CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie beleidskader

Commissie Samenleving 19 januari 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden9.758 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie beleidskader 2019-2022 Sociaal domein

Gemeente Bunschoten

Inhoud Inleiding....................................................................................................................................3 1. Inwoners zijn duurzaam aan het werk..................................................................................6 1.1 Daling inwoners in een uitkering.................................................................................6 2. Inwoners functioneren zelfstandig.......................................................................................8 2.1 Daling inwoners met problematische schulden...........................................................8 2.2 Inwoners participeren zo veel mogelijk in de eigen leefomgeving..............................9 2.3 Inwoners blijven langer thuis.....................................................................................10 2.4 Daling laaggeletterdheid............................................................................................11 3. Inwoners krijgen passende zorg en ondersteuning.............................................................14 3.1. Voldoende passend aanbod van basiszorginfrastructuur.........................................14 3.2. Inwoners worden tijdig geholpen.............................................................................14 3.3.

Inkoop jeugdhulp en Wmo 2024...............................................................................15 4. Inwoners en bedrijven zetten zich in voor dorp en buurt en helpen elkaar........................17 4.1. Kracht van de samenleving wordt optimaal benut...................................................17 5. Inwoners hebben een goede mentale gezondheid.............................................................19 5.1 Daling overbelaste mantelzorgers.............................................................................19 5.2 Eenzaamheid onder inwoners neemt af....................................................................19 6. Inwoners hebben een gezonde leefstijl..............................................................................21 6.1 Daling problematisch middelengebruik.....................................................................21 6.2 Daling inwoners met overgewicht.............................................................................22 7.

Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal.................................................................................24 7.1 Daling percentage kwetsbare jongeren.....................................................................24 7.2 Meer jeugdigen krijgen lokaal passend onderwijs.....................................................24 7.3 Ouders beter toegerust in ouderschap......................................................................25 7.4. Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien....................................................26 8. Input nieuwe beleidskader..................................................................................................28

2

Inleiding Deze evaluatie heeft tot doel inhoudelijk verslag te doen van de gestelde doelen uit de beleidsnota ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022 Gemeente Bunschoten’. De beleidsnota is op 1 november 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en loopt tot en met 2022. In 2022 hebben echter gemeenteraadverkiezingen plaats gevonden en is er een nieuw coalitieakkoord opgesteld. Wanneer de beleidsnota eind 2022 vastgesteld zou moeten worden, is er onvoldoende tijd om onderwerpen uit een nieuw coalitieakkoord, respectievelijk inbreng van college- en raadsleden, mee te kunnen nemen. Dit laatste heeft destijds bij de vaststelling van het beleidskader in 2018 – toen waren er ook gemeenteraadverkiezingen - tot ongenoegen bij de raad geleid. Om op zorgvuldige wijze het nieuwe beleidsplan voor te kunnen bereiden – te starten met onderstaande evaluatie - is er daarom voor gekozen om meer tijd te nemen. Het beleidskader is daarom met één jaar verlengd en het nieuwe beleidskader zal ingaan per 1 januari 2024. Informeren raad Afgelopen jaren is de raad telkens tussentijds geïnformeerd over alle actuele ontwikkelingen binnen het sociaal domein door de nieuwsbrieven sociaal domein en schriftelijke mededelingen. Daarnaast zijn afzonderlijke nieuwsbrieven verschenen over de ontwikkelingen rondom corona en de instroom van vluchtelingen (Oekraïne) in onze gemeente.

Deze evaluatie is daarom niet uitputtend, maar geeft de belangrijkste voortgang van de afgelopen jaren weer. Tevens kan deze als input dienen voor een nieuw beleidskader voor de komende jaren. Niet-voorzienbare gebeurtenissen Bij het opstellen van het beleidskader sociaal domein 2019-2022 is zo goed als mogelijk geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen. Het is echter onvermijdelijk dat er zich nietvoorzienbare gebeurtenissen voordoen in een periode van 4 jaar. We gaan in op een aantal belangrijke niet-voorzienbare gebeurtenissen, die zich hebben voorgedaan de afgelopen jaren.  Corona Het is bekend dat de komst van Corona veel impact heeft (gehad) op de inwoners, maatschappelijke partners, sportclubs, bedrijven, etc. De gemeente was een belangrijke spil. Het ‘Corona kernteam’ werd ingesteld waar alle signalen werden gebundeld en waar belangrijke beslissingen werden genomen. Veel beslissingen en uitvoering van bijvoorbeeld diverse coronasteunpakketten vanuit het Rijk lagen op het terrein van het sociaal domein. De uitwerking hiervan is nog steeds actueel. Ook zijn projecten in het kader van maatschappelijke diensttijd voor jongeren in coronatijd opgestart.  Kinderopvangtoeslagaffaire In de hersteloperatie van de kinderopvangtoeslagaffaire zijn gemeenten aangewezen om brede ondersteuning te leveren aan (mogelijke) gedupeerden.

Inwoners die vermoeden gedupeerd te zijn, konden en kunnen zich melden bij de gemeente voor brede ondersteuning. Momenteel hebben circa 30 mogelijk gedupeerde huishoudens zich gemeld. Voor ondersteuning werd en wordt samengewerkt met o.a. het sociaal team, de BBS en

3

schuldhulpverlening. Hierbij worden (mogelijk) gedupeerden ondersteund met als doel hun leven weer op de rit te krijgen.  Vluchtelingen In het voorjaar van 2022 kregen we vanwege de oorlog in de Oekraïne te maken met een vluchtelingenstroom. Gemeenten werd verzocht lokaal opvang te organiseren. Vanuit het sociaal domein zijn hiervoor sindsdien veel onvoorziene werkzaamheden verricht. Tot op heden vergt dit extra inspanning om alles goed te organiseren, af te stemmen en samen te werken met alle betrokkenen.  Armoede/energiecrisis Als gevolg van de oorlog in Oekraïne zijn in 2022 de prijzen van veel goederen en energie enorm gestegen. Dit raakt veel inwoners. Om huishoudens met een laag inkomen tegemoet te komen in de stijgende energieprijzen en aanhoudende inflatie heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld in de vorm van o.a. een energietoeslag. In samenwerking met de afdeling Omgevingsontwikkeling zijn energieboxen uitgegeven en is breed informatievoorziening opgeschroefd om huishoudens te helpen bij beheersbaar houden van hun energierekening. Leeswijzer In lijn met het beleidskader ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022 Gemeente Bunschoten’ evalueren we aan de hand van de maatschappelijke doelen die als speerpunten voor de genoemde beleidsperiode zijn geformuleerd.

Er zijn in het beleidskader zeven maatschappelijke doelen geformuleerd die iets zeggen over hoe mensen met elkaar omgaan, over deelname aan de maatschappij of over het maatschappelijk verkeer. Deze zeven maatschappelijke doelen zijn: 1. Inwoners zijn duurzaam aan het werk 2. Inwoners functioneren zelfstandig 3. Inwoners krijgen passende zorg en ondersteuning 4. Inwoners en bedrijven zetten zich in voor dorp of buurt en helpen elkaar 5. Inwoners hebben een goede mentale gezondheid 6. Inwoners hebben een gezonde leefstijl 7. Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal Om deze doelen te bereiken, hebben we bij het opstellen van het beleidskader maatschappelijke effecten benoemd per doel. In deze evaluatie gaan we daar per doel ook op in. In de meeste gevallen is hierbij een prestatie indicator benoemd. Meten is echter niet de enige manier om zicht te krijgen of het effect is bereikt. Ook het verhaal erachter is belangrijk. Afhankelijk van het thema is daarom soms meer gekozen voor “tellen” en soms meer voor “vertellen”.

4

5

1. Inwoners zijn duurzaam aan het werk Het idee is dat wanneer mensen duurzaam aan het werk zijn, zij volwaardig meedoen aan de samenleving. Dit doel realiseren we onder andere door regionaal samen te werken. In het Regionaal Werkbedrijf werken we samen met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio, UWV, RWA/Amfors, VNO-NCW, FNV en CNV en onderwijsinstellingen aan het vergroten van baankansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De regionale dienstverlening vindt plaats in het Leerwerkloket, het Jongerenloket, het Werkgeversservicepunt en het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT). Deze loketten zijn nu ondergebracht in het Werkcentrum regio Amersfoort, in het pand waar ook het UWV is gevestigd. Vanuit deze plek bieden de samenwerkende partners fysieke en digitale hulp aan alle inwoners van de deelnemende gemeenten op het gebied van werk en inkomen. De werkloosheid in Bunschoten is bijzonder laag te noemen. In 2017 was dat 4.3% (landelijk 5,9%), in 2018 was dit 3.6%. In 2019 slechts 3,3% en in 2020 zaten we met 3,6% (landelijk 4,9%) weer op het niveau van 20181. In 2021 daalde de werkeloosheid naar 2,8% (t.o.v. 4,2% landelijk). De eerste twee kwartalen van 2022 daalde landelijk de werkeloosheid verder. Het derde kwartaal van 2022 steeg de werkeloosheid licht naar 372 duizend mensen.

Toch neemt de spanning op de arbeidsmarkt toe en ontstaat daarmee krapte op de arbeidsmarkt (meer vacatures per werkloze). Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering in 2022 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor het inburgeringsaanbod en de regie op het traject. BBS voert dit voor ons uit. Nieuw in het traject is de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Inburgeringsplichtigen moeten zich via de MAP oriënteren op de arbeidsmarkt en hun baankansen. Een vast onderdeel hierin is minimaal 40 uur aan praktijkervaring op het gebied van werk. Door de landelijke woningnood is het aantal inburgeringsplichtigen dat onder de nieuwe Wet inburgering valt tot dusver beperkt. Het aantal personen dat de MAP volgt zal de komende jaren toenemen als relatief meer statushouders onder de nieuwe Wet inburgering vallen.

1.1 Daling inwoners in een uitkering De Participatiewet wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling samenwerking sociaal domein Baarn, Bunschoten en Soest (BBS). De bijstand is het vangnet/sluitstuk van de sociale zekerheid. Het streven was om in de periode van dit beleidskader minimaal 100 gezinnen uit de bijstand te krijgen door duurzame arbeid. Die aantallen hebben we niet gehaald. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te noemen. De belangrijkste oorzaak is dat het aantal bijstandsgerechtigden in Bunschoten al bijzonder laag is te noemen in vergelijking tot onze regio en de rest van Nederland. Per 1.000 inwoners zijn er 16,5 personen met een bijstandsuitkering, terwijl in de rest van Nederland het gemiddelde op 43,1 personen per 1.000 inwoners zit. Ook ten opzichte van de regio scoort Bunschoten erg gunstig (Amersfoort 43,3, Baarn 26,4 en Soest 28,6). Wat verder opvalt als we het bijstandsbestand van Bunschoten nader bekijken dan zien we dat bijna 80% van het bestand een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Eind 2019 is BBS gestart met het indelen in klanten op basis van hun afstand tot de arbeidsmarkt. Door deze nieuwe indeling is een vergelijking van de indicator in ons beleidskader

1

6

Bron: waar staat je gemeente /CBS

“Bijstandsgerechtigden die geïndiceerd zijn op trede 1 (geïsoleerd) van de landelijk geldende participatieladder stijgen binnen een jaar naar trede 2 (sociaal contact)” niet meer mogelijk. De indeling van het klantenbestand zag er op 31-12-2021 voor Bunschoten als volgt uit: A = kan in principe snel aan het werk (1,8%). B = mist bepaalde ‘skills’ (bv taal), maar kan starten als die zijn aangeleerd (21%). C = heeft grote problemen die werk belemmeren. Als die hanteerbaar worden, kan de stap alsnog gemaakt (40%). D = de eerste jaren niet in staat de stap te zetten (beperkte capaciteit door psychiatrische of fysieke problematiek of combinatie; ouderen; mensen in instellingen) (37%). Bunschoten heeft zowel absoluut als relatief het kleinste aantal klanten dat makkelijk aan het werk kan (1,8% tegen bijna 3,5% voor heel BBS). Bovendien is de zwakste groep (D) nergens sterker vertegenwoordigd dan hier. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de lage bijstandsdichtheid in Bunschoten: de meeste mensen die hier in de bijstand zitten, staan echt ver van de arbeidsmarkt (bron Jaarverslag 2021 BBS). En als laatste oorzaak kunnen we de Coronajaren 2020 en 2021 noemen. De pandemie had een grote impact waardoor het klantenbestand iets is opgelopen en het halen van de streefwaarde van de prestatie-indicatoren niet mogelijk was.

Tijdens de coronapandemie heeft de BBS uitvoering gegeven aan de steunpakketten voor ondernemers: de Tozo (Tijdelijke overbrugging zelfstandig ondernemers) en de Tonk (Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten). Tenslotte kan laaggeletterdheid ook een reden zijn van werkeloosheid. Echter de gevolgen van laaggeletterdheid kunnen veel groter zijn dan dat. Het kan leiden tot lastig kunnen meedoen in de samenleving. Om deze reden wordt de daling laaggeletterdheid verder uitgewerkt in paragraaf 2.4 (onder het maatschappelijk doel ‘inwoners functioneren zelfstandig’.

7

2. Inwoners functioneren zelfstandig We zetten in op de zelfredzaamheid van mensen. Mensen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun leven. Als gemeente willen we inwoners zoveel mogelijk ondersteunen als dat wat moelijker gaat. Daarvoor hebben we deze periode ingezet op effecten die daarop van invloed kunnen zijn.

2.1 Daling inwoners met problematische schulden De afgelopen periode is het beleid erop gericht geweest om problematische schulden te voorkomen en in situaties waarbij er sprake is van schulden zo vroeg mogelijk hulp in te zetten. In Bunschoten ligt het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden lager dan het landelijk gemiddelde. Huishoudens met schuld 2018 2019 2020

Bunschoten 5,6% 5,8% 5,9%

Nederland 8,3% 8,1% 7,9%2

Bron: Waar staat je gemeente/CBS We hebben de afgelopen beleidsperiode ingezet op zowel preventief als curatief schuldhulpverleningsbeleid. Dit hebben we gedaan door: · Een aanbesteding schuldhulpverlening te starten, waarbij de keuze is gemaakt om o.m. adviesgesprekken, huisbezoeken i.h.k.v. vroegsignalering, budgetcoaching en budgetbeheer in te kopen, waardoor de hulpverlening zo laagdrempelig mogelijk wordt aangeboden. · Preventief hulp te bieden aan inwoners met schulden. De gemeente ontvangt gegevens van inwoners met betalingsachterstanden van de woningcorporatie, zorgverzekeraars, energieleveranciers en drinkwaterbedrijven. Deze inwoners worden benaderd middels een brief, telefoontje of huisbezoek. De huisbezoeken worden afgelegd door een schuldhulpverlener en maatschappelijk werker van De Boei. · Het project “Schuldhulpmaatjes” op te starten. Schuldhulpmaatjes zijn getrainde vrijwilligers die inwoners met schulden lange tijd kunnen ondersteunen. · De samenwerking tussen de schuldhulpverlener (PLANgroep) en welzijnsorganisatie De Boei (preventieve schuldhulpverlening) te intensiveren door onder meer een tweewekelijks overleg in te plannen. · De schuldhulpverlener de mogelijkheid te bieden om een saneringskrediet in te zetten. Met saneringskredieten worden alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject afgelost.

Dit biedt rust en overzicht voor mensen met schulden. · Een start te maken met het werken met de MESIS screeningslijst. Dit is een instrument waarbij de professional kan bepalen hoe groot de schuldenproblematiek is. · Vanuit de Coronamiddelen aan te sluiten op het Geldloket Amersfoort om ondernemers extra te kunnen ondersteunen. Ondernemers kunnen terecht voor gratis bedrijfsadvies. Daar is expertise aanwezig die ondernemers kunnen adviseren op het gebied van financiën, sociale regelingen, belastingen en het continueren van een onderneming. Bij 2

8

Voor het jaar 2021 is dit cijfer nog niet bekend.

een evaluatie van het Geldloket (medio 2022) bleek dat ondernemers uit Bunschoten weinig gebruik maken van de dienstverlening. Deze inzet en de hoogconjunctuur hebben erin geresulteerd in dat de maatschappelijke prestatie-indicatoren behaald zijn. In 2021 is de uitval gemeten op 8% (indicator was 10%). Hiermee wordt het percentage mensen bedoeld dat uitvalt tussen het moment van vragen om hulp en sluiting van het dossier. Redenen van uitval kunnen zijn dat inwoners het niet zien zitten om een schuldregeling in te gaan (duur is 36 maanden). Een andere reden is dat inwoners tijdens de schuldregeling weer nieuwe schulden krijgen (dit is niet toegestaan). Ook het aantal inwoners met een schuldhoogte van meer dan € 50.000 is gelukkig zeer summier. Belangrijk is wel om te blijven inzetten op vroegsignalering schulden, de samenwerking tussen schuldhulpverlening en andere terreinen op het sociaal domein te blijven verbeteren en maatschappelijk partners zoals kerken blijven te informeren over het herkennen en aanpakken van schulden. De wetswijziging waarmee verplicht is gesteld dat gemeenten aan deurwaarders doorgeven dat iemand schuldhulp krijgt, dient ook nog uitgevoerd te worden. Deze maatregel biedt rust aan inwoners met schulden.

2.2 Inwoners participeren zo veel mogelijk in de eigen leefomgeving De afgelopen beleidsperiode hebben we voor dit thema geprobeerd een samenleving in te richten waarin iedereen, met of zonder beperking, mee kan doen. Belangrijke begrippen daarbij zijn non-discriminatie, participatie, gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor waardigheid en autonomie. Omdat het gaat om participatie in de breedste zin van het woord zijn er op verschillende beleidsterreinen activiteiten ontwikkeld die daaraan een bijdrage leveren. Een belangrijke partner hierbij is welzijnsorganisatie De Boei, die in feite constant gericht is op het bevorderen van participatie bij mensen die net dat steuntje in de rug nodig hebben. Daaruit zijn een aantal geslaagde pilots voortgekomen die inmiddels draaien zoals:  MEEDOEN: een dagactiviteit voor ouderen bedoeld voor mensen die een steuntje nodig hebben bij sociaal contact om samen een activiteit te doen en te eten, in hoofdzaak gerund door lokale vrijwilligers. Inmiddels wordt dit drie dagdelen per week met succes georganiseerd door De Boei.  Jongerenmaatjes: een groep jongeren hebben meegedacht op het jongerenbeleid en hebben geadviseerd om jongerenmaatjes op te zetten. Hier heeft De Boei in 2022 een begin mee gemaakt.

Jongerenmaatjes moeten een steuntje in de rug kunnen zijn voor jongeren die bijvoorbeeld eenzaam zijn of iemand zoeken om activiteiten mee te ondernemen. Ook zie je dat een aantal lokale particuliere initiatieven zijn ontstaan in het dorp, zoals Waypoint en de Genadebron, waar inwoners ook terecht kunnen met informele ondersteuningsvragen of voor sociaal contact. Hieraan levert de gemeente in sommige gevallen, indien passend en aanvullend aan het zorgaanbod, op verzoek haar bijdrage.

9

Bij participatie van kwetsbare kinderen is er speciale aandacht uitgegaan naar inclusie in het meedoen aan activiteiten op het gebied van naschoolse opvang en vrijetijdsbesteding. Voor kinderen die opgroeien in arme gezinnen is daarvoor het Jeugdfonds Sport en Cultuur. We hebben dit verder geprobeerd te creëren voor de deelname aan buitenschoolse opvang (BSO). Een regionale aanbesteding is in 2021 uitgezet waarbij getracht werd een ontwikkeling op gang te zetten waarbij kinderen (t/m 12 jaar) die op dat moment gebruik maakten van dagactiviteiten uit Jeugdhulp, zoveel mogelijk gebruik te laten maken van de kinderopvang, waar nodig met extra ondersteuning vanuit Jeugdhulp. Helaas hebben geen partijen uit Bunschoten zich ingeschreven op dit product uit de aanbesteding. Ook is aandacht geweest voor vrijetijdsbesteding bij met name kinderen. Een pilot ‘De Zaterdagclub De Melksnor’ van zorgaanbieder Sherpa heeft een periode gedraaid en is gestopt per 1 maart 2020. Reden hiervoor is dat het kostentechnisch niet langer haalbaar was en dat er te weinig animo was. Uit de evaluatie is wel gebleken dat ouders en kinderen, die daarvan gebruik maakten, zeer tevreden waren over de Melksnor. Een andere vorm van vrijetijdsbesteding bij kinderen werd gefaciliteerd via de buurtsportcoaches.

Via een sportclubje, en de afgelopen twee jaar ook via andere vormen van passend sportaanbod in corona-tijd, werd in een specifieke beweegbehoefte voorzien. Daarnaast hebben wij voorbereidingen getroffen om per 1 januari 2023 ook het uitproberen van sporthulpmiddelen te faciliteren. Naast participatie bij vrijetijdsbesteding is deelname van kwetsbare kinderen in passend onderwijs ook een thema. Dat is uitgebreider uitgewerkt onder 7.2 van deze evaluatie Op voorhand hadden we gedacht dit maatschappelijk effect te meten aan de hand van de prestatie indicator: Toename participatie van mensen met een beperking of met chronische, psychiatrische of psychosociale problemen in de eigen leefomgeving. In 2021 bleek uit dat het cijfer dat we daarop scoren nagenoeg gelijk is gebleven (in 2017: 8,43 en in 2021 8,37). Het geeft daardoor ook weinig houvast om iets te zeggen over of we erin geslaagd zijn inwoners met een zekere kwetsbaarheid beter te laten participeren. Omdat participatie in de eigen leefomgeving beter mogelijk is met voldoende passend aanbod van basisinfrastructuur is daar deze beleidsperiode ook veel aandacht aan besteed. Veel initiatieven tref u daarom aan onder hoofdstuk 3.1 van deze evaluatie.

2.3 Inwoners blijven langer thuis De overheid stimuleert ouderen zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. In onze gemeente ondersteunen we inwoners daarbij zo goed mogelijk. Er is sinds jaren een netwerk ouderenzorg waarin thuiszorg, wijkverpleging, POH-ers van de huisartsenpraktijken, casemanagers ouderenzorg/ dementie, fysiotherapeuten en het Wmo-loket nauw samenwerken. Samen signaleren zij toenemende kwetsbaarheid en zorgen integraal voor de juiste zorg op de juiste plek. In dat kader is het Wmo loket verantwoordelijk voor hulp bij het huishouden en/of woningaanpassingen en tijdige beschikbaarheid van hulpmiddelen om actief te kunnen blijven meedoen.

10

Verder heeft in 2018 een pilot Wooncoach plaatsgevonden in de gemeente Bunschoten in samenwerking met ‘t Gooi en Omstreken. Bewoners van 65 jaar en ouder die in een sociale huurwoning wonen, konden hier terecht voor een gerichte vraag of meer informatie. Met als doel onze bewoners zo lang mogelijk prettig en zelfstandig wonen te laten wonen. Bij voorkeur in een woning die goed past bij hun levenssituatie. Door gebrek aan middelen is hierop geen vervolg gekomen, maar gezien de schaarste van passende woningen is hier ook voor de toekomst veel aandacht nodig. Als indicator hadden we opgenomen dat het “Percentage inwoners van 75 jaar en ouder dat nog zelfstandig woont, toe zou moeten nemen”. We zien dat in de praktijk de cijfers op een gelijk niveau blijven en dat er niet meer inwoners van 70/75 jaar en ouder zelfstandig wonen dan 5 jaar geleden, maar dat het ongeveer gelijk blijft. Dit kan het gevolg zijn van gebrek aan beschikbaarheid van nieuwe geschikte seniorenwoningen, maar ook door afnemende gezondheid van senioren, die opname in een woonzorgcomplex (bv De Haven) noodzakelijk maakt. In de afgelopen jaren is de gemeente zo nu en dan benaderd om mee te denken met de ontwikkeling van woonzorgconcepten van zorgaanbieders bijvoorbeeld voor inwoners met een beperking of mentale problematiek. Daarbij wordt meegedacht en gefaciliteerd waar mogelijk.

Zo is het gelukt om 22 zorgwoningen op het 4e eiland van Rengerwetering en behoeve van bewoning door cliënten van ’s Heerenloo te bouwen. Het vraagt nu en voor de toekomst veel aandacht om te zorgen dat inwoners met een zekere vorm van kwetsbaarheid in staat blijven om passend te wonen in onze gemeente. In de prestatieafspraken met de twee woningcorporaties is inmiddels veel aandacht voor mogelijkheden voor wonen met zorg. Zo heeft de gemeente met de corporaties onder andere afspraken gemaakt over:  toewijzingscriteria om de doorstroming te bevorderen  inzet op woningprogrammering en planvorming op woningen die de doorstroming bevorderen. Denk aan gelijkvloerse woningen die aantrekkelijk zijn en goed door- en toegankelijk voor senioren of mensen die minder mobiel zijn afspraken om gezamenlijk geschikte locaties te vinden c.q. beschikbaar te stellen om daar waar mogelijk nieuwe woonconcepten te introduceren voor ouderen (bv. Hofjeswoningen, gespikkeld wonen, wonen met ontmoetingsplek etc).

2.4 Daling laaggeletterdheid Het aanpakken van laaggeletterdheid heeft als doel dat inwoners zo actief en zelfstandig als mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij. Bij moeite met taal-, reken- en digitale vaardigheden is er een grotere kans op problemen bij het vinden van werk, grip hebben op geldzaken of het ontwikkelen van gezondheidsvaardigheden. Vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) is ingezet op een formeel en nonformeel aanbod in de regio vanuit het vastgestelde Regionaal Programma 11

Volwasseneneducatie 2020 – 2024. Gemeente Amersfoort is hierin centrumgemeente. Voor Baarn, Bunschoten en Soest zijn vierjarige subsidies (2020 t/m 2023) verstrekt aan Danner en Danner en NL-Training. Deze taalaanbieders verzorgen een kwalitatief aanbod voor laagtaalvaardige inwoners.

Daarnaast is er voor Bunschoten vanuit de WEB een vierjarige subsidie verleend aan De Boei voor de uitvoering van het Taalcafé Kleurrijk Bunschoten. Om het bereik van de doelgroep te monitoren en de kwaliteit van het non-formele aanbod te borgen, wordt regionaal gewerkt met eenzelfde monitoringsformat en een kwaliteitsscan. Er is afgelopen jaren een kwaliteitsslag gemaakt. Er is veel inzet gepleegd om het laagtaalvaardige en inwoners die moeite hebben met digitale vaardigheden te bereiken. Zo is gewerkt aan het realiseren van een DigiTaalhuis in de bibliotheek in Bunschoten. Op deze plaats komen vraag en (taal)aanbod samen. In het voorjaar 2022 werd het DigiTaalhuis gecertificeerd. Daarnaast is gewerkt aan het ontwikkelen en realiseren van een divers (schaduw)aanbod voor inwoners die willen werken aan hun basisvaardigheden; aansluitend bij persoonlijke leerwensen. Voorbeelden zijn: digitaal hulpplein, spreekuur, Klik en Tik, Digisterker, DigiVitaler). Ook is jaarlijks ingezet op het bereiken van laagtaalvaardige inwoners door middel van flyers, persberichten, bijeenkomsten en het informeren van potentiële signaleerders van laaggeletterdheid. In het najaar 2022 is een pilot in onze regio uitgezet vanuit de VU. Het betreft een gratis training voor laagtaalvaardige inwoners over positieve gezondheidsvaardigheden.

Sinds kort is een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) in de bibliotheek gevestigd waar deze doelgroep gebruik van kan maken. De streefwaarde in het beleidskader is vastgesteld op 75 laaggeletterden met passend taalaanbod in 2022. Dit aantal is behaald in 2021: -

81 mensen zijn naar het spreekuur DigiTaalhuis van de bibliotheek geweest in 2021;

-

45 mensen hebben in 2021 gebruik gemaakt van het schaduwaanbod;

-

67 inwoners hebben deelgenomen aan het Taalcafé Kleurrijk Bunschoten in 2021;

-

Gemiddeld 8 inwoners namen deel aan het aanbod van Danner & Danner in 2021;

-

Enkele inwoners namen deel aan trainingen van NL-Trainingen (vanuit het BBS-bestand);

Het blijft lastig om mensen uit de NT1-doelgroep te bereiken die gebruik willen maken van een taalaanbod.

Verder is laaggeletterdheid een terugkerend thema op de Lokaal Educatieve Agenda. Al vanaf het jonge kind wordt ingezet op programma’s die bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid zoals leesbevordering door bibliotheek op school, voor- en vroegschoolse educatie, voorleesexpress, bibliotheekbezoeken en zomerschool.

12

13

3. Inwoners krijgen passende zorg en ondersteuning Als gemeente willen we dat zorg liefst zo snel mogelijk, dicht bij huis wordt geboden, met minder doorverwijzen en aandacht voor preventie. Het totale aanbod aan (zorg)voorzieningen in onze gemeente moet eraan bijdragen dat inwoners gezond en veilig kunnen leven. Daarbij is een stevige basisinfrastructuur van groot belang.

3.1. Voldoende passend aanbod van basiszorginfrastructuur Onder basiszorginfrastructuur verstaan we voorzieningen die toegankelijk zijn voor alle inwoners, waar een preventieve werking vanuit gaat. Het helpt inwoners ook om te participeren in de eigen leefomgeving (zie ook 2.2) Het kan gaan om laagdrempelige activiteiten die inwoners in contact brengen met anderen, zelfredzaamheid vergroten, opvoedondersteuning bieden of activiteiten gericht op een goede (mentale) gezondheid. De activiteiten van bijvoorbeeld De Boei en de jeugdgezondheidszorg (GGD) vallen hier veelal onder. Afgelopen jaren hebben we i.s.m. onze partners de basiszorginfrastructuur versterkt met onderstaand aanbod (niet uitputtend):  Homies: Stichting Present werft en begeleidt steungezinnen en draagt zorg voor matches met gezinnen die deze steun kunnen gebruiken.  Gezinsparaplu: de gezinsparaplu is een netwerk van pleegouders, waarbinnen zij elkaar kunnen ondersteunen bij de specifieke vragen en problemen die zich kunnen voordoen bij de zorg voor pleegkinderen. Het doel is om ervoor te zorgen dat pleegouders de zorg voor pleegkinderen vol kunnen houden.  Relatietherapie: De Boei biedt, aanvullend op de relatiegesprekken die de eigen sociaal werkers zelf voeren met inwoners, professionele relatietherapie. De doelgroep zijn koppels woonachtig in Bunschoten met thuiswonende kinderen.

 Samen Sterk: Samen Sterk is een netwerk voor mensen met een psychische kwetsbaarheid én een minimaal sociaal vangnet. Een groep van 8 à 10 deelnemers ontmoeten elkaar wekelijks in een veilige omgeving onder begeleiding van een netwerkcoach. Op deze manier kan onderlinge steun tot stand komen, waardoor zij meer in hun eigen kracht komen te staan.  Welzijn op recept: eind 2022 is Welzijn Op Recept gestart. Dit is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten. In plaats van medicatie voor te schrijven, verwijst de huisarts deze patiënten door naar een welzijnscoach, in ons geval De Boei. Klachten als vermoeidheid, pijn in de nek, maar ook stress, angst en somberheid hebben lang niet altijd een medische oorzaak. Vaak spelen onderliggende sociaal maatschappelijke problemen een rol.

3.2. Inwoners worden tijdig geholpen In het beleidskader is omschreven wat we met ‘tijdig’ bedoelen. Het gaat erom dat mensen met een ondersteuningsvraag zo vroeg mogelijk in beeld komen, waardoor escalatie van problemen wordt voorkomen. Het gaat er ook om dat mensen snel worden geholpen en dat wachtlijsten worden voorkomen. De inzet op dit maatschappelijk effect zien we terug in de prestatie-indicatoren:  “Het percentage inwoners dat specialistische zorg ontvangt is conform het landelijk percentage”. Het betreft hier zowel volwassenen als jeugdigen. De veronderstelling

14

is dat (duurdere) specialistische zorg minder nodig is als we vroegtijdig basiszorgvoorzieningen in kunnen zetten. “Tijd tussen aanmelding en feitelijke hulpverlening ligt binnen de norm”. Die norm is gesteld op zes weken. Daarin moet ook onderzoek plaatsvinden om vast te stellen welke zorg nodig is en hoe en door wie de hulpverlening wordt uitgevoerd.

We zien dat inwoners het Sociaal Team (ST) en het Zorgloket over het algemeen goed weten te vinden. De drempel om hulp en ondersteuning te vragen lijkt lager dan bij aanvang van deze beleidsperiode. Dat zien we o.a. terug in de caseload van het Sociaal Team, die de laatste jaren behoorlijk is gestegen. De coronacrisis is ook een belangrijke oorzaak. Vooralsnog zien we daarom (nog) niet dat de vraag naar specialistische zorg afneemt. Dat komt overeen met het landelijk beeld. Tussen de veiligheids- en zorgketen is de laatste jaren gebouwd aan een afstemming- en overlegstructuur die passend is voor deze gemeente en die ook bij crisissituaties goed functioneert. Doordat de verschillende partners, zoals politie, Boa’s, woningcorporaties, jeugdgezondheidszorg en onderwijs signaleren, komen mensen en gezinnen vaak tijdig in beeld en kan de juiste zorg en ondersteuning worden gestart. Ook in de voorschoolse periode zetten we in op vroegsignalering. De gedragsdeskundigen (SO JGGZ) en sociaal werkers van De Boei worden door de kinderopvangorganisaties ingeschakeld als zij zorgen signaleren bij jonge kinderen. De gedragsdeskundigen observeren op de groep, bieden begeleiding aan ouders of verwijzen door naar een zorgaanbieder. De Boei biedt opvoedingsondersteuning, versterking van het netwerk en/of ondersteuning om de financiën op orde te krijgen.

De benoemde indicator met betrekking tot het behalen van de termijn tussen het stellen van de hulpvraag en de inzet van ondersteuning blijft een punt van aandacht. Mensen worden door middel van triage (de eerste, snelle beoordeling van de hulpvraag) door het sociaal team wel binnen de termijn gesproken, maar we kampen al enkele jaren met een wachtlijst om het vervolg van de zorgvraag vorm te geven. Waar mogelijk wordt De Boei betrokken en levert zij overbruggingszorg, soms doet het team dat met hen samen. Crisissituaties worden altijd direct opgepakt. Ten aanzien van de ondersteuningsvragen bij het Zorgloket wordt eigenlijk altijd de norm gehaald. Deze aanvragen kennen in veel gevallen een kortere doorlooptijd, waardoor de caseload minder verstopt raakt. Door transformatie van de zorg en een sterke basiszorginfrastructuur hopen we de komende jaren de vraag naar specialistische zorg te verkleinen. We willen dat de specialistische zorg beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare kinderen en volwassenen. Dat vraagt een omslag in het denken van de samenleving.

3.3. Inkoop jeugdhulp en Wmo 2024 Om passende zorg en ondersteuning ook voor de toekomst te borgen hebben de gemeenteraden van alle gemeenten in de regio Amersfoort september 2021 de regiovisies ‘Samen werken aan de specialistische jeugdhulp’ en ‘Samen in de wijk’ vastgesteld. De regiovisies vormen het kader voor de regionale inkoop jeugdhulp en Wmo 2024. Op 15

dit moment zijn de voorbereidingen in volle gang om per 1 januari 2024 via aanbestedingen nieuwe contracten van start te laten gaan. Om de beoogde inrichting van het zorglandschap en de transformatie van de zorg te realiseren, is de taakgerichte inkoopvariant de meest passende inkoopstrategie. Het RISB organiseert dit inkoopproces in nauwe samenwerking met de regiogemeenten. Er wordt beoogd om met een beperkt aantal aanbieders langdurige samenwerkingsafspraken te maken over goede, passende en betaalbare hulp en ondersteuning voor alle inwoners die dit nodig hebben. De lokale teams, de gedragsdeskundigen (SO JGGZ), de sociale basisinfrastructuur en de gecontracteerde partners vormen samen een hecht netwerk, waarbinnen de ondersteuning aan inwoners wordt georganiseerd en wordt op- of afgeschaald indien dit passend is. Ook willen we de hulp en ondersteuning thuis nabij en op plekken organiseren, waar mensen vanzelfsprekend komen, denk aan scholen, kinderopvang en de huisartsenpraktijk. De gecontracteerde aanbieders hebben de opdracht om zich te verenigen in één juridische entiteit per perceel. Er zijn drie percelen: specialistische jeugdhulp, Wmo begeleiding en beschermd wonen en Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. In de opdracht is opgenomen dat de gecontracteerde aanbieder gebiedsteams (jeugd) of expertiseteams (Wmo) vormt.

We borduren hiermee voort op de ervaringen die we hebben opgedaan met de gebiedsteams BSA Jeugd die begin 2021 zijn opgericht. De inkoop 2024 gaat niet alleen over de regionaal ingekochte zorg, maar ook over de hulp en ondersteuning die de gemeenten lokaal kunnen bieden. We streven naar een versterking van de basiszorginfrastructuur, waardoor de specialistische zorg minder vaak nodig is.

16

4. Inwoners en bedrijven zetten zich in voor dorp en buurt en helpen elkaar In Bunschoten is “omzien naar elkaar” erg belangrijk. Inwoners lossen veel op binnen hun eigen sociale netwerken. De gemeente zet erop in dat te behouden en te versterken. Daarbij is de o.a. de inzet van vrijwilligers onmisbaar.

4.1. Kracht van de samenleving wordt optimaal benut Om inwoners te helpen hun zelfredzaamheid te vergroten, heeft De Boei een methode ontwikkeld, genaamd Netwerkwijs, samen met de Christelijke Hogeschool Ede. Het is een benadering die vanaf de intake met een cliënt het netwerk betrekt. Deze methode heeft als doel het versterken van iemands netwerk en het netwerk betrekken bij de oplossing van de hulpvraag. Als de inwoner geen netwerk heeft, kan een netwerk gecreëerd worden met behulp van vrijwilligers in de vorm van bijvoorbeeld een maatje (zowel jongeren als volwassenen). Daarmee wil De Boei een duurzame oplossing bieden en terugval op duurdere zorg zoveel mogelijk voorkomen. Het Sociaal Team en Zorgloket hebben de trainingen Netwerkwijs ook gevolgd. Hierdoor kunnen De Boei, het Sociaal Team en/of het Zorgloket een ondersteuningsvraag van een inwoner integraal oppakken, vooral wanneer ze in gezamenlijkheid de ondersteuning geven aan een client en/of gezin. Bij het inzetten van de kracht van de samenleving spelen vrijwilligers een onmisbare rol. Er wordt veel vrijwilligerswerk gedaan in Bunschoten. In 2020 deed 41,5% van de inwoners in de leeftijdscategorie 18 t/m 64 jaar in Bunschoten vrijwilligerswerk (regionaal is dit 31,7%). Van de senioren (65+) is dit 39,6% (regionaal ligt dit percentage op 32,8%).

3 Vrijwilligers van De Boei worden op allerlei terreinen ingezet om andere inwoners te kunnen ondersteunen; Ze worden ingezet bij palliatieve zorg (naast professionals), zijn taalmaatjes en helpen bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Zonder deze vrijwilligers zou er geen Repaircafé bestaan, waar spullen een tweede leven krijgen of kan MEEDOEN geen doorgang vinden, waarbij ouderen elkaar kunnen ontmoeten. De coördinatiefunctie van vrijwilligers is belegd bij De Boei. De afgelopen jaren heeft De Boei aandacht besteed aan het vrijwilligersbestand door het op te schonen en nieuwe vrijwilligers te werven die beter aansluiten bij de vraag vanuit de samenleving. Afgelopen jaren werden soms ook specifiek vrijwilligers geworven voor bepaalde taken. Het vrijwilligersbestand stijgt nog gestaag. In 2017 had De Boei nog een bestand van 160 vrijwilligers, inmiddels zijn dat er 185. Er is een ontwikkeling gaande waarbij een grote groep kwetsbare inwoners ondersteund moet worden door steeds minder beschikbare professionals. Gevolg hiervan is dat steeds meer opgevangen zal moeten worden door de samenleving en haar vrijwilligers. Naast het vergroten van hun vrijwilligersbestand is De Boei zich gaan richten op het beter 3

Bron is GGD Atlas

17

ondersteunen van vrijwilligers (door meer trainingen en intervisiemomenten in te plannen) en het zoeken van meer zorgvrijwilligers. Een mooi voorbeeld hiervan is het eerdergenoemde maatjesproject. Inwoners met een psychische kwetsbaarheid worden gekoppeld aan een vrijwilliger om op frequente basis iets leuks samen te ondernemen. In 2021 (start van het project) hebben 16 vrijwilligers zich aangemeld. Het ondersteunen van twee burgerinitiatieven hadden we voor deze periode expliciet genoemd. Er is geen separaat beleid ontwikkeld vanuit het sociaal domein om burgerinitiatieven te ondersteunen (middels subsidie), Er zijn deze periode wel initiatieven vanuit de samenleving zelf ontstaan en door ons (financieel) ondersteund. Een mooi voorbeeld is dat vanuit de kerken deze periode het initiatief is ontstaan om Schuldhulpmaatjes op te zetten, met ondersteuning van De Boei en gesubsidieerd door de gemeente. Acht kerken in Bunschoten hebben de handen ineengeslagen en vormen samen de Stichting Met Elkaar Bunschoten (de lokale tak van SchuldHulpMaatjes). SchuldHulpMaatjes zijn getrainde vrijwilligers die inwoners met schulden voor een lange periode kunnen ondersteunen. Zie ook hoofdstuk 2.1. Een ander voorbeeld van een burgerinitiatief is de mini triatlon. Deze wordt georganiseerd door een groep vrijwilligers van De Boei voor actieve senioren.

Ze benaderen zelf sponsors om deze activiteit te kunnen bekostigen.

18

5. Inwoners hebben een goede mentale gezondheid Een goede mentale gezondheid draagt bij aan een zinvol en positief leven. Mentale gezondheid en weerbaarheid bepalen in hoeverre inwoners zich in staat voelen om de regie over hun eigen leven te voeren.

5.1 Daling overbelaste mantelzorgers Mantelzorg kan soms langdurig en intensief zijn, waardoor het een flinke invloed kan hebben op het welzijn van diegene die het geeft. Met een toenemende vraag naar zorg zijn mantelzorgers onmisbaar geworden. Het is daarom des te belangrijker dat voorkomen wordt dat mantelzorgers overbelast raken en dus zet de gemeente daarop in. Door de prestatie indicator van “het percentage overbelaste mantelzorgers (volwassenen en senioren)” krijgen we beeld of we daarin slagen. We zien dat het percentage volwassenen dat mantelzorg geeft en dat zich overbelast voelt, is gedaald naar 11,6% (GGD monitor, 2020). Dat was 14,5 % (2016). Bij senioren zien we dat 14,5% van de mantelzorgers (2016) zich voorheen overbelast voelde, nu is dat nog 9,7 % (2020). Dat betekent dat we er beter in slagen om mantelzorgers goed te ondersteunen. De Boei heeft veel aandacht voor de ondersteuning van mantelzorgers en staat in nauw contact met de groep die het betreft, ook de jongere mantelzorgers. Activiteiten als het Alzheimercafé, lotgenotengroepen, 75+ bezoekproject helpen daarbij. Ook de toenemende aandacht voor dementie maakt (mantel)zorg beter bespreekbaar en voorkomt dat mensen overbelast raken. Van de mantelzorgregeling voor Hulp bij het Huishouden wordt door mantelzorgers ook veel gebruik gemaakt en helpt daarmee bij de ontlasting van de mantelzorger.

5.2 Eenzaamheid onder inwoners neemt af Eenzaamheid heeft een negatief effect op gezondheid en kwaliteit van leven. Eenzaamheid blijft vaak onzichtbaar. Daarom is het belangrijk in te zetten op het vroegtijdig signaleren, bespreekbaar maken en aanpakken van eenzaamheid. In 2016 bleek uit de gezondheidsmonitor van de GGD dat het percentage eenzame ouderen (65+) 39% was. In de regio Utrecht lag het toen iets lager met 37%. In 2020 is dit opnieuw onderzocht, maar zijn vormen van eenzaamheid apart uitgevraagd. Er is vanaf toen een onderscheid gemaakt tussen sociale en emotionele eenzaamheid. De laatste cijfers laten zien dat sociale eenzaamheid onder senioren op 27,7% ligt, terwijl dat in de regio op 31,1 % ligt. Emotionele eenzaamheid geldt voor 23% van de senioren tegen 26,4 % procent in de regio. Dit laat zien dat voor beide vormen van eenzaamheid geldt dat 19

de senioren in Bunschoten zich minder eenzaam voelen dan in de regio, terwijl dat vier jaar ervoor nog andersom was. Dat is positief. Het percentage ernstig eenzame ouderen is in Bunschoten helaas wel gestegen. Dat was 5,9% en is nu 9,3%. In de regio was dat in 2016 7,4% en nu 9,1 % (2020). We lijken daarmee meer opgeschoven naar het regionaal gemiddelde. Ernstige eenzaamheid is dus toegenomen, maar blijkbaar is dat beeld breder te zien. Met 'Eén tegen Eenzaamheid' hebben we de laatste jaren de focus gelegd op bewustwording, signalering en het bespreekbaar maken van eenzaamheid. We hebben ingezet op activiteiten die mensen uit hun isolement kunnen helpen halen. Vooral De Boei heeft hierin een belangrijke rol en werkt daarbij nauw samen met partners als de wijkverpleging, hulp bij het huishouden, POH-ers van de huisartsenpraktijk om te signaleren dat mensen eenzaamheid ervaren en desgewenst ze te helpen. We moeten daarbij wel vermelden dat de Coronacrisis, zoals landelijk ook gesignaleerd, voor veel eenzaamheid heeft gezorgd bij senioren. In feite geldt dat overigens voor alle inwoners. Zo heeft Corona er ook voor gezorgd dat meer jongeren en jongvolwassenen zich eenzaam voelden. En door die eenzaamheid was ook meer sprake van depressie.

Eigenlijk kunnen we wel stellen dat Corona de mentale gesteldheid van veel mensen de laatste jaren behoorlijk heeft beïnvloed en dat is zichtbaar in de cijfers.

20

6. Inwoners hebben een gezonde leefstijl Het bevorderen van een gezonde leefstijl vraagt in veel gevallen om gedragsverandering, en dat vraagt weer om een langdurig proces waarbij herhaling van de boodschap centraal staat. Dit beleid lijkt grotendeels aan te slaan, op basis van de resultaten in de verschillende gezondheidsonderzoeken van de GGD.

6.1 Daling problematisch middelengebruik Uit de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 blijkt dat het percentage jongeren dat alcohol heeft gedronken is gedaald. Dit geldt zowel voor binge drinken (2019: 32%, 2021: 26%), ooit alcohol gedronken (2019: 43%, 2021: 37%) en alcohol in de afgelopen 4 weken gedronken (2019:41%, 2021: 35%). Het percentage drugsgebruik wiet/ hash bij jongeren is niet bekend, omdat minder dan 30 jongeren de vraag over drugsgebruik wiet/hasj in de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 beantwoord hebben en/of minder dan vijf jongeren afgelopen vier weken hebben gebruikt. Het percentage volwassenen dat ooit harddrugs heeft gebruikt, ligt in onze gemeente op 9,6%. Dit is lager dan het regionale gemiddelde van 11%. En 1,3% van de volwassenen heeft in de afgelopen 4 weken harddrugs gebruikt, dit is regionaal 1,2% (GGD monitor 2020). Het verminderen van alcohol- en drugsgebruik staat al lange tijd op de agenda. Jellinek, De Boei, Waypoint en de GGDrU hebben sinds 2014 samen met de gemeente de krachten gebundeld rond preventie van problematisch gebruik van alcohol en drugs. Subsidie werd als instrument ingezet om activiteiten uit te voeren. In 2020 is er een evaluatie geweest naar de effectiviteit en doelmatigheid van de verleende middelen aan deze organisaties (schriftelijke mededeling 1159669; hierin staan ook de activiteiten die uitgevoerd zijn).

Uit de evaluatie bleek dat de meeste (sub)doelen gehaald waren en dat het bundelen van krachten gezorgd heeft voor verbetering van de activiteiten en een groter bereik. Dat betekent niet dat we er zijn, preventie vergt veel tijd. Hierbij spelen ook nieuwe inzichten een rol zoals het IJslands model. De evaluatie heeft geleid tot het actieplan ‘Laat ze niet verzuipen 2022 – 2025’ (schriftelijke mededeling 1166207). Tevens zijn er financiële middelen vrijgemaakt door de gemeenteraad om een rioolwateronderzoek te laten uitvoeren. Speerpunten van dit actieplan zijn het vergroten van inzicht in alcohol en drugsgebruik onder jongeren in onze gemeente, de omgeving van jongeren meer betrekken en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Ouders hebben namelijk een belangrijke rol in de ontwikkeling van het alcoholgedrag van hun kinderen. In 2022 is gestart het met het opzetten van een oudercomité, zijn er alternatieve activiteiten door De Boei in samenwerking met andere partijen georganiseerd voor de jongeren en heeft er een Antenne-onderzoek plaatsgevonden. Verder is er een aanbod opgezet voor zowel ouders als jongeren, waaronder preventie op school, straatwerk, inloopavonden en activiteiten voor jongeren en weerbaarheidstrainingen. Doel van dit alles om te zorgen dat jongeren minder en overmatig alcohol drinken.

Naast het actieplan is er ook het Preventieakkoord Bunschoten gemaakt met meer dan 30 organisaties. In dit lokale akkoord zijn ambities en acties opgenomen die gericht zijn op het terugdringen van overgewicht, roken, alcohol- en drugsgebruik in onze gemeente. Samen 21

willen we ervoor zorgen dat in 2040 roken, overgewicht en alcoholgebruik verminderd zijn. Elke maand staat in het teken van een van de thema's waarbij er allerlei activiteiten en campagnes rond bewustwording worden uitgevoerd. Om meer algemeen een gezonde leefstijl onder jongeren te bevorderen ondersteunen we het programma Gezonde school van de GGD. In de afgelopen jaren zijn er vijf scholen die het certificaat Gezonde School voor Welbevinden of Roken en Alcohol hebben gehaald of behouden. We merkten dat de prioriteit van scholen in Corona-tijd op een ander vlak lagen dan het behalen van een vignet, waardoor minder scholen dan ons streven was een certificaat hebben gehaald.

6.2 Daling inwoners met overgewicht In vrijwel alle gemeenten in de regio Utrecht was tot 2017 sprake van een dalende trend in het percentage kinderen met overgewicht. Vanaf 2017 zien we de percentages stijgen waarbij de stijging in 2021 niet verder doorzet. De coronamaatregelen lijken hier van invloed op te zijn geweest. Deze ontwikkeling zien we in onze gemeente bij de peuters (7% in 2018, 9% in 2020 en 7% in 2021), 10-11 jarigen (11% in 2017, 12% in 2019, 14% in 2020 en 2021) en 13-14 jarigen (14% in 2018, 12% in 2019 en 14% in 2021). Opvallend is dat bij de 5-6 jarigen in Bunschoten geen stijging te zien is in het percentage kinderen met overgewicht vanaf 2018 (zoals regionaal wel het geval is). Er lijkt bij deze doelgroep ook geen sprake te zijn van een corona effect. De laatste jaren blijft het percentage kleuters met overgewicht in Bunschoten redelijk stabiel rond de 7% (regionaal 10%). Jongeren zijn volgens de Corona Gezondheidsmonitor 2021 ten opzichte van 2019 zowel dagelijks (14,3% in 2019, 19,1%) in 2021 als wekelijks (42,6% in 2019, 46,2% in 2021) meer gaan bewegen, en beide percentages wijken zowel regionaal als landelijk positief af. Daar staat tegenover dat het aantal lidmaatschappen bij sportverenigingen is afgenomen, maar zowel Corona als ongebonden sport zijn logische verklaringen voor deze ontwikkeling.

Ook bij volwassenen en senioren is er sprake van een trendbreuk in positieve zin. Waar in 2012 en 2016 respectievelijk 47,2% en 47,1% van de volwassenen met een vorm van overgewicht kampte, daalde dit percentage in 2020 tot 43,7%. Bij de senioren daalde het percentage van 66,2% in 2016 naar 65,5% in 2020. Cijfers over bewegen en sporten bij volwassenen en senioren hebben we helaas niet. Dit komt door een fout in het systeem van het uitvoerende onderzoeksbureau bij de dataverzameling van de Gezondheidsmonitor volwassenen en senioren in 2020. In 2019 zijn we gestart met JOGG: gezonde jeugd, gezonde toekomst. JOGG is een landelijke aanpak die we lokaal uitrollen. We richten ons op de doelgroep 0 – 12 jaar. Samen met beweeg- en sportaanbieders, basisscholen, kinderopvangvoorzieningen, het bedrijfsleven en inwoners wordt gewerkt aan het bevorderen van gezond eet- en beweeggedrag bij kinderen 22

in onze gemeente. We focussen ons niet op het kind zelf, maar op de omgeving van het kind: thuis, kinderopvang/ school, de buurt, vrije tijd, werk (via ouders) en media. Deze plekken willen we gezonder maken, zodat kinderen thuis, op school of op hun sportvereniging meer bewegen en gezonder eten. In 2020 hebben wij bovendien het Lokaal Sportakkoord gerealiseerd. In dit akkoord hebben wij met (onder andere) lokale sportverenigingen, commerciële sportaanbieders, onderwijs, en welzijnsorganisaties ambities opgesteld. Die hele ontwikkeling resulteerde bovendien in het oprichten van Stichting Sportplatform Bunschoten, als brede vertegenwoordiging van de lokale sport. De stichting geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de gemeente, geldt als klankbord voor de sportverenigingen en heeft zich ontfermd over de vijf speerpunten uit het sportakkoord: vitale beweegaanbieders, van jongs af aan vaardig bewegen, inclusief sporten en bewegen, positieve sportcultuur, en duurzame sportinfrastructuur.

23

7. Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal Belangrijk is dat de jeugd zich optimaal kan ontwikkelen en veilig kan opgroeien. Deze groep verdient extra aandacht en daarom is het in het beleidskader van de laatste jaren ook apart als missie benoemd.

7.1 Daling percentage kwetsbare jongeren We vinden het belangrijk dat alle jongeren een goede start maken in het leven en dat zij de kansen krijgen om zich goed te ontwikkelen. Daarom bieden we aan kwetsbare jongeren ondersteuning. Om dat effect te meten hebben we bijvoorbeeld als doel gesteld dat “alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar een plek in de peuter of kinderopvang hebben”. Binnen de kinderopvang is er contact met leeftijdgenoten en vindt voorbereiding op de basisschool plaats. Op de voorscholen werd aan – door de Jeugdgezondheidszorg geïndiceerde -doelgroeppeuters een kwalitatief aanbod voor de (taal)ontwikkeling gegeven, wat ieder jaar wordt geëvalueerd. Ouders/verzorgers van wie de kinderen (2,5 – 4 jaar) niet naar een passende kinderopvangplaats gaan, worden door de jeugdverpleegkundige gestimuleerd om dat wel te doen. Tot op heden is de vraag en het aanbod van kinderopvangplaatsen vrij goed op elkaar afgestemd in Bunschoten. Het non-bereik (2,5 – 4 jaar) is kleiner geworden hetgeen een positieve ontwikkeling is: 113 van 511 (=22%) kinderen in 2017, 62 van 520 kinderen (=12 %) in 2019 en 73 van 563 (=13 %) kinderen in 2021. Landelijk was het non-bereik in 2021 ca. 11% en Bunschoten zit daar dus niet ver vanaf. Het is aan ouders/verzorgers om te bepalen of een kind naar op opvanglocatie gaat.

Ouders/verzorgers worden wel gestimuleerd om gebruik te maken van professionele kinderopvang. Omdat het belangrijk is dat de ingezette ontwikkeling in het onderwijs wordt gecontinueerd zijn er afspraken over voor- en vroegschoolse educatie met een doorgaande lijn naar het basisonderwijs. Deze zijn vastgelegd in het Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie Bunschoten en doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 2022-2026. Een tweede effect dat we beoogden, is dat we in het voortgezet onderwijs proberen te voorkomen dat leerlingen zonder startkwalificatie van school gaan (voortijdige schoolverlaters). Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger. Leerlingen van 16 tot 18 jaar vallen onder de kwalificatieplicht waarop de leerplichtambtenaar toeziet. Leerlingen van 18 tot 23 jaar krijgen hulp van Regionale Melden Coördinatiepunten (RMC-regio's) om toch een startkwalificatie te halen. Samenwerking tussen onderwijs, gemeenten, leerplicht, het sociaal team, De Boei en het Regionale Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten (RMC) heeft tot betere integrale aanpak van voortijdig schoolverlaten geleid. In 2019 was het percentage VSV’ers 1,6% (landelijk 2,1) en in 2020 was het percentage VSV ‘ers 1,7% (landelijk 1,8).

Sinds 2019 ligt het aantal voortijdig schoolverlaters uit Bunschoten (VO en MBO) onder het landelijke gemiddelde en is gedaald ten opzichte van 2017. Dit is een positieve ontwikkeling; zeker met het oog op de coronaperiode wat veel jongeren geen goed heeft gedaan.

7.2 Meer jeugdigen krijgen lokaal passend onderwijs Het ontwikkelen van inclusiever thuis nabij passend onderwijs wordt breed gedragen door het onderwijs in Bunschoten, de samenwerkingsverbanden en gemeente. Dit blijkt 24

bijvoorbeeld uit de samenwerking en profilering van de Groenschool, Grondtoon en ’t

Kruisrak (GROW-scholen) en de ontwikkeling en het opstellen van een visie op een integraal kindcentrum (IKC), welke in 2022 bestuurlijk is vastgesteld door de samenwerkende partners (voorscholen, kinderopvang, basisonderwijs, De Boei en gemeente) en nu leidt tot het komende IKC de Ark/CKCB. Afgelopen jaren is gewerkt aan een inclusiever lokaal aanbod binnen het onderwijs waardoor er meer leerlingen in de gemeente Bunschoten passend onderwijs kunnen volgen. Daar waar mogelijk bezoeken leerlingen – indien nodig met passende ondersteuning – het reguliere onderwijs. Een stevigere basis(zorg)infrastructuur heeft daaraan ook een bijdrage geleverd. De onderlinge verbindingen tussen ouders/verzorgers, school, kinderopvang en betrokken partners zoals De Boei, Sociaal Team en de JGZ (jeugdgezondheidszorg) zijn daarbij verstevigd. Sociaal Team De Lingt heeft vaste aandachtsfunctionarissen en gedragsdeskundigen voor zowel de kinderopvanginstellingen als voor het onderwijs. De Boei werkt ook met vaste sociaal werkers voor deze partners. De JGZ heeft eveneens korte lijnen met samenwerkingspartners, zodat er snel kan worden geschakeld indien noodzakelijk. Inclusiever onderwijs wordt in aantallen en complexiteit gefaseerd ingevoerd.

Voor nieuwe leerlingen met een SBO-profiel (speciaal basis onderwijs) – die anders naar een locatie buiten Bunschoten zouden gaan – betekent dat dat ze, waar mogelijk, steeds meer de reguliere scholen in Bunschoten kunnen bezoeken. We zien dat terug in de cijfers: in 2016 waren 12 doorverwijzingen naar SBO-scholen. In 2021 was er 1 doorverwijzing naar een SBO-school. Voor de toekomst zal ook naar leerlingen met een SO-profiel (speciaal onderwijs) worden gekeken. Qua onderwijshuisvesting (nieuwbouw) wordt op deze ontwikkelingen geanticipeerd. Het effect van onze inzet zien we terug in een daling van het aantal kinderen in het leerlingenvervoer. Leerlingen met een SBO-profiel die in de gemeente Bunschoten onderwijs volgen, hoeven geen gebruik (meer) te maken van het leerlingenvervoer. Het is aannemelijk dat de lichte daling van het aantal leerlingen in het leerlingenvervoer hiermee verband houdt. In 2020 waren 138 beschikkingen afgegeven, in 2021 130 beschikkingen en in 2022 waren er 125 beschikkingen voor het leerlingenvervoer afgegeven (geteld aan het begin van het schooljaar).

7.3 Ouders beter toegerust in ouderschap Hoe beter ouders (en andere verzorgers) zijn toegerust in het ouderschap, hoe beter kinderen zich kunnen ontwikkelen. Opvoeden is geen sinecure en je gaat er niet voor naar school, maar leert het “werkende weg”. Er ligt veel druk op jonge gezinnen. Vaak wordt gebalanceerd tussen werk en opvoeding. Als zich relatie, opvoed- of opgroeiproblemen voordoen, kan die druk verder toenemen. Om ouders te ondersteunen in het ouderschap voert De Boei diverse activiteiten uit op het gebied van opvoeden en opgroeien. Een greep uit de activiteiten van De Boei:  Voorlichtings- en informatieavonden over opvoeden en opgroeien  Divers trainingsaanbod, zoals weerbaarheidstrainingen en trainingen voor kinderen in een echtscheidingssituatie  Relatiegesprekken (+ doorverwijzen naar een relatietherapeut)

25

In 2022 is de jeugdgezondheidszorg gestart met Stevig Ouderschap. Dit is een evidence based programma van 6 preventieve huisbezoeken, afgelegd door een JGZ-verpleegkundige in gezinnen met een pasgeboren kind gedurende de eerste 18 maanden. Het is extra en vroegtijdige preventieve ondersteuning aan gezinnen, waar de omstandigheden zwaarder zijn dan gemiddeld en met een verhoogd risico op opvoedingsproblematiek. Er is veelal nog geen expliciete zorgvraag. Doel is om problemen die uiteindelijk kunnen leiden tot bijv. kindermishandeling te voorkomen. Bij het opstellen van het beleidskader zijn prestatie-indicatoren afkomstig uit de GGDmonitor gebruikt. De GGD heeft deze prestatie-indicatoren echter verwijderd uit de monitor en vervangen door een andere indicator. Een meerjarige vergelijking is daarom niet mogelijk. De nieuwe indicator in de Gezondheidsmonitor 18-64 jaar 2020 is “Ouder heeft zorgen over opvoeding in de afgelopen 12 maanden”. Bunschoten scoort daarop 31,8%, terwijl dat in de regio Utrecht 33,5% betreft. De monitor laat ook zien dat ouders in de gemeente Bunschoten vaker praktische hulp op het gebied van opvoeding van familie of vrienden krijgen (42%) dan gemiddeld in de regio Utrecht (28%). Onderlinge steun tussen ouders is een belangrijke beschermende factor voor gezinnen.

7.4. Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien Kinderen horen zo veel als mogelijk thuis op te groeien. Om dit te realiseren is het belangrijk om in te zetten op preventie, vroegsignalering van problemen en versterking van de opvoedvaardigheden van ouders. In de afgelopen jaren zijn er diverse lokale interventies uitgevoerd die bijdragen aan dit doel. Zo is de pilot Vroegsignalering in de kinderopvang, uitgevoerd door De Boei en de gedragsdeskundigen (voorheen SO-JGGZ), voortgezet. Ook worden de gedragsdeskundigen ingezet ter versterking van het sociaal team en de huisartsen. In de regio Amersfoort werken de lokale teams, het gebiedsteam BSA (Breed Spectrum Aanbieders) en Samen Veilig Midden-Nederland intensief samen aan de veiligheid van kinderen. In 2021 is de regiovisie ‘Voor een veilig thuis regio Utrecht’ door alle gemeenteraden in de regio Amersfoort vastgesteld. De ambitie is om meer ambulante hulp te bieden in het gezin in plaats van het uithuisplaatsen van kinderen. Als kinderen echt niet meer thuis kunnen wonen, dan heeft een gezinsgerichte omgeving, zoals pleegzorg en gezinshuizen, de voorkeur. Voor het versterken van pleeggezinnen zijn wij vanaf 2022 de Gezinsparaplu gestart. De Gezinsparaplu ondersteunt pleegouders met als doel het voorkomen van doorplaatsingen van kinderen (zie ook paragraaf 3.1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12237214/2