CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

CS 1163145 bijlage Speelbeleid 2022-2026 concept

Commissie Ruimte 13 oktober 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: CS 1163145 Speelbeleid 2022-202610.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

technische eisen speeltoestellen, valondergronden, veiligheidszone etc.) • De speeltuin integreren in een klimaatadaptieve, groene ruimte • De speeltuin is 5000m2 excl. Groen

24

Richtijnen inrichting buurttrapvelden • Doelgroep: tot 12 jaar • Bereik: 300 m • Min. formaat 5 x 7 m (Pannaveld) max. 10 x 20 m • Veld van natuurgras • Doeltjes minikooi 1.20x0.90m (bxh) daar waar de situatie het toelaat kunnen de doelen groter. • Daar waar nodig ballenvangers achter doel (alleen ter afscherming van water, openbare weg of evt. tuinen) • Minimale afstand tot de woningen 12-20 meter Richtijnen inrichting bovenwijkse trapvelden • Doelgroep: 12 jaar en ouder • Bereik: 800 m • Randvoorwaarden: Min. formaat 20 x 30 m • Veld van kunstgras of verhard. • Ballenvangers tot 4,00 m hoogte • Zijkanten tot 1,20 m hoogte met min. één sluis. • Doelen circa 3x2m (bxh) • In combinatie met andere speelmogelijkheden of andere voorzieningen • overkapte zitbank met papierbak, paal verboden voor honden en tegel rookvrije zone • Minimale afstand tot de woningen 30-35 meter. Bij nieuwe in- of uitbreidingsplannen wordt getoetst of het noodzakelijk is om een van bovenstaande type speeltuinen en of trapvoorziening in te passen. Locaties niet aangewezen als trapveld Bij klachten van omwonenden over overlast van voetballende jeugd, op locaties die niet als trapveld aangewezen zijn, worden gepaste inrichtingsmaatregelen genomen die voetballen ontmoedigd.

Te denken valt aan bijvoorbeeld omvorming van gras naar beplanting, verplaatsing speeltoestellen, aanplant van bomen of het plaatsen van een bord dat het niet toegestaan is om op deze locatie te voetballen. De toepassing en invulling van deze eventuele maatregelen wordt gemandateerd aan de betreffende ambtenaar. De bewoners worden doormiddel van een brief geïnformeerd. Inspraak is niet nodig, omdat de functie niet wijzigt. Omdat de functie niet wijzigt is hieromtrent geen inspraak nodig. De inspraak is wel mogelijk op het gebied van de inrichting. Valondergronden De valondergronden bestaan hoofdzakelijk uit gras, valzand, boomschors, rubbertegels en veiligheidsgras. Vanuit het verduurzamen en klimaatadaptief inrichten van de speeltuinen is een natuurlijke ondergrond wenselijk, voor wateropname en verminderen van hitte. Speeltoestellen tot een valhoogte van 150 cm mogen op gras staan. Bij een hogere valhoogte kan gekozen worden voor valzand, boomschors, rubbertegels en veiligheidsgras. Bij speeltoestellen geschikt voor het samenspelen moet de valondergrond niet ten koste gaan van de toegankelijkheid. Onderhoud Bewoners van onze gemeente houden van ‘schoon’ en men ziet dit ook graag terug in de openbare ruimte. Het onderhoudsniveau van het groen in de wijken is op onderhoudsniveau B. De speel- en sportvoorzieningen worden op hetzelfde niveau onderhouden.

Het onderhoud aan beplanting bij de speel- en sportvoorzieningen worden in de reguliere groenonderhoud rondes meegenomen. Jaarlijks wordt een deel van de speeltoestellen schoon gemaakt. Structureel worden de valondergronden periodiek schoongemaakt en aangevuld. Wanneer er bij de speel- of sportvoorzieningen of bijbehorend meubilair beschadigingen zijn worden deze beoordeeld of dit gerepareerd moet worden. Als het door langere levertijden van onderdelen niet mogelijk is om op een korte termijn de gebreken op te lossen, wordt de betreffende speel- of sportvoorziening buiten gebruik gesteld.

Levensduur verlengend onderhoud Wanneer een speel- of sportlocatie opnieuw wordt ingericht wordt bekeken welke toestellen nog opnieuw gebruikt kunnen worden. Speeltoestellen hebben een afschrijftermijn tussen de 10 en 15 jaar, 12 jaar gemiddeld. Toch gaan de meeste speeltoestellen langer mee, waardoor het mogelijk is om de levensduur een aantal jaar te verlengen door het toestel op te knappen of losse onderdelen te vervangen. Hiermee wordt de levensduur vergroot. Voor valondergronden geldt wel dat bekeken moet worden om geen grote uitgaven te doen om zo mogelijk kapitaalvernietiging te voorkomen. Aandachtspunten voor levensduur verlengend onderhoud: - Vooraf speeltoestellen inspecteren; - Houten speeltoestellen gaan minder lang mee dan bijv. staal, let op rotting. Levensduur kan verlengd worden door bijv. een lazuur behandeling te geven; - Stalen/metalen toestellen controleren op metaalmoeheid en lasverbindingen. Het schilderen van een toestel kan het toestel weer een upgrade geven; - Levensduur alleen verlengen als het speeltoestel minimaal 5 jaar nog meegaat; - Valondergronden na ca. 10 jaar controleren op voldoende demping doormiddel van uitvoering HICmeting. - Beperkt investeren in valondergrond als levensduur verlengend onderhoud wordt uitgevoerd bij speeltoestellen met een valondergrond van rubbertegels of Veiligheids(kunst)gras.

Veiligheid speel- en sportvoorzieningen Speeltoestellen moeten veilig zijn. De veiligheidseisen voor de speeltoestellen en de valondergronden zijn beschreven in het warenwetbesluit attractie en speeltoestellen (WAS) en in de normen NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177. In Bunschoten wordt al volgens deze eisen gewerkt. Volgens de warenwetbesluit attractie en speeltoestellen is de eigenaar van een speeltoestel verplicht om per speeltoestel een logboek bij te houden. (artikel 14 en bijlage III van het WAS). Als gemeente voldoen we hieraan. De speeltoestellen in de gemeente worden 1 keer per kwartaal geïnspecteerd door de eigen dienst van de gemeente. Tevens wordt 1 keer per jaar een inspectie gedaan door een extern bedrijf. Op deze wijze kunnen we de inspectie zuiver houden. Bewoners houden in de praktijk ook de kwaliteit van de toestellen in de gaten en geven eventuele gebreken door via Fixi. Particuliere speel- of zelfbouwtoestellen Particuliere speeltoestellen van bewoners of zelfbouwtoestellen voldoen niet aan de WAS en mogen daarom ook niet in de openbare ruimte worden geplaatst. Wanneer dit wel wordt geconstateerd zal de coördinator buitendienst van de gemeente contact opnemen met de verantwoordelijke bewoners om het speel- of zelfbouwtoestel te verwijderen. Wanneer hier geen gehoor aan gegeven wordt, zal de gemeente overgaan tot het verwijderen van het speel- of zelfbouwtoestel.

Vervanging van speelvoorzieningen Een gemiddeld speeltoestel met zijn veiligheidsondergrond almede een trapveld gaat 10- 15 jaar mee. Wij stellen voor om alle speelattributen in de gemeente een afschrijvingstermijn te geven van 12 jaar. Na 12 jaar wordt er gekeken of het toestel aan vervanging toe is. Hier is dan ook geld voor gereserveerd. Is het toestel nog niet aan vervanging toe, dan wordt het nog niet vervangen. Sociale veiligheid Met de inrichting van een speel- of sportlocatie worden zoveel mogelijk rekening gehouden dat deze zo ingericht worden voor een prettig verblijf voor kinderen en ouders. Het kan voorkomen dat naarmate een speel- of sportvoorziening dichter bij woningen staan, overlast kan ontstaan door bijvoorbeeld hangjeugd. Naar mate de overlast toeneemt kan hiervoor de BOA ingeschakeld worden. Wanneer een herinrichting of vervanging van speel- of sportvoorzieningen gaat plaatsvinden, zal contact opgenomen worden met de BOA en afdeling veiligheid, voor eventuele aandachtspunten voor de betreffende locaties. De Boei sociaal werk Bunschoten kan ingezet worden om het gesprek aan te gaan met deze jongeren om zo mogelijke hangplekken bij speel- en sportvoorzieningen te verminderen.

26

Toegankelijkheid Om de toegankelijkheid en het samenspelen te bevorderen zijn een 14 locaties aangewezen als samenspeelplek. Per locatie wordt geïnventariseerd wat er nodig is om de speeltuin ‘inclusief’ te maken. Hiervoor worden de bewoners bij betrokken of de inwoners met een beperking. Het goed bereikbaar en begaanbaar maken van een locatie en het bieden van uitdaging in de vorm van speelaanleidingen kan al een uitkomst zijn. Om het samenspelen van een speeltuin te verbeteren kunnen speciale speeltoestellen worden geplaatst die het samenspel tussen kinderen met en zonder een beperking bevorderen. Voorbeelden zijn een vogelnestschommel of een rolstoel-draaitoestel. Wanneer een toestel al aanwezig is kan een passende valondergrond toegepast worden. Het streven is om de 100-70-50-regel van de speeltuinbende te hanteren, maar is geen harde eis. Het gaat hierbij om 100% welkom, 70% van de speelaanleidingen is bereikbaar voor iedereen en 50% van de speelaanleidingen is bespeelbaar voor ieder kind. Wanneer er vanuit de bewoners aanleiding is om een locatie anders dan de voorgeschreven locaties toegankelijker te maken voor inwoners met een handicap, kan hier rekening mee gehouden worden.

Als de herinrichting nog niet aan de orde is, maar er wel behoefte is aan meer toegankelijkheid, wordt samen met bewoners nagedacht over een passende oplossing op de betreffende locatie of elders in de buurt. Bewonersinitiatieven Bewonersinitiatieven op het gebied van spelen en sport zijn altijd welkom. Wanneer ondersteuning vanuit de gemeente nodig is, zal dit mogelijk zijn. Belangrijk aspect hierbij is wel dat er draagvlak vanuit de buurt moet zijn. Het doel van de initiatieven is om een aanvulling of een bestaande voorziening op te waarderen. Speel- of sportvoorzieningen waar de afgelopen jaren een herinrichting of vervanging van speeltoestellen heeft plaatsgevonden komen hiervoor niet in aanmerking. Nadat een initiatief is afgrond, is het niet meer mogelijk om een nieuw initiatief te starten voor dezelfde locatie. Voor initiatieven vanuit de jeugd kan De Boei sociaal werk Bunschoten ondersteunen om initiatieven aan te dragen. Vanuit de kinderburgemeester of kindergemeenteraad kunnen initiatieven of wensen van kinderen aangedragen worden. Participatie De gemeente betrekt bewoners wanneer een speel- of sportvoorziening wordt ingericht. Dit wordt standaard gedaan, tenzij het om een vervanging gaat van een enkel speeltoestel.

Directe omwonenden en eventueel de kinderburgemeester met ondersteuning van de kindergemeenteraad worden uitgenodigd om mee te denken over de invulling van de speel- of sportvoorziening. De aanpak van participatie kan per locatie, doelgroep en grote van de speel- of sportvoorziening verschillen.

27

Bijlage 2 Visiekaart

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10588339/1