CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 87 (bijlage) Regels.pdf

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Oostflank; Gemeenteblad 2021/8718.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Regels -

Oostflank Gemeente Brunssum

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Oostflank Gemeente Brunssum

IDN-nummer:

NL.IMRO.0899.BpOostflank-VA01

Status:

vastgesteld

Datum:

2 november 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 15

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

17

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Bedrijf - Gasontvangstation Bedrijventerrein Bos Groen Maatschappelijk - Militaire zaken Natuur Verkeer Water Wonen Wonen - Woonwagenstandplaats Leiding - Hoogspanningsverbinding

17 18 24 27 28 29 32 33 34 36 38

Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Waarde - Archeologie hoog Waarde - Archeologie laag Waarde - Archeologie middelhoog Waarde - Archeologie zeer hoog Waterstaat - Beschermingszone primair water

40 44 48 52 56

Hoofdstuk 3 Algemene regels

57

Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

57 58 60 61 63 64

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

65

Artikel 25 Artikel 26

65 66

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplan Oostflank

3

4

bestemmingsplan Oostflank

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Oostflank' met identificatienummer NL.IMRO.0899.BpOostflank-VA01 van de gemeente Brunssum. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.4 aan huis verbonden beroep het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee gelijk te stellen gebied, die door de beperkte omvang en de aan het wonen ondergeschikte ruimtelijke uitstraling in een woning en de daarbij behorende gebouwen kunnen worden uitgeoefend. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.8 ander bouwwerk bouwwerk geen gebouw zijnde.

Een ander bouwwerk met dak wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

bestemmingsplan Oostflank

5

1.10 bebouwingspercentage het oppervlak dat maximaal mag worden bebouwd met bouwwerken, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het perceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming, zoals een aangeduid bouwvlak. 1.11 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten; 1.12 bedrijfsvloeroppervlak het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.13 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk is. 1.14 bestaand feitelijk (duurzaam) legaal aanwezig op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bevoegd gezag het bevoegd gezag in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Brunssum. 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.19 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat functioneel en architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw waar het bij hoort. Een bijgebouw bij een woning is ondergeschikt aan de woonfunctie, bijvoorbeeld een garage of berging. 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

6

bestemmingsplan Oostflank

1.22 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering op gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, zolder, dakopbouw of setback; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.25 coffeeshop een bedrijf dat tot doel heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaats, dan wel van hulpmiddelen om deze stoffen zelf te produceren. Als nevenactiviteit is sprake vam het verstrekken van dranken en kleine etenswaren voor consumptie ter plaatse. 1.26 dakopbouw uitbreiding van de woning waarbij een (gedeeltelijke) verdieping bovenop de woning wordt aangebracht, waarmee een nieuwe ruimte wordt gecreëerd of een bestaande ruimte wordt vergroot. Dit resulteert in een wijziging van de vorm en het profiel van het dak, waarbij de bestaande bouw- of goothoogte meestal wordt verhoogd.

Verschillende vormen van dakopbouw 1.27 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder mede begrepen het uitstallen ter verkoop, verkopen en/of afleveren van goederen aan degenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps of bedrijfsactiviteit.

bestemmingsplan Oostflank

7

1.28 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. De commerciële uitoefening van maatschappelijke functies wordt hieronder ook begrepen. 1.29 erf: al dan niet bebouwd perceel exclusief hoofdgebouw, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.30 erfafscheiding bouwwerk ten behoeve van de afbakening van een erf. 1.31 erftoegangsweg een weg met een verblijfsfunctie, bestemd voor het toegankelijk maken van percelen en die gekenmerkt wordt door het ontbreken van rijbaanscheiding en een scheiding van snel- en langzaam verkeer. 1.32 erker: ondergeschikte toevoeging van maximaal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw. Een erker wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. Een erker wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.33 escortbedrijf een exploitant of beheerder die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die niet ter plekke wordt uitgevoerd (escortservices, bemiddelingsbureau's en dergelijke), waarbij uitgesloten het gebruik als vergaderruimte, verzamelplaats, kantine, wachtruimte, of iets van dien aard, voor en/of door prostituees of klanten.

1.34 gebiedsontsluitingsweg een weg die zowel doorstroming als uitwisseling tot doel heeft en gekenmerkt wordt door scheiding van snelen langzaamverkeer (parallelle fietspaden) en gelijkvloerse kruisingen. 1.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 geluidzoneringsplichtigeinrichting: Inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken als bedoeld in artikel 2.1, lid 3 juncto Bijlage 1 onderdeel D, van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.37 geuroverlastveroorzakende inrichting bedrijfsactiviteit die is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als Bijlage 1 bij de regels is gevoegd en waarvoor voor wat betreft het aspect 'geur' een afstand is opgenomen van 100 m of meer, tenzij in de betreffende bijlage is aangegeven dat ondanks een afstand voor het aspect geur van 100 meter of meer, de betreffende activiteit niet als geuroverlastveroorzakend is aangeduid.

8

bestemmingsplan Oostflank

1.38 groothandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfs- of beroepsactiviteit; 1.39 grow-producten verzamelnaam voor produkten welke gebruikt worden voor de kweek van hennep zoals onder andere meststoffen, zaden, groeilampen, ventilatoren, lectuur; 1.40 growshop een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met, dan wel inherent zijn aan, het exploiteren, uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van grow-produkten. 1.41 head-producten verzamelnaam voor produkten welke verwant zijn aan de hasj-cultuur zoals onder andere waterpijpen, vloeipapier, cocaïnedoosjes en versnijdingsmiddelen zoals cafeïne. 1.42 headshop een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met, dan wel inherent zijn aan, het exploiteren, uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van head-produkten.

1.43 hoofdgebouw: een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.44 huishouden: de bewoning van een woning door: a. b.

één persoon; twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, waaronder geen kamerbewoning begrepen.

1.45 kampeermiddel: a. een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelten daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.46 kantoor een ruimte die of gebouw dat door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard ten behoeve van derden, zonder baliefunctie

bestemmingsplan Oostflank

9

1.47 kunstwerk een dragende bouwconstructie in weg, spoorlijn of watergang, waaronder begrepen zijn viaducten, bruggen, tunnels, duikers, alsmede hiermee vergelijkbare bouwwerken. 1.48 kwetsbaar object kwetsbaar object als bedoeld in het besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.49 maatschappelijkevoorzieningen (niet commerciële) educatieve, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.50 nokverhoging vergroting van de ruimte onder een zadeldak, waarbij het voordakvlak wordt verlengd en de nok hoger en verder naar achter komt te liggen. Aan de achterkant wordt een nieuwe goot gecreëerd, met tussen die goot en het dakvlak een kozijn.

Nokverhoging 1.51 nutsvoorzieningen: een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, bemalingsinstallaties, gemalen, telefooncellen, bluswatervoorzieningen en zendmasten. 1.52 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen; 1.53 openbaar toegankelijk gebied een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is.

10

bestemmingsplan Oostflank

1.54 peil: 1. voor gebouwen waarvan de voorgevel direct grenst aan een weg: de door de gemeenteraad of burgemeester en wethouders vastgestelde hoogte van de weg ter plaatse van de voorgevel; 2. voor gebouwen waarvan de voorgevel niet direct aan een weg grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel bij voltooiing van de bouw; 3. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.55 perceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.56 perceelsgrens een grens van een perceel. 1.57 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. Hieronder wordt ook verstaan thuisprostitutie. 1.58 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué(e) tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. 1.59 risicovolle inrichting een bedrijf of inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het planologisch toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.60 rooilijn: een denkbeeldige lijn ter plaatse van een gevel van een gebouw en het verlengde daarvan tot aan de perceelsgrenzen.

1.61 ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.62 schermgroen opgaande begroeiing met een afschermende werking tussen gronden met verschillend gebruik en/of eigenaar. 1.63 seksinrichting: een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin bedrijfsmatig handelingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden tevens begrepen: een seksbioscoop: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin filmvoorstellingen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en liveshows van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een sekswinkel: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten

bestemmingsplan Oostflank

11

verkoop, het verkopen en/of leveren van seksartikelen. 1.64 serre: een grotendeels uit glas bestaande uitbouw op de begane grond aan de achterzijde van een huis. 1.65 setback: een dakopbouw, die gelegen is op tenminste 2.00 meter achter de doorgetrokken voorgevel van een (bedrijfs-)pand met een hoogte van maximaal 3.00 meter. Bij een (bedrijfs)pand met meerdere voorgevels wordt in deze alleen de voorgevel waarin de hoofdtoegang is gelegen, als zodanig aangemerkt. 1.66 smart-produkten: verzamelnaam voor produkten met een sterk stimulerende werking. De betreffende produkten zoals onder andere herbal, XTC, frisdranken met guarana, produkten met efedrine en paddo's kunnen zijn samengesteld uit meerdere oppeppende psychotrope stoffen. 1.67 smartshop: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met, dan wel inherent zijn aan, het exploiteren, uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van smart-produkten. 1.68 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief het ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormd beeld.

1.69 straatprostitutie: het zich in openbaar gebied of in openbare ruimten dan wel in een zich in het openbaar gebied of in openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander, tegen vergoeding. 1.70 stroomweg een weg met een primaire verkeersfunctie, bedoeld voor een zo veel mogelijk conflictvrije afwikkeling van gemotoriseerd verkeer, die gekenmerkt wordt door een fysieke rijbaan-scheiding en ongelijkvloerse kruisingen. 1.71 toename van stikstofemissie a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar* per saldo meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken en dit leidt tot een toename van de depositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar; b. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; c.

Als uitzondering op lid a en lid b van deze bepaling geldt dat geen sprake is van een toename van stikstofemissie wanneer de emissie N/kg/jaar afkomstig van betreffende gronden en bouwwerken maximaal de emissie N/kg/jaar afkomstig van de betreffende gronden en bouwwerken conform:

12

bestemmingsplan Oostflank

1.

d.

een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming bedraagt en ten behoeve van die vergunning een passende beoordeling is gemaakt; of 2. een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 of met toepassing van de overeenkomstige regeling uit de Wet natuurbescherming dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en ten behoeve van die vergunning waarvoor een passende beoordeling is gemaakt; en 3. er geen nieuwe gegevens of inzichten zijn op basis waarvan een nieuwe passende beoordeling noodzakelijk is; de onder c bedoelde situaties betreffen: Adres/omschrijving locatie vergunning

Datum

Kenmerk

Kranenpool 4

29 maart 2018

2018/21530

* wanneer in deze regels 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 en NOx. 1.72

verblijfsmiddel:

voor verblijf geschikte -al dan niet aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken- voer- en vaartuigen, arken, caravans, woonwagens en andere soortgelijke verblijfsmiddelen, alsmede tenten, één en ander voor zover geen bouwwerken en/of kampeermiddelen zijnde. 1.73 verkoopvloeroppervlakte: het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor het uitstallen van producten ten verkoop en die toegankelijk zijn voor publiek. 1.74 volumineuze detailhandel: detailhandel in volumineuze goederen c.q. goederen die ruimtelijk bezien niet in een centrumgebied thuishoren (zoals auto's of auto-onderdelen, tenten, caravans, meubels, keukens, bouwmaterialen, doe-het-zelf-artikelen, woninginrichting e.d.) en/of detailhandel met een verkoopvloeroppervlak van meer dan 1.500 m². 1.75 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.76 voorgevelrooliijn: een denkbeeldige lijn ter plaatse van de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan (tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen). 1.77 voorkant die zijde van een hoofdgebouw waar zich de voorgevel bevindt.

bestemmingsplan Oostflank

13

1.78 weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. 1.79 wonen het gehuisvest zijn in een woning 1.80 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

14

bestemmingsplan Oostflank

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen of dakopbouwen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 70% van de breedte van de achtergevel of meer dan 50% van de breedte van de overige gevels, is de goot, de druiplijn of het boeiboord van die dakkapel of dakopbouw maatgevend voor het bepalen van de goothoogte. 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt.

bestemmingsplan Oostflank

15

16

bestemmingsplan Oostflank

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bedrijf - Gasontvangstation

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Doeleinden De voor 'Bedrijf - Gasontvangstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

de aanleg en instandhouding van een gasontvangstation; ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, lichtvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, erf- en terreinafscheidingen en groen.

3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en andere bouwwerken die ten dienste van de bestemming staan. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal 5 meter.

3.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere, gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt maximaal 5,00 meter.

bestemmingsplan Oostflank

17

Artikel 4 4.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Doeleinden De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

bedrijven van categorie 2 tot en met 3.2, die zijn opgenomen in Staat van Bedrijfsactiviteiten die als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, met inbegrip van daarvan onderdeel uitmakende kantoren en met uitzondering van: 1. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; 2. nieuwe risicovolle inrichtingen; en 3. geuroverlastveroorzakende inrichtingen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1: tevens het produceren van polyurethaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 2: tevens de opslag en het recyclen van ertsen en mineralen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 3: tevens een baksteen- en baksteenelementenfabriek; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 4: tevens een was- en sorteerinstallatie ten behoeve van delfstoffen; f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens één bedrijfswoning; g. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens woondoeleinden; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - ontgronding 1': uitsluitend de winning van oppervlaktedelfstoffen, met de daarbij behorende activiteiten en voorzieningen; i.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - ontgronding 2': uitsluitend de winning van oppervlaktedelfstoffen, met de daarbij behorende activiteiten en voorzieningen; j. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel, in combinatie met toeristische en recreatieve doeleinden, met inachtname van de specifieke gebruiksregels in artikel 4.4.4; k. ter plaats van de aanduiding 'ecologische verbindingszone': het realiseren en vervolgens duurzaam in stand houden van een robuuste ecologische verbindingszone, na beëindiging van de delfstoffenwinning binnen het betreffende aanduidingsvlak; met de bijbehorende: l. m. n. o. p. q.

parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies; voorzieningen van openbaar nut; voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking en een (collectief) gebruik daarvan; ontsluitingswegen; groenvoorzieningen water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

18

bestemmingsplan Oostflank

a. b. c. d.

bedrijfsgebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming, met inachtname van artikel 4.2.2; bedrijfswoningen en daarbij behorende bijgebouwen, met inachtname van artikel 4.2.5 en 4.2.6; woningen en daarbij behorende bijgebouwen, met inachtname van artikel 4.2.7; andere bouwwerken.

4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e.

een bedrijfsgebouw mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; het bouwvlak mag voor maximaal het door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' op de verbeelding aangegeven percentage worden bebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' het bepaalde in 4.2.3 geldt; de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens grenzend aan de weg c.q. het openbaar gebied waarop de bebouwing is georiënteerd bedraagt minimaal 8,00 meter; de afstand van een gebouw tot de overige perceelsgrenzen bedraagt minimaal 5,00 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

4.2.3 Aanvullingc.q. afwijking regels ter plaatse van aanduiding specifieke bouwaanduiding- 1 In aanvulling op c.q. in afwijking van het bepaalde in 4.2.2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' de volgende regels: a.

b.

c.

het bebouwingspercentage als bedoeld in 4.2.2 sub b bedraagt 70%, waarbij dat percentage geldt ten aanzien van het bouwvlak dat wordt gevormd door de combinatie van de aangrenzende bouwvlakken voor het betreffende bouwperceel die zijn opgenomen in respectievelijk onderhavig plan en het direct aangrenzende provinciaal inpassingsplan Veegplan Buitenring Parkstad Limburg (NL.IMRO.9931.PIPVeegplanBPL2021); voor de toepassing van 4.2.2 sub a geldt dat wanneer een gebouw daar waar de bouwgrens gelijk is aan de plangrens, deels buiten de plangrens wordt gebouwd en de betreffende gronden in het aangrenzende provinciaal inpassingsplan Veegplan Buitenring Parkstad Limburg (NL.IMRO.9931.PIPVeegplanBPL2021) zijn voorzien van een aanduiding 'bouwvlak', de situering van het gebouw in overeenstemming met 4.2.2 sub a wordt geacht; voor de toepassing van 4.2.2 sub c en d geldt dat wanneer een bouwperceel deels is gelegen binnen onderhavig plan en deels binnen het direct aangrenzende provinciaal inpassingsplan Veegplan Buitenring Parkstad Limburg (NL.IMRO.9931.PIPVeegplanBPL2021) de betreffende afstand wordt gemeten tot de - in voorkomend geval - buiten onderhavig plangebied gelegen grens van dat bouwperceel en niet tot de plangrens.

4.2.4 Afwijking regels ter plaatse van aanduiding specifieke bouwaanduiding- landschappelijkeinpassing In afwijking van het bepaalde in 4.2.2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -landschappelijke inpassing' dat géén nieuwe gebouwen mogen worden gebouwd, anders met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.3. 4.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. b. c.

een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter vervanging van een bestaande, legale bedrijfswoning, het per saldo toevoegen van een bedrijfswoning is niet toegestaan; een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', welk aanduidingsvlak volledig mag worden bebouwd; de inhoud van een bedrijfswoning dient minimaal 250 m3 en mag maximaal 850 m3 bedragen;

bestemmingsplan Oostflank

19

d.

het aantal bouwlagen per bedrijfswoning mag maximaal 2 bedragen;

4.2.6 Bijgebouwen bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. b. c.

bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning; de goothoogte mag maximaal 3,20 meter bedragen; de oppervlakte aan bijgebouwen, voor zover gebouwd buiten de aanduiding 'bedrijfswoning', mag maximaal 60 m2 bedragen.

4.2.7 Regels ter plaatse van de aanduiding wonen Voor het bouwen van woningen en daarbij behorende bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'wonen' gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de woning en bij de woning behorende bijgebouwen dienen binnen het aanduidingsvlak 'wonen' te worden opgericht; een woning mag uitsluitend worden gebouwd ter vervanging van een bestaande, legale woning, het per saldo toevoegen van een woning is niet toegestaan; de inhoud van een woning dient minimaal 250 m3 en mag maximaal 850 m3 bedragen; het aantal bouwlagen per woning mag maximaal 2 bedragen; bij woning mogen bijgebouwen worden opgericht met een maximale oppervlakte van 60 m2 en een maximale goothoogte van 3,20 meter.

4.2.8 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

4.3

bouwwerken, geen gebouw zijnde die zijn voorzien van een dak mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en dienen voor het overige te voldoen aan het bepaalde in 4.2.2; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 3,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van een erfafscheiding bij een (bedrijf)swoning maximaal 2,00 meter mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde (o.a. zend- en lichtmasten) bedraagt maximaal 15,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde behorende bij een (bedrijf)swoning maximaal 5,00 meter mag bedragen; Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Overschrijding maximum bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 sub b en daarmee toestaan dat een groter deel van het bouwvlak wordt bebouwd, indien: a. b. c. d. e.

dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; dit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingspercentage met inbegrip van de aangevraagde bebouwing niet meer dan 80% bedraagt; na realisatie van de aangevraagde bebouwing nog steeds wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform 20.4 na realisatie van de aangevraagde bebouwing nog steeds wordt voorzien in de benodigde voorziening van voldoende omvang voor de berging en infiltratie van hemelwater conform 20.5.

4.3.2 Overschrijding maximum bouwhoogte Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 sub e en daarmee een grotere bouwhoogte toestaan, indien: a.

20

dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;

bestemmingsplan Oostflank

b. c.

dit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 15,00 meter.

4.3.3 Bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding- landschappelijke inpassing a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.4 en daarmee het bouwen van een gebouw toestaan, indien: 1. uit een bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd inpassingsplan blijkt dat wordt voorzien in een goede ruimtelijke c.q. landschappelijke inpassing van het gebouw; 2. voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4.2.2. b. Het bevoegd gezag borgt door middel van voorschriften aan de omgevingsvergunning dat inpassing van het gebouw conform het inpassingsplan plaatsvindt en de betreffende inrichting vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Geen toename stikstofemissie 1. Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken. 2. Onder het gebruik van gronden en bouwwerken wordt ook begrepen de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen. 4.4.2

Regels voor buitenopslag

Voor het opslaan c.q. stallen van roerende goederen, verpakt, dan wel in bulk, anders dan in een gebouw, gelden de volgende regels: a.

b. c. d. e. f.

g.

op een perceel waarop een of meer bedrijfsgebouwen aanwezig zijn, is géén opslag c.q. stalling van roerende goederen toegestaan tussen de aan het openbaar gebied grenzende perceelsgrens en de rooilijn van het meest nabijgelegen bedrijfsgebouw; indien een perceel aan meer dan één zijde aan het openbaar gebied grenst, geldt het bepaalde onder a voor alle aan het openbaar gebied grenzende zijden van het perceel. op een perceel waarop géén bedrijfsgebouwen aanwezig zijn is géén opslag c.q. stalling van roerende goederen toegestaan; de hoogte van de opslag mag niet meer bedragen dan 5,00 meter; het bepaalde onder sub a tot en met c geldt niet voor het parkeren van voertuigen van personeel en bezoekers; het bepaalde onder sub a tot en met c geldt niet voor de ten tijde van het in werking treden van dit bestemmingsplan bestaande opslag c.q. stalling, met dien verstande dat: 1. de strijdigheid van de opslag c.q. stalling met het bepaalde onder a tot en met c naar aard en omvang niet mag worden vergroot; 2. indien het gebruik van de betreffende gronden voor opslag c.q.

stalling voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, dit gebruik daarna niet meer mag worden hervat het bepaalde onder sub a tot en met d geldt niet voor opslag ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - ontgronding 1' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein - ontgronding 2', voor zover de opslag inherent is aan de ter plaatse toegelaten activiteiten.

4.4.3 Aanvullingc.q. afwijking regels voor buitenopslag ter plaatse van aanduiding specifieke bouwaanduiding- 1 In aanvulling op c.q. in afwijking van het bepaalde in 4.4.2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' de volgende regels voor buitenopslag:

bestemmingsplan Oostflank

21

a.

voor de toepassing van 4.4.2 sub a en b binnen onderhavig plangebied geldt dat wanneer een perceel gedeeltelijk is gelegen binnen onderhavig plangebied en gedeeltelijk binnen het plangebied van het direct aangrenzende provinciaal inpassingsplan en de buiten het plangebied gelegen deel van het perceel grenst aan openbaar toegankelijk gebied, een dergelijk perceel als grenzend aan openbaar toegankelijk gebied wordt beschouwd.

4.4.4 Regels ter plaatse van de aanduiding detailhandel Voor de uitoefening van activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' als bedoeld in artikel 4.1.1 onder j gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. b. c.

verkoopactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan op zaterdag, zondag of een feestdag; verkoop is uitsluitend toegestaan vanuit marktkramen en winkelunits; uitsluitend in combinatie met voorgaande activiteiten is horeca toegestaan als ondergeschikte activiteit.

4.4.5 Regels ter plaatse van de aanduiding wonen Voor de uitoefening van activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'wonen' als bedoeld in artikel 4.1.1 onder g gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. b. c.

zolang op een perceel sprake is van een woonfunctie, zijn op het betreffende perceel geen bedrijfsmatige activiteiten toegestaan als bedoeld in artikel 4.1.1 onder a; wanneer de woonfunctie op een perceel is beëindigd en het perceel in gebruik is genomen voor bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in 4.1.1, is het hervatten van de woonfunctie niet meer toegestaan. bij de woonfunctie is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, overeenkomstig artikel 11.3.1.

4.4.6 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken: a. b. c. d.

4.5

als zelfstandig kantoor; opslag en stalling voor zover in strijd met artikel 4.4.2 ; opslag in brandgevaarlijke en explosiegevaarlijke produkten; detailhandelsactiviteiten, anders dan: 1. op grond van artikel 4.1 en 4.4.4 is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; 2. detailhandel in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte en/of verwerkte goederen als ondergeschikte nevenactiviteit van een bedrijf tot een maximum van 10% van het netto bedrijfsvloeroppervlak per bedrijfsvestiging, met een absoluut maximum oppervlakte van 500 m2 per bedrijfsvestiging. Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1 Toegelaten bedrijven 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.1.1 onder a ten behoeve van bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen en/of een hogere milieucategorie; of b. artikel 4.1.1 onder b, c, d, e en i ten behoeve van een ander bedrijf dan op grond van artikel 4.1.1 ter plaatse is toegelaten. 2. de vergunning kan slechts worden verleend indien: a. het een bedrijf betreft dat naar aard en invloed op de omgeving gelijk kunnen worden gesteld met de bedrijven die op grond van dit plan op het betreffende perceel zijn toegestaan; b. geen toename van stikstofemissie plaatsvindt.

22

bestemmingsplan Oostflank

4.5.2 Buitenopslag a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.2 ten behoeve van opslag anders dan toegelaten op grond van dat artikel, mits uit een bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd inpassingsplan blijkt dat wordt voorzien in een goede ruimtelijke c.q. landschappelijke inpassing van de opslag; b. Het bevoegd gezag borgt door middel van voorschriften aan de omgevingsvergunning dat inpassing van het opslag conform het inpassingsplan plaatsvindt en de betreffende inrichting vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden.

bestemmingsplan Oostflank

23

Artikel 5 5.1

Bos

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Doeleinden De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

behoud en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden; bestaand grondgebonden agrarisch grondgebruik; bossen en houtopstanden; extensieve dagrecreatie, zoals wandelen en fietsen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; de daarbij behorende voorzieningen.

5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2 Andere bouwwerken Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen geen andere bouwwerken worden gebouwd. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2, ten behoeve van: a.

gebouwen en overkappingen ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 10 m² bedraagt en de hoogte maximaal 3,00 meter bedraagt; b. een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht met een maximale hoogte van 4,00 meter; c. nestpalen, met dien verstande dat de hoogte maximaal 10,00 meter bedraagt; d. bij de bestemming passende andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij de volgende regels in acht worden genomen: 1. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,00 meter; 2. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,00 meter. onder de voorwaarden dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. 2. 3. 4. 5.

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of archeologische waarden van de gronden; de waterstaatkundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.

24

bestemmingsplan Oostflank

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Geen toename stikstofemissie 1. Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken. 2. Onder het gebruik van gronden en bouwwerken wordt ook begrepen de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen. 5.4.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken: a. b. c. d. e. f.

5.5

voor sport- of wedstrijdterreinen, kampeer- of caravanterreinen, campings en zwemgelegenheden; voor het beproeven van voertuigen, het beoefenen van de motorsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen; voor het racen of crossen met motorrijtuigen of bromfietsen; als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; voor de stalling en opslag van aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; voor het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

5.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Bos' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f.

het wijzigen van de bodemstructuur, het ophogen, afgraven en egaliseren van gronden met meer dan 0,20 meter; het verwijderen van opgaande beplantingen, zoals bosschages, houtwallen en singels; het dempen, graven en/of uitdiepen van sloten, vaarten, poelen en daarmee gelijk te stellen waterpartijen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en / of telecommunicatieleidingen, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet; het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanbrengen dan wel wijzigen van drainage systemen.

5.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.5.1 is niet van toepassing op: a. b. c.

normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.

bestemmingsplan Oostflank

25

5.5.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.5.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 5.1.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

26

bestemmingsplan Oostflank

Artikel 6 6.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Doeleinden De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

groenvoorzieningen, bermen en beplanting; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - fietspark': tevens een mountainbikepark; parken en plantsoenen; fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking en een (collectief) gebruik daarvan;

6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen maar uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 6.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen; 2. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen.

bestemmingsplan Oostflank

27

Artikel 7

Maatschappelijk - Militaire zaken

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk - Militaire zaken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. militaire doeleinden; alsmede voor daarbij behorende: b. (ontsluitings)wegen en paden; c. verkeers- en parkeervoorzieningen; d. doeleinden van openbaar nut, waaronder voorzieningen voor de opwekking van energie; e. groenvoorzieningen; f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: g. h. i. j.

bedrijfswoningen niet zijn toegestaan; geluidzoneringsplichtige inrichtingen c.q. niet zijn toegestaan; risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan; kwetsbare objecten niet zijn toegestaan.

7.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 7.3

Bouwregels

7.3.1 Gebouwen Op de voor 'Maatschappelijk - Militaire zaken' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.3.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.

7.4

de bouwhoogte mag maximaal 8,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 9,00 meter mag bedragen. Specifieke gebruiksregels

7.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor de opslag van munitie. 7.4.2 Geen toename stikstofemissie 1. Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken. 2. Onder het gebruik van gronden en bouwwerken wordt ook begrepen de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen.

28

bestemmingsplan Oostflank

Artikel 8 8.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

8.1.1 Doeleinden De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en/of herstel van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; b. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden; c. extensieve dagrecreatie, zoals wandelen en fietsen; d. natuureducatie; met daaraan ondergeschikt: a. b. c.

beschoeiingen parkeervoorzieningen water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

8.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 8.2

Bouwregels

8.2.1 Gebouwen Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.

b.

er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van: 1. de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 2. recreatief medegebruik, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; 3. straatmeubilair; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,00 meter, met dien verstande dat: 1. de bouwhoote van erfafscheidingen niet meer dan 1,00 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 8,00 meter mag bedragen.

8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2, ten behoeve van: a.

gebouwen en overkappingen ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 10 m² bedraagt en de hoogte maximaal 3,00 meter bedraagt; b. een hoogzit ten behoeve van de uitoefening van de jacht met een maximale hoogte van 4,00 meter; c. nestpalen, met dien verstande dat de hoogte maximaal 10,00 meter bedraagt; d. bij de bestemming passende andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, waarbij de volgende regels in acht worden genomen: 1. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter; 2. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter. onder de voorwaarden dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

bestemmingsplan Oostflank

29

1. 2. 3. 4. 5. 8.4

de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of archeologische waarden van de gronden; de waterstaatkundige en waterhuishoudkundige functie van de gronden en van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels

8.4.1 Geen toename stikstofemissie 1. Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken. 2. Onder het gebruik van gronden en bouwwerken wordt ook begrepen de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen. 8.4.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken: a. b. c. d. e. f.

8.5

voor sport- of wedstrijdterreinen, kampeer- of caravanterreinen, campings en zwemgelegenheden; voor het beproeven van voertuigen, het beoefenen van de motorsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen; voor het racen of crossen met motorrijtuigen of bromfietsen; als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; voor de stalling en opslag van aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; voor het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

8.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Natuur' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f. g.

het wijzigen van de bodemstructuur, het ophogen, afgraven en egaliseren van gronden met meer dan 0,20 meter; het verwijderen van opgaande beplantingen, zoals bosschages, houtwallen en singels; het dempen, graven en/of uitdiepen van sloten, vaarten, poelen en daarmee gelijk te stellen waterpartijen; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en / of telecommunicatieleidingen, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet; het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanbrengen dan wel wijzigen van drainage systemen; het verrichten van exploratieboringen en / of seismologisch onderzoek.

8.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 8.5.1 is niet van toepassing op: a.

30

normale onderhoudswerkzaamheden;

bestemmingsplan Oostflank

b. c.

werken of werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd.

8.5.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.5.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 8.1.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

bestemmingsplan Oostflank

31

Artikel 9 9.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

9.1.1 Doeleinden De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. stroomwegen; b. gebiedsontsluitingswegen. met daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j.

langzaam-verkeervoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; viaducten, bruggen en andere kunstwerken, waaronder kunstwerken voor kruisingen met wegverkeer; groenvoorzieningen, bermen en taluds; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking en een (collectief) gebruik daarvan; bluswatervoorzieningen.

9.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 9.2

Bouwregels

9.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen maar uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. 9.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte mag maximaal 8 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen; 2. lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen.

9.3 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken als verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg.

32

bestemmingsplan Oostflank

Artikel 10 10.1

Water

Bestemmingsomschrijving

10.1.1 Doeleinden De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

water(lopen) en waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen, taluds en kademuren; groenvoorzieningen; bruggen, duikers en andere kunstwerken voor kruisingen met (weg)verkeer, alsmede culturele kunstwerken en waterornamenten;

10.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 10.2 Bouwregels Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.

de andere bouwwerken alleen mogen worden gebouwd ten behoeve van de waterbeheersing, de verbinding van oevers of in de vorm van ornamenten en culturele kunstwerken e.d.; de bouwhoogte van andere bouwwerken maximaal 5 meter mag bedragen.

bestemmingsplan Oostflank

33

Artikel 11 11.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

11.1.1 Doeleinden De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. a. b.

wonen; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf': tevens bedrijfsdoeleinden in de vorm van opslag van materialen ten behoeve van een aannemersbedrijf; c. aan huis verbonden beroepen met inachtneming van het in artikel 11.3.1 bepaalde; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3.

tuinen, erven en groenvoorzieningen; ontsluitings- en parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

11.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 24.1. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.

woningen; bijbehorende bouwwerken; andere bouwwerken.

11.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g.

woningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; het bestaande aantal woningen mag niet toenemen; ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mogen uitsluiten aaneengesloten wonignen worden gebouwd; het aantal bouwlagen mag maximaal 2 bedragen; de inhoud van een woning moet minimaal 250 m³ en maximaal 850 m³ bedragen; woningsplitsing is niet toegestaan.

11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

b. c. d.

bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer mag bedragen dan 70 m2; bijbehorende bouwwerken moeten worden opgericht achter de voorgevelrooilijn; de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 5 meter te bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,20 meter;

34

bestemmingsplan Oostflank

e.

de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4,50 meter, dan wel maximaal de bestaande bouwhoogte indien deze groter is;

11.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. 11.3

de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 meter; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter. Specifieke gebruiksregels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=40d71abe-f4f9-47e7-a05a-6fdcbdab8219