240130 BVR Handelingsperspectief regio Amersfoort hires singlepage
Tekst van het document
Handelingsperspectief
Buitengebied regio Amersfoort JANUARI 2024
WAAR KRIJGT HET BUITENGEBIED MEE TE MAKEN?
HET PERSPECTIEF
HET HANDELEN
Colofon Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Januari 2024 In opdracht van Regio Amersfoort en medeopdrachtgever Provincie Utrecht en Waterschap Vallei en Veluwe BVR adviseurs in samenwerking met Ecorys Het gebruik van teksten en beelden is toegestaan mits de bron wordt vermeld. Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden verbonden. Meer informatie: Bureau Regio Amersfoort Telefoon: (033) 469 52 60 E-mail: info@bureauregioamersfoort.nl
INHOUDSOPGAVE Samenvatting4 Wat is het HPB?4 Beleid4 Wat zegt het gebied zelf?4 Waar wordt aan gewerkt?5 Leeswijzer7 1. Handelingsperspectief buitengebied regio Amersfoort8 2. Waar krijgt het buitengebied mee te maken?10 3. Wat zegt het gebied zelf?16 4. Het perspectief18 A. Water- en bodemsysteem zijn sturend20 B. Ecosysteem herstellen24 C. Perspectief geven aan een sociaaleconomisch landbouwsysteem 28 D. Stedelijk systeem baseren op nabijheid 32 5. Het handelen48 6. Goede voorbeelden58 7. Verantwoording60 Gebruikte bronnen61
SAMENVATTING Wat is het HPB?
Beleid
De samenwerkende gemeenten in de Regio Amersfoort en de Provincie Utrecht hebben een strategie ontwikkeld om de groei van de regio in goede banen te leiden: ‘Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!’. Het Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort (HPB) is daarvan een uitwerking. Het HPB maakt duidelijk dat het buitengebied zal veranderen en schetst mogelijkheden hoe dat te doen. Het HPB zorgt voor samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen in de regio. Het is daarmee een leidraad voor de ontwikkeling van het buitengebied. Het buitengebied van de Regio Amersfoort is het landelijke gebied buiten de bebouwde kom van de negen gemeenten van de Regio Amersfoort. Dit handelingsperspectief gaat specifiek over het Utrechtse deel van Regio Amersfoort.
In de regio lopen verschillende beleidstrajecten die van invloed zijn op de toekomst van het buitengebied zoals Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid over wonen en werken, klimaataanpassing, natuurherstel en de transitie van de landbouw. Veel van dit beleid vraagt om extra ruimte, ook in het buitengebied. Als we al deze ruimtevragen in het buitengebied bij elkaar optellen zien we dat het eigenlijk niet past. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden en slimme combinaties worden gezocht.
Wat zegt het gebied zelf?
Voorafgaand aan dit document zijn er verschillende gebiedsateliers geweest met gebiedspartijen, gemeenten, provincie en andere stakeholders. De resultaten van deze fase zijn verwoord in het Groeidocument, op weg naar het handelingsperspectief van juli 2023. Het Groeidocument is voorgelegd aan verschillende belanghebbenden in de regio. Daardoor is er een goed inzicht verkregen, zij het dat niet iedereen zich persoonlijk gehoord heeft gevoeld. Zij kwamen met de volgende aandachtspunten:
Dit Handelingsperspectief Buitengebied is in opdracht van Regio Amersfoort opgesteld door BVR Adviseurs in samenwerking met Ecorys, met inbreng van de Utrechtse regiogemeenten Eemnes, Bunschoten, Baarn, Soest, Amersfoort, Leusden en Woudenberg, de Provincie Utrecht, het Waterschap Vallei en Veluwe en de direct betrokken stakeholders. Het Handelingsperspectief biedt een regionale leidraad voor de transitie naar een toekomstbestendig en vitaal buitengebied. Het Handelingsperspectief wordt door de gemeenten als vertrekpunt ingebracht bij de gesprekken met de provincie over de gebiedsgerichte aanpak van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) c.q. andere relevante programma’s. Het UPLG wordt de basis van het provinciale beleid en prioriteiten voor het landelijk gebied in de komende jaren. Het zal bovendien de transitie van het buitengebied moeten financieren. Opvolging van het HPB wordt geborgd en gemonitord in samenwerking met andere overheden en betrokken stakeholders.
> Maatwerk is gewenst; > Doelstellingen moeten rekening houden met wat er daadwerkelijk aan de hand is in een gebied; > Financiële bijdragen moeten de werkelijke kosten dekken; > Ondernemers uit de landbouw, recreatie en landgoederen voelen zich soms beperkt in hun mogelijkheden door de bestemmingsplannen; > Het gevoel bestaat dat het buitengebied de negatieve effecten van stedelijke groei op moet lossen; > Duidelijke definities en heldere communicatie zijn van groot belang.
4
Sommige belangen botsen zo sterk dat er keuzes gemaakt moeten worden. Dit handelingsperspectief voorziet in de denkrichtingen om die keuzes als regio te kunnen maken.
door meer groen aan te leggen en regenwater vast te houden. Hiervoor is voldoende geld, energie en actie nodig. Samenwerking tussen stad en buitengebied is cruciaal. Natuur Het ecosysteem is er slecht aan toe (bron: PBL, Balans leefomgeving 2023). Daarom zal de stikstof- en de broeikasgasuitstoot volgens de internationale afspraken omlaag moeten. Tegelijk is natuurherstel nodig en meer ruimte voor natuur zowel in de vorm van nieuwe natuurgebieden, als agrarisch natuurbeheer en natuurwaarden in en om de kernen. Daarvoor zijn nodig: geld, een goede balans tussen het noodzakelijke natuurherstel en de andere functies, nieuwe natuurgebieden, maar ook combinaties van natuur met andere functies.
Waar wordt aan gewerkt? Bodem en water De kwaliteit van bodem en water wordt verbeterd. Functies die veel water nodig hebben krijgen, wanneer gehandeld wordt naar het HPB, een plek in de lage en natte gebieden en functies die droge voeten vragen op de hoge droge plekken. Er wordt meer water opgeslagen in de bodem van de Utrechtse heuvelrug. Stad en land zullen zich aanpassen aan klimaatverandering, vooral
Kaart van de regio Amersfoort met de gemeenten en deelgebieden.
5
Landbouw Landbouw blijft belangrijk in de regio. Het moet wel voldoen aan de wettelijke doelen uit (inter-) nationale verdragen en regels. Er komt een goede balans tussen productie, natuurwaarden en het beheer van het landschap. De stikstofuitstoot (ammoniak) zal moeten verminderen. De kwaliteit van bodem en water in landbouwgebied wordt verbeterd. Het agrarisch natuurbeheer wordt uitgebreid. Om dit te bereiken zijn nieuwe verdienmodellen nodig en beheervergoedingen voor de langere termijn. Ook moet er voldoende grond voor de landbouw overblijven en per bedrijf de landbouwpercelen dichtbij de boerderij worden georganiseerd, bijvoorbeeld door grondruil. Binnen de sector zijn al veel goede voorbeelden en innovaties richting een duurzame en rendabele landbouw te vinden.
In de verschillende combineergebieden is ruimte voor een mix van landbouw, natuur, water, bebouwing, recreatie en bos naast elkaar. Grond en gebouwen die vrijkomen wanneer boeren stoppen kunnen ingezet worden voor de nodige veranderingen. Een grondbank kan ervoor zorgen dat vrijgekomen grond op de juiste manier wordt ingezet voor natuurontwikkeling, woningbouw of landbouw. Geld dat nu gereserveerd is voor aanleg, onderhoud en beheer kan ook anders ingezet worden en gebruikt worden voor de nodige veranderingen. Water wordt langer vastgehouden en krijgt de kans om in de grond te zakken. Natuurlijke oevers zorgen ook voor meer wateropslag. Vervuiling zal zoveel mogelijk bij de bron worden aangepakt.
Stad De regio blijft een fijne plek om te wonen en te werken. In 2030 zijn er 27.000 woningen extra gerealiseerd. De nieuwe woningen zijn natuurinclusief, watervriendelijk en aangepast aan klimaatverandering en benodigde energieopwekking, co2 neutraal en gebouwd volgens de principes van circulaire economie. Nieuwe gebouwen komen zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied. Groen, waaronder recreatie, groeit evenwichtig en gelijkwaardig mee met de bebouwing. Er is ruimte nodig om bedrijven te verplaatsen maar ook voor nieuwe werkgelegenheid en mobiliteitsmaatregelen passend bij de groeiende bevolking. Ook komt er aandacht voor de programmatische afstemming in de stads- en dorpsranden.
De landbouw verandert door gelijktijdig te innoveren en te extensiveren. Dat betekent dat er minder dieren per hectare worden gehouden. Dit is financieel haalbaar met een eerlijke beloning en het stimuleren van innovaties. Het is wenselijk dat ook het nationale mestbeleid wordt aangepast, zodat organische mest de plaats kan innemen van kunstmest. We werken toe naar een goede balans van functies in het buitengebied met perspectief voor agrariërs. De stad heeft een grote invloed op het buitengebied. Door binnen het stedelijk gebied te bouwen en de randen te benutten, wordt het buitengebied ontzien. Ook in de stad wordt water opgeslagen en natuur ontwikkeld.
Leidraad voor het handelen Op de kaart staat een globale indeling in gebieden waar duidelijke keuzes gemaakt worden en gebieden waar verschillende vraagstukken gecombineerd kunnen worden. In de zogenaamde prioriteringsgebieden krijgen landbouw, stedelijk gebruik, natuur of water voorrang als hoofdfunctie.
Voor een veelomvattend en gebiedsgericht buitengebied-beleid is regionale afstemming noodzakelijk. Voor dit alles is tevens een regionale bekostigings- en financieringsstrategie nodig.
6
Leeswijzer In hoofdstuk één leest u wat het Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort inhoudt en om welk gebied het precies gaat. Hoofdstuk twee geeft een overzicht van alle beleidsprogramma’s waar het buitengebied mee te maken krijgt. Hoofdstuk drie geeft de wensen en opvattingen weer van verschillende belanghebbenden uit de regio. In hoofdstuk vier staat een omschrijving van het water- en bodemsysteem, het herstel van het ecosysteem, het perspectief voor het landbouwsysteem en de wisselwerking met het stedelijk systeem. Bij elk systeem staat wat er gaat veranderen en hoe je dat voor elkaar kunt krijgen. In hoofdstuk vijf vindt u een kaart met een globale indeling in gebieden waar duidelijke keuzes gemaakt worden en gebieden waar verschillende vraagstukken gecombineerd kunnen worden. Vervolgens staan er actiepunten waarmee de verschillende partijen in het buitengebied aan de slag kunnen. Deze actiepunten zijn ook uitgezet op een tijdbalk. In hoofstuk 6 zijn goede voorbeelden opgenomen. In het laatste hoofdstuk zeven staat omschreven hoe het HPB tot stand is gekomen en wie eraan hebben meegewerkt.
7
1
HANDELINGSPERSPECTIEF BUITENGEBIED REGIO AMERSFOORT
DE SAMENWERKENDE GEMEENTEN IN DE REGIO AMERSFOORT EN DE PROVINCIE UTRECHT HEBBEN EEN STRATEGIE ONTWIKKELD OM DE GROEI VAN DE REGIO IN GOEDE BANEN TE LEIDEN. DE STRATEGIE IS SAMENGEVAT IN HET ‘ONTWIKKELBEELD 2030-2040: REGIO AMERSFOORT CENTRAAL!’ (2021). DE INHOUD DAARVAN IS OOK OPGENOMEN IN HET ONTWIKKELPERSPECTIEF 2030 NOVEX-GEBIED UTRECHT-AMERSFOORT. Het ontwikkelbeeld en de bijbehorende strategie zijn gebaseerd op 6 pijlers: Een fijne leefomgeving creëren door het unieke landschap te behouden en verbeteren; Keuzes maken en functies combineren om de schaarse ruimte vitaal te houden; Wonen en werken concentreren rondom bestaande knooppunten; Vergroten van de nationale betekenis van deze regio met unieke economische clusters; Inzetten op gezonde mobiliteit per fiets, voet of openbaar vervoer als volwaardig alternatief voor de auto; Bereikbaarheid vergroten met goede verbindingen voor auto, fiets, openbaar vervoer en voetgangers. ‘Handelingsperspectief buitengebied Regio Amersfoort’ (HPB) is één van de uitwerkingen van dat ontwikkelbeeld. Voor een vitaal buitengebied zijn vier systemen van belang: het water- en bodemsysteem, het ecosysteem, het landbouwsysteem en het stedelijk systeem. Deze systemen moeten afzonderlijk goed blijven functioneren, en onderling in balans zijn.
vastgesteld door de gemeenteraden en vormt de leidraad voor de gesprekken met het rijk en de provincie over de toekomst van het landelijk gebied. Het zet vraagstukken op de agenda en geeft richting aan de uitwerking van de vraagstukken. In het HPB komen zaken naar boven die groter zijn dan het gebied zelf. Deze zaken vragen om een samenwerking tussen de belanghebbenden uit het gebied en de overheden. In het hoofdstuk ‘Het handelen’ wordt hier verder op ingegaan. Andere beleidstrajecten Het HPB houdt rekening met andere beleidstrajecten, zoals de nationale programma’s (zoals NOVEX, NPLG, RES, Landbouwvisie), regionale programma’s (zoals gebiedsgerichte aanpak Utrecht, UPLG, Groen Groeit Mee, woningbouwafspraken, Strategie bedrijventerreinen Regio Amersfoort) en lokale programma’s zoals de lokale Omgevingsvisies. De concrete opgaven uit deze beleidstrajecten zijn meegenomen om in te schatten hoeveel ruimte de verschillende opgaven nodig hebben en welke impact ze zullen hebben op het buitengebied. Dat doen we ook door bij alle ontwikkelingen oog te houden voor effecten op de milieukwaliteit, bijvoorbeeld het geluid in een gebied, omdat dit medebepalend is voor de gezonde leefomgeving voor mensen die we nastreven.
Samen met gebiedspartijen Het HBP is opgesteld met gebiedspartijen en geeft inzicht in wat nodig is voor een vitaal buitengebied dat klaar is voor de toekomst. Het HPB geeft inzicht in de ontwikkelingen die om ruimte vragen in het gebied en wat gecombineerd kan worden en wat niet. Het HPB maakt duidelijk dat het buitengebied zal veranderen en schetst mogelijkheden hoe dat te doen. Het HPB is een ijkpunt waar ieder zijn of haar eigen handelen op af kan stemmen. Het HPB zorgt voor samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen in de regio. Het is daarmee een regionale leidraad voor de individuele gemeenten die zelf verantwoordelijk zijn voor de uitwerking en uitvoering van plannen in hun eigen gebied. Het HPB wordt
Het buitengebied van de Regio Amersfoort is het landelijke gebied buiten de bebouwde kom van de negen gemeenten van de Regio Amersfoort. Planologisch gezien ligt het buiten de grens van het stedelijk gebied die rondom de kernen zijn getrokken.
8
De beleidspartijen en trajecten die samenkomen binnen het buitengebied van Regio Amersfoort.
Regio Amersfoort is onderdeel van het werkgebied van waterschap Vallei en Veluwe en ligt in twee provincies: Utrecht en Gelderland. Dit handelingsperspectief gaat specifiek over het Utrechtse deel van Regio Amersfoort. De Gelderse gemeenten Nijkerk en Barneveld zijn nauw betrokken, maar maken zelf keuzes en afspraken over hun buitengebied in het bestuurlijke verband van de Regio Foodvalley.
Ondertussen is het buitengebied constant in beweging. Gronden wisselen van eigenaar, agrarische bedrijven groeien of worden gestaakt, huizen en wegen worden aangelegd, oude gebouwen gesloopt, natuur wordt ingericht en verbeterd, droge en natte tijden wisselen elkaar af, de zomers worden heter en de regenbuien heftiger. De grond in het buitengebied is in het bezit van verschillende partijen; van overheden, agrariërs, natuurorganisaties, landgoedeigenaren en verpachters, beleggers, banken en ontwikkelaars, bedrijven en particulieren. Het is een gevarieerd en aantrekkelijk landschap op zand, veen en kleigronden met open akkers en weilanden, houtwallen, verspreid staande en vaak karakteristieke bebouwing en historische elementen, sloten, wateren, velden, bossen, heide, zandverstuivingen. Het is een buitengebied om samen zuinig op te zijn.
Dit buitengebied is één samenhangend gebied, waar ongeveer dezelfde vraagstukken spelen. Het kan grofweg worden ingedeeld in de drie landschappen: Eemland - Arkemheen, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei. Daarbinnen zijn verschillende deelgebieden te onderscheiden met eigen kenmerken en vraagstukken. Het Utrechtse deel van de regio bestaat grofweg voor 25% uit stedelijk gebied en voor 75% uit buitengebied. Van die 75% is ongeveer de helft natuur en de helft landbouw. Dit buitengebied is dynamisch. Er wordt gewerkt en gewoond. Het land en het water zijn het leefgebied van planten en dieren. Bewoners en bezoekers genieten van de rust en de ruimte. 9
2
WAAR KRIJGT HET BUITENGEBIED MEE TE MAKEN?
NEDERLAND IS IN VERANDERING. GROTE ONTWIKKELINGEN ZOALS KLIMAATVERANDERING VRAGEN OM EEN ANTWOORD. ZULKE FUNDAMENTELE EN COMPLEXE VERANDERINGEN WORDEN TRANSITIES GENOEMD. ZE VRAGEN OM VERANDERING IN BELEID. Transities brengen vele opgaven met zich mee. We moeten ermee aan de slag. De opgaven waar het buitengebied voor staat, komen voort uit de transities van klimaatverandering, energie, circulaire economie en grondstoffen, landbouw en voedsel en mobiliteit. Ook vraagstukken als de woningvraag, drinkwaterbeschikbaarheid, de afname van biodiversiteit, het stikstofprobleem en de vraag naar gezonde leefomgevingen hebben aandacht nodig. Dit alles beïnvloedt ons gedrag, de keuzes, het beleid en ook de inrichting van het buitengebied. Het gebied zal hierop moeten inspelen. En bij transities weten we een ding zeker: er zijn geen pasklare antwoorden en het vergt een lange adem.
Hier volgt een overzicht van de concrete beleidsdoelen en opgaven die relevant zijn voor het buitengebied van Regio Amersfoort. Het is een aanzet, maar het geeft een goed beeld. Het verdient aanbeveling om dit overzicht regelmatig te actualiseren. Als je alle beleidsdoelen simpelweg een plek zou willen geven in Regio Amersfoort, zou dat niet passen. Kortom, keuzes maken (prioriteren) en slimme oplossingen zoeken (combineren) zijn allebei nodig. Rijksoverheid Het kabinet werkt via 26 nationale programma’s, waaronder een nieuwe Nota Ruimte, aan de toekomst van de fysieke leefomgeving in Nederland. Veel beleid komt voort uit internationale afspraken. Voor het buitengebied zijn daarbij met name van belang:
De overheid vertaalt deze opgaven in beleidsdoelen voor korte en lange termijn. Veel van deze doelen zijn afgeleid van internationale verdragen en afspraken. We zijn verplicht om opgaven in het buitengebied aan te pakken en gestelde doelen tijdig te bereiken. Een deel van de nationale doelen is door het Rijk toebedeeld aan de provincies en gemeenten, zoals het realiseren van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), uitvoering van de bossenstrategie, groenblauwe dooradering (een netwerk van sloten en houtwallen in het agrarisch gebied) en het terugdringen van de uitstoot van methaan, stikstof en broeikasgassen. Er zijn ook doelstellingen op het gebied van energie en de circulaire economie.
Europese Natuurherstelwet, Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura 2000: De biodiversiteit staat onder druk. Rond de Natura 2000-gebieden die zijn beschermd met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) is de situatie zeer urgent: veel gebieden hebben zoveel problemen met stikstof dat beschermde soorten verdwijnen. De Europese natuurherstelwet moet bijdragen aan een duurzaam herstel van beschadigde natuur in de land- en zeegebieden van de EU en om de EU-doelstellingen voor klimaat en biodiversiteit te verwezenlijken.
Samenhangende trajecten en doelen voor de toekomst In de regio zijn verschillende beleidstrajecten in ontwikkeling die van invloed zijn op de toekomst van het buitengebied. Veel gebeurt gelijktijdig en op het niveau van rijk, provincie en gemeentes. Het is van belang om steeds de samenhang te bewaren tussen deze trajecten en te zoeken naar meekoppelkansen.
Europese Kaderrichtlijn Water (KRW): De chemische en ecologische waterkwaliteit van wateren die vallen onder de Europese Kaderrichtlijn water moet uiterlijk 2027 voldoen aan de wettelijke normen. De KRW wateren in het Utrechtse deel van regio Amersfoort voldoen nu nog niet aan deze normen, al verschilt het beeld per waterlichaam. 10
De doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).
Gedetailleerde informatie: www. waterkwaliteitsportaal.nl en bij waterschap Vallei en Veluwe.
van stedelijke uitbreiding te beperken blijven de diensten van de bodem beschikbaar voor toekomstige generaties. Wat dit concreet voor Nederland betekent is nog onduidelijk.
Parijs 2015, klimaatwet: In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgas in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, bijvoorbeeld in bomen. Netto is de uitstoot dan dus nul. Het energiesysteem is een belangrijke sleutel hierin. De Rijksdoelstellingen zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord als invulling van ‘Parijs 2015’. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, streeft het kabinet naar een CO2-reductie van tenminste 55% in 2030. Het kabinet Rutte IV heeft dit doel aangescherpt tot 60% in 2030. Om dit te bereiken presenteerde het kabinet op 26 april 2023 een aanvullend klimaatpakket. Er is een klimaat- en transitiefonds gereserveerd van € 35 miljard voor de komende 10 jaar. Nederland werkt aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie die voor iedereen betaalbaar is. In 2030 moet minimaal 27% van alle gebruikte energie uit duurzame bronnen komen. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. In 2050 moeten hiervoor onder andere 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. In 2030 moeten 1,5 miljoen woningen beter zijn geïsoleerd en gebruik maken van duurzame warmte en elektriciteit.
Circulaire doelen: In 2030 moet 50% van de primaire (metalen, mineralen, oliën) grondstoffen zijn gereduceerd (Grondstoffenakkoord) en in 2050 moet de economie 100% circulair zijn. Dat betekent dat er zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruik; producten en grondstoffen worden hergebruikt; en er nauwelijks afval bestaat. Stikstofaanpak: De uitstoot van stikstof moet uiterlijk in 2035 zo zijn verminderd dat de beheerdoelen voor stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden gehaald worden. Ook de algehele staat van de natuur en luchtkwaliteit zullen hierdoor verbeteren. Nationale Bossenstrategie: Het Rijk heeft de ambitie om voor 2030 10% meer bos in Nederland te realiseren. De Rijksoverheid heeft geld beschikbaar gesteld om dit te onderzoeken. Nationaal Programma Landelijk Gebied: Dit programma zorgt voor de realisatie van alle doelen voor het landelijk gebied die gaan over Natuur (stikstofaanpak), Klimaat en Water. Dit wordt betaald uit het Transitiefonds Landelijk gebied.
No Net Land Take: Per 2050 moet Nederland de netto verstedelijking naar nul hebben teruggebracht. Dit is een beleidsdoelstelling van de Europese Commissie in het kader van de bodemgezondheidswet. Door de ‘land take’
Landbouwvisie: Omdat het Landbouwakkoord in juni 2023 is geklapt, komt het kabinet met een eigen landbouwvisie. 11
NOVEX en U-Ned: Rijk, provincies en regio’s werken samen in 16 aandachtsgebieden. In 2024 spreken zij een Regionale Investeringsagenda (RIA) af. Voor Regio Amersfoort zijn het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort en het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley van belang. ‘Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!’ is de vastgestelde basisvisie voor Regio Amersfoort binnen de NOVEX-samenwerking. Het HPB is een deeluitwerking hiervan. De inhoud van het Ontwikkelbeeld is ook opgenomen in het Ontwikkelperspectief 2030 NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. Binnen U-Ned zijn diverse programmalijnen zoals het Gebiedsonderzoek ‘Spoorzone Amersfoort en Heuvelrug’, en Regiopoorten van belang.
De ambitie is om het huidige areaal bos met 1500 hectare te vergroten (500 ha binnen Natuur Netwerk Nederland, 500 ha in de groene contourgebieden en 500 ha buiten Natuur Netwerk Nederland onder andere in de vorm van groen en water in agrarische gebieden).
Provinciale overheid en het waterschap De provincie werkt nauw samen met de gemeenten aan de toekomst van het buitengebied. Het waterschap Vallei en Veluwe beheert het watersysteem volgens de Blauwe Omgevingsvisie en het bijbehorende Blauwe Omgevingsprogramma (BOVI/BOP). De volgende trajecten en afspraken zijn van belang voor het buitengebied Regio Amersfoort:
De provincie pakt dit op in een gebiedsgerichte aanpak met veel gebiedspartijen. De UPLGdeelgebieden in regio Amersfoort komen overeen met de deelgebieden in dit HPB.
Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG): Elke provincie werkt de nationale doelen van het NPLG uit in een eigen programma. Het UPLG heeft nog een extra doel: een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. In het concept UPLG 1.0 van juli 2023 staan de provinciale doelen, kwantitatieve ambities en de beoogde aanpak via 22 principes.
Groen Groeit Mee (GGM): Groen Groeit Mee is een brede samenwerking tussen vele partijen in de Provincie Utrecht. In 2022 sloten zij een pact om het groen in de provincie te verbeteren. Vijf waarden geven de ambitie weer: 1) toegankelijk groen, 2) duurzame landbouw, 3) veerkrachtige natuur, 4) beleefbaar landschap en 5) zichtbaar water. De provincie is verantwoordelijk voor de realisatie van deze ambities. Zij heeft in een verordening opgenomen dat het groen evenwichtig mee moet groeien met nieuwe bouwprojecten.
Ruimtelijk Voorstel en Arrangement/OPU: De Minister voor Ruimtelijke Ordening heeft aan elke provincie gevraagd om te komen met een Ruimtelijk Voorstel, als integraal antwoord op de nationale ruimtelijke opgaven zoals geformuleerd in Startpakketten (2022). De eerste conceptversie van het Ruimtelijk Voorstel van Provincie Utrecht is gemaakt in nauw overleg met de regio’s, gemeenten en waterschappen (najaar 2023). Het voorstel wordt onderdeel van het gesprek met de Minister en zal leiden tot bestuurlijke In 2022 onderschreven circa 40 partners het afspraken (arrangementen). In 2024 wordt Groen Groeit Mee pact. mede als gevolg hiervan de Omgevingsvisie Provincie Utrecht aangepast.
Groen Gr oeit Mee Pact Als randvo orwaarde voor vers kwaliteit tedelijking van een vitale en en zelfs aantrekk elijke regi tandige o.
Strategisch Bosbeleid: De Provincie Utrecht maakte op basis van de landelijke bossenstrategie het Strategisch Bosbeleid. Daarin wordt ingezet op meer, vitaal, toekomstbestendig, beschermd en maatschappelijk gewaardeerd bos in 2040. 7 februari
12
2022
Hiervoor is een Handreiking opgesteld. Het definiëren, uitwerken, financieren en realiseren van groenprojecten zal gelijk opgaan met de verstedelijking tot 2040. De vuistregel hierbij is 75 m2 stedelijk groen per huishouden (direct nabij, 10 minuten lopen) en 500 m2 bereikbaar recreatief landschap (binnen 5 km, of 15 -30 minuten fietsen).
De samenwerking draagt bij aan de versterking van Regio Amersfoort als unieke plek om te wonen, werken en te leven. Het Bureau Regio Amersfoort ondersteunt de partijen hierbij. Sommige gemeenten zijn in het buitengebied actief in gesprek met onder andere grondeigenaars en terreinbeheerders. Voor het buitengebied zijn vooral van belang:
Deze hoeveelheden zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. 2023 is een testjaar voor verschillende gemeenten wat betreft nieuwe bouwprojecten. Daarnaast zijn er vier voorbeeldgebieden aangewezen, die bedoeld zijn om samen van te leren, waaronder de Zuidelijke Eemvallei.
Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal! NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort, U-Ned: Voor dit NOVEX-gebied zijn ‘Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!’ en ‘Utrecht Nabij’ samengevoegd in één Ontwikkelperspectief. Programmalijnen van U-Ned leveren ook nieuwe inzichten op zoals Regiopoorten (als groene buitenpoort) en het Gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort-Heuvelrug. In 2024 volgt in overleg met het Rijk een bijbehorende Regionale Investeringsagenda.
Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug/ Blauwe Agenda: Binnen de Samenwerkingsagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, een samenwerking van particulieren met diverse overheidslagen, is onder andere een gezamenlijke deel-agenda opgesteld voor het waterbeheer op de Heuvelrug.
Gebiedskompas A-Z: Op de Utrechtse Heuvelrug werken provincie, gemeenten, waterschap en rijk/defensie samen aan een gebiedskompas, een gezamenlijke kijk op de ontwikkeling van het centrale gebied tussen Amersfoort en Zeist. Hier is veel dynamiek van infrastructuur en ontwikkeling van Defensie. Tegelijkertijd is het gebied van groot belang voor water, natuur en recreatie.
Natuurvisie: Hoofdlijnen van het provinciaal natuurbeleid zijn de inzet op een robuust netwerk en meer aandacht voor beleefbaarheid en toegankelijkheid van natuurgebieden.
Er is een gebiedssamenwerking gestart onder de titel A(mersfoort) tot Z(eist), waarbinnen ontwerpend onderzoek plaatsvindt en de inpassing van de defensie-ontwikkeling wordt opgepakt. Hierbij worden de voorwaarden voor en de consequenties van de ontwikkeling van de defensieterreinen in beeld gebracht. De resultaten van deze gebiedssamenwerking worden benut bij het Gebiedsonderzoek ‘Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone’. Dit Gebiedsonderzoek brengt verschillende trajecten in de Heuvelrugzone bij elkaar. Zo wordt in het Gebiedsonderzoek de duurzame ontwikkeling van de Heuvelrugzone in relatie tot de verstedelijkingsopgave verder uitgewerkt.
Ook investeert Provincie Utrecht in de kwaliteit van natuurgebieden en de bescherming van plant- en diersoorten. Provincie Utrecht zorgt ervoor dat de natuur de ruimte krijgt in robuuste aaneengesloten natuurgebieden. Daarbij is aandacht voor vergroting van de huidige gebieden en voor het ruimtelijk beschermen en verbinden ervan. De provincie zet in op duurzaam benutten en financieren van de natuur. Daarbij wordt het beschermen van de natuur steeds zorgvuldig afgewogen tegen andere belangen. Regio Amersfoort/gemeenten De Regio Amersfoort is een ‘lichte samenwerking’ van de 9 betrokken gemeenten samen met de partners provincie en waterschap. Zij richten zich op opgaven die de hele regio aangaan. Deze samenwerking leidt tot concrete resultaten voor de deelnemende gemeenten en partners, waaronder dit HPB.
De verstedelijking neemt toe en daarmee ook de noodzaak om nog zorgvuldiger om te gaan met de Heuvelrugzone als verbindend groengebied binnen het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort.
13
Ook richt het Gebiedsonderzoek zich op de uitwerking van de Metropoolpoort Amersfoort Centraal-Amersfoort Schothorst. Het gaat daarbij over een mogelijke verdichting na 2030 voor wonen, werken en voorzieningen rondom de stations en over het mogelijk maken van een mobiliteitstransitie.
Die is te vinden in de bestaande stedelijke omgeving en in het buitengebied (denk aan agrarische werkgelegenheid, maar ook aan diensten in voormalige agrarische bebouwing). Hoe meer mensen er komen wonen, hoe meer ze zullen willen recreëren. Het is belangrijk om al deze recreanten goed over de regio te verspreiden in recreatiegebieden in en om de kernen en in bos- en natuurgebied die geschikt zijn voor recreatie. Hiervoor zijn tientallen tot honderden hectares nodig.
Woondeal en programmering wonen, werken en recreatie: Zoals overal in het land, is er ook in de Regio Amersfoort behoefte aan meer woningen. De Regio wil ervoor zorgen dat er voldoende betaalbare woningen komen, door te sturen op een goed aanbod dat verspreid over de tijd zal worden gerealiseerd. Het gaat de komende 20 jaar om 40.000 nieuwe woningen. Met de Minister is via een Woondeal afgesproken om voor 2030 27.000 woningen te realiseren en 5.500 na 2030 in het Utrechtse deel van de regio. Het grootste deel van deze woningen zal ingepast worden binnen bestaande bebouwde gebieden.
Regionale Energiestrategie (RES) en ruimte voor energiesystemen: Er wordt hard gewerkt aan afspraken over de grootschalige opwek van zon- en windenergie tot 2030 (0,5 Terawattuur). Inmiddels is er een Voortgangsrapportage (juni 2023) waaruit blijkt dat de realisatie van de doelen achterloopt. Voor windmolens en zonnepanelen is nog eens een veelvoud aan Terawattuur nodig. Vanuit de provincie loopt de planMER om de meest kansrijke locaties voor wind in beeld te brengen.
Een kleiner deel wordt gebouwd in nieuwe woonbuurten in het buitengebied. In totaal komen er in het buitengebied in deze periode 2.590 woningen bij. (Programma woningbouw Regio Amersfoort).
Windturbines zijn zeer efficiënt en hebben zelf niet zo veel ruimte nodig, maar ze hebben wel een ruime hindercirkel waarin sommige andere functies niet of beperkt zijn toegestaan. Zonnevelden vragen uit zichzelf al veel ruimte. Exacte locaties en benodigde oppervlaktes zijn nog niet bekend . De netbeheerders geven aan dat het elektriciteitsnet moet worden versterkt. Hiervoor zijn tenminste een aantal extra hoofdstations nodig en de bijbehorende kabels en leidingen. Het gaat om een Tennet station in Amersfoort – Bunschoten, een Stedin station in Amersfoort Noord én in Soest/Baarn en een Liander station in Nijkerk. Volgens Stedin is voor deze nieuwe energiestations ongeveer 25 hectare nodig.
Met bijvoorbeeld een gemiddelde ‘Vinex dichtheid’ van 25-35 woningen per hectare is daarvoor 72 tot 104 hectare buitengebied nodig. Door compacter en hoger te bouwen is een kleinere footprint mogelijk. Bij een eigentijdse vorm van (compacte) stedenbouw waarin klimaat, water en groen ook de ruimte krijgen en wandelen en fietsen voorop staan, kan als geheel nog wat meer ruimte nodig zijn. Naar verwachting is er de komende 20 jaar ook ruimte nodig voor ruim 32.000 banen, deels in samenhang met Regio Foodvalley. In de regionale programmering is tot 2040 9 ha werkgebied opgenomen in de ontwikkeling van de nieuwe Amersfoortse wijk Bovenduist.
Landbouwtransitie: In Regio Amersfoort is momenteel ruim 11.000 hectare landbouwgrond. In Eemland en Gelderse Vallei ligt de nadruk op veeteelt; In Eemland met name melkveehouderij en in de Gelderse vallei ook melkveehouderij maar wat opvalt is ook de intensieve (gebouw-gebonden) veeteelt.
Adviesbureau Stec Groep heeft een inschatting gemaakt van de extra hectares bedrijventerrein die nodig zijn. Hun inschatting varieert tussen 4 en 40 ha tot 2030 exclusief een vervangingsvraag van 18 ha. Buiten de bedrijventerreinen zal ook ruimte nodig zijn voor werkgelegenheid.
In totaal is het aantal Nederlandse grootveeeenheden (GVE) in deze regio circa 45.000 GVE (LEI gegevens uit 2011, Landbouwverkenning Provincie Utrecht 2025). 14
Voor concurrerende groei, schaalvergroting en het voldoen aan wetgeving is ruimte nodig om mest uit te rijden, voedergewassen te telen en stallen te bouwen. De WUR raamde de autonome ruimtevraag op circa 2.000 hectare voor de hele Regio Amersfoort, dus inclusief Nijkerk en Barneveld. Het Utrechtse deel van de regio Amersfoort is ongeveer de helft, dus de autonome ruimtevraag is ongeveer 1.000 ha.
Toch is er ook fysieke ruimte nodig voor functies die de wens hebben om zich verder te ontwikkelen. De hierboven beschreven ruimtevragen tellen op tot circa 100 – 166 hectare voor stedelijke functies (wonen, werken, energie en recreëren) in het buitengebied. Uit onderzoek van de WUR blijkt dat de ruimtevraag vanuit de huidige landbouw voor deze regio ongeveer 1.000 hectare bedraagt naar 2050 (waarbij extensivering is meegerekend). Daar komt nog bij de ruimte voor recreatie en de UPLG opgaven. In het concept UPLG 1.0 staat een tabel met bandbreedtes van ruimtevragen die zijn afgeleid van de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Deze hectares hebben betrekking op de gehele Provincie Utrecht. De diverse posten zullen overlappen, zoals de bossenstrategie en groenblauwe dooradering (houtwallen, houtsingels ed.).
De landbouw in regio Amersfoort bevindt zich in een transitie naar meer natuurinclusieve kringlooplandbouw. In het UPLG zijn hiervoor de doelen neergezet. In de gebiedsprocessen van het provinciale UPLG (de gebiedsgerichte aanpak) zal met de collectieven en individuele agrariërs om tafel gezocht worden naar de bedrijfstechnisch en sociaaleconomisch beste mix van innovaties en technische maatregelen, extensivering of verplaatsing dan wel bedrijfsbeëindiging. Ruimtelijke verdeling Alle bovenstaande vraagstukken vragen om ruimte. Wat zien we als we al deze ruimtevragen bij elkaar optellen? Het is meteen duidelijk dat zowel het stedelijk als het landelijk gebied op vele fronten zullen moeten veranderen. Om ruimte te besparen kunnen bepaalde ruimtevragen deels worden gecombineerd, zoals energieopwekking en stedelijke ontwikkeling of natuurbeheer en landbouw.
Uiteindelijk kan het om zes- tot zevenduizend hectare extra natuurgebied gaan (Natuur Netwerk Nederland) en tien tot veertigduizend extra hectares agrarisch natuurbeheergebied, in de gehele provincie tot 2050. Een vertaling naar de Regio Amersfoort is in het UPLG niet gemaakt. Het vergt immers maatwerk in de gebiedsprocessen om te bepalen wat passend en haalbaar is. De nationale doelen moeten echter wel worden gehaald.
Een rekensom op de achterkant van een bierviltje kan al wat gevoel geven voor de totale ruimtevraag in de regio Amersfoort. > Stel we hebben circa 100 – 166 ha extra stedelijk gebruik nodig; > Stel we nemen voor het gemak even 20% van de UPLG hectares voor deze regio Amersfoort, naar rato van oppervlakte. En we gaan ervanuit dat recreatieve doelen en ruimte voor water kunnen worden gecombineerd in deze hectares; > Dan resulteert dit in een bandbreedte van 1.200 -1.400 ha extra NNN gebied en 2.000 – 9.400 ha extra agrarische natuur. De totale optelsom wordt dan: > Circa 1.000 extra ha voor landbouwgebruik (ca 10% groter dan nu) > Circa 1.300 – 1.500 extra hectare ruimte voor stedelijk gebruik en natuur (dit is 12 - 14% van het agrarisch gebied) > Circa 2.000 – 9.400 extra ha voor agrarisch natuurbeheer (de helft tot twee keer zoveel) 15
De ruimtevragers die ruimte van het agrarisch gebied vragen: wonen, werken, energie, natuur, gezondheid en recreatie.
3
WAT ZEGT HET GEBIED ZELF?
IN JULI 2023 IS HET ‘GROEIDOCUMENT, OP WEG NAAR HET HANDELINGSPERSPECTIEF BUITENGEBIED REGIO AMERSFOORT’ RONDGESTUURD NAAR EEN GROTE GROEP BELANGHEBBENDEN. ZIJ KONDEN OP HET DOCUMENT REAGEREN. UIT DEZE REACTIES IS EEN BEELD ONTSTAAN VAN WAT DE VERSCHILLENDE STAKEHOLDERS ZEGGEN OVER HET BUITENGEBIED. Waarover bestaat een gedeeld beeld? Iedereen heeft behoefte aan een globale gebiedsindeling waarop staat welke functies waar prioriteit hebben en waar de gebieden liggen waar de grootste veranderingen zijn te verwachten. De afgelopen jaren ontstond er een beeld dat alles anders moet, terwijl er ook gebieden zijn met een hoge waarde voor natuur, recreatie en/of landbouw. Die gebieden wil men graag met rust laten. Er is behoefte aan een kaart waarop verschillende zones staan aangegeven, die abstract genoeg is en ruimte laat voor lokale uitwerking.
Daar hoort wel een langjarige financiering bij met realistische afspraken over aanleg, onderhoud en beheer. Iedereen ziet kansen in het herbestemmen en herverkavelen van grond die vrijkomt als agrariërs stoppen. Een grondbank spreekt aan. Dit moet echter niet volledig door de overheid worden bepaald. Grondeigenaren willen zelf ook zeggenschap hebben over de manier waarop deze gronden worden herverdeeld. Wat schuurt op dit moment en kan verbeterd worden? De normatieve benadering, bijvoorbeeld zoals die ervaren wordt van Groen Groeit Mee of het UPLG, roept weerstand op. Het gevoel leeft dat er onvoldoende wordt gekeken naar wat er daadwerkelijk aan de hand is in het gebied, en naar wat er al gebeurt. De vaak kwantitatieve doelstellingen worden gezien als extra claims, waardoor het huidige grondgebruik wordt beperkt. Maatwerk is gewenst. Dat geldt ook voor de interpretatie van begrippen als vitale natuur. De beleving van de mensen in het gebied is soms anders dan wat ecologen laten zien. Het hanteren van duidelijke definities en goede communicatie over de interpretatie van cijfers is nodig om begrip te krijgen.
Het aanwijzen van kernrandzones, de zones aangrenzend aan het stedelijk gebied, wordt breed omarmd. In deze zones kunnen stedelijke en landelijke functies landen die de nabijheid van de stad nodig hebben. Dat voorkomt onnodige verkeersbewegingen en zorgt voor meer stiltegebieden in het buitengebied. Wel verschillen de draagkracht en mogelijkheden voor stedelijke georiënteerde functies per kernrandzone. Het verbeteren van de water- en bodemkwaliteit is voor iedereen evident. Dat komt het gebied ten goede, zowel voor de natuur, de landbouw als de stedeling.
Een voorbeeld. Op dit moment wordt op circa 1/3e van het landbouwareaal agrarisch natuurbeheer gevoerd. De regio is dus al een koploper en voorbeeld voor andere landbouwgebieden.
Waar velen naar op zoek zijn is de balans tussen wat aan het gebied wordt opgelegd (top down) en wat het gebied zelf kan regelen en organiseren (bottom up). Landgoedeigenaren, agrariërs verenigd in coöperaties, het waterschap en natuurbeheerders werken nu al goed samen in het gebied. Dat is een stevige basis om de extra doelstellingen die op het gebied afkomen samen op te pakken. Er leeft een wens voor waardering voor wat er al gebeurt en de mogelijkheid voor grondgebruikers om zelf het initiatief te nemen.
Partijen zijn bereid een bijdrage te leveren aan de doelen die gesteld worden maar missen, naast waardering, de financiële bijdragen die de werkelijke kosten en investeringen dekken. Geconstateerd wordt dat agrariërs en natuurbeheerders verschillende financiële vergoedingen krijgen voor hetzelfde werk. 16
Ook houden subsidieregelingen het soms tegen om op een andere bedrijfsvoering over te gaan. Koplopers zouden juist beloond moeten worden. Ondernemers uit de landbouw, recreatie en landgoederen voelen zich soms beperkt in hun mogelijkheden door de bestemmingsplannen. Verschil in beleid tussen gebieden of gemeenten wordt gevoeld als ongelijke behandeling.
Schaarste aan stroom en water is een (inter) nationaal probleem en vraagt om keuzes die het gebied te boven gaan. De doelstellingen van het NPLG, en daarmee het UPLG, hebben grote gevolgen voor de landbouwsector. Conventionele landbouw zal plaats maken voor andere vormen die klimaatneutraal, circulair en natuurinclusief zijn, waarbij extensivering van de landbouw een van de middelen is om dit te bereiken. Er vindt een verschuiving plaats van de productie van dierlijke eiwitten zoals melk en vlees naar plantaardige eiwitten zoals bonen of vezels voor biobased materialen. Ook de aandacht voor dierenwelzijn zal impact hebben op de conventionele landbouw. Nieuwe vormen van landbouw zijn nodig en dat vraagt om investeringen. Tegelijk zijn er agrariërs die willen blijven doen wat ze altijd deden.
Het gevoel bestaat dat het buitengebied de negatieve effecten van stedelijke groei op moeten lossen. De wederkerigheid tussen stedelijk en landelijk gebied wordt gemist. Het zou helpen om duidelijk te maken wat er allemaal binnen het stedelijk gebied gebeurt en hoe het landelijk gebied daarvan profiteert. Wat botst en vraagt om het maken van keuzes? Hoe om te gaan met de hele waterhuishouding in het gebied is een heikele kwestie. Verschillend grondgebruik maar ook de weidevogelgebieden en de veengebieden vragen om verschillende waterpeilen. Vervuiling van het water wordt niet alleen veroorzaakt binnen het gebied, maar vooral ook erbuiten. Om voldoende schoon water te hebben is het belangrijk om water vast te houden en in de bodem te laten zakken in plaats van het af te voeren. Flexibel waterpeil, water vasthouden en het aanpakken van vervuiling bij de bron is nodig. Voor het drinkwater wordt grondwater onttrokken. In combinatie met overige onttrekkingen en lokaal peilbeheer beïnvloedt dit de waterhuishouding. Waar negatieve effecten van grondwateronttrekkingen aanwezig zijn moeten gezamenlijke keuzes gemaakt worden om de effecten te beperken.
Natuur, recreatie en landbouw vragen allemaal iets anders van het buitengebied. Grasland voor natuur is ander gras dan voor de landbouw, recreatie gaat niet goed samen met de stille natuurgebieden. Een gebiedsindeling waarin duidelijk wordt welke functie waar prioriteit heeft kan helpen. Tegelijkertijd moet gekeken worden of alles wel kan in het buitengebied.
Sfeerimpressie van het regioatelier.
De uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES) roept weerstand op. Vooral wanneer het gaat om de opweklocaties (windmolens, zonnevelden, energiestations). Er worden nu afspraken gemaakt tot 2030, terwijl nu al bekend is dat de vraag daarna groter zal zijn. 17
4
HET PERSPECTIEF
DE OPGAVEN VOOR DE TOEKOMST BRENGEN ONVERMIJDELIJK VERANDERINGEN MET ZICH MEE VOOR HET BUITENGEBIED. ALLES WAT WAARDEVOL IS MOET BEHOUDEN BLIJVEN, MAAR BODEM EN WATER, ECOLOGIE, LANDBOUW EN STEDELIJK GEBRUIK ZULLEN OP DE SCHOP GAAN. Gelukkig zijn er al veel goede ontwikkelingen die passen bij het gewenste toekomstbeeld van de Regio Amersfoort. De Regio en het Rijk werken al een paar jaar samen aan de uitvoering van het ‘Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort Centraal!’. Ook is er een woondeal afgesproken. Boeren werken al jaren met succes aan agrarisch natuurbeheer: Inmiddels is een derde van het landbouwareaal in de regio in agrarisch natuurbeheer. Het gebied is daarmee een koploper in Nederland. In het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug werken gronden landgoedeigenaars, terreinbeheerders, gemeenten, waterschap en particulieren samen aan belangrijke vraagstukken, waaronder waterbeheer (De Blauwe Agenda).
Deze vier systemen zijn op dit moment in onbalans. Het watersysteem is bijvoorbeeld in de loop van honderden jaren met zorg aangelegd om water zo snel mogelijk af te voeren. Door de klimaatverandering is het nu juist nodig om het water in de grond te laten zakken en vast te houden. De landbouwproductie is geoptimaliseerd via landinrichting en innovaties, maar de huidige vorm van de landbouw schaadt de natuur op sommige plekken. Het ecosysteem is verstoord en kan zich daardoor minder goed aanpassen aan het veranderende klimaat. Er is een groot woningtekort, maar de manier waarop we wonen, werken en ons verplaatsen kost te veel ruimte en tast de kwaliteit van onze leefomgeving aan.
Systeem doorgronden: behoud, herstel, verandering Als we alle nieuwe ruimtevragers optellen bij het huidige gebruik dan past het niet. We moeten keuzes maken en slimme combinaties zoeken. Dit HPB streeft naar een nieuwe en betere balans in het buitengebied. Immers, de opgaven voor het buitengebied zijn fors. Alles op zijn beloop laten of alleen je eigen pad volgen kan niet. Het buitengebied vraagt om samenhang en om dingen samen aan te pakken. Voor een vitaal buitengebied zijn vier systemen van belang. Deze systemen moeten afzonderlijk goed blijven functioneren, en onderling in balans zijn:
Verandering is nodig om de systemen afzonderlijk en in samenhang klaar te maken voor de toekomst. Dat betekent dat er gewerkt moet worden aan behoud, herstel en vernieuwing van de vier systemen en dat er gedurende de transitietijd telkens dwarsverbanden gelegd moeten worden. Zo bewaren we de samenhang. Bijvoorbeeld: Werken aan een betere bodemkwaliteit verbetert tegelijkertijd de waterkwaliteit en helpt tegen verdroging. Meer groen en biodiversiteit in de stad is goed voor de natuur, helpt tegen hittestress en zorgt dat de stad het water beter kan vasthouden. Dit vermindert ook de kans op riool-overstorten die het kostbare oppervlaktewater in het buitengebied vervuilen. Regenwater kan namelijk in het stadsgroen de grond in zakken, in plaats van het riool te overbelasten.
> Water- en bodemsysteem zijn sturend > Herstel van het ecosysteem > Perspectief op een sociaaleconomisch landbouwsysteem > Stedelijk systeem gebaseerd op nabijheid
18
Streefbeelden en strategieën voor systemen en verschillende gebieden Per systeem geven we een streefbeeld. Dat is telkens gebaseerd op de inbreng van stakeholders tijdens de gebiedsateliers en de verdiepende gesprekken. Vervolgens kaarten we aan hoe te handelen om dat streefbeeld te bereiken. Wanneer dat relevant is maken we onderscheid tussen de deelgebieden Eemland, Heuvelrug en Gelderse Vallei en de verschillende overgangszones. Tot slot schetsen we wat er nodig is om de gewenste veranderingen in de regio tot stand te brengen.
Het regionale samenwerkingsverband speelt een belangrijke rol in een samenhangende aanpak van deze systemen. Maar niet op alle noodzakelijke maatregelen heeft de regio direct invloed. Hoofdstuk 5 Het handelen gaat daar dieper op in. Hiervoor is het nodig om anders samen te werken, lusten en lasten beter te verdelen, met elkaar te leren en het handelen aan te passen. Het vraagt ook om een aanpassing van de fysieke leefomgeving. Hieronder staat in een paar hoofdpunten het streefbeeld per systeem.
De regio Amersfoort: waar de systemen ruimte vragen.
19
A. Water- en bodemsysteem zijn sturend Streefbeeld 2040 Bodem en water hebben vanaf 2027 een goede ecologische en chemische kwaliteit en voldoen aan (inter)nationale verdragen en regels, zoals Kaderrichtlijn Water. Het water- en bodemsysteem is robuust en bestand tegen klimaatverandering. De natuurlijke opbouw (hoog-droog, laag-nat) van de Regio Amersfoort met Heuvelrug, Eemland en Gelderse Vallei en het bijbehorende watersysteem zijn bepalend voor ruimtegebruik en ruimtelijke ontwikkeling, zowel boven- als ondergronds. Dat betekent dat functies die veel water nodig hebben een plek krijgen in de lage en natte gebieden en functies die droge voeten vragen op de hoge droge plekken belanden.
Het waterschap werkt hard om deze stoffen uit het water te halen. Het zal nog lang duren voor alle stoffen aan de normen voldoen. Het verduurzamen van de beroepsvaart en de recreatievaart draagt ook bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit in bijvoorbeeld de Eem. > Herstel van de ‘blauwe motor’ De blauwe motor is een term die het waterschap hanteert voor het grondwatersysteem en betreft de watervoorraad in de zandgrond van de Utrechtse Heuvelrug. Door extra water in de grond te laten zakken kan deze voorraad worden aangevuld. Ook is het van belang om water beter vast te houden op de hellingen van de Heuvelrug. Dat zorgt ervoor dat er grondwater naar de Gelderse Vallei blijft stromen. Negatieve effecten van grondwaterwinning moeten worden beperkt. Uit gegevens van het waterschap (Platform Water, Vallei en Eem, 2023) blijkt dat de drinkwaterwinning in principe in evenwicht is met de aanvulling van het grondwater. ’s Zomers is dit echter niet het geval, omdat er dan veel water vanuit de Heuvelrug wegstroomt en verdampt. Bovendien zijn de effecten van grondwaterwinning op sommige plekken groter dan op andere plekken. Het is belangrijk om meer water op de Heuvelrug de grond in te laten stromen en het beter vast te houden. De diepe grondwatervoorraad kan worden aangevuld door regenwater niet in het riool te laten stromen, maar het de grond in te laten zakken.
Een andere manier van bosbeheer kan ervoor zorgen dat er minder water verdampt. Stuwen kunnen het water langer vastgehouden op de hellingen van de Heuvelrug. Het aanvullen van de grondwatervoorraad duurt vele decennia.
Wat zal veranderen? > Verbeteren van de bodemkwaliteit (structuur en voedselrijkdom) met meer dierlijke mest en plantenresten. Dit vergroot het bodemleven, legt CO2 vast en zorgt ervoor dat de bodem meer water kan vasthouden. Ook is het noodzakelijk om minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gaan gebruiken. Voor veel (natuur) gebieden, bloeiende bermen en slootranden is juist een voedselarme bodem nodig om kwetsbare dier- en plantensoorten een kans te geven. > Verbeteren van de chemische en ecologische waterkwaliteit van de beken, het Valleikanaal en de Eem. Het gaat om het verminderen van het nutriëntengehalte (stikstof- en fosfaatverbindingen). De grootste bronnen van stikstof en fosfaat zijn de landbouw en gezuiverd water uit rioolwaterzuiveringsinstallaties, maar ook de inlaat van gebiedsvreemd Rijnwater. Op middellange termijn kan de waterkwaliteit van Valleikanaal en Eem verbeteren door het voorkomen van riool overstorten bij hevige regenbuien. Hiervoor is het nodig dat gemeenten ervoor zorgen dat regenwater niet in het riool terecht komt. Dat kan gecombineerd worden met de aanleg van meer groen in de stad, waar het regenwater de grond in kan zakken. Het verminderen van vervuiling door medicijnresten, pesticiden of PFAS gebeurt via regelgeving op Europees en nationaal niveau.
> Stad en land aanpassen aan klimaatverandering Klimaatverandering zorgt voor extreme regenbuien. Om overstromingen te voorkomen zijn er plekken in de regio nodig waar water kan worden opgevangen. Daarom is het belangrijk om niet te bouwen in de laaggelegen gebieden. 20
Deze plekken zijn immers nodig voor de opvang van water tijdens extreme regen. Als we de waterstanden beter en sneller kunnen aanpassen met flexibel peilbeheer, kunnen we bodemdaling voorkomen als het te droog is en ruimte maken voor de opvang van regenwater als het te nat is. Dit maakt de regio minder afhankelijk van water van buiten. Het peilbeheer is ook een sleutel bij het voorkomen van CO2 en methaanuitstoot uit de bodem. Als veengrond droog komt te staan, vergaat het veen. Hierbij komen CO2 en methaan vrij, twee ongewenste broeikasgassen. Tegelijkertijd daalt de bodem omdat het veen vergaat. Hierdoor wordt de bodem natter en moet er harder gepompt worden om droge voeten te houden. Het is een vicieuze cirkel. Daarom heeft het remmen van bodemdaling in de veengebieden prioriteit. Door het waterpeil in de sloten te verhogen, zal ook het grondwater in het veld hoger komen te staan, waardoor er minder veen vergaat. Extra ruimte voor waterberging moet samen met Regio Foodvalley worden gezocht en is te vinden in de natuurlijke lage delen bovenstrooms van Amersfoort langs het Valleikanaal en langs de beken.
Extra groen in de stad zorgt ervoor dat het minder warm wordt tijdens hete zomers. Het aanvullen van de grondwatervoorraad helpt tegen verdroging. Stad en land hebben elkaar nodig om de regio aan te passen aan klimaatverandering en wateroverlast, hittestress en verdroging te voorkomen. Diepe aardwarmte of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) zijn hernieuwbare energiebronnen die bijdragen aan de klimaatambities mits zorgvuldig toegepast. Wat is hiervoor nodig? > Voor al deze maatregelen is voldoende geld, energie en actie nodig. Het vergt vooral een lange adem en toewijding. > Oplossingen liggen zowel in de stad als in het buitengebied en hangen met elkaar samen. Samenwerking tussen stad en buitengebied is daarom cruciaal. > Regelgeving en de praktijk met betrekking tot kunstmestgebruik moeten worden aangepast, zodat andere bemesting mag en een betere bodemkwaliteit mogelijk wordt.
Grondwater aanvullen = meer vasthouden De grondwatervoorraad in de Regio Amersfoort is een belangrijke collectieve waarde waarvan we de zorg delen met de buurregio’s en provincies. Uit de diepe grondwatervoorraad wordt drinkwater gewonnen. Uit de gegevens van het waterschap blijkt dat de hoeveelheid gewonnen drinkwater gemiddeld in evenwicht is met de hoeveelheid aanvulling door neerslag. Lokaal kan de grondwaterstand dalen door de winningen, wat negatief is voor agrariërs en de natuur. 80-90% van het grondwater wordt echter afgevoerd via het oppervlaktewatersysteem. Wil je het grondwater aanvullen, dan moet je meer water vasthouden. Een goede water- en bodemkwaliteit is daarbij essentieel voor natuur en landbouw en om in de toekomst een goede drinkwaterkwaliteit te behouden.
Het grondwater kan hierdoor in de hellingen lokaal circa 0,5 m stijgen, mits dat geen wateroverlast veroorzaakt voor bijvoorbeeld boeren. Op sommige plekken is een andere inrichting van het hellinggebied nodig. Voor de toekomstige drinkwatervoorziening wordt ingezet op brondiversificatie, een mix van grondwaterbronnen en alternatieve bronnen (zoals oppervlaktewater) te benutten. Minder grondwaterwinning voor het sproeien van landbouwgrond: een verbetering van de bodemkwaliteit kan helpen om meer water in de bodem vast te houden. Sproeien is dan minder snel nodig. Ander bos- en natuurbeheer op de Heuvelrug. Het veranderen van monotoon naaldbos naar gemengd (loof)bos en open terrein vermindert het verlies van water door verdamping. Bij naaldbomen verdampt er ook ’s winters water via de naalden. Loofbomen zijn dan kaal.
Meer regenwater in de bodem op de Heuvelrug laten zakken om de grondwatervoorraad te vergroten duurt vele decennia. Water langer vasthouden op de hellingen (flanken) van de Heuvelrug met stuwen in de sloten.
Wat de regio kan doen: gemeenten, waterschap en provincie kunnen toewerken naar een netto aanvulling van het grondwater door ruimte te reserveren om water de grond in te laten zakken en vast te houden. 21
BODEM- EN WATERSYSTEEM ZIJN STUREND
22
23
B. Ecosysteem herstellen
Streefbeeld 2040 > De natuur van het buitengebied in de Regio Amersfoort bestaat uit een beschermd Gooi en Eemmeer met brede rietoevers; open en natte weidevogel- en watervogelgebieden van Eemland en Arkemheen. De biodiversiteit is er groot en de natuur is robuust en in balans. > De Eem is een natuurlijke verbinder, die wordt gevoed door de vele beken in de Gelderse Vallei. Elke beek heeft voldoende ruimte voor natuurlijke dynamiek van (over)stroming. De lage en nattere delen van de Gelderse Vallei hebben broekbossen en kruidenrijke blauwgraslanden. Op de hogere delen liggen akkers, houtwallen en houtsingels. > Dit kleinschalige coulisselandschap werkt als een groen netwerk voor planten en dieren en is een verbindingsroute tussen Heuvelrug en Veluwe (Groene Valleilint). > Op de Heuvelrug liggen gevarieerde bossen die geschikt zijn voor natuur, recreatie en houtproductie, maar ook kwetsbare grasland-, heide- en stuifzandgebieden. Waar grondwater uit de Heuvelrug naar boven komt zijn zeldzame natuurwaarden te vinden. > In de dorpen en steden (met name aan de randen), op erven en landgoederen is ook waardevolle natuur, die is verbonden met de natuur van het buitengebied.
> Het terugdringen van de stikstofuitstoot en tegelijk het herstel van de natuur is nodig en wettelijk verplicht. Het natuurbeheer moet voldoen aan (inter)nationale verdragen en regels: de Natuurherstelwet, de Vogel en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water. In het (concept) UPLG is voor de hele provincie beschreven welke doelen er behaald moeten worden en om welke oppervlaktes dat gaat. Systeemherstel betekent: minder stikstof, een verbetering van bodem- en waterkwaliteit en grondwaterstromen, een beter beheer van de huidige natuur, meer nieuwe natuur en het beter onderling verbinden van natuurgebieden. > Beperk de stikstof- en broeikasgasuitstoot, zowel in stad als land. Dit is een opgave voor iedereen: minder uitstoot uit mobiliteit, vliegverkeer, bedrijven en de landbouw. > Realiseer meer natuur, zodat de bestaande natuurgebieden rustiger worden en beter met elkaar worden verbonden. In het Concept UPLG is berekend hoeveel ruimte daarvoor nodig is in de provincie Utrecht. > Meer agrarisch natuurbeheer, natuurwaarden in (gifvrije) landbouwgebieden worden vergroot met extensieve kruidenrijke graslanden, sloten, houtwallen en andere kleine landschapselementen, het maken van ecologische verbindingen tussen natuurlijke gebieden, ecologisch beheer van perceelranden, sloten, slootkanten en erven.
Met name vlakbij bestaande natuurgebieden zijn extensivering van landbouwgronden en agrarisch natuurbeheer zinvol. In het Concept UPLG is berekend hoeveel ruimte daarvoor nodig is in de provincie Utrecht.
Wat zal veranderen? > Systeemherstel van de natuur. Het aantal planten- en diersoorten neemt af door doordat leefgebieden in steeds kleinere stukjes worden verdeeld. Ze worden doorsneden door wegen, verstoord door verkeer en recreanten, vervuild en vernietigd. Door klimaatverandering verdrogen bossen en worden ze zwak. De uitstoot van stikstofdioxiden en ammoniak uit stad en land legt een deken van stikstof over de natuur. De overmaat aan voedingsstoffen en bijkomende verzuring van de bodem zijn desastreus voor droge en voedselarme natuur, maar ze zijn ook slecht voor alle andere natuur en mensen. 24
> Meer natuurwaarden in en om de kernen. Deze opgave is onderdeel van het programma ‘Groen Groeit Mee’ en is goed te combineren met de aanleg van sloten en houtwallen in het agrarisch gebied, het biodivers inrichten en beheren van het groen, de aanleg van nieuw bos en recreatie. Het valt deels samen met de opgave van agrarisch natuurbeheer en de benodigde aanpassing aan klimaatverandering door minder afdichting van de bodem.
vinden. Met sloten en houtwallen een nog robuustere ecologische verbinding creëren tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Wat is hiervoor nodig? > Voor herstel van de natuur is voor lange tijd meer geld nodig. Dit geld komt van het Rijk en de Provincie, aangevuld met bijdragen van gemeenten en andere partijen. Ook is er meer ruimte nodig voor natuur in het buitengebied van Regio Amersfoort. Een goede balans tussen het noodzakelijke natuurherstel en de andere functies en gebruikers van het buitengebied is belangrijk. Het is in de eerste plaats belangrijk dat goede kwaliteit van de natuur voorop staat, in plaats van een bepaald aantal hectares. > Reeds behaalde resultaten in de regio voor agrarisch natuurbeheer zoals weidevogelbeheer zouden moeten meetellen in het bepalen van de opgave voor de komende jaren. Vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied moeten er keuzes gemaakt worden voor nieuwe natuurgebieden, maar vooral is het wenselijk om in alles natuurinclusief te handelen en combinaties te maken van bijvoorbeeld natuur en recreatie, natuur en water, natuur en landbouw, natuur en wonen en natuur en bedrijventerreinen.