitloopt op een nieuwe verdeelsystematiek. De financieringssystematiek op inflatiecorrectie (gebaseerd op verkeerde prognoses) maken ook dat er de afgelopen jaren structureel te weinig is uitgekeerd. Daarbovenop komen te lage uitkeringen voor (met name) Jeugdzorgtaken, zodat de totaalinkomsten van gemeenten afnemen. Hiernaast zijn deze drie oorzaken voor teruglopende gemeente-inkomsten becijferd.

•

Gemeentelijke zorgtaken in het sociaal domein. Hoewel de transitie, de overdracht van taken in de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Opvang (WMO), de Participatiewet en de Jeugdwet, allang is afgerond, blijft de transformatie of verbetering die hiermee zou moeten worden gerealiseerd aandacht vragen. Niet alleen kampen veel gemeenten met financiële tekorten als gevolg van de uitvoering van deze taken, ook wordt er steeds meer een beroep gedaan op de drie voorzieningen, o.a. door trends als vergrijzing en bestaansonzekerheid onder grotere groepen Nederlanders (bijv. door toegenomen inflatie).

•

Voor de Jeugdzorg constateerde de onafhankelijke adviescommissie-Van Ark in haar advies dat de Hervormingsagenda Jeugd (2023) tekortschiet in het financieel gezond maken van de jeugdzorg. Gevolgen bijvoorbeeld toenemende wachtlijsten omdat het aanbod niet bekostigd kan worden en investeringen in selectievere toegang tot Jeugdzorgvoorzieningen kunnen niet worden gemaakt.

•

Gemeenten hebben een grotere rol in gezondheid en veiligheidsopgaven dan voor de coronacrisis. De toename van taken van de GGD- en Veiligheidsregio’s maakt dat meer rampenbestrijding wordt afgewenteld op individuele gemeenten. Het toegenomen takenpakket van deze verplichte regionale samenwerking op veiligheid en volksgezondheid beïnvloedt ook de ervaren bestuurlijke drukte.

•

De opvang en huisvesting van vluchtelingen, asielzoekers en statushouders heeft voor diverse gemeenten flinke impact gehad op de gemeentelijke organisatie. De urgentie van het opvangvraagstuk zorgt er in bepaalde perioden voor dat ambtenaren in sommige gemeenten de ‘reguliere werklast’ terzijde moeten schuiven om opvang te regelen.

Bronnen: VNG. 2024. Gemeenten: Ontwikkelingen en opgaven 2020-2024 (Verenigingsdialoog). VNG. 2024. Impact Rijksbegroting voor gemeenten (analyse), Rapport: Taken en Middelen in Balans)

40

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAAR DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOE ZAL MOETEN VERHOUDEN

Landelijke opgaven: een uitdijend takenpakket in combinatie met flinke bezuinigingen Ruimtelijke opgaven

Democratische ontwikkelingen

Nederland staat aan de vooravond van wat de VNG een ‘grote verbouwing’ noemt. Tot 2040 zullen

Met democratische ontwikkelingen doelen we op veranderingen en trends die van invloed

er flinke fysieke ingrepen nodig zijn, vanwege:

zijn op de inrichting van de lokale democratie en de manier waarop gemeenten zich

•

De wooncrisis. De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt dat er tot 2030 al 900.000 woningen

verhouden tot hun inwoners.

bij moeten komen om in de behoefte te voorzien. Ter vergelijking: tussen 1945 en 1965 werden ongeveer 1,4 mln woningen gebouwd. • •

•

Enkele belangrijke democratische ontwikkelingen waar gemeenten zich toe moeten

Straten, openbare ruimte, voortuinen en bestaande woningen moeten open voor

verhouden zijn:

duurzame isolatie, warmte- en energievoorzieningen.

•

Veranderende burgerparticipatie: De Wet op de gemeentelijke democratie (Wgd)

Vervangingsgolf van gemeentelijke bruggen en wegen. Een groot deel nadert

en de Wet Versterking Participatie op decentraal niveau (2024) verplicht gemeenten

tegelijkertijd het einde van de levensduur. Voor gemeenten stijgen de kosten volgens het

om (spel)regels vast te stellen voor de participatie van inwoners bij het voorbereiden

prognoserapport van € 0,5 miljard nu naar € 1,6 miljard over 10 jaar (TNO)

van gemeentelijke besluiten die directe gevolgen hebben voor hun leefomgeving. Dit

Aanpak klimaat- en energietransitie. Volgens het Klimaatakkoord van Parijs moet

geldt vooral voor besluiten over ruimtelijke ordening en het gemeentelijk beleid dat

Nederland in 2050 klimaat- en energieneutraal zijn om de negatieve effecten van

invloed heeft op de samenleving – en dus zeker voor de Omgevingsvisie. De

klimaatverandering tegen te gaan. Specifieker zullen energiesystemen op deze doelstelling

participatieverordening is bedoeld om te zorgen voor een gestructureerde en

moeten worden aangepast. Dat vraagt o.a.

transparante manier waarop gemeenten hun inwoners betrekken bij beleids- en

•

Nieuwe investeringen in openbare ruimte voor hitte- en wateroverlast, waaronder in de

besluitvorming.

126.000 kilometer riolering die worden beheerd door gemeenten. •

•

Nieuwe instrumenten waarmee in het land wordt geëxperimenteerd zijn de

Een transitie van de landbouw en het landelijk gebied, o.a. om biodiversiteit te vergroten,

kernendemocratie, gebieds- en adviescommissies, burgerberaden en het ‘right to

de bodemgezondheid te verbeteren

challenge’ (een recht dat burgers, maatschappelijke organisaties en andere lokale actoren in staat stelt om zelf een gemeentelijke taak of dienst over te nemen als

De invoering van de Omgevingswet vraagt van gemeenten dat zij hun beleids- en uitvoeringsprocessen integreren, zodat ruimtelijke ordening, milieu, natuur en infrastructuur

zij) denken dat zij deze beter of efficiënter kunnen uitvoeren dan de gemeente. •

Verminderde populariteit en complexiteit van raadswerk: Omdat opgaven vaker

samenhangend en efficiënt worden geregeld. Met de Nota Ruimte en de NOVEX-aanpak pakt het

een integraal, domeinoverstijgend karakter hebben worden raadsafwegingen

Rijk bovendien regie op de ‘grote verbouwing’ terug na jaren van afwezigheid.

complexer. Dat meer taken in regionaal verband worden vormgegeven doet de

Door het niet-halen van Europese en landelijke doelstellingen voor de reductie van stikstof en

complexiteit verder toenemen. Tegelijkertijd kampen lokale politieke partijen (al dan

in de Kaderrichtlijn Water staat vergunningsverlening voor de ‘grote verbouwing’ onder druk.

niet met landelijke afdelingen) met een afnemend ledenbestand. Bronnen: VNG. 2024. Gemeenten: Ontwikkelingen en opgaven 2020-2024 (Verenigingsdialoog), Platform Lokale Democratie (VNG)

41

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAAR DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOE ZAL MOETEN VERHOUDEN

Systeemopgaven in Bunschoten Feiten: Systeemopgaven •

De gemeente Bunschoten maakt geen melding van korting op de bijdrage uit het Gemeentefonds in de programmabegroting of verklaringen daarvoor. Zie ook 3.2.

•

Gemeentelijke zorgtaken sociaal domein. Inwoners van Bunschoten maken ongeveer evenveel gebruik van WMO-voorzieningen dan in vergelijkbare gemeenten, iets meer dan

•

In het kader van de Spreidingswet heeft de gemeente Bunschoten de indicatieve taakstelling om 141 opvangplekken te realiseren voor vluchtelingen (bijgesteld naar 137 in het laatste verdeelbesluit). Er loopt onderzoek naar geschikte opvanglocaties. De gemeente zet in op huisvesting van Oekraïners in een school en op het schoolplein.

bovengemiddeld gebruik van voorzieningen in de Jeugdzorg en ondergemiddeld van de voorzieningen binnen de Participatiewet. Het aantal gestapelde voorzieningen vormt geen opgave voor de gemeente Bunschoten. Net zoals in soortgelijke gemeenten groeit het gebruik van de WMO het hardst in de gemeente Bunschoten, maar niet méér dan gemiddeld. •

De gemeente zet in haar Integraal Beleidskader Sociaal Domein in op o.a.: •

Inzet op preventie en zelfredzaamheid en het stimuleren van zorgverlening door de (eigen) gemeenschappen waarin hulpbehoevende inwoners zich begeven. Daaronder valt ook het ‘normaliseren van hulpvragen’ die geen professioneel antwoord krijgen maar in eigen kring kunnen worden opgelost.

•

Het zoveel mogelijk lokaal organiseren van de hulp en ondersteuning (bijv. in lokale organisaties als De Haven en welzijnsorganisatie De Boei), zodat flexibel ‘maatwerk met beperkingen’ kan worden aangeboden – in tegenstelling tot aanbod vanuit grotere zorgpakketten.

•

Jeugdzorg koopt Bunschoten in bij de regio Amersfoort (zie ook 3.4), bij één jeugdzorgaanbieder (MetMaya). De Rekenkamer Vallei en Veluwe onderzoekt de doelmatigheid en efficiency van het Bunschotense Jeugdzorgbeleid in 2025.

•

Bunschoten wordt geconfronteerd met de uitwassen van drugs- en alcoholmisbruik (Integraal Beleidskader Sociaal Domein) en veiligheidsincidenten in de voetbalwereld. Voor die laatste was er tot 2022 een lokaal Integraal Veiligheidskader, naast het veiligheidsbeleid in de Veiligheidsregio Utrecht. Ook voor de gezondheidsproblematiek geldt dat Bunschoten inzet op preventie, maar naleving en handhaving niet schuwt.

Aantal huishoudens (x.1.000) met voorzieningen in het Sociaal Domein. Bron: CBS 2024.

42

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAAR DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOE ZAL MOETEN VERHOUDEN

Ruimtelijke opgaven en democratische ontwikkelingen in Bunschoten Feiten: Democratische ontwikkelingen

Feiten: Ruimtelijke opgaven De gemeente Bunschoten heeft de verplichte lokale Omgevingsvisie opgesteld waarin ruimtelijke keuzes worden gemaakt. De volgende ambities uit de Omgevingsvisie sluiten aan bij de nationale ruimtelijke opgaven die we hiervoor hebben geschetst: Wonen. Tot en met 2030 schetst de Omgevingsvisie een gemiddelde lokale nieuwbouwopgave van zo’n 120 woningen per jaar (daarna ca. 70 per jaar). Ontwikkellocaties zijn rondom Rengerswetering en Eemdijk-Oost, plus diverse inbreidingslocaties (zoals de transformatie van de Zuidwenk). •

Participatie. De gemeente Bunschoten kent een raadgevend referendum en werkt aan een Participatievisie (zie ook hoofdstuk 4). •

Bunschoten in de afgelopen jaren heeft doorlopen was het

De kwaliteit van de bestaande woningen moet op niveau blijven door de bestaande kwaliteiten van de woonomgeving te behouden of

traject voor de Omgevingsvisie, dat bestond uit verschillende

versterken (behoud van groen en water – bij inbreiding en in het buitengebied) en in te zetten op verduurzaming of levensloopbestendiging. •

fasen waarin inwoners, bedrijven en andere

De belasting van milieuhinder op woningen (zeker geur en geluid) wordt tegengegaan.

belanghebbenden actief betrokken zijn bij het ontwikkelen

In april 2025 wordt het Omgevingsprogramma Wonen vastgesteld, waarin de aanpak wordt becijferd en uitgewerkt.

van de visie. De gemeente organiseerde ‘meedenkavonden’ in twee rondes waarbij eerst werd nagedacht over

Vervangingsgolf van gemeentelijke bruggen en wegen. Onderhoud van de haven en het gezamenlijk beheer met het Waterschap van de

Toekomstbeelden en in een tweede ronde ruimte was voor

flexibele waterkering zijn specifieke lokale investeringsvraagstukken voor de gemeente Bunschoten. We hebben geen specifieke gegevens over de

verdiepend gesprek over ‘botsende belangen’ in de toen

bruggen en wegen die tot 2040 zullen moeten worden vervangen.

Aanpak klimaat- en energietransitie. •

reeds opgestelde Toekomstbeelden. •

bestond uit de reguliere Burgerpeiling voor Waarstaatjegemeente.nl, een reactie van de Adviesraad

eigen gemeenschap zijn belangrijke ijkpunten. De lokale transitievisie warmte voorziet in aardgasvrij wonen voor 2050.

Sociaal Domein op conceptversies en een focusgroep

Landelijke milieuwetgeving is niet toereikend voor de specialistische bedrijven in de voedingsindustrie in Bunschoten (bakkerijen en

bestaande uit inwoners die gebruik maken van de

visrokerijen), waardoor de riolering met extra veel technische problemen kampt. Een eigen norm komt in het Omgevingsplan. •

dienstverlening van het Sociaal Team, vrijwilligers in de

Het tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied wordt mogelijk een opgave voor Bunschoten in de nabije toekomst – de Atlas voor de

sociale basis die met hun werkzaamheden kwetsbare

Leefomgeving schetst dat tot 2050 de bodem op sommige plekken zakt tot 40% en dat er een relatief groot overstromingsrisico zou zijn, maar

inwoners ondersteunen en inwoners die verschillende soorten

nadere onderbouwing daarvoor ontbreekt. De Omgevingsvisie legt geen specifieke gebiedsontwikkellocaties voor klimaatadaptieve maatregelen

groepen uit de samenleving vertegenwoordigden. De

vast. •

Adviesraad Sociaal Domein is voor zover bekend sindsdien

Bunschoten blijft volgens de Omgevingsvisie ruimte geven aan de (familiebedrijven van de) boer en zet in op behoud van het agrarische karakter van het buitengebied. De gemeente is bereid voorwaarden te scheppen om deze sector financieel gezond te houden. De Omgevingsvisie noemt verder het stimuleren van biodiversiteit, kringlooplandbouw en circulariteit in samenwerking met de Arkemheem/Eemland-gemeenten.

Ook aan de vormgeving van het Integraal Beleidskader

Sociaal Domein ging een participatietraject vooraf, dat

De gemeente Bunschoten levert van de zeven samenwerkende gemeenten in de RES-regio Amersfoort momenteel de hoogste opwek van duurzame energie door zon-op-dak (RES-rapportage 2023). Behoud van het open landschap en het terugvloeien van opbrengsten naar de

•

Het meest omvangrijke participatieproces dat de gemeente

niet meer bijeen geweest als consultatieorgaan. •

In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat de gemeente per traject bepaalt wat past als het gaat om participatie en welke rol de gemeente pakt - niet voor ieder project neemt de gemeente de regie. Kaders voor initiatiefnemers en inwoners moeten helder en navolgbaar zijn.

43

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Beelden over de weerslag van landelijke opgaven op de gemeente Bunschoten Beelden •

Systeemontwikelingen •

Binnen Bunschoten (bestuurlijk en ambtelijk) verwijzen gesprekspartners nauwelijks naar systeemontwikkelingen en de (doorwerking van) landelijke opgaven die daarmee samenhangen als mogelijke bedreiging voor de bestuurskracht van de gemeente. Het beeld heerst dat Bunschoten doet wat ze kan en wat nodig is om landelijke opgaven het hoofd te bieden, en dat dat niet tot knelpunten leidt. Behoud van eigenheid en het aangaan van lokale (identiteits)opgaven die voortkomen uit de vergrijzing domineren in de gesprekken over

ontwikkelingen waar de gemeente zich toe te verhouden heeft. •

Regionale gesprekspartners geven ook het beeld dat lokale opgaven in Bunschoten vaak voor landelijke collectieve uitdagingen gaan.

•

De ontwikkelingen in de financiële positie van gemeenten passeren wel de revue, maar het beeld van bestuur en organisatie en vanuit de regio is niet dat de gemeente Bunschoten die niet het hoofd kan bieden (zie ook onder 3.2). In de raad is daarover meer twijfel.

•

Ambtelijk wordt aandacht gevestigd op de kwaliteit en snelle ontwikkeling van de lokale inrichting van voorzieningen in het sociaal domein. De transitie van landelijke taken is goed gelukt, zo is het beeld. Enkele regionale gesprekspartners twijfelen over de haalbaarheid om uitvoering van Jeugdzorgtaken lokaal te blijven oppakken, terwijl zijzelf voor uitvoering echt afhankelijk zijn van de regio.

•

Ruimtelijk domein •

Bestuur en raad zien op dit moment geen urgentie voortvloeien uit landelijke ruimtelijke opgaven die Bunschoten ertoe aanzet om het eigen ruimtelijke ambitieniveau op scherp(er) te stellen. De keuzes in de Omgevingsvisie sluiten goed aan op de bijdrage die Bunschoten kan leveren aan de ‘grote verbouwing van Nederland’. Ook regionaal (zie verderop) komt er minder druk tot stand dan in het verleden.

•

De organisatie ziet een aantal unieke lokale karakteristieken die Bunschoten juist wél stevigere ruimtelijke uitdagingen geven in de toekomst dan elders in Nederland. Zeker in het buitengebied lopen o.a. de specifieke opgaven van de agrarische sector (en het Utrechts Programma Landelijk Gebied), de recreatieve functie, de ‘kan-alles biodiversiteit’, de ruimtevraag voor drinkwaterwinning en het behoud van weidevogels dwars door elkaar heen en scheppen een zeer complexe ‘ruimtelijke puzzel’.

•

Gesprekspartners in de regio geven aan dat Bunschoten zich nog te weinig verhoudt tot de landelijke opgave van de mobiliteitstransitie (een gemeente die voor ontsluiting toch veel afhankelijk is van wegverkeer heeft daar een extra opgave)

•

Democratische ontwikkelingen •

De Omgevingsvisie wordt door de organisatie vaak aangehaald als het beste voorbeeld van burgerparticipatie dat de gemeente tot dusver in gang heeft gezet.

•

Raadsleden zien het aantrekken van voldoende politiek talent en de omgang met mondig geworden burgers als de belangrijkste uitdagingen voor de bestuurskracht van Bunschoten. Zij geven ook aan dat het bijdragen aan de opgaven van anderen niet ten koste mag gaan van de eigen identiteit van Bunschoten.

•

Gesprekspartners in de regio geven een eenduidige indruk van de raad van Bunschoten en benadrukken dat die voor de buitenwereld ‘in zichzelf gekeerd’ lijkt en de nadruk legt op lokale identiteit en lokale opgaven.

44

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Regionale opgaven: tussen verstedelijking en landelijke gebiedsopgaven De feiten en beelden over regionale opgaven waartoe de gemeente Bunschoten zich zal moeten verhouden duiden we hieronder. De feitelijke weergave van de regionale opgaven volgt enerzijds uit de geografische ligging van de gemeente Bunschoten (en de opgaven die twee provincies schetsen voor het gebied), anderzijds uit de strategieën en agenda’s van drie dominante regionale samenwerkingsverbanden waar de gemeente Bunschoten aan deelneemt: de regio Amersfoort, de regio Foodvalley en de uitvoerende BBS-samenwerking in het sociaal domein. We hebben ervoor gekozen om twee strategische verbanden en één uitvoerend verband te vergelijken vanwege de verschillen in aard, samenstelling en schaal van de regio. In hoofdstuk 4 verdiepen we de autonome ontwikkelingen in regionaal verband die expliciet invloed hebben op het dienstverleningsniveau van de gemeente Bunschoten, en duiden we hoe de uitvoerende BNLP-samenwerking zich daartoe heeft verhouden.

Ligging en provinciale opgaven De gemeente Bunschoten bevindt zich op de grens van twee provincies: Utrecht en Gelderland. Opgaven van de provincie Utrecht zijn vooral gericht op stedelijke groei, mobiliteit en de balans tussen verstedelijking en natuur, terwijl Gelderland zich meer richt op de spreiding van bevolkingsgroepen, natuurbehoud op grote schaal, en de zorg voor een vergrijzende plattelandsbevolking.

Samenwerkingsverbanden Bunschoten in de regio

Opgave

Provincie Utrecht

Provincie Gelderland

Stedelijke groei vs. ruimtelijke spreiding

Sterke stedelijke groei rond de stad Utrecht, met druk op woningbouw en infrastructuur.

Bevolking is meer verspreid over grotere steden en landelijke gebieden. Focus op verstedelijking in steden.

Bereikbaarheid /infrastructuur

Hoge druk op verkeer en openbaar vervoer, vooral rond de stad Utrecht.

Focus op verbeteren van verbindingen tussen stad en platteland, met name voor minder dichtbevolkte gebieden.

Natuur en landschap

Kwetsbare natuurgebieden door stedelijke groei. Focus op natuurbehoud in stedelijke en landelijke gebieden.

Veel natuurgebieden (zoals de Veluwe en de Randmeren). Focus op natuurherstel en biodiversiteit in uitgestrekte gebieden.

Energietransitie

Grote nadruk op verduurzaming in steden en duurzame energieproductie.

Benutten van landbouwgronden voor duurzame energieproductie en verduurzamen van de landbouwsector.

Vergrijzing

Vergrijzing komt voor in kleinere gemeenten. Focus op zorginfrastructuur voor een jonge, groeiende bevolking.

Sterkere vergrijzing in landelijke gebieden. Grotere vraag naar zorgvoorzieningen voor ouderen op lokaal niveau.

Er is verschil in de manier waarop de provincies zich verhouden tot strategische regionale samenwerking in de gebieden. Gelderland werkt aan (evenredige) versterking van 7 strategische regionale samenwerkingsverbanden (waaronder Foodvalley, waar Bunschoten thematisch op is aangesloten) en werkt daartoe met regioarrangementen. In Utrecht heeft regionale samenwerking (zeker in de U10) een netwerkkarakter, waarbij de provincie een faciliterende rol neemt. 45

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Dominante opgaven op het schaalniveau van ‘de regio’ Regio Amersfoort

BBS-samenwerking

Op het schaalniveau van de regio Amersfoort (7 gemeenten, naast Bunschoten ook Amersfoort,

Bunschoten Baarn en Soest werken in BBS-verband samen aan uitvoering van

Baarn, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg – vastgelegd in een bestuursconvenant) wordt

taken binnen het sociaal domein, voornamelijk voortvloeiend uit de Participatiewet

bestuurlijk samengewerkt aan 7 opgaven:

en de wet Inburgering. De GR BBS verzorgt de taken betreft werk, inkomen en de

•

• •

Wonen. De regio ligt in één van de zes meest gespannen woningmarktregio’s van Nederland. Er

zorgadministratie (ook vood Jeugdwet en WMO) voor deze gemeenten. Deze taken

ligt een Woondeal met het Rijk om tot 27.000 woningen te realiseren. Tegelijkertijd moet een

zijn inclusief het werkgeverschap voor de sociale teams en enkele maatwerktaken

overschot aan arbeidsplaasen worden geschrapt (Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040).

zoals schuldhulpverlening voor de gemeente Soest. Grootste opgaven uit de

Energietransitie. Zie ook landelijke opgaven. De RES-regio Amersfoort levert een bijdrage van

Meerjarenbegroting 2025-2027 zijn:

0,5 TWh duurzame energie op het landelijke totaal van 0,35 in Nederland.

•

en zo snel mogelijk weer op eigen benen kunnen staan of naar vermogen

knelpunten op weg en spoor. Regio Amersfoort vertegenwoordigt regiogemeenten bovenregionaal

maximaal participeren in de samenleving;

(Rijk, provincie Utrecht). •

Zorgdragen dat inwoners zo kort mogelijk gebruik maken van de voorzieningen

Mobiliteit. Verstedelijking en verdichting op de as Utrecht-Amersfoort versterkt bestaande •

Ruimte. In het NOVEX-ontwikkelperspectief Utrecht-Amersfoort staat de opgave centraal om de

administratieve afwikkeling van de zorg in het kader van de Jeugdwet en WMO

verstedelijking (hier uitgaande van 70.000 nieuwe woningen, primair te realiseren door nieuwe stadsontwikkeling maar ook door verdichting van bestaande stedelijke gebieden en woonlocaties

Het zo efficiënt en effectief mogelijk inrichten en uitvoeren van de

in de drie BBS-gemeenten.. •

Het werkgeverschap voor de sociale/lokale teams.

te ontwikkelen in omliggende gemeenten) te realiseren met voldoende aandacht voor mobiliteit,

groenruimte (met hoge recreatieve en ecologische waarden) en klimaatadaptatie. • •

Er ligt een Handelingsperspectief Buitengebied om de kwaliteit te behouden.

Economie. Er is in de regio Amersfoort een tekort van ruimte voor bedrijvigheid van 12 tot 74 hectare (incl. Nijkerk en Barneveld), en er is geen ‘schuifruimte’ om woningbouw te realiseren. De regio Amersfoort werkt aan de aanpak van deze opgave in het Provinciaal Programma Wonen

•

Regio Foodvalley In de Regio Foodvalley werken 13 Gelderse en Utrechtse gemeenten samen in een Strategische Agenda aan de volgende gemeenschappelijke uitdagingen: •

Het wereldwijde voedselvraagstuk en de eiwittransitie (om meer regionale eiwitbronnen te benutten voor voeding van dier en mens), waarvoor innovatie in de sector nodig is;

•

De landbouwsector die onder druk staat – specifiek door intensieve veehouderij in het

en Werken (voorziet in de verdeling van schaarse ruimte tussen woon- en werklocaties) en een

relatief dichtbevolkte gebied van de Foodvalley met veel beschermde natuurgebieden en

Strategie Bedrijventerreinen (waarin o.a. de ambitie gesteld staat voor de ontwikkeling van een

toeristische activiteit. Het levensvatbaar houden van de primaire sector die duurzaam

regionaal bedrijventerrein).

samengaat met omgeving en energietransitie is belangrijk.

Sociaal. Zie landelijke opgaven in sociaal domein – de regio Amersfoort verrijkt samenwerking

•

Noodzaak om gezondheidsproblematiek preventief (en met kennis van voeding) aan te pakken;

op de inkoop van voorzieningen met strategische samenwerking in o.a. een Regiovisie op de ondersteuning van Noodzakelijk Verblijf, Regiovisie op specialistische jeugdhulp en een

•

Clustervorming in het bedrijfsleven, en de strijd om talent in een kennisgedreven economie;

(bovenregionale) visie op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (schaalniveau

•

Behoud van de kwaliteit van de natuur, biodiversiteit en landschap als vestigingsvoorwaarde

Utrecht).

voor nieuwe bedrijvigheid; Bunschoten werkt niet aan regionale opgaven van de Regio Foodvalley op het gebied van de energietransitie (in eigenstandige RES-regio Foodvalley), wonen en mobiliteit/bereikbaarheid

46

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Hoe de gemeente Bunschoten zich verhoudt tot regionale opgaven Feiten - Regio Amersfoort

Feiten - Regio Foodvalley

Feiten - BBS-samenwerking

In de Omgevingsvisie is aangegeven dat Bunschoten lokale

De gemeente Bunschoten is sinds 2023 ‘thematisch partner’ in

Het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de

accenten legt in de gezamenlijke aanpak van ruimtelijk-

de Foodvalley op het programma Voedsel, met ambities op het

Programmabegroting 2024-2028 geven blijk van de volgende

economische opgaven in de Regio Amersfoort (en

gebied van een gezonde leefstijl (en minder overgewicht),

ambities en inzet van de gemeente Bunschoten in de BBS-

voornamelijk het Ontwikkelbeeld 2030-2024), onder de

meer kennis en bewustzijn bij zorgprofessionals over gezonde

samenwerking:

noemer ‘vitaliteit als argument, maatwerk als handelswijze’:

voeding, kortere voedselketens (meer gegeten uit de regio

•

•

behoud en bescherming van het omliggende groen en de

waar het geproduceerd wordt) en een verbeterde verhouding

omgeving. Lokaal wat lokaal kan, in de wijk waar dat past

dierlijk/plantaardig eiwit (40/60).

en regionaal waar het lokaal niet kan of waar meerwaarde

natuurgebieden; • •

ontstaat.

voldoende woningbouw met het oog op behoud van de

Enkele ambities van de gemeente Bunschoten in de

vitaliteit van de gemeenschap;

Omgevingsvisie verhouden zich wel tot de gezamenlijke

Team dat zelf hulpverlening biedt aan inwoners. Doel is om

voldoende locaties voor bedrijvigheid en arbeidsplaatsen

opgaven waaraan in de Regio Foodvalley wordt gewerkt:

sneller passende hulp te verlenen, één vaste hulpverlener

met daarbij passende maatregelen op het gebied van

•

verkeer en vervoer; • •

Alle hulp wordt in principe aangeboden in de eigen

inpassing van de maatregelen die samenhangen met de

•

aan te reiken die de situatie goed kent en regie te houden

produceren, handel en verkoop.

over de benodigde steun.

Bunschoten koestert het bestaande bedrijfsleven, o.a. in de procesindustrie (voedselverwerking, voornamelijk vis en

De gemeente vraagt ook aandacht voor een uitstroom uit

koek). Een uitdaging in die sector is om jongeren te

woonbehoefte geeft. In de regio Amersfoort zijn daarvoor

•

Daarbij zet de gemeente in op een sterk (eigen) Sociaal

De ‘Foodvillage’ Bunschoten heeft een heldere keten van

energieopgaven uit de regionale energie strategie (RES). de ‘beschermd-wonen’ voorziening, die een aanvullende

•

•

Personeelswerving en verbetering van het Sociaal Team vroeg de afgelopen jaren investeringen.

•

De gemeente Bunschoten bepleit soms uitzonderingen in

enthousiasmeren – gezien de lange werktijden.

het regionale zorgaanbod – bijvoorbeeld als het gaan om

Bedrijventerreinen moeten optimaal benut worden.

(extra) identiteitsgebonden zorg en sanctioneringsbeleid.

inmiddels afspraken gemaakt. Het Integraal Beleidskader Sociaal Domein geeft ook lokale

In deze uitvoeringssamenwerking gericht op gezamenlijke

ambities van Bunschoten om overgewicht tegen te gaan,

inkoop levert de gemeente Bunschoten een financiële bijdrage

gezonde voeding en sport te stimuleren. Dat gebeurt

van € 3.078.000,-. Hier is inbegrepen een bedrag van €

overigens ook in nauwe afstemming met (GALA-)Regio

1.398.000,- voor het lokale ‘sociaal team’ dat de uitvoering

Amersfoort.

faciliteert. De GR BBS is werkgever van de sociale teams.

De gemeente Bunschoten is de enige thematisch partner binnen de Foodvalley die op één thema meedoet.

47

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Beelden over de manier waarop Bunschoten zich verhoudt tot regionale opgaven Beelden - Regio Amersfoort •

De gemeentelijke organisatie en regiopartners geven aan Amersfoort in één daily urban system – de verplaatsingen

Foodvalley, die als sterk en innovatief te boek staat en

van inwoners van Bunschoten vinden vooral plaats op het

voorheen erg in zichzelfgekeerd was. •

Beelden - BBS-samenwerking •

Medewerkers van de organisatie zijn blij met de manier waarop de complexe (en kostbare) verdeelvraagstukken in het sociaal domein kunnen worden aangepakt in BBS-verband.

•

Vooral ambtelijk is er nog wel de vraag wat er voor de

Bestuurlijk wordt (ook door regionale gesprekspartners) wel aangegeven dat doelgroepen wel heel erg verschillen in de drie

dat de verdeling van schaarse ruimte op dit schaalniveau

gemeente Bunschoten te halen valt in het programma

wordt aangepakt, omdat er een zekere wederzijdse

‘Voedsel’. De doorvertaling van regionale opgaven naar

afhankelijkheid bestaat: Bunschoters gebruiken de

lokale praktijk is nog lastig in de beginfase van deze

waarop de uitvoeringskracht op het sociaal domein binnen de

voorzieningen van Amersfoort (wonen bijvoorbeeld in

samenwerking.

gemeente Bunschoten is ontwikkeld om goed en op eigen

Regiopartners schetsen de Foodvalley als een stevige

voorwaarden mee te schaken in regionaal verband. De

Amersfoorters recreëeren of voetballen in de gemeente

interbestuurlijke samenwerking, maar zeker ook een

aansluiting tussen regionale prioriteiten en lokale uitvoering

Bunschoten.

versterkt ‘economisch ecosysteem’ waarin bedrijfsleven en

Ambtelijk en bestuurlijk wordt aangegeven dat Bunschoten

kennisinstellingen in triple-helixverband collectieve kennis

zich de afgelopen jaren anders is gaan verhouden tot de

ontwikkelen en lobby voorbereiden. Er is ruimte voor de

dat de couleur locale kan worden behouden in de BBS-

ruimtelijke opgaven van de stad Amersfoort. Er is minder

gemeente Bunschoten om van het ecosysteem gebruik te

samenwerking.

voorzorg voor de ‘uitbreidingsdrift’ van de stad richting

maken en ook op deze manier kennis toe te voegen in het

Bunschoten - die in het afgelopen decennium wel

programma Voedsel.

Beelden – Opgaven op provincie-niveau

kenmerkend was.

•

Bestuur en organisatie van de gemeente Bunschoten zijn trots dat de gemeente onderdeel is gaan uitmaken van de

Vathorst of gaan er naar school of het ziekenhuis),

•

•

dat inwoners van Bunschoten zijn verbonden met de regio

schaalniveau van de regio Amersfoort. Het is dus logisch

•

Beelden - Regio Foodvalley

•

•

Regiopartners en organisatie benadrukken het strenge

Gesprekspartners in de regio geven aan dat de zoektocht

toetsingskader voor toelating van nieuwe gemeenten. Dat

naar ruimte voor een ‘regionaal bedrijventerrein’ lastig is,

is tot stand gekomen om te voorkomen dat gemeenten

in een context waarin de provincie Utrecht slechts één

zich tot deze regio wenden om ‘schaalkracht’ te

regionaal bedrijventerrein extra toestaat. Bunschoten zou

organiseren en hun zelfstandige bestuurlijke toekomst

in deze discussie een rol van betekenis kunnen spelen.

veilig te stellen. Bunschoten doet dat ook nadrukkelijk niet

Alle gesprekspartners geven aan dat de regio Amersfoort

– toetreding wordt gezien als een kans om het economisch

vrijwel ‘identiteitsloos’ is en geen regionale identiteit heeft

ecosysteem te versterken met nieuwe ondernemers in een

– het is een zakelijke coalitie om gezamenlijk de

nieuwe sector (vis en visverwerking).

verstedelijkingsopgave aan te gaan die ‘op de regio

•

Er wordt aangegeven dat er geen andere themapartner van

afkomt’. Daar zit volgens regionale partners ook het grote

de Foodvalley zich bij één programma (en dus één opgave)

verschil tussen Bunschoten en andere regiogemeenten: de

heeft aangesloten, maar dat dat voor Bunschoten op

lokale identiteit van Bunschoten is veel steviger dan die

moment van toetreding het onderste uit de kan was.

van andere gemeenten in de Regio Amersfoort.

gemeenten. •

Ambtelijk en bestuurlijk is er ook een zekere trots op de manier

klopt. •

•

Raadsleden geven ook expliciet aan dat het wordt gewaardeerd

De beelden binnen en buiten de gemeente Bunschoten lopen uiteen over de manier waarop Bunschoten zichtbaar bijdraagt aan de aanpak van provinciale opgaven. Regiopartners vinden Bunschoten zichtbaar in haar verhouding tot de provincie ondanks de relatieve afstand van Utrecht tot provinciegrens, terwijl de organisatie twijfelt of Bunschoten wel genoeg kansen pakt in die dialoog.

•

Regiopartners geven aan dat de ontwikkeling van de Metropoolregio Utrecht (MRU of U10) veelbelovend is om uitvoeringskracht toe te voegen in verstedelijkingsopgaven, en zijn benieuwd hoe Bunschoten zich daartoe gaat verhouden.

48

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Wat vinden inwoners? Als u denkt aan de toekomst: welke onderwerpen verdienen volgens u dan de meeste aandacht van de gemeente? Maximaal drie antwoorden toegestaan (%) (n = 471).

Inwonersenquête • •

Zorgen voor genoeg en goede woningen voor iedereen.

75

Goede zorg en huisvesting voor ouderen.

Inwoners geven aan dat voldoende woningen voor iedereen, zorg voor ouderen en infrastructuur de meeste aandacht verdienen van de gemeente. Dat zijn ook landelijke en regionale opgaven. Actuele landelijke opgaven als verduurzaming, kinderopvang en opvang van vluchtelingen worden niet als belangrijkste aandachtspunt genoemd.

60

Openbaar vervoer en bereikbaarheid verbeteren.

32

De gemeente veiliger maken.

31

Hulp en ondersteuning bieden aan volwassenen die dat nodig hebben.

24

Jeugdzorg regelen en gezinnen ondersteunen.

15

Zorgen voor een goede bibliotheek en goede schoolgebouwen.

15

Zorgen dat kinderen naar school gaan.

14

De gemeente duurzamer maken en overstappen op groene energie.

12

Anders.

Beelden straatactie

9

Opvang en hulp bieden aan vluchtelingen.

Inwoners hebben het niet expliciet gehad over landelijke of regionale trends waar Bunschoten zich toe zal moeten verhouden. Maar inwoners relateren hun tastbare wensen voor de toekomst wel gemakkelijk aan landelijke/regionale opgaven zoals vergrijzing, zorgbehoefte, woningtekort, behoud van groen v.s. bakstenen, het behouden van de lokale identiteit ten opzichte van groei van de gemeente etc.

8

Voorschoolse (kinder)opvang regelen.

6

Geen mening.

1 0

20

40

60

80

100

49

3.1 LANDELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN WAARTOE DE GEMEENTE BUNSCHOTEN ZICH TOT 2030 ZAL MOETEN VERHOUDEN

Onze analyse: landelijke en regionale ontwikkelingen geven niet de grootste risico’s voor de gemeente Bunschoten richting de toekomst, maar vragen wél actie BU

De meeste landelijke ontwikkelingen slaan niet extra neer op de gemeente Bunschoten. Bunschoten draagt primair via ‘de regio’ bij aan het realiseren van landelijke opgaven. De belangrijkste systeemontwikkelingen en landelijke ruimtelijke opgaven hebben wel degelijk een doorwerking in de gemeente Bunschoten, maar de lokale opgaven die eruit voortkomen hebben niet de aard of (cijfermatige) omvang van aanstaande rampen of grote risico’s. En inwoners zien maar een deel van de landelijke opgaven als de belangrijkste onderwerpen waarop óók de gemeente moet leveren. Bovendien krijgen we de indruk dat het Bunschoten goed lukt om via regionale samenwerking bij te dragen aan het realiseren van de grote landelijke opgaven. We vinden het daarom niet vreemd dat er geen grote lokale urgentie is om landelijke opgaven het hoofd te bieden. Passend bij de sterke identiteit van de gemeente Bunschoten zijn typisch lokale uitdagingen die voortkomen uit die identiteit (en identiteitsverandering) pregnanter. De landelijke uitdagingen in de categorie democratische ontwikkeling, en zeker op het thema burgerparticipatie, spelen dan ook het meest voor de gemeente Bunschoten. De gemeente ervaart regionale opgaven als (lokaal) minder urgent en risicovol dan in de periode van de vorige Toekomstvisie. Het is de vraag of regionale opgaven ook worden doorleefd als ‘gezamenlijk’ of ‘gedeeld’.

Zeker in de verhouding tot de regio Amersfoort lijkt veel veranderd ten opzichte van de totstandkoming van de vorige Toekomstvisie: waar regionale opgaven toen als ‘bedreigend’ werden ervaren, hebben we die indruk nu niet. Uit de manier waarop Bunschoten zich verhoudt tot regionale opgaven – of die zich nu op het schaalniveau van de provincie Utrecht, Amersfoort, Foodvalley of de uitvoerende BBS-samenwerking manifesteren – blijkt ook dat het goed lukt om unieke lokale accenten te leggen in de manier waarop die opgaven worden aangepakt. Bunschoten draagt zo op geheel eigen wijze haar steentje bij aan het realiseren van de regionale opgaven. Tegelijkertijd lijken – door de lokale accenten in de aanpak - de regionale opgaven voor de gemeente Bunschoten eerder de opgaven van ‘een ander’ te zijn, in plaats van gedeelde uitdagingen die ook zeker gelden voor de eigen gemeenten. Die indruk kan zijn ontstaan omdat we in dit deel van de analyse de uitvoerende BNLP-samenwerking niet hebben meegenomen (die is ondergebracht in hoofdstuk 4).

In de manier waarop Bunschoten zich verhoudt tot de regionale opgaven op drie schaalniveaus weerklinkt een voorzichtig succeseffect van langdurig investeren in regionale samenwerking In 3.4 gaan we dieper in op de rol die de gemeente Bunschoten speelt in de regionale samenwerkingsverbanden en de schaalkracht die de gemeente daarmee weet te realiseren. Maar als we kijken naar de manier waarop regionale opgaven zijn vertaald in lokale ambities en de beelden over die doorvertaling ontwaren we wel een voorzichtig effect van de langdurige investeringen die de gemeentelijke organisatie heeft gemaakt in (strategische) regionale samenwerking. Dat het een gemeente met de omvang van Bunschoten lukt om op drie verschillende schaalniveaus een ‘partij mee te blazen’ en bij te dragen aan het realiseren van regionale opgaven is al een prestatie op zich. De wisselwerking tussen lokaalregionaal in beleid en uitvoering binnen het sociaal domein (in de BBSsamenwerking) lijkt ook relatief goed te werken gezien de ‘identiteitsverschillen’ tussen de drie BBS-gemeenten.

50

3.2 Financiële kengetallen: hoe zien de prognoses eruit tot 2040?

3. Bestuurlijke toekomst

3.2 FINANCIËLE KENGETALLEN: HOE ZIEN DE PROGNOSES ERUIT TOT 2040?

Ontwikkeling en prognose van de kengetallen Feiten

•

De financiële weerbaarheid van de gemeente Bunschoten is aan stevigere ontwikkeling onderhevig geweest dan de financiële wendbaarheid in de afgelopen 5-6 jaar. Al rond 2020 ontstond er dialoog tussen raad, bestuur en organisatie over de ‘kerntaken’ van de gemeente om de financiële ruimte van de gemeente te vergroten. • In 2023 ontstond er vooral een relatief ‘dieptepunt’ in de netto schuldquote (of het vermogen om leningen op eigen kracht terug te betalen), omdat de gemeente in 2022 grond heeft verworven voor de ontwikkeling van bedrijventerrein De Kronkels-Zuid. • Tegelijkertijd is het een relatief dieptepunt, gezien de positieve ontwikkeling van de algemene reserve in de periode voorafgaand aan 2023. Bij de behandeling van de Kadernota 2025-2028 heeft de raad verzocht om een onderbouwing voor een sluitende meerjarenbegroting (met positief begrotingsresultaat) aan te bieden, gezien het tekort van zo’n € 1.000.000 dat daarin zichtbaar was. De gemeente kiest voor: - Een taakstellende bezuiniging van € 536.000 voor de periode tot 2028, met de aanname dat de overige bezuinigingen na 2028 bewerkstelligd kunnen worden; - Het laten stijgen van de solvabiliteitsratio (beschikbaar eigen vermogen om schulden af te lossen), o.a.

zichtbaar in de stabiele prognose van de algemene reserve; - Toename van inkomsten (zie percentage belastingcapaciteit, dat nog geen 100% aantikt), met name door de OZB met 5% te verhogen richting 2028.

Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje?

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?

Ontwikkeling algemene reserve van de gemeente Bunschoten, 2017-2028 (2024-2028 op basis van prognose Kadernota 2025-2028, overige jaren op basis van realisatie)

Algemene reserve (x € 1.000)

•

30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

‘19

‘20

‘21

‘22

‘23

‘24

‘25

‘26

‘27

Netto schuldquote (%)

40,4

37,4

56,1

46,5

78,8

70,7

76,2

72,9

57,8

Gecorrigeerde netto schuldquote (%)

34,1

31,5

50,2

40,7

73,8

66,9

76,2

72,9

57,8

Solvabiliteit (%)

25,8

28,3

30,1

34,1

34,4

35,5

38,0

38,9

38,7

Grondexploitatie (%)

35,0

0,9

27,0

15,3

31,9

30,0

29,8

23,7

10,6

Belastingcapaciteit (%)

79,5

83,4

92,4

91,2

88,2

89,8

89,8

89,8

89,8

Structurele exploitatieruimte (%)

1,5

0,5

0,0

0,0

7,4

4,9

Bron: Data Financiën Decentrale Overheden (FinDo). Cijfers afkomstig uit begroting 2024.

52

3.2 FINANCIËLE KENGETALLEN: HOE ZIEN DE PROGNOSES ERUIT?

Financiële positie in perspectief Feiten •

•

•

Beelden

De financiële positie van de gemeente Bunschoten is op vrijwel alle kengetallen robuuster dan in andere gemeenten met 15.000 – 25.000 inwoners. • Zeker op de netto schuldquote (die aangeeft of de gemeente in staat is om de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat) en de structurele exploitatieruimte (die aangeeft welke ruimte er in de begroting en meerjarenraming zit om te investeren) scoort de gemeente sterk bovengemiddeld. • Vooral de weerbaarheid van de gemeentefinanciën van Bunschoten is vrij uniek: de gemeente Bunschoten scoort dan wel gemiddeld in vergelijking met andere Utrechtse gemeenten, maar landelijk is de gemeente één van de 62 gemeenten (18%) die zijn begroting vanaf 2026 wél rond krijgt (BDO Accountancy Benchmark) Aan de inkomstenkant valt op dat Bunschoten meer risico neemt dat andere gemeenten van gelijke omvang met grondexploitatie (gezien de financiële doorwerking van de grondverwerving voor de ontwikkeling van bedrijventerrein de Kronkels in 2022). Het huidige coalitieakkoord pleit voor passief en faciliterend grondbeleid. Bunschoten heeft - meer dan in andere gemeenten – nog de mogelijkheid om extra inkomsten te verwerven door belastingheffing.

In de Perspectiefnota 2025-2028 wordt doorgerekend welke opbrengsten reclame- en toerismeheffingen zouden kunnen leveren (waarbij de veronderstelling wordt gemaakt dat de totaalopbrengst beperkt is) en wordt de inschatting gemaakt dat de opbrengsten van o.a. het opnieuw instellen van parkeerheffingen en een legesverordening nader moeten worden onderzocht.

Netto Schuldquote

Gecorrigeerde netto schuldquote

Solvabiliteit

•

•

• •

•

In algemene zin heerst er in bestuur en raad een stevig financieel bewustzijn: bestuurders en raadsleden zijn zich er zeer van bewust dat de financiële situatie van gemeenten (in Nederland, en ook zo in de gemeente Bunschoten specifiek) ertoe leidt dat er scherpere keuzes gemaakt moeten worden gemaakt voor investeringen. Zij vinden het evident dat niet álles kan, en er is bereidheid om in gesprek te gaan over posterioriteiten (of dat wat niet meer kan). Bestuurders bevestigen het beeld dat er coöperatief gesprek mogelijk is over investeerruimte en de mogelijkheden om de inkomstenpositie van de gemeente verder te versterken – zo getuige ook het unaniem aannemen van de meest recente Kadernota en de Financiële Perspectiefnota 2025-2028. Sommige bestuurders en raadsleden vinden ook dat het gezonde financiële beleid van de gemeente getuigt van sterke bestuurskracht. Een significant aantal medewerkers van de gemeente en een deel van de raad hebben de indruk dat de gemeente bezuinigt in een context die daar niet per se met urgentie om vraagt. Volgens deze groep is deze situatie al de afgelopen twee collegeperiodes aan de gang en gaat dat vooral ten kosten van de slagkracht en kwaliteit van de gemeentelijke organisatie, die gelijk zijn gaan staan aan die van een ‘beheergemeente’.

Sommige medewerkers schetsen dat vanuit het ruimtelijk perspectief de afgelopen jaren sprake is geweest van een transitie van groeigemeente (met positief exploitatieresultaat) naar beheergemeente (met stijgende kosten voor o.a. riolering omdat landelijke milieuwetgeving ontoereikend is). Enkele regiopartners vinden het zichtbaar dat de gemeente Bunschoten de ‘hand op de knip’ houdt en koppelen dat aan het beeld van een ‘gesloten gemeente’ in de regio. (zie ook 3.4). Ter onderbouwing wijzen zij op de zakelijke aard van de raad en de kleine organisatie (die niet altijd capaciteit ter beschikking kan stellen aan ‘de regio’)

Grondexploitatie

Belastingcapaciteit

Vergelijking gemeentegrootte 15.000-<25.000 inwoners (2024)

Structurele exploitatieruimte

53

Wat vinden inwoners? Focusgroep

Een financiële, solide gemeente elimineert kwetsbaarheid. Daardoor kunnen we als gemeente het ravijnjaar goed tegemoet treden en zijn we weerbaar voor veranderingen vanuit ‘Den Haag’. Dat zien partners. Tegelijkertijd stellen partners wel hun vraagtekens bij het zijn van een solide beheergemeente: het voorzieningenniveau in de gemeente is aan de lage kant, bijvoorbeeld wat betreft culturele en sportvoorzieningen. De gemeente zou wat betreft het voorzieningenniveau sterker mogen bijdragen aan de maatschappij. Partners stellen dat bij de gemeente niet altijd het besef is dat maatschappelijke baten niet altijd in euro’s uit te drukken zijn, maar wel baten zijn. In sommige situaties gaan de kosten voor de baten uit, terwijl die investeringen wel goed zijn om te maken. Partners vragen dan wel dat de gemeente zich ook als een betrouwbare partner opstelt: werk in de maatschappij draait ook om het opbouwen en investeren in relaties en netwerken, en dat kost tijd. Bovendien kan de solide beheergemeente ook uitkomen omdat er veel buiten de gemeente om wordt georganiseerd door partners: maar er is dus ook weinig samenwerking tussen partners en gemeente wat de maatschappij wel ten goede kan komen. De gemeente mag meer ideeën binnenlaten en initiatieven van burgers meer ondersteunen. Daarvoor is investeren in meer mankracht bij de gemeente nodig, aldus partners.

Financieel zien partners dat de regie sterk bij de gemeente ligt door het zijn van een solide beheergemeente. Dat kan de samenwerking belemmeren en investeringen in de maatschappij in de weg staan. De vraag is daarbij ook of er niet ook politieke wensen ‘in de weg’ kunnen staan, zoals de lage OZB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15869902/1