CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026 STEV en meerjarenbegroting 2026-2030 (1289147)

Gemeenteraad 12 februari 2026, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stukken lijst A en B11.811 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

23

STEV begroting 2026

Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen in 2026 wordt met name bepaald door de gerealiseerde investeringen t/m 2025 en geplande investeringen 2026. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500,- per investering. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2026 en verder: Aanschaf waarde Categorie Gebouwen en terreinen

2024 0

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

2025

2026

2027

236.317

7.000

0

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

2028

2029

25.000

Aanschaf waarde 2030 0

0

Leermiddelen

25.376

50.645

84.000

41.500

14.000

9.000

2.500

ICT

99.607

159.348

512.505

255.386

308.674

185.780

63.040

Meubilair

55.168

8.494

132.000

77.000

109.000

45.000

0

Inventaris en apparatuur Totaal

79.405

4.459

14.000

3.500

24.500

4.500

2.000

259.555

459.264

749.505

377.386

481.174

244.280

67.540

Onder de post gebouwen en terreinen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein (vergroening) en duurzaamheidsinvesteringen in het gebouw, voor zover deze niet uit subsidieregelingen worden gefinancierd. Het betreft dus niet het post groot onderhoud (dat valt onder het MJOP). De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De ICT-investeringen zijn komend jaar hoger dan in 2025. De bovenschoolse ICT-beleidsmedewerker stelt jaarlijks in overleg met de schoolleider vast wat wenselijk en noodzakelijk is aan ICT investeringen. Door de verdergaande digitalisering zien we een stijging van de ICT investeringen. In 2026 is de investering in ICT hoog, omdat de licenties op de Wifipunten en de Wifipunten zelf en andere netwerkapparatuur dan aan het eind van de levenscyclus zijn en vervangen moeten worden. De investeringen om het Wifi netwerk in 2026 op niveau te brengen bedragen €230.000,-, voorde aanschaf van laptops, laptopkarren en chromebooks is een bedrag van €150.00,- begroot. Doordat we de ICT-middelen collectief aanbesteden, kunnen we een goede prijs bedingen.

24

STEV begroting 2026

Dit levert de volgende afschrijvingen op. Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings Afschrijvings kosten kosten kosten kosten kosten kosten kosten Categorie

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Gebouwen en terreinen

19.307

32.868

20.294

20.294

22.544

22.794

22.794

Leermiddelen

46.692

42.748

45.318

43.187

37.546

33.265

31.594

ICT

149.388

166.273

192.323

225.477

255.174

271.365

272.015

Meubilair

68.505

81.145

85.686

88.206

91.295

89.149

83.334

Inventaris en apparatuur

14.648

35.412

36.750

34.980

34.474

21.190

17.050

298.540

358.446

380.370

412.143

441.032

437.763

426.787

Totaal

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan onder andere uit de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

4.3.1 - Huur

92.416

102.800

113.100

113.100

113.100

113.100

113.100

4.3.2 - Verzekeringen

15.910

17.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

4.3.3 - Onderhoud

362.957

303.235

352.661

316.776

316.876

315.070

315.070

4.3.4 - Energie en water

225.829

249.700

212.800

212.000

212.000

212.000

211.700

4.3.5 - Schoonmaakkosten

394.439

413.520

426.820

422.820

412.420

414.420

414.420

4.3.6 - Heffingen

24.263

33.222

34.072

34.072

34.122

34.122

34.122

4.3.7 - Dotatie voorziening onderhoud

465.061

350.000

461.500

461.500

461.500

461.500

461.500

46.331

65.200

65.200

65.200

65.200

65.200

65.200

4.3.8 - Overige huisvestingslasten 4.3 - Huisvestingslasten

1.627.207 1.534.677 1.686.153 1.645.468 1.635.218 1.635.412 1.635.112

De totale kosten zijn hoger vanwege de stijging van de onderhoudslasten, met name de hogere dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting.

Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2026 zijn in lijn met 2025. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte.

Groot onderhoud Op basis van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) wordt de meerjaren voorziening groot onderhoud opgesteld. Binnen deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. De systematiek voor vaststellen van de dotatie is nog wel afhankelijk van de prijsstijgingen die jaarlijks worden opgenomen in de MJOP’s, die zullen nog verrekend gaan worden. Dat kan de dotatie nog beïnvloeden. Op basis van meest recente MJOP’s van 2025 is een dotatie van € 461.500,- opgenomen in de begroting. Dit bedrag is hoger dan vorig jaar nog werd begroot.

25

STEV begroting 2026

Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten hebben we iets verhoogd. Voor wat betreft de energie kosten gaan we uit van een stabilisatie van de prijzen uit 2025.

Overige huisvestingslasten De Egelantier zit in een gebouw van de gemeente. Het buitenonderhoud wordt uitgevoerd door de gemeente. Voor dat onderhoud is een afkoopbedrag overeengekomen, welke is opgenomen onder overige huisvestingskosten.

Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. Grootboekrekening

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

4.4.1 - Administratie- en beheerslasten

356.101

296.683

610.133

341.133

339.433

340.133

4.4.2 - Inventaris en apparatuur

78.405

76.600

83.850

75.600

75.800

74.800

73.300

4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen

754.661

693.436

731.895

713.910

715.410

715.410

714.910

4.4.5 - Overige (overige) lasten 4.4 - Overige lasten

340.353

101.613

68.105

73.128

74.839

75.169

74.772

74.922

1.290.779

1.134.824

1.499.006

1.205.482

1.205.812

1.205.115

1.203.485

Administratie- en beheerslasten In 2026 is in kader van de regeling basisvaardigheden en inzet van NPO middelen nog sprake van inhuur deskundigen.

Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijs-leerpakketten naar licenties en kosten software. Door de scholen wordt actief gestuurd op deze uitgaven. Jaarlijks worden licenties en gebruik van methodes tegen het licht gehouden en waar nodig geschoond om zo de kosten in de hand te houden.

Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten. In 2024 werden hier de kosten van inhuur van medewerkers voor SWV-arrangementen begroot. In 2026 hebben we een andere systematiek en vallen deze inhuur nu onder kosten ingehuurd personeel in de personeelskosten, waardoor hier de begrote kosten zijn gedaald.

Financiële baten De financiële baten zijn begroot op basis van het huidige saldo aan liquide middelen tegen het huidige spaarrentepercentage.

26

STEV begroting 2026

Meerjarenbegroting 2026-2030 | Balans inclusief toelichting Meerjarenbalans Vanuit de jaarrekening 2024, de verwachting over 2025 en deze meerjarenbegroting komen we tot het onderstaande verloop van de balans. Omschrijving

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1 Activa 1.2 Materiële vaste activa Vaste Activa 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen Vlottende Activa Totaal Activa

1.509.055

1.380.242

1.749.379

1.714.622

1.754.763

1.561.281

1.202.033

1.509.055

1.380.242

1.749.379

1.714.622

1.754.763

1.561.281

1.202.033

987.507

998.000

998.000

998.000

998.000

998.000

998.000

8.259.555

9.197.553

8.728.273

8.804.503

9.117.175

9.526.552

10.551.479

9.247.062 10.195.553

9.726.273

9.802.503 10.115.175 10.524.552 11.549.479

10.756.117 11.575.795 11.475.652 11.517.125 11.869.939 12.085.833 12.751.513

2 Passiva 2.1 Eigen Vermogen

2.289.355

2.184.995

2.155.352

2.137.325

2.151.639

2.465.033

2.2 Voorzieningen

4.534.800

5.443.800

5.373.300

5.432.800

5.771.300

5.673.800

5.738.300

6.824.155

7.628.795

7.528.652

7.570.125

7.922.939

8.138.833

8.804.513

Eigen Vermogen 2.4 Kortlopende schulden Vreemd Vermogen Totaal Passiva

3.066.213

3.931.962

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.931.962

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

3.947.000

10.756.117 11.575.795 11.475.652 11.517.125 11.869.939 12.085.833 12.751.513

Materiële vaste activa Het verloop van de activa laat een redelijk stabiel beeld zien, behalve in de laatste jaren; hier laten de investeringen een daling zien. Vooral voor leermiddelen en meubilair blijkt het lastig om een investeringsprognose over 5 jaar te maken. Bij ICT lukt dit wel doordat de afschrijvingstermijn een 5 jarige cyclus betreft. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1.572.807

1.509.055

1.380.241

1.749.376

1.714.618

1.754.761

1.561.278

Investeringen (incl desinv.)

259.555

229.632

749.505

377.386

481.174

244.280

67.540

-/- Afschrijvingen

323.307

358.446

380.370

412.143

441.032

437.763

426.787

Stand per 31-12

1.509.055

1.380.241

1.749.376

1.714.618

1.754.761

1.561.278

1.202.031

Investeringen (incl desinv.) Materiele vaste activa per 01-01

Begroting

Voorzieningen Dit betreft naast de voorziening meerjarig groot onderhoud aan schoolgebouwen personele voorzieningen voor latente verplichtingen uit: duurzame inzetbaarheid, ambtsjubilea, langdurige ziekte en werkeloosheidsvoorzieningen.

Groot onderhoudsvoorziening Hieronder een voorlopig overzicht van verloop van de voorziening groot onderhoud. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Groot onderhoud

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Stand per 01-01

3.760.000

4.150.000

5.049.000

4.968.500

5.043.000

5.376.500

5.274.000

dotatie -/- vrijval

469.572

1.216.100

461.500

461.500

461.500

461.500

461.500

-/- uitgaven groot onderhoud

79.572

317.100

542.000

387.000

128.000

564.000

407.000

4.150.000

5.049.000

4.968.500

5.043.000

5.376.500

5.274.000

5.328.500

Stand per 31-12

Begroting

Uitgaande van stand van de onderhoudsvoorziening in de jaarrekening per 31-december 2024 en de meerjaren onderhoudsplan zoals in 2025 opgesteld door Anculus en die van het gebouw waarin de Plantijn is gevestigd blijkt dat 2025 een aanzienlijke inhaaldotatie zal laten zien.

27

STEV begroting 2026

Personele voorzieningen Biedt een meerjaren onderhoudsplan enig houvast omtrent het verloop van de voorziening in de tijd, is dit bij personeelsvoorzieningen niet het geval. Mutaties in onderstaand overzicht zijn willekeurig gekozen, uitgaande dat de voorziening min of meer een gelijkmatig verloop zal vertonen. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Personele voorzieningen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Stand per 01-01

424.430

384.800

394.800

404.800

389.800

394.800

399.800

dotatie -/- vrijval

135.998

10.000

150.000

130.000

140.000

180.000

50.000

-/- ontrekkingen

175.628

140.000

145.000

135.000

175.000

40.000

Stand per 31-12

384.800

404.800

389.800

394.800

399.800

409.800

394.800

Meerjarig kasstroomoverzicht Het meerjarig kasstroomoverzicht geeft een beeld van het verloop van de beschikbare liquide middelen. Op basis van de meerjarenbalans, het meerjarig onderhoudsplan en het meerjarig investeringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Hieronder is de meerjarig kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode, dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. In deze prognose gaan we ervan uit dat er geen veranderingen zijn in de kortlopende schulden en vorderingen, aangezien deze veranderingen geheel niet te prognosticeren is. Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

59.257

-170.360

-155.643

-144.027

-111.686

187.394

475.180

- Afschrijvingen

323.307

358.446

380.370

412.143

441.032

437.763

426.787

- Mut. Voorzieningen

350.370

909.000

-70.500

59.500

338.500

-97.500

64.500

- Vorderingen

-293.541

-10.493

0

0

0

0

0

- Kortlopende schulden

823.802

15.038

0

0

0

0

0

1.263.195

1.101.631

154.227

327.616

667.846

527.657

966.467

Ontvangen interest

155.047

70.000

130.000

130.000

130.000

130.000

130.000

Betaalde interest

-3.759

-4.000

-4.000

-4.000

-4.000

-4.000

-4.000

Kasstroom uit operationele activiteiten151.288

66.000

126.000

126.000

126.000

126.000

126.000

Omschrijving Saldo baten en lasten (excl. rente) Aanpassingen voor:

Veranderingen in vlottende middelen:

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

Invest. in materiële vaste activa

-259.555

-229.632

-749.505

-377.386

-481.174

-244.280

-67.540

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten -259.555

-229.632

-749.505

-377.386

-481.174

-244.280

-67.540

Mutatie liquide middelen

1.154.928

937.999

-469.278

76.230

312.672

409.377

1.024.927

Beginstand liquide middelen

7.104.626

8.259.554

9.197.553

8.728.273

8.804.503

9.117.175

9.526.552

Mutatie liquide middelen

1.154.928

937.999

-469.280

76.230

312.672

409.377

1.024.927

Eindstand liquide middelen

8.259.554

9.197.553

8.728.273

8.804.503

9.117.175

28

9.526.552 10.551.479

STEV begroting 2026

Verklaring groei liquiditeit 2026 tot en met 2030: Positieve exoloitatie Afschrijving minus (her)investeringen Mutatie mn. onderhoudsvoorziening Rentebaten over banksaldo Verwachte toename liquide middelen

251.000 178.000 295.000 630.000 1.354.000

De ontwikkeling van de liquiditeit is ruimschoots voldoende, ook om onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen.

Meerjaren kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventuele signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Deze kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan in de tabel hierna vermeld. In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2023 tot en met 2030 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjarenbalans.

Omschrijving

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Signaleringsgrens Inspectie

Solvabiliteit 2

63,4%

65,9%

65,6%

65,7%

66,7%

67,3%

69,0%

min. 30%

Liquiditeit

2,35

2,58

2,46

2,48

2,56

2,67

2,93

> 0,75

Rentabiliteit

1,3%

0,1%

0,4%

0,2%

0,1%

1,6%

3,0% > 0% (3 jarig)

Weerstandsvermogen

11,1%

10,9%

10,0%

10,4%

10,6%

12,2%

15,0%

min 5%

1. Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre het bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen, en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau; boven de 65% en is daarmee ruimschoots voldoende. 2. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende 29

STEV begroting 2026

schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. De liquiditeit bevindt zich voor STEV meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. 3. Rentabiliteit Rentabiliteit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsvoering in relatie tot de totale baten. Rentabiliteit is het resultaat van baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering/de totale baten. In principe heeft een onderwijsinstelling geen winstoogmerk. Vanuit dat principe kan de rentabiliteit 0 zijn. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Bekeken wordt in hoeverre de stichting zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Het is van belang waartoe reserves worden aangehouden, of -bij negatieve stand- waardoor een negatieve stand wordt veroorzaakt. Te hoge reserves duiden op ‘spaargedrag’, te lage reserves kunnen duiden op zorgeloos financieel management. De inspectie geeft een signaleringsgrens aan van 5%. Na de omzetting van de reserve naar de dotatie ‘groot onderhoud’ is ons weerstandvermogen afgenomen, wél blijven we boven de signaleringsgrens van 5%.

In het meerjarenperspectief zetten we in op een sluitende begroting, waar nodig wordt gestuurd op besparing in de formatie en waar mogelijk in materiële lasten. Door de begrote positieve resultaten loopt het weerstandsvermogen wel op. Mede omdat solvabiliteit 2 ruim voldoende is, is het risico gering dat we in de financiële problemen komen.

30

STEV begroting 2026

Bijlage 1

Financiële aandachtspunten en risico’s

In 2024 is een bijgestelde risicoanalyse gemaakt, deze analyse wordt elke twee jaar bijgesteld. Vanuit de risicoanalyse is er een aparte paragraaf in zowel de begroting als het jaarverslag opgenomen. In de nieuwe risicoanalyse is vastgesteld dat het benodigde weerstandsvermogen € 1,3 milj zou moeten zijn. Belangrijkste risico’s en onzekerheden zijn: Personeel Een groot risico is het lerarentekort. Ondank het feit dat we in onze regio nog redelijk goed invullingkunnen geven aan de vacatures lopen de tekorten landelijk wel op en heeft STEV hier inmiddels ook last van. Het is in de afgelopen jaren voor het eerst voorgekomen dat bij aanvang van het nieuwe schooljaar een aantal vacatures nog niet was ingevuld. Evenals voorgaande jaren zagen we een toename van zzp’ers en uitzendbureaus. Zoals aangegeven willen we bij STEV door middel van een boeiend en bindend HRM-beleid een aantrekkelijke werkgever zijn voor de professionals die hun loopbaan in het onderwijs willen vormgeven. Met ons HR-beleid willen we deze duurzame inzetbaarheid stimuleren en tegelijkertijd in verband met de ‘war for talent’ ook onderscheidend zijn van concurrenten en bijdragen aan de ontwikkeling van een professionele STEV-cultuur. Leerlingenaantallen Een risico voor de stichting bestaat uit het onverwacht fluctueren van de leerlingenaantallen.

Het risico is dat je niet op tijd voldoende personeel kan aantrekken voor de groei. Periodiek worden de ontwikkeling van de leerlingenaantallen ten opzichte van de prognose, zoals die is opgesteld door de schoolleider, besproken. We anticiperen met de personele formatie op de mogelijke daling en stijging van de leerlingenaantallen. Gebouwen Het gebouwen bestand van STEV was redelijk nieuw. Nu het gebouwenbestand ouder wordt neemt het risico toe dat het gebouw verouderd is en niet meer voldoet aan de nieuwste onderwijskundige en technische inzichten. Of dat de omvang niet aansluit bij de hoeveelheid aanwezige kinderen. We verkleinen het risico door een meerjaren onderhoudsplan op te stellen en ook een doorkijk te hebben naar de komende 40 jaar, waarbij we vroegtijdig met de verschillende gemeentes in gesprek gaan over de gebouwen. Organisatie We schatten het risico op een onvoldoende werkende organisatie laag in. We hebben veel organisatorische maatregelen genomen om de kwaliteit op orde te houden. Daarnaast zijn er veel evaluatie momenten ingebouwd. Wel een risico is de relatief kleine scholen die we hebben, daarmee zijn we kwetsbaar.

31

STEV begroting 2026

Overige risico’s De overige risico’s zijn vooral de risico’s die van buitenaf komen. Zoals de toegenomen hoeveelheid overige subsidies, die zorgen voor extra administratieve lasten voor zowel de aanvraag als de afrekening daarvan. We anticiperen hierop door procedures op te stellen voor de aanvraag van subsidies. Evenals het risico op het wegvallen van subsidies die al meerdere jaren zijn toegewezen (o.a. gemeentelijke subsidies). We verkleinen dit risico doordat we trachten langdurige afspraken te maken.

32

STEV begroting 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16504351/1