CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij handreiking, TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan.pdf

Commissie Ruimte 17 januari 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden14.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten] [De voorliggende regeling betreft een format voor TAM-omgevingsplannen binnen de gemeente Bunschoten. Dit format heeft geen enkele juridische werking. Ook kunnen er geen rechten aan de regels in dit format worden ontleend. Het opstellen van een TAM-omgevingsplan en de formulering van de regels alsmede de in de regels op te nemen voorwaarden en verplichtingen zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval en moeten worden afgestemd met de gemeente. Dit geldt met name voor afwijkingen en aanvullingen op dit format] [Het format bevat niet alle functies en regelingen zoals die in de gemeente Bunschoten worden gehanteerd. Het format dient daarbij als voorbeeld voor de wijze van regeling van andere functies. In de bijlage bij dit format is een overzicht opgenomen van de regelingen uit bestemmingsplannen die als standaard voor Bunschoten worden gezien.]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meten en rekenen

4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Specifieke regels over functies Groen - 1 Groen - 2 Tuin Verkeer Verkeer en verblijfsgebied Water Wonen - Aaneengesloten Wonen - Twee aaneengesloten Wonen - Vrijstaand

7 7 9 11 13 15 16 18 23 28

Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Algemene regels over functies Anti-dubbeltelregel Afwijken van beoordelingsregels Omgevingsplanactiviteit - bouwen Omgevingsplanactiviteit - gebruiken

33 33 34 35 36

Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19

Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologie 3 Waarde - Cultuurhistorie Vrijwaringszone - dijk

38 38 40 44

Hoofdstuk 5 Artikel 20

Overgangsregels Overgangsrecht

45 45

2 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Regels

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Hoofdstuk 1 Artikel 1

1.1

Inleidende bepalingen

Toepassingsbereik

Omgevingsplan Bunschoten

Dit plan wijzigt het omgevingsplan Bunschoten in die zin dat na hoofdstuk 22, [een hoofdstuk 22a] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als afdelingen van [hoofdstuk 22a] van het omgevingsplan Bunschoten. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a.] gelezen worden.

1.2

Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.

1.3

Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

1.4

Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten], waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000-CO01 .

4 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 2

2.1

Begrippen

Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan.

2.2

Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met [xxx] gehanteerd.

2.3

Plan

Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten] met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000-0000 van de gemeente Bunschoten.

2.4

TAM-omgevingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.5

Locatievlak

een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

etc.

[hieronder komen de begrippen die relevant zijn voor dit TAM-omgevingsplan en die niet al in de wet- en regelgeving zoals genoemd in 2.1 staan. Voor standaardbegrippen die in de gemeente Bunschoten worden gehanteerd zie het document in de bijlage bij dit format.]

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 3 3.1

Meten en rekenen

Meetbepalingen

In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24, gelden de volgende meetbepalingen: 3.2

dakhelling

angs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.3

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.4

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.5

Inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.7

oppervlakte van een ondergronds bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren , verticaal geprojecteerd op het onderliggende horizontale vlak. 3.8

onderlinge afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling en ook afstanden van bouwwerken tot erfscheidingen worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn. 3.9

ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 3.10

Zichtbaar vanaf de openbare ruimte

Vergunningsplichtig daar waar het zichtbaar is vanaf de openbare (of publieke) ruimte houdt in vanaf een oogpunt van 1,60 meter hoogte, staande op welke plaats dan ook in de publieke ruimte. Dat wat zichtbaar is, is vergunningsplichtig in de context van de gehele gevel.

6 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Specifieke regels over functies

Groen - 1

[Dit is een standaardregeling voor het hoofdgroen]

4.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen - 1.

4.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen - 1 heeft de volgende functies: a. b. c. d.

groen-, water- en speelvoorzieningen; ondergrondse nutsvoorzieningen (zoals ondergrondse afvalinzameling); inritten, wandel en fietspaden; alleen ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek': een jongerenontmoetingsplek.

4.3

Gebruiksactiviteiten - verboden

4.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden.

4.4

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

4.4.1

Parkeervoorzieningen

1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning parkeervoorzieningen te realiseren. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien wordt aangetoond dat er in de omgeving onvoldoende parkeervoorzieningen aanwezig zijn. 3. De aanvrager verstrekt bij zijn aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van het bepaalde onder 2. 4.4.2

Gebruik ten behoeve van de woonfunctie en/of tuinfunctie

1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken ten behoeve van de woonfunctie en/of tuinfunctie. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien: a. als de gronden grenzen aan een locatie die is aangewezen als tuin, er voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 6 Tuin; b. als de gronden grenzen aan de bestemmingen Wonen - Aaneengesloten, Wonen - Gestapeld, Wonen - Twee aaneengesloten of Wonen - Vrijstaand, er voldaan wordt aan het bepaalde in respectievelijk Artikel 10 Wonen - Aaneengesloten [etc] c. voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3. De aanvrager verstrekt bij zijn aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van het bepaalde onder 2.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

4.5

Bouwactiviteit- algemeen

4.5.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 4.2; 4.6

Bouwactiviteit - gebouwen

1. Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek'. 2. De bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek' mag niet meer bedragen dan 5 m. 4.7

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen en beeldende kunst mag niet meer dan 5 m bedragen; b. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 10 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2,5 m. 4.8

Bouwactiviteit - ondergeschikte bouwdelen

Ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, terrassen en dergelijke mogen niet meer dan 2 m uitsteken boven de locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel water. De vrije ruimte tussen deze bouwdelen en het waterpeil dient groter of gelijk te zijn aan 1,5 m.

8 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 5

Groen - 2

[Dit is een standaardregeling voor het wijkgroen]

5.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen - 2.

5.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen - 2 heeft de volgende functies: a. b. c. d.

groen-, water- en speelvoorzieningen; ondergrondse nutsvoorzieningen (zoals ondergrondse afvalinzameling), inritten, wandel- en fietspaden; parkeervoorzieningen.

5.3

Gebruiksactiviteiten - verboden

5.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden.

5.4

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

5.4.1

Gebruik ten behoeve van de woonfunctie en/of tuinfunctie

1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken ten behoeve van de woonfunctie en/of tuinfunctie. 2. De omgevingsvergunning bedoeld onder 1 wordt alleen verleend indien: a. als de gronden grenzen aan een locatie die is aangewezen als tuin, er voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 6 Tuin; b. als de gronden grenzen aan de bestemmingen Wonen - Aaneengesloten, Wonen - Gestapeld, Wonen - Twee aaneengesloten of Wonen - Vrijstaand, er voldaan wordt aan het bepaalde in respectievelijk c. voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3. De aanvrager verstrekt bij zijn aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van het bepaalde onder 2. 5.5

Bouwactiviteiten- algemeen

5.5.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 5.2; 5.6

Bouwactiviteit - gebouwen

Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

5.7

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 10 m boven het waterpeil; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m boven het waterpeil. 5.8

Bouwactiviteit - ondergeschikte bouwdelen

Ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, terrassen en dergelijke mogen niet meer dan 2 m uitsteken boven de locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel water. De vrije ruimte tussen deze bouwdelen en het waterpeil dient groter of gelijk te zijn aan 1,5 m.

10 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 6

6.1

Tuin

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin.

6.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin heeft de volgende functies: a. tuinen behorende bij de op de bijbehorende gronden gelegen woningen; b. in- en uitritten; en c. ondergrondse nutsvoorzieningen. 6.3

Gebruiksactiviteiten - verboden

6.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 6.2 genoemde functies van de gronden.

6.4

Bouwactiviteiten- algemeen

6.4.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 6.2; 6.5

Bouwactiviteit - gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. erkers over maximaal tweederde van de gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m en er minimaal een 2 m diepe tuin overblijft, met dien verstande dat de afstand van een aangebouwde hoekerker ten minste: 1. 2,5 m tot de onderlinge zijdelingse perceelsgrens bedraagt; 2. 1 m tot de grens van de locaties die zijn aangewezen voor het gebruiksdoel 'Verkeer Verblijfsgebied', 'Groen - 1' en 'Groen - 2' bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde onder a. geldt dat erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen met een grotere overschrijding, die op het moment van inwerking treding van dit artikel reeds bestonden, zijn toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' is het oprichten van aanbouwen, bijgebouwen en carports toegestaan, met dien verstande dat per woning over ten hoogste 50% van de breedte van de woning een aan-of uitbouw of een bijgebouw mag worden gebouwd en over de resterende breedte van de woning een overkapping mag worden gebouwd; d. op de gronden welke grenzen aan de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' is het bouwen van bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van het bouwwerk niet meer mag bedragen dan 6 m2; 2.

de bouwhoogte van het bouwwerk niet meer mag bedragen dan 2,5 m; 3. het bouwwerk aan een bijbebouw, aan- of uitbouw, niet zijnde een caport, dient te worden aangebouwd; 4. de afstand tot de grens van de locaties die zijn aangewezen voor het gebruiksdoel 'Verkeer Verblijfsgebied', 'Groen - 1' en 'Groen - 2' ten minste 1 m bedraagt; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

e. de bouwhoogte van de onder a en c genoemde bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m. 6.6

Bouwactiviteit - andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen die een verbinding vormen tussen woningen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 2 m; b. overkappingen mogen, met uitzondering van het bepaalde in lid 6.5 onder c, slechts worden gerealiseerd achter de voorgevelrooilijn, met een bouwhoogte van maximaal 3 m.

12 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 7

7.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer.

7.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer heeft de volgende functies: a. autosnelwegen met gescheiden rijstroken, op- en afritten en bermen; b. doorgaande gebiedsontsluitingswegen met bijbehorende parkeerstroken, opstelstroken, fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten; c. lokale stroomwegen, met bijbehorende fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten; d. alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing': voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten van het naastgelegen bedrijf met de functie 'Bedrijf'. 7.3

Gebruiksactiviteit - verboden

7.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde functies van de gronden.

7.3.2

Stand- of ligplaats van onderkomens

Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als stand- of ligplaats van onderkomens;

7.3.3

Opslag-, stort of bergplaats

Het isin ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 7.2 genoemde functies.

7.4

Bouwactiviteit- algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 7.2; 7.5

Bouwactiviteit - gebouwen

Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

7.6

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van viaducten en soortgelijke kunstwerken mag niet meer bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

7.7

Bouwactiviteit - overig

7.7.1

Overbouwing

De vrije hoogte onder de traverse ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding overbouwing' bedraagt minimaal 6 meter, gemeten vanaf de kruin van de weg.

14 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 8

8.1

Verkeer en verblijfsgebied

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer en verblijfsgebied.

8.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer en verblijfsgebied heeft de volgende functies: a. verkeers- en verblijfsactiviteiten zoals een standplaats voor ambulante handel, alsmede nutsvoorzieningen, waaronder tevens wordt begrepen ondergrondse opslag van huisvuil en glas en daarmee vergelijkbare afvalstoffen. 8.3

Gebruiksactiviteit - verboden

8.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 8.2 genoemde functies van de gronden.

8.3.2

Stand- of ligplaats van onderkomens

Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als stand- of ligplaats van onderkomens;

8.3.3

Opslag-, stort of bergplaats

Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 8.2 genoemde functies.

8.4

Bouwactiviteit - algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functie genoemd in 8.2; 8.5

Bouwactiviteit - gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van het gebruiksdoel mag maximaal 20 m² bedragen. 8.6

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8,5 m.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 9

Water

[Dit is een standaardregeling, de definitieve invulling is afhankelijk van of er sprake is van beroepsvaart, natuurdoelstellingen en eventuele andere functies van het water ter plekke]

9.1

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het bgebruiksdoel Water.

9.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Water heeft de volgende functies: a. b. c. d.

waterhuishouding, watergangen en waterpartijen; bruggen en andere kunstwerken, met de daarbij behorende oeverstroken en taluds; ontsluitingswegen; ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, terassen en dergelijke.

9.3

Gebruiksactiviteiten - verboden

9.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 9.2 genoemde functies van de gronden.

9.3.2

Stand- of ligplaats van onderkomens

Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als stand- of ligplaats van onderkomens;

9.3.3

Opslag-, stort of bergplaats

Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 9.2 genoemde functies.

9.4

Bouwactiviteiten- algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 9.2; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in 9.7.1 toegestaan. 9.5

Bouwactiviteit - gebouwen

Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

9.6

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 10 m boven het waterpeil; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m 16 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

boven het waterpeil. 9.7

Bouwactiviteit - overig

9.7.1

Ondergeschikte bouwdelen

Ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, terrassen en dergelijke mogen niet meer dan 2 m uitsteken boven de locatie met het gebruiksdoel water. De vrije ruimte tussen deze bouwdelen en het waterpeil dient groter of gelijk te zijn aan 1,5 m.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 10 10.1

Wonen - Aaneengesloten

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen Aaneengesloten.

10.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - Aaneengesloten heeft de volgende functies: a. b. c. d.

wonen; vrij beroep; tuinen en erven; alleen ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': publiekgerichte dienstverlening;

10.3

Gebruiksactiviteit - nadere regels

10.3.1 Vrij beroep Woningen en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen mogen tot ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning en tot een maximum van 40 m² worden aangewend voor de uitoefening van een vrij beroep.

10.4

Gebruiksactiviteit - verboden

10.4.1 Algemeen 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 10.2 genoemde functies van de gronden. 2. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 10.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 10.4.2 Opslag-, stort of bergplaats Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 10.2 genoemde functies.

10.5

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

10.5.1 Beroeps- of bedrijfsactiviteit 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een beroeps- of bedrijfsactiviteit anders dan een vrij beroep, in een woning en daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen uit te oefenen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning met een maximum van 40 m², voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt gebruikt; b. detaiolhandel is alleen toegestaan indien het verkoop betreft van aan huis vervaardigde, vaak ambachtelijke producten die niet concurrerend zijn ten opzichte van de overige detailhandel uitgezonderd vis- en visproducten - onder de voorwaarden dat de vestiging geen onevenredige aantasting van de woonsituatie en de verkeersveiligheid met zich meebrengt en de hoofdfunctie van de woning gehandhaafd blijft; c. horecabedrijven zijn niet toegestaan; 18 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

d. het gebruik zowel naar aard als voor wat betreft de visuele aspecten ervan met het woonkarakter in overeenstemming is; e. het gebruik geen onevenredige parkeerdruk met zich mag meebrengen. f. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners en omwonenden. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 10.5.2 Bed and breakfast 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken ten behoeve van een bed and breakfast. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er mogen maximaal 2 kamers met in totaal maximaal 4 slaapplaatsen van de woning worden gebruikt, tot een maximum van 30% van de vloeroppervlakte van de woning; b. het parkeren van auto's van gasten dient op eigen erf te geschieden; c. de activiteit mag door visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, niet leiden tot een karakterverandering van het perceel dan wel de woning; d. met de vestiging geen onevenredige overlast (niet meer dan 1 gezin kan veroorzaken) wordt veroorzaakt; e.

indien de Bed and breakfast wordt gevestigd in vrijstaande bijgebouwen dient de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw en/of het ensemble behouden te blijven. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 10.6

Bouwactiviteit - algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 10.2; 10.7

Bouwactiviteit - hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: b. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd in de vorm van een aaneengesloten woning, een twee-aaneengesloten woning of een vrijstaande woning; c. de voorgevel van een woning mag uitsluitend worden gebouwd in de voorgevelrooilijn; d. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e. de bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)': f. het aantal eengezinswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal eengezinswoningen, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', dan mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; g. de dakhelling bedraagt ten minste 35° en ten hoogste 55°, met dien verstande dat een woning over ten hoogste 25% van de oppervlakte plat mag worden afgedekt, of, indien een mansarde-kap of een daarvan afgeleide kapvorm wordt gebouwd, mag de dakhelling niet minder dan 20º en niet meer dan 80º zijn; h. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' dienen de woningen te worden afgedekt met een kap, met dien verstande dat: 1.

de nokrichting evenwijdig aan de weg wordt gerealiseerd; 2. de dakhelling niet meer dan 45º bedraagt; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

i.

de afstand tussen twee niet aaneengebouwde woningen binnen een bouwvlak tot de zijdelingse bouwperceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m.

10.8

Bouwactiviteit - aan-, uit- en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen mogen uitsluitend 5 m achter de voorgevelrooilijn worden gerealiseerd; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', in deze zone aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen worden opgericht, met dien verstande dat per eengezinswoning over ten hoogste 50% van de breedte van de eengezinswoning een aan- en uitbouw of een bijgebouw mag worden gebouwd, en over de resterende breedte van de eengezinswoning een overkapping mag worden gebouwd; c. de diepte van de oorspronkelijke eengezinswoning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, mag over één laag met kap tot een diepte van ten hoogste 12 m worden vergroot, met dien verstande dat het bepaalde in 6.5 alsmede sub f onverminderd van kracht blijft; d. aansluitend aan de achtergevel van de woning dient te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 6 m; e.

de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uit- en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen als bedoeld in 10.9 sub a, mag niet meer dan 85 m² bedragen met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, die zich aan de achterzijde van de woning bevindt, tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt; f. de bij een woning behorende gronden waarop aan-, uit- en bijgebouwen zijn toegestaan mogen voor ten hoogste 50% worden bebouwd, of indien het bestaande percentage meer bedraagt dan 50% dan mag het bestaande percentage worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de oorspronkelijke woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 12 m daarbij niet worden meegerekend; g. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de begane grondlaag waaraan wordt gebouwd; h. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m; i. onverminderd het bepaalde onder e. t/m f. mag de oppervlakte, goot- en bouwhoogte van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'opslag' niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte; j.

de afstand van aan-, uit- en bijgebouwen bedraagt ten minste 2 m tot een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Water'. 10.9

Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen als bedoeld in 10.8 sub d, mag niet meer dan 85 m² bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die zich aan de achterzijde van de woning bevindt, tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn, voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt; b. de bouwhoogte van pergola's en overkappingen met een open constructie ten hoogste 3 m bedraagt; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van vlaggenmasten, bedraagt ten hoogste 2 m.

20 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

10.10

Bouwactiviteit - afwijken beoordelingsregels

10.10.1 Hoofdgebouwen - algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van: 1.

2. 3. 4. 5. 6.

7.

het bepaalde in 10.7, sub a ten behoeve van het uitbreiden van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de diepte van de woning niet meer dan 12 m bedraagt, b. aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 m bedraagt, met dien verstande dat de afstand van een aangebouwde hoekerker tot: de zijdelingse perceelsgrens ten minste 2,5 m bedraagt, de de grens van een locatie die is aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied' ten minste 1 m bedraagt, d. er geen onderlinge verschillen mogen ontstaan tussen de diepte van aaneengebouwde woningen, e.

er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 10.7, sub b ten behoeve van het bouwen van de voorgevel op ten hoogste 2 m achter de voorgevelrooilijn; het bepaalde in 10.7, sub c ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande goothoogte; het bepaalde in 10.7, sub d ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande bouwhoogte; het bepaalde in 10.7, sub g ten behoeve van het verkleinen van de afstand tussen twee niet aaneengebouwde woningen binnen een bouwvlak tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tot 1 m; het bepaalde in 10.8, sub b ten behoeve van het vergroten van de diepte van de woning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, over één laag met kap tot ten hoogste 18 m, met dien verstande dat: a. aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, b. de bij een woning behorende gronden waarop aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan voor ten hoogste 50% mogen worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 18 m achter de voorgevelrooilijn daarbij niet worden meegerekend, c.

de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen, niet meer dan 85 m² mag bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen die zich aan de achterzijde van de woning bevindt tot een diepte van ten hoogste 18 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt, d. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 10.8, sub c ten behoeve van een bredere aan- en uitbouw, voor zover het percentage als gegeven in 10.8, sub f niet wordt overschreden.

Bij afwijking van de beoordelingsregels als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde - Cultuurhistorie in acht genomen.

10.10.2 Gotere goothoogte Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 10.8 sub g indien: a. de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 2 m bedraagt; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

b. geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; c. de aan- en uitbouwen qua uiterlijke verschijning ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw, waarbij de goothoogte van de aan- en uitbouwen ten minste 0,5 m lager is dan de goothoogte van het hoofdgebouw. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

10.10.3 Bouwbeleid grote percelen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 10.8 sub d en 10.9 sub a, ten behoeve van bouwpercelen met een minimale oppervlakte van 1.000 m², voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen tot een oppervlakte van 10% van het bouwperceel met een maximum van 150 m². Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

10.10.4 Dakterrassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 10.8 sub f ten behoeve van de bouw van dakterrassen op aan- en uitbouwen naast of achter de woning, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balkonafscheiding niet meer bedraagt dan 1,2 m boven de maximale goothoogte van de aan- en uitbouw en er bovendien geen onevenredige inbreuk wordt gedaan op de privacy van omwonenden. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

22 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 11 11.1

Wonen - Twee aaneengesloten

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - Twee aaneengesloten.

11.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen als Wonen - Twee aaneengesloten heeft de volgende functies: a. b. c. d. e.

wonen; vrij beroep; tuinen en erven; alleen ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': publiekgerichte dienstverlening; alleen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf': bedrijfsactiviteiten op de begane grond in categorie 1 van de als bijlage bij deze regels gevoegde staat van bedrijfsactiviteiten.

11.3

Gebruiksactiviteit - nadere regels

11.3.1 Vrij beroep Woningen en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen mogen tot ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning en tot een maximum van 40 m² worden aangewend voor de uitoefening van een vrij beroep.

11.4

Gebruiksactiviteit - verboden

11.4.1 Algemeen 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 11.2 genoemde functies van de gronden. 2. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 11.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 11.4.2 Opslag-, stort of bergplaats Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 11.2 genoemde functies.

11.5

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

11.5.1 Beroeps- of bedrijfsactiviteit 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een beroeps- of bedrijfsactiviteit anders dan een vrij beroep, in een woning en daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen uit te oefenen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning met een maximum van 40 m², voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt gebruikt; b. voor detailhandel slechts omgevingsvergunning wordt verleend, indien het verkoop betreft van aan huis vervaardigde, vaak ambachtelijke producten die niet concurrerend zijn ten opzichte van de overige detailhandel - uitgezonderd vis- en visproducten - onder de voorwaarden dat de bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

vestiging geen onevenredige aantasting van de woonsituatie en de verkeersveiligheid met zich meebrengt en de hoofdfunctie van de woning gehandhaafd blijft; c. voor horecabedrijven geen omgevingsvergunning wordt verleend; d. het gebruik zowel naar aard als voor wat betreft de visuele aspecten ervan met het woonkarakter in overeenstemming is; e. het gebruik geen onevenredige parkeerdruk met zich mag meebrengen. f. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners en omwonenden. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 11.5.2 Bed and breakfast 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken tenm behoeve van een bed and breakfast. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er mogen maximaal 2 kamers met in totaal maximaal 4 slaapplaatsen van de woning worden gebruikt, tot een maximum van 30% van de vloeroppervlakte van de woning; b. het parkeren van auto's van gasten dient op eigen erf te geschieden; c.

de activiteit mag door visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, niet leiden tot een karakterverandering van het perceel dan wel de woning; d. met de vestiging geen onevenredige overlast (niet meer dan 1 gezin kan veroorzaken) wordt veroorzaakt; e. indien de Bed and breakfast wordt gevestigd in vrijstaande bijgebouwen dient de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw en/of het ensemble behouden te blijven. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 11.6

Bouwactiviteit - algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 11.2; 11.7

Bouwactiviteit - hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd in de vorm van een twee-aaneengesloten woning of een vrijstaande woning; b. de voorgevel van een woning mag uitsluitend worden gebouwd in de voorgevelrooilijn; c. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; d. de bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';

24 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

e. het aantal eengezinswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal eengezinswoningen, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', dan mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan het aangegeven aantal; f. de dakhelling bedraagt ten minste 35o en ten hoogste 55 o, met dien verstande dat een woning over ten hoogste 25% van de oppervlakte plat mag worden afgedekt, of, indien een mansarde-kap of een daarvan afgeleide kapvorm wordt gebouwd, mag de dakhelling niet minder dan 20º en niet meer dan 80º zijn; g. de afstand tussen twee niet aaneengebouwde woningen binnen een bouwvlak tot de zijdelingse bouwperceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m. 11.8

Bouwactiviteit - aan-, uit- en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen mogen uitsluitend 5 m achter de voorgevelrooilijn worden gerealiseerd; b. de diepte van de oorspronkelijke eengezinswoning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, mag over één laag met kap tot een diepte van ten hoogste 12 m worden vergroot, met dien verstande dat het bepaalde in 6.5 alsmede sub e onverminderd van kracht blijft; c. aansluitend aan de achtergevel van de woning dient te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 6 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uit- en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen als bedoeld in 11.9 sub a, mag niet meer dan 85 m² bedragen met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, die zich aan de achterzijde van de woning bevindt, tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt; e.

de bij een woning behorende gronden waarop aan-, uit- en bijgebouwen zijn toegestaan mogen voor ten hoogste 50% worden bebouwd, of indien het bestaande percentage meer bedraagt dan 50% dan mag het bestaande percentage worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de oorspronkelijke woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 12 m daarbij niet worden meegerekend; f. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de begane grondlaag waaraan wordt gebouwd; g. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m; h. de afstand van aan-, uit- en bijgebouwen bedraagt ten minste 2 m tot een locatie die is aangewezen als 'Water'. 11.9

Bouwactiviteit - andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen als bedoeld in 11.8 sub d, mag niet meer dan 85 m² bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die zich aan de achterzijde van de woning bevindt, tot een diepte van ten hoogste 12 m achter de voorgevelrooilijn, voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt; b. de bouwhoogte van pergola's en overkappingen met een open constructie ten hoogste 3 m bedraagt; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen en andere bouwwerken, geen vlaggenmasten zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

11.10

Bouwactiviteit - afwijken beoordelingsregels

11.10.1 Hoofdgebouwen - algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van: 1.

2. 3. 4. 5. 6.

7.

het bepaalde in 11.7, sub a ten behoeve van het uitbreiden van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de diepte van de woning niet meer dan 12 m bedraagt, b. aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 1 m aan de niet aaneen gebouwde zijde bedraagt; d. er geen onderlinge verschillen mogen ontstaan tussen de diepte van aaneengebouwde woningen, e. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 11.7, sub b ten behoeve van het bouwen van de voorgevel op ten hoogste 2 m achter de voorgevelrooilijn; het bepaalde in 11.7, sub c ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande goothoogte; het bepaalde in 11.7, sub d ten behoeve van het bouwen van een woning tot 1 m hoger dan de bestaande bouwhoogte; het bepaalde in 11.7, sub g ten behoeve van het verkleinen van de afstand tussen twee niet aaneengebouwde woningen binnen een bouwvlak tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tot 1 m; het bepaalde in 11.8, sub b ten behoeve van het vergroten van de diepte van de woning, inclusief aan de achterzijde daarvan aangebouwde aan- en uitbouwen, over één laag met kap tot ten hoogste 18 m, met dien

verstande dat: a. aansluitend aan de achtergevel van de woning te allen tijde een niet te bebouwen ruimte over dient te blijven van minimaal de helft van de achtergevelbreedte en een diepte van minimaal 10 m, b. de bij een woning behorende gronden waarop aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan voor ten hoogste 50% mogen worden bebouwd, met dien verstande dat de grond onder de woning alsmede de gronden aan de achterzijde van de woning tot een diepte van 18 m achter de voorgevelrooilijn daarbij niet worden meegerekend, c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan-, uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw, alsmede de oppervlakte van overkappingen, niet meer dan 85 m² mag bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen die zich aan de achterzijde van de woning bevindt tot een diepte van ten hoogste 18 m achter de voorgevelrooilijn voor de berekening van die oppervlakte niet meetelt, d. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; het bepaalde in 11.8, sub c ten behoeve van een bredere aan- en uitbouw, voor zover het percentage als gegeven in 11.8, sub e niet wordt overschreden.

Bij afwijking van de beoordelingsregels als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde - Cultuurhistorie in acht genomen.

11.10.2 Gotere goothoogte Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 11.8 sub f indien: a. de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 2 m bedraagt; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige situatie van de omgeving; c. de aan- en uitbouwen qua uiterlijke verschijning ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw, waarbij de goothoogte van de aan- en uitbouwen ten minste 0,5 m lager is dan de goothoogte van het 26 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

hoofdgebouw. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

11.10.3 Bouwbeleid grote percelen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 11.8 sub d en 11.9 sub a, ten behoeve van bouwpercelen met een minimale oppervlakte van 1.000 m², voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen tot een oppervlakte van 10% van het bouwperceel met een maximum van 150 m². Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

11.10.4 Dakterrassen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 11.8 sub f ten behoeve van de bouw van dakterrassen op aan- en uitbouwen naast of achter de woning, met dien verstande dat de bouwhoogte van de balkonafscheiding niet meer bedraagt dan 1,2 m boven de maximale goothoogte van de aan- en uitbouw en er bovendien geen onevenredige inbreuk wordt gedaan op de privacy van omwonenden. Dakterrassen die bij het in ontwerp ter visie leggen van het bestemmingsplan Centrale As met nummer NL.IMRO.0313.Centraleas0100-0302 reeds bestonden, worden geacht te passen binnen de regels van dit plan en behoeven daarom geen omgevingsvergunning als hier bedoeld. Bij afwijking van de beoordelingsregel als bedoeld in dit artikel wordt het bepaalde in Artikel 18 Waarde Cultuurhistorie in acht genomen.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

Artikel 12 12.1

Wonen - Vrijstaand

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0313.0000- is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen - Vrijstaand.

12.2

Beschrijving gebruiksdoel

Een locatie die is aangewezen als Wonen - Vrijstaand heeft de volgende functies: a. b. c. d.

wonen; vrij beroep; tuinen en erven; alleen ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': detailhandel uitsluitend op de begane grond;

12.3

Gebruiksactiviteit - nadere regels

12.3.1 Vrij beroep Woningen en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen mogen tot ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning en tot een maximum van 40 m² worden aangewend voor de uitoefening van een vrij beroep.

12.4

Gebruiksactiviteit - verboden

12.4.1 Algemeen 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 12.2 genoemde functies van de gronden. 2. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 12.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 12.4.2 Opslag-, stort of bergplaats Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het beheer van de gronden ten behoeve van de in 12.2 genoemde functies.

12.5

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

12.5.1 Beroeps- of bedrijfsactiviteit 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een beroeps- of bedrijfsactiviteit anders dan een vrij beroep, in een woning en daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen uit te oefenen. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten hoogste 15% van de aanwezige vloeroppervlakte per woning met een maximum van 40 m², voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt gebruikt; b. voor detailhandel slechts omgevingsvergunning wordt verleend, indien het verkoop betreft van aan huis vervaardigde, vaak ambachtelijke producten die niet concurrerend zijn ten opzichte van de overige detailhandel - uitgezonderd vis- en visproducten - onder de voorwaarden dat de vestiging geen onevenredige aantasting van de woonsituatie en de verkeersveiligheid met zich meebrengt en de hoofdfunctie van de woning gehandhaafd blijft; c. voor horecabedrijven geen omgevingsvergunning wordt verleend; 28 omgevingsplan Bunschoten]" (concept)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a]

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]

d. het gebruik zowel naar aard als voor wat betreft de visuele aspecten ervan met het woonkarakter in overeenstemming is; e. het gebruik geen onevenredige parkeerdruk met zich mag meebrengen. f. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners en omwonenden. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 12.5.2 Bed and breakfast 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken tenm behoeve van een bed and breakfast. 2. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er mogen maximaal 2 kamers met in totaal maximaal 4 slaapplaatsen van de woning worden gebruikt, tot een maximum van 30% van de vloeroppervlakte van de woning; b. het parkeren van auto's van gasten dient op eigen erf te geschieden; c. de activiteit mag door visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, niet leiden tot een karakterverandering van het perceel dan wel de woning; d. met de vestiging geen onevenredige overlast (niet meer dan 1 gezin kan veroorzaken) wordt veroorzaakt; e.

indien de Bed and breakfast wordt gevestigd in vrijstaande bijgebouwen dient de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw en/of het ensemble behouden te blijven. 3. De aanvrager om omgevingsvergunning dient de gegevens en bescheiden in die nodig zijn voor de toetsing van de beoordelingsregels van 2. 4. Burgemeester en wethouders kunnen vanwege de belangen genoemd in 2 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning. 12.6

Bouwactiviteit - algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 12.2; 12.7

Bouwactiviteit - hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd in de vorm van een vrijstaande woning; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' mag de gezamenlijke oppervlakte van de hoofdgebouwen, aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer bedragen dan is aangegeven; c. de voorgevel van een woning mag uitsluitend worden gebouwd in de voorgevelrooilijn; d. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e. de bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; f. het aantal eengezinswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal eengezinswoningen, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', dan mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan het aangegeven aantal;

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan xxxx [Hoofdstuk 22[a] omgevingsplan Bunschoten]" (concept) 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13623868/1