CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230512 Voortgangsrapportage RES 2.0 def..pdf

Commissie Ruimte 6 september 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden18.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage RES 2.0 DEEL A 20-4-2023

2 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Voorwoord In deze rapportage beschrijven we de voortgang van de energieregio Amersfoort. Deze Regionale Energiestrategie (RES) 2.0 geeft een tussenbalans waar we nu staan sinds de vaststelling van RES 1.0. Ons gezamenlijke bod uit RES 1.0 is om in 2030 0,5 terawattuur (TWh) aan elektriciteit op te wekken door middel van grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Gelukkig zitten onze inwoners niet stil. Mede door de hoge prijzen voor energie zien we dat veel particulieren, verenigingen, instellingen en kleine bedrijven al flink besparen op hun energieverbruik en investeren in een behoorlijk aantal zonnepanelen. Voor de duurzaamheidstransitie heel belangrijk maar in de landelijke systematiek van de RES telt dat echter niet mee. Als Regio Amersfoort staan we gezamenlijk aan de lat om grootschalige opwek van duurzame energie te realiseren. Het RES 1.0 bod is in juni 2021 door de gemeenteraden, de Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap vastgesteld. Een belangrijke mijlpaal! Twee jaar verder is er een hoop gebeurd. We zijn gestart met de uitvoering, verschillende gemeenten hebben uitnodigingskaders opgesteld, na de gemeenteraadsverkiezingen zijn in coalitieakkoorden weer koersen verlegd of aangescherpt, en veel tijd is gaan zitten in het onderzoeken van de verschillende opties.

De Provincie Utrecht is daarnaast gestart met een onderzoeksopzet om de milieueffecten van opweklocaties voor windenergie te onderzoeken (welke impact op bijvoorbeeld natuur, geluid of gezondheid). Doel is om de balans te verbeteren tussen wind- en zonne-energie in de gehele provincie Utrecht. De uitkomsten van deze planMER in 2024 kan input zijn voor onze eigen RES 3.0. Ook als we iets voorbij onze regionale horizon kijken heeft de wereld niet stil gestaan. De energieprijzen zijn zo hard gestegen dat het woord ‘energiearmoede’ zijn intrede deed, de oorlog in de Oekraïne heeft onze blik op onze afhankelijkheid van Russisch gas veranderd, netcongestie maakt zowel afname als opwek voor grootverbruikers ingewikkeld en de laatste rapporten van het IPCC laten een steeds urgenter probleem zien wat bij bezorgde burgers reden is voor protesten en steeds vaker ook burgerlijke ongehoorzaamheid. Kortom, de energietransitie is als vraagstuk urgenter, maar ook complexer dan ooit.

3 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Kijk ik dan naar welke voortgang we boeken als regio op onze opgave, dan zie ik

instellingen, ondernemers en als bestuurders en volksvertegenwoordigers, maar

dat we onvoldoende in staat zijn daar antwoord op te geven. De opwek van zon op

mooi voor elkaar hebben gekregen met elkaar. Alle stappen die we zetten, zijn

dak en zon op land groeide, maar die groei is de afgelopen 2 jaar afgevlakt. Waar

onderdeel van de veel grotere opgave die alle EU-lidstaten hebben onderschreven,

we wel voortgang op hebben geboekt is op warmte. Want naast de opgave voor

namelijk om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te willen zijn. In de RES-systematiek

grootschalige opwek van zon en wind is de afgelopen twee jaar ook onderzocht of

richten we ons op 2030, als een eerste (forse) tussenstap. Samen onderweg naar dat

regionale bronnen zoals warmte uit de Eem en het Eemmeer kunnen bijdragen aan

eerste doel grootschalige opwek van duurzame energie. Niet omdat het moet van

de warmtetransitie.

Brussel of Den Haag, maar omdat we onze regio leefbaar willen houden voor deze en

Dit had nog geen plek in de RES 1.0, wel in deze 2.0.

volgende generaties.

Maar zoals de Provincie Utrecht onlangs constateerde, met onze wind opgave maken

Roland van Benthem

we te weinig vaart. Zowel voor de windmolens op de Isselt als die langs de A28 en

Voorzitter Bestuurlijk Overleg RES Regio Amersfoort

de Vlasakkers lopen onderzoeken en is het gesprek met de omgeving gestart, maar

Burgemeester van de gemeente Eemnes

de opdracht vanuit het Klimaatakkoord om in 2025 tot vergunningverlening over te gaan, halen we met het huidige tempo (deels) niet. Aan de inzet en ijver ligt het niet, maar het zijn ingewikkelde en ingrijpende processen. Ook het (politieke en maatschappelijke) draagvlak voor grootschalige opwek van zonne-energie op land is sinds RES 1.0 afgenomen. Toch zijn er ook successen, zoals het zonneveld naast het Meander-ziekenhuis in Amersfoort. Al met al betekent dit dat als we onze eigen doelstelling willen halen, we zullen moeten gaan versnellen. Op alle sporen. Op zon, op wind en op warmte. Maar ook (en misschien wel juist) op participatie. Want de energietransitie is niet alleen een technische transitie, maar ook een maatschappelijke. We hebben de samenleving nodig, en er zijn kansen om als buurt mee te profiteren van de opbrengsten van energieopwekking. Niet alleen de opbrengst aan energie, maar ook door mee te delen in de winst. Er moet nog veel werk verzet worden, daarom hebben we niet alleen een voortgangsdocument gemaakt, maar ook een stappenplan naar de RES 3.0. Die laat zien hoe we op de technische sporen (wat kan en welke impact hebben de projecten) de komende 2 jaar willen versnellen, maar ook hoe we onze inwonerbetrokkenheid willen versterken. In 2025 verschijnt de RES 3.0. Dan moet duidelijk zijn of we op koers liggen en of we met trots terug kunnen kijken.

Dat we dit als regio, inwoners, verenigingen,

4 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Inhoud

5 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Voorwoord Inhoud Samenvatting RES 2.0 1.

2

6.

4 6

Inleiding

8

1.1

Algemeen

8

1.2

Het Klimaatakkoord

1.3

Doel van deze voortgangsrapportage

1.4

Leeswijzer

11

7.

Participatie, maatschappelijk draagvlak en bestuurlijke samenwerking

32

6.1.

33

Participatie regionale stakeholders

6.2. Lokale participatie

33

6.3

Regionale samenwerking

33

6.4

Betrokkenheid netbeheerder Stedin

34

6.5

Bestuurlijk overleg

34

Conclusie

36

8

7.1

Elektriciteit

37

11

7.2

Warmte

37

Bijlage 1: Overzicht samenvatting coalitieakkoorden 2.

3.

4.

5.

38

Opgave en ontwikkelingen opwek grootschalige duurzame elektriciteit

12

Bijlage 2: Impact van uitnodigingskaders

39

2.1

12

Bijlage 3: Verschil tredebenadering RES 1.0 en rekenmethodiek NP RES

40

Invulling RES 1.0

Bijlage 4: Lijst met opweklocaties zon op veld

41

Stand van zaken grootschalige opwek duurzame elektriciteit

18

Bijlage 5: Lijst met opweklocaties wind op land

42

3.1

Algemeen

18

Bijlage 6: Netimpact analyse Stedin

43

3.2

Grootschalige opwek zon op dak

18

Bijlage 7: Advies regionale stakeholders

56

3.3

Zon op veld

20

Bijlage 8: Samenvatting uitkomsten van 19 september 2022

60

3.4

Wind op land

21

3.6

Samenvatting

23

Colofon

68

Netimpact analyse

26

4.1

Algemeen

26

4.2

Samenvatting netimpact analyse

26

4.3

Aanbevelingen voor het vervolg

27

Opgave Regionale Structuur Warmte (RSW)

28

5.1

Algemeen

28

5.2

Actualisatie RSW en TVW

29

6 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Samenvatting RES 2.0

De Regionale Energie Strategie (RES) Amersfoort is ontwikkeld en opgesteld door de 7 samenwerkende gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg), netbeheerder Stedin, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe om grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en warmte te realiseren. De RES 2.0 is een voortgangsdocument volgend op de RES 1.0, die gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap in juli 2021 hebben vastgesteld. Met deze eerste RES heeft de regio zich ten doel gesteld om in 2030 0,5 TWh grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken.

Afspraken en urgentie Deze voortgangsrapportage beschrijft de stand van zaken, hoe de afgelopen 2 jaar invulling is gegeven aan de afspraak 0,5 TWh duurzame elektriciteit te realiseren én hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen. De RES vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord om in Nederland voor 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken via grootschalige bewezen technieken: windturbines en zonnepanelen. De regionale ambities zijn er echter niet alleen omdat het Klimaatakkoord dit voorschrijft, maar omdat colleges en volksvertegenwoordigers in de regio Amersfoort zelf overtuigd zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op zoek gegaan naar kansrijke zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te realiseren t.o.v. 1990.

Maatschappelijk vraagstuk We realiseren ons goed dat de energietransitie niet alleen een technisch, , ruimtelijk, infrastructureel en economisch vraagstuk is. Het is ook een maatschappelijk

7 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

vraagstuk dat heel wat losmaakt. Door de complexiteit van de uitdaging en de impact

In de regio Amersfoort is tot nu geen windturbine gerealiseerd. De gemeente

die het heeft op onze leefomgeving en levens, is het belangrijk dat iedereen die dat

Amersfoort werkt aan het project Soesterwijkwiek voor de realisatie van twee

wil, mee kan doen. Om het gesprek met regionale stakeholders steviger in het proces

windturbines bij het bedrijventerrein Isselt. Ook start Rijkswaterstaat een verkenning

te borgen, is in 2022 een stakeholderoverleg in het leven geroepen. Het doel van het

naar de mogelijkheden van windturbines langs de A28 en het defensieterrein De

stakeholderoverleg is om te reflecteren op de energietransitie en de bestuurders van de

Vlasakkers.

RES Amersfoort op strategisch niveau te adviseren. Belanghebbenden die een lokaal of

De provincie Utrecht heeft in de zomer van 2022 een tussenbalans opgesteld om te

eigen belang vertegenwoordigen, krijgen een plek in het participatieproces zodra een

monitoren of de plannen van de plannen voor windenergie in de 3 Utrechtse RES regio’s

zoekgebied een project wordt.

voldoende robuust zijn. De conclusie van de provincie is dat in de provincie Utrecht onvoldoende voortgang wordt geboekt. Om tot een robuust plan te komen, is de

Stand van zaken zon en wind

provincie Utrecht een onderzoek (planMER) gestart om voor 93 mogelijke windlocaties

De RES vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord om

(waarvan 18 in de RES regio Amersfoort) te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn.

in Nederland voor 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken via grootschalige

Vervolgens vindt een afweging plaats welke locaties geschikt zijn.

bewezen technieken: windturbines en zonnepanelen.

Warmte toegevoegd aan de RES De regionale ambities zijn er echter niet omdat het Klimaatakkoord dit voorschrijft,

Naast de opgave voor grootschalige opwek van duurzame energie met zon en wind is

maar omdat colleges en volksvertegenwoordigers in de regio Amersfoort zelf overtuigd

de afgelopen twee jaar ook onderzocht welke regionale bronnen kunnen bijdragen aan

zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op zoek gegaan naar kansrijke

de warmtetransitie. Uit onderzoek blijkt dat aquathermie uit de Eem en het Eemmeer

zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te

in de regio substantieel kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Dat geldt in de

realiseren t.o.v. 1990.

toekomst ook voor geothermie. Daarnaast willen we ook de mogelijkheden van groen gas verder verkennen. De landelijke overheid heeft een versnelling aangekondigd voor

Uit deze voortgangsrapportage blijkt dat de grootschalige opwek van zon op dak

de warmtetransitie. Het versnellen van de warmtetransitie vraagt om een forse extra

tussen 2019 en 2020 in de regio fors is toegenomen. Op dit moment hebben we circa

opgave om dit te kunnen realiseren.

30% van de geplande opgave gerealiseerd. Sinds 2021 laat de groei van zon op dak een afvlakking zien. Waarschijnlijk is dit veroorzaakt door het afkondigen van netcongestie in 2021. Hierdoor kan grootschalige opwek niet altijd worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Voor zon op veld is eveneens circa 30% van de opgave gerealiseerd, maar ook hier zien we een afvlakking van de groei. De meest waarschijnlijke oorzaak voor de afvlakking van de groei is het afkondigen van netcongestie maar ook andere oorzaken kunnen een rol spelen (bijvoorbeeld dat de gemeentelijke ruimtelijke kaders onvoldoende interessant zijn voor ontwikkelende partijen. De precieze oorzaken hiervan gaan we de komende tijd onderzoeken.

Samenvattend luidt de conclusie dat de voortgang in de RES stagneert en dat een versnelling voor de warmtetransitie noodzakelijk is. In deel B presenteren we een stappenplan om deze opgave te realiseren.

8 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

1.

Inleiding

1.1

Algemeen

De Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 is ontwikkeld en opgesteld door de 7 samenwerkende gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg), netbeheerder Stedin, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe om grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en warmte te realiseren. De gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben met de vaststelling van de RES 1.0 (juli 2021) de opgave vastgesteld om in 2030 0,5 TWh grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken binnen de RES regio Amersfoort. Een onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW brengt in beeld welke regionale warmtebronnen beschikbaar zijn en hoe deze bronnen bijdragen aan de lokale Transitievisies Warmte (TVW). De RES 2.0 heeft, in lijn met afspraken op landelijk niveau, de vorm van een voortgangsrapportage. In deze voortgangsrapportage beschrijven wij de stand van zaken en hoe de afgelopen twee jaar invulling is gegeven aan de RES-afspraak 0,5 TWh duurzame elektriciteit te realiseren, én hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen (deel A). In een apart deel B beschrijven wij de vervolgstappen naar de RES 3.0.

1.2

Het Klimaatakkoord

Het staat vast dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens sinds de industrialisering. Door deze klimaatverandering kampen regio’s overal ter wereld met extremer wordend weer, verdwijnen planten en diersoorten, en stijgt de zeespiegel.

9 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Klimaattafel

De rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC ) van de Verenigde Naties laten ons elk jaar de staat van het klimaat zien. Als we de aarde leefbaar willen houden voor onze kinderen en kleinkinderen, en klimaatverandering

Elektriciteit

Landelijke opgave in Megaton (Mton) CO₂

Maatregelen

Trekker

20,2 Mton

35 TWh Grootschalige zonnepanelen en windturbines op land *Het extra vermogen van kleinschalige zonnepanelen op dagerekend bovenop het bod van 35TWh

30 RES regio’s

49 TWh Grootschalige windturbines op zee

Rijk

willen beperken, moeten we onze uitstoot van broeikasgassen verminderen. Nu verbranden we vooral fossiele energie als gas, steenkool en aardolie voor onze elektriciteit, warmte en brandstof. Maar waar we naar toe willen, is een situatie waarin we schone en lokaal opgewekte energie gebruiken. In de Klimaatovereenkomst van Parijs zijn daar in 2015 door 174 landen internationale afspraken over gemaakt en is het streven vastgelegd om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad.

Gebouwde omgeving

3, 4 Mton

Besparing aardgasverbruik Alternatieve bronnen (aquathermie, geothermie, etc.)

Regionale mogelijkheden (30 RES regio’s) Lokale mogelijkheden (gemeenten)

Mobiliteit

7,3 Mton

Elektrificatie personenvervoer Besparing gebruik fossiele brandstoffen middels beperken autogebruik

Provincies

Industrie

14,3 Mton

Gebruik elektriciteit en waterstof i.p.v. gas en olie

Rijk

Landbouw en landgebruik

3,5 Mton

Meer bos en natuur Elektriciteit i.p.v. gas

Rijk

Schone en lokaal opgewekte energie vraagt om het maken van lastige keuzes. Niemand is blij met een windturbine of zonnepark in de achtertuin en dit kan oproepen tot weerstand. Dat begrijpen we. Maar niets doen, is geen optie, vanwege de snelle toename van klimaatverandering. Ook de regio Amersfoort heeft een verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Door lokaal invulling te geven aan (financiële) participatie, goede landschappelijke inpassing en afstemming met omwonenden willen we de impact zoveel mogelijk beperken.

Landelijk Het Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van de klimaatafspraken van Parijs. In het Klimaatakkoord hebben we afgesproken om de totale uitstoot aan broeikasgassen

Tabel 1: Opgaven per klimaattafel

in Nederland in 2030 terug te brengen met 49% ten opzichte van 1990. De totale uitstoot in 1990 was zo’n 228 miljoen ton CO₂-equivalenten, ofwel 228 Megaton (Mton). Een

N.B. In het nationaal Klimaatakkoord is een landelijke doelstelling opgenomen voor wind op zee. Ook zijn kleinscha-

Megaton (Mton) staat voor 1 miljard kilo of 1.000 miljoen kilo. In 2030 moet de uitstoot op

lige zonnepanelen op dak meegerekend met de landelijke doelstelling. Deze maken geen deel uit van de RES.

116 Mton liggen. De opgave van de Elektriciteitstafel is om 84 TWh duurzame energie op te wekken via In het Klimaatakkoord hebben vijf tafels (Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit, Gebouwde

grootschalige, bewezen technieken: zonnepanelen en windmolens, waarvan 35 TWh op

omgeving, en Landbouw & landgebruik) elk een eigen opgave meegekregen om samen

land en 49 TWh op zee. Inmiddels is duidelijk dat het kabinet meer windenergie op zee

in 2030 die 49% CO₂-vermindering ten opzichte van 1990 te bereiken.

wil. Dit levert vanaf 2030 bovenop de genoemde 84 TWh, nog 46 TWh op. Dit is nodig

Tabel 1 laat de opgave van elke klimaattafel zien en wie verantwoordelijk is om deze

omdat de elektriciteitsvraag groter zal zijn dan verondersteld toen het Klimaatakkoord

opgave te realiseren.

werd vastgesteld.

10 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

nodig is voor het opwekken van duurzame energie, mede door de sterk toenemende Hoeveel is een Terawattuur (TWh)?

vraag naar elektriciteit ten opzichte van de verwachting in 2019. Dit betekent dat we niet de luxe hebben om gangbare opties weg te strepen of de opgave voor ons uit

In Nederland gebruiken we met z’n allen jaarlijks 120 Terawattuur (TWh) aan

te schuiven. Het is daarom ook essentieel om te kijken naar hoe we omgaan met

elektriciteit en groeit dat naar 206 TWh in 2030. De ambitie voor heel Nederland

ons elektriciteitsnet. Nu alleen focussen op het behalen van de doelstelling tot 2030,

is om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. Onze regio heeft

zonder te kijken naar de verhouding wind/zon, betekent namelijk dat na 2030 niets

het voornemen om 0,5 TWh daaraan bij te dragen. Maar hoeveel is een TWh

meer mogelijk is omdat er geen netcapaciteit meer beschikbaar is als gevolg van het

eigenlijk? Eén TWh is 1 miljard Kilowattuur (kWh). Om een idee te geven, met

hoge piekvermogen van zonnepanelen.

ongeveer 70 windmolens kun je 1 TWh aan elektriciteit opwekken. Dat kan ook met 300.000 huizen met zonnepanelen of met 1.000 hectare aan zonnevelden. Programma CO₂ besparen De regio heeft in de RES 1.0 de ambitie vastgelegd om in 2030 49% minder CO₂ Het kabinet heeft in 2022 de ambitie uitgesproken om uiterlijk in 2030 55% in plaats van

uit te stoten ten opzichte van 1990. Daarom is naast de uitwerking van de

49% minder CO2 uit te stoten. De Europese Unie heeft deze ambitie in 2022 verhoogd

grootschalige opweklocaties voor zonne- en windenergie ook een start gemaakt

naar 60%. Deze verhoging is (nog) niet vertaald naar de RES. Daarnaast neemt de totale

met het Programma CO₂ besparen.

elektriciteitsvraag sneller toe dan verwacht tijdens de vaststelling van het Klimaatakkoord. Dit komt door de snelle groei van het aantal elektrische auto’s, en inwoners en bedrijven

Het doel van het Programma CO₂ besparen luidt: ‘CO₂-reducerende

die voor hun warmtevoorziening van gas overstappen op elektriciteit. In 2019 bedroeg de

activiteiten in kaart hebben én aanvullend ten uitvoer brengen waar regionale

totale voorziene vraag in 2030 nog 165 TWh, terwijl volgens de meest recente prognose de

samenwerking meerwaarde heeft om een bijdrage te leveren aan de CO₂-

elektriciteitsvraag in 2030 circa 206 TWh bedraagt.

ambitie van de regio’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld:

Regionaal

•

Overzicht mogelijke CO₂-reducerende activiteiten

Alle besturen in de regio Amersfoort beschouwen de energietransitie als een cruciale en

•

Kwantitatieve regionale CO₂-ontwikkeling in beeld

urgente opgave voor de komende decennia. Deze regionale ambities zijn er niet omdat

•

Tot uitvoering (laten) komen van regionale CO₂-reducerende activiteiten

het nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft, maar omdat de bestuurders in de regio

•

Rekening houden met verschillende snelheden en ambitie tussen

Amersfoort zelf overtuigd zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op

regiopartijen

zoek gegaan naar kansrijke zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te realiseren ten opzichte van 1990. De RES en de RSW leveren

Bij de uitwerking van het programma is een longlist aan verschillende CO₂-

hieraan een belangrijke bijdrage.

reducerende activiteiten opgesteld. Na het doorlopen van de actielijst met ambtelijk specialisten en ondersteunende gemeenten is besloten om de ideeën niet verder

Na 2030

uit te werken. De meeste ideeën bleken al in een ander programma belegd of

De 0,5 TWh grootschalige opwek van duurzame energie in 2030 is een eerste stap

hadden geen regionale meerwaarde, en er is onvoldoende capaciteit of middelen

richting een klimaatneutraal 2050. Dat betekent dat de uitstoot van broeikasgassen in

beschikbaar. De kwantitatieve regionale CO₂-ontwikkeling wordt in beeld gebracht

2050 niet hoger is dan wat opgenomen kan worden door bijvoorbeeld bomen. Netto

door middel van monitoring. De provincie Utrecht is hierin de trekker.

is de uitstoot in 2050 dus nul. Dit betekent dat ook na 2030 een forse inspanning

11 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

1.3

Doel van deze voortgangsrapportage

Landelijk is de afspraak gemaakt dat elke energieregio met de RES 2.0 inzichtelijk maakt of de regio op koers ligt om het RES-bod te halen en welke stappen zijn en worden gezet qua regionale warmtebronnen. Deze rapportage geeft antwoord op de volgende vragen: •

Zitten er voldoende projecten in de pijplijn waarvoor in 2025 een vergunning kan worden aangevraagd en verleend? Deze datum is van belang zodat de markt voldoende tijd heeft om uiterlijk in 2030 tot realisatie te komen.

•

Ligt de regio daarmee op koers om in 2030 0,5 TWh grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit te realiseren?

•

In welke mate kunnen regionale bronnen bijdragen aan de Transitievisie Warmte?

•

1.4

Welke stappen zijn nodig richting 2025 en de RES 3.0?

Leeswijzer

In dit deel A gaan de hoofdstukken 2 en 3 in op de RES 1.0 en de ontwikkelingen en voortgang van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. De netimpact analyse en de aanbevelingen van de netbeheerder zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de ontwikkelingen met betrekking tot de Regionale Structuur Warmte. Hoofdstuk 6 gaat in op de participatie en bestuurlijk draagvlak. De conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 7. Vervolgens presenteert deel B de stappen en activiteiten richting de RES 3.0.

12 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

2. Opgave en ontwikkelingen opwek grootschalige duurzame elektriciteit

2.1

Invulling RES 1.0

Voorafgaand aan de vaststelling van de RES 1.0 hebben we onderzocht hoe we grootschalige opwek van duurzame elektriciteit in onze regio kunnen realiseren. Op grond van de vastgestelde zoekgebieden en de tredebenadering is in onderstaand figuur 1 gepresenteerd welk aandeel grootschalig zon op dak, solar carports, zon op veld en wind op land hebben. Ook is peer onderdeel indicatief weergegeven om hoeveel hectares het gaat en aantal windmolens (met een vermogen van 5MW. Elke twee jaar brengen we de voortgang van de RES in beeld en beoordelen we of bijsturing nodig is.

Figuur 1: RES-opgave per opwekcategorie uit de RES 1.0

Grootschalig zon op dak

Trede 1 Gerealiseerd of in voorbereiding

Trede 2/3 Richting uitvoering of onderzoek

Trede 4 Verkenning (over programmering)

Totaal

Onderdeel

TWh

Hoeveelheid

TWh

Hoeveelheid

TWh

TWh

0,05

50 hectare

0,15

150 hectare

0,2

0,01

9 hectare

0,01

0,05

50 hectare

0,23

230 hectare

0,31

0,18

9 Windmolens

0,26

13 Windmolens

0,44

Solar carports Zon op land

0,032

Wind op land Totaal

0,082

30 hectare

0,39 Trede 1, 2, 3: 0,472 TWh

0,49

Hoeveelheid

0,96

60% zon 40% wind

13 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Uit figuur 1 blijkt dat: Trede 1: gerealiseerd of in uitvoering Gerealiseerde en lopende initiatieven waarvoor vergunning is verleend en/of een

•

Grootschalig zon op dak kan met 0,2 TWh (40%) bijdragen aan de RESopgave

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) subsidie is verleend •

In de RES 1.0 is aangegeven dat een 50/50 verhouding van zon en wind

Trede 2: richting besluitvorming over uitvoering

voor het behoud van leveringszekerheid het meest ideaal is. Deze

In trede 2 zijn de kansrijke projecten opgenomen die richting besluitvorming

verhouding bleek niet (helemaal) haalbaar en er is uitgegaan van een

over uitvoering kunnen gaan. Besluitvorming vindt plaats met een raadsbesluit,

verhouding 60/40 voor zon en wind. Om deze verhouding te bereiken

of met een besluit door PS. Na vergunningverlening komt een project in trede

en bij te dragen aan de RES-opgave zijn in de regio Amersfoort circa 10 grote windturbines nodig met een vermogen van circa 5 MW

1 terecht. Projecten in trede 2 worden voortgezet om deze initiatieven richting realisatie te brengen. Nader onderzoek wordt in nauwe samenwerking met

• •

Trede 3: in onderzoek Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader

Er (beperkt) mogelijkheden zijn om solar carports te realiseren. In de RES 1.0 is rekening gehouden met 0,01 TWh, circa 9 hectare

•

Bij de vaststelling van de RES sprake was van een overprogrammering van 0,46 TWh. Dit komt nagenoeg overeen met de projecten in trede 4

onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke

(totaal 0,49 TWh)

impact in kaart te brengen. Een initiatief komt na vaststelling van het onderzoek met een raadsbesluit in trede 2 terecht.

Zon op veld (inclusief solar carports) met circa 0,1 TWh bijdraagt aan de RES-opgave

belangenorganisaties en inwoners vorm gegeven.

• Na de vaststelling van de RES 1.0 zijn diverse moties en amendementen (voorstellen

Trede 4: te verkennen om het bod robuuster te maken

tot wijziging) ingediend die impact hebben op de RES-opgave. De belangrijkste

Voor deze zoekgebieden is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog

moties en amendementen zijn:

worden opgestart. Een project komt na vaststelling van de verkenning met een collegebesluit in trede 3 terecht. Initiatieven in trede 4 worden (lokaal) onderzocht

•

Gemeente Baarn: geen windturbines ten noorden van Baarn

en lokaal afgewogen. In trede 4 zijn ook lokale uitnodigingskaders opgenomen

•

Gemeente Bunschoten: geen zon op veld of windturbines op het Eemmeer of in de Eempolder

waarin de ruimtelijke mogelijkheden voor zon en wind op gemiddeld niveau zijn vastgelegd, maar waaruit geen concrete initiatieven zijn ontstaan.

•

Gemeente Eemnes: geen verkenning naar zon op veld of windturbines. Focus op (ultradiepe) geothermie

•

Gemeente Leusden: alleen windturbines en zonnevelden binnen het gemeentelijk uitnodigingskader

•

Provincie Utrecht: de provincie pakt haar regierol wanneer er geen evenwichtige verhouding is tussen zon en wind. Wanneer er locaties afvallen, gaat zij op zoek naar nieuwe locaties om dit evenwicht te herstellen

14 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bod

60%

Consequentie moties en amendementen

40%

70%

30% Trede 4 Verkenningsfase

Trede 4 Verkenningsfase 0,5 TWh

Trede 3 Onderzoeksfase

0,491 TWh

0,5 TWh

0,199 TWh Trede 3 Onderzoeksfase

Trede 2 Richting Uitvoering Trede 1 Gerealiseerd en in uitvoering

0,96 TWh

0,147 TWh

0,187 TWh 0,082 TWh

Trede 2 Richting Uitvoering

Trede 1 Gerealiseerd en in uitvoering

0,282 TWh

0,101 TWh

0,108 TWh

0,64 TWh

In figuur 2 zijn de consequenties van de moties en amendementen weergegeven. Uit figuur 2 blijkt dat trede 4 fors is afgenomen door het wegvallen van diverse zoekgebieden en de verhouding voor zon en wind schever komt te liggen. Daarmee is de overprogrammering voor een deel komen te vervallen. Overprogrammeren is nodig Figuur 2: Consequentie van moties en amendementen

omdat er altijd locaties of projecten afvallen of veranderen.

15 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

2.2

Ontwikkelingen opwek grootschalige elektriciteit

Op dit moment werkt TenneT in samenwerking met Stedin en overheden aan de volgende oplossingen:

Netcongestie Op 12 oktober 2021 kondigde TenneT congestie af voor het terugleveren van elektriciteit

•

Voor de korte termijn zet TenneT de marktconsultatie voort om met

op het netwerk in de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Op 17 november 2022

bedrijven afspraken te maken om elektriciteit af te nemen op het moment

informeerde TenneT vervolgens een deel ruimte te hebben gevonden in flexibiliteit op

dat de vraag naar elektriciteit laag is. Bedrijven krijgen hiervoor een

het elektriciteitsnet voor teruglevering, maar nog onvoldoende om de wachtlijsten in

financiële vergoeding en hierdoor ontstaat (beperkt) ruimte op het net

deze provincies weg te kunnen werken.

voor nieuwe netaansluitingen voor duurzame grootschalige opwek van elektriciteit. De komende tijd moet uitwijzen wanneer en hoeveel ruimte op het net beschikbaar komt

Op 17 november 2022 kwam TenneT naar buiten met een nieuwe vooraankondiging van congestie voor dit gebied; het elektriciteitsnet heeft ook zijn maximale capaciteit

•

Tussen 2027 en 2029 zal TenneT het hoogspanningsnetwerk ‘opknippen’

bereikt voor het afnemen van elektriciteit. Deze vooraankondiging werkt door naar

en stations verzwaren waardoor er extra capaciteit op het hoofdnet

het elektriciteitsnet van de regionale netbeheerder Stedin, die ook congestie moet

beschikbaar komt. Voor de regio Amersfoort betekent dit een uitbreiding

afkondigen. Dit betekent concreet dat vanaf 17 november 2022 grootverbruikers die

van de elektriciteitsstations in Amersfoort, Bunschoten en Soest

een nieuwe aansluiting nodig hebben met een aansluitcapaciteit vanaf 3x80 Ampère (zoals industriële of logistieke bedrijven, grootschalige horeca, supermarkten, zorg- of

Impact coalitieakkoorden op de RES

onderwijsinstellingen) voorlopig niet mogelijk is. Dit geldt ook voor bestaande klanten

Op 16 maart 2022 zijn gemeenteraadsverkiezingen gehouden en hebben

met een grootverbruikersaansluiting vanaf 3x80 Ampère die een verzwaring van hun

coalitieonderhandelingen plaatsgevonden. In bijlage 1 is een samenvatting van de

aansluiting nodig hebben.

coalitieakkoorden voor het onderdeel Energietransitie gepresenteerd. Uit de akkoorden blijkt het volgende:

Wat is netcongestie?

•

Alle gemeenten willen vooral zon op dak verder stimuleren

Van netcongestie is sprake als het elektriciteitsnet overbelast is. Vergelijk het met

•

Gemeenten willen inzetten op energiebesparing en dat de

ons wegennet. Als er meer verkeer is dan ons wegennet aankan, ontstaan er files. Ook ons elektriciteitsnet kan overbelast raken en dan komt de leveringszekerheid

Energietransitie betaalbaar moet zijn •

in gevaar. Dat kan komen door te veel vraag of aanbod, maar dat kan ook komen door piekbelasting. Bij te veel opwek (bijvoorbeeld een piek aan stroom op een zonnige dag) kan het net de aangeboden stroom niet verwerken waardoor opwe-

In meerdere coalitieakkoorden is een kritische houding voor zon op veld en wind op land te lezen

•

De meeste gemeenten willen de mogelijkheden voor innovatie verder in beeld brengen

klocaties afgeschakeld worden. Daarnaast is er ook sprake van netcongestie bij de afname van stroom. Doordat er (te) veel vraag is naar stroom ontstaat er ook file

Tussenbalans provincie en vervolgstappen

op het net, waardoor bedrijven in sommige gebieden niet op het net aangesloten

De provincie Utrecht heeft in juli 2022 een tussenbalans opgesteld. Deze tussenbalans

kunnen worden. Wanneer netbeheerders congestie afkondigen voor afname en/

monitort of de plannen van de 3 Utrechtse RES regio’s voldoende robuust zijn,

of levering is in gebruik nemen van een nieuw aansluitingen voor afname en/of

voldoende richting realisatie gaan en of de balans tussen zonne- en windenergie

levering niet mogelijk. Alle netbeheerders in Nederland zijn druk bezig om het

voldoende is. De conclusie van de provincie is dat in de hele provincie Utrecht

elektriciteitsnet te verzwaren en te verbeteren. De verwachting is dat in onze regio

onvoldoende voortgang wordt geboekt om binnen de provincie 1 TWh aan duurzame

het probleem van netcongestie in 2029 opgelost is.

elektriciteit op te wekken met windturbines. Na een oproep aan gemeenten om extra

16 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

windenergie mogelijk te maken, heeft de provincie begin 2023 besloten een eerste stap te zetten voor het opstellen van een onderzoeksopzet voor een planMER.

de zin van de EU-richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB-richtlijn). Met de beoogde invoering van de omgevingswet, vooralsnog op 1 januari 2024,

De eerste stap bestaat uit het opstellen en in procedure brengen van een zogeheten

wordt de RES wel beschouwd als een kaderstellend plan. In opdracht van het

Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een participatieplan. In deze

Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES) is onderzocht

documenten is aangegeven wat (welke milieu-effecten) er waar (welke gebieden) in

hoe moet worden omgegaan met de planMER-plicht als gevolg van de

de planMER worden onderzocht, en hoe belanghebbenden hierbij betrokken worden en

invoering van de omgevingswet. Uit het advies blijkt dat voor de RES 1.0 (met

inspraak kunnen hebben.

terugwerkende kracht) geen planMER nodig is. Wanneer een kaderstellende wijziging (of herijking) wordt aangebracht in de RES waar een MER-plicht op van

Het nieuwe college zal na de coalitieonderhandelingen de definitieve NRD vaststellen.

toepassing is, geldt alsnog de planMER-plicht. Op dit moment voert de provincie

Daarna kan de onderzoeksfase starten. Als de resultaten bekend zijn worden deze met de

Utrecht een planMER uit waarin de milieugevolgen voor grootschalige opwek

gemeentes gedeeld. Daarna zal de besluitvorming over de voorkeurlocaties voor windtur-

van elektriciteit middels windturbines in de hele provincie wordt onderzocht.

bines op basis van onder meer de planMER plaatsvinden. In deel B (van RES 2.0 naar RES

Wanneer blijkt dat het nodig is om nieuwe zoekgebieden voor windenergie in

3.0) lichten we toe hoe de besluitvorming over de planMER en de RES wordt ingericht.

onze regio toe te voegen, wordt de RES een kaderstellend plan. In deel B wordt deze procedure verder toegelicht. N.B. In de systematiek van NP RES wordt onder een kaderstellende wijziging

Milieueffectrapport (MER) en de RES

(of herijking) verstaan dat nieuwe zoekgebieden voor zon en wind worden

Een milieueffectrapport (MER) is een hulpmiddel bij het nemen van

toegevoegd ten opzichte van de RES 1.0. Herijking betekent niet: het aanpassen

besluiten. Voor een activiteit (bijvoorbeeld een nieuwe autosnelweg of een

van de afspraak om (in onze regio) 0,5 TWh grootschalige duurzaam opwekte

windturbinepark) worden de milieueffecten van deze activiteit onderzocht.

elektriciteit te realiseren.

Denk hierbij aan toename van de geluidsbelasting voor inwoners of de impact op de natuur. Het onderzoek gebeurt door de effecten voor verschillende alternatieven in beeld te brengen. Een planMER kiest of besluit niets, maar

Impact van de uitnodigingskaders voor zon op veld en wind op land

levert ondersteunde informatie bij het nemen van een overheidsbesluit. Dit

De meeste gemeenten in de regio hebben ruimtelijk beleid opgesteld om de invulling

besluit kan een bestemmingsplan zijn, maar ook een kaderstellend plan

van de RES-opgave voor zon op veld en (in een aantal gevallen) wind op land mogelijk

(bijvoorbeeld een omgevingsvisie, gebiedsvisie of een programma). De planMER

te maken. In bijlage 2 is een actueel overzicht opgenomen. Het actuele overzicht is

is alleen verplicht wanneer binnen dit kaderstellend plan of programma,

verwerkt in de RES 2.0.

activiteiten mogelijk worden gemaakt die voorkomen op de C- en D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. In het geval van de RES geldt dit bijvoorbeeld

Rekenmethode NP RES 2023

voor een windturbinepark (> 15 MW, circa 3 windturbines). In 2021 hebben de

Elke regio monitort zelf zijn voortgang, in de regio Amersfoort gebruiken we daarvoor

gemeenteraden in onze regio, de provincie Utrecht en waterschap Vallei en

de trede benadering. Om de voortgang uniform en optelbaar over de 30 RES regio’s

Veluwe een besluit genomen over de RES 1 0. Op basis van nationale en Europese

objectief te kunnen vergelijken, heeft het Nationaal Programma Regionale Energie

regelgeving was het toen niet verplicht om een planMER uit te voeren. Dat komt

Strategie (NP RES) een nieuwe rekenmethodiek opgesteld. In het kader op de volgende

omdat de RES 1.0 onder de huidige wet- en regelgeving geen ‘programma’ is in

pagina lichten we deze nieuwe rekenmethodiek verder toe.

17 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

In de nieuwe rekenmethodiek maken we onderscheid tussen vier categorieën van opwek. Dit zijn wind op land, zon op veld, zon op dak en wind/zon onbepaald.

Rekenmethodiek van NP RES De nieuwe rekenmethodiek van NP RES biedt een uniforme methode om de

Daarnaast hebben we een fasering opgesteld waarbij we het stadium van realisatie

verwachte opwek van bestaande projecten/initiatieven te berekenen. Daarbij

als uitgangspunt hebben aangehouden. De zoeklocaties worden op volgorde van

worden alleen projecten die huidig (gerealiseerd) zijn of in de pijplijn zitten

concreetheid uitgesplitst in drie onderdelen: ‘huidig’, ‘pijplijn’ en ‘ambitie’:

meegerekend als verwachte opwek voor de RES-opgave. Er worden uniforme realisatiegraden toegepast op projecten die zich in de pijplijn bevinden.

•

Huidig: het deel dat al gerealiseerd is en produceert

Bijvoorbeeld: een wind project in de vergunningprocedure telt voor 60% mee

•

Pijplijn: de zoeklocaties die in ontwikkeling zijn

in ‘Pijplijn’ omdat dit de verwachte realisatiegraad is. De overige 40% staat

•

Ambitie: het (aanvullende) deel dat nog niet in ontwikkeling is

bij ‘Ambitie – Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn’. De realisatiegraden zijn gebaseerd op de kans dat een project wordt gerealiseerd, uitgesplitst per

In figuur 3 hebben we de nieuwe fasering volgens de NP RES in verband gebracht met

opwekcategorie en per fase. In Tabel 2 hieronder is voor de realisatiegraden

de tredebenadering uit de RES 1.0. Een uitgebreide beschrijving van de betekenis van de

uitgegaan van structurele netcongestie.

fases is opgenomen in bijlage 3. Tredebenadering

Fasering

Begrippenkader Niet uitgewerkt

4 Ambitie

3 Voortraject

Reductie op opwek a.g.v. de realisatiegraad komt deze categorie terug

Vergunningsaanvraag 2

Pijplijn

Vergunningsverlening Subsidiebeschikking en bouw

1 Huidig

Onderdeel

Fase

Wind op land

Zon op veld

Zon op dak

Pijplijn

Voortraject

10%

10%

-

Vergunningaanvraag

60%

40%

-

Vergunningverlening

90%

10%*

-

Subsidiebeschikking en bouw

95%

90%

20%*

100%

100%

100%

Uitgewerkt T.g.v. Realisatiegraad in pijplijn

Figuur 3: Onderlinge verhouding tussen fasen uit de tredebenadering en het begrippenkader

Realisatiegraden

Huidig

Tabel 2: Realisatiegraden van opwekcategorieën in de pijplijn

18 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. Stand van zaken grootschalige opwek duurzame elektriciteit

3.1

Algemeen

De RES-afspraak om 0,5 TWh duurzame energie op te wekken op land in 2030 is onderverdeeld in 3 categorieën. Op grond van de aangedragen zoekgebieden en projecten bij de RES 1.0 de kan de onderstaande verhouding worden afgeleid .aZon op dak (0,2 TWh) •

Zon op veld (0,1 TWh)

•

Wind op land (0,2 TWh)

In dit hoofdstuk lichten we de huidige stand van zaken (februari 2023) toe ten opzichte van de ambities uit de RES 1.0. We brengen in beeld welke initiatieven verder zijn gebracht en welke initiatieven zijn afgevallen. Daarnaast presenteren we de voortgang aan de hand van de nieuwe rekenmethodiek van NP RES.

3.2

Grootschalige opwek zon op dak

De totale ambitie van de regio is om in 2030 0,2 TWh grootschalig zon op dak gerealiseerd te hebben. Bij vaststelling van de RES 1.0 was al circa 0,05 TWh hiervan in de regio gerealiseerd. Met behulp van een onderzoek door het Kadaster is toen de potentiële opwek aan de hand van luchtfoto’s bepaald. De techniek om zonpotentie te berekenen, houdt geen rekening met kleine obstakels (zoals antennes of ventilatoren) en dakconstructie en verzekering. Daarom hanteert het Kadaster op basis van eerder onderzoek een factor van 40% van het totale dakoppervlak dat gemiddeld gezien benut kan worden; dit is het geschikt dak. De gemeenten hebben de ambitie uitgesproken om 80% van de geschikte daken in 2030 te benutten voor de grootschalige opwek van hernieuwbare energie met zonnepanelen. Dit betreft de realisatie van 0,15 TWh extra grootschalig zon op dak.

19 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Voor de RES 1.0 afgesproken dat in elke gemeente minimaal één hectare solar carports voor 2030 gerealiseerd is. Solar carports komen moeizaam van de grond. Een belangrijke oorzaak is de forse toename van materiaalprijzen en dat dubbel ruimtegebruik (nog) niet ondersteund wordt in de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). Hierdoor is de exploitatie lastig haalbaar. In het kader van de herontwikkeling van de Prins Bernhard kazerne in Amersfoort is in overleg met het ministerie van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf 1 ha voor een solar carport opgenomen. Voor grootschalig zon op dak is in de RES 2.0 een opname gemaakt van de stand van zaken van zonne-energie op grote daken in januari 2023. Deze is gebaseerd op een dataset van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met luchtfoto’s

Zon op dak voortgang t.o.v. ambitie 2030

uit april 2021. De gegevens zijn in tabel 3 en figuur 4 per gemeente uitgesplitst. De pijplijn is afkomstig uit de SDE++ subsidielijst (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) van januari 2023 en gecorrigeerd met de

Regio totaal

bijbehorende realisatiegraad uit de rekenmethodiek van NP RES (20%). Woudenberg Soest Gemeente

Opwek gerealiseerd (in TWh)

Pijplijn volgens rekenmethodiek NP RES (in TWh)

Ambitie 2030 (in TWh)

Amersfoort

0,019

0,003

0,082

Bunschoten

Baarn

0,003

0,000

0,009

Baarn

Bunschoten

0,013

0,001

0,030

Amersfoort

Eemnes

0,002

0,000

0,005

Leusden

0,005

0,000

0,020

Soest

0,008

0,000

0,038

Opwek gerealiseerd

Woudenberg

0,004

0,001

0,016

Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad

Regio totaal

0,053

0,006

0,2

Resterende ambitie

Leusden Eemnes

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90% 100%

Figuur 4: De huidig gerealiseerde opwek en pijplijn zijn in context geplaatst van de opgave uit de RES 1.0 (0,2 Tabel 3: Gerealiseerde opwek en pijplijn voor grootschalig zon op dak

TWh zon op dak voor de regio)

20 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Figuur 5 laat de groei van grootschalig zon op dak vanaf 2015 zien. Deze is gebaseerd op de SDE++ lijst en kent een kleine afwijking in opwek omdat locaties die niet via een SDE++ subsidie worden gerealiseerd, niet inzichtelijk zijn. Het laat wel de groeitrend van opwek zien. Na een relatieve grote stijging van 2017 tot en met 2020 zwakt de groei af vanaf 2021, waarna jaarlijks minder nieuw grootschalig zon op dak wordt gerealiseerd.

• Er zijn sinds de RES 1.0 geen nieuwe zon op veld-projecten met SDE++ subsidies bijgekomen • Het overgrote deel van de opwek is nog ambitie. De opwek van de gerealiseerde zon op veld-projecten en de projecten in de pijplijn uit de lopende zon op veld-projecten is samen circa 0,03 TWh • Er is een versnelling voor zon op veld nodig om de opgave (0,1 TWh) te halen. In deel B

Uit het bovenstaande kunnen we de volgende conclusies trekken: •

Er is een afvlakking in de groeitrend van grootschalige opwek van zon op dak

•

Er is 0,053 TWh duurzame grootschalige opwek via zon op dak gerealiseerd

•

Met correctie van de realisatiegraad op huidige opwek en pijplijn wordt in totaal circa 0,06 TWh opwek via grootschalige zon op dak verwacht

•

Er is een versnelling voor zon op dak nodig om de ambitie (0,2 TWh) te kunnen halen. In deel B staan de stappen die hiervoor nodig zijn

•

Solar carports komen moeilijk van de grond door een toename van materiaalprijzen en doordat dubbel ruimtegebruik in de SDE regeling (nog) niet wordt ondersteund en juridische belemmeringen (bijvoorbeeld

3.3

staan de stappen die hiervoor nodig zijn

Totale opwek grootschalig zon op dak (TWh) 0,060 0,050

Zon op veld

0,010

bijgekomen, vertraagd en afgevallen. Een overzicht van veranderingen en de huidige

0,041

0,030 0,020

om 0,1 TWh zon op veld in 2030 gerealiseerd te hebben. Sindsdien zijn er projecten

0,050

0,040

verkrijgen van het opstalrecht)

De RES 1.0 bevatte in totaal (inclusief trede 4) 0,31 TWh zon op veld en de ambitie

0,047

0,020 0,013 0,002

0,003

0,005

2015

2016

2017

0,000 2018

2019

2020

2021

2022

stand van zaken is opgenomen in bijlage 4. Figuur 5: Totale opwek (TWh) van grootschalig zon op dak voor de RES regio Amersfoort

De totale opwek van zon op veld-projecten, zonder toepassing van realisatiegraden, is in de RES 2.0 gedaald naar 0,228 TWh. Rekening houdend met de rekenmethodiek van NP RES en netcongestie is de huidige opwek van zon op veld circa 0,03 TWh en zit er circa 0,001 TWh in de pijplijn. Uit tabel 4, figuur 6 en bijlage 4 kunnen we het volgende concluderen:

Stand van zaken Zon op veld

Gerealiseerd

Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraden)

Ambitie 2030

0,0299 TWh

0,001 TWh

0,1 TWh

• Het aantal gerealiseerde initiatieven met SDE++ subsidies is gegroeid. De zonnevelden Maatweg, Eemnes, Hoevelakense Beek en drie waterschapslocaties zijn inmiddels gerealiseerd

Tabel 4: Huidige gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. de ambitie in 2030

21 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Zon op veld voortgang t.o.v. ambitie (0,1 TWh)

3.4

Wind op land

De RES 1.0 bevatte (inclusief trede 4) in totaal 0,44 TWh wind op land. Sindsdien zijn er projecten van status veranderd en afgevallen. De totale optelsom van wind op land is in de RES 2.0 gedaald naar 0,15 TWh. Een overzicht van veranderingen en de huidige stand van zaken is opgenomen in bijlage 5. In tabel 5 en figuur 7 worden de projecten en initiateven die nu in beeld zijn geplaatst in de context van de 0,2 TWh ambitie uit de RES 1.0. Hieruit kunnen we het volgende

Opwek TWh

concluderen: •

Er is nog geen wind op land-project gerealiseerd binnen de RES regio Amersfoort

•

Met toepassing van de bijbehorende realisatiegraden zit er momenteel circa 0,001 TWh in de pijplijn. Dit betreft alleen de locatie Isselt die voor

0

0,02

0,04

0,06

0,08

0,1

10% in de pijplijn is meegenomen (status: voortraject). Wanneer deze

0,12

windturbines worden gerealiseerd draagt Isselt voor ca. 10% bij aan de totale opgave voor wind op land

Figuur 6: Visualisatie Opwek van gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. 0,1 TWh ambitie gerealiseerd

•

Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad

Rekening houdend met de doorlooptijd van wind op land-projecten is een inhaalslag nodig om 0,2 TWh wind op land in 2030 te realiseren. In deel B

Wind op land voortgang t.o.v. ambitie (0,2 TWh) Resterende ambitie

staan de stappen die hiervoor nodig zijn

Stand van zaken Wind op land

Gerealiseerd

Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraden)

Ambitie 2030

-

0,0012 TWh

0,2 TWh

Tabel 5: Huidige gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. de ambitie in 2030

0

0,05

0,1

Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad

0,15

0,2

Resterende ambitie

Aandeel windturbines Isselt bij onherroepelijke vergunning

Figuur 7: Visualisatie van gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. 0,1 TWh ambitie

0,25

22 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3.5

Impact rekenmethodiek NP RES

•

initiatieven in treden ingedeeld. Er is toen geen correctiefactor toegepast op de

•

De gerealiseerde projecten (0,083 TWh) en pijplijn (0,008 TWh) tellen samen op tot 0,091 TWh wat in de RES 2.0 wordt meegeteld door NP RES

verwachte opwek van projecten en initiatieven. Met de rekenmethode van NP RES

en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

wordt de opwek van projecten en initiatieven in de pijplijn wel gecorrigeerd met een realisatiegraad. In tabel 6 is, op basis van de realisatiegraden uit tabel 2, de huidige stand

Circa 16% van de RES-opgave van 0,5 TWh is ten tijde van de RES 2.0 gerealiseerd

In de RES 1.0 is gebruik gemaakt van de tredebenadering. Hierbij zijn projecten en

•

Een groot deel van de huidige projecten is momenteel nog ambitie

van zaken uiteengezet. Uit de doorrekening met de rekenmethodiek van NP RES blijkt

en deze projecten tellen daarom niet mee in de realisatie volgens de

het volgende:

rekenmethode van NP RES •

Er is behoefte aan het concreter maken van de projecten in de ambitiefase

•

Tabel 6: Huidige tussenstand RES 2.0, volgens de rekenmethode van NP RES

Zon-PV (TWh) Zon op Veld >15 kWp

Zon op Dak > 15kWp

Wind of zon onbepaald (TWh)

0,000

0,013

0,148

0,000

0,293

0,138

0,152

0,003

0,000

Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn

0,067

0,011

0,032

0,024

-

Totaal (TWh)

Wind op Land (TWh)

Ambitie (niet uitgewerkt)

0,161

Ambitie (uitgewerkt)

Ambitie totaal

0,521

0,149

0,197

0,175

0,000

Voortraject

0,001

0,001

0,000

-

-

Vergunningsaanvraag

0,001

0,000

0,001

-

-

Vergunningsverlening

0,000

0,000

0,000

-

-

Subsidiebeschikking en bouw

0,006

0,000

0,000

0,006

-

Pijplijn totaal

0,008

0,001

0,001

0,006

-

Huidig

0,083

0,000

0,030

0,053

-

0,612

0,150

0,228

0,234

0,000

Totaal RES bod volgens RES 1.0

0,959 Tabel 6: Huidige tussenstand RES 2.0, volgens de rekenmethode van NP RES

23 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3.6

Samenvatting

In de vorige paragrafen zijn we uitvoerig ingegaan op de huidige stand van zaken van

maar nog niet gerealiseerd •

De ambitie van 0,2 TWh verdeeld over bedrijventerreinen,

de grootschalige opwek van energie. In deze paragraaf vatten we alles samen.

overheidsgebouwen en buitengebieden is sinds de RES 1.0 beperkt

We hebben als regio de opgave om in 2030 0,5 TWh duurzame energie op te wekken in

gerealiseerd: 26,5% van de totale opgave is gerealiseerd, zie tabel 3 (0,053 TWh van de beoogde 0,2 TWh)

2030. De afspraak is om die als volgt te verdelen: •

Solar carports komen moeilijk van de grond door een toename van

•

Zon op dak (0,2 TWh)

materiaalprijzen en doordat er geen aparte categorie voor is in de SDE

•

Zon op veld (0,1 TWh)

regeling

•

Wind op land (0,2 TWh)

Van zon op dak is inmiddels meer dan een kwart gerealiseerd. Bovendien staat

•

Netcongestie zet een rem op de groei van zon op dak

Zon op veld

nogmaals ruim een kwart op de planning. Maar om de totale 0,2 TWh aan zon op dak te halen, is een versnelling hard nodig.

•

Voor zon op veld geldt dat een derde van het doel al gerealiseerd is of in de pijplijn zit.

•

Er is momenteel 0,03 TWh zon op veld gerealiseerd. Dit is circa 30% van de opgave uit de RES 1.0 (0,1 TWh)

Maar ook hier is duidelijk dat een forse versnelling nodig is om het totale doel te halen.

De projecten die in trede 1 zaten, zijn allemaal gerealiseerd. Er zijn geen nieuwe projecten in trede 1 bijgekomen of SDE++ subsidies voor zon op veld afgegeven

De stappen die nodig zijn om deze versnellingen voor zon op dak en voor zon op veld te

•

halen, hebben we beschreven in Deel B.

Gecorrigeerd met de realisatiegraad uit het begrippenkader zit er circa 0,001 TWh in de pijplijn

•

Een versnelling van bestaande projecten en/of een introductie van nieuwe producten is nodig

Er zijn nu in de regio nog geen windturbines geplaatst, maar er is wel voldoende potentie om de beoogde 0,2 TWh aan wind op land op te wekken. Ondanks de aanwezige potentie is het draagvlak broos, en bij sommige gemeenten zelfs afwezig,

Wind op land

om onze ambitie te realiseren. Hiervoor is duidelijk een inhaalslag voor nodig. De stappen die we hiervoor moeten zetten, zijn terug te vinden in Deel B.

•

In de regio Amersfoort is geen windturbine gerealiseerd

•

Een deel van de zoekgebieden wind op land in RES 1.0 is afgevallen door

Hieronder zetten we alle belangrijke punten en conclusies overzichtelijk per onderdeel op een rijtje:

moties en amendementen •

De bestaande wind op land-projecten en initiatieven hebben een potentiële opwek van 0,15 TWh, maar dit is beperkt tot locaties in de

Zon op dak

treden 3 en 4. Gecorrigeerd met de realisatiegraad uit het begrippenkader bedraagt de pijplijn 0,001 TWh

•

Er is momenteel 0,053 TWh grootschalige opwek zon op dak gerealiseerd

•

Van 2017 tot en met 2020 is de zonne-energie opwek op daken hard

Totaalbeeld regio Amersfoort

gestegen. Deze groei is echter geleidelijk afgezwakt sinds 2021

Figuur 8 en tabel 7 laten het verschil in verwachte opwek tussen de tredebenadering

Voor 0,03 TWh aan zon op dak-locaties is een SDE++ subsidie verleend,

en de rekenmethode van NP RES zien. In de tredebenadering is geen realisatiegraad

•

24 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

toegepast, waardoor de verwachte opwek van projecten/initiatieven volgens de

RES 1.0

RES 2.0 (tredebenadering)

rekenmethodiek van NP RES lager uitkomt. Een groot deel van de lopende projecten

RES 2.0 (Methode NP RES)

en bestaande initiatieven bevindt zich namelijk in de treden 3 en 4. Deze behoren bij

Trede 1

0,082

0,1130

Huidig

0,083

de rekenmethodiek van NP RES tot ambitie en worden niet meegeteld in de pijplijn.

Trede 2

0,187

0,1314

Pijplijn

0,008

Trede 3

0,199

0,2046

Trede 4

0,491

0,1630

Ambitie

0,521

Totaal aan projecten in TWh

0,959

0,612

Daarnaast is sprake van structurele netcongestie in de regio Amersfoort waardoor projecten in de pijplijn een nog lagere realisatiegraad toegedeeld krijgen. In de tredebenadering blijkt de totale opwek in de RES 2.0 0,612 TWh.

Opgave in TWh

Tabel 7: Tussenstand projecten tijdens RES 1.0 en tijdens RES 2.0 (februari 2023)

1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 RES 1.0 (Tredenbenadering) Trede 1

Trede 2

RES 2.0 (Tredenbenadering) Trede 3

Trede 4

RES 2.0 (Begrippenkader) Huidig Pijplijn Aambitie

Figuur 8: Visualisatie totaal opwek tijdens RES 1.0 en tijdens RES 2.0 (februari 2023)

0,612

25 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

26 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

4. Netimpact analyse

4.1

Algemeen

Dit hoofdstuk beschrijft de impact van duurzame grootschalige opwek van elektriciteit op het netwerk van Stedin. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de netimpact analyse die Stedin heeft opgesteld (versie 22 december 2022). De analyse is opgenomen in bijlage 6.

4.2

Samenvatting netimpact analyse

De belangrijkste punten uit de netimpact analyse van Stedin hebben we hieronder samengevat: •

Op een aantal stations treden knelpunten op als gevolg van opwek van elektriciteit (zie ook figuur 9)

•

Om de knelpunten voor zowel opwek als afname weg te nemen, is uitbreiding van vier stations en het bouwen van drie nieuwe stations noodzakelijk. Al deze investeringen zijn al opgenomen in het investeringsportfolio. De uitbreiding en nieuwbouw van stations vraagt de nodige ruimte en (ruimtelijke) procedures om dit te realiseren

•

De investeringen die nodig zijn voor extra aansluitcapaciteit binnen bestaande stations (= velden) zijn niet opgenomen in het investeringsportfolio. Nader onderzoek is nodig op welke termijn deze uitgevoerd worden. De doorlooptijd van het uitbreiden van velden is gemiddeld 2 tot 3 jaar

•

In sommige gevallen moet de investering van Stedin gereed zijn voordat er genoeg capaciteit en/of velden beschikbaar zijn voor een project. Het is daarom belangrijk om projecten tijdig aan te vragen, zodat samen gekeken kan worden of de planning van het project en de investering in lijn met elkaar zijn

•

De totale kosten bedragen circa 160 - 200 miljoen euro en er is circa 1,3 - 1,8 hectare ruimte nodig voor nieuwe netinfrastructuur. Stedin financiert deze kosten

27 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Figuur 9: Overzichtskaart netimpact versie 22 december

4.3

Aanbevelingen voor het vervolg

Stedin doet de volgende aanbevelingen: • •

De ambitie in deze RES regio mist concreetheid. Er zijn nauwelijks

•

plannen te concretiseren en uit te werken met de instrumenten in de

Onderzoek het verbeteren van de wind/zon verhouding (in de huidige

omgevingswet, wordt de zekerheid van realisatie vergroot. Bij voldoende

invulformulieren slechts 16% wind), aangezien dit om significant minder

zekerheid en concreetheid worden de benodigde netinvesteringen opgenomen in de investeringsportfolio;

netcapaciteit vraagt; •

Veranker de plannen zo snel mogelijk in het omgevingsbeleid. Door de

concrete projecten bekend of aangevraagd bij Stedin;

Netcapaciteit wordt steeds schaarser en daarom is het extra belangrijk om

•

Gezien het grote aandeel van grootschalig zon op dak adviseert Stedin

op zoek te gaan naar flexoplossingen (het beter afstemmen van afname

om de haalbaarheid hiervan nader te onderzoeken en instrumenten te

en opwek). Dit onderzoekt Stedin onder andere in samenwerking met de

ontwikkelen om de planbaarheid en stuurbaarheid van deze opgave

provincie Utrecht in de vorm van proeftuinen;

te vergroten.

28 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

5. Opgave Regionale Structuur Warmte (RSW)

5.1

Algemeen

De Regionale Structuur Warmte (RSW) maakt deel uit van de RES. Het doel van de RSW is het inzichtelijk maken van de warmtevraag, het warmte-aanbod en de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen, bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. De regio gaat in de RSW na of op lokaal niveau (in de Transitievisies Warmte van de gemeenten in de regio) gebruik kan worden gemaakt van warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie. De RSW beschrijft de gezamenlijke kansen en uitdagingen om tot een optimaal gebruik en goede verdeling van de warmtebronnen te komen. De RSW geeft antwoord op de volgende vragen: • Wat betekenen de ambities in de lokale Transitievisies Warmte (TVW) voor de actualisatie van de RSW en de inzet van bovenlokale warmtebronnen voor de warmte-infrastructuur? • Welke denkrichtingen zijn er ontwikkeld voor de bovenlokale aspecten van de warmtetransitie en welke rol gaat de RES-samenwerking hierin vervullen?

Wat is de Transitievisie Warmte? Alle gemeenten hebben in 2021 een Transitievisie Warmte vastgesteld, dit is een afspraak uit het nationale Klimaatakkoord. In deze visie staat beschreven welke wijk wanneer van het aardgas afgaat en met welke duurzame bronnen deze wijken verwarmd kunnen worden.

In de RSW 1.0 is opgenomen dat bij de vaststelling van de RES 2.0 het volgende in beeld is gebracht: •

Duidelijkheid over de financiële en/of milieutechnische haalbaarheid van (ultra)diepe geothermie, waaronder de initiatievenvan Larderel Energy en Tullip Energy (zoekgebied regio Amersfoort)

•

Samen met de provincie en het waterschap de (regionale) mogelijkheden van aquathermie onderzoeken voor de Eem, het Eemmeer en het Valleikanaal

•

Onderzoek doen naar de mogelijkheden van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties

29 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Daarnaast voert waterschap Vallei en Veluwe een onderzoek naar de mogelijkheden van Geothermie, Aquathermie en Thermische Energie uit Afvalwater (TEA)

aquathermie voor het Valleikanaal. De verwachting is dat dit onderzoek rond de zomer van 2023 gereed is. Het waterschap doet dit onderzoek omdat het Valleikanaal door drie

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte. Die warmte in de vorm van

regio’s en twee provincies loopt.

heet water ligt diep in onze bodem opgeslagen. Door dit warme water op te pompen, kun je bijvoorbeeld gebouwen verwarmen.

De uitkomsten van deze onderzoeken hebben we hierna samengevat.

Aquathermie is het duurzaam verwarmen of koelen met water. Dat water kan

Inventarisatie TVW’s

oppervlaktewater zijn, maar ook bijvoorbeeld afvalwater.

Uit de inventarisatie blijkt in hoofdlijnen het volgende:

Aquathermie is een duurzaam alternatief voor verwarming met aardgas. Een warmtepomp verwarmt het water en via een warmtenet wordt het warme water

•

naar de afnemers (woningen of bedrijven) vervoerd.

De nationale doelstelling is dat in de provincie Utrecht voor 2030 ruim 110.000 woningen aardgasvrij zijn. Voor de regio Amersfoort betekent dit 25.000 aardgasvrije woningen;

Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) is warmte die uit afvalwater of

•

rioolwater wordt gewonnen. Die warmte is te gebruiken voor het verwarmen van nabijgelegen gebouwen of woonwijken.

In de regio Amersfoort zijn 135.000 woningen aanwezig. Voor het overgrote deel (92%) is onbekend of onzeker wat het alternatief voor aardgas wordt;

•

Om bijdrag te kunnen leveren aan de nationale doelstelling, moeten er voor 25.000 woningen in de regio Amersfoort concretere plannen worden gemaakt.

In de RES 1.0 is afgesproken om voor de RES 2.0 te onderzoeken welke kansrijke

Een versnelling is nodig om de doelen te halen. Een regionale samenwerking helpt om

bronnen op regionale schaal beschikbaar zijn. Na vaststelling van de RES 2.0 brengen

deze versnelling te stimuleren. In deel B geven we invulling aan deze aanbeveling.

we in beeld of en hoe de regionale bronnen bijdragen aan de warmtetransitie.

5.2

Actualisatie RSW en TVW

In de RSW 1.0 is een inventarisatie gemaakt van de aanwezige bovenlokale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12869837/1