CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 5 (bijlage) 20240410 IBOR Gemeente Brunssum 2024 - 2028 - def__202402607__

Commissie Ruimte en Techniek 21 mei 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: IBOR Integraal Beheerplan Openbare Ruimte Brunssum, 2024/514.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.5.2

Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal verkeerstekens en bebording weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 5. Areaalhoeveelheden verkeerstekens en bebording Onderdeel

Eenheid

Bebording & verkeersborden Komborden Zonnering portalen Kleine verkeersmaatregelen (drempels, middelgeleiders)

Stuks Stuks Stuks Stuks

Omvang 6.604 20 8 ntb.

Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.

5.5.3

Onderbouwing benodigd budget Enkel ‘regulier onderhoud’, geen ‘groot onderhoud’ Wat betreft het type onderhoudswerkzaamheden en de budgettering daarvan, wordt er in gemeente Brunssum voor verkeerstekens en bebording geen onderscheid gemaakt tussen ‘regulier onderhoud’ en ‘groot onderhoud’. Al het onderhoud valt onder de noemer ‘regulier onderhoud’ met uitzondering van een-op-een-vervanging van objecten aan het einde van de levensduur. De budgetten voor het onderhoud aan verkeerstekens en bebording zijn gebaseerd het kostenmodel zoals toegepast in het vorige MOP-OR 2022 - 2025. Aanvullend daarop is voor kleine verkeersmaatregelen, zoals het ter plaatse aanbrengen van bijvoorbeeld een drempel of geleider, apart een vast jaarlijks budget gereserveerd. In het kader van herleidbaarheid en een eenduidige onderbouwing van budgetten is het aan te bevelen om een verkeersbeheerplan voor de gemeente Brunssum te ontwikkelen waarin het beheer en onderhoud van de verkeersborden/-tekens, bewegwijzering en verkeermaatregelen, inclusief de benodigde budgetten zijn vastgelegd. Zodra uit dit nieuwe verkeersbeheerplan blijkt dat een bijstelling van de huidige budgetten noodzakelijk is, dan komt hiervoor een voorstel naar de raad. Daarna wordt het IBOR-plan hierop geactualiseerd.

In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud van de verkeerstekens en bebording inzichtelijk. Het beheer en onderhoud aan bewegwijzering wordt uitgevoerd door de NBd (De Nationale Bewegwijzeringsdienst). Sinds 2 april 2013 zijn deze werkzaamheden (grotendeels) uit handen van de wegbeheerders genomen door de NBd. Deze dienst is een organisatie van, voor en door de gezamenlijke wegbeheerders en zorgt voor uniforme bewegwijzering op alle wegen in ons land. Dat geeft de weggebruiker duidelijkheid en bevordert de doorstroom van verkeer en de verkeersveiligheid. De NBd adviseert, ontwerpt en zorgt voor plaatsing, beheer en onderhoud van bewegwijzering.

24

5.6

Civiele kunstwerken

5.6.1

Inkadering en beleid Behalve de algemene kaders zoals omschreven in hoofdstuk 3, is er binnen gemeente Brunssum nog geen specifiek beleid voor de civiele kunstwerken aanwezig. Wel is er op dit moment (maart 2024) een Beheerplan Civiele kunstwerken opgesteld en in ontwikkeling. Het nog vast te stellen Beheerplan Civiele kunstwerken gaat over 21 grotere kunstwerken (bruggen, een tunnel en 2 duikers). Een aantal kleinere kunstwerken, waar onder keermuren en trappen, zijn nog niet meegenomen in dit beheerplan. Hierdoor ontbreekt het momenteel nog aan een volledig inzicht in het totale areaal van civiele kunstwerken en de kwaliteit daarvan. Daarom dient dit plan nog een update te krijgen. In het nog vast te stellen beheerplan wordt (op basis van inspecties in 2022) geconcludeerd dat de 21 geïnspecteerde civiele kunstwerken gemiddeld genomen in redelijke staat van onderhoud verkeren en daarmee voldoen aan het vastgestelde basisniveau. Een aantal bruggen in het Vijverpark en het Schutterspark dienen (deels) vervangen te worden of op het gewenste beheerniveau gebracht te worden.

5.6.2

Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal civiele kunstwerken weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 6. Areaalhoeveelheden civiele kunstwerken Onderdeel

Eenheid

Houten bruggen Betonnen bruggen Stalen bruggen Duikers

Stuks Stuks Stuks Stuks

Omvang 4 11 2 4

Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.

5.6.3

Onderbouwing benodigd budget Het benodigd budget voor de civiele kunstwerken in dit IBOR-plan is nu nog gebaseerd op het kostenmodel zoals toegepast in het vorige MOP-OR 2022 - 2025. De kleinere kunstwerken zijn nog niet ingecalculeerd. Op korte termijn zullen ook de onderhoudskosten voor deze kleinere kunstwerken worden opgenomen in het beheerplan en worden geactualiseerd in dit IBOR-plan. Daarnaast wordt er voor de civiele kunstwerken in dit IBOR-plan nog geen rekening gehouden met budget voor een-op-een-vervanging. De hiervoor omschreven vervanging van een aantal bruggen in het Vijverpark en het Schutterspark wordt projectmatig opgepakt en bekostigd buiten de scope van dit plan om. Het is ten zeerste aan te bevelen om bij de volgende actualisatie van dit IBOR-plan te overwegen ook budget voor een-op-een- vervanging van civiele kunstwerken in te calculeren. Zo is de gemeente voorbereid en is er budget beschikbaar zodra de vervanging van civiele kunstwerken nodig is. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken inzichtelijk gemaakt.

25

5.7

Overige objecten: straatmeubilair, speelvoorzieningen en kunstobjecten

5.7.1

Inkadering en beleid Op dit moment wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van de nota openbare speelvoorzieningen 2024. Hierin wordt nieuw beleid met betrekking tot sporten, spelen en bewegen in de openbare ruimte opgesteld en wordt er actueel inzicht gecreëerd in de aanwezige speelvoorzieningen en de budgetten voor onderhoud en vervanging.

5.7.2

Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal overige objecten weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 7. Areaalhoeveelheden straatmeubilair en overige objecten Onderdeel

Eenheid

Omvang

Zitbanken Paaltjes Afvalbakken Speeltoestellen Kunstobjecten

Stuks Stuks Stuks Stuks Stuks

133 10.480 490 398 110

Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.

5.7.3

Onderbouwing benodigd budget Regulier onderhoud (geen groot onderhoud geraamd) Voor straatmeubilair wordt er geen onderscheid gemaakt tussen ‘regulier onderhoud’ en ‘groot onderhoud’. Al het onderhoud valt onder de noemer ‘regulier onderhoud’ met uitzondering van een-opeen-vervanging van objecten aan het einde van de levensduur. Kunstobjecten zijn er in vele vormen, afmetingen en materialen. Dat maakt dat het beheer maatwerk betreft. Over het algemeen dienen de kunstobjecten, onder de noemer ‘regulier onderhoud’ regelmatig geïnspecteerd en gereinigd te worden en in sommige gevallen opnieuw van een coating te worden voorzien. Kleine gebreken worden indien nodig gerepareerd. Groot onderhoud is niet van toepassing bij kunstobjecten. Ook de speeltoestellen worden onder de noemer ‘regulier onderhoud’ regelmatig geïnspecteerd, gereinigd en in sommige gevallen opnieuw van een coating voorzien. Met name de periodieke inspecties zijn van groot belang vanwege de wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen zoals geregeld in het ’Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen’ (WAS). De inspecties dienen volgens de norm minimaal 4x per jaar plaats te vinden waarvan 1 veiligheidsinspectie. Geconstateerde gebreken dienen daarbij direct opgelost te worden. Groot onderhoud is bij de speeltoestellen niet apart gedefinieerd en gebudgetteerd.

Voor het berekenen van de onderhoudskosten voor straatmeubilair, kunstobjecten en speeltoestellen wordt nu nog aangesloten op het kostenmodel zoals toegepast in het vorige MOP-OR 2022 - 2025. Met de ontwikkeling van de Nota openbare speelvoorzieningen 2024 dient ook actueel inzicht te worden verkregen in het huidige areaal aan speelvoorzieningen en de bijbehorende onderhoudskosten. Op basis hiervan kunnen de benodigde budgetten voor de speeltoestellen/-voorzieningen worden geactualiseerd in dit IBOR-plan. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud van de overige objecten inzichtelijk.

26

6. BUDGETTERING 6.1

Huidige budgettering Tabel 8 geeft een overzicht weer van de huidige budgetten die binnen het MOP-OR al waren vastgesteld en doorvertaald zijn naar de gemeentelijke begroting. Hierbij is er nog geen onderscheid gemaakt in regulier en groot onderhoud. Binnen dit IBOR is daarmee op dit moment een bedrag van ca. € 6.400.000,- beschikbaar voor het onderhoud en de vervanging van de assets zoals omschreven in hoofdstuk 5. Deze gelden zijn als volgt verdeeld in onderhoud en vervanging: • Onderhoud € 3.300.000,• Vervanging € 3.100.000,En deze zijn per asset als volgt verdeeld: Tabel 8. Beschikbare huidige budgetten, nog gebaseerd op de indeling en het kostenmodel van het MOPOR 2022-2025 Assets Regulier en groot Vervanging TOTAAL onderhoud 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Verkeersveiligheid Openbare verlichting Verkeerslichten Wegbeheer Rioolbeheer Groenbeheer Speelstoestellen Civiele kunstwerken Kunstobjecten Beheer en beleidsplannen

n.v.t. € 215.000,€ 25.500,€ 1.435.906,€ 507.250,€ 988.558,€ 17.500,€ 46.500,€ 55.000,€ 30.000,--

€ 81.000,€ 173.205,n.v.t. € 1.640.000,€ 1.114.000,€ 94.500,n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Totaal:

€ 3.321.214,-

€ 3.102.705,-

€ 6.423.919,-

Afgerond:

€ 3.300.000,-

€ 3.100.000,-

€ 6.400.000,-

In 2022 is het huidige MOP-OR met € 325.000,- opgehoogd wat per asset als volgt verdeeld was: - Onderhoud wegen + € 271.000,- Onderhoud groen + € 17.000,- Onderhoud riolering + € 37.000,Dit betekent dat we concreet ten opzichte van prijspeil 2017: € 325.000,-/€ 3.100.000,- x 100 = ca. 10% geindexeerd hebben. In de begroting 2023 is incidenteel € 265.000,- (8,5%) bijgeraamd op de producten wegen, riolen en groen, vooruitlopend op het nieuw op te stellen MOP-OR/IBOR-plan. De kosten voor regulier onderhoud en groot onderhoud worden direct afgeschreven en niet geactiveerd op de gemeentelijke begroting. Bij de vervanging zal er op basis van het gemeentelijk investeringsbeleid worden afgeschreven.

27

6.2

Toekomstige budgettering Tabel 9 geeft een totaaloverzicht van de huidige beschikbare budgetten in de nieuwe indeling, op basis van de drie typen werkzaamheden zoals geformuleerd binnen de scope van dit plan: • Regulier onderhoud • Groot onderhoud • Een-op-een-vervanging Ook de indeling in de te beheren assets is gewijzigd. Zo is bijvoorbeeld ‘Verkeersveiligheid’ geen aparte asset meer en hebben objecten zoals straatmeubilair, verkeersborden, kleine verkeersmaatregelen en bewegwijzering een nieuwe plek en daarmee een apart hoofdstuk in dit IBOR-plan gekregen. In de huidige fase (maart 2024) is het nog niet mogelijk om voor alle (nieuwe en gewijzigde) assets een volledige onderverdeling te maken van de budgetten naar deze drie typen werkzaamheden. Dit vanwege het feit dat er nog geen vastgestelde beheerplannen zijn. Op dit moment zijn enkele beheerplannen in ontwikkeling en wordt er gestart met het maken van nieuwe plannen. Zodra deze plannen klaar zijn en er zijn financiële consequenties aan verbonden, dan worden deze aan de raad voorgelegd. Daarna volgt in dit IBOR-plan een automatische doorvertaling van de dan vastgestelde budgetten.

Samen met het vaststellen van de beheerplannen die er momenteel al liggen en de nog nader te ontwikkelen nieuwe beleids- en beheerplannen, zal de onderverdeling van de budgetten in groot onderhoud, regulier onderhoud en een-op-een-vervanging nader invulling krijgen. Bij een aantal assets is er echter geen sprake van groot onderhoud en/of een-op-een-vervanging. In dat geval staat er ‘n.v.t.’ (niet van toepassing) in de tabel. Daarnaast zijn sommige assets dusdanig klein dat er ook geen vervangingsbudget voor nodig is. Mocht blijken dat daar in de toekomst anders mee omgegaan moet worden dan volgt een onderbouwing voor een budget- vraag via een onderliggend beleids- of beheerplan. Tabel 9. Beschikbare huidige budgetten in de nieuwe indeling (bedragen nog gebaseerd MOP-OR 20222025) Assets IBOR Brunssum Regulier Groot Vervanging TOTAAL onderhoud onderhoud 1 2 3 4 5 6

7 8 9 10 11

Wegen en verhardingen (zie §5.1) Groen (zie §5.2) Riool (zie §5.3) Openbare verlichting (zie §5.4) Verkeersregelinstallaties (zie §5.4) Verkeersmaatregelen, verkeersborden & bewegwijzering (zie §5.5) Civiele kunstwerken (zie §5.6) Speeltoestellen (zie §5.7) Straatmeubilair (zie §5.7) Kunstobjecten (zie §5.7) Beheer en beleidsplannen*

€ 842.606,€ 988.558,€ 507.250,€ 215.000,€ 25.500,-

€ 538.000,€ 00,€ 00,n.v.t. n.v.t.

€ 1.640.000,€ 94.500,€ 1.114.000,€ 173.205,n.v.t.

€ 36.500,-

n.v.t.

€ 81.000,-

€ 46.500,€ 17.500,€ 18.800,€ 55.000,€ 30.000,-

€ 00,n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Totaal:

€ 2.783.214,-

€ 538.000,-

€ 3.102.705,-

€ 6.423.919,-

Afgerond:

€ 2.800.000,-

€ 500.000,-

€ 3.100.000,-

€ 6.400.000,-

* Het opstellen en actualiseren van beleids- & beheerplannen is niet ingecalculeerd in de budgetten. De extra kosten hiervoor worden geraamd op een gemiddeld bedrag van jaarlijks € 30.000,-

In de vorige plannen (MIP-OR en MOP-OR) is er onvoldoende rekening gehouden met de jaarlijkse prijsindexering waardoor het verschil tussen de beschikbare budgetten en daadwerkelijk benodigde budgetten door de jaren heen groter is geworden. Het is daarom ten zeerste aan te bevelen om de budgetten, na de vaststelling van de onderliggende beheer- en beleidsplannen, jaarlijks te indexeren op basis van de meest actuele CBS-prijsindex voor grond-, weg- en waterbouw.

28

7. AFWEGINGSKADER De voorgaande hoofdstukken komen samen in het onderstaande afwegingskader. Dit afwegingskader helpt bij het duiden van (onderhouds-)werkzaamheden in de openbare ruimte en de bijbehorende budgetten in relatie tot de scope van het IBOR-plan. Met het doorlopen van dit schema wordt duidelijk op welke wijze de werkzaamheden worden gedefinieerd en gebudgetteerd en wanneer er besluitvorming vanuit de raad wordt verwacht. Dit afwegingskader helpt beheerders met het maken van de juiste keuzes van de uit te voeren werkzaamheden en de onderbouwing daarvan richting de raad op het gewenste moment. Voor de beheerders en de raad wordt beter duidelijk welk budget waarvoor wordt ingezet en hoe het besluitvormingsproces hieromheen plaatsvindt. In Bijlage 4 is een grote weergave van dit afwegingskader bijgevoegd.

Afbeelding 9. Afwegingskader: scope en (besluitvormings-)processen rondom IBOR-plan (zie ook bijlage 4)

29

8. AANBEVELINGEN Met dit IBOR-plan is een begin gemaakt aan het onderbouwen en herleidbaar maken van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Daarbij is er structuur aangebracht in het type (onderhouds-) werkzaamheden en bijbehorende budgetten en zijn de besluitvormingsprocessen daaromheen gestroomlijnd en eenduidig omschreven. De gewenste ontwikkeling is hiermee in gang gezet, maar het uiteindelijke doel: structuur, eenheid en herleidbaarheid in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de benodigde budgetten, is nog niet bereikt. Voor het bereiken en uiteindelijk vasthouden van dit doel op lange termijn, is inzet nodig van de gemeentelijke organisatie en de assetbeheerders in het bijzonder. Onderstaand zijn aanbevelingen geformuleerd die hierbij helpen en die nodig zijn om de deze goede ontwikkeling op de juiste wijze voort te zetten: •

Actueel en compleet inzicht in beheerdata als startpunt. Inzicht in de samenstelling en de kwaliteit van de openbare ruimte is nodig om grip te hebben op benodigde werkzaamheden en budgetten. Daarom wordt geadviseerd om op korte termijn voor alle assets de hoeveelheden actueel en compleet te krijgen met behulp van GIS-data, eventueel aangevuld met inventarisaties buiten. Vervolgens wordt geadviseerd om de kwaliteitsgegevens waar nodig aan te vullen/te actualiseren op de onderdelen waar nog geen actueel inzicht in kwaliteit aanwezig. Dit kan met behulp van technische inspecties en/of schouwen. Om deze gegevens vervolgens actueel te houden en ook op lange termijn grip te houden op de kwaliteit en de benodigde werkzaamheden en budgetten, wordt aanbevolen om de areaalgegevens tenminste jaarlijks te actualiseren en de kwaliteitsopnames (inspectie/schouw) periodiek uit te blijven voeren. Zo kan de kwaliteitsomwikkeling over de jaren heen worden gemonitord.

•

Vaststellen en ontwikkelen van beleids- en beheerplannen ten behoeve van herleidbaarheid. Er is bewust voor gekozen om de onderbouwing van de onderhouds-(werkzaamheden) en de daarbij benodigde budgetten geheel bij de asset-beheerders te laten. Hiervoor zijn er per asset beleids- en beheerplannen nodig die inzicht geven in de keuzes en budgetten voor het uit te voeren beheer en onderhoud. Op dit moment is er voor wegen/verhardingen en voor de civiele kunstwerken een beheerplan opgesteld dat nog geactualiseerd en vastgesteld moet worden. Onder meer voor de speelvoorzieningen, openbare verlichting en het rioolstelsel zijn er beleids- en beheerplannen in ontwikkeling. Voor groen dient nog een nieuw beleids-/ beheerplan te worden opgesteld. Het is aan te bevelen om vanuit deze plannen zoveel mogelijk aan te sluiten op de overkoepelende (beleids-) kaders en uitgangspunten, zoals deze in dit IBOR-plan zijn omschreven. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat er wordt aangesloten op de indeling in regulier onderhoud, groot onderhoud, en vervanging. Vanuit dit IBOR-plan wordt vervolgens rechtstreeks verwezen naar deze beleids- en beheerplannen ter onderbouwing van het beheer en onderhoud en de benodigde budgetten.

•

Jaarlijks indexeren budgetten. Doordat er de afgelopen jaren onvoldoende rekening is gehouden met de prijsindexering, kan er op een aantal onderdelen een tekort ontstaan zijn in het beschikbare budget voor het uit te voeren beheer en onderhoud. Daarom wordt ten zeerste aanbevolen om de benodigde budgetten (zoals omschreven in hoofdstuk 6), na vaststelling van de nog te ontwikkelen beheer- en beleidsplannen indien nodig, jaarlijks te indexeren op basis van de meest actuele CBSprijsindex voor grond-, weg- en waterbouw. Zo blijven de budgetten actueel en marktconform.

•

Actueel houden IBOR-plan met betrokkenheid van de raad op het juiste moment. Zoals het voorgaande al deels omschrijft wordt aanbevolen om het IBOR-plan periodiek (liefst jaarlijks) te actualiseren. Deze periodieke actualisatie zit hoofdzakelijk in de volgende onderdelen: - Bijstellen kaders en benodigde budgetten op basis van nieuw vastgestelde beleids- en beheerplannen. - Bijwerken areaalgegevens en budgetten op basis van wijzigingen/uitbreiding van de openbare ruimte door grootschalige herstructurering en nieuwe openbare ruimte. - Indexatie van de budgetten, op basis van de CBS-prijsindex. - Bijwerken paragrafen ‘huidige kwaliteit’ vanuit actuele kwaliteitsopnames (inspectie of schouw).

30

Voor deze tussentijdse actualisatie is geen vaststelling door de raad nodig. Dit IBOR-plan en de hierin omschreven processen zijn namelijk al vastgesteld door de raad. Alleen bij de volledige actualisatie van dit IBOR-plan na 4 à 5 jaar, is er opnieuw een vaststelling door de raad nodig. Grote projecten (nieuwe aanleg en herstructurering) en nieuwe asset-specifieke beleids- en beheerplannen worden buiten de scope van dit IBOR-plan om al door de raad vastgesteld, voordat deze vervolgens landen in dit IBOR-plan. In het schema van hoofdstuk 7 / bijlage 4 zijn deze processen inzichtelijk gemaakt.

31

BIJLAGEN B1

ANALYSE MOP-OR 2022 - 2024

B2

LIJST VAN URGENTE WET- EN REGELGEVING

B3

BEHEER- EN VEILIGHEIDSSCHOUWFORMULIER (VOORBEELD)

B4

AFWEGINGSKADER (GROTERE WEERGAVE)

B1 ANALYSE MOP-OR 2022 - 2024 Er is een analyse gedaan op de visies, beleidsstukken en beheerplannen, inclusief de MOP-OR 2022 - 2025 (voorheen MIP-OR), die op dit moment aanwezig zijn binnen de gemeentelijke organisatie. Dit hoofdstuk omschrijft de bevindingen van deze eerste analyse waarbij er specifiek is gekeken naar: • Welke visies, beleidsstukken en (beheer)plannen er met betrekking tot het beheer van de openbare ruimte aanwezig/in ontwikkeling zijn en hoe deze stukken zich verhouden tot elkaar. • Hoe het huidige integrale beheerplan (MOP-OR 2022-2025) zich verhoudt binnen het geheel van de aanwezige visies en beleidsstukken en plannen, welke soorten (beheer)werkzaamheden er hierin onderscheiden worden en welke budgetten er hierin zijn gedefinieerd?

1. Aanwezige visies, beleidsstukken en (beheer)plannen De onderstaande visies, beleidsstukken en plannen die betrekking hebben op het beheer van de openbare ruimte van gemeente Brunssum zijn aanwezig of zijn momenteel in ontwikkeling binnen de gemeentelijke organisatie: Reeds aanwezige en vastgestelde plannen (anno 2023, zoals aangeleverd door gemeente Brunssum) Aangeleverde plannen Soort plan (visie, beleid Wanneer vastgesteld Centrumvisie Brunssum 2020 - 2026 Mobiliteitsplan Brunssum 2022 - 2032 Transitievisie Warmte 2.0 Coalitieakkoord raadsperiode 2022 - 2026: Samen voor Brunssum Uitvoeringsprogramma mobiliteit 2022 - 2032 Verbeterplan 2022 Afdeling Openbare Ruimte (nov. 2022) Watertakenplan Brunssum 2020 - 2024 Integraal beheerplan MOP-OR 2022 - 2025 Verlichtingsplan Groenstructuur en -beleidsplan Wegenbeheerplan Beheerplan civiele kunstwerken

uitvoeringsprogramma of beheerplan) Visie/ beleid /uitvoeringsprogramma Visie/ beleid Visie Visie

December 2021 December 2021 Juni 2023 Juli 2022

Beleid/ uitvoeringsprogramma Beleid

December 2021 November 2022

Beleid/ uitvoeringsprogramma Beleid/ beheerplan Beleid/ beheerplan Beleid/ uitvoeringsprogramma Beheerplan Beheerplan

Juni 2020 Maart 2021 2008 2003 2010 2023

Plannen die op dit moment in ontwikkeling zijn: • Omgevingsvisie gemeente Brunssum • Nieuw Groenstructuur en -beleidsplan • Nieuw Wegenbeheerplan • Nieuw verlichtingsplan • Nieuw Integraal beheerplan (voorliggend plan)

1.1 Hoe verhouden de visies, beleidsstukken en (beheer)plannen zich tot elkaar? In het schema van figuur 2 is inzichtelijk gemaakt hoe de aanwezige visies, beleidsstukken en plannen, zoals hiervoor benoemd zich tot elkaar verhouden in relatie tot de gemeentelijke organisatie.

Als basis hiervoor is in een driehoek de gemeentelijke organisatie schematisch weergegeven (figuur 1). Het bovenste deel van de driehoek heeft betrekking op de plannen op het hoogste abstractieniveau. Denk hierbij aan strategische visies en gemeentelijk beleid. Hoe verder naar beneden in de driehoek hoe dichter bij de uitvoering en de daadwerkelijke werkzaamheden buiten. Via de beleidsplannen en nota’s vinden de strategische ambities en doelstellingen hun vertaling naar de uitvoeringscontracten, bestekken en onderhoudsplannen Driehoek als schematische weergave van de op basis waarvan de uiteindelijke werkzaamheden buiten aangestuurd worden. gemeentelijke organisatie

1.2 Belangrijkste conclusie: wat valt ons op in de aanwezige visie beleidsstukken en (beheer)plannen? Tijdens onze analyse op de aangeleverde visies, beleidstukken en plannen zijn er een aantal zaken opgevallen. Onderstaand zijn onze belangrijkste conclusies van deze analyse samengevat. Op alle abstractieniveaus van visie & beleid t/m beheer & onderhoud zijn er plannen aanwezig die specifiek betrekking hebben op een bepaalde discipline (water, riool, wegen, groen, etc.) of een bepaald gebied zoals het centrum van Brunssum. Deze visies, beleidsstukken en plannen focussen zich op het eigen ingekaderde (vak)gebied. Tussen de plannen onderling is er echter weinig samenhang. Overkoepelende visies en beleid worden vaak wel genoemd als fungerend kader. Het is echter vaak niet duidelijk of en hoe de overkoepelde doelstellingen landen in de beleidsstukken en (beheer)plannen op lager abstractieniveau. Een groot deel van de plannen, vaak discipline-specifiek beheer en onderhoud, is verouderd en sluit niet meer aan op de huidige vraagstukken en behoeften die spelen in de openbare ruimte van Brunssum. Zo dateert bijvoorbeeld het meest actuele groenstructuur- en beleidsplan uit 2023, het wegenbeheerplan uit 2010 en het verlichtingsplan uit 2008. Hier staat echter tegenover dat zowel het groenstructuur- en beleidsplan, het wegenbeheerplan als het verlichtingsplan) worden geactualiseerd.

Daarnaast wordt er momenteel ook gewerkt aan het omgevingsplan voor de gemeente Brunssum. Conform (artikelen 3.1 en 3.2 van) de Omgevingswet, die vanaf 1 januari 2024 van kracht is, dient iedere gemeente te beschikken over een omgevingsvisie. Tot slot is er niet volledig inzicht in hoe het beheer en onderhoud van een deel van de assets in de openbare ruimte nader worden uitgewerkt/georganiseerd en hoe het beschikbare budget daarvoor wordt ingezet. Vanuit de aangeleverde documentatie weten we in ieder geval dat er actuele plannen aanwezig zijn of worden ontwikkeld voor het beheer en onderhoud van de wegen, riool, de openbare Visies, beleidsstukken en plannen binnen het kader van verlichting en civiele kunstwerken. gemeentelijke organisatie (de schematische driehoek). Het is echter onduidelijk hoe het beheer en onderhoud van het groen (aansluitend op het groenstructuur- en beleidsplan) en de speeltoestellen en straatmeubilair wordt georganiseerd en gebudgetteerd.

2. Het huidige MOP-OR 2022-2025 in samenhang met de overige plannen 1. Inhoudelijke analyse MOP-OR 2022-2025 Het huidige MOP-OR 2022-2025 van de gemeente Brunssum is geanalyseerd op de inhoud. Daarnaast is er specifiek gekeken naar de positionering van het MOP-OR binnen de organisatie en samenhang met de andere visies, beleid en plannen (zoals opgesomd in de vorige paragraaf). Na het inleidende hoofdstuk wordt er in hoofdstuk 2 van het MOP-OR een algemeen kader geschetst voor het beheer van de openbare ruimte. Hierin is onder meer omschreven dat er voor het onderhoudsniveau van basiskwaliteit wordt uitgegaan (kwaliteit B conform de CROW ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018’).

Vervolgens worden in het MOP-OR de volgende disciplines onderscheiden en achtereenvolgens behandeld: • Hst 3: Verkeersveiligheid • Hst 4: Openbare verlichting (OVL) en verkeerslichten (VRI) • Hst 5: Wegbeheer • Hst 6: Rioolbeheer • Hst 7: Groenbeheer • Hst 8: Overige voorzieningen: Speeltoestellen, Kunstobjecten en Civieltechnische kunstwerken Voor ieder van de bovengenoemde hoofdtukken/disciplines wordt er in afzonderlijke paragrafen een omschrijving gegeven van de volgende zaken: - § x.1: Evaluatie: Terugblik op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren - § x.2: Areaal: De te beheren hoeveelheden en samenstelling/typeringen binnen de betreffende discipline - § x.3: Beleid: Fungerend beleid die kader-stellend is voor de betreffende discipline - § x.4: Maatregelen: Fungerend beleid die kader-stellend is voor de betreffende discipline Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 9) omschrijft de financiering van het beheer voor de verschillende disciplines zoals in de voorgaande hoofdstukken 3 t/m 8 omschreven. Op hoofdlijnen wordt er in dit hoofdstuk per discipline een jaarlijks benodigd bedrag genoemd waarvoor het beheer voor die betreffende discipline uitgevoerd dient te worden.

Het huidige MOP-OR 2022-2025 (vastgesteld in maart 2021) Conclusies inhoudelijke analyse MOP-OR • Al in de (hoofdstuk)indeling van het MOP-OR valt op dat de structuur onduidelijk is. Zo betreft hoofdstuk 3 ‘Verkeersveiligheid’ geen concrete asset, terwijl de hoofdstukken 4 t/m 8 wel betrekking hebben op concrete assets/vakdisciplines. Daarbij wordt niet duidelijk hoe hoofdstuk 3 (verkeersveiligheid) zich verhoudt tot de overige hoofdstukken en assets die deels raakvlak hebben met verkeerveiligheid, zoals wegen, OVL en VRI.

•

In zijn algemeenheid heeft het huidige MOP-OR onvoldoende diepgang. Dit uit zich onder meer in het feit dat er naar visies en beleidstukken wordt verwezen zonder dat duidelijk wordt welke visie en doelstellingen er precies worden nagestreefd bij het beheer van de openbare ruimte.

•

Er worden uiteenlopende werkzaamheden omschreven op uiteenlopende abstractieniveaus voor de verschillende disciplines in de openbare ruimte. Hierbij worden een groot aantal termen gebruikt, soms voor dezelfde werkzaamheden. De afbeelding rechts laat een aantal termen zien die in het huidige MOP-OR worden toegepast. Hierdoor is er geen structuur te ontdekken in het type werk dat in de openbare ruimte plaatsvindt. Dit De verschillende termen voor werkzaamheden in de maakt de organisatie en communicatie rondom de openbare ruimte uit het MOP--OR werkzaamheden lastig.

•

Door het ontbreken van een structuur in de typering van de werkzaamheden, ontbreekt het ook aan structuur in de budgetten en investeringen voor de bekostiging van de werkzaamheden in de openbare ruimte. In hoofdstuk 9 van het MOP-OR zijn per discipline bedragen genoemd. Het is echter niet te herleiden waar deze budgetten precies voor worden gebruikt. Daarmee kan ook niet worden onderbouwd waarom welke investeringen nodig zijn en waar deze voor worden gebruikt. Daarnaast zijn de bedragen die in hoofdstuk 9 van het MOP-OR zijn opgenomen, gebaseerd op het prijspeil van 2017. In de periode 2017 - 2022 zijn de kostprijzen van materieel, materiaal en mankracht flink gestegen zoals onder meer de GWW-prijsindexering van het CBS laat zien (https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84538NED). Hierdoor lopen de ingecalculeerde budgetten achter op de daadwerkelijke kosten anno 2023 waardoor het risico op een tekort toeneemt.

•

Het MOP-OR is gepositioneerd tussen enerzijds de gemeentelijke visies en beleidsplannen op hoger abstractieniveau en anderzijds het discipline-specifieke beheer en onderhoud op lager abstractieniveau richting de uitvoering. Door het gebrek aan diepgang en aan structuur en eenduidigheid in de werkzaamheden en budgetten, ontbreekt het ook aan de samenhang van het MOP-OR met de overige afdelingen en disciplines binnen de beheersorganisatie. Dit principe uit zich op twee manieren (zie ook onderstaande afbeelding): 1.

Er kan niet goed worden gestuurd vanuit de gemeentelijke visies en het gemeentelijke beleid, waardoor de beschikbare budgetten niet gericht kunnen worden ingezet in de (beheer)werkzaamheden en investeringen ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen. Het is ook niet duidelijk waar de budgetten die voor nieuw beleid nodig zijn opgenomen zijn Geen samenhang van het MOP-OR met de overige afdelingen en disciplines in de beheersorganisatie

2.

Andersom ontbreekt het aan ‘haakjes’ waaraan de werkzaamheden (vanuit de disciplinespecifieke beheerplannen) gehangen kunnen worden voor een duidelijke en herleidbare onderbouwing van de onderhoudswerkzaamheden en investeringen buiten. Daarbij is niet duidelijk hoe er wordt omgegaan met wijzigingen in het te beheren areaal.

B2 LIJST VAN WET- EN REGELGEVING Wetsartikel

Inhoud op hoofdlijnen

Discipline /onderdeel OR

Burgerlijk wetboek Art. 6:174

De gemeente kan aansprakelijk gesteld worden (risicoaansprakelijkheid) voor een gebrekkige opstal. Een opstal is een door de mens op de grond geplaatst object dat duurzaam met de grond verenigd is. Hierbij kan men denken aan, schuttingen, elektriciteitsmasten, wegen, paden, stoepen, et cetera. Ook het riool wordt als opstal beschouwd.

Burgerlijk wetboek Art. 6:162

Bij bomen spreken we van eventuele schuldaansprakelijkheid (aangezien een boom geen opstal is). Hierbij dient de gemeente te voldoen aan de op haar rustende zorgplicht en voldoende maatregelen te treffen om het risico op een vallende boom of tak te beperken. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatige hinder aan eigenaren van andere erven. Onrechtmatige hinder kan worden veroorzaakt door het groen/bomen van de gemeente. Normale bladval, vallend zaad, vrucht of pluizen van bomen en enige mate van schaduwhinder zullen in beginsel geen onrechtmatige hinder zijn. Bomen mogen op een afstand van 2 meter van de perceelgrens worden geplant. Dit is gemeten vanaf de kern van de stam. Voor heggen en heesters geldt een afstand van 50 centimeter tot de perceelgrens. Indien gemeentelijke beplanting over een particulier erf heen hangt, en de gemeente hier niets aan doet, mag de betreffende eigenaar van het erf de overhangende takken/beplanting wegsnijden en zich toe-eigenen. Hetzelfde geldt voor wortels die onder een erfgrens door groeien. De voormalige Wet natuurbescherming is nu integraal onderdeel van de Omgevingswet (vanaf januari 2024). Hierin is de algemene zorgplicht vastgelegd die planten en dieren beschermd. Deze verbiedt het doden, verjagen of verstoren van flora en fauna. Ook het kappen van bomen buiten de bebouwde kom is gereguleerd door deze wet.

De gemeentelijke regelingen voor het vellen/kappen van bomen waren voorheen omschreven in de bomenverordening. Nu de omgevingswet in werking is getreden, Worden deze regelingen opgenomen te worden in het omgevingsplan. Zo wordt er in de loop van 2024 een herziene versie van de regelingen voor het vellen/kappen van bomen verwacht, die integraal in het nieuwe omgevingsplan zal worden opgenomen. In dit document is, aanvullend op de bomenverordening, informatie opgenomen over de waardevolle bomen in de gemeente. Hierin staan criteria vermeld (inclusief kapbeleid) waaraan waardevolle bomen voldoen, inclusief beschermwaardige gebieden en boomstructuren.

• Wegen & verhardingen • Riool • Civiele kunstwerken • Openbare Verlichting & VRI • Straatmeubilair & bebording • Speelvoorzieningen • Kunstwerken • Bomen

Burgerlijk wetboek Art. 5:37

Burgerlijk wetboek Art. 5:42 Burgerlijk wetboek Art. 5:44 Voormalige natuurbescherming (Omgevingswet)

Wet

Bomenverordening (Omgevingswet)

Waardevolle bomen en beschermwaardige gebieden: selectiecriteria en kapbeleid. Wegenwet Art. 15 en 16

Wet milieubeheer Hoofdstuk 11

Op de wegen in eigendom en beheer van de gemeente geldt de zorgplicht (artikel 15 & 16). De gemeente is verplicht er alles aan te doen om de kwaliteit en veiligheid op en rond haar verhardingen te waarborgen. De openbare verhardingen in de bebouwde kom zijn over het algemeen gemeentelijk eigendom tenzij specifiek anders vastgelegd. De gemeente is verplicht om in een document te vermelden welke wegen en paden buiten de bebouwde kom gemeentelijk eigendom zijn en welke partij verantwoordelijk is voor het onderhoud hiervan (ook bekend als de wegenlegger). In hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Hierin staan onder meer regels met betrekking tot geluidsnormen. Bij de inrichting van wegen dient daar rekening mee gehouden te worden. VERVOLG TABEL OP VOLGENDE PAGINA

• Groen en bomen

• Groen en bomen • Groen en bomen

• Groen en bomen

• Groen en bomen

• Groen en bomen

• Wegen en verhardingen

• Wegen en verhardingen

VERVOLG: Wetsartikelen/regelgeving

Inhoud op hoofdlijnen

Discipline /onderdeel OR

Wet milieubeheer Art. 10.33 lid 1

De gemeenteraad of B&W is belast met de zorg voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool.

• Riool en water

Water- en rioleringsprogramma (Wrp). (Voormalig Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

Onder de Wet milieubeheer was een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verplicht voor iedere gemeente. Onder de Omgevingswet is het GRP niet meer verplicht. Het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) is hiervoor in de plaats gekomen, maar gemeenten kiezen er zelf voor om een Wrp wel of niet vast te stellen. Conform de voormalige Waterwet zijn de gemeenteraad of B&W verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater. De waterwet is nu opgegaan in de Omgevingswet.

• Riool en water

Voormalige Waterwet Art. 3.5 (Nu Omgevingswet)

•

Riool en water

In de Omgevingswet (voorheen Waterwet) zijn de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) en de Grondwaterrichtlijn (GWR) opgenomen. De KRW is een Europese richtlijn over de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater met specifieke doelstellingen. De GWR vult een aantal KRW-doelstellingen in en geeft aan wanneer maatregelen aan de orde zijn. De KRW eist een maatregel-programma om te zorgen dat uiterlijk in 2027 de doelstellingen bereikt worden. De primaire verantwoordelijkheid van de uitvoering van de KRW en GWR ligt bij de provincie, maar vindt zijn vertaling in het gemeentelijke beleid (Watertakenplan). De Wegenverkeerswet vormt de basis voor alle verkeersregels. Uitgangspunt daarbij is de vlotheid en doorstroming van het verkeer en dat niemand hinder of gevaar op de weg mag veroorzaken. Deze regels zijn verder uitgewerkt in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV). Naast de verkeersregels en verkeerstekend dient de inrichting daaraan bij te dragen. Richtlijnen en instructies voor de plaatsen en het verwijderen van verkeersteken (verkeersborden. verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek). Het besluit is gebaseerd op de Wegenverkeerswet (WVW).

•

Riool en water

De Europese Verordening Energieefficiënte verlichting (2009)

Eisen voor industriële, kantoor- en openbare straatverlichting.

• Openbare Verlichting

Richtlijn Openbare Verlichting (Praktijkrichtlijn NPR13201)

Handreiking om aan de Europese verordening te voldoen. Deze is niet bindend voor decentrale overheden. Echter, in praktijk hanteren de meeste overheden deze richtlijn wel. In de WAS is de wettelijke verplichting voor veiligheid van speeltoestellen geregeld De kern is dat een speeltoestel bij redelijkerwijze te verwachten gebruik geen gevaar mag opleveren voor de veiligheid of gezondheid van personen waarbij de verplichtingen van de gemeente en daarvoor is deugdelijk beleid nodig. De wet stelt dat speelplekken en -toestellen pas veilig zijn als ze voldoen aan de Europese norm voor speeltoestellen en bodemoppervlak (NEN-EN 1176 & 1177). De handhaver van het Attractiebesluit is de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Zij voert steekproefsgewijze controles uit.

• Openbare Verlichting

De Europese Kaderrichtlijn water (KRW) en de Grondwaterrichtlijn (GWR)

Wegenverkeerswet (WVW) 1994 en Reglement verkeersregels & verkeerstekens (RVV) 1990

Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

’Warenwetbesluit AttractieSpeeltoestellen’ (WAS)

en

• Wegen & verhardingen • Openbare Verlichting & VRI • Straatmeubilair & bebording

• Wegen & verhardingen • VRI • Verkeertekens & bebording

• Speelvoorzieningen

B3 BEHEERVEILIGHEIDSSCHOUWFORMULIER (VOORBEELD)

EN

B4 AFWEGINGSKADER (GROTERE WEERGAVE)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=b9b015cd-2026-4a75-8b91-53aeb7f1c90f