CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

23.173 Stec Groep Omgevingsprogramma Wonen gemeente Bunschoten - definitief.pdf

Commissie Ruimte 7 mei 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen13.098 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Prognose 2030 15

Bron: Companen (juni 2024), bewerking Stec Groep (2024).

15

Prognose 2040 15

29

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Tabel 7: Huisvestingsopgave Beschermd Wonen tot 2030 Scenario

BW – Wmo intramuraal

BW – Wmo Beschermd Thuis

BW – Wlz (GGZ-W)

Basis prognose

10

0

0

Trendprognose

10

5

15

Bron: Companen (juni 2024), bewerking Stec Groep (2024).

Tabel 8: Totale behoefte aan zelfstandige woonruimte onder uitstromers Behoefte aan zelfstandige woonruimte

Doelgroep Uitstroom Beschermd Wonen

2

Uitstroom Jeugdzorg met verblijf

4

- waarvan AMV

1

Uitstroom Maatschappelijke Opvang

2

Uitstroom detentie

0

Uitstroom Forensische zorg

1

Totaal

9

Bron: Companen (juni 2024), bewerking Stec Groep (2024).

Overige aandachtsgroepen vormen kleine opgave Ook voor de overige aandachtsgroepen brachten we de opgave in beeld. We zien dat het aantal arbeidsmigranten de afgelopen jaren is toegenomen. In de Regio Amersfoort, waar Bunschoten onder valt, gaat het om de huisvesting van zo’n 1.725 arbeidsmigranten tot 2030. Er is een jaarlijkse woonbehoefte vanuit statushouders. De taakstelling 6 van Bunschoten zal op circa 66 statushouders per jaar uitkomen. Vertaald naar een woonbehoefte gaan we uit ongeveer 33 geraamde woningen per jaar (met een gemiddelde huishoudensgrootte).

Tabel 9: Huisvestingsopgave arbeidsmigranten tot 2030 naar regio Regio

Shortstay Midstay

Longstay (Sociale) huur

Koop

Totaal aantal arbeidsmigranten

410

810

335

170

1.725

Regio U10

1.820

4.365

1.815

910

8.910

Foodvalley

395

515

195

95

1.200

2.625

5.690

2.345

1.175

11.835

Regio Amersfoort

Provincie totaal

Bron: Companen (juni 2024), bewerking Stec Groep (2024).

6

De gegeven aantallen voor zowel de taakstelling als de woningbehoefte zijn gebaseerd op het midden van de bandbreedte. De daadwerkelijke bandbreedte is tussen de 24 en 104 voor de taakstelling en tussen de 14 en 52 voor de woningbehoefte.

30

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Tabel 10: Woningbehoefte 7 statushouders gemeente Bunschoten Woningbehoefte statushouders (bij gemiddelde huishoudensomvang)

Prognose Trendmatig scenario (gemiddelde afgelopen 5 jaar)

16

Hoog scenario (gemiddelde hoogste 2 jaren)

39

Bron: Companen (juni 2024), bewerking Stec Groep (2024).

Het trendmatig- en hoog scenario liggen fors uit elkaar. Dit komt doordat het trendmatig scenario uitgaat van de praktijk van de afgelopen jaren, hierbij was de insteek om zoveel mogelijk gezinnen te huisvesten. Het hoge scenario schetst een complexer beeld. Dit scenario gaat uit van een situatie waarin meer dan 85% van de statushouders op de wachtlijst van het COA alleenstaanden zijn. Dit brengt een dringende behoefte aan kleine woningen met zich mee. Bovendien moeten we rekening houden met de komst van nareizigers, wat betekent dat een deel van de alleenstaanden op termijn als gezin herhuisvest zal worden.

Figuur 6: Historische en verwachte toekomstige huisvestingsopgave statushouders 60

53

50

50 40

52

52

35 29

30 20

52

14

30

16

16

15

2019

2020

31

30

2021

2022

28

28

28

2024

2025

2026

10 0 2013

2014

2015

2016

2017

Historisch

2018

Trendmatig scenario

2023

Hoog scenario

Bron: Companen (juni, 2024), bewerking Stec Groep (2024).

7

De gegeven aantallen voor de woningbehoefte zijn gebaseerd op het midden van de bandbreedte. De daadwerkelijk bandbreedte is tussen de 14 en 18 voor het trendmatig scenario en tussen de 26 en 52 voor het hoog scenario.

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Goed wonen gaat over meer dan alleen wonen en zorg Om fijn te kunnen wonen is meer nodig dan alleen een passend woon- en zorgaanbod. Het gaat ook over welzijn: ontmoeten, de mogelijkheid tot recreatie, gemeenschapsgevoel, een toegankelijke openbare ruimte et cetera. Een deel van de zorgopgaven is dus eigenlijk geen woon- of zorgvraagstuk, maar een welzijnsvraagstuk. Voor een actief en sociaal bestaan is de verbinding tussen onze inwoners belangrijk. Helemaal wanneer zorg meer en meer thuis geleverd gaat worden. Een sterke sociale basis helpt hierbij. Deze stimuleert ontmoeting, helpt eenzaamheid te voorkomen, bevordert zelfredzaamheid en zorgt ervoor dat problemen zoveel mogelijk voorkomen en/of eerder gesignaleerd worden. Dit zodat inwoners niet in zware (zorg)trajecten terecht komen. Het samenbrengen van formele en informele zorg is belangrijk voor het creëren van een sterke sociale basis. We moeten dus niet alleen aandacht hebben voor wonen en zorg, maar ook voor welzijn. De balans in de zilveren driehoek. Alleen zo kunnen we de toekomstige zorgopgaven van ouderen en andere aandachtsgroepen opvangen.

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Integraal samenwerken vanuit gezondheidszorg, sociaal domein en fysieke inrichting is nodig om de gezondheid van inwoners te bewaken, beschermen en bevorderen. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (begin 2023 opgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gemeenten, GGD’en en zorgverzekeraars) is gericht op een integrale lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Het doel is een gezonde generatie in 2040 met weerbare gezonde mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving (positieve gezondheid), waarin sprake is van een sterke sociale basis.

31

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

3.2 Wat is onze visie? Positieve gezondheid als basis Positieve gezondheid biedt een bredere kijk op gezondheid. Het gaat verder dan enkel het ontbreken van klachten en gezondheidsproblemen. Ruimte voor de persoon en omgeving is belangrijk. Met zes dimensies kunnen mensen met deze methodiek reflecteren op hun eigen gezondheid: • lichaamsfuncties (fitheid ,slapen, eten); • mentaal welbevinden (communiceren, veerkracht); • zingeving (zinvol leven, blijven leren); • kwaliteit van leven (genieten, balans, veilig voelen); • meedoen (sociaal participeren, contacten, steun); • dagelijks functioneren (zorgen voor jezelf, werken, hulp kunnen vragen). Vertaald naar de fysieke leefomgeving, waarmee gezondheid, kwaliteit van leven, eigen regie en betrokkenheid van inwoners letterlijk vorm krijgen betekent dit bijvoorbeeld: • lichaamsfuncties (zorg, ondersteuningen en beweging en gezond voedsel); • mentaal welbevinden (herkenbaarheid, duurzaamheid en klimaat, ruimte voor diversiteit); • zingeving (ervaren, ruimte voor rust en herstel, cultuur en identiteit); • kwaliteit van leven (veilige omgeving, prettig wonen, landschap en natuur); • meedoen (ontmoeten en samenwerken, activiteiten in de buurt, zinvol bezig zijn); dagelijks functioneren (bereikbaarheid ov, winkels en voorzieningen, toegang tot informatie).

We faciliteren en stimuleren uiteenlopende (geclusterde) woon(zorg)vormen Ouderen en andere mensen met een (extramurale) zorgvraag moeten zoveel mogelijk in het eigen dorp kunnen blijven wonen. Ouderen willen namelijk wel verhuizen, maar vaak alleen naar een passende (en betaalbare) woning in de directe omgeving (in verband met hun netwerk). We stimuleren en faciliteren daarom in alle kernen (geclusterde) woon(zorg)vormen. Het liefst zo dicht mogelijk bij (zorg)voorzieningen. Dit zodat men zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen en zorg goed (formeel én informeel) geleverd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan ‘hofjeswonen’ en ‘intergenerationeel wonen’. Voorbeelden hiervan zijn woonconcepten waarbij nultreden woningen rondom een gezamenlijke tuin zijn gebouwd en/of waar jongeren (zorggevers) en ouderen (zorgvragers) samenwonen in één complex. We hanteren daarbij de flexibele vastgoedbenadering. Waar mogelijk realiseren we (geclusterde) woon(zorg)concepten die flexibel zijn en ook voor andere zorg- en niet-zorgdoelgroepen op de woningmarkt ingezet kunnen worden. Dit betekent dat deze locaties een woonfunctie krijgen. Hiermee verkleinen we risico’s en vergroten we de toekomstbestendigheid van onze woningvoorraad.

Dit betekent ook dat we overwegen om op uitbreidingslocaties zoals Rengerswetering aanvullende voorzieningen overwegen zoals een huisartsenpost om zo tot goed spreiding van doelgroepen kunnen komen. We kunnen daarbij niet beloven dat iedereen tot het eind van zijn of haar leven in zijn of haar eigen kern kan blijven wonen. Er zit een grens aan de zorg die op kleinschalig niveau kan worden aangeboden. Zwaardere zorg kan bijvoorbeeld niet in elke kern worden verleend, hiervoor is clustering noodzakelijk. Afhankelijk van het type zorgvraag zal dus mogelijk een verhuisbeweging gemaakt moeten worden.

32

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Bron: Stichting Knarrenhof Nederland

Zorgzame buurten zijn noodzakelijk om langer thuis te kunnen wonen Om langer thuis te kunnen wonen is omkijken naar elkaar van levensbelang. Hiervoor zijn zorgzame buurten essentieel. Hier zetten we dus op in. Het idee: jong en oud kent elkaar en helpt elkaar met de kleine dingen, als toevoeging op het bestaande aanbod van professionele hulp en dienstverlening. Zorgzame buurten leggen hiermee de link tussen de informele zorg (zelfzorg, mantelzorg, burenhulp en vrijwilligerswerk) en de formele of professionele zorg. Deze link is noodzakelijk voor de vroeg detectie van kwetsbare mensen en de ondersteuning van informele zorgverleners. Daarnaast zorgt dit ervoor dat met minder professionele gezichten in de buurt (onvermijdelijk!) toch de juiste zorg en ondersteuning geleverd kan worden. In onze zorgzame buurten werken welzijns- en zorgpartners samen met partners uit andere sectoren. Zo ontstaat er een lokaal netwerk dat bestaat uit de buurt en de welzijns- en zorgpartners. Dit zorgt ervoor dat iedereen, ongeacht zijn of haar ondersteuningsvraag, comfortabel kan wonen. Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid en tegen eenzaamheid De verbinding tussen onze inwoners is belangrijk voor een actief en sociaal bestaan. Helemaal wanneer zorg meer en meer thuis geleverd gaat worden.

De gemeente Bunschoten kenmerkt zich door relatief kleinschalige kernen waar men nog naar elkaar omkijkt en elkaar te hulp schiet waar nodig. Dit koesteren we en willen we daarom verder stimuleren waar we dat kunnen. Diversiteit is daarbij van belang: kwetsbare inwoners, ouderen en nieuwkomers moeten allemaal mee kunnen doen en zich thuis voelen in onze dorpen. Een goede sociale basis is daarvoor belangrijk. Dit betekent: een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen kern.

33

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Integraal beleidskader Sociaal Domein – Samen Verder Met het integraal beleidskader Samen Verder (2024 – 2027) vormen wij de basis voor ons beleid en onze initiatieven op het gebied van zorg en welzijn. Het beleidskader is opgesteld met als doel een inclusieve en veerkrachtige samenleving te bevorderen, waarin al onze inwoners de kans krijgen om zich te ontwikkelen en actief deel te nemen aan de gemeenschap.

Wij zetten ons in voor het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen door middel van het WOZO-programma, dat zelfredzaamheid, digitale zorg en passende zorg aan huis benadrukt. Wij werken actief aan de bouw van voldoende senioren- en levensloopbestendige woningen, zoals knarrenhofjes, die drempelloos en geclusterd zijn. Daarnaast besteden wij in het omgevingsprogramma wonen aandacht aan de specifieke woonbehoeften van 65-plussers, met veilige en aantrekkelijke woon- en leefomgevingen als speerpunt. Bij de ontwikkeling van nieuwe woonlocaties houden we rekening met de behoeften van ouderen, wat resulteert in betaalbare woningen op aantrekkelijke locaties. We ondersteunen ouderen bij het zelfstandig wonen door woningaanpassingen, hulp bij het huishouden en vervoersvoorzieningen te bieden. Dit alles gebeurt binnen een samenhangend beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn, waarbij samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties, woningcorporaties en marktpartijen essentieel is. Een mooi voorbeeld van een dergelijke samenwerking is welzijnsorganisatie De Boei die samen met De Haven steunsystemen in de wijk heeft opgezet. Dit soort acties getuigen van de kracht van onze sociale basis binnen de gemeente. We beschouwen dit niet als vanzelfsprekend en blijven hier actief aan werken. Een sterke sociale basis is voor ons essentieel voor het welzijn van onze inwoners.

Wij zetten ons in voor het versterken van netwerken en gemeenschappen, het bevorderen van ontmoetingsplekken en het ondersteunen van vrijwilligerswerk. Door een sterke sociale basis kunnen lichte hulpvragen lokaal worden opgevangen, waardoor zwaardere zorg kan worden voorkomen.

34

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

3.3 Wat gaan we doen? Hieronder vatten we puntsgewijs onze actiepunten rondom dit thema beknopt samen. In de separate uitvoeringsagenda werken we per actiepunt uit wat het actiepunt exact inhoudt, hoe we de uitwerking hiervan vormgeven, met wie we dit doen en in welke periode dit gaat gebeuren.

Visie

Wat gaan we doen?

We faciliteren en stimuleren uiteenlopende (geclusterde) woon(zorg)vormen

•

Locaties rondom zorg en voorzieningen in beeld brengen: We blijven (samen met de woningcorporatie en zorgpartijen) in kaart brengen welke locaties het meest geschikt zijn voor de bouw van de (geclusterde) nultreden en zorggeschikte woningen. Op deze locaties moet (in eerste instantie) ingezet worden op de bouw van deze woningen. Dit delen we actief met onze woonzorgpartners.

•

Vastgoedportefeuille wonen en zorg in beeld: Samen met de woningcorporatie en zorgpartijen werken we aan een ‘schets voor de toekomst’. Met daarin op hoofdlijn de richting voor de vastgoedportefeuille van deze partijen.

•

Aansluiten op bestaande inzet: We zetten in op zorgzame buurten en noaberschap. We betrekken onze partners uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hierbij en borduren voort op projecten en financieringsmogelijkheden die hieruit voortkomen.

•

Periodiek afstemmen met woon- en zorgpartijen: Om de zorgopgaven het hoofd te bieden is meer overleg, afstemming en kennisuitwisseling nodig. We hebben daarom periodiek (halfjaarlijks) overleg met onze relevante woon- en zorgpartijen.

•

Opzetten informatiecampagne toekomstbestendig wonen: We zetten een informatiecampagne op om huishoudens vroegtijdig te informeren over de mogelijkheden van toekomstbestendig wonen. Hiermee proberen we deze stap kleiner te maken en het proces te vereenvoudigen.

Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid en tegen eenzaamheid

•

Ontmoeting stimuleren en faciliteren: Ruimte voor ontmoeting is cruciaal voor inwoners en het functioneren van onze dorpen. Wij stimuleren en faciliteren inwoners bij activiteiten die bijdragen aan het bestrijden van eenzaamheid en het vergroten van samen- en zelfredzaamheid. Fysieke ontmoetingsplekken binnen en buiten zijn hiervoor van belang.

Algemeen

•

Samenwerking stimuleren: Om de woonzorgopgaven het hoofd te bieden is structureel overleg, afstemming en kennisuitwisseling tussen de gemeente, de woningcorporatie, zorg- en welzijnspartijen nodig. We versterken en verbreden daarom de samenwerking met onze woonzorgpartners met een ‘netwerkorganisatie’ (vanuit urgentie, belangen en vertrouwen).

•

Prestatieafspraken maken met de woningcorporatie en (preferente) zorgpartijen: Voor de uitvoering van onze woonzorgvisie en bijbehorende acties hebben we niet alleen onze woon, maar ook onze zorgpartners hard nodig. We staan samen aan de lat.

Zorgzame buurten zijn noodzakelijk om langer thuis te kunnen wonen

35

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

4. Een thuis voor iedereen

36

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

In het wetsvoorstel van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) worden de maatregelen en doelen uit het Rijkprogramma ‘een thuis voor iedereen’ wettelijk verankerd. Dit betekent dat (conform het voorstel er nu ligt) gemeenten in hun volkshuisvestingsprogramma moeten gaan aangeven hoe ze invulling geven aan de vraag naar huisvesting van senioren en andere aandachtsgroepen. Dit zijn: mantelzorgverleners- en ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale zorginstellingen, woningzoekenden na (jeugd) detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sekswerkers, statushouders, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners. Daarbij moet ook de relatie met de zorg en ondersteuning die voor de huisvesting noodzakelijk is worden beschreven. Verder staat in het wetsvoorstel dat gemeenten verplicht worden om in een huisvestingsverordening een urgentieregeling op te nemen voor een aantal verplichte urgentiecategorieën. Dit zijn: mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking, of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit instellingen, mantelzorgers- en ontvangers en uitstappende sekswerkers. De wet is er alleen nog niet. Ook is het nog onzeker wanneer en met welke precieze inhoud de wet er komt.

We gaan daarom voor nu nog terughoudend om met bovenstaande verplichtingen.

4.1 Wat zien we? Schaarste aan sociale huurwoningen dreigt zonder verdere investeringen De grotere huisvestingsopgaaf voor diverse doelgroepen, waaronder nieuwe urgente gevallen, wordt via een regionaal verdeelsysteem en vanuit een fair share systeem verdeeld over de regio Amersfoort. Deze opgaaf zal vrijwel volledig landen bij de sociale huurwoningen. Als wij onze sociale huurwoningvoorraad van 14% niet aanzienlijk verhogen komen we in de knel. Vanuit de aanstaande Wet Versterking regie volkshuisvesting (en de reeds gemaakte woondeals) komt een eis van minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouw. Hierdoor zal onze sociale huurwoningvoorraad in een periode van vijf jaar tijd (2025-2029) stijgen naar circa 15,25%. Dat betekent dat er ook na deze vijfjaarsperiode flink geïnvesteerd moet worden in de sociale huur. Anders kunnen we deze opgaaf niet structureel ondervangen. Als we niet investeren dan blijft het een schaarste verdeling van sociale huurwoningen tussen statushouders, woonurgenten en onze eigen jeugd/starters. Zoals blijkt uit het woonbehoefteonderzoek is de behoefte aan sociale huurwoningen groot vanuit zowel de jeugd als de senioren. We doen onze inwoners tekort bij het vinden van passende huisvesting in iedere fase van hun leven; als starter, bij het stichten van een gezin en als oudere met behoefte aan een passende nultreden woning.

Senioren zijn verreweg de grootste aandachtsgroep, overige opgaven spelen vooral regionaal Binnen de aangewezen aandachtsgroepen zijn senioren verreweg de grootste groep in de gemeente Bunschoten. Bovendien wordt deze groep de komende jaren groter. Deze grote woonen zorgopgave moet vooral lokaal opgevangen worden. Deze mensen wonen nu namelijk al in Bunschoten (en worden hier ouder) en de verhuisgeneigdheid en -afstand van senioren is beperkt. In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe we deze opgave handen en voeten willen geven. De woon- en zorgopgaven van de andere aandachtsgroepen (zie kader) is in gemeente Bunschoten een stuk kleiner. Dat betekent niet dat regionale afspraken geen aanzienlijke impact hebben op onze aanpak. Regionale afspraken zorgen ervoor dat we als gemeente niet alleen lokaal, maar ook in samenwerking met omliggende gemeenten moeten opereren. Dit betekent dat we rekening moeten houden met de verdeling van middelen en voorzieningen op regionaal niveau. Hierdoor kunnen we efficiënter inspelen op de behoeften van onze senioren en andere aandachtsgroepen. Dit kan ook betekenen dat we soms concessies moeten doen om aan regionale verplichtingen te voldoen, wat extra druk kan leggen op lokale

37

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

middelen en capaciteit. Het is daarom essentieel dat we een balans vinden tussen lokale en regionale prioriteiten om de woon- en zorgopgaven effectief aan te pakken.

4.2 Wat is onze visie? Afspraken op regionaal niveau nodig voor huisvesting aandachtsgroepen De huisvesting van aandachtsgroepen (exclusief senioren) is vooral een regionaal vraagstuk. Niet iedere gemeente heeft namelijk (voldoende) passend woon- en/of zorgvastgoed voor iedere aandachtsgroep. Dit kan ook niet. Deze opgave moet daarom niet gezien worden in een Bunschotens vacuüm, maar moet in de bredere regio opgepakt worden. Er moeten op regionaal niveau afspraken gemaakt worden over de verdeling en huisvesting van aandachtsgroepen. We zorgen voor een fijne woonplek voor iedereen, evenwichtig en gespikkeld In onze gemeente moeten aandachtsgroepen fijn kunnen wonen. Het vinden van een geschikte woning is namelijk (juist) voor kwetsbare inwoners lastig. Zeker in de huidige woningmarkt kunnen zij vaak niet zelf voorzien in een woning. Om goede afspraken te kunnen maken is een gemeenschappelijk regionaal (cijfermatig) kader belangrijk. Op basis daarvan kunnen afspraken gemaakt worden. We vinden het daarbij belangrijk dat vooral wordt gekeken naar een passende kwalitatieve verdeling. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor de juiste aandachtsgroep op de juiste plek. Alleen zo kunnen we er met zijn allen voor zorgen dat passende woningen beschikbaar komen, doorstroming vanuit instellingen

38

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

4.3 Wat gaan we doen? Hieronder vatten we puntsgewijs onze actiepunten rondom dit thema beknopt samen. In de separate uitvoeringsagenda werken we per actiepunt uit wat het actiepunt exact inhoudt, hoe we de uitwerking hiervan vormgeven, met wie we dit doen en in welke periode dit gaat gebeuren.

Visie

Wat gaan we doen?

Afspraken op regionaal niveau nodig voor huisvesting aandachtsgroepen

•

•

•

Werken aan regionale samenwerkingsafspraken: We werken regionaal aan het maken van afspraken over de huisvesting van de aandachtsgroepen: mantelzorgverleners- en ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale zorginstellingen, woningzoekenden na (jeugd)detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sekswerkers en studenten. Hierin nemen we de mogelijkheden mee die nieuwe wetgeving ons biedt. Statushouders: Het Rijk bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders elke gemeente moet huisvesten. Samen met woningcorporatie G&O maken we er werk van deze taakstelling te halen. We continueren de samenwerking bij het toewijzen van sociale huurwoningen voor de wettelijke taakstelling statushouders. Beleid arbeidsmigranten: We hebben al gemeentelijk beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Woonwagenbewoners: We sluiten hierbij aan op landelijke wetgeving, uitspraken van het EHRM en het onderzoek van de Nationale Ombudsman. Dit betekent dat gemeenten een positieve verplichting hebben om ervoor te zorgen dat woonwagenbewoners binnen afzienbare tijd kans maken op een standplaats, indien daar behoefte naar is. Hierbij speelt de overweging of dit ruimtelijk en financieel haalbaar is, net als voor andere typen huisvesting.

Algemeen actiepunt

Wat gaan we doen?

Monitoren en bijsturen

•

Volkshuisvestingsprogramma en uitvoeringsagenda monitoren: De voortgang van de doelen en acties uit deze visie en de uitvoeringsagenda blijven we monitoren en evalueren. We brengen hierover ieder jaar verslag uit aan de gemeenteraad. Waar nodig sturen we jaarlijks bij door de uitvoeringsagenda op maat te wijzigen.

39

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Begrippenlijst Betaalbare koopwoning Een betaalbare koopwoning heeft, volgens de landelijke definitie, een prijs van maximaal € 405.000 (prijspeil januari 2025). De prijsklassen zijn als volgt: • Betaalbare koopwoning (laag): tot € 305.000 • Betaalbare koopwoning (midden): tot € 355.000 • Betaalbare koopwoning (hoog): tot € 405.000 Doorstromers Huishoudens die een andere woning betrekken en daarmee hun huidige woning (in onze gemeente) vrijmaken. Extramuraal Een term die gebruikt wordt binnen de Wet langdurige zorg (Wlz). Extramuraal betekent zorg op een locatie, dit kan ‘thuis’ zijn of in een (geclusterde) woonvorm waarbij de huisarts zelf nog de behandeling uitvoert. Geclusterde woning Een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24 uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. De woningen zullen conform het Rijksbeleid allemaal moeten worden gerealiseerd in een complex met een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. Grondgebonden woning Een grondgebonden woning is een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau waarvan één van de woonlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben meestal een op de grond gelegen tuin en/of erf.

Hybride zorgverlening Een mix van digitaal en fysiek aangeboden zorg. Intramuraal Intramuraal betekent letterlijk ‘binnen de muren’. Intramurale ouderenzorg gaat dus over zorg die ouderen ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis. Intramurale zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Leefbaarheid Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de mens aan worden gesteld. Levensloopbestendige woning Levensloopbestendige woningen zijn in potentie bruikbaar voor een volledige levensloop, al dan niet met enkele kleine aanpassingen-op-maat. De woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Zoals een beugel aan de muur van het toilet, een inloopdouche, bredere deuren of verlaagde drempels of een traplift. Levensloopbestendige woningen kunnen bewoond worden door verschillende doelgroepen. Een reguliere rijtjeswoning kan levensloopbestendig zijn, maar een seniorenflat ook.

40

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Middenhuur woning Een middenhuur woning heeft een aanvangshuur van minimaal € 909,07 en maximaal € 1.185 per maand (prijspeil januari 2025). Nultreden woning Nultreden woningen zijn woningen waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak gaat het om gelijkvloerse grondgebondenwoningen of appartementen in de buurt van voorzieningen. In nultredenwoning zijn de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers. Bij voorkeur worden deze volgens BAT 2 ontwikkelt. Hiermee is de woning goed toegankelijk voor mensen met een rollator. Een nultredenwoning stelt (veel) ouderen in staat om langer thuis te kunnen blijven wonen. Nultredenwoningen zijn ook geschikt voor jongeren.

Tabel 11: Richtlijnen Bouw Advies Toegankelijkheid Aanbod

Gebruiker

Toelichting

BAT 1 (nultreden)

Wandelstokgebruiker

Deze woning is traploos bereikbaar en er zijn in de woning geen trappen. Wel kunnen er drempels aanwezig zijn en kan de douche een hoge instap hebben

BAT 2

Rollatorgebruiker

Deze woning is traploos bereikbaar, heeft in de woning geen trappen en is vanwege de drempels en breedte van de deuren geschikt voor rollator gebruik. De douche heeft een lage douchebak of een douchegedeelte zonder opstal

Rolstoelgebruiker

Deze woning is traploop bereikbaar, heeft in de woning geen trappen en heeft geen drempels. Ook zijn de deuren extra breed. Verder is er geen opstap naar de douchevloer

Ontvanger van verpleegzorg thuis

Deze woning is traploos bereikbaar, heeft in de woning geen trappen en drempels. Ook zijn de deuren extra breed. Er is geen opstap naar de douchevloer. De individuele zorgverlening is mogelijk door extra ruimte op de slaapkamer en badkamer

(rollator bewoonbaar)

BAT 3 (rolstoel bewoonbaar)

BAT 4 (geschikt voor verpleegzorg thuis)

Senioren Huishoudens met één of meer personen in de AOW-leeftijd. Sociale huur Een huurwoning met een aanvangshuurprijs tot en met € 909,06 (prijspeil januari 2025). Particuliere huur mag alleen meegenomen worden als onderdeel van de voorraad sociale huur als: (1) de aanvangsprijs valt onder de grens van € 909,06, (2) de woning bij aanvang wordt verhuurd aan huurders met een inkomen onder de € 54.848 en (3) de instandhouding als sociale huurwoning minimaal 25 jaar verzekerd is. Starters Huishoudens die een woning betrekken en daarvoor niet zelfstandig woonden.

41

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Zorggeschikte woning Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm waarin Wlz-zorg (Wet langdurige zorg) wordt geleverd. De geclusterde woningen zijn bedoeld voor mensen die intensieve zorg nodig hebben en in de huidige situatie vaak naar een verpleeghuis gaan. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat de wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn (deuren openen automatisch), met voldoende ruimte bij de entree (minstens 90 centimeter breed), in de toiletruimte en in de badkamer. De woning dient brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. Ook liggen de wooneenheden dicht bij elkaar en moet er een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte zijn op loopafstand van elke woning. Woningen die vallen onder de categorie BAT 3 of 4 en Woonkeur 6 (rolstoelgeschikt) vallen binnen deze definitie. Er zijn 3 soorten zorggeschikte woonvormen: • Woonvormen waar alleen mensen wonen met een Wlz-indicatie. • Woonvormen waarin een deel van de woningen (bijvoorbeeld een vleugel van het gebouw) van tevoren is gereserveerd voor mensen met een Wlz-indicatie. Woonvormen waarin mensen wonen met en zonder Wlz-indicatie (gemengd, of gespikkeld).

42

Omgevingsprogramma Wonen 2025 - 2029

Colofon Datum: 8 april 2025 Projectnummer: 23.173 Opdrachtgever: Gemeente Bunschoten Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Esther Geuting & Saïd Ibrahim Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15404960/1