A03 Begroting 2025-2029
Tekst van het document
Begroting 2025 Inclusief meerjarenraming 2025-2029 Stichting Eemvallei Educatief | STEV
Besluitvormingstraject Vergaderdatum Besluitvorming
Dir 10-12-2024 A
VS = vaststelling GK = goedkeuring
GMR 12-12-2024 A
A = advies
RvT 17-12-2024 GK
K = ter kennisneming
CvB VS
Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................. 4 Begroting 2025 | Algemeen .................................................................................................................... 6 Inleiding............................................................................................................................................... 6 Planning & control cyclus .................................................................................................................... 7 De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs ........................................................................ 8 Tijdelijke Arbeidsmarkttoelage ........................................................................................................... 8 Taalklassen .......................................................................................................................................... 9 NPO middelen ..................................................................................................................................... 9 Subsidie Basisvaardigheden ................................................................................................................
9 Brugfunctionaris................................................................................................................................ 10 Leerlingprognoses ............................................................................................................................. 10 Deskundigheidsbevordering ............................................................................................................. 12 Huisvesting ........................................................................................................................................ 13 Samenwerkingsverbanden................................................................................................................ 13 Interne allocatie ................................................................................................................................ 14 WW uitkeringen en Transitiekosten ................................................................................................. 15 Ziektevervanging ............................................................................................................................... 15 BAPO kosten en kosten ouderschapsverlof ......................................................................................
15 Landelijke ontwikkelingen .................................................................................................................... 15 CAO ontwikkelingen en ontwikkeling Rijksbijdrage.......................................................................... 15 Prijsstijgingen .................................................................................................................................... 16 Uitgangspunten meerjarenbegroting 2025 – 2029 .............................................................................. 17 Algemene uitgangspunten ................................................................................................................ 17 1.
Algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden ................................................ 17
2.
Uitgangspunten schoolbudget .................................................................................................. 17
3.
Uitgangspunten gezamenlijke begroting .................................................................................. 17
Meerjarenbegroting 2025 – 2029 | Exploitatieoverzicht inclusief toelichting ..................................... 19 Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2025-2029 ................................................................. 19 (Rijks)bijdragen OC&W ..................................................................................................................... 19 Overige overheidsbijdragen .............................................................................................................. 20 Overige baten.................................................................................................................................... 21 Personele lasten ................................................................................................................................ 21 Lonen en salarissen ....................................................................................................................... 21 Overige personele lasten .............................................................................................................. 22 Uitkeringen.................................................................................................................................... 23 STEV begroting 2025 v 0.2
2
Afschrijvingen.................................................................................................................................... 23 Huisvestingslasten ............................................................................................................................ 24 Totaal ............................................................................................................................................ 24 Huren ............................................................................................................................................ 24 Groot onderhoud .......................................................................................................................... 24 Schoonmaakkosten, energie en water ......................................................................................... 25 Overige huisvestingslasten ........................................................................................................... 25 Overige instellingslasten ................................................................................................................... 25 Administratie- en beheerslasten...................................................................................................
25 Inventaris, apparatuur en leermiddelen ....................................................................................... 26 Overige instellingslasten ............................................................................................................... 26 Meerjarenbegroting 2025-2029 | Balans inclusief toelichting ............................................................. 27 Meerjarenbalans ............................................................................................................................... 27 Meerjaren kasstroomoverzicht......................................................................................................... 27 Meerjaren kengetallen...................................................................................................................... 28 Bijlage 1
Financiële aandachtspunten en risico’s ............................................................................ 31
STEV begroting 2025 v 0.2
3
Voorwoord Het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief (STEV) biedt hierbij haar begroting 2025 en de meerjarenprognose aan. We hebben de (verwachte) financiële ontwikkelingen als uitgangspunt voor deze begroting genomen. Tevens hebben we de huidige einddatum van subsidieregelingen, indien van toepassing, verwerkt. Voorafgaande aan het opstellen van de begroting hebben we een kaderbrief opgesteld. De auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR hebben hun feedback over de conceptversie gegeven. Deze kaders zijn benut als uitgangspunt voor deze begroting. Het proces voor het opstellen van deze STEV begroting is in Cogix gedaan. Schoolleiders hebben in eerste instantie zelf de begroting ingevuld als basis voor het gesprek met de controller, daar waar gewenst zijn in overleg aanpassingen gedaan. Dit met het uitgangspunt dat de scholen in de buurt van een sluitende begroting komen. Binnen STEV zijn er 11 scholen die nog veel NPO middelen te besteden hebben. In de begroting zijn deze middelen ingezet in de komende jaren. Dit betekent dat in die jaren we een ‘tekort’ hebben begroot. Deze tekorten worden ten laste van de bestemmingsreserve NPO gebracht. In de zomer van 2023 hebben we €1,2 miljoen ontvangen aan ‘subsidie basisvaardigheden’ en in 2024 hebben we € 754.000 ontvangen.
In deze begroting zijn de bedragen opgenomen als uit de activiteitenplan concrete invullen zijn gegeven. De inkomsten zijn gelijk getrokken met de uitgaven, het resultaat is daardoor ‘nihil’. Tijdens de begrotingsbespreking met de schoolleiders is het huidige formatieplan als uitgangspunt genomen. Voor het nieuwe schooljaar is de ontwikkeling van het aantal groepen onderwerp van gesprek geweest. Deze twee zaken bepalen een groot deel van de formatie op een school. Naast de personele middelen, vormen het MJOP, het ICT investeringsplan, andere investeringswensen en de werkelijke uitputting van het materiele budget, de basis van de schoolbegroting voor het nieuwe kalenderjaar. Naast de directe input van de schoolleiders binnen de begrotingsgesprekken, is met de schoolleiders en de betrokken medewerkers van het bestuursbureau ook breder gekeken. Zo is advies en input gevraagd om onze uitgaven te verbinden aan doelen en resultaten verbonden aan onze strategische ambities. Op basis hiervan hebben we een aantal keuzes gemaakt: 1. Vanuit onze strategisch pijler ‘Kansrijk leren’ maken we ruimte voor het ‘binden en boeien’ van nieuwe medewerkers. Dit zijn nieuwe medewerkers van buiten het onderwijs.
Deze medewerkers (zij-instromers) faciliteren we door ze een aantal maanden een inwerkplek te bieden en daarna goed te begeleiden, met als doel dat ze hun opleiding succesvol doorlopen binnen de gestelde termijn en daarna als leerkracht aan de slag kunnen. Hiervoor reserveren we een bedrag van € 86.000,-. 2. Naast het opleiden van nieuwe medewerkers, vinden we het van belang dat al onze collega’s zich blijvend ontwikkelen. Hiertoe investeren we in de verdere ontwikkeling van onze STEVSTEV begroting 2025 v 0.2
4
academie. Naast het diverse leeraanbod dat we nu al aanbieden, werken we ook toe naar het aanbieden van e-learnings en de inrichting van een platform waardoor we intern aanwezige kennis en kunde beter zichtbaar en uitwisselbaar maken. Hiertoe gaan we een samenwerking aan met ‘Onderwijs Academie’, waarvoor we een bedrag reserveren van €45.000,-. 3. De pijler ‘Inclusief Wereldburgerschap’ kent een blijvende belangrijke plek in onze strategische ambities. Om de doorgaande ontwikkeling hierin te waarborgen, reserveren we een bedrag van € 13.440,- ter ondersteuning van het STEVig-project. 4. Vanuit het gezichtspunt van risicobeperking hebben we de keus gemaakt om de vervanging van ziekte gezamenlijk te dragen. Door het hoge ziekteverzuim en daarmee de grote kostenpost voor vervanging, is ervoor gekozen om de uitgaven voor ziektevervanging te beperken. Samen met de schoolleiders en met instemming van de GMR hebben we hiertoe een aantal richtlijnen afgesproken. Hiermee verwachten we in 2025 binnen het budget te komen. Voor het komende jaar is een tekort van € 104.360,- begroot. Dit tekort wordt veroorzaakt door een negatieve NPO-exploitatie van € 130.021,-, wat verwacht was. Om dit tekort te dekken, maken we gebruik van de bestemmingsreserve NPO. Na correctie hiervoor, zien we een klein positief resultaat van € 25.661,-.
Naast de exploitatiebegroting 2025 is ook een investeringsbegroting 2025-2029 opgesteld. Tevens is een meerjarenbalans en een kasstroomoverzicht opgenomen. Met deze begroting geven we inzicht hoe we onze middelen inzetten om te komen tot een gezonde bedrijfsvoering, ten dienste van goed STEV-onderwijs. Daarnaast informeren we middels dit document onze relevante externe stakeholders over de financiële invulling van onze ambitie voor 2025 en verder. A.G. Verhoeven Voorzitter College van Bestuur
Amersfoort, december 2024
STEV begroting 2025 v 0.2
5
Begroting 2025 | Algemeen Inleiding Het belangrijkste doel voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Dit doen onze 13 authentieke, openbare STEV-basisscholen door van meerwaarde te zijn in de ontwikkeling van goed toegeruste, zelfbewuste en initiatiefrijke leerlingen binnen een mondiale samenleving. Dit vertaalt zich in ons motto:
Als STEV staan wij voor kwalitatief goed onderwijs voor al onze leerlingen. Met ons onderwijs dragen we, samen met onze partners, bij aan optimale kansen voor onze leerlingen. Vanuit de ontwikkeling van nieuwe kennis en de ontwikkelingen om ons heen, durven we kritisch naar onszelf te kijken en stellen we ons blijvend lerend op. Dit heeft er toe geleid dat we eind 2023 onze nieuwe strategische pijlers hebben vastgesteld. Alle ontwikkelingen die wij binnen onze organisatie doorvoeren zijn gericht op het duurzaam en dynamisch versterken van ons onderwijs. Dat wat al goed gaat vieren we en gebruiken we als vliegwiel voor onze ontwikkelambities. Voortbouwend op ons vorige Ambitieboek en in samenwerking met verschillende interne en externe stakeholders, is voor de beleidsperiode 2024-2028 gekozen voor drie strategische beleidslijnen, waar we vol overtuiging onze schouders onder zetten. We werken aan deze drie pijlers om onze missie en visie waar te maken en zodoende nog meer impact met ons onderwijs te realiseren.
Om bovenstaande doelen uit ons strategisch beleidsplan op de korte en lange termijn duurzaam te borgen, moeten de baten die wij ontvangen in lijn zijn met uitgaven die we doen. Daarnaast moeten de middelen zo worden gealloceerd dat zij gericht zijn op het verbeteren van onze onderwijskwaliteit en het creëren van maatschappelijke waarde. We willen immers een gezonde, transparante en solide stichting blijven met een passende reserve, een goed en verantwoord bestedingspatroon, een passende begroting en heldere kaders en rapportages volgens de cyclus van planning en control. In het licht van bovenstaande lichten we de volgende onderdelen graag nader toe: STEV begroting 2025 v 0.2
6
• • • • • • • • • • • • • • •
Planning- en control cyclus; Bekostigingssystematiek in het primair onderwijs; Tijdelijke Arbeidsmarkttoelage; Taalklassen; NPO-middelen; Subsidie Basisvaardigheden; Brugfunctionaris; Leerling prognoses; Deskundigheidsbevordering; Huisvesting; Samenwerkingsverbanden; Interne allocatie; WW en transitiekosten; Ziektevervanging; BAPO en ouderschapsverlof.
Planning & control cyclus De begroting 2025 is onderdeel van onze planning- en control-cyclus. Als uitgangspunt wordt de “Planning en Control jaarcyclus” gehanteerd. Elk kwartaal stelt het College van Bestuur een financiële rapportage op t.b.v. de Raad van Toezicht. Deze rapportage bevat een financieel uitputtingsoverzicht van de afgelopen kwartalen in relatie tot de prognose en begroting. Deze kwartaalrapportages worden ook gedeeld met het directeurenplatform. Om zicht te houden op de ontwikkeling van de personele kosten, worden maandelijks de salariskosten geanalyseerd. Deze cijfers zijn de input voor de uitputtingsprognose en vormen de basis voor de nieuwe begroting. Voor de beheersing van de personele baten en lasten wordt een onderscheid in personeelsformatieplan en begroting gemaakt tussen de kostensoorten directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Daarnaast kijken we naar verschillende salariscomponenten, of het gaat om vaste of tijdelijke dienstbetrekkingen, tijdelijke taakuitbreidingen, vervanging ten laste van eigen middelen en permanente of projectmatige baten en lasten. Ultimo kwartaal 1 wordt het bestuursformatieplan opgesteld. Dit plan is gebaseerd op de begroting van het lopende jaar.
Daarin zijn de volgende categorieën te onderscheiden: • De Rijksbijdragen die door de vereenvoudigde bekostiging bestaat uit een bedrag per kind en een bedrag per brinnummer. Er zijn extra bedragen voor kleine scholen en onderwijsachterstandsmiddelen; • Overige subsidies van OC&W, zoals bijzondere bekostiging 1e opvang vreemdelingen; STEV begroting 2025 v 0.2
7
• • •
Subsidies Passend Onderwijs (arrangementen & basisbekostiging); Gemeentelijke bijdragen als subsidies voor taalklassen voor nieuwkomers en schakelklassen en ondersteuning passend onderwijs; Eventuele overige overheidsbijdragen.
Het bestuursformatieplan is het kader van waaruit de schoolformatieplannen door de schoolleider worden opgesteld. Na goedkeuring door het College van Bestuur aan deze schoolformatieplannen, wordt hier door de schoolleider uitvoering aan gegeven. In februari van het lopend schooljaar wordt het schoolformatieplan opnieuw vastgesteld met de dan geldende formatieve inzet. In februari/maart wordt de jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar opgesteld.
De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs Het Ministerie van OC&W bekostigt met ingang van 1 januari 2023 via een zogenaamde ‘vereenvoudigde bekostigingssystematiek’. Deze systematiek is gebaseerd op de leerlingenaantallen per 1 februari van het voorgaande jaar (t-1). Met andere woorden, voor de bekostiging van het kalenderjaar 2025 is het aantal leerlingen per 1 februari 2024 het uitgangspunt. Vanuit de eerder beschreven modellen is: • een bedrag per leerling vastgesteld van ongeveer € 6.500,-; • er een bedrag per BRINnummer vastgesteld van +/- € 117.000,-; • er een bekostiging voor nevenvestigingen, kleine scholen etc. De financiering voor achterstandsmiddelen wordt gebaseerd op de telling van 1 februari volgens het t-1 systeem en blijft op het huidige niveau. Bij de ‘vereenvoudigde systematiek’ is afgesproken dat de Rijksbijdragen vooraf bekend zijn en de beschikkingen zijn afgegeven. Bij de invoering van deze nieuwe systematiek is overeengekomen dat er in september/oktober van het lopende jaar nog een bijstelling kan plaatsvinden op basis van de ontwikkelingen van de Rijksbegroting. 2025 is het laatste jaar van de overgangsregeling, waarbij het Ministerie het verschil tussen de oude en nieuwe bekostiging compenseert. Echter, door de gekozen systematiek werkt de regeling soms vreemd uit.
Bij STEV blijft het patroon van plannen van personele uitgaven over schooljaren lopen, zoals bij de inzet van de formatie.
Tijdelijke Arbeidsmarkttoelage STEV ontvangt middelen voor de tijdelijke arbeidsmarkttoelage. De arbeidsmarkttoelage is een tijdelijke aanvulling op het salaris van personeel op scholen waar relatief veel leerlingen zitten met een vergroot risico op onderwijsachterstanden. Doel van deze arbeidsmarkttoelage is om het voor leraren aantrekkelijker te maken om te gaan of blijven werken op deze scholen. In de nieuwe CAO is opgenomen dat de regeling nu twee keer per jaar zal worden uitbetaald, respectievelijk in de maanden juni en december. Ook is opgenomen dat er opnieuw wordt bepaald welke scholen behoren tot de 15% scholen met de hoogste achterstandsscore per leerling, dit zijn de scholen die in aanmerking komen voor deze arbeidsmarkttoelage. Naar verwachting wordt dit begin 2025 bekendgemaakt.
STEV begroting 2025 v 0.2
8
In de begroting is het toegekende bedrag over 2025 opgenomen als baten op de bovenschoolse begroting, daar tegenover is een even grote uitgaven opgenomen in de salariskosten. Dit bedrag is conform 2024, waarbij het vooralsnog onduidelijk is of dit zo blijft.
Taalklassen STEV verzorgt al vele jaren een (deeltijd) taalklas in een drietal gemeenten (Soest, Barneveld en Bunschoten). In 2023 zijn, mede door de instroom van de Oekraïense kinderen, tijdelijke taalklassen opgezet in Baarn en Woudenberg. Doordat de instroom van vreemdelingen en asielzoekers hoger is dan voorgaande jaren, zijn deze tijdelijke taalklassen omgezet naar een definitieve taalklas. Daarnaast is een aanvraag gedaan bij de gemeente Bunschoten om de deeltijd taalklas om te zetten naar een voltijds voorziening in 2025. Doordat de instroom in de taalklas erg onvoorspelbaar kan zijn, wordt er een hoge mate van flexibiliteit gevraagd van de scholen die de taalklas organiseren. Dit brengt het risico met zich mee dat er momenten zijn waarop er minder leerlingen zijn, terwijl de personeelsformatie niet direct kan worden aangepast. Dit vormt een financieel risico dat STEV niet kan dragen. Daarom worden er met de gemeenten afspraken gemaakt over de wijze van financieren en het bieden van garanties bij tekorten. Ook moeten er afspraken worden voor het geval er door een personeelstekort geen uitbreiding van het aantal groepen mogelijk is. Dit vereist intensief overleg met alle partijen.
In de begroting is rekening gehouden met de verschillende wijze van bekostiging van de taalklassen, in het geval van eventuele begrote tekorten wordt een bijdrage van de gemeente gevraagd om deze tekorten te dekken.
NPO middelen In 2021 heeft het ministerie aangekondigd dat er extra middelen beschikbaar komen voor het schooljaar 2021-2022 en het schooljaar 2022-2023. Deze middelen zijn bedoeld om de vertraging die is opgelopen door Corona in te halen. Aan het eind van 2023 had STEV nog € 1.076.000 aan NPO-middelen beschikbaar. In 2024 zullen we ongeveer de helft van deze middelen besteden. In de komende jaren zullen enkele scholen die nog NPO-middelen tot hun beschikking hebben, deze ook inzetten voor de oorspronkelijke doelen. Voor de NPO-middelen binnen STEV is er geen einddatum waarop de middelen volledig uitgeput moeten zijn. Voor 2025 hebben we begroot dat er een onttrekking van de bestemmingsreserve van € 130.021 plaats zal vinden. Er is nu begroot dat voor 2026 nog een bedrag van € 90.221 zal worden onttrokken. In de latere jaren zullen de laatste bedragen ook worden uitgeput.
Subsidie Basisvaardigheden In 2023 heeft STEV de subsidie basisvaardigheden aangevraagd en toegewezen gekregen voor een negental scholen met een totaalbedrag van €1,2 miljoen. Die middelen moeten uitgegeven worden in de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025. Er zijn plannen gemaakt en deze zijn opgenomen in de begroting.
STEV begroting 2025 v 0.2
9
In 2024 heeft STEV voor de overige vier scholen de subsidie basisvaardigheden ontvangen. Alle scholen hebben een activiteitenplan gemaakt waarin zij beschrijven hoe zij deze middelen gaan besteden. De subsidie basisvaardigheden en de subsidie NPO vertonen veel overlap, aangezien beide onder andere gebruik maken van dezelfde menukaart. Aangezien de subsidie basisvaardigheden gekoppeld is aan een beperktere uitgaveperiode (namelijk in twee schooljaren), zullen we, zodra de plannen gereed zijn, eerst de middelen van de subsidie basisvaardigheden uitputten en daarna de NPO middelen.
Brugfunctionaris In het najaar 2024 is aan een 5 tal scholen de subsidie brugfunctionaris toegekend. Dit betreft een bedrag van € 40.000 per schooljaar voor 3 schooljaren (2024-2025, 2025-2026, 2026-2027)
Leerlingprognoses In onderstaande tabel staan de geprognosticeerde leerlingaantallen als ook de realisatie op 1 oktober weergegeven.
Begroting 2025 Totalen 08EM De Uitkijck 08EN Basisschool Kruisrak 10AH Jan Ligthartschool 10SO Griftschool 10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk 11FZ Plantijn 11RU OBS De Lijster 12LJ Obs de Regenboog 19JO Openb basissch De Egelantier 19JO De Buut 23BT Daltonschool Corlaer 23DH De Vliegeniers 27NN Obs De Startbaan aantal leerlingen
1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 1-10-2026 1-10-2027 werkelijk prognose 119 104 103 97 98 98 201 191 167 175 177 180 232 231 234 253 273 292 187 179 171 180 184 176 175 171 164 164 170 175 103 120 126 130 137 141 106 134 119 125 125 126 91 89 82 82 83 85 163 160 148 140 140 140 110 109 100 107 107 107 204 203 194 189 184 189 112 124 125 132 139 140 137 144 175 184 198 198 1.940 1.959 1.908 1.958 2.015 2.047
1-102028 98 183 310 176 180 142 126 87 140 107 192 140 198 2.079
De leerling prognoses zijn tot stand gekomen door de in-, door- en uitstroom in beeld te brengen. De verwachte instroom is op aangeven van de schoolleiders bepaald. De prognose is vastgesteld op basis van de instroom van de afgelopen jaren, de ontwikkelingen in en om de school en de relevante ontwikkeling in de gemeente. De schoolleiders hebben ambitieuze maar haalbare doelen gesteld. In deze prognose zijn we uitgegaan van de huidige realiteit. We prognosticeren ook de leerlingenaantallen per 1 oktober aangezien het aantal leerlingen per die datum bepaald hoeveel groepen er in een schooljaar nodig zijn. De leerlingenaantallen per 1 oktober 2023 is 51 leerlingen lager dan vorig jaar. Daarbij is niet één oorzaak aan te wijzen. Naar de toekomst toe verwachten we dat een aantal scholen zullen groeien en dat die groei, de krimp van andere scholen opvangt. In de prognoses groeien we langzaam door.
STEV begroting 2025 v 0.2
10
De ontwikkelingen per school: 1. Groei • De Jan Ligthartschool in Woudenberg laat op termijn een groei zien, dat heeft ook te maken met de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk in de buurt wat een extra instoom van leerlingen oplevert. • De Startbaan groeit gestaag door. Er is nog ruimte om de instroom te laten groeien waarmee de school ruim boven de 200 leerlingen uit kan komen. • Plantijn laat ook een groei zien waar het jaren een stabiel beeld was. De groei is van onderaf, en lijkt structureel te zijn. 2. Stabiel • De Griftschool laat een lichte daling zien. De aan de school verbonden taalklas maakt het ondoorzichtig in leerlingenaantallen. De ontwikkeling van het aantal leerlingen op de reguliere groepen is stabiel. De instroom van leerlingen in de taalklas is onzeker. • De Lijster laat een teruggang zien in leerlingen. De aantallen leerlingen op de reguliere school neemt licht af. De aantallen leerlingen in de taalklas was op 1 oktober aan de lage kant, maar later in het jaar wordt er weer een flinke instroom verwacht. • De Buut laat op termijn een daling van leerlingen zien omdat er dan grotere groepen uitstromen dan instromen. In de komende periode gaan we proberen die instroom weer iets te verhogen zodat de stabiliteit blijft behouden. • De Vliegeniers stijgt omdat de instroom op orde is en er maar een kleine groep 8 is uitgestroomd.
We zien dat de school stabiliseert, mogelijk door de aantrekkelijkheid op termijn weer gaat groeien. 3. Daling • De Uitkijck is helaas in leerlingenaantallen gezakt. In de aantallen zijn ook de 12 kinderen van de taalklas opgenomen. De oorzaak van de daling zien we in de uitstroom van grote groepen, terwijl de instroom beperkt is. De school is per 1 oktober 2023 onder de opheffingsnorm gekomen. • ‘t Kruisrak laat een dip zien in de leerlingenaantallen. De instroom was afgelopen jaar veel minder dan verwacht waardoor er een kleine groep 2 zal ontstaan. Dit zorgt ervoor dat we voorlopig niet opnieuw de 200 leerlingen gaan halen. • De Dorpsbeuk laat een terugloop zien van het aantal leerlingen. De instroom van 4 jarige is altijd al grillig bij deze school. Nu speelt ook mee dat er onzekerheid is over waar de nieuwe school moet komen, waardoor er nu nog minder leerlingen komen. • De Regenboog heeft een enorme daling van leerlingenaantallen gehad in afgelopen jaren. De verwachting is dat er nu een stabilisatie gaat optreden. De school is per 1 oktober 2023 onder de opheffingsnorm gekomen. • De Egelantier laat een dalend beeld zien, dit laat zich verklaren doordat er (de komende jaren) grotere groepen uitstromen, die zijn ontstaan uit het samengaan met de Waterinkschool. In de leerlingenaantallen zitten ook de leerlingen van de taalklas, dit zijn zo’n 37 leerlingen.
In de prognose is niet meegenomen wat de eventuele gevolgen zullen zijn van de mogelijke komst van een nieuwe Islamitische basisschool in de gemeente. • De Corlaer heeft een licht dalende prognose. De buurt waar de school staat heeft minder kinderen, maar we richten ons ook op de nieuwbouwwijk die vlakbij wordt gebouwd, wat tot STEV begroting 2025 v 0.2
11
een toename van leerlingen kan leiden. Die ontwikkeling is nog niet meegenomen in de prognose. Twee scholen (De Uitkijck en Regenboog) zitten onder de opheffingsnorm. Op 1 oktober 2024 was het voor beide scholen het tweede jaar onder deze opheffingsnorm. Daar waar er op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2023 er nog sprake van was dat we op grond van de gemiddelde schoolgrootte beide scholen in stand zouden kunnen houden, is op basis van de omvang van het aantal leerlingen op 1 oktober 2024 dit niet mogelijk. De verwachting is dat we op 1 oktober 2025 wel voldoende leerlingen zouden hebben, maar de marges zijn klein en we zullen daarom voor die tijd nog actie ondernemen, waarbij verschillende scenario’s mogelijk zijn. In de begroting hebben we niet opgenomen wat de consequenties zijn van het eventueel verliezen van een BRIN-nummer per 1 januari 2026. Als we een BRIN-nummer kwijtraken betekent dat we de vaste voet van een kleine school kwijtraken en dat is een bedrag van € 97.000,-. Daarnaast betekent het dat we (een deel van) de kleine scholen toeslag kwijtraken. Daarbij is van belang of we een nevenvestiging kunnen maken van de school, of een dislocatie. Onderstaande tabel geeft de aantallen leerlingen weer per 1 februari. Deze aantallen vormen de basis voor deze begroting.
De leerlingen op 1 februari liggen altijd hoger vanwege de instroom van de 4 jarige kinderen (gemiddeld is dat 4,3%). begroting 2024 Totalen
1-2-2022
08EM De Uitkijck
111
125
107
99
97
95
99
08EN Basisschool Kruisrak
208
213
199
202
207
205
206
10AH Jan Ligthartschool
224
241
240
249
261
275
280
10SO Griftschool
166
200
184
178
183
185
192
10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk
180
188
176
176
180
180
180
11FZ Plantijn
121
115
125
127
127
126
128
11RU OBS De Lijster
105
119
139
136
137
138
136
12LJ Obs de Regenboog
96
95
94
84
84
89
93
19JO Openb basissch De Egelantier
137
178
165
157
149
138
136
19JO De Buut
116
110
113
112
113
107
106
23BT Daltonschool Corlaer
220
218
210
204
200
197
193
23DH De Vliegeniers
122
120
129
128
127
132
128
27NN Obs De Startbaan
125
141
155
171
184
204
210
aantal leerlingen
1.931
2.063
2.036
2.023
2.049
2.071
2.087
1-2-2023
werkelijk
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1-2-2027
1-2-2028
prognose
Bovenstaande leerlingaantallen zijn de bepalende aantallen voor de te ontvangen rijksbijdrage van het jaar erop.
Deskundigheidsbevordering Conform beleid krijgen scholen op schoolniveau een professionaliseringsbudget. Naast deze middelen reserveren we, conform CAO, bovenschools professionaliseringsmiddelen voor schoolleiders en gespecialiseerde opleidingsmiddelen. Eind 2024 zijn we gestart met de ontwikkeling en implementatie van de Onderwijs Academie. Een platform dat een verrijkingsmogelijkheden biedt voor onze STEV-academie. Naast het diverse leeraanbod dat we nu al aanbieden, werken we ook toe naar STEV begroting 2025 v 0.2
12
het aanbieden van e-learnings en de inrichting van een platform waardoor we intern aanwezige kennis en kunde beter zichtbaar en uitwisselbaar maken. Hiertoe gaan we een samenwerking aan met ‘Onderwijs Academie’. In 2025 is er € 292.000 voor deskundigheidsbevordering beschikbaar.
Huisvesting Op basis van de MJOP’s die door Anculus zijn opgesteld, is het onderhoud opgedeeld in een viertal categorieën. Dit betreft ‘groot onderhoud’, ‘contractonderhoud’ ‘groot onderhoud onder de € 2.046’ en ‘correctief onderhoud’. Deze laatste 3 categorieën zijn toegevoegd in de school begrotingen. Het ‘groot onderhoud’ is opgenomen in de voorziening op STEV-niveau. Op basis van de onderhoudsplannen is bepaald dat we jaarlijks ongeveer € 350.000,- moeten doteren aan de voorziening groot onderhoud, die is opgebouwd conform de componenten methode. Daarnaast begroten we nog een bedrag van € 40.000,- wat we na verwachting nodig hebben voor incidentele onderhoudsklussen, welke niet waren voorzien. Vanuit het strategische beleidsplan heeft STEV duurzaamheid hoog in het vaandel staan (zie beleidsthema ´duurzame wereldburgers´). De afgelopen jaren zijn op veel scholen zonnepanelen geplaatst en is de verlichting vervangen door LED verlichting. Momenteel zijn we aan het onderzoeken of we De Startbaan gasloos kunnen maken, door het plaatsen van een warmtepomp en nieuwe luchtbehandelingskasten per lokaal. Momenteel is het offertetraject gaande, de verwachting is dat we komend jaar een investering van rond de € 300.000,- gaan uitvoeren. Deze investering is opgenomen in onze begroting.
Zoals vorig jaar ook vermeld, heeft STEV een aantal scholen met meer m2 dan op basis van hun leerlingenaantal passend zou zijn. Hierdoor zien we op deze scholen overschrijdingen op huisvestingsbudget. Tegelijkertijd hebben veel STEV scholen een hoge schoolweging waardoor we relatief kleine klassen formeren. Dit betalen we voor een deel vanuit de onderwijsachterstandsmiddelen. Waar het niet in lijn is, moeten we een deel van de personele baten inzetten voor de bekostiging van de huisvesting. We bespreken dit met onze schoolleiders en waar mogelijk sluiten we contracten met kinderopvangpartijen of zoeken we naar andere mogelijkheden voor gedeeld gebruik en verhuur.
Samenwerkingsverbanden Binnen twee van de drie bij STEV betrokken samenwerkingsverbanden, zijn beleidsontwikkelingen gaande die effect hebben op de besteedbare middelen. Samenwerkingsverbanden worden gefinancierd door het ministerie van OCW, op basis van het aantal leerlingen in de regio. Daarnaast worden door het Samenwerkingsverband via subsidies extra middelen verkregen, bijvoorbeeld vanuit gemeentes en rijksoverheid. Deze subsidies kennen een eigen financieringslijn, activiteitenplan en verantwoordingssystematiek. Samenwerkingsverbanden bepalen zelf volgens welk model zij werken. Het SWV Zeeluwe werkt volgens het ‘schoolmodel’ (bestuursmodel), het nieuwe ondersteuningsplan(2024-2028) kent hierin geen wijzigingen. Vanuit dit organisatieprincipe ligt de STEV begroting 2025 v 0.2
13
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van passend onderwijs bij de schoolbesturen. Samen geven zij vorm aan een dekkend onderwijs-en ondersteuningsstructuur in de regio. De financiering die Zeeluwe van OCW ontvangt om passend onderwijs te realiseren gaat daarom voor het grootste deel naar de schoolbesturen. SWV de Eem werkt volgens een hybride model. Dat betekent dat enerzijds de schoolbesturen financiering ontvangen voor het vormgeven van de extra ondersteuning (vanaf ondersteuningsniveau 4) die zij bieden (‘schoolmodel’) en anderzijds vanuit de bureauorganisatie van het Samenwerkingsverband de wettelijke taken, waaronder ook JOSEE, ons ouder- en jeugdsteunpunt, worden gefinancierd, de inzet van expertise, het zorgdragen voor een dekkend aanbod, de collectieve voorzieningen en ons lerend netwerk (‘expertisemodel’). Vanaf 2025 kent SWV de Eem een nieuw financieringsmodel. Hierbij worden de middelen voor de extra ondersteuning per bestuur vooraf beschikbaar gesteld, als bestuur maken we zelf een plan m.b.t. de wijze waarop middelen het best kunnen worden ingezet. Dit model past bij de beweging naar meer autonomie en expertise bij de besturen zelf. De bestuursarrangementen worden daadwerkelijk gecommitteerd op basis van een jaarlijks bestuursplan en de verantwoording hiervan (inhoudelijk en financieel).
Op deze wijze dragen de schoolbesturen ook gezamenlijk bij aan het realiseren van een dekkend aanbod in de wijken/gemeentes waarin zij actief zijn. Eind 2023 hebben we € 108.700 ontvangen van het SWV om de overgang naar het nieuwe financieringsmodel mogelijk te maken. Deze middelen zullen we in 2024 toevoegen aan een nieuwe bestemmingsreserve SWV. Eventuele overschrijdingen op het bestuursarrangement door onverwachte uitgaven aan extra arrangementen zullen we dekken uit de gevormde bestemmingsreserve. Het SWV Rijn en Gelderse Vallei maakt de overstap naar een nieuwe inrichting van de ondersteuningsorganisatie en het daaraan gekoppelde allocatiemodel: ‘schoolmodel+’. Uitgangspunt in het Schoolmodel+ is om te komen tot een regionale inzet van expertise, waarbij de lokale regio een netwerk voor (specialistische) ondersteuning coördineert en organiseert, de scholen adviseert en de specialistische ondersteuning uitvoert. Het centrale team adviseert en verbindt de lokale regio’s in een netwerkorganisatie en is makelaar in het dekkend netwerk van ‘specialistische’ ondersteuning en ondersteunt de TLV route. In 2025 zal toegewerkt worden naar het vaststellen van een nieuw Ondersteuningsplan. De herinrichting van de ondersteuningsorganisatie en het daaraan gekoppelde allocatiemodel leidt tot een aantal financiële verschuivingen. De budgetten t.a.v.
de extra ondersteuning, voltijd HBonderwijs en arrangementen voor nieuwkomers verschuiven richting de regio’s. Dit betekent dat de regio’s verantwoordelijk worden voor de inzet van extra expertise (nu nog themaspecialisten en HGOarrangementen) en ook voor de inrichting en financiering van (voltijd) HB-onderwijs en arrangementen voor nieuwkomers.
Interne allocatie In de vereenvoudigde bekostiging is er een bedrag voor zowel het materiele als de personele rijksbijdrage opgenomen. Bij STEV werken we vanuit solidariteit en efficiëntie met gezamenlijke uitgaven. Dat betreft ook effecten zoals de gevolgen van de inflatie. Op basis van de begroting van de gezamenlijke uitgaven, is een bijdrage per school bepaald. De basis daarvoor is de basisbekostiging, kleine scholentoeslag, NOAT (Nederlands Onderwijs Aan STEV begroting 2025 v 0.2
14
Anderstalige), OAB (Onderwijs Achterstandsbeleid) en het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. We houden het afdracht percentage op 19%.
WW uitkeringen en Transitiekosten Per 1 augustus 2022 is een nieuw reglement voor het Participatiefonds ingegaan. De basis is dat er nu 50% van de WW uitkering dient te worden betaald door de voormalige werkgever. We belasten die kosten voor het 1e jaar direct door naar de school waar de betreffende medewerker het laatst werkzaam was. Deze kosten zullen we dan ook meenemen in het formatieplan van die school. Het tweede en volgende jaar wordt gezamenlijk gedragen. De kosten horend bij de transitie vergoedingen worden toegerekend naar de school waar de werknemer voor het laatst werkzaam was.
Ziektevervanging STEV is eigen risicodrager voor ziektevervanging. We hanteren een opslag van 5,8 % van de loonkosten om de kosten van vervanging voor ziekte en verlof te dekken. Dit is ongeveer een bedrag van € 560.000,- voor ziektevervanging en vervanging compensatieverlof. We hebben na overschrijdingen in 2023 en 2024 op de ziektevervanging extra voorwaarde gesteld bij de inzet van vervangers. Deze voorwaarden zijn op basis van overleg en met advies van de schoolleiders tot stand gekomen, de GMR heeft begrip getoond voor deze ingreep. Dit heeft geleid tot de volgende besluiten die direct zijn ingegaan: 1. 2. 3. 4.
Wanneer het verzuimpercentage op school onder de 4% ligt, mag de school OOP’ers vervangen. Wanneer het verzuimpercentage op school boven de 4% ligt, mag de school géén OOP’ers vervangen (dit betreft niet de oop-ers die voor de groep staan). Een leerkracht kan geen OOP’er vervangen. We maximeren het bedrag voor vervanging van leerkrachten op € 58,00 per uur.
BAPO kosten en kosten ouderschapsverlof We vereffenen BAPO kosten en ouderschapsverlof. Dat betekent dat we de scholen compenseren voor de kosten van ouderschapsverlof en BAPO verlof. De kosten voor BAPO zijn ongeveer € 100.000. De kosten voor ouderschapsverlof zijn bij benadering €45.000 We betalen dit uit een opslag op de loonkosten van 1,1% en de inkomsten vanuit de vergoeding van Ouderschapsverlof door het UWV.
Landelijke ontwikkelingen CAO ontwikkelingen en ontwikkeling Rijksbijdrage In oktober 2024 is er een nieuwe CAO afgesproken. In de CAO is een voorschot genomen op de verhoging van de rijksbijdrage in 2025. De PO raad heeft berekend dat de voorlopige rijksbijdrage voor 2025 moet worden geïndexeerd met 2,95% om de CAO te kunnen dekken. In de begroting is ook een verhoging van het materiele deel van de rijksbijdrage opgenomen. Deze indexering is 3% over het materiële deel van de bekostiging.
STEV begroting 2025 v 0.2
15
In het totaal betekent dit een verhoging van 3.275% op de rijksbijdrage zoals die over 2024 is vastgesteld.
Prijsstijgingen In de kosten hebben we op een aantal posten kritisch gekeken naar de indexering. We zijn uitgegaan van een indexering van 3,5%. In de begroting 2025 e.v. gaan we er vanuit dat de energieprijzen gelijk blijven ten opzicht van 2024.
STEV begroting 2025 v 0.2
16
Uitgangspunten meerjarenbegroting 2025 – 2029 Algemene uitgangspunten Hieronder staat een aantal uitgangspunten bij de begroting beschreven. Het is opgedeeld in 1. algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden 2. uitgangspunten voor de schoolbegroting 3. de uitgangspunten voor de gezamenlijke begroting
1. Algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden Bij STEV hanteren we een aantal algemene uitgangspunten. Deze staan hieronder vermeld: 1. We begroten weloverwogen en realistisch. Baten begroten we reëel en lasten als ze bekend zijn. a. Bij de baten maken we gebruik van de laatst bekende bekostigingsgegevens en bekende inkomsten van de samenwerkingsverbanden. b. Bij de berekening van de loonkosten maken we gebruik van de laatst bekende CAO, rekening houdend met de CAO regelingen, de bekende personele ontwikkelingen en de laatst bekende werkgevers en werknemerspremies. 2. De schoolleider is integraal verantwoordelijk voor het schoolbudget. 3. De begroting is na vaststelling taakstellend. 4. De middelen worden toegerekend aan de scholen. 5. De scholen delen naar rato van de omvang en vanuit solidariteit in de gezamenlijke kosten. 6. We kijken kritisch naar wat efficiënter gezamenlijk kan of wat op schoolniveau passender is. 7. STEV heeft op stichtingsniveau een reserve voor het afdekken van risico’s. De huidige reserve is ruim voldoende om alle risico’s af te dekken en we de continuïteit kunnen waarborgen (zie ook bijlage 1). 8. De bestuurder is verantwoordelijk voor het gezamenlijke budget en de STEV begroting.
2. Uitgangspunten schoolbudget Voor de begroting op schoolniveau hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. In beginsel komen alle baten toe aan de scholen, zoals de rijksbijdrage, etc. 2. Voor de twee BRINnummers (10SO en 19JO), die elk twee scholen omvatten, worden de locaties gefinancierd alsof het zelfstandige bekostigde scholen zijn. De middelen komen vanuit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget. 3. De schoolleider is verantwoordelijk voor de schoolbegroting. 4. Het gebouwenonderhoud wordt uitgevoerd via Anculus en de kosten worden begroot volgens het onderhoudsplan. 5. Het is een mogelijkheid om een frictieverzoek in te dienen. CvB beslist over dit verzoek. De middelen komen uit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget.
3. Uitgangspunten gezamenlijke begroting Vanuit efficiëntie en verhoging van de effectiviteit bekostigen we de volgende activiteiten gezamenlijk: • Bestuur • Kwaliteit • Personeelszaken en professionalisering STEV begroting 2025 v 0.2
17
• • •
Financiële administratie Huisvesting en ICT AVG
De gezamenlijke begroting bestaat onder andere uit de volgende kosten: • Gezamenlijke lasten voor scholing/professionalisering; • Verwachte fricties op school (zoals inhuur interim, calamiteiten, overige formatie-verzoeken); • Middelen voor uitvoering strategisch beleid; • Middelen voor onderhoud gebouwen; • Middelen voor terugdringen personeelstekort zoals het financieren van zij-instroom en additionele opleidingskosten; • Middelen voor de bedrijfsvoering; • Ziekteverzuim en samenhangende kosten zoals ARBO en vervanging. We zorgen gezamenlijk voor een laag ziekteverzuim en we delen het risico van langdurige zieken.
STEV begroting 2025 v 0.2
18
Meerjarenbegroting 2025 – 2029 | Exploitatieoverzicht inclusief toelichting Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2025-2029 Realisatie Grootboekrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
18.896.906
18.310.855
19.330.456
18.212.621
18.324.438
18.629.618
18.826.956
566.251
405.163
508.031
457.009
486.499
505.345
513.147
460.756
101.909
154.970
179.272
178.402
178.402
178.402
19.923.914
18.817.927
19.993.457
18.848.902
18.989.339
19.313.365
19.518.505
4.1 – Personeelslasten
16.638.509
16.493.402
17.135.870
15.827.517
15.884.534
16.042.957
16.255.447
4.2 – Afschrijvingen
301.035
334.676
358.446
406.610
415.789
430.239
421.604
4.3 - Huisvestingslasten
1.231.741
1.359.971
1.534.677
1.553.600
1.517.299
1.516.862
1.516.275
4.4 - Overige lasten
1.389.455
1.175.854
1.134.824
1.124.458
1.112.812
1.120.084
1.116.392
3.1 – Rijksbijdragen 3.2 - Overige overheidsbijdragen en subsidies 3.5 - Overige baten 3 – Baten
4 – Lasten
19.560.739
19.363.903
20.163.817
18.912.185
18.930.434
19.110.141
19.309.718
6.1 - Financiële baten
62.185
25.000
70.000
70.000
70.000
70.000
70.000
6.2 - Financiële lasten 6 - Financiële baten en lasten
4.209
0
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
57.976
25.000
66.000
66.000
66.000
66.000
66.000
1 – Resultaat
421.150
-520.976
-104.360
2.718
124.906
269.224
274.786
Resultaat NPO
-116.839
-524.508
-130.021
-90.221
-37.499
-10.630
-2.630
Resultaat regulier
537.989
3.532
25.661
92.939
162.405
279.854
277.416
De begroting voor 2025 komt uit op negatief resultaat van € 104.360,-. Dit wordt gedekt door het onttrekken van € 130.021 aan nog niet bestede NPO-middelen uit eerdere jaren, die zijn opgenomen in de bestemmingsreserve-NPO. Gecorrigeerd hiervoor, zien we een positief resultaat van € 25.661,voor 2025. In de komende jaren zal dit resultaat verder toenemen. Deze positieve ontwikkeling ontstaat doordat we de formatie aanpassen aan de beschikbare middelen.
(Rijks)bijdragen OC&W De Rijksbaten zijn ten opzichte van de begroting 2024 toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door een tweetal tegengestelde bewegingen. Ten eerste een stijging van de rijksbijdrage door de indexering van de rijksbijdrage. Daarnaast een daling van de rijksbijdrage door vermindering van aantallen leerlingen. In 2026 daalt de rijksbijdrage verder door de daling van leerlingaantallen. Daarna stijgt de rijksbijdrage weer door een stijging van het aantal leerlingen. Daarnaast hebben we in 2025 nog een bedrag van AMT subsidie € 365.000,- opgenomen. Het is onduidelijk of de AMT-bijdrage in deze vorm blijft bestaan.
STEV begroting 2025 v 0.2
19
Grootboekrekening 3.1.1 - Rijksbijdrage OCW/LNV
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
17.085.912
16.777.636
17.547.912
16.879.574
17.211.435
17.582.834
17.780.171
1.392.700
1.183.514
1.419.630
970.134
750.089
683.871
683.871
418.294
349.705
362.914
362.914
362.914
362.914
362.914
3.1.2 - Overige subsidies OCW 3.1.3 - Ontvangen doorbetalingen rijksbijdrage SWV 3.1 – Rijksbijdragen
18.896.906 18.310.855 19.330.456 18.212.621 18.324.438 18.629.618 18.826.956
De overige subsidies stijgen in 2025 en daarna dalen de opbrengsten. We hebben een bedrag van € 709.000,- opgenomen voor de bijzondere bekostiging van asielzoekers en vreemdelingen, die grotendeels naar de taalklassen toestromen. We verwachten de komende jaren een structurele toename van deze instroom vanwege de 5 taalklassen die we hebben. Voor de subsidie basisvaardigheden is een bedrag opgenomen van € 495.000,- voor 2025 en € 146.000.- voor 2026. Dit is de totaal beschikbare subsidie. Het resultaat op de subsidie is altijd nihil. In 2024 hebben 5 scholen de subsidie brugfunctionaris ontvangen, wat neerkomt op € 40.000,- per schooljaar voor de duur van 3 schooljaren. De ‘Doorbetalingen Rijksbijdrage’ betreffen de subsidies vanuit de verschillende samenwerkingsverbanden (Rijn & Gelderse Vallei, De Eem en Zeeluwe) en zijn lager dan de werkelijke kosten 2023, omdat we gedurende dat jaar nog allerlei arrangementen toegewezen kregen. Ook in 2024 hebben we terughoudend begroot en de omvang van arrangementen laag ingeschat. In 2025 zijn de beschikbare budgetten inclusief de arrangementen begroot.
Overige overheidsbijdragen Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Grootboekrekening
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.2.2 - Overige overheidsbijdragen
566.251
405.163
508.031
457.009
486.499
505.345
513.147
3.2 - Overige overheidsbijdragen en subsidies
566.251
405.163
508.031
457.009
486.499
505.345
513.147
De gemeentelijke bijdragen bestaan uit subsidies van diverse gemeenten. Het gaat dan vooral om begeleiding/passend onderwijs en de taalklassen. Gemeentelijke ontwikkelingen hebben invloed op de inkomsten. We hebben nu in 5 gemeenten een taalklas, waarbij de inkomsten in die taalklas vooral bestaat uit de bijzondere bekostiging nieuwkomer. Ook de inkomsten van leerlingen die op 1 februari waren ingeschreven bij de taalklassen zal voor een gedeelte worden toegerekend aan de rijksbijdragen van de taalklassen. De bijdrage van de gemeente zal dan lager worden. Waarbij wel moet worden aangemerkt dat de garantiestelling van de gemeente wel de kosten van de taalklassen moet dekken als er minder of geen opbrengsten zijn uit de bijzondere bekostiging.
STEV begroting 2025 v 0.2
20
Overige baten Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Grootboekrekening
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.5.1 - Verhuur 3.5.2 - Detachering personeel 3.5.10 - Overige (overige) baten
170.131
112.870
112.870
112.870
112.870
112.870
29.750
56.000
56.000
56.000
56.000
252.600
6.039
12.350
10.402
9.532
9.532
9.532
3.5 - Overige baten
460.756
101.909
154.970
179.272
178.402
178.402
178.402
95.870
38.026
Onder de overige baten vallen onder andere de verhuurbaten en opbrengsten van gedetacheerde medewerkers. De verhuur in 2023 was hoger doordat we met terugwerkende kracht de kosten van de Uitkijck alsnog hebben doorbelast. In de begroting 2025 is die doorbelasting opgenomen. De overige baten zijn ingeschat op basis van de realisaties uit het verleden en ons huidig inzicht. In de bovenstaande tabel valt op dat de overige baten in 2023 fors hoger waren dan in de andere jaren. Dit is te verklaren door de middelen die we destijds hebben ontvangen vanwege de leerlingen die van de Waterinkschool zijn overgestapt naar de Egelantier. Daarnaast is er extra subsidie ontvangen voor o.a. schoolmaaltijden en andere subsidies.
Personele lasten Hieronder staan de begrote personele lasten voor 2025. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Grootboekrekening 4.1.1 - Lonen en salarissen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
14.548.463
15.009.966
15.709.680
14.736.445
14.831.973
14.994.058
15.208.469
4.1.2 - Overige personele lasten
2.300.540
1.583.436
1.526.190
1.191.072
1.152.561
1.148.899
1.146.978
-210.493
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
4.1.3 - Af: uitkeringen 4.1 - Personeelslasten
16.638.509 16.493.402 17.135.870 15.827.517 15.884.534 16.042.957 16.255.447
Het verloop van de personele lasten worden hieronder nader toegelicht. Lonen en salarissen De brutosalarissen, sociale lasten en pensioenlasten zijn begroot op basis van de huidige formatie, gebaseerd op de meest recente CAO en vastgestelde premies. De salarislasten omvatten alle betalingen en verplichtingen in het jaar voor het personeel in loondienst. In het baten/lasten stelsel worden niet alleen de daadwerkelijke uitgaven van het boekjaar opgenomen, maar ook alle nabetalingen, vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen en (nog) te betalen sociale lasten, voor zover deze aan het boekjaar zijn toe te rekenen. In de begroting is een bedrag van € 40.000,- (2024: € 80.000) gereserveerd voor het aannemen en begeleiden van zij-instromers. Zij beginnen eerst voor een half jaar als onderwijsondersteuners en stromen na de zomer in de formatieve ruimte van de scholen, waarbij een deel van hun aanstelling STEV begroting 2025 v 0.2
21
bovenschools wordt bekostigd (€ 46.000-, 2024 € 81.000). Het aantal plekken hebben we van 6 verlaagd tot 3, omdat we verwachten minder zij-instromers te kunnen faciliteren door de beperkte opleidingskracht. Daarnaast is voor 2025 € 110.000,- gereserveerd voor frictiemiddelen in 2e helft van 2025. De middelen voor de eerste 7 maanden zijn al toegekend en per school verwerkt. In 2026 en verder is een bedrag van € 305.000 per jaar beschikbaar. Verder zijn er enkele verwachten bezuinigingen en uitbreidingen opgenomen per 1 augustus 2025, wat leidt tot een vermindering van 0,72 fte OP en 3,35 fte OOP. In het komende voorjaar zullen we dit verder uitwerken in het bestuursformatieplan. De stijging van de salarislasten in 2025 ten opzichte van 2024 komt door de indexering van de salarissen . De ontwikkeling van de fte’s is hieronder weergegeven.
Dir OP OOP Totaal
FTE FTE FTE FTE FTE FTE FTE Werkelijk Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 13,65 13,57 12,83 12,83 12,79 12,73 12,73 108,42 106,28 107,28 104,04 103,62 104,8 106,28 51,51 44,97 43,60 33,06 32,3 30,93 30,78 173,58 164,82 163,71 149,93 148,71 148,46 149,79
Tussen de werkelijke cijfers 2023 en de begrote cijfers 2024 is altijd een aantal fte’s voor ziektevervanging (4,3 fte). In de begroting 2025 en verder zijn er wel middelen gereserveerd voor ziektevervanging maar is er nog geen personeel op ingezet. Daarnaast waren er in 2023 4,4 fte meer ingezet op projecten dan in 2024 is begroot. Waardoor het verschil tussen 2023 en 2024 te verklaren is . In 2025 verwachten we vooral een lichte toename van fte’s OP. In 2026 zal het aantal fte’s met 13,78 dalen, voornamelijk door een afname van de fte’s op projecten (5,4 fte). Daarnaast zien we een terugloop in de reguliere formatie door een daling van het aantal leerlingenop 1 februari 2025. We hebben de formatie hierop moeten aanpassen in 2026, maar in de jaren daarna zal de reguliere formatie weer licht toenemen. De projectformatie zal in 2027 en 2028 verder dalen, wat resulteert in een totale afname van het aantal fte’s. Overige personele lasten Onder overige personele lasten zijn de niet rechtstreeks uit het salarissysteem betaalde lasten ondergebracht. Zoals de lasten van inhuur derden voor o.a. huisvesting, cursuskosten (nascholing), teamontwikkeling, bedrijfsgezondheidszorg/Arbo en lasten voor outplacement. De overige personele lasten zijn verhoogd. Voor deskundigheidsbevordering is zoals eerder benoemd een bedrag opgenomen van € 294.000,- (2023: € 250.000,-).
De kosten voor inhuur zijn verlaagd tot € 900.000,- (2024: € 1.027.000.-) omdat we nu minder en goedkoper inhuur hebben dan in 2024. Hiervan is € 700.000,- (2024: € 708.000) op de reguliere bekostiging en € 200.000 (2024: € 319.000.-) voor projecten waaronder taalklassen. STEV begroting 2025 v 0.2
22
Uitkeringen Onder ´uitkeringen´ vallen de WAZO uitkeringen van het UWV. Deze zijn gelijk gehouden voor 2025 en verder.
Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door te kijken naar de gerealiseerde investeringen t/m 2024 en geplande investeringen 2025. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, worden tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500 per investering. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2025 en verder: Aanschafwaar Aanschafwaar Aanschafwaar Aanschafwaar Aanschafwaar Aanschafwaar Aanschafwaar de de de de de de de Categorie Gebouwen en terreinen
2023
2024
2025
2026
2027
319.500
2028
2029
15.000
Leermiddelen
18.725
23.701
37.500
42.000
30.000
24.000
9.000
ICT
261.385
99.607
222.943
410.602
232.376
255.384
176.385
Meubilair Inventaris en apparatuur
24.398
45.822
68.000
20.000
22.500
17.500
10.000
Alle
20.818
79.393
11.500
3.500
3.500
24.500
4.500
325.326
392.374
333.575
295.957
273.231
248.770
248.770
Onder de post gebouwen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein en duurzaamheidsinvesteringen in het gebouw. Het betreft dus niet de post groot onderhoud (dat valt onder het MJOP). In 2025 staat een fors bedrag om te investeren in de Startbaan waarmee we het gebouw gaan verduurzamen. De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. De ICT-investeringen zijn komend jaar hoger dan in 2024. Doordat de bovenschoolse ICT-er jaarlijks gesprekken voert met de schoolleider, hebben we goed zicht op wat er wenselijk is aan ICT investeringen. Zo zien we een stijging van de ICT investeringen. In de komende jaren zullen we kritischer kijken naar de betaalbaarheid van die wensen. Doordat we de ICT-middelen collectief aanbesteden, kunnen we een goede prijs bedingen. In 2026 zullen we extra hoog investeren in ICT, omdat de licenties op de Wifipunten dan aan het eind van de levenscyclus zijn en vervangen moeten worden.
STEV begroting 2025 v 0.2
23
Dit levert de volgende afschrijvingen op. Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Afschrijvingsk osten
Categorie Gebouwe n en terreinen Leermidd elen
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
19.307
25.178
32.868
37.305
37.305
38.555
38.805
46.692
44.299
42.748
39.210
35.095
30.568
26.496
ICT
149.388
171.281
166.273
209.406
225.297
245.070
258.237
Meubilair Inventari s en apparatu ur
68.505
76.870
81.145
84.606
83.880
82.339
77.843
14.648
17.047
35.412
36.083
34.212
33.706
20.222
298.539
334.676
358.446
406.610
415.789
430.239
421.604
Alle
Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan onder andere uit de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
102.800
102.800
102.800
102.800
102.800
Grootboekrekening 4.3.1 – Huur 4.3.2 – Verzekeringen
91.001
98.800
14.494
14.000
17.000
17.000
17.000
17.000
17.000
4.3.3 – Onderhoud 4.3.4 - Energie en water 4.3.5 – Schoonmaakkosten
283.484
197.709
303.235
322.058
285.757
295.670
293.083
183.243
248.620
249.700
249.750
249.750
249.750
249.750
359.217
412.220
413.520
413.520
413.520
403.120
405.120
4.3.6 – Heffingen 4.3.7 - Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8 - Overige huisvestingslasten 4.3 – Huisvestingslasten
22.972
31.522
33.222
33.272
33.272
33.322
33.322
288.633
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
-11.303
7.100
65.200
65.200
65.200
65.200
65.200
1.231.741
1.359.971
1.534.677
1.553.600
1.517.299
1.516.862
1.516.275
Totaal De totale kosten zijn hoger vanwege de stijging van de onderhoudslasten. Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2025 zijn in lijn met 2024. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte. Groot onderhoud Op basis van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) wordt de meerjaren voorziening groot onderhoud opgesteld. Binnen deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op basis van dit plan
STEV begroting 2025 v 0.2
24
worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. De systematiek voor vaststellen van de dotatie is nog wel afhankelijk van de prijsstijgingen die jaarlijks worden opgenomen in de MJOP’s, die zullen nog verrekend gaan worden. Dat kan de dotatie nog beïnvloeden. Zekerheidshalve is er daarom een dotatie van € 350.000 opgenomen in de begroting. Hieronder een voorlopig overzicht van verloop van de voorziening. Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Groot onderhoud
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Stand per 31-12
1.216.508
3.760.000
4.037.106
4.070.003
3.949.241
3.911.361
4.147.618
dotatie -/- uitgaven groot onderhoud
2.920.516
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
377.024
72.894
317.103
470.762
387.880
113.743
533.349
Stand per 31-12
3.760.000
4.037.106
4.070.003
3.949.241
3.911.361
4.147.618
3.964.269
Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten hebben we iets verhoogd. Voor wat betreft de energie kosten gaan we uit van een stabilisatie van de prijzen uit 2024. Overige huisvestingslasten De Egelantier zit in een gebouw van de gemeente. We zijn bezig om een overeenkomst op te stellen waarin we het buitenonderhoud afkopen op basis van een bedrag per jaar. We hebben dat afkoopbedrag opgenomen onder overige huisvestingskosten.
Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. Grootboekreken ing Administratieen beheerslasten Inventaris en apparatuur Leer- en hulpmiddelen Overige lasten Totaal overige lasten