Bijlage 1a, 0-Motivering TAM-omgevingsplan Eemdijk 3.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Eemdijk 3, Eemdijk Motivering TAM-Omgevingsplan Gemeente Bunschoten NL.IMRO.0313.TAMhfst22aEemdijk3-ont1
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
18 april 2025, projectnummer 240375
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
3
1.1
Aanleiding en doel van het plan
3
1.2
Ligging plangebied
3
1.3
Geldend plan
4
1.4
Leeswijzer
7
Planbeschrijving
8
2.1
Bestaande situatie
8
2.2
Toekomstige situatie
10
Beleid en regelgeving
13
3.1
Nationaal beleid en regelgeving
13
3.2
Provinciaal beleid en regelgeving
14
3.3
Regionaal beleid
23
3.4
Gemeentelijk beleid en regelgeving
25
Fysieke uitvoerbaarheid
29
4.1
Verkeer & parkeren
29
4.2
Milieubelastende activiteiten
30
4.3
Bodem
32
4.4
Geluid
35
4.5
Luchtkwaliteit
37
4.6
Geur
39
4.7
Omgevingsveiligheid
40
4.8
Waterhuishouding
42
4.9
Klimaat & duurzaamheid
49
4.10
Ecologie
51
4.11
Archeologie & cultuurhistorie
57
4.12
Leidingen
60
4.13
Explosieven
60
4.14
Milieueffectrapportage
61
Juridische planbeschrijving
63
5.1
Algemeen
63
5.2
Opzet van de regels
63
5.3
Verantwoording van de regels
65
6
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
67
6.1
Economische uitvoerbaarheid
67
6.2
Consultatie
67
6.3
Participatie
67
6.4
Zienswijzen
68
Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 3: Digitaal wateradvies Bijlage 4: QuickScan natuurwaardenonderzoek Bijlage 5: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 6: Memo natuurwaarden Bijlage 7: Participatieverslag
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel van het plan Aan de Eemdijk 3 te Eemdijk is een agrarisch bedrijf gevestigd. De eigenaren van het bedrijf hebben de wens uitgesproken om te stoppen met de bedrijfsactiviteiten en de bestemming van hun erf te wijzigen van agrarisch naar wonen. Op het perceel is één woning aanwezig. Na het beëindigen van het bedrijf zal de bestaande woning en een deel van de bestaande stallen en schuren van het bedrijf worden gesloopt. Daarvoor in de plaats komen twee nieuwbouwwoningen aan de voorzijde van het erf. Twee van de bestaande schuren zullen in gebruik worden genomen als bijgebouwen voor de woningen. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.
1.2
Ligging plangebied Het besluitgebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Bunschoten. De locatie ligt ten noorden van de kern Eemdijk en ten zuiden van het Eemmeer. Het noorden, oosten en zuiden van het besluitgebied worden begrenst door de omliggende akkers. Ten noorden van het besluitgebied bevinden zich eveneens een paardenbak en agrarisch bedrijf. Het westen wordt begrenst door Eemdijk. Kadastraal gezien maakt het besluitgebied deel uit van het kadastrale percelen Bunschoten, sectie M en nummers 98 en gedeeltes van 90, 70, 71 en 72. De oppervlakte van het besluitgebied is circa 5.300 m2. In navolgende afbeelding is het besluitgebied met een rode ster weergegeven binnen ten opzichte van de kernen Eemdijk en Bunschoten en hun omgeving. De volgende afbeelding geeft de begrenzing globale omtrek van het besluitgebied weer.
3
Projectlocatie, weergegeven met de rode ster, ten opzichte van de kernen Eemdijk en Bunschoten (bron:arcgis.com/mapviewer)
Globale begrenzing besluitgebied weergegeven met het rode kader (bron: arcgis.com/mapviewer)
1.3
Geldend plan Dit omgevingsplan vervangt de geldende bestemmingsplannen die zijn opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan, voor zover van toepassing op dit besluitgebied. Op de planlocatie komt een deel van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ van de gemeente Bunschoten te vervallen, welke is vastgesteld op 20 april 2017 door de gemeenteraad. Binnen dit plan zijn aan de locatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ toegekend. Ook zijn binnen het besluitgebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 5’ en ‘Waarde - Grebbelinielandschap’ opgenomen. Een deel van het besluitgebied is voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - aardkundige waarden’. Verder is het besluitgebied voorzien van een
4
bouwvlak, de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – paardenbak’ ter plaatse van de paardenbak en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen’ ten noordoosten van het bestaande bouwvlak. In de navolgende afbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ opgenomen voor het besluitgebied.
Verbeelding geldend plan ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ van de gemeente Bunschoten met besluitgebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Daarnaast komt op de locatie het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Planregels Wonen’, welke is vastgesteld op 9 juli 2020, te vervallen. De op basis van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ agrarisch bestemde met waarden bestemde gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf, de behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, behoud van de voor oxidatie gevoelige veenbodem en hobbymatig agrarisch gebruik. Daarnaast zijn paardenbakken buiten bouwvlakken toegestaan indien de locatie is voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - paardenbak’. Verder is ander gebruik van bebouwing als ondergeschikte nevenactiviteit met een maximum van 25% van het bebouwd oppervlak, met een maximum van 300 m², toegestaan. Ook standplaatsen voor ten hoogste 15 kampeermiddelen en voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen zijn toegestaan. Ten slotte zijn de daarbij horende voorzieningen toegestaan zoals duurzame energievoorziening, natuurontwikkeling en – beheer, watergangen en lopen, en oevers met natuurwaarden, tuinen, erven en voorzieningen, zoals 5
paardenbakken, dierweiden, ontsluitingswegen en -paden, mestplaten en opslag van grasrollen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Per bouwvlak is niet meer dan één bedrijfswoning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aardkundige waarden' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de aardkundige waarden. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Daarnaast is vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing is toegestaan, indien de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bovenstaande, indien is gebleken dat het oprichten van het bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd, niet zal leiden tot een verstoring van de aardkundige waarden. Ter plaatse van het besluitgebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
Op en in de gronden mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) slechts worden gebouwd mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Het bovenstaande is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30 cm en de oppervlakte niet meer dan 10.000 m² bedraagt. Ook geldt ter plaatse van het besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Grebbelinielandschap’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden, deeluitmakende van de Grebbelinie zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie die is toegevoegd aan de regels. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken geldt de voorwaarde dat voor het bouwen van bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorisch waarden, deel uitmakende van de Grebbelinie. Daarnaast moet bij de afweging in ieder geval het Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie betrokken. Ten slotte geldt ter plaatse van het noordelijke deel besluitgebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie gebieden’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de versterking en ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden. Objecten
6
met cultuurhistorische en ruimtelijke waarden zijn aangegeven op de bij deze regels behorende bijlage 4 (Onderzoek cultuurhistorie Buitengebied Bunschoten) en nader aangeduid als waardevol dijktracé of waaien. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Op de gronden mag slechts worden gebouwd indien uit cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat de ruimtelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord of vernietigd. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. De gemeente heeft geen lokale verordeningen die van belang zijn voor het besluitgebied.
1.4
Leeswijzer De voorliggende motivering bij het wijzigingsbesluit is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het besluitgebied, waarbij zowel de ruimtelijke als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt kort ingegaan op de nieuwe ontwikkeling en de strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan. Het derde hoofdstuk gaat in op de relevante geldende beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft op de fysieke leefomgeving. In het vijfde hoofdstuk wordt een juridische toelichting op het wijzigingsbesluit gegeven en hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling en de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden.
7
2 Planbeschrijving 2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Historische ontwikkeling Het buitengebied van Bunschoten heeft een rijke geschiedenis die sterk verbonden is met landbouw, waterbeheer en visserij. Het gebied rond Bunschoten, gelegen aan de rand van de Zuiderzee, was oorspronkelijk een moerassig gebied, maar er zijn aanwijzingen voor vroege menselijke bewoning, vooral in de vorm van grafheuvels uit de bronstijd en ijzertijd. In de 12e en 13e eeuw werd het gebied voor het eerst genoemd. De veeteelt en visserij waren belangrijke activiteiten. In de middeleeuwen werd het ook een strategisch gebied voor de Hollandse Waterlinie. In de 17e en 18e eeuw werden delen van het gebied drooggelegd door de aanleg van dijken en molens, waardoor het geschikt werd voor landbouw. De visserij speelde ook een belangrijke rol, vooral rond de Zuiderzee. De 19 e eeuw bracht de industrialisatie, maar het buitengebied van Bunschoten bleef voornamelijk agrarisch. De nabijheid van steden als Amersfoort bevorderde de handel en het transport via de spoorwegen. In de 20e eeuw kende het gebied verstedelijking, maar de landbouw bleef belangrijk, vooral in de veeteelt en akkerbouw. Tegenwoordig is het buitengebied van Bunschoten een mengeling van landbouw, natuur en recreatie, met aandacht voor ecologisch behoud en waterbeheer, terwijl het ook een plek is voor recreatie en het bewaren van cultureel erfgoed.
Ontwikkeling van het erf 1900 - 1950 - 1975 - 2000 (bron: topotijdreis.nl)
8
2.1.2
Huidige situatie Het besluitgebied is gelegen ten westen van de kern Bunschoten en ten noorden van de kern Eemdijk. Het besluitgebied wordt omgeven door agrarische gronden en boerderijen afgewisseld met een enkele woning of een regulier bedrijf. De locatie is gelegen aan een dijk en het besluitgebied ligt ca. 400 meter ten zuiden van het Eemmeer. Het erf ligt in een vlak polderlandschap met een fijnmazige en rechtlijnige slotenstructuur. Het betreffen voornamelijk gras- en weilanden. De huidige gronden bij het erf zijn tevens in gebruik als grasland. Daarnaast is ten noorden van het besluitgebied een paardenbak aanwezig. Op het erf staan een oude woonboerderij met een mansarde dak die rond 1950 is gerealiseerd. In het verlengde van de boerderij en aan de overkant van het erg bevinden zich enkele agrarische bedrijfsgebouwen. De bebouwing ligt haaks op de Eemdijk en volgt de rechtlijnige slotenstructuur. Ten noorden van de bebouwing, direct naast de woonboerderij, wordt het kuilvoer opgeslagen in de vorm van kuilbalen. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het besluitgebied.
Uitsnede van een luchtfoto met besluitgebied rood omkaderd (bron: PDOK)
9
Aanzicht van het besluitgebied vanaf de Eemdijk (bron: google streetview)
2.2
Toekomstige situatie De eigenaren van het agrarische bedrijf aan de Eemdijk 3 te Eemdijk hebben de wens uitgesproken om te stoppen met het houden van melkvee en de bestaande bedrijfsbebouwing te saneren. Met het beëindigen van het agrarische bedrijf wenst de initiatiefnemer een functieverandering toe te passen op het perceel van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. De wens bestaat om vervolgens de bestaande bedrijfswoning vervangen door een nieuw bouwvolume en een extra woning te realiseren. De bestaande woning is verouderd en zit aan de bedrijfsgebouwen vast. Met het slopen van de bedrijfsgebouwen is de kans groot dat de bestaande woning beschadigd zal raken. In de gewenste situatie zullen de woningen op ongeveer dezelfde locaties worden gerealiseerd, op één lijn met elkaar. Hierbij wenst cliënt aan de noordelijke zijde van het perceel een woning met een inhoud van 1.000 m 3 te realiseren en aan de zuidelijke zijde een woning met een inhoud van 600 m3. Op deze wijze ontstaat op de locatie een hoofdwoning en een ondergeschikte woning. De grotere woning zal worden gerealiseerd in de vorm van een dijkwoning. Deze bouwstijl is karakteristiek voor woningen die aan de dijk zijn gelegen. Daarnaast zullen twee van de bestaande bedrijfsgebouwen behouden blijven. Deze gebouwen zullen worden ingezet als bijgebouwen bij de woningen, waarbij elke woning wordt gekoppeld aan een bouwgebouw.
Het achterste gebouw wordt als bijgebouw betrokken bij de noordelijke woning; het voorste gebouw als bijgebouw bij de zuidelijke woning. Per woning met bijgebouw wordt een woonbestemmingsvlak ingetekend. De scheiding van de twee bestemmingsvlakken loopt midden over de verharding. Op het noordelijke bouwvlak en bouwvlak ter plaatse van het achterste bijgebouw mag de oppervlakte aan bijgebouwen tezamen niet meer bedragen dan 221 m2. 10
Deze oppervlakte komt overeen met de oppervlakte van het vrijstaande bijgebouw (221 m2). De maximale hoogten komen overeen met de hoogten van het bestaande achterste gebouw. Op het zuidelijke bouwvlak en bouwvlak ter plaatse van het achterste bijgebouw mag de oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedragen dan 208 m 2. Deze oppervlakte komt overeen met de oppervlakte van het bestaande bijgebouw. De maximale hoogten komen overeen met de hoogten van het bestaande bijgebouw. De toekomstige situatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding. De landschappelijke inpassing1 is ook toegevoegd als bijlage.
Situatietekening toekomstige situatie (bron: VanWestreenen)
Landschap Onderhavig plangebied ligt in het deelgebied ‘Eemland’. Het gebied oogt eenduidig, maar is in feite een samenspel van agrarische, ecologische en recreatieve functies. De randen lijken strak en gelijk, maar dichtbij variëren ze van plek tot plek. Achter de randen en in open linten in de weidse ruimte ligt bebouwing. Het contrast tussen de open ruimte en de beschutte ruimte achter de randen is de essentie van Eemland. Het verschil tussen de deelgebieden is een nuance binnen die grote open ruimte. In essentie is de Eempolder een grastapijt met rechte lijnen. Rechte sloten en wegen doorkruisen het in slagen verkavelde groene gras. Boerenerven liggen als
1
VanWestreenen (2025). Landschappelijke inpassen Eemdijk 3 te Eemdijk. Projectnummer: 202405BO-Huygen. 27 maart 2025.
11
beplante eilandjes in losse linten in de open ruimte. De weidsheid wordt benadrukt door de meer besloten randen eromheen. In de huidige situatie zijn er reeds een aantal beplantingselementen op het perceel aanwezig. Langs de weg zijn een aantal bomen aangeplant, de zuidelijke perceelgrens kent een rij bomen en de noordelijke perceelgrens is voorzien van een houtsingel. In de gewenste situatie zal een groot deel van de bestaande bebouwing en de grote hoeveelheid erfverharding met sleufsilo’s worden verwijderd. Het erf wordt in de gewenste situatie daarnaast ingekort en vergroend. De achtergrens van het nieuwe erf wordt straks benadrukt door de aanplant van een groep bomen. Hierbij blijft een zichtlijn vanaf het voorerf naar de achtergelegen open gronden behouden. Het erf wordt met deze extra aanplant visueel kleiner en komt nog meer als groen eiland in het landschap te liggen, zoals dit kenmerkend is voor het landschapstype. In de gewenste situatie blijft er daarnaast sprake van rechte lijnen. Op het erf zelf zal daarnaast een deel van de gronden worden ingericht met bloemrijk grasland. Dit geeft een natuurlijk karakter geeft aan het erf en kent tevens een ecologische functie. Tevens zal een waterpoel worden aangelegd. Niet alleen als ecologische toevoeging, maar ook in het kader van watercompensatie en klimaatadaptatie.
Qua beplanting wordt een diversiteit aan streekeigen soorten op het perceel toegevoegd die passend zijn bij het landschapstype ter plaatse. Het bosschage wordt ingevuld met de soorten zwarte els en ruwe berk met als onderbegroeiing de soorten meidoorn, sleedoorn, lijsterbes en veldesdoorn. Het bloemrijk grasland zal bestaan uit een mengsel van soorten die goed op veengronden groeien, bijv. gewoon duizendblad, pinksterbloem, knoopkruid, gewone margriet, diverse klavers, echte koekoeksbloem, blauwe knoop en smalle weegbree. Beeldkwaliteit De woningen komen in de gewenste situatie op het voorerf te staan, met de voorkanten op dezelfde lijn. De noordelijke woning wordt uitgevoerd als dijkwoning en wordt visueel het hoofdgebouw op het perceel. Deze kent in de gewenste situatie ook een grotere inhoudsmaat. De tweede woning wordt kleiner uitgevoerd en is qua vormgeving ondergeschikt aan de dijkwoning. Het parkeren vindt plaats op het achtererf, waarbij er gebruik wordt gemaakt van één uitweg. Twee voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden hergebruikt als bijgebouwen bij de twee woningen. Met de beoogde inrichting is er op het perceel duidelijk sprake van een voorerf en een achtererf. Daarnaast is er in de gewenste situatie een duidelijke overgang van het erf naar de omliggende agrarische gronden. Hiermee is het plan vanuit beeldkwaliteit goed inpasbaar in haar omgeving.
12
3 Beleid en regelgeving 3.1
Nationaal beleid en regelgeving
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1 Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3 Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Het rijk zet in op een toekomstbestendige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het voorliggende plan ziet op het stoppen van een agrarisch bedrijf en de realisatie van één nieuwe woning ter vervanging van de voormalige bedrijfsbebouwing. De nieuwe woning worden landschappelijke ingepast, waarbij veel aandacht is besteed aan het historische karakter van het landschap en haar omgeving, klimaatadaptatie, duurzaamheid, natuur en ecologie. De ontwikkeling is hierdoor toekomstbestendig ingericht en past binnen de kenmerken en de identiteit van het gebied. Het plan sluit hiermee aan bij de ambities uit de NOVI.
13
3.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.
− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Onderhavig project raakt geen nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de Bkl.
3.1.3
Conclusie Het project is in lijn met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid en regelgeving
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie legt de provincie het ruimtelijke beleid voor de periode tot 2050 vast. Het nieuwe ruimtelijke beleid heeft als hoofdvraag: ‘Hoe willen wij dat onze provincie er in 2050 uitziet?’. In de omgevingsvisie komen de volgende aspecten aan de orde: − Woningbouw in principe binnen steden en dorpen en rondom knooppunten; − De beschikbare ruimte meervoudig gebruiken; − Het vergroten van de duurzaamheid; − Specifiek inspelen op wat gebieden nodig hebben.
14
In de Omgevingsvisie liggen de integrale langetermijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de omgevingsvisie worden groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang bezien. Hiermee wordt ruimte geboden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en wordt zorggedragen voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. In het omgevingsbeleid staan twee centrale uitgangspunten centraal: − De provincie Utrecht kiest gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee zij de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. − De provincie Utrecht concentreert en combineert nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven. Toetsing Het onderhavig project betreft een functiewijziging waarbij een agrarische functie wordt omgezet naar wonen.
Hierbij wordt een deel van de agrarische bebouwing en de bestaande bedrijfswoning gesloopt, om plaats te maken voor twee nieuwbouwwoningen. Door grotendeels te bouwen binnen het bestaande agrarische bouwvlak blijft het ruimtebeslag van de ontwikkeling beperkt en geconcentreerd. Daarnaast zal het slopen van de agrarische bedrijfsbebouwing zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het besluitgebied. De provincie Utrecht heeft gekozen voor gebiedsgericht beleid en heeft per deelgebied beleid opgenomen. De onderstaande gebiedsaanwijzingen zijn relevant voor het onderhavig project. Onderwerpen die niet relevant zijn voor de ontwikkeling, zijn niet meegenomen in deze beschouwing. Aandachtsgebied bodemdaling In het Klimaatakkoord hebben de provincies de opdracht gekregen de regierol te vervullen bij de aanpak van de bodemdaling. De bodemdaling in het aandachtsgebied bodemdaling - landelijk gebied zal moeten worden geremd met een mix aan maatregelen. Verwacht wordt dat maatregelen genomen moeten worden in meer dan de helft van het landelijk veenweidegebied. De maatregelen zoekt de provincie vooral in de richting van het verhogen van de grondwaterstand, maar ze kijken niet alleen naar technische oplossingen, maar ook naar functiewijzigingen of een andere invulling van bestaande functies. Met het voorliggende project wordt de functie veranderd van agrarisch naar wonen.
Dit bied kansen voor het verhogen van de grondwaterstand op de locatie.
15
Aardkundige waarden De provincie beschermt de Aardkundige waarden. Als een voorgestelde ingreep botst met de aardkundige waarden in een gebied, is een gedegen afweging tussen de ingreep en het behoud van de aardkundige waarde(n) nodig. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bescherming van het natuurlijk reliëf, de bodemopbouw en eventuele actieve landschapsvormende processen. Het voorliggend initiatief zal worden gerealiseerd binnen het bestaande agrarische bouwvlak en zal geen afbreuk doen aan de aanwezige aardkundige waarden. Beschermingszone drinkwaterwinning Voor de bescherming van de bestaande drinkwaterwinningen in de provincie heeft Utrecht een Beschermingszone drinkwaterwinning. Vanwege de bevolkingsgroei en de toenemende bedrijvigheid hebben we tot 2050 extra drinkwater nodig, waarvoor oppervlakte- en grondwater wordt onttrokken. Hiervoor ontwikkeld de provincie samen met de drinkwaterbedrijven nieuwe grondwaterwinningen en breiden we bestaande grondwaterwinningen uit. Een nieuwe winning bij Schalkwijk en uitbreiding van de winning Eemdijk worden als beste opties gezien om hierin te voorzien. Voor beide locaties is een zoekgebieden drinkwaterwinning aangewezen.
Bij het ontwikkelen van nieuwe drinkwaterwinningen zoekt de provincie naar een combinatie van functies, zoals het winnen van grondwater voor de productie van drinkwater in combinatie met natuurontwikkeling. Met het voorliggend initiatief wordt agrarische functie weg bestemd in het kader van de ontwikkeling van twee woningen. Dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het grondwater. Cultuurhistorische hoofdstructuur Cultuurhistorische waarden van de leefomgeving willen de provincie beschermen en benutten, door ze beter zichtbaar en beleefbaar te maken en door ze te gebruiken als dragers en aanjagers van ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de cultuurhistorische hoofdstructuur legt Utrecht de nadruk op gebieden die gemeentegrenzen overstijgen: Historische buitenplaatszones, Militair erfgoed, het agrarisch cultuurlandschap, Archeologisch waardevolle zones en Historische infrastructuur. Het onderhavig besluitgebied is gelegen binnen militair erfgoed. Militair erfgoed Door de provincie Utrecht lopen vier grote voormalige waterlinies die wij aanmerken als Militair erfgoed: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam, de Grebbelinie en de Oude Hollandse Waterlinie. De Eemdijk maakt onderdeel uit van de Grebbelinie.
Voor deze linies en voor de Grebbelinie zijn de cultuurhistorische waarden gelegen in het samenhangende systeem van het strategische landschap, het watermanagement en de militaire werken, de openheid en het groene en overwegend rustige karakter. Door de sloop van een deel van de aanwezig bedrijfsbebouwing, wordt met het voorliggende project de openheid en de kwaliteit van het landschap verbeterd.
16
Landschap Eemland Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van de aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. De provincie Utrecht kent vijf karakteristieke landschappen Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. Het besluitgebied is gelegen in Landschap Eemland en heeft de kernkwaliteiten extreme openheid, slagenverkaveling, veenweidekarakter, historie van de Zuiderzee, de hierin gelegen Grebbelinie en overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort). Binnen het ontwerp is rekeningen gehouden met de kernkwaliteiten van dit landschap, zoals nader is toegelicht in paragraaf 2.2 in de paragraaf landschap. Daarnaast wordt door de sloop van een deel van de aanwezig bedrijfsbebouwing, de openheid en de kwaliteit van het landschap verbeterd. Houtopstand De provincie Utrecht hecht bijzondere waarde aan het grote bosareaal dat de provincie rijk is. De provincie streeft ernaar om in 2040 Houtopstanden te hebben die bijdragen aan schone lucht, landschappelijke kwaliteit, hogere biodiversiteit en CO₂-vastlegging.
Het uitgangspunt is daarbij het vergroten van het oppervlak aan bos, behoud en versterking van belangrijke bosverbindingen en verbetering van de natuurkwaliteit van de bossen. De provincie stimuleert dat er inrichtingsmaatregelen worden genomen om de kwaliteit van bossen te verbeteren en om kleine landschapselementen te herstellen. In onderhavige ontwikkeling worden geen houtopstanden gekapt, er komen juist meer bomen bij. Landbouwgebied In het Landbouwgebied is landbouw de hoofdgebruiker, maar vindt ook menging met andere functies plaats. De provincie biedt agrariërs ruimte voor verbreding en innovatie. Het gaat ons hierbij om activiteiten die in het belang zijn van de landbouw zelf en van haar functie voor het omringende gebied. Andere agrarische ondernemers worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd door deze activiteiten. In onderhavige ontwikkeling wordt een agrarische functie omgezet naar wonen. Andere agrarische ondernemers worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd door deze activiteiten. Landelijk gebied Het provinciaal beleid is in principe gericht op het duurzaam toekomstperspectief geven aan de agrarische bedrijven. Daar waar de bouwpercelen gunstig liggen ten opzichte van de goede landbouwgrond is in het geval een agrarisch bedrijf stopt, het behoud van een agrarisch bouwperceel voor de landbouw wenselijk.
Door het grote aantal bedrijven dat stopt, en de soms ongunstige ligging van bouwperceel ten opzichte van veldpercelen is dit echter vaak niet haalbaar. Als een agrarisch bouwperceel geheel vrijkomt is het beleid gericht op sloop van overbodig geworden bedrijfsbebouwing. De provincie biedt via onze Omgevingsverordening in het Landelijk gebied ruimte voor de bouw van één tot drie woningen (ruimte-voor-
17
ruimte) of de vestiging van een niet-agrarische functie in ruil voor de sloop van een evenredige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Daarbij is het uitgangspunt dat alle bedrijfsmatige bebouwing moet worden gesloopt. Naar mate er meer wordt gesloopt, is er meer ontwikkelruimte. Met het onderhavig plan wordt 1.122 m2 agrarische bedrijfsbebouwing en de bestaande bedrijfswoning gesloopt. Op basis van het overgangsrecht en de ruimte-voor-ruimte regeling, mogen hiervoor 2 nieuwe woning worden gerealiseerd. Daarnaast blijven twee schuren met een gezamenlijk oppervlak van 429 m2 behouden. Deze zullen dienen als bijgebouwen bij de nieuw te realiseren woningen. Hierbij is aandacht besteed aan het behoud van de landelijke kwaliteiten voor landschap, landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie. Overstroombaar gebied Eén van de belangrijkste risico's van klimaatveranderingen in de delta Nederland is een overstroming. Als er ondanks de waterveiligheidsmaatregelen iets, dan wil de provincie daarop voorbereid zijn. Dit vraagt enerzijds om gevolgenbeperking bij overstromingen door overstromingsrobuuste ruimtelijke inrichting van woningen, bedrijven en (provinciale) wegen en van de buitendijkse gebieden en anderzijds om een goede rampenbestrijding en crisisbeheersing bij overstromingen (calamiteitenbestrijding overstromingen).
Daarom geeft de provincie het overstroombaar gebied aan, waarbinnen de provincie met gemeenten, waterbeheerders en de Veiligheidsregio Utrecht samenwerkt aan de gevolgenbeperking bij overstromingen. Daarnaast is in de Omgevingsverordening een regel opgenomen om in overstroombaar gebied rekening te houden met overstromingsrisico's. De toetsing aan deze regel vindt plaats in paragraaf 3.2.2. Stiltegebied Het intensieve gebruik van onze leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. De provincie Utrecht heeft 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden handhaaft de provincie de rust die aanwezig is. Ter bescherming van de stiltegebieden zijn regels opgenomen in de Omgevingsverordening op. De toetsing aan deze regels vindt plaats in paragraaf 3.2.2. Toekomstbestendige natuur en landbouw De provincie heeft een netwerk met robuuste natuur waarin vier grote diverse systemen liggen: Rivierengebied, Veenweidegebied, Eemvallei en Utrechtse Heuvelrug. Dit netwerk maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland met daarin verschillende Natura 2000-gebieden.
De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden tot één samenhangend Groot natuursysteem. De provincie Utrecht stimuleert de transitie naar een duurzame landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Het onderhavig plan betreft de functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar wonen in Landschap Eemland. Dit draagt bij aan het versterken van de natuur
18
in de omgeving, vanwege de daling van de stikstofdepositie door het stoppen van het agrarische bedrijf. Weidevogelkerngebied Voor diverse weidevogels, en vooral de grutto, heeft Nederland in internationaal verband een grote verantwoordelijkheid. In het NNN ligt een aantal belangrijke gebieden waar veel weidevogels voorkomen. In de agrarische Weidevogelkerngebieden stimuleert de provincie de verbetering van de kwaliteit ervan via agrarisch natuurbeheer. Naast een goed beheer zijn ook ruimtelijke aspecten als openheid, rust en goede inrichting voor weidevogels van groot belang. De provincie monitort de stand van de weidevogels en nemen zo nodig extra maatregelen voor de bescherming van deze gebieden. In paragraaf 3.2.2 wordt dieper ingegaan wat de aspecten voor de planlocatie betekenen. 3.2.2
Omgevingsverordening provincie Utrecht De omgevingsverordening Utrecht is op 7 februari 2024 vastgesteld. Op 1 maart 2024 is deze eerste wijziging in werking getreden. In de verordening zijn instructieregels opgenomen die in acht genomen moeten worden bij het maken van nieuwe ruimtelijke plannen. Op deze manier kan het provinciale ruimtelijke beleid ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Hieronder worden de meest belangrijke instructieregels behandeld. Toetsing Aardkundige waarden Het perceel ligt binnen het gebied dat in de verordening is aangemerkt als Aardkundige waarden. In artikel 7.12 van de Provinciale verordening wordt gesteld dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aardkundige waarden regels bevat ter bescherming van de in het plangebied aangewezen aardkundige waarden. Een motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van de in het plangebied aanwezige aardkundige waarden en de daaraan toe te kennen waardering. Daarnaast bevat de motivering ook het door de gemeente te voeren beleid voor aardkundige waarden; en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de aardkundige waarden in het plan. Met het voorliggend initiatief worden geen gronden opgehoogd of verlaagd.
Daarnaast zullen de woningen worden grotendeels gerealiseerd binnen het bestaande agrarische bouwvlak, waar de gronden al geroerd zijn door de realisatie van de huidige bebouwing. Het natuurlijk reliëf, de bodemopbouw en eventuele actieve landschapsvormende processen zullen met de onderhavige ontwikkeling niet worden aangetast. Agrarische bedrijven Het perceel ligt binnen het gebied dat in de verordening is aangemerkt als Agrarische bedrijven. Artikel 8.1 van de Provinciale verordening bevat instructieregels over de uitbreiding van een agrarisch bedrijf. Het onderhavig project betreft het
19
stopzetten van een agrarisch bedrijf. De bovenstaande regels zijn daarom niet relevant voor het onderhavig project. Landelijk gebied Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan regels bevatten die op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beeindigd de bouw van één of meerdere nieuwe woningen toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: − het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een Concentratiegebied glastuinbouw; − alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 750 m2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5.000 m2 aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voor één woning.
Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; − de nieuwe woning of woningen worden gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en − de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Dit wordt navolgend onderbouwd: − Het agrarische bouwperceel is gesitueerd op korte afstand van de kern van Bunschoten, het Groene Contour en NatuurNetwerk Nederland. De initiatiefnemer heeft daarnaast niet voldoende gronden ter beschikking om op de locatie een grondgebonden veehouderij te kunnen exploiteren. Het bouwperceel is derhalve niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw. − De initiatiefnemer beschikt in de huidige situatie over 1.371 m2 aan bedrijfsbebouwing.
Van de 1.371 m2 wenst de initiatiefnemer 429 m2 te behouden, hierdoor houdt hij nog 942 m2 over aan bebouwing die gesloopt zullen worden. Bij het slopen van minimaal 750 m2 aan bebouwing wordt er een mogelijkheid geboden om één extra woning te realiseren. De initiatiefnemer beschikt over 942 m2 aan bebouwing die gesloopt zal worden, derhalve kan aan deze eis worden voldaan.
20
− In de gewenste situatie worden de woningen gerealiseerd binnen het bouwvlak in samenhang met de huidige bedrijfswoning (die tevens gesloopt en opnieuw gebouwd zal worden). Daarnaast wordt het perceel landschappelijk ingepast. De landschappelijke en natuurlijke waarden op het perceel worden derhalve versterkt. − De omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.2. Militair erfgoed binnen Cultuurhistorische Hoofdstructuur Het besluitgebied valt binnen de Cultuurhistorische Hoofdstructuur en is aangewezen voor ‘militair erfgoed’. In artikel 7.9 van de Provinciale verordening zijn bepalingen opgenomen ter bescherming en benutting van deze waarden. In de motivering van het omgevingsplan dient een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Deze beschrijving komt terug in de paragraaf 4.11. Grondwaterbeschermingszone Het besluitgebied is gelegen binnen een Grondwaterbeschermingszone. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op de bescherming van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie.
Op basis van artikel 3.11 moet degene die in een Grondwaterbeschermingszone een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de bescherming van het grondwater in verband met de winning daarvan voor menselijke consumptie, verplicht: a
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
b voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Dit betekent daarnaast dat, wanneer er sprake is van een direct optredende of dreigende verontreiniging van het grondwater, gedeputeerde staten onmiddellijk op de hoogte worden gesteld. Met het voorliggend project worden echter geen activiteiten mogelijk gemaakt die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de bescherming van het grondwater. Boringsvrijezone Eemland Het zuidelijke deel van het besluitgebied is gelegen binnen een ‘Boringsvrije zone’. In paragraaf 3.2.6. zijn regels opgenomen ten aanzien van de bescherming van het grondwater in een boringsvrije zone. De regels bevatten verboden ten aanzien van mijnbouwactiviteiten, energietoevoeging- en onttrekking en het oprichten en uitvoeren van boorputten, boringen en grondwerken dieper dan 40 m onder het maaiveld. Het onderhavig project heeft geen betrekking op een van de bovengenoemde activiteiten.
21
Landschap Eemland Het besluitgebied is gelegen in het landschap ‘Eemland’. Op basis van artikel 7.11 geldt dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in Landschap regels moeten bevatten ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Het omgevingsplan mag daarnaast geen regels bevatten die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. Daarnaast bevat de motivering van een omgevingsplan een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Het Landschap Eemland heeft de kernkwaliteiten extreme openheid, slagenverkaveling, veenweidekarakter, historie van de Zuiderzee, de hierin gelegen Grebbelinie en overgangsgebieden (bij Eemnes, Soest en Amersfoort). Binnen het ontwerp is rekeningen gehouden met de kernkwaliteiten van dit landschap, zoals nader is toegelicht in paragraaf 2.2 in de paragraaf landschap. Daarnaast wordt door de sloop van een deel van de aanwezig bedrijfsbebouwing, de openheid en de kwaliteit van het landschap verbeterd. Overstroombaar gebied Het besluitgebied valt binnen de zone Overstroombaar gebied. Artikel 2.16 geeft aan dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied regels moet bevatten die rekening houden met overstromingsrisico’s.
Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Daarnaast moet de motivering van een omgevingsplan een beschrijving bevatten van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.8 van deze motivering. Stiltegebied De locatie is gelegen binnen het Stiltegebied. Op basis van artikel 9.25 van de Provinciale verordening bestaat een stiltegebied uit de stille kern en de bufferzone stiltegebied. Het noordwestelijke deel van het besluitgebied is gelegen in de bufferzone stiltegebied, het zuidoostelijke deel is gelegen binnen de stille kern. Artikel 9.26 geeft aan dat de stille kern een 24-uursgemiddeld geluidniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) moet bereiken en behouden. In de bufferzone stiltegebied moet een 24-uursgemiddeld geluidniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) bereiken en behouden. Met het voorliggend project wordt een agrarisch bedrijf stopgezet en wordt de functie omgezet van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Wonen wordt niet gezien als een geluidshinderveroorzakende activiteit, terwijl een agrarisch bedrijf dit wel is.
Het voorliggend project zal dus een positieve invloed hebben op het 24-uursgemiddeld geluidniveau op de locatie. Weidevogelkerngebied Het besluitgebied valt binnen het Weidevogelkerngebied. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Weidevogelkerngebied kan nieuwe ontwikkelingen toestaan, onder voorwaarde dat de kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels aantoonbaar per saldo minimaal wordt behouden. De motivering op een
22
omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarde is voldaan. Met het voorliggend project wordt een agrarisch bedrijf stopgezet en wordt de functie omgezet van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. De agrarische gronden blijven behouden, maar zullen extensiever worden gebruikt. De kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels blijft derhalve behouden en wordt mogelijk zelfs versterkt. De overige gebiedsaanwijzingen hebben betrekking op activiteiten die niet van toepassing zijn bij de onderhavige ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van zonnevelden en detailhandel. 3.2.3
Conclusie Het project is in lijn met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Handelingsperspectief Buitengebied regio Amersfoort Het Handelingsperspectief Buitengebied (HPB) voor de Regio Amersfoort is een strategie ontwikkeld door de regio en de Provincie Utrecht om de veranderingen in het buitengebied te begeleiden en samenhang te creëren tussen verschillende ontwikkelingen. Het richt zich specifiek op het Utrechtse deel van de regio en biedt een leidraad voor een toekomstbestendig en vitaal buitengebied. Het HPB houdt rekening met landelijke gebieden buiten de steden en biedt mogelijkheden om het landelijk gebied in balans te houden, ondanks de groei van de regio. Er zijn verschillende beleidstrajecten die invloed hebben op het buitengebied, zoals woningbouw, natuurherstel, klimaatadaptatie, en de transitie van de landbouw. Het HPB richt zich op het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit, natuurherstel, duurzame landbouw en het creëren van ruimte voor wonen en werken, terwijl ook het buitengebied wordt beschermd. Dit vereist slimme keuzes, zoals het combineren van functies zoals landbouw, natuur, en wateropslag in bepaalde gebieden. Er is een focus op het verduurzamen van de landbouw, het creëren van natuurinclusieve woningen en het bevorderen van samenwerking tussen stad en buitengebied. Het HPB voorziet ook in het oprichten van een grondbank en het aanpassen van mestbeleid om deze doelen te ondersteunen.
De regio streeft naar een evenwichtige verdeling van ruimte en middelen en vraagt om regionale samenwerking en een financieringsstrategie voor de uitvoering van deze plannen. Toetsing Het voorliggend initiatief betreft een functiewijziging van een agrarisch erf, waarbij de bestaande bedrijfswoning en een deel van de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor twee nieuwbouwwoningen. Het stoppen van de intensieve veehouderij heeft, vanwege de afname in stikstofdepositie, een positief effect op de omliggende natuur en de bodem- en waterkwaliteit en creëert daarnaast ruimte voor nieuwe woningen. De woningen zullen worden gerealiseerd volgens de 23
BENG-normen en zullen gasloos worden ontwikkeld. Daarnaast wordt er binnen het plan ruimte behouden voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen en is er bij het ontwerp aandacht besteed aan de kernkwaliteiten van het landschap. Het plan is derhalve in lijn met het Handelingsperspectief Buitengebied van de Regio Amersfoort. 3.3.2
Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030 - 2040 De regio Amersfoort ervaart een sterke groei in zowel het aantal inwoners als werkgelegenheid en bereikbaarheid, wat naar verwachting de komende jaren zal blijven doorzetten. De regio biedt een diverse woningmarkt, goede bereikbaarheid van werkgelegenheid en waardevolle natuur, maar dit zet de ruimte en leefbaarheid onder druk. Kenmerken van de regio zijn onder andere: 1 Aantrekkelijke natuurgebieden en waardevolle landschappen. 2 Een gunstig vestigingsklimaat voor wonen, werken en leven. 3 Een belangrijke schakel tussen de Randstad en andere delen van Nederland. De regio staat voor verschillende uitdagingen: − Omgevingskwaliteit: Er moet blijven geïnvesteerd worden in groen en landschap. Er is behoefte aan het toevoegen van 2.986 hectare groen, vooral rond de Nationale Parken Utrechtse Heuvelrug en De Hoge Veluwe. − Wonen: Er is een grote vraag naar woningen, met een prognose van 40.000 nieuwe woningen in de komende 20 jaar, waarvan 23.000 tot 2030 worden gebouwd. − Werken: De regio biedt kansen voor economische groei in sectoren zoals Life Sciences & Health, Agrifood, en innovatieve sectoren als bouw en ICT, waarvoor ruim 32.000 banen nodig zijn. − Bereikbaarheid: Er zijn zorgen over verkeers- en bereikbaarheidsproblemen op de wegen en het spoor, vooral tussen Amersfoort en de Randstad.
Het toekomstperspectief voor 2030-2040 is "Regio Amersfoort Centraal!", waarbij het landschap centraal staat. De regio wil zich verankeren in het stedelijk netwerk van Nederland, met focus op grootschalige verstedelijking rond belangrijke knooppunten zoals Amersfoort Centraal en andere regiopoorten zoals Barneveld en Nijkerk. De nadruk ligt op een integrale benadering van wonen, werken en bereikbaarheid, met het behoud van het landschap als fundament. Toetsing Het voorliggend initiatief betreft een functiewijziging van een agrarisch erf, waarbij de bestaande bedrijfswoning en een deel van de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor twee nieuwbouwwoningen. Met voorliggend project wordt een extra woning toegevoegd aan de woningvoorraad in de regio. Bij het ontwerp van de woningen is veel aandacht besteed aan de kernkwaliteiten van het omliggende landschap, zoals rust en openheid. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.2. Het plan is derhalve in lijn met het ontwikkelbeeld van de Regio Amersfoort.
24
3.3.3
Conclusie Het project is in lijn met het regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid en regelgeving
3.4.1
Omgevingsvisie Bunschoten
3.5
De omgevingsvisie Bunschoten laat zien waar de gemeente voor staat en waar ze naar toe willen in de toekomst. In de omgevingsvisie is de gemeente verdeeld in acht verschillende gebieden. Door de combinatie van de tekst die hoort bij een deelgebied, de beschrijvingen bij de ‘thema’s’, de ‘waarden’ en de ‘ambities’ is te zien welke richting Bunschoten kiest. De visie kent tien verschillende thema's: 1 Wonen 2 Leefbaarheid en gezondheid 3 Bodem, lucht en water 4 Energie 5 Klimaat 6 Circulariteit 7 Werken en ondernemen 8 Agrarische sector 9 Recreatie en toerisme 10 Bereikbaarheid Daarnaast kent Bunschoten drie waarden: 1 Het DNA van Bunschoten 2 Cultuurhistorie en erfgoed 3 Natuur en landschap En ten slotte heeft de gemeente Bunschoten drie ambities: 1 Iedereen doet mee in Bunschoten 2 Het boegbeeld van Eemland 3 Samen toekomstbestendig Toetsing Het besluitgebied is gelegen in het buitgebied. Met name de thema’s wonen, leefbaarheid en gezondheid, bodem, lucht en water, energie, klimaat en circulariteit zijn relevant voor de onderhavig ontwikkeling. Ook de gemeenschappelijke waarden en ambities spelen een rol binnen het besluitgebied. Met het voorliggend initiatief wordt de functie van een voormalige agrarisch erf gewijzigd naar wonen, waarbij de bestaande bedrijfswoning en een deel van de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor twee nieuwbouwwoningen.
Binnen de gemeente Bunschoten is sprake van positieve huishoudensontwikkeling, het aantal huishoudens zal tot 2040 naar verwachting met 2.100 toenemen, wat een groei van bijna 25% in de woningbehoefte betekent. Het voorliggende project betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling, die inspeelt op de specifieke behoefte van de eigenaren van het perceel en hun naaste familie. De woningen zullen worden gerealiseerd volgens de BENG-normen en zullen gasloos worden ontwikkeld. Daarnaast wordt er binnen het 25
plan ruimte behouden voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Ook is er veel aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing, waarbij rekening is gehouden met aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Ten slotte wordt in deze motivering aandacht besteed aan de toetsing van verschillende milieuaspecten zoals de kwaliteit van de lucht, de bodem en het water. Het voorliggend project is daarmee in lijn met de thema’s, waarden en ambities van de gemeente Bunschoten. 3.5.2
Bestemmingsplan Buitengebied In het bestemmingsplan Buitengebied, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen naar ‘wonen’ (artikel 3.6 lid 3). Deze wordt hieronder nader toegelicht: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien is komen vast te staan dat in een agrarisch bouwvlak geen agrarisch bedrijf meer is gevestigd en dat het bouwperceel niet optimaal is gesitueerd voor de grondgebonden landbouw, de bestemming binnen dat agrarisch bouwvlak te wijzigen in een woonbestemming, met dien verstande dat: a het agrarisch bouwvlak wordt verwijderd; b maximaal het bestaande aantal woningen is toegestaan; c ter plaatse van en aansluitend aan de bestaande woning of woningen de gronden tot een oppervlakte van ten hoogste 800 m² per woning een woonbestemming krijgen en de overige gronden binnen het voormalig agrarisch bouwvlak de betreffende agrarische bestemming houden; d elke wijziging in elk geval alle woonruimten binnen het betreffende agrarisch bouwvlak dient te omvatten; e de agrarische gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing door de wijziging niet onevenredig mogen worden aangetast; 1 de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen niet meer mag bedragen dan: 50% van de eerste 500 m² van de gezamenlijke oppervlakte van de bij wijziging bestaande, niet
voor bewoning bestemde gebouwen, en 2 25% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij wijziging bestaande, niet voor bewoning bestemde gebouwen, die de eerste 500 m² te boven gaat; 3 en in ieder geval niet meer dan 375 m², mits vooraf vaststaat dat die bestaande, niet voor bewoning bestemde gebouwen worden gesloopt, voor zover die niet binnen de in de aanhef van dit sublid bedoelde maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen worden gebruikt als of verbouwd tot bijgebouwen; f
in afwijking van het bepaalde sub b, is op de gronden binnen een voormalig agrarisch bouwvlak, één extra vrijstaande woning toegestaan: 1 mits vooraf vaststaat dat binnen het betreffende agrarisch bouwvlak ten minste 1.000 m² aan voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Wanneer ten minste 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan;
26
2 mits de extra woning(en) binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma passen, en; 3 mits vooraf vaststaat dat binnen het betreffende agrarisch bouwvlak de overige voormalige bedrijfsgebouwen zonder cultuurhistorische waarden, worden gesloopt, met uitzondering van voormalige bedrijfsgebouwen, die als bijgebouwen bij de woningen niet meer mogen bedragen dan bepaald sub f; 4 met dien verstande dat de regels als bedoeld sub c, e en f ook voor de extra vrijstaande woning(en) van toepassing zijn. Daarnaast is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om de gestelde maximale oppervlakte aan bijgebouwen met maximaal 10% te vergroten. Dit wordt hieronder nader toegelicht: Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van een vermeerdering van de voorgeschreven maten en percentages, alsmede de inhoud en de oppervlakte van de bouwwerken, mits de vermeerdering niet meer dan 10% bedraagt. Toetsing Op deze voorwaarden kan als volgt worden gereageerd: a Het agrarisch bouwvlak zal met het onderhavig plan worden verwijderd; b Het aantal woningen wordt gewijzigd conform lid g; c De initiatiefnemer wenst op dit punt maatwerk toe te passen, omdat hij bestaande bedrijfsbebouwing wenst te behouden.
De woonbestemmingen worden zodanig ingericht dat enkel de benodigde ruimte wordt ingezet, de overige gronden krijgen een agrarische bestemming; d De wijzigingen zullen alle woonruimten binnen het agrarisch bouwvlak omvatten; e Uit de paragraaf 4.2 blijkt dat de agrarische gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing door de wijziging niet onevenredig worden aangetast; f