Raadsvoorstel 5 (bijlage) 20240410 IBOR Gemeente Brunssum 2024 - 2028 - def__202402607__
Tekst van het document
IBOR 2024 - 2028
PLAN VOOR HET INTEGRALE BEHEER VAN DE OPENBARE RUIMTE .
.
Datum
10 april 2024
IBOR 2024 - 2028 PLAN VOOR HET INTEGRALE BEHEER VAN DE OPENBARE RUIMTE
Opgesteld in samenwerking met Bureau Kragten . . Geef rapportnummer.
Ra
.
Status:
Definitief
Datum:
10 april 2024
.
-+C0.+-
.
-+R0.+-
.
-+V0.+-
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .......................................................................................................................4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding ....................................................................................................................................4 Doel ..............................................................................................................................................5 Leeswijzer ....................................................................................................................................5
2.
SCOPE/BEGRENZING: WAAR GAAT DIT PLAN OVER?.....................................................6
2.1 2.2 2.3
Begrenzing van de scope .............................................................................................................6 Positionering van het IBOR-plan binnen de gemeentelijke organisatie ......................................8 Te beheren areaal ........................................................................................................................8
3.
ALGEMENE EN OVERKOEPELENDE KADERS ...................................................................9
3.1 3.2
Wet- en regelgeving .....................................................................................................................9 Gemeentelijke visies- en beleidsstukken .....................................................................................9
4.
ONZE KOERS EN UITGANGSPUNTEN VOOR INTEGRAAL BEHEER EN ONDERHOUD.....13
4.1 4.2 4.3 4.4
Gewenste onderhoudskwaliteit en monitoring .........................................................................13 Optimale inzet budget: gebiedsgericht werken en werk-met-werk maken ..............................14 Proces en besluitvorming bij herstructurering (wijziging van de openbare ruimte) .................15 Voortijdige vervanging van objecten die nog niet zijn afgeschreven ........................................16
5.
KADERS EN BEHEER PER DICIPLINE ..............................................................................17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Wegen/verhardingen .................................................................................................................17 Groen .........................................................................................................................................19 Riool en Water ...........................................................................................................................21 Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties (VRI)............................................................23 Verkeerstekens en bebording ....................................................................................................24 Civiele kunstwerken ...................................................................................................................25 Overige objecten: straatmeubilair, speelvoorzieningen en kunstobjecten ...............................26
6.
BUDGETTERING ............................................................................................................27
6.1 6.2
Huidige budgettering .................................................................................................................27 Toekomstige budgettering.........................................................................................................28
7.
AFWEGINGSKADER ......................................................................................................29
8.
AANBEVELINGEN ..........................................................................................................30
BIJLAGEN B1
ANALYSE MOP-OR 2022 - 2024
B2
LIJST VAN WET- EN REGELGEVING
B3
BEHEER- EN VEILIGHEIDSSCHOUWFORMULIER (VOORBEELD)
B4
AFWEGINGSKADER (GROTERE WEERGAVE)
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding De gemeente Brunssum draagt zorg voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het doel van het beheer en onderhoud is om de openbare ruimte functioneel en veilig te houden, onder meer in het kader van de zorgplicht en om een aangename leefomgeving te creëren en te behouden, die aansluit op de visie van de gemeente en de behoeften van de bewoners en bezoekers van de gemeente. Tevens wil de gemeente met het juiste onderhoud voorkomen dat kapitaalvernietiging van haar assets optreedt. Via het Meerjarenonderhoudsplan voor de openbare ruimte (MOP-OR) 2022 - 2025, voorheen ‘meerjarig investeringsplan (MIP-OR)’, tracht de gemeente het beheer en onderhoud van de openbare ruimte integraal aan te sturen waarbij de projecten en (onderhouds-)werkzaamheden van de beleidsvelden verkeersveiligheid, openbare verlichting, wegbeheer, rioolbeheer, groenbeheer, civieltechnische kunstwerken, speeltoestellen en kunstobjecten samenkomen. Het MOP-OR brengt de doelen en de onderhoudsbudgetten samen en vormt de basis voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte op het gewenste niveau waarin de gemeentelijke visie en het beleid hun vertaling vinden. Echter, uit de analyse op het huidige MOP-OR, die in het najaar van 2023 is uitgevoerd, is onder meer gebleken dat: •
Het huidige MOP-OR onvoldoende aansluiting vindt op bovenliggend beleid waardoor de gemeentelijke visies en doelstellingen niet goed tot hun recht komen in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Bovendien zijn een aantal (beleids-)plannen waarnaar verwezen wordt verouderd/niet meer actueel.
•
In het MOP-OR ontbreekt het aan structuur en een helder kader voor de (onderhouds)werkzaamheden buiten. Zo is niet duidelijk welke soort werkzaamheden worden onderscheiden, welke termen hiervoor worden gehanteerd, welke budgetten waarvoor zijn bedoeld en hoe de besluitvorming hierover dient plaats te vinden.
In bijlage 1 is de uitwerking van deze analyse op de huidige plannen (medio 2023) en het MOP-OR 2022 - 2025 bijgevoegd. Aan Bureau Kragten is gevraagd om een nieuw/geactualiseerd plan voor het integrale beheer van de openbare ruimte op te stellen. Hierbij dient beter aangesloten te worden op de gemeentelijke visies en beleidsstukken, met een duidelijke structuur en eenduidigheid over de typen werkzaamheden, de budgettering van deze werkzaamheden en de besluitvorming daaromheen. Bestaande kaders en onderhoudsbudgetten vanuit de beleids- en beheerplannen vanuit de verschillende assets dienen integraal samen te komen tot één overzichtelijk en herleidbaar geheel. IBOR in plaats van MOP-OR De naam ‘Meerjarenonderhoudsplan (MOP)’ dekt niet de lading en de status van dit plan. ‘MOPOR’ wekt namelijk de indruk dat voor de komende jaren het concrete onderhoud en de uit te voeren onderhoudsmaatregelen voor de verschillende disciplines/assets (zoals wegen, groen, riool, etc.) zijn omschreven. Het IBOR omschrijft het concrete onderhoud niet, maar is een integraal kader voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Hierin is omschreven welke uitgangspunten leidend zijn (visie, doelen, ambities en beleid), hoe de werkzaamheden in de openbare ruimte worden getypeerd en gestructureerd en hoe beslissingen omtrent budgetten en investeringen worden genomen.
Welke budgetten er in beginsel nodig zijn om het beheer en onderhoud van de verschillende disciplines in de openbare ruimte uit te kunnen voeren zijn ook opgenomen in het IBOR. Daarom past de term IBOR: Integraal Beheer van de Openbare Ruimte, beter bij de inhoud en de status van dit plan. In dit IBOR-plan komen alle bestaande asset-specifieke plannen samen. Andersom vormt dit IBOR-plan de integrale basis en het gemeenschappelijke kader voor de meerjaren-onderhoudsplanningen, die voor verschillende disciplines/assets worden opgesteld. Het is dus een overkoepelend beleidskader voor alle sectorale plannen in de openbare ruimte.
4
1.2
Doel Via een nieuw plan voor het integrale beheer van de openbare ruimte (IBOR) moet er meer inzicht, structuur en eenheid ontstaan in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Hiermee wordt een kader geschept waarbij de gemeentelijke visies en beleidsstukken hun vertaling vinden. Anderzijds worden bestaande kaders en beschikbare onderhoudsbudgetten vanuit de verschillende assets samengevat in een overzichtelijk en herleidbaar geheel, met een eenduidige en gezamenlijke definiëring van de typen werkzaamheden, de budgettering daarvan en de besluitvorming daaromheen. Het vorige plan (MOP-OR) was een verzameling van informatie vanuit de verschillende assets zonder een eenduidige structuur. Met dit IBOR-plan gaan we terug naar de essentie. De belangrijkste zaken met betrekking tot het beheer van de openbare ruimte komen terug in dit plan, per asset en in een duidelijke herleidbare structuur. Met de vaststelling van dit plan gaat de gemeenteraad op strategisch/tactisch niveau akkoord met: • De overkoepelende beheerstrategie: waar onder beeldkwaliteit B voor de gehele openbare ruimte. • De onderverdeling van de typen beheerwerkzaamheden en de daarvoor benodigde budgetten in: regulier onderhoud, groot onderhoud en vervangingsonderhoud.
• De jaarlijkse benodigde onderhoudsbudgetten, die op termijn in toenemende mate worden bepaald vanuit de vastgestelde beleids- en beheerplannen per asset. • Het indexeren van de budgetten op basis van de CBS-prijsindex. • Het continu proces waarmee: - Beleids- en beheerplannen periodiek worden geactualiseerd en telkens weer de input vormen voor de periodieke actualisatie van dit IBOR-plan - Wijzigingen in de openbare ruimte telkens weer input vormen voor de actualisatie van dit IBOR-plan.
1.3
Leeswijzer Via de onderstaande hoofdstukken in dit IBOR-plan komen we tot inzicht, structuur en eenheid in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte met een eenduidige en gezamenlijke definiëring van de werkzaamheden en de budgettering: • Hoofdstuk 2 omschrijft de scope van dit IBOR-plan. Op welke onderdelen, werkzaamheden en budgetten heeft dit plan betrekking en waarop niet. •
Hoofdstuk 3 geeft inzicht in het overkoepelend kader. Hierin wordt inzicht gegeven in de algemene wetgeving die betrekking heeft op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de gemeentelijk overkoepelde visies en beleidsstukken voor de gehele openbare ruimte.
•
Hoofdstuk 4 omschrijft de uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte die door de gemeente worden gesteld. Hierbij gaat het over het gewenste onderhoudsniveau, de monitoring op kwaliteit en de afstemming tussen disciplines.
•
Hoofdstuk 5 gaat nader in op de specifieke disciplines (assets). Hierin is onder meer omschreven welke kaders en uitgangspunten specifiek per discipline afzonderlijk gelden voor het onderhoud en de bijbehorende budgettering.
•
Hoofdstuk 6 geeft een totaalinzicht in de te verwachten kosten voor het beheer en onderhoud conform de kaders en uitgangspunten zoals omschreven in alle voorgaande hoofdstukken.
•
Hoofdstuk 7 geeft een schematisch afwegingskader weer. Hiermee ontstaat op hoofdlijnen inzicht in het (besluitvormings-)proces met betrekking tot beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de budgettering daarvan in relatie tot dit IBOR-plan.
•
Hoofdstuk 8 omschrijft aanbevelingen in relatie tot het integrale beheer van de openbare ruimte. Hierbij gaat het onder meer om de toepassing van dit IBOR-plan en het vervolgproces met het oog op de toekomst.
5
2. SCOPE/BEGRENZING: WAAR GAAT DIT PLAN OVER? 2.1
Begrenzing van de scope Onderstaand is de scope van dit IBOR-plan uiteengezet. Zo is nader beschreven over welk deel van de (openbare) buitenruimte en op welke beheer- en onderhoudswerkzaamheden dit plan betrekking heeft. Maar ook expliciet wat er daarmee buiten de inhoud van dit IBOR-plan valt: •
Dit IBOR-plan heeft betrekking op de openbare ruimte die eigendom is van de gemeente Brunssum. Vanuit wettelijke kaders (zie hoofdstuk 4) heeft de gemeente de zorgplicht om de functionaliteit en de veiligheid op haar grondgebied te waarborgen met deugdelijk beheer en onderhoud. Hiermee vallen alle objecten en buitenruimten die geen eigendom zijn van de gemeente Brunssum automatisch buiten de scope van dit plan.
•
Dit IBOR-plan richt zich als basis op alle werkzaamheden die nodig zijn om de huidige openbare ruimte, conform de situatie in 2024 (eeuwigdurend) in stand te houden, aansluitend op de landelijke en gemeentelijke kaders en beleid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie typen werkzaamheden: regulier onderhoud, groot onderhoud en een-op-een-vervanging. Deze drie typen werkzaamheden worden in dit plan als volgt gedefinieerd: 1.
Regulier onderhoud: terugkerende/repeterende onderhoudswerkzaamheden die ieder jaar of om de zoveel jaar opnieuw nodig zijn om de openbare ruimte veilig te houden en de betreffende objecten naar behoren te laten functioneren tot aan het einde van de technische levensduur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan werkzaamheden zoals onkruidbestrijding, kleine herstelwerkzaamheden aan wegen en/of constructies, ruimen van zwerfvuil, periodieke inspecties, snoeiwerkzaamheden en maaiwerkzaamheden.
2.
Groot onderhoud: grotere ingrepen aan objecten en/of technische constructies (verhardingen, kunstwerken en riolering) die niet periodiek terugkeren, maar die na een x-aantal jaar verwacht worden voor het veilig en functioneel houden van een constructie of object tot het einde van de technische levensduur. Vaak gaat het om het vervangen/vernieuwen van een essentieel onderdeel. Denk hierbij aan werkzaamheden zoals het relinen van een rioolbuis of het wegfrezen en opnieuw aanbrengen van deklagen op wegen.
3.
Een-op-een-vervanging: het in zijn geheel verwijderen en opnieuw aanleggen van een inrichting of een (deel van de) constructie op het moment dat de technische levensduur bereikt is. (Investeren in) onderhoud is niet meer afdoende of rendabel voor een functionele en veilige openbare ruimte. De vervangingsbudgetten in dit plan zijn dus gebaseerd op het in nieuwstaat terugbrengen van de huidige situatie.
Afbeelding 1. De onderhoudsvormen: regulier, grootonderhoud en vervanging schematisch in de tijd
6
•
Doordat alleen het behoud van de huidige situatie is ingecalculeerd in dit IBOR-plan, valt een wijziging in de inrichting van de openbare ruimte buiten de scope. Wel wordt er in dit plan een proces omschreven van hoe om te gaan met een wijziging van de inrichting inclusief de besluitvorming daaromheen (zie paragraaf 5.3 en hoofdstuk 8). Verandering van de openbare ruimte heeft namelijk invloed op het te beheren areaal en de benodigde onderhoudswerkzaamheden en budgetten, zoals opgenomen in dit plan. Er dient dus een besluit genomen te worden voor de investering van de nieuwe inrichting, maar ook voor het gewijzigde beheerareaal en onderhoudsbudget.
Afbeelding 2. Een-op-een-vervanging. Dezelfde inrichting/assets worden vervangen bij het einde technische levensduur (valt binnen de scope)
Afbeelding 3. Herstructurering: Assets worden vervangen door een andere inrichting. Valt in beginsel buiten de scope, maar is uiteindelijk van invloed op het beheerareaal en de onderhoudsbudgetten •
Doordat alleen vervanging bij het einde van de theoretische levensduur is ingecalculeerd in dit plan, valt vervanging/wijziging vóór het einde van de theoretische levensduur buiten de scope van dit plan. Wel is er een proces omschreven van hoe wordt omgegaan met een vervanging vóór het einde van de theoretische levensduur en de besluitvorming hiervoor (zie paragraaf 5.3). Het eerder vervangen van een inrichting of object heeft invloed op de vervangingsbudgetten die in dit plan zijn gebaseerd op de instandhouding tot aan het einde van de levensduur. Er dient dus een besluit genomen te worden over de voortijdige afschrijving van de betreffende objecten en de nieuwe investering.
Afbeelding 4. Schematisch overzicht scopebepaling IBOR-plan
7
2.2
Positionering van het IBOR-plan binnen de gemeentelijke organisatie Vanuit het hiervoor omschreven kader vormt dit IBOR-plan de verbinding tussen de gemeentelijke ambities, doelstellingen en beleid op hoger abstractieniveau enerzijds, met de specifieke onderhoudsplannen en -programma’s, contracten en bestekken op uitvoeringsniveau per discipline (wegen, groen, riool, etc.) anderzijds. Onderstaande afbeelding geeft deze positionering schematisch weer.
Afbeelding 5. Positionering IBOR-plan Dit plan omschrijft op hoofdlijnen de kaders, ambities en doelstellingen die betrekking hebben op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Zo is voor de gemeente Brunssum, van beheerder tot wethouder, in één oogopslag de algemene uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte duidelijk. De nadere onderbouwing is te vinden in onderliggende plannen vanuit de verschillende disciplines/vakgebieden. Het gemeentebestuur en afdelingshoofden zijn hierdoor beter in staat om te sturen en keuzes te maken op strategisch en tactisch niveau. De beheerders en uitvoerders hebben hiermee een duidelijker integraal kader/richtlijn en onderbouwing voor de werkzaamheden buiten op operationeel niveau.
2.3
Te beheren areaal Zoals paragraaf 2.1 omschrijft, heeft dit IBOR-plan betrekking op de openbare ruimte die in eigendom en in beheer is bij de gemeente Brunssum. In hoofdstuk 5 zijn de te beheren aantallen per asset inzichtelijk. Deze areaalhoeveelheden zijn gebaseerd op de huidige beschikbare informatie (maart 2024). Deze is deels afkomstig uit beheerplannen, deels gebaseerd op de BGT en deels gebaseerd op informatie zoals aangeleverd door beheerders vanuit de verschillende assets/vakgebieden. Deze hoeveelheden geven een goede indruk van de omvang en samenstelling van het te beheren areaal als basis voor dit IBOR-plan, maar zijn nog niet 100% nauwkeurig. De gemeente is momenteel bezig met het nader in kaart brengen van de te beheren objecten. Zo is bijvoorbeeld het areaal van de civiele kunstwerken nog niet compleet. Zodra er nieuwe gegevens beschikbaar zijn, wordt geadviseerd om dit plan en met name de berekening van de onderhoudskosten te actualiseren op basis van de nieuwe hoeveelheden.
8
3. ALGEMENE EN OVERKOEPELENDE KADERS 3.1
Wet- en regelgeving Aansprakelijkheid gemeente Bij schade bij een gebruiker die als gevolg van een gebrek aan de openbare ruimte van de gemeente optreedt, bestaat de kans dat de gemeente hiervoor aansprakelijk wordt gesteld. In artikel 6.162 van het burgerlijk wetboek wordt er onderscheid gemaakt tussen 'schuld- en risicoaansprakelijkheid'. Bij schuldaansprakelijkheid is de geleden schade direct de schuld van de aansprakelijk gestelde (de gemeente). Bij risicoaansprakelijkheid is de geleden schade niet direct de schuld van de aansprakelijk gestelde (de gemeente), maar vloeit de aansprakelijkheid voort uit een bepaalde hoedanigheid; in dit geval uit de hoedanigheid als zijnde gemeente. Risicoaansprakelijkheid wordt ook wel aangeduid als 'kwalitatieve aansprakelijkheid'. Beheer en onderhoud van de openbare ruimte heeft (met uitzondering van bomen) dus vooral betrekking op risicoaansprakelijkheid. Een gebrek in de openbare ruimte wordt over het algemeen namelijk niet direct door de gemeente veroorzaakt, maar ontstaat veelal door externe factoren zoals: slijtage door gebruik, weersinvloeden of vandalisme. Deze risicoaansprakelijkheid vertaalt zich in de wetgeving op verschillende manieren (zie bijlage 2). Indien de gemeente aansprakelijk wordt gesteld, wordt er altijd gekeken of de gemeente voldaan heeft aan de op haar rustende zorgplicht.
Hierbij gaat het erom of het betreffende object/opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Het beheer en onderhoud speelt hierin een centrale rol, aangezien er alleen met deugdelijk beheer en onderhoud voor gezorgd kan worden dat de openbare ruimte voldoet aan deze eisen (die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen). In gevallen waarin het gevaar zich dusdanig kort na het ontstaan van het gebrek voordoet, dat de gemeente dit redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen, kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld ('tenzij-clausule'). Kort gezegd: de gemeente dient beheer en onderhoud naar behoren uit te voeren en adequaat en op tijd te handelen bij een geconstateerd gebrek in de openbare ruimte. In Bijlage 2 is de lijst opgenomen met de meest urgente wet- en regelgeving wat betreft aansprakelijkheid en het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, binnen de scope van dit IBORplan,
3.2
Gemeentelijke visies- en beleidsstukken Binnen gemeente Brunssum gelden er overkoepelende visies, ambities en doelstellingen die bepalend zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Deze hebben betrekking op de gehele openbare ruimte of op een groot deel van de openbare ruimte van Brunssum. Een aantal van deze overkoepelende kaders zijn op het moment van schrijven (maart 2024) nog in ontwikkeling. Het gaat hierbij om de volgende gemeentelijke visies- en beleidsstukken die onderstaand op hoofdlijnen worden toegelicht: • §3.2.1 Samen voor Brunssum: Coalitieakkoord raadsperiode 2022 - 2026 • §3.2.2 Omgevingsvisie: Toekomstvisie voor Brunssum (in ontwikkeling) • §4.2.3 Gebiedsvisies (in ontwikkeling) • §4.2.4 Transitievisie Warmte 2.0 • §4.2.5 Mobiliteitsplan Brunssum 2022 - 2032
9
3.2.1
Samen voor Brunssum: Coalitieakkoord raadsperiode 2022 - 2026 In het coalitieakkoord ‘Samen voor Brunssum’ zijn op het hoogste abstractieniveau de gemeentelijke opgaven en ambities voor de raadsperiode 2022 - 2026 vastgesteld. Een aantal thema’s hierin hebben raakvlak met het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Uiteindelijk dient er vanuit het beheer en onderhoud van de openbare ruimte een bijdrage geleverd te worden aan de opgaven en ambities die in het coalitieakkoord zijn omschreven. Daarnaast zorgt dit mede voor de onderbouwing in de keuzes die gemaakt worden wat betreft beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De volgende opgaven en ambities uit dit coalitieakkoord zijn van belang voor dit IBOR-plan: • Bij de herstructurering van onze wegen is van belang dat er prioriteit wordt gegeven aan wandelaars en fietsers. • Goed onderhouden van openbaar groen, fleurige entrees, schone straten en het tegengaan van verrommeling van de gebouwde omgeving (b.v. door graffiti) dragen bij aan een veilige en prettige leefomgeving. • Onderhoud en opwaardering van groen in de wijken, in combinatie met de zorg voor veilige en voldoende speelplekken, kan naar ons idee meer worden opgepakt in samenwerking met verenigingen/wijkbewoners en met gebruikmaking van mogelijkheden binnen de Participatiewet.
Door wijkbewoners meer verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen woon- en leefomgeving en samen met hen een passend onderhoudsniveau te bepalen, kan co-creatie ontstaan. • Mede in het kader van de opwarming van de aarde en het tegengaan van hittestress is het zaak om nog meer groen in de gebouwde omgeving aan te brengen. In de bestuursperiode zal het aantal bomen en percelen groen verder worden uitgebreid, nadrukkelijk ook op speelplaatsen van scholen. Daarbij wordt verpauperd groen tegengegaan en een bijdrage geleverd aan de verbetering van biodiversiteit. Hiervoor is (nog) geen specifiek beleid nader uitgewerkt. Het vergroenen vindt momenteel plaats op vrijwillige basis door buurtverenigingen en straten in afstemming en samenwerking met buurtnetwerk en de gemeente.
3.2.2
Omgevingsvisie: Toekomstvisie voor Brunssum (in ontwikkeling) Gemeenten dienen op 1 januari 2027 een omgevingsvisie gereed te hebben. De omgevingsvisie is een verplicht instrument onder de Omgevingswet waarin de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastlegt. Gemeente Brunssum is momenteel bezig met de ontwikkeling van de omgevingsvisie, samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen. Hierbij wordt de ‘Omgevingsvisie’ verbreed naar een ‘Toekomstvisie’. Vragen als: ‘Hoe willen we dat de gemeente Brunssum er in de toekomst uitziet? Waar kan wat worden ontwikkeld? Hoe pakken we onze maatschappelijke uitdagingen aan? Wat vinden we belangrijk? En waar gaan we de komende jaren mee aan de slag?’ worden hierbij beantwoord. De omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Integraal beheer en onderhoud is hierin een wezenlijk onderdeel. Ondanks dat de omgevingsvisie van Brunssum nog in ontwikkeling is en de inhoud nog onbekend is, wordt deze alvast aangehaald als belangrijk algemeen kader voor het integrale beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
10
3.2.3
Gebiedsvisies (in ontwikkeling) De gemeente Brunssum bestaat uit 5 wijken (die weer zijn opgesplitst in 45 verschillende buurten). Iedere wijk en buurt heeft haar specifieke eigenschappen, kansen, opgaven en behoeften. Momenteel zijn er stadsdeelvisies voor elke wijk in Brunssum (opgesteld en vastgesteld tussen 2012 en 2017). Voor Brunssum Oost is een nieuwe gebiedsvisie in ontwikkeling waarbij ook maatschappelijke partners en bewoners worden betrokken. Hiervoor zijn al 5 pijlers geformuleerd: ‘Schoon, heel en veilig’, ‘Wonen en ruimte’, ‘Welzijn, zorg en gezondheid’, ‘Voorzieningen’ en ‘Participatie’. Via deze pijlers krijgen alle aspecten de aandacht die nodig is. Met name de pijler ‘Schoon, heel en veilig’ heeft betrekking op het beheer en onderhoud. Er hebben al inloopbijeenkomsten, straathoeksessies en de bewonersenquêtes plaatsgevonden. Hier is al uit voortgekomen dat er behoefte is aan betere groenvoorzieningen en een schone en veilige omgeving. De concrete invulling hiervan volgt nog. Ook zal daaruit blijken wat hiervan de gevolgen zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de wijk.
3.2.4
Energie- en klimaatopgaven De gemeente heeft in het kader van het klimaatakkoord en het nationaal Deltaprogramma verschillende opgaven die impact hebben op de openbare ruimte. Voor de energietransitie is het beleidskader PALET vastgesteld. Dit beleid streeft naar een energie-neutrale gemeente in 2040 en draagt bij aan de landelijke opgave om in 2050, 95% minder CO2 uitstoten t.o.v. van 1990. De regionale ambitie en de landelijke opgave resulteren in gemeentelijk beleid waaronder de Regionale Energie Strategie (RES), maar ook de Transitievisie Warmte. Regionaal is er ook een klimaatadaptatiestrategie opgesteld en wordt er gewerkt aan een programma voor een circulaire regio. Regionaal beleid en programma’s, hebben uiteindelijk een lokale vertaling en gevolgen voor de gemeente Brunssum. Het raakt aan hoe zij nu en in de toekomst de openbare ruimte kan gebruiken, beheren en onderhouden. De RES is een strategie per regio om Nederland te voorzien van duurzame elektriciteit en warmte. Het beschrijft o.a. hoe de gemeenten een bijdrage gaan leveren aan de grootschalige opwek van elektriciteit. De Transitievisie Warmte 2.0 is een lokale verdieping op de warmteopgave. De Transitievisie Warmte 2.0 beschrijft hoe de gemeente de komende jaren stappen wil zetten naar energiezuinige en aardgasvrije gebouwen en hoe de gemeente daar samen met bewoners en andere partners aan wil gaan werken.
Hierin wordt er expliciet gewezen op het benutten van koppelkansen in relatie tot het integrale beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Zo kan voor de aanleg en het onderhoud van de (nieuwe) energienetwerken en -voorzieningen worden aangesloten op het groot onderhoud/reconstructies in de openbare ruimte en aan infrastructuur. Door deze werkzaamheden gezamenlijk uit te voeren wordt tijdswinst behaald en worden kostenbesparingen gerealiseerd. Bovendien wordt de overlast voor bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hiermee beperkt. Daarnaast kan het verbinden van deze verschillende planningen bijdragen aan draagvlak in de buurt om stappen te zetten. Om hiertoe te komen, wordt aanbevolen om nog vóór het opstellen van een uitvoeringsplan de verschillende opgaven voor groot onderhoud en herstructurering te inventariseren en op elkaar af te stemmen. Dit ook omdat de energie- en klimaatopgaven een forse ruimtelijke impact hebben en daardoor soms gevolgen kan hebben voor de planning van beheer en onderhoud aan de openbare ruimte.
11
3.2.5
Mobiliteitsplan 2022 - 2032 In het Mobiliteitsplan is vastgelegd hoe gemeente Brunssum de komende jaren wil omgaan met mobiliteit in de gemeente in relatie tot de veranderende omgeving. De subtitel van het Mobiliteitsplan luidt ‘Brunssum 10-minuten wandel- en fietsstad’. Er wordt dus gestreefd naar een gemeente waarbinnen de bereikbaarheid en veiligheid voor voetganger en fietser het uitgangspunt is. In relatie tot beheer en onderhoud dient er dus extra aandacht te zijn voor de wandel- en fietsinfrastructuur. Vanuit dit kader hebben de volgende aandachtpunten uit dit mobiliteitsplan direct betrekking op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte: •
Uit een inspraakronde onder inwoners blijkt dat op een aantal locaties de kwaliteit en toegankelijkheid van de trottoirs ondermaats wordt bevonden, deze locaties zijn in het vizier. Met onderhoud aan de bestaande voetpaden en trottoirs dient de toegankelijkheid en veiligheid in zijn algemeenheid te worden verbeterd.
•
Gemeente Brunssum wil fietsen aantrekkelijker, veiliger en comfortabeler maken. Hiervoor is extra onderhoud op de fietsverbindingen nodig. Door daarbij te investeren in het onderhoud en het opwaarderen van bestaande fietsroutes die aansluiten op het Regionaal Utilitair Fietsnetwerk (RUF) wordt de verbinding met het regionale fietsnetwerk gemaakt en verbinden we de woon- en verblijfsfuncties met de belangrijkste regionale voorzieningen in Parkstad.
•
Om het OV in Brunssum zo goed mogelijk te laten functioneren, draagt de gemeente als wegbeheerder zorg voor goede infrastructuur om de toegankelijkheid van het openbaar vervoer op orde te hebben. Het beheer en onderhoud van de betreffende infrastructuur draagt daaraan bij.
•
Door de openbare ruimte in te richten gericht op wandelen, fietsen en duurzame mobiliteit draagt dit beleid bij aan een gezondere leefomgeving en kan het positief bijdragen aan ander gemeentelijk beleid en ambities. Denk aan jongeren op gezond gewicht alsook het stimuleren van ontmoeting zodat minder inwoners eenzaam zijn.
De gemeenteraad heeft begin 2023 dit mobiliteitsplan samen met het bijbehorende uitvoeringsprogramma vastgesteld. Daarin zijn alle verkeerskundige vernieuwingen alsmede de aanleg van nieuwe infrastructuur opgenomen. Ook heeft de raad de benodigde financiële middelen die boven op het IBOR nodig zijn, beschikbaar gesteld. Deze middelen vallen immers buiten de scope van dit IBOR (zie paragraaf 2.1). Met de extra financiële middelen kan verder vormgegeven worden aan het halen van de mobiliteitsdoelstellingen. De gemeenteraad heeft begin 2023 dit mobiliteitsplan samen met het bijbehorende uitvoeringsprogramma vastgesteld. Daarin zijn alle verkeerskundige vernieuwingen alsmede de aanleg van nieuwe infrastructuur opgenomen. Ook heeft de raad de benodigde financiële middelen die boven op het IBOR-plan nodig zijn, beschikbaar gesteld. Deze middelen vallen immers buiten de scope van dit IBOR-plan (zie paragraaf 2.1). Met de extra financiële middelen kan verder vormgegeven worden aan het halen van de mobiliteitsdoelstellingen.
12
4. ONZE KOERS EN UITGANGSPUNTEN VOOR INTEGRAAL BEHEER EN ONDERHOUD Tijdens de ontwikkeling van het vorige plan (MOP-OR 2022 - 2025) en dit IBOR-plan, is samen met ambtenaren, het college en de raad van gemeente Brunssum de koers bepaald. Hierbij zijn er uitgangspunten geformuleerd die specifiek betrekking hebben op het integrale beheer en onderhoud van de openbare ruimte (onder meer via werksessies). Deze uitgangspunten geven, aanvullend op de hiervoor omschreven overkoepelende kaders, een duidelijke richting op de volgende onderwerpen: • §4.1. Het gewenste onderhoudsniveau van de openbare ruimte • §4.2. Optimale inzet van het budget: wijkgerichte aanpak en werk-met-werk maken • §4.3. Het (besluitvormings-)proces bij wijzigingen in het beheerareaal • §4.4. Hoe om te gaan met vervanging van objecten bij voortijdige afschrijving
4.1
Gewenste onderhoudskwaliteit en monitoring Voor het bepalen van het gewenste onderhoudsniveau voor de openbare ruimte en de monitoring daarvan, wordt aangesloten op de beeldkwaliteitssystematiek van de CROW ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018’ (Publicatie 380). Via deze systematiek wordt het onderhoudsniveau integraal meetbaar gemaakt voor alle disciplines in de openbare ruimte. Hierbij staat beeldkwaliteit A+ voor het hoogste en beeldkwaliteit D voor het laagste Afbeelding 6. Omschrijving beeldkwaliteitsniveaus en onderhoudsniveau. Afbeelding 7 geeft op uitgangspunt gemeente Brunssum hoofdlijnen inzicht in de betekenis van de beeldkwaliteitsniveaus. Overal beeldkwaliteit B als uitgangspunt voor het onderhoudsniveau De gewenste beeldkwaliteit voor de openbare ruimte is vastgesteld door de gemeenteraad. Zo is tijdens de raadsinformatieavond van 15 september 2020, uitgesproken dat het uitgangspunt voor het beheer en onderhoud voor de gehele openbare ruimte in beginsel kwaliteitsniveau B is, conform de CROWkwaliteitscatalogus. Kwaliteitsniveau B komt overeen met een basisniveau waarbij schades en vervuiling in beperkte mate zijn geaccepteerd zonder dat de functionaliteit en/of veiligheid (zowel sociaal als fysiek) in het gedrang komen. Dit blijft ook voor de komende periode gehandhaafd.
De maatregelen, frequenties en de daarvoor horende onderhoudsbudgetten (zoals opgenomen in hoofdstuk 6) zijn gestoeld op beeldkwaliteit B als uitgangspunt voor het onderhoudsniveau. Monitoring kwaliteit openbare ruimte De veiligheid en actuele kwaliteit van de openbare ruimte in zijn algemeenheid dient te worden gemonitord, waarbij er gemeten wordt in hoeverre de openbare ruimte voldoet aan het gewenste onderhoudsniveau (beeldkwaliteit B). Het streven is om hiervoor de volgende monitoringsmomenten te organiseren: • De wens is om regelmatig een algehele beheer- en veiligheidsschouw uit te voeren. Met een veldbezoek worden verschillende locaties verspreid over de gemeente beoordeeld op beeldkwaliteit en veiligheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het beheer- en veiligheidsschouwformulier. In bijlage 3 is een voorbeeld van het beheer- en veiligheidsschouwformulier bijgevoegd. • Door het jaar heen worden er wijkschouwen georganiseerd via de 5 wijkteams. Hierbij wordt met name de veiligheid samen met bewoners en eventuele andere partijen en organisaties in die wijk in kaart gebracht.
13
Betrokkenheid van en verantwoording aan de raad omtrent de werkzaamheden en de kwaliteit Er zijn jaarlijks een aantal momenten waarop verantwoording aan de gemeenteraad wordt afgelegd vanuit de P&C-cyclus. Hierbij wordt de besteding van de vastgestelde budgetten en de actuele kwaliteit van de openbare ruimte gerapporteerd: • Aan de gemeenteraad wordt periodiek (minimaal jaarlijks) verantwoording afgelegd over de uitgevoerde maatregelen via de jaarrekening. Dit is de financiële verantwoording die inzicht geeft in de middelen die zijn besteed en de maatregelen die daarvoor zijn uitgevoerd, in relatie tot het beschikbare budget. • De raad/commissieleden worden periodiek geïnformeerd over de actuele kwaliteit van de openbare ruimte, die op basis van de beheer- en veiligheidsschouw wordt gemeten. Zo wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden hoe de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau (B) wordt gehouden. • Bij een aantal raadsleden bestaat de behoefte om bij de beheer- en veiligheidsschouw aanwezig te zijn. De Afdeling Openbare Ruimte stuurt daarom uitnodigingen rond zodra er een kwaliteitsschouw gepland wordt om samen met de beheerder een aantal locaties te schouwen. Zo ontstaat er bij de raadsleden een realistisch beeld van de beeldkwaliteit en onderhoudsstaat in de gemeente Brunssum.
Door bepaalde vaste schouwlocaties meerdere malen te bezoeken ontstaat er ook inzicht en begrip voor de ontwikkeling en continuïteit in het onderhoud van die locaties, gedurende verschillende seizoenen.
4.2
Optimale inzet budget: gebiedsgericht werken en werkmet-werk maken De gemeenteraad stelt, met behulp van dit IBOR-plan, het benodigde budget ter beschikking en het ambtelijk apparaat zet zich optimaal in om met dit vastgestelde budget de afgesproken beeldkwaliteit in stand te houden. De wijkgerichte aanpak blijkt hierbij een efficiënte werkwijze te zijn, waarbij de gebiedsvisies (zie paragraaf 3.2) een goed wijkgericht kader geven. De budgetten van de verschillende vakgebieden worden daarbij samengebracht om vervolgens werk-met-werk te maken. Hiermee bedoelen we dat door de integrale aanpak werkzaamheden voor wegbeheer, rioolbeheer en groenbeheer samen kunnen vallen. Een typisch voorbeeld hierbij is dat groot onderhoud aan het rioolstelsel wordt afgestemd en samen wordt uitgevoerd met de herstructurering van de bovenliggende weg/openbare ruimte. Hiermee wordt tijdswinst behaald, worden kosten bespaard en wordt de overlast voor bewoners beperkt gehouden.
Vijverpark
14
4.3
Proces en besluitvorming bij herstructurering (wijziging van de openbare ruimte) Met het vaststellen van dit IBOR-plan door de raad wordt er groen licht gegeven voor de in dit plan omschreven uitgangspunten voor integraal beheer en de daarvoor benodigde onderhoudsbudgetten. Zoals de scope omschrijft valt een wijziging in de inrichting van de openbare en/of een toevoeging van nieuwe openbare ruimte in beginsel buiten de scope van dit plan. Echter, deze wijzigingen hebben invloed op het te beheren areaal, de onderhoudswerkzaamheden en de onderhoudsbudgetten, zoals vastgelegd in dit plan. Het IBOR-plan dient dus regelmatig geactualiseerd te worden op basis van de herinrichtingen en nieuwe ontwikkelingen. Om hiertoe te komen wordt op hoofdlijnen het volgende proces gehanteerd: 1. Bij ieder ontwerp van noemenswaardige omvang (herinrichting en/of nieuwe openbare ruimte) wordt
er ook een beheeradvies gegeven. Hierin zijn de nieuwe areaalhoeveelheden omschreven, samen met de wijze waarop deze beheerd dienen te worden en wat hiervoor het benodigde jaarlijkse onderhoudsbudget is. Hierbij gaat het om grotere projecten (een hele straat of wijk). Voor kleinere aanpassingen in de openbare ruimte is de impact op het beheerareaal en onderhoudsbudget te beperkt om hiervoor een apart beheeradvies op te stellen. 2. Tijdens de periodieke raadsvergaderingen waar bestemmingsplanwijzigingen al op de agenda staan
wordt ook aandacht besteed aan de voorziene grotere herinrichtingen en nieuwe openbare ruimte, inclusief de impact daarvan op het beheerareaal. Bij goedkeuring van het betreffende project wordt er (indirect) ook akkoord gegeven op de uiteindelijke wijzingen in het beheerareaal en het benodigde onderhoudsbudget na oplevering van het project. 3. Tijdens de periodieke actualisatie van het IBOR-plan, worden op basis van alle nieuw gerealiseerde
projecten in de periode daarvoor, de areaalaantallen en het onderhoudsbudget bijgewerkt. Dit betekent niet per definitie dat er meer onderhoudsbudget nodig is. Een wijziging van het te beheren areaal kan ook inhouden dat minder beheerbudget volstaat.
Afbeelding 7. Proces bij areaalwijziging t.o.v. IBOR- plan
15
4.4
Voortijdige vervanging van objecten die nog niet zijn afgeschreven Binnen de scope van dit plan wordt voor de vervangingsbudgetten uitgegaan van ‘een-op-een-vervanging bij einde levensduur’. Dit betekent dat er bij een eerdere vervanging van objecten, bijvoorbeeld bij een herinrichting van de openbare ruimte, een bepaalde restwaarde verloren gaat. Dit wordt ook wel kapitaalvernietiging genoemd. Hiervan dient de gemeente zich bij het maken van de keuze voor een nieuwe inrichting bewust te zijn. Voortijdige vervanging bij een herinrichting Bij een herinrichting wordt er een benodigde investering vastgesteld, waarbij er mogelijk een bijdrage vanuit het onderhoudsbudget van de verschillende disciplines/assets (groen, wegen riool, etc.) wordt verwacht. Men dient er rekening mee te houden dat eerdere vervanging niet is ingecalculeerd in de vervangingsbudgetten. Door per discipline (afhankelijke van de nieuwe inrichting) oog te hebben voor de restwaarde die objecten vertegenwoordigen, eventueel aangevuld met budget dat op kortere termijn is gereserveerd voor onderhoud, kan er een bedrag worden bepaald als bijdrage aan de herinrichting vanuit het beschikbare budget per asset. De eventuele restwaarde die verloren gaat als gevolg van de voortijdige vervanging dient op een andere manier te worden bekostigd, dan vanuit het vervangingsbudget zoals vastgesteld in dit IBOR-plan.
Afbeelding 8. Schematische weergave afschrijving en voortijdige vervanging object Voortijdige vervanging door slijtage (eerder dan ingecalculeerd) Er is ook een scenario mogelijk waarbij een object/constructie al eerder aan vervanging toe is dan ingecalculeerd in dit IBOR-plan, zonder dat er sprake is van een andere inrichting of constructie. Met andere woorden: Hetzelfde object of constructie dient in zijn geheel vervangen te worden (een-op-een) terwijl deze nog niet economisch is afgeschreven. Door de voortijdige vervanging is er onvoldoende vervangingsbudget beschikbaar. Er dient een besluit genomen te worden over de extra investering die nodig is voor de vervanging. Daarnaast dient bij actualisatie van het IBOR-plan overwogen te worden of vervangingsbudgetten, zoals vastgesteld in het IBOR-plan, structureel aangepast dienen te worden (vanwege de kortere afschrijvingsperiode). De technische levensduur in praktijk kan afwijken van de economische/theoretische levensduur in de gemeentelijke begroting. Met behulp van de periodieke technische inspecties kan een inschatting worden gemaakt van de actuele technische levensduur. Hiermee kan een versnelde slijtage van een constructie op tijd worden geconstateerd en kunnen de benodigde vervangingsbudgetten op tijd worden geprognotiseerd en waar nodig worden bijgesteld.
16
5. KADERS EN BEHEER PER DICIPLINE Met het overkoepelende beleid en de algemene kaders (hoofdstuk 3 en 4) als integrale basis, gaat hoofdstuk 5 globaal in op de specifiekere kaders per asset. Per paragraaf wordt een specifiek onderdeel/specifieke asset behandeld. Per onderdeel/asset wordt er kort ingegaan op de samenstelling en hoeveelheden van het betreffende onderdeel en op de asset-specifieke kaders en beleid. Ook wordt er telkens een korte onderbouwing gegeven waarop het huidige budget is gebaseerd. Een aantal beleids- en beheerplannen die in dit hoofdstuk worden genoemd zijn nog in ontwikkeling, maar worden alvast aangehaald als richtinggevend kader en/of als uitgangspunt voor het benodigde budget. We constateren dat ten tijde van het schrijven van dit IBOR nog geen onderliggende beheerplannen door de raad zijn vastgesteld. Enkele plannen komen nu naar de raad en andere beheerplannen volgen later en zijn dus nog in ontwikkeling. Daarnaast moet het initiatief tot bijvoorbeeld het opstellen van een groen beleids- en beheerplan nog opgestart worden. Zolang er geen beheerplannen door de raad zijn vastgesteld worden de huidige budgetten uit de gemeentelijke begroting per asset gehanteerd. In hoofdstuk 6 wordt hiervan een overzicht gegeven.
5.1
Wegen/verhardingen
5.1.1
Inkadering en beleid Dit IBOR-plan gaat specifiek over de instandhouding van de bestaande openbare ruimte. De (her)inrichting van wegen en verhardingen valt daarmee in beginsel buiten de scope van dit plan. Echter, een onjuiste inrichting heeft invloed op het beheer en onderhoud. Zo slijten verhardingen sneller indien een inrichting niet overeenkomt met het eigenlijke gebruik (bijvoorbeeld verzakkingen door zwaar verkeer op verhardingen die daar niet voor zijn bedoeld). De inrichting is dus mede bepalend voor duurzaam beheer en onderhoud van wegen en verhardingen. De Handleiding basiskenmerken wegontwerp (CROW, 2012) omvat richtlijnen en basiskenmerken voor het veilig en duurzaam inrichten van infrastructuur. Deze handleiding is echter niet juridisch bindend, gemeenten mogen hier (gemotiveerd) van afwijken. Belangrijke aandachtspunten vanuit het overkoepelend beleid Hoofdstuk 3 omschrijft het overkoepelende beleid. Samengevat zijn de volgende ambities en doelstelling vanuit dit overkoepelende beleid specifiek van belang voor het beheer en onderhoud van de wegen en verhardingen: • Geef bij herstructurering van wegen prioriteit aan wandelaars en fietsers (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • Benut koppelkansen bij groot onderhoud en reconstructies van wegen.
Denk hierbij aan de aanleg en het onderhoud van de (nieuwe) energienetwerken, maar ook het anticiperen op klimaatverandering door de maatregelen gericht op wateroverlast en/of hittestress mee te nemen (zie paragraaf 3.2.4 Transitievisie Warmte 2.0). • Met onderhoud aan de bestaande voetpaden en trottoirs dient de toegankelijkheid en veiligheid in zijn algemeenheid te worden verbeterd (zie paragraaf 3.2.5 Mobiliteitsplan). • Gemeente Brunssum wil fietsen aantrekkelijker, veiliger en comfortabeler maken. Hiervoor is extra onderhoud op de fietsverbindingen nodig (zie paragraaf 3.2.5 Mobiliteitsplan).
17
Wegenbeheerplan 2024 - 2028 Voor de technische instandhouding van de wegen en verhardingen en de daarvoor benodigde budgetten wordt zoveel mogelijk aangesloten op het wegenbeheerplan dat momenteel (maart 2024) nog in ontwikkeling is en wordt opgesteld door IOSense. De onderhoudsbudgetten zijn hoofdzakelijk bepaald op basis van de CROW-systematiek voor wegbeheer (CROW-publicatie 147).
5.1.2
Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal wegen weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 1. Areaalhoeveelheden wegen/verhardingen Onderdeel
Eenheid
Omvang
Asfalt Elementen Beton Half-verhard / onverhard wegmarkering
m2 m2 m2 m2 m1/m2
746.434 963.874 39.585 80.688 Ntb.
Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.
5.1.3
Onderbouwing benodigd budget De benodigde budgetten voor het technische onderhoud aan de wegen en verhardingen worden uiteindelijk bepaald vanuit het Beheerplan Wegen, dat nu nog in ontwikkeling is. De financiële middelen die hiervoor worden vastgesteld worden automatisch naar dit IBOR-plan vertaald. Op dit moment wordt er enkel nog onderscheid gemaakt in onderhoud en vervanging. Bij de vaststelling van het nieuwe beheerplan wegen zullen de nieuwe budgetten worden bepaald, met een onderverdeling naar regulier onderhoud, groot onderhoud en vervanging. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud van de wegen en verhardingen inzichtelijk.
18
5.2
Groen
5.2.1
Inkadering en beleid Op dit moment wordt er een nieuwe bomenverordening ontwikkeld als onderdeel van het omgevingsplan. Bij deze verordening horen ook de documenten ‘Waardevolle bomen en beschermwaardige gebieden’ en ‘Kapbeleid’ (zie ook wet- en regelgeving in bijlage 3). Belangrijke aandachtspunten vanuit het overkoepelend beleid Hoofdstuk 3 omschrijft het overkoepelende beleid. Samengevat zijn de volgende ambities en doelstellingen vanuit dit overkoepelende beleid specifiek van belang voor het beheer en onderhoud van groen: • Goed onderhoud van openbaar groen, fleurige entrees, schone straten en tegengaan van verrommeling van de gebouwde omgeving dragen bij aan een veilige en prettige leefomgeving (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • Onderhoud en opwaardering van groen in de wijken, kan meer worden opgepakt in samenwerking met verenigingen/wijkbewoners en met gebruikmaking van mogelijkheden binnen de Participatiewet. Door wijkbewoners meer verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen woon- en leefomgeving en samen met hen een passend onderhoudsniveau te bepalen, kan co-creatie ontstaan (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • In het kader van de opwarming van de aarde is het zaak om meer groen in de gebouwde omgeving tot stand te brengen.
Het aantal bomen en percelen groen wordt uitgebreid, nadrukkelijk op speelplaatsen van scholen, daarbij wordt verpauperd groen tegengegaan (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • Uit inloopbijeenkomsten, straathoeksessies en bewonersenquêtes rond de ontwikkeling van gebiedsvisie Brunssum Oost blijkt behoefte aan betere groenvoorzieningen en een schone en veilige omgeving (zie § 3.2.3 Gebiedsvisies). Nota Groenstructuren 2024 Op het moment van schrijven (maart 2024) wordt er een Nota Groenstructuren 2024 ontwikkeld. De Nota Groenstructuren 2024 gaat vooral over inrichting van groen(structuren), maar er worden een aantal belangrijke aandachtpunten benoemd die direct betrekking hebben op beheer en onderhoud: • Het beheer van het groen heeft beeldkwaliteit B volgens de CROW als streefbeeld. De gecategoriseerde streefbeelden van primaire en secundaire groenstructuren komen hiermee te vervallen. • Gemeente Brunssum past ecologisch bermbeheer toe waarbij er meer gefaseerd wordt gemaaid en maaisel wordt afgevoerd. Meestal worden bermen hierbij maar één keer per jaar gemaaid voor het bevorderen van bloemrijke vegetatie. Eentonig gras verandert in biodiverse, kleurrijke en levendige bermen. • Inwoners krijgen een actieve rol in het onderhoud van gazonstroken op straat, in sommige wijken onderhouden inwoners zelf de gazons voor hun deur. • Groenonderhoud wordt vaak aangeduid als onvoldoende.
Vijverpark wordt genoemd als aandachtspunt. • De gemeente voert groenbeheer in beginsel uit met de eigen dienst en het eigen machinepark, soms met ondersteuning van externe partijen. Specialistisch werk wordt uitbesteed. Overige inkadering • Sportvelden behoren niet tot de scope van dit IBOR-plan. Het beheer van deze velden wordt verzorgd door de afdeling ‘Ruimtelijke ontwikkelingen en vastgoed’. Voor de groenvoorzieningen rondom velden en op de sportparken geldt het algemene kader dat deze in eigendom en beheer van de gemeente dienen te zijn. • Onderhoud aan de natuurcompensatiegronden in relatie tot de Buitenring Parkstad Limburg vallen buiten de scope van het te beheren gemeentelijk groen. Ongeacht of deze gronden wel of geen eigendom zijn van de gemeente, wordt dit onderhoud uitgevoerd door provincie Limburg (zoals contractueel vastgelegd).
19
5.2.2
Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal groen weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 2. Areaalhoeveelheden groen Onderdeel
Eenheid
Omvang
Bomen Bosplantsoen Struiken/Sierheesters Bodembedekkers, heesters & vak-beplanting Rozen Hagen Gazon Bermen Bosperceel
Stuks m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
16.500 311.070 33.922 32.602 4.676 43.915 428.386 255.396 1.495.000
Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.
5.2.3
Onderbouwing benodigd budget Enkel regulier onderhoud, geen groot onderhoud Wat betreft het beheer en onderhoud van groen is er momenteel nog sprake van regulier/groot onderhoud en vervanging. Het onderhoud richt zich op het in stand houden van het huidige groen met behulp van repeterende maatregelen. Hoewel bepaalde maatregelen minder frequent uitgevoegd worden en groter in omvang zijn, is de scheiding tussen regulier en groot onderhoud bij groen lastig te maken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de wegen en riolering. Vandaar dat er vooralsnog enkel wordt gesproken over ‘regulier onderhoud’. De afschrijving van objecten heeft vooral betrekking op civieltechnische objecten. Eén-op-één vervanging van grote oppervlaktes groen komt in praktijk nagenoeg niet voor. Vervanging bij groen gaat over het algemeen om een klein onderdeel, zoals bijvoorbeeld één of enkele bomen die gevaar opleveren of een plantvak die niet goed aanslaat. Het vervangen van kleine delen groen of een enkele boom (ook wel inboet genoemd) wordt als regulier onderhoud beschouwd. De huidige onderhouds- en vervangingsbudgetten voor groen zijn nog bepaald op basis van het rekenmodel van het MOP-OR 2022-2025. In het kader van herleidbaarheid en een eenduidige onderbouwing van budgetten, is aan te bevelen om een groenbeleids- en beheerplan op te stellen.
Zodra uit een nieuw groenbeleids- en beheerplan blijkt dat een bijstelling van de huidige budgetten noodzakelijk is, dan komt hiervoor een voorstel naar de raad. Daarna wordt het IBOR-plan hierop geactualiseerd. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud aan het gemeentelijk groen inzichtelijk.
Schutterspark
20
5.3
Riool en Water
5.3.1
Inkadering en beleid Aanvullende wetgeving en kaders Op het moment van schrijven (maart 2024) wordt het Basis Rioleringsplan (BRP) geactualiseerd. Deze is naar verwachting in de loop van 2024/begin 2025 gereed. Het Basisrioleringsplan is een hydraulische toetsing van het rioolstelsel aan de actuele omstandigheden. In het Basis Rioleringsplan wordt met behulp van hydraulische berekeningen het hydraulisch functioneren van het rioleringsstelsel bepaald. Daarin zijn maatregelen naar voren gekomen en is er een prioriteitenlijst opgesteld met prioritaire maatregelen om het rioolstelsel aan te passen aan de klimaatveranderingen. Ook wordt er momenteel gewerkt aan een actueel kostendekkingsplan binnen het regionaal samenwerkingsverband Parkstad. Dit samenwerkingsverband werkt aan het verhogen van de kwaliteit van de afvalwaterketen, het verminderen van de kwetsbaarheid en het beperken van de kosten. Rioolbeheer is hierin een belangrijk onderdeel. Binnen het kostendekkingsplan worden de benodigde budgetten bepaald voor de instandhouding van de huidige rioleringsvoorzieningen in Brunssum. Zodra dit kostendekkingsplan gereed is zal dit aan de raad worden voorgelegd. Belangrijke aandachtspunten vanuit het overkoepelend beleid Hoofdstuk 3 omschrijft het overkoepelende beleid.
Samengevat zijn de volgende ambities en doelstellingen vanuit dit overkoepelende beleid specifiek van belang voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel: • Water en klimaat zijn belangrijke thema’s in het coalitieakkoord. Het water- en rioolbeheer speelt hierin een centrale rol (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • Benut meekoppelkansen en sluit bij groot onderhoud en reconstructies van wegen en riool aan op de aanleg en het onderhoud van de (nieuwe) energienetwerken (zie § 3.2.4 Transitievisie Warmte 2.0). • Anticiperen op klimaatverandering door maatregelen gericht op wateroverlast en/of hitte mee te nemen.
5.3.2
Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal riool weergegeven dat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 3. Areaalhoeveelheden riool en water Onderdeel
Eenheid
Omvang
Oppervlaktewater (vijver, sloten, etc.) Wadi’s Greppels (voor berging en waterafvoer) Retentiereservoirs (verhard) Hemelwaterafvoer (HWA) Vuilwaterafvoer (DWA) Gemengde riolering Drukriolering Pompunits (t.b.v. drukriolering) Externe overstorten HWA-uitlaten
m2 m2 m2 m2 m1 m1 m1 m1 Stuks Stuks Stuks
83.427 34.720 5.790 1.830 20.000 11.000 149.500 300 9 9 10
Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.
21
5.3.3
Onderbouwing benodigd budget De budgetten voor het onderhoud aan het rioolstelsel zijn nu nog gebaseerd op het kostenmodel zoals toegepast in het vorige MOP-OR 2022 - 2025. Hierdoor is er dus nog geen onderscheid gemaakt tussen regulier en groot onderhoud. Zodra uit dit nieuwe kostendekkingsplan blijkt dat een bijstelling van de huidige budgetten noodzakelijk is, dan komt hiervoor een voorstel naar de raad. Daarna worden de nieuwe benodigde budgetten geactualiseerd in het IBOR-plan, inclusief onderscheid in regulier onderhoud, groot onderhoud en vervanging. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget voor het beheer en onderhoud aan het rioolstelsel en de waterpartijen inzichtelijk.
Het onderhoud aan het rioolstelsel wordt bekostigd vanuit de gemeentelijke rioolheffing. De rioolheffing is de belasting die de inwoners en het bedrijfsleven betalen om gebruik te mogen maken van de riolering in Brunssum. De rioolheffing dient kostendekkend te zijn. Met andere woorden; de gemeente mag niet meer heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing en de opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden worden aangewend dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen).
Oude Markt
22
5.4
Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties (VRI)
5.4.1
Inkadering en beleid Het gemeentelijke beleidsplan Openbare Verlichting is in 2008 voor het laatst geactualiseerd. Ondanks dat dit beleidsplan inmiddels gedateerd is en aan actualisatie toe is, is deze nog steeds fungerend. Aan dit beleidsplan ligt de normering van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) ten grondslag. Tot slot zijn nog de Contractuele Voorwaarden Openbare Verlichting (VOV 1993), de Richtlijnen en uitgangspunten 1993 van Energy Systems en de Criteria Politiekeurmerk Veilig Wonen van toepassing. Belangrijke aandachtspunten vanuit het overkoepelend beleid (hoofdstuk 3) Samengevat zijn de volgende ambities en doelstellingen vanuit het overkoepelende beleid specifiek van belang voor beheer en onderhoud van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties: • Geef bij herstructurering van wegen prioriteit aan wandelaars en fietsers (zie §3.2.1 Coalitieakkoord). • Benut koppelkansen en bij groot onderhoud en reconstructies aansluitend op de aanleg en het onderhoud van de (nieuwe) energienetwerken (zie § 3.2.4 Transitievisie Warmte 2.0).
5.4.2
Wat beheren we? In de volgende tabel wordt het areaal openbare verlichting en verkeersregelinstallaties weergegeven wat de gemeente op dit moment in beheer en onderhoud heeft: Tabel 4. Areaalhoeveelheden openbare verlichting en verkeersregelinstallaties Onderdeel
Eenheid
Masten Armaturen Verkeersregelinstallaties (VRI) Voetgangersoversteekplaatsen
Stuks Stuks Stuks Stuks
Omvang 6.175 6.325 7 4
Deze gegevens vormen de input voor het opstellen of actualiseren van het onderliggende beheerplan.
5.4.3
Onderbouwing benodigd budget Enkel ‘regulier onderhoud’, geen ‘groot onderhoud’ Wat betreft het type onderhoudswerkzaamheden en de budgettering daarvan, wordt er in gemeente Brunssum met betrekking tot de openbare verlichting en de verkeersregelinstallaties geen onderscheid gemaakt tussen ‘regulier onderhoud’ en ‘groot onderhoud’. Al het onderhoud valt onder de noemer ‘regulier onderhoud’ met uitzondering van de vervanging van objecten aan het einde van de levensduur. Het reguliere onderhoud is erop gericht om de piek in de vervanging uit te vlakken, zodat een meer constante jaarlijkse opgave ontstaat in de vervanging van armaturen en masten bij zowel de openbare verlichting als bij de verkeersregelinstallaties. Vervanging: alleen voor openbare verlichting, niet voor verkeersregelinstallaties Voor de vervanging van de openbare verlichting wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van 45 jaar voor masten en 22,5 jaar voor de armaturen. Verkeerslichten hebben een levensduur van 30 jaar en de bijbehorende schakelkasten 15 jaar. In dit plan worden geen gelden gereserveerd voor de vervanging van verkeerslichten en schakelkasten. Op termijn zullen namelijk alle verkeerslichten in Brunssum gesaneerd gaan worden met uitzondering van verkeerslichten op de Rimburgerweg (tunnel BPL), bij de brandweer Emmaweg en de VOP Rembrandstraat.
Dit zijn eenvoudige kleine installaties waar gelet op de relatief lagere investeringskosten geen investeringskrediet voor benodigd is. De huidige beschikbare budgetten voor het onderhoud aan de openbare verlichting en verkeersregelinstallaties zijn gebaseerd het kostenmodel zoals toegepast in het vorige MOP-OR 2022 2025. In hoofdstuk 6 is het huidige beschikbare budget inzichtelijk.
23
5.5
Verkeerstekens en bebording
5.5.1
Inkadering en beleid De Handleiding basiskenmerken wegontwerp (CROW, 2012) bevat richtlijnen en basiskenmerken voor het veilig inrichten van infrastructuur. Naast de inrichting van de wegen zelf, is deze is ook van toepassing op de (verkeers-) borden en verkeerstekens rond de in te richten wegen. Deze handleiding is niet juridisch bindend, gemeenten mogen hier (gemotiveerd) van afwijken. Naast de wet- en regelgeving (zie bijlage 2) en de Handleiding basiskenmerken wegontwerp, zijn er voor verkeerstekens en bebording geen nog aanvullende (beleids-)kaders bekend. Ook vanuit de overkoepelende gemeentelijke visies en beleid zijn momenteel nog geen specifieke doelstellingen en ambities bekend voor verkeerstekens en bebording, behalve de extra aandacht voor voetgangers en fietsers in zijn algemeenheid.