20241001 S22002 BELEIDSPLAN OVL Bunschoten versie 1.1 2025-2034.pdf
Tekst van het document
OPENBARE VERLICHTING BELEID EN BEHEER 2025-2034
Versie 1.1 definitief
Colofon Project
Beleid en beheer openbare verlichting 2025-2034
Opdrachtgever
Gemeente Bunschoten
Projectbegeleider
Patrick de Bourgraaf
Opdrachtnemer
Spectrum Advies & Design B.V. Postbus 38 3880 AA PUTTEN 0341 35 90 00 www.spectrumadvies.nl info@spectrumadvies.nl
Projectnummer
S22002
Projectmedewerker(s)
Marcel van der Staaij Ben van der List
Datum
1 oktober 2024
Versie
1.1 definitief
1 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Inhoudsopgave Samenvatting
3
1
Bunschoten verlicht!
10
2
Algemene kaders OVL
11
2.1
Openbare verlichting
11
2.2
Verlichten, waar en wanneer
11
2.3
Mens als gebruiker van de buitenruimte tijdens donkerte
11
2.4
Richtlijnen voor de openbare verlichting
13
2.5
Wettelijke kaders
14
2.6
Energieakkoord
15
2.7
Openbare Verlichtingsnetten
16
2.8
Installatieverantwoordelijkheid (IV)
16
3
Openbare verlichting en ontwikkelingen
18
3.1
Huidige stand van de technologie en innovatie
18
3.2
Ontwikkelingen in de OVL
19
3.3
Circulaire economie
25
3.4
Openbare verlichting en gelijksstroom
26
4
Huidige situatie
27
4.1
Paspoort OVL
28
5
Beleid en beheer van de Openbare Verlichting
31
5.1
Verlichtingskwaliteit
31
5.2
Inrichting en uitstraling
33
5.3
Beheer: in stand houden en verbeteren van verlichting
36
5.4
Beheerorganisatie
38
6
Scenario voor verduurzamen
41
6.1
Scenario 1: Vervangen op gemiddelden
42
6.2
Scenario 2: vervangen op leeftijd
44
6.3
Scenario 3: gemiddelden per 5 jaar
46
7
Financieel uitvoeringsplan
48
7.1
Effect op de begroting van openbare verlichting 2025-2029
48
7.2
Doorkijk begroting 2030-2044
50
Bijlagen
51
2 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Samenvatting Beleid en beheer openbare verlichting 2025-2034 In de periode 2014-2023 is het verlichtingsbeleid voor de openbare verlichting vastgesteld. Voorliggend beheerplan gaat verder op de ingeslagen weg en geeft een doorkijk naar de toekomst voor de komende jaren. Doel openbare verlichting (OVL) De gemeente Bunschoten is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Dit geldt ook voor de openbare verlichting. Openbare verlichting (afgekort als OVL) is een belangrijk element in de openbare ruimte. Bij het intreden van de avond schakelt de verlichting in. Het doel is duidelijk: in de avond- en nachtelijke uren de openbare ruimte voorzien van licht om zo bij te dragen aan het kunnen functioneren van de burger gedurende de donkere uren van de dag. Uitgangspunten OVL Ruim 4.000 verlichtingsobjecten in eigendom van de gemeente De openbare verlichting in de gemeente Bunschoten bestaat uit 4.009 lichtmasten en 4.214 armaturen. Van oudsher waren deze objecten in eigendom van het energiebedrijf Remu en vanaf 2000 bij CityTec B.V. De verlichtingsobjecten werden door de gemeente gebruikt in de vorm van een leaseconstructie. Vanaf 2015 is de gemeente de verlichtingsobjecten die vervangen werden zelf gaan aanschaffen en beheren waarbij het onderhouden nog plaatsvindt door CityTec.
Per 1 januari 2024 heeft de gemeente de overeenkomst met CityTec opgezegd en is het volledige areaal overgenomen. De gemeente is zelf eigenaar van de openbare verlichting en geeft richting en sturing aan duurzaamheid en innovatie, met als doel het serviceniveau te verhogen met lagere investeringen en energiekosten. Zorgplicht en veiligheid waarborgen De gemeente is eigenaar van de OVL. Vanuit deze positie heeft de gemeente de verantwoordelijkheid de exploitatie volgens de geldende wet- en regelgeving uit te voeren, zoals het burgerlijk wetboek en de omgevingswet. De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk bij ongevallen waarbij de openbare verlichting in het spel is. De keuze voor wel of niet verlichten en goed beheer en onderhoud is een vereiste en zorgplicht richting de burgers en weggebruikers. Openbare verlichting De gemeente brengt openbare verlichting aan in de openbare ruimte met als doel de verkeersveiligheid te waarborgen op wegen en een bijdrage te leveren aan de sociale veiligheid in verblijfsgebieden.
3 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Bij het aanbrengen of vervangen van de openbare verlichting wordt uitgegaan van de landelijk geaccepteerde richtlijn NPR 13201 en wordt waar mogelijk rekening gehouden met de richtlijn lichthinder. Bij het aanbrengen van openbare verlichting wordt alleen nog dimbare led toegepast met de lichtkleur 3000K. Voor bijzondere gebieden (centrum, begraafplaatsen) kan een lagere lichtkleur worden gehanteerd. Voor wegen met een verkeersfunctie, zoals bijvoorbeeld de Westsingel, worden de verlichtingsklassen voor gemotoriseerd verkeer (M-klasse) aangehouden. Voor de gebieden binnen de bebouwde kom wordt uitgegaan van het verlichten volgens de verblijfsgebieden (P-klasse) waarbij wordt uitgegaan van de openbare ruimte van erfgrens tot erfgrens. Voortuinen worden vanuit de OVL niet specifiek verlicht. Achterpaden in beheer van de gemeente worden alleen verlicht als de sociale veiligheid in het geding is. Op een aantal locaties is de openbare verlichting in achterpaden van derden geregistreerd als eigendom van de gemeente. In de komende periode worden deze objecten inzichtelijk gemaakt en worden de onjuistheden hersteld in samenspraak met de omgeving. Parken/groenstroken worden niet verlicht tenzij er geen alternatieve route mogelijk is. Een park veilig verlichten is niet mogelijk en niet wenselijk.
Doorgaande wandelen fietsroutes worden alleen verlicht als dit vanuit veiligheid noodzakelijk en haalbaar is en voorzien van dim-mogelijkheden. Buiten de bebouwde kom worden de wegen alleen verlicht als dit voor de veiligheid noodzakelijk is. In Bunschoten zijn een aantal locaties waar cameratoezicht plaatsvindt, zoals het centrum, parkeerplaats De Westmaat en op bedrijventerreinen. Op deze locaties dient de openbare verlichting te zijn afgestemd met de camera’s, zodat er voldoende licht beschikbaar is voor beeldherkenning en de camera’s niet gehinderd worden door strooilicht. Naast de openbare verlichting heeft de gemeente ook een aantal locaties waar de bebouwing is aangelicht (illuminatie) en sportveldverlichting die zichtbaar is in de openbare ruimte. Deze vorm van verlichting valt niet onder de openbare verlichting en maakt geen onderdeel uit van dit plan. Inzet op energiebesparing - op koers voor energiebesparing klimaatakkoord 2030 In de gemeente Bunschoten is inmiddels 85% van de verlichting voorzien van LED. Hierdoor is een energiebesparing van meer dan 38% gerealiseerd t.o.v. 2013.
4 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Hiermee voldoet de gemeente aan de klimaatdoelen van de het Energieakkoord uit 20131 en ligt de gemeente op koers om de doelstelling voor 2030 (50% energiebesparing) te behalen. Beeldkwaliteit Om de beeldkwaliteit vast te stellen wordt gebruik gemaakt van de landelijk methode van CROW2. De keuze voor de inrichting volgens de beeldkwaliteit binnen de gemeente (bijlage D) is als volgt gesteld: CROW
Uitgangspunten
Beeldkwaliteit A
Toeristische gebied, gemeentehuis en begraafplaatsen De inrichting moet bijzonder zijn en aansluiten op goede toegankelijkheid voor activiteiten die plaatsvinden.
Beeldkwaliteit B
Woonwijken De inrichting is standaard en sluit aan op de functies van wonen, werken en vrije tijd.
Beeldkwaliteit C
Bedrijfsterreinen en buitengebieden De inrichting is standaard en sluit aan op de functies van de verkeersfunctie.
De gemeente Bunschoten maakt gebruik van standaard masten en armaturen die vanuit de huisselectie van CityTec is opgesteld. Aangezien deze typen masten en armaturen als grootschalig zijn toegepast binnen de gemeente wordt deze selectie gecontinueerd. Licht en natuur Nederland is het meest verlichte land van Europa. Ons land is bijna overal verlicht: lantaarnpalen, reclameverlichting, buitenverlichting van woningen of bedrijven. Kunstlicht wordt toegepast om de mens veilig te laten deelnemen aan het verkeer en een sociaal aantrekkelijke buitenruimte te creëren. Dat heeft helaas ook een schaduwzijde. Het aanwezige licht heeft ook invloed op de flora en fauna. In de wet Natuurbescherming staan regels voor de bescherming van dieren en planten in Nederland. De komende periode wordt een SMP (Soorten Management Plan) opgesteld. Hiervoor vindt een onderzoek plaats en worden aanbevelingen gedaan voor flora en fauna. De aanwezigheid van vleermuizen wordt hierbij in kaart gebracht. Deze 1
In 2013 heeft de SER met diverse organisaties, waaronder de VNG, afspraken gemaakt over het verduurzamen van de energieconsumptie t.o.v. het peiljaar 2013. 2 CROW is een kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer
5 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
kunnen lichthinder ondervinden waardoor hun verblijfplaatsen worden aangetast. Eventuele aanbevelingen en oplossingen die relatie krijgt met afwijkende openbare verlichting worden meegenomen als factor bij de uitvoering van het beleid. Instandhouding van OVL Om de openbare verlichting kwalitatief en kwantitatief in stand te houden wordt onderhoud uitgevoerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderhoudsmaatregelen: Correctief onderhoud Het correctief onderhoud omvat het (incidenteel) repareren en vervangen van de defecte openbare verlichting. Dit kan het vervangen van een defecte lamp of armatuur zijn of het veiligstellen en vervangen van een schade door aanrijdingen, vandalisme of ouderdom. Preventief onderhoud Preventief onderhoud is het uitvoeren van planbaar onderhoud om de kwaliteit van de openbare verlichting te waarborgen gedurende de levensduur. Voor het bepalen van het kwaliteitsniveau van de openbare verlichting wordt gebruik gemaakt van de beeldkwaliteitscatalogus van de CROW en sluit aan bij de kwaliteit van groen. Om aan de beeldkwaliteit te voldoen zal een deel van de openbare verlichting jaarlijks geschouwd worden en worden de masten periodiek worden rechtgezet en geschilderd. Vervangingsonderhoud Het vervangingsonderhoud omvat het, op basis van levensduur, vervangen van delen van de openbare verlichting.
Gebruikelijk worden lichtmasten in Nederland om de 40 jaar vervangen. Voor armaturen is het niet wenselijk om een langere levensduur dan 20 jaar aan te houden. Naarmate de armaturen ouder worden stijgen de kosten door veroudering van materialen en toenemende kans op reparaties. De jaarplanning voor de vervangingen van de openbare verlichting wordt als project voorbereid. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan. Hiervoor is team BROR (Beheer Realisatie Openbare Ruimte) in samenwerking met team Omgevingsontwikkeling en (integrale) afstemming met andere gemeentelijke teams verantwoordelijk. Organisatie Verantwoordelijkheden gemeentelijke organisatie De overname van het areaal heeft ook impact op de beheerorganisatie. Waar voorheen alle zaken rondom de openbare verlichting automatisch naar CityTec werden doorgezet, zullen vanaf 2024 alle taken door de gemeente worden uitgevoerd en werkt de aannemer voor het onderhoud volgens een “u vraagt, wij draaien” principe. Dit houdt in dat de gemeente een beheerorganisatie moet inrichten met de bijbehorende taken, zoals de coördinatie van het storings- en 6 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
schadeproces, de mutaties in het beheersysteem en de jaarplanning van het preventief en vervangingsonderhoud. Maar ook moeten de lichtplannen voor aanpassingen aan de OVL worden aangevraagd en beoordeeld. Contractpartner van Stedin De openbare verlichting is aangesloten op het net van de netbeheerder Stedin. De openbare verlichting is daarom een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente en Stedin. Voor het bovengrondse deel is de gemeente verantwoordelijk, voor het ondergrondse deel is dat Stedin. Met de overname van het verlichtingsareaal is de gemeente per 1 januari 2025 contractpartner van Stedin geworden voor de aansluitingen. In het onderhoud van de openbare verlichting dient de nieuwe aannemer geaccrediteerd te zijn door Stedin om aan de aansluitingen te mogen werken. Hiervoor wordt een overeenkomst met netbeheerder Stedin gesloten in de vorm van een hybride overeenkomst. De registratie van de aansluitingen heeft in de loop der jaren niet altijd juist plaatsgevonden. Recent is samen met Stedin het project Project Opschonen OVNetten (POON) uitgevoerd. In dit project zijn alle objecten die bekend zijn bij de gemeente en bij Stedin met elkaar vergeleken om zo alle objecten in kaart te brengen en af te stemmen.
Deze netten zijn door de netbeheerder niet voorzien van een meter, zodat het verbruik van de openbare verlichting jaarlijks wordt berekend op basis van de assetgegevens uit het beheerinformatiesysteem. Financiën - Effect op de begroting van openbare verlichting In het beleidsplan 2014-2023 is een stijging in de jaarlijks kosten geprognotiseerd van € 429.000, - in 2014, oplopend naar € 638.000, - in 2023, uitgaande dat de gemeente de vervangingen in eigen beheer uitvoert en onderhoud. Voor de periode 2025 – 2029 zijn de onderstaande kosten geprognotiseerd.
2025
2026
2027
2028
2029
Corr. Onderhoud
€ 27.600
€ 28.500
€ 28.900
€ 29.400
€ 29.800
Schade
€ 13.100
€ 13.100
€ 13.500
€ 13.500
€ 13.500
Prev. Onderhoud
€ 56.900
€ 57.600
€ 58.400
€ 59.000
€ 59.800
Energiekosten
€ 179.200
€ 183.200
€ 187.200
€ 191.300
€ 195.300
Kleine klussen
€ 29.800
€ 30.400
€ 31.000
€ 33.200
€ 33.900
Vervangingen masten
€ 20.100
€ 20.500
€ 20.900
€ 21.300
€ 21.700
Vervangingen armaturen
€ 38.600
€ 39.400
€ 40.100
€ 40.900
€ 41.700
E,V&T
€ 46.600
€ 47.400
€ 48.200
€ 49.400
€ 50.100
TOTAAL OVL
€ 411.900
€ 420.100
€ 428.200
€ 438.000
€ 445.800
Aangepaste begroting Openbare Verlichting 2025-2030
7 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Nu de gemeente de OVL in eigen beheer heeft zijn de kosten voor de openbare verlichting opnieuw doorgerekend op basis van scenario 3. Het meest ideale scenario voor onderhoud is normaliter scenario 1, maar door de versnelling van het vervangen van de OVL voor LED is een groot deel al vervangen. Bij scenario 1 worden de komende jaren geïnvesteerd in de vervanging van relatief nieuwe armaturen, wat kapitaalvernietiging en onnodig afval veroorzaakt. Bij scenario 2 wordt jaarlijks gekeken naar de berekende vervanging op basis van leeftijd, wat jaarlijks een grillig verloop aan kosten heeft. De keuze voor scenario 3 is gemaakt omdat daarmee het grillige verloop van scenario 2 wordt verdeeld over een beleidsperiode van 5 jaar. Scenario 3 blijkt ook binnen de binnen de bestaande gemeentelijke budgetten te passen. Er is alleen een financiële verplaatsing richting de voorziening vanuit het reguliere budget en de vrijval van investeringen. Doordat het grootste deel van het verlichtingsareaal versneld is voorzien van led wordt voor de eerstkomende 10 jaar minder vervangingen verwacht en ontstaat er een lagere begroting dan gemiddeld. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat vanaf 2035 worden weer grootschalige vervangingen verwacht en zal dit invloed hebben op de begroting van 2035-2044.
Zoals aangegeven is het grootse deel van de openbare verlichting vervangen in de periode 2015-2024. Hierdoor is het benodigde budget voor 2025-2029 lager dan verwacht. In onderstaande grafiek is de prognose opgenomen voor de periode 2025-2044.
Prognose begroting Openbare Verlichting 2025-2044
Als gevolg van de schaarste in de markt van grondstoffen en componenten (chips) zijn de prijzen van masten en elektronica de afgelopen jaren gestegen. Onbekend is nog wat de prijsstijgingen zijn voor grondstoffen en chips in de komende periode en het gevolg voor de investeringen die nodig zijn om de gekozen doelstellingen te halen.
8 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Vervolgstappen Om in 2025 volledig in regie te zijn dienen vooraf een aantal zaken geregeld te worden die essentieel zijn voor het onderhouden van de openbare verlichting. •
Aanbesteding in gang zetten voor een raamovereenkomst voor onderhoud en vervanging van de openbare verlichting op basis van het beleid,
•
Overeenkomst voor levering van groene energie via de huidige gemeentelijke stroomleverancier,
•
Hybride overeenkomst met Stedin voor werken aan de netten van de OVL
•
Inrichten storingsmanagement,
•
Afspraken over het verhaal van (aanrijding) schade met waarborgfonds en verzekeraar,
•
Bij vervangingen en integrale projecten worden lichtberekeningen opgesteld en getoetst,
•
Het opstellen van jaarplannen voor preventief onderhoud,
•
Toezicht en directievoering op de uitgevoerde werkzaamheden,
•
Revisie en mutaties in het beheersysteem.
9 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
1
Bunschoten verlicht!
Openbare verlichting (afgekort als OVL) is een belangrijk element in de openbare ruimte. Bij het intreden van de avond schakelt de verlichting in. Het doel is duidelijk: in de avond- en nachtelijke uren de openbare ruimte te voorzien van licht om zo bij te dragen aan het kunnen functioneren van de burger gedurende de donkere uren van de dag. De actuele thematiek voor wat betreft verlichting is divers. Vanuit het duurzaamheidsperspectief geldt dat minder (licht) beter is. De druk om energie te besparen wordt steeds groter, zeker met de stijgende energieprijzen. Aan de andere kant willen we ook in de avonduren actief deelnemen aan het sociale buitenleven en veilig bewegen in het verkeer. Steeds meer ouderen zijn vitaal en willen er op uit, maar deze groep hebben juist behoefte voor meer licht op straat. Goede openbare verlichting wordt daarom als belangrijk ervaren. Tot slot moet de openbare verlichting ook nog gerealiseerd en beheerd worden. Deze gemeentelijke taak wordt vanuit financieel perspectief ook steeds lastiger. De druk om te bezuinigen of te zoeken naar kostenbesparing is steeds vaker aanwezig. Kortom, diverse thema’s die vaak haaks op elkaar staan. De samenvatting geeft het beleid voor de komende jaren weer rondom de openbare verlichting.
Het volledige document geeft een toelichting op alle onderwerpen en keuzes die bepalend zijn voor de openbare verlichting, zoals de wettelijke kaders, richtlijnen en thema’s die op dit moment spelen.
10 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
2
Algemene kaders OVL
2.1
Openbare verlichting
Openbare verlichting heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het functioneren van de mensen tijdens de donkere uren van de dag. Het ene moment heeft het functioneren te maken met verplaatsen van A naar B, het andere moment met recreatie of ontspanning. Elke situatie vraagt om een specifieke oplossing. Overigens is ook geen verlichting in bepaalde gevallen wenselijk. 2.2
Verlichten, waar en wanneer
Er kunnen redenen zijn om de openbare ruimte wel, niet of misschien beperkt te verlichten. Deze keuze hangt samen met aspecten als veiligheid, duurzaamheid, donkerte enz. De Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Openbare Verlichting (NPR13201) 3 geeft hierbij een afweging over het wel of niet, en hoe, te verlichten. 2.3
Mens als gebruiker van de buitenruimte tijdens donkerte
In Nederland is het gebruikelijk om verlichting aan te brengen op doorgaande wegen (verkeersveiligheid) om het verloop van de weg waar te kunnen nemen en de wegsituatie te kunnen overzien. Binnen de bebouwde kom wordt verlichting toegepast in woonstraten, fietspaden en dergelijke in relatie met het herkennen van de omgeving en van mensen (sociale veiligheid). Daarnaast kan de esthetica een rol spelen bij de inrichting van de openbare ruimte.
3
NPR 13201-1:2018 is de richtlijn voor openbare verlichting. Deze wordt landelijk door overheden gehanteerd en is uitgevaardigd door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde en de NEN.
11 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Verkeersveiligheid De verkeersdeelnemers moeten het verloop van de weg en de aanwezigheid van objecten kunnen waarnemen. Bij ingewikkelde wegsituaties zoals kruispunten, verkeerspleinen en rotondes geldt dit des te meer. Openbare verlichting vergroot aan de ene kant de verkeersveiligheid, aan de andere kant kan het automobilisten verleiden tot het nemen van grotere risico’s door bijvoorbeeld harder te gaan rijden. Het is hierbij de uitdaging te zoeken naar de juiste balans tussen waarneming, de kosten die hiermee gemoeid gaan, mogelijke lichthinder en milieueffecten. Sociale veiligheid Sociale veiligheid en openbare verlichting hebben een duidelijke relatie met elkaar. Bij duisternis is vaker en eerder sprake van vandalisme, bedreiging en geweld dan op klaarlichte dag (objectieve veiligheid). Daarnaast voelen mensen zich sneller onveilig wanneer de omgeving waarin zij zich bevinden, donker en onoverzichtelijk is (subjectieve veiligheid). Zonder sociale controle geen sociale veiligheid Een sociaal veilige omgeving hangt niet alleen af van de verlichting ter plaatse, maar is ook van een menselijke factor afhankelijk: Zonder toezicht van derden heeft goede verlichting alleen geen nut.
Wanneer er geen sprake is van sociale controle, bijvoorbeeld bij parken of wegen in buitengebieden, is het beter om, indien mogelijk, alternatieve (fiets)routes te stimuleren waar verlichting én sociale controle aanwezig zijn. Sfeer en ambiance Bij de keuze voor ‘standaard’ verlichting gaat de gemeente uit van een goede verlichtingskwaliteit. De keuze voor de masten en armaturen gebeurt primair op basis van functionaliteit. Winkel- en uitgaanscentra vragen in de regel om een andere benadering. Hier wordt niet alleen meer aandacht besteed aan de sociale veiligheid, maar ook wordt er veelal meer aandacht besteed aan de inrichting van de openbare ruimte. In plaats het aanbrengen van de standaard openbare verlichting kan men, met decoratieve lichtobjecten en door het gebruik van licht accenten, de openbare ruimte tot een aantrekkelijk geheel maken. Extra aandacht voor de inrichting maakt de openbare ruimte aantrekkelijker en creëert een veilig gevoel. Naast de historische en toeristische meerwaarde, draagt een mooi verlichte openbare ruimte een identiteit uit naar de burger en bezoeker. Door het toepassen van decoratieve masten en armaturen of door het toepassen van lichtaccenten op pleinen of door aanlichten van markante gebouwen wordt een aantrekkelijk geheel gerealiseerd.
Een visueel aantrekkelijke, prettige omgeving draagt bij aan een stijging van de aanwezigheid en tevredenheid van de bezoekers.
12 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
2.4
Richtlijnen voor de openbare verlichting
Richtlijn Openbare Verlichting De kwaliteitscriteria voor openbare verlichting zijn door NEN en de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) vastgelegd in de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 13201. In de richtlijn worden met name de toe te passen lichtniveaus in bepaalde situaties en onder bepaalde omstandigheden beschreven. Bij het bepalen van het lichtniveau moet een goede balans zijn tussen de veiligheid en de negatieve aspecten van verlichting (zoals lichthinder). De richtlijn biedt een advies over hoeveel licht op straat nodig is. Dit hangt af van de locatie, het soort weg en de hoeveelheid verkeer. Het is een richtlijn: het is toegestaan om daarvan afwijken. In de Randstad is men bijvoorbeeld gewend aan meer licht op straat, meer bebouwing en drukte en wellicht meer veiligheidsproblemen. Richtlijn lichthinder Om te kunnen zien (en gezien te worden) is niet alleen licht nodig op straat, maar ook in de directe omgeving. Dit biedt de gebruiker van de openbare ruimte de mogelijkheid om objecten en de omgeving waar te nemen en zich veilig te verplaatsen. Het nadeel hiervan is dat er vanuit de woningen hinderlijke inkijk aanwezig is in de lamp en dit verblinding oplevert. Voor een verlichte omgeving waar de sociale leefbaarheid en veiligheid een rol speelt zal een balans gevonden moeten worden tussen de zichtbaarheid en lichthinder.
De richtlijn Lichthinder van de NSVV geeft handvatten voor het voorkomen van lichthinder. PKVW Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) is een keurmerk voor woningen die voldoen aan de eisen op het gebied van inbraakpreventie en sociale veiligheid. Qua verlichting is het belangrijkste uitgangspunt van het PKVW dat de openbare ruimte verlicht moet worden, waarbij het onderdeel openbare verlichting in het PKVW overeenkomt met de uitgangspunten van de NPR13201. Echter gaat het PKVW verder dan de openbare ruimte (van erfgrens tot erfgrens), dus ook voortuinen, (openbare en particuliere) achterpaden en binnenterreinen. Voor het verlichten van de binnenterreinen, achterpaden e.d. ligt de verantwoordelijkheid van het verlichten bij de bewoners en/of de woningbouwvereniging en niet bij de gemeente. Technische normen Verlichtingsobjecten moeten voldoen aan normen zoals de Laagspannings-richtlijn en de NEN-EN richtlijnen. Daarnaast zijn er de algemene normen voor elektrische installaties waaraan ook openbare verlichting moet voldoen, zoals NEN 1010, NEN-EN-50110 en NEN 3140.
13 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
2.5
Wettelijke kaders
De gemeente is eigenaar van de OVL. Vanuit deze positie heeft de gemeente de verantwoordelijkheid de exploitatie volgens de geldende wet- en regelgeving uit te voeren. De belangrijkste algemene kaders zijn: Burgerlijk wetboek De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk bij ongevallen waarbij de openbare verlichting in het spel is. Wel of niet verlichten en goed beheer en onderhoud zijn een vereiste. Als de gemeente kiest te verlichten, verdient het de aanbeveling hierbij de landelijke richtlijnen voor verlichtingskwaliteit aan te houden. Aanbestedingswet In het kader van de aanbestedingswet voor overheidsopdrachten is de aanleg en het onderhoud van openbare verlichting volgens de (Europese) wetgeving aanbesteding plichtig. Dit komt doordat de aanleg en het onderhoud worden gezien als een dienst en levering. Elektriciteitswet Levering van energie wordt afzonderlijk bij marktpartijen aanbesteed. Voor de netwerkdiensten (in stand houden van aansluitingen) zijn de gemeenten gebonden aan de plaatselijke netbeheerder. De vrije domeindiensten (onderhoud, beheer) kunnen worden aanbesteed. Laagspannings-richtlijn Alle producten die in Europa op de markt worden gebracht moeten een CE-merk hebben. De leveranciers zijn verantwoordelijk voor het laten keuren volgens dit keurmerk. De gemeente, in de rol van beheerder, kan ervan uitgaan dat geleverde materialen aan dit keurmerk voldoen.
Arbeidsomstandighedenwet De gemeente is eigenaar van het bovengrondse deel van de openbare verlichting en is daarmee verantwoordelijk dat er veilig, aan de elektrische installatie, gewerkt wordt. De gemeente dient hiervoor een ‘installatieverantwoordelijke‘ aan te wijzen. Het is mogelijk de installatieverantwoordelijkheid contractueel met een externe partij te regelen. Grondroerdersregeling De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) bevat regels over de informatie-uitwisseling betreffende bovengrondse en ondergrondse infrastructuur van netten en netwerken ter voorkoming van graafschade en van de gecoördineerde aanleg van civiele werken.
14 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Wet Natuurbescherming Met ingang van 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet. De doelstelling van de Flora en fauna-activiteit in de Omgevingswet is de bescherming en het behoud van de ‘gunstige staat van instandhouding’ van in het wild levende planten- en diersoorten. Op basis van de ecologische onderzoeken dient bij werkzaamheden aan de openbare verlichting rekening gehouden te worden met het voorkomen of beperken van de negatieve effecten op Flora en Fauna. De wet beschrijft onder meer het volgende: •
regels voor overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers over hoe zij om moeten gaan met de natuur (zorgplicht);
•
maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen om de natuur te beschermen;
•
specifieke onderwerpen, zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren;
•
regels over hoe overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers om moeten gaan met niet-inheemse dieren en planten.
2.6
Energieakkoord
Verduurzaming richt zich op het terugdringen van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Dit geldt zowel voor de apparatuur als de energie die nodig is om de installatie te laten functioneren. In september 2013 is het Energieakkoord voor duurzame groei gepresenteerd. Het Energieakkoord is een Nederlandse overeenkomst uit 2013 tussen de overheid en ruim veertig organisaties over energiebesparing, duurzame energie en klimaatmaatregelen om de energievoorziening in Nederland sneller te verduurzamen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft namens alle Nederlandse gemeenten ingestemd de gestelde doelen te behalen. Voor de openbare verlichting zijn ook specifieke doelen opgenomen: Energie akkoord in relatie tot openbare verlichting •
20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030 ten opzichte van 2013
•
40% toepassing van energie-efficiënte verlichting
•
40% toepassing van slim schakelen/ energiemanagement
Het behalen van de doelstellingen bij de openbare verlichting is mogelijk. Door de verlichting te vervangen voor energiezuinige lichtbronnen met een lange levensduur (LED) en deze te dimmen wordt een aanzienlijke energiebesparing gerealiseerd.
15 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
2.7
Openbare Verlichtingsnetten
Voor de elektrische aansluiting van de lichtmasten worden er in het algemeen twee opties toegepast. De lichtmasten worden aangesloten op het net van de netbeheerder of de gemeente sluit de lichtmasten aan op een eigen elektriciteitsnet voor de openbare verlichting. Van oudsher zijn de lichtmasten aangesloten op het combinet van de netbeheerder. Hierbij is de netbeheerder verantwoordelijk voor de levering van energie aan de lichtmasten en zorgt hierbij voor aanleg en onderhoud van de netten. De gemeente heeft hierbij geen omkijken naar het net.
Ook maken gemeenten de keuze om een eigen net aan te leggen voor de openbare verlichting. Hierbij spelen een aantal overweging die hiervoor pleiten: •
Minder afhankelijk van de netbeheerder
•
Betere en snellere service voor burgers bij storingen
•
Betere afstemming bij onderhoud en projecten voor en tijdens de uitvoering
•
Voorbereid op de toekomst van slimme netten en andere producten
Hierbij moet men beseffen dat het aanleggen van eigen netten niet alleen de aanleg en onderhoud van de netten met zich meebrengt, maar dat de gemeente ook als netbeheerder verantwoordelijk is voor de continuïteit en veiligheid. 2.8
Installatieverantwoordelijkheid (IV)
De norm NEN 3140 is van toepassing op alle bedrijfsvoering van en werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan alle handelingen en werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de elektrische installatie te kunnen laten werken zoals schakelen, regelen, bewaken en onderhoudswerkzaamheden. De NEN 3140 is van toepassing op laagspanningsinstallaties tot 1000 volt wisselspanning en 1500 volt gelijkspanning. Installaties voor openbare verlichting vallen daarmee ook onder de NEN 3140.
16 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
NEN 3140 |
| Organisatie
|
Mens
Aanwijzgingen
Kennis & Kunde
|----- IV-WV-VP-VOP |----- (Niet) E-werkzaamheden Bevoegd- &
Installatie Inspectieplan
|----- Juiste beroepshouding |----- Bewust van risico's Theoretische & praktische
|----- Inventarisatie |----- Inspectiefrequentie
|----- Verantwoordelijkheden
|----- kennis
|----- Uitvoeren & rapporteren
Aanwijsbeleid & |----- -procedure
Kennis van procedures & |----- voorschriften
|----- Herstelwerkzaamheden
|----- Werkzaamheden
|----- Inzicht |----- Vaardigheid |----- Ervaring
|----- Beheer inspectierapportages |----- Beheer elektrotechnische tekeningen |----- Beheer inspectieplan
|----- PBM's
|----- verantwoordelijkheden
|----- Toezicht/ sancties
|----- Bewustwoording
Procedures & werkvoorschriften
Kennis van bevoegd- &
|----- Steekproeven
Periodieke opleiding / instructie
|----- Veiligheid & Vakbekwaamheid |----- Opleidingsplan
Elke elektrische installatie wordt onder de verantwoordelijkheid van een installatieverantwoordelijke. Dus ook de openbare verlichting, verkeersregelinstallaties en andere elektrische installaties in de openbare ruimte zoals (niet uitputtend): • Openbare verlichting • Verkeersregelinstallaties • Marktkasten • Evenementkasten • Parkeerautomaten • Abri’s (wachtruimte/ bushokje) • Enz. Bovenstaande geldt niet alleen voor de eigen installaties, maar ook aan de eisen die gesteld worden aan de technische installaties van derden die de aansluitingen van de gemeente gebruiken (denk hierbij aan marktkooplieden en evenementen).
17 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
3
Openbare verlichting en ontwikkelingen
3.1
Huidige stand van de technologie en innovatie
Kostenbewust beheer is sinds jaar en dag de drijfveer om als beheerder mee te gaan met de technologische ontwikkelingen. Bij openbare verlichting gaat het om grote aantallen. Een lamp die minder geld kost dan zijn voorganger of langer meegaat, is interessant om toe te passen. LED en dimmen: ontwikkelingen van de afgelopen jaren Het laatste decennium is hier ook de wens (of noodzaak) tot het reduceren van het energieverbruik bijgekomen, met als doel ook CO2 uitstoot te reduceren. Twee belangrijke technieken zijn hiervoor beschikbaar: •
Toepassen van ledverlichting. LED-lichtbronnen gaan (veel) langer mee dan conventionele verlichting en het energieverbruik is lager.
•
Toepassen van dimmen. In de nachtelijke uren is minder licht nodig vanwege de lagere verkeersintensiteit of het ontbreken van burgers.
Duurzame alternatieven voor openbare verlichting. Eén van de kenmerken van de openbare verlichting is dat dit onderhoudskosten met zich meebrengt. Als men tracht deze te reduceren valt te kijken naar alternatieve oplossingen die wellicht uitkomst kunnen bieden: •
Het verwijderen van masten. Daar waar verlichting niet (meer) nodig is gezien de actuele inzichten, kunnen wellicht masten worden verwijderd.
•
Toepassen van zonnecelmasten. De gedachte hierbij is dat de aansluiting op het elektriciteitsnet niet nodig is. Doorgaans zijn dit nog zeer dure oplossingen. De benodigde accu maakt deze oplossing ook minder duurzaam.
• Reflectiepaaltjes kunnen worden toegepast als vervanger van OV in flauwe bochten en markering van minder gevaarlijke kruisingen in het buitengebied.
Passieve markering, denk hierbij aan reflectiepaaltjes of witte kantlijnen voor zichtbaarheid van het wegverloop. Passief betekent dat er geen elektrische aansluiting nodig is, dus zonder energieverbruik.
•
Actieve markering, bijvoorbeeld (gevoede) LED-units langs de kantlijn van de weg of in een rotonde. Actief impliceert dat deze elektrisch wordt gevoed.
Het toepassen van deze alternatieve technieken spreekt vanuit de duurzaamheidgedachte tot de verbeelding. De meeste alternatieven kunnen doorgaans op beperkte schaal toegepast worden.
18 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
3.2
Ontwikkelingen in de OVL
Wat de toekomst gaat brengen, is nooit exact te bepalen. In de tweede kamer is in 2023 een motie aangenomen om in 2025 alle openbare verlichting langs het hoofdwegennet (rijkswegen) is voorzien van LED. Deze wet geldt niet voor lokale overheden, maar geeft wel het belang hiervan aan. Qua energievoorziening verwacht men dat steeds meer zal worden overgegaan op lokaal opgewekte en lokale opslag van energie, bijvoorbeeld op wijkniveau. Er zullen nieuwe spelers op het vlak van opwekking, distributie en levering komen. De huidige marktpartijen gaan een verandering doormaken ten aanzien van hun producten en dienstverlening. De technieken zullen verder ontwikkelen. Nieuwe technieken maken het mogelijk om deze dimfunctionaliteit (draadloos) te koppelen aan centraal gestuurde systemen. Ook kan de functie van de lichtmast uitgebreid worden voor systemen die passen in het concept van Smart City. Dit gaat dan dus verder dan het genereren van licht. Denk hierbij aan detectie van fijnstof, verkeerstellingen, personen tellen, laadpalen, camera’s. Waar deze tendensen toe gaan leiden, is vooralsnog niet te voorzien. Elektronica wordt steeds meer geavanceerd, zoals de opkomst van Artificial Intelligence (AI) waardoor het aantal functies van de technieken vergroot wordt. Nu al voorsorteren op het grootschalig toepassen van systemen die dergelijke functies bieden is niet te overzien.
De gemeenten en de marktpartijen volgen de ontwikkelingen op dit vlak en zullen daarover in de toekomst in overleg gaan. 3.2.1
Invloed van lichtkleur
De landelijke richtlijnen voor wat betreft de verlichtingskwaliteit gaan uit van een jong persoon. Aangezien we vergrijzen zullen we rekening moeten houden met de toenemende lichtbehoefte van de oudere medemens. Gebleken is dat 70-jarigen tweemaal zo veel licht nodig hebben dan 20-jarigen voor dezelfde waarneming4. Ook de kleur van het licht heeft hierbij een grote invloed. De oudere medemens ervaart slechter zicht bij de koelere lichtkleuren door vertroebeling van het oog. Voor een warmere, prettiger beleving van de openbare ruimte, maar ook vanwege het beperkte zicht van de ouderen, is het aan te bevelen uit te gaan van LEDvarianten met een lagere kleurtemperatuur.
4
Wood, Joanne M. & Owens, D. Alfred (2005) Standard Measures of Visual Acuity Do Not Predict Drivers’ Recognition Performance Under Day or Night Conditions. Optometry and Vision Science, 82(8), pp. 698-705.
19 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Vanuit de binnenverlichting wordt gewerkt met HCL (Human Centric Lighting). Hierbij wordt gedurende de dag de lichtkleur aangepast om mensen te activeren (koele kleuren) of rust te bieden (warme kleuren). Recentelijk wordt geëxperimenteerd met dit effect in de openbare verlichting.
3.2.2
Uitfasering lichtbronnen
In 2011 is de Europese Richtlijn 2011/65/EU in werking getreden; Deze richtlijn is bekend geworden onder de naam RoHS-richtlijn (Restriction of Hazardous Substances - beperking van gevaarlijke stoffen). Deze EU-richtlijn heeft als doel het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur te beperken en helpt bij het beschermen van het milieu en de volksgezondheid door klimaatvriendelijke en duurzame verlichting te verplichten. Na de gasontladingslampen als SOX en HPL worden per 1 september 2032 de (compacte) fluorescentielampen uit gefaseerd. Dit houdt in dat deze lichtbronnen niet meer geproduceerd mogen worden en de bestaande voorraden niet meer beschikbaar zullen zijn voor vervanging van defecte lichtbronnen. 3.2.3
Licht op maat
Tot nog niet zolang geleden was het heel gebruikelijk verlichting met zonsondergang aan te schakelen en pas weer uit te doen op het moment dat de zon weer op kwam. Met name vanuit de duurzaamheidsgedachte is “licht op maat” steeds gewoner. Hiermee wordt bedoeld, dat alleen op die momenten en locaties wordt verlicht, als verlichting op dat moment ook functioneel is. Verlichting dient de mensen op straat. Als er geen mensen aanwezig zijn, waarom brandt de verlichting dan? En als er alleen personen op straat lopen, is het dan nodig om het lichtniveau zo hoog te laten zijn dat dit ook voldoende is voor (snel) verkeer? Dit soort vragen zijn belangrijk voor de bewustwording en zouden eigenlijk ook wetenschappelijk onderbouwd moeten worden. De OVL-richtlijnen liepen hierbij enigszins achter bij wat men maatschappelijk wil of vindt. De nieuwe NPR13201 is een richtlijn en biedt de mogelijkheid om op maat te kijken naar de plaatselijke eisen en wensen.
20 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Een actueel thema is het fenomeen “Smart Lighting of Smart City”. Dit wordt vaak gebruikt als een containerbegrip dat staat voor de innovatieve stedelijke planning die is gebaseerd op slimme technologie die steden veiliger, schoner en efficiënter maakt. Smart City brengen datatechnologie, mobiliteit, ruimte, veiligheid, infra en milieu samen. Op deze wijze tracht men met techniek de kwaliteit van leven te verbeteren. Kortom, op technisch vlak steeds meer mogelijk: je kunt het licht bij wijze van spreken met de weggebruiker als een lichtwolk mee laten bewegen. Los van de financiële inspanningen, is de vraag of de gemeente dergelijke technieken ook als standaard OVL zou moeten toepassen. De mate van “slimheid” is een keuze die
+ welzijn
mensgerichte verlichting
mensgerichte verlichting
+ duurzaamheid
intelligente verlichtingssystemen
intelligente, dynamische verlichtingssystemen
+ energiebesparing
renovatie oude verlichting
ombouw naar led en statisch dimmen
Functioneel licht
toename van ICT
toename van de waarde van licht
elke gemeente zelf moet maken.
vast schakelregime, aan-uit
Toename van technologie in openbare verlichting en de toename van waarde voor de maatschappij
Statisch dimmen Tegenwoordig zijn de mogelijkheden veel groter, maar ook de keuzes die men moet maken. Tijdens de drukke uren heeft de weggebruiker behoefte aan meer licht, maar in de nachtelijke uren zijn er minder weggebruikers aanwezig en kan men volstaan met minder licht. De richtlijn voor de openbare verlichting geeft hierin een handreiking door, naast een aantal andere criteria, op basis van het aantal weggebruikers het noodzakelijke lichtniveau te bepalen. Met de komst van de LED en de programmeerbare elektronica is daarmee de eerste, en meest eenvoudige, stap om een vast dimprotocol te integreren. Hiermee kan binnen de openbare verlichting eenvoudig een extra besparing behaald worden in het energieverbruik.
Voorbeeld: dimmen op een verkeersweg, in combinatie met actieve markering midden op de weg. Het percentage geeft het lichtniveau aan.
21 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Communicerende verlichting De tweede stap is om een unit aan te brengen die direct (via een ingebouwde GSM) contact maakt met de (bijbehorende) software die de beheerder in staat stelt om de verlichting real time te monitoren en waar nodig het lichtniveau of het (statische) dimprofiel aan te passen aan een nieuwe situatie. Hiermee worden storingen aan de verlichting geconstateerd voordat de burger ze meldt en klachten worden voorkomen. Dynamische verlichting De volgende stap richting de Smart City is het aanbrengen van een OLC (outdoor light controller) in het armatuur. Hiermee stelt dit de gemeente in staat om een sensor in een straat aan te brengen, die op basis van beweging, verkeersdrukte, weersinvloeden of andere opties de verlichting gelijk aan kan passen naar een gewenst niveau. Hiermee kan de verlichting inschakelen bij aanwezigheid en uitschakelen of dimmen als er geen gebruikers aanwezig zijn. Van Smart Lighting naar een Smart City De laatste stap richting een Smart City is dat andere (beheer) teams gebruik maken van het communicatienetwerk die dankzij de openbare verlichting is ontstaan. Momenteel maken sensoren in de openbare ruimte een connectie via een eigen dataverbinding en zijn deze onderling niet gekoppeld.
Door gebruik te maken van het bestaande communicatienetwerk van de openbare verlichting zijn er minder communicatiekanalen en kunnen verschillende disciplines samenwerken binnen het netwerk. De toekomst van Smart City Uiteraard zijn er een aantal aspecten die meegenomen dienen te worden in de afweging welke stap de gemeente wil maken in het toepassen van “smart”. Denk hierbij aan de investering van de controllers en het netwerk, het verrekenen van de energiekosten met de netbeheerder van een onbemeterd netwerk en de samenwerking tussen de verschillende disciplines binnen de gemeente.
Smart City netwerk met gebruik door verschillende gebruikers, disciplines en operators
22 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Wat de toekomst op dit vlak gaat brengen en hoe gemeenten hierop gaan acteren is nog niet te voorzien. Dat de vele masten in de gemeente een fijnmazig netwerk voor allerlei sensoren kan bieden biedt staat los van de openbare verlichting, maar deze objecten maken wel gebruik van de masten als drager. Openbare verlichting kan op deze wijze een uitrol van Smart City faciliteren. Hoe de toekomst er hiervan uit gaat zien is niet alleen een technologische vraag, maar er zal vooral op dit vlak integraal beleid gemaakt moeten worden. Daarnaast zal ook nagedacht moeten worden over de organisatorische en beheeraspecten in combinatie met veiligheid en privacy. 3.2.4
Medegebruik lichtmast
De lichtmast is vaak in grote getalen aanwezig binnen de gemeentelijke grenzen. Niet verwonderlijk is dan ook dat andere partijen gebruik willen en kunnen maken van de mogelijkheden en locaties van de lichtmast. Dit kan zijn in de traditionele vorm van een straatnaambord of een reclamebord aan de mast tot aan nieuwe mogelijkheden van sensoren en netwerken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee specifieke varianten: • Objecten zonder elektra aansluiting • Objecten met een elektra aansluiting Onverlichte reclame-uitingen en bebording Onverlichte bebordingen voor straatnamen, bewegwijzeringen en reclame-uitingen zijn toegestaan en worden binnen de gemeente al toegepast. Deze objecten zijn vaak eenvoudig aan te brengen aan lichtmasten. Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met de sterkte en de maximale belastbaarheid van de lichtmast, zeker omdat aangebrachte reclame-uitingen een impact kunnen hebben op het windvangend oppervlak. Verwisselbare reclameborden worden onder op de lichtmast gemonteerd en kunnen de bereikbaarheid van het mastdeurtje belemmeren. Verlichte reclameborden Verlichte reclameborden maken vaak gebruik van de elektra aansluiting van de openbare verlichting. De borden gaan pas branden zodra de verlichting inschakelt. Ook hierbij is het zaak dat de masten geschikt zijn voor het dragen van de reclameborden.
Ook dienen de reclameborden in het beheerpakket geregistreerd te worden vanwege het verrekenen van het energieverbruik met de energieleverancier en met de eigenaar van de reclame-uitingen.
23 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Feestverlichting Feestverlichting is decoratieve verlichting die meestal in het kader van de feestdagen in de winterperiode in allerlei uitvoeringen in de openbare ruimte te zien is. Deze verlichting komt vrijwel altijd op initiatief en op kosten van ondernemers(verenigingen) tot stand. Sensoren De vraag naar het toepassen van sensoren in de openbare ruimte groeit. Denk hierbij aan sensoren voor de meting van de luchtkwaliteit of geluidsoverlast. De mast is uitermate geschikt om meetapparatuur aan op te hangen en aan te sluiten. Echter heeft een lichtmast een geschakelde elektra aansluiting, waardoor de sensoren overdag geen spanning hebben en dus overdag niet werken. Laadvoorzieningen Een nieuwe ontwikkeling is de vraag naar het toevoegen van een laadobject voor auto’s aan de lichtmast. Het combineren van objecten leidt ertoe dat er minder objecten in de buitenruimte naast elkaar staan. Echter dient bij het ontwerp van de openbare verlichting wel rekening gehouden te worden met de plaats van de lichtmasten. Daarnaast hebben laadobjecten vaak een grotere aansluiting nodig dan zich momenteel in de lichtmast bevindt. Netbeheerders staan op dit moment meerdere aansluitingen in een object niet toe. Deze ontwikkelingen zullen in de toekomst gevolgd moeten worden.
5G In het kader van de komst van 5G en de ontwikkelingen van het toekomstige 6G netwerk hebben de gemeenten vanuit de telecomcode de verplichting om infrastructuur en gebouwen beschikbaar te stellen aan de telecomaanbieders voor de uitrol van 5G. Aangezien de toegangspunten van het 5G netwerk een hoge bandbreedte aanbiedt, maar daarbij een klein bereik hebben, zijn lichtmasten zeer geschikt om deze toegangspunten aan te bevestigen. Echter geldt ook hier dat lichtmasten geen permanente voeding hebben en de toegangspunten dit wel vereisen. Het is aan te bevelen dat de gemeente een beleidsnota opstelt rondom het antennebeleid naar aanleiding van de nieuwe telecomcode. Op de site www.antennebureau.nl staat meer informatie rondom dit onderwerp.
24 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
3.3
Circulaire economie
De vraag naar grondstoffen neemt steeds verder toe, terwijl de grondstofvoorraden alleen maar afnemen en uiteindelijk uitgeput raken. Daarom wil de Rijksoverheid de Nederlandse economie in 2050 volledig laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Tussendoelstelling is om 50% minder primaire grondstoffen (mineraal, fossiel, metalen) te gebruiken in 2030. De gedachte achter de circulaire economie berust op een aantal uitgangspunten: • Voor gebruik; nieuwe producten worden zo ontworpen en gemaakt dat tijdens productie een minimale milieubelasting plaatsvindt en dat aan het eind van de gebruiksfase waarde vernietiging zoveel mogelijk wordt voorkomen. • Tijdens het gebruik; blijft de waarde van het product behouden of kan de levensduur van het product, of zoveel mogelijk delen daarvan, worden verlengd. • Na het gebruik; de gebruikte producten worden ingenomen en de grondstoffen worden in het kringloopproces opgenomen.
Binnen de openbare verlichting lopen een aantal marktverkenningen en onderzoeken naar de toepasbaarheid van de circulaire economie binnen de branche. Hierbij wordt vooral gekeken naar de toepasbaarheid en haalbaarheid van een aantal mogelijkheden en de combinatie daarvan. Hierbij kan gedacht worden aan: • Duurzaam inkopen • Herleidbaarheid van grondstoffen voor masten en armaturen • Gebruik van gerecyclede materialen in masten en armaturen • De recyclebaarheid van materialen • Energieverbruik van de componenten • Energieopwekking Deze marktverkenningen geven antwoord op de vragen wat de stand van zaken is, welke ontwikkelingen spelen er en wat kunnen gemeenten vragen aan marktpartijen? Het is een zoektocht naar circulaire mogelijkheden, maar gaat ook over lichtkwaliteit, beleving en veiligheid, technologie, organisatie.
25 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
3.4
Openbare verlichting en gelijksstroom
De meeste bestaande energienetten wordt gebruik gemaakt voor wisselstroom. Tegenwoordig kan ook gekozen worden voor een gelijkstroomnet. In de basis functioneert alle elektronische apparatuur al op gelijkstroom en wordt wisselstroom in het apparaat omgezet naar gelijkstroom wat leidt tot energieverliezen. De productie van duurzame elektriciteit is steeds vaker gebaseerd op gelijkstroom technologie (zon- en windenergie). Gelijkstroomnetten leveren ten opzichte van wisselstroomnetten voordelen op in het kader van duurzaamheid en zullen in energietransitie een grote rol gaan spelen. Voor het transport van energie is minder geleider materiaal (grondstoffen) nodig. Dit resulteert in het overbruggen van grotere afstanden met gelijkstroom ten opzichte van vergelijkbare aderdiameters bij wisselstroom en kan ook bespaard worden op het aantal verdeelkasten in de installatie.
26 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
4
Huidige situatie
De openbare verlichting in de gemeende Bunschoten bestaat uit 4.032 verlichtingsobjecten. Van oudsher waren deze objecten in eigendom van het energiebedrijf Remu en door de splitsingswet vanaf 2000 bij CityTec B.V. en in de vorm van een leaseconstructie zijn ze geleased door de gemeente Bunschoten. Vanaf 2015 is de gemeente de verlichtingsobjecten die vervangen werden zelf gaan aanschaffen en beheren waarbij het onderhoud nog wel door CityTec plaatsvindt. Per 1 januari 2024 heeft de gemeente de overeenkomst met CityTec opgezegd en is het volledige areaal overgenomen. De gemeente wil hiermee zelf eigenaar zijn van de openbare verlichting en zo zelf richting en sturing geven aan duurzaamheid en innovatie, die het serviceniveau verhogen en (waarschijnlijk) minder geld en energiekosten. Het huidige beleid van de openbare verlichting stamt uit 2014 5. De belangrijkste gemeentelijke uitgangspunten voor verlichting zijn: •
Bij het aanbrengen of vervangen van de openbare verlichting wordt uitgegaan landelijk geaccepteerde richtlijn ROVL2011.
•
Binnen de bebouwde kom wordt uitgegaan van het verlichten van de openbare ruimte van erfgrens tot erfgrens. Voortuinen worden vanuit de OVL niet specifiek verlicht.
•
In parken wordt niet verlicht tenzij er geen alternatieve route voorhanden is. Indien noodzakelijk worden alleen doorgaande wandel- en fietsroutes verlichting en voorzien van dim mogelijkheden.
•
Achterpaden in beheer van de gemeente worden niet verlicht als de sociale veiligheid niet in het geding is.
•
Buiten de bebouwde kom worden de wegen alleen verlicht als dit voor de (verkeers) veiligheid noodzakelijk is.
5 'Verlichtingsbeleid Bunschoten 2014-2023' van 28 augustus 2014.
27 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
4.1
Paspoort OVL
De huidige installatie is niet van gisteren op vandaag gebouwd. Keuzes en besluiten die in het verleden zijn genomen hebben geleid tot een OVL-installatie zoals deze er vandaag de dag bij staat. De gemeente heeft 4.009 lichtmasten staan en 4.214 armaturen6. Onderstaande figuren geven een inzicht in het areaal.
In de afgelopen beleidsperiode (inclusief geplande vervanging 2024) zijn er 3.788 armaturen vervangen of voorzien van LED. Hiermee is 84% van het verlichtingsareaal van de gemeente verduurzaamt.
6
Bron; gebaseerd op areaal 2023 incl. geplande vervanging 2024
28 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Het energieverbruik is door het toepassen van led en dimmen verminderd van 620MWh in 20137 naar 377MWh eind 2024. Hierbij is al uitgegaan van de grootschalige verledding die in voorjaar van 2024 heeft plaatsgevonden.
De totale energiebesparing van de vervanging bedraagt grofweg 243MWh, oftewel 40% t.o.v. 2013 Op basis van de plaatsingsdata in het areaalbestand is te zien dat het grootste deel van het areaal recentelijk is vervangen. In de vorige beleidsperiode is een groot deel van de achterstand weggewerkt. Van 103 masten is de leeftijd ouder dan 40 jaar en 300 armaturen zijn ouder dan 20 jaar. De genoemde jaren 40 en 20 zijn de jaren die worden gehanteerd voor de (standaard) levensduren per onderdeel.
7
Bron; Beleidsplan 2013 en keuzes OVL 2021
29 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
30 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
5
Beleid en beheer van de Openbare Verlichting
De gemeente voert zelf het beleid en het beheer over de OVL. Voor het dagelijkse onderhoud (correctief) en de vervangingsprojecten (preventief) wordt een onderhoudsbestek aanbesteed waarbij een aannemer wordt geselecteerd om deze werkzaamheden uit te voeren in opdracht van de gemeente. Toezicht op de uitvoering doet de gemeente zelf. Het muteren van de gegevens in het beheersysteem GeoVisia wordt door de gemeente uitgevoerd. 5.1
Verlichtingskwaliteit
De wijze waarop de gemeente de openbare verlichting realiseerde is geënt op het “duurzaam veilig” principe. OVL heeft een bijdrage aan: •
Het voorkomen van onbedoeld gebruik van wegen.
•
Het voorkomen van onzeker weggedrag van verkeersdeelnemers.
De gemeente zoekt naar versobering om overdadig licht tegen te gaan. De genoemde principes gelden binnen de bebouwde kom. Vanuit milieuoogpunt wordt buiten de komgrenzen in principe niet verlicht, tenzij de verkeersveiligheid dit vereist. De destijds gehanteerde uitgangspunten voor verlichtingskwaliteit zijn min of meer hetzelfde gebleven. De richtlijn voor openbare verlichting (ROVL2011) is vervangen door de NPR13201. De lichttechnische uitgangspunten binnen het politiekeurmerk veilig wonen voor deel openbare ruimte komen grotendeels overeen met die van de NPR13201. Op sommige aspecten zijn de vereisten scherper. Actuele inzichten geven aan dat deze vereisten te zwaar zijn voor een gemeente van deze omvang. Een versobering van de verlichtingskwaliteit is wenselijk. Dit gegeven is de aanleiding om de verlichtingseisen voor het politiekeurmerk niet toe te passen. De uitstraling van de openbare verlichting wordt in grote mate bepaald door de uitgangspunten in de omgevingsvisie van de gemeente Bunschoten. Hierin staat wat de inwoners, organisaties en gemeente met elkaar belangrijk vinden als het om onze leefomgeving gaat. Over alles wat we buiten zien, ervaren, horen en ruiken. Dit kan over gebouwen, wegen, stoepen en water gaan, maar ook over gras, bomen en monumenten. De uitstraling en de vorm van de masten en armaturen sluiten aan bij het karakter die bij het gebied horen.
31 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
Onderstaand overzicht geeft aan hoe de gemeente de openbare ruimte verlicht. De tabel is gebaseerd op de uitgangspunten van het oude plan en geactualiseerd naar huidige maatstaven en ideeën. Verlichting: Binnen komgrens
Toelichting
Ja
De gemeente voorziet in het verlichten van de openbare ruimte ten behoeve van de verkeers- en sociale veiligheid. Hierbij streeft de gemeente naar standaardisatie van toegepaste masten, armaturen en lichtbronnen.
Gebiedsontsluitingsweg BiBeKo
Ja
Verkeersfunctie Lichtpunthoogte 6 tot 8m.
Centrumontsluiting
Ja
Verblijfsfunctie Lichtpunthoogte 6m.
Rotondes en kruisingen Bedrijventerreinen
Ja
Verkeersfunctie Lichtpunthoogte 6 tot 8m.
Woongebieden
Ja
Lichtpunthoogte 4 tot 6m.
Historisch lint
Ja
Antieke masten (zie kaarten)
Voet-/fietspaden
Ja
Aandacht voor beperking van lichthinder voor omwonenden. Voor hoofdfietsroutes geldt dat deze altijd worden voorzien van verlichting tenzij er andere regels gelden voor de omgeving (bron: mobiliteitsplan).
Openbare parkeerplaatsen
Ja
Evenals wegen naar sportparken.
Parken
Nee
Tenzij er geen alternatieve route aanwezig is, of het vanuit veiligheid noodzakelijk is.
Trapvelden en speellocaties
Nee
Speelvelden worden niet aangelicht. Trapvelden en elementen voor oudere worden eveneens niet verlicht, tenzij de het gebruik hierom vraagt.
Achterpaden
Nee
De gemeente is geen eigenaar van deze verlichting. Tenzij dit vanuit sociale veiligheid gewenst is.
Nee, tenzij:
In principe plaatst gemeente geen verlichting buiten de komgrenzen, tenzij de verkeersveiligheid in het geding is. Dit geldt met name bij de verkeer intensieve en/of minder overzichtelijke locaties.
Wegkruisingen
Optioneel
Met name waarde veiligheid in het geding is. Dit geldt ook bij specifieke verkeersmaatregelen, bochten en discontinuïteiten in het wegbeeld. In de regel is de verkeersintensiteit ter plaatse hoog.
Fietsroutes
Optioneel
Incidenteel kan hier verlichting worden toegepast om de veilige verkeersafwikkeling te ondersteunen. Voor hoofdfietsroutes geldt dat deze altijd worden voorzien van verlichting tenzij er andere regels gelden voor de omgeving (bron: mobiliteitsplan).
Buiten de kom
32 Beleid en beheer openbare verlichting gemeente Bunschoten 2025-2034
Projectnummer S22002
5.2
Inrichting en uitstraling
De richtlijn voor de openbare verlichting biedt de gemeente handvatten om de keuze te maken om wel of geen verlichting aan te brengen. De keuze hiertoe hangt samen met aanwezigheid van weggebruikers, veiligheid, duurzaamheid, donkerte of het gebruik van alternatieve maatregelen. Buiten de richtlijn voor de openbare verlichting hanteert de gemeente de richtlijn lichthinder ter voorkoming van lichthinder en lichtvervuiling. Bij het plaatsen van de openbare verlichting wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het normeninstituut bomen en wordt gebruik gemaakt van de bomenposter. Binnen de openbare ruimte zijn er verschillende niveaus in de uitstraling, welke kan verschillen binnen en buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert hierin een aantal structuurgebieden: o