A03 Begroting 2025-2029
Tekst van het document
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
396.428
319.324
296.683
288.883
289.413
294.355
295.085
101.600
70.250
76.600
72.600
71.100
71.100
70.100
805.719
668.505
693.436
691.685
678.460
679.460
676.960
85.707
117.775
68.105
71.290
73.839
75.169
74.247
1.389.455
1.175.854
1.134.824
1.124.458
1.112.812
1.120.084
1.116.392
Administratie- en beheerslasten De lasten in deze rubriek lopen af. In 2023 werden veel deskundigen ingehuurd ten laste van de NPO middelen. Ook in 2024 en 2025 worden er nog enkele projectmiddelen hiervoor ingezet.
STEV begroting 2025 v 0.2
25
Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Echter blijkt elk jaar weer dat het beschikbare materiële budget voor de scholen krap is. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijs-leerpakketten naar licenties en kosten software.
Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten. In 2024 werden hier de kosten van inhuur van medewerkers voor arrangementen begroot. In 2025 hebben we een andere systematiek en vallen deze inhuur nu onder de inhuur kosten, waardoor hier de begrote kosten zijn gedaald.
STEV begroting 2025 v 0.2
26
Meerjarenbegroting 2025-2029 | Balans inclusief toelichting Meerjarenbalans Vanuit de jaarrekening 2023, de begroting 2024 en deze meerjarenbegroting komen we tot het onderstaande verloop van de balans. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1 Activa 1.2 Materiële vaste activa
1.572.807
1.575.233
1.609.160
1.536.125
1.416.294
1.259.286
1.086.452
1.572.807
1.575.233
1.609.160
1.536.125
1.416.294
1.259.286
1.086.452
693.966
693.966
693.968
693.968
693.968
693.968
693.968
Vaste Activa 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen
7.104.626
7.408.932
7.313.541
7.278.532
7.495.389
8.167.878
8.442.150
Vlottende Activa
7.798.592
8.102.898
8.007.509
7.972.500
8.189.357
8.861.845
9.136.117
9.371.399
9.678.131
9.616.669
9.508.625
9.605.650
10.121.131
10.222.569
2.078.810
2.098.436
1.994.076
1.996.794
2.121.700
2.390.923
2.665.710
Totaal Activa 2 Passiva 2.1 Eigen Vermogen
4.184.430
4.471.536
4.514.433
4.403.671
4.375.791
4.622.048
4.448.699
Eigen Vermogen 2.4 Kortlopende schulden
2.2 Voorzieningen
6.263.240
6.569.972
6.508.509
6.400.465
6.497.491
7.012.971
7.114.409
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
Vreemd Vermogen
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
3.108.159
9.371.399
9.678.131
9.616.669
9.508.624
9.605.650
10.121.131
10.222.568
Totaal Passiva
Het verloop van de activa laat een redelijk stabiel beeld zien, behalve in de laatste jaren; hier laten de investeringen een daling zien. Vooral voor leermiddelen en meubilair blijkt het lastig om een prognose over 5 jaar te maken. Bij ICT lukt dit wel doordat de afschrijvingstermijn een 5 jarige cyclus betreft.
Investeringen (incl desinv.) Materiele vaste activa per 01-01 Investeringen (incl desinv.) -/- Afschrijvingen Stand per 31-12
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1.550.735
1.572.807
1.575.233
1.609.160
1.536.125
1.416.294
1.259.286
321.717
325.326
392.374
333.575
295.957
273.231
248.770
299.645
322.900
358.446
406.610
415.789
430.239
421.604
1.572.807
1.575.233
1.609.160
1.536.125
1.416.294
1.259.286
1.086.452
Het verloop van de onderhoudsvoorziening is hierboven al toegelicht. De personele voorziening is constant gehouden naar de toekomst toe. De liquide middelen worden beïnvloed door de geprognosticeerde resultaten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen, de geplande investeringsuitgaven en de uitgaven vanuit het meerjaren-onderhoudsplan.
Meerjaren kasstroomoverzicht Op basis van de meerjarenbalans, het meerjaren onderhoudsplan en het meerjaren investeringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Hieronder is de meerjaren kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode, dezelfde methode STEV begroting 2025 v 0.2
27
die in de jaarrekening wordt gehanteerd. In deze prognose gaan we ervan uit dat er geen veranderingen zijn in de kortlopende schulden en vorderingen, aangezien deze veranderingen geheel niet te prognosticeren is. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Saldo baten en lasten (excl. rente)
363.174
28.626
-170.360
-63.282
58.906
203.224
208.786
- Afschrijvingen
301.035
322.900
358.446
406.610
415.789
430.239
421.604
- Mut. Voorzieningen
138.053
287.106
42.897
-110.762
-27.880
246.257
-173.349
- Vorderingen
-258.588
0
2
0
0
0
0
- Kortlopende schulden
1.070.422
0
0
0
0
0
0
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
1.614.096
638.633
230.985
232.566
446.814
879.720
457.042
Aanpassingen voor:
Veranderingen in vlottende middelen:
Ontvangen interest
62.185
0
70.000
70.000
70.000
70.000
70.000
Betaalde interest Kasstroom uit operationele activiteiten
-4.209
-9.000
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
-4.000
57.976
-9.000
66.000
66.000
66.000
66.000
66.000
Invest. in materiële vaste activa Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-323.107
-325.326
-392.374
-333.575
-295.957
-273.231
-248.770
-323.107
-325.326
-392.374
-333.575
-295.957
-273.231
-248.770
Mutatie liquide middelen
1.348.965
304.307
-95.389
-35.009
216.857
672.489
274.272
Beginstand liquide middelen
5.755.660
7.104.625
7.408.932
7.313.541
7.278.532
7.495.389
8.167.878
Mutatie liquide middelen
1.348.965
304.307
-95.391
-35.009
216.857
672.489
274.272
Eindstand liquide middelen
7.104.625
7.408.932
7.313.541
7.278.532
7.495.389
8.167.878
8.442.150
De ontwikkeling van de liquiditeit is ruim voldoende.
Meerjaren kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventuele signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Deze kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan in de tabel hierna vermeld. In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2023 tot en met 2029 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjarenbalans.
STEV begroting 2025 v 0.2
28
Signaleri ngsgrens Inspectie
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Solvabiliteit 2
66,8%
67,9%
67,7%
67,3%
67,6%
69,3%
69,6% min. 30%
2,51
2,61
2,58
2,57
2,63
2,85
2,94
-0,7%
-0,8%
-0,5%
-0,2%
-0,1%
0,0%
0,0%
> 0,75 > 0% (3 jarig)
11,8%
12,5%
10,0%
10,6%
11,2%
12,4%
13,7%
min 5%
Liquiditeit Rentabiliteit Weerstandsvermog en
1. Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre het bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen, en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau; boven de 65% en is daarmee ruimschoots voldoende. 2. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. De liquiditeit bevindt zich voor STEV meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. 3.
Rentabiliteit Rentabiliteit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsvoering in relatie tot de totale baten. Rentabiliteit is het resultaat van baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering/de totale baten. In principe heeft een onderwijsinstelling geen winstoogmerk. Vanuit dat principe kan de rentabiliteit 0 zijn. En we begroten dan ook op een bijna nihil saldo. In 2024 tot en met 2027 wordt negatief begroot in verband met de uitgaven ten laste van de NPO bestemmingsreserve. Hierdoor komen we onder de grens van de inspectie, hetgeen valt toe te lichten vanuit het feit dat dit tekort ontstaat door de uitgaven van de NPO middelen. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting. Bekeken wordt in hoeverre de stichting zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Het is van belang waartoe reserves worden aangehouden, of -bij negatieve stand- waardoor een negatieve stand wordt veroorzaakt. Te hoge reserves duiden op ‘spaargedrag’, te lage reserves kunnen duiden op zorgeloos financieel management. De inspectie geeft een signaleringsgrens aan van 5%.
STEV begroting 2025 v 0.2
29
Door de omzetting van de reserve naar de dotatie ‘groot onderhoud’ is ons weerstandvermogen afgenomen, wél blijven we boven de signaleringsgrens van 5%. Mede omdat solvabiliteit 2 ruim voldoende is, is het risico gering dat we in de financiële problemen komen. Wel is het noodzakelijk om goed de vinger aan de financiële pols te houden.
STEV begroting 2025 v 0.2
30
Bijlage 1
Financiële aandachtspunten en risico’s
In 2022 is er een risico analyse gemaakt bij STEV. Daaruit kwam naar voren dat er een minimaal weerstandsvermogen moet zijn van € 1.150.000. Eind 2024 wordt de risico-inventarisatie herzien. De grootste risico’s die zijn beschreven, zijn: 1. Personeel De risico’s zijn op te delen in een aantal deel-risico’s a. Te weinig personeel. Dit risico doet zich meer dan gewenst voor. Daarom hebben we in de begroting middelen opgenomen om het voor zij-instromers aantrekkelijk te maken om bij ons te komen werken. b. Onvoldoende kwaliteit van de leerkrachten-Goed werkgeverschap We scholen onze schoolleider om goede schoolleiders te zijn, die daarmee oog voor het personeel hebben en op tijd maatregelen nemen om de leerkrachten bij te laten scholen. c. Uitstroom personeel. Bij boventallig personeel sturen we tijdig op de eventuele uitstroom en begeleiden we ze van werk naar werk. d. Eigen risicodrager ziekte vervanging. Bij een hoog ziekteverzuim en veel vervanging lopen de kosten voor de vervanging hoog op. 2. Leerlingenaantallen. Het risico is vooral een onverwachte sterke stijging of daling van leerlingenaantallen en inefficiënte groepen. De maatregelen die we nemen is: - Tijdig in gesprek gaan over de aantallen leerlingen en de aantallen groepen. 3. Onverwachte kosten voor huisvesting.
Door het maken van meerjaren onderhoudsplannen en inzicht te geven in het verbruik van huisvesting m2 door scholen, zorgen we dat de kosten en de beschikbare middelen met elkaar in afstemming zijn. 4. Externe factoren Er zijn veel externe factoren die een risico vormen. Zoals bijvoorbeeld de Corona pandemie vergt dat we een goede flexibele organisatie hebben. Maar ook een risico is de toename van de aantallen subsidies. We proberen in ieder geval langere termijn afspraken te maken met de gemeenten over de duur en de omvang van die subsidies.
STEV begroting 2025 v 0.2
31