CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 7 (bijlage) Beleidsnota Archeologie Brunssum, erfgoed is identiteit.pdf

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente BrunssumBij agendapunt: Beleidsnota archeologie; Gemeenteblad 2022/727.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Erfgoed is identiteit Erfgoed is identiteit Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum

Erfgoed is identiteit Beleidsnota Archeologie Gemeente Brunssum

Colofon

Titel: Beleidsnota archeologie gemeente Brunssum. Implementatie van de Erfgoedwet en de Omgevingswet.

Uitgave: gemeente Brunssum Contactpersoon: mw. H. Vanneste en mw. M. Gobbens (gemeente Brunssum) Versie: maart 2022

Gemeente Brunssum Postbus 250

telefoon: (045) 527 85 55

6440 AG Brunssum

E-mail: gemeente@brunssum.nl

© Gemeente Brunssum, 2022

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Samenvatting Het archeologisch erfgoed betreft overblijfselen uit ons verleden. Het vertelt ons hoe vroegere generaties leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. Het vertelt ons iets over ons­z elf, onze cultuur en onze identiteit. Brunssum is een gemeente met een rijk verleden met veel archeologische vindplaatsen. De vroegste bewoningssporen uit de regio zijn net over de gemeentegrens, in Amstenrade, aangetroffen. De resten dateren uit het Midden Paleolithicum (300.000-35.000 v. Chr.). De vondsten uit deze periode zijn zeer bijzonder, omdat in Nederland slechts vijf sites uit deze periode onderzocht zijn. De meeste archeologische vindplaatsen dateren uit de Romeinse tijd. De regio werd toen doorsneden door verschillende Romeinse wegen, waarvan de Via Belgica en de Via Traiana de meest bekende zijn. Aan weerszijden van deze weg lagen grote agrarische villacomplexen en inheems Romeinse nederzettingen. De bewoners werden na hun dood begraven in grafvelden en individuele grafmonumenten, die eveneens langs de wegen lagen. Zeer fraaie voorbeelden uit de regio van monumentale grafmonumenten zijn de ‘Askist van Bocholtz’, de sarcofaag van de dame van Simpelveld, het Romeinse vrouwengraf aan de Hereweg in Landgraaf en de vier askisten bij de Voskuilenweg in Heerlen.

In Brunssum zelf werden in 1966 op het Brunssumerveld (voormalig industrieterrein ‘Kling-Rode Beek ’) twee Romeinse graven ontdekt. Eén graf bestond uit een askist, waarin de resten van waarschijnlijk een vrouw waren gedeponeerd. Daarnaast zijn in het kader van de aanleg Buitenring Parkstad Limburg in Merkelbeek nog twee crematiegraven aangetroffen uit de Midden Romeinse periode. De gemeente bleef ook tijdens de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bewoond. Daarvan getuigen vandaag de dag nog de vele historische kernen, eeuwenoude hoeves, kastelen en kerken, zoals kasteel Genhoes, de middeleeuwse Clemenskerk en de voormalige St. Gregoriuskerk en de hoeve Onderste hof aan de Merkelbekerbeek. Bovendien werden gedurende de Middeleeuwen op verschillende locaties in het dal van de Roode Beek in de gemeente Brunssum potten gebakken. Dat blijkt uit talrijke Middeleeuwse pottenbakkersovens waarvan een aantal zijn opgegraven. Een lineaire versterking uit de Late Middeleeuwen is de Landgraaf. De Landgraaf is vandaag de dag als een droge greppel met een wal aan weerszijden nog te traceren in het landschap. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als onroerend erfgoed.

Samen met de Omgevingswet die naar verwachting medio 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2022 niet zo maar komen te vervallen. De erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de

5

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wet is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Indien dit niet mogelijk is geldt het zogenaamde het ‘veroorzaker-betaalt-principe’. Al sinds 2007 (ingang Wet op de Archeologische Monumentenzorg ) zijn de gemeenten in overwegende mate verantwoordelijk voor het behoud van archeologisch erfgoed. Om op een verantwoorde wijze om te gaan met het archeologische erfgoed heeft de gemeente Brunssum al heel snel na het ingaan van deze wet een aantal acties ondernomen. In 2007 heeft de gemeente Brunssum, samen met de andere Parkstadgemeenten een gedetailleerde archeologische verwachtings -en advieskaart laten opstellen, waarvan de geactualiseerde versie (archeologische verwachtingsen beleidskaart) op 1 oktober 2013 is vastgesteld (Vanneste & Verhoeven, 2013). Omdat de gemeente als bevoegde overheid beslissingsbevoegdheid heeft over archeologische belangen binnen de ruimtelijke ordening, hebben de parkstadgemeenten in 2011 een regioarcheoloog aangesteld. Sedertdien is bij de gemeente inhoudelijke archeologische kennis en expertise aanwezig op het niveau van een KNA senior-archeoloog (KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

Als basis voor het gemeentelijke beleid geldt de volgende doelstelling: Het archeologisch beleid van de gemeente Brunssum heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk.

Deze formulering waarborgt behoud en ontsluiting van het archeologisch erfgoed in de gemeente, maar laat ontwikkelingen even goed toe. Het is een doelstelling die niet alleen praktisch uitvoerbaar en proportioneel is, maar ook haalbaar. Het beleid van de gemeente Brunssum is opgenomen in een archeologische beleidskaart en vertaald naar de bestemmingsplannen. Naast het beleidsmatige aspect wil de gemeente Brunssum ook de economie versterken door het potentieel van de archeologie te gebruiken. Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Cultureel erfgoed is een waardevolle faciliteit voor zowel bewoners van, als bezoekers aan een gebied. Het cultureel erfgoed vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Vanuit economisch perspectief kan cultureel erfgoed beschouwd worden als kapitaalgoed met eenpotentieel hoge economische waarde.

6

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

7

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

8

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

INHOUDSOPGAVE Samenvatting ......................................................................................................................................... 5 Voorwoord .............................................................................................................................................. 10 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 13 1.1 Waarom een eigen gemeentelijk archeologiebeleid? . . ....................................................................... 13 1.2 Doelstelling beleidsnota . . ................................................................................................................. 15 1.3 Opbouw en indeling van de beleidsnota .. ......................................................................................... 15

2 Erfgoed is identiteit ..................................................................................................................... 19 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 19 2.2 Unieke parels uit de gemeente Brunssum en de omringende regio . . .................................................. 21 2.3 Archeologie: een bron met een potentieel hoge economische waarde ............................................... 42

3 Archeologiebeleid gemeente Brunssum ............................................................................. 45 3.1 Onderdelen archeologiebeleid gemeente Brunssum ........................................................................ 45 3.2 Doelstelling en uitgangspunten ....................................................................................................... 45 3.3 Archeologische kaarten: een onmisbaar instrument .......................................................................... 47 3.4 Verankering van de archeologie in de Ruimtelijke Ordening .............................................................. 49 3.5 Regie van het archeologisch onderzoek ........................................................................................... 53 3.6 Maatschappelijke waarde: archeologie in de openbare ruimte . . ......................................................... 57 3.7 Erfgoed is van ons allen: communicatie en publieksbereik ................................................................ 58 3.8 Privécollecties ................................................................................................................................. 59 3.9 Vooruitblik: nieuwe regelgeving Omgevingswet ................................................................................ 60

4 Organisatie en financiën ........................................................................................................... 63 4.1 Gemeentelijke organisatie ............................................................................................................... 63 4.2 Gemeentelijke archeologische kosten .............................................................................................. 64

Literatuur ............................................................................................................................................. 67 Bijlage 1. Het archeologisch karakter van Parkstad ............................................................ 73 Bijlage 2. Wettelijk kader ................................................................................................................ 83 Bijlage 3. Beleidskader .................................................................................................................... 89 Bijlage 4. Stappenplan bij vergunningaanvraag ................................................................... 97 Bijlage 5. AMZ-fasering ................................................................................................................. 102

9

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Voorwoord Brunssum bestaat als gemeente 225 jaar, maar de rijke geschiedenis van de streek gaat veel verder terug. De naam Brunssum komt van Bronsheim of Bronsham, ‘heim’ was woonplaats en ‘brons’ kwam van bronnen. Door zijn vruchtbare bodems wordt het gebied reeds vroeg bewoond. De oudste resten van de gemeente Brunssum gaan terug tot de (late) prehistorie, maar het is pas vanaf de Romeinse periode dat Brunssum echt tot ontwikkeling komt. In het gebied worden wegen aangelegd met in de buurt nederzettingen en, soms monumentale, graven. Zo zijn in de jaren 60 van de 20e eeuw op het voormalige industrieterrein ‘Kling-Rode beek’ de overblijfselen aangetroffen van een askist van vermoedelijk een vrouw. Ook recenter, bij de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg, zijn in het dal van de Merkelbekerbeek bij archeologische opgravingen twee crematiegraven gevonden uit de 1e en 2e eeuw na Chr. Mede dankzij de bijzondere klei in de ondergrond heeft Brunssum een belangrijke rol gespeeld in de pottenbakkersindustrie. Al in de Romeinse periode zijn pottenbakkersovens in het gebied bekend, maar het is voornamelijk vanaf de 11e tot en met de 14e eeuw dat de keramische industrie uit Brunssum een wereldwijde bekendheid vergaart. In deze periode ontstaan talrijke pottenbakkers­o vens. De wijk Oeloven verwijst hier rechtstreeks naar; oelen zijn potten die in een oven gebakken worden.

Omstreeks 1150 groeit Brunssum uit tot een heerlijkheid en worden kerken gesticht, zoals de Clemenskerk in Merkelbeek en de inmiddels gesloopte St. Gregoriuskerk (Unitas). Opgravingen van deze kerk hebben een vroege steenbouwfase uit vermoedelijk de 12e eeuw blootgelegd. Daarnaast zijn bij de opgravingen ook inhumatiegraven gevonden, waaronder de vermaarde reus van Brunssum, een uitzonderlijk groot skelet. In de loop van de middeleeuwen en nieuwe tijd verschijnen in Brunssum en omgeving verschillende adellijke hoeves en kastelen, zoals de hoeve Onderste Hof in het gehucht de Kling. De oudste vermelding van deze hoeve dateert uit 1381. Daarnaast zijn de kastelen Vossenleen, Cluttenleen en Genhoes bekende namen in Brunssum. Restanten van deze kastelen zijn bij verschillende opgravingscampagnes blootgelegd. Omstreeks 2013 zijn ook nog de resten van een 15e eeuwse landweer in kaart gebracht. Deze landweer is onderdeel van een groter geheel dat zich uitstrekte tussen Schinveld en Nieuwenhagen. Het zuidelijke deel van de landweer ligt ter hoogte van het Schutterspark. Brunssum behoorde begin 18e eeuw tot Oostenrijk (de Oostenrijkse grenspaal staat momenteel voor het bestuurscentrum) en eind 18e eeuw tot de Franse Republiek. Het internationaal karakter van Brunssum zien we nu ook terug met Jont Force Command (het Nato Hoofdkwartier). Brunssum telde rond 1900 ca.1200 inwoners.

In het begin van de 20e eeuw begon in Brunssum bruinkoolwinning in het Vijverpark en steenkoolwinning rond 1910. De staatsmijn Hendrik ontstond en trok veel internationale werknemers, waarvan er zich velen in Brunssum vestigden. Brunssum groeide uit tot

10

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

de parel van de mijnstreek met bijna 3000 inwoners. Het zwarte goud zette Brunssum op de kaart. Er ontstonden nieuwe wijken en het inwonertal steeg tot ca. 28000. De rijke historie van Brunssum is onder meer bewaard gebleven door de opgerichte Heemkundevereniging, die we hiervoor zeer dankbaar zijn. Een verantwoord archeologiebeleid is van grote waarde zodat iedereen kan genieten van een bijzondere geschiedenis van ons mooie Brunssum en de Limburgse archeologie. Daarom dat de gemeente zich in de toekomst wilt blijven engageren om een juiste balans te vinden tussen enerzijds de bescherming van het archeologisch erfgoed en anderzijds de realisatie van andere maatschappelijke doelen. Met deze nota is hiermee een belangrijke stap genomen.

Jo Mertens, wethouder-locoburgemeester gemeente Brunssum.

11

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

12

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

1

Inleiding

Een deel van het verleden van Brunssum ligt opgeslagen in de bodem. Het is een ongeschreven verleden, bestaande uit afval, funderingsresten, grondsporen, (mooie) vondsten en bijzondere schatten. Dit bodemarchief is het studieterrein van de archeoloog. Een deel van dit bodemarchief is reeds ontdekt of onderzocht. Het grootste deel ligt daar echter nog op ons te wachten. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ te behouden. Indien dit niet mogelijk is, geldt het zogenaamde het ‘veroorzaker-betaalt-principe’. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel.

1.1 Waarom een eigen gemeentelijk archeologiebeleid? Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt de bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de nieuwe Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2022 niet zo maar komen te vervallen (bijlage 2). De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. In een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke planvorming dient daarom rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Wanneer behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk blijkt, geldt het zogenaamde het ‘veroorzaker-betaalt-principe’.

Foto linkerblad: Het archeologisch onderzoek in het tracé van de Buitenring Parkstad Limburg (© RAAP ).

13

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Al sinds 2007 (ingang Wet op de Archeologische Monumentenzorg; bijlage 2) zijn de gemeenten in overwegende mate verantwoordelijk voor het behoud van het archeologische erfgoed. De archeologie werd een verplicht en geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke besluitvormingsproces. Vanaf die tijd moest bij de ruimtelijke besluitvorming ook het archeologische belang worden afgewogen tezamen met andere belangen. Samenhangend met de specifieke verantwoordelijkheid voor de inrichting van het grondgebied lagen, volgens de logica van deze wet, op gemeentelijk niveau immers de meest praktische mogelijkheden om de kwaliteit van de leefomgeving te handhaven of te versterken. Een eigen beleid voeren voor de archeologische monumentenzorg heeft voordelen. De gemeente kan zelf het initiatief nemen, de regie voeren en efficiënter omgaan met de ruimtelijke inrichting. Om optimaal gebruik te kunnen maken van deze voordelen, is het ontwikkelen van een eigen archeologiebeleid noodzakelijk. Al heel snel na het ingaan van het Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 hebben de Parkstadgemeenten en de gemeente Beekdaelen (die toen nog geen deel uitmaakte van Parkstad), de krachten gebundeld om een eigen grensoverschrijdend archeologiebeleid te ontwikkelen. In eerste instantie heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau een uitgebreid bureauonderzoek uitgevoerd (Vanneste & Verhoeven, 2013, deel III).

Samen met het uitgebreide rapport heeft RAAP een serie kaarten vervaardigd, waaronder de archeologische verwachtings- en advieskaart (Vanneste & Verhoeven, 2013). Op 1 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Brunssum de geactualiseerde kaart vastgesteld (archeologische verwachtings- en beleidskaart). De kaart is een belangrijk onderdeel van het toetsingskader bij het invullen van het gemeentelijke archeologiebeleid in de sfeer van de ruimtelijke ontwikkeling (zie hoofdstuk 3). Omdat de gemeente als bevoegde overheid beslissingsbevoegdheid heeft over archeologische belangen binnen de ruimtelijke ordening, hebben de parkstadgemeenten in 2011 een regioarcheoloog aangesteld. Met een samenwerkingsverband tussen de Parkstad Limburg gemeenten wordt geïnvesteerd in grensoverschrijdende kennis, identiteit en kwaliteit. Dit heeft een aantal grote voordelen. Er wordt geïnvesteerd in regionale identiteit, kennis en lobbykracht, met oog voor de lokale identiteit. De ontwikkeling van een gezamenlijk en uniform beleid met ruimte voor maatwerk per gemeente. Een regioarcheoloog kan met zijn deskundigheid eerder inschatten waar (hoge) verwachtingen van archeologische waarde zijn, waardoor archeologisch advies op maat geleverd kan worden. Er is winst in kennisopbouw en grote winst in afbreukrisico bij bouwprojecten.

Bij de keuze tot extern archeologisch onderzoek kan een kwalitatief goede opdracht gemaakt worden en kan het externe rapport op zijn merites beoordeeld en naar gemeentelijk beleid doorvertaald worden. De kans op bestuurlijke risico’s en ingrijpen van hogere overheden wordt aanmerkelijk verkleind. Samenwerking vermindert de kwetsbaarheid in geval van solitaire functies. Bovendien is het klantvriendelijk: burgers en overheid krijgen sneller en adequater antwoord op vragen en worden verder geholpen bij de omgevingsvergunning e.d.

14

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Daarnaast is het ‘in huis hebben’ van een regioarcheoloog kostenbesparend voor de betrokken gemeenten. Een regioarcheoloog op Parkstadniveau is uiteraard goedkoper dan dat iedere gemeente een eigen archeoloog in dienst neemt. Bundeling van expertise is financieel aantrekkelijk omdat niet alles meer uitbesteed hoeft te worden en procedures minder tijd in beslag nemen. In de praktijk betekent dit dat alle toetsopdrachten zoals het toetsen van Programma’s van Eisen (PvE) en het toetsen van archeologische rapporten door de regioarcheoloog zelf gedaan worden. Met het aanstellen van een regioarcheoloog is ook een kwaliteitsslag gemaakt, waardoor onnodige onderzoeken niet meer gedaan hoeven te worden.

1.2 Doelstelling beleidsnota In deze beleidsnota wordt het beleid ten aanzien van de omgang met het archeologisch bodemarchief voor de komende jaren vastgelegd. Het formuleren en vaststellen van het archeologiebeleid is echter nog maar een begin. Het is niet de bedoeling dat na vaststelling van dit beleid het archeologiebeleid ‘in de kast’ belandt. Het beleid dient neer te dalen in de praktijk en door allen (bestuur, ambtenaren, burgers) gedragen en ondersteund te worden.

1.3 Opbouw en indeling van de beleidsnota De beleidsnota is opgebouwd uit een hoofdrapport en een aantal bijlagen. Om het rapport leesbaar te houden, is er bewust voor gekozen om veel achtergrondinformatie naar de bijlagen te verplaatsen (o.a. bewoningsgeschiedenis van de Parkstadregio, het wettelijke kader, het beleidskader, het stappenplan bij een vergunningaanvraag en de AMZ fasering). Het hart van dit rapport wordt gevormd door hoofdstuk 2, ‘Erfgoed is identiteit’. In dit hoofdstuk wordt allereerst het archeologisch karakter van de gemeente Brunssum geschetst aan de hand van een beschrijving van een aantal belangrijke archeologische vindplaatsen. Hierbij is niet alleen ingegaan op de gemeente zelf, maar op de gehele regio Parkstad: deze zogenaamde archeologische parels komen namelijk het best tot hun recht, wanneer ze in relatie tot elkaar gezien worden. In hoofdstuk 3 is het archeologiebeleid van de gemeente Brunssum uitgewerkt, waarbij naast de wettelijke verplichtingen ook wordt ingegaan op aanvullende onderwerpen die de gemeente van belang acht voor een goede Archeologische Monumentenzorg. De laatste paragrafen in dit hoofdstuk richten zich op de toekomst en de ambities die de gemeente heeft ten aanzien van het beleefbaar maken van het unieke stukje archeologische erfgoed binnen haar gemeentegrenzen.

Daarbij komt ook de economische potentie van archeologie kort aan bod. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de consequenties voor de gemeentelijke financiën en middelen. Zie tabel 1 voor de in deze notitie genoemde archeologische en geologische perioden.

15

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Archeologische perioden

Geologische perioden Tijdvak

Chronozone

Datering

Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945

C

Nieuwe tijd

Laat Subatlanticum

- 1850

B

- 1650

A Laat B - 1150 na Chr.

Laat A C: Karolingische tijd B: Merovingisch tijd A: Volksverhuizingstijd

Vroeg Subatlanticum

Laat

Romeinse tijd

Holoceen

D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

Midden Vroeg

-0

Laat

IJzertijd

- 450 voor Chr.

Midden Vroeg Laat

Bronstijd

Subboreaal

Midden Vroeg

Neolithicum

- 3700

(Nieuwe Steentijd)

Atlanticum - 7300

Laat

Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling Vroegste Dryas

Vroeg

Midden

Denekamp

Vroeg Glaciaal

Pleistoceen

Weichselien Pleniglaciaal

Laat Glaciaal

Preboreaal

- 8700

(M idden Steentijd)

- 9700

Midden Vroeg Laat Midden Vroeg

- 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 11.050 - 11.500

Laat

- 12.000

Jong B

- 12.500 - 13.500 - 30.500

- 12.500 - 16.000

Jong A - 35.000

Hengelo - 60.000

Moershoofd Odderade

Paleolithicum - 71.000

(O ude Steentijd)

Midden Brørup

Eemien Saalien II Oostermeer Saalien I Belvedère/Holsteinien Glaciaal x Holsteinien Elsterien

Mesolithicum

Prehistorie

Boreaal

Laat

- 1500 - 1250

- 114.000 - 126.000 - 236.000 - 241.000

- 250.000

- 322.000 - 336.000

Oud

- 384.000 - 416.000 463.000

tabel1_standaard_GeoBioArcheo_RAAP_2014

Tabel 1. Schematische weergave van archeologische en geologische perioden

16

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

17

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

18

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

2

Erfgoed is identiteit

Het archeologisch erfgoed behoort niet uitsluitend toe aan de archeologen, maar aan de hele maatschappij. Het archeologiebeleid van een gemeente en de lasten die daar soms uit voortvloeien, kunnen op meer steun rekenen als deze door het grote publiek, met name de bewoners, worden gekend en geaccepteerd. Door de archeologische waarden beter te ontsluiten, burgers bewuster te betrekken alsmede kennis te laten maken met hún archeologisch erfgoed, kan het maatschappelijke draagvlak aanzienlijk worden vergroot (‘gekend maakt bemind’). Aandacht voor archeologie is echter niet alleen een kwestie van cultuurbehoud, maar ook van economie. Bewezen is dat ‘zichtbare en beleefbare’ cultuurhistorie recreatie en toerisme stimuleert, een waardeverhogende werking heeft op de omgeving en het imago van een gemeente versterkt. Erfgoed is identiteit.

2.1

Inleiding

Vanuit de bevolking is er een toenemende belangstelling voor cultuurhistorie, authenticiteit, rust, ruimte en natuur. Cultureel erfgoed wordt gezien als een waardevolle faciliteit voor de bewoners van een gebied. Het geeft karakter aan de regio en vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Ook in de toeristisch-recreatieve sector vormt de cultuurhistorie een belangrijk gegeven. Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Uit onderzoek blijkt namelijk dat cultureel erfgoed een positieve rol speelt bij de bestemmingskeuze van een toerist (Dommelen, 2013). Door uitvoering te geven aan onderhavig beleid en de ambities waar te maken, zal het archeologisch erfgoed van de Parkstadgemeenten breder ontsloten worden en beleefbaarder worden gemaakt. Dit zal bijdragen aan een aantrekkelijke regio, wat positief werkt op het cultuurtoerisme en het vestigingsklimaat. In bijlage 1 is op hoofdlijnen de bewoningsgeschiedenis van de Parkstadregio geschetst. Deze reikt van de Prehistorie tot het heden. Hierbij wordt ingegaan op de verschillende leefwijzen van jagende en verzamelende gemeenschappen (Steentijd) en landbouwende gemeenschappen (vanaf de Late Steentijd). Deze gemeenschappen hebben veel resten in het landschap achtergelaten.

Ook in de regio Parkstad is ontzettend veel archeologisch erfgoed aanwezig, waaronder een groot aantal bijzondere ‘parels’ (paragraaf 2.2). Dit archeologisch erfgoed is onze gemeenschappelijke erfenis en biedt kansen op verschillende beleidsterreinen. Het is de kunst om de parels verder met elkaar te verbinden en zo het verhaal van

19

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

de regio nog beter te vertellen en zichtbaar te maken. Dit kan op verschillende schaalniveaus, zowel op gemeentelijk niveau, maar ook op het niveau van Parkstad, Zuid-Limburg en de Euregio. Vanuit economisch perspectief kan het cultureel erfgoed beschouwd worden als kapitaalgoed met een potentieel hoge economische waarde. Het is aan de gemeente om dit potentieel te benutten. ‘Denktank Sprinthills 2020’ heeft middels een onderzoek getracht om meer zicht krijgen op wat mensen aanspreekt in ‘Zuid-Limburg’ en welke lading aan het merk Zuid-Limburg gegeven wordt (Sobczak, 2015). Zie tabel 2 voor de reacties van de respondenten. In hoeverre bent u geïnteresseerd in: Geïnteresseerd

Zeer geïnteresseerd

De historisch/culturele achtergrond van Zuid Limburg

269

51%

73

14%

De verhalen achter bepaalde gebruiken, evenementen of producten

266

51%

85

16%

De persoonlijke verhalen van bewoners

199

38%

74

14%

Heeft u hierbij nog een voorkeur voor speciale episodes uit de Zuid Limburgse geschiedenis? N

%

Romeinse tijd

181

53%

De Mijn-historie

165

48%

Tweede wereldoorlog

134

39%

De bokkenrijders

127

37%

Spaanse tijd

71

21%

Franse tijd

59

17%

Anders, namelijk

14

4%

Tabel 2. Reacties respondenten in een onderzoek naar het merk ‘Zuid-Limburg’(Sobczak, 2015)

20

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

2.2

Unieke parels uit de gemeente Brunssum en de

omringende regio Hieronder volgt een selectie van de parels die in de regio aanwezig zijn. Er is voor gekozen om niet alleen parels uit de gemeente Brunssum zelf te benoemen, maar uit de gehele regio Parkstad. De parels komen namelijk het beste tot hun recht, wanneer ze in relatie tot elkaar worden gezien. Het is daarbij expliciet niet de bedoeling geweest om een volledig overzicht te geven van alle vindplaatsen die in de regio bekend zijn. Het is wel de bedoeling geweest om een paar mooie voorbeelden (parels) te benoemen, zodat men enthousiast kan raken over het eigen bodemarchief en men de regio met andere ogen kan gaan bekijken. Bij het beschrijven van de parels is veelal gebruik gemaakt van de gegevens uit Archis 1. Daarnaast is veelvuldig gebruik gemaakt van Verhoeven (2007), de gemeentelijke websites, websites van de heemkundeverenigingen en andere internetbronnen (o.a. www.viabelgicadigitalis.nl, www.schattenvanheerlen.nl, www.iba-parkstad.nl, www.demijnstreek.net, www.rijckheyt.nl, www.viabelgica.nl en https://commons.wikimedia.org (fotomateriaal)).

2.2.1 Prehistorie Steentijd (Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum) De oudst gevonden resten van menselijke bewoning dateren uit de Prehistorie: het deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven. In de regio zijn veel (soms zeer) bijzondere resten uit deze periode aangetroffen. Meest bijzonder zijn de vondsten uit de Midden Steentijd (periode van de Neanderthalers) toen de mens nog leefde van jagen en verzamelen. De vondsten uit deze periode zijn zo bijzonder, omdat in Nederland slechts enkele sites uit deze perioden onderzocht zijn, waarvan er dus 2 in de regio Parkstad liggen: | Bij de Ubachsberg in Voerendaal (Colmont-Ponderosa) zijn minstens 1000 Midden-Paleo-

lithische vuurstenen artefacten aangetroffen. Het betreft vondsten van de Neanderthalers uit de periode van de jager-verzamelaars (ongeveer 400.000 tot 40.000 jaar geleden). | In Amstenrade (gemeente Schinnen, net over de gemeentegrens met Brunssum) is recent

eveneens een vindplaats uit het Midden Paleolithicum aangetroffen (onderzoek in het kader van de Buitenring Parkstad Limburg). Op deze locatie zijn o.a. vuistbijlen, mesjes en schrabbers aangetroffen. Gezien de nabijgelegen opduiking van het maasterras, is de locatie vermoedelijk gebruikt voor het vervaardigen van nieuwe werktuigen. De resultaten van het onderzoek zijn momenteel uitgewerkt (Raczynski-Henk, e.a. 2018) en zijn aan het grote publiek gepresenteerd tijdens de tentoonstelling Expeditie Vuistbijl in De Vondst in Heerlen, hèt centrum voor archeologie in Limburg.

1

De naam Archis staat voor Archeologisch Informatiesysteem. Archis is een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd in Nederland zijn opgeslagen.

21

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Reconstructie persoon uit de Steentijd. Inzet: vondsten uit de steentijd.

Eerste boeren (Neolithicum t/m IJzertijd) Vanaf het Neolithicum werd de landbouw in het gebied geïntroduceerd. Van de allereerste boeren in Nederland is het beeld van de Lineair-bandkeramische cultuur (LBK; Vroeg-Neolithicum) het meest compleet. Vanaf die periode is landbouw steeds meer gemeengoed geworden. Vondsten uit de daarop volgende perioden (Brons-/IJzertijd) zijn redelijk schaars in het lössgebied. Het feit dat er tot op heden weinig materiaal is aangetroffen wil echter niet zeggen dat er geen bewoning heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk worden de vindplaatsen niet herkend. Het handgevormde aardewerk uit deze periode is erg bros en verweert snel als het aan het oppervlak ligt. Aangezien uit deze periode tot nu toe weinig bekend is, zijn vindplaatsen die uit deze periode worden aangetroffen per definitie van extra belang. Vindplaatsen uit deze periode liggen verspreid over het gebied: | Het Michelsberg aardwerk Schelsberg in Heerlen (datering: midden-Neolithicum). Typisch

voor de Michelsbergcultuur zijn aardwerken, grote structuren bestaande uit één of meerdere grote grachten en wallen die bijna steeds een hoge plek in het landschap afsluiten. Interpretaties omtrent de functies van aardwerken lopen uiteen van vluchtburg, veekraal, centrale plaats, marktplaats, ritueel centrum en versterkte nederzetting. | Tijdens gravend onderzoek op het Trilandis-terrein in Heerlen zijn – naast grotendeels

resten uit de Romeinse tijd – ook enkele kuilen uit het Laat Neolithicum gevonden. In een kuil was een rechtop geplaatste zogenaamde All Over Ornamented beker aanwezig. Tijdens de opgraving is een groter gebied rondom deze kuil onderzocht, maar dit leverde slechts een lichte clustering van nagenoeg vondstloze kuilen op, waarvan er minstens één ook in het Laat Neolithicum A dateert. Uit de context kon worden opgemaakt dat het waarschijnlijk één of meerdere inhumatiegraven betreft (Tichelman, 2014). | Strijthagerbeekdal/Nieuwenhagerheide (gemeente Landgraaf): op deze locatie zijn ver-

schillende urnen uit de IJzertijd aangetroffen (ongeveer 800 tot 12 voor Christus).

22

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Kom met kamstreekversiering uit de Midden IJzertijd, aangetroffen bij de opgraving Buiten-ring Parkstad Limburg, vindplaats 8 (foto © RAAP Hensen, 2015a, tekening G. Berkenbosch ).

| Ook bij de Villa Voerendaal zijn mogelijke bewoningsresten aangetroffen uit de IJzertijd. In

diverse kuilen zijn vondsten uit deze periode (scherven, een fragment La Tène armband, een kapfibula en een ijzeren haardschep) aangetroffen. | In 2013 zijn bij opgravingen ten behoeve van de Buitenring van Parkstad op 2 locaties

resten uit de IJzertijd aangetroffen, waaronder een greppel (Tichelman, 2015) en resten van een nederzetting (Hensen, 2015a).

23

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

2.2.2 Romeinse tijd De regio komt pas echt tot bloei in de Romeinse tijd. In het gebied zijn dan ook veel restanten uit de periode van de Romeinse tijd (van circa 75 tot 500 na Christus) teruggevonden. Het grote aantal objecten en de diversiteit aan overblijfselen uit deze tijd is uniek voor Nederland. Het toeristisch promoten van de parels uit de Romeinse tijd gebeurt niet alleen in samenspraak met de convenantpartners van de Via Belgica (provincie Limburg, 2005), maar ook op eigen initiatief (Ellenkamp, 2015). Parels uit deze periode zijn o.a.: | Via Belgica en Via Traiana (romeins wegennet, o.a. de grotere heerwegen zoals de Heer-

weg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen en de Heerweg van Xanten naar Trier, maar ook de kleinere wegen zoals de weg bij Merkelbeek, Rolduc, Etzenrade, etc. . Het wegennet wordt momenteel beleefbaar gemaakt door middel van herbouw en reconstructie, kijkvensters, landschappelijke visualisaties en informatieborden (zie kader: De Via Belgica wordt weer zichtbaar en beleefbaar). | Een zeer groot aantal villaterreinen: tot nu toe zijn zo’n 60 Romeinse villacomplexen van

de zuidlimburgse lössgronden bekend. Bekend zijn o.a. de Villa Ten Hove ( Voerendaal), Villa Holzkuil (Kerkrade), Villa Steenland (Nuth) en Villa Vlengendaal (Simpelveld). Villa Krichelberg te Kaalheide (Kerkrade) is de enige bovengronds zichtbare Romeinse villa in Nederland. | Nederzettingsresten, zoals de vicus Rimburg in Landgraaf (Romeins straatdorp bij

een brug), de zogenaamde non-villanederzetting nabij Trilandis in Heerlen (inheemse Romeinse boerennederzetting) en de romeinse vicus Coriovallum. Corriovallum lag onder het huidige Heerlen, op een kruispunt van twee belangrijke wegen. De legerplaats groeide mettertijd uit tot een belangrijk regionaal centrum. In het Romeinse kwartier van Heerlen komen een groot aantal Romeinse vindplaatsen samen, waaronder een Thermencomplex, resten van de 3e eeuwse versterking (castellum), pottenbakkersovens, e.d. Het Romeinse kwartier van Heerlen betreft een IBA project (paragraaf 3.6). Het project richt zich niet alleen op Heerlen maar op de gehele regio. Het Thermenmuseum (en de directe omgeving) wordt een plek waar het verhaal van Romeins Zuid-Limburg verteld wordt waar doorverwezen wordt naar andere locaties langs de Via Belgica. Hierdoor ontstaat een aanbod dat meer bezoekers naar Heerlen én de regio zal trekken. | Een groot aantal monumentale graven. Grafvelden zijn zeldzaam en duidelijk kleiner dan

in bijvoorbeeld Noord-Brabant. Opvallend zijn echter het grote aantal monumentale graven en rijke graven, zoals een Romeins graf, waarin een rijke vrouw begraven lag (Landgraaf), een Tumulusgraf, waarin een askist aangetroffen is (de ‘Askist van Bocholtz), vier askisten met bijzondere prachtige voorwerpen van goud, barnsteen en glas (Voskuilenweg in Heerlen) en een sarcofaag met de asresten van een vrouw (de dame van Simpelveld). Grafmonumenten stonden doorgaans in de buurt van het woonhuis van de overledene en bij voorkeur langs een (hoofd)weg. Ook in de gemeente Brunssum zelf werden in 1966 op het Brunssummerveld ter plaatse van het voormalige industrieterrein ‘Kling-Rode Beek’, meerdere Romeinse graven ontdekt, Daarnaast zijn in het kader van de aanleg Buitenring

24

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

185

190

195

200

legenda periode Romeinse tijd fysische geografie plateau kaap heuvel

330

330

terras helling droogdal beekdal water niet gekarteerd overig gemeentegrens grens onderzoeksgebied

325

325

320

320

315

315

0

2

1

3 km

185

4

5

1:100.000 190

195

200

2007

Figuur 31. Verspreiding van vindplaatsen uit de Romeinse tijd. Overzicht Romeinse vondsten in Heerlen/Parkstad.

Parkstad Limburg in 2009 (proefsleuven) en 2013 (opgraving) nog twee crematiegraven aangetroffen (zie kader).. | Romeinse wachttorens, zoals de mogelijke wachttoren bij de kerk van Klimmen. | Romeinse mijlpalen, zoals de twee delen van mijlpalen die bij de restauratie van de kerk

van Eygelshoven(gemeente Kerkrade) in 1939 in de kerktorenmuur zijn teruggevonden (nu te bewonderen in het Thermenmuseum in Heerlen). Van één van de mijlpalen zit het onderste vierkante deel nog in het fundament van de kerk. Nog vaag is een inscriptie te herkennen. In de romeinse tijd en ook daarna was het gebruikelijk om grote stenen te recyclen. Zo zijn de Romeinse mijlpalen in de kerktorenmuur beland. Ook in de Broekhuizenstraat 53 in Landgraaf is nog een dergelijke mijlpaal aanwezig. De kans dat deze mijlpaal op zijn oorspronkelijke plek gevonden is, is eveneens klein (o.a. www.viabelgicadigitalis.nl).

25

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Romeinse graven op het Brunsummerveld Bij de aanleg van een industrieterrein op het Brunssummerveld, op een rug tussen de Merkelbeker Beek en de Brunssummer Dorpsbeek, werd in 1966 een Romeins graf uit het midden van de 3e eeuw ontdekt. Het graf bestond uit een askist, waarin de verbrande resten van waarschijnlijk een vrouw waren gedeponeerd. De bijgiften bestonden uit minstens 27 voorwerpen, waaronder aardewerk, glas, een benen handvat van een spiegel, een stukje goudbeslag, barnstenen schijven en twaalf bronzen schijfjes, die waarschijnlijk als schellen dienst hebben gedaan om muziek te maken. Enkele dagen later werd op 50 meter afstand een 2e-eeuws crematiegraf gevonden, dat onder andere enkele Romeinse munten bevatte (Stoepker, 2011). Bij de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg is in 2009, op een naar het noordwesten georiënteerde afbraakwand nabij het beekdal van de Merkelbeker Beek een crematiegraf gevonden uit de Midden Romeinse periode (Spanjer & Vanderhoeven, 2012). Het graf bevat drie secundaire, onverbrande bijgiften: een kruik, een bord en een beker. Op basis van het aardewerk kan het graf gedateerd worden in de eerste helft van de 2e eeuw na Chr. Naast deze secundaire bijgiften zijn er ook primaire bijgiften gevonden die aan de dode op de brandstapel zijn meegegeven.

Het gaat om de persoonlijke opsmuk van de dode, zoals een tinnen armband, een bronzen haarspeld, brokjes glas van mogelijk een zalf- of parfumflesje en schoenspijkertjes. In het graf is slechts 40 gram botmateriaal verzameld. Uit crematieonderzoek blijkt dat er twee individuen in het graf aanwezig zijn, waaronder een kind van 3 tot 6 jaar oud. Op basis van de grafinhoud kan gesteld worden dat minstens één van de individuen vrouwelijk is geweest. Naast het graf zijn ook nog twee brandkuilen aangetroffen die vermoedelijk samenhangen met het begrafenisritueel. De opgraving in het tracédeel T5 (vindplaats 10) heeft nog slechts één bijkomend crematiegraf opgeleverd. Voor de rest zijn er geen archeologische sporen aangetroffen. Het graf heeft eveneens een bord, een beker en een kruik als secundaire bijgift opgeleverd. Primaire bijgiften zijn hier niet aanwezig. Alleen zijn verschillende spijkerfragmenten aangetroffen die wellicht afkomstig zijn van de lijkbaar waarop de dode was opgebaard. Op basis van het fysisch antropologisch onderzoek behoort het graf aan een vrouw tussen de 20 tot 30 jaar oud. Vanwege het voorkomen van de kruik van het type Hofheim 51 kan het graf gedateerd worden aan het eind van de 1e eeuw na Chr. De volledige grafinhoud en de inhoud van de recipiënten zijn onderzocht om na te gaan of er voedselresten aanwezig zijn.

In de kruik zijn klompjes verkoold, bewerkt plantaardig voedsel aangetroffen, maar de SEM-analyse hiervan heeft helaas niets opgeleverd. De ligging van de graven nabij de Merkelbeker Beek is geen onbekend verschijnsel. Graven zijn dikwijls langs depressies of in de nabijheid van beekdalen gelokaliseerd. Daarbij liggen ze doorgaans ook in de nabijheid van een hoofdweg of binnen een straal van circa 250 m van de nederzetting. Het is echter niet bekend tot welke nederzetting de graven behoren. Circa 300 m ten noordwesten van de graven liggen resten van een (inheemse) nederzetting uit de Romeinse tijd. Deze situeren zich op de zuidoostflank van

26

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

de Merkelbeker Beek. Op deze manier keken de bewoners uit op de graven van hun dierbaren. De graven kunnen echter ook nog tot een nog niet ontdekte nederzetting horen. Dit zal toekomstig onderzoek moeten uitwijzen (Hensen, 2015b).

Romeins crematiegraf met bijgiften, aangetroffen bij de opgraving Buitenring Parkstad Limburg, vindplaats 10. Onder de grafinventaris na schoonmaak (© RAAP, Hensen, 2015b).

27

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

De Via Belgica wordt weer beleefbaar en zichtbaar Schematische weergave van het wegennet in de Romeinse tijd (Rogge & Sas, 2006); legenda: bruin = Via Belgica.

De naam Via Belgica’ is de door archeologen bedachte naam van een 400 kilometer lange Romeinse hoofdweg, die in de Romeinse tijd de Franse zeekust met het Duitse Rijnland verbond. De weg liep - ten opzichte van de huidige landsgrenzen - dwars door België, Zuid-Limburg en het Duitse Rijnland. De Via Belgica komt bij Maastricht Nederland binnen en vervolgt zijn weg langs Meerssen, Valkenburg, Voerendaal, Heerlen en Landgraaf, om tenslotte bij Rimburg de Worm over te steken naar Duitsland. De weg was een belangrijk onderdeel van een groot en complex netwerk van wegen, dat zich uitstrekte tot de verste uithoeken van het Romeinse imperium. Inmiddels ligt de Via Belgica al vele eeuwen lang verstopt onder de grond, maar dat gaat veranderen! De Via Belgica wordt weer beleefbaar en zichtbaar gemaakt. Dat is het ambitieuze plan dat de provincie Limburg en zeven gemeenten die langs de weg liggen (Maastricht, Meerssen, Valkenburg, Voerendaal, Heerlen, Landgraaf en Simpelveld) en andere convenantpartners (o.a. Parkstad Limburg en Thermenmuseum Heerlen) ter hand hebben genomen. In 2005 heeft de provincie Limburg de visie ‘Via Belgica; Verleden op weg naar de toekomst’ laten ontwikkelen.

Daarin wordt uiteengezet hoe de Via Belgica en het Romeinse culturele erfgoed van Zuid-Limburg kunnen worden ingezet voor toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van erfgoededucatie, toerisme, ruimtelijke ordening en/of landschapsontwikkeling. Het Via Belgica-project is echter niet alleen een project van de overheid. Ook anderen (instellingen, bedrijfsleven en particulieren) worden van harte uitgenodigd om mee te denken over en te werken aan de realisatie van het project (www.viabelgica.nl). De Via Belgica is via een website en een gratis app digitaal te beleven (www.viabelgicadigitalis.nl).

28

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Grafinventaris uit de askist van Brunssum, ontdekt in 1966.

2.2.3 Middeleeuwen en Nieuwe tijd Vanwege de vruchtbare löss was het gebied in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd goed ontwikkeld. Het was een plek voor heerlijkheden en buitenplaatsen van adel, maar ook voor de boerenhoeven van het gewone volk. De bestaande en verdwenen kastelen, kerken, abdijen, molens, boerenerven en zelfs hele dorpskernen uit deze perioden kunnen ondergrondse archeologische resten herbergen. De bewoningsplekken worden vaak al vele eeuwen gebruikt. Gebouwen zijn verrezen, gesloopt en verbouwd, waarbij ondergrondse restanten vaak als getuige van vroegere bouwfasen bewaard zijn gebleven. In sommige gevallen is ook de huidige bebouwing zo oud, dat de gebouwen en omliggende erven naast een bouwhistorische ook een archeologische waarde hebben. De parels uit deze tijd liggen verspreid over het gebied. Het betreft onder andere: | Mottes: Een motte of kasteelheuvel is een kunstmatig opgeworpen heuvel omgeven door

een gracht waarop een versterkte wacht-, verdedigings- of uitzichttoren stond. Het betreft veelal voorlopers van kastelen. In Heerlen is o.a. een motte bekend (motte ten Eschen), in Onderbanken (motte Vossenberg, motte Roer en motte Etzenrade) en in Voerendaal (abschnittsmotte Struven, motte Dammerscheid). | Kastelen en versterkingen: In het gebied is een opvallend groot aantal kastelen en ver-

sterkingen aanwezig. Bekend zijn onder andere kasteel Schaesberg en Strijthagen (Landgraaf), kasteel Hoensbroek (Heerlen), Huis Oelbroek (Nuth), Rivieren (Voerendaal) en Voormalig Landsfort Herle, een grote middeleeuwse versterking (Heerlen). In Brunssum zelf zijn de kastelen Vossenleen, Cluttenleen (ook wel Rozengaard, Rozen-

29

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

goed of Rosgoed genoemd) en Genhoes bekende namen..In 1622 werd op enkele honderden meters van het eeuwenoude houten kasteel “Vossenleen” een nieuwe omgracht kasteel, Genhoes (of Op Gen Hoes) genaamd, gebouwd waarna ook een hoeve met schuur werd bijgebouwd. Toen dit kasteel in gebruik werd genomen, zijn de kastelen Vossenleen en Cluttenleem gesloopt. De grachten rond het kasteel en een deel van de kasteelhoeve zijn inmiddels verdwenen. Wel resteert nog een vleugel van het oorspronkelijke kasteelcomplex. Het werd vanaf 2002 grotendeels gerestaureerd en maakt nu deel uit van een nieuwbouwcomplex (www.rijckheyt.nl/). | Een deel van de historische kernen gaat tot de Middeleeuwen tijd terug, zoals het mid-

deleeuwse Adam van Nuttahof (historische centrum van Nuth), de historische kern van Kerkrade met de resten van een gracht (in 2014 ontdekt in het centrum van Kerkrade), de historische kern van Voerendaal die recentelijk in ruimere context is onderzocht, de historische kern van Waubach en het Landsfort Herle. | Graven: Bij Villa Voerendaal zijn niet allen resten uit de Romeinse tijd opgegraven, maar

ook resten uit de periode die direct daarop volgt, de Vroege Middeleeuwen. Tijdens de opgravingen van het villaterrein werden tevens ‘als bijvangst’ de resten aangetroffen van een 7-tal graven uit de Vroege Middeleeuwen (Merovingische periode) tot de 7e eeuw. | Middeleeuwese kerken en kloosters, zoals de vroegere abdij Kloosterrade Rolduc (Kerk-

rade), de Pancratiuskerk in Heerlen en het ‘Kleine kerkje’ in Eyghelshoven. In de gemeente Brunssum zijn ook twee Middeleeuwse kerken aanwezig namelijk het Clemenskerkje in Merkelbeek en de inmiddels gesloopte St. Gregoriuskerk (Unitas) in Brunssum (zie kader). | In Parkstad zijn veel historische hoeven aanwezig. Een aantal mooie voorbeelden betreft

hoeve Wissegracht (gemeente Nuth), hoeve Laathof (Eygelshoven, Kerkrade), de hoeven Kaardenbeek en Bokhof (gemeente Voerendaal), 17e eeuwse hoeven aan de Bulkemstraat (gemeente Simpelveld), Hoeve de Geleenhof (Heerlen) en de verdwenen hoeve Roer (gemeente Onderbanken). Aan de Merkelbekerbeek in de gemeente Brunssum ligt de van oorsprong middeleeuwse Onderste Hof, een hoeve in het gehucht Kling waarvan de eerste vermelding uit 1381 dateert. De boerderij is als rijksmonument beschermd. Ook de middeleeuwse Bovenste Hof, verder stroomopwaarts gelegen en in hetzelfde jaar voor het eerst vermeld, heeft die status. | Ook watermolens zijn in Parkstad goed vertegenwoordigd, zoals de Strijthagermolen

(gemeente Landgraaf), de Baalsbruggermolen (gemeente Kerkrade), de watermolens bij de Caumerbeek in het Aambos (gemeente Heerlen) en de Broek- of Brugmolen bij kasteel Erenstein (gemeente Kerkrade). | Resten van de Middeleeuwse pottenbakkersindustrie: Het waren al de Romeinen die

ontdekten dat de klei van de Roode beek (Brunssum, Onderbanken/Schinveld) voor industriële doeleinden geschikt was. Er ontstond een keramische industrie, die tot na de Middeleeuwen is blijven bestaan (zie paragraaf 2.2.4). | De Middeleeuwse handelsweg – ‘de wijngracht’ genaamd - betreft een grote handels-

weg die Keulen en Maastricht met elkaar verbond. In de plaatselijke straatnaamgeving zijn sporen hiervan nog terug te vinden (de ‘Wijngracht’). Wijn was de voornaamste handels-

30

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

waar die vanuit Keulen over de weg werd vervoerd. Ter plaatse moest de weg over een steile helling naar beneden; deze was gedeeltelijk uitgespoeld, zodat de weg als het ware via een ‘gracht’ omlaag liep. | Landgraaf of landweer ‘Boebegraaf’ op de Brunsummerheide (lijnelement Beekdaelen-

Brunssum-Heerlen-Landgraaf): een lijnvormige aarden grenswal en of diepe sloot met vaak een doornenhaag. Deze diende ter bescherming van een streek tegen vijandige invloeden van buiten. De 15e eeuwse landgraaf op de Brunssummerheide is nog over een lengte van circa 1 kilometer intact en bestaat uit twee wallen met een spitsgracht ertussen. Het deel van de landgraaf in Brunssum (Schutterspark) heeft de status van rijksmonument gekregen in 2016 en is een speerpunt van de Archeoroute Limburg.

Kasteel Genhoes in Brunssum (Wikimedia Commons)

31

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Onderste Hof in Brunssum (Wikimedia Commons).

Opgravingen van kasteel Cluttenleen met rechts de restanten van de houten brug .

32

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Boven: Opgraving Gregoriuskerk (Unitaskerk) Brunssum Onder: Archeologische opgravingen van graven bij de Gregoriuskerk in Brunssum. Inzet: Christuskopje van Walrusivoor .

33

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Twee parels uitgelicht: Het Middeleeuwse Clemenskerkje en de Gregoriuskerk De oudste vermelding van de zelfstandige parochie Merkelbeek dateert uit 1234, waarbij de Clemenskerk, hoewel een rechtstreekse historische bron hiervoor ontbreekt, heel waarschijnlijk als kerkgebouw van de parochie fungeert. De Sint-Clemenskerk is vermoedelijk oorspronkelijk een zaalkerk. In de huidige gedaante bestaat de kerk uit een middenschip, met in het westen een toren, en in het oosten een polygonaal koor. Aan de oostkant is tegen dit koor een vierhoekige uitbreiding aangebouwd, die dienst deed als sacristie. Deze huidige vorm is het resultaat van vele eeuwen van verbouwingen en uitbreidingen. De afgelopen jaren is de Clemenskerk grondig gerenoveerd. Voorafgaand aan de renovatie is in 2013 een archeologisch en een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd op het kerkterrein. Tijdens het onderzoek zijn interessante ontdekkingen gedaan over de geschiedenis van de kerk. De oorsprong van deze kerk is niet volledig duidelijk. Sommige bronnen vermelden een ontstaan uit de 8e-9e eeuw terwijl een opgraving uit de jaren 70 van de vorige eeuw een ontstaan in de 10e eeuw plaatst. Een goede onderbouwing voor beide dateringen ontbreekt echter. De vroegste steenbouwfase van de Gregoriuskerk uit Brunssum doet qua afmeting, gebruikt bouwmateriaal (kalksteen, Romeins dakpanmateriaal) denken aan de Sint-Clemenskerk.

Echter, deze vroegste steenbouwfase is niet eerder te dateren dan in de tweede helft van de 12e eeuw. Mogelijk dat de oudste resten van de Clemenskerk ook in deze periode te plaatsen zijn. Uit de periode van de 14e tot en met de 16e eeuw is historisch gezien niks bekend over de ontwikkeling van het kerkgebouw. In de daaropvolgende eeuwen zijn wel verschillende verslagen gemaakt over onderhoudswerken en/of herstellingen aan de Clemenskerk, zoals het verplaatsen van het altaar van de zijbeuk naar het middenschip in 1721 en de bouw van een nieuwe toren omstreeks 1746. In 1879 vervalt de functie van parochiekerk en wordt het gebouw omgevormd tot kloosterkapel. In 1882 wordt het klooster door de Liefdezusters van Het Kostbaar Bloed uitgebreid. Het nieuwe, grotere klooster omvat de voormalige pastorie met ten noordwesten daarvan een nieuwe aanbouw. Ter ere van Maria wordt een Lourdesgrot opgericht naast de kerk op het terrein van het voormalige kerkhof. De Lourdesgrot wordt in 1887 in gebruik genomen. In 1892 wonen in het klooster Benedictijnen waarbij opnieuw uitbreiding van het klooster plaatsvindt, waaronder de bouw van een geheel nieuwe kloosterkerk in 1899. In 1904 krijgt het ‘oude kerkhof’ met de Lourdesgrot een ommuring. In 1923 verdwijnen de Benedictijnen en wordt het klooster bewoond door Karmelieten, met opnieuw een aanbouw en de bouw van een muur in 1948 tot gevolg.

Begin 1968 wordt het klooster verkocht en worden de gebouwen ingericht als bejaardentehuis; Huize Tieder. De kloosterkerk wordt gesloten en de Clemenskerk (de oude parochiekerk) wordt in gebruik genomen als huiskapel van het bejaardentehuis. De Kloosterkerk raakt steeds meer in verval en in 1975 wordt deze gesloopt. Na twee branden in 2008 en 2009 is ook de rest van het klooster in 2009 gesloopt waardoor de Clemenskerk weer geheel vrij is komen te staan (Smeets, 2015; Kimenai, 2016 en Van der Laan, 2019). Door inspanningen van vrijwilligers wordt de kerk en de Lourdesgrot onder-

34

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

houden en vinden hier regelmatig activiteiten plaats. Het Clemenskerkje vormt samen met het kerkhof en de Lourdesgrot een rijksmonument.

Archeologische opgravingen in het Clemenskerkje in Merkelbeek

De middeleeuwse Gregoriuskerk, waarvan de laatste resten gesloopt zijn in 1840, is in 1995 opgegraven. De oudste steenbouwfase dateert uit omstreeks 1175 en bestaat uit een zaalkerk, zoals die in de regio veelal bekend zijn. Mogelijk is deze vroegste steenbouwfase voorafgegaan door een kleine houten zaalkerk. In de funderingsresten van de muur is Romeins dakpanpuin verwerkt (Stoepker, 2011a). Bij de opgraving zijn funderingen aangetroffen van acht steenbouwfasen. In en om het kerkgebouw bevinden zich diverse begravingen, waarvan sommige skeletten goed geconserveerd zijn. De oudste begravingen zijn in de 1e helft van de 12e eeuw te plaatsen. Een bijzondere vondst uit grafgrond is een klein Christuskopje van Walrusivoor, dat waarschijnlijk onderdeel is geweest van een borstkruisje. Een 12e of 13e eeuwse datering is het meest waarschijnlijk. Bijzonder aan de kerk is dat deze gebouwd is binnen een bestaande, omstreeks 1100 gestichte, nederzetting. Onder de eerste stenen kerk zijn kuilen, paalgaten en een oven aangetroffen en daarnaast een groot aantal vondsten (o.a. maalsteen, aardewerk). De locatie is als speerpunt opgenomen in de Archeoroute Limburg.

35

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

2.2.4 Eeuwenoude pottenbakkersindustrie Het waren al de Romeinen die ontdekten dat de klei uit het dal van de Rode Beek in Brunssum en Schinveld voor industriële doeleinden geschikt was (van Kerckhove, 2014). Er ontstond een keramische industrie, die tot na de Middeleeuwen is blijven bestaan. De hier gebakken producten werden tot diep in Duitsland en Frankrijk verhandeld. De klei uit Brunssum werd o.a. vervoerd richting Coriovallum, het romeinse Heerlen. In Coriovallum waren vele pottenbakkers, die de klei uit de streek gebruikten om aardewerk te produceren. Diverse pottenbakkersovens uit deze periode zijn in Heerlen opgegraven en er worden nog steeds nieuwe ovens aangetroffen. In de parkstadgemeenten is een groot aantal locaties bekend (o.a. Brunssum, Schinveld en Nieuwenhagen) waar pottenbakkersovens uit de Middeleeuwen zijn aangetroffen. Op deze locaties werd het typische Brunssum-Schinveldse aardewerk gemaakt. Er is al veel wetenschappelijk onderzoek naar dit aardewerk gedaan. Al in het midden van de 20e eeuw werden pottenbakkersovens en afvalhopen met misbaksels uit die ovens onderzocht. Dit aardewerk, proto-steengoed en steengoed, werd van de tweede helft van de 11e tot het midden van de 14e eeuw geproduceerd. Het kende een verspreiding in delen van het Rijnland, Noord- Brabant, Limburg en de Belgische Kempen en in een enkel geval tot ver daarbuiten.

De typochronologie is verbonden met die van Rijnlandse en Maaslandse producten. Vondsten van het ‘Brunssum-Schinveld’- of ‘Zuid-Limburgs aardewerk’ spelen wegens hun betrekkelijk nauwkeurige dateringsmogelijkheid een grote rol bij het onderzoek van nederzettingen in Zuid-Nederland. Ook na de jaren zestig zijn aardewerkvindplaatsen in dit gebied bekend geworden. Sprake van coherent onderzoek was er echter niet. Er is op het gebied van analyse, documentatie en publicatie van recente vondsten nog veel te doen (bron: o.a. Stoepker, 2011a en 2011b). Momenteel inventariseert SAGA Archeologie in opdracht van de provincie Limburg de verschillende pottenbakkerijen in Zuid-Limburg met als doel een nieuwe, consistente typologie op te stellen. Dit is echter nog een work in progress.

36

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

Pottenbakkersindustrie in zuid-Limburg (foto’s: Denes Miklos)

37

ERFGOED IS IDENTITEIT BELEIDSNOTA ARCHEOLOGIE GEMEENTE BRUNSSUM

2.2.5 Mijnverleden Zuid-Limburg wordt vaak geassocieerd met het mijnverleden. De eerste ondergrondse winning van grondstoffen begon reeds omstreeks de 14e eeuw in Rolduc. Vanaf 1900 intensiveerde de steenkoolwinning zeer sterk en ontstond de Mijnstreek. De mijnwerkers die naar de regio kwamen, zorgden ervoor dat het bevolkingsaantal explosief groeide. De mijnwerkers die uit vele windrichtingen afkomstig waren, vestigen zich vaak in mijnkoloniën die snel uit de grond werden gestampt. Dorpen werden door deze nieuwe mijnkoloniën aaneengesmeed tot steden. Ook uit deze periode zijn diverse parels te benoemen: | Het schachtgebouw van de voormalige Oranje Nassau mijn I in Heerlen, met het bijbeho-

rende ophaalgebouw, betreft een rijksbeschermd monument. Hier exploiteert Stichting CarboON het Nederlands Mijnmuseum. | De Miljoenenlijn (met tegenwoordig een station in Simpelveld en Kerkrade) betreft een

voormalige spoorlijn die gereed kwam in 1934. De naam is ontleend aan de geschatte kosten per kilometer. De lijn werd in eerste instantie gebruikt voor vervoer van materialen en mijnwerkers t.b.v. de exploitatie van de steenkoolmijnen. In 1949 vond het eerste openbare reizigersvervoer plaats. Tegenwoordig wordt de stoomtrein toeristisch geëxploiteerd. Een rit met de stoomtrein en een bezoek aan het vrij toegankelijke erfgoedpark rondom het station Simpelveld biedt een bijzonder dagje uit in de sfeer van reizen uit lang vervlogen tijden. | Immaterieel erfgoed, zoals gebruiken, tradities, verenigingen, platvorm de Mijnen (een net-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=3f2c0b5b-71b0-43c1-af59-11ccb91d8379