Evaluatie van de invoering Wet Inburgering 2021 BBS - rapport versie 23 mei 2024.docx
Tekst van het document
gestart kunnen worden met vrijwilligerswerk. Het taalniveau is dan nog wel laag, dus men moet dan wel in een omgeving vrijwilligerswerk doen waarbij men geduldig is met de inburgeraar. De welzijnspartijen en ook Vluchtelingenwerk kijken dan eerder naar collectieve activiteiten die de inburgeraar zou kunnen doen. Zoals meedoen bij een kookclub of naaiclub. Het beste is om pas te starten met vrijwilligerswerk als A2 niveau behaald is. Maar ook op A2 niveau moet de omgeving nog wel vaak de vraag versimpelen of herhalen. De reden om dit taalniveau te vereisen, is dat anders onvoldoende gecommuniceerd kan worden. Vrijwilligerswerk is ook niet altijd in een talige omgeving. Soms zijn er ook veel vrijwilligers aanwezig die met elkaar Arabisch spreken. Ook dit is niet bevorderlijk voor het taalniveau. Hier letten de welzijnspartijen en participatiecoaches wel op bij het zoeken naar een plek. Maar het is niet altijd haalbaar. Zij moeten dan de afweging maken om wel of niet te starten op die plek. Voor de Z-route moet er wel echt een talige component zijn. Het is het goed om te beseffen dat men al minimaal 20 uur bezig is per week met taallessen (inclusief huiswerk). Lastig is het om vrijwilligerswerkplekken te vinden bij werkgevers, omdat werkgevers er niet om staan te springen. Het kost hen vaak extra veel tijd.
Tenslotte geeft de taaldocent aan dat het een utopie is om te denken dat iedere inburgeraars zo’n bijdrage aan de maatschappij kan leveren. Veel mensen zijn getraumatiseerd of hebben het leervermogen niet. Denk aan dat sommige mensen die analfabeet zijn of moeite blijven hebben met het lezen van instructies. Veel inburgeraars hebben in hun land van herkomst ook weinig met het maatschappelijke leven meegedraaid, waardoor we al ontzettend veel vragen van hen. Dit zien we vooral terug bij de Z-routers, waardoor vrijwilligerswerk vaak te hoog gegrepen is voor hen, aldus professionals uit het werkveld.
7.4
Focus op werk
De afgelopen 1,5 jaar is veel opgezet en lag de focus bij een correcte registratie, het juist uitvoeren van de wettelijke taken, de taallessen en de samenwerking tussen diverse ketenpartners. Nu dit steeds beter staat, kan de doorontwikkeling op de duale trajecten van de grond komen. Hierdoor ontstaat focus op hoe inburgeraars de taal in de praktijk kunnen leren en hoe ze snel aan het werk kunnen gaan. Meer aandacht moet zijn over welke stappen naar werk gezet kunnen worden en hoe inburgeraars meer zelfredzaam kunnen worden gemaakt. Landelijk is een vergelijkbaar beeld te zien en is men echt aan het pionieren hoe dit vorm kan krijgen, om zodoende te leren wat werkt. Continue wordt geleerd en verbeterd. Uit de evaluatie zijn een aantal oplossingen aangedragen om meer in te zetten op werk: - Het opzetten van interne groepstrainingen gericht op de arbeidsmarkt én op de toekomst van inburgeraars. - Randvoorwaarden moeten geoptimaliseerd worden. Denk hierbij aan de beschikbaarheid van avondscholen, weekendscholen, voldoende kinderopvang en verzekeringen. De kwaliteitsmedewerker inburgering heeft aangegeven dat de Praktijkervaringsplek (PEP) polis ontbreekt. Soms wil een werkgever een inburgeraar op een participatieplaats niet verzekeren. Een PEP polis zou hiervoor een uitkomst kunnen zijn.
- Vanuit regionale middelen vanuit de arbeidsmarktregio is een pilot gestart bij de BBS in de vorm van een jobcoach anderstaligen. Deze jobcoach gaat aan de slag met groepstrainingen, het vinden van sleutelfiguren en het geven van jobcoaching op de werkplek. Een jobhunter anderstaligen is er momenteel niet, maar wel broodnodig. Het zou ideaal zijn als de jobcoach dit stukje ook zou kunnen oppakken. De jobcoach kent de inburgeraar goed en kan daarom heel goed zoeken naar een baan voor de specifieke inburgeraar. - Investeren in werkgevers. De klantmanagers inburgering en Vluchtelingenwerk geven aan dat werkgevers huiverig zijn om inburgeraars een kans te geven. Werkgevers geven aan dat inburgeraars 20
-
onvoldoende Nederlands spreken en veel tijd kosten. Taalcoaches koppelen aan werkgevers zou hen kunnen overhalen. Ook moeten werkgevers op de hoogte gesteld worden van subsidieregelingen die werkgevers kunnen ondersteunen hierin. Denk ook aan landelijke regelingen. Er moet ruimte komen bij klantmanagers inburgering, zodat zij inburgeraars kunnen begeleiden naar participatie. Klantmanagers werk zouden hier ook meer in kunnen oppakken. Hierin kan tussen twee afdelingen nog beter samengewerkt worden.
Tenslotte mag er meer gepionierd worden, en maatwerk toegepast worden. Belangrijk bij pionieren, is dat oog moet zijn voor wat iemand nodig heeft, Durf hierbij! Biedt Maatwerk! Uiteindelijk zorgt dit ervoor dat mensen aan de slag gaan. Inburgeraars willen graag aan het werk. Het is niet onwelwillendheid, maar vaak onvermogen en onwetendheid. Ze willen graag iets moois van hun leven maken. Als gemeenten, uitvoeringsorganisatie en netwerkpartners is het aan ons ze daarbij te helpen.
21
8
Focuspunten
Deze evaluatie was voornamelijk ‘lerend’ bedoeld: niet zo zeer gericht op het afleggen van verantwoording, maar vooral gericht op het ophalen van ervaringen. Het betreft een lerend stelsel, waarbij ook in de BBSgemeenten issues spelen die veel andere gemeenten herkennen in het land. Denk aan het invullen van de participatie-uren van de Z-route en het creëren van duale trajecten. Deze evaluatie vormt het startpunt van waar de samenwerkende partners nu staan en waar we ons op moeten richten het komende jaar om de samenwerking en dienstverlening rond inburgeraars te versterken. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste focuspunten van het komende jaar geformuleerd.
8.1
Aanbesteding taalonderwijs
Dit jaar wordt een aanbesteding gestart om de leerroutes aan te besteden. De evaluatie heeft ons belangrijke informatie gegeven om mee te nemen in het bestek van de aanbesteding: - Vijf dagen per week les in de onderwijsroute - Een minimum aantal dagdelen les opnemen voor de Z-route en de B1-route - Mogelijkheden voor les in de avond en in het weekend opnemen in het programma van eisen. - De taalaanbieder moet in elke gemeente een taalklas aanbieden of waarborgen dat alle locaties van de taallessen goed met het openbaar vervoer bereikbaar zijn. - In een aanbesteding worden vaak mooie plannen gepresenteerd. Als gunningscriteria moet meegewogen worden hoe partijen dit willen gaan bereiken. Hoe gaan zij de MAP vormgeven? Bij welke partijen gaan ze op bezoek? Hoe haken ze aan bij organisaties die er al zijn? - Oog hebben voor snelle en langzame cursisten.
8.2
Focus op werk
Op dit moment is er te weinig focus op werk en meedoen, terwijl juist tijdens (vrijwilligers)werk de Nederlandse taal geoefend kan worden. De MAP vormt hier het startpunt voor. Het Theoretische gedeelte wordt door de taalschool georganiseerd. Aanvullend hierop wordt een praktijkstage gezocht (met hulp van de klantmanager). Een eindproduct van de MAP is onder meer een Curriculum Vitae. De klantmanager kan op basis hiervan het gesprek aan met de inburgeraar. Samenwerking tussen de klantmanager werk en inburgering kan hier beter op afgestemd worden. Komend jaar moet de focus op het vinden van praktijkstages komen te liggen, om vanuit daar verder uit de bouwen.
8.3
Begeleiding op de werkplek
In de praktijk wordt opgemerkt dat te weinig ondersteuning voorhanden is op de werkvloer. Sleutelfiguren en jobcoaches anderstaligen kunnen hier wellicht een rol in nemen. Momenteel is een pilot gestart met een jobcoach anderstaligen. Deze pilot is net gestart en moet dit jaar verder doorontwikkeld worden. Sleutelfiguren kunnen een rol spelen om inburgeraars in de Z-route te ondersteunen op het moment dat zij vrijwilligerswerk gaan verrichten (participatie-uren). Sleutelfiguren zijn migranten die al langer in Nederland wonen en inburgeraars kunnen ondersteunen op diverse gebieden. In de praktijk blijkt dat er ondersteuning gemist wordt op de werkvloer die niet van de werkgever verwacht kan worden. Over sleutelfiguren zijn we momenteel in overleg met Vluchtelingenwerk en de BBS. Het lijkt een kansrijk concept maar dient verder uitgekristalliseerd en uitgedacht te worden. Denk hierbij aan vragen als: - Kunnen sleutelfiguren zonder werk andere inburgeraars motiveren op de werkvloer? - Welke voordelen heeft ‘sleutelfiguur zijn’ voor een anderstalige? Wat kunnen we hen bieden? Wat voor perspectief hebben zij? - Waar worden sleutelfiguren op in gezet? Wie gaat een overeenkomst aan met een sleutelfiguur - Waar dienen sleutelfiguren op bijgeschoold te worden? 22