Isolatieprogramma Bunschoten.pdf
Tekst van het document
Isolatieprogramma Bunschoten Rapportage
14
Samenvatting Gemeente Bunschoten streeft naar een duurzame, betaalbare en comfortabele woningvoorraad. Niet alleen om klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om energielasten voor inwoners te beperken, en om woningen voor te bereiden op duurzame warmtebronnen. Gemeente Bunschoten stelt zichzelf in de Transitievisie Warmte het doel om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Daarnaast is in het coalitieakkoord van gemeente Bunschoten de volgende ambitie opgenomen: “We zetten ons ervoor in dat voor het jaar 2035 alle woningen, bedrijven en gebouwen duurzaam zijn geïsoleerd. Dit onder het motto ‘wat je bespaart hoef je niet op te wekken”. Isolatie en ventilatie van woningen zijn een essentieel onderdeel van die opgave, net als andere vormen van energiebesparing. Het Isolatieprogramma van Bunschoten is een breed programma, gericht op de gehele gebouwde omgeving van de gemeente Bunschoten. Dit isolatieprogramma bevat een inzicht in de isolatieopgave voor de gehele gebouwde omgeving, prioriteert doelgroepen, geeft aanbevelingen voor monitoring en databeheer en bevat een activiteitenprogramma voor de periode 2024-2027 inclusief een begroting. Tot aan 2035 zullen er nog ruim 6.000 woningen en ruim 400 gebouwen zonder woonfunctie geïsoleerd moeten worden om aangesloten te kunnen worden op een vorm van aardgasvrije verwarming.
Niet overal valt evenveel CO2 te besparen en niet iedereen heeft evenveel ondersteuning nodig bij het isoleren van hun woning of pand. Daarnaast kan de gemeente niet overal tegelijk beginnen, waardoor voor het activiteitenprogramma 2024-2027 doelgroepen zijn aangewezen die de komende jaren prioriteit krijgen. De doelgroepen en het activiteitenprogramma zijn tot stand gekomen door twee sessies met een klankbordgroep, bestaande uit ambtenaren verspreid over verschillende afdelingen van de gemeente Bunschoten (zoals het sociaal domein, erfgoed en wonen) en lokale partners, zoals het energieloket, energie coaches en welzijnsorganisatie De Boei. Het activiteitenprogramma (2024-2027) richt zich op de volgende doelgroepen: (koop)woningen met slechte energielabels (DEFG), huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede, doe-het-zelvers, monumenten en beschermd dorpsgezicht en VvE’s. Welk type ondersteuning bepaalde doelgroepen nodig hebben, is maatwerk. Het activiteitenprogramma 2024-2027 is opgebouwd uit drie sporen. Spoor A bevat overkoepelende, gemeentebrede activiteiten, zoals een communicatiecampagne in de buitenruimte en op social media. Spoor A bevat ook interne, ondersteunende activiteiten, zoals de gemeentelijke organisatie, monitoring en het ontwikkelen van een Soortenmanagementplan.
Spoor B bevat activiteiten gericht op de doelgroep (koop)woningen met slechte energielabels (DEFG), zoals het organiseren van collectieve inkoopacties en activatie- en ontzorgingscampagnes. Daarnaast bevat spoor B specifieke ondersteuning voor huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede. Voor de doelgroepen doe-het-zelvers, monumenten en beschermd dorpsgezicht en VvE’s zijn in spoor C op dit moment alleen verkennende activiteiten opgenomen. Gemeente Bunschoten zet tijdens dit activiteitenprogramma in op het beter in beeld krijgen van deze doelgroepen. De begroting voor de programmaperiode 2024-2027 heeft een omvang van 1.3 miljoen euro. Deze kosten zijn opgedeeld in kosten voor inzet van eigen personeel (arbeidskosten), kosten voor advies en uitvoering en kosten voor regelingen. Om verschillende redenen is het waardevol om de monitoring van het Isolatieprogramma en het bijbehorende databeheer goed te organiseren. Het geeft inzicht in de voortgang en effecten van de uitvoering. Ook draagt het bij aan correcte verantwoording richting Rijk, college en gemeenteraad over de besteding van de middelen en de effecten hiervan. Afspraken over monitoring en databeheer met uitvoeringspartners zijn daarbij van belang. Door monitoring en databeheer wordt van de uitvoering geleerd en kan op basis daarvan de aanpak worden bijgestuurd, wat de effectiviteit ten goede komt.
Dat is van belang in de energietransitie, waarin nog veel onbekend is. Tussentijds en na afloop van de programmaperiode wordt het Isolatieprogramma herijkt. Mogelijk zijn dan ook landelijke geldstromen en gemeentelijke ambities gewijzigd, waardoor het logisch is om andere doelgroepen en activiteiten te prioriteren.
2
Inhoudsopgave Samenvatting
2
1.
Inleiding
5
1.1.
Beleidskader
5
1.2.
Proces opstellen Isolatieprogramma
6
1.3.
Verantwoording cijfers
7
1.4.
Leeswijzer
7
Inzicht in de isolatieopgave
8
2.1
Naar welk isolatieniveau gaat gemeente Bunschoten toe?
8
2.2
Berekening isolatieopgave Bunschoten
8
Doelgroepen
11
3.1
Koopwoningen met slechte labels onder de gemeentelijke gemiddelde WOZ-waarde
11
3.2
(Risico op) energiearmoede
11
3.3
Monumenten en beschermd dorpsgezicht
12
3.4
Verenigingen van eigenaren
13
3.5
Particuliere verhuur
13
Activiteitenprogramma 2024-2027
14
4.1
Overkoepelende- en gemeentebrede activiteiten
14
4.2
Koopwoningen (DEFG) onder de gemiddelde WOZ-waarde & doelgroep energiearmoede
15
4.3
Lokale activiteiten voor de subdoelgroepen: doelgroepen in beeld
17
Aanbevelingen voor de monitoring en databeheer
20
5.1
Monitoren op input, output en effecten van de aanpak
20
5.2
Verantwoording voor de verschillende Specifieke Uitkeringen van het Rijk
21
5.3
Databeheer: afspraken met uitvoeringspartners
21
Begroting
23
6.1
Toelichting begroting
23
6.2
Bijsturen op onzekerheden in conversies en regelingen
23
6.3
Bijsturen op de (rest)opgave
24
2.
3
4
5
6
Colofon
25
Bijlage 1: Overzicht beleid en regelingen
26
Bijlage 2: Definities van slecht geïsoleerde bouwdelen
29
Bijlage 3: Standaard voor woningisolatie
30
3
Bijlage 4: DEFG doelgroep per bouwjaarcluster
31
Bijlage 5: Aanbevelingen voor de uitvoering: communicatie
32
4
1. Inleiding Gemeente Bunschoten streeft naar een duurzame, betaalbare en comfortabele woningvoorraad. Niet alleen om klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om energielasten voor inwoners te beperken. Isolatie en ventilatie van woningen zijn een essentieel onderdeel van die opgave, net als andere vormen van energiebesparing. Om die reden heeft gemeente Bunschoten in samenwerking met partners dit isolatieprogramma opgesteld. Het isolatieprogramma bevat inzicht in de isolatieopgave tot 2035, definieert belangrijke doelgroepen, inventariseert landelijke en lokale regelingen, en bevat een activiteitenprogramma voor de periode 2024-2027, inclusief aanbevelingen voor de monitoring en databeheer tijdens en na de eerste activiteiten binnen dit programma, en een begroting. Figuur 1 geeft een overzicht van het hele isolatieprogramma.
Figuur 1: Isolatieprogramma Bunschoten met activiteitenprogramma 2024-2027
1.1. Beleidskader De Rijksoverheid heeft begin juni 2022 het ‘Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving’ gepubliceerd 1 . Onderdeel hiervan is het Nationaal Isolatieprogramma 2 (hierna NIP). In deze programma’s zijn uiteenlopende doelstellingen, maatregelen en geldstromen uitgewerkt die ook voor gemeenten relevant zijn. De specifieke uitkering (hierna SpUk) Lokale Aanpak Isolatie (hierna LAI) uit het NIP is bedoeld om actielijn 1 van het NIP te bekostigen. De overkoepelende doelgroep van deze actielijn is (koop)woningen met slechte energielabels (DEFG) met een WOZ-waarde lager dan het gemiddelde van de gemeente (€409.000 in
Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnelling-verduurzaming-gebouwdeomgeving 2 Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/04/02/nationaal-isolatieprogramma 1
5
2022 in gemeente Bunschoten). Bijlage 1 bevat een gedetailleerde beschrijving van het NIP en overzicht van andere relevante regelingen. Vanuit het NIP kan de gemeente Bunschoten geld aanvragen met een omvang van in totaal ca. €1.560.000. De gemeente Bunschoten ontvangt geld uit de SpUk LAI in drie tranches uitgekeerd in de jaren 2023, 2024 en 2025. De eerste tranche is uitgekeerd in 2023. De hoogte van de gelden voor deze tranche zijn voor alle gemeenten bekend. De hoogte van de gelden van de tranches die volgen in 2024 en 2025 zijn nog niet bekend en bieden daarom geen garanties (zie tabel 1 voor een inschatting van de berekening van de tranches). Aan deze gelden zijn voorwaarden verbonden. Minimaal 80% van de woningen met energielabel D, E, F of G en een WOZ-waarde lager dan het gemiddelde van de gemeente (€409.000) komen in aanmerking voor gemeentelijke ondersteuning met dit geld. Heeft een woning geen afgemeld label, dan moet er sprake zijn van twee of meer slecht geïsoleerde bouwdelen. Zie voor definities van “slecht geïsoleerd” bijlage 2. Gelden uit het NIP voor de gemeente Bunschoten Actielijn 1 ‘Lokale aanpak’ Tranche 13 Tranche 24 Tranche 35 Totaal
(nog te) ontvangen gelden ~€660.000 ~€450.000 ~€450.000 ~€1.560.000
Tabel 1: Inschatting gelden uit het NIP voor de lokale aanpak voor gemeente Bunschoten
Dit Isolatieprogramma is niet alleen gericht op de doelgroepen en gelden uit het NIP, maar gaat over de isolatieopgave in de gehele gebouwde omgeving van Bunschoten. Het is een programma tot en met 2035 waarin we de isolatieopgave van de gehele gebouwde omgeving aan de hand van programmaperiodes in stappen aanpakken. We hebben een activiteitenprogramma opgesteld tot en met 2027 en zullen daarna bijsturen. Gemeente Bunschoten stelt zichzelf namelijk in de Transitievisie Warmte het doel om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Daarnaast is in het coalitieakkoord van gemeente Bunschoten de volgende ambitie opgenomen: “We zetten ons ervoor in dat voor het jaar 2035 alle woningen, bedrijven en gebouwen duurzaam zijn geïsoleerd. Dit onder het motto ‘wat je bespaart hoef je niet op te wekken’. Figuur 2 vat het beleidskader en de inzet van het activiteitenprogramma tot en met 2027 samen. 1.2. Proces opstellen Isolatieprogramma
Figuur 2: Isolatieprogramma Bunschoten (overzicht)
Voor het opstellen van het Isolatieprogramma zijn vier stappen doorlopen onder begeleiding van adviesbureau Arcadis | Over Morgen. De start bestond ten eerste uit een bureauonderzoek om bestaand beleid van de gemeente Bunschoten en benodigde data te verzamelen. Met de data is in de eerste stap de isolatieopgave voor
3
In juli is er een verschuiving geweest van NIP-middelen uit latere tranches. Daardoor zijn de bedragen uit de eerste tranche opgehoogd. Deze
extra middelen zijn niet meegenomen in deze berekening, omdat Bunschoten ervoor heeft gekozen deze extra middelen niet aan te vragen. In november zijn er extra middelen aangekondigd voor de eerste tranche. Deze zijn wel in deze berekening meegenomen. 4
De gelden van de tweede en derde tranche zijn een inschatting, gebaseerd op de landelijke verdeling van de NIP-tranches. De hoogte van deze
gelden zijn nog niet bekend tijdens het opstellen van deze rapportage. 5
De gelden van de tweede en derde tranche zijn een inschatting, gebaseerd op de landelijke verdeling van de NIP-tranches. De hoogte van deze
gelden zijn nog niet bekend tijdens het opstellen van deze rapportage.
6
gemeente Bunschoten inzichtelijk gemaakt. In stap 2 is er een keuze gemaakt in de doelgroepen waar het programma zich op zal focussen. En in stap 3 werd het activiteitenprogramma voor die doelgroepen vastgesteld. Tot slot diende stap 4 voor het uitwerken van de resultaten in een Isolatieprogramma met een overzicht van de opgave, doelgroepen, activiteiten en een begroting. Voor het definiëren van de doelgroepen en het opstellen van het activiteitenprogramma is een proces doorlopen, waarin gedurende drie maanden twee bijeenkomsten plaatsvonden met een klankbordgroep. Deze bestond uit ambtenaren verspreid over verschillende afdelingen van de gemeente Bunschoten (zoals het sociaal domein, erfgoed en wonen) en lokale partners, zoals het energieloket, energie coaches en welzijnsorganisatie De Boei. De inbreng van deze deelnemers heeft samen met de ervaringen van Arcadis | Over Morgen in isolatieprogramma’s voor andere gemeenten geleid tot een overzicht van doelgroepen en activiteiten met aanvullend een prioritering daarin. Afwegingen die uit de sessies zijn voortgekomen worden toegelicht in het doelgroepen- en activiteitenhoofdstuk. 1.3. Verantwoording cijfers De berekening van het aantal woningen binnen de totale opgave en per doelgroep is altijd een inschatting op basis van beschikbare, openbare gegevens.
Sommige gegevens zijn beschikbaar op adresniveau, zoals (geschatte) energielabels. Andere gegevens zijn beschikbaar op straat-, hectare-, of buurtniveau. Dit geldt bijvoorbeeld voor gasverbruik (straatniveau) en inkomensgegevens (hectare). Het is niet haalbaar om op basis van de beschikbare openbare gegevens per huishouden de exacte kenmerken te achterhalen. Daarnaast is het gebruik van informatie op woningniveau lastig vanwege privacywetgeving. Aantallen in de rest van de rapportage worden afgerond genoemd. 1.4. Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 beschrijven wij de isolatieopgave van de gehele gebouwde omgeving van Bunschoten, in lijn met de lokale ambities tot 2035. In hoofdstuk 3 staan de doelgroepen waarop de gemeente zich richt in de programmaperiode 2024-2027. Na een beschrijving van de regelingen en activiteiten die Bunschoten momenteel uitvoert, beschrijven wij in hoofdstuk 4 uit welke activiteiten en regelingen het activiteitenprogramma tot en met 2027 bestaat. Deze activiteiten sluiten aan op de gekozen doelgroepen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op monitoring en databeheer en in hoofdstuk 6 wordt de begroting voor het programma toegelicht. In de bijlagen vindt u verdiepende informatie.
7
2. Inzicht in de isolatieopgave Het doel van dit isolatieprogramma is om vóór 2035 zoveel mogelijk gebouwen in Bunschoten te verduurzamen en stappen te laten zetten richting de landelijke isolatiestandaard. Zo blijft Bunschoten op koers voor haar ambitie van een aardgasvrije, duurzaam verwarmde gebouwde omgeving in 2050. Concreet betekent dit voor Bunschoten dat er ruim 6.000 woningen en ruim 400 gebouwen zonder woonfunctie geïsoleerd moeten worden tot de landelijke isolatiestandaard. Woningeigenaren zullen stapsgewijs hun woningen verduurzamen. Een deel van de opgave wordt gerealiseerd als gevolg van landelijke maatregelen, zoals afspraken met (sociale) verhuurders, betere (financiële) regelingen en een betere informatievoorziening. Een deel van de bewoners zal echter hulp nodig hebben van de gemeente. 2.1 Naar welk isolatieniveau gaat gemeente Bunschoten toe? Voldoende isolatie is een randvoorwaarde voor aardgasvrije verwarming, omdat duurzame warmtebronnen vaak werken met lagere temperaturen dan verwarming met een cv-ketel. Hierdoor is isolatie een noodzakelijke tussenstap om woningen klaar te maken voor duurzame verwarming. Daarnaast levert isolatie op zichzelf ook al een CO2-besparing op door energiebesparing.
Bovendien leidt het tot een lagere energierekening en vaak ook tot een comfortabelere en gezondere woning met minder tocht en vocht, mits de isolatie gecombineerd wordt met energiezuinige ventilatie. Er is een landelijke Isolatiestandaard om te duiden wanneer een woning voldoende geïsoleerd is om aardgasvrij verwarmd te worden 6 . De standaard is ontstaan uit het Klimaatakkoord en is opgesteld door een speciale commissie. Deze bestaat uit een brede vertegenwoordiging van betrokken partijen, zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Bouwend Nederland, Techniek Nederland en de Woonbond. Om de isolatieopgave van de gehele gebouwde omgeving voor Bunschoten inzichtelijk te maken, gebruiken we de landelijke Isolatiestandaard. De landelijke Isolatiestandaard is ontwikkeld voor woningen. Voor gebouwen zonder woonfunctie, zoals utiliteit en bedrijven, hangt het isolatieniveau sterk af van het gebruik en de kenmerken van het gebouw. Een individuele analyse per gebouw is hierbij nodig om exact inzicht te krijgen in de isolatieopgave van gebouwen zonder woonfunctie. Meer informatie over de landelijke Standaard is te vinden in bijlage 3. 2.2 Berekening isolatieopgave Bunschoten Inzicht in de isolatieopgave voor woningen Er zijn 9.000 woningen in Bunschoten. Hiervan voldoen ruim 6.000 woningen nog niet aan de Standaard7.
We verwachten dat die woningen niet in één keer naar de Standaard geïsoleerd zullen worden. Woningen zullen in stappen geïsoleerd worden afhankelijk van natuurlijke momenten zoals verhuizing, de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen, de mate waarin een woning al geïsoleerd is en de technische (on)mogelijkheden van de woning. De meeste mensen isoleren maar één bouwdeel per keer. Koplopers en verhuurders zullen vaker meerdere bouwdelen in één keer aanpakken, bijvoorbeeld bij (grootschalige) renovatie. Hieruit volgen twee aannames waarmee we de isolatieopgave inzichtelijk maken. Ten eerste dat in de gemiddelde woning die nog niet aan de Standaard voldoet nog 2,5 bouwdelen geïsoleerd moeten worden. Ten tweede dat woningeigenaren gemiddeld 1,2 bouwdeel per ingreep isoleren. Voor Bunschoten betekent dit dat er ruim 12.000 ingrepen nodig zijn om de hele woningvoorraad op de Standaard te brengen. Voor meergezinswoningen (appartementen) is het benodigde aantal isolatie-ingrepen veel kleiner dan bij eengezinswoningen. Dit komt doordat ingrepen bij meergezinswoningen vaak het gehele pand betreffen. In andere woorden: per ingreep worden alle woningen in 6
Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/standaard-streefwaarden-woningisolatie
7
De Isolatiestandaard bij woningen zijn woningen met een bouwjaar van 2005 of recenter of die beschikken over een afgemeld energielabel A of
beter.
8
het pand aangepakt, waardoor in één keer een groep woningen wordt verduurzaamd. Denk bijvoorbeeld aan gevelisolatie van een appartementencomplex. Indicator8 Aantal woningen Geschat aantal woningen nog niet op de Standaard Waarvan koopwoningen Waarvan huurwoningen corporatiebezit Waarvan particuliere huurwoningen
Waarde ~9.000 ~6.100 ~5.400 ~400 ~300
Tabel 2: Isolatie-opgave woningen Bunschoten, uitgesplitst naar eigendomscategorie
Indicator Inschatting aantal te isoleren bouwdelen Waarvan bij eengezinswoningen Waarvan bij meergezinswoningen Inschatting aantal isolatie ingrepen Waarvan bij eengezinswoningen Waarvan bij meergezinswoningen
Waarde ~14.600 ~13.600 ~1.000 ~12.200 ~11.300 ~900
Tabel 3: Isolatie-opgave aantal isolatie-ingrepen Bunschoten, uitgesplitst naar eengezins- en meergezinswoningen
Inzicht in de isolatieopgave voor gebouwen zonder woonfunctie Naast woningen zijn er circa 1.500 andere gebouwen in Bunschoten, zoals scholen en kantoren. De geschatte isolatieopgave van deze gebouwen is niet beschikbaar per adres, maar per pand. Dit komt omdat data voor deze gebouwen alleen op dit niveau beschikbaar is. Sturing op het versneld verduurzamen van deze gebouwen vanuit de overheid gebeurt vooral door het Rijk, met onder andere subsidies en normering. Zo moeten kantoren inmiddels energielabel C of beter hebben. De opgave voor gebouwen zonder woonfunctie wordt uitgesplitst in utiliteit en bedrijven. Er is een inschatting gemaakt van het aantal dat nog niet op de Standaard zit en het aantal benodigde ingrepen (tabel 4 en 5). Indicator9 Aantal panden Aantal panden waarschijnlijk nog niet op de Standaard Waarvan utiliteit Waarvan bedrijven
Waarde ~700 ~425 ~155 ~270
Tabel 4: Isolatie-opgave gebouwen zonder woonfunctie Bunschoten, uitgesplitst naar utiliteit en bedrijven
Indicator Inschatting aantal isolatie-ingrepen (a.d.h.v. zelfde uitgangspunten als bij woningen) Waarvan bij utiliteit Waarvan bij bedrijven
Waarde ~890 ~320 ~570
Tabel 5: Isolatie-opgave gebouwen zonder woonfunctie Bunschoten, uitgesplitst naar utiliteit en bedrijven
Tempo van het nemen van isolatie-ingrepen Het tempo waarop de woningen in Bunschoten de komende jaren worden verduurzaamd is niet precies te voorspellen, omdat dit afhangt van allerlei factoren. Bijvoorbeeld de prijsontwikkeling van isolatiemaatregelen, subsidieregelingen, landelijke (normerende) wetgeving en de bereidheid van inwoners om te investeren in een duurzame woning. Wel zijn er verschillende scenario’s denkbaar waarop de verduurzaming plaatsvindt en kan de gemeente bepalen op welk scenario zij met haar beleid wil aansluiten. In figuur 3 staan twee scenario’s voor het verloop van de verduurzaming van woningen in Bunschoten. In het lineaire scenario leidt een vast aantal isolatie ingrepen per jaar tot een volledig of voldoende geïsoleerde
8
Bron aantal woningen in woningvoorraad en bouwjaren: BAG, 2023. Bron voor energielabels: RVO, 2023.
9
Bron aantal woningen in woningvoorraad en bouwjaren: BAG, 2023. Bron voor energielabels: RVO, 2023.
9
woningvoorraad. Een scenario met een ‘versnellingscurve’ is ook denkbaar, waarbij het tempo de komende jaren wat lager ligt maar daarna steeds verder oploopt. Met het isolatieprogramma zet Bunschoten erop in om al in de eerste jaren een hoog isolatietempo te bereiken (conform het lineaire scenario). Dit is realistisch om verschillende redenen. Het aantal woningen met een isolatieopgave ligt nog relatief hoog en de maatschappelijke urgentie is hoog door de hoge energieprijzen. Bovendien zal de gemeente met het opschalen van isolatieactiviteiten direct een flinke stijging van het aantal geïsoleerde woningen per jaar kunnen bereiken. Daarnaast is het verstandig om direct in te zetten op een hoog isolatietempo, omdat de gemeente zo de restopgave voor de laatste jaren zo klein mogelijk maakt. Dat vergroot de kans dat tijdig alle woningen voldoende geïsoleerd zijn.
aantal benodigde ingrepen cumulatief
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 -
Lineair tempo Figuur 3. Isolatieopgave in aantal ingrepen (woningen)
10
Exponentieel tempo
3 Doelgroepen Het Isolatieprogramma van Bunschoten is een breed programma, gericht op de verduurzaming van de gehele gebouwde omgeving van de gemeente Bunschoten. Het vorige hoofdstuk liet zien dat er tot aan 2035 nog ruim 6.000 woningen en ruim 400 gebouwen zonder woonfunctie geïsoleerd moeten worden om aangesloten te kunnen worden op een vorm van aardgasvrije verwarming. Alleen valt niet overal evenveel CO2 te besparen en niet iedereen heeft evenveel ondersteuning nodig bij het isoleren van hun woning of pand. Daarnaast kan de gemeente niet overal tegelijk beginnen, waardoor doelgroepen zijn aangewezen die in het activiteitenprogramma voor 2024-2027 prioriteit krijgen. Dit zijn: (koop)woningen met slechte energielabels (DEFG), huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede, doe-het-zelvers, monumenten en beschermd dorpsgezicht en VvE’s. Dit hoofdstuk geeft meer inzicht in deze doelgroepen. 3.1 Koopwoningen met slechte labels onder de gemeentelijke gemiddelde WOZ-waarde Voortkomend uit de criteria van het NIP zijn voor het Isolatieprogramma Bunschoten koopwoningen met slechte energielabels (DEFG) met een WOZ-waarde lager dan het gemiddelde van de gemeente (€409.000) aangewezen als doelgroep voor het isolatieprogramma. Voor deze doelgroep ontvangt de gemeenten tevens gelden uit de SpUk LAI (actielijn 1 van het NIP).
Er vallen 998 woningen in deze doelgroep in Bunschoten (zie figuur 6 en 7).
Figuur 6. Energielabels koopwoningen met een DEFG label en een WOZ-waarde lager dan het gemiddelde van de gemeente (€409.000)
Bijlage 4 bevat een tabel waarin deze woningen zijn uitgesplitst per logisch bouwjaarcluster (met toelichting). Het activiteitenprogramma spitst geen specifieke activiteiten toe op deze clusters. Wel biedt de uitsplitsing inzicht in de spreiding van de opgave. Dit is handig voor bijvoorbeeld een wijkgerichte benadering. 3.2 (Risico op) energiearmoede
Figuur 7. Koopwoningen met een DEFG label en een WOZwaarde lager dan het gemiddelde van de gemeente (€409.000)
Een kwetsbare doelgroep zijn huishoudens met (risico op) energiearmoede, die zowel uit kopers als huurders bestaat. Er zijn verschillende definities van energiearmoede. TNO en CBS definiëren energiearmoede als een combinatie van een laag inkomen, slechte energetische kwaliteit van het huis en onvoldoende mogelijkheden om te investeren in een betere energetische kwaliteit 10 . Dus deze huishoudens zijn zonder extra lokale ondersteuning niet in staat om hun woning te verduurzamen. Vanuit de gelden van het NIP kunnen binnen de doelgroep energiearmoede alleen huiseigenaren worden ondersteund. Vanuit de SpUk energiearmoede kunnen mensen in huurwoningen wel worden geholpen.
10
11
TNO: https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/
De doelgroep die, volgens onderzoek van TNO, daadwerkelijk kampt met energiearmoede bedraagt 2,6% van de huishoudens in gemeente Bunschoten in 202011. In 2022 heeft het Rijk diverse maatregelen genomen om huishoudens financieel te ondersteunen bij het betalen van de sterk gestegen energiekosten. In 2022 is bovengenoemd onderzoek geactualiseerd en is het percentage energiearme huishoudens in gemeente Bunschoten volgens TNO opgelopen tot ca. 3,4%12, ondanks de landelijke maatregelen. Een grotere groep huishoudens loopt het risico in energiearmoede te belanden bij hogere energieprijzen. Deze huishoudens hebben vaak niet de financiële reserves om hun woning te verduurzamen. Bovendien ervaren zij vaak extra (sociale) belemmeringen voor verduurzaming. Deze groep heeft daarom extra (lokale) ondersteuning nodig om hun woning te isoleren. Het verder in kaart brengen van deze doelgroep naar locatie en eigendomssituatie is ingewikkeld vanwege de beperkte openbare beschikbaarheid van data over dit thema. Wel zijn er openbare gegevens van gemiddeld besteedbaar inkomen op het niveau van vierkantstatistieken van 100x100m. Dit maakt zichtbaar waar koopwoningen met slechte energielabels zich bevinden en waar ook de inkomens in de buurt relatief laag zijn. Op basis hiervan is de inschatting gemaakt dat er 644 huishoudens zijn met (een verhoogd risico op) energiearmoede (zie figuur 8).
Daarvan hebben 294 woningen een energielabel D of slechter.
Figuur 8. Woningen met een verhoogd risico op energiearmoede
3.3 Monumenten en beschermd dorpsgezicht Een kleinere doelgroep is de monumentale gebouwde omgeving met label D, E, F of G. Vaak gaat dit om minder woningen, maar tegelijkertijd wel met gemiddeld vrij lage labels. Een op maat gemaakte aanpak kan hier verbetering in brengen. Het mes snijdt aan twee kanten wanneer het isolatieprogramma gecombineerd kan worden met monumentaal onderhoud. Gemeente Bunschoten heeft 29 rijksmonumenten en 83 gemeentelijke monumenten die binnen de NIP-doelgroep vallen13 (zie figuur 9 en 10). Deze bevinden zich voornamelijk in de kern van Spakenburg. Tot slot zijn er in Bunschoten ook een aantal woningen aanwezig die binnen het bescherm dorpsgezicht vallen. Woningen daarbinnen moeten veelal, net als woningen met een monumentale status, voldoen aan strenge weten regelgeving bij het verduurzamen van de woning. Naast een isolatiesubsidie kunnen deze woningen bijvoorbeeld gebaat zijn bij maatwerkadvies. Het activiteitenprogramma zet een mogelijke invulling uiteen.
11
TNO: https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/
12
TNO: https://www.tno.nl/nl/newsroom/2023/01/energiearmoede-onderzoek-2022/
13
Hierbij zijn de volgende filters van toepassing: Rijks/Gemeentelijk monument, DEFG-label, koopwoning, WOZ-waarde lager dan het gemiddelde
van de gemeente (€409.000).
12
Figuur 9. Rijksmonumenten
Figuur 10. Gemeentelijke monumenten
3.4 Verenigingen van eigenaren Het aandeel huurwoningen in een VvE kan zowel een kans als een uitdaging zijn voor verduurzaming: een groot aantal verschillende eigenaren bemoeilijkt vaak de besluitvorming. Een eigenaar met een meerderheidsbelang in een VvE (zoals een woningcorporatie) kan verduurzaming versnellen, maar ook juist tegenhouden. Aangezien het kabinet een verhuurverbod voor slechte energielabels (vanaf label E of slechter) heeft aangekondigd vanaf 2029, worden verhuurders gestimuleerd om ook in gemengde VvE’s hun woningen te verduurzamen. Dit versnelt mogelijk ook de verduurzaming van koopwoningen in deze gemengde VvE’s. Op basis van de data van de gemeente Bunschoten, zijn er in Bunschoten ruim 100 VvE’s. Het is onduidelijk wat het exacte aantal is en om hoeveel gemengde VvE’s het gaat. Waar andere aantallen in dit programma afgerond zijn, op basis van BAG data, is dit aantal een schatting omdat er onvoldoende informatie beschikbaar is. In de programmaperiode wordt dit nader uitgezocht. 3.5 Particuliere verhuur Gemeente Bunschoten heeft 447 woningen die particulier verhuurd worden. Een groot deel hiervan is goed geïsoleerd, maar 179 woningen hebben nog label D, E, F of G (zie figuur 11 en 12). Particuliere verhuur is een lastige doelgroep, omdat de eigenaar van de woning verantwoordelijk is voor de verduurzaming.
Huurders mogen zelf vaak geen aanpassingen doen aan de woning en het kan als een drempel voelen dit als verzoek neer te leggen bij de verhuurder. Daardoor is er vaak sprake van achterstallig onderhoud.
Figuur 11. Energielabels particuliere verhuur
13
Figuur 12. Woningen particuliere verhuur.
4 Activiteitenprogramma 2024-2027 Het Isolatieprogramma van Bunschoten is een breed programma, gericht op de gehele gebouwde omgeving van de gemeente Bunschoten. Tot aan 2035 zullen er nog ruim 6.000 woningen en ruim 400 gebouwen zonder woonfunctie geïsoleerd moeten worden om uiterlijk in 2050 aangesloten te kunnen worden op een vorm van aardgasvrije verwarming. In het vorige hoofdstuk beschreven we doelgroepen die aangewezen zijn voor dit activiteitenprogramma (2024-2027). Dit hoofdstuk geeft een omschrijving van de activiteiten die we voor de doelgroepen gaan organiseren. Het activiteitenprogramma is gericht op het activeren en ondersteunen van bewoners bij het isoleren van de woning. De activiteiten dragen bij aan het doel om in 2035 de gehele gebouwde omgeving voldoende geïsoleerd te hebben. 4.1 Overkoepelende- en gemeentebrede activiteiten 4.1.1 Gemeentebrede communicatiecampagne Een gemeentebrede communicatiecampagne omtrent het verduurzamen van de gebouwde omgeving zal worden opgezet. Zowel digitale platformen, zoals social media als ook een buitenruimte campagne zal worden ingezet om de zichtbaarheid van het onderwerp te vergroten. De gemeentebrede communicatiecampagne kan aanzetten tot het isoleren van woningen, maar is ondersteunend aan de andere activiteiten.
4.1.2 Programmasturing Dit betreft de aansturing van de isolatieaanpak: budget bewaken, projectteam aansturen, opdrachtgever zijn voor één of meerdere uitvoeringspartners en afstemming met interne en externe stakeholders. 4.1.3 Monitoring Het isolatieprogramma heeft een meerjarige opzet en er zijn nog onzekerheden die invloed hebben op de conversies van activiteiten. Conversies zijn voornamelijk gebaseerd op ervaringen uit het verleden, van voor de huidige energie- en materiaalprijzen en krapte op de arbeidsmarkt. Ook is het landelijk beleid deels nog in ontwikkeling. Om deze redenen is het belangrijk om voortdurend het isolatieprogramma te monitoren en bij te sturen waar nodig. Voor de woningen die middelen uit de SpUk LAI ontvangen, geldt dat er halfjaarlijks aan RVO verantwoording moet worden afgelegd over de uitgevoerde maatregelen. Aanvullend daarop vindt er jaarlijks via de SiSa financiële verantwoording plaats over de besteding van de middelen. 14 Programmasturing en monitoring is daarom van groot belang. Voor de gemeente zelf om inzicht en grip te houden op de voortgang en doelstelling, maar ook om verantwoording af te leggen naar het Rijk. Daarom wordt er uitgebreid stil gestaan bij programmasturing en monitoring in hoofdstuk 5. 4.1.4 Collectieve ontheffing Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming (Wnb).
Het uitgangspunt is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. De wet verbiedt, onder andere, het vernietigen, doden en verwonden van beschermde dieren- en plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. Dit is onder andere van toepassing op bouw- en verbouwingsactiviteiten, zoals het nemen van isolatie- en energiebesparende maatregelen. In de praktijk betekent dit dat bij de isolatie van de spouw(muur) en het dak eerst ecologisch onderzoek gedaan moet worden. Zo nodig moet de gebouweigenaar mitigerende maatregelen nemen om de dieren te beschermen.
14
Staatcourant 2023, nr. 3877, artikel 9 en pag. 18 e.v.
14
De gemeente kan voor de hele gemeente een gebiedsgerichte ontheffing aanvragen op de Wnb. Hiervoor moet zij een soortenmanagementplan (SMP) laten opstellen. Hierin staat hoe in het gebied beschermde diersoorten worden beschermd. Omdat het opstellen van een SMP zo’n twee jaar kan duren, mogen gemeenten tijdens de onderzoeksperiode gebruik maken van een pre-soortenmanagementplan (pre-SMP). De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke gebiedsgerichte ontheffing op de Wnb verlenen. Na ontheffing kunnen een geselecteerd aantal woningeigenaren hun woning direct isoleren zonder ecologisch onderzoek. In de tussentijd dient de gemeente een SMP op te stellen en ontheffing aan te vragen op de Wnb. Gemeente Bunschoten beschikt vanaf begin 2024 over een pre-SMP en kan dus direct starten met de uitvoering van het volledige isolatieprogramma. Eind 2025 is het onderzoek voor het SMP afgerond en vraagt de gemeente een gebiedsgerichte ontheffing aan. De ontheffing is na afgifte 10 jaar geldig en kan worden verlengd met 10 jaar, wanneer de monitoring correct verloopt.
SpUk versnelling natuurinclusief isoleren – stand van zaken
dec 2023
Sinds het najaar van 2023 is regelgeving gestart ter ondersteuning van gemeenten en provincies bij het opstellen van gebiedsgerichte SMP’s. Ook wordt er gewerkt aan een meer omvattende aanpak voor natuur inclusief isoleren, zoals een aanpak gericht op het tekort aan ecologen, een landelijk informatiepunt en afspraken met de isolatiebranche. Het gaat dan om een gebiedsgericht ecologisch onderzoek, het opstellen van een SMP, het treffen van mitigerende maatregelen voor vleermuizen en vogels, en de monitoring van de effecten daarvan. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma is 44 miljoen euro gereserveerd voor de versnelling van de landelijke uitrol van de SMP's. Voor de gemeente Bunschoten bedraagt dit €119.494. Dit geld wordt ingezet voor monitoring. Kader 1: SpUk versnelling natuurinclusief isoleren
4.2 Koopwoningen (DEFG) onder de gemiddelde WOZ-waarde & doelgroep energiearmoede 4.2.1 Collectieve inkoopacties Een collectieve inkoopactie houdt in dat woningeigenaren zich kunnen inschrijven op een financieel gunstig aanbod voor isolatiemaatregelen, inclusief installatie door een professionele partij. Niet alleen inkoop en installatie worden geregeld met de collectieve inkoopactie, maar er wordt doorgaans ook advies en ondersteuning aangeboden, zoals informatiebijeenkomsten, klantenservice, offertecheck en hulp bij klachten. Er ligt veel verantwoordelijkheid bij de huiseigenaar om het initiatief te nemen zich in te schrijven, maatwerkadvies van een energiecoach te vragen, en de financiering rond te krijgen. De collectieve inkoopactie is een beproefde methode die jaarlijks honderden keren plaatsvindt door heel het land, en waar zowel uitvoeringspartners als aannemers veel ervaring mee hebben. Collectieve inkoopacties worden georganiseerd door uitvoeringspartners, die vaak ieder een eigen werkwijze hebben. Collectieve acties hebben verder de volgende voordelen: •
•
•
15
Onafhankelijk advies voor woningeigenaren: de uitvoeringspartner ziet toe op kwaliteit van de aannemers en organiseert informatiebijeenkomsten. Uitvoeringspartners stellen ook vaak een klantenservice beschikbaar. Voorspelbaarheid voor woningeigenaren (indien de collectieve inkoopacties met regelmaat worden georganiseerd, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar): zij kunnen de komende jaren plannen wanneer zij instappen en welke bouwdelen ze laten isoleren. Zij kunnen de werkzaamheden dan ook beter combineren met voor hen logische momenten, en zij kunnen nog geld sparen als dat nodig is. Voorspelbaarheid voor de aannemerij: de capaciteit op de markt is momenteel krap. Uitvoeringspartners contracteren één of meerdere aannemers, doen daarbij ook de prijsonderhandelingen en bieden ontzorging aan de aannemers waardoor zij een goede prijs kunnen maken voor de werkzaamheden.
•
•
Doordat uitvoeringspartners de vraag organiseren en veel klantcontact uit handen nemen is de collectieve actie ook voor aannemers aantrekkelijk. Kostenvoordeel: door collectief in te kopen en uit te voeren neem je veel werk uit handen van de aannemerij en kunnen bijvoorbeeld materialen grootschaliger worden ingekocht. Dit leidt tot prijsvoordeel voor de woningeigenaar en meer marge voor de aannemer. Ook voor eigenaren in ‘gespikkeld bezit’: blokken of rijen woningen die afwisselend bestaan uit corporatiehuur en particulier eigendom. Door mee te doen met de collectieve actie, kunnen ook de particuliere woningen worden verduurzaamd. Mogelijk zijn er synergievoordelen door de werkzaamheden van de corporatie te timen met de werkzaamheden van de aannemer in de collectieve actie.
Ook met een collectief aanbod zal er behoefte blijven aan maatwerk, omdat situaties van woningen en eigenaren net anders kunnen zijn dan bij de buren. Voor een goede conversie is het belangrijk om wel enige ruimte te bieden binnen de collectieve actie voor maatwerk, bijvoorbeeld door een optie voor meerwerk op te nemen waarmee de woningeigenaar extra werkzaamheden kan afnemen. Ook is het aan te raden de collectieve actie gezamenlijk te organiseren met energiecoaches en/of de lokale energiecoöperatie, zodat zij een rol kunnen spelen in het activeren en adviseren van woningeigenaren. 4.2.2 Maatwerk voor doelgroep (verhoogd risico op) energiearmoede Activatie- en ontzorgingscampagnes Voor de doelgroep huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede wordt meer intensieve ontzorging aangeboden, in vergelijking tot het aanbod voor de bredere doelgroep (koop)woningen met slechte energielabels. (Koop)woningen met slechte energielabels ontvangen een brief van de gemeente met een link waarmee zij zich kunnen aanmelden voor de collectieve inkoopactie. Vervolgens komt het isolatiebedrijf langs om de woning te beoordelen en (bij geschiktheid van de woning) de isolatiemaatregel uit te voeren. Met name huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede vragen om een aanpak waar maatwerk, persoonlijke begeleiding en ontzorging van groot belang is.
De eerste stap is om achter de voordeur te komen. Wantrouwen richting de overheid of de gemeente is veelvoorkomend onder deze doelgroep. Het is daarom van belang om op zoek te gaan naar sociale partners in de gemeente die het vertrouwen al hebben en al achter de voordeur komen. Dit kan bijvoorbeeld de wijk- of dorpsraad, maatschappelijk werk of de Voedselbank zijn die voor ‘geleend vertrouwen’ kan zorgen. Schaamte speelt ook een grote rol bij de doelgroep. Het is daarom zaak om, zo mogelijk, bij contact met huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede belangrijk om rekening te houden met de taal die wordt gebruikt. Minder letterlijk, let ook op taalgebruik. Spreek bijvoorbeeld niet van hulp of toeslagen, maar opties, mogelijkheden en aanbiedingen van de gemeente. Klankbordgroep: “Gebruik een persoonlijke benadering.” Puntsgewijs ziet de aanpak voor huishoudens met (een verhoogd risico op) energiearmoede er als volgt uit: • • • • •
Activatie door middel van een brief; Maatwerkadvies (middels ‘keukentafelgesprek’ of digitale afspraak); Eventueel nabellen bij de doelgroep indien nodig; Ondersteuning bij het aanvragen en beoordelen van de offerte; Ondersteuning bij het aanvragen van subsidies.
De activatie bestaat uit het versturen van een brief met informatie over de collectieve actie. Na het versturen van de brief kunnen professionele adviseurs fysiek langsgaan bij de doelgroep. Woningeigenaren krijgen een aanbod voor een maatwerkadvies aan huis (‘keukentafelgesprek’) van een adviseur. De adviseur adviseert tijdens dit gesprek over de collectieve inkoopactie en de technische en financiële mogelijkheden. Klankbordgroep: “Maak met bewoners een stappenplan mét financiële mogelijkheden.”
16
De stap van maatwerkadvies middels een ‘keukentafelgesprek’ kan ook digitaal plaatsvinden. In een digitale afspraak wordt ook geadviseerd over de collectieve inkoopactie en de technische en financiële mogelijkheden. Zo nodig belt de adviseur na het ‘keukentafelgesprek’ of digitale advies de woningeigenaren nog eens om openstaande vragen te beantwoorden. Na het ‘keukentafelgesprek’ of digitale advies (en zo nodig het nabellen) biedt de adviseur ondersteuning bij het aanvragen en beoordelen van de offertes. Tot slot ondersteunt de adviseur ook bij de volledige activatie en ondersteuning bij het aanvragen van de subsidie (zowel de gemeentelijke subsidie als de ISDE-subsidie). Deze adviseur is het eerste aanspreekpunt voor de woningeigenaar. Ook wordt er naar aanleiding van het gesprek met de adviseur nagebeld bij de doelgroep.
Aansluiten op de leefwereld van inwoners Om zoveel mogelijk inwoners zover te krijgen dat ze hun huis isoleren, is het belangrijk om de activiteiten goed te laten aansluiten op de leefsituatie en behoeften van inwoners. Veel huishoudens ervaren allerlei belemmeringen om te verduurzamen. Financieel, maar ook sociaal. Denk aan wantrouwen naar instanties en klimaatbeleid, chronische stress en een beperkt doenvermogen. Klankbordgroep: “Time de subsidie bijvoorbeeld met vakantiegeld of de 13e maand.” Door in de uitvoering van het Isolatieprogramma aan te sluiten op de leefwereld van inwoners, maken we het programma effectiever. In bijlage 5 staan een aantal uitgangspunten waarmee we dit voor elkaar krijgen. Kader 2: Aansluiten op de leefwereld van inwoners
Financiële ondersteuning Naast ontzorging in de vorm activatie, waarin bewoners in de gehele klantreis (van oriënteren tot overgaan op actie) worden geholpen, zet de gemeente in op financiële ondersteuning. Dus zodra de bewoner klaar is om daadwerkelijk een isolatiemaatregel te nemen wordt ook financiële ondersteuning in de vorm van subsidie aangeboden om de maatregelen te bekostigen. Dit kan in de vorm van een subsidie of isolatievoucher. Voor het opzetten van een subsidieregeling moet een maximaal bedrag per woning worden bepaald waarop een woningeigenaar aanspraak kan maken. Rekening houdend met het huidige budget, kunnen koopwoningen met een DEFG label en een WOZ-waarde lager dan de gemiddelde WOZ-waarde van de gemeente aanspraak maken op een subsidiebedrag van €1.500 per woning, waarmee zij een deel van de isolatiemaatregel kunnen financieren. Huishoudens die ondersteuning het meest nodig hebben wil de gemeente als eerst helpen, op basis van lage WOZ-waarden. Daarnaast kan de doelgroep die in 2023 energietoeslag heeft ontvangen aanspraak maken op €2.500 per woning, waarmee zij in totaal één volledige isolatiemaatregel kunnen financieren. Conversies van soortgelijke acties laten zien dat de bereidheid om mee te doen aan een actie omhoog schiet als de gehele maatregel vergoed kan worden. Een eigen bijdrage van €50.- kan al een drempel vormen.
4.3 Lokale activiteiten voor de subdoelgroepen: doelgroepen in beeld Gemeente Bunschoten wil tijdens dit activiteitenprogramma de doelgroepen doe-het-zelvers, monumenten & beschermd dorpsgezicht en VvE’s eerst beter in beeld krijgen voordat er doelgroepgerichte activiteiten kunnen worden opgenomen in het programma. De begroting raamt middelen en capaciteit in voor de verkenning. Onderstaande legt per doelgroep uit wat de verkenning inhoudt. 4.3.1 Doe-het-zelvers In de kamerbrief van 7 november 202215 heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat er geen landelijke regeling komt voor de ondersteuning van doe-het-zelvers: eigenaren, of kleine collectieven van eigenaren, die zonder aannemer isoleren. In plaats daarvan kunnen gemeenten binnen hun lokale aanpak activiteiten voor doe-het-
15
17
Rijksoverheid: kamerbrief-over-ondersteuning-doe-het-zelfmaatregelen.pdf (overheid.nl)
zelvers organiseren. Doe-het-zelvers zijn waardevol omdat zij de overspannen installatiebranche ontlasten en omdat het tegemoet komt aan de wens van een groep bewoners om zelf aan de slag te gaan en daar ook toe in staat is. Medio 2024 wordt gestart met een aanpak voor doe-het-zelvers. De exacte invulling wordt nader vastgesteld. Kader 3 geeft tips voor de aanpak voor doe-het-zelvers.
Tips voor de aanpak voor doe-het-zelvers De ondersteuning voor doe-het-zelvers kan bijvoorbeeld bestaan uit het organiseren van een aantal workshops en het creëren van een netwerk van doe-het-zelvers zodat zij elkaar kunnen helpen. Bij de workshops kunnen deelnemers aan de hand van voorbeelden en instructies van een ervaringsdeskundige oefenen met materialen en gereedschappen om bijvoorbeeld zelf de binnenzijde van het dak te isoleren. Een workshop kan bijvoorbeeld georganiseerd worden bij iemand in de wijk die al zelf geïsoleerd heeft. Deelnemers kunnen contactgegevens uitwisselen en de uitvoeringspartner verstrekt informatie over regelingen en landelijke hulpmiddelen, zoals de kluswijzers van Milieu Centraal. Daarnaast kan de gemeente ervoor kiezen om subsidie beschikbaar te stellen voor de aanschaf van materialen voor doe-het-zelvers. Bewoners kunnen voor een subsidiebedrag materialen aanschaffen om vervolgens zelf hun woning te isoleren. Extra van belang bij deze doe-het-zelf maatregelen is de monitoring. Het is mogelijk dat de gemeente de doe-het-zelf regeling uitbesteed bij een uitvoeringspartner. Over het algemeen werken uitvoeringspartners met een voucher voor de aanschaf van materialen of een eigen webshop met een Open House.
De uitvoeringspartner organiseert de workshops, organiseert de inkoop en distributie van materialen en controleert of de uitvoering van de maatregel correct is gedaan. Van belang bij het monitoren van deze maatregelen is dat de monitoring van de uitvoeringspartner aansluit bij de voorwaarden die vanuit RVO worden gesteld. Het Servicepunt Duurzame Energie heeft een leerproduct ontwikkeld voor de doe-het-zelf aanpak. Dit mengpaneel helpt om een lokale aanpak te maken voor inwoners die zelf hun woning isoleren. Het mengpaneel bevat buttons waar onderdelen in staan die gemeenten kunnen gebruiken voor de aanpak. Bijvoorbeeld over de financiering van de doe-het-zelf aanpak, de hoogte van de subsidie of voucher, welke maatregelen subsidiabel zijn en de communicatie van de regeling. Kader 3: Tips voor de aanpak voor doe-het-zelvers16
4.3.2 Monumenten & beschermd dorpsgezicht Gemeente Bunschoten brengt in 2024 de doelgroep in beeld doormiddel van een enquête en een bewonersavond. Het doel is in kaart te brengen: • • • •
in hoeverre er al verduurzaamd is; in hoeverre bewoners financieel in staat zijn te verduurzamen (is “monumentenbewoners hebben geld te besteden” een misvatting in Bunschoten?); waar bewoners tegenaan lopen; waar behoefte voor financiering, ondersteuning en/of subsidiëring zit.
Daarnaast zal gemeente Bunschoten de mogelijkheden voor verruiming van de regels voor monumenten en het beschermd dorpsgezicht onderzoeken. Klankbordgroep: “Stem het ondersteuningsaanbod voor monumenteneigenaren af op bestaande regelgeving.”
16
Het leerproduct ‘mengpaneel doe-het-zelf aanpak is te vinden op de website van het Servicepunt Duurzame Energie: Leerproducten -
Servicepunt Duurzame Energie
18
Het doel hiervan is een helder overzicht te krijgen van de mogelijkheden waarop deze doelgroepen kan worden ondersteund. De ambitie is om hiervoor samen te werken met MooiSticht (organisatie die de cultuurhistorie rondom de oude Bisschopsstad Utrecht in streken zoals het westelijk weidegebied, het Vechtplassengebied, het Gooi, het Eemland, de Gelderse Vallei, de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijnlandschap, beschermt). Op basis van de resultaten van de verkenning zal de gemeente een aanpak opstellen. 4.3.3 Verenigingen van Eigenaren Gemeente Bunschoten brengt in 2025 en 2026 de doelgroep Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) in beeld doormiddel van een enquête voor VvE’s en een bestuurdersavond. Klankbordgroep: Kom in beeld bij VvE’s & ga in gesprek met bestuurders; waar lopen ze tegenaan? Leeft verduurzaming überhaupt?” Het doel van de enquête en bestuurdersavond is in kaart te brengen: • • • • • •
hoeveel actieve, niet-actieve en slapende VvE’s er zijn; door wie de VvE’s bestuurd worden; in hoeverre er al verduurzaamd is; in hoeverre bestaande regelingen bekend zijn; waar bewoners tegenaan lopen; waar behoefte voor financiering, ondersteuning en/of subsidiëring zit. Klankbordgroep: “Bereid ze voor op komende jaren.”
In de programmaperiode wordt er aan de hand van de resultaten een maatwerkaanpak opgezet. Dit activiteitenprogramma stelt hier nog geen eisen voor. Er kan hiervoor een loting plaatsvinden, als er veel animo is bij VvE’s. Het kan ook zo zijn dat er bijvoorbeeld een drietal VvE’s enthousiast is en de pilot met hen wordt gedraaid. Kader 4 brengt een aantal uitgangspunten in beeld om op te nemen in de VvE aanpak.
Tips voor de aanpak van VvE’s Een aantal belangrijke uitgangspunten om op te nemen in de VvE aanpak zijn: •
Breng de doelgroep VvE’s beter in kaart. Hoeveel VvE’s zijn er per gemeente? Dit register van het CBS kan helpen om eerste analyses te maken.
•
Vorm alvast een eerste beeld van de VvE-voorraad: waar bevinden zich actieve VvE’s, welke VvE’s zijn minder actief? Waar is al een volwaardig bestuur en waar nog niet?
•
Maak inzichtelijk welke financieringsmogelijkheden er zijn voor VvE’s;
•
Ondersteun VvE’s in het besluitvormingsproces. Vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie kan er in regionaal verband aansprak worden gemaakt op procescoördinatie. Ook is er geld vanuit de SPOR-regeling.
•
Onderzoek hoe andere gemeenten en uitvoeringspartijen een VvE aanpak opzetten. Plan hiervoor gesprekken met bijvoorbeeld NVM en het Warmtefonds, VvE-belang of een bestaand VvE-loket.
•
Bekijk de adviezen die opgenomen staan VvE-versnellingsagenda verduurzaming van het Rijk.
Kader 4: Tips voor de aanpak voor VvE’s
19
5 Aanbevelingen voor de monitoring en databeheer Om verschillende redenen is het waardevol om de monitoring van het Isolatieprogramma en het bijbehorende databeheer goed te organiseren. Het geeft inzicht in de voortgang en effecten van de uitvoering. Ook draagt het bij aan de correcte verantwoording richting Rijk, college en gemeenteraad over de besteding van de middelen en de effecten hiervan. Bovendien zijn monitoring en databeheer essentieel om te leren van de uitvoering en op basis hiervan de aanpak bij te sturen en effectiever te maken. Dat is juist noodzakelijk in de energietransitie, waarin nog veel onbekend is. 5.1 Monitoren op input, output en effecten van de aanpak De volgende onderdelen zijn voor de monitoring van belang: •
•
Input: alle acties gericht op bereik en conversie, zoals: verstuurde brieven, deelname aan activiteiten, gebruik van landelijke en lokale regelingen, het aantal energiecoaches en het aantal contactmomenten van uitvoeringspartners. Deze informatie kan grotendeels worden aangeleverd door uitvoeringspartners. Deels moet deze informatie zelf verzameld worden, bijvoorbeeld bij RVO of bij de betrokken communicatiemedewerker. Hiervoor zijn uren opgenomen in het programma. Output: aantal geïsoleerde bouwdelen gesplitst naar eengezinswoningen en appartementencomplexen. Deze informatie kan door de uitvoeringspartners worden aangeleverd. Het is belangrijk dat de gemeente in haar aanbestedingen meegeeft dat het bijhouden van deze data (binnen de kaders van privacyregelgeving) een uitvoeringsvoorwaarde is. Dit in verband met de verantwoording voor de besteding van de middelen. Effect: over de looptijd van het programma kan het effect gemeten worden door verschillende criteria te meten, zoals voor temperatuur gecorrigeerd gasverbruik en afgemelde energielabels. Het dashboard krijgt een koppeling met de Klimaatmonitor17, zodat de voortgang op energiebesparing gemonitord kan worden. Er is nog geen landelijk geaccepteerde methodologie om het aantal woningen te monitoren dat de Standaard heeft bereikt. Dit kan namelijk niet volledig en feilloos uit energielabels worden afgeleid.
Definitie conversie & bereik Met conversie bedoelen we letterlijk omzetten. De conversie van een activiteit is dan hoeveel mensen er daadwerkelijk overgaan tot actie. De conversie is bijvoorbeeld het aantal ingeplande getekende intentieverklaringen ten opzichte van aantal verstuurde brieven over de collectieve inkoopactie. Het bereik van een activiteit is hoeveel mensen je bereikt. Een campagne op de gemeentelijke website die 1000 keer gezien is, bijvoorbeeld. Of 250 woningen ontvangen een brief over een collectieve inkoopactie in hun wijk. Kader 5: Definitie conversie & bereik
Voor het meten van de effectiviteit kan een dashboard worden ingericht met belangrijke indicatoren om de aanpak te kunnen monitoren. Om het dashboard in te richten en bij te houden zijn uren en out-of-pocketkosten opgenomen. De gemeente kan hiervoor zelf data verzamelen bij uitvoeringspartners, of de monitoring volledig uitbesteden. Cruciaal bij voortdurende monitoring en bijsturing is dat alle betrokkenen deze werkwijze onderschrijven, omdat het flexibiliteit in de uitvoering vraagt. Wanneer conversies achterblijven bij wat in dit programma is ingeschat wordt bijgestuurd door bijvoorbeeld extra of andere activiteiten te organiseren om de benodigde conversie wel te behalen.
17
20
Klimaatmonitor: https://klimaatmonitor.databank.nl/
Figuur 13: Impressie dashboard voor monitoring uitvoeringsprogramma.
Voor de woningen die middelen uit de SpUk LAI ontvangen, geldt dat er halfjaarlijks aan RVO verantwoording moet worden afgelegd over de uitgevoerde maatregelen. Hiervoor is een format ter beschikking gesteld op de webpagina van de SpUk LAI. Aanvullend daarop vindt er jaarlijks via de SiSa financiële verantwoording plaats over de besteding van de middelen.18 5.2 Verantwoording voor de verschillende Specifieke Uitkeringen van het Rijk Gemeenten en provincies moeten elk jaar aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze het geld hebben besteed. Dit doen zij via de methodiek SiSa (Single information, Single audit). Om zicht te hebben op de voortgang en het effect van de isolatiemaatregelen op de CO2-reductie in de gebouwde omgeving, is het wenselijk dat gemeenten inzicht hebben in het aantal specifieke maatregelen dat wordt getroffen. Als onderdeel van de verantwoording van de SpUk LAI wordt aan gemeenten gevraagd dit bij te houden en te monitoren. Het Rijk kan op basis van een uitvraag of steekproef inzicht krijgen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de regeling. Naast de SiSa-verantwoording, dienen gemeenten twee keer per jaar (voor 15 maart en 15 september) een voortgangsrapportage in, zolang de activiteiten waarvoor gemeenten SpUk LAI ontvangen lopen. Met deze rapportages heeft het Rijk zicht op de voortgang en het effect van de isolatiemaatregelen op de CO2-reductie.
Bij de voortgangsrapportage dienen gemeenten een Monitoringsbestand19 aan te leveren. In dit bestand houden gemeenten bij welke maatregelen in welke woningen zijn uitgevoerd. 5.3 Databeheer: afspraken met uitvoeringspartners Het is van belang om het monitoringsdocument gedurende de uitvoering van het isolatieprogramma regelmatig bij te werken en afspraken te maken met uitvoeringspartners over of en hoe zij de monitoring van isolatiemaatregelen waarborgen. Eigenaarschap van data is een belangrijk thema: als de gemeente bijvoorbeeld na een aantal jaar overstapt op een ander energieloket is het zaak dat opgedane kennis en informatie niet verloren gaat of bij de vorige uitvoerder achterblijft. Naar de toekomst toe wordt een gebouwpaspoort, waarin
18
Staatcourant 2023, nr. 3877, artikel 9 en pag. 18 e.v.
19
RVO: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-08/Monitoringsbestand-SpUk-Lokale-Aanpak-Isolatie.xlsx
21
informatie is opgeslagen over de huidige energetische staat van de woning, naar verwachting steeds belangrijker.
22
6 Begroting De begroting voor de programmaperiode 2024-2027 heeft een omvang van circa 1,3 miljoen euro. Deze kosten zijn opgedeeld in kosten voor inzet van eigen personeel (arbeidskosten), kosten voor advies en uitvoering en kosten voor subsidieregelingen. De kosten voor inzet van eigen personeel worden niet gefinancierd uit de NIPgelden. De kosten voor advies en uitvoering en subsidies voor de lokale aanpak koopwoningen worden gedekt uit de NIP-regeling (SpUk LAI) en de SpUk Energiearmoede. Tussentijds en na afloop van de programmaperiode wordt het isolatieprogramma herijkt. Mogelijk zijn dan ook landelijke geldstromen en gemeentelijke ambities gewijzigd, waardoor het logisch kan zijn om andere doelgroepen te prioriteren. 6.1 Toelichting begroting De grootste kostenpost betreft de kosten voor de financiële ondersteuning voor bewoners. Dit is circa 560.000 euro over de gehele programmaperiode. De kosten voor advies en uitvoering van de programmalijn bedragen circa 340.000 euro. Hiertegenover staan de inkomsten uit de NIP-regeling, die in drie tranches worden uitgekeerd in 2023, 2024 en 2025. In 2023 is een deel van de eerste tranche van de NIP-regeling reeds besteed door de gemeente. Daarom bedragen de resterende, begrote baten vanuit de NIP-regeling ruim 1 miljoen euro.
In de begroting zijn deze inkomsten niet aan de aanvraagjaren toebedeeld, maar verdeeld over de vier jaar waarbinnen zij moeten worden besteed. Hierdoor is de cashflow in sommige jaren van de begroting negatief, terwijl dit in de praktijk niet het geval zal zijn, omdat de gemeente het gehele bedrag per NIP-tranche per jaar op haar rekening ontvangt. Samenvatting en begroting Jaar
Kosten en baten Arbeid
Out-of-pocket
Regelingen
Baten
Saldo
2024
€
105.226
€
62.719
€
204.203
€
172.952
€
-199.195
2025
€
93.666
€
99.516
€
149.462
€
286.000
€
-56.645
2026
€
89.681
€
91.496
€
116.509
€
286.000
€
-11.686
2027
€
74.136
€
86.581
€
96.530
€
268.000
€
10.754
€
362.709
€
340.312
€
566.703
€
1.012.952
€
-256.773
€
362.709
€
362.709
€
105.937
Subtotaal Inzet CDOKE20 voor arbeidskosten Overschot hele programma
Tabel 6: Begroting activiteitenprogramma 2024-2027
6.2 Bijsturen op onzekerheden in conversies en regelingen Risicobeheersing, evaluatie en monitoring is van belang, omdat het huidige Isolatieprogramma en de uitwerking ervan gebaseerd is op ervaringscijfers uit het verleden en van pilots uit andere gemeenten. Uit ervaring weten we dat er lokaal verschillen aanwezig kunnen zijn. Onzekerheden en veranderingen in (Rijks)regelingen, conversies en budgetten worden gevolgd. Zo zijn de hoogte van de latere tranches vanuit het NIP die gemeenten ontvangen nog onbekend. Voor dit programma is voor de tweede en derde tranche van de NIP-regeling een inschatting gemaakt. De begrote baten vanuit de NIP-regeling in dit programma kunnen in praktijk hoger of lager uitvallen en bieden daarom geen garanties.
20
23
Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid
Het is van belang om nauw in contact te blijven met de andere Utrechtse gemeenten en lokale partners om regionaal tips, tricks en ervaringen uit te wisselen waarmee het programma bijgestuurd kan worden. Ook feedback van inwoners, andere gebouweigenaren en samenwerkingspartners over de aanpak kan hierin worden meegenomen. Het (gezamenlijk) monitoren van de landelijke ontwikkelingen, regelingen en beleid is essentieel om het programma up to date te houden. Waar nodig kan het programma tussentijds worden bijgesteld. 6.3 Bijsturen op de (rest)opgave Met dit Isolatieprogramma draagt Bunschoten bij aan de realisatie van de isolatieopgave in de gemeente in de periode tot en met 2027. De komende jaren ligt de nadruk in het programma op het ondersteunen van huishoudens in woningen met slechte energielabels en huishoudens met energiearmoede. Tegelijkertijd zijn er doorlopend bewoners die zelf aan de slag gaan met hun woning, al dan niet met behulp van landelijke regelingen. Maatregelen die bewoners “op eigen houtje” uitvoeren kan je monitoren door naar nieuw aangemelde labels te kijken of bijvoorbeeld een enquête uit te zetten. Aan de hand van die inzichten kan extra ondersteuning georganiseerd worden. Het activiteitenprogramma 2024-2027 richt zich op een deel van de gehele isolatie opgave van de gebouwde omgeving van Bunschoten.