CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij handreiking, TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan.pdf

Commissie Ruimte 17 januari 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden14.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

g. de dakhelling bedraagt ten minste 35° en ten hoogste 55°, met dien verstande dat een woning over ten hoogste 25% van de oppervlakte plat mag worden afgedekt, of, indien een mansarde-kap of een daarvan afgeleide kapvorm wordt gebouwd, mag de dakhelling niet minder dan 20º en niet meer dan 80º zijn. 12.8

Bouwactiviteit - aan-, uit- en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen mogen uitsluitend 5 m achter de voorgevelrooilijn worden gerealiseerd; b. de diepte van de oorspronkelijke woning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, mag over één laag met kap tot een diepte van ten hoogste 12 m worden vergroot, met dien verstande dat het bepaalde in 6.5, alsmede in 12.8, sub e. onverminderd van kracht blijft; c. aansluitend aan de achtergevel van de woning dient te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 6 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen als bedoeld in 12.9, sub a. mag niet meer dan 85 m² bedragen waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, die zich aan de achterzijde van de woning bevindt tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt; 2. het maximum bebouwd oppervlakte als bedoeld in 12.7 onder b ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' in acht wordt genomen; e.

de bij een woning behorende gronden waarop aan-, uit- en bijgebouwen zijn toegestaan mogen voor ten hoogste 50% worden bebouwd, of indien het bestaande percentage meer bedraagt dan 50% dan mag het bestaande percentage worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de oorspronkelijke woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 12 m daarbij niet worden meegerekend; f. de goothoogte van een aan- en uitbouw mag niet meer dan de bouwhoogte van de begane grondlaag waaraan wordt gebouwd; g. de goothoogte van een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m; h. de afstand van aan-, uit- en bijgebouwen bedraagt ten minste 2 m tot een locatie die is aangewezen als 'Water'. 12.9

Bouwactiviteit - andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van aan- en uit- en bijgebouwen als bedoeld in 12.8 sub d, mag niet meer dan 85 m² bedragen, waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die zich aan de achterzijde van de woning bevinden, tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn, voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt, 2. het maximum bebouwd oppervlakte als bedoeld in 12.7 onder b ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' in acht wordt genomen; b. de bouwhoogte van pergola's en overkappingen met een open constructie ten hoogste 3 m bedraagt; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken, geen vlaggenmasten zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.

30 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

12.10

Bouwactiviteit - afwijken beoordelingsregels

12.10.1 Hoofdgebouwen - algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van: 1.

2. 3. 4. 5.

6.

het bepaalde in 12.7, sub a ten behoeve van het uitbreiden van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de diepte van de woning niet meer dan 12 m bedraagt, b. aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 1 m aan de niet aaneen gebouwde zijde bedraagt; d. er geen onderlinge verschillen mogen ontstaan tussen de diepte van aaneengebouwde woningen, e. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 12.7, sub b ten behoeve van het bouwen van de voorgevel op ten hoogste 2 m achter de voorgevelrooilijn; het bepaalde in 12.7, sub c ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande goothoogte; het bepaalde in 12.7, sub d ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande bouwhoogte; het bepaalde in 12.8, sub b ten behoeve van het vergroten van de diepte van de woning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, over één laag met kap tot ten hoogste 18 m, met dien verstande dat: a.

aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, b. de bij een woning behorende gronden waarop aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan voor ten hoogste 50% mogen worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 18 m achter de voorgevelrooilijn daarbij niet worden meegerekend, c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen, niet meer dan 85 m² mag bedragen, waarbij geldt dat: de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen die zich aan de achterzijde van de woning bevindt tot een diepte van ten hoogste 18 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt, het maximum bebouwd oppervlakte als bedoeld in 12.7 onder b ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' in acht wordt genomen, d. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 12.8, sub c ten behoeve van een bredere aan- en uitbouw, voor zover het percentage als gegeven in 12.8, sub e niet wordt overschreden.

Bij afwijking van de beoordelingsregels als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde - Cultuurhistorie in acht genomen.

12.10.2 Gotere goothoogte Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 12.8 sub f indien: a. de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 2 m bedraagt; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; c. de aan- en uitbouwen qua uiterlijke verschijning ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw, waarbij bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

de goothoogte van de aan- en uitbouwen ten minste 0,5 m lager is dan de goothoogte van het hoofdgebouw. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

12.10.3 Bouwbeleid grote percelen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 12.8 sub d en 12.9 sub a, ten behoeve van bouwpercelen met een minimale oppervlakte van 1.000 m², voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen tot een oppervlakte van 10% van het bouwperceel met een maximum van 150 m². Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

12.10.4 Dakterrassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 12.8 sub f ten behoeve van de bouw van dakterrassen op aan- en uitbouwen naast of achter de woning, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balkonafscheiding niet meer bedraagt dan 1,2 m boven de maximale goothoogte van de aan- en uitbouw en er bovendien geen onevenredige inbreuk wordt gedaan op de privacy van omwonenden. Dakterrassen die bij het in ontwerp ter visie leggen van het bestemmingsplan Centrale As met nummer NL.IMRO.0313.Centraleas0100-0302 reeds bestonden, worden geacht te passen binnen de regels van dit plan en behoeven daarom geen omgevingsvergunning als hier bedoeld. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

32 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Hoofdstuk 3 Artikel 13

Algemene regels over functies

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 33

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 14 14.1

Afwijken van beoordelingsregels

Meetverschillen

In afwijking van de beoordelingsregels zoals deze zijn opgenomen in dit plan kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ook verlenen voor zover: a. de afwijking noodzakelijk is voor een goede uitvoering van het plan; men b. de afwijking ten hoogste 1,00 m bedraagt. 14.2

10%-regeling

In afwijking van de beoordelingsregels zoals deze zijn opgenomen in dit plan kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ook verlenen voor zover: a. de afwijking betrekking heeft op een vermeerdering van de voorgeschreven maten en percentages, alsmede de inhoud en de oppervlakte van de bouwwerken; en b. de vermeerdering niet meer dan 10% bedraagt.

34 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 15 15.1

Omgevingsplanactiviteit - bouwen

Nutsvoorziening

15.1.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning in afwijking van de regels in dit plan, een nutsvoorziening te bouwen.

15.1.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van het nutsgebouw bedraagt niet meer dan 3,5 m; b. de oppervlakte van nutsgebouw bedraagt niet meer dan 50 m²; en c. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners en omwonenden. 15.1.3 Indieningsvereisten De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels.

15.1.4 Vergunningvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 15.1.2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 35

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 16 16.1

Omgevingsplanactiviteit - gebruiken

Huisvesting van meer dan 4 personen in een woning

16.1.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden met meer dan vier personen.

16.1.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: d. het aantal personen voor huisvesting buiten het verband van een huishouden bedraagt per woning niet meer dan 6; e. binnen een straal van 50 meter (hemelsbreed gemeten vanaf de hoofdtoegang van de betreffende woning/woongebouw), mag geen andere woning zijn gelegen, waarin al meer dan 4 personen zijn of mogen worden gehuisvest buiten het verband van een huishouden; f. de in de woning beschikbare gebruiksoppervlakte dient bij 1 extra persoon minimaal 120 m² en bij twee extra personen minimaal 160 m² per woning te bedragen; g. er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd op eigen terrein waarbij een parkeernorm geldt van 1 parkeerplaats extra ten opzichte van de situatie dat de woning werd opgeleverd (of het nu gaat om 1 dan wel 2 extra personen boven het rechtstreeks toegestane maximum aantal van 4 personen); h. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners en omwonenden.

16.1.3 Indieningsvereisten De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels.

16.1.4 Vergunningvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 16.1.2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning.

16.1.5 Beleidsregel volgordesysteem afwijkingsbevoegdheid 7. Over het toepassen van de beoordelingsregels als bedoeld in 16.1.2 geldt de beleidsregel "Volgordesysteem afwijkingsbevoegdheid Planregels wonen", zoals door burgemeester en wethouders is vastgesteld op 7 januari 2020. 8. In afwijking van het bepaalde onder a, dient te worden getoetst aan een gewijzigde beleidsregel, indien de beleidsregel, zoals bedoeld onder a, is gewijzigd. 16.2

Mantelzorg

16.2.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor de huisvesting van meer dan 1 huishouden.

36 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

16.2.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting van meer dan 1 huishouden staat in verband met het verlenen van mantelzorg; b. de voorziening in één gebouw, met één hoofdtoegang gerealiseerd dient te worden en er intern een doorgang aanwezig dient te zijn, waarbij de eventuele aanbouw/uitbreiding qua uitstraling ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; c. in het geval de zorg-relatie is beëindigd, de voorziening binnen een redelijke periode dient te worden gebracht in de situatie van bewoning door één huishouden. 16.2.3 Indieningsvereisten De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels.

16.2.4 Vergunningvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 16.2.2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 37

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Hoofdstuk 4 objecten Artikel 17 17.1

Regels ter bescherming van waarden en

Waarde - Archeologie 3

Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.

17.2

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen als Waarde - Archeologie 3.

17.3

Functieomschrijving

Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 3 heeft mede als functie het beschermen van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden.

17.4

Bouwactiviteit

17.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan worden naast de gegevens en bescheiden zoals genoemd in 22.35 van dit omgevingsplan, een rapport te worden overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

17.4.2 Aanvullende beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die bouwactiviteiten, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

17.4.3 Aanvullende vergunningvoorschriften In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan, de volgende verplichtingen worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 17.5

Aanlegactiviteit

17.5.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; 38 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

b. c. d. e.

het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder peil; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het ophogen en egaliseren van gronden.

17.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 17.5.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten: a. die een oppervlakte beslaan van minder dan 100 m²; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden verricht; c. die in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden verricht, mits verricht door een ter zake deskundige; d. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van dit artikel. 17.5.3 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om omgevingsvergunning worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de te gebruiken materialen; c. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

17.5.4 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die aanlegactiviteiten, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 39

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 18

18.1

Waarde - Cultuurhistorie

Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.

18.2

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen als Waarde - Cultuurhistorie.

18.3

Functieomschrijving

Een locatie die is aangewezen als Waarde - Cultuurhistorie heeft mede als functie het het behoud, de versterking en ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden.

Objecten met cultuurhistorische en ruimtelijke waarden zijn aangegeven op de bij deze regels behorende bijlage '3' en nader aangeduid als: a. b. c. d.

'rijksmonument' (paars); 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 'beeldbepalend' (oranje); 'beeldondersteunend' (geel).

De onder b ('dominant/ gemeentelijk monument' (rood)) en c ('beeldbepalend' (oranje)) genoemde panden hebben de status van gemeentelijk beschermd monument ingevolge de erfgoedverordening: rode panden in de zin van artikel 1, lid a, sub 1a en oranje panden in de zin van artikel 1, lid a, sub 1b, waarbij geldt dat rode panden totdat de aanwijzing ingevolge artikel 3 van de erfgoedverordening heeft plaatsgevonden, hetzelfde beschermingsniveau hebben als oranje panden.

18.4

Bouwactiviteit

18.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten 1. Indien het bouwwerkzaamheden betreft die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en die verricht worden aan cultuurhistorisch waardevolle objecten die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' zijn aangeduid als: a. 'dominant/ gemeentelijk monument' (= rood); b. beeldbepalend (= oranje); wordt bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan naast de gegevens en bescheiden zoals genoemd in 22.35 van dit omgevingsplan, op basis van het cultuurhistorisch basisonderzoek en de daarop gebaseerde 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' een dient een cultuur-/bouwhistorisch projectonderzoek te worden overlegd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat voldaan wordt aan het bepaalde in 18.4.2. 2. Indien het geen bouwwerkzaamheden als bedoeld onder 1 betreft, wordt bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van dit omgevingsplan naast de gegevens en bescheiden zoals genoemd in 22.35 van dit omgevingsplan, op basis van het cultuurhistorisch basisonderzoek en de daarop gebaseerde 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' een onderbouwing overlegd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat voldaan wordt aan het bepaalde in 18.4.2.

40 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

18.4.2 Aanvullende beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien de ruimtelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord of vernietigd, met in achtneming van het volgende: a. behoud, onderhoud en versterken gaat voor vernieuwen en ontwikkelen; en b. vernieuwen en ontwikkelen geschiedt vanuit en met respect voor de cultuurhistorische waarden. 18.4.3 Advies over bouwen 1. Indien het bouwwerkzaamheden betreft als bedoeld in 18.4.1 onder 1 dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. 2. Indien het geen bouwwerkzaamheden betreft als bedoeld onder 1 dient de Welstandscommissie om advies te worden gevraagd. 18.4.4 Aanvullende vergunningvoorschriften In het belang van de de versterking en ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden kunnen aan de omgevingsvergunning nadere voorschriften worden verbonden.

18.5

Gebruiksactiviteit

Het is verboden de gronden en of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het cultuurhistorisch en/of ruimtelijk waardevol object wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

18.6

Aanlegactiviteit

18.6.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning aan cultuurhistorisch waardevolle objecten die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' zijn aangeduid als: a. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); b. 'beeldbepalend' (oranje); c. beeldondersteunend (= geel); voor zover zichtbaar vanaf de openbare ruimte, aanlegactiviteiten, niet zijnde bouwen, slopen of regulier onderhoud, uit te voeren.

18.6.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, casu quo worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld. d. over het verzoek om een omgevingsvergunning genoemd voor panden aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); e. dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. f. over het verzoek om een omgevingsvergunning voor panden aangeduid als 'beeldondersteunend (= geel)' dient de Welstandscommissie om advies te worden gevraagd. 18.6.3 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 41

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

a. voor panden aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); dient het gestelde in 18.6.2 genoemd te worden aangetoond met een cultuur-/bouwhistorisch projectonderzoek. b. voor overige panden dient in een onderbouwing te worden aangetoond dat aan het gestelde in 18.6.2 wordt voldaan. 18.6.4 Advies over aanlegactiviteit 1. Indien het panden betreft als bedoeld in 18.6.3 onder a dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd. 2. Indien het panden betreft die zijn aangeduid als 'beeldondersteunend (= geel)' dient de Welstandscommissie om advies te worden gevraagd. 18.7

Sloopactiviteit

18.7.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' zijn aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); 3. 'beeldondersteunend' (geel); geheel of gedeeltelijk te slopen, aantasten of vernietigen.

18.7.2 Uitzondering op de vergunningplicht Het in 18.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerking treden van dit artikel; b. waarvoor ten tijde van het inwerking treden van dit artikel reeds een omgevingsvergunning is verleend. 18.7.3 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien: a. de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, casu quo worden behouden, versterkt en/of ontwikkeld; b. als de aanwezige waarden worden verstoord, dan wel vernietigd: 1. wordt gemotiveerd hoe men vanuit die waarden nieuwe ontwikkelingen realiseert die binnen de karakteristiek als gebleken uit het cultuurhistorische basisonderzoek passen; 2. documentatie plaats vindt van de te slopen waarden; 3. voor bijzondere materiële relicten een duurzaam toekomstperspectief in situ wordt gewaarborgd en indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is ex situ; c. voor zover het bouwwerken betreft die op de 'Cultuurhistorische beleidskaart Centrale As' als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); 3. 'beeldondersteunend' (geel), zijn aangeduid, een omgevingsvergunning is verleend voor een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk.

42 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

18.7.4 Aanvraagvereisten Bij de aanvraag om omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor panden aangeduid als: 1. 'dominant/ gemeentelijk monument' (rood); 2. 'beeldbepalend' (oranje); dient het gestelde in 18.7.3 genoemd te worden aangetoond met een cultuur-/bouwhistorisch onderzoek. b. voor overige panden dient in een onderbouwing te worden aangetoond dat aan het gestelde in 18.7.3 wordt voldaan. 18.7.5 Advies over sloopactiviteit Over het verzoek om omvergunning dient de Monumentencommissie om advies te worden gevraagd.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 43

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 19 19.1

Vrijwaringszone - dijk

Voorrangsregeling

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.

19.2

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen als Vrijwaringszone - dijk.

19.3

Functieomschrijving

Een locatie die is aangewezen als Vrijwaringszone - dijk heeft mede als functie de bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering. 19.4

Bouwactiviteit

19.4.1 Algemeen Het bouwen van bouwwerken is toegestaan indien het bouwwerk ten dienste staat van de in 19.3 genoemde functie.

19.4.2 Aanvullende beoordelingsregel In aanvulling op de overige beoordelingsregels in dit plan, wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26, alleen verleend indien: a. het waterstaatkundige belang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; b. de bij die betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels in acht worden genomen; c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 19.5

Gebruiksactiviteit

Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor de cultuurhistorisch en/of ruimtelijk waarden wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

44 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Hoofdstuk 5 Artikel 20 20.1

Overgangsregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

20.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 20.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 20.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 20.1.1 met maximaal 10 %.

20.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 20.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

20.2

Overgangsrecht gebruik

20.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

20.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

20.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 20.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

20.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13623868/1