CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Concept Programma Wonen en Werken Regio Amersfoort.docx

Commissie Ruimte 22 maart 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden12.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Tabel 2 Bandbreedte woningbouw tot 2040.......................................................................................................4 Van planaanbod naar regionaal programma......................................................................................................5

Programma wonen en werken Regio Amersfoort Publicatiedatum 17 januari 2023 Status Concept t.b.v. besluitvorming Documentnummer UTSP-1494042740-4525

Organisatie................................................................25 Opzet monitoring.......................................................26 Evaluatie en actualisatie van het programma...........26 Planning en tijdpad....................................................26

1 Aanleiding en doel Dit tweede regionale programma wonen en werken is een gezamenlijk product van de zeven Utrechtse gemeenten in de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht. Het bevat afspraken over de voortgang van de woningbouw en de ontwikkeling van bedrijventerreinen voor de komende jaren, zowel kwantitatief als kwalitatief. Mede met dit programma sturen gemeenten en provincie, ieder vanuit z’n eigen rol en verantwoordelijkheden, samen op de woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling. Regionaal programmeren is een cyclisch proces: dit programma wordt periodiek (elke anderhalf jaar) geactualiseerd. Ook is sprake van een groeimodel: bij elke actualisering zullen er nieuwe plannen worden toegevoegd en afspraken worden geüpdatet of aangescherpt. Onder meer het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort Centraal! is leidraad voor de regionale afweging. Regionaal programmeren in relatie tot ontwikkelbeeld Amersfoort In de Regio Amersfoort hebben de (Utrechtse en Gelderse) gemeenten en de provincie Utrecht samen het Ontwikkelbeeld 2030-2040. Regio Amersfoort Centraal vastgesteld met daarin een integrale regionale visie en strategie op wonen, werken, groen, mobiliteit en energie. Het Ontwikkelbeeld geeft richting aan de keuzes op de lange termijn (na 2030). In het Ontwikkelbeeld zijn enkele locaties opgenomen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling.

Overige kernen kunnen bouwen voor lokale vitaliteit. Voor wat betreft de bedrijventerreinontwikkeling, zijn in de uitvoeringsagenda een aantal acties opgenomen. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan een regionale bedrijventerreinenvisie.

Samenwerking nodig voor aanpak van urgente maatschappelijke vraagstukken In de hele provincie Utrecht spelen urgente vraagstukken op de woningmarkt en de markt voor bedrijventerreinen. Zo is er een grote behoefte aan extra woningen en ruimte voor bedrijfsvestigingen. De oplossing voor deze grote maatschappelijke vraagstukken kunnen niet door een enkele partij worden geboden. Samenwerking is noodzakelijk: tussen verschillende overheden, maar ook met andere partners. Daarbij zien we een duidelijke samenhang tussen voor wonen en werken. Het gaat steeds vaker om gezamenlijke vraagstukken en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het realiseren van gemengde woon-werkmilieus, of juist transformaties van werklocaties naar wonen. Dergelijke ontwikkelingen, en mogelijkheden tot daadwerkelijke realisatie hiervan, dienen dan ook in samenhang te worden bekeken.

Maatschappelijke vraagstukken die relevant zijn voor de programmering zijn onder andere:  Voldoende ruimte bieden voor de grote behoefte aan (extra) woningbouw, in de gewenste kwaliteiten (woonmilieus en -typen, inclusief betaalbaarheid), op passende locaties en fasering;  Versnelling van de woningbouwproductie, danwel het voorkomen van vertraging van de geplande woningbouwproductie;  Voldoende ruimte bieden voor bedrijventerreinen die nodig zijn voor de gewenste economische ontwikkeling, in de gewenste kwaliteiten, uitgaande van zorgvuldig en intensief ruimtegebruik;  Wonen-werken-bereikbaarheid in balans;  De samenhang met andere opgaven en kwaliteiten zoals groen, gezondheid, energie en klimaat (integraliteit).  Dit met oog voor de lokale vitaliteit van dorpen en steden, met balans in vraag en aanbod. Nieuwe locaties kunnen bij iedere actualisatie (elke anderhalf jaar) worden opgenomen in de programmering. Bij actualisatie is het mogelijk de programmering frequent en naar behoefte aan te scherpen, en daardoor adaptief en flexibel. Dit binnen de door Provinciale Staten vooraf vastgestelde kaders. Hierdoor kunnen partijen sneller inspelen op actualiteiten. Ook biedt de regionale programmering een totaaloverzicht van alle nieuwe uitbreidingsplannen waar overeenstemming over is.

Wegnemen van de knelpunten draagt ook bij aan versnelling: wat is nodig om harde (en zachte) plancapaciteit gerealiseerd te krijgen? Het in regionaal verband bezien van de programmering is belangrijk. De woningmarkt en de werklocatiemarkt zijn ook in Regio Amersfoort hoofdzakelijk regionaal (hoge aandelen regionale verhuisstromen). Deze regionale schaal beperkt zich niet tot deze zeven gemeenten, maar omvat ook het aangrenzende Gelderse deel van de Regio Amersfoort. Afstemming binnen de hele regio is daarom van belang. Vanuit dat perspectief is het nodig niet

2 van 27

alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief te kijken naar de opgave: woningen en woon- en werklocaties van goede (omgevings)kwaliteit. Dat wil zeggen: passend bij de geprognotiseerde behoefte en bij de (financiële) wens en/of draagkracht van de toekomstige woningzoekende of bedrijf. Maar ook toekomstbestendig als het gaat om klimaatadaptief, energieneutraal en circulair bouwen. Dit regionale programma betreft afspraken tussen de zeven Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Dit programma is opgesteld in afstemming met de af te sluiten woondeal Regio Amersfoort, die wèl de negen gemeenten betreft. In dit programma is er aandacht voor de wens vanuit kleinere gemeenten en kernen om te bouwen voor lokale vitaliteit. Het provinciale beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening die op 1 april 2021 van kracht zijn geworden biedt daar ruimte voor. Dit vergt echter wel maatwerk en zorgvuldigheid. Regionale programmering als (toekomstbestendige) werkwijze om te komen tot voldoende plannen Het uiteindelijke doel van regionaal programmeren is zorgen voor voldoende en kwalitatief goede woningen en bedrijventerrein op passende locaties, om in de groeiende behoefte hieraan te kunnen voorzien. Dit vraagt op regionaal niveau om voldoende uitvoeringsgerede plannen.

De toegevoegde waarde van regionaal programmeren is dat er samenhang ontstaat tussen alle plannen, zodat inzichtelijk wordt waar en wanneer ontwikkelingen beoogd worden. Het regionaal programma maakt onderscheid tussen verschillende tijdsvakken: korte, middellange en lange termijn. Het door Gedeputeerde Staten vast te stellen Provinciaal Programma Wonen en Werken (PPWW) bevat de essentie van de drie regionale programma’s (Regio Amersfoort (Utrechtse gemeenten), Regio U10 en Regio Foodvalley (Utrechtse gemeenten). Voor dit provinciale programma wordt een (verplichte) PlanMER opgesteld. Alvorens Gedeputeerde Staten overgaan tot definitieve vaststelling worden het programma en de PlanMER ter inzage gelegd en kan eenieder een zienswijze indienen. In de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV) is bepaald, dat nieuwe bestemmingsplannen (straks: Omgevingsplannen) moeten passen in het Provinciaal Programma Wonen en Werken. Ook dit programma wordt elke anderhalf jaar geactualiseerd.

3 van 27

2 Regionaal programma wonen 2.1

Kwantitatieve afspraken wonen

In (het Utrechtse deel van) de Regio Amersfoort bestaat de komende negen jaar een additionele behoefte aan 16.800 woningen (bron: Primos 2022). Op dit moment is het woningtekort al circa 5.000 woningen in Regio Amersfoort (bron: ABF). In de eerste vier jaar gaat het richtinggevend om een toename van 8.200 woningen en de vijf jaar daarna om bijna 8.600. Deze woningbehoefte komt tot stand door de huishoudensgroei. Tussen 2031 en 2040 bestaat daarnaast nog een behoefte aan 12.500 woningen. Dit resulteert in een totale kwantitatieve opgave van 29.300 tot 34.300 woningen tussen nu en 2040 in de Regio Amersfoort. Zie tabel 1. Tabel 1 Woningtekort en woningbehoefte, Primos 2022 (ABF) Regio Regio Foodvalley Amersfoort

Woningtekort en woningbehoefte

U16

Provincie Utrecht

Woningtekort 2022

1.483

5.051

23.623

30.157

Toename behoefte 2022 t/m 2025 (4 jaar)

2.112

8.204

20.671

30.987

Toename behoefte 2026 t/m 2030 (5 jaar)

2.313

8.581

27.790

38.684

Toename behoefte 2031 t/m 2039 (9 jaar) Totale max. opgave (tekort en behoefte) 2022 t/m 2039 Bron: Provinciaal Kader

3.546

12.476

33.346

49.368

9.454

34.312

105.430

149.196

Tabel 2 geeft de bandbreedte voor wonen uit het provinciaal Kader weer. De onderkant van de bandbreedte faciliteert alleen de toename van de woningbehoefte; de bovenkant faciliteert ook het volledig inlopen van het woningtekort, waarbij wordt opgemerkt dat het niet onze ambitie is om het tekort volledig (tot 0%) in te lopen. Inzet is gericht op het inlopen van het tekort tot 2% (dat wordt gezien als een gezond evenwicht). De bandbreedtes uit het provinciale Kader zijn leidend voor de omvang van de regionale programma’s. De ‘schotten’ tussen de verschillende tijdvakken zijn richtinggevend, maar niet absoluut. Hier is (enige) flexibiliteit in mogelijk. Tabel 2 Bandbreedte woningbouw tot 2040 Periode

Regio Foodvalley

Regio Amersfoort

2022 t/m 2030 (9 jaar)

4.400 - 6.200

16.800 - 19.800

48.500 - 66.600

69.700 - 92.700

2022 t/m 2039 (18 jaar)

8.000 - 9.500

29.300 - 34.300

81.800 - 105.400

119.000 - 149.200

Kader 2020, 2020 t/m 2039 (20 jaar) Bron: Provinciaal Kader

7.900 – 9.100

26.100 – 31.000

99.200 – 125.600

133.200 – 165.700

U16

Provincie Utrecht

4 van 27

In het Programma Woningbouw heeft het Ministerie van BZK aangegeven dat het Rijk de regie wil versterken en daarvoor onder andere afspraken wil maken over het provinciale aandeel in de opgaven voor de woningbouw. De provincie heeft eind september in dit kader het definitieve bod aangeboden aan de Minister voor VRO. Hierin is nadrukkelijk aangegeven welke randvoorwaarden ingevuld moeten worden om tot realisatie te komen. Het bod is mede in afstemming met de regio’s en gemeenten tot stand gekomen. Het randvoorwaardelijke bod is om voor de provincie Utrecht in de periode 2022 tot en met 2030 op provinciaal niveau 83.500 (bruto) woningen toe te voegen. Dit is een bruto aantal nieuw te bouwen woningen. Een realistisch aantal en tegelijkertijd ambitieus qua bouwtempo. Hierbij is uitgegaan van bestaande plancapaciteit en waar in de provincie overeenstemming over is met gemeenten en regio’s. In het bod is ook ingegaan op beoogd aantal/aandeel betaalbare woningen (streven 2/3) en aantal/aandeel corporatiewoningen. Medio oktober zijn bestuurlijke afspraken tussen de provincie Utrecht en de Minister voor VRO ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de (gezamenlijke) inspanningen die worden verricht ter uitvoering van afspraken gebaseerd op het provinciale randvoorwaardelijke bod. Het gaat hierbij om inspanningsverplichtingen.

Het bod is een tussenstap naar de nog af te sluiten regionale woondeals. Deze worden in de periode tot begin 2023 opgesteld. Rijk, provincies en gemeenten maken hierin nadere afspraken. Het bod en de afspraken zijn daarbij een belangrijk vertrekpunt. Van planaanbod naar regionaal programma Bij het opstellen van het eerste programma in 2021 was ervoor gekozen om een onderverdeling te maken tussen een zogenaamd realisatiedeel (het eigenlijke programma) en een ‘pijplijndeel’. Bij die methodiek werden onder meer de openbare binnenstedelijke plannen in de periode tot 2030, toegevoegd aan het realisatiedeel en werden door gemeenten als vertrouwelijk aangemerkte plannen, opgenomen in het pijplijn deel. De afgelopen maanden is door gemeenten en provincie veel tijd gestoken in het beter invullen van de Planregistratie, de bron die we voor het programma gebruiken. Dat heeft er onder andere toe geleid dat er in de periode t/m 2030, veel meer binnenstedelijke plannen een openbare status hebben gekregen in de Planregistratie. Het is echter niet realistisch om dit gehele volume ook te programmeren. Daarmee ontstaat een te hoog bouwprogramma, er kan verwacht worden dat er sprake zal zijn van planuitval. Daarom is ook voldoende planvoorraad (overplanning) wenselijk: als vuistregel wordt uitgegaan van 130% plancapaciteit.

Daarom wordt het onderscheid tussen realisatie- en pijplijndeel bij deze actualisatie losgelaten. Bij deze actualisatie is de informatie uit de Planregistratie benut als ‘referentie’ voor het nieuwe programma wonen, in plaats van een één op één getalsmatige koppeling. De informatie uit de Planregistratie, die door de gemeenten zelf wordt ingevuld, geeft daarbij per gemeente het totaaloverzicht over de plancapaciteit. Hiervan wordt in tabel 3.1 t/m 3.4. een overzicht gegeven. Het gaat om de stand van zaken in het planregistratiesysteem d.d. 27 oktober 2022. In de tabel staat de bruto plancapaciteit. Het gaat daarbij om alle openbare (binnenstedelijk en uitleg) en het totaal van de door gemeente als vertrouwelijk, aangemerkte plannen. Het gaat dus om alle harde en zachte plannen. Voor de bepaling binnenstedelijk en uitleg is uitgegaan van de aanduiding stedelijk gebied in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Bij de aantallen plancapaciteit kunnen dus ook (uitleg)locaties zitten waar nog geen overeenstemming over is (besluit over passend in provinciaal beleid). Tabel 3.1: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode 2022 t/m 2025 Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk 7.044

Uitleg 84

Vertrouwelijk 603

Totaal 7.731

Baarn

389

98

91

578

Bunschoten

657

3

29

689

Eemnes

313

0

102

415

Leusden

655

0

183

838

Soest

1.432

0

456

1.888

Woudenberg Regio Amersfoort

410

0

65

475

10.900

185

1.529

12.614

5 van 27

Tabel 3.2: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode 2026 t/m 2030 Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk

Uitleg

Vertrouwelijk

Totaal

4.463

2.496

1.206

8.165

Baarn

376

0

26

402

Bunschoten

501

0

0

501

Eemnes

0

0

291

291

Leusden

305

415

12

732

Soest

539

0

68

607

640 6.824

92 3.003

13 1.616

745 11.443

Woudenberg Regio Amersfoort

Tabel 3.3: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, periode vanaf 2031 Binnenstedelijk

Uitleg

Vertrouwelijk

Totaal

Amersfoort

0

1.004

0

1.004

Baarn

0

0

0

0

Bunschoten

952

0

0

952

Eemnes

0

0

673

673

Leusden

455

676

0

1.131

Soest

342

0

174

516

0

918

10

928

1.749

2.598

857

5.204

Woudenberg Regio Amersfoort

Tabel 3.4: Bruto plancapaciteit Regio Amersfoort per gemeente, totalen Gemeente Totaal 2022 t/m 2030 Totaal voor en na 2031 (9 jaar) Amersfoort 16.900 15.896 Baarn 980 980 Bunschoten

1.190

2.142

Eemnes

706

1.379

Leusden

1.570

2.701

Soest

2.495

3.011

Woudenberg

1.220 24.057

2.148

Regio Amersfoort

29.261

Het programma wonen Op basis van de plannen in de Planregistratie hebben gemeenten aangegeven welke plannen er zijn om woningen op binnenstedelijk locaties te realiseren per tijdsperiode. Op basis van onder andere inzichten uit de reality check die in het kader van het provinciaal bod/woondeal is uitgevoerd en de binnenstedelijke openbare

6 van 27

plannen in de Planregistratie is hier, in afstemming tussen gemeenten en provincie, een ‘verwachte binnenstedelijke realisatie’ per tijdsperiode uit afgeleid. Nieuwe uitbreidingslocaties zijn alleen opgenomen na regionale afstemming (overeenstemming tussen regio, gemeenten en provincie). Dit heeft geleid tot een aantal te realiseren woningen op uitleglocaties per gemeente. De 'verwachte binnenstedelijke realisatie’ en het programma op uitleglocaties vormt samen het (concept) programma wonen. Dit is weergegeven in tabel 4.1 t/m 4.3. Het geeft per gemeente en per tijdvak aan hoeveel woningen er naar verwachting binnenstedelijk en op uitleglocaties kunnen worden gerealiseerd.

Binnenstedelijk Voor de binnenstedelijk locaties wordt daarbij alleen het totaal- volume per tijdsperiode geprogrammeerd (afgeronde aantallen). In de Planregistratie is zichtbaar om welke locaties het gaat. De lijst met onderliggende openbare binnenstedelijke locaties uit de tabellen 3.1 t/m 3.4 (d.d. 27 oktober 2022), is als bijlage 1 bijgevoegd. Binnenstedelijke woningbouwcapaciteit per gemeente bevat een veelheid aan, vaak kleine, woningbouwplannen. Dit is vaak een momentopname: er doen zich enerzijds geregeld nieuwe kansen voor waardoor nieuwe locaties in beeld komen, terwijl anderzijds zich onverwachts knelpunten kunnen voordoen waardoor de ontwikkeling van een opgenomen locatie stagneert. Het aantal is voor de binnenstedelijke locaties daarom niet limitatief. Er kan sprake zijn van ‘plantoeval’ en/of ‘planoptimalisatie’ waardoor er meer of minder woningen gerealiseerd worden dan het aantal dat nu voor die locatie is opgenomen. Uitleglocaties De uitleglocaties die met dit programma mogelijk worden gemaakt zijn in dit programma specifiek opgenomen in tabel 5. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van locaties die reeds bij het vorige programma (Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021) mogelijk zijn gemaakt. Daarbij worden alleen de uitbreidingslocaties van enige omvang (vanaf ca. 15 woningen) specifiek aangegeven.

Kleinere locaties betreffen meestal transformatielocaties in het landelijk gebied. Kleinschalige woningbouwlocaties die op basis van het kwaliteitsinstrumentarium landelijk gebied worden gerealiseerd zijn via de regels in de Interim Omgevingsverordening rechtstreeks mogelijk. De aantallen worden kwantitatief wel opgenomen in het programma om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de woningbouwcapaciteit. Nieuwe kleinschalige transformatielocaties worden door de provincie nog beoordeeld conform eisen functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing (of kleine bebouwingsconcentraties). In het totaal leiden de beoogde nieuwe uitbreidingslocaties tot een extra woningbouwpotentieel van 2489 woningen tot en met 2030. In het totaal komt het programma voor de Regio Amersfoort (verwachte realisatie binnenstedelijk en uitleg) daarmee op 17.896 woningen tot en met 2030. Daarbij is verhouding programma – bruto plancapaciteit gedurende deze periode 134%. Voor de periode na 2030 zijn op dit moment 1530 woningen op buitenstedelijke locaties geprogrammeerd. Met dit alles is beoogd een realistisch programma weer te geven. Desondanks kunnen deze locaties niet allemaal van vandaag op morgen worden ontwikkeld, er zijn randvoorwaarden die op orde moeten zijn.

Daarbij kan gedacht worden aan ontsluiting, energie-infrastructuur, stikstofruimte, financiële haalbaarheid, beschikbaarheid capaciteit en materialen en dergelijke. Gezien de huidige marktontwikkelingen is dat ambitieus en onzeker. Het gaat dan ook om een randvoorwaardelijk programma. Tot slot: Voor de periode t/m 2030 moet het totaal geprogrammeerde aantal woningen (binnenstedelijk en uitleg) in lijn met de aantallen woningen in de bestuurlijke afspraken provincie – BZK (83.500 bruto toe te voegen woningen). Ook moet er afstemming zijn met de aantallen waar in de regionale Woondeals afspraken over worden gemaakt. Tabel 4.1 Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2022 t/m 2025 (4 jaar) in aantallen woningen Gemeente Amersfoort

Binnenstedelijk

Uitleg

Totaal

4.000

84

4.084

Baarn

400

98

498

Bunschoten

600

3

603

Eemnes

340

0

340

Leusden

750

0

750

7 van 27

Soest

1.050

0

1.050

460

0

460

7.600

185

7.785

Woudenberg Regio Amersfoort

Tabel 4.2 Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, 2026 t/m 2030 (5 jaar) in aantallen woningen Gemeente

Binnenstedelijk

Amersfoort

Uitleg

Totaal

5.500

2.000

7.500

Baarn

376

0

376

Bunschoten

500

0

500

Eemnes

61

0

61

Leusden

300

405

705

Soest

200

0

200

Woudenberg

600

0

600

7.537

2.405

9.742

Regio Amersfoort

Tabel 4.3: Programma woningbouw Regio Amersfoort per gemeente, totalen in aantallen woningen Gemeente Totaal 2022 t/m 2030 (9 jaar) Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest Woudenberg Regio Amersfoort Bandbreedte Kader

Percentage plancapaciteit ten opzichte van programma t/m 2030

Percentage verwachte realisatie ten opzichte van de woningvoorraad op 1-1-2022

11.584

137 %

874

112 %

17 % 7%

1.103

108 %

13 %

401

176 %

14 %

1.455

108 %

11 %

1.250

200 %

6%

1.060

115 %

20 %

17.727

136 %

13 %

16.800 – 19.800

--

--

* Voor de in bovenstaande tabellen opgenomen aantallen woningen geldt dat aan meerdere randvoorwaarden moet worden voldaan. Gezien de huidige marktomstandigheden is dat ambitieus en onzeker. ** Opgemerkt wordt overigens dat plannen voor flex-woningen niet altijd bij plancapaciteit en/of verwachte te realiseren aantallen zijn opgenomen.

Tabel 5: Uitbreidingslocaties wonen in Programma Wonen 2023 tot en met 2030 Regio Amersfoort* Gemeente

Locatie

Aantal woningen t/m 2030

Aantal woningen na 2030

Toelichting

Amersfoort

Utrechtseweg 299

84

--

-

Bovenduist (Vathorst-West)

2.000

1.000

305

455

Transformatie locatie landelijk gebied (vm. Lichtenberg) Nieuw opgenomen. Deze locatie was reeds planologisch mogelijk gemaakt in de PRS/PRV 2013. Nieuw opgenomen.

100

75

Nieuw opgenomen.

Leusden

Tabaksteeg Zuid Achterveld Noordoost

8 van 27

Totaal uitleglocaties 2e cyclus 2489 1530 * In bijlage 4 zijn de uitbreidingslocaties uit het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021 opgenomen. Kleinschalige transformatielocaties zijn niet opgenomen in deze tabel. ** In Bunschoten is een kleinschalige transformatielocatie (3 woningen) in het kwantitatief programma opgenomen. Vanwege de omvang hoeft deze niet apart als uitleglocatie te worden benoemd. Omdat deze locatie wel in concepten wat opgenomen, vermelden we deze locatie hier wel als voetnoot.

Bij deze actualisatie zijn de volgende uitbreidingslocaties toegevoegd aan het programma. Bovenduist – gemeente Amersfoort Deze uitbreidingslocatie voor woningbouw was reeds opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 en is in de provinciale Omgevingsvisie aangeduid als ‘zoekrichting grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid. Qua woningbouw is de gemeente Amersfoort voornemens om circa 2/3 van de woningen op deze locatie t/m 2030 te realiseren in het sociale en middeldure segment. De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau goud. Voor de periode na 2030 worden 1.000 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 3.000 woningen. Tabaksteeg-Zuid – gemeente Leusden De gemeente Leusden heeft naar verwachting na 2025 nog slechts beperkt binnenstedelijke woningbouwmogelijkheden. Voor de lokale vitaliteit, maar ook ten behoeve van de regionale woningbouwopgave, wordt daarom deze uitbreidingslocatie opgenomen, die gefaseerd zal worden ontwikkeld. De gemeente heeft een woonvisie vastgesteld met daarin al minimaal 40% betaalbaar wonen en herkent de behoefte om op deze locaties 66 % in de segmenten sociaal en middelduur te realiseren. De gemeente zal hierover het gesprek aan gaan met de raad.

De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau brons. Voor de periode na 2030 worden 455 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 760 woningen. Voor Leusden-Tabakssteeg geldt dat provincie en gemeente nog in overleg gaan over de component betaalbaarheid en dat de uitkomsten daarvoor worden doorvertaald in het Provinciaal Programma Wonen en Werken. Achterveld Noordoost – gemeente Leusden Met de gefaseerde ontwikkeling van deze locatie na 2025 blijft de lokale vitaliteit in Achterveld op niveau. De gemeente heeft een woonvisie vastgesteld met daarin al minimaal 40% betaalbaar wonen en herkent de behoefte om op deze locaties 66% in de segmenten sociaal en middelduur te realiseren. De gemeente zal hierover het gesprek aan gaan met de raad. De gemeente heeft het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven en streeft naar niveau brons. Voor de periode na 2030 worden 75 woningen geprogrammeerd. In het totaal gaat het bij deze locatie daarbij om 175 woningen.

2.2

Kwalitatieve afspraken wonen

Het is niet alleen belangrijk om voldoende woningen te bouwen, maar ook woningen van voldoende en liefst goede kwaliteit. Hierover zijn in het regionaal programma 2021 al gezamenlijke ambities geformuleerd en afspraken gemaakt. De afgelopen periode is ook samengewerkt in andere trajecten, zoals het Convenant Duurzame Woningbouw (CDW) en het randvoorwaardelijke bod van de provincie Utrecht aan de Minister voor VRO over het Utrechtse aandeel in de nationale woningbouwopgave. Deze afspraken worden voor wat betreft onder andere betaalbaarheid parallel verder uitgewerkt in regionale woondeals. In het kader van de Monitoring van het Provinciaal Programma Wonen en Werken wordt de voortgang van de afspraken, dus ook de voortgang van de trajecten waar een verbinding mee is gemaakt, gemonitord. Monitoring van de in die – separate – trajecten gemaakte afspraken is aan het desbetreffende traject. Hierna zal dat per kwalitatief aspect nader worden gespecificeerd. 2.2.1

Integrale stedelijke kwaliteit

9 van 27

Gezamenlijke ambitie: We streven naar een goede stedelijke kwaliteit: vitale en levendige kernen en wijken. Dit betekent dat:  We primair inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling, ontwikkeling bij knooppuntlocaties en op efficiënt ruimtegebruik;  We streven naar functiemenging, passend bij de lokale situatie en woonmilieus;  We aandacht hebben voor een gezonde inrichting van de openbare ruimte in het stedelijk gebied met voldoende groen en water;  We zorgdragen voor een goede bereikbaarheid die past bij de aard en functie van de ontwikkeling en we bezien wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang en als onderdeel van de integrale opgave van de regio;  We aandacht hebben voor energieneutraliteit, klimaatadaptatie en circulariteit. Afspraken:  Locatiekeuzes voor na 2030 beoordelen we mede aan de hand van strategie zoals verwoord in het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal! 2030-2040 en toekomstige uitwerkingen daarvan.  We zetten ons maximaal in om bij te dragen aan de in dit regionaal programma genoemde ambities. Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving is immers in ieders belang. We kunnen onze ambities echter niet allemaal van vandaag op morgen bereiken en verschillende ambities kunnen elkaar in de weg zitten (bijvoorbeeld ruimtelijk of financieel). Niet in alle plannen kunnen alle ambities voor 100% worden gerealiseerd.

Onze inzet is dat de totale kwaliteit van de uitvoering van dit programma ten minste ‘voldoende’ maar bij voorkeur ‘goed’ moet zijn.  Het in het regionaal programma 2021 afgesproken gezamenlijke monitoringssysteem voor de ‘integrale binnenstedelijke kwaliteit’ om voorgaand punt te kunnen volgen zal in 2023 ontwikkeld worden. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Toelichting:  Onder ‘levendige en vitale wijken en kernen’ verstaan we wijken en kernen waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Daarvoor is geen waterdichte definitie te geven, maar elementen als het woningaanbod, functiemenging, de aanwezigheid van voorzieningen en groen en stille plekken zijn daarbij van belang.  Functiemenging leidt tot meer multifunctionele woon-werkmilieus in stads- en dorpscentra, daarbuiten zal functiemenging op een ander niveau zijn. Bedrijfsmatige functies moeten passend zijn binnen een woonwijk en niet ten koste gaan van de leefbaarheid van woonwijken en centra. Milieucategorie 1 en 2 zijn in de basis geschikt voor mengen.  Eenmalige kleinschalige uitbreidingen tot 50 woningen per kern worden rechtstreeks mogelijk gemaakt via de provinciale Interim Omgevingsverordening. Deze kleinschalige uitbreidingen worden wel opgenomen in het regionale programma, zodat dit een zo compleet mogelijk beeld bevat. Veel kernen hebben naar aard en omvang behoefte aan een grotere uitbreiding.

Deze uitbreidingen worden in dit regionaal programma afgewogen, waarbij het lokale belang, maar ook de provinciale belangen in de afweging worden betrokken.  Door andere prioritering heeft de provincie nog geen initiatief genomen voor een monitoringsinstrument voor integrale binnenstedelijke kwaliteit, maar dit is nog wel de bedoeling. De provincie wil hier het voortouw voor nemen, en daarbij ook aansluiting zoeken met andere initiatieven, zoals bijvoorbeeld de gezondheidsscan. 2.2.2

Aandeel sociale en middeldure woningbouw

Gezamenlijke ambitie: Gemeenten en provincie spreken de intentie uit dat tot 2025 op regionaal niveau tenminste 50% van de toe te voegen woningen behoort tot het sociale of middeldure segment. Gezien de opgave om zorg te dragen voor een passend woningaanbod voor iedereen wordt ernaar gestreefd dat zoveel mogelijk woningen gebouwd worden die een eind onder de bovengrens van middelduur zitten, zodat een grotere doelgroep bereikt wordt. In lijn met de randvoorwaardelijke afspraken die met het Rijk zijn gemaakt, wordt vanaf 2025 gestreefd naar tenminste 66% in deze segmenten. Om dit percentage op regionaal niveau te kunnen realiseren, wordt: A. voor de nieuwbouwprojecten waarvan de bouw start in 2025 (of later) een minimum ambitie opgenomen op gemeentelijke schaal van gemiddeld tenminste 50% betaalbaar (sociaal en middelduur) per gemeente. B. voor nieuwe uitbreidingslocaties opgenomen in tabel 5 die na 2025 worden ontwikkeld, geldt een minimum ambitie van 66% betaalbaar (sociaal en middelduur). Daarbij geldt het uitgangspunt van “comply of explain”. Dat wil zeggen dat als gemeenten niet hieraan kunnen voldoen, gemeente en provincie hierover in overleg

10 van 27

gaan om te kijken of het alsnog haalbaar is of dat voor de betreffende uitleglocatie uit moet worden gegaan van een lager percentage. Daarbij speelt ook de totale balans betaal-niet betaalbaar in het gemeentelijk woningbouwprogramma mee. Indien bij de vaststelling van het provinciaal programma al duidelijk is dat het percentage van 66% betaalbaar voor een locatie niet haalbaar is, is dat aangegeven in tabel 5. Bij de ambitie betaalbaar gaat het om sociale huurwoningen, huurwoningen van de sociale huurgrens tot 1000 euro per maand en koopwoningen tot 355.000 euro. Hierbij is aangesloten bij de prijsgrenzen die in bestuurlijke afspraken tussen provincies en het Ministerie van BZK zijn aangehouden (met prijspeil 2023). Notie hierbij is dat deze aangescherpte afspraken nog niet overal zijn verankerd in gemeentelijk beleid en dat deze prijsgrenzen in beweging zijn. Bij realisatie gelden de grenzen zoals die op dat moment gelden, dat wil zeggen bijvoorbeeld de liberalisatiegrens naar boven wordt bijgesteld, dit programma volgt.

Gehanteerde definities van prijsklassen Sociale huur: tot de liberalisatiegrens (‘huur 1’ en ‘huur 2’ in planregistratiesysteem) Middeldure huur: tot € 1.000 (‘huur 3’ in planregistratiesysteem) Dure huur: vanaf € 1.000 (‘huur 4’ in planregistratiesysteem) Middeldure koop: tot € 355.000 (‘koop 1 en koop 2’ in planregistratiesysteem) Dure koop: Vanaf € 355.000 (‘koop 3’ en ‘koop 4’ in planregistratiesysteem) Bron: Provinciaal Kader Afspraken:  Partijen spannen zich in voor het realiseren van deze ambitie door aanpassing van plannen waar nodig en mogelijk. Daarbij realiseren we ons dat dit beperkt te beïnvloeden is voor (harde) plannen tot en met 2024, maar we brengen in beeld hoe het aandeel van deze plannen in de plancapaciteit zich ontwikkelt, en we zetten ons in om de plannen waar mogelijk aan deze ambitie aan te passen.  We bezien de streefpercentages op regionaal programmaniveau en naar periode, niet op planniveau of per jaar. Daarbij streven gemeenten waar mogelijk naar verevening binnen eigen grenzen (voor lopende en nieuwe plannen).  Gemeenten geven zoveel als mogelijk inzicht in de prijssegmenten van de plannen door dit aan te geven in het planregistratiesysteem. Op die manier ontstaat een zo compleet mogelijk beeld.

 Gemeenten in de Regio Amersfoort bespreken de komende periode of een nadere regionale uniforme onderverdeling in de categorie koop tot 355.000 mogelijk en/of nodig is. Toelichting: Indien de provincie signaleert dat het gewenste percentage op programmaniveau niet wordt gehaald, zal hierover het gesprek worden aangegaan met de betreffende gemeenten. Zo nodig wordt onderzocht of en hoe provinciaal instrumentarium, bijvoorbeeld onder de Omgevingswet, kan worden ontwikkeld om dit alsnog te bewerkstelligen. Naast voldoende woningen in het sociale en middeldure segment is ook de kwaliteit van deze woningen van belang. De te bouwen sociale huurwoningen moeten zoveel mogelijk ook echt sociale huurwoningen zijn (o.a. voldoende m2 passend bij beoogde huishoudensgrootte en toewijzing aan primaire doelgroepen). Voor middenhuur geldt daarnaast dat deze woningen gedurende langere tijd (streven 20 tot 25 jaar) voor dit segment behouden zouden moeten blijven (beperkte aanvangshuren en huurontwikkeling). Zie bijvoorbeeld het Actieplan Middenhuur van de gemeente Utrecht ter inspiratie. Gemeenten hebben hier aandacht voor. In tabel 6 zijn de aantallen en percentages afgeleid van de openbare plannen in de plancapaciteit (stand van zaken 27 oktober 2022). Tabel 6: Plancapaciteit Regio Amersfoort naar prijscategorie in aantal woningen in openbare plannen. Periode

Sociale huur

Koop tot 355.000 1.632 (15%)

Totaal

3.213 (29%)

Middeldure huur (1000) 1.167 (11%)

6.012

% t.o.v. plancapaciteit 54%

Tot en met 2025 2026 tot en met 2030

2.966 (30%)

1.442 (15%)

490 (5%)

4.898

50%

11 van 27

Bron: Planregistratie wonen

Bij bovenstaande tabel merken we op dat nog niet van alle plannen de onderverdeling naar prijssegmenten bekend is. Die onbekendheid is reëel: de gemeente, die het planregistratiesysteem invult, beschikt vaak nog niet over alle informatie per locatie. Daardoor zijn er kansen om het percentage betaalbare woningen op te hogen. In bijlage 2 is een overzicht per gemeente opgenomen van de ambities ten aanzien van betaalbaarheid en de Planregistratie op dit punt. 2.2.3

Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen

Gezamenlijke ambitie: We streven naar een evenwichtige groenontwikkeling, om een gezonde leefomgeving te (blijven) bieden aan onze inwoners. Dit betekent dat er voldoende (recreatief) groen in onze regio beschikbaar moet zijn, zowel in omvang als kwaliteit. Recreatief groen, in zowel de woonomgeving als daarbuiten, op bereikbare afstand is randvoorwaardelijk en vraagt investeringen. De opgave verschilt per locatie en gemeente. Afspraken:  In het programma ‘Groen Groeit Mee’ wordt de regionale groenopgave in beeld gebracht zowel kwantitatief (in hectares) als financieel en in het kader van het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!2030-2040 wordt in het handelingsperspectief buitengebied regionale opgave verder verkend. Op basis van deze ruimteclaims en financiële opgaven wordt besproken hoe een relatie kan worden gelegd met dit programma en zo mogelijk maken we hierover aanvullende afspraken. Specifiek voor de uitleglocaties wordt afgesproken dat gemeenten kijken hoe ze deze handreiking kunnen toepassen en hierover in overleg te treden met de provincie. In het bestemmingsplan moet de wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze regel zijn uitgewerkt en geborgd. Toelichting: In het programma Groen Groeit Mee werken de provincie Utrecht, drie regio’s (Regio U16, het Utrechtse deel van Regio Foodvalley en de Regio Amersfoort) en vier waterschappen samen.

Daarnaast zijn tal van andere organisaties betrokken. Zo wordt met elkaar een alliantie gebouwd, waarin wordt samengewerkt aan een gezonde leefomgeving en een aantrekkelijk vestigingsklimaat, waarin (recreatief) groen mee groeit met andere ontwikkelingen. Als afronding van de eerste fase ondertekenden overheden, waaronder alle Utrechtse gemeenten, en een groot aantal betrokken organisaties op 7 februari 2022 het Groen Groeit Mee Pact. Met de ondertekening van dit Pact markeren de samenwerkende partijen de gedefinieerde ambities en geïnventariseerde opgaven en onderschrijven zij het belang van een gezamenlijke inspanning om te komen tot realisatie. De wijze waarop dat georganiseerd gaat worden en wat daar precies voor nodig is, wordt nader uitgewerkt in de volgende fase. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij wat er op verschillende schaalniveaus en door partijen al gebeurt (geen dingen dubbel doen) en daarmee een gebiedsgerichte benadering hanteren. Inzet is om samen met de partners te komen tot een samenhangend programma voor Groen Groeit Mee. Vooruitlopend op het gebiedsgericht programmeren wordt nu in vier gebieden door partners een pilot voorbereid. Daarbij wordt ook een financiële raming gemaakt van de investeringen.

In deze fase wordt ook ingezet op verdieping, nader onderzoek, acties gericht op financiering/lobby vanwege de groenopgave etc. Onder andere wordt een handreiking voorbereid die nadere duiding geeft aan het ‘evenwichtig ontwikkelen van verstedelijking en groen’, conform artikel 9.13 IOV (Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk). Het programma ‘Groen Groeit Mee’ of acties die in het kader van dit gezamenlijke programma worden uitgevoerd, bijvoorbeeld zoals hierboven geschetst, helpen om bij regionale programmering nadere afspraken te maken over groenontwikkeling. Naast ‘regionaal groen’ is ook groen in de woon- en leefomgeving van belang. In dit kader wordt dit beschouwd als onderdeel van de integrale stedelijke kwaliteit zoals beschreven onder 2.2.1.

12 van 27

2.2.4

Energieneutrale nieuwbouw, klimaatadaptatie en circulariteit

Gezamenlijke ambitie: We streven naar energieneutrale klimaatadaptieve en circulaire nieuwbouw. De meeste gemeenten hebben het Convenant Duurzame Woningbouw ondertekend en koersen op basis daarvan op het generiek hanteren van tenminste het ambitieniveau brons uiterlijk eind 2023 in alle gemeenten. Afspraken:  Uitvoering en monitoring van de afspraak vindt plaats via het spoor van het Convenant Duurzame Woningbouw (CDW). Mocht uit de monitoring van het Provinciaal Programma Wonen en Werken blijken dat het Convenant Duurzame Woningbouw niet leidt tot verwezenlijking van de ambitie, dan bezien partijen hoe de ambitie wel kan worden bereikt.  Partijen bespreken in 2023 of en de wijze waarop de komende jaren kan worden toegewerkt naar ambitie zilver/goud uit het Convenant Duurzame Woningbouw en hoe hierover afspraken gemaakt kunnen worden.  Via de werkregio’s klimaatadaptatie geven regionale overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) samen met de partners uitvoering aan klimaatadaptatie strategieën, waaronder maken van afspraken voor klimaatadaptief bouwen en het opnemen in omgevingsvisies en -plannen.  Partijen blijven duurzaamheidsaspecten agenderen in onderlinge overleggen en overleggen met andere stakeholders. Toelichting Gestreefd wordt naar een energieneutrale provincie in 2040.

Om dat te kunnen bereiken, is naast het (ruimtelijk) faciliteren van duurzame energiebronnen ook bij andere thema’s inzet nodig, bijvoorbeeld door energieneutrale of energiepositieve nieuwbouw. Bij de regionale programmering is energieneutrale, klimaatadaptieve en circulaire nieuwbouw uitgangspunt. In 2021 zijn de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen gezamenlijk met de vier werkregio’s Klimaatadaptatie in de provincie tot stand gekomen. In deze werkregio’s werken provincie, waterschappen, gemeenten en andere partijen samen aan de regionale adaptatiestrategieën. Ondertussen hebben 30 partijen de intentieverklaring bij de afspraken ondertekend. Ondertekenaars zijn gemeenten, waterschappen, projectontwikkelaars en aannemers. De Afspraken Klimaatadaptief Bouwen zijn voor nieuwbouw volledig opgenomen in het Convenant Duurzame Woningbouw. In 2022 is aan de hand van de afspraken de ‘leidraad klimaatadaptief bouwen 2.0’ ontwikkeld, dit dient als hulpmiddel om de gemaakte afspraken in de praktijk te gaan toepassen. Bij de (her)ontwikkeling van woon- en werklocaties liggen er veel mogelijkheden om met circulariteit aan de slag te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het zo flexibel, aanpasbaar en modulair mogelijk ontwikkelen en aan hergebruik en biobased gebruik van materialen.

Of aan het faciliteren van clustering van bedrijven die deel uitmaken van dezelfde regionale ketens van reststromen en het mogelijk maken van tijdelijke opslag van materialen in zogenaamde ‘hubs’. Daarnaast liggen er veel ontwikkelmogelijkheden door goed te kijken naar de beweging van materiaal- en grondstofstromen door de ‘woon- en werkgebieden’. In dit verband is in mei 2022 op initiatief van ROM Utrecht een meerjarig innovatieprogramma ‘digitalisering in de circulaire bouweconomie’ gestart met ondertekening van een intentieovereenkomst. Het programma focust zich op de digitale informatievoorziening die nodig is voor de industrialisatieslag in de bouwsector, het digitaal in kaart brengen van de bestaande bebouwde omgeving en de logistieke uitdaging die bouwen en renoveren met zich meebrengt. De provincie Utrecht neemt deel aan de Alliantie Cirkelregio Utrecht waarin met maatschappelijke partners wordt gezocht naar samenwerking om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. De ontwikkeling van een regionale kennisinfrastructuur waarop een beroep kan worden gedaan door overheden, inwoners en bedrijven maakt daar onderdeel van uit. In het Convenant Duurzame Woningbouw (CDW) zijn de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samengebracht.

Het biedt een houvast voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te verwezenlijken. De thema’s waar het convenant zich op richt zijn: circulair bouwen, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, biodiversiteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen en de Parijs-afspraken op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. In het convenant zijn de afspraken, intenties en het bijbehorend handelingsperspectief opgenomen. In het toetsingskader worden per onderwerp indicatoren aangegeven, waarbij drie niveaus worden onderscheiden:

13 van 27

brons, zilver en goud. Op basis van een jaarlijkse evaluatie kan aanscherping van de onderliggende indicatoren plaatsvinden. Het Convenant is een initiatief dat voortkomt uit de markt en is een samenwerking tussen de provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort en ROM Utrecht. Bij het tot stand komen van het convenant zijn de waterschappen en vertegenwoordigers uit de bouwketen in de regio nadrukkelijk betrokken. Ontwikkelaars, aannemers, gemeenten en andere provincies worden nadrukkelijk uitgenodigd om mee te doen. De veel partijen, waaronder de meeste Utrechtse gemeenten hebben het Convenant Duurzame Woningbouw onderschreven. Daarnaast wordt via het Convenant Duurzame Woningbouw input geleverd aan de normen voor duurzaamheid die BZK in het Bouwbesluit wil opnemen (gepland 2025). Monitoring van het Convenant Duurzame Woningbouw zal onder andere plaatsvinden via de Planregistratie wonen; deze thema’s zullen de komende tijd aan de Planregistratie worden toegevoegd. De gemeente Bunschoten staat achter de ambitie om te streven naar energieneutrale en circulaire nieuwbouw, maar wil dit bereiken via andere instrumenten dan het Convenant Duurzame Woningbouw. In bijlage 3 is een overzicht per gemeente opgenomen van de ambities ten aanzien van het Convenant Duurzame Woningbouw.

We sluiten zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven als het ‘nieuwe normaal’, leidraad voor circulair bouwen. Zie hier de link naar de leidraad.

14 van 27

3 Regionaal programma werken 3.1

Kwantitatieve opgave werken

Voor de ontwikkeling van de regio en de inwonersgroei zijn ook nieuwe werklocaties nodig. ‘Werken’ vindt plaats in diverse werkmilieus, bijvoorbeeld in of vanuit huis, in stedelijke centra, in kantoren en op bedrijventerreinen. In dit programma beperken we ons tot de programmering van specifieke bedrijventerreinen. Zo’n 30% van de werkgelegenheid is in deze regio te vinden op bedrijventerreinen. De Regio Amersfoort hecht naast werken ook veel waarde aan een goede woonomgeving en natuur en landschap. Het zoeken naar evenwicht op deze thema`s is een belangrijk vraagstuk. Alle gemeenten in de Regio Amersfoort hebben bedrijventerreinen die in ieder geval voorzien in een lokale behoefte. Daarnaast zijn er enkele terreinen die voorzien in behoefte van bedrijven met een meer (boven-)regionaal karakter. De regio wil beide soorten bedrijven faciliteren. Regio en provincie streven ernaar de ruimtevraag van de reeds in de regio gevestigde bedrijvigheid en van nieuwe bedrijven die passend zijn, zo goed mogelijk te faciliteren. Daarbij ligt de focus op het faciliteren van bestaande mkb-bedrijven en nieuwe (op te starten) bedrijven die deel uitmaken van economische sectoren en bedrijfstypen die bijdragen aan de ambities van de regio. Hierbij kan worden gedacht aan de sectoren Agrofood, IT, Health/zorg, Ontwikkeling en Bouw (Earth Valley).

Regio Amersfoort zet in op de volgende doelstellingen met haar werklocaties: • Het opvangen van de lokale groei- en verplaatsingsdynamiek van ondernemers en daarmee het regionale, krachtige MKB vitaal te houden en een toekomstperspectief te bieden; • Het bieden van voldoende ruimte voor nieuwe vestigers die passen in het economisch profiel van de regio; • Het zorgen voor een evenwichtige regio, waarin wonen en werken meer in balans zijn en met aanbod van werkgelegenheid in zowel het lage, middel als het hoger opgeleide segment; • Aanbod van een divers palet aan sectoren: dit biedt een robuuste en vitale economie met een vestigingsklimaat dat conjunctuurbestendig(er) en adaptief is. Gemeenten geven zelf aan of zij een locatie willen aandragen voor het regionaal programma. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk om voor deze locaties lokaal draagvlak te organiseren. Als deze locaties op basis van provinciaal beleid en regels als ‘kansrijk’ zijn aangemerkt, wordt regionaal afgewogen of deze locaties ook daadwerkelijk in het provinciaal programma kunnen worden opgenomen: passen alle plannen binnen de aangegeven kwantitatieve bandbreedte? Hoe verhouden plannen van verschillende gemeenten zich qua planning en invulling tot elkaar? Randvoorwaarden en aandachtspunten per locatie kunnen tevens worden opgenomen in het regionale programma.

3.1.1 Uitgangspunten actualisatie regionaal programma werken Regionaal programma werken 2021 Uitgangspunt voor deze actualisatie is allereerst het in mei 2021 vastgesteld regionaal programma werken. Voorts is het geactualiseerde Kader voor regionale programmering wonen en werken (september 2022) een belangrijk uitgangspunt. Hierin is de programmeringshorizon verlengd t/m 2040. Op die manier ontstaat er ruimte voor lange termijnplanning en versnelling in de programmering, en kan ook invulling worden gegeven aan het verkennen van de ambitie voor het realiseren van enkele regionale bedrijventerreinen. De extra geboden ruimte van 2031 t/m 2040 kan pas na 2030 daadwerkelijk worden gerealiseerd. De behoefte tot en met 2040 wordt ook deels door verdere intensivering van bestaande bedrijventerreinen opgevangen. Daarom wordt een deel van de geprognosticeerde ruimtebehoefte niet opgenomen in de bandbreedte. Provinciale kader voor Regionale programmering wonen en werken Het geactualiseerde kader biedt de mogelijkheid om de harde vervangingsvraag, ontstaan door transformatie van bedrijventerrein die in de behoefteraming (Stec, 2019) nog deels zijn meegenomen, voor 80 % van het te transformeren areaal netto uitgegeven en in gebruik zijnde bedrijventerrein, met een ondergrens van 1 hectare netto uitgeefbaar per ontwikkeling, in te vullen.

De vervangingsvraag moet worden aangetoond door een genomen raads- en/of collegebesluit, waaruit de omvang van het verlies aan bedrijfsruimte op de

15 van 27

transformatielocatie blijkt. Deze hectares kunnen aan de bandbreedtes per regio worden toegevoegd. Bij een volgende behoefteraming zullen de vastgestelde transformatieplannen worden geïnventariseerd en meegenomen. In de praktijk verdwijnt bij transformatie vaak een deel van de bedrijvigheid. Ervaringscijfers (Stec) tonen aan dat er bij verplaatsing vaak 20% minder ruimtevraag is. De inzet op intensief en duurzaam ruimtegebruik, zo mogelijk geborgd via een uitgifteprotocol, kan deze ruimtewinst ook echt bewerkstelligen. Tabel 7 geeft een overzicht van de bandbreedte en de totstandkoming daarvan. Allereerst wordt aangegeven welke bandbreedte t/m 2030 er in het Kader voor regionale programmering wonen en werken beschikbaar is gesteld. Vervolgens wordt aangegeven in hoeverre die bandbreedte in het programma 2021 is ingevuld en welke ruimte er nog resteert. Voor de Regio Amersfoort is dat 11,3 hectare. Daarna wordt de aanvullende behoefte van 2031 t/m 2040 weergegeven, afkomstig uit de behoefteraming Stec 2019. In de rijen daaronder wordt daarop een afslag gedaan van respectievelijk 20 – 30% die wordt opgevangen door de ruimtewinst als gevolg van intensivering van bestaande terreinen en een algemene reservering van 10%. Dit resulteert in de bandbreedte die met nieuw terrein kan worden ingevuld, aangegeven in rij B.

De rij daaronder geeft aan dat de bandbreedte kan worden opgehoogd met de vervangingsvraag als gevolg van transformatie, zijnde 80%. De laatste rij tenslotte geeft de totaal beschikbare bandbreedte 2022 t/m 2040 weer, die kan worden ingevuld met nieuw bedrijventerrein. De ondergrens hiervan wordt berekend door de ondergrens van B, de bovengrens door A plus de bovengrens van B.

Tabel 7: Bandbreedte bedrijventerrein Regio Amersfoort, in netto hectares Regio Amersfoort

A

Bandbreedte nieuw terrein t/m 2030

7 - 22

Realisatiedeel PPWW 2021

- 10,7

Subtotaal: maximaal nog in te vullen bandbreedte t/m 2030

11,3

Behoefte 2031 t/m 2040 (WLO hoog) Ruimtewinst door intensivering/verduurzaming bestaand terrein (-20 tot -30 %) Reservering: niet accommoderen (-10%) B

Subtotaal: Bandbreedte nieuw terrein 2031 t/m 2040 (60 - 70%) + Harde vervangingsvraag (80 %)

C Totaal: in te vullen bandbreedte 2022 t/m 2040 Bron: Provinciaal Kader

35 - 7 tot -11 -3 21 - 25 PM 21 - 36,3

Strategische uitgangspunten werklocaties Gemeenten en provincie hanteren voor de planning en programmering van bedrijventerreinen in de Regio Amersfoort onderstaande strategische uitgangspunten:  Matchen van de behoefte aan bedrijventerrein, vanwege:  Noodzaak tot verplaatsing van bedrijven en/of vervallen van werklocaties door transformatie;  Oplossen van specifieke lokale knelpunten;  Vestiging van bedrijven met het oog op het versterken van lokale/regionale economie;  Meerdere kleine transformaties (< 1 hectare) binnen één gemeente, waarvoor compensatie moet worden gezocht op nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein worden als één vervangingsvraag gezien;  Bij compensatie wordt rekening gehouden met een intensiveringsopgave van 20%, dus 80% van de te transformeren ruimte mag nieuw worden ontwikkeld;  Transformaties mogen worden meegerekend vanaf 2019 (referentie is behoefteonderzoek 2019) en moeten aantoonbaar zijn op basis van besluitvorming over concrete plannen of uitvoering;  Grotere ruimtevragers > 3 hectare worden geplaatst (of verleid te verplaatsen) naar een regionaal bedrijventerrein. Onder een regionaal bedrijventerrein wordt mede begrepen een bedrijventerrein met een regionale opvangfunctie;

16 van 27

De regio gaat werken aan een bedrijventerreinenstrategie waarin een lange termijnplanning wordt opgenomen voor het bedrijventerreinenaanbod, segmentering, fasering en geografische verdeling van bedrijventerreinen.

Voorts brengt het tot uitvoering brengen van de regionale afspraken over bedrijventerreinen, zowel qua uitgifte als qua kwalitatieve aspecten, een cultuuromslag met zich mee in de wijze waarop het EZ-beleid binnen de gemeenten wordt vormgegeven. De aandacht zal meer verschuiven naar de samenhang tussen de bestaande bedrijventerreinen en de nieuwe uitgifte van terrein. Dit vraagt in de eerste plaats dat gemeenten deze samenhang vertalen in een regionale uitgiftestrategie voor nieuwe terreinen. Hier wordt in paragraaf 3.2. verder ingegaan. 3.1.2 Aanbod van bedrijventerreinen Huidig aanbod: nog circa 12 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein beschikbaar De Regio Amersfoort beschikt (peildatum medio 2022) over een uitgeefbaar (plan)aanbod van 12,6 hectare. Hierbij gaat het om terstond aanbod, zowel in gemeentelijk als particulier eigendom. Van deze 12,6 hectare komt ca. 11 hectare voor rekening van de stad Amersfoort. Het niveau van dit aanbod voor de gehele regio Amersfoort is zeer laag voor een gezonde economische dynamiek. Tabel 8: Uitgeefbaar (plan)aanbod van bedrijventerreinen in Regio Amersfoort (in netto ha) Gemeente

Kern

Bedrijventerrein

Uitgeefbaar

Locatietype

Amersfoort

Amersfoort

De Wieken

1,8 ha.

Amersfoort

Amersfoort

Vathorst

6,8

Functioneel werkmilieu klein/middelgroot Stedelijk werkmilieu/gemengd

Amersfoort

Amersfoort

Vinkenhoef

3,5

Leusden

Leusden

Princenhof

0,2

Leusden

Leusden

't Spiegel

0,3

Functioneel circulair werkmilieu klein/middelgroot Functioneel werkmilieu klein/middelgroot Functioneel werkmilieu klein/middelgroot/groot -

Totaal 12,6 ha. Bron: Inventarisatie gemeenten, stand van zaken medio 2022

Status realisatie nieuw aanbod (regionaal programma 2021) : circa 12 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein op korte termijn In het regionaal programma 2021 zijn 4 bedrijventerreinen nieuw geprogrammeerd, voor in totaal 11,7 hectare netto uitgeefbaar. Hiervan zal circa 10 ha. binnen een tweetal jaar beschikbaar zal zijn voor uitgifte. Alle andere plannen vergen nog (langere) doorlooptijden, soms logisch verklaarbaar, soms zou er meer inzet gepleegd kunnen worden op realisatie. De Regio Amersfoort wil kennis en ervaringen delen om tot korte doorlooptijden te komen en zo de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen te versnellen. Tabel 9: Status realisatie nieuw aanbod bedrijventerreinen Regio Amersfoort (in netto ha) Gemeente

Kern

Bedrijventerrein

Uitgeefbaar

Status

Locatietype

Amersfoort

Amersfoort

Vathorst Smink

1,3 ha. Per

Onbekend

Baarn

Baarn

Noordschil

2,4 ha. Per 2024?

Aanbesteding werkzaamheden

Bunschoten

Bunschoten

De Kronkels-Zuid 1e fase

7,0 ha per 2024

Concept bestemmingsplan

Leusden

Leusden

De Plantage

1 ha. Per 2022

Transformatie naar bedrijventerrein

Functioneel werkmilieu klein/middelgroot Functioneel werkmilieu klein/middelgroot Functioneel werkmilieu klein/middelgroot Functioneel werkmilieu klein/middelgroot

Totaal

-

-

11,7 ha.

Start uitgifte

17 van 27

tussen 2022-2024 Bron: Inventarisatie gemeenten, stand van zaken medio 2022 3.1.3

Programma bedrijventerreinen 2022 t/m 2040

Bij deze actualisatie wordt 1 nieuwe locatie opgenomen in het programma, te weten Vathorst Bovenduist voor 9 hectare in de categorie ‘functioneel klein/middelgroot’. Omdat in het programma 2021 al 1,3 hectare was opgenomen, bedraagt de totale omvang van die locatie thans 10,3 hectare netto uitgeefbaar. De ontwikkeling van het bedrijventerrein Amersfoort-Bovenduist is nodig voor verplaatsing van bedrijven uit stedelijk gebied en als buffer tussen de toekomstige woonwijk en de vuilstortlocatie. In tabel 9 is het geactualiseerde programma opgenomen. De druk op de ruimte geeft de noodzaak om bij ieder plan voor nieuw bedrijventerrein af te wegen hoe dit terrein maximaal bij kan dragen aan de kwalitatieve criteria en de regionale behoefte aan bedrijventerreinen. Tabel 10: Programma bedrijventerreinen Regio Amersfoort per gemeente, periode 2022 t/m 2030 in hectares netto uitgeefbaar Gemeente

Locatie

Amersfoort

Vathorst/Bovenduist

Baarn

Noordschil

Bunschoten

De Kronkels-Zuid fase 1 De Plantage

Leusden

Binnenstedelijk

Uitleg

0

8,3

Totaal 8,3

Toelichting

2,4

0

2,4

0

7

7

1

0

0

Regio Amersfoort

-

3,4

15,3

17,7

Bandbreedte Kader

-

-

-

7 - 22

1,3 ha opgenomen in programma 2021, nieuw geprogrammeerd 9 ha, waarvan 7 ha. tot 2030 toegevoegd en 2 ha. na 2030. opgenomen in programma 2021 opgenomen in programma 2021 Dit betreft transformatie van een kantoren- naar een bedrijvenlocatie en gaat niet ten koste van de bandbreedte -

Voor de periode t/m 2030 resteert er nu nog een bandbreedte van 4,3 hectare, exclusief de eventuele vervangingsvraag die gehonoreerd kan worden. Tabel 11: Programma bedrijventerreinen Regio Amersfoort per gemeente, periode 2031 t/m 2040 in hectares netto uitgeefbaar Gemeente

Locatie

Amersfoort

Vathorst/Bovenduist

Regio Amersfoort Bandbreedte Kader

-

Binnenstedelij k 0

Uitleg

Totaal

Toelichting

2

2

0

2

2

Nieuw geprogrammeerd 9 ha., waarvan 7 ha. tot 2030 en 2 ha. na 2030 -

-

-

21 - 25

-

We zien daarnaast mogelijke meerwaarde in de ontwikkeling van een of meer bedrijventerrein met een regionale functie (indicatie >20 ha.) op termijn, om te voorzien in de ruimtebehoefte van regionale en hogere milieucategorie (MHC) bedrijvigheid. Realisatie daarvan is echter niet op korte termijn mogelijk. Daarom verkennen gemeenten ten behoeve van een volgende actualisatie of het mogelijk is omeen regionaal bedrijventerrein toe te voegen aan het regionaal programma. Daar hoort ook een beeld bij over de definitie van een regionaal bedrijventerrein en de manier waarop een dergelijk terrein georganiseerd wordt en met welke

18 van 27

financiële kaders een dergelijk terrein functioneert. In de binnenkort op te stellen bedrijventerreinenstrategie is een regionaal bedrijventerrein onderwerp van gesprek. Aanvullend hebben gemeenten aangegeven ideeën en plannen te hebben voor nieuw bedrijventerrein. Over deze (potentiële) plancapaciteit moet nog nadere besluitvorming plaatsvinden. Gemeenten en provincie maken gezamenlijk keuzes en afweging over de locaties die worden toegevoegd aan het regionaal programma, passend binnen het provinciaal Kader. Voor de Regio Amersfoort gaat het om een totaal areaal aan plancapaciteit van ca. 40 hectare, met voorlopige plannen in de gemeente Bunschoten, Eemnes, Woudenberg (onderdeel maatwerkverkenning), Baarn, Leusden en Soest. De plannen brengen de totale potentiële voorraad op 40 ha. (pijplijn Regionaal Programma) + 19,7 ha. (Realisatie Regionaal Programma) + 12,6 ha uitgeefbaar aanbod. De totale potentiële voorraad komt daarmee op bijna 73 ha. tot en met 2040 (hard en zacht).

3.1.4 Ruimtegebruik, intensivering en vervanging Het is onze intentie om de behoefte aan bedrijventerrein in eerste instantie te faciliteren op de bestaande terreinen door benutting van leegstand en door ruimte vrij te maken door middel van intensivering. Om deze ruimtewinst te behalen werken de gemeenten en de provincie samen in pilots en de gemeenten kunnen bij concrete plannen een beroep doen op de OMU voor ondersteuning bij projecten en beschikbare fondsen. Het ruimtelijk beleid is ook niet statisch; bedrijfsdynamiek, intensiveringen, benodigde schuifruimte, vervangingsvraag uit transformaties en nieuw uitgegeven kavels zorgen ervoor dat het zeer dynamisch is. Jaarlijks wordt daarom gemonitord hoe de feitelijke ontwikkelingen zich verhouden tot de uitgangspunten van het programma. Onderkend wordt dat de sturingsmiddelen en de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten beperkt zijn. In onderstaand overzicht staan de beoogde pilotlocaties. OMU heeft inmiddels met de meeste gemeenten gesprekken gevoerd over de kansen voor intensivering. De provincie ondersteunt door middel van OMU gemeenten, uitgaande van een gezamenlijke inzet. Provincie en gemeenten monitoren hoe de intensivering in de komende vijf jaar gaat verlopen en of de in het provinciaal kader genoemde ruimtewinst haalbaar blijkt of moet worden bijgesteld.

Daarnaast streven we ernaar om voor alle bedrijventerreinen in de regio belemmeringen voor intensiever ruimtegebruik in het bestemmingsplan weg te nemen. Tabel 12: pilotterreinen voor verkenning van de ambitie voor intensivering van het ruimtegebruik Gemeente

Bedrijventerrein

Type

Status

Amersfoort

De Hoef-Oost

Functioneel-grootschalig

Verkenning

Amersfoort

Isselt

Grootstedelijke werklocatie

Verkenning

Leusden

Ambachtsweg

Verkenning

Baarn

Noordschil

Functioneel-klein/ middelgroot Functioneel-klein/ middelgroot

In uitvoering

19 van 27

Woudenberg

Parallelweg-Oost

Functioneel-klein/ middelgroot

In uitvoering

Bron: inventarisatie gemeenten, 2022

Regio Amersfoort en provincie werken samen in het streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en onderschrijven de ambitie ten aanzien van intensivering van bedrijventerreinen. In het provinciaal Kader staat een streefwaarde van 20 tot 30% ruimtewinst op de uitbreidingsbehoefte. De regio inventariseert de terreinen die voor intensivering en ruimtewinst in aanmerking komen en neemt dit mee in haar bedrijvenerreinenstrategie. Intensiveren en schuifruimte Om de intensiveringspotentie te verzilveren is ook schuifruimte nodig. In principe zit deze schuifruimte in de bedrijventerreinenprognose verwerkt. Deze gaat namelijk uit van een frictieleegstand van 5%. De frictieleegstand is bedoeld om normale verhuisbewegingen in de bedrijfsruimtemarkt mogelijk te maken. Op het moment is de leegstand in bedrijfsruimtekavels lager dan de frictieleegstand. Dat betekent dat bedrijven in geval van uitplaatsing en op nieuw beginnen weinig keuze hebben in hoe en waar men zich kan vestigen. Dit maakt het extra belangrijk om in de omgeving van te intensiveren terreinen ook enige uitbreidingsruimte te hebben zodat men op de nieuwe locatie intensiever kan bouwen en dat tegelijkertijd op het achterliggende perceel ook weer intensief gebouwd moet gaan worden. Zo slaan we als regio twee vliegen in één klap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457027/2