CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c. Beroepschrift reclamant 2.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1219360 Herstelbesluit bestemmingsplan Eemdijk-Oost naar aanleiding van ingediend beroep16.091 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

P

LOVENSJZLOEFF

Sosmoses

Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM

Law & Tax

KANTOORADRES

Parnassusweg 300 1081 LC AMSTERDAM

TELEFOON

+31 20578 57 65

FAX

+31 20 578 58 00

PER FAX: 070 365 13 80 (ZONDER BIJLAGEN) TEVENS PER AANGETEKENDE POST -

E-MAiL

_______________________________

INTERNET

_______________

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

OT An

Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

23 LAA VAN

___ ____ __________

DATUM

22 februari 2024

UW

________

_

W

35

JH

___

__

202400739/1/R4

REFERENTIE

Aanvullend beroepschrift tegen bestemmingsplan "Eemdijk-Oost"

BETREFT

Hoogedelgestreng College, Namens Stichting Behoud de Eemvallei (Appellante), gevestigd aan De Gondel 4 te Baarn (3742

GM), te dezer zake woonplaats kiezende te Amsterdam, aan de Parnassusweg 300 (Postbus 71170, 1008 BD Amsterdam) ten kantore van Loyens & Loeff N.V, van welk kantoor ___ ____ __________

als advocaat-gemachtigde zal optreden, bericht ik u als volgt. Met

ingang

van

9

juni

2022

heeft

het

ontwerpbestemmingsplan

"Eemdijk-Oost"

(met

identificatienummer NL.IMRO.0313.1501-0301) van de gemeente Bunschoten ter inzage gelegen. Bij

besluit

van

14

december

2023

heeft

de

gemeenteraad

Bunschoten

(de

Raad)

het

"Eemdijk-Oost" (het Bestemmingsplan) (het gewijzigd vastgesteld Een afschrift van is het als 1 vaststellingsbesluit). Bijlage bijgevoegd. Tegen vaststellingsbesluit het vaststellingsbesluit kon vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 beroep worden bestemmingsplan

ingesteld.

Appellante heeft met haar pro forma beroepschrift van 30 januari 2024 (tijdig) beroep ingesteld en aangegeven de (nadere onderbouwing van de) gronden waarop haar beroep stoelt, in een aanvullend beroepschrift nader uiteen te zullen zetten. Er is haar daarvoor een termijn gesteld tot en met 22 februari 2024. Appellante voert de volgende aanvullende gronden (tijdig) aan. I

1

BELANGHEBBENDHEID Appellante zet zich als stichting al ruim 23 jaar in om de Eemvallei en de omgeving daarvan, ook wel bekend als het Eemland, tegen planologische ontwikkelingen te beschermen en zo

de natuur en het (open) landschap van dit gebied te behouden en te versterken. Voor haar activiteiten verwijs ik graag naar de website www.eemvallei.nl. Appellante heeft over de jaren heen meerdere planologische wijzigingen in dit gebied weten te bewerkstelligen,

Loyens & Loeff N.V. is gevestigd te Rotterdam en staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nr. 24370566. Uitsluitend Loyens & Loeff N.V.

geldt als opdrachtnemer. Op haar dienstvertening zijn haar Algemene Voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid en een

aanwijzing van de bevoegde rechter is opgenomen. Deze Algemene Voorwaarden zijn te raadplegen via www. loyensloeff.nl. Deze voorwaarden zijn ook gedeponeerd bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nr. 24370566.

Amsterdam, Brussel, Londen, Luxemburg, New York, Parijs, Rotterdam, Tokio, Zürich

1/14

waarbij haar activiteiten zich niet beperken tot het voeren van juridische procedures, maar

zeker ook op (bestuurlijk) overleg en voorlichting. 2

Het Bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 7/2 woningen en heeft effecten op onder meer het omliggende natuurgebied. Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap

Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever ligt. Aangezien Appellante actief is in dit gebied, heeft Appellante belang om op te komen tegen het vaststellingsbesluit.

Arkemheen-Eemland,

3

dat

naast het

beschermde

Daarnaast is Appellante belanghebbend op grond van haar statuten. De meest recente statuten van 16 september 2021 zijn als Bijlage 2 bijgevoegd.

4

Gelet op bovenstaande is Appellante belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).

i

ACHTERGROND BESTEMMINGSPLAN

5

Over de woonwijk aan de rand van het dorp Eemdijk aan het Kerkepad, is de afgelopen jeren veel gesproken. Dit heeft te maken met het feit dat de gemeente Bunschoten al sinds 2015 bezig is de woonwijk te kunnen realiseren, terwijl zowel Appellante als omwonenden van het plangebied zich niet met de plannen kunnen verenigen.

6

In

het plangebied zijn de gronden onbebouwd en hebben een agrarische functie. Het

plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, dat naast het beschermde Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever ligt. Appellante komt op

voor het natuurbehoud van het plangebied en wil niet dat het landschap wordt versteend. 7

Appellante komt op voor het natuurbehoud van het plangebied. Dit blijkt uit haar betrokkenheid als appellante tegen

het vaststellingsbesluit

inzake het gelijknamige

bestemmingsplan "Eemdijk-Oost" van 10 december 2015. De gemeente Bunschoten heeft

reeds eerder in 2015 geprobeerd de plannen voor een woonwijk van in totaal 64 woningen

aan de oostzijde van Eemdijk te realiseren. 8

Deze plannen hebben toentertijd geen doorgang kunnen vinden, aangezien het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Eemdijk-Oost" van 10 december 2015, door uw Afdeling is vernietigd (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 16 augustus

2017, ECLINL:RVS:2017:2184). Uw Afdeling overwoog onder meer dat de Raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de woningbouw voorzag in een actuele regionale behoefte, waarmee het plan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, van het Besluit ruimtelijke

ordening (Bro) was vastgesteld.

53383847

2/14

TOEPASSELIJK RECHT oude

Het

9

recht

blijft

van

toepassing

op

het

beroep

van

Appellante

tegen

het

vaststellingsbesluit. beroep tegen een bestemmingsplan, blijft volgens het overgangsrecht artikel 4.6, derde lid, onder b van de Invoeringswet Omgevingswet, het Met

10

betrekking

tot

een

oude recht van toepassing. Dit geldt onder meer voor plannen die op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld, maar nog niet in werking zijn en niet onherroepelijk zijn.

Iv

BEROEPSGRONDEN

Iv.

Strijd met de Wet natuurbescherming (stikstofdepositie, artikelen 2.7 en 2.8)

11

Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, dat naast het

beschermde Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever ligt. Dit gebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand en is daarmee het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Bestemmingsplan (de Toelichting) vormt de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor

Volgens de toelichting

12

bij

het

de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling uit het Bestemmingsplan.

'

Appellante kan

zich, onder andere gelet op het navolgende, in dit standpunt niet vinden. Uit artikel 2.8 van de Wnb, in samenhang gelezen met artikel 2.7 van de Wnb, volgt dat een

13

passende beoordeling

moet worden

gemaakt als

het Bestemmingsplan significante

gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Blijkens vaste rechtspraak van uw Afdeling, kan een bestemmingsplan pas worden vastgesteld als en nadat de gemeenteraad uit

de

gemaakte

passende

beoordeling

de

zekerheid

heeft

verkregen

dat

het

Bestemmingsplan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten (Afdeling

bestuursrechtspraak

van

de

Raad

van

State

22

januari

2020,

ECLI:NL:RVS:2020:212). 14

In

de Toelichting

wordt verwezen

naar het onderzoek "AERIUS Calculator 2022

stikstofberekening" (de Stikstofberekening)? In de stikstofberekening wordt een onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. Volgens de stikstofberekening leidt de ontwikkeling van het Bestemmingsplan zowel in de aanleg- als

gebruiksfase, niet tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. De emissie ligt volgens de Stikstofberekening niet

1

2

3

Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.9, Stikstofberekening. Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", Bijlage 18. Stikstofonderzoek "AERIUS Calculator 2022 stikstofberekening", p. 17.

53383847

3/14

hoger dan 0,0 mol/ha/j, waarmee dit niet leidt tot

een verslechtering van de milieukwaliteit

van Natura 2000-gebieden.

voor het aspect Appellante stelt zich echter op het standpunt dat de uitgevoerde beoordeling stikstof gebreken dan wel leemten in kennis bevat. Daarmee heeft de Raad onvoldoende

15

van de milieukwaliteit van Natura gemotiveerd dat geen sprake is van een verslechtering ten grondslag 2000-gebieden, waardoor zij deze beoordeling niet aan het Bestemmingsplan heeft kunnen leggen. In het

16

kader van de aanlegfase is in de Stikstofberekening ten onrechte verschillende

soorten stikstofbronnen niet in het onderzoek opgenomen, dan wel te laag ingeschat. Dit

van 7 juni 2023 (de Contrablijkt uit het rapport "Contra-expertise BP Eemdijk-Oost"

expertise), opgesteld door LBP/SIGHT (Bijlage 3). In de fase van bouwrijp maken en afgraven ontbreekt in de Stikstofberekening, de inzet van

17

het huidige maaiveld van het apparatuur voor bemaling.* Volgens de Contra-expertise heeft vereist is. Het gebruik plangebied, een ontgravingsdiepte van 0,5 meter, waardoor bemaling

van (diesel)aggregaten is daarom niet uitgesloten.

De bijbehorende stikstofemissies

ontbreken dan cok in de Stikstofberekening. Verder is volgens de Contra-expertise op voorhand niet uit te sluiten dat onderheien van de uitsluitsel gegeven, woningen noodzakelijk is.5 In het Bestemmingsplan is hierover geen

18

waardoor de stikstofemissies van hei-installaties ten onrechte niet in de Stikstofberekening zijn opgenomen.

Daarnaast ontbreekt in de Stikstofberekening de inzetduur en verdere berekeningen met

19

de bouwplaatsen hun betrekking tot de betonmixers, die gedurende het betonstorten op ieder geval dat deze ten motoren in gebruik hebben.$ Volgens de Contra-expertise geldt in

onrechte niet zijn meegenomen in de Stikstofberekening. Ten slotte is in de Stikstofberekening sprake van een onderschatting van de dikte van het afgravingspakket van de watergangen." Blijkens een inschatting van de Contra-expertise

20

kan het verschil 100 kg NOx emissie zijn. de Vanwege de voorgaande vier omissies dan wel onderschattingen van stikstofbronnen in Stikstofberekening, kan volgens de Contra-expertise dit het omslagpunt betekenen tussen

21

de 0,00 mol N/ha(jaar en 0,01 mol N/ha/jaar. Dit betekent dat significant negatieve gevolgen

4 5 6

7

Rapport "Contra-expertise BP Eemdijk-Oost", p. 2. Rapport "Contra-expertise BP Eemdijk-Oost", p. 2. Rapport "Contra-expertise BP Eemdijk-Oost", p. 2-3. Rapport "Contra-expertise BP Eemdijk-Oost", p. 3.

53383847

A14

voor stikstofgevoelige habitattypen

in

Natura 2000-gebieden niet op voorhand kunnen

worden uitgesloten.

22

Gelet op het voorgaande valt niet uit te sluiten dat geen sprake is van een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden, waardoor volgens Appellante het Bestemmingsplan in strijd is met de Wnb, in het bijzonder de artikelen 2.7 en 2.8.

IV.2

Strijd met Rijksbeleid (Ladder voor duurzame verstedelijking, artikel 3.1.6 Bro)

23

Volgens de Toelichting is het Bestemmingsplan niet strijdig met het rijksbeleid, omdat het past binnen het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen? Appellante kan zich, onder andere gelet op het navolgende, in dit standpunt niet vinden.

24

De realisatie van 72 woningen kwalificeert als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef onder i, van het Bro. Gelet hierop verplicht artikel 3.1.6, tweede lid,

van het Bro tot het opnemen van een verantwoording van de behoefte aan de stedelijke kan ontwikkeling en waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte

worden voorzien. 25

In de Toelichting wordt voor deze verantwoording verwezen

naar de Ladderonderbouwing

"Eemdijk-Oost" (de Ladderonderbouwing) en een oplegnotitie als aanvulling op de Ladderonderbouwing.® De oplegnotitie is opgesteld omdat de Ladderonderbouwing uitgaat van een realisatie van 64 woningen. In het Bestemmingsplan is het voornemen 72 woningen

te realiseren op de locatie Eemdijk-Oost. Dit is een uitbreiding van 8 woningen. 26

Volgens de Toelichting is voor het plan met 72 woningen voldoende regionale kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In het rapport "Second opinion; Ladder voor duurzame

verstedelijking plan Eemdijk-Oost" van 14 september 2023 (het Second opinion rapport), opgesteld door Research Instituut Gebouwde Omgeving (RIGO) (Bijlage 4) wordt echter onder meer geconcludeerd dat niet expliciet is getoetst of in kwantitatieve zin binnen het

bestaand stedelijk gebied aan de behoefte aan de te realiseren woningen kan worden voorzien. In het Second opinion rapport is in dit kader een aanvullende toets opgenomen.

Toets gemeenteniveau 27

Een belangrijke stap in de verantwoordingsplicht van de Raad bij het Bestemmingsplan, is bezien of voldoende behoefte is aan woningen bovenop hetgeen al gepland staat in vigerende (harde) plannen.

8

Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 3.1.1. Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 3.1.2 en Bijlage 3 en Bijlage 4. 10Rapport "Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost", p. 15-16. 9

53383847

5/14

Uit de Ladderonderbouwing blijkt dat de kwantitatieve behoefte in de gemeente Bunschoten

28

door een ander omvangrijk plan "Rengerswetering", licht negatief is voor de periode 2022-

2032.'! Appellante stelt zich op het standpunt dat uit de Ladderonderbouwing niet anders kan worden geconcludeerd dan dat de toets op gemeenteniveau in kwantitatieve zin dus niet slaagt.

Ook uit het Second opinion rapport blijkt dat volgens de gegevens zoals opgenomen in de

29

Ladderonderbouwing, de ruimte in al vigerende plannen binnen de gemeente groter is dan

de geraamde lokale behoefte. Uit de cijfers blijkt dat op gemeenteniveau geen sprake is van een resterende kwantitatieve behoefte voor de komende 10 jaar, die niet in de al

goedgekeurde plannen kan worden voorzien.

12

Appellante concludeert dan ook dat de Raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom op gemeenteniveau voldoende behoefte is aan woningen bovenop hetgeen al gepland staat

30

in vigerende (harde) plannen.

Toets regioniveau Hoewel voldoende kwantitatieve ruimte bestaat voor de realisatie van 72 woningen op

31

regioniveau, is volgens het Second opinion rapport onvoldoende gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. In de Ladderonderbouwing wordt niet

regionaal getoetst of het aantal woningen waarin het plan voorziet, binnen het bestaand

stedelijk gebied kan worden voorzien. 32

Volgens

het

Second

opinion

rapport

en

actuele cijfers

zoals

opgenomen

in

de

groot deel van de plancapaciteit in de regio deze capaciteit is totaal 9.109 woningen gelegen op binnenstedelijke locaties.'* Van onderdeel van een zacht plan welke al in voorbereiding is of in een visie genoemd. Dit is planregistratie wonen provincie Utrecht,

> is een

dus nog los van de capaciteit op binnenstedelijke locaties die de gemeenten al wel hebben

benoemd, maar nog als een eerste idee of optie aangeduid hebben. De resterende regionale ladderruimte zoals opgenomen in de Ladderonderbouwing van

33

7.115 woningen zou dus kunnen worden voorzien op de nu al bekende binnenstedelijke

zachte locaties.' Appellante neemt derhalve het standpunt in dat in combinatie met het Second opinion rapport, is aangetoond dat voldoende binnenstedelijke ruimte in de regio aanwezig lijkt te zijn om in de regionale vraag te voorzien voor de komende 10 jaar.

1

Ladderonderbouwing "Eemdijk-Oost", p. 19.

12Rapport "Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost", p. 15. 8 httos://planreaistratie-wonen-utrecht.hub.arcqis.com/#kaart 4

18

Rapport "Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost", p. 16. Rapport "Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost", p. 16.

53383847

6/14

onvoldoende mate heeft gemotiveerd dat het Bestemmingsplan, dat een buitenstedelijk woningproject mogelijk maakt, voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking, nu geenszins vaststaat dat in woningvraag moet Appellante concludeert dat de Raad

34

in

worden voorzien waar onvoldoende binnenstedelijke ruimte voor zou bestaan. Uit het voorgaande blijkt dat de ontwikkeling van 72 woningen niet voldoet aan de vereisten

35

van de Ladder die als motiveringseis in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is opgenomen, en daarmee strijdig is met het Bro dan wel Rijksbeleid, alsmede artikel 3:46 van de Awb.

IV.3

Strijd

met

de

Wet

milieubeheer

en

provinciaal

beleid

(de

Interim

Omgevingsverordening provincie Utrecht) Op grond van artikel 1.2, tweede lid onder b, van de Wet milieubeheer (de Wmb) moeten

36

provincies stiltegebieden (milieubeschermingsgebieden voor stilte) aanwijzen en regels

opstellen om de stilte te beschermen. Volgens de Atlas Leefomgeving is het plangebied

(voor een deel) gelegen in een aangewezen Aandachtsgebied stiltegebied, en mogelijk ook 1ê In een stiltegebied zijn alleen in de Bufferzone stiltegebied en Stille kern van stiltegebied. geluiden toegestaan die bij het gebied passen.

Volgens artikel 9.25 en 9.27 van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (de

37

betrekking heeft op locaties binnen een (Aandachtsgebied) stiltegebied, regels bevatten die rekening houden met de doelstellingen moet

IOV)

een

bestemmingsplan

dat

voor het geluidsniveau bedoeld in artike! 9.24 van de IOV. De motivering van een bestemmingsplan moet een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter

zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan, bevatten. De doelstelling voor het geluidsniveau in het plangebied is op grond van artikel 9.24 van de

38

IOV

in

de "Stille kern van stiltegebieden" een 24-uursgemiddeld geluidsniveau van ten

hoogste 40 dB(A) en in de "Bufferzone stiltegebied" een 24-uursgemiddeld geluidsniveau van bij voorkeur 40 dB(A) en ten hoogste 45 dB(A). 39

In

de

Toelichting

wordt

verwezen

naar

het

akoestisch

onderzoek

verricht

naar

wegverkeerslawaai en het akoestisch onderzoek verricht in verband met de aanleg van de rotonde door Bijvoets bouw- en geluidsadvisering.'" Uit de onderzoeken blijkt onder meer

dat de geluidsbelasting op de zuidgevel van het bouwvlak maximaal 48 dB bedraagt,

waarmee volgens de Toelichting de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. In het kader van (de regels voor) stiltegebieden vermeldt de Toelichting niets. Door de Raad

40

is dan ook geen motivering in de Toelichting opgenomen over hoe rekening wordt gehouden

met het plangebied

18

7

als Aandachtsgebied stiltegebied, Bufferzone stiltegebied en/of Stille

https://www.atlasleefomaeving.nl/kaarten Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.5.

53383847

7/14

kern van stiltegebieden. Evenmin is uitgelegd hoe om wordt gegaan met de gelding van

24-uursgemiddeld geluidsniveau van maximaal 45 dB(A) voor de stiltegebied en maximaal 40 dB(A) voor de Stille kern van stiltegebieden.

een

Bufferzone

Appellante concludeert dat de Raad in onvoldoende mate heeft gemotiveerd dat rekening is gehouden met de regels over stiltegebieden voortvloeiende uit de Wmb en de !OV,

41

waarmee het vaststellingsbesluit strijdig is met artikel 9.24 en 9.25 van de IOV en strijdig met de Wmb. IV.4

Strijd met provinciaal beleid (de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht)

42

Naast strijdigheid met provinciaal beleid in het kader van stiltegebieden, stelt Appellante zich op het standpunt dat het Bestemmingsplan op twee andere punten in strijd is met provinciaal beleid. Kernkwaliteit extreme openheid

Het plangebied is gelegen in het landschap van Eemland. In de IOV zijn voor het landschap

43

van Eemland kernkwaliteiten opgenomen, die van belang zijn om te behouden. Een van deze kernkwaliteiten is de extreme openheid voor het landschap van Eemland.

44

Volgens Bijlage 15 van de IOV wordt bij de ontwikkelingen in het landschap van Eemland vooral van belang geacht dat de open ruimte behouden wordt. In de Kwaliteitsgids voor de

Utrechtse Landschappen gebiedskatern Eemland (de Kwaliteitsgids) staat hoe om moet

worden gegaan met de kernkwaliteiten voor het landschap van Eemland. 18 In de Kwaliteitsgids staat dat het landschap van Eemland,

45

de laatste decennia onder druk

staat, specifiek in het kader van de open ruimte. De Kwaliteitsgids vermeldt dat het landschap van Eemland vraagt om het vermijden van nieuwe bebouwing in het open

gebied. Het is daarbij belangrijk dat het landschap beleefbaar blijft als een doorlopende open ruimte.

19

Appellante is van mening dat met het ontwikkelen van 72 woningen, de open ruimte nog meer onder druk komt te staan. Er wordt daarmee uitdrukkelijk niet voldaan aan de

46

geformuleerde wens voor het landschap van Eemland, om nieuwe bebouwing in het open gebied te vermijden.

Appellante concludeert dat in het Bestemmingsplan is onvoldoende rekening gehouden met de extreme openheid van het landschap van het plangebied uit de IOV, waardoor deze

47

wordt doorkruist. Het Bestemmingsplan is derhalve strijdig met provinciaal beleid.

18

8

https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap#eemland

Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, p. 98-101.

53383847

8/14

Cultuurhistorische hoofdstructuur: Militair Erfgoed

Volgens artikel 7.7 van de IOV dient in een bestemmingsplan dat betrekking heeft op

48

locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur, rekening te worden gehouden met de waarden van de cultuurhistorische hoofdstructuur en dienen regels te worden gesteld

ter bescherming en benutting van deze waarden.

Onder de locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur, valt het Militair Erfgoed, dat volgens artikel 7.7, tweede lid onder b, van de IOV bestaat uit de deelgebieden Nieuwe

49

Hollandse Waterlinie, Oude Hollandsche Waterlinie, Grebbelinie en Soesterberg en omgeving. Blijkens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (de IKME), valt het plangebied binnen de zone van het Militair Erfgoed.?? Het plangebied is volgens de IKME onderdeel van oude

50

verdedigingslinies. Op grond van artikel 7.7, derde lid, van de IOV dient het Bestemmingsplan een motivering van een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische

51

te bevatten

waarden en een beschrijving en motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met

deze waarden. Een dergelijke motivering bevat de Toelichting niet.

Verder dient het Bestemmingsplan een onderbouwing te bevatten waaruit blijkt dat van het

52

verstedelijkingsverbod van artikel 9.2 van de IOV kan worden afgeweken. De Toelichting bevat een dergelijke onderbouwing evenmin.

Gelet op het voorgaande is volgens Appellante in het Bestemmingsplan onvoldoende gemotiveerd waarom een verstedelijking plaatsvindt van gronden in de zone van Militair

53

Erfgoed uit de IOV. Appellante concludeert dat het Bestemmingsplan derhalve strijdig is met de

IV.5

OV dan wel provinciaal beleid.

Strijd met provinciaal beleid (de Blauwe Omgevingsvisie 2050) Naast strijdigheid met provinciaal beleid in het kader van stiltegebieden, extreme openheid

54

en Militair Erfgoed, stelt Appellante zich op het standpunt dat het Bestemmingsplan ook

strijdig is met provinciaal beleid ten aanzien van water.

te worden?! Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient een watertoets uitgevoerd

95

Onderdeel van

deze watertoets is dat de Raad overleg voert over wateraspecten die verband houden met de realisatie van 72 woningen in het plangebied, waarbij de waterhuiskundige doelstellingen

20 21

https://www.ikme.nl/ikmekaart.html

Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.8.

53383847

9/14

uit de

relevante beleidskaders expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden

afgewogen.

Voor het aspect milieu is onder meer de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) relevant. In

56

de BOV! is een visiekaart opgenomen (de Visiekaart), waarbij drie stroomgebieden nader zijn bekeken en gebiedsspecifiek wordt aangegeven wat de aspecten

en

mogelijke

ontwikkelingen van het gebied zijn.2?

Volgens de Visiekaart heeft het plangebied de volgende aspecten:

57

Ei

Versterken natuur in combinatie met vernatting en aangepaste teelten in gebied

Eemland', en ki

Ontwikkeling van een natuurlijker randmeerkust met randmeerdijken als veilig,

beleefbaar en ecologisch waardevol lint'. 23 In de Toelichting wordt de BOVI weliswaar aangehaald als relevant beleidskader? maar door de Raad wordt niet expliciet ingegaan op de doelstellingen uit de BOVI. Evenmin worden de doelstellingen uit de BOV! op evenwichtige wijze in het plan afgewogen. In de

58

Toelichting is immers niets opgenomen over de aan het plangebied toegewezen aspecten

door de BOVI. 59

Appellante concludeert dat de Raad de doelstellingen uit de BOVI onvoldoende heeft afgewogen, waardoor het Bestemmingsplan in strijd is met de door de Waterschap Vallei en Veluwe vastgestelde BOV].

IV.6

Strijd met de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage

60

Volgens artikel 7.2, eerste lid, van de Wmb worden bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Wmb en het Besluit milieueffectrapportage

bepalen dat voor bepaalde activiteiten, een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat, namelijk in het geval de beoogde activiteit op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage staat, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft.

De Raad heeft de realisatie van 72 woningen aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van

61

winkelcentra of parkeerterreinen? Het plan wordt niet gezien als een m.e.r.-plichtige

"De Blauwe Omgevingsvisie 2050, p. 55. 23 #4

De Blauwe Omgevingsvisie 2050, p. 55. Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.8.2.

Besluit milieueffectrapportage, Bijlage D, onder 11.2.

53383847

10/14

activiteit op grond van de Wmb, omdat deze onder de maximum oppervlakken als

drempelwaarden, blijven. Hoewel het plan onder deze drempelwaarden blijft, dient de Raad zich ook wanneer de of de ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven, zich ervan te vergewissen activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiervoor wordt in de

62

van 5 Toelichting verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r-beoordeling Eemdijk-Oost

februari 2023 (de Aanmeldnotitie).°

Volgens de Toelichting is het niet noodzakelijk een milieueffectrapport op te stellen,

63

omdat

uit de uitkomsten van de Aanmeldnotitie, blijkt dat als gevolg van het Bestemmingsplan kan zich in deze conclusie geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden?' Appellante de niet vinden en maakt bezwaar tegen vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Gelet op de strijdigheid van het Bestemmingsplan met de Wnb, in het bijzonder de artikelen 2.8 en 2.9 (stikstofdepositie) en het niet kunnen uitsluiten van een verslechtering van de

64

milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden, kan evenmin worden uitgesloten dat het moet dan

Bestemmingsplan nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Volgens Appellante ook tevens nader onderzoek worden gedaan naar de effecten van het project op de in en rondom het plangebied aanwezige soorten (zie randnummers 67-75).

Verder is de huidige bestemming van het plangebied "Agrarisch gebied zonder bebouwing met landschappelijke waarde". Met de ontwikkeling van 72 woningen, gaat dan ook een

65

Arkemheen-Eemland. Daar komt groot stuk groen verloren, dat ligt in Nationaal Landschap aantal het verkeersbewegingen van en naar het bij dat met het bewonen van de woningen,

plangebied toeneemt, wat gevolgen heeft voor de verkeersafwikkeling ter plaatse. niet

66

Appellante concludeert dat de in de Toelichting genoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoet aan de daaraan te stellen eisen en het vaststellingsbesluit wegens strijd met de Whnb en het Besluit milieveffectrapportage dient te worden vernietigd.

IV.7

Strijd met de Wet natuurbescherming (soortenbescherming)

67

Het plangebied bestaat grotendeels uit intensief beheerd agrarisch cultuurland, doorsneden

de oevers van deze poldersloten groeien kenmerkende soorten in natte, vochtige, voedselrijke omstandigheden. In het plangebied is daarmee sprake van een met poldersloten.

In

diversiteit aan verschillende soorten planten en dieren. Een deel van deze soorten is

beschermd op grond van de Wnb.

plangebied momenteel mogelijk tot functioneel leefgebied behoort van diverse soorten vogels, vleermuizen, grondgeboden zoogdieren, amfibieën, Uit de Toelichting blijkt dat het

68

2 27

2. Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.1 en Bijlage Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", onder 4.1.

53383847

11/14

reptielen en vissen. Hiervoor wordt verwezen naar een quickscan natuurwaarden (de

Quickscan natuurwaarden). 69

van 24 januari 2022 blijkt dat het plangebied het functioneel leefgebied vormt van beschermde amfibieën en mogelijk van een beschermde vis.2® Het gaat om de heikikker, de poelkikker en de grote modderkruiper. Volgens de Uit de Quickscan natuurwaarden

Quickscan natuurwaarden kan onder meer niet worden uitgesloten dat deze dieren worden gedood als gevolg van de voorgenomen activiteiten. 70

Om de functie van het plangebied voor heikikkers, poelkikkers en grote modderkruipers vast te kunnen stellen, heeft de Raad aanvullend onderzoek uitgevoerd. Uit het

aanvullende onderzoek "Ecologische beoordeling Eemdijk-Oost" van 24 augustus 2023 (het Aanvullende onderzoek) blijkt dat ook aanvullend onderzoek naar de rugstreeppad en ringslang moet worden gedaan.3! 71

onderzoek is nagegaan of in het Bestemmingsplan voldoende compensatie en mitigatiemogelijkheden zitten, zodat waarschijnlijk is dat een ontheffing kan In

het Aanvullende

het geval niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren dat nader (opzettelijk) gedood worden. In dit kader volgt uit het Aanvullend onderzoek

worden verleend in

onderzoek in het veld nodig is, zodat uitsluitsel kan worden gegeven over onder meer het voorkomen van en de abundantie van de hiervoor genoemde soorten. 72

Het bevreemdt Appellante dat de Raad in de Toelichting vermeldt dat het aspect ecologie

geen belemmering vormt voor het Bestemmingsplan, terwijl blijkens het Aanvullende onderzoek, nog nader onderzoek in het veld nodig is. Appellante kan dan ook niet begrijpen waarom de Raad het Bestemmingsplan reeds heeft vastgesteld, zonder het nadere

onderzoek in het veld af te wachten. 73

Gelet op het voorgaande concludeert Appellante dat niet kan worden uitgesloten dat het belemmering vormt voor het Bestemmingsplan en het vaststellingsbesluit onzorgvuldig is voorbereid en daarmee ondeugdelijk is gemotiveerd. Het onderzoek naar het aspect ecologie in het kader van het Bestemmingsplan is immers aspect

ecologie

een

volgens de Raad zelf, nog ontoereikend. Het vaststellingsbesluit is daarmee genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. 74

Vanwege het voorgaande verzoekt Appellante uw Afdeling de zitting pas te agenderen, nadat Appellante in de gelegenheid is gesteld kennis te nemen van het nadere onderzoek

2

Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", Bijlage 17. Quickscan natuurwaarden, p. 25. Toelichting Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost", Bijlage 19. $Ecologische beoordeling Eemdijk-Oost van 24 augustus 2023, p. 1. 2 Ecologische beoordeling Eemdijk-Oost van 24 augustus 2023, p. 3. 29

53383847

12/14

in

het veld, een ecologisch contra-onderzoek te laten uitvoeren, en haar beroepsgronden

in dit kader nader aan te vullen.

75

Het nadere onderzoek in het veld is ingepland in de zomer van 2024. Het aanvragen van

eventuele ontheffing door B&W van Bunschoten, kan volgens de Toelichting 20 weken duren. Appellante verzoekt uw Afdeling met het oog daarop de zitting uit te stellen, in ieder geval tot september 2025, zodat zij de tijd heeft het nadere onderzoek te

een

bestuderen, een ecologisch contra-onderzoek te kunnen laten uitvoeren, en daarmee

eventueel haar beroepsgronden te kunnen aanvullen. IVv.8

Strijd met de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3:45)

76

In haar pro forma beroepschrift

van 30 januari 2024, heeft Appellante reeds naar voren

gebracht dat het besluit ten onrechte niet vermeldt dat de Crisis- en herstelwet (de Chw) van toepassing is. 77

Daarnaast heeft zij naar voren gebracht dat de rechtsmiddelenclausule in de bekendmaking van het vaststellingsbesluit, onjuist is. Hierin is namelijk geen rekening gehouden met de gevolgen van het "Varkens

in

Nood-arrest" (Hof van Justitie van de Europese Unie 14

januari 2021, ECLI:EU:C:2021:7), waaraan uw Afdeling nadere invulling heeft gegeven op nationaal niveau in twee uitspraken (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 april 2021,

78

ECLI:NL:RVS:2021:786 en 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786).

Gelet op het voorgaande concludeert Appellante dat het vaststellingsbesluit is genomen in strijd met artikel 3:45 van de Awb.

IVv.9

Strijd met de goede ruimtelijke ordening

79

Ten slotte en aanvullend op al het voorgaande, stelt Appellante dat het vaststellingsbesluit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

80

Eemdijk-Oost is onderdeel van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland en is in essentie een uniek gebied. Met de realisatie van 72 woningen wordt een groot stuk versteend en gaat daarmee tevens een groot stuk groen verloren. Aan het gebied geeft het Bestemmingsplan in ieder geval ten onrechte een nieuwe bestemming.

81

Dat voorgenomen plannen bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening en wat de gevolgen zijn van de voorgenomen plannen voor het milieu is onvoldoende dan wel ontoereikend in kaart gebracht.

Vv

CONCLUSIE

82

Appellante

kan zich

niet met het

vaststellingsbesluit verenigen. Zij meent dat het

vaststellingsbesluit (en daarmee het Bestemmingsplan) tot stand is gekomen in strijd met

53383847

13/14

de goede ruimtelijke ordening, de milieubeheer

(artikelen

1.2 en 7.2)

ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro), de Wet en het Besluit milieueffectrapportage, de Wet

natuurbescherming (artikelen 2.7 en 2.8), alsmede met de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder met de artikelen 3:2, 3:9, 3:45 en 3:46. Appellant meent verder dat het vaststellingsbesluit (en daarmee het Bestemmingsplan) op verschillende punten tot stand is gekomen in strijd is met provinciaal beleid.

83

Gelet op het voorgaande verzoekt Appellante u haar beroep gegrond te verklaren en het vaststellingsbesluit te vernietigen alsmede de gemeente Bunschoten ex artikel 8:/5 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordeling tot vergoeding van de kosten die Appellante

redelijkerwijs in verband met de behandeling van dit beroep heeft moeten maken. Met vriendelijke groet,

Loyens & Loeff N.V.

____

53383847

________

14/14

Bijlage 1

EN

€

GEMEENTEBLAD CRO<t

Nr. 547660 20 december 2023

Officiële uitgave van de gemeente Bunschoten

Vaststelling bestemmingsplan Eemdijk-Oost Burgemeester en wethouders van Bunschoten maken in verband met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bekend, dat het bestemmingsplan Eemdijk-Oost op 2 november 2023 gewijzigd door de gemeenteraad is vastgesteld. Plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied dat is gelegen aan de oostzijde van de kern Eemdijk in de gemeente Bunschoten. Het gebied bestaat momenteel uit grasland. De noord- en oostzijde van het plangebied wordt begrensd door het open polderlandschap. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de woonbebouwing van het Kerkepad. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de

Vaartweg.

Aanleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan vormt het plan voor de ontwikkeling van een nieuwe woningbouwlocatie 'Eemdijk-Oost', dat op basis van de geldende bestemmingsplannen niet uitvoerbaar is. Wijzigingen bij de vaststelling Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsptan zijn in het vastgestelde bestemmingsplan diverse wijzigingen aangebracht. Deze wijzigingen zijn opgenomen in de nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, behorende bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Ter inzage

Het vastgestelde bestemmingsplan, het raadsbesluit en de onderliggende stukken liggen vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis bij de werkeenheid Ruimtelijke Ordening van het team Omgevingsontwikkeling. Desgevraagd kan het plan ook na telefonische afspraak met een van de medewerkers van de werkeenheid ruimtelijke ordening worden ingezien buiten kantooruren. Het bestemmingsplan is tevens digitaal te raadplegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl (IDN:NL.IMRO.0313.1501-0301) dan wel vanaf 1 januari 2024 via https://omgevingswet.overheid.nl/regelsop-de-kaart/. In het gemeentehuis kunt u zowel de papieren als de digitale versie inzien.

Rechtsmiddelen en inwerkingtreding Vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 kan tegen het bestemmingsplan beroep worden ingesteld door: 1.

een belanghebbende die aantoont dat hij of zij redelijkerwijs niet in de gelegenheid is geweest om tijdig een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te

2.

2. iedereen kan beroep instellen tegen de wijzigingen die de gemeenteraad bij vaststelling van

3,

3. een belanghebbende die tijdig een zienswijze heeft ingediend.

maken; het bestemmingsplan heeft aangebracht;

Het beroepschrift kunt u sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus

20019, 2500 EA in Den Haag.

Het besluit treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn, tenzij binnen deze termijn een

verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval treedt het besluit niet in werking tot op een dergelijk verzoek is beslist. Voor zowel het instellen van beroep als een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd. Voor meer informatie over de hoogte kunt u contact opnemen met de griffier van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bunschoten, 20 december 2023

Gemeenteblad 2023 nr. 547660

20 december 2023

Bijlage 2

35174AK

STATUTENWIJZIGING

______ zestien _________ ___________ ___ en twintig, verscheen voor mij, ___ ______ ________ _______ _________ __ ______ _______ ________ _____ ______ ____________ ____________ __ __ _____

___

______ geboren te ________ op ____ augustus negentienhonderd zeven en tachtig, ______am onder verantwoordelijkheid van mij, notaris _

---

handelend als schriftelijk gevolmachtigde van het bestuur van de

stichting:

_

---

_

STICHTING "BEHOUD DE EEMVALLEI", statutair gevestigd te Baarn, kantoor

houdend op het adres de Gondel 4 te (3742 GM) Baarn, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossier nummer 32079571, als

zodanig bevoegd deze stichting rechtsgeldig te vertegenwoordigen, deze stichting hierna te noemen: de stichting Van vermelde volmacht aan de comparant blijkt uit het aan deze akte te hechten exemplaar van de notulen van de hierna omschreven vergadering van het bestuur ‚

van de stichting.

-

De comparant, handelend zoals omschreven, verklaarde het volgende: 1.

Het bestuur van de stichting heeft op vijftien september tweeduizend een en twintig besloten, overeenkomstig het in artikel 11 van haar statuten daaromtrent bepaalde, om de statuten van de stichting algeheel te wijzigen.

2.

Een exemplaar van de notulen van deze vergadering zal aan deze akte worden gehecht. De s________ is _____icht bij akte op zes en twintig april tweeduizend verleden voor ___ ____ ______ destijds notaris te Baarn. De statuten van de stichting zijn sinds de oprichting niet gewijzigd. -

3.

_

-

_

4. 5.

-

_

De stichting is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koop-

handel onder dossier nummer 32079571, De comparant, handelend zoals hiervoor omschreven, verklaarde als uitvoering van wat hiervoor is omschreven, dat de bestaande tekst van de statuten van de stichting te rekenen met ingang van heden komt te vervallen en wordt vervangen door nieuwe artikelen, luidend: Naam en zetel

Artikel f 1.

De stichting draagt de naam: STICHTING "BEHOUD DE EEMVALLEN.

2.

Zij heeft haar zetel in de gemeente Baarn.

-

Doel

Artikel 2

-

De stichting heeft als doel: a.

het zijn van een organisatie waarin de stimulansen van zowel de overheid als van particuliere organisaties of particulieren voor het behoud en de van natuur en 'andschap van de Eemvallei en

versterking

omgeving worden geïntegreerd

en gebundeld; b.

c. d.

heter op toezien dat de te beschermen objecten en waarden, metterdaad worden beschermd door de daartoe bevoegde instanties en personen, welke be-

scherming zo nodig in rechte zal worden afgedwongen; het zelfstandig registreren van natuur- en landschapswaarden; het zijn van een platform voor samenwerking op het onderhavige terrein, met behoud van alle rechten wanneer deze samenwerking geen gestalte krijgt: --

-

2

e

het bevorderen dat de door de stichting geregistreerde waarden een plaats

krij-

gen in een algemeen levend besef dat deze waarden beschermingswaarden

f.

ZIN het verrichten van alie verdere handelingen die daarmee in de ruimste zin ver-

band houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

Bestuur Artikel 3 Á.

--

-

_

--

_

_

_

Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van nde Stichting en nde met bestuurde haar verbonden organisatie. belang

-

2.

Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie leden. Het aantal bemet inachtneming van het in de vorige zin bepaalde door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.

stuursleden wordt

-

3.

Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in func tie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een

penningmeester; de functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.

4.

5

Bestuursleden worden benoemd voor onbepaalde tijd.

Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen of zal het enige overblijvende bestuurslid, binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoe-

ming van een (of meer) opvolger(s). Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur vormen de overblijvende be-

stuursleden of vormt het overblijvende bestuurslid een wettig samengesteld beStUUr,

6

De bestuursleden genieten geen beloning voor hun werkzaamheden.

Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie

gemaakte kosten.

Bestuursvergaderingen Artikel 4

_

1.

De bestuursvergaderingen worden gehouden in de plaats in Nederland zoals

2

Elk jaar wordt ten minste één vergadering gehouden. Vergaderingen zullen voorts telkens worden gehouden, wanneer één van de

bij de oproeping is bepaald,

3.

4.

_

_

bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten de oproeping doet. De oproeping tot de vergadering geschiedt ten minste zeven dagen van tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven. De oproepingsbrieven vermelden, beha ve plaats en van de -

5.

tijdstip

ring, de te behandelen onderwerpen. 6.

vergade-

Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter afwezigheid van de voorzitter voorzien de aanwezigen zelf in de leiding van de vergadering. -

3

8.

Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de vergadering daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefun-

geerd,

Bestuursbesluiten Artike! 5 1,

2.

_

_

_

_

Het bestuur kan ter vergadering alleen dan

geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een ander bestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke. ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één ander bestuurslid als gevolmachtigde optreden Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursle den in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, al dan niet per enig telecommunicatiemiddel, hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. leder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemMEN.

4.

5. 6 7

Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij één bestuurslid vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter van de vergadering. Een bestuurder neemt niet deel aan de en indien

beraadslaging

besluitvorming

hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in artikel 3 lid 1. Wanneer alle bestuurders of de be-

enige

stuurder een tegenstrijdig belang als in de vorige volzin bedoeld heeft, wordt het besluit alsnog genomen door het bestuur. _

8.

--

_

Ingeval van ontstentenis of belet van een bestuurder blijven de overige bestuurders met het bestuur belast. Bij ontstentenis of belet van alle bestuurders berust het bestuur van de stichting tijdelijk bij een door het bestuur daartoe aangewezen persoon.

Bestuursbevoegdheid

_

--

--

Artikel 6 1.

2.

Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van

3.

_

--

_

aangaan van overeenkomsten

registergoederen. aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuursleden. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het

-

4

4.

Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

Vertegenwoordiging

_

_

----

Artikel 7 Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. 2.

3.

_

_

_

--

_

De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk

handelende bestuursleden. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoor-

digen

Einde bestuurslidmaatschap Artikel 8 Het bestuurslidmaatschap van een bestuurslid eindigt.

a.

door zijn overlijden:

\

-

wanneer hij het vrije beheer over zijn vermogen verlies door schriftelijke ontslagneming (bedanken); ce. d. door ontslag hem verleend door de gezamenlijke overige bestuursleden; e. door ontslag op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek. Boekjaar en jaarstukken b.

_

---

-

Artikel 9 1.

2.

Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

Per het einde van elk boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten: daaruit worden door het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vervolgens door het bestuur worden vastgesteld. ----

_

Reglement Artikel 10 1.

Het bestuur ís bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling be-

2.

Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in

hoeven,

3. 4.

strijd zijn. Het bestuur is altijd bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen. i Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

Statutenwijziging Artikel 11 1.

2.

Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle be-

stuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat er in het bestuur enige vacature bestaat, De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. ieder bestuurslid afzonderlijk is bevoegd de betreffende akte te verlijden.

Ontbinding en vereffening Artikel 12

_

_

---

_

>

1.

Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden; op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

2.

De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot van haar vermogen nodig is.

3.

vereffening

Bij de ontbinding van de stichting geschiedt de vereffening door het bestuur.

5

4. 5. 6.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Een overschot na vereffening wordt uitgekeerd zoals door de

vereffenaars te

bepalen, Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van

de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de door de vereffenaars aan te wijzen persoon, _

---

_

Slotbepaling Artikel 13

-

in alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten

StUUr,

Slottekst akte De comparant is mij, notaris, bekend. Waarvan akte in minuut is verleden te Baarn

niet voorzien, beslist het be-

-

deze akte is vermeld,

op de datum zoals in het begin van

Na mededeling van de zakelijke inhoud van deze akte en het

geven van een toelichting daarop aan de comparant door mij, notaris, is deze waar nodig gewezen op de gevolgen uit de inhoud van deze akte voortvloeiend, waarna de comparant heeft verklaard tijdig tevoren van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen alsmede met beperkte voorlezing van deze akte; daarna is

deze

akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de comparant en vervolgens door mij, notaris, ondertekend.

(Volgt ondertekening)

UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT

Bijlage 3

LBP SIGHTE

Notitie Derde:

7 juni 2023

Contra-expertise BP Eemdijk-Oost

OPE Ons kenmerk:

„Ile NO01

01

(230537

Beoordeling stikstofonderzoek

Beirens:

01

Inleiding

Voor de gronden ten oosten van de dorpskern Eemdijk is een concreet plan ontwikkeld voor de realisatie van 72 grondgebonden woningen. LBPSIGHT is gevraagd om een beoordeling uit te

voeren van het stikstofonderzoek dat onderdeel uitmaakt van de toelichting die behoort bij het ontwerp bestemmingsplan 'Eemdijk-Oost' van 22 februari 2023. Het stikstofonderzoek betreft "AERIUS Calculator 2022 stikstofberekening 72 Woningen

Eemdijk-Oost", van Ad Fontem Ruimtelijk Advies, kenmerk 21AF300 van 2 februari 2023.

Opbouw onderzoek en algemene bevindingen Het stikstofonderzoek richt zich op zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. In dat opzicht is het

onderzoek compleet en wordt geen beroep gedaan op de zogenaamde 'bouwvrijstelling' die sinds

de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is komen te vervallen. Het onderzoek is van 2 februari 2023 en de berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2022, Dit is de correcte versie die in de Regeling natuurbescherming thans is aangewezen

voor het uitvoeren van stikstofdepositteberekeningen.

Aanlegfase Het plan ziet op de aanleg van 72 grondgebonden woningen. In het stikstofonderzoek is geen totaal aantal m? bruto vloeroppervlak (BVO) opgegeven van de totale bebouwing. De gemiddelde

woninggrootte ís wel gegeven, zijnde 150 mè. Dit komt overeen met 10.800 m°* BVO woningen.

Bouwrijp maken Het plangebied heeft een oppervlakte van 55.700 m?. Het onderzoek gaat er vanuit dat voor een

deel hiervan grondwerk nodig is. Voor dit bouwrijp maken gaat het onderzoek ervan uit dat 10.000 m° grondwerk nodig is voor bouwrijp maken van de kavels (bouwvlakken). Op basis van indicatieve

metingen van de bouwvlakken van de plankaart komen wij op ca. 7.500 m? (excl. bergingen). Het

onderzoek gaat dus niet uit van een onderschatting.

De inzet van de werktuigen en de hoeveelheid af te graven en af te voeren grond is helder

uiteengezet. De lengte van een graafbeweging (1,5 minuut) is redelijk te noemen, en is afhankelijk van hoeveel en waar tijdelijke gronddepots worden ingericht. Op pagina 8 van het onderzoek lijkt

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein E info@lbpsight.nl

|

|

Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein

www.lbpsight.nl IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 |

|

|

T (030) 231 13 77

F(030) 234 17 54

KvK 30073990 BTW NL007076083B01 |

LBP SIGHT4 het alsof gesteld wordt dat niet 7.000 maar 5.000 m? grond wordt overgeslagen en afgevoerd, maar het aantal uur komt wel overeen met 7.000 m° grond. De vermogens van de graafmachine en

wiellader is ingesteld op 200 kW. Dit is aan de hoge kant omdat dergelijke graafmachines en wielladers vaak een vermogen hebben van 100

150 kW. Een hoger vermogen leidt tot een hoger

brandstofverbruik, zodat het onderzoek hierin geen onderschatting heeft gemaakt.

Het gebruikt van AdBlue voor Stage IV werktuigen is met 5% van het totale brandstofverbruik in lijn met de standaardwaarde van 6%. Hoe hoger het AdBlue verbruik, des te lager is de NOx uitstoot.

M.a.w. ten aanzien van het AdBlue gebruik is geen keuze gemaakt die tot een onderschatting van

de stikstofemissie leidt.

In de fase van bouwrijp maken en afgraven ontbreekt de inzet van apparatuur voor bemaling. Uit

bijlage 13 van de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan blijkt dat de gemiddelde

grondwaterstand 0,4 m -NAP is. Het huidige maaiveld loopt volgens bijlage 15 bij de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan uiteen van 0,3 m +NAP tot 0,33 m -NAP (gemiddeld 0,0 m +NAP).

Met een ontgravingsdiepte van 0,5 meter zal daarom bemaling nodig zijn. Het gebruik van

(diesel)aggregaten is daarom niet uitgesloten, zodat de bijbehorende stikstofemissie ontbreken in het stikstofonderzoek.

Vanwege de grondwaterstand en de aanwezigheid van veenlagen, is op voorhand niet uit te sluiten dat onderheien van de woningen noodzakelijk is. Het ontwerp bestemmingsplan geeft hierover

geen uitsluitsel. In dat geval ontbreken de emissies van de hei-installaties.

Realisatiefase

Voor de realisatiefase wordt aangenomen dat per woning per woonlaag een betonnen vloer van 0,2 meter dik wordt gestort. Dit komt neer op 150 m? vloeroppervlak/woning x 72 woningen x 0,2 m = 2,160 m? beton. Het onderzoek gaat echter uit van het dubbele (4.320 m°). Waarschijnlijk is

dan voor de fundering een gemiddelde laagdikte van 0,4 m aangehouden en een footprint

oppervlak van 75 m? per woning, hetgeen een redelijke tot conservatieve aanname is omdat de meeste woningen drie i.p.v. twee woonlagen hebben (begane grond, 1° en 2° verdieping). Dit is

echter niet duidelijk in de het onderzoek uiteengezet.

Het betonstorten wordt voorzien voor 120 uur, uitgaande van een betonpomp met een capaciteit van 72 m?/uur (en 4.320 m? beton). Netto zou 60 uur nodig zijn, maar voorzichtigheidshalve is

conservatief uitgegaan van het dubbele. In de inzetduur en verdere berekeningen ontbreekt echter de betonmixers die gedurende het

betonstorten op de bouwplaatsen hun motoren in gebruik hebben. Het onderzoek gaat er van uit dat een betonmixer ('betonwagen') een gemiddelde capaciteit van 20 m? heeft, zodat 216

betonmixers nodig zijn. Een gemiddelde capaciteit van 20 m? (=20 x 2,4 ton/m? = 48 ton) is aan de hoge kant. Een capaciteit van 10-15 m? is realistischer, wat tot 288

NO0101L230537 |

7 juni 2023

-

432 betonmixers zou leiden. In

2

LBP SEGHTV ieder geval geldt dat de inzetduur van de betonmixers niet is meegenomen in de tabel op pagina 9

of 15 van het onderzoeksrapport.

De aannames voor overige werktuigen en uitgangspunten ten aanzien van inzetduur zijn alle redelijk en in de meeste gevallen conservatief (dus ruim) ingeschat.

Afrondingsfase

De afrondingfase van het plangebied bestaat voornamelijk uit de aanteg van verharding,

groenvoorzieningen en uit de realisatie van watergangen. Voor het afgraven van watergangen wordt uitgegaan van een afgravingspakket van 0,5 m. Het plangebied heeft op dit moment een maaiveldhoogte van ca. 0,0 m +NAP (0,3 m +NAP tot 0,33 m-

NAP, zie p. 6 van bijlage 15 bij de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan). Het beoogd peil

voor de watergangen is 0,8 m -NAP (zie paragraaf 3.3 van bijlage 13 bij de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan). Dit zou een gemiddelde afgravingspakket dikte van minimaal 0,8 m

betekenen (eigenlijk meer omdat het waterpeil op 0,8 m -NAP is gelegen en de watergang dan dus nog dieper moet zijn). De inzet van de graafmachine, wiellader en vrachtwagens voor afvoer van

grond is daarmee onderschat in het onderzoek, Een voorzichtige inschatting is dat het verschil 100 kg NOx emissie kan zijn.

Verkeersbewegingen bouwverkeer Voor de verkeersbewegingen naar en van het plangebied is in het onderzoek een onderscheid

gemaakt tussen lichtverkeer en middel- en zwaar verkeer.

De aanname voor licht verkeer is plausibel. Voor het vrachtverkeer wordt aangenomen dat 60%

zwaar vrachtverkeer is. Uitgaande van het feit dat het merendeel van de vrachten naar verwachting materialen met hoge dichtheden betreffen (grond, beton, prefab elementen) is dit percentage aan de voorzichtige kant (75 tot 85% zou misschien beter passen). Op de totale stikstofemissie heeft dit

echter weinig invloed),

Gebruiksfase De woningen worden niet op het gasnet aangesloten. Het onderzoek stelt daarom dat ten aanzien

van de gebruiksfase alleen de verkeersbewegingen van belang zijn. Hierover merken wij op dat dit plan ziet op grondgebonden woningen. Het is dus mogelijk dat andere stookinstallaties in de vorm van b.v. houtkachels of open haarden gebruikt gaan worden,

waarmee extra stikstofemissies optreden. Het ontwerp bestemmingsplan staat het gebruik van deze stookinstallaties ogenschijnlijk niet in de weg.

Ten aanzien van het planverkeer is voor de berekening van de verkeersgeneratie aangesloten bij de

hoogste CROW kengetallen. Er wordt uitgegaan van vrijstaande woningen, waarvoor een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning geldt en een maximale verkeersgeneratie van 8,6

N00101 1230537

|

7 juni 2023

3

LBP motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm). Uit bijlage 1 van de toelichting van het ontwerp

bestemmingsplan blijkt voor dit plangebied een parkeernorm van 2,29: RENVOOI PARKEERPLAATSEN

Polderstraat

0

Verlenging Kerkepad

15

Eilandstraat

23

Landschapsstraat

15

Openbaar terrein totaal Op eigen kavel

53

112

Totaal aantal parkeerplaatsen

165

Parkeernorm behaald

2,29

EN parkeerplaats op eigen kavel BBR parkeerplaats op openbaar terrein

Het bereiken van de maximale verkeersgeneratie per woning is daarmee niet vanzelfsprekend, hetgeen betekent dat de aanname voor de verkeersgeneratie (620 mvt/etm) van het plangebied

worst case is.

Dit wordt bevestigd door de mobiliteitstoets die is opgenomen in bijlage 20 en bijlage 21 van de

toelichting op het ontwerp bestemmingplan. Daar van uitgaande wordt de verkeersgeneratie op 591 mvt/etm gesteld.

Conclusies In het algemeen zijn de keuzes en uitgangspunten voor de diverse berekeningen in het

stikstofonderzoek gedetailleerd en helder uiteengezet. Dit maakt de handhaafbaarheid van het plan in de uitvoeringsfase goed mogelijk.

Ten aanzien van de aanlegfase constateren wij enkele onduidelijkheden en vier

omissies/onderschattingen van stikstofbronnen, te weten: 1}

de emissies van bemaling;

2)

de emissies van eventuele hei-installaties;

3)

de emissies van de betonmixers op de bouwplaats, en;

4)

de onderschatting van de dikte van het afgravingspakket van de watergangen.

Een voorzichtige inschatting is dat dit een verschil van 100 kg NOx emissie kan betekenen. Op basis

van een ruwe stikstofdepositieberekening in AERIUS Calculator 2022 die wij indicatief hebben

uitgevoerd, kan dit het omslagpunt betekenen tussen 0,00 en 0,01 mol N/ha/jaar. Significant negatieve gevolgen voor de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden zouden dan

op voorhand niet kunnen worden uitgesloten.

Ten aanzien van de gebruiksfase constateren wij een mogelijk omissie van stookinstallaties in de vorm van houtkachels, open haarden etc. Echter, onze inschatting is dat die samen met de

verkeergeneratie niet tot een dermate hogere stikstofemissie leidt dat een toename van de stikstofdepositie is te verwachten.

N00101L230537

|

7 juni 2023

4

LBP SIGHT4

_______

LBPSIGHT

___ ______

N00101L230537 |7

juni 2023

5

Bijlage 4

Rapport

Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost

Second opinion; Ladder voor

©

duurzame verstedelijking plan

Eemdijk-Oost

Datum

14 september 2023

Opdrachtgever:

Omwonenden Kerkepad Eemdijk

Contactpersonen:

____ _______ __ _____ __ _____

Nadere inlichtingen:

____ ____ ____ ______ ___ ___ _______ ____ __ ___ ___ __ _

Projectnummer:

P46740

Aanpesioter. Ei de

ale

SiVereniging var Beleidsonderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15007585/1