A06 stukken procedure Eemdijk oost
Tekst van het document
Raad
Pagina 1
Afdeling bestuursrechtspraak
vanstate
van
1
Gemeente Bunschoten
INGEKOMEN 1 9
MAA. 2024
Nr KI.
Raad
van
de gemeente
nr
Bunschoten
Postbus 200 3750 GE
BUNSCHOTEN SPAKENBURG
Ons
Datum
1 8 maart
Uw kenmerk
nummer
202400739/1 /R4
2024
Onderwerp
Inlichtingen
___
______
Bunschoten
_____
Bestemmingsplan 'Eemdijk-Oost'
070-4264091
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw,
Hierbij
stuur
ik
u
-
ter
informatie
-
stukken die gaan
over
bovengenoemde procedure.
Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend.
Hoogachtend, de
griffier
Postbus
413O48O(5A1)
20019
-
2500 EA Den
Haag -T 070
426
44
26
-
F
070 365
Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
13
80
-
www.raadvanstate.nl
Van:
________
Verzonden:
vrijdag
Aan:
Bestuursrechtspraak veiligmailen
CC:
______ ________ _____ __ ______
Onderwerp:
Uw ref: 202400739/1 /R4
Bijlagen:
24 03 15 Nadere onderbouwing ladder
_________ ____________@wijnenstael.nl>
15 maart 2024 15:14
[WS-57689]
beroep Kerkepad [def]
[DMS57689-2062563671-605j.pdf
U ontvangt niet vaak e-mail
van
___________@wijnenstael.nl. Meer informatie over waarom dit belangrijk is
© This message was sent in compliance with NTA7516. Geachte heer, mevrouw,
Bijgaand zend ik u, zaak,
naar
namens
de inhoud
Deze wordt
u
_______
waarvan
ook per
ik
u
_______
graag
__
__ ____ __
_______ de nadere onderbouwing in bovengenoemde
verwijs.
aangetekende post toegezonden.
Met vriendelijke groet,
________ ____
_________
__________ _________
Juridisch secretaresse
Maliesingel 20 3581
+31 (0)30 23 20 800
BE Utrecht
Postbus 354
3500 AJ Utrecht
WIJNENSTAEL.NL
RAAD VAN STATE
INGEKOMEN
__ 1 5 «Mi
2024
'
ZAAKNR:
AAN:
AL
BEHANDELD PD.
1
____ PAR:
Maliesingel 3581
BE
20
WVN
Utrecht
Postbus 354
Utrecht
STA EL
(0)30 23 20 800
ADVOCATEN
3500 AJ
T
*31
AANGETEKEND EN PER VEILIG MAILEN Raad
State
van
Afdeling bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500
EA, DEN HAAG
E-mail: bestuursrechtspraak.veiligmailen@raadvanstate.nl
RAAD VAN STATE INGEKOMEN
1 5 maart 2024
Utrecht,
1 5 MAART
____ __ ______
advocaat
:
___
____ ________
doorkiesnr.
:
___
__ ___ __ __
:
___________wiinenstael.nl
ZAAKNR:
dossier
:
57689/SWD/SAd/(DMS57689-2062563671-603)
AAN:
inzake
:
Bewoners
Geacht
___
Kerkepad
_ ___
BEHANDELD DO
college,
Namens cliënten, meerdere bewoners van het februari 2024 een nadere onderbouwing met nummer 202400739/1 /R4.
het
2024
Kerkepad te Eemdijk, hebben wij
u
gestuurd van de gronden van beroep, bij
In die brief hebben
op 21 u
bekend
wij uiteengezet dat cliënten menen dat
bestemmingsplan ‘Eemdijk-Oost’ (“Bestemmingsplan”) (met kenmerk:
NL.IMRO.0313.1501-0301 ) niet voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Cliënten hebben
de
een
deskundige, RIGO,
verzocht
om
een
second
opinion uit te voeren
op
'Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost’ (“Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost”) en de
‘Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk Oost’ (“Oplegger ladderonderbouwing”) (bijlages 3
respectievelijk 4 bij de toelichting van het Bestemmingsplan),
Bureau
opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost’ van 26 februari
(“Second opinion ladder”, Bijlage 1).
RIGO heeft niet alleen de
Eemdijk-Oost als de Oplegger ladderonderbouwing beoordeeld, onderzoek aan
uitgevoerd.
RIGO komt tot de conclusie dat
er
de Behoeftetoets. Daardoor is de Behoeftetoets geen
actuele behoefte aan de te realiseren
strijd met artikel 3.1.6,
lid 2, Bro.
woningen
Kort en
en
met het
ook een
eigen
verschillende gebreken kleven
goede onderbouwing van de Bestemmingsplan in
er een
actuele behoefte is
aan
de
Bestemmingsplan voorziene woningbouw. Het in de Behoeftetoets gehanteerde
behoefte in het een
worden
Ladderonderbouwing
goed blijkt uit de Second opinion dat de
onderzoeksgebied is onvoldoende onderbouwd,
van
maar
daarmee is het
behoeftetoets onvoldoende is om te onderbouwen dat
is
uitgevoerd door
Stedelijke Planning (tezamen: “Behoeftetoets”). Wij verwijzen graag naarde
‘Second 2024
beide
er
is geen
sprake van een kwantitatieve
primaire verzorgingsgebied en er is onvoldoende onderbouwd dat er sprake
kwalitatieve behoefte. Tot slot had de ontwikkeling ook
binnenstedelijk kunnen
gerealiseerd.
Wij lichten deze belangrijkste kritiekpunten toe.
wijnenstael.nl
WIJN
&
STAEL
ADVOCATEN
N.V.
is
gevestigd
te
Utrecht
en
is
ingeschreven
in
het
handelsregister
onder
nummer
30217818.
WVN STA EL ADVOCATEN
Er is geen actuele behoefte aan de voorziene
1
woningbouw
Keuze onderzoeksgebied
1.1
Vaste
rechtspraak van de Afdeling is dat de keuze voor het (schaalniveau van het)
onderzoeksgebied van geval tot geval moet worden bezien aan de hand van de behoefte die past bij de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke
ontwikkeling.1 De aard en omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van
behoefte,
waarvan
en
het overleg
over
de
de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de
plantoelichting.2 Het is voorts aan het bestuursorgaan om draagkrachtig te motiveren dat het door haar gekozen onderzoeksgebied juist is. Zo is in
uitspraak
van
23 maart 2016
van
uw
een
Afdeling geoordeeld dat het bestaan
een
van
actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte onvoldoende is onderbouwd,
omdat appellanten, net als cliënten zullen doen, gemotiveerd weerspreken dat het door het bestuursorgaan gekozen onderzoeksgebied juist is.3
1 .2
Door Bureau
Stedelijke Planning is voor het primaire verzorgingsgebied uitgegaan
van
de gemeente Bunschoten
van
de regio Amersfoort. Dit heeft zij gedaan op basis van de verhuisbewegingen
uit het verleden. RIGO
en voor
het secundaire verzorgingsgebied
geeft aan dat het hanteren van verhuisbewegingen als
leidend criterium bij het vaststellen van het schaalniveau
onderzoeksgebied
uitgegaan
een
gebruikelijke methode is,
maar
van
het
dat Bureau Stedelijke
Planning wel meerdere belangrijke aanvullende aspecten over het hoofd heeft gezien, waardoor de keuze voor dit onderzoeksgebied onvoldoende is onderbouwd. Zo is juist uit de verhuisbewegingen op te maken dat de gemeente
Bunschoten, inclusief de kern Eemdijk, niet op zichzelf staan. Er zijn juist ook
verhuizingen tussen gemeenten zowel binnen de regio als van en naar plekken daarbuiten. RIGO overweegt:
“Jaarlijks vestisen zich in Bunschoten volgens het
CBS ongeveer 500 inwoners van buiten de gemeente
(tegenover 1.400 interne
verhuizingen).”4 Verder worden de verhuisbewegingen in het geval van de gemeente Bunschoten vertekent door het aantal sociale woningen in de omgeving
(17% van de woningvoorraad). Slechts 83% van de woningen kunnen namelijk,
net
als de met het Bestemmingsplan voorziene woningen, worden betrokken door mensen
uit andere gemeentes. Dat nuanceert de 1.400 interne verhuizingen,
omdat daar ook sociale woningen in zitten.5 Voorts is de capaciteit in al
goedgekeurde harde plannen groter dan de lokale behoefte (in Bunschoten) aan woningen.
In de komende tien
jaar kan binnen de bestaande capaciteit al meer
worden gebouwd dan de geraamde lokale behoefte. RIGO concludeert dat het
logisch is dat de woningen binnen de al bestaande harde plannen en de woningen die onderdeel uitmaken
'
2
Zie ABRYS
5
van
het bestemmingsplan Eemdijk-Oost meer dan tot
april 2023, ECU:NL:RVS:2023:1372,
Zie ABRvS 28 juni
wijziging van het Bro van 2017, Staatsblad 2017, 3
en
ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1661.
2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, waarin wordt verwezen naar de nota van toelichting bij de 182.
Zie ABRvS 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:201 6:798.
4 Zie RIGO, blz. 7. 5
Zie RIGO, blzs. 7 en 8.
2
WVN STA EL ADVOCATEN
dusver het geval was, zullen worden betrokken door mensen
van
buiten de
gemeente.6 Gelet hierop is de keuze voor de gemeente Bunschoten als primair verzorgingsgebied onvoldoende gemotiveerd.
Kwantitatieve behoefte
1 .3
In de toelichting van
een
bestemmingsplan dient, afhankelijk van de aard van de
stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt, hand
van
in de
op objectieve wijze,
beschrijving vermelde voldoende actuele,
cijfermatige gegevens,
de behoefte aan
een
concrete en zo
aan
de
mogelijk
stedelijke ontwikkeling worden
beschreven.7 Bij de bepaling van de kwantitatieve behoefte aan woningen, moeten de deze behoefte aan
in de bestaande
plancapaciteit
woningen worden gelegd naast het woningaanbod om
in die vraag te voorzien.8 In de motivering
uiteindelijk inzichtelijk worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw
moet
ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot uit een
een
oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie
in het verzorgingsgebied zal leiden.9
1 .4
Uit de Ladderonderbouwing volgt dat er in de tien jaar met
na
het onderzoek (tot en
2032) een negatieve kwantitatieve behoefte is, omdat een ander project
‘Rengerswetering’
voor
veel woningaanbod zorgt.10 De redenering in de
Ladderonderbouwing is echter dat Rengerswetering
is
gebouwd om in de regionale
behoefte (de behoefte van het secundaire verzorgingsgebied) te voorzien die behoefte wel groot genoeg is. Cliënten merken op dat
er
niet
en
dat
cijfermatig is
onderbouwd dat de woningen in de Rengerswetering voornamelijk voor de
regionale woningbehoefte (exclusief het primaire verzorgingsgebied) zullen worden gebruikt
en
zodoende de lokale woningbehoefte (de behoefte van het
primaire verzorgingsgebied) niet beïnvloeden. gemeente binnen
er
een
niet op kan sturen dat
RIGO merkt in dit kader op dat de
bepaalde woningen alleen voor personen
bepaald gebied beschikbaar worden.11
RIGO
wijst daarnaast op een
inconsistentie in de redenering in de Ladderonderbouwing. Er is namelijk niet
duidelijk gemaakt en onderbouwd dat de woningen in Eemdijk een lokaal (gemeentelijk) verzorgingsgebied hebben en de woningen aan de Rengerswetering voornamelijk in een regionale behoefte zouden voorzien.12 Bovendien is de
redenering in de Ladderonderbouwing niet zoals een behoeftetoets werkt.
De
Gemeenteraad moet bezien of er in het verzorgingsgebied (in dit geval de
gemeente Bunschoten)
een
actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte is
aan
de te realiseren woningen. Een regionale behoefte is altijd groter dan de
capaciteit binnen een individuele woningbouwlocatie en een individuele
woningbouwlocatie hoeft niet in die regionale behoefte te voorzien.
Het
primaire verzorgingsgebied is de gemeente Bunschoten en door het grote 6
7
Zie
RIGO, blz. 8.
Zie ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.
8ZieABRvS 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715, 9
Zie ABRvS 28 juni
en
ABRvS 11
2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.
10 Zie ook RIGO, blz. 9. "
12
Zie
RIGO, blzs. 8 en
Zie RIGO, blz.
10.
10.
3
februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:345.
gekozen
WVN STA EL ADVOCATEN
aantallen woningen in Rengerswetering (direct naast Bunschoten 1 ,5km van
in
Eemdijk.
Eemdijk), Uit
behoefte aan
is
en
op ongeveer
geen kwantitatieve behoefte aan nog eens 72 woningen
er
rechtspraak van uw Afdeling blijkt dat, als er geen kwantitatieve
een
stedelijke voorziening is aangetoond,
uw
Afdeling
doorslaggevend acht of er zodanige gegevens voorhanden zijn dat kan worden geconcludeerd dat voor structurele leegstand niet hoeft te worden gevreesd, waarbij onder meer van belang is of er voldoende mogelijkheden zijn voor een nieuwe invulling binnen de voor de desbetreffende gronden
geldende
bestemming.13 Daarvan is in dit geval geen sprake: de gronden worden slechts bestemd voor woningen;
In de Behoeftetoets
1.5
met 2032 verder
een
andere invulling is niet mogelijk.
wordt, vanwege een tekort aan kwantitatieve behoefte tot en
gekeken dan de voor een ladderonderbouwing gebruikelijke
termijn van 10 jaar. De Behoeftetoets sluit dus niet meer aan bij de gangbare
looptijd van een bestemmingsplan, voorgeschreven in de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking14
en
onderschreven in de rechtspraak van
RIGO merkt in dit verband op dat deze
uw
Afdeling.15
langere termijn ook niet aansluit bij het in
de Behoeftetoets gehanteerde uitgangspunt van 10 jaar: “De Ladderonderbouwing
heeft betrekking op de periode 2022-2032.
Door uit te gaan van een periode
tien jaar wordt aangesloten op de planhorizon
van
Gelet op het voorgaande, kan niet gesteld worden dat
1 .6
van
het bestemmingsplan” .16
er
sprake is van een
actuele kwantitatieve behoefte aan de voorziene 72 woningen binnen het gekozen
primaire verzorgingsgebied.17 Dit verbaast cliënten niet, aangezien het Bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het bestaande woningaanbod in Eemdijk (285 huishoudens)
met meer dan
25,2%. Dit is dus geen relatief beperkte
verhoging van het aantal woningen, zoals wordt gesteld in de Oplegger
ladderonderbouwing.18 RIGO stelt in haar conclusie duidelijk: “Volgens ons is het daarom
-
uitgaande van het gemeenteniveau als verzorgingsgebied
-
op dit
moment in onvoldoende mate te motiveren waarom buiten het stedelijk gebied
woningen toe te voegen zoals voorgesteld in het bestemmingsplan EemdijkOost”.^
Kwalitatieve behoefte
Ook de onderbouwing
1 .7
cliënten onvoldoende.
van
de kwalitatieve behoefte aan de 72 woningen is volgens
In de toelichting
bij het Bestemmingsplan is aangegeven
dat er minimaal 36 rij woningen, 18 twee-onder-een-kaps-woningen
en
18
vrijstaande woningen (waarvan 2 grote villa’s) komen.20 Aan dit bouwprogramma 13
Zie ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.
14 Zie RIGO, blz. 10.
15 Zie ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1724. 16 Zie RIGO, blz. 10. 17 Zie RIGO, blzs. Wen 15. 18
19
20
Zie de Zie
Oplegger ladderonderbouwing,
RIGO, blz.
blz. 2.
15.
Paragraaf 2.4 van de toelichting bij het Bestemmingsplan.
4
WVN STA EL ADVOCATEN
is echter niet getoetst in de Behoeftetoets. Bovendien wordt niet aangegeven in
hoeverre andere plannen hierin al voorzien. Daardoor is
nu
niet duidelijk of de
voorziene woningbouw kwalitatief (op basis van haar bouwprogramma) aansluit
bij de kwalitatieve behoeftes in het primaire verzorgingsgebied. Zoals hiervoor aangegeven, is
er
in dat
primaire verzorgingsgebied zelfs kwantitatief geen
behoefte aan de te realiseren woningen. Dit gebrek is nog groter wanneer de voorziene woningen ook kwalitatief niet aansluiten bij de behoefte in het
primaire verzorgingsgebied; zij zullen dan nog langer leeg staan.
In de
Behoeftetoets is wel onderzocht wat de kwalitatieve behoefte is
aan
een
woningen in
dorps/landelijk milieu. RIGO merkt op dat die beoordeling erg ongebruikelijk
is ingestoken
en
onvoldoende is om cijfermatig in beeld te brengen wat de
kwalitatieve behoefte is
naar
de voorziene 72 woningen.21 Enkel het woonmilieu
waarin de nieuw te realiseren woningen passen, is namelijk niet genoeg beeld te krijgen van de kwalitatieve behoefte
aan
om
een
de woningen. De door Bureau
Stedelijke Planning gehanteerde methode gaat voorbij aan een aantal fundamentele aspecten
van
de werking van de woningmarkt en biedt volgens
RIGO geen grondslag voor het trekken van conclusies ten aanzien
bouwopgave of een kwalitatieve toetsing van het
van
de
plan.22 De methode van Bureau
Stedelijke Planning houdt volgens RIGO geen rekening met de feiten:23 dat de bestaande woningvoorraad
1
een
belangrijke rol speelt bij het
inwilligen van woonvoorkeuren; dat een groot deel van de verhuizingen ook zorgt voor vrijkomend aanbod (in
een
ander of hetzelfde woonmilieu), wat de
woonmilieuvoorkeur beïnvloedt en; dat de komende 10 jaar de samenstelling van de bevolking verandert, wat de woonmilieuvoorkeur beïnvloedt.
1 .8
De voorgaande aspecten
van
de werking van de woningmarkt worden in
gebruikelijke methodes voor het bepalen
van
de kwalitatieve woningbehoefte op
basis van woonmilieu wél meegenomen. Doordat Bureau Stedelijke Planning dit niet heeft
gedaan,
is haar
beoordeling onbetrouwbaar.
Tussenconclusie actuele behoefte
1 .9
Het voorgaande betekent dat het
Bestemmingsplan niet beschikt over een goede
motivering van de actuele (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte aan de voorziene 72
woningen.
Het
Bestemmingsplan is dus vastgesteld in strijd met
artikel 3.1.6, lid 2, Bro.
21
22
23
Zie RIGO, blzs. 11
en
12.
Zie RIGO, blz. 12. Zie
RIGO, blz. 12.
5
WVN STA EL ADVOCATEN
De voorziene woningbouw had
2
binnenstedelijk gerealiseerd worden
moeten
worden
Hoewel in de
2.1
Ladderonderbouwing zowel wordt gesteld dat de ontwikkeling een
binnenstedelijke ontwikkeling is,24 als een buitenstedelijke ontwikkeling,25 menen cliënten dat het hier om haar rapport op
een
buitenstedelijke ontwikkeling gaat.
RIGO heeft dit in
bladzijdes 6 en 7 uitgebreid uiteengezet aan de hand van de
specifieke ligging en de feitelijke situatie van het geval en de aard van de omgeving,
in
lijn met uw rechtspraak.26 Wij voegen daaraan toe dat het voorheen
geldende bestemmingsplan in het plangebied (grotendeels het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied
herziening’) aan het merendeel van het plangebied de
1e
bestemming ‘Agrarisch gebied zonder bebouwing met landschappelijke waarde’ toekende. Dit onderschrijft, gelet op
uw
rechtspraak,27 dat het plangebied geen
bestaand stedelijk gebied is in de zin van artikelen 3.1.6, lid 2,
en
1.1.1, lid 1,
onder h, Bro.
In de Behoeftetoets is onderzocht of er binnenstedelijke ruimte is
2.2
soortgelijk dorps/landelijk woonmilieu
een
te realiseren.
om
woningen in
RIGO merkt op dat dit te
beperkt is.28 Er moet getoetst worden of er binnen het aanwezige bestaande stedelijke gebied voldoende ruimte is om in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte te voorzien. Daarbij kan losgelaten worden dat de woningen
een
dorps/landelijk woonmilieu hebben. Een andere lezing van artikel 3.1.6, lid 2, Bro inhouden dat bij de realisatie van woningen met een woonmilieu dat zich
zou
slecht verdraagt met een binnenstedelijke realisatie, niet de facto getoetst hoeft te worden aan de laatste zinssnede van artikel
zouden dan
3.1.6, lid 2, Bro. Zulke woningen
namelijk per definitie niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen
worden. RIGO merkt verder op dat met het uitgangspunt ‘woningen in
een
dorps/landelijk woonmilieu kunnen niet binnenstedelijk worden gerealiseerd’, men
een
eraan
voorbij gaat dat er meer factoren zijn die een woningzoekende naar
woning sturen dan slechts het woonmilieu.
Primaire factoren voor
verhuizingen die met dit uitgangspunt genegeerd worden, zijn onder meer: veranderingen in gezinssamenstelling en inkomen en vrijkomende woonruimte in gebieden met een vraag naar woonruimte van een bepaalde omvang.29
2.3
Voorts heeft Bureau
Stedelijke Planning bij het bepalen of de voorziene woningen
ook binnenstedelijk kunnen worden voorzien, als uitgangspunt genomen dat de
binnenstedelijke ontwikkellocaties wel een ‘substantiële omvang’ om
een
moeten hebben
‘dichtheid van 15 woningen per hectare’ te kunnen bieden.30 Daarmee
geeft Bureau Stedelijke Planning wederom een te beperkte invulling aan de
24
25
Zie de In de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, blz. 11, tweede opsommingsteken.
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onderzocht (zij het onvoldoende) of de ontwikkeling niet ook
binnenstedelijk kan worden gerealiseerd, wat suggereert dat de Gemeenteraad er hier van uitgaat dat het een buitenstedelijke ontwikkeling betreft. 26
ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.
27 ABRvS 24 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:241. 28
29
Zie
RIGO, blz.
13.
Zie RIGO, blz. 13.
30 Zie de Ladderonderbouwing, blzs. 22 en 23.
6
ADVOCATEN
laatste zinssnede
besloten
om
van
artikel 3.1.6, lid 2, Bro. Daarin ligt namelijk de verplichting
te beoordelen of de
woningen (ongeacht hun opstelling; allen
individueel of geclusterd in groepen) ook binnenstedelijk kunnen worden voorzien. Bureau
Stedelijke Planning heeft nu eigenlijk beoordeeld of het
plangebied, zoals deze wordt ingericht volgens het Bestemmingsplan, binnenstedelijk kan worden voorzien,
niet of in de woningbehoefte ook
binnenstedelijk kan worden voorzien.
RIGO
overweegt hierover heel duidelijk:
“Het zal menigeen duidelijk zijn dat dit niet bedoeld is door de wetgever. Dan zou
het eenvoudig worden om
een
plan van 5. 000 woningen te maken,
en
vervolgens aan te tonen dat er binnenstedelijk geen ruimte is voor een aaneengesloten plan voor 5.000 woningen. totaal aantal woningen
waarvoor
Het gaat uiteraard om de som
het fenomeen dat woningzoekenden
nieuwe
een
Wij zijn ook niet bekend met
woning afslaan omdat er in de
betreffende straat maar vijf nieuwe woningen gebouwd zijn. "31
woningen en
het
elders binnenstedelijk alternatieve ruimte is.
Dus ook als het meerdere kleinere plannetjes zijn.
de behoefte is
van
er
geen enkele reden
om
een
minimale dichtheid
van
een
minimale omvang
Kortom: vanuit
van
het aantal
de te bouwen woningen te hanteren. Tot
slot heeft Bureau Stedelijke Planning bij de beoordeling of binnenstedelijk in de
woningen kan worden voorzien de vraag betrokken of de binnenstedelijke locatie bij te dragen aan de vitaliteit van het dorp.
dient
Dit is geen onderdeel
van
de
toetsing aan artikel 3.1.6, lid 2, Bro.
Eigen onderzoek RIGO
2.4
RIGO heeft vervolgens zelf onderzoek gedaan.
Op basis van zijn onderzoek staat
vast dat er geen kwantitatieve behoefte is aan de 72
woningen in het primaire
verzorgingsgebied (gemeentelijk). Regionaal bestaat er wel een grote vraag naar woningen.
Dat is niet in het
primaire verzorgingsgebied van de voorziene
woningbouw waar de Behoeftetoets van uitgaat,
maar
de Behoeftetoets is
daarentegen wel op dit secundaire (regionale) verzorgingsgebied gestoeld. Er is regionaal (dus wederom: niet binnen het primaire verzorgingsgebied) een kwantitatieve behoefte van 14.920 woningen in de komende 10 jaar. Als RIGO dit
getal legt naast de harde en zachte plancapaciteit van de regio Amersfoort (volgens opgave van de gemeente Bunschoten en met uitsluiting van plannen die nog in de fase zitten van
een
eerste idee of
optie), blijkt er binnenstedelijk
genoeg harde en zachte plancapaciteit te zijn
voor
de hele regionale
woningbehoefte in de komende 10 jaar.32
Tussenconclusie binnenstedelijke realisatie voorziene woningbouw
2.5
Gelet op het voorgaande, heeft de Gemeenteraad dan ook onvoldoende
gemotiveerd dat de 72 woningen niet binnenstedelijk kunnen worden voorzien. Zij verwijst voor deze motivering naar een onderzoek van Bureau Stedelijke Planning, maar
dit onderzoek is onvoldoende, omdat het
31 Zie RIGO, blz. 14. 32
Zie RIGO, blzs.
15
en
16.
7
een
te
beperkte uitleg hanteert
ADVOCATEN
van
artikel 3.1.6, lid 2, Bro. Ook dit maakt dat het
aan
artikel 3.1 .6, lid 2, Bro.
Bestemmingsplan niet voldoet
Conclusie
Gelet op het voorgaande (en de uiteenzetting in de brief van 21 februari 2024),
3.1
verzoeken cliënten
uw
Afdeling om het Bestemmingsplan te vernietigen en de
Gemeenteraad te veroordelen tot vergoeding van de door cliënten
gemaakte
proceskosten (inclusief de kosten die voortvloeien uit de drie in opdracht van cliënten
Met vriendelijke
____
33
opgestelde deskundigenrapporten)33 en griffierechten.
groet
_______
De Second
___ ______
opinion ladder, de Contra expertise stikstof en het ecologisch onderzoek van Blom Ecologie.
8
WVN STA EL ADVOCATEN
Bijlage
1
ItO Rapport
Second
opinion; Ladder voor
duurzame verstedelijking plan
Eemdijk-Oost
Second
opinion; Ladder voor
duurzame verstedelijking plan
Eemdijk-Oost
Datum
26 februari 2024
Opdrachtgever:
Omwonenden Kerkepad Eemdijk
Contactpersonen:
____ _______ __ _____ __ _____
Nadere
____ ____ ____
inlichtingen:
______ ___ ___ _______
____________________rigo.nl
__ ___ ___ __ _
P46740
Projectnummer:
11 SGS
/
Aangesloten bij de
^Vereniging voor Beleidsofiderzoek
RIGO is lid van de Vereniging voor Beleidsonderzoek
WWW.RIGO.nl
I
DE RUUTERKADE
INFO@RIGO.NL
I
POSTBUS 2805
(VBO) en gecertificeerd volgens ISO 9001:2015
112-C AMSTERDAM
I
IBAN NL 14 INGB 0002903851
I
T
1000 CV AMSTERDAM
I
BTW NR NL 0092.84.461 .B. 01
I
KVK
020 522 11
11
33227618
S))
Inhoud
Samenvattende conclusie
1
Inleiding
4
1
2
Oordeel
over
de gevolgde methodiek
en
motivering
5
1.1
Algemeen
6
1.2
Onderzoeksgebied
7
1.3
Kwantitatief woningaanbod
1.4
De kwantitatieve
1.5
De kwalitatieve
1.6
Te
(de capaciteit in overige plannen)
woningbehoefte
woningbehoefte
weinig binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien?
Aanvullende toets
binnenstedelijke ruimte (RIGO)
8
9
11
13
15
2.1
Toets
gemeenteniveau
15
2.2
Toets
regioniveau
15
o
©
Samenvattende conclusie
Bestemmingsplan ‘Eemdijk-Oost’ voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is
Het
daarmee
'ladderplichtig',
ofwel Artikel 3.1.6 lid 2 Bro is van toepassing.
Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt
nieuwe stedelijke
(vanaf 2017): ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een
ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte
die ontwikkeling, en, indien het
aan
buiten het bestaand
stedelijk gebied Deze second
bijlagen bij
bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt
stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand
in die behoefte kan worden voorzien.’
opinion is van toepassing op de ladderonderbouwing zoals opgenomen in de
de toelichting van het bestemmingsplan
Eemdijk-Oost1. Hierna te noemen
“Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost”. Wij komen tot de volgende conclusies:
Het aansluiten
van
het
plan op overig gemeentelijk beleid wordt ten onrechte aangehaald
motivering van de laddertoets
als
In de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ook ingegaan op het provinciale en
gemeentelijke beleid en de betekenis daarvan voor de woningbouw op Eemdijk-Oost. Het aansluiten op gemeentelijke waarom
en
provinciale beleid wordt meegenomen in de argumentatie
het plan voldoet aan Artikel 3.1 .6 lid 2 Bro. In hoeverre het plan aansluit op
gemeentelijk en provinciaal beleid is uiteraard van belang maar hoort volgens ons niet thuis in een
Ladderonderbouwing (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) als zodanig. Dit wekt op zijn minst verwarring.
“Een toelichting waar uitsluitend wordt verwezen beleidskaders is in
naar
gemeentelijke of regionale
strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro” (AbRvS 25 september 2013, BR 2013/152).
Op gemeentelijke niveau onvoldoende ladderruimte
Als
we ervan
uitgaan dat het plan bestaande uit 72 grondgebonden woningen enkel in een
lokale gemeentelijke behoefte zal voorzien concluderen
wij dat er hiervoor onvoldoende
ladderruimte is. Er kan immers binnen de reeds vigerende harde plannen de komende 10 jaar al
meer
over
worden
gebouwd dan de geraamde lokale behoefte voor die periode. Dit blijkt uit cijfers
de lokale behoefte
en
de
plancapaciteit in harde plannen zoals opgenomen in de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost. Het lokale gemeentelijke niveau is volgens de opstellers van de
primaire verzorgingsgebied.
De toets
het vervolg van de betreffende
slaagt op gemeentelijk
ladderonderbouwing het
niveau volgens
ons
echter niet. In
ladderonderbouwing hanteert men als uitgangspunt dat het
verzorgingsgebied de regio is en niet enkel de gemeente.
’
Bijlage 3: Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning; 29 april 2022.;
Bijlage 4: Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost,
Bureau
Stedelijke Planning; 14 februari
2023.
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 1
regionale woningbehoefte is groter dan de capaciteit in
De
harde
plannen
Op pagina 19 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop "VOLDOENDE REGIONALE BEHOEFTE” de volgend tekst opgenomen: “In de regio is daarmee ruim voldoende behoefte voor de
ontwikkeling van 64 woningen in Eemdijk-Oost. Bovenop de toekomstige
huishoudensgroei in de regio Amersfoort is momenteel al sprake van een tekort van 4.200
woningen” Uitgaande van de cijfers zoals opgenomen in Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost komen wij tot dezelfde conclusie. Althans, de
regionale behoefte voor het realiseren van 64 woningen is
aangetoond. Dit betekent nog niet dat het voorzien in die behoefte op de locatie “in EemdijkOost” is aangetoond. Het gaat immers om
gemotiveerd
kan worden dat
er
een
buitenstedelijke locatie. Juist het bezien of
buitenstedelijk gebouwd dient te worden, is een belangrijk
onderdeel van de ladder voor duurzame verstedelijking.
De kwalitatieve behoefte
De
naar
woningtype
ladderonderbouwing Eemdijk-Oost bevat geen cijfermatige onderbouwing van de
woningbehoefte wat betreft het bouwprogramma zoals opgenomen in het bestemmingsplan Eemdijk-Oost. We doelen dan op de kwalitatieve behoefte in de zin van het woningtype en prijsklassen. Er wordt ook niet meegenomen in hoeverre andere plannen, of het vrijkomend aanbod, hier al in voorzien.
De kwalitatieve
woningbehoefte naar woonmilieu is onvoldoende in beeld gebracht
De gehanteerde methode onvoldoende
en
om
de behoefte
naar
woningmilieu in beeld te brengen is volgens ons
levert cijfermatige uitkomsten op waar men
conclusie aan kan verbinden ten aanzien van De methodiek is niet alleen
zeer
een
volgens RIGO geen enkele
eventuele kwalitatieve toetsing van het
plan.
ongebruikelijk, er wordt ook voorbijgegaan aan een aantal
fundamentele zaken met betrekking tot de werking van de woningmarkt. Zo wordt er geen
rekening gehouden met het feit dat bestaande voorraad een belangrijke rol speelt bij het
inwilligen van woonvoorkeuren, een groot deel van de verhuizingen ook zorgt voor vrijkomend aanbod
Te
en
dat de komende 1 0 jaar de
samenstelling van de bevolking veranderd.
weinig binnenstedelijk ruimte om in de behoefte te voorzien?
Er wordt in de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost niet kwantitatief getoetst in de zin of het
aantal te realiseren
woningen (in het plan) ook binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien.
plaats daarvan wordt enkel gekeken of er een
In
binnenstedelijk nog plaats is voor het realiseren van
(soortgelijk) plan van minimaal gelijke omvang en dichtheid met een landelijk dorps
woonmilieu.
De
opstellers van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost kijken dus niet of er “...niet binnen het
bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” men
(Artikel 3.1.6 lid 2 Bro) maar
kijkt of het plan zelf (m.b.t. omvang, dichtheid en woonmilieu) binnenstedelijk kan worden
voorzien. Dit is volgens
ons
onvoldoende in
een
laddertoets
en
wordt volgens
wetgever niet bedoeld. Dit staat dus nog los van het feit dat de behoefte woonmilieu onvoldoende
ons
(tekort)
door de
aan
dit
cijfermatig inzichtelijk is gemaakt (zie vorige alinea).
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 2
O Aanvullende
analyse: Voldoende binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien
Er is in de betreffende
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost volgens ons niet expliciet getoetst of
in kwantitatieve zin binnen het bestaand
-
aan
de behoefte
aan
stedelijk gebied
de te realiseren woningen
kort aanvullend onderzoek verricht. Hiertoe
-
van
het ruimtelijk verzorgingsgebied
(in het plan) kan worden voorzien. Hierom is er
zijn alle plangegevens per 1-1-2023 uit de
zogenaamde plan registratie wonen van provincie Utrecht betrokken en geanalyseerd. Hieruit komt naar voren dat:
Op gemeenteniveau zien we geen resterend kwantitatieve behoefte die niet al in de reeds
goedgekeurde plannen zou kunnen worden voorzien. Volgens ons is het daarom -uitgaande van het gemeenteniveau als verzorgingsgebied waarom
-
op dit moment in onvoldoende mate te motiveren
buiten het stedelijk gebied woningen toe te voegen zoals voorgesteld in het
bestemmingsplan Eemdijk-Oost. Ook kwalitatief gezien (woningtypen en prijsniveau) zijn er volgens ons binnen de resterende plancapaciteit in de gemeente (harde plannen) voldoende mogelijkheden voor het realiseren van het bouwprogramma zoals voorgesteld in dit plan. We kijken hier dan niet eens naar de overige ruimte in andere zachte binnenstedelijke plannen.
Op regioniveau concluderen wij dat ook hier de cijfers aantonen dat er voldoende binnenstedelijke ruimte aanwezig lijkt te zijn om in de geraamde (regionale) vraag te voorzien voor
de komende 1 0 jaar. Er is volgens
ons
in onvoldoende mate
buitenstedelijk gelegen bestemmingsplan Eemdijk-Oost duurzame verstedelijking in de zin dat het plan in
een
zou
gemotiveerd waarom dit
voldoen
aan
de ladder voor
woningvraag voorziet waar
binnenstedelijk onvoldoende ruimte voor zou zijn.
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 3
o
©
Inleiding Aanleiding De omwonenden
opinion
op de
Kerkepad Eemdijk (plan Eemdijk-Oost) hebben behoefte aan een second
ladderonderbouwing behorende bij het bestemmingsplan ‘Eemdijk-Oost’.
(Hierna te noemen "Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost”)
De second
opinion is van toepassing op twee Bijlagen bij de toelichting van het
bestemmingsplan:
o
Bijlage 3: Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning; 29 april 2022.
o
Bijlage 4: Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning;
14
februari 2023.
Het Bestemmingsplan daarmee
‘Eemdijk-Oost’ voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is
‘ladderplichtig’, ofwel Artikel 3.1.6 lid 2 Bro is van toepassing.
Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt
nieuwe die
aan
(vanaf 2017): ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een
stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte ontwikkeling,
en, indien het
buiten het bestaand stedelijk
bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt
gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand
stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’
Deze second
opinion
De ladder voor duurzame verstedelijking is een
motiveringsverplichting. Dit betekent dat het
instrument ruimte biedt aan gemeenten voor het maken van
zijn
echter verplicht om in het kader van
een
een
eigen afweging. Gemeenten
goede ruimtelijke ordening een zorgvuldige
afweging te maken over het wel of niet toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder biedt hiervoor een stramien.
Met nadruk dient vermeld te worden dat deze second
opinion enkel een uitspraak doet over de
uitgevoerde toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er wordt geen uitspraak gedaan over
de
wenselijkheid specifiek op deze locatie woningen te realiseren.
geen uitspraken gedaan
over
eventuele
Daarnaast worden ook
bestuurlijke afspraken binnen de regio.
Leeswijzer
Deze second
o
opinion bestaat uit twee onderdelen:
Oordeel over de gevolgde methodiek en
motivering zoals opgenomen in het
bestemmingsplan (Hoofdstuk 1) o
Een indicatie van de uitkomst volgens RIGO
(Hoofdstuk 2)
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 4
1
Oordeel over de gevolgde methodiek
en
motivering Inleiding
De methodiek voor het uitvoeren van de toets niet strikt vastgelegd. Het is immers
een
aan
de ladder voor duurzame verstedelijking is
procesvereiste zonder expliciet uitgewerkte
inhoudelijke voorschriften hoe het onderzoek/de toets uit te voeren. Er is echter in de loop der jaren jurisprudentie ontstaan die iets zegt over de methodiek die past bij een deugdelijk motivatie. RIGO is hiervan op de
hoogte en heeft veel ervaring met het uitvoeren van een
ladderonderbouwing. Daarnaast is er ook gebruik gemaakt van de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie l&M. RIGO denkt met haar methodiek zo
mogelijk
aan
te sluiten op
hetgeen
de wetgever voor ogen heeft bij
een
goed
dergelijke toets.
Samengevat zijn de volgende elementen van belang bij een ladderonderbouwing:
Afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied van het plan. Dit heeft invloed op de te hanteren cijfers
aangaande woningbehoefte en de capaciteit in overige woningbouwplannen.
De definitie van het ruimtelijk verzorgingsgebied is niet wettelijk vastgelegd. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de ontwikkeling waarin het plan voorziet2.
Woningbehoefte komende 1 0 jaar3 (bron niet ouder dan 2 jaar). Dit komt inde regel neer op een
cijfermatige onderbouwing. In een toelichting uitsluitend verwijzen naar gemeentelijke en
regionale beleidskaders leidt tot strijd met artikel 3.1 .6 lid 2 Bro (AbRvS 25 september 2013, BR 2013/152).
Inzicht in woningbouwcapaciteit in reeds vigerende woningbouwplannen waar al gebouwd
gaat worden. Is deze capaciteit lager dan de behoefte voor de komende 1 0 jaar, dan is de kwantitatieve (uitbreidingsbehoefte) aangetoond.
Is de locatie binnen- of
bestaand
buitenstedelijk gelegen?
stedelijk gebied
realiseren woningen
-
van
Een motivatie waarom niet binnen het
het ruimtelijk verzorgingsgebied
-
aan
de behoefte
aan
de te
(in het plan) kan worden voorzien.
Doorgaans wordt een indicatie van de al bestaande binnenstedelijke ruimte in kwantitatieve zin verkregen door te kijken naar het saldo van de ruimte voor woningen binnen alle harde én
potentiële (zachte) binnenstedelijke plannen die op het moment van het onderzoek bekend zijn. Definitie bestaand van
stedelijk gebied (artikel 1.1.1 Bro): ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel
bebouwing ten behoeve van wonen,
alsmede de daarbij behorende
dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca,
openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en
infrastructuur’.
2
3
ABRvS 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715, r.o.7.8.
“Overeind
blijft dat de motivering van zorgvuldig ruimtegebruik gebaseerd moet zijn op een
gedegen argumentatie over de te verwachten behoefte in de komendel 0 jaar” (een
bestemmingsplan heeft een looptijd van 1 0 jaar en moet voor die periode gebaseerd zijn op reële
inschattingen van wat zich voor kan doen in de vraag naar ruimte in dezelfde termijn als
geldigheid bestemmingsplan).
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan cemdijk-Dos
1.1
Algemeen
1.1.1
Toetsen
In de betreffende
gemeentelijke o.a.
beleid past niet in de
aan
ladderonderbouwing.
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ook ingegaan op het provinciale en
beleid
en
de betekenis daarvan voor de woningbouw op Eemdijk-Oost. Dit komt
terug in hoofdstuk 2 beleid. Ook wordt het aansluiten op dat gemeentelijke en provinciale
beleid meegenomen in de
onderbouwing zelf, zoals de vitaliteit van de dorpen.
Oordeel
In hoeverre het
plan aansluit op gemeentelijk en provinciaal beleid is uiteraard van belang maar
hoort niet thuis in
een
Ladderonderbouwing (artikel 3.1 .6 lid 2 Bro) als zodanig. Het besluit
ruimtelijke ordening is immers een algemeen geldend wettelijk (rijks) kader die geldt voor alle gemeenten. In het betreffende artikel 3.1.6 lid 2 Bro wordt niet gevraagd of een plan past binnen het lokale gemeentelijk beleid. Dan
zou
het opnemen
van
dit artikel in het besluit
ruimtelijke ordening immers ook geen meerwaarde meer hebben. Binnen de rechtspraak wordt hier hetzelfde
over
gemeentelijke
of regionale beleidskaders is in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro
gedacht: “Een toelichting waar uitsluitend wordt verwezen
september 201 3, BR
1.1.2
naar
(AbRvS 25
2013/152).”
Zowel als binnen- als
buitenstedelijke locatie aangemerkt in de onderbouwing
Op pagina 1 1 tweede opsommingsteken: "In Het plan voor Eemdijk-Oost is met 64 woningen opgenomen als concreet plan (‘realisatie’) in het Programma woningbouw Regio Amersfoort. Het
plan is (net als alle andere plannen binnen de gemeente) opgenomen als binnenstedeliik
plan. Eemdijk-Oost staat geprogrammeerd voor de periode 2020 tot en met 2024. Uit het provinciaal programma komt naar voren dat behoefte is aan de realisering van een woningbouwplan in Eemdijk-Oost.
Het
plan voor Eemdijk-Oost is
met de opname in het
regionale woningbouwprogramma regionaal afgestemd.”
Oordeel
De tekst op
pagina 1 1 omschrijft dat het gaat om een binnenstedelijk plan. Wij menen dat hier
geen sprake van kan zijn. Het plan is volgens ons niet als “binnenstedelijk” aan te merken gelet op de definitie bestaand stedelijk gebied samenstel van
(artikel 1.1.1 Bro): ‘Bestaand stedenbouwkundig
bebouwing ten behoeve van wonen,
dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel
of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen,
stedelijk
groen en infrastructuur’. De volgende vier punten onderschrijven dit volgens ons:
1
.
Inde betreffende
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt getoetst of het plan ook
binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien. Dit onderdeel is alleen noodzakelijk om uit te voeren als het een
2.
buitenstedelijk locatie betreft.
Het plan is in 2021 ook als
uitleglocatie (dus buitenstedelijk) door de gemeente
aangemeld bij de provincie in de zogenaamde Planregistratie Wonen. 3.
Op het overgrote deel van het plangebied is momenteel het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied,
4.
1e
herziening' van toepassing.
De luchtfoto in figuur 1
gebied
en
geeft volgens ons duidelijk aan dat het hier gaat om landelijk
niet een bestaand bebouwd gebied. Het is
een
uitbreiding van het bestaand
stedelijk gebied. Ofwel ‘uitleg’.
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 6
Figuur 1: ligging plangebied
Het bevreemdt ons overigens ook dat in de opeens als
provinciale Planregistratie Wonen de locatie in 2023
"verdichtingslocatie" is aangemerkt.
Het begrip
"verdichtingslocatie" wordt in de
ruimtelijke ordening gebruikt als het gaat om binnenstedelijke verdichting. Het gaat hierbij doorgaans om braakliggende grond, groengebieden (zoals parken, groenstroken), wegen e.d. die worden veranderd in
een
nieuw woongebied
(met voorzieningen, winkels, openbare ruimte
e.d.). Het gaat dus letterlijk om verdichting van het al bestaande stedelijk gebied. Gaat het echter om groen buiten de bebouwd kom, dan spreekt
men
doorgaans juist niet van een
verdichting- maar van een uitleglocatie (dus niet binnenstedelijk). Wij gaan in deze second-opinion uit van een buitenstedelijke locatie.
1.2
Onderzoeksgebied
In de betreffende
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt gekozen voor:
Primair verzorgingsgebied: de gemeente Bunschoten. Dit is gemotiveerd op basis van
o
verhuisbewegingen uit het verleden (p.8 en p .9). o
Secundair verzorgingsgebied: worden meegenomen;
regio Amersfoort waarbij alleen de Utrechtse gemeenten
Bunschoten, Eemnes, Baarn, Soest, Amersfoort, Leusden
en
Woudenberg. Dit wordt gemotiveerd op basis van de ligging (p.8 en p.9).
Oordeel
De methodiek om te
kijken naar verhuisbewegingen uit het verleden bij de inschatting van het
onderzoeksgebied/verzorgingsgebied is een gebruikelijke methode om een indicatie te krijgen. Volgens ons had er echter rekening gehouden moeten worden met een aantal relevante aanvullende aspecten alvorens de conclusie te trekken dat het
gemeente Bunschoten,
o
primaire verzorgingsgebied de
te weten:
De verhuisbewegingen zoals we die zien in de
afgelopen jaren laat uiteraard ook zien
dat de gemeente Bunschoten, inclusief de kern Eemdijk, niet op zichzelf staat. Er zijn
juist ook verhuizingen tussen gemeenten zowel binnen de regio als van en naar plekken daarbuiten. Jaarlijks vestigen zich in Bunschoten volgens het CBS ongeveer 500 inwoners van buiten de gemeente o
In het
(tegenover 1.400 interne verhuizingen).
overgrote deel (83%) van de woningen die voorzien zijn binnen het plan is het
iedereen
ongeachte voormalig woonplaats momenteel vrij om te komen wonen op het
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 7
moment dat de woningen op de markt komen
(zie tabell). Het regionale (en landelijke)
woningtekort zorgt ervoor dat woningzoekenden juist een groter zoekgebied hanteren. Dit geldt met name voor gezinnen die veelal een voorkeur hebben
aan
grondgebonden
woningen, zoals dit plan in voorziet. Alleen de 17% woningen die zijn voorzien in de sociale sector kunnen met voorrang worden aangeboden economisch of maatschappelijk gebonden Uit de gegevens, zoals in de betreffende
o
zijn
aan
aan
woningzoekenden die
de gemeente Bunschoten4.
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost zijn
opgenomen, blijkt het volgende: De capaciteit in de al goedgekeurde harde plannen
overstijgt met 1.510 (of 920) woningen (pagina 17, tabel 4) de lokale behoefte te Bunschoten die wordt geraamd op 870 woningen voor de komende 1 0 jaar (pagina 1 3). Men bouwt hiermee dus automatisch al meer dan enkel de geraamde lokale behoefte. Dit zal extra toekomstige verhuizingen
naar
de gemeente oproepen, die niet zijn af te
leiden uit louter de verhuisbewegingen uit het verleden.
Tabel 1 Woningbouwprogramma Eemdijk-Oost (zoals opgenomen in: Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning; 14 februari 2023)
woningtype in plan
aandeel
woningen
sociale huur rijwoning
12
1 7%
4
6%
20
28%
16
22%
vrijstaand
20
28%
totaalplan
72
100%
midenhuur rijwoning betaalbare
koop rijwoning
twee ondereen
*
kap
<
deels lokaal toe te
wijzen’
Zie ook voetnoot 4.
Conclusie: In de reeds vigerend plannen binnen de gemeente kan de komende 1 0 jaar al worden gebouwd dan de geraamde lokale behoefte. Het is dus
logisch
meer
dat de woningen binnen
de al bestaande harde plannen én de woningen die onderdeel uit maken van het
bestemmingsplan Eemdijk-Oost ook deels zullen worden betrokken door mensen van buiten de
gemeente. Er zijn vooralsnog ook maar zeer beperkte sturingsmogelijkheden om de
woningen die onderdeel uitmaken van het plan lokaal toe te wijzen. Het is daarom niet aannemelijk dat het verzorgingsbied primair de gemeente Bunschoten is maar dat het om minimaal een naar de
1.3
In
regionale markt gaat. Bij een regionale markt dient men bij de laddertoets ook
regionale behoefte en het overige regionale planaanbod te kijken.
Kwantitatief woningaanbod
(de capaciteit in overige plannen)
paragraaf 4.1 kop “Gepland aanbod”(p17) van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost
worden
cijfers gepresenteerd over de capaciteit in harde plannen. Dit wordt gedaan voor zowel
de gemeente Bunschoten als de
regio Amersfoort. Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen
harde capaciteit die gepland staat voor de komende 1 0 jaar en
hetgeen gepland staat voor de
periode daarna.
4
Artikel 3.4 Voorrang
bij economische of maatschappelijke binding; Huisvestingsverordening
gemeente Bunschoten, Geldend vanaf 01 -04-2022
Rapport Second opinion;
Ladder voo
o
Oordeel
Wij onderschrijven de gevolgde methodiek. Het is gebruikelijk om de plancapaciteit in harde plannen te inventariseren en daarbij is gebruik maken van de provinciale gegevens als bron ook
gebruikelijk.
Op pagina 17 Gepland aanbod staat “De harde plancapaciteit in de gemeente Bunschoten bestaat uit 1 .51 0
woningen tot 2042 (Tabel 4). Van de 1.510 woningen in de harde
plancapaciteit zijn 920 woningen voorzien in de periode tot 2032. De overige 585 woningen zijn voorzien in de periode 2032
-
2042”. Hier wordt volgens
Alle harde capaciteit telt immers een
nieuw hard plan
1.4
Een
mee
ons
afgeweken van de jurisprudentie.
bij het bezien of er nog ruimte is voor het vaststellen van
(zoals dit bestemmingsplan).
De kwantitatieve
woningbehoefte
belangrijke stap bij een Ladderonderbouwing is te bezien of er voldoende behoefte aan
woningen is bovenop hetgeen al gepland staat in vigerende (harde) plannen.
1.4.1
Kwantitatieve toetsing op gemeenteniveau
Op pagina 1 9 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop “VOLDOENDE REGIONALE BEHOEFTE” de volgend tekst opgenomen:
“De kwantitatieve behoefte in de gemeente Bunschoten is door het omvangrijke plan
Rengersweteringvoor de periode 2022-2032 licht negatief. Rengerswetering wordt echter gebouwd om in de regionale behoefte te voorzien en niet enkel voor de gemeentelijke behoefte (zie ook onderstaand kader voor uitgebreide toelichting). De regionale behoefte is groter dan waarin
Rengerswetering kan voorzien.”
Oordeel
Er wordt in bovenstaande quote dus ook op gemeenteniveau getoetst. Dit is
volgens de
opstellers van het rapport het primaire verzorgingsgebied (de gemeente Bunschoten). Bij deze toetsing op gemeenteniveau zijn de volgde belangrijke opmerkingen van belang: 1
.
De eerste zin “De kwantitatieve behoefte in de gemeente Bunschoten is door het
omvangrijke plan Rengerswetering voor de periode 2022-2032 licht negatief”. Er kan hieruit niet anders
geconcludeerd worden dat de toets op gemeenteniveau in
kwantitatieve zin dus niet slaagt. Dit volgt ook uit de cijfers die hierbij
gepresenteerd
worden in de tabel. Deze conclusie is niet expliciet geformuleerd in de rapportage. Er is echter op basis van de
gepresenteerde cijfers geen ander conclusie te trekken dat;
uitgaande van de gemeente Bunschoten als primaire verzorgingsgebied, kan in kwantitatieve zin niet gemotiveerd worden dat er ruimte is voor de bouw van de 72 extra
woningen. De ruimte die de harde plancapaciteit in de gemeente biedt is immers al hoger dan de geraamde lokale behoefte. 2.
Er is al binnen de gemeente
sprake van een omvangrijk plan “Rengerswetering”
(waardoor zoals aangegeven de harde capaciteit dus al hoger is dan de behoefte). De opstellers van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost geven hierbij het volgde aan:
“Rengerswetering wordt echter gebouwd om in de regionale behoefte te voorzien en niet enkel voor de gemeentelijke behoefte....”. De regionale behoefte is groter dan
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 9
o
waarin
Rengerswetering kan voorzien.” Dit is een bijzondere opmerking op deze plaats.
Het is niet duidelijk wat
met "echter” wordt bedoeld. Er is hier in ieder geval geen
er
sprake van een uitzonderlijke situatie die ervoor zorgt dat er op gemeenteniveau
eigenlijk wel een tekort is aan harde plancapaciteit ten opzichte van de gemeentelijke behoefte, omdat het plan Rengerswetering enkel voorziet in een regionale behoefte. (In de
raming van de gemeentelijke behoefte zit overigens ook migratie). Het al vigerende
plan Rengerswetering is ook beschikbaar voor de lokale woningzoekende. Ook kan (zoals eerder aangegeven) het plan Eemdijk-Oost niet enkel aan inwoners van Bunschoten worden toegewezen. Er wordt hier onterecht gesuggereerd dat een
bepaalde locatie in de regionale behoefte voorziet en een andere locatie in enkel de lokale behoefte. Verder staat er “...De regionale behoefte is groter dan waarin
Rengerswetering kan voorzien”. Ook deze opmerking kunnen wij niet plaatsen als ter zake doende. De individuele
regionale behoefte is immers altijd groter dan de capaciteit binnen een
woningbouwlocatie.
De
regionale behoefte hoeft ook niet alleen op deze
locatie te worden voorzien. Er zijn veel Verwarrend is dat
3.
in de
men
meer
ook de behoefte
ladderonderbouwing.
na
bouwlocaties in de regio.
2032 in beeld brengt en dit terug laat komen
De prognose van de behoefte voor de
periode verder dan
jaar
is immers niet van toepassing op
Een
bestemmingsplan heeft een looptijd van 1 0 jaar en moet voor die periode
een
1 0
ladderonderbouwing.
gebaseerd zijn op reële inschattingen van wat zich voor kan doen in de vraag naar ruimte. Het Ministerie
motivering
van
van
Infrastructuur en Milieu geeft ook aan: “Overeind
zorgvuldig ruimtegebruik gebaseerd
moet zijn op
een
blijft dat de
gedegen
argumentatie over de te verwachten behoefte in de komende 10 jaar” Bron: Handreiking Ladder voor duurzame
verstedelijking p.21 (op een na laatste alinea).
Opvallend is dat op een aantal pagina’s eerder (pagina 9) van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost ook staat: “De Ladderonderbouwing heeft betrekking op de periode 2022-2032. Door uit te gaan
van
een
periode van tien jaar wordt aangesloten op de
planhorizon van het bestemmingsplan”. Dat men even later in het rapport de behoefte na
2032 opneemt is dus zowel inconsequent als niet ter zake doende.
Conclusie: Als enkel in
een
ervan
lokale
wordt uitgegaan dat het
plan bestaande uit 72 grondgebonden woningen
gemeentelijke behoefte zal voorzien dienen we te concluderen dat er
hiervoor onvoldoende ladderruimte is. Er kan immers binnen de reeds de komende 1 0 jaar al
meer worden
gebouwd
vigerend harde plannen
dan de geraamde lokale behoefte voor die
periode. Dit blijkt uit cijfers over de lokale behoefte en de plancapaciteit in harde plannen zoals opgenomen in de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost. Het lokale gemeentelijke niveau is
volgens de opstellers van de toets het primaire verzorgingsgebied. De toets slaagt op
gemeentelijk niveau dus niet.
1 .4.2
Kwantitatieve
toetsing op regioniveau
Op pagina 1 9 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop “VOLDOENDE REGIONALE BEHOEFTE” de volgend tekst opgenomen:
“In de
regio is daarmee ruim voldoende behoefte voor de ontwikkeling van 64 woningen in
Eemdijk-Oost....”
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 10
Oordeel
Hier wordt dus op
regioniveau getoetst. Uitgaande van de cijfers zoals opgenomen in de
rapportage klopt deze conclusie. De harde plancapaciteit in de regio Amersfoort is momenteel kleiner dan de geraamde
regionale behoefte voor de komende 1 0 jaar. Hiermee is de regionale
behoefte aangetoond. Dit betekent nog niet dat de locatie “in
Hiermee is uiteraard nog niet
Eemdijk-Oost” is aangetoond.
de laddertoets voldaan. Het is immers
aan
locatie. Juist het bezien of er noodzaak is om
een
buitenstedelijke
buitenstedelijk te bouwen, is een belangrijk
onderdeel van de ladder voor duurzame verstedelijking en de mede de reden waarom deze is
opgenomen is in het Bro.
De kwalitatieve woningbehoefte
1.5
In de betreffende laddertoets wordt op verschillende
genoemd. de
In
paragraaf 3.2
14 wordt een
pagina
plekken de kwalitatieve woningbehoefte
toelichting gegeven bij de totstandkoming van
cijfers.
1.5.1
Geen
toetsing bouwprogramma
Allereerst constateren we dat er in de rapportage geen kwalitatieve vraag wat betreft het
cijfermatige onderbouwing van de
bouwprogramma zoals opgenomen in het bestemmingsplan
Eemdijk-Oost. Er wordt ook niet aangegeven in hoeverre andere bouwplannen of het
vrijkomend aanbod als gevolg o.a. vergrijzing hier al in voorzien. Een
cijfermatige onderbouwing die naast de kwantitatieve behoefte ook ingaat op de
kwalitatieve behoefte is niet een vast voorgeschreven vereiste. Dit laatste de behoefte
voor
1 .5.2
De
naar
woonmilieu
geldt overigens ook
(zie volgende paragraaf).
gebruikte methodiek bepaling behoefte naar woonmilieu
Onder de
kop "VRAAG NAAR DORPS/LANDELIJKE WOONMILIEU” op pagina
hoe
komt
men
“Voor de
aan
de behoefte
het zogenaamde
17 wordt toegelicht
dorps/landelijk woonmilieu:
regio Amersfoort zijn de woonvoorkeuren naar woonmilieu in beeld gebracht aan de
hand van het meest recente en
aan
landelijke woonwensenonderzoek WoON2018 (Ministerie van BZK
CBS, 2019). Eemdijk-Oost wordt ontwikkeld in een dorps/landelijk woonmilieu.
29% van de
respondenten in de regio heeft een voorkeur voor een dorps/landelijk woonmilieu
(Tabel 3). Rekening houdend met een groei van 14.925 huishoudens tot 2032 in de Regio Amersfoort bedraagt de totale vraag naar woningen in een dorps/landelijk woonmilieu 4.325 woningen. In Bunschoten is vraag naar 250 woningen in
een
dorps/landelijk woonmilieu.”
Oordeel
Wij concluderen dat het bureau BSP op basis van het WoOn-behoefteonderzoek een
berekening heeft gemaakt van de toekomstige vraag, onderverdeeld naar woonmilieu, welke sterk
afwijkt van regulier woningbehoefteonderzoek zoals uitgevoerd en gebruikt door
Universiteiten, het Ministerie van BZK, Provincies en onderzoeksbureaus die hierin
gespecialiseerd zijn zoals Companen, ABP en RIGO.
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 11
o
De
gehanteerde methode om de behoefte naar woningmilieu in beeld te brengen is volgens ons
onvoldoende en levert cijfermatige uitkomsten op waar men volgens RIGO geen enkele conclusies
toetsing
aan
van
kan verbinden ten aanzien
het
plan.
van
de
De methodiek is niet alleen
bouwopgave of een eventuele kwalitatieve zeer
ongebruikelijk, er wordt ook
voorbijgegaan aan een aantal fundamentele zaken met betrekking tot de werking van de woningmarkt. Zo wordt er geen rekening gehouden met het feit dat bestaande voorraad een belangrijke rol speelt bij het inwilligen van woonvoorkeuren, een groot deel van de verhuizingen zorgt immers voor (specifiek) vrijkomend aanbod en dat de komende 1 0 jaar de samenstelling van
bevolking verandert.
de
KADER 1. Nadere
Zie voor een nadere
uitleg tekst kader 1
.
toelichting onjuistheid methodiek kwalitatieve woningbehoefte
In het WoOn-behoefteonderzoek wordt aan
mensen
(die binnenkort) willen verhuizen, naast
woningtype, ook gevraagd naar welk woonmilieu men zou willen verhuizen. Door het aandeel van
de respondenten met een voorkeur voor een
dorpswoonmilieu toe te passen op de
geraamde huishoudensgroei wordt voorbijgegaan aan een aantal zaken, te weten: 1
.
Voor huishoudens met een voorkeur voor een woonmilieu geldt dat dit niet alleen de nieuwbouw betreft. Een groot deel van het woningaanbod ontstaat juist door
woningen die vrijkomen na verhuizing (bijvoorbeeld in het dorps/landelijke woonmilieu). Mensen die naar een gewenste woonmilieu vetrekken laten ook een
woning achter in het woonmilieu waarin ze nu wonen. Het is niet zo dat huishoudens die
nu
in het dorps/landelijk woonmilieu
verhuizen. Theoretisch kan het zelfs
zo
wonen
woonmilieu wenst en de rest (het merendeel) deels in een
niet naar een ander woonmilieu
zijn dat als 30 procent een dorps/landelijk een
andertype woonmilieu (maar nu
landelijk dorpsmilieu) er per saldo geen uitbreidingsbehoefte hoeft te
zijn aan dit dorps/landelijk woonmilieu. Omdat ook het vrijkomend aanbod als gevolg van verhuizingen belangrijk is om mee te nemen, wordt hier in regulier (lees professioneel) woningbehoefteonderzoek juist rekening mee gehouden. 2.
De woonwensen van huishoudens op enig moment, kunnen niet zomaar toegepast worden op de toekomstige huishoudensgroei als totaal voor de komende tien jaar. De komende 1 0 jaar vinden
samenstelling
van
de
er
immers ook veranderingen plaats wat betreft de
bevolking. Die ziet er dus anders uit dan tijdens de meting van
de woonvoorkeuren (in 2018).
Zijn er bijvoorbeeld veel jonge gezinnen die een
woning zoeken? In de komende 1 0 jaar kan dit aandeel relatief gezien juist afnemen als gevolg van
demografische ontwikkelingen. Daarnaast kan als gevolg van
vergrijzing, een grotere groep een gezinswoning (moeten) achterlaten (die daardoor vrijkomt). Dit speelt juist vaak ook in dorpse/landelijke woonmilieus. Er is in de methodiek geen
rekening gehouden met dergelijke verschuivingen zoals het
vrijkomend aanbod als gevolg van vergijzing. 3.
In de naar
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ervan uitgegaan dat de voorkeuren woonmilieu zoals gemeten op
gemeenteniveau
(tabel 3
pagina
regioniveau ook hetzelfde zijn op
1 5). Men
gaat er dus vanuit dat de
woonmilieuvoorkeur overal hetzelfde is. Dit impliceert dat mensen die wensen
te Bunschoten
willen wonen. Dit
naar
een
woning
verhouding exact hetzelfde willen als die in Amersfoort
lijkt ons veel te ver afstaan van de werkelijkheid.
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 12
1 .6
Te weinig binnenstedelijke ruimte
Alleen
1.6.1
Er wordt in de
om
in de behoefte te voorzien?
beperkt kwalitatief getoetst
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost niet kwantitatief getoetst in de zin of het
aantal te realiseren
woningen (in het plan) ook binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien.
In
plaats daarvan wordt enkel gekeken of er binnenstedelijk nog plaats is voor het realiseren van een
(soortgelijk) plan van minimaal gelijke omvang en dichtheid met een landelijk dorps
woonmilieu.
Oordeel methodiek
Enkel
kijken naar de binnenstedelijke ruimte voor het realiseren van een (soortgelijk)
dorps/landelijk woonmilieu levert volgens ons een onvoldoende motivering op om aan te tonen dat er binnenstedelijk onvoldoende ruimte is
om
in de vraag te voorzien. De volgende redenen
zijn daarbij van belang: In het wetsartikel (Artikel 3.1.6 lid 2
Bro) staat “de behoefte aan de te realiseren
woningen”. Hier staat dus niet “de behoefte aan het betreffende woonmilieu”. In de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt volgens ons enkel de kwantitatieve behoefte aangetoond. En dat betreft het regionale niveau. Op gemeenteniveau wordt dit juist niet
aangetoond. Er is volgens ons geen deugdelijke onderbouwing gegeven of en in welke mate de komende
Wjaareen regionaal tekort aan dit type woonmilieu wordt voorzien
(zie ook
1 .5). Er is zowel
naar
de
paragraaf
provinciaal al regionaal geen onderzoek voorhanden
uitbreidingsbehoefte naar dit type woonmilieu. Het gebruik van woonmilieus bij
het bepalen van de kwalitatieve behoefte ook geen gemeengoed
en
(en een eventueel tekort hieraan) is overigens
ook nergens voorgeschreven. De redenatie dat de locatie is
bedoeld voor de lokale behoefte en
er
dus ook een vraag naar landelijk dorps wonen zal
zijn in de komende 1 0 jaar is ook geen argument. Uit de cijfers is juist af te leiden dat er geen lokale uitbreidingbehoefte is bovenop hetgeen waar in de harde plancapaciteit al in wordt voorzien voorziet
(par 1.4.1).
De wetenschappelijke literatuur geeft zeer
bepalend zijn
aan
dat huishoudenssamenstelling en inkomen
in de vertaling naar woonwensen. Deze vertaalt zich in eerste instantie
naar
het woningtype grondgebonden/appartement en het koop-/huurniveau. Deze keuze
naar
woningtype (omvang en prijs) wordt in woningmarktonderzoek gezien als een van de
belangrijkste factoren voor een verhuizing, naast de beschikbaarheid van woningen name
in
met
gebieden met grote woningtekorten zoals hier ook het geval is. Het is juist
daarom dat
een
woningzoekende uit de regio een voor hen betaalbare grondgebonden
woning binnen het bebouwde
gebied ook gewoon als optie zal zien en niet enkel een
woning zal accepteren die onderdeel uitmaakt van een uitbreidingsplan van een kern in het landelijk gebied.
Er dient volgens
ons
dus wel
degelijk gekeken te worden of er binnen het bestaand bebouwd
gebied van de gehele regio al of niet voldoende ruimte is om in de behoefte te voorzien. enkel of het
een
binnenstedelijk landelijk dorpswoonmilieu
dit woonmilieu onvoldoende
En niet
betreft. Dus los van het feit dat de
behoefte
aan
behoefte
(de woningzoekende) is immers ook regionaal, zoals al eerder in de
cijfermatig inzichtelijk is gemaakt (zie 1 .4.2). De
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost is aangetoond (en waar ook de opstellers van het rapport van
uitgaan).
Rapport Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost 13
Aanvullende beperkende voorwaarden niet conform de geest van de wet
Bij het zoeken naar alternatieve binnenstedelijke locaties heeft BSP nog een tweetal andere criteria gehanteerd. Dat zijn:
“Voor 64 woningen in
een
dorps/landelijk woonmilieu dient de inbreidingslocatie wel een