CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

240130 BVR Handelingsperspectief regio Amersfoort hires singlepage

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1213747 Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort16.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Elk deelgebied van de Regio Amersfoort kent qua natuur eigen opgaven: > Heuvelrug: een bosbeheer dat is gericht op meer gevarieerde natuurbossen en bossen die geschikt zijn voor natuur, recreatie en houtproductie en het risico op natuurbranden verkleinen. Het beschermen van de unieke natuur in dit gebied, zoals de Leusderheide, de Soesterduinen en de graslanden van vliegbasis Soesterberg. Het vergroten van het oppervlakte bos, vooral op de hellingen van de Heuvelrug, door nieuw bos aan te leggen binnen en buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Meer water vasthouden door een hoger grondwaterpeil op de hellingen van de Heuvelrug. > Eemland: het voortzetten, verbeteren en vergroten van het weidevogelbeheer in Eemland en de beheerdoelen van watervogelgebied van Arkemheen (Vogel en Habitatrichtlijn). Een meer natuurrijke Eem met natuurvriendelijke oevers en de aanleg van brede rietkragen en eilandjes in de Eemdelta en het Gooi- en Eemmeer (Natura 2000). > Gelderse Vallei: : In dit gebied is al veel bereikt in het versterken van beeknatuur en kleine landschapselementen, ook samen met landgoederen en agrarisch natuurbeheer. Voor de toekomst samen met de buurregio Foodvalley verkennen waar ruimte te behouden en aan te wijzen voor een verdere verbetering van beekdalnatuur in de Vallei, waar het water de ruimte krijgt om zelf zijn weg te

Herstel van het ecosysteem.

25

HERSTEL VAN HET ECOSYSTEEM

26

27

C. Perspectief geven aan een sociaaleconomisch landbouwsysteem Streefbeeld 2040 > Duurzame landbouw is een kernactiviteit in Regio Amersfoort, die bijdraagt aan voedselzekerheid in Nederland en daarbuiten. Het buitengebied behoudt hiervoor een landbouwareaal met ‘hoofdfunctie duurzame landbouw’. Alternatieve vormen van landbouw en landgebruik, multifunctionele landbouw, circulaire landbouw, natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer dragen bij aan een vitaal sociaaleconomisch landbouwsysteem. > De landbouw in deze regio bestaat nu en straks uit een netto duurzame mix van veel verschillende bedrijfsvormen van grootschalig tot kleinschalig, van intensief tot extensief. Deze landbouw zal voldoen aan de wettelijke doelen uit (inter) nationale verdragen en regels. > De landbouwbedrijven werken gezamenlijk aan een goede balans tussen productie van duurzaam en gezond voedsel, natuurwaarden en het beheer van het waardevolle agrarische natuur- en cultuurlandschap. Elk bedrijf levert voor deze balans een passend aandeel. > Hierbij staat een gezonde businesscase centraal. De boer produceert voedsel en beheert het landschap en verdient daarmee een goede boterham.

> Het ontwikkelen van andere verdienmodellen Voor veranderende landbouwbedrijven. Als boeren minder vee gaan houden, moet hun inkomen worden aangevuld. Dat kan bijvoorbeeld door andere gewassen te gaan telen, of nieuwe functies aan het bedrijf toe te voegen zoals het leveren van groenblauwe ecosysteemdiensten. Kansrijk voor de toekomst is lokaal verbouwd voedsel of vezels voor biobased materialen dat rechtstreeks wordt verkocht aan de inwoners en (bouw)bedrijven in het gebied (korte keten). Geleidelijk kan een lokaal of regionaal voedselsysteem ontstaan. > Verbeteren van de bodemkwaliteit. In een gezonde bodem leven meer wormen en andere nuttige organismen. Bovendien kan een gezonde bodem CO2 vastleggen en water beter vasthouden. De bodem wordt gezonder door het verbouwen van stikstofbindende gewassen maar ook door minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken en meer organische en vaste mest, volgens het principe van evenwichtsbemesting. Om dit te bereiken zal ook de nationale regelgeving moeten worden aangepast zodat de landbouwsector de bodemkwaliteit voluit kan verbeteren. > Een optimaler en flexibel waterbeheer. Klimaatadaptatie betekent onder andere het beter vasthouden van water voor gebruik in droge periodes en wanneer er te veel is voldoende bergings- en afvoermogelijkheden.

Een waterpeilbeheer is wenselijk dat zowel rekening houdt met landbouwproductie als met het beperken van bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen in veengebieden.

Wat zal veranderen? > De stikstofuitstoot moet gemiddeld 46% verminderen ten opzichte van 1 januari 2018 en emissies van broeikasgassen moeten verminderen bij boerenbedrijven in deze regio (concept UPLG). Hiervoor zijn verschillende maatregelen denkbaar zoals ander voer, innovaties in stallen, koeien vaker in de wei of het verminderen van de veestapel. Sommige bedrijven hebben misschien extra grond nodig om te extensiveren. Maar ook de eiwittransitie, agrarische natuurbeheer, ander gebruik van de stallen helpen.

> Verbeteren van de verdeling van landbouwpercelen. Boeren kunnen efficiënter werken als hun grond zo veel mogelijk rondom de boerderij ligt.

28

Volgens de ‘Landbouwvisie Provincie Utrecht’ uit 2018 ligt bij een optimaal bedrijf minstens 60% van de grond direct rond de boerderij. De rest van de grond zou op maximaal drie verschillende plekken moeten liggen.

Deze vergoedingen, gebaseerd op de werkelijke kosten worden geregeld via de beheerpakketten agrarisch natuur- en landschapsbeheer. > Behoud van voldoende grond voor de landbouw. De herverdeling van grond is een ingewikkelde puzzel die vele jaren in beslag zal nemen. Samenwerking en regie vanuit de Regio zijn daarbij cruciaal.

> Het agrarisch natuurbeheer doorzetten en uitbouwen. Denk aan het versterken van de weidevogelstand (aanvalsplan Grutto), meer natuur op en rond het erf, ecologisch beheer van sloten, slootkanten en percelen en aanleg van kleinschalige landschapselementen, zoals poelen en heggen en kruidenrijke veenweiden of inzaaien van klaver in plaats van raaigras. Bij de aanleg van ecologische verbindingen moet worden voorkomen dat roofdieren als de vos het weidevogelbeheer frustreren. Onder welke condities kan dit? > Waardering van het belang van voedselproductie en vertrouwen in de agrariër. > Duidelijkheid in welke gebieden de landbouw de hoofdfunctie blijft en in welke gebieden een mix van gebruiksfuncties wordt nagestreefd, of waar landbouwgrond moet wijken. > Garanties voor langjarige beheervergoedingen voor agrarisch natuurbeheer van 12 jaar of meer.

Duurzaam landbouwsysteem.

melkkoe is 1 GVE. De melkveehouderij in Eemland is al extensief met 1,6 GVE per ha. Van de ruim 100 melkveehouders in de Gelderse vallei heeft hier ongeveer 40% minder dan 2 GVE per ha.

Extensiveren, een rekenvoorbeeld Extensiveren betekent ‘meer grond per dier'. Het doel is momenteel vooral minder stikstof uitstoten, maar het kan ook gaan om de verandering naar een ander bedrijfsmodel. Extensiveren kan bereikt worden door het aantal dieren te verminderen of het areaal landbouwgrond te vergroten. Dit laatste kan alleen in individuele gevallen: de Regio Amersfoort wordt immers niet groter en beschermde natuur ontginnen of stedelijk gebied slopen is niet aan de orde.

Kunnen de landbouwbedrijven in de Regio Amersfoort extensiveren? Uiteraard verschillen de mogelijkheden per bedrijf. Daarnaast speelt het aantal bedrijfsbeëindigingen een rol. De Landbouwvisie Utrecht gaat ervan uit dat 40% van de agrarische bedrijven binnenkort zal stoppen en dat daarbij 30% van de landbouwgrond vrijkomt. Met die grond is het mogelijk om de bestaande melkveehouderijbedrijven (verder) te extensiveren.

Een extensief bedrijf heeft minder dan 2 grootvee eenheden (GVE) per hectare. Een GVE staat gelijk aan de mestuitstoot van een melkkoe. Eén volwassen

29

SOCIAALECONOMISCH LANDBOUWSYSTEEM

30

31

D. Stedelijk systeem baseren op nabijheid

Streefbeeld 2040 De ontwikkeling van het stedelijk gebied is essentieel voor de toekomst van het buitengebied. Daarom is in dit HPB ook het stedelijk systeem beschreven vanuit het buitengebied beschouwd. Het gezamenlijke perspectief voor de periode 2030-2040 is vastgesteld in het ‘Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!’ en tevens vervat in het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort. Het beeld wat hieruit naar voren komt: > In 2030 zijn 27.000 woningen gerealiseerd conform de afspraken in de Woondeal. De meeste daarvan staan binnen de bestaande bebouwde gebieden. In 2040 zijn daar nog tenminste 5.500 woningen aan toegevoegd. (Conform de afspraken in het BO MIRT 2022). Grote ontwikkellocaties zijn de Metropoolpoort Amersfoort Centraal-Schothorst en in het Gelderse deel de Regiopoorten Barneveld en Nijkerk. > Het stedelijke gebied met alle benodigde voorzieningen is geordend volgens de NOVI principes. Dat houdt in dat bodem en water sturend zijn voor de inrichting. Ook nabijheid is belangrijk. De ruimte wordt ingericht via het STOMPmobiliteitsprincipe: de openbare ruimte wordt eerst ingericht voor de voetganger (Stappen) en vervolgens voor de fietser (Trappen), daarna volgen het openbaar vervoer en 'mobiliteit als een service’ (denk aan deelauto’s). Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting.

De auto staat dus niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte. > Het stedelijke gebied (wonen en werken, infrastructuur) is natuurinclusief, aangepast aan klimaatverandering, CO2 neutraal en gebouwd volgens de principes van circulaire economie.

Wat zal veranderen? > Nabijheid geldt als hoofdprincipe in deze regio. Zo verandert een auto-georiënteerde stad naar een 15-minutenstad: daar is alles bij de hand op 15 minuten lopen en fietsen vanaf ov-knooppunten. Dit betekent dat stedelijke groei voor wonen en werken vooral binnen de bestaande kernen plaatsvindt. Uitbreidingslocaties buiten de kernen blijven echter nodig, bijvoorbeeld voor kleinschalige woningbouw voor de vitaliteit van de kernen (eigen groei) of voor bepaalde natuurinclusieve woonomgevingen die niet in de stad kunnen worden gebouwd. De nadruk ligt echter op bouwen binnen bestaande kernen om zo het buitengebied te sparen. > Ruimte voor wonen en werken. Naar verwachting is er de komende 20 jaar ruimte nodig voor ruim 32.000 nieuwe banen, deels in samenhang met Regio Foodvalley. Ook zijn er, volgens het Ontwikkelbeeld in 2040, 40.000 nieuwe woningen nodig waarvan er in de Woondeal van Provincie Utrecht al 27.000 zijn afgesproken tot 2030 en 5.500 na 2030. Door principes als natuurinclusief, circulair en klimaatneutraal toe te passen draagt de bouwopgave bij aan duurzaamheidsdoelen. De teelt van biobased (bouw)producten hiervoor in het buitengebied is een mogelijk nieuw verdienmodel.

32

33

> Ruimte voor energiesystemen. Energie besparen door bijvoorbeeld isolatie of zuinig elektriciteitsgebruik is eerste prioriteit om de benodigde ruimte voor opweklocaties te beperken. Toch is er ruimte nodig om het energiesysteem toekomstbestendig te maken. Het gaat om 150KV stations, energiekabels en leidingen om de opstopping van het net te verminderen, het realiseren van de opweklocaties voor wind en zon conform de RES, rekening houdend met bewoners, landbouw, kwetsbare natuurwaarden en grondwaterbeschermingsgebieden. Volgens Stedin is voor deze nieuwe energiestations ongeveer 25 hectare nodig. Voor windmolens en zonnepanelen is nog eens een veelvoud hiervan nodig. Energiewinning door zonnepanelen op daken (stad en land) is een goede manier om de impact van energiewinning op het buitengebied te beperken.

Omdat de Regio Amersfoort al erg groen is, betekent dit vooral de bestaande landschappelijke en ecologische kwaliteit versterken en op sommige plekken beter toegankelijk en beleefbaar maken. > Recreatie zoneren. Het inwonertal en de recreatiebehoefte neemt toe. De druk vanuit de recreatie is in het buitengebied een groeiend knelpunt, met name op en langs de Heuvelrug. Het is nodig om een betere balans te vinden tussen recreatief gebruik, natuurwaarden en mobiliteit. Hiervoor is een zonering nodig waar gebieden ruimtelijk en in de tijd rustig moeten zijn en waar mogelijkheden zijn voor recreatiedrukte. Het beter geleiden van recreatief verkeer en parkeren, het zorgen voor ov-toegankelijkheid, het ontlasten van de drukke recreatiegebieden door groen in en om de stad en het aantrekkelijk maken van potentiële nieuwe recreatiegebieden en zwemwater in de kernranden helpt om de recreatie beter over de regio te verdelen waardoor het minder druk wordt op de Utrechtse Heuvelrug. Waar dat passend is binnen het routenet komen extra toeristische overstappunten (TOP’s) en pleisterplaatsen met bijvoorbeeld een horecavoorziening of speeltuin.

> Ruimte voor een gezonde leefomgeving met veel groen en water voor huidige en nieuwe inwoners. Het stedelijke gebied zelf wordt groener gemaakt en beter verbonden met het buitengebied met wandelommetjes, groen ingepaste fiets-, wandel-, ruiterpaden en vaarverbindingen. Ook voor klimaatadaptatie is meer groen en water nodig wat bijdraagt aan de gezonde leefomgeving.

kwaliteit. Als dit nodig is voor het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit kan met dit beleid ook nieuwe bebouwing mogelijk worden gemaakt. De aard en omvang van deze bebouwing moet wel in redelijke verhouding staan tot deze gewenste kwaliteitsverbetering. Ook de verhouding van de nieuwe bebouwing tot de kern moet redelijk zijn. De ontwikkeling van een goede verbinding tussen stad en platteland krijgt in alle kernrandzones een prominente plaats als kwaliteitsimpuls in het landelijk gebied (bron: Omgevingsvisie Provincie Utrecht).

Wat is een kernrandzone? De kernrandzone is het gedeelte van het landelijk gebied dat direct aansluit op de grens van het stedelijk gebied die aangeeft waar de kern eindigt en het landelijk gebied begint. Deze zone is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als recreatiegebied en door de functies die hier aanwezig zijn. Denk aan volkstuinen, een manege, of een theeschenkerij. De gebiedseigen kwaliteiten en mogelijkheden van de kernrandzones vragen om specifiek gemeentelijk beleid, gericht op het behouden en versterken van de landschappelijke 34

> In de kernrandzones liggen kansen om veel functies van stad en land te combineren volgens het nabijheidsprincipe. Denk aan ommetjes, landbouw, opvang van regenwater, bosrijke recreatiegebieden, nieuwe woningen en bedrijven in vrijkomende agrarische bebouwing. De mogelijkheden en draagkracht voor functies variëren per kernrandzone en per plek in de kernrandzone. Maatwerkoplossingen zijn nodig.

> Dit levert ook schuifruimte op om tot modernisering, vergroening, verduurzaming en intensivering van het ruimtegebruik op bestaande werklocaties te komen, of eventueel om (delen van) terreinen te transformeren naar wonen. > Voor de bouw van nieuwe woningen in bestaand bebouwd gebied is voldoende geld nodig. Ook het verbeteren van de kernrandzones vraagt om investering. Hiervoor is een regionale bekostigings- en financieringsstrategie nodig. > Het is wenselijk dat elke gemeentebeleid ontwikkelt voor de stads- en dorpsranden. Voor een goede toekomst van het buitengebied is het noodzakelijk dat dit beleid regionaal wordt afgestemd anders bestaat het gevaar dat stukjes van het buitengebied ongecoördineerd worden weg-geknabbeld of beleidsregels over korte afstand verschillen. Daarbij heeft elke kernrandzone zijn eigen draagkracht en mogelijkheden. > Stedelijke en economische ontwikkeling dienen te voldoen aan (inter) nationale verdragen en regels zoals Natuurherstelwet, Vogel en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Klimaatakkoord, en op termijn de No net land take act.

Wat is hiervoor nodig? > Om het buitengebied te sparen moeten nieuwe gebouwen zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd worden. Als er dan toch in het buitengebied gebouwd moet worden, zal dat zorgvuldig worden gepland en ontworpen volgens het principe van water en bodem sturend, klimaatbestendig, energiepositief, natuurinclusief en vanuit de aanwezige gebiedskenmerken. > Bij nieuwe bouwprojecten buiten de bestaande kernen is het principe van Groen Groeit Mee verplicht: toegankelijk en beleefbaar groen groeit evenwichtig en gelijkwaardig mee met de bebouwing. Ook bij alle andere stedelijke ontwikkeling zijn de vijf waarden uit het Groen Groeit Mee Pact richtinggevend. > Bij woningbouw binnen de bestaande bebouwde gebieden is het cruciaal dat het Ov-systeem op orde is. Ov-knooppunten kunnen worden ingericht als recreatieve groene poorten naar het buitengebied (buitenpoorten). > Er moet voldoende (schuif)ruimte zijn om bedrijven te verplaatsen naar duurzame bedrijventerreinen met veel groen en water. Bedrijventerreinen zijn nodig voor de regionale economie. Ook voor verduurzaming en vergroening van bedrijventerreinen is extra ruimte nodig in het buitengebied.

35

Nabijheid in het stedelijk systeem.

NABIJHEID IN HET STEDELIJK SYSTEEM

36

37

Veranderopgaven per gebied

GELDERSE VALLEI De Gelderse Vallei kenmerkt zich momenteel door een divers kleinschalig coulisselandschap waar meerdere beken doorheen meanderen. Deze beken stromen vanaf de Veluwe langzaam in westelijke richting naar het Valleikanaal en de Eem. In dit landschap wordt ook intensief geproduceerd door de vele agrarische ondernemers die hier met hun bedrijf zijn gevestigd. Ze zijn trots op hun bedrijven en het

landschap wat ze mede beheren. Het gebied is dooraderd met houtwallen en bosjes en het Valleikanaal is onderdeel van de cultuurhistorisch waardevolle Grebbelinie. Door het agrarische land liggen op diverse plekken klompenpaden, die het landschap toegankelijk maken. In een deel van het gebied liggen eeuwenoude landgoederen met voorbeeldige combinaties van bos, natuur, landbouw en recreatie.

38

39

40

Veranderopgaven per gebied

UTRECHTSE HEUVELRUG De Utrechtse Heuvelrug kenmerkt zich door zijn robuuste bossen en heidegebieden en landgoederen. De Heuvelrug is een populaire trekker voor recreanten uit heel Nederland en het gebied is niet voor niets een Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Waardoor er ook een grote druk ligt op het gebied (drukte en overlast van verkeer). Overheden, landgoedeigenaren en

41

natuurorganisaties beheren het gebied en werken samen volgens de Samenwerkingsagenda. Diep in de ondergrond zit een grote bel met super zuiver zoetwater. Dit gezonde water komt door ondergrondse kwelstromen elders in de regio weer naar boven. Het water is van groot belang voor de natuur, de drinkwatervoorziening en de agrarische sector.

Veranderopgaven per gebied

EEMLAND Het Eemland kenmerkt zich door een zeer open polderlandschap waar de Eem slingerend doorheen stroomt. Dit is het gebied waar de weidevogel zich thuis voelt vanwege de uitgestrekte weiden, de openheid en de rust. Het gebied blijft open en weids. Waar het Eemland grenst aan de flanken van de Heuvelrug wordt het slagenlandschap gekenmerkt door heggen, singels en houtwallen langs de perceelsgrenzen met zichtlijnen richting de Eem. Agrarische ondernemers (veelal

melkveehouders) zijn in Eemland trots op hun bedrijven en op het succesvolle weidevogelbeheer. Zij organiseren hun gronden zo dat deze bijzondere vogels hier goed kunnen leven en zich ook in de toekomst thuis blijven voelen. Vanuit de stad en de dorpen is het Eemland een geliefde bestemming voor een fietstocht door de polder. In het zuidelijk deel van de Eemvallei, waar de Eem Amersfoort uitstroomt, wordt het buitengebied intensiever benut voor recreatie.

42

43

STAPELKAART

Deze kaart laat een stapeling zien van de veranderopgaven voor de vier systemen: water en bodem sturend, herstel van het ecosysteem, sociaaleconomische landbouwtransitie en stedelijk systeem gebaseerd op nabijheid. De stapeling laat een complex beeld zien. In een aantal delen van het buitengebied van de regio Amersfoort komen veel zaken samen: in delen van de Heuvelrug zoals de flanken en de zone tussen Amersfoort en Zeist; het gebied van de Gelderse Vallei van Leusden en Woudenberg; het gebied Amersfoort-Bunschoten. Zie voor de legenda bij deze stapelkaart de voorgaande legenda’s bij de vier systemen.

44

45

KAART GEBIEDSINDELING

46

47

5

HET HANDELEN

HET TOEKOMSTPERSPECTIEF DAT HIER IS GESCHETST GEEFT AL EEN MOOI OVERZICHT VAN WAT ZAL VERANDEREN EN WAT DAARVOOR NODIG IS. Alles overziend ontstaat er een beeld van het buitengebied Regio Amersfoort met enerzijds gebieden die een sterke hoofdfunctie kennen, zoals natuur, duurzame landbouw en water en anderzijds gebieden waar functies gecombineerd kunnen worden. Deze combinatiegebieden, dat zijn de kernrandzones, de hellingen van de Heuvelrug, de zone tussen Amersfoort tot Zeist, de ecologische verbindingszones en de energiezones. De gebiedsindelingskaart is een conceptuele kaart en bedoeld als indicatieve aanduiding, het is geen blauwdruk of ‘bestemmingsplan buitengebied’. Nader onderzoek en invulling is nodig om tot precieze afbakening van de gebieden te komen. Dat is maatwerk en ook afhankelijk van wat ruimtelijk mogelijk is. Inhoudelijk kunnen prioriteergebieden en combineergebieden een plek krijgen in de actualisatie van de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies.

Daar kunnen ze verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd. Om ervoor te zorgen dat alle veranderingen in goede onderlinge afstemming goed geregeld worden, is een samenwerkingsvorm nodig waarin alle verschillende belanghebbenden zich goed vertegenwoordigd voelen. Tegenwoordig wordt vaak gesproken over ‘multi stakeholder partnership’. Het doet misschien denken aan de ronde tafel van koning Arthur waar regionale kwesties besproken worden. Bij deze gesprekken moet het collectieve belang van het buitengebied centraal staan. Ook is het de plek waar open besproken kan worden wat schuurt en botst. Zo is er een verschil van mening of het UPLGdoel voor de realisatie van extra natuur, in de vorm van agrarisch natuurbeheer kan worden ingezet. En of bij die doelstelling de reeds behaalde natuurdoelen van de afgelopen jaren zoals weidevogelbeheer mogen meetellen. Dat vraagt om gezamenlijke afspraken.

Door de vier kaarten van de genoemde systemen te combineren wordt de veelheid aan overlappende opgaven zichtbaar (links). Een heldere ruimtelijke ordening is wenselijk. Dit is weergegeven in de kaart Gebiedsindeling (rechts).

48

Vrijkomende gronden en gebouwen inzetten voor de transities Er zijn autonome processen, zoals grond die vrijkomt als boeren stoppen, waardoor er letterlijk ruimte vrij komt om de gronden anders in te richten. In de landbouwvisie van de provincie staat als algemene stelregel dat de komende 15 jaar 40% van de boeren stopt. Daardoor zou er circa 30% van de grond vrijkomen voor herbestemming of herverkaveling. Belangrijk is dat de vrijkomende gronden ook ingezet worden voor het toekomstperspectief van het buitengebied. Om grondspeculatie te voorkomen is het raadzaam te onderzoeken welke juridische mogelijkheden hiervoor geschikt zijn. Uit reacties van belanghebbenden in het gebied is gebleken dat zij medezeggenschap over de herverdeling van grond erg belangrijk vinden. Een grondbank zoals ook in het UPLG wordt voorgesteld, in combinatie met een ruilverkavelingscommissie kan daarin voorzien, samen met een gebiedsmakelaar die de taak heeft vrijkomende gronden aan te kopen. Via een vereveningsprincipe zou de verkopende partij een reële prijs moeten kunnen ontvangen, onafhankelijk van de toekomstige bestemming van de grond.

Als iedereen een duit in het zakje doet en iedereen in gelijke mate kan profiteren, hoeft er geen extra geld bij te komen om de gewenste transities te realiseren. Door investeringen meer te clusteren, keuzes te maken en sommige geplande investeringen niet te doen, kan er lucht ontstaan. De gezamenlijke overheid zou dit kunnen stimuleren met financiële prikkels. Gebieden waar je kunt combineren In de regio zijn zones te bestemmen waar functies gecombineerd kunnen worden. Zo kunnen op hetzelfde stuk grond verschillende doelen tegelijk gehaald worden. Deze zones vragen om een zorgvuldig ontwerp waarin de verschillende functies goed op elkaar worden afgestemd. Daarbij hoort ook dat er functies uitgeplaatst of tegengehouden worden die niet passend zijn. Anders zou het een rommeltje kunnen worden, waar de verschillende functies elkaar beconcurreren, in plaats van dat ze van elkaar profiteren. Dat vraagt om maatwerk en nadere uitwerking die vertaald kunnen worden in omgevingsvisies- en plannen. Er ontstaan zo robuuste en herkenbare zones waar ook duidelijk is of het rustige gebieden zijn of gebieden waar meer drukte is. De optelsom zal leiden tot een complete regio. Om dit mogelijk te maken is financiële verevening nodig.

De diensten die nodig zijn om een deel van deze gebieden te onderhouden en te beheren kunnen worden uitbesteed aan partijen in het gebied die daarmee hun inkomen vergroten.

Vrijkomende agrarische bebouwing kan op verschillende manieren worden ingezet. Wat waar past is maatwerk. Zo kunnen de gebouwen een nieuwe economische bestemming krijgen, bijvoorbeeld voor de circulaire economie of energieopwekking. Ook is het denkbaar dat er door sloop ruimte komt voor nieuwbouw ten behoeve van recreatie of wonen. Vrijkomende gebouwen kunnen ook worden gesloopt om ruimte te maken voor natuurontwikkeling. Ter compensatie zou de grondeigenaar eventueel iets nieuws in de kernrandzones kunnen bouwen.

Gebieden die je moet prioriteren Om te kunnen voldoen aan de natuurdoelen, genoeg voedsel te produceren en voldoende zoet en schoon water te hebben, is het belangrijk om gebieden te bestemmen met een duidelijke hoofdfunctie en zo min mogelijk menging met andere functies. Dit zijn aaneengesloten gebieden, stiltegebieden en duidelijk herkenbare en gereguleerde gebieden. Vaak hebben deze gebieden een duidelijke eigenaar (natuur, boer, waterschap).

Geplande investeringen anders benutten Geld dat nu gereserveerd is voor aanleg, onderhoud en beheer, zowel door de publieke, semipublieke als private partijen, kan ook gebruikt worden voor de transities.

49

Bron: www.cda.nl

Een sociaaleconomische landbouwtransitie is uitgangspunt De landbouwtransitie is actueel. De doelen die op het gebied afkomen vanuit Europa, het Rijk en de provincie hebben grote consequenties voor de landbouw. Het Rijk geeft vier opties voor de verandering naar een duurzaam natuurinclusief landbouwsysteem volgens circulaire principes: innovatie, extensiveren, omschakelen en verplaatsen. Het is belangrijk dat de overheid en de ketenpartijen samen met de agrarische sector zorgen dat de landbouwtransitie economisch haalbaar en sociaal rechtvaardig verloopt. Iedere agrariër is anders en elk bedrijf vraagt maatwerk.

Dit zijn de gebieden waar de natuurdoelstellingen ten volle tot hun recht kunnen komen en de agrariërs hun eigen vak uit kunnen oefenen. Daarbij geldt wel dat de landbouwtransitie een feit is. Boeren zullen moeten blijven voldoend aan de wettelijke vereisten die steeds strenger zullen worden. Anders omgaan met water In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren, zakt het water op de Utrechtse Heuvelrug de grond in en wordt het daar vastgehouden. In het stedelijk gebied stroomt regenwater niet meer het riool in, maar naar groengebieden waar het in de bodem kan zakken. De oevers van de beken, het Valleikanaal, de Eem en het Randmeer worden natuurlijker, waardoor ze meer water kunnen vasthouden. Negatieve effecten van grondwaterwinning moeten worden beperkt.

Er zijn voorbeelden van agrariërs die minder vee zijn gaan houden en daarmee een goede boterham kunnen verdienen. Dat vraagt wel om een andere manier van denken en werken. Wat kan de eigenaar zelf en hoe kan de gemeente, regio/provincie en het rijk daarin ondersteunend zijn. Het zou helpen als boeren een eerlijke prijs betaald krijgen voor hun producten en diensten. Financiële prikkels die de conventionele landbouw in stand houden zouden gelijktijdig moeten worden afgebouwd. Een andere mogelijkheid is de producten te verkopen via landwinkels, waardoor ze direct bij de klant terecht komen en de winst van tussenpersonen verdwijnt.

Om vervuiling van het water tegen te gaan en het watersysteem gezond te houden zijn maatregelen in het hele stroomgebied nodig. Dat gaat verder dan de grenzen van het HPB. Aanpak van vervuiling begint bij de bron; in willekeurige volgorde: bij de landbouw, het stedelijk gebied, het tegengaan van riool overstorten en het beperken van de inlaat van gebiedsvreemd water uit de Rijn. Ook de verduurzaming van beroeps- en pleziervaart is noodzakelijk om uitstoot en vervuiling aan te pakken.

50

De transitie naar duurzame landbouw betekent ook dat sommige agrariërs een deel van hun bedrijfsvoering kunnen omschakelen naar andere soorten bedrijvigheid. Denk bijvoorbeeld aan loonwerkzaamheden, recreatie, energielevering of circulaire activiteiten.

Vanuit het feit dat de landbouw en landgoederen het overgrote deel van het “niet met natuur/rode functies belegde buitengebied” bezitten, beheren en onderhouden, en draagvlak voor veranderingen essentieel is, moet het de inzet zijn om het mogelijk te maken dat de huidige eigenaren en gebruikers van de gronden in staat worden gesteld de groeneblauwe diensten te leveren, dit vraagt om natuurinclusieve en structurele verdienmodellen, waarbij groenblauwe diensten worden beloond. Stel de boeren die dat willen, in staat om plattelandsondernemer te worden die vee houden en groenblauwe diensten leveren en daarmee een nog mooier, diverser en vitaler buitengebied maken. Buig bestaande financieringsstromen om naar beloning van boeren, zet de ondernemers in hun kracht, maak gebruik van die kracht.

Innovatie in de landbouw wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door verbeterde staltechnologie en diervoeders, het telen van biobased materialen zoals vezels en hout ten behoeve van de bouw. Ook de kweek van insecten als bron van eiwitten is een interessante innovatie. Er gebeuren al veel dingen in dit buitengebied die vooruitlopen op de doelen die gesteld worden in bijvoorbeeld het UPLG. Deze koplopers, bijvoorbeeld bedrijven die naar biologische/natuurinclusieve landbouw zijn overgestapt en minder vee hebben, verdienen waardering. Resultaten die zij al behaald hebben wegen mee in de doelen die gehaald moeten worden. Belangrijk is helderheid te geven over de peildatum vanaf wanneer wordt gemeten. Groenblauwe diensten gestapeld belonen Een duurzame en gezonde landbouw levert groenblauwe diensten, of ecosysteemdiensten. Dat zijn activiteiten die een bijdrage leveren aan de natuur (groen) en een gezond watersysteem (blauw). Denk aan een hogere grondwaterstand, minder vaak maaien, of het inzaaien van een bloemrijke akkerrand. Het zijn publieke ‘goederen’ die passend moeten worden beloond. Om de landbouw natuurinclusief te maken is een bedrijfsvorm nodig met een goede businesscase waar ecosysteemdiensten onderdeel van zijn. Het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid van de EU biedt hiervoor mogelijkheden.

De beloning voor groenblauwe diensten kan bestaan uit een stapeling van beloningen, waaronder:

> Rentekortingen op leningen; > Een hogere opbrengstprijs (bijvoorbeeld een meerprijs voor weidemelk).

Bij dit stapelen mag geen overcompensatie optreden met overheidsgeld (staatssteun). Het vergt ondernemerschap om de mogelijkheden van gestapeld belonen te benutten. Naast deze beloningen moeten agrarische bedrijven ook inzetten op de verkoop van producten direct aan de consument, het leveren van diensten aan burgers en bedrijven, zoals vergaderruimte of kinderopvang, en het creëren van onderscheidende producten, zoals streekproducten of een bijzondere kaas. (zie Polman en Jongeneel 2021). De Regio kan zorgen voor een gezamenlijke aanpak (zoals een puntensysteem) en een fonds voor langjarig gestapeld belonen.

> De beheerpakketten agrarisch natuurbeheer; > Private betalingen vanuit een collectief fonds

op basis van een puntensysteem (bijvoorbeeld biodiversiteitsmonitor Friesland Campina, Rabobank, WNF);

51

De transitie kan worden versneld door het belonen van ecosysteemdiensten. Dat betekent dat boeren een vergoeding krijgen voor activiteiten die goed zijn voor het milieu, maar minder goed voor de portemonnee. Denk aan een hogere grondwaterstand, minder vaak maaien, of het inzaaien van een bloemrijke akkerrand. Fiscale regelingen moeten zo worden ingezet dat activiteiten die niet gewenst zijn worden belast en activiteiten die wel gewenst zijn worden beloond. Hiermee winnen de transities aan draagvlak.

Door het benutten van de kernrandzones kunnen functies die stad en land verbinden zoals recreatie zoveel mogelijk een plek krijgen in de buurt van de woongebieden. Ook ov-knooppunten kunnen ingezet worden als groene poorten naar het buitengebied, waardoor wandelen en fietsen wordt gestimuleerd en het autogebruik wordt ontmoedigd. De druk vanuit de recreatie is in het buitengebied een groeiend knelpunt. Op een aantal plekken is het soms simpelweg te druk. Verstoring en vervuiling is een probleem voor de natuur. Het beter geleiden van recreatief verkeer en parkeren, het zorgen voor ovtoegankelijkheid, het ontlasten van de drukke recreatiegebieden door groen in en om de stad en het aantrekkelijk maken van potentiële nieuwe recreatiegebieden in de kernranden helpt om de recreatie beter over de regio te verdelen.

Het huidige mestbeleid is een rem op de verduurzaming. Op dit moment is het soms niet toegestaan om (lokale) organische mest op het land uit te rijden, maar kunstmest wel, terwijl kunstmest de bodem uitput. Het via nationale wetgeving toestaan van organische mest levert zowel financiële winst op als een bijdrage aan het gezond maken van de bodem. Het stedelijk gebied helpt mee De opgaven die op het buitengebied afkomen hebben veelal ook een relatie met het stedelijk gebied. Een toename van het aantal inwoners in de stad betekent ook een toename van het aantal recreanten in het buitengebied en toename van het aantal voedselconsumenten. Het stedelijk gebied kan ook een bijdrage leveren aan het realiseren van de gestelde doelen voor het buitengebied. Een groot deel van de nieuwe woningen en werklocaties kan bijvoorbeeld binnen de bestaande steden gebouwd worden. Dit voorkomt extra verkeersbewegingen en zorgt ervoor dat er geen grond in het buitengebied wordt ingenomen. Natuurdoelen kunnen ook in de stad gerealiseerd worden, door natuurinclusief te bouwen en natuurlijker groen in de stad aan te leggen. Er zijn goede voorbeelden van natuur in de stad, op bedrijventerreinen en in woongebieden.

Samen aan de slag Het Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort vraagt van alle partijen investeringen, maar biedt ook kansen voor een gezonde exploitatie op de langere termijn. De voorinvesteringen zullen later renderen. Het zou goed zijn om eens uit te rekenen wat het kost om niets te doen. Later repareren is vaak duurder dan nu voorkomen. Het HPB laat zien dat er veel op het buitengebied afkomt. Het laat ook zien dat met vereende kracht samengewerkt kan worden aan een goede balans. Dat vraagt van alle partijen om een inspanning en om goede samenwerking. Het collectieve belang, namelijk een vitaal buitengebied dat klaar is voor de toekomst, staat daarin centraal. In het HPB staan verschillende knoppen om aan te draaien en daar liggen verschillende keuzes aan ten grondslag.

52

Sommige keuzes zijn voor de individuele stakeholders en gemeenten afzonderlijk en sommige keuzen vragen om een specifieke collectieve en organisatorische aanpak. In de volgende paragraaf is dit uitgewerkt. Daarbij is de factor tijd van belang. Niet alles hoeft tegelijk en nu. Het herstellen en uitbreiden van natuurwaarden kan zelfs vele generaties duren, terwijl de vraag om nieuwe huizen de komende 20 jaar aan de orde is. Het slim benutten van, of combineren met, ingrepen die vanuit andere trajecten ook in dit buitengebied gaan plaatsvinden kan veel werk schelen, niet alleen in geld maar ook in tijd en in capaciteit van mensen.

Het HPB gaat over het buitengebied van het Utrechtse deel van de regio Amersfoort. UPLG gaat over de hele provincie. Daardoor is het niet 1 op 1 te relateren aan elkaar. Wanneer je het HPB ten opzichte van het UPLG zou willen positioneren dan zit het tussen de doelstellingen van het UPLG en, de nog te maken, gebiedsagenda van het UPLG in. Daarmee is het HPB, inclusief Groeidocument en Consultatierapport, een leidraad die als vertrekpunt wordt ingebracht bij de gebiedsgerichte aanpak voor de realisatie van de UPLG doelen. Om de regio Amersfoort in haar kracht te zetten binnen provinciale en nationale beleidstrajecten helpt het wanneer zoveel mogelijk stakeholders het HPB als leidraad omarmen.

Het HPB gaat inhoudelijk over meer onderwerpen dan het UPLG en tegelijk gaat het UPLG over meer aspecten dan alleen het fysieke domein. Tijdbalk met de opgaven en doelen.

53

Daarnaast gaat het HPB over meer dan het UPLG. Ook in andere domeinen zal actief gewerkt worden aan een vitaal buitengebied waar ook toekomstige generaties van kunnen genieten. Belangrijk blijft dat er sprake is van maatwerk omdat de behandelde gebieden fors van elkaar verschillen. Daarnaast zijn er opgaven die niet alleen binnen dit deel van het buitengebied kunnen worden opgelost. Het gebied is daarvoor te klein. Afstemming en afspraken bijvoorbeeld tussen de Regio Foodvalley en de Regio Amersfoort en tussen beide provincies zijn nodig. Water en natuur stoppen niet bij bestuurlijke grenzen. Een aanpak die het gebied overstijgt is een voorwaarde voor succes.

Een zorgvuldige gebiedscommunicatie is essentieel. Er valt te denken aan een platform waar alle invalshoeken in gezamenlijkheid worden besproken. Hier kan kennis worden uitgewisseld over wat er allemaal al in het buitengebied gebeurt. Er zouden ook werkbezoeken georganiseerd kunnen worden om goede voorbeelden te bekijken. Dat vergroot het draagvlak en de bewustwording van elkaars standpunten en meningen. Het ontwikkelen van gezamenlijke trots en waardering komt het handelen ten goede. Veel van wat het HPB aankaart kan meegenomen worden in andere lopende trajecten, in het bijzonder de gebiedsprocessen UPLG. Er lopen op dit moment veel initiatieven en regelingen vanuit het rijk en de provincie. Het samen slim inspelen op de mogelijkheden die al geboden worden biedt kansen voor alle partijen in het buitengebied. Dit vergt een gecoördineerde aanpak waarin provincie, regio, gemeenten en andere gebiedspartijen samenwerken.

Tot slot kunnen er zich opgaven voordoen die bepaald worden door Europese en landelijke wet- en regelgeving waar de regio geen invloed op heeft. Vanuit de regionale samenwerking zou je daar wel samen op kunnen reageren en inzicht kunnen geven in de consequenties voor het buitengebied.

Samenwerkingsagenda Het Handelingsperspectief is geschetst. Nu komt het aan op daadwerkelijk handelen. Uit het voorgaande blijkt dat dit een jarenlang en goed gecoördineerd samenspel betekent tussen alle betrokken gebiedspartijen. Dat samenspel bestaat her en der al in de Regio Amersfoort. De gemeenten werken al jaren samen als Regio Amersfoort, samen met Provincie Utrecht en het Waterschap en via Rijksprogramma’s ook in wisselwerking met het Rijk. Agrariërs en ook natuur en milieuorganisaties zijn verenigd in groeiende collectieven en bereiken samen veel. Rond thema’s of deelgebieden zoals de Heuvelrug weten publieke partijen, maatschappelijke organisaties en grondeigenaars en landgoedeigenaars elkaar steeds beter te vinden.

Agenda maken voor gebiedsoverstijgende kwesties Er zijn zaken die op gemeentelijk of provinciaal niveau worden opgepakt en er zijn zaken die grondeigenaren en grondgebruikers zelf kunnen doen. Er zijn ook zaken die collectief worden opgepakt (multi-stakeholder samenwerking zoals bijvoorbeeld in MiddenDelfland, of de Noordzeeoverleg https://www.noordzeeoverleg.nl/default.aspx )

of samen met partijen buiten de Utrechtse gemeenten van de Regio Amersfoort en de Provincie Utrecht. De provincie en de regio kan daarin wel een agenderende en verbindende rol vervullen. Het werken aan een vitaal buitengebied dat klaar is voor de toekomst vergt een jarenlange investering en betrokkenheid. Het is belangrijk dat de resultaten goed worden gemonitord en dat tussentijdse wijzigingen en inzichten goed worden gedeeld.

54

Op een aantal onderwerpen is in dit Handelingsperspectief geconstateerd dat er nog iets extra’s nodig is om te kunnen inspelen op de veranderopgaven. Wat nog mist is een samenwerkingsvorm of ‘tafel’ waarin alle partijen van overheid tot stichting gelijkwaardig mee beslissen over de koers van- en de verdeling van gronden in het buitengebied.

gerealiseerd. Ieder speelt daarin een eigen rol. Hierna is een palet aan actiepunten weergegeven per gebiedspartij. Het is een illustratie van een samenwerkingsagenda buitengebied die logischerwijs volgt uit dit handelingsperspectief, maar nog vollediger dient te worden gemaakt en nog een nadere uitwerking behoeft. De maatregelen van de afgebeelde samenwerkingsagenda illustreren hoe invulling kan worden gegeven aan de denkrichtingen en strategieën. Het vervolg moet uitwijzen welke maatregelen draagvlak kennen en haalbaar zijn.

Via de bestaande samenwerkingsverbanden en de voorgestelde ‘tafel’ worden de ambities en doelen voor het buitengebied

Stedelijk systeem Ecosysteem

Landbouw systeem Watersysteem 55

Stedelijk systeem Ecosysteem

Landbouw systeem Watersysteem

Stedelijk systeem Ecosysteem

Landbouw systeem Watersysteem

56

Stedelijk systeem Ecosysteem

Landbouw systeem Watersysteem

Stedelijk systeem Ecosysteem

Landbouw systeem Watersysteem

57

6

GOEDE VOORBEELDEN

Water- en bodemsysteem > Stichting in Goede Aarde. Bodemherstel als sleutel voor het oplossen van maatschappelijke problemen. https://www. ingoedeaarde.org/ > Boeren met de bodem, agrariërs delen hun vakkennis: https://www.ekoland.nl/ artikel/555505-bodemboeren-over-koeienmest-en-bodemleven/ > Soli4U: een platform voor kennis over verbeteren bodemkwaliteit: https://www. soil4u.nl/ > Coöperatie Agricycling. Boeren verbeteren samen de bodemkwaliteit in Friesland. https://www.agricycling.nl/over-ons > Ontstenen en vergroenen van de woonwijk Bollishof in Amersfoort, afkoppelen van hemelwater: https://www.youtube.com/ watch?v=fEXIZo_8UGc > Aanvullen van de grondwatervoorraad en herstel van kwelstromen in NoordBrabant: https://www.staatsbosbeheer.nl/ wat-we-doen/werk-in-uitvoering/baronievan-breda-herstel-kwelwaterhuishoudingulvenhoutse-bos > Een groot nieuw waterrijk natuurgebied voor waterveiligheid, gecombineerd met recreatie en wonen, Bypass Kampen en het Reevediep: https://magazines. deltaprogramma.nl/deltanieuws/2019/02/ rivieren-rijn

> Omvorming van een werkgebied naar een uniek natuurgebied in de regio Amersfoort: Vliegveld Soesterberg: https:// www.utrechtslandschap.nl/gebied/natuur/ park-vliegbasis-soesterberg > Turfweide Veenendaal: Een beschikbare akker is met behulp van LEADER geld omgevormd tot een ‘landschapskunstwerk’, waar de geschiedenis van Veenendaal in terug te zien is en gecombineerd wordt met natuurontwikkeling en water buffering. https://leaderutrechtoost.nl/portfolio-item/ turfweide-veenendaal/ > Rietoevers langs de randmeren, een beperkte ingreep met een groot effect voor de natuur: https://gastvrijerandmeren.nl/ Randmeren/Nieuws+Randmeren/393034. aspx > Landgoederen combineren van nature voedselproductie, bosbouw, waterbeheer, natuur en recreatie: https:// landgoedpijnenburg.nl/over-landgoedpijnenburg/beheer/ https://www.stichtingdeboom.nl/overlandgoed-de-boom/ Sociaaleconomisch landbouwsysteem > Boer aan het roer: een gezamenlijke proeftuin voor toekomstbestendige landbouw in de Regiodeal Foodvalley. https://boeraanhetroer.nl/ > Landgoed Velhorst van Natuurmonumenten en de Vrienden Van. Duurzame en natuurinclusieve landbouw. https://www.landgoedvelhorst.nl/missie > Het Markemodel Achterhoek: “In het Markemodel vinden boeren en sturende, betalende partijen elkaar in regionale kwaliteitsdoelen en bijbehorende beloningen voor een toekomstbestendige landbouw.

De sturende partijen en boeren overleggen met elkaar als gelijkwaardige partijen over haalbare kwaliteitsdoelen op het gebied van waterkwaliteit, biodiversiteit, ammoniak- en nitraatuitstoot en agrarisch natuurbeheer, en over wat dat oplevert.

Ecosysteemherstel > Resultaten uit het verleden tellen mee: succesvol agrarisch natuurbeheer waaronder weidevogelbeheer in Collectief Oost, Collectief Eemland en Eemland300: https://www.collectiefutrechtoost.nl https://eemland300.nl/2022 Vereniging - Collectiefeemland.nl > Natuurontwikkeling langs de Eem: https:// www.ad.nl/soest/soest-krijgt-19-hectarenatuur-erbij-met-dank-aan-buurmanamersfoort~a9b24b81/ > Het versterken van de natuurwaarden van kwelafhankelijke natuur in het Natuurnetwerk Nederland, https:// www.derijnpost.nl/lokaal/natuur-enmilieu/902298/natuurherstel-in-deachterbergse-hooilanden 58

>

>

>

>

>

>

Stedelijk systeem > De prijswinnende natuurinclusieve woonwijk Kerckebosch Zeist, https://www. gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/hetdoet-veel-goeds-voor-het-welzijn-van-debewoners/ > Maanwijk Leusden: een natuurinclusieve stadswijk waarbij de ontwikkeling ook (financieel) bijdraagt aan groen en landschap elders in het buitengebied https://maanwijk.nl/ > Een groen dorp in de stad: bewonersinitiatief De Groene Mient in Den Haag: https://www.groenemient.nl/ > Zonnepanelen en natuur: een zorgvuldig ingepast zonneveld in de Achterhoek: https://nlsolarparkdekwekerij.nl/ > Natuurinclusief bedrijventerrein, het kan zoals in Oosterwolde: https://www. ecomunitypark.com/ > Drie schuurwoningen op een erf in Dalfsen, mooi voorbeeld van rood voor rood: https://www.khvarchitecten.nl/ projecten/schuurwoning-op-voormaligboerenerf-in-dalfsen/ en misschien nog wel mooier, 12 huizen op een voormalige agrarische bestemming, een knooperf in Overijssel: Knooperf Langeveen - B+O (benoarchitects.com). > Recreatiegebied Bloeidaal en De Schammer Tegen de A28 aan, ten noorden van Leusden en aan de oostkant van Amersfoort, zijn in 2010-2011 natuurgebied Bloeidaal en recreatiegebied De Schammer aangelegd, met een waterbergingsfunctie.

In het projectteam zaten de partners Utrechts Landschap, Waterschap Vallei & Eem (nu Waterschap Vallei en Veluwe), gemeenten Leusden en Amersfoort en provincie Utrecht, aangestuurd door Bureau Ruimtewerk. De partners brachten gezamenlijk met behulp van een aantal subsidies de benodigde 38 miljoen voor Bloeidaal en De Schammer bij elkaar. Bijzonder was in dit geval dat de gemeente Amersfoort veel geld stak in een landschapsontwikkeling (en het beheer daarvan) die niet op eigen grond plaatsvond. https://www.groengroeitmee. nl/hoogwaardige-natuur-en-een-rustiguitloopgebied-langs-de-a28-bloeidaal-ende-schammer

Een regionale pilot met de belofte van landelijke opschaling.” https:// www.overheidvannu.nl/actueel/ artikelen/2023/05/23/het-markemodel-alsboeren-bestuurders-en-bedrijven-elkaarhun-vertrouwen-geven Duurzaam Boeren Drenthe: het kan, gestapeld belonen op basis van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), https://www.provincie.drenthe.nl/ duurzaamboerendrenthe/ Agroforestry op Demonstratiebedrijf voor duurzame landbouw Boerderij Tussen de Hagen (Stoutenburg te Leusden). In 2019 is hier ook het eerste deel van de silvopasture aangelegd: veeteelt met bomen, in ons geval, noten, tamme kastanjes, hoogstamfruit, bessen en voederhagen (dat laatste voor het vee). https://boerderijtussendehagen.nl/ agroforesty/ Valuta voor Veen: Valuta voor Veen is de methodiek die het mogelijk maakt om aantoonbaar CO2 te besparen in het veenweidegebied. De controlerende instantie is de Stichting Nationale Koolstofmarkt. Zo wordt de CO2-besparing gewaarborgd. De CO2-certificaten worden verkocht op PlatformCO2neutraal. https:// valutavoorveen.nl/ Boeren van Amstel. Dit is een coöperatie van boeren in het Amstelland die lokaal hun producten afzetten en een deel van hun inkomsten direct richting natuurbeheer laten stromen. Deze boeren beheren o.a. de Ronde Hoep, een van de sterkste weidevogelgebieden van Nederland. Zie link: https://www.

boerenvanamstel.nl/ons-verhaal/deweidevogels/ Bij Aaltje aan de Linie in Woudenberg: verbrede landbouw, horeca, diverse recreatieve en zakelijke functies en een divers verdienmodel: https://bijaaltje.nl/ Land van Ons: Land van Ons is een burgercoöperatie. Iedereen kan meedoen, want het landschap is van ons allemaal. n 10 jaar tijd willen we door aankopen bijdragen aan een nieuwe ecologische hoofdstructuur van 300.000 hectare, oftewel 15% van de Nederlandse landbouwgrond en hier het leven laten terugkeren! https://landvanons.nl/ Zie ook: Als Herenboer ben je eigenaar, ondernemer, producent en consument van je éigen boerderij. https://herenboeren.nl/ 59

7

VERANTWOORDING HET HANDELINGSPERSPECTIEF BUITENGEBIED REGIO AMERSFOORT IS EEN UITWERKING VAN HET ‘ONTWIKKELBEELD AMERSFOORT CENTRAAL!’. Relatie HPB en concept UPLG Het HPB zal als input gebruikt worden in het gebiedsproces van het UPLG.

In het najaar van 2022 is gestart met het maken van een Startnotitie. Hierin is de basis gelegd voor het HPB met een voorstel voor een gebiedsgerichte aanpak. Tussen de start van het traject en de afronding is er veel veranderd. Het concept UPLG is verschenen, het kabinet is gevallen en er is tot op heden nog geen landbouwakkoord. De provincie heeft besloten om het HPB niet vast te stellen maar er mee in te stemmen. Door deze ontwikkelingen wijkt het handelingsperspectief enigszins af van wat in de startnotitie (december 2022) is afgesproken. Dat betreft vooral de mate van concreetheid van de keuzes die voorliggen. Het afgesproken werkproces is conform afspraak geheel uitgevoerd. Extra inzet is er gedaan om de raden (en staten) individueel te betrekken bij de consultatie, terwijl bij de start uitgegaan was van een collectieve consultatie van raden en staten.

De afgelopen periode is er door veel partijen intensief meegewerkt aan het handelingsperspectief. We willen iedereen bedanken voor hun inbreng en inzet.

De stap van de gebiedsatelier naar een 75% einde van de zomer bleek te groot. Er is tussentijds gekozen voor het maken van een Groeidocument, op weg naar het handelingsperspectief (juli 2023) die voorgelegd is ter consultatie. Omdat tijdens de gebiedsateliers niet alle gebiedspartijen en stakeholders aanwezig zijn geweest, ontstond de indruk dat de landbouwsector zwaar vertegenwoordig was. Om hierin meer balans te krijgen is extra tijd genomen voor verdiepende gesprekken met de andere stakeholders. Dit alles heeft ertoe geleid dat er meer tijd genomen is voor het schrijven van het handelingsperspectief. Het resultaat van deze reacties en gesprekken is gebundeld in een consultatierapport dat in te zien is op www.bureauregioamersfoort.nl.

60

Gebruikte bronnen Advies PARK, bossen rond de Heuvelrug, 2021

Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort, BVR, juli 2023

Adviezen van de PARK;

Groen Groeit Mee Pact 7 februari 2022

Bekostigings en financieringsstrategie Groen Groeit Mee, Rebel Group 2022

Groen Groeit Mee; de opgaven in beeld, Bureau Buiten 2021

Blauwe Omgevingsvisie Vallei en Veluwe en de Waterbeheerplannen van HDSR en waterschap Rivierenland;

Groene Meters, WUR 2011 Infographic Voortgang Regionale Energie Strategie Regio Amersfoort 2023

Bont et al. Landbouwverkenning Provincie Utrecht tot 2025, LEI rapport 2011-042 Concept UPLG 1.0, Provincie Utrecht 2023

Kamerbrief Bodem en water sturend, I&W Kamerbrief Ruimtelijke ordening, BZK mei 2022

Concept versie 2 Ruimtelijk voorstel Provincie Utrecht

Landschappen van Nederland, Jongmans et al. 2013

Defacto Stedenbouw, Geschiktheidskaart Woon- & Werklocaties Provincie Utrecht, opgesteld door de Utrechtse waterpartners, Februari 2023

Landschapsgronden: bekijk het breed; Federatie Particulier Grondbezit mei 2022 Natuurvisie Utrecht 2050, samenwerkende natuurorganisaties Utrecht, 2023

Erisman et al. Stikstof; De sluipende effecten op natuur en gezondheid, stichting Biowetenschappen en Maatschappij 2022

Omgevingsvisie Provincie Utrecht (OpU) en de gemeentelijke omgevingsvisies;

F. Brouwer & D.J.J. Walvoort Basisregistratie Ondergrond (BRO) - Actualisatie bodemkaart Herkartering van de veengebieden in Eemland, WOt-technical report 155 WUR

Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal! 2021

Factsheet Zuidelijke Eemvallei voorbeeldgebied Groen Groeit Mee;

Platform Water Vallei en Eem, Wie stuur water en bodem, Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug, 2023

Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij;

Flyer Eemland300 open voor landbouw en natuur

Polman, N. en R. Jongeneel, Voor een natuurinclusieve landbouw zijn nieuwe verdienmodellen nodig, WUR ESB, 105(4791S), 12 november 2020

Gezond groeien in nabijheid; Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort, 2023 GIS Provincie Utrecht

Provinciaal programma wonen en werken 2023 2e cyclus, publicatiedatum 4 juli 2023

Groeidocument op weg naar het

Provinciale programma monitor woningbouw

61

Regionaal perspectief landelijk gebied regio Foodvalley Groeidocument: Deel 1: 95% / Deel 2: 85% / Deel 3: 15% 30 maart 2023 Regionale Ruimtelijke Visie Regio Amersfoort RES 1.0 Regio Amersfoort Ros et al. Gebieds- en bedrijfsgerichte handelingsperspectieven voor een duurzame landbouw in Nederland, WUR 2023 Samenwerkingsagenda nationaal park Utrechtse Heuvelrug; Stichting NURH 2022 Startnotitie Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort, december 2022 STEC Groep iov Provincie Utrecht, Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort, juni 2021 Strategisch bosbeleid: Meer en Beter Bos voor Utrecht; Uitnodigingskaders voor wind en zon van gemeenten Baarn, Soest, Leusden, Woudenberg en Bunschoten Vallei en Veluwe: natuurlijk een gevarieerde regio. Bodem, ondergrond en watersysteem in kaart, WUR voorjaar 2023 Venema, van der Meer en Jager, Landbouwstructuur in Regio Foodvalley en gemeenten Bunschoten, Leusden, Putten en Woudenberg, Wageningen Economic Research, juli 2022 Verkenning naar ruimtegebruik landbouw in 2050 voor Regio Amersfoort WUR 2021

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13854239/1