Begroting 2026 STEV en meerjarenbegroting 2026-2030 (1289147)
Tekst van het document
23
STEV begroting 2026
Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen in 2026 wordt met name bepaald door de gerealiseerde investeringen t/m 2025 en geplande investeringen 2026. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500,- per investering. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2026 en verder: Aanschaf waarde Categorie Gebouwen en terreinen
2024 0
Aanschaf waarde
Aanschaf waarde
Aanschaf waarde
2025
2026
2027
236.317
7.000
0
Aanschaf waarde
Aanschaf waarde
2028
2029
25.000
Aanschaf waarde 2030 0
0
Leermiddelen
25.376
50.645
84.000
41.500
14.000
9.000
2.500
ICT
99.607
159.348
512.505
255.386
308.674
185.780
63.040
Meubilair
55.168
8.494
132.000
77.000
109.000
45.000
0
Inventaris en apparatuur Totaal
79.405
4.459
14.000
3.500
24.500
4.500
2.000
259.555
459.264
749.505
377.386
481.174
244.280
67.540
Onder de post gebouwen en terreinen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein (vergroening) en duurzaamheidsinvesteringen in het gebouw, voor zover deze niet uit subsidieregelingen worden gefinancierd. Het betreft dus niet het post groot onderhoud (dat valt onder het MJOP). De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De ICT-investeringen zijn komend jaar hoger dan in 2025. De bovenschoolse ICT-beleidsmedewerker stelt jaarlijks in overleg met de schoolleider vast wat wenselijk en noodzakelijk is aan ICT investeringen. Door de verdergaande digitalisering zien we een stijging van de ICT investeringen. In 2026 is de investering in ICT hoog, omdat de licenties op de Wifipunten en de Wifipunten zelf en andere netwerkapparatuur dan aan het eind van de levenscyclus zijn en vervangen moeten worden. De investeringen om het Wifi netwerk in 2026 op niveau te brengen bedragen €230.000,-, voorde aanschaf van laptops, laptopkarren en chromebooks is een bedrag van €150.00,- begroot. Doordat we de ICT-middelen collectief aanbesteden, kunnen we een goede prijs bedingen.
24
STEV begroting 2026
Dit levert de volgende afschrijvingen op. Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings kosten kosten kosten kosten kosten kosten kosten Categorie
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Gebouwen en terreinen
19.307
32.868
20.294
20.294
22.544
22.794
22.794
Leermiddelen
46.692
42.748
45.318
43.187
37.546
33.265
31.594
ICT
149.388
166.273
192.323
225.477
255.174
271.365
272.015
Meubilair
68.505
81.145
85.686
88.206
91.295
89.149
83.334
Inventaris en apparatuur
14.648
35.412
36.750
34.980
34.474
21.190
17.050
298.540
358.446
380.370
412.143
441.032
437.763
426.787
Totaal
Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan onder andere uit de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Grootboekrekening
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
4.3.1 - Huur
92.416
102.800
113.100
113.100
113.100
113.100
113.100
4.3.2 - Verzekeringen
15.910
17.000
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
4.3.3 - Onderhoud
362.957
303.235
352.661
316.776
316.876
315.070
315.070
4.3.4 - Energie en water
225.829
249.700
212.800
212.000
212.000
212.000
211.700
4.3.5 - Schoonmaakkosten
394.439
413.520
426.820
422.820
412.420
414.420
414.420
4.3.6 - Heffingen
24.263
33.222
34.072
34.072
34.122
34.122
34.122
4.3.7 - Dotatie voorziening onderhoud
465.061
350.000
461.500
461.500
461.500
461.500
461.500
46.331
65.200
65.200
65.200
65.200
65.200
65.200
4.3.8 - Overige huisvestingslasten 4.3 - Huisvestingslasten
1.627.207 1.534.677 1.686.153 1.645.468 1.635.218 1.635.412 1.635.112
De totale kosten zijn hoger vanwege de stijging van de onderhoudslasten, met name de hogere dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting.
Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2026 zijn in lijn met 2025. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte.
Groot onderhoud Op basis van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) wordt de meerjaren voorziening groot onderhoud opgesteld. Binnen deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. De systematiek voor vaststellen van de dotatie is nog wel afhankelijk van de prijsstijgingen die jaarlijks worden opgenomen in de MJOP’s, die zullen nog verrekend gaan worden. Dat kan de dotatie nog beïnvloeden. Op basis van meest recente MJOP’s van 2025 is een dotatie van € 461.500,- opgenomen in de begroting. Dit bedrag is hoger dan vorig jaar nog werd begroot.
25
STEV begroting 2026
Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten hebben we iets verhoogd. Voor wat betreft de energie kosten gaan we uit van een stabilisatie van de prijzen uit 2025.
Overige huisvestingslasten De Egelantier zit in een gebouw van de gemeente. Het buitenonderhoud wordt uitgevoerd door de gemeente. Voor dat onderhoud is een afkoopbedrag overeengekomen, welke is opgenomen onder overige huisvestingskosten.
Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. Grootboekrekening
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
4.4.1 - Administratie- en beheerslasten
356.101
296.683
610.133
341.133
339.433
340.133
4.4.2 - Inventaris en apparatuur
78.405
76.600
83.850
75.600
75.800
74.800
73.300
4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen
754.661
693.436
731.895
713.910
715.410
715.410
714.910
4.4.5 - Overige (overige) lasten 4.4 - Overige lasten
340.353
101.613
68.105
73.128
74.839
75.169
74.772
74.922
1.290.779
1.134.824
1.499.006
1.205.482
1.205.812
1.205.115
1.203.485
Administratie- en beheerslasten In 2026 is in kader van de regeling basisvaardigheden en inzet van NPO middelen nog sprake van inhuur deskundigen.
Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijs-leerpakketten naar licenties en kosten software. Door de scholen wordt actief gestuurd op deze uitgaven. Jaarlijks worden licenties en gebruik van methodes tegen het licht gehouden en waar nodig geschoond om zo de kosten in de hand te houden.
Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten. In 2024 werden hier de kosten van inhuur van medewerkers voor SWV-arrangementen begroot. In 2026 hebben we een andere systematiek en vallen deze inhuur nu onder kosten ingehuurd personeel in de personeelskosten, waardoor hier de begrote kosten zijn gedaald.
Financiële baten De financiële baten zijn begroot op basis van het huidige saldo aan liquide middelen tegen het huidige spaarrentepercentage.
26
STEV begroting 2026
Meerjarenbegroting 2026-2030 | Balans inclusief toelichting Meerjarenbalans Vanuit de jaarrekening 2024, de verwachting over 2025 en deze meerjarenbegroting komen we tot het onderstaande verloop van de balans. Omschrijving
Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1 Activa 1.2 Materiële vaste activa Vaste Activa 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen Vlottende Activa Totaal Activa
1.509.055
1.380.242
1.749.379
1.714.622
1.754.763
1.561.281
1.202.033
1.509.055
1.380.242
1.749.379
1.714.622
1.754.763
1.561.281
1.202.033
987.507
998.000
998.000
998.000
998.000
998.000
998.000
8.259.555
9.197.553
8.728.273
8.804.503
9.117.175
9.526.552
10.551.479
9.247.062 10.195.553
9.726.273
9.802.503 10.115.175 10.524.552 11.549.479
10.756.117 11.575.795 11.475.652 11.517.125 11.869.939 12.085.833 12.751.513
2 Passiva 2.1 Eigen Vermogen
2.289.355
2.184.995
2.155.352
2.137.325
2.151.639
2.465.033
2.2 Voorzieningen
4.534.800
5.443.800
5.373.300
5.432.800
5.771.300
5.673.800
5.738.300
6.824.155
7.628.795
7.528.652
7.570.125
7.922.939
8.138.833
8.804.513
Eigen Vermogen 2.4 Kortlopende schulden Vreemd Vermogen Totaal Passiva
3.066.213
3.931.962
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.931.962
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
3.947.000
10.756.117 11.575.795 11.475.652 11.517.125 11.869.939 12.085.833 12.751.513
Materiële vaste activa Het verloop van de activa laat een redelijk stabiel beeld zien, behalve in de laatste jaren; hier laten de investeringen een daling zien. Vooral voor leermiddelen en meubilair blijkt het lastig om een investeringsprognose over 5 jaar te maken. Bij ICT lukt dit wel doordat de afschrijvingstermijn een 5 jarige cyclus betreft. Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1.572.807
1.509.055
1.380.241
1.749.376
1.714.618
1.754.761
1.561.278
Investeringen (incl desinv.)
259.555
229.632
749.505
377.386
481.174
244.280
67.540
-/- Afschrijvingen
323.307
358.446
380.370
412.143
441.032
437.763
426.787
Stand per 31-12
1.509.055
1.380.241
1.749.376
1.714.618
1.754.761
1.561.278
1.202.031
Investeringen (incl desinv.) Materiele vaste activa per 01-01
Begroting
Voorzieningen Dit betreft naast de voorziening meerjarig groot onderhoud aan schoolgebouwen personele voorzieningen voor latente verplichtingen uit: duurzame inzetbaarheid, ambtsjubilea, langdurige ziekte en werkeloosheidsvoorzieningen.
Groot onderhoudsvoorziening Hieronder een voorlopig overzicht van verloop van de voorziening groot onderhoud. Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Groot onderhoud
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand per 01-01
3.760.000
4.150.000
5.049.000
4.968.500
5.043.000
5.376.500
5.274.000
dotatie -/- vrijval
469.572
1.216.100
461.500
461.500
461.500
461.500
461.500
-/- uitgaven groot onderhoud
79.572
317.100
542.000
387.000
128.000
564.000
407.000
4.150.000
5.049.000
4.968.500
5.043.000
5.376.500
5.274.000
5.328.500
Stand per 31-12
Begroting
Uitgaande van stand van de onderhoudsvoorziening in de jaarrekening per 31-december 2024 en de meerjaren onderhoudsplan zoals in 2025 opgesteld door Anculus en die van het gebouw waarin de Plantijn is gevestigd blijkt dat 2025 een aanzienlijke inhaaldotatie zal laten zien.
27
STEV begroting 2026
Personele voorzieningen Biedt een meerjaren onderhoudsplan enig houvast omtrent het verloop van de voorziening in de tijd, is dit bij personeelsvoorzieningen niet het geval. Mutaties in onderstaand overzicht zijn willekeurig gekozen, uitgaande dat de voorziening min of meer een gelijkmatig verloop zal vertonen. Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Personele voorzieningen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand per 01-01
424.430
384.800
394.800
404.800
389.800
394.800
399.800
dotatie -/- vrijval
135.998
10.000
150.000
130.000
140.000
180.000
50.000
-/- ontrekkingen
175.628
140.000
145.000
135.000
175.000
40.000
Stand per 31-12
384.800
404.800
389.800
394.800
399.800
409.800
394.800
Meerjarig kasstroomoverzicht Het meerjarig kasstroomoverzicht geeft een beeld van het verloop van de beschikbare liquide middelen. Op basis van de meerjarenbalans, het meerjarig onderhoudsplan en het meerjarig investeringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Hieronder is de meerjarig kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode, dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. In deze prognose gaan we ervan uit dat er geen veranderingen zijn in de kortlopende schulden en vorderingen, aangezien deze veranderingen geheel niet te prognosticeren is. Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
59.257
-170.360
-155.643
-144.027
-111.686
187.394
475.180
- Afschrijvingen
323.307
358.446
380.370
412.143
441.032
437.763
426.787
- Mut. Voorzieningen
350.370
909.000
-70.500
59.500
338.500
-97.500
64.500
- Vorderingen
-293.541
-10.493
0
0
0
0
0
- Kortlopende schulden
823.802
15.038
0
0
0
0
0
1.263.195
1.101.631
154.227
327.616
667.846
527.657
966.467
Ontvangen interest
155.047
70.000
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
Betaalde interest
-3.759
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
Kasstroom uit operationele activiteiten151.288
66.000
126.000
126.000
126.000
126.000
126.000
Omschrijving Saldo baten en lasten (excl. rente) Aanpassingen voor:
Veranderingen in vlottende middelen:
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
Invest. in materiële vaste activa
-259.555
-229.632
-749.505
-377.386
-481.174
-244.280
-67.540
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -259.555
-229.632
-749.505
-377.386
-481.174
-244.280
-67.540
Mutatie liquide middelen
1.154.928
937.999
-469.278
76.230
312.672
409.377
1.024.927
Beginstand liquide middelen
7.104.626
8.259.554
9.197.553
8.728.273
8.804.503
9.117.175
9.526.552
Mutatie liquide middelen
1.154.928
937.999
-469.280
76.230
312.672
409.377
1.024.927
Eindstand liquide middelen
8.259.554
9.197.553
8.728.273
8.804.503
9.117.175
28
9.526.552 10.551.479
STEV begroting 2026
Verklaring groei liquiditeit 2026 tot en met 2030: Positieve exoloitatie Afschrijving minus (her)investeringen Mutatie mn. onderhoudsvoorziening Rentebaten over banksaldo Verwachte toename liquide middelen
251.000 178.000 295.000 630.000 1.354.000
De ontwikkeling van de liquiditeit is ruimschoots voldoende, ook om onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.
Meerjaren kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventuele signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Deze kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan in de tabel hierna vermeld. In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2023 tot en met 2030 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjarenbalans.
Omschrijving
Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Signaleringsgrens Inspectie
Solvabiliteit 2
63,4%
65,9%
65,6%
65,7%
66,7%
67,3%
69,0%
min. 30%
Liquiditeit
2,35
2,58
2,46
2,48
2,56
2,67
2,93
> 0,75
Rentabiliteit
1,3%
0,1%
0,4%
0,2%
0,1%
1,6%
3,0% > 0% (3 jarig)
Weerstandsvermogen
11,1%
10,9%
10,0%
10,4%
10,6%
12,2%
15,0%
min 5%
1. Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre het bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen, en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau; boven de 65% en is daarmee ruimschoots voldoende. 2. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende 29
STEV begroting 2026
schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. De liquiditeit bevindt zich voor STEV meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. 3. Rentabiliteit Rentabiliteit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsvoering in relatie tot de totale baten. Rentabiliteit is het resultaat van baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering/de totale baten. In principe heeft een onderwijsinstelling geen winstoogmerk. Vanuit dat principe kan de rentabiliteit 0 zijn. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Bekeken wordt in hoeverre de stichting zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Het is van belang waartoe reserves worden aangehouden, of -bij negatieve stand- waardoor een negatieve stand wordt veroorzaakt. Te hoge reserves duiden op ‘spaargedrag’, te lage reserves kunnen duiden op zorgeloos financieel management. De inspectie geeft een signaleringsgrens aan van 5%. Na de omzetting van de reserve naar de dotatie ‘groot onderhoud’ is ons weerstandvermogen afgenomen, wél blijven we boven de signaleringsgrens van 5%.
In het meerjarenperspectief zetten we in op een sluitende begroting, waar nodig wordt gestuurd op besparing in de formatie en waar mogelijk in materiële lasten. Door de begrote positieve resultaten loopt het weerstandsvermogen wel op. Mede omdat solvabiliteit 2 ruim voldoende is, is het risico gering dat we in de financiële problemen komen.
30
STEV begroting 2026
Bijlage 1
Financiële aandachtspunten en risico’s
In 2024 is een bijgestelde risicoanalyse gemaakt, deze analyse wordt elke twee jaar bijgesteld. Vanuit de risicoanalyse is er een aparte paragraaf in zowel de begroting als het jaarverslag opgenomen. In de nieuwe risicoanalyse is vastgesteld dat het benodigde weerstandsvermogen € 1,3 milj zou moeten zijn. Belangrijkste risico’s en onzekerheden zijn: Personeel Een groot risico is het lerarentekort. Ondank het feit dat we in onze regio nog redelijk goed invullingkunnen geven aan de vacatures lopen de tekorten landelijk wel op en heeft STEV hier inmiddels ook last van. Het is in de afgelopen jaren voor het eerst voorgekomen dat bij aanvang van het nieuwe schooljaar een aantal vacatures nog niet was ingevuld. Evenals voorgaande jaren zagen we een toename van zzp’ers en uitzendbureaus. Zoals aangegeven willen we bij STEV door middel van een boeiend en bindend HRM-beleid een aantrekkelijke werkgever zijn voor de professionals die hun loopbaan in het onderwijs willen vormgeven. Met ons HR-beleid willen we deze duurzame inzetbaarheid stimuleren en tegelijkertijd in verband met de ‘war for talent’ ook onderscheidend zijn van concurrenten en bijdragen aan de ontwikkeling van een professionele STEV-cultuur. Leerlingenaantallen Een risico voor de stichting bestaat uit het onverwacht fluctueren van de leerlingenaantallen.
Het risico is dat je niet op tijd voldoende personeel kan aantrekken voor de groei. Periodiek worden de ontwikkeling van de leerlingenaantallen ten opzichte van de prognose, zoals die is opgesteld door de schoolleider, besproken. We anticiperen met de personele formatie op de mogelijke daling en stijging van de leerlingenaantallen. Gebouwen Het gebouwen bestand van STEV was redelijk nieuw. Nu het gebouwenbestand ouder wordt neemt het risico toe dat het gebouw verouderd is en niet meer voldoet aan de nieuwste onderwijskundige en technische inzichten. Of dat de omvang niet aansluit bij de hoeveelheid aanwezige kinderen. We verkleinen het risico door een meerjaren onderhoudsplan op te stellen en ook een doorkijk te hebben naar de komende 40 jaar, waarbij we vroegtijdig met de verschillende gemeentes in gesprek gaan over de gebouwen. Organisatie We schatten het risico op een onvoldoende werkende organisatie laag in. We hebben veel organisatorische maatregelen genomen om de kwaliteit op orde te houden. Daarnaast zijn er veel evaluatie momenten ingebouwd. Wel een risico is de relatief kleine scholen die we hebben, daarmee zijn we kwetsbaar.
31
STEV begroting 2026
Overige risico’s De overige risico’s zijn vooral de risico’s die van buitenaf komen. Zoals de toegenomen hoeveelheid overige subsidies, die zorgen voor extra administratieve lasten voor zowel de aanvraag als de afrekening daarvan. We anticiperen hierop door procedures op te stellen voor de aanvraag van subsidies. Evenals het risico op het wegvallen van subsidies die al meerdere jaren zijn toegewezen (o.a. gemeentelijke subsidies). We verkleinen dit risico doordat we trachten langdurige afspraken te maken.
32
STEV begroting 2026