CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie van de invoering Wet Inburgering 2021 BBS - rapport versie 23 mei 2024.docx

Commissie Samenleving 13 juni 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden9.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie van de invoering Wet Inburgering 2021 in Baarn, Bunschoten en Soest

Gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest, Mei 2024

Inhoud 1 Inleiding..................................................................................................................................................................3 2 Methodologische verantwoording.........................................................................................................................5 3 Welkom in de gemeente........................................................................................................................................6 3.1 Eerste kennismaking in de opvanglocatie......................................................................................................6 3.2 Huisvesting......................................................................................................................................................6 3.3 Geldsituatie tijdens de eerste weken in de gemeente...................................................................................6 4 Toekomst in Nederland uitstippelen......................................................................................................................8 4.1 Leerbaarheidstoets.........................................................................................................................................8 4.2 Brede

intake....................................................................................................................................................8 4.3 PIP-gesprek.....................................................................................................................................................9 5 Leren en ontwikkelen...........................................................................................................................................10 5.1 Samenwerking taalschool.............................................................................................................................10 5.2 Frequentie en kwaliteit taallessen................................................................................................................10 5.3 Taalcoaches...................................................................................................................................................12 5.4 Omgaan met Geld.........................................................................................................................................12 5.5 Module arbeidsmarkt en participatie (Map)................................................................................................13 5.6

Participatieverklaring....................................................................................................................................13 6 Ondersteuning......................................................................................................................................................15 6.1 Maatschappelijke begeleiding Vluchtelingenwerk.......................................................................................15 6.2 Klantmanagers inburgering BBS...................................................................................................................15 6.3 Hoge werkdruk..............................................................................................................................................16 6.4 Evaluatiegesprekken met inburgeraars........................................................................................................16 6.5 Administratie................................................................................................................................................16 6.6 Samenwerking..............................................................................................................................................17 6.7 Juridische

begeleiding...................................................................................................................................17 6.8 Schakelen met het de lokale sociaal teams..................................................................................................17 7 Meedoen en de randvoorwaarden......................................................................................................................18 7.1 Vroege start..................................................................................................................................................18 7.2 Participatie-uren Z-route..............................................................................................................................19 7.3 Vrijwilligerswerk...........................................................................................................................................19 7.4 Focus op werk...............................................................................................................................................20 8 Focuspunten.........................................................................................................................................................22 8.1 Aanbesteding

taalonderwijs.........................................................................................................................22 8.2 Focus op werk...............................................................................................................................................22 8.3 Begeleiding op de werkplek..........................................................................................................................22 2

1

Inleiding

Het inburgeringsstelsel van de jaren 2013-2021 voldeed op een aantal punten niet. Inburgeraars deden te lang over het inburgeren, waren vaak langdurig afhankelijk van een bijstandsuitkering en het zelf kiezen van een goede inburgeringscursus was vaak een te moeilijke opgave voor een inburgeraar. Daarbij werden inburgeraars onvoldoende gestimuleerd om het hoogst haalbare taalniveau te behalen. We zagen dat inburgeraars zelfs na het behalen van de inburgering nog steeds onvoldoende Nederlands spraken om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom besloot het rijk dat het inburgeringsstelsel op de schop moest. De nieuwe wet Op 1 januari 2022 is de nieuwe “Wet inburgering 2021” ingegaan. Het doel van deze wet is om inburgeraars in staat te stellen zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving, het liefst via betaald werk. Met de nieuwe inburgeringswet wordt aansluiting gezocht bij de Participatiewet en inburgeren is daarmee onderdeel van het Sociaal Domein. Het Rijk heeft er bewust voor gekozen om deze taak weer terug te leggen bij de gemeenten, zoals ook voor 2013 het geval was. Met het nieuwe stelsel heeft de gemeente de regie over de uitvoering van de inburgering. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het inburgeringsaanbod en ontvangen hiervoor financiële middelen vanuit het Rijk.

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor een sluitend inburgeringsaanbod aan (asiel-)statushouders. Gezinsmigranten en overige migranten betalen hun eigen inburgering en worden ook door de gemeenten begeleid. De belangrijkste veranderingen Dit zijn enkele belangrijke veranderingen die de Wet Inburgering 2021 met zich meebrengt: 1. Gemeentelijke Begeleiding: Gemeenten spelen nu een cruciale rol bij de begeleiding van statushouders die inburgeringsplichtig zijn. Dit geldt voor iedereen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig is. Voor asielstatushouders begint deze begeleiding vanaf het moment dat ze aan een gemeente worden gekoppeld. 2. Inburgering op Maat: Iedere inburgeringsplichtige krijgt een inburgeringstraject op maat. Dit wordt bepaald door een brede intake en de opstelling van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie door de gemeente. 3. Leerroutes: Er zijn drie nieuwe leerroutes om in te burgeren: a. B1-route: Deze route is gericht op taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeringsplichtigen moeten binnen maximaal 3 jaar de Nederlandse taal spreken en schrijven op niveau B1. Tegelijkertijd kunnen ze deelnemen aan (vrijwilligers)werk. b. Onderwijsroute: Vooral bedoeld voor jongeren vanaf 18 jaar. Zij leren de Nederlandse taal op niveau B1 of hoger en worden voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. c.

Zelfredzaamheidsroute (de Z-route): Voor inburgeringsplichtigen voor wie route a en b te moeilijk zijn. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1-niveau) en worden voorbereid om op een eenvoudige manier mee te doen in de Nederlandse samenleving. 4. Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP): (uitsluitend voor de B1- en Z-route): Inburgeringsplichtigen maken kennis met en bereiden zich voor op deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. Verplichte onderdelen van de leerroutes zijn de kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) (uitsluitend voor de B1- en Z-route) en het participatieverklaringstraject (PVT). Voordelen samenwerking Baarn, Bunschoten en Soest Binnen de wettelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen krijgen de gemeenten de vrijheid om een op elkaar afgestemd programma van activiteiten te organiseren. De gemeenten krijgen dus meer bevoegdheid en 3

sturingsmogelijkheden. De gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest zijn al vanaf mei 2021 in gesprek over het samen optrekken bij de invoering van de nieuwe wet. De gemeenteraden zijn daartoe eind 2021 over geïnformeerd door middel van het plan van aanpak nieuwe wet inburgering 2021. De voordelen werden vooral gezien in de grotere schaalgrootte van de drie gemeenten samen ten opzichte van iedere gemeente voor zich. Immers, drie relatief kleine gemeenten kunnen samen wel volledige klassen met inburgeraars samenstellen voor taal- en andere cursussen waar ze dat ieder voor zich niet zouden kunnen. Bovendien werken de drie gemeenten al lange tijd samen op het gebied van werk en inkomen voor mensen zonder baan via de uitvoeringsorganisatie BBS. Gezamenlijke inzet van deskundigheid verschillende partners In het plan van aanpak van december 2021 is bewust gekozen om niet alle verantwoordelijkheden over te dragen aan de uitvoeringsorganisatie BBS. De drie gemeenten hebben juist gezocht naar het benutten van ervaring en deskundigheid die al aanwezig was in de gemeenten. In de uitvoering van de wet hebben we daarom gezocht naar de samenwerking tussen verschillende organisaties die hun waarde al bewezen hadden:  de regie en de informatieplicht naar het Rijk zijn belegd bij de uitvoeringsorganisatie BBS. Dit heeft betrekking op aantallen en termijnen.

De verantwoordingsplicht ligt bij de gemeente in verband met de SISA controle;  de maatschappelijke begeleiding doet Vluchtelingenwerk Nederland;  het taalonderwijs wordt ingekocht bij taalschool Danner & Danner die al actief was in de regio;  de welzijnsinstellingen verzorgen vrijwilligerswerk;  Het vinden van participatieplekken en de begeleiding naar werk is belegd bij de BBS. Per gemeente is daar maatwerk op mogelijk. Een en ander vraagt om nauwe afstemming. De afspraken zijn vastgelegd in het handboek inburgering. Dit is een dynamisch document omdat alle betrokkenen samen nog aan het leren zijn hoe de inburgering het beste in te richten. Deze eerste evaluatie draagt daaraan bijvoorbeeld ook bij. Doelstelling eerste evaluatie De evaluatie is voornamelijk ‘lerend’: niet zo zeer gericht op het afleggen van verantwoording, maar vooral gericht op het ophalen van ervaringen. Het eerste en belangrijkste doel is te evalueren waar de samenwerkende partners nu staan en met elkaar te leren hoe de samenwerking en dienstverlening rond inburgeraars versterkt kan worden. In deze evaluatie focussen we ons voornamelijk op de groep asielstatushouders (en niet zozeer op gezinsmigranten en overige migranten), omdat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor een sluitend inburgeringsaanbod voor deze groep.

Ten tweede is het doel de gemeenteraden te informeren hoe de invoering van de nieuwe Wet Inburgering 2021 verloopt in hun gemeente. En ten derde levert deze eerste evaluatie inzichten op over het taalonderwijs die de gemeenten kunnen gebruiken als input voor de aanbesteding van het taalonderwijs 2025 en volgende jaren. Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de methode van deze evaluatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de eerste kennismaking van inburgeraars met de gemeente en de “landing” in de gemeente. In hoofdstuk 4 bespreken we hoe de inburgeraars en partners samen een persoonlijk plan inburgering en participatie opstellen. In hoofdstuk 5 evalueren we de ervaringen met de verschillende cursussen van Danner & Danner en Vluchtelingenwerk. De ondersteuning van de inburgeraars wat betreft maatschappelijke begeleiding, casusregie en eventuele specialistische hulp komen aan bod in hoofdstuk 6. Uiteindelijk is de bedoeling van de nieuwe wet zo snel mogelijk mee te doen in de Nederlandse samenleving en daar gaan we in hoofdstuk 7 op in. Ten slotte doen we in hoofdstuk 8 aanbevelingen voor het vervolg.

4

2

Methodologische verantwoording

In dit rapport gebruiken we als gegevensbronnen de registratiesystemen van het DUO-portaal, dashboard Inburgering en de Suite van BBS. De gegevensregistratie is anno mei 2024 actueel bijgewerkt. Tot eind 2023 was er wel een achterstand in de registratie, maar door een betere personele bezetting bij met name BBS is zowel de DUO-registratie als de registratie in Suite up-to-date. Voor deze eerste evaluatie van de invoering van de Wet Inburgering 2021 in Baarn, Bunschoten en Soest voldoet een onderzoek door middel van interviews met de betrokkenen. Het is een kwalitatief onderzoek naar de manier van samenwerken en de ervaringen van de inburgeringsplichtigen. Om de effectiviteit van de Wet Inburgering 2021 te vergelijken met die van de Wet Inburgering 2013 is een veel uitgebreider onderzoek nodig en meer tijd. Immers, de instroom van inburgeringsplichtingen onder de Wet Inburgering 2021 (ook wel “nieuwe-wetters” genoemd) kwam pas op gang in september 2022. De eerste nieuwe-wetters zijn dus “pas” anderhalf jaar bezig met hun persoonlijk plan inburgering en participatie. De meesten zijn korter bezig. We schatten dat een echte vergelijking van de nieuwe wet met de oude wet pas over twee à drie jaar kan, omdat dan genoeg nieuwe-wetters hun inburgering voltooid hebben om uitspraken van betekenis te kunnen doen.

Echter zou een dergelijke vergelijking veel hiaten bevatten, omdat veel informatie van de ‘oude’ wetters niet bekend is. Tabel 1 Uitgevoerde interviews voor eerste evaluatie van invoering Wet Inburgering 2021 in Baarn, Bunschoten en Soest

Geïnterviewde(n) 15 inburgeringsplichtigen

Organisatie geïnterviewde -

Interviewers

Organisatie interviewers

Teamleider

Vluchtelingenwerk

Leden klankbordgroep en stagiaire 3 beleidsmedewerkers

Vluchtelingenwerk

2 klantmanagers inburgering 2 kwaliteitmanagers

BBS

3 beleidsmedewerkers

BBS

3 beleidsmedewerkers

1 taaldocent

Taalschool Danner&Danner

3 beleidsmedewerkers

Gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest Gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest Gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest Gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest

In Tabel 1 staan de interviews die zijn uitgevoerd. De interviews met de inburgeringsplichtigen zijn gedaan door een of meer leden van de klankbordgroep inburgering en een stagiaire van Vluchtelingenwerk Nederland. Leden van de klankbordgroep zijn asielstatushouders die al enkele jaren in Baarn, Bunschoten en Soest wonen en de gemeente willen helpen de manier van inburgeren onder de nieuwe wet te verbeteren. Het zijn dus “oude-wetters” die zich willen inzetten om het inburgeren van de “nieuwe-wetters” zo goed en snel mogelijk te laten verlopen. We hebben hen samen met een stagiaire van Vluchtelingenwerk de interviews laten doen aan de hand van een vragenlijst die Vluchtelingenwerk en de gemeenten gezamenlijk opgesteld hebben. De interviews met de professionals van Vluchtelingenwerk, BBS en taalschool Danner&Danner zijn gehouden door de beleidsmedewerkers van de gemeenten. Dit zijn semi-gestructureerde gesprekken geweest aan de hand van vragenlijsten die de beleidsmedewerkers opgesteld hadden. Bij het opstellen van de vragenlijsten is rekening gehouden met het feit dat we ook input wilden ophalen voor een nog te schrijven programma van eisen voor een openbare aanbesteding van het taalonderwijs van 2025 en volgende jaren.

5

3

Welkom in de gemeente

3.1

Eerste kennismaking in de opvanglocatie

Vanaf het moment van koppeling van een statushouder aan een gemeente is deze persoon ‘in beeld’ bij de gemeente, woningcorporatie, Vluchtelingenwerk en BBS. Op dat moment is hij of zij inburgeringsplichtig en staan persoonsgegevens en persoonsinformatie in de registratiesystemen van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het registratiesysteem van het COA heet Taakstellingvolgsysteem (TVS). In TVS zien we wie aan onze gemeente gekoppeld is voor huisvesting. Sinds de invoering van de nieuwe wet is het gebruikelijk dat een vrijwilliger van Vluchtelingenwerk de inburgeringsplichtige(n) opzoekt in de opvanglocatie. Dat kan een Asiel Zoekers Centrum (AZC), procesopvanglocatie (POL) of een noodopvanglocatie (NO) zijn. De vrijwilliger heet de statushouder welkom, overhandigt een welkomstpakket en maakt kennis met hem/haar en eventuele gezinsleden. Alleen als de opvang té ver weg is (meer dan 100 km) dan is de kennismaking telefonisch en wordt het welkomstpakket per post bezorgd. Alle 15 geïnterviewde inburgeringsplichtigen vonden de kennismaking “positief, goed en nodig”, waarbij de fysieke kennismakingen als ‘heel goed’ en de telefonische als ‘goed’ beoordeeld werden. Citaten:  “Fijn om veel te kunnen vragen”.  “Een zeer verfrissend bezoek tijdens het sombere verblijf in het AZC”.  “Voelde me meteen welkom in de gemeente”.

Tips:  ‘Doe de kennismaking vroeg, niet pas als er een huis is.’  ‘Regel een tolk voor de kennismaking, dan begrijp je elkaar goed.’

3.2

Huisvesting

De huisvestingsdag is de dag dat de statushouder naar de gemeente komt om de aangeboden woning te bezichtigen, het huurcontract te tekenen, zich in te schrijven bij de gemeente en bij BBS. De maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk helpt daarbij. Hierna heeft de statushouder, al dan niet met de gezinsleden, nog twee weken de tijd om te verhuizen van de opvanglocatie naar de nieuwe woning. Op twee personen na vinden alle geïnterviewde inburgeringsplichtigen de uitleg over de woning en het huurcontract voldoende, duidelijk en goed te begrijpen. Een van die twee vond de uitleg over het contract te kort en de bezichtiging te snel. Een andere miste essentiële informatie over de woning, zoals bijvoorbeeld de aansluitingen voor de wasmachine. Tips:  ‘Laat de woningcorporatie voldoende tijd nemen voor goede uitleg over de woning en het huurcontract.’  ‘Check of er vragen zijn en check of alles echt duidelijk is.’

3.3

Geldsituatie tijdens de eerste weken in de gemeente

De maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk ondersteunt de inburgeraar in het aanvragen van een eventuele bijstandsuitkering en inrichtingskrediet bij de BBS. Wat betreft de eerste weken in Baarn, Bunschoten of Soest hebben vele inburgeraars problemen om voldoende geld te hebben voor hun levensbehoeften en de inrichting van hun woning. Dit gaven zowel de inburgeraars zelf als de teamleider van

6

Vluchtelingenwerk aan. Niet op tijd geld hebben, levert stress op omdat de statushouders na tekening van het huurcontract binnen twee weken het AZC moeten verlaten. Slechts 5 van de 15 geïnterviewden vonden dat de eerste uitkeringen en leningen goed gingen. De anderen hadden klachten over:  te snelle uitleg door klantmanager inkomen;  te ambtelijke taalgebruik in de brieven;  starre regels bij het aanvraagproces (goede vaste kookplaat moet toch vervangen worden, goede laptop al in bezit maar moet toch een nieuwe kopen, starre juridische toets die zelfs een bewijs van het laatste weekgeld AZC moet zien terwijl dit om een paar tientjes gaat). De klantmanager inkomen van de BBS verstrekt een eventuele bijstandsuitkering en inrichtingskrediet. De teamleider Vluchtelingenwerk constateert dat het contact met klantmanagers inkomen niet goed gaat. De meeste klantmanagers inkomen zijn moeilijk bereikbaar: ze reageren niet of traag. De klantmanagers inburgering zeggen geen invloed te hebben op de klantmanagers inkomen. Op dit moment krijgen mensen soms hun geld te laat. Dit komt omdat vooraf een juridische toets uitgevoerd moet worden op het inrichtingskrediet, overbruggingsuitkering en de fietsbrief. Die juridische toets is te laat af, waardoor het overbruggingskrediet (waaruit de eerste huur betaald wordt) te laat komt, met aanmaningen als gevolg.

Doordat de overbruggingsuitkering te laat komt, gaan mensen leven van hun inrichtingskrediet, maar dat is bedoeld voor witgoed en de inrichting van de woning. Het inrichtingskrediet wordt in twee keer uitbetaald. Na overleg van de aanschafnota’s wordt de tweede helft uitbetaald. De laatste helft is onder meer voor laminaat. Dit komt pas twee dagen voordat ze het COA moeten verlaten, met als gevolg dat ze in een huis moeten gaan wonen wat niet af is. En zo voorts. Tips:      

‘Laat mensen geen dingen kopen die ze al hebben (als ze nog goed zijn).’ ‘Regel altijd een tolk voor het gesprek over het inkomen.’ ‘De lening moet snel worden overgemaakt, niet pas op een vaste betaaldag. Het is nodig omdat je snel uit het azc moet.’ ‘Zorg dat de brieven die worden gestuurd in makkelijke taal zijn geschreven, en dat duidelijk is waar ze over gaan.’ ‘Zorg dat de brief over de fiets er de eerste week al is, je hebt de fiets nodig om spullen te kopen.’ ‘Laat de “toets vooraf” (voor inrichtings- en overbruggingsuitkering en fietsbrief) door de juristen vervallen. Immers, bijna alle mensen hebben er recht op. Als dit niet het geval is, is dit direct duidelijk.’

7

4

Toekomst in Nederland uitstippelen

De inburgering begint met een brede intake onder de regie van de gemeente. Onderdeel van de brede intake is een wettelijk verplichte leerbaarheidstoets om te bepalen of de inburgeraar in staat is om binnen drie jaar de B1-leerroute af te ronden. BBS zorgt voor het afnemen van de leerbaarheidstoets. In Baarn, Bunschoten en Soest is er bewust voor gekozen een uitgebreid brede intake gesprek samen te doen met de teamleider van Vluchtelingenwerk en een klantmanager inburgering van BBS. Ook is bewust gekozen om elk individu apart te spreken. Tijdens de intake brengen we de persoonlijke situatie, wensen, ambities en leerbaarheid van de inburgeringsplichtige in beeld. Op basis van de brede intake stelt de klantmanager in overleg met de inburgerinsplichtige een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op.

4.1

Leerbaarheidstoets

De leerbaarheidstoets in een online test die onder toezicht van de medewerkers van BBS door de inburgeringsplichtige afgelegd wordt. De uitslag is “B1-route haalbaar” of “B1-route niet haalbaar”. De uiteindelijk gekozen leerroute wordt echter na het brede intake gesprek bepaald in gezamenlijk overleg tussen inburgeringsplichtige, klantmanager inburgering en de teamleider van Vluchtelingenwerk. De uitslag van de leerbaarheidstoets is dus niet absoluut leidend. De klantmanagers gaven aan dat ze vaak in overleg met de inburgeringsplichtige besluiten tot leerroute B1 hoewel de leerbaarheidstoets de uitslag “B1-route niet haalbaar” gaf. De klantmanagers en de inburgeringsplichtigen willen de ambitie namelijk zo hoog mogelijk stellen. Dit blijkt ook uit de cijfers van inburgeraars. Achtmaal is voorgekomen dat inburgeraars (zowel gezinsmigranten als asielstatushouders) met een testuitslag ‘B1 niet haalbaar’ toch de B1 route zijn gaan volgen. Ondank de wettelijke verplichting van de leerbaarheidstoets, twijfelen de betrokken professionals aan het nut en de noodzaak van de leerbaarheidstoets. Ook sommige geïnterviewde inburgeringsplichtigen zien het nut ervan niet. Van de 15 geïnterviewden vonden 13 de toets bijzonder gemakkelijk. Tip: “Laat hoog opgeleide mensen deze veel te simpele toets beslist niet doen”.

4.2

Brede intake

Veertien van de 15 geïnterviewden vonden het een waardevol, belangrijk gesprek, dat goed tot heel goed is gegaan, ook vanwege het inschakelen van een professionele tolk. De vijftiende vond het gesprek “een beetje goed”, want had geen klik met de gesprekspartners. De meeste inburgeringsplichtigen vonden dat goed naar hen is geluisterd is en vonden het geen probleem dat veel vragen gesteld werden. Eén geïnterviewde vond het jammer dat de vragen die COA al had gesteld, opnieuw werden gesteld. De teammanager Vluchtelingenwerk constateerde dat de klantmanager inburgering soms navraag deed naar het vluchtverhaal van een persoon. Ze vond dat hier eigenlijk niet naar gevraagd moet worden omdat het irrelevant is voor het vervolg van het inburgeringsproces. Soms was de locatie van het brede intake gesprek niet geschikt, zoals een spreekkamer van BBS waar de inburgeringsplichtige tegenover de klantmanager en teamleider zit met tussen hen in een plexiglas scherm. Tips:  “Stel vragen die COA ook al heeft gesteld én genoteerd, niet helemaal opnieuw”.  “Zorg voor een fijne gespreksruimte voor de brede intake waarbij de gesprekspartners niet recht tegenover elkaar zitten”.

8

4.3

PIP-gesprek

Enkele weken na het brede intake gesprek en de leerbaarheidstoets houdt de klantmanager inburgering het zogeheten PIP-gesprek. Daarin worden de afspraken over het inburgeringstraject besproken. Daarna krijgt de inburgeringsplichtige het officiële document PIP (persoonlijk Plan Inburgering en Participatie) toegestuurd. Daarin staat in ieder geval:  datum registratie PIP;  datum start inburgeringstermijn;  datum einde inburgeringstermijn;  leerroute;  geschatte aantal uren opleiding. Wettelijk zijn er maximale termijnen die bij de inburgering in acht genomen moeten worden. De klantmanager inburgering moet het PIP vaststellen uiterlijk binnen een termijn van 10 weken nadat de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) ingeschreven is. In de gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest is die termijn in de beginperiode (augustus 2022 – juli 2023) niet altijd gehaald maar in het laatste half jaar bijna altijd wel. De meeste geïnterviewde inburgeringsplichtigen vonden het PIP-gesprek goed gaan. Een enkeling had geen klik met de klantmanager inburgering, een andere vond het gesprek te kort of informatie – over bijvoorbeeld de participatie-uren – te onduidelijk. De klantmanagers inburgering vonden vooral in het begin dat veel tijd nodig was voor de administratie in zowel het DUO-systeem als de Suite (het systeem van BBS).

Later heeft BBS hiervoor een administratieve medewerker aangenomen.

9

5

Leren en ontwikkelen

Nadat de leerroute is bepaald, gaat het inburgeringstraject echt beginnen. Professionals vanuit diverse disciplines geven aan dat de inburgeringsplichtigen heel erg gemotiveerd zijn om de Nederlandse taal te leren, omdat dit hun sleutel is naar een goede toekomst in Nederland. Er is dus veel wilskracht onder deze doelgroep. Ze zijn erg proactief en geven vaak signalen aan klantmanagers af over wat zij goed vinden gaan en over wat zij graag verbeterd willen zien. Op het moment dat de leerroute is bepaald, wordt de inburgeringsplichtige aangemeld bij de taalschool. Bij de oude wet inburgering waren inburgeringsplichtigen zelf verantwoordelijk voor hun taallessen met veel malafide taalaanbieders als gevolg. Met de nieuwe wet inburgering is dit gewijzigd en is de gemeente verantwoordelijk voor het taalonderwijs. Een nadeel hiervan is dat gemeenten het taalonderwijs moeten inkopen, waardoor het voor kleinere gemeenten lastiger is om verschillende taalscholen te contracteren en maatwerk te bieden. De BBS gemeenten hebben bewust een tijdelijke overeenkomst met taalschool Danner & Danner afgesloten om te zien hoe de markt van taalscholen zich zou ontwikkelen om eerst ervaring op te doen. Danner & Danner biedt alle leerroutes aan en verzorgde al inburgeringsonderwijs onder de oude wet in de gemeenten Baarn en Soest.

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de jongerenroute scholieren met Integratiewerk. Dit traject is voor jongeren die in Amersfoort al naar school gaan en 18 jaar worden. Dit traject wordt nihil ingezet, omdat het maar om een zeer beperkte doelgroep gaat.

5.1

Samenwerking taalschool

Aan het begin verliep de samenwerking met Danner & Danner niet goed. Er werd weinig gecommuniceerd vanuit de taalschool, inburgeringsplichtigen moesten lang wachten voordat ze naar school konden en ook het aantal lesuren was in het begin te weinig. Door veel gesprekken met Danner & Danner te voeren, gaat dit inmiddels beter. Inburgeringsplichtigen kunnen binnen de wettelijk gestelde termijnen starten met de taallessen (< 10 weken). Maandelijks zijn er voortgangsgesprekken tussen Danner en Danner en de kwaliteitsmedewerker inburgering van de BBS. Toch blijft communicatie een aandachtspunt. Veranderingen zoals locaties die wijzigen of een verandering in de frequentie van taallessen worden nog onvoldoende gecommuniceerd met de gemeenten. In Baarn en Soest heeft Danner & Danner locaties waar zij taalonderwijs geven. Met Danner en Danner is de afspraak gemaakt om drie dagdelen per week les te geven. Door een tekort aan taaldocenten kunnen ze hier niet altijd aan voldoen. Bovendien ontbrak er lange tijd een groep in Bunschoten. Het openbaar vervoer was van dusdanige kwaliteit dat het niet altijd mogelijk was op tijd in de les te verschijnen in Baarn. Hierdoor is gemeente Bunschoten sinds kort ook gestart met taalaanbieder Pair.

5.2

Frequentie en kwaliteit taallessen

Vluchtelingenwerk ziet in het algemeen dat het taalniveau van de inburgeraars die de B1-route volgen omhooggaat. Bij de inburgeringsplichtigen die de leerroute Z-route volgen, is dit helaas minder waarneembaar. Dat is op zich ook niet zo vreemd aangezien zij over het algemeen een lagere leerbaarheid hebben dan deelnemers van de B1-route. Professionals vanuit verschillende organisaties hebben signalen gekregen van inburgeringsplichtigen dat het lestempo vaak te traag is. Als het niveau te traag is, zakt de motivatie weg bij de inburgeringsplichtigen. Wens van de professionals is dat hier meer op ingespeeld wordt, door meerdere niveaus te creëren. Denk bijvoorbeeld aan een klas met een langzame B1-route en een klas met een snelle B1-route. De taalschool geeft aan dat dit bijna praktisch niet te organiseren is met het volume inburgeringsplichtigen in de drie gemeenten. Bovendien stromen inburgeringsplichtigen op diverse momenten in (afhankelijk van het moment wanneer ze

10

worden gehuisvest in de gemeente). Wanneer je dit wel zal willen, zullen de taalklassen kleiner zijn en zal dit de prijs van de trajecten enorm opdrijven. In een klas van Danner & Danner zitten nu maximaal 14 personen. Klantmanagers inburgering bieden hogeropgeleiden nu soms een andere taalaanbieder aan; Lest Best in Utrecht. Dit is een taalschool specifiek voor hogeropgeleiden, waarbij het leertempo hoger ligt en de inburgeraar sneller zijn inburgeringstraject kan afronden. Een aanvankelijk ander goed idee dat de professionals naar voren brachten, is om in de beginperiode intensiever en vaker taalles te geven, waardoor inburgeringsplichtigen snel de taal onder de knie krijgen en hierdoor sneller kunnen participeren in de samenleving. Echter is dit ook in de praktijk niet haalbaar voor de taalschool, omdat inburgeringsplichtigen continue op verschillende momenten instromen. Dit kun je niet van te voren plannen aangezien je niet weet wanneer statushouders worden gekoppeld en in je gemeente komen wonen. Danner & Danner geeft standaard drie dagdelen per week les. Er is een klas die op dit moment maar twee dagdelen les krijgt per week in verband met een tekort aan taaldocenten. Soms klagen inburgeraars bij professionals dat ze graag frequenter les zouden willen hebben. Liever vier dagdelen per week les dan drie dagdelen. Dit geldt vooral voor mensen die de B1 route volgen.

Z-routers vinden het precies goed. Terwijl juist voor mensen die alfabetiseren en Z-routers een hogere frequentie beter is aldus de taaldocent. Echter bij een hogere frequentie loop je soms ook weer tegen het knelpunt op dat er kinderopvang nodig is. Terwijl het bij drie dagdelen goed te plannen is voor ouders. In principe zouden twee dagdelen genoeg moeten zijn voor de B1-route, mits er voldoende tijd wordt gespendeerd aan het maken van huiswerk. In het algemeen hebben zij meer discipline. Lager opgeleiden hebben vaak minder discipline en hebben dus meer lestijd nodig. Uit onderzoek is gebleken dat twee dagdelen vaak net zo effectief is als drie dagdelen mits mensen huiswerk maken, aldus de taaldocent. Uit de interviews komt opvallend genoeg naar voren dat daar 13 van de 15 personen heeft aangegeven de frequentie van de taallessen precies goed te vinden. Inburgeringsplichtigen die de Onderwijsroute volgen, geven heel soms aan dat zij meer les zouden willen hebben. Ze krijgen drie dagen Nederlandse les en een dag wiskunde en Engels. Bij Integratiewerk krijgen de jongeren vijf dagen in de week les. Integratiewerk organiseert dit voor jongeren uit Amersfoort en Leusden. Dit willen jongeren van de Onderwijsroute liever ook, zodat zij snel het inburgeringstraject kunnen afronden en aan een reguliere opleiding kunnen beginnen.

Tenslotte willen de professionals ook graag dat er avondlessen, weekendlessen (voor inburgeraars die fulltime werken) en in elke gemeente de Z-route op locatie wordt aangeboden. Vooral voor mensen die werken of moeite hebben om kinderopvang te vinden, zijn avondlessen of weekendlessen een oplossing. Meestal hebben de mannen hier interesse in. Avondlessen zijn niet altijd de oplossing voor werkende mensen. Dit wordt vaak ervaren als zwaar. Na het werk zijn mensen vaak moe, waardoor het niet altijd effectief is om avondlessen aan te bieden. Door het gebrek aan weekendlessen en avondlessen lopen inburgeringsplichtigen die fulltime werken vast, waardoor fulltime werken nagenoeg onmogelijk wordt. Danner en Danner heeft het keurmerk Blik op Werk. Naar aanleiding van het onderzoek Keurmerk Blik op Werk kwam een gemiddeld tevredenheidscijfer van deelnemers van een 8,0. Daarnaast doet Danner en Danner veel aan kwaliteitsborging. Docenten hebben twee keer per jaar met elkaar een studiemiddag. Tevens worden jaarlijks alle docenten bezocht met als doel te beoordelen hoe ze lesgeven en gaat veel aandacht uit naar het bijhouden van kennis. De kwaliteit lijkt hiermee geborgd. Acht geïnterviewde deelnemers zijn dan ook blij met de klas/ docent. Een geïnterviewde is minder tevreden, hij vindt dat zijn docent meer met de cursisten kan doen. Ook bij BBS en Vluchtelingenwerk komen soms klachten

11

over de docenten binnen. Ze praten onduidelijk en te snel waardoor de informatie niet gevolgd kan worden, werd gezegd. Inburgeraars in de Z-route voelen zich soms aan hun lot overgelaten en missen een stukje begeleiding. Ze zouden graag meer Nederlands met elkaar willen oefenen in de les. Eén geïnterviewde geeft aan dat hij niet tevreden is, omdat er volgens hem te veel verschillende niveaus in een klas zitten, dat maakt de les volgens hem contraproductief. Op dit moment is het niet mogelijk om diverse leerniveaus in een leerroute van elkaar te onderscheiden. Om deze reden begint de taaldocent met een klassikale instructie. Daarna geeft ze diverse groepjes opdrachten. Ondertussen loopt ze rond in de klas, zodat ze iedereen persoonlijke aandacht kan geven. Ook wordt er veel digitaal gedaan vanwege de niveauverschillen. Ze werken iedere les op de computer, zodat de docent ook persoonlijke aandacht aan iemand kan geven. Dit heeft weer als gevolg dat sommige inburgeraars vinden dat er te weinig in de les geoefend wordt met Nederlands spreken. Als tip geeft een statushouder dan ook om te werken met klassenassistenten. Op dit moment wordt er niet gewerkt met klassenassistenten, maar de taaldocent is daar ook een voorstander van. Soms zijn er stagiaires of vrijwilligers die de docenten ondersteunen.

Tips  ’De taalschool moet meer info aan de cursisten geven, en een duidelijke uitleg over het systeem van lesgeven.’  ‘Laat tijdens de lessen veel met de cursisten oefenen, want zij hebben weinig tijd om de nieuwe taal te leren. Bovendien is Nederlands is een moeilijke taal. Zorg daarom voor assistenten in de klas.’  ‘Maak niveaugroepen’

5.3

Taalcoaches

Taalcoaches of taalmaatjes zijn vrijwilligers die de Nederlandse taal met de inburgeraars gaan oefenen. Vluchtelingenwerk zorgt voor deze taalcoaches in Baarn en Soest. Alle inburgeraars in Baarn en Soest worden in principe gekoppeld aan een taalcoach. In Bunschoten is De Boei recent gestart met taalcoaches. Vluchtelingenwerk geeft aan dat taalcoaches een zeer positief effect lijken te hebben. In Baarn en Soest lijkt het taalniveau hoger te liggen dan bij inburgeraars in Bunschoten. Vluchtelingenwerk geeft aan dat vooral de voorkeur uit gaat om mensen in de B1-route te koppelen aan een taalmaatje. Hierdoor zijn ze genoodzaakt om de taal te oefenen. Z-routers kun je vaak beter in een groep plaatsen, zodat ze daar met elkaar Nederlands praten. Ook de taaldocent benadrukt haar goede ervaringen met taalcoaches. Taalcoaches werken echt. Taalcoaches kunnen inburgeraars ook helpen met huiswerkopdrachten. Sommige huiswerkopdrachten hebben als opdracht met een Nederlandstalig persoon spreken. Dit doen inburgeraars vaak met hun taalcoach. De taaldocent ziet verder vooral graag dat inburgeraars gaan lezen en spreken met de taalcoach, bijvoorbeeld een krant lezen of boodschappen met hen doen. Drie geïnterviewde inburgeraars onderschrijven ook het belang van de taalcoaching. Een geïnterviewde geeft aan dat ze hierdoor meer woorden leert dan alleen op school.

Ze kan nu beter haar vrijwilligerswerk doen. Drie geïnterviewden staan nog op een wachtlijst voor een taalcoach. Tips  ‘De gemeente zou het moeten verlengen na 1,5 jaar, omdat het zo goed helpt.’  ‘Regel in Bunschoten snel taalcoaching zoals in Baarn en Soest. Ik heb het heel erg gemist.’

5.4

Omgaan met Geld

Vanuit de nieuwe wet inburgering 2021 zijn gemeenten verplicht asielstatushouders het eerste half jaar financieel te ontzorgen door vaste lasten te betalen. Doordat dit in veel gevallen niet goed bleek te werken,

12

wordt de wet hierop aangepast, zodat gemeenten kunnen afwijken in individuele gevallen van het verplicht ontzorgen van statushouders. In eerste instantie is in onze gemeenten de Kredietbank ingezet om de vaste lasten van statushouders door te betalen. Dit proces ging niet goed, omdat de Kredietbank te laat startte met het doorbetalen van de vaste lasten, de Kredietbank niet goed communiceerde met de klantmanagers en Vluchtelingenwerk en er hierdoor betalingsachterstanden ontstonden. Dit proces is daarom uiteindelijk drastisch omgegooid. Vluchtelingenwerk maakt nu eerst de inschatting in welke mate een inburgeraar ontzorgd moet worden. Voor de meeste statushouders is Vluchtelingenwerk verantwoordelijk voor de financiële begeleiding. De inburgeraars komen het eerste half jaar wekelijks bij Vluchtelingenwerk voor maatschappelijke begeleiding. Tijdens dit moment wordt ook financiële begeleiding geboden en worden de financiën doorgenomen. Denk hierbij aan het regelen van automatische incasso’s, samen de inkomsten en uitgaven bekijken e.d. Als er meer nodig is qua financieel ontzorgen, is dit altijd mogelijk. Soms kan dan gedacht worden aan budgetbeheer of de huur door laten betalen door de BBS. Ook krijgen asielstatushouders de cursus Omgaan met Geld, die een mooie aanvulling is op de maatschappelijke begeleiding.

In deze cursus leren inburgeraars in een aantal dagdelen alles over geldzaken. De cursus wordt ook erg gewaardeerd door de geïnterviewde inburgeraars. De cursus wordt in hun eigen taal gegeven. Ze geven aan de informatie belangrijk te vinden en goed konden begrijpen en onthouden. Tips  ‘Ik wist alles al over geld, verplicht mensen die alles al weten niet om te gaan.’  ‘VWN kan zich nog verbeteren op financiële zaken, je helpen met extra geld zoeken.’

5.5

Module arbeidsmarkt en participatie (Map)

De module arbeidsmarkt en participatie (Map) is een verplicht onderdeel van de inburgering. De Map gaat over werken en werk zoeken in Nederland en bestaat uit een theoriegedeelte en een praktijkstage (40 uur). Voor statushouders verzorgt Danner en Danner het theoriegedeelte. Er zijn afspraken gemaakt om de Map in het eerste jaar te geven, zodat ze zo snel mogelijk kunnen participeren. Dit helpt weer bij de taal onder de knie kunnen krijgen. Een nadeel van de Map in het eerste jaar geven, is dat het taalniveau vaak nog onvoldoende is om over kwaliteiten en eigenschappen te praten of een Curriculum Vitae op te stellen. Om deze reden kan de taaldocent dan ook niet garanderen dat inburgeraars na het volgen van de Map een goed beeld hebben van hun kwaliteiten en eigenschappen en hoe ze moeten solliciteren. Een geïnterviewde inburgeraar geeft ook aan dat de Map-les te snel gaat om dingen goed te begrijpen. Er is een speciaal boek aangeschaft voor de Map. De taaldocent vindt het vervelend dat haar taallessen onderbroken worden door de Map, omdat het boek van de Map niet aansluit bij het studiemateriaal van de reguliere taallessen. Hoewel het theoriegedeelte van de Map goed is belegd, is dit niet het geval bij het praktijkstage bij de B1 route. Onvoldoende helder is nog wie hier verantwoordelijk voor is en wie er daadwerkelijk zorgt voor de stageplekken. BBS heeft de regierol hierin.

Klantmanagers inburgering pakken dit nu op.

5.6

Participatieverklaring

De Participatieverklaring (PVT) is een verplicht onderdeel van het inburgeringsexamen. Via de PVT laten gemeenten inburgeringsplichtigen kennismaken met de rechten, plichten en waarden van de Nederlandse samenleving. De inburgeraar maakt kennis met de Nederlandse kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie.

13

Danner en Danner behandelt veel onderwerpen over de Nederlandse samenleving in de taallessen. Om deze reden hebben de BBS gemeenten er voor gekozen om voor statushouders geen apart traject Participatieverklaring (PVT) in te kopen. De Participatieverklaring wordt uitgereikt op het moment dat de inburgeraar zijn inburgeringsexamen heeft gehaald. Alle geïnterviewde inburgeraars geven dan ook aan dat er regelmatig in de lessen over het leven in Nederland wordt gesproken. De taaldocent raadt de gemeenten toch aan om het traject Participatieverklaring weer te introduceren. Ze hoorde daar altijd erg positieve ervaringen over van de cursisten. Het gaf ook een extra lading dat de uitreiking op het gemeentehuis was. Men vond het fijn om toch expliciet met elkaar in gesprek te gaan over de normen en waarden in Nederland (ook al komt het aan de orde in de lessen). Een onderdeel van de PVT was voorheen (onder de oude wet) ook dat de GGD gastspreker was en informatie gaf over de gezondheidszorg in Nederland. Hierin zijn vaak cultuurverschillen waarneembaar over wanneer je bijvoorbeeld naar de huisarts gaat. Tevens hebben inburgeraars vaak een slecht gebit. Voorlichting op dit thema is gewenst, aldus de taaldocent. Vluchtelingenwerk en statushouders hebben hiervan juist eerder gezegd dat dit niet aansloot bij wat men al weet. Het werd te betuttelend en te algemeen gevonden.

14

6

Ondersteuning

Met de Wet inburgering 2021 zijn veel taken bij de gemeenten komen te liggen. Dat betekent onder meer dat we begeleiding bieden bij de huisvesting, statushouders financieel zelfredzaam maken, hulp bieden bij het aanvragen van regelingen en voorzieningen, dat we ze daarnaast wegwijs maken in de gemeente en dat we ze een inburgeringstraject aanbieden waarbij ze zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren, waarbij ze ook zo snel mogelijk gaan participeren door middel van werk, onderwijs of een andere vorm van dagbesteding. Vluchtelingenwerk en BBS hebben hier beiden een grote taak in. De casusregiefunctie is bij de klantmanagers inburgering van de BBS belegd. Vluchtelingenwerk voert onder meer de maatschappelijke en juridische begeleiding uit. Beide organisaties werken veel met elkaar samen. Ook is veel samenwerking met andere organisaties zoals de taalschool, het welzijnswerk en de lokale sociaal teams. De nieuwe wet inburgering is een lerend stelsel waarbij ook steeds de wet wordt aangepast. Stukje voor stukje wordt geprobeerd het steeds een beetje beter te maken en wordt het klantenproces steeds weer ten goede aangepast. Maar het kost tijd om alle processen goed ingeregeld te hebben en voldoende maatwerk te kunnen bieden voor inburgeraars.

6.1

Maatschappelijke begeleiding Vluchtelingenwerk

Wanneer asielstatushouders vanaf een opvanglocatie naar een eigen woning verhuizen, staan zij er vaak helemaal alleen voor. Zij hebben nog geen netwerk, spreken de taal niet (voldoende) en moeten ontzettend veel regelen. Goede maatschappelijke begeleiding is in deze eerste periode dan ook van essentieel belang. Het uitgangspunt van de maatschappelijke begeleiding is dat statushouders zelfstandig gebruik leren maken van alle (lokale) voorzieningen, in staat zijn daarin zelf keuzes te maken en uiteindelijk een nieuw leven in de gemeente kunnen opbouwen als volwaardig participerend burger. Vrijwilligers van Vluchtelingenwerk ondersteunen hen gedurende een periode van 1,5 jaar met onder meer praktische vragen zoals het inschrijven in een gemeente, een zorgverzekering aanvragen en een huurcontract ondertekenen. Ook zijn zij een luisterend oor voor hen. Op het moment dat de statushouder in de gemeente gaat wonen, start de maatschappelijke begeleiding. Alle geïnterviewde statushouders geven aan de maatschappelijke begeleiding goed, belangrijk en nodig te vinden. Ze geven aan elke week op locatie van Vluchtelingenwerk te komen (elke gemeente heeft één locatie) en na enige tijd minder vaak. Zes geïnterviewden hebben aangegeven dat zij veel leren wat nodig is om een normaal leven te leiden. Denk hierbij aan post en financiën, verzekeringen en hoe je dingen zelf kunt doen.

Tien geïnterviewden geven aan ook informatie te krijgen over een gezond leven, en te worden gemotiveerd om te bewegen. De samenwerking tussen BBS en Vluchtelingenwerk gaat heel goed, vinden professionals van beide organisaties. Er zijn regelmatig overleggen over signalen als het niet goed gaat met een inburgeraar. De lijnen zijn kort en men weet elkaar goed te vinden. Er wordt veel geschakeld met elkaar. BBS heeft zowel veel contact met de teamcoördinatoren van Vluchtelingenwerk als de maatschappelijke begeleiders van Vluchtelingenwerk.

6.2

Klantmanagers inburgering BBS

De klantmanagers inburgering van de BBS zijn de casusregisseurs. Zij houden regie op de inburgeringstrajecten en zijn het aanspreekpunt voor alle betrokken partijen. De klantmanagers inburgering nemen, in samenwerking met de medewerker van Vluchtelingenwerk, de brede intake af. De klantmanager is verantwoordelijk voor de invulling en monitoring van het PIP en is gedurende het gehele inburgeringstraject het aanspreekpunt voor de inburgeraar. Daarnaast behoudt hij de regie op de 15

voortgang van het inburgeringstraject. De klantmanager draagt zorg voor de wettelijk verplichte evaluatiegesprekken met de inburgeraar en alle betrokken partijen die onderdeel zijn van de uitvoering van het inburgeringstraject. De klantmanagers worden als benaderbaar en laagdrempelig gezien door inburgeraars. Dit heeft als gevolg dat inburgeraars veel vragen aan hen stellen. Ook geeft Vluchtelingenwerk vaak signalen af die op moeten worden gepakt. Dit maakt het werk van een klantmanager vaak adhoc en niet altijd even planbaar. De wettelijke verplichtingen zoals de brede intake, PIP en de leerbaarheidstoets lopen nu heel erg goed. Ook worden de klantmanagers inburgering erg gewaardeerd door verschillende partijen vanwege hun kwaliteiten en inzet. Het zijn echt ‘dedicated klantmanagers’. Met dedicated klantmanagers wordt bedoeld dat zij trots zijn om voor de gemeente te mogen werken, zijn zeer betrokken bij het werk en hun klanten, hebben altijd hun werk op orde, doen net wat meer wat van hen verwacht wordt en hebben de juiste competenties. Sommige klantmanagers hebben zelf ook een migratie achtergrond en recent heeft BBS ook enkele ervaringsdeskundigen als klantmanagers aangenomen.

6.3

Hoge werkdruk

Sinds de invoering van de wet inburgering is de instroom van het aantal inburgeringsplichtigen hoger dan in eerste instantie verwacht. Het team inburgering is ook uitgebreid. De klantmanagers inburgering hebben een gemiddelde caseload van 80. Dit wordt ervaren als een grote caseload. Naast statushouders moeten zij namelijk ook gezinsmigranten op weg helpen en dit vergt ook veel tijd. De grote caseload heeft soms invloed op de kwaliteit van het werk. Soms sneeuwt het stukje ‘begeleiding naar participatie’ onder. Dan is er onvoldoende tijd om hier aandacht aan te geven tijdens de gesprekken met klanten. De Klantmanagers vinden wel dat dit hun rol is en niet de rol van de klantmanager werk. In het volgende hoofdstuk gaan we hier dieper op in. Bij BBS is ook de formatie voor een kwaliteitsmedewerker van 32 uur per week. Deze kwaliteitsmedewerker geeft zelf aan dit in principe voldoende is, maar ook hier moeten keuzes gemaakt worden over wat wel/niet opgepakt wordt. Vooral in het begin toen nog veel zaken niet goed ingeregeld waren, processen nog niet goed liepen en de samenwerking met de verschillende partijen van de grond moest komen, kwam de kwaliteitsmedewerker tijd te kort.

6.4

Evaluatiegesprekken met inburgeraars

Eens per drie maanden is er een voortgangsgesprek tussen de klantmanager inburgering en de inburgeraar. Als hier redenen voor zijn, dan vindt dit gesprek vaker plaats. Acht geïnterviewde inburgeraars geven aan het driemaandelijkse contact erg goed, fijn en voldoende te vinden. Twee geïnterviewden geven aan nog geen contact te hebben gehad, maar te zullen bellen bij vragen. Eén geïnterviewde geeft aan het afgelopen jaar nooit contact te hebben gehad. Twee geïnterviewden geven aan de wisseling in klantmanagers lastig te hebben ervaren en communicatie daarover te hebben gemist.

6.5

Administratie

De administratieve last bij de klantmanagers inburgering was in het begin zeer groot. Veel gegevens moeten namelijk geregistreerd worden in twee systemen (in het eigen systeem Suite en in het gemeenteportaal van DUO). Sinds kort hebben ze ondersteuning van een administratieve kracht die veel werk van hen uit handen neemt. Op dit moment gaat er ook veel aandacht uit naar een juiste registratie van producten en productcodes, zodat managementinformatie beter te ontsluiten is. In eerste instantie werd dit bijgehouden in Excellijsten. Momenteel wordt ook hard gewerkt om de instrumentengids EVA te vullen, zodat helder is welke trajecten 16

ingezet kunnen worden om anderstaligen aan het werk te helpen. Met de instrumentengids Eva kunnen klantmanagers in één oogopslag zien welke instrumenten beschikbaar zijn voor een specifieke werkzoekende.

6.6

Samenwerking

De samenwerking tussen de de netwerkpartners zoals BBS, de taalschool, welzijnsorganisaties en Vluchtelingenwerk gaat goed. Hier is veel in geïnvesteerd. Maandelijks vindt een overleg met BBS en de netwerkpartners plaats. Netwerkpartners hebben veel contact met de inburgeraars, dus nauw contact is erg belangrijk. De taaldocent geeft als tip aan de klantmanagers inburgering om ook wat vaker te komen werken op de locatie van de taalschool (dus naast het klaslokaal), om fysiek/live contact te creëren met de inburgeraars.

6.7

Juridische begeleiding

Statushouders krijgen te maken met complexe juridische procedures, maar zijn vaak niet op de hoogte van alle relevante wet- en regelgeving. Vluchtelingenwerk biedt statushouders daarom juridische begeleiding en voorlichting in alle stadia van de asielprocedure. Bijvoorbeeld bij onderwerpen als gezinsherenigingsprocedure, het verlengen of aanvragen van een verblijfsvergunning of het aanvragen van een vergunning voor in Nederland geboren kinderen. Omdat dergelijke vraagstukken ook lang na beëindiging van het begeleidingstraject kunnen spelen, zijn statushouders nog altijd welkom bij Vluchtelingenwerk. 1/3 van de geïnterviewde statushouders geeft aan gebruik te maken van de juridische begeleiding en zijn blij met de hulp. Twee geïnterviewden geven aan dat Vluchtelingenwerk erg veel kennis heeft van wetten en regels. Als tip wordt meegegeven dat Vluchtelingenwerk bij het begin meteen moet vertellen bij welke dingen ze juridisch kunnen helpen.

6.8

Schakelen met het de lokale sociaal teams

Statushouders hebben veel meegemaakt. Vaak is niet alleen bijvoorbeeld de oorlog in het thuisland traumatiserend geweest. Ook de reis naar Nederland en het verblijf van vaak vele jaren in diverse asielzoekerscentra hebben hun sporen achtergelaten. Klantmanagers inburgering en Vluchtelingenwerk zijn zeer alert op het herkennen van eventuele trauma’s. Dit proberen ze bespreekbaar te maken. Eventueel verwijzen ze door naar de huisarts of het sociaal team. Er zijn goede, korte lijnen met de lokale sociaal teams in de drie gemeenten. Deze trauma’s en andere persoonlijke omstandigheden hebben soms ook zijn weerslag op het leven in Nederland. Deze persoonlijke omstandigheden maken het leren soms lastiger. Denk bijvoorbeeld aan zorg voor kinderen, het hebben van concentratieproblemen door trauma, familie die in oorlogsgebied verkeert en een partner die nog niet naar Nederland kan komen. Vluchtelingenwerk en de taaldocent geven aan dat je niet kunt verwachten dat statushouders al binnen drie jaar volledig mee kunnen draaien in onze samenleving. Trauma’s laten vaak diepe sporen na en komen pas na verloop van tijd boven. Ook zien de professionals dat statushouders met weinig leervermogen het moeilijk hebben om snel te integreren. Vaak hebben zij in het land van herkomst ook niet volop meegedaan of vrij eenvoudig werk gedaan.

Het is niet realistisch om van hen veel te verwachten, aldus Vluchtelingenwerk.

17

7

Meedoen en de randvoorwaarden

Het doel van de nieuwe wet inburgering is dat alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig mee kunnen doen aan de Nederlandse samenleving, het liefst door middel van betaald werk. Duale trajecten worden dan ook aangemoedigd. Dit zijn trajecten waarbinnen taalverwerving wordt gecombineerd met (toeleiding naar) participatie. Het nieuwe stelsel biedt voor gemeenten voldoende ruimte om inburgeringstrajecten zodanig in te richten dat (taal)onderwijs zoveel mogelijk wordt gecombineerd met participatieactiviteiten. Dit blijkt nog een ingewikkelde puzzel te zijn en ook landelijk is het een zoektocht hoe dit het beste vorm kan krijgen. Vorig jaar heeft het kabinet € 37,5 miljoen uitgetrokken om meer statushouders aan het werk te helpen. Het grootste deel van het bedrag is bestemd voor regionale verbinders, proeven met startbanen (enkele gemeenten in het land nemen deel aan de proef) en een subsidieregeling voor werkgevers om het makkelijker te maken om statushouders aan te nemen. De subsidieregeling voor werkgevers is nog niet opengesteld. Er is wel recent een regionaal verbinder in onze arbeidsmarktregio aangesteld. Er wordt tevens een werkgroep opgezet binnen de regio met hetzelfde doel. De regionale verbinder en de werkgroep vervullen een spilfunctie in de regio.

Ze delen onder meer kennis, goede voorbeelden en ondersteunings- en financieringsmogelijkheden en proberen in hun functie meer statushouders aan het werk te helpen en kansen te creëren. Ook binnen de BBS gemeenten is er nog te weinig focus op uitstroom naar werk en zijn er veel factoren die dit proces vertragen. Denk hierbij aan randvoorwaarden als geen taallessen in de avonden en weekenden, onvoldoende kinderopvang, maar ook zaken als werkgevers die huiverig zijn, een (te) grote ondersteuningsbehoefte van statushouders op de werkplek, onvoldoende taalniveau, een te hoge caseload van klantmanagers inburgering, statushouders met een zorgbehoefte vanwege trauma’s en te weinig beschikbare participatieplekken. De leerroute Z-route heeft een grote participatiecomponent in zich. Inburgeraars die ingedeeld zijn in de Zroute moeten 800 uur participeren in een Nederlandstalige omgeving. In dit hoofdstuk gaan hier nader op in.

7.1

Vroege start

Inburgeringsplichtigen verblijven soms jaren in een asielzoekerscentrum (AZC). Mogelijkheden om al vroegtijdig mee te kunnen doen in de samenleving zijn beperkt. Statushouders kunnen in het AZC het programma ‘voorbereiding op inburgering’ volgen. In het programma krijgen statushouders alvast praktische informatie over zelfstandig wonen en leven in Nederland en volgen zij maximaal 115 uur taalles. Sinds kort mogen asielzoekers zonder verblijfsvergunning langer dan 24 weken per jaar ook werken. Er gelden wel bepaalde voorwaarden. De werkgever moet een tewerkstellingsvergunning (TWV) bij het UWV aanvragen. Door de beperkte inburgeringsmogelijkheden en beperkte participatiemogelijkheden raken inburgeringsplichtigen gedeactiveerd en soms ook depressief. Het is daarom van belang om met de vroege start te beginnen (inburgering in het AZC). Op dit moment start de inburgering in het AZC alleen op in incidentele gevallen. Redenen hiervoor zijn dat niet alle inburgeringsplichtigen in een AZC in de omgeving van de gemeente verblijven en de hoge caseload van de klantmanagers inburgering. Werken loont ook niet altijd als men in een AZC verblijft, omdat een gedeelte van het loon afgestaan moet worden aan het COA. Werken is vaak ook lastig als men steeds van opvanglocatie naar opvanglocatie moet verhuizen of als men de Nederlandse taal nog bijna niet spreekt.

18

Zowel de klantmanagers inburgering als Vluchtelingenwerk zien wel voordelen om al in het AZC te starten met inburgeren. Statushouders zijn erg gemotiveerd en hebben een dagbesteding wat goed is voor hun mentaal welbevinden. Daarnaast kunnen ze al een netwerk opbouwen en sneller de taal leren. Eenmaal in de gemeente gehuisvest worden dan de kansen op betaald werk ook groter. Nadelen werden ook genoemd. Als de huisvesting lang op zich laat wachten, worden statushouders ongeduldig en vragen Vluchtelingenwerk dan continue wanneer de woning komt. Daarnaast kost het klantmanagers inburgering vaak meer tijd omdat zij vaker naar de AZC locatie toegaan voor een gesprek. Tip  ‘Laat mensen alvast starten met de intake en de taalschool, zodra ze zijn gekoppeld aan de gemeente, en nog in het azc wonen.’

7.2

Participatie-uren Z-route

Inburgeraars die de Z-route volgen, moeten verplicht 800 uur participeren in een Nederlandstalige omgeving. Dit kan variëren van het deelnemen aan sportactiviteiten tot het verrichten van vrijwilligerswerk. BBS heeft de regiefunctie op de participatie-uren, maar de welzijnsorganisaties in Soest en in Bunschoten-Spakenburg voeren het uit. In Baarn is deze taak bij de participatiecoaches van Vluchtelingenwerk belegd. De teamleider van Vluchtelingenwerk geeft aan dat het heel moeilijk is een plek te vinden voor Z-routers, omdat zij zeer veel begeleiding nodig hebben. Deze begeleiding kan niet verwacht worden van een werkgever. De benodigde begeleiding op de werkvloer is dus een hiaat. Andere ketenpartners beamen dat het lastig is om invulling te geven aan de participatie-uren. Er wordt vooral in het begin gekeken of Z-routers kunnen starten met algemeen vrij toegankelijke activiteiten zoals deelnemen aan een wandelgroep of breiclub. De kwaliteitsmedewerkers van BBS bevestigen dit, maar hebben er wel vertrouwen in dat de participatie-uren voor de Z-routers ingevuld gaan worden. Het gaat ook relatief om weinig personen die de Z-route volgen, omdat de insteek de B1 route is. Landelijk is een vergelijkbaar beeld te zien en hebben gemeenten moeite om voldoende participatieactiviteiten te vinden voor de Z-routers. Men is echt nog aan het pionieren.

Ook hier zijn vaak ideeën bij maatschappelijke organisaties en BBS, maar tot nu toe komen deze nog weinig van de grond. Vaak moet het inpasbaar zijn in bestaande werkprocessen. Hierdoor raakt soms ook de motivatie weg bij sommige partijen.

7.3

Vrijwilligerswerk

BBS en Vluchtelingenwerk stimuleren inburgeraars om zo snel mogelijk actief te worden en mee te doen bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk. Aan de geïnterviewde inburgeraars is gevraagd wat hun ervaringen zijn met vrijwilligerswerk. Drie geïnterviewden geven aan dat het vrijwilligerswerk en de coaching heel erg goed gaat. Eén geïnterviewde geeft aan een afspraak te hebben gemaakt bij de Boei in Bunschoten om erover te praten. Acht geïnterviewden geven aan dat zij graag vrijwilligerswerk zouden willen doen, maar nog nooit een uitnodiging hebben gekregen voor een intake bij de welzijnspartijen (deelnemers uit Soest en Bunschoten). Reden is dat de overdracht tussen BBS naar de welzijnsorganisaties in Soest en Bunschoten soms niet goed gaat, waardoor inburgeraars niet direct worden aangemeld bij de welzijnsorganisaties. Hier is inmiddels aandacht voor. Alle inburgeraars uit Baarn die zijn aangemeld, zijn gesproken door de participatiecoaches van Vluchtelingenwerk. Dit betekent niet dat iedereen al een vrijwilligersplek heeft. Uit het interview met de taaldocent blijkt dat ze onvoldoende zicht heeft of duale trajecten bijdragen aan het taalniveau. Wel heeft ze ervaring met het feit dat organisaties die vrijwilligersplekken organiseren, vaak pas iemand een plek kunnen aanbieden als de desbetreffende persoon A2 niveau spreekt. Bij A1 niveau zou ook 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14255993/2