Raadsvoorstel 44 (bijlage 1 versie 2) RvO raad 2023 en raadscommissies 2023 (aanpassingen in kleur + blanco concept)
Tekst van het document
Reglement 2018 raad met: Aanpassingen nav input en werksessies Vervallen nav input en werksessies Aanpassingen nav wijziging gemeentewet m.i.v. 1-1-2023 Aanpassingen nav wijziging gemeentewet m.i.v. 1-4-2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Concept 2023 incl. wijzigingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger op grond van artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet; de vervanger/plaatsvervangend of 2e plaatsvervangend voorzitter is een door de raad aangewezen raadslid.. b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering; f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel, door een raadslid of raadsleden ingebracht ter besluitvorming waarop B&W een zienswijze heeft kunnen afgeven. g. commissie: een raadscommissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; h. De notulen: de besluitenlijst en geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering; i. Presidium: ingesteld door de raad, bestaande uit de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, de fractievoorzitters en de griffier, handelt conform het door de raad vastgestelde reglement van orde voor vergaderingen van het presidium; j.
Informatieavond: openbare informerende avond over nieuwe en lopende onderwerpen; k. Discussieavond: besloten avond over onderwerpen met een opiniërende functie.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger op grond van artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet; de vervanger/plaatsvervangend of 2e plaatsvervangend voorzitter is een door de raad aangewezen raadslid. b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; c. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; d. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering; e. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel, door een raadslid of raadsleden ingebracht ter besluitvorming waarop B&W een zienswijze heeft kunnen afgeven; f. commissie: een raadscommissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; g. De notulen: de besluitenlijst en geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering; h. Presidium: ingesteld door de raad, bestaande uit de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, de fractievoorzitters en de griffier, handelt conform het door de raad vastgestelde reglement van orde voor vergaderingen van het presidium; i. Informatieavond: openbare informerende avond over nieuwe en lopende onderwerpen; j. Discussieavond: besloten avond over onderwerpen met een opiniërende functie.
Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering van de raad, de vergadering van het presidium; b. het handhaven van de (vergader)orde; c. het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem/haar verder opdraagt
Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering van de raad, de vergadering van het presidium; b. het handhaven van de (vergader)orde; c. het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem/haar verder opdraagt.
Artikel 3 De griffier 1. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van de raad en het presidium aanwezig. 2. Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter/raadslid wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 3 De griffier 1. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van de raad en het presidium aanwezig; 2. Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter/raadslid wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 4 De secretaris De raad kan al dan niet op verzoek van de voorzitter het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering van de raad aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 4 De secretaris De raad kan, al dan niet op verzoek van de voorzitter, het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering van de raad aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 5 Het presidium 1. De raad heeft een presidium. 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en indien deze ook fractievoorzitter is, is hij/zij in het presidium aanwezig als fractievoorzitter. Indien de voorzitter verhinderd is, dan vervangt de plaatsvervangend voorzitter en kan de plaatsvervangend fractievoorzitter in het presidium aanwezig zijn. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3. De voorzitter of het presidium kan kunnen voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium. 4. In geval een fractievoorzitter niet in de vergadering van het presidium aanwezig kan zijn wijst deze adhoc een lid van zijn raadsfractie als zijn plaatsvervanger aan. 5. Elke fractievoorzitter of zijn plaatsvervanger heeft één stem in het presidium. 6. Raads- en commissieleden en de leden van het college kunnen de vergaderingen van het presidium als toehoorder bijwonen. Overige belangstellenden kunnen alleen op uitnodiging van het presidium een vergadering van het presidium als toehoorder bijwonen. 7. Voor het presidium wordt door de raad een eigen reglement van orde opgesteld, waarin de bevoegdheden en positie van het presidium nader omschreven worden
Artikel 5 Het presidium 1. De raad heeft een presidium; 2. Voor het presidium wordt door de raad een eigen reglement van orde opgesteld, waarin de bevoegdheden en positie van het presidium nader omschreven worden.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
1
1
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties
Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1. De raad stelt een Commissie Onderzoek Geloofsbrieven in bestaande uit drie van zijn leden die door de raad op voorstel van de voorzitter worden gekozen voor de duur van één raadsperiode. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en de processenverbaal van de stembureaus. De commissie onderzoekt tevens de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders conform de eisen van de Gemeentewet. Bij afwezigheid van een van de leden van deze commissie kan de raad ad hoc een raadslid ter tijdelijke vervanging aanwijzen. 2. Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de donderdag woensdag in de periode van 23 29 maart tot en met 4 april. 3. Deze commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen 7. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1. De raad stelt een Commissie Onderzoek Geloofsbrieven in bestaande uit drie van zijn leden die door de raad op voorstel van de voorzitter worden gekozen voor de duur van één raadsperiode. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en de processenverbaal van de stembureaus. De commissie onderzoekt tevens de geloofsbrieven van kandidaatwethouders conform de eisen van de Gemeentewet. Bij afwezigheid van een van de leden van deze commissie kan de raad ad hoc een raadslid ter tijdelijke vervanging aanwijzen; 2. Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de woensdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april; 3. Deze commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt; 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen; 5.
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen; 6. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen; 7. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot raadslid of aanvaarding van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis.
WETHOUDERS 8. De burgemeester geeft de opdracht voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. De benoeming is niet eerder dan dat de uitslag bij de burgemeester bekend is. Indien de uitkomst van de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure zoals omschreven in de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018”. Kandidaat-wethouders dienen te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en registratie BKR ten behoeve van de risicoanalyse integriteit. Bij de benoeming is de beoogde wethouder in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden 9. De wethouder legt de eed of belofte af alvorens de functie te kunnen uitoefenen 10. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot wethouder of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis
WETHOUDERS 8. De burgemeester geeft de opdracht voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. De benoeming is niet eerder dan dat de uitslag bij de burgemeester bekend is. Indien de uitkomst van de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure zoals omschreven in de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018”. Kandidaat-wethouders dienen te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en registratie BKR ten behoeve van de risicoanalyse integriteit. Bij de benoeming is de beoogde wethouder in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan drie maanden; 9. De wethouder legt de eed of belofte af alvorens de functie te kunnen uitoefenen; 10. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot wethouder of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis.
Artikel 7 Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. a. Indien: 1) één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2) twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3) één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan c. De nieuwe fractie dient geregistreerd te zijn als nieuwe vereniging bij de KvK igv de nieuwe fractie burgercommissieleden inzet.
Artikel 7 Fractie 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd; 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren; 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter; a. Indien: 1) één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2) twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3) één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan; c. De nieuwe fractie dient geregistreerd te zijn als nieuwe vereniging bij de KvK igv de nieuwe fractie burgercommissieleden inzet.
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad
Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad
2
2
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.00 uur, eindigen om 22.30 uur, tenzij de raad incidenteel besluit tot voortzetting tot uiterlijk 23.00 uur en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis. 2. Indien de agenda van de raadsvergadering niet om uiterlijk 23.00 uur afgehandeld is, wordt in de regel besloten de raadsvergadering te schorsen en voort te zetten op de volgende dag dan wel de vergadering te sluiten en de resterende niet aan tijd gebonden punten naar de eerstvolgende raadsvergadering te verschuiven. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij/zij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium. 4. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. In het laatst genoemde geval dient die vergadering binnen 14 dagen na indiening van het verzoek plaats te vinden. 5.
Ingeval er sprake is van voortzetting van de raadsvergadering, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, alsmede indien er sprake is van een extra raadsvergadering zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, vangen deze vergaderingen aan om 19.00 uur, eindigen wanneer de agenda is afgewerkt en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis
Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.00 uur, eindigen om 22.30 uur, tenzij de raad incidenteel besluit tot voortzetting en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis; 2. Indien de agenda van de raadsvergadering niet afgehandeld is, wordt in de regel besloten de raadsvergadering te schorsen en voort te zetten op de volgende dag dan wel de vergadering te sluiten en de resterende niet aan tijd gebonden punten naar de eerstvolgende raadsvergadering te verschuiven; 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij/zij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium; 4. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. In het laatst genoemde geval dient die vergadering binnen 14 dagen na indiening van het verzoek plaats te vinden; 5.
Ingeval er sprake is van voortzetting van de raadsvergadering, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, alsmede indien er sprake is van een extra raadsvergadering zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, vangen deze vergaderingen aan om 19.00 uur, eindigen wanneer de agenda is afgewerkt en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis.
Artikel 9 Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep gepubliceerd. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, derde lid van dit reglement, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering gepubliceerd
Artikel 9 Oproep 1. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel; 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep gepubliceerd; 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, derde lid van dit reglement, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering gepubliceerd.
Artikel 10 Agenda 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden, indien er sprake is van de situatie zoals bedoeld in art. 8 lid vier 4 van dit reglement. De raadsagenda zal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden. 2. De agenda van de raad kent twee delen, waaraan op basis van het advies van haar commissies invulling gegeven wordt. Ten eerste zal er een lijst samengesteld worden van akkoordstukken (A-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk in stemming gebracht zonder beraadslaging. Over een motie of amendement op een Akkoord-stuk wordt eveneens niet beraadslaagd. Een lid van de raad kan een stemverklaring afgeven. De tweede lijst bestaat uit Bespreekstukken (B-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk, inhoudelijk behandeld en in stemming gebracht. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. 4. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast. 5.
Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4 van dit reglement. 6. Wanneer de raad een agendapunt onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij/zij dit agendapunt terugverwijzen naar een commissie of het college. 7. Een eenmaal aan de raad toegezonden raadsvoorstel, kan enkel met toestemming van de gemeenteraad weer van de agenda afgevoerd worden. 8. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 10 Agenda 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden, indien er sprake is van de situatie zoals bedoeld in art. 8 lid 4 van dit reglement. De raadsagenda zal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden; 2. De agenda van de raad kent twee delen, waaraan op basis van het advies van haar commissies invulling gegeven wordt. Ten eerste zal er een lijst samengesteld worden van akkoordstukken (A-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk in stemming gebracht zonder beraadslaging. Over een motie of amendement op een Akkoord-stuk wordt eveneens niet beraadslaagd. Een lid van de raad kan een stemverklaring afgeven. De tweede lijst bestaat uit Bespreekstukken (B-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk, inhoudelijk behandeld en in stemming gebracht; 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. 4. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast. 5.
Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4 van dit reglement; 6. Wanneer de raad een agendapunt onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij/zij dit agendapunt terugverwijzen naar een commissie of het college; 7. Een eenmaal aan de raad toegezonden raadsvoorstel, kan enkel met toestemming van de gemeenteraad weer van de agenda afgevoerd worden; 8. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 11 De wethouder/burgemeester 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen. 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn
Artikel 11 De wethouder/burgemeester 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen; 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen; 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.
3
3
Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. De vergaderstukken worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor eenieder gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de griffie ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 87 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.
Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. De vergaderstukken worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor eenieder gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de griffie ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.
Artikel 13 Openbare kennisgeving 1. De raadsvergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis aan huisbladen, alsmede door plaatsing op de website van de gemeente en via social media ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17, waarin het spreekrecht kort wordt toegelicht
Artikel 13 Openbare kennisgeving 1. De raadsvergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis aan huisbladen, alsmede door plaatsing op de website van de gemeente en via social media ter openbare kennis gebracht; 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17, waarin het spreekrecht kort wordt toegelicht.
Paragraaf 2 Orde der vergadering
Paragraaf 2 Orde der vergadering
Artikel 14 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 14 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 15 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering van de raad zijn uitgenodigd.
Artikel 15 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen; 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium; 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering van de raad zijn uitgenodigd.
Artikel 16 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3. Bij tussentijds ontbreken van het quorum sluit de voorzitter de raadsvergadering na zich van dit ontbreken te hebben overtuigd via hoofdelijke oproeping 4. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
Artikel 16 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is; 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet; 3. Bij tussentijds ontbreken van het quorum sluit de voorzitter de raadsvergadering na zich van dit ontbreken te hebben overtuigd via hoofdelijke oproeping; 4. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
4
4
Artikel 17 Spreekrecht burgers De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in beginsel openbaar en vinden plaats in de raadzaal van het gemeentehuis in Brunssum. De agenda en de bijbehorende raadsvoorstellen zijn minimaal 8 werkdagen voor de raadsvergadering te raadplegen via de vergaderkalender. 1. Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezige burgers van Brunssum en daarbuiten gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde maatschappelijk relevante onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. c. Wettelijk geschil over geagendeerd onderwerp 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk tot 4 uur voor de aanvang van de raadsvergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp van de agenda waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn.
De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er is voor de inspreker of raad geen ruimte om in debat te gaan.
Artikel 17 Spreekrecht burgers De vergaderingen van de gemeenteraad zijn in beginsel openbaar en vinden plaats in de raadzaal van het gemeentehuis in Brunssum. De agenda en de bijbehorende raadsvoorstellen zijn minimaal 8 werkdagen voor de raadsvergadering te raadplegen via de vergaderkalender. 1. Na de opening van de raadsvergadering kunnen burgers van Brunssum en daarbuiten gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over maatschappelijk relevante onderwerpen; 2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; c. Wettelijk geschil over geagendeerd onderwerp; 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk tot 4 uur voor de aanvang van de raadsvergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp van de agenda waarover hij het woord wil voeren; 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn.
De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd; 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er is voor de inspreker of raad geen ruimte om in debat te gaan.
Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming in volgorde van de presentielijst.
Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming in volgorde van de presentielijst.
Artikel 19 Notulen 1. De besluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De concept besluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 2. Bij het begin van de raadsvergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend 30 uur voorafgaand aan de raadsvergadering. 4. De notulen moeten inhouden: a. de besluitenlijst en b. een geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering 5. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de raad heeft besloten; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming moeten onthouden; e.
de tekst van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen. 6. De besluitenlijst alsmede de geluids- en/of video-opname worden opgesteld onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier of diens plaatsvervanger. 7. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier of diens plaatsvervanger ondertekend.
Artikel 19 Notulen 1. De besluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep; 2. Bij het begin van de raadsvergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld; 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend 30 uur voorafgaand aan de raadsvergadering; 4. De notulen moeten inhouden: a. de besluitenlijst; b. een geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering; 5. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de raad heeft besloten; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming moeten onthouden; e. de tekst van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, moties en amendementen; 6.
De besluitenlijst alsmede de geluids- en/of video-opname worden opgesteld onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier of diens plaatsvervanger; 7. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier of diens plaatsvervanger ondertekend.
Artikel 20 Ingekomen stukken 1. Aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op een lijst gezet, voorzien van een procedurevoorstel. 2. De griffier draagt direct zorg voor de afhandeling doorzending naar de vakafdeling alsmede een bericht aan de briefschrijver. 3. De opgestelde lijst wordt achteraf ter goedkeuring aan het presidium aangeboden. 4. De door het presidium vastgestelde lijst wordt voor de raadsleden op het niet openbare gedeelte van de website gepubliceerd, waarbij de stand van zaken direct inzichtelijk is.
Artikel 20 Ingekomen stukken 1. Aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op een lijst gezet, voorzien van een procedurevoorstel; 2. De griffier draagt direct zorg voor de doorzending naar de vakafdeling; 3. De opgestelde lijst wordt achteraf ter goedkeuring aan het presidium aangeboden.
5
5
Artikel 21 Spreekregels 1. De voorzitter geeft bij de start van de behandeling van een agendapunt kort aan wat het onderwerp is en welk besluit voorligt. 2. De leden van de raad en overige aanwezigen richten zich tot de voorzitter. 3. Tijdens de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats, met uitzondering van korte verhelderende vragen via de voorzitter. 4. Sprekers voeren in principe het woord vanaf de voor hen bestemde spreekplaats het katheder (incl. microfoon). In de raadzaal is er één spreek katheder en één interruptiemicrofoon aanwezig. De voorzitter voert het woord via een microfoon op zijn/haar zitplaats. Voor interrupties wordt gebruik gemaakt van de interruptiemicrofoon. 5. De spreker die niet in staat is te spreken via de voor hem /haar bestemde spreekplaats kan het woord voeren via een microfoon op zijn of haar zitplaats. 6. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 21 Spreekregels 1. De voorzitter geeft bij de start van de behandeling van een agendapunt kort aan wat het onderwerp is en welk besluit voorligt; 2. De leden van de raad en overige aanwezigen richten zich tot de voorzitter; 3. Tijdens de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats, met uitzondering van korte verhelderende vragen via de voorzitter; 4. Sprekers voeren in principe het woord vanaf het katheder (incl. microfoon). In de raadzaal is er één katheder en één interruptiemicrofoon aanwezig. De voorzitter voert het woord via een microfoon op zijn/haar zitplaats. Voor interrupties wordt gebruik gemaakt van de interruptiemicrofoon; 5. De spreker die niet in staat is te spreken via de voor hem /haar bestemde spreekplaats kan het woord voeren via een microfoon op zijn of haar zitplaats; 6. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 22 Volgorde sprekers 1. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers en kan wijzigt de volgorde per agendapunt wijzigen. 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem/haar verkregen te hebben. 3. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de raadsvergadering.
Artikel 22 Volgorde sprekers 1. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers en kan de volgorde per agendapunt wijzigen; 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem/haar verkregen te hebben; 3. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de raadsvergadering.
Artikel 23 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een fractie mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. de fractie die een (sub)amendement, een motie (vreemd aan de orde van de dag) of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie (vreemd aan de orde van de dag) of dat initiatiefvoorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend interrupties en het spreken over een voorstel van orde. 6. Ter vergadering wordt een overzicht van woordvoerders per agendapunt verstrekt. 7. Er is één woordvoerder per fractie per termijn. Interrupties zijn mogelijk van meerdere fractieleden.
Artikel 23 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist; 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten; 3. Een fractie mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel; 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. de fractie die een amendement, een motie (vreemd aan de orde van de dag) of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie (vreemd aan de orde van de dag) of dat initiatiefvoorstel; 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend interrupties en het spreken over een voorstel van orde; 6. Ter vergadering wordt een overzicht van woordvoerders per agendapunt verstrekt; 7. Er is één woordvoerder per fractie per termijn. Interrupties zijn mogelijk van meerdere fractieleden.
Artikel 24 Spreektijd 1. Als regel geldt per fractie is een spreektijd bij wijze van proef een totale spreektijd per van maximaal15 minuten per agendapunt. Voor de gemeentelijke begroting en de Perspectiefnota geldt per fractie een spreektijd bij wijze van proef van maximaal 25 minuten en voor het college van B&W van maximaal 90 minuten.
Artikel 24 Spreektijd 1. Per fractie is een spreektijd van maximaal 15 minuten per agendapunt. Voor de gemeentelijke begroting geldt per fractie een spreektijd van maximaal 25 minuten en voor het college van B&W van maximaal 90 minuten; 2. Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen, dat afwijkt van het bepaalde in lid 1 van dit artikel; 3. Een lid van het college heeft, voor zover deze deelneemt aan de beraadslagingen van de raad, een spreektijd van maximaal 15 minuten.
2. 3.
Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen, dat afwijkt van het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Een lid van het college heeft, voor zover deze deelneemt aan de beraadslagingen van de raad, een spreektijd van maximaal 15 minuten in de eerste spreektermijn en maximaal 7,5 minuten in de tweede spreektermijn.
6
6
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 2. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 3. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 4. Indien een spreker naar mening van de voorzitter, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 5. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 6.
De voorzitter kan aan de raad voorstellen aan een lid van de raad of het college dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken; 2. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen; 3. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden; 4. Indien een spreker naar mening van de voorzitter, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen; 5. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten; 6.
De voorzitter kan aan de raad voorstellen een lid van de raad of het college dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 26 Beraadslaging/schorsing 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is 3. Diegene die de schorsing aanvraagt, heeft bij hervatting van de vergadering als eerste het woord.
Artikel 26 Beraadslaging/schorsing 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen; 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is; 3. Diegene die de schorsing aanvraagt, heeft bij hervatting van de vergadering als eerste het woord.
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging; 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 28 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort en krachtig te motiveren.
Artikel 28 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort en krachtig te motiveren.
Artikel 29 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij/zij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter indien noodzakelijk het voorstel over de het te nemen eindbeslissing besluit.
Artikel 29 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij/zij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist; 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd; 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter indien noodzakelijk het voorstel over het te nemen besluit.
7
7
Paragraaf 3 Procedures bij stemming
Paragraaf 3 Procedures bij stemming
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt, onder vermelding van het te nemen besluit, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming unaniem is aangenomen. 2. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen, ten behoeve van de geluids en/of video opname zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement, mededelen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben moeten onthouden. 3. De leden brengen de stem uit door middel van handopsteking. 4. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen; dit is niet van toepassing in geval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; en in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de Gemeentewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. 5.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en het aantal onthoudingen van stemmen. Hij/zij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 6. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming de beraadslaging en stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort. c. Op de beraadslaging en stemming, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing 7. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. 8. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij/zij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het voorgaande lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt, onder vermelding van het te nemen besluit, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel unaniem is aangenomen; 2. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen, ten behoeve van de geluids en/of video opname zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement, mededelen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te moeten onthouden; 3. De leden brengen de stem uit door middel van handopsteking; 4. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen; dit is niet van toepassing in geval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; en in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de Gemeentewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld; 5.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en het aantal onthoudingen van stemmen; 6. Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort; c. Op de beraadslaging en stemming, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing; 7. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje; 8. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij/zij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het voorgaande lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.
Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming 1. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 2. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 3. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 4. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 5. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij/zij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 6. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming 1. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling; 2. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst; 3. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen; 4. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging; 5. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij/zij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering; 6. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend;
7.
Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 31 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie