B1 COA Dienstverleningsgids voor gemeenten 4-2-2026
Tekst van het document
Samen aan de slag met asielopvang COA Dienstverleningsgids voor gemeenten | Januari 2026
Nederland staat voor een grote opgave in de asiel opvang. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kan deze opgave alleen vervullen samen met het Rijk, provincies, maar vooral ook met gemeenten, die hierin een cruciale rol spelen. Met de Spreidingswet hebben gemeenten sinds 1 februari 2024 een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Meer gemeenten krijgen daardoor te maken met asielopvang. In deze gids leest u welke diensten het COA levert bij de opvang en begeleiding van mensen die in Nederland asiel aanvragen. Ook brengen we in kaart welke taken bij de gemeente liggen. Zo weten we precies wat we van elkaar kunnen verwachten.
COA Dienstverleningsgids
2
Inhoud Hoofdstuk 1
Introductie4
Hoofdstuk 2
Omwonendenparticipatie bij de komst van een opvanglocatie
9
Hoofdstuk 3
Opvang van asielzoekers
12
Hoofdstuk 4
Begeleiding van asielzoekers
15
Hoofdstuk 5
Verstrekkingen voor asielzoekers
18
Hoofdstuk 6
Gezondheidszorg20
Hoofdstuk 7
Onderwijs22
Hoofdstuk 8
Vroege integratie en meedoenbalies
25
Hoofdstuk 9
Veiligheid op en rond opvanglocaties
28
Hoofdstuk 10 Asielopvang voor jongeren die alleen naar Nederland komen
31
Hoofdstuk 11 Kleinschalige opvang
33
Hoofdstuk 12 Duurzame gemeentelijke opvang
35
Hoofdstuk 13 Overzicht taakverdeling
38
Hoofdstuk 14 Financiële vergoedingen
43
Hoofdstuk 15 Samenwerking en afspraken tussen COA en gemeente
45
COA Dienstverleningsgids | Inhoud
3
Hoofdstuk 1 Introductie
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zorgt voor de opvang en begeleiding van mensen die in Nederland asiel aanvragen. We bieden onderdak en begeleiden onze bewoners naar hun toekomst. Dit kan zijn in Nederland, het land van herkomst of elders. Wij werken nauw samen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV), maatschappelijke organisaties, andere partners in de migratieketen, maar zeker ook met gemeenten om dit mogelijk te maken. De invoering van de Spreidingswet maakt deze samenwerking nog belangrijker. Iedere gemeente in Nederland heeft een rol gekregen in het realiseren van opvangplekken, passend bij de lokale omstandigheden en mogelijkheden.
Er kunnen veel vragen zijn bij de realisatie van asielop vang in uw gemeente. Hoe is de opvang en begeleiding van mensen die in Nederland asiel aanvragen op een opvanglocatie bijvoorbeeld geregeld? Hoe zit het met scholing, werk en gezondheidszorg? Wat mag u van het COA verwachten en wat moet u als gemeente zelf regelen? En hoe werkt het als u zelf een groot deel van de opvang en begeleiding wilt doen, wat nu kan door de invoering van de Spreidingswet? In deze gids vindt u duidelijke antwoorden en handige verwijzingen.
Voor wie is deze gids? Deze gids is bedoeld voor gemeenten die een opvang locatie overwegen, al een opvanglocatie hebben of meer willen weten over onze dienstverlening. U leest hierin welke diensten het COA levert en waarvoor uw gemeente zelf aan de lat staat. Vanaf pagina 38 is dit
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 1: Introductie
samengevat in een overzicht. Zo is ieders rol duidelijk en weten we waarin we elkaar kunnen ondersteunen. Uiteraard kijken we daarnaast altijd samen met een gemeente naar lokale wensen of mogelijkheden.
Meer informatie Voor informatie over het realiseren van een opvanglocatie, soorten locaties en alles wat bij de bouw en verbouw komt kijken, verwijzen we u naar de COA Vastgoedgids die u vindt in de Asielopvangwijzer voor gemeenten.
De laatste tijd is er regelmatig onrust bij de mogelijke komst van een opvanglocatie. Voor omwonenden is de veiligheid in de buurt soms een zorg bij de mogelijke komst van een opvanglocatie. Uiteraard hebben we daar veel aandacht voor. Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op de opvanglocaties. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de openbare ruimte. De burgemeester heeft daarover het bevoegde gezag. Daarmee leveren het COA en de gemeente gezamenlijk een bijdrage aan de veiligheid op en rondom de opvanglocaties. Meer over veiligheid leest u in hoofdstuk 9.
5
De meerwaarde van een opvanglocatie Een opvanglocatie voor asielzoekers biedt maatschap pelijke en economische kansen voor een gemeente. Uit ervaring en onderzoek blijkt bovendien dat een opvanglocatie kan zorgen voor verbinding in de lokale gemeenschap, ook na een beginperiode met weerstand.
Pluspunten van een opvanglocatie Duurzaamheid en biodiversiteit
Pluspunten + Naast opvang ook woonruimte voor verschillende doelgroepen + Arbeidsparticipatie van asielzoekers + Versterken van de gemeenschap + Economische impuls + Behoud van maatschappelijk en monumentaal vastgoed + Werkgelegenheid + Vergoeding voor gemeente + Duurzaamheid en biodiversiteit Woonruimte voor verschillende doelgroepen Een opvanglocatie kan ook gebruikt worden voor andere doelgroepen die woonruimte nodig hebben, zoals jongeren, studenten of spoedzoekers. Een voorbeeld is de opvanglocatie in Oegstgeest, waar meerdere groepen samenwonen. Het mixen van mensen die in Nederland asiel aan vragen met andere doelgroepen bevordert de sociale verbinding in de wijk en vergroot het draagvlak voor asielopvang. Ook werkt het COA samen met lokale woningcorporaties om deelgebruik mogelijk te maken.
Woonruimte voor verschillende doelgroepen
Vergoeding voor gemeente
Gemeente Werkgelegenheid
Arbeidsparticipatie
Versterken van de gemeenschap
Behoud van maatschappelijk en monumentaal vastgoed Economische impuls
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 1: Introductie
6
vrijwilligers werken in de gemeente, bijvoorbeeld in buurthuizen, lokale sportverenigingen of in buurtmoestuinen. Omgekeerd kunnen buurtgenoten als vrijwilligers in de opvanglocatie werken, bijvoorbeeld door taal- of muziekles te geven. Een goed voorbeeld van integratie en verbinding is Plan Einstein van de gemeente Utrecht. Hier leven, leren en werken bewoners van de opvanglocatie, buurtbewoners en andere Utrechters samen. Asielzoekers en buurtgenoten nemen deel aan cursussen en activiteiten, zoals taallessen, naaiateliers en workshops. Het doel is snelle integratie en verbinding.
Arbeidsparticipatie Asielzoekers kunnen aan de slag bij bedrijven die een tekort hebben aan medewerkers. De meeste mensen die in Nederland asiel aanvragen willen graag werken en in de huidige krappe arbeidsmarkt hebben veel werkgevers medewerkers hard nodig. In Nederland mogen asielzoekers na zes maanden (wordt drie maanden, vanaf 12 juni 2026) in de asielprocedure onder bepaalde voorwaarden werken. Ook kunnen asielzoekers dan een BSN-nummer aanvragen. Werkgevers moeten daarnaast een tewerkstellingsvergunning (TWV) aanvragen voor asielzoekers die nog in de asielprocedure zitten.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 1: Introductie
Het COA heeft op dit moment (januari 2026) op bijna 130 locaties een meedoenbalie of een meedoenbalie light waar bewoners worden gekoppeld aan vrijwilligerswerk en ook steeds vaker aan betaald werk. In steden zoals Utrecht, Arnhem en Amsterdam zijn er vestigingen van A Beautiful Mess: een restaurant waar asielzoekers werkervaring opdoen en bezoekers kunnen genieten van gerechten uit diverse culturen. Versterken van de gemeenschap Een opvanglocatie is onderdeel van de lokale samenleving en biedt kansen om de sociale verbinding te versterken. Asielzoekers kunnen als
Economische impuls De komst van een opvanglocatie geeft de gemeente (en de regio) een economische impuls. Het is goed voor extra banen en de instandhouding van publieke voorzieningen. Asielzoekers ontvangen een financiële toelage om bijvoorbeeld hun boodschappen mee te kunnen betalen. Hier profiteert de lokale middenstand weer van. Behoud van maatschappelijk en monumentaal vastgoed Een opvanglocatie kan een oplossing zijn voor het behoud en herontwikkeling van markante gebouwen en monumenten. Vaak moet bestaand vastgoed opgeknapt en verbouwd worden om geschikt te zijn voor opvang. Dit biedt ook de mogelijkheid om het pand te verduurzamen. Het PLEM-gebouw in Maastricht is een karakteristiek monumentaal pand dat is verbouwd en verduurzaamd en kreeg er vijf nieuwe woonblokken bij. Het PLEM-gebouw is nu de grootste
7
en meest duurzame opvanglocatie van Limburg. Zo kan de komst van een opvanglocatie bijdragen aan stedelijke ontwikkeling. Werkgelegenheid Een opvanglocatie betekent werkgelegenheid voor (lokale) leveranciers. Een locatie met vierhonderd bewoners is goed voor ongeveer twintig arbeidsplaatsen. Ook is er personeel nodig voor de bouw, onderhoud en beveiliging van gebouwen. De bedrijven die dit verzorgen, huren medewerkers vaak lokaal of regionaal in. Vergoeding voor gemeenten Gemeenten met een opvanglocatie krijgen extra geld van de rijksoverheid, bijvoorbeeld om onderwijs te regelen voor kinderen van asielzoekers. Daarnaast is er in de Spreidingswet een bonusregeling opgenomen, de Specifieke uitkering voor gemeenten (SPUK). Deze regeling is bedoeld voor gemeenten die méér duurzame opvangplaatsen dan hun opgave rea liseren. Of als er bijzondere opvangplaatsen gecreëerd worden, bijvoorbeeld voor minderjarige alleenstaande jongeren. Meer informatie over vergoedingen leest u in hoofdstuk 14. Duurzaamheid en biodiversiteit Bij het (ver)bouwen van een locatie met een lange termijn gebruiksduur hebben we aandacht voor circulariteit, energieverbruik en hernieuwbare energie.
Ook hebben we aandacht voor minder uitstoot van broeikasgassen door minder of ander vervoer van asielzoekers, medewerkers en goederen, het duurzaam bouwen en beheren van gebouwen, en het vergroten van de biodiversiteit op de locatie.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 1: Introductie
8
Hoofdstuk 2 Omwonendenparticipatie bij de komst van een opvanglocatie
Voordat er een opvanglocatie in een gemeente komt, is er vaak al langdurig contact tussen het COA en de gemeente. Het COA en de gemeente overleggen samen over de locatiekeuze. Het COA zorgt uiteindelijk voor de realisatie van opvanglocaties, behalve als de gemeente kiest voor duurzame gemeentelijke opvang (dgo). De gemeente is
gemeente zelf een locatie exploiteert en dus kiest voor een duurzame gemeentelijke opvang (dgo). In dat geval is de gemeente zelf de vergunningaanvrager en daarmee verantwoordelijk voor de omgevingsdialoog.
verantwoordelijk voor de vergunningverlening. Hier gaat veelal besluitvorming binnen de
Nadat de vergunning is verleend
gemeenteraad aan vooraf en meestal een uitgebreide dialoog met omwonenden.
Zodra de gemeente een besluit genomen heeft over de komst van een opvanglocatie, de bestuursovereenkomst is getekend en vergunningen zijn afgegeven, neemt het COA het voortouw in de communicatie naar de omgeving toe. Alle communicatie wordt dan uiteraard nog steeds afgestemd tussen beide partijen.
We zien in de praktijk dat een zorgvuldige aanpak en een open dialoog over de komst van een opvanglocatie, zorgen voor meer begrip en acceptatie bij omwo nenden. Bij deze dialoog werken de gemeente en het COA nauw samen. De gemeente neemt het voortouw in de communicatie met omwonenden, het COA denkt actief mee. Vooraf stemmen we alle interne en externe communicatie goed af. Tijdens bijeenkomsten met omwonenden heeft ieder een eigen rol, taak en verantwoordelijkheid.
Wie doet wat? De gemeente is verantwoordelijk voor het initiëren en organiseren van omwonendenbijeenkomsten. Het COA denkt mee over de communicatie richting omwonen den en zorgt voor de benodigde inhoudelijke informatie.
informeert zij de gemeenteraad en interne medewerkers over het proces. Daarnaast houdt de gemeente betrokkenen op de hoogte van de gang van zaken rond ruimtelijke ordening, procedures, vergunningen en veiligheid en openbare orde.
Informatieverstrekking Het COA verstrekt informatie aan de gemeente, zodat zij haar inwoners goed kan informeren over de (ver) bouw van de opvanglocatie en over het verloop op de opvanglocatie. Samen met het COA informeert de gemeente de media. De gemeente geeft uitleg over het proces, de komst, de locatie, de duur en het aantal bewoners. Het COA vertelt over het bouwproces, de opvang op de locatie en de begeleiding van bewoners.
Veiligheid De gemeente is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid tijdens de bijeenkomsten met omwonenden. Zij schat het veiligheidsrisicoprofiel in en bespreekt de veiligheidsrisico’s in de lokale driehoek. Ook treft de gemeente passende preventieve veiligheidsmaatregelen én werkt zij (incident)scenario’s en veiligheidsmaatregelen uit voor als het toch misgaat. Hieruit blijkt ook welke beveiligingsmaatregelen er voor COA-medewerkers zijn getroffen.
Vergunningaanvraag Keuze voor een opvanglocatie in de gemeente De gemeente informeert haar inwoners over waarom de opvanglocatie er komt, hoe lang die blijft en hoeveel asielzoekers worden opgevangen. Dit gebeurt in alle fasen van het informatie- en participatieproces. Ook
Als initiatiefnemer voor de vergunningaanvraag is het COA verantwoordelijk voor de omgevingsdialoog met betrokken partijen bij het aanvragen van vergunningen. Ook hier is de uitvoering een coproductie tussen gemeente en het COA. Uitzondering hierop is als de
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 2: Omwonendenparticipatie bij de komst van een opvanglocatie
10
In het kort: COA
COA • Denkt mee over de communicatie richting omwonenden. • Geeft inhoudelijke input over bouwproces, de (ver)bouw en de gang van zaken op de (toekomstige) opvanglocatie. • Is verantwoordelijk voor de omgevings dialoog met stakeholders behorend bij de vergunningsaanvraag. • Geeft uitleg aan stakeholders, omwonenden en de media over het (ver)bouwproces en de opvang en begeleiding op de opvanglocatie. Gemeente • Initieert en organiseert omwonendenbijeenkomsten. • Is verantwoordelijk voor het afleggen van verantwoording over de komst, duur en aantal bewoners van de opvanglocatie. • Informeert gemeenteraad en interne medewerkers over het proces. • Licht betrokkenen in over procedures, vergunningen en openbare orde. • Is verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de bijeenkomsten.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 2: Omwonendenparticipatie bij de komst van een opvanglocatie
11
Hoofdstuk 3 Opvang van asielzoekers
Opvang tijdens de asielprocedure Een van de wettelijke taken van het COA is onderdak bieden aan mensen die in Nederland asiel aanvragen. Tijdens het asielproces vangen we asielzoekers op verschillende soorten opvanglocaties op. Daarnaast zijn er verschillende typen gebouwen waarin asielzoekers worden opgevangen; van nieuw gebouwde of tijdelijke locaties tot monumentale panden en verbouwde kantoorgebouwen. We zorgen voor de inrichting en het onderhoud van de gebouwen en regelen de schoon maak van de algemene ruimtes. Op onze opvanglocaties bieden we bewoners een kamer of woonruimte en toegang tot sanitaire voorzieningen. Waar mogelijk kunnen onze bewoners zelf koken. Helaas is dat op noodopvanglocaties vaak niet mogelijk. In dat geval is er een maaltijdvoorziening. Voor gezinnen zorgen we waar mogelijk voor eigen sanitair, aangepaste kookvoorzieningen, speelgelegenheid voor kinderen en extra bergruimte. Verder zijn er op opvanglocaties met meer dan driehonderd plekken leslokalen, recreatieruimtes en spreekruimtes voor huis artsen en verpleegkundigen van de Gezondheidsdienst Asielzoekers (GZA). Locaties waar minder asielzoekers worden opgevangen hebben niet altijd alle faciliteiten. Dit is onder andere afhankelijk van de grootte en het soort gebouw en de mogelijkheid om aan te sluiten bij voorzieningen in de buurt.
Kleinschalige opvang Veel gemeenten hebben de wens voor een kleinschalige opvanglocatie, of hebben vanuit de Spreidingswet een opvangopgave onder de honderdvijftig personen. Het COA bouwt aan een mix van grote en kleinere locaties.
Opvang die goed is voor de bewoners én past bij de omgeving. Reguliere kleinschalige opvanglocaties zijn locaties voor minder dan circa 150 personen. Sommige onderdelen van onze dienstverlening zijn bij kleinschalige opvanglocaties anders ingericht dan bij een opvanglocatie waar meer mensen kunnen worden ondergebracht. Lees meer over kleinschalige opvang in hoofdstuk 11.
Opvang van asielzoekers door gemeenten De Spreidingswet maakt het mogelijk dat gemeenten een groot deel van de (begeleidings)taken op een azc op zich nemen, onder eindverantwoordelijkheid van het COA. We spreken dan van een duurzame gemeentelijke opvang (dgo). Een dgo heeft, in tegenstelling tot de tijdelijke gemeentelijke opvang (tgo), een duurzaam karakter. Dit houdt in dat deze vorm van opvang aan dezelfde duur en kwaliteitseisen moet voldoen als die van reguliere asielopvang. Meer informatie over de dgo is te lezen in hoofdstuk 12.
Huisvesting van statushouders Zodra mensen die in ons land asiel hebben aangevraagd een verblijfsvergunning krijgen, kunnen zij volledig gaan inburgeren in de Nederlandse samenleving. Vroege integratie start met een kansrijke koppeling van nieuwe statushouders aan gemeenten waar zij worden gehuisvest. De COA-regievoerder maakt een kansrijke koppeling met een gemeente op basis van het profiel van de bewoner met een verblijfsvergunning. De gemeentelijke taakstelling is echter leidend in het koppelingsproces. Als er niet voldoende mensen zijn gekoppeld aan gemeenten moeten er namelijk andere
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 3: Opvang van asielzoekers
13
keuzes worden gemaakt. Meer informatie over vroege integratie en kansrijke koppeling leest u in hoofdstuk 8.
Doorstroomlocaties voor statushouders
In het kort: COA
Het COA heeft twee weken de tijd om iemand met een verblijfsvergunning aan een gemeente te koppelen. Na de koppeling heeft de gemeente tien weken de tijd om de huisvesting te regelen en twee weken om de verhuizing te laten plaatsvinden. Als gemeenten statushouders niet binnen deze termijn kunnen plaatsen in hun gemeente, is een doorstroomlocatie een mogelijke huisvestingsoplossing. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor doorstroomlocaties. Interesse in het ontwikkelen van een doorstroomlocatie? Neem contact op met het ministerie van Asiel en Migratie: postbusdoorstroomlocatie@minjenv.nl
Tijdelijk onderdak van afgewezen asielzoekers Afgewezen asielzoekers mogen nog een korte periode in een opvanglocatie wonen om hun vertrek voor te bereiden. Zij hebben recht op opvang gedurende de wettelijke vertrektermijn. Deze termijn wordt gecommuniceerd in het besluit van de IND op de asielaanvraag. Daarna kunnen zij eventueel nog maxi maal twaalf weken onderdak krijgen in een vrijheids beperkende locatie, maar alleen als er zicht is op vertrek. Gezinnen met minderjarige kinderen verhuizen indien nodig naar een gezinslocatie. De DTenV regisseert het daadwerkelijk vertrek van asielzoekers die geen recht hebben op verblijf in Nederland. Meer informatie over opvang en huisvesting vindt u in de COA Vastgoedgids, te vinden in de Asielopvangwijzer voor gemeenten.
COA • Verzorgt de inrichting en het onderhoud van opvanglocaties, inclusief de schoonmaak van algemene ruimtes. • Zorgt voor woonruimte, sanitaire voorzie ningen, wasfaciliteiten, recreatieruimtes, kookfaciliteiten en op opvanglocaties met meer dan 300 bewoners voor leslokalen en spreekruimte voor de huisarts. Op locaties kleiner dan 300 bewoners worden de mogelijkheden per locatie beoordeeld. • Biedt een maaltijdvoorziening als koken niet mogelijk is op een opvanglocatie. • Koppelt statushouders aan gemeenten en biedt opvang aan statushouders tot zij in een gemeente worden geplaatst. • Zorgt voor opvang van afgewezen asielzoe kers gedurende de wettelijke vertrektermijn en faciliteert het onderdak in de buitenwet telijke opvang zoals de vrijheidsbeperkende locatie en de gezinslocaties.
Gemeente • Heeft een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. • Regelt onderdak, inrichting en voorzieningen op de opvanglocatie als gekozen wordt voor opvang in een duurzame gemeentelijke opvanglocatie (dgo). • Is verantwoordelijk voor de opvang van sta tushouders na afloop van de asielprocedure. • Plaatst statushouders binnen veertien weken binnen de gemeente. • Is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van doorstroomlocaties voor statushouders indien plaatsing niet binnen veertien weken mogelijk is.
Nieuw Europees asielbeleid (Migratiepact) Met de invoering van het Migratiepact (12 juni 2026) is het de bedoeling dat asielzoekers na een kort ver blijf op een azc met aanmeldfaciliteiten terecht komen op een vaste opvangplek en niet meer hoeven te verhuizen. Het is de bedoeling dat ze daar dan blijven tot er definitief antwoord is op hun asielaanvraag.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 3: Opvang van asielzoekers
14
Hoofdstuk 4 Begeleiding van asielzoekers
Asielzoekers en statushouders die in afwachting zijn van definitieve huisvesting in een gemeente wonen en leven zelfstandig op een opvanglocatie. Ze doen hun huishouden, brengen hun kinderen naar school en gaan naar gesprekken met het COA, de IND, de DTenV en VluchtelingenWerk Nederland. Daarnaast bereiden zij zich voor op hun toekomst met programma’s, betaald werk of vrijwilligerswerk op en buiten de opvanglocatie. Het COA begeleidt hen daarbij, samen met veel partners. En natuurlijk met u als gemeente.
We wijzen bewoners de weg in Nederland, geven voorlichting over onder andere rechten en plichten in de opvang, helpen bij praktische zaken en begeleiden bewoners naar zorg als dat nodig is. Dat doen we individueel of groepsgewijs, passend bij de behoefte van de bewoner en de fase van zijn procedure. We geven bijvoorbeeld informatie over het wonen en leven op en rond een opvanglocatie en over hun toekomst (al dan niet in Nederland), maar ook over het meedoen aan activiteiten, of (vrijwilligers)werk. Zo versterken asielzoekers vaardigheden, vergroten hun zelfredzaam heid en zijn voorbereid op hun situatie na vertrek uit de opvang. Meer informatie over vroege integratie vindt u in hoofdstuk 8. Ongeveer een kwart van de bewoners is jonger dan 18 jaar. Het COA heeft specifieke aandacht voor de belangen en behoeften van kinderen. Ze moeten zo veel mogelijk ‘gewoon kind’ kunnen zijn. Dus kunnen spelen, huiswerk kunnen maken en zich veilig voelen in de opvang. Op elk azc hebben we, in samenwerking met
partners uit de samenleving, een basisaanbod met sport en spel, kunst en muziek, weerbaarheid en voorlichting.
Begeleiding op kleinschalige opvanglocaties Op kleinschalige locaties wonen bewoners zelfstandiger dan op een azc, omdat er geen vaste begeleiding aanwezig is. Lees meer over onze begeleiding op kleinschalige opvanglocaties in hoofdstuk 11.
Begeleiding van alleenstaande minderjarige vreemdelingen Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) zijn jongeren die zonder ouders en begeleiding naar Nederland zijn gekomen. Zij verblijven eerst op een proces-opvanglocatie en daarna op kleinere locaties of in een gastgezin. We begeleiden hen 24 uur per dag, 7 dagen per week bij de ontwikkeling naar volwassenheid, zodat ze op hun achttiende zelfstandig kunnen wonen in een azc, het land van herkomst of een eigen huis in Nederland. Lees meer wat we doen voor de amv-doel groep in hoofdstuk 10.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 4: Begeleiding van asielzoekers
Begeleiding van asielzoekers die geen verblijfsvergunning krijgen Het COA begeleidt afgewezen asielzoekers bij het voorbereiden van hun terugkeer. Dat kan naar hun land van herkomst zijn, naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvraag (het zoge noemde Dublinland), of elders. Hiervoor zet het COA individuele begeleiding en de toekomsttraining in. Dat is aanvullend op de terugkeerbegeleiding van de DTenV, die het daadwerkelijk vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland regisseert. COA, DTenV, IND en AVIM overleggen periodiek in het Lokaal Ketenoverleg en bespreken de vertrekstrategie en de bijzonderheden in het dossier van de vreemdeling. De begeleiding van het COA draagt bij aan terugkeer met perspectief.
Begeleiding in het geval van gemeentelijke exploitatie Als een gemeente ervoor kiest om een duurzame gemeentelijke opvanglocatie te exploiteren, dan regelt de gemeente de dagelijkse begeleiding op de locatie. Het COA blijft wel altijd verantwoordelijk voor het plaatsen van bewoners op de locatie. Meer over duur zame gemeentelijke opvang leest u in hoofdstuk 12.
16
In het kort: COA
COA • Wijst asielzoekers de weg in Nederland; geeft voorlichting over o.a. rechten en plichten in de opvang, en helpt bij praktische zaken. • Biedt begeleiding op basis van de behoefte van de bewoner en de fase in de asielprocedure. • Begeleidt bewoners naar zorg indien nodig. • Ondersteunt asielzoekers bij deelname aan activiteiten, betaald werk en vrijwilligerswerk binnen of buiten de opvanglocatie. • Zorgt dat kinderen zich zo normaal mogelijk kunnen ontwikkelen. • Bereidt asielzoekers voor op een toekomst in Nederland, het land van herkomst of elders. • Is altijd verantwoordelijk voor het plaat sen van bewoners op een opvanglocatie, ook als deze door de gemeente wordt geëxploiteerd. Gemeente • Is verantwoordelijk voor de voorlichting en begeleiding van de asielzoekers als zij ervoor kiest om een een duurzame gemeentelijke opvang te exploiteren.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 4: Begeleiding van asielzoekers
17
Hoofdstuk 5 Verstrekkingen voor asielzoekers
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op verschillende verstrekkingen. In het kort:
Het COA draagt zorg voor de uitvoering hiervan. Ook als een gemeente ervoor kiest om de opvang en begeleiding zelf te organiseren (dgo). COA
Regeling verstrekkingen asielzoekers De voorzieningen waar mensen die in Nederland asiel aanvragen recht op hebben, zijn vastgelegd in de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere catego rieën vreemdelingen (Rva). Het gaat dan bijvoorbeeld om maaltijden of eetgeld en leefgeld voor kleding en verzorgingsproducten. Hoeveel leefgeld bewoners wekelijks krijgen, hangt af van de gezinssamenstelling en of bewoners zelf kunnen koken. Meer informatie is te vinden op coa.nl. Andere voorzieningen die zijn vastgelegd in de Rva zijn onder andere: onderdak, begeleiding en recreatieve activiteiten, toegang tot medisch-noodzakelijke zorg en een WA-verzekering. Daarnaast worden noodzakelijke vervoerskosten, zoals voor openbaar vervoer vanwege de asielprocedure of medische behandeling, vergoed.
Regeling eigen bijdrage asielzoekers De Regeling eigen bijdrage asielzoekers (Reba) is een wettelijke regeling die voorschrijft dat mensen die in Nederland asiel aanvragen met eigen vermogen of inkomsten een bijdrage betalen aan de opvang. Die bijdrage gaat over het weekgeld, de maaltijden die zij van het COA ontvangen, zorgkosten en de huisvesting.
Dit is te vergelijken met huurkosten en de kosten van basisbehoeften zoals eten, persoonlijke hygiëne en kleding.
Inhuisregistratie en meldplicht Iedere bewoner van 18 jaar of ouder moet zich één keer per week fysiek melden bij de opvanglocatie. Het doel van deze inhuisregistratie is om te controleren of bewoners nog gebruik maken van de geboden verstrekkingen. Daarnaast hebben asielzoekers vanaf 12 jaar een wekelijkse AVIM-meldplicht. Deze meldplicht heeft als doel toezicht te houden op bewoners in de asielprocedure en wordt administratief uitgevoerd door het COA. Indien een bewoner zich de eerste keer niet meldt, ontvangt hij een waarschuwingsbrief. Wanneer een bewoner zich twee weken achtereenvolgend niet heeft gemeld, volgt er een kamercontrole waarbij wordt vastgesteld of een bewoner is ‘vertrokken’. Dit kan leiden tot uitschrijving. Als een gemeente zelf een duurzame gemeentelijke opvanglocatie (dgo) exploiteert, is zij verantwoordelijk voor deze ook wel genoemde gecombineerde meldplicht, zie hoofdstuk 12.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 5: Verstrekkingen voor asielzoekers
COA • Is verantwoordelijk voor het uitkeren van verstrekkingen waar asielzoekers recht op hebben. • Ook in het geval van de duurzame gemeentelijke exploitatie (dgo) is het COA verantwoordelijk voor de wekelijkse verstrekkingen (eet- en leefgeld), toegang tot zorg (via GZA) en de verzekeringen. • Voert de Reba uit, ook als de gemeente kiest voor dgo. • Is verantwoordelijk voor de inhuis registratie (uitzondering dgo). Gemeente • Is verantwoordelijk voor de inhuisre gistratie, vervoerskosten en sommige incidentele vergoedingen, als zij ervoor kiest om een dgo te exploiteren.
19
Hoofdstuk 6 Gezondheidszorg
Het COA is verantwoordelijk voor de toegang van asielzoekers tot de Nederlandse In het kort:
gezondheidszorg. Daarvoor heeft het COA zorgaanbieders gecontracteerd. COA
COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Voor huisartsenzorg gaan mensen die in Nederland asiel aanvragen naar GezondheidsZorg Asielzoekers (GZA)*. De GZA heeft op vrijwel elke COA-opvanglocatie een huisartsenpraktijk waar de asielzoeker terecht kan voor een afspraak met een zorgprofessional, zoals de doktersassistent, verpleegkundige, praktijkondersteuner (POH-GGZ) of huisarts. Hoe vaak de GZA op locatie is, is afhankelijk van het aantal bewoners. Bewoners kunnen 24 uur per dag, 7 dagen per week bellen met de praktijklijn GZA met vragen over hun gezondheid. Als het nodig is, verwijst de huisarts door naar andere zorg: een medisch specialist, GGZ, Wmo (indicatie via Bender) of Jeugdhulp. Alle zorgverleners kunnen op kosten van het COA gebruikmaken van de door het COA gecontracteerde telefonische tolkendiensten.
De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) levert in opdracht van het COA de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers, waaronder de jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding en preventie, SOA/HIV bestrijding en de TBC-screening. De Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) is de zorgverzekering voor mensen die in Nederland asiel aanvragen. De regeling omschrijft de zorg waar COAbewoners aanspraak op kunnen maken. De uitvoering van de RMA-regeling ligt bij zorgverzekeraar DSW, onder de naam RMA Healthcare. Op de dgo’s is het COA ook verantwoordelijk voor de zorgverzekering en voor het regelen van de GZA op locatie. Lees meer hierover in hoofdstuk 12.
COA • Is verantwoordelijk voor het inkopen van de huisartsenzorg en de publieke gezondheidszorg, inclusief jeugdgezondheidszorg (JGZ). • Informeert asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleidt minder zelfredzame bewoners naar zorg. • Zorgt voor medische ruimte op of in de buurt van een opvanglocatie. Kleine loca ties in de buurt van een grotere locatie, maken gebruik van de huisartsenpraktijk op die locatie. • Vergoedt kosten als een telefonische tolk moet worden ingeschakeld. • Is verantwoordelijk voor het afsluiten van de ziektekosten regeling voor asielzoekers (RMA). Gemeente • Is verantwoordelijk voor toegang en financiering van de jeugdhulp aan kinderen van asielzoekers als dat nodig is.
*Op kleine zelfstandige locaties (zie hoofdstuk 11) is het voor het COA niet altijd mogelijk om de GZA in te zetten. Daarom vragen wij gemeenten mee te helpen in het vinden van een passende zorgoplossing. Bijvoorbeeld door de toegang tot huisartsenzorg bij lokale huisartsen te regelen.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 6: Gezondheidszorg
21
Hoofdstuk 7 Onderwijs
Ongeveer een kwart van de bewoners in een azc is jonger dan 18 jaar. Zij hebben net als andere kinderen in Nederland recht op onderwijs en gaan in ieder geval binnen drie maanden (vanaf 12 juni 2026 twee maanden) nadat ze in Nederland zijn naar school.
Kinderen in de basisschoolleeftijd gaan naar een reguliere basisschool. Kinderen van 12 tot 18 jaar krijgen onderwijs in internationale schakelklassen (ISK). Dat zijn meestal afdelingen op reguliere scholen voor voortgezet onderwijs die anderstalige leerlingen in circa twee jaar voorbereiden op het reguliere onderwijs.
Als u vragen heeft over wet- en regelgeving, financiering en de onderwijspraktijk, dan kunt u meer informatie vinden op rijksoverheid.nl.
De gemeente is verantwoordelijk voor het regelen van onderwijsplekken voor alle leerplichtige kinderen. Het COA werkt hierin nauw samen met gemeenten en scholen. Zo melden we de kinderen aan bij een school en informeren we de ouders over de intake op school. Ook onderhouden we contact met de scholen. Ouders brengen hun kinderen zelf naar school. Als dit niet kan, bijvoorbeeld omdat de school niet op loopafstand is, dan is de gemeente in de meeste gevallen verant woordelijk voor het regelen van het leerlingenvervoer naar school en draagt de kosten, zoals vastgelegd in de Verordening Leerlingenvervoer. Gemeenten kunnen voor de huisvestingskosten van het basisonderwijs aan kinderen van asielzoekers en leerlingenvervoer een vergoeding krijgen van het COA. Dat kan door beroep te doen op de Regeling onderwijshuisvestingsbudgetten asielzoekers (OHBAregeling), zie hoofdstuk 14.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 7: Onderwijs
23
In het kort: Nieuw Europees asielbeleid (Migratiepact) COA
COA • Zorgt ervoor dat kinderen van asiel zoekers naar school gaan binnen drie maanden na aankomst. • Meldt de kinderen aan bij een school en informeert ouders over de intake op school. • Onderhoudt contact met de scholen over de voortgang en specifieke behoeften van de kinderen van asielzoekers. Gemeente • Is verantwoordelijk voor het regelen van onderwijsplekken voor kinderen van asiel zoekers (basisschool of internationale schakelklassen). • Regelt meestal het leerlingenvervoer.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 7: Onderwijs
In de Europese Unie gelden vanaf 12 juni 2026 nieuwe asielregels. Deze regels zijn onderdeel van het Europese Asiel- en Migratiepact. Hiermee wordt beoogd het asielsysteem in Europa beter te laten werken, te zorgen voor meer solidariteit tussen de EU-landen en harmonisering van de opvangvoorzieningen. Het belangrijkste doel van het Pact is een meer gecoördineerd en effectiever asiel- en migratiebeleid binnen de EU. Met snellere procedures voor asiel en terugkeer, en betere bescherming van de Europese buiten grenzen. Maar er staan ook specifieke regels in voor kwetsbare personen en een kortere wachtperiode voor toegang tot de arbeidsmarkt en onderwijs. De termijn voor het realiseren van toegang tot onderwijs wordt met de inwerkingtreding van het Migratiepact versneld van drie naar twee maanden, gerekend vanaf de registratie van de asielaanvraag. Daarnaast is er een kan-bepaling om tijdelijk, voor de periode van ten hoogste één maand, een onderwijsprogramma buiten het reguliere onderwijsstelsel aan te bieden.
24
Hoofdstuk 8 Vroege integratie en meedoenbalies
Nieuwkomers in Nederland kunnen niet vroeg genoeg beginnen met integratie. Werk – ook vrijwilligerswerk – levert een belangrijke bijdrage aan de integratie van nieuwkomers. Daarom biedt het COA diverse activiteiten voor asielzoekers en statushouders gericht op de Nederlandse taal en werk, opleiding, een sociaal netwerk en cultuur. Asielzoekers met een grote kans op een vergunning kunnen Nederlandse taallessen volgen. Ook begeleiden we mensen die in Nederland asiel aanvragen in activiteiten op of rondom het azc. Dat doen we samen met partners in de samenleving.
Meedoenbalies Bewoners worden onder andere via meedoenbalies uitgenodigd om vrijwilligerswerk te doen of deel te nemen aan andere activiteiten. Een meedoenbalie is een loket waar bewoners zich kunnen aanmelden voor activiteiten die bijdragen aan participatie en integratie. Op de 38 locaties met een standaard meedoenbalie werken we samen met de Vereniging VrijwilligerswerkNL (voorheen Vereniging NOV). Op 90 andere locaties is een meedoenbalie light ingericht. Het COA pleit voor voldoende financiering om op alle reguliere locaties (met meer dan 100 bewoners) een meedoenbalie te realiseren.
Kansrijke koppeling van statushouders De gemeente is verantwoordelijk voor de inburgering van mensen met een verblijfsvergunning. Een COAregievoerder koppelt mensen met een verblijfsvergun ning aan gemeenten. Daarbij kijken we waar voor hen de beste kansen liggen voor integratie en participatie in de samenleving. Via het screeningsgesprek brengt
de medewerker het profiel van de bewoner in beeld. Dit houdt in dat het arbeids- en onderwijsverleden, het sociaal netwerk en de ambities van de bewoner rondom zijn integratie worden uitgevraagd. Op basis van dit profiel kiest de medewerker voor een locatie in een arbeidsmarktregio. Binnen deze regio kan de bewoner door de regievoerder worden gekoppeld aan een gemeente waar zijn kansen op (arbeids)integratie het grootst zijn. Het uitgangspunt hierbij is dat het verblijf in de opvanglocatie en de koppeling aan de gemeente zoveel mogelijk in elkaars verlengde liggen. Dit heet de ‘kansrijke koppeling’. Het kan in sommige gevallen voorkomen dat een statushouder in de opvang wordt omgekoppeld naar een andere gemeente. Een omkoppeling gebeurt alleen bij speciale omstandigheden die na de eerste koppeling zijn ontstaan, bijvoorbeeld vanwege toelating tot een opleiding, medische redenen of betaald werk dat door de bewoner wordt verricht in een andere regio.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 8: Vroege integratie en meedoenbalies
26
In het kort: COA
COA • Biedt activiteiten aan voor asielzoekers en statushouders gericht op de Nederlandse taal, werk, opleiding, een sociaal netwerk en cultuur. • Biedt Nederlandse taallessen aan asielzoekers met een grote kans op een vergunning. • Begeleidt asielzoekers in activiteiten binnen de opvanglocatie of erbuiten. • Koppelt statushouders aan een gemeente waar de kansen op (arbeids)integratie het grootst zijn. Bij het koppelen houdt het COA zoveel mogelijk rekening met het profiel van de statushouder en de locatie waar hij/zij al verblijft. • Informeert statushouders over de arbeidsmarkt en helpt hen bij het vinden van werk. • Begeleidt statushouders in de opvang met hun voorinburgering.
Mensen met een verblijfsvergunning starten bij voorkeur zo snel mogelijk in hun gekoppelde gemeente Tot die tijd verzorgt het COA ondersteuning via het Voorinburgeringsprogramma. We begeleiden bewoners met een verblijfsvergunning intensief in de periode waarin zij wachten op huisvesting. Daarbij informeren we hen over de arbeidsmarkt en begeleiden we hen waar mogelijk naar werk. Ook begeleiden we mensen met een verblijfsvergunning bij hun inburgeringstraject met Nederlandse taallessen en informatie over de Nederlandse maatschappij.
Veranderende regelgeving De regels voor asielzoekers om te mogen werken gaan veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken, straks mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen. Dit geldt alleen voor asielzoekers die een grotere kans hebben om in Nederland te mogen blijven. De wijziging gaat gelijktijdig in met de invoering van het Migratiepact per 12 juni 2026.
Gemeente • Zorgt voor een vervolg van het inburge ringstraject nadat de statushouder in de gemeente is gehuisvest.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 8: Vroege integratie en meedoenbalies
27
Hoofdstuk 9 Veiligheid op en rond opvanglocaties
Voor de komst van een opvanglocatie hebben omwonenden vaak angst voor overlast. De ervaring leert dat zodra de locatie er is, de buurt vaak vrij snel positief is. Overlast en criminaliteit, bijvoorbeeld diefstal en intimidatie komen, net als op andere plekken in Nederland, soms voor.
Indien overlast zich voordoet, is dat een probleem voor omwonenden, medebewoners en medewerkers. Daarom doet het COA er alles aan om dit aan te pakken. De aanpak van incidenten, crimineel- en/of overlastgevend gedrag is een gezamenlijke inspanning van onder andere gemeenten, politie en het Rijk. Er zijn landelijke en lokale maatregelen en een aanpak op de opvanglocaties.
Beveiliging
Op locatie
Alle opvanglocaties voldoen aan de wettelijke eisen voor brandveiligheid. Zo hangen in alle woonunits en andere ruimten brandblussers en rookmelders. Bewoners en medewerkers krijgen voorlichting over brand veiligheid: welke risico’s er zijn, hoe brand kan worden gesignaleerd en kan worden voorkomen. De brandweer controleert de brandveiligheid op locatie.
Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op de opvanglocaties. We hebben huisregels waaraan bewo ners zich moeten houden. Aan elke bewoner maken we bij binnenkomst op een opvanglocatie de huisregels bekend. We zien erop toe dat de huisregels worden nageleefd. Waar nodig spreken we bewoners aan bij overtreding van de huisregels en leggen we maatrege len op conform het COA Maatregelenbeleid. Het COA handelt altijd bij incidenten op locatie, of die nu klein of groot zijn. Bij incidenten binnen de opvanglocaties die gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde informeren we de politie en zo nodig de burgemeester. Bij vermoeden van strafbare feiten doen we aangifte.
Het COA zorgt voor de beveiliging op een opvang locatie. Dit varieert van fysieke beveiliging tot en met cameratoezicht en een mobiel veiligheidsteam. Op onze grotere locaties bemensen beveiligers de receptie en surveilleren zij bijvoorbeeld over het terrein. Ook op kleinere locaties besteden we veel aandacht aan de veiligheid, lees hierover meer in hoofdstuk 11.
Begeleiding Onze opvangmedewerkers worden getraind in het omgaan met conflictsituaties, overlastgevend gedrag en in trauma-sensitief werken. Door bewoners goed te leren kennen, hebben we signalen van overlastgevend gedrag snel in de gaten. Hierdoor kunnen we preventief actie ondernemen. Zo grijpen we snel en op gepaste wijze in. Bewoners met signalen van overlastgevend
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 9: Veiligheid op en rond opvanglocaties
gedrag worden intensief begeleid. Dit zorgt voor positieve aanpassing van gedrag, betere begrenzing en meer rust op locaties. Als er sprake lijkt van psychische problemen bij bewoners, dan verwijzen we hen door naar GZA. GZA kan bewoners zo nodig doorverwijzen naar de GGZ. Op locaties voor alleenstaande minder jarige vreemdelingen (amv) is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding aanwezig, zie hoofdstuk 10. Op reguliere locaties is er 7 dagen per week overdag begeleiding aanwezig. Doordeweeks is er ook in de avond begeleiding.
Incidentenregistratie en maatregelen Een veilige en prettige omgeving, gecombineerd met passende begeleiding, helpt om ongewenst gedrag te voorkomen. Toch kan er sprake zijn van overlastgevend en onacceptabel gedrag. Het COA heeft de mogelijkheid om een maatregel op te leggen wanneer een bewoner een huisregel overtreedt of als de veiligheid van medewerkers, medebewoners en/of andere personen in gevaar komt. De maatregelen variëren van een correc tiegesprek, inhouding van een deel van het weekgeld, tot plaatsing in de handhavings- en toezichtlocatie (htl), waar de bewoner tijdelijk in vrijheidsbeperking zit. De gemeente is in het geval van een dgo verantwoordelijk voor het toepassen van maatregelen en het uitvoeren van incidentenregistraties, zie hoofdstuk 12.
Omgeving De gemeente en politie houden toezicht buiten de locatie, want de burgemeester is uiteindelijk verant woordelijk voor de openbare orde. Vanuit het COA is de locatiemanager van de opvanglocatie het eerste aanspreekpunt voor vragen en klachten uit de directe
29
omgeving. De locatiemanager onderhoudt veel contact met de gemeente en politie, ook als het over bewoners met overlastgevend gedrag gaat. We informeren elkaar goed en werken nauw samen. Ook met omwonenden verenigd in een omwonenden commissie is het contact intensief, zodat we goed weten wat er speelt in de directe omgeving. Eventuele klachten willen we zo snel mogelijk bespreekbaar te maken.
Meer informatie • • • •
Veiligheid op een locatie Aanpak van incidenten en overlastgevend gedrag Flyer Veiligheid in en rondom een COA-locatie Wat is waar over overlast?
In het kort: COA
COA • Is verantwoordelijk voor de veiligheid op en direct rondom de opvanglocatie. • Zorgt voor 24/7 aanwezigheid van medewerkers op locatie (uit zondering hierop is een locatie met minder dan 100 bewoners). • Houdt toezicht op huisregels. • Begeleidt bij spanningen. • Is eerste aanspreekpunt/handelt bij incidenten op de COA locatie. • Registreert incidenten. • Legt maatregelen op bij incidenten. • Schakelt tussen bewoners, gemeente, hulpdiensten en omwonenden. Gemeente • Is verantwoordelijk (samen met de politie) voor veiligheid buiten de opvanglocatie. • Draagt de verantwoordelijkheid voor de openbare orde (burgemeester). • Houdt toezicht in de wijk en zorgt voor handhaving buiten de locatie. • Waarborgt brandveiligheid via de brandweer. • De politie handelt bij strafbare feiten. Gezamenlijke inzet • Regelmatig veiligheidsoverleg tussen locatiemanager en gemeente. • Gezamenlijke aanpak overlast. • Afstemming tussen locatiemanager en de wijkagent. • Regelmatig overleg tussen locatiemanager en buurtbewoners.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 9: Veiligheid op en rond opvanglocaties
30
Hoofdstuk 10 Asielopvang voor jongeren die alleen naar Nederland komen
Minderjarige asielzoekers die zonder begeleiding van een ouder of een meerderjarige bloed- of aanverwant in Nederland aankomen worden alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) genoemd. Zij krijgen een voogd van stichting Nidos. Als zij jonger dan 15 jaar zijn, komen zij in principe in een opvanggezin terecht onder verantwoordelijkheid van stichting Nidos. Zijn ze 15 jaar of ouder, dan komen ze terecht in de kleinschalige opvang van het COA. Jongeren van 13 en 14 jaar die niet in een opvanggezin geplaatst
dagelijks betrokken bij het leven van de jongeren, zodat ze zich ondersteund voelen in hun ontwikkeling. Zowel Nidos als de GZA (huisartsenzorg) kunnen doorverwijzen naar jeugdhulp. De gemeente is verant woordelijk voor het organiseren van jeugdhulp, net zoals bij Nederlandse jongeren.
kunnen worden, worden ook ondergebracht bij het COA.
Jongeren wonen in kleinschalige woongroepen, waarin zij zich veilig kunnen voelen en persoonlijke aandacht krijgen. Jongeren met een verblijfsvergunning worden opgevangen door stichting Nidos. Jongeren met een negatieve uitslag hebben recht op bescherming tot hun achttiende levensjaar. Zij verblijven tot die tijd op een COA amv-locatie. Op een duurzame gemeentelijke opvanglocatie (dgo) worden geen amv opgevangen.
Begeleiding van de jongeren Elke jongere van 15 jaar of ouder heeft een COA-mentor, die nauw samenwerkt met de jeugdbeschermer van Nidos. De begeleiding van de COA-medewerker is bedoeld om jongeren zich te laten ontwikkelen en zelfredzaam te worden. De jongeren leren doelen te stellen en ontwikkelen vaardigheden met het oog op de toekomst. Belangrijk voor hun ontwikkeling is dat zij zich veilig en op hun gemak voelen. Medewerkers zijn 24 uur per dag op de locatie aanwezig, waardoor zij de jongeren goed kennen. Afhankelijk van de grootte van de locatie varieert het aantal medewerkers. Naast de COA-medewerkers kunnen
In het kort:
ook beveiligingsmedewerkers, sport- of muziekcoaches, of intercultureel mediators ingezet worden.
Dagritme en structuur De jongeren leren bij het COA en stichting Nidos een vast dagritme. Dit brengt structuur in hun leven: opstaan, ontbijten, naar school, huiswerk maken, vrijetijdsbesteding, koken en eten. Er zijn op locatie huisregels. Het COA controleert twee keer per dag (ochtend en avond) of iedereen aanwezig is. De mentor leert de jongeren over Nederlandse gewoonten en gebruiken en begeleidt hen in het verder ontwikkelen van vaardigheden. Jongeren worden gestimuleerd deel te nemen aan activiteiten, zowel op locatie als in de omgeving.
Onderwijs en zorg De leerplicht geldt net als bij Nederlandse kinderen ook voor amv. Gemeenten zorgen voor het onderwijs aan leerplichtige kinderen. Het COA werkt nauw samen met gemeenten en scholen. Mentoren en begeleiders zijn
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 10: Asielopvang voor jongeren die alleen naar Nederland komen
COA
COA • Biedt dagelijkse begeleiding aan minderjarigen. • Biedt 24 uur per dag begeleiding aan. Gemeente • Is verantwoordelijk voor scholing. • Regelt aansluiting bij jeugdzorg. Samenwerking • Voogdijinstelling Nidos is samen met het COA verantwoordelijk voor de begeleiding van de minderjarigen, en is primair verantwoordelijk voor de juridische en zorginhoudelijke begeleiding.
32
Hoofdstuk 11 Kleinschalige opvang
Reguliere kleinschalige opvanglocaties (kso) zijn locaties van rond de 150 plekken of minder en met een looptijd van meer dan 5 jaar. Er zijn twee basisvarianten; een dependance van een azc die op minder dan 45 minuten reizen bereikbaar is. En - als die er niet is - een zelfstandige locatie.
Faciliteiten Op kleinschalige opvanglocaties zijn niet alle faciliteiten aanwezig. Zo zijn er bijvoorbeeld geen aparte leslokalen, spreekkamers voor de huisarts van de GZA of recreatie mogelijkheden. Voor een doktersbezoek, taallessen of recreatie gaan bewoners naar de hoofdlocatie of als die te ver weg is, naar een ruimte in de buurt die hiervoor kan worden gebruikt. Als er geen hoofdlocatie in de buurt is, dan is de gemeente verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van deze ruimtes en kijken we samen naar een passende zorgoplossing. Het COA kan eventuele kosten voor het gebruik van deze ruimtes betalen. Het COA zorgt ook voor verdere begeleiding. Ook op locaties met minder dan 300 bewoners zijn er soms minder voorzieningen. Dit is afhankelijk van de mogelijkheden op de locatie en wordt per individuele locatie bekeken.
Begeleiding Een ambulant team bezoekt de locatie meerdere keren per week. Dat vraagt van de bewoners dat zij zelfstandi ger kunnen wonen, zonder vaste begeleiding. Het COA selecteert daarom altijd de bewoners. Als bewoners vragen hebben, dan kunnen zij per mail of telefoon
contact opnemen met het begeleidingsteam. Als er een andere asielopvanglocatie in de buurt is, dan gaan de bewoners voor gesprekken en trainingen naar de hoofdlocatie. Is die locatie er niet, dan komt het ambu lante team vaker voor gesprekken langs en worden de trainingen gegeven in de ruimtes in de gemeenten. De manier van begeleiden is bij kleinschalige opvang dus anders, maar de aanpak is verder hetzelfde als op een regulier azc.
Veiligheid Of een locatie nu groot of kleiner is, we zorgen altijd voor veiligheidsmaatregelen op een locatie. Op opvanglocaties van meer dan 100 bewoners is er permanente beveiliging aanwezig. Maar ook op kleinere locaties treffen wij altijd maatregelen voor de veiligheid van onze bewoners en de omgeving. Dit doen we aan de hand van een uitgebreide risico-inventarisatie. Op basis daarvan kunnen verschillende maatregelen worden ingezet, zoals het inzetten van camera’s of andere beveiligingstechnieken, het inzetten van beveiligers of toezichthouders overdag of ’s nachts, of de inzet van een mobiel beveiligingsteam. In hoofdstuk 9 leest u meer over wat wij op het gebied van veiligheid doen op en om locaties.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 11: Kleinschalige opvang
In het kort: Er zijn twee soorten reguliere kleinschalige opvanglocaties (kso): • Een dependance. In dat geval gaan bewoners zelfstandig naar de hoofdlocatie voor activi teiten, taallessen en andere programma’s. Een kso als dependance is alleen mogelijk als de reisafstand naar de hoofdlocatie minder dan 45 minuten reistijd met openbaar vervoer bedraagt. • Een zelfstandige locatie. Hierbij is geen hoofdlo catie in de buurt. De voorzieningen voor taal lessen, activiteiten en gezondheidzorg moeten lokaal worden gerealiseerd, bijvoorbeeld in een buurthuis of vergadercentrum. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van deze ruimtes. Het COA zorgt voor de verdere begeleiding. • Bij opvanglocaties met meer dan circa 150 bewoners, maar minder dan 300 bewoners worden per locatie de mogelijkheden voor de inzet van faciliteiten en begeleiding onderzocht.
34
Hoofdstuk 12 Duurzame gemeentelijke opvang
Sommige gemeenten willen graag zelf de regie hebben op de dagelijkse uitvoering rond opvang, begeleiding, participatie en veiligheid. Een van de redenen kan zijn dat de gemeente bij uitstek de verbinding kan leggen tussen de opvang en het sociale domein en daarmee de integratie van bewoners kan bevorderen. Het COA maakt deze gemeentelijke regie graag mogelijk door middel van de duurzame gemeentelijke opvang (dgo).
Wat houdt duurzame gemeentelijke opvang in?
Begeleiding, activering en participatie
Duurzame gemeentelijk opvang is een opvangvorm waarbij gemeenten een groot deel van de (begeleidings) taken op een azc op zich nemen. Dat gebeurt onder eindverantwoordelijkheid van het COA. Deze opvang vorm is mogelijk vanaf 1 januari 2026. De dgo is de opvolger van de tijdelijke gemeentelijke opvang (tgo) met het verschil dat deze een duurzaam karakter heeft. Dit houdt in dat er een overeenkomst geldt met een minimale looptijd van vijf jaar en dat de kwaliteit van de locatie en begeleiding aan dezelfde eisen voldoen als bij een regulier azc dat door COA wordt beheerd. De dgo is immers geen noodopvang.
De gemeente regelt de dagelijkse begeleiding op de locatie. Dat betekent geregeld gesprekken voeren met bewoners, een informatiebalie organiseren waar bewo ners dagelijks vragen kunnen stellen, kamercontroles doen en participatieactiviteiten aanbieden. Dat laatste gaat bijvoorbeeld om het - vaak in samenwerking met lokale partijen - in kaart brengen van vrijwilligerswerk of betaald werk in de regio en het aanbieden van taal lessen. Daarnaast kunnen bewoners ook gemotiveerd worden om vrijwilligerswerk op de locatie te doen.
Locatie en vastgoed De gemeente draagt zorg voor het realiseren van de opvanglocatie en het vastgoed. Het COA heeft een Programma van Eisen (PvE), waarin staat aan welke eisen een opvanglocatie moet voldoen. Het is belangrijk dat bewoners een veilige en leefbare omgeving hebben op de opvanglocatie. De gemeente verzorgt ook de schoonmaak en beveiliging.
Gidsfunctie gezondheidszorg Het COA regelt dat mensen die in Nederland asiel aanvragen gebruik kunnen maken van de Nederlandse gezondheidszorg, maar de gemeente draagt zorg voor de zogenoemde gidsfunctie gezondheidszorg op de locatie. Dit houdt in: signaleren, voorlichten, ondersteunen en faciliteren; bewoners moeten wegwijs worden gemaakt in de Nederlandse gezondheidszorg. Ze worden gestimuleerd om zichzelf te redden, maar kwetsbare bewoners hebben ondersteuning nodig. Denk hierbij aan hulp bij gesprekken met de
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 12: Duurzame gemeentelijke opvang
GZA-praktijklijn, afspraken met zorgverleners maken en begeleiding naar zorgverleners. Bij zwangere vrouwen gaat het onder meer om begeleiding tijdens zwangerschap, registraties van geboorte en het regelen van benodigdheden.
Uitbetalingen van incidentele gelden Het COA is verantwoordelijk voor buitengewone kosten. Dit zijn kosten die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht kunnen worden door de bewoner zelf te worden betaald, zoals de buitengewone medische kosten. De gemeente zorgt voor de uitbeta ling van andere incidentele kosten, zoals vergoedingen voor vrijetijdsbesteding en zelfwerkzaamheid. Er zijn regels wanneer een bewoner wel of niet recht heeft op een incidentele vergoeding. Deze zijn te vinden als bijlage bij de Handleiding dgo, die op aanvraag voor gemeenten beschikbaar is.
Maatregelen en incidentenregistratie Een veilige en prettige omgeving, gecombineerd met passende begeleiding, helpt om ongewenst gedrag te voorkomen. Toch kan er sprake zijn van overlastgevend en onacceptabel gedrag. De gemeente draagt in het geval van een dgo zorg voor het uitvoeren van de incidentenregistratie en het opleggen van maatregelen. Een bewoner heeft een aantal plichten waaraan voldaan moet worden, zoals het volgen van de huis regels. Deze zijn vastgelegd in onder andere de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva), zie ook hoofdstuk 5. Indien de huisregels niet worden nageleefd, bestaat de bevoegd heid om maatregelen op te leggen. Er zijn verschillende
36
Inhuisregistratie en meldplicht Voor alle bewoners van 18 jaar en ouder is een wekelijkse inhuisregistratie van toepassing op de dgo, eventueel gecombineerd met ofwel een wekelijks AVIM-meldplicht (voor asielzoekers vanaf 12 jaar) of een tweewekelijks formeel verzoek tot voortzetting verstrekkingen voor vergunninghouders. De gemeente voert deze taken uit en het COA handelt het adminis tratief af in het systeem. Meer informatie vindt u in de gedetailleerde Handleiding dgo, die op aanvraag voor gemeenten beschikbaar is.
Taken van het COA categorieën maatregelen om bewoners te corrigeren en confronteren met hun gedrag, zoals een leermaatregel of het inhouden van verstrekkingen. Welke maatregel opgelegd wordt, hangt af van de impact van een inci dent. De bevoegdheden om maatregelen op te leggen liggen grotendeels bij gemeenten. Zware maatregelen zijn hierbij uitgezonderd. Die zal het COA in overleg met gemeenten opleggen. De maatregelen zijn beschreven in het Maatregelenbeleid van het COA, te vinden als bijlage bij de Handleiding dgo die op aanvraag voor gemeenten beschikbaar is. Het is belangrijk dat gemeentemedewerkers goed op de hoogte zijn van het Maatregelenbeleid van het COA en incidenten juist registreren. De maatregelen moeten namelijk juridisch stand houden. In de meeste gevallen kan de locatiemanager van de gemeente zelf een maatregel opleggen nadat bepaalde procedures zijn gevolgd, zoals het horen van de bewoner. Een eventuele beroepsprocedure bij de rechter wordt uitgevoerd door
het COA. Goede registratie en informatieoverdracht naar het COA is dus noodzakelijk.
Signaleringen en meldingen Met verschillende landelijke instanties zijn afspraken gemaakt dat bepaalde gedragingen en incidenten bij hen worden gemeld. Omdat de gemeente bewoners dagelijks ziet en begeleidt, moet de gemeente ook alert zijn op deze signalen. Voorbeelden van deze meldingen zijn: • Incidenten met grote impact bij jeugdigen • Strafbare feiten (aangifte politie) • Mensenhandel en -smokkel • Huiselijk geweld en kindermishandeling • Radicalisering en Jihadisme
Iedere dgo wordt gekoppeld aan een COA-locatie in de buurt: de moederlocatie. Hoewel de gemeente een groot deel van de taken uitvoert op de dgo, blijft het COA namelijk eindverantwoordelijk. Ook blijft het COA een aantal taken uitvoeren: • de plaatsing van bewoners; • het uitbetalen van leef- en weekgeld; • het uitvoeren van de Regeling eigen bijdrage (Reba) bij bewoners die betaald werk hebben; • de WA- en zorgverzekering van bewoners; • de terugkeerbegeleiding van bewoners met een negatieve beschikking en • de huisvestingsprocedure van statushouders. Op de volgende pagina’s vindt u een overzicht van de taakverdeling in het geval dat het COA een opvang locatie exploiteert en als de gemeente dat doet.
De meeste meldingen gebeuren met tussenkomst en advies van Bureau Veiligheid: hét informatieknooppunt van het COA rondom veiligheid.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 12: Duurzame gemeentelijke opvang
37
Hoofdstuk 13 Overzicht taakverdeling
<100 plekken zelfstandige locatie
<100 plekken dependance
100-150 plekken zelfstandige locatie
100-150 plekken dependance
150-300 plekken
>300 plekken
amv
dgo
Locatiebepaling
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente in overleg met COA
Gemeente
Vergunningaanvraag
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Vastgoed (contract)
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Ruimte voor ketenpartners
Gemeente regelt/ COA bemiddelt in een locatie*
Gemeente regelt/ COA bemiddelt in een locatie*
Gemeente regelt/ COA bemiddelt in een locatie*
COA
Gemeente
Ruimte voor GZA
Gemeente regelt/ COA bemiddelt in een locatie*
Gemeente regelt/ COA bemiddelt in een locatie*
COA
COA
COA
Gemeente
Leslokalen
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Schoonmaak
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Onderhoud
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Plaatsing van asielzoekers
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Dagbesteding
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Terugkeerbegeleiding
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Voorinburgering
COA
COA
COA
COA
COA
COA
COA
Gemeente
Huisvesting
Begeleiding
* De betaling voor de locatie verloopt via het COA.
COA Dienstverleningsgids | Hoofdstuk 13: Overzicht taakverdeling
39
<100 plekken zelfstandige locatie
<100 plekken dependance
100-150 plekken zelfstandige locatie
100-150 plekken dependance
150-300 plekken
>300 plekken