Raadsvoorstel 44 (bijlage 2 versie 2) RvO raad 2023 en raadscommissies 2023 (met opmerkingen fracties en antwoorden)
Tekst van het document
Degene die inlichtingen verlangt kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, schriftelijk 30 uur voor aanvang van de vergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Met het oog hierop wordt het verantwoordelijk lid van het college geacht bij de raadsvergadering aanwezig te zijn.
Artikel 43 Inlichtingen
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening
Artikel 44 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad het presidium vaststelt.
Artikel 44 Procedure begroting
VVD: Hier een zelfde opmerking op de 30 uur benoemd in lid 2. Zie opmerking op artikel 19 lid 3. PAK: Begripsomschrijving ‘urgente’ vragen? Voor wie is het urgent. LBL: Vragen uur raad De griffie bepaalt niet of iets urgent is Urgent is een woord dat een raadslid zelf kan en mag invullen en het moet een raadslid vrij zijn om een vraag te stellen ook al vinden anderen dat onzin of kan het volgens hun wachten Ieder is gekozen en maakt daarmee zijn eigen afwegingen en beperkingen van derden moeten we niet toelaten
15
VVD: Hier een zelfde opmerking op de 30 uur benoemd in lid 5. Zie opmerking op artikel 19 lid 3. PAK: Lid 5: Zinsconstructie? LBL: Art 43 Ad 5 tenzij de raad anders beslist????? Art 43 lijkt me een recht en de rest van de raad gaat niet over de vragen die een ander stelt lijkt me anders wordt het heel makkelijk voor de coalitie 30 uren moet 24 worden
15
Artikel 45 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad het presidium vaststelt.
Artikel 45 Procedure jaarrekening
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties
Artikel 46 Verslag; verantwoording Vervallen; lid 1 wordt aangepast opgenomen in het Rvo commissie als art. 13a
Artikel 46 Verslag; verantwoording Lijst Borger: Punt 1, terugkoppeling in raadscommissies. Is er in het verleden niet eens geopperd om een lijst te maken, zodat alle verbonden partijen 1 a 2x ‘verplicht’ met een terugkoppeling komen? Zodat niet steeds wordt gezegd: er is niks relevants te melden. Al is het maar algemene informatie. Wat is de status hiervan?
1.
2. 3. 4.
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Tweemaal per jaar terugkoppeling plaats vanuit iedere Verbonden Partij in een raadscommissie. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
VVD: Artikel 46.1. Terugkoppelingen over Verbonden partijen of gemeenteschappelijke regelingen vinden toch plaats in commissievergaderingen en niet in raadsvergaderingen? PAK: Over welke bedrijfsvoeringsorganisaties hebben we het? Definitie? Bedrijfsvoering of uitvoeringsorganisatie
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad
Artikel 47 Algemeen Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 47 Algemeen PAK: Lid 7 - Moeten we dit willen?
1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden.
16
2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft.
5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar
wordt gemaakt tenzij de raad anders beslist besluit de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen
6. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang 7. Van een besloten vergadering worden geen geluids- of video opnames gemaakt in het kader van de notulering. 8. Het gebruik alsmede het stand by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is voor ieder van aanwezigen verboden.
16
Artikel 48 Besluitenlijst 1. De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijst worden wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 48 Besluitenlijst
Artikel 49 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten raadsvergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Artikel 49 Geheimhouding
Artikel 23 Gemeentewet, lid 4 Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft
LBL: Art 49 etc geheimhouding In elk coalitieprogramma vindt je openbaarheid terug en toch nemen we tal van geheime besluiten Zorg er in ieder geval voor dat er altijd op papier staat WAAROM iets geheim zou moeten zijn en in tijd beperkt Het wantrouwen van de burger wordt alleen maar gevoed met geheime stukken
Artikel 87 Gemeentewet De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. Artikel 88 Gemeentewet 1. De raad kan informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan het college, de burgemeester, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 2. Het college kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 3. De burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 4. Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 5.
Indien het college of de burgemeester overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad. 6. Indien het college, de burgemeester of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekt aan de raad, kan de raad die informatie verstrekken aan anderen. De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt.
17
Artikel 89 Gemeentewet 1. Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt. 2. Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. 3. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. 4. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de raad haar opheft. 5. Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt Artikel 49a De raad stelt regels over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt.
De informatie wordt alleen gedeeld met derden indien: 1. De raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit; 2. Het college dit noodzakelijk acht voor het dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit; Indien het college op grond van het tweede lid besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen, brengt hij dit ter kennis aan de raad 17
Artikel 50 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van artikel 89 vierde lid voort totdat de raad haar opheft.
Artikel 50 Opheffing geheimhouding
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers
Artikel 51 Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 51 Toehoorders en pers
Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan tijdig mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn/haar aanwijzingen.
Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties
Artikel 53 Gebruik communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere overige communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de raadsvergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan tenzij de voorzitter anders beslist.
Artikel 53 Gebruik communicatiemiddelen Lijst Borger: Mee eens, als raadslid zit je er voor allen burgers en niet alleen voor eigen partij. Er staat 2x is in de nieuwe zin. 1x moet worden weggehaald. VVD: Zin loopt na wijziging niet, 2 keer woordje ‘is’. PAK: Handhaving? Bij reclame uitingen?
Artikel 53a: Geen reclame uitingen in de raadzaal 1. Het is verboden uitingen van partijpolitieke aard in de vorm van voorwerpen met benaming, logo of symboliek, gerelateerd aan een politieke partij, zichtbaar bij zich te hebben. 2. Dit verbod geldt ook voor andere voorwerpen dan wel uitingen die irrelevant of ongewenst zijn voor vergaderingen en te opvallend, ongepast, storend dan wel afleidend zijn. 3. Dit verbod geldt zowel voor deelnemers aan vergaderingen als voor degenen die op de publieke tribune een vergadering bijwonen. 4. Dit verbod geldt in alle vergaderruimten in het gemeentehuis bij openbare vergaderingen en bijeenkomsten. 5. De voorzitter beslist over toepassing van dit artikel en handhaaft het verbod. Artikel 26 Gemeentewet is van toepassing. Hij/zij legt over zijn beslissing achteraf verantwoording af in het Presidium.
Artikel 53a: Geen reclame uitingen in de raadzaal PAK: Wat is reclame?
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 54 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing en/of interpretatie van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter of een der leden van de gemeenteraad.
Artikel 54 Uitleg reglement
Artikel 55 In werking treden 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 de dag na bekendmaking op de website overheid.nl. Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Brunssum 2016 2018, vastgesteld bij raadsbesluit 2016/16 versie 2 vastgesteld op 26-4-2016. 2018/57 op 3 juli 2018 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2017 2023.
Artikel 55 In werking treden
18
18
Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen - Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd. - Een informatieavond is een openbare avond waar het college/ambtelijke organisatie de raad en commissie informeren over nieuwe en lopende onderwerpen; de avond is informeel, er is geen verslaglegging en geen geluidopname, Het presidium stelt de agenda vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties. Vaste data worden een jaar vooruit gepland. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn. - Een Discussieavond is op advies van de Nationale Ombudsman een besloten avond (Rapport 2011/364 d.d. 20-12-2011 en raadsvoorstel 2012/39 versie 2) en alleen toegankelijk voor raads- en commissieleden, college en haar ondersteuning, griffie en genodigden. Er is geen verslaglegging en geen geluidopname, Het presidium stelt de agenda vast en stelt een datum ad hoc vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties.
Onderwerpen die op een discussieavond aan bod komen, worden na de discussieavond in een raadsvoorstel verwerkt en kunnen daardoor niet in dezelfde raadscyclus aan bod komen. Een discussieavond heeft een opiniërende functie. Er vindt geen besluitvorming plaats en geen verantwoording van het college. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn. Voor zowel een informatieavond als een discussieavond is vooraf een kort kaderdocument beschikbaar dat minimaal de grenzen aangeeft van het onderwerp en een inhoudsopgave bevat van hetgeen besproken gaat worden. Artikel 2 De voorzitter - De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet ) en Artikel 9 van de Gemeentewet schrijven schrijft dit dwingend voor. In het gewijzigde artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet, is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer.
Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de burgemeester als voorzitter van de raad waar. Middels raadsvoorstel 2014/47 d.d. 9-12-2014 heeft de raad besloten dat de vervanger/plaatsvervangend of 2e plaatsvervangend voorzitter een door de raad aangewezen raadslid is. - De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 3 De griffier De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etcetera zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt (zie raadsbesluit 2020/14 versie 2 d.d. 3 maart 2020).
Artikel 4 De secretaris De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Het college wijst de secretaris aan. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris geen onderdeel meer uit maakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie.
19
Artikel 5 Het presidium Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Het onderzoek naar het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de woensdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april. (Kieswet artikel C 4, tweede lid) Voor die tijd moet het onderzoek zijn afgerond en moet omtrent de toelating van de nieuw gekozen leden zijn besloten. Doorgaans zal de oude raad voor het laatst bijeenkomen op de woensdag ervoor.
De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd en voor wethouders in artikel 41 a van de Gemeentewet. Het is niet mogelijk om in beroep te gaan bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad. De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad vervalt door inwerking treden van de Wet dualisering gemeentebestuur. Aanleiding voor het instellen van een permanente commissie in plaats van bij elke benoeming een nieuwe commissie in te stellen, komt door het vastleggen van een nieuw onderdeel aan de benoemingsprocedure voor kandidaat-wethouders. Zo moet de burgemeester in overleg met de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven bepalen of een zogenaamd nader onderzoek (fase 3) noodzakelijk is. Dit onderzoek vindt plaats voor de benoemingsvergadering vandaar de noodzaak om deze commissie permanent in te stellen. De verplichting om voor de benoeming van de wethouders een risicoanalyse integriteit te doen bestond al in ons Reglement. De VOG en BKR werden al bij de analyse betrokken ten behoeve van de risicoanalyse integriteit op verzoek van het betreffende onderzoeksbureau. Op verzoek van de raad wordt dit nu formeel geregeld waarbij tevens wordt geanticipeerd op plannen van de minister.
De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers.
19
Artikel 7 Fractie In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractie-assistentie, etc. In deze nadere regelingen kan nu worden aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip. Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Indien een nieuwe fractie tijdens lopende bestuursperiode burgercommissieleden inzet, dient de fractie geregistreerd te zijn bij de KvK als nieuwe vereniging.
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Artikel 9 Oproep Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd worden ook de voorlopige agenda en de stukken gepubliceerd. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn. Artikel 10 Agenda De commissies bepalen hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft geeft op de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. Het vijfde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda.
Individuele raadsleden kunnen via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4 van dit Reglement. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Het zesde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een commissie verwijst of aan het college nadere inlichtingen of advies vraagt. Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen. Artikel 11 De wethouder / burgemeester In de gedualiseerde verhoudingen is het van belang dat de wethouder wordt betrokken bij de beraadslagingen van de raad. Een wethouder kan, als hij/zij dat wil, de raadsvergadering bijwonen en aan de beraadslaging deelnemen.
De regering acht het vanzelfsprekend dat wethouders zich niet mengen in beraadslagingen over aangelegenheden die in het bijzonder de raad aangaan en die de raad zonder inmenging van anderen wil behandelen. Bijvoorbeeld als de raad van gedachten wil wisselen over het eigen functioneren of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door wethouders college gevoerde bestuur. Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.). Artikel 13 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van plaatsing op het internet toegevoegd.
Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 14 Presentielijst De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. Artikel 15 Zitplaatsen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 16 Opening vergadering; quorum De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Het quorum is dan niet van toepassing tenzij op deze tweede vergadering andere agendapunten voorliggen dan 20
20
op de eerste vergadering gepland waren. Artikel 17 Spreekrecht burgers Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de stemming voortgezet door het raadslid met het daarop volgende volgnummer van de presentielijst enz. Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, bij voorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de primus wordt bepaald. Zie ook artikel 30, vierde lid van dit reglement. Artikel 19 Notulen Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een soortgelijk voorstel (wijziging notulen) is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Artikel 20 Ingekomen stukken Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 21 Spreekregels Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 22 Volgorde sprekers Het gaat hierbij niet om interrupties. Artikel 23 Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden.
Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp. Artikel 24 Spreektijd Interrupties tellen niet mee in de op grond van dit artikel toegekende reguliere spreektijd.
21
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing Dit artikel bevatte de bevoegdheid van de voorzitter om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen. De bevoegdheid van de voorzitter is nu in overeenstemming met artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet gebracht Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune is ook in dit artikel aangesloten op de bepalingen in de Gemeentewet en wordt ook verwezen naar de artikel 51 van dit reglement. Artikel 26 Beraadslaging/schorsing Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 23 van dit reglement). Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht.
Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. (bij voorbeeld de voorzitter van de deelgemeenteraad aan de beraadslaging over deelgemeenteaangelegenheden). Artikel 28 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort en krachtig moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming begint. Artikel 29 Beslissing Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 18. 21
Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. In aanvulling op De bepaling in artikel 30 lid 6, is gebaseerd op artikel 28 Gemeentewet, is ook de actuele lijn in de jurisprudentie van belang. De jurisprudentie richt zich op de mate van beïnvloeding van de besluitvorming door het raadslid met een persoonlijk belang of belang als vertegenwoordiger. Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 31 Stemming over amendementen en moties Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 35 en 36 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond.
Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde derde lid niet van toepassing. Artikel 32 Stemming over personen Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden. De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen en ontslag van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd en is daarmee geheim. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen. In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement. Artikel 33 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 34 Beslissing door het lot Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad Artikel 35 Amendementen Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 23). Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 31. Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Artikel 36 Moties Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis.
Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 38 geregelde initiatiefvoorstellen. Artikel 37 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 38). Artikel 38 Initiatiefvoorstel Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen te doen.
Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. Het college dient de gelegenheid te krijgen een zienswijze in te dienen voordat de raad een besluit neemt. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel. Artikel 39 Collegevoorstel Terugnemen raadsvoorstel Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 40 Interpellatie Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een nietgeagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.
22
22
Artikel 41 Startnotitie Nieuwe activiteiten en aanpassing van beleid worden opgestart met de vaststelling van een startnotitie. Hierin wordt het probleem duidelijk gesteld en wordt aangegeven binnen welke kaders het probleem aangepakt dient te worden. Opstelling van de startnotitie geschiedt middels de 'checklist startnotitie’, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement. Op verzoek van de gemeenteraad en in het kader van het project “Kiezen voor Kwaliteit” heeft een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Beleid en Strategie, Projecten, Controlling en de Griffie in 2010 het huidige besluitvormingsproces kritisch tegen het licht gehouden. Deze herijking van het beleidsproces heeft geleid tot het voorstel om een nieuwe set van documenten in te voeren, de procedure op onderdelen aan te passen en een kwaliteitstoets toe te gaan passen met ingang van februari 2011 in werking treedt Artikel 42 Vragenuur Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid, van de nieuwe Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is dan ook een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een vragenuur voorafgaand aan iedere vergadering en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. Wel is bewust gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur.
Veelal fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. Artikel 43 Inlichtingen Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 5 Begroting en rekening Artikel 44 Procedure begroting en artikel 45 Procedure jaarrekening Deze artikelen behoeven geen toelichting. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald.
Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 46 Verslag; verantwoording Vervalt; opgenomen in het RvO van de raadscommissies artikel 13a Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, gesteld in artikel 43. Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen. Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.
Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het vierde lid.
Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad Artikel 47 Algemeen Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt, uitgezonderd de in artikel 24 van de Gemeentewet benoemde onderwerpen. Artikel 48 Besluiten-en afsprakenlijst In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde vijfde lid, van de Gemeentewet. Artikel 49 Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig. In artikel 23, lid 4, van de Gemeentewet staat dat indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt de verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort totdat de raad haar opheft. Artikel 50 Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd.
Het kan dus (zie bij voorbeeld artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij/zij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. De geheimhouding blijft van kracht totdat de raad haar opheft.
Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers Artikel 51 Toehoorders en pers Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties Dit artikel behoeft geen toelichting.
23
23
Artikel 53 Verbod Gebruik mobiele telefoons communicatiemiddelen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 53a Geen reclame-uitingen in de raadzaal Dit artikel behoeft geen toelichting.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 54 Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 55 In werking treden Dit artikel behoeft geen toelichting. Behoort bij raadsbesluit Gemeenteblad 2023/44 De Griffier,
24
24
Reglement van Orde voor de vergaderingen van raadscommissies van de gemeenteraad van Brunssum 2023 Opmerkingen 1-3-2023 Artikel 1 Instelling Zo spoedig mogelijk na aanvang van zijn zittingsperiode stelt de raad de raadscommissies in. Op gelijke wijze kan dit instellingsbesluit in de loop van de zittingsperiode worden herzien. De raadscommissies waarop dit reglement van toepassing is, zijn thans: 1. de commissie Middelen; 2. de commissie Burgerzaken; 3. de commissie Ruimte en Techniek; 4. de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden 5. de Rekeningcommissie; 6. de Auditcommissie.
Artikel 1 Instelling
Titel 1. Algemene bepalingen
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 2 Voorzitterschap 1. Aan het voorzitterschap van een commissie kan enkel door een lid van de raad invulling gegeven worden. 2. De aanwijzing van de technisch voorzitters van de commissies geschiedt bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode van de raad door de raad of bij instelling van de raadscommissies uit het midden van de raad en voorts tussentijds ter aanvulling van een vacature door het Presidium. De raad wijst maximaal vier voorzitters aan, die onderling afstemmen wie welke commissie voorzit. 3. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een van de andere voorzitters. 4. Vervallen 5. De raad kan een benoemde voorzitter ontslaan. 6. De fractie, waaruit de voorzitter van een commissie afkomstig is, heeft desgewenst de bevoegdheid een tweede lid voor die commissie voor te dragen. Het stemrecht gaat dan op dit toegevoegde lid over. 7.
Een voorzitter van een commissie beschikt over de volgende vaardigheden: - het op natuurlijke wijze gezag, respect en naleving van de vergaderregels afdwingen; - rekeningen houden met alle deelnemers bij een vergadering; - deelnemers op een vriendelijke wijze herinneren aan de naleving van vergaderregels; - aanvoelen waar een commissie naar toe wil en daarop inspelen door onder andere de juiste instrumenten voor te stellen (doorgeleiden naar de raad/ doorschuiven naar uitloop/ doorschuiven naar volgende commissievergadering/ doorschuiven naar informatie-avond/ teruggeven aan het college); - snel doordrongen is van de essentie van onderwerpen.
Artikel 2 Voorzitterschap
Artikel 3 Commissieleden 1. De door de fracties voorgedragen burgercommissieleden worden tegelijk met de instelling der van de commissies door de raad benoemd voor de zittingsduur van de raad. 2. Een lid c.q. plaatsvervangend lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Een aspirant commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium. 3. In een tussentijds ontstane vacature wordt door een fractie zo spoedig mogelijk voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in het Presidium. 4.Iedere raadsfractie is vertegenwoordigd door één raadslid en een daarvoor door de raad benoemd burgerfractielid, waarvan door het Presidium ontheffing verleend kan worden. maximaal 2 leden van de fractie. Een burgerfractiecommissielid kan vervangen worden door een raadslid. 5. Een burgercommissielid dient lid te zijn van een politieke partij maar hoeft niet op de kandidatenlijst van de betrokken partij/groepering bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezing voor te komen. Hij/zij dient woonachtig te zijn in de gemeente Brunssum. 6. Het burgercommissielid dient bij zijn benoeming en gedurende de deelname aan de commissie te voldoen aan de vereisten die zijn neergelegd in de artikelen 10 tot en met 13 en 15 van de Gemeentewet.
7.Aanwezige burgerfractiecommissieleden die het woord bij agendapunten voeren ondertekenen de presentielijst en komen in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de “Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden” Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Brunssum 2019. Voorafgaand aan de vergadering wordt bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie namens de partij/groepering als woordvoerder optreedt. 8.Indien een fractie daaraan behoefte heeft kan zij naast het raadslid of het burgerfractielid burgercommissielid een plaatsvervangend-burgerfractielid burgercommissielid de vergadering laten bijwonen en laten deelnemen aan de commissie. Een plaatsvervangend aspirant-burgercommissielid dient te voldoen aan de in lid 5 en 6
Artikel 3 Commissieleden VVD: Aspirant commissielid in de zaal aanwezig noodzakelijk? Kan vergadering ook vanaf tribune volgen.
25
PAK: Geen eed aflegging. Verantwoording fractie/ partij!
25
van dit artikel genoemde voorwaarden. 9.De voordracht van een aspirant-burgerfractielid burgercommissielid vindt plaats in het Presidium. 10. Indien een plaatsvervangend aspirant-burgerfractiecommissielid aan de vergadering deelneemt wordt voorafgaand aan de vergadering bij de voorzitter kenbaar gemaakt wie als woordvoerder namens de partij/groepering optreedt. Artikel 4 Griffier 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 107a der van de Gemeentewet wijst de griffier (een) commissiegriffier plaatsvervanger(s) aan. 2. De (commissie) plaatsvervangend griffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. De griffier regelt de vervanging van de commissiegriffier plaatsvervangend griffier indien deze verhinderd is als zodanig op te treden. 4. De (plaatsvervangend) griffier kan op uitnodiging aan de beraadslaging aan iedere commissievergadering deelnemen.
Artikel 4 Griffier
Artikel 5 Verslaglegging 1. Bij het begin van een commissievergadering wordt, indien mogelijk, de concept besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 2. De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering te doen, indien het verslag onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering kan voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier worden ingediend. 3. De notulen bestaan minimaal uit: a. de besluitenlijst; b. een geluids –video opname van de betreffende commissievergadering. 4. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de commissie heeft geadviseerd; d. een overzicht van het verloop van elke stemming; 5. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden zo spoedig mogelijk op het internet geplaatst; 6. De besluitenlijst alsmede de geluidsopname worden tot stand gebracht onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier. 7. De besluitenlijst van een gezamenlijke commissievergadering wordt vastgesteld in de commissie Middelen tenzij de gezamenlijke vergadering hierover een ander standpunt inneemt.
Artikel 5 Verslaglegging
Artikel 6 Bijeenroepen vergadering 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit door de raad nodig wordt geoordeeld. 2. De oproeping geschiedt door of namens de voorzitter van de commissie tenminste zes vijf dagen voorafgaand aan het houden van de vergadering, spoedeisende gevallen uitgezonderd. 3. De oproepingsbrief vermeldt plaats, dag en aanvangstijd van de vergadering, alsmede de agenda der vergadering. 4. In de agenda van de vergadering, die de te behandelen onderwerpen weergeeft, wordt per onderwerp aangegeven of de behandeling tot besluitvorming c.q. advisering dient te leiden of dat het stukken betreft die ter informatie of ter kennisname worden aangeboden. 5. De voorzitter van de commissie kan, na het verzenden van de oproepingsbrief als bedoeld in lid 2, in spoedeisende gevallen tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop betrekking hebbende stukken worden tegelijkertijd nagezonden dan wel ter inzage gelegd overeenkomstig het bepaalde in lid 34. 6. De commissieleden kunnen schriftelijk met opgave van redenen het Presidium verzoeken onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Een dergelijk verzoek bevat een korte uiteenzetting van het te behandelen onderwerp en dient uiterlijk 30 uur vóór de vergadering van het Presidium bij de griffier te worden ingediend.
Artikel 6 Bijeenroepen vergadering
Artikel 7 1. De stukken, die betrekking hebben op de in een commissievergadering te behandelen zaken worden tegelijk met de oproeping van de leden ter inzage gelegd en voor zover nodig en mogelijk digitaal aan de leden ter beschikking 2. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.
Artikel 7
26
26
Artikel 8 Openbaarheid van vergaderingen 1. De commissies vergaderen in het openbaar, behoudens in de gevallen, dat a. de raad bij het vragen van een advies over een bepaalde aangelegenheid uitdrukkelijk aan de commissie verzoekt daarover niet in het openbaar te vergaderen; b. de commissie zelf beslist, dat de vergadering of een gedeelte daarvan niet in het openbaar wordt gehouden rekening houdende met artikel 82, lid 5 juncto artikel 23 lid 2 van de Gemeentewet. 2. Tijdens een openbare vergadering worden de deuren gesloten, indien één der leden het vordert of de voorzitter het nodig oordeelt. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en/of besloten. 3. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de commissie anders bepaalt. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de commissie of de raad haar opheft. Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de commissie of de raad haar opheft. 5. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuurartikel 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van de commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de commissie overleggen. Hiervan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 6. Indien de commissie zich terzake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de Raad haar opheft.
Artikel 8 Openbaarheid van vergaderingen
Artikel 9 Openbare bekendmaking c.a van agenda en bijlagen en orde vergaderingen 1. Van de openbare vergadering worden dag, plaats en aanvangstijd, alsmede de daarin te behandelen onderwerpen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk tegelijk met de oproeping der leden ter openbare kennis gebracht door middel van aankondiging in een weekblad huis-aan-huisblad dat algemeen in de gemeente verspreid wordt, alsmede via het internet. door plaatsing op de website van de gemeente en via social media. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid voor elke belanghebbende c.q. belangstellende om in die vergadering het woord te voeren over de te behandelen agendapunten. Vergaderingen van de commissie worden in principe op dinsdagavond parallel aan elkaar gehouden. 2. De agenda van de onderwerpen die in de openbare vergadering zullen worden behandeld alsmede de stukken bij de betreffende onderwerpen zijn uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de vergadering via het internet voor eenieder te raadplegen. Stukken die vijf dagen voor behandeling in de commissie niet zijn gepubliceerd, worden niet in behandeling genomen. 3.
De voorzitter: - zit vergaderingen technisch voor; - ziet strak toe op vergaderregels; o de bespreking van agendapunten blijft binnen het betreffende agendapunt; o herhalingen worden voorkomen; o vragen worden gesteld zonder politieke mening te geven; - controleert of vragen beantwoord zijn, zonder daarbij direct op de inhoud van antwoorden in te gaan; - vat de behandeling van agendapunten samen; - herhaalt toezeggingen. - Leest het raadsbesluit voor 4. De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde van de vergadering. Hij/zij is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, hen die daarvoor verantwoordelijk zijn of alle toehoorders te doen verwijderen. 5. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 9 Openbare bekendmaking van agenda en bijlagen en orde vergaderingen
Artikel 10 Quorum 1. Een commissie kan slechts beraadslagen en adviseren wanneer naast de voorzitter ten minste een meerderheid (de helft + een) van het aantal fracties vertegenwoordigd in de raad ter vergadering aanwezig is. 2. Indien bij een vergadering het vereiste aantal fracties niet is opgekomen, belegt de voorzitter, met een tussenruimte van ten minste 48 uur, een nieuwe vergadering, welke wordt gehouden ongeacht het aantal opgekomen fracties.
Artikel 10 Quorum VVD: Hoe wordt met de helft + een omgegaan bij een oneven aantal raadsfracties?
LBL: Art 8 openbaarheid en niet openbaarheid Ook hier geldt dat we soms verkrampt doen neem de discussie avonden Informeel bijpraten heeft zin maar een stuk op papier zetten en dan geheim overleggen is een vreemde Ook dit zou uitzondering moeten zijn En hoe wll je burgercommissie leden dezelfde zwijgplicht opleggen als raadsleden juridisch gezien?
27
27
Artikel 11 Stemming De leden onthouden zich van de beoordeling van zaken, die hen rechtstreeks of middellijk aangaan (= alle ter zake doende intensieve persoonlijke relaties) en of als vertegenwoordiger betrokken zijn.
Artikel 11 Stemming
Artikel 12 Toelating niet-leden 1. De burgemeester of een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen. 2. Leden van het college zijn bevoegd zich terzijde te laten staan door gemeente-ambtenaren en deskundigen van buiten het gemeentelijk apparaat. De aldus voor het opstellen van een aan een commissie voorgelegd advies verantwoordelijke beleidsambtenaar c.q. deskundige wordt, indien de voorzitter en/of een of meerdere leden dat wensen, de gelegenheid geboden zijn advies ten overstaan van de commissie toe te lichten.