CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 41 (bijlage) jaarrekening 2020, begrotingswijziging 2021 en ontwerpbegroting 2022 inclusief meerjarenraming voor 2023 en 2024.pdf

Raadsvergadering 8 juni 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: KBL 1-ste Begrotingswijziging 2021, begroting 2022 ev, jaarrekening 2020; Gemeenteblad 2021/4127.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Openbaar lichaam Kredietbank Limburg

Begrotingswijziging 2021

B. Grasmeijer Controller April 2021

1

Inhoudsopgave 1

INLEIDING

3

2

RESULTAAT

3

3

BEGROTINGSWIJZIGING 2021

4

4

TOELICHTING OP DE BEGROTINGSWIJZIGING 2021

4.1 4.2

Baten Lasten

5

5

BIJLAGE: GESCHATTE OPBRENGSTEN PER GR-GEMEENTE

5 7

10

2

1

INLEIDING

Voor u ligt de begrotingswijziging over het boekjaar 2021 van de Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening ofwel Kredietbank Limburg (KBL). In de vergadering van het Dagelijks Bestuur van 1 december 2017 is besloten dat Kredietbank Limburg met ingang van 2018 met bestuursrapportages gaat werken in het voorjaar en in het najaar met daaraan gekoppeld een begrotingswijziging, als dat aan de orde is. Deze begrotingswijziging is gebaseerd op nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht ten opzichte van de vorig jaar opgestelde begroting 2021. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn, als gevolg van de covid-19 pandemie, grotendeels gebaseerd op de startprognose 2020, rekening houdend met de aangepaste tarieven als gevolg van indexatie. De dienstverleningsovereenkomsten worden voor de GR-gemeenten vanaf 2019 niet meer opgesteld maar wordt er gewerkt met zo realistisch mogelijke inschattingen op basis van de trends en de actualiteit. Deze begrotingswijziging wordt vergeleken met de primaire begroting 2021. Significante verschillen en ontwikkelingen zullen worden toegelicht. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met de realisatie over 2020. Bij het opstellen van de najaarsmarap 2021 wordt het exploitatieresultaat over de periode januari tot en met september 2021 vergeleken met de begrotingswijziging en de primaire begroting.

In deze rapportage zal bovendien de najaarsprognose 2021 worden opgesteld, waarin het te verwachten exploitatieresultaat over geheel 2021 zal worden geschat. Indien aan de orde dan kan dit resulteren in een 1e begrotingswijziging over 2021.

2

RESULTAAT

Resultaat 2021 In 2018 is er voor de eerste keer gebruik gemaakt van een begrotingswijziging. De oorzaken hiervan lagen in de stijging van het aantal complexe bewindvoeringszaken, het ziekteverzuim en de perikelen rondom Stratech. Ook voor 2019 is een begrotingswijziging noodzakelijk gebleken, echter van een lagere omvang dan verwacht. Voor 2020 is geen begrotingswijziging noodzakelijk gebleken. Ten opzichte van de primaire begroting 2021 worden er in totaliteit lagere opbrengsten verwacht. Als gevolg van de covid-19 pandemie zijn de opbrengsten nagenoeg gelijk aan de startprognose 2020. Hierdoor wordt de verwachte groei conform de primaire begroting 2021 niet gehaald. Daartegenover staan met name minder salariskosten en beheerslasten. De hogere kosten van inhuur betreffen met name projecten. Bij de primaire begroting 2021 was er geen sprake van een bijdrage van de GR-gemeenten. Dit geldt ook voor de begrotingswijziging. De daling van de opbrengsten dienstverlening worden gecompenseerd door de daling van de lasten. Hierdoor blijft de bijdrage van GRgemeenten nihil. In de voorjaars- en najaarsmanagementrapportage in 2021 zal over de ontwikkeling van de opbrengsten en kosten worden gerapporteerd.

3

3

BEGROTINGSWIJZIGING 2021

Begrotingswijziging 2021

Primaire Begroting 2021

Verschil

Realisatie

2021

2020

Baten: Preventie, vroegsignalering & educatie Preventieprojecten subtotaal

326.000 100.000 426.000

329.000 50.000 379.000

-3.000 50.000 47.000

337.608 68.598 406.206

1.487.000

1.339.000

148.000

1.243.305

217.000

220.000

-3.000

216.396

Inkomensbeheer & -ondersteuning Budgetbeheer (BBR) Bewindvoering BBR-Maatwerk subtotaal

1.336.000 2.123.000 376.000 3.835.000

1.443.000 2.347.000 456.000 4.246.000

-107.000 -224.000 -80.000 -411.000

1.409.181 1.961.044 230.167 3.600.392

Schuldenaanpak

4.064.000

4.099.000

-35.000

3.918.336

0

0

0

0

Overige bedrijfsopbrengsten

30.000

30.000

0

20.154

Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille

75.000

75.000

0

-24.438

252.000 -1.000 251.000

259.000 -1.000 258.000

-7.000 0 -7.000

249.358 -297 249.062

0

0

0

130.495

10.385.000

10.646.000

-261.000

9.759.908

8.021.000 51.000 250.000 63.000 83.000 252.000 1.129.000 385.000 75.000 76.000

8.423.000 51.000 56.000 63.000 94.000 262.000 1.049.000 419.000 75.000 154.000

-402.000 0 194.000 0 -11.000 -10.000 80.000 -34.000 0 -78.000

7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 -24.438 0

10.385.000

10.646.000

-261.000

9.759.908

0

0

0

0

Instroom & Diagnose Sociale kredietverstrekking (intakegesprekken)

Nazorg

Rentemarge Renteopbrengsten Rentelasten rentemarge Bijdrage GR-gemeenten in expl. res.

Totale baten Lasten Salarissen Wachtgelduitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Bureau- en administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening Onvoorzien

Totale lasten Exploitatieresultaat

4

4

TOELICHTING OP DE BEGROTINGSWIJZIGING 2021

4.1 Baten Algemeen Naar verwachting zal met name de vraag naar dienstverlening in het kader van schuldhulpverlening en beschermingsbewind de komende jaren toenemen. In de bijlage (hoofdstuk 5) zijn de geschatte opbrengsten per GR-gemeente weergegeven. De begrotingswijziging 2021 is gebaseerd op de Kadernota 2022. Preventie, vroegsignalering en educatie

Preventie, vroegsignalering en educatie Preventieprojecten Totaal

Begrotingswijziging 2021 € 326.000 € 100.000 € 426.000

Begroting 2021 € 329.000 € 50.000 € 379.000

Verschil € € €

3.00050.000 47.000

Realisatie 2020 € 337.608 € 68.598 € 406.206

De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 47.000 hoger dan de primaire begroting 2021. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 20.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Instroom en Diagnose

Instroom en Diagnose

Begrotingswijziging 2021 € 1.487.000

Begroting 2021 € 1.339.000

Verschil €

148.000

Realisatie 2020 € 1.243.305

De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 148.000 hoger dan de primaire begroting 2021. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 244.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Sociale kredietverstrekking (intakes)

Intakegesprekken kredietverlening

Begrotingswijziging 2021 € 217.000

Begroting 2021 € 220.000

Verschil €

3.000-

Realisatie 2020 € 216.396

De primaire begroting voor 2021 e.v. is gebaseerd op het aantal te verwachten dienstverleningsgesprekken van 1.180 stuks. De begrotingswijziging is gebaseerd op 1.140 declarabele gesprekken. De opbrengt is € 3.000 lager is dan oorspronkelijk begroot. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn gelijk aan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Inkomensbeheer en -ondersteuning: Budgetbeheer (BBR)

Bugetbeheer (BBR)

Begrotingswijziging 2021 € 1.336.000

Begroting 2021 € 1.443.000

Verschil €

107.000-

Realisatie 2020 € 1.409.181

5

Bij de primaire begroting en de begrotingswijziging 2021 is uitgegaan van 1.800 stuks. Bij het opstellen van de begroting 2021 viel budgetcoaching onder BBR. Bij het opstellen van de begroting is daar ook rekening mee gehouden. Vanaf 2021 valt Budgetcoaching onder BBR-Maatwerk. De opbrengst volgens de begrotingswijziging is € 107.000 lager dan de primaire begroting en € 73.000 lager dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Inkomensbeheer en -ondersteuning: Bewindvoering

Bewindvoering

Begrotingswijziging 2021 € 2.123.000

Begroting 2021 € 2.347.000

Verschil €

224.000-

Realisatie 2020 € 1.961.044

Na de lichte daling in 2020 wordt voor 2021 weer een lichte stijging van het aantal klanten bewindvoering verwacht. De opbrengst volgens de begrotingswijziging is € 224.000 lager dan de primaire begroting en € 162.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Inkomensbeheer en -ondersteuning: BBR-Maatwerk

BBR-Maatwerk

Begrotingswijziging 2021 € 376.000

Begroting 2021 € 456.000

Verschil €

80.000-

Realisatie 2020 € 230.167

Vanaf 2021 valt Budgetcoaching onder BBR-Maatwerk. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 80.000 lager dan de primaire begroting 2021. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging zijn € 146.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

Nazorg KBL 2.0 staat ook voor nazorg. Loslaten is het anders vastpakken! Deze dienstverlening is in ontwikkeling en wordt wel inmiddels in projectvorm bij Sittard-Geleen toegepast.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten

Begrotingswijziging 2021 € 30.000

Begroting 2021 € 30.000

Verschil €

-

Realisatie 2020 € 20.154

De verwachte opbrengsten projecten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn gelijk aan de primaire begroting en € 10.000 hoger dan de realisatie in 2020. Rentemarge Begrotingswijziging 2021 Rentebaten Rentelasten Rentemarge

€ € €

Begroting 2021

252.000 € 1.000- € 251.000 €

259.000 € 1.000- € 258.000 €

Verschil

Realisatie 2020

7.000- € € 7.000- €

249.358 297249.062

6

Vanaf 2021 is de rentecompensatie voor gederfde rentebaten van de gemeenten gedaald van 5,5% naar 4,5%. Het kredietvolume stijgt, met name als gevolg van het inzetten van saneringskredieten al instrument van schuldhulpverlening. De verwachte rentebaten in 2021 zijn € 7.000 lager dan de oorspronkelijke begroting. Het uitstaand saldo per 1 januari 2021 is € 3.500.000 terwijl de primaire begroting was gebaseerd op € 2.700.000. De rentelasten hebben voornamelijk betrekking op het rekening-courantkrediet. De rentelasten zijn naar verwachting gelijk aan de primaire begroting. De rentemarge in 2021 is derhalve € 7.000 lager dan de begroting over 2021. De opbrengsten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn € 2.000 hoger dan de gerealiseerde opbrengsten in 2020.

4.2 Lasten Salarissen

Salarissen

Begrotingswijziging 2021 € 8.021.000

Begroting 2021 € 8.423.000

Verschil €

402.000-

Realisatie 2020 € 7.647.566

Ultimo 2020 heeft KBL 118 fte aan medewerkers in dienst. De benodigde formatie conform de primaire begroting was 120 fte. De begrotingswijziging is op basis van voortschrijdend inzicht geschat op 118 fte. De salariskosten volgens de begrotingswijziging zijn € 402.000 lager dan de oorspronkelijk begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging over 2021 zijn € 373.000 hoger dan de realisatie in 2020. Een risico voor 2021 is dat geen rekening is gehouden met eventuele consequenties van het toepassen van de diensttijdtoelage met ingang van 2021. Hier zal in de loop van 2021 nog uitsluitsel over worden gegeven middels een lopende procedure hierover.

Wachtgelduitkeringen

Uitbetaalde wachtgelden Mutatie voorziening wachtgeldverplichting

Begrotingswijziging 2021 € 30.000 € 21.000 € 51.000

Begroting 2021 € 51.000 € € 51.000

Verschil € € €

21.00021.000 -

Realisatie 2020 € 25.491 € 54.000 € 79.491

Op basis van te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de formatie is in de begrotingswijziging een inschatting gemaakt van de te verwachten wachtgelduitkeringen. Uitgangspunt is de formatie per 1 januari 2021, rekening houdend met het aflopen van jaarcontracten. Verder is rekening gehouden met de mutatie voorziening wachtgeldverplichting, welke in 2020 is gestart. De uitbetaalde wachtgelduitkeringen volgens de begrotingswijziging zijn € 21.000 lager dan de primaire begroting. Per saldo zijn de kosten inzake wachtgelduitkeringen € 28.000 lager dan de realisatie in 2020. 7

Inhuur

Inhuur medewerkers

Begrotingswijziging 2021 € 250.000

Begroting 2021 € 56.000

Verschil €

194.000

Realisatie 2020 € 347.990

De kosten van inhuur medewerkers volgens de begrotingswijziging zijn € 194.000 hoger dan de oorspronkelijk begroting. Naast de reguliere inhuur van een medewerker is er extra inhuur ten behoeve projecten en managementondersteuning nodig. De lasten volgens de begrotingswijziging over 2021 zijn € 98.000 lager dan de realisatie in 2020.

Overige personeelslasten

Overige personeelslasten

Begrotingswijziging 2021 € 63.000

Begroting 2021 € 63.000

Verschil €

-

Realisatie 2020 € 62.835

De overige personeelslasten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn naar verwachting gelijk aan de primaire begroting en vergelijkbaar met de realisatie in 2020.

Afschrijvingen

Afschrijvingen

Begrotingswijziging 2021 € 83.000

Begroting 2021 € 94.000

Verschil €

11.000-

Realisatie 2020 € 52.343

De begrotingswijziging 2021 is € 11.000 lager dan de oorspronkelijke begroting. De afschrijvingslasten volgens de begrotingswijziging over 2021 zijn € 31.000 hoger dan de realisatie in 2020. Dit wordt met name veroorzaakt door de investeringen in 2020.

Huisvestingslasten

Huisvestingslasten

Begrotingswijziging 2021 € 252.000

Begroting 2021 € 262.000

Verschil €

10.000-

Realisatie 2020 € 247.297

In de oorspronkelijke begroting zijn de huisvestingskosten € 10.000 hoger geraamd dan in de begrotingswijziging. De huur-, energie- en servicekosten vormen het grootste aandeel in de huisvestingslasten. De huisvestingslasten volgens de begrotingswijziging 2021 zijn € 5.000 hoger dan de realisatie in 2020. Er is geen rekening gehouden met mogelijke financiële consequenties als gevolg van de verkoop van het kantoorpand van de KBL in Geleen door de gemeente Sittard-Geleen aan een commercieel vastgoedbedrijf.

8

Bureau- en administratielasten

Bureau- en administratielasten

Begrotingswijziging 2021 € 1.129.000

Begroting 2021 € 1.049.000

Verschil €

80.000

Realisatie 2020 € 1.031.985

De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. De begrotingswijziging is € 80.000 hoger dan de primaire begroting. De kosten van ICT en telefonie zijn hoger dan primair begroot. De lasten volgens de begrotingswijziging zijn € 97.000 hoger dan de realisatie in 2020. Ook dit wordt mede veroorzaakt door hogere kosten van ICT en telefonie.

Beheerslasten

Beheerslasten

Begrotingswijziging 2021 € 385.000

Begroting 2021 € 419.000

Verschil €

34.000-

Realisatie 2020 € 314.839

Bij de primaire begroting inzake de beheerslasten is rekening gehouden met de realisatie in 2019 en de toekomstverwachtingen. De begrotingswijziging is gebaseerd op de realisatie 2020 en voortschrijdend inzicht in de ontwikkeling van de diverse kostensoorten. De accountantskosten, advieskosten, kosten van administratieve dienstverlening en opleidingen vormen het grootste aandeel in de beheerslasten. De kosten volgens de begrotingswijziging zijn € 34.000 lager dan volgens de primaire begroting. De lasten volgens de begrotingswijziging zijn € 70.000 hoger dan de realisatie in 2020.

Onvoorzien

Onvoorzien

Begrotingswijziging 2021 € 76.000

Begroting 2021 € 154.000

Verschil €

78.000-

Realisatie 2020 € -

9

5

BIJLAGE: GESCHATTE OPBRENGSTEN PER GR-GEMEENTE

Gemeente

Preventie, vroegsignalering en educatie

Instroom en Diagnose

Brunssum

€

13.000

€

24.000

€

11.000

€

30.000

€

13.000

€

24.000

€

106.000

€

5.000

€

226.000

Heerlen

€

-

€

119.000

€

38.000

€

179.000

€

201.000

€

70.000

€

538.000

€

18.000

€

1.163.000

Kerkrade

€

43.000

€

240.000

€

19.000

€

114.000

€

251.000

€

48.000

€

719.000

€

15.000

€

1.449.000

Landgraaf

€

20.000

€

34.000

€

12.000

€

44.000

€

18.000

€

11.000

€

157.000

€

4.000

€

300.000

Maastricht

€

197.000

€

491.000

€

55.000

€

390.000

€

71.000

€

88.000

€

967.000

€

29.000

€

2.288.000

Sittard-Geleen

€

53.000

€

372.000

€

38.000

€

170.000

€

387.000

€

107.000

€

645.000

€

10.000

€

1.782.000

Totaal

€

326.000

€ 173.000

€

927.000

€

941.000

€

348.000

€ 3.132.000

€

81.000

€ 7.208.000

€ 1.280.000

Soc. krediet verstr.

Inkomensbeheer Inkomensbeheer Inkomensbeheer & ond. & ond. & ond. Budgetbeheer Bewindvoering BBR-Maatwerk

Schulden aanpak

Rente compensatie

Totaal jaar 2021

10

Openbaar lichaam

Jaarstukken 2020

1 april 2021

_____________________________________________________________________________________________ 1

Jaarstukken 2020

Inhoudsopgave Jaarverslag

3

Voorwoord Financieel resultaat over 2020 Economische situatie Wet– en regelgeving COVID-19 virus Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Organisatie en ontwikkelingen Controlling Dienstverlening 2020 Kerngegevens

3 4 5 5 6 6 6 10 12 14 15 15 15 26

Jaarrekening 2020

27

Balans per 31 december 2020 (na resultaatbestemming)

28

Overzicht van baten en lasten 2020 t.o.v. de begroting

29

Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Toelichting op de balans Toelichting op het overzicht van baten en lasten Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting Begrotingsrechtmatigheid Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten Kasstroomoverzicht Wet normering bezoldiging topfunctionarissen

30 30 33 44 50 51 52 53 54 55

Bijlage taakvelden

56

Ondertekening jaarrekening

57

Overige gegevens

58

Statutaire bepalingen betreffende resultaatbestemming Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

58 59

Bijlagen niet behorende bij de jaarrekening

63

_____________________________________________________________________________________________ 2

Jaarstukken 2020

Jaarverslag Het Bestuur van het Openbaar Lichaam Kredietbank Limburg biedt hierbij zijn jaarrekening aan voor het boekjaar dat is geëindigd op 31 december 2020. In dit jaarverslag zijn ook de verplichte paragrafen opgenomen zoals deze zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Voorwoord Wat hebben we 2019 mooi kunnen afsluiten. De effecten van Anders Denken Anders Doen waren zichtbaar in de cijfers. We hadden 18% meer aanvragen voor Schuldhulpverlening, het gemiddeld schuldenbedrag was lager dan het landelijk gemiddelde. We waren begonnen met Saneringskredieten. Het afkopen van schulden waardoor onze klanten nog maar één schuldeiser hebben was toegenomen met 155%. En we keken met vol vertrouwen naar de toekomst. Het kon zeker nog beter maar we waren er nog niet. Sterker nog we zijn er nooit, want als KBL willen we blijven ontwikkelen en onszelf scherp houden. In het eerste kwartaal van 2020 was er geen vuiltje aan de lucht. Nee sterker nog: het leek erop dat we onze ambitie ook dit jaar gingen halen. In het eerste kwartaal steeg het aantal aanvragen met 17,3% ten opzichte van 2019. Geheel conform de prognose die we hadden gedaan. Maar toen kwam Corona. Ons kantoor ging nagenoeg geheel op slot en ook alle andere inloopplekken waar we actief zijn gingen op slot en waren niet meer toegankelijk voor klanten. Ook de aanwezigheid van medewerkers moest worden afgebouwd. Snel bleek dat onze klanten minder gebruik maken van digitale dienstverlening. Het is digitaal moeilijk ze te bereiken en gemotiveerd te houden als ze in een aanvraagprocedure zitten. De hoeveelheid aanvragen daalde substantieel.

Uiteindelijk hebben we in 2020 ongeveer 9,5% minder aanvragen gehad dan in 2019. Dat strookt ook met het landelijk beeld. Divosa en de NVVK hebben een monitor gemaakt om te kunnen kijken hoe de aanvragen zich ontwikkelen. Overal was een daling van de aanvragen te zien. In het tweede kwartaal van 2020 was het alle hens aan dek om ervoor te zorgen dat het werk in Corona tijd wel “gewoon” door kon gaan. Blij waren we ermee dat we in 2019 al een aantal slagen hadden gemaakt op het gebied van plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken. De basis voor een dienstverlening van achter de keukentafel was voor een groot gedeelte gelegd maar nog niet voor iedereen. In een paar weken tijd was thuiswerken voor eenieder gefaciliteerd en liepen de werkzaamheden “gewoon” door. Gewerkt werd met een minimale bezetting op kantoor die we tegen de zomer wat konden gaan loslaten om vervolgens richting de tweede golf, na de zomervakantie, meteen weer konden invoeren. Trots zijn we erop dat het werk gewoon doorgang kon vinden. Makkelijk was het niet altijd voor de medewerkers. Thuiswerken met kinderen die online les krijgen en een partner die ook nog een teams vergadering heeft doet wel iets. We hebben een aantal ontwikkelingen in het kader van Anders Denken Anders Doen dan ook getemporiseerd.

Het is een ontwikkeling van ons allemaal en daar moet je samen met elkaar mee aan de slag en dat lukt op vele fronten niet op een digitale manier. Kortom wij willen snel terug naar het oude “gewoon” en meters maken om meer mensen met schuldenproblematiek, zo vroegtijdig mogelijk te bereiken. Dhr. P.M.A. van Zutphen Voorzitter KBL Geleen, april 2021

_____________________________________________________________________________________________ 3

Jaarstukken 2020

Financieel resultaat over 2020 In 2020 heeft KBL geen gebruik gemaakt van een begrotingswijziging. Er is een startprognose 2020 opgesteld, de geschatte meerkosten t.o.v. de primaire begroting zouden worden gedekt door de meer ingecalculeerde opbrengsten van de dienstverlening. Maar goed, toen kwam Corona. We werden geconfronteerd met minder dienstverlening dan we hadden ingeschat. Het bestuur heeft in 2020 besloten de gecalculeerde voorschotten niet te verrekenen met de feitelijke dienstverlening. Mede hierdoor kan het jaar 2020 worden afgesloten zonder verlies. Samenvattend: De feitelijke bedrijfsopbrengsten (exclusief de mutatie in de voorziening en verrekening van het negatieve exploitatieresultaat) zijn in 2020 € 710.000 hoger dan in 2019. De opbrengsten schuldhulpverlening zijn € 529.000 hoger. De intakes sociale kredietverstrekking zijn € 114.000 hoger. De opbrengsten budgetbeheer zijn € 81.000 hoger. De opbrengsten beschermingsbewind zijn € 48.000 hoger. Budgetbeheer Maatwerk is € 25.000 hoger. De rentemarge is € 61.000 lager. De overige opbrengsten zijn per saldo € 25.000 lager. Bovenstaande resultaten worden grotendeels beïnvloed door het besluit van het bestuur van KBL de in rekening gebrachte voorschotten niet te verrekenen met de gerealiseerde dienstverlening. De dienstverlening stagneerde als gevolg van het COVID-19 virus.

De lasten zijn in 2020 met € 677.000 gestegen ten opzichte van 2019 (€ 9.760.000 t.o.v. € 9.082.000). De post salarissen is toegenomen met € 505.000. Naast de lichte stijging van de formatie t.o.v. 2019 zijn de salariskosten gestegen als gevolg van indexatie, anciënniteit en promoties naar de eindschaal. Verder zijn de premies sociale lasten en pensioen verhoogd. De overige personeelskosten zijn per saldo € 1.000 lager dan in 2019. De WW-uitkeringen zijn in 2020 € 30.000 hoger dan in 2019. De kosten van inhuur zijn in 2020 € 295.000 hoger dan in 2019 en het betreft voornamelijk incidentele kosten (zie pag. 48). De afschrijvingslasten zijn in 2020 € 35.000 hoger dan in 2019. De huisvestingslasten zijn € 5.000 hoger dan in 2019. De bureau- en administratielasten zijn in 2020 € 35.000 hoger dan in 2019. De beheerslasten zijn € 124.000 lager als gevolg van lagere advieskosten. De mutatie in de voorziening kredieten is in 2020 € 103.000 lager dan in 2019.

_____________________________________________________________________________________________ 4

Jaarstukken 2020

Economische situatie Uit de halfjaarlijkse cijfers van de Nederlandse Bank (december 2020) blijkt dat de economische vooruitzichten vooral in het teken staan van de COVID-19 pandemie. In de eerste twee kwartalen liep de economie flinke klappen op. Het derde kwartaal liet weer wat herstel zien om vervolgens in het vierde kwartaal weer te krimpen. Voor heel 2020 hebben we te maken met een economische teruggang van 4,3%. Voor het jaar 2021 wordt een groei voorspeld. Maar op het moment van schrijven was er nog geen sprake van een dreiging van een derde COVID-19 golf met een gemuteerd virus. De verwachting is dat de werkloosheid in 2021 gaat toenemen en dat veel zelfstandigen gaan omvallen als de staatssteun wordt stopgezet. Kortom, het zijn en blijven economisch onzekere tijden. De Nederlandse Bank geeft zelf aan dat de onzekerheid van hun ramingen groter is dan gebruikelijk door de onzekerheid over de ontwikkeling van de pandemie.

Wet– en regelgeving De wereld van de Schuldhulpverlening is flink in beweging. Zo is er fors ingezet op een wijziging van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Deze heeft met ingang van 1 januari 2021 het daglicht gezien. Belangrijkste wijzigingen zijn: •

Verplichting tot vroegsignalering

•

Beperken gegevensuitvraag aan klant

•

Nieuwe beschikking inclusief plan van aanpak

•

Verplichting tot Schuldhulpverlening aan ondernemers

•

Nazorg moet verplicht worden opgenomen.

Kortom vele wijzigingen die moeten resulteren in betere dienstverlening. KBL is geen gemeenschappelijke regeling die zelf het beleid bepaalt. Dat betekent dat we hier volgend zijn op het beleid dat de gemeenten afzonderlijk dan wel gezamenlijk bepalen. Naast deze wijzigingen zijn er nog meerdere veranderingen doorgevoerd. Er is een nieuwe wettelijke beslagvrije voet ingevoerd. Het huwelijks- en vermogensrecht is aangepast en een stuk complexer geworden. Ook wordt er veel ontwikkeld zoals het landelijk schuldenknooppunt, het collectief schuldregelen en het waarborgfonds. KBL heeft al deze ontwikkelingen in het vizier en is hier ook deels actief bij betrokken. Daarnaast is er door de NVVK (de Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening en sociale kredietverstrekking) hard gewerkt aan een nieuw kwaliteitskader voor schuldhulpverlening. Het gaat hierbij om bestuurlijke uitgangspunten voor de borging van kwaliteit, een basisnorm voor schuldhulpverlening en het werken aan vakmanschap. Door SAM (de beroepsvereniging voor professionals in het sociaal domein) is er hard gewerkt aan competentieprofielen voor professionals en aan een certificeringssysteem. De hele branche zet in op een continu lerend systeem om efficiënte en effectieve dienstverlening voor elkaar te krijgen. In deze dienstverlening zijn gedragsverandering en stress sensitieve aanpak steeds belangrijker geworden.

_____________________________________________________________________________________________ 5

Jaarstukken 2020

COVID-19 virus De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Financiële impact COVID-19 virus De extra kosten als gevolg van COVID-19 komen tot uitdrukking in uitgaven voor thuis werken, spatschermen, ICT, telefonie etc. De verdeling van de uitgaven over de GRgemeenten op basis van de GR-verdeelsleutel is als volgt: Brunssum Telefonie ICT Overige Totaal

1.139 1.928 984 4.051

Extra uitgaven Covid-19 Heerlen Kerkrade 3.566 6.038 3.083 12.687

Landgraaf

Maastricht

1.360 2.303 1.176 4.839

5.281 8.942 4.566 18.789

2.273 3.849 1.965 8.087

SittardGeleen 3.322 5.625 2.872 11.819

Totaal 16.941 28.685 14.646 60.272

Verder heeft het Bestuur op 1 oktober 2020 besloten, in lijn met andere gemeenschappelijke regelingen en zoals in de gemeentebegrotingen verwerkt, de voorschotten niet te verrekenen op basis van de lagere gerealiseerde dienstverlening. Dit heeft dit jaar geleid tot een (vrijwel) neutraal exploitatieresultaat van KBL. Terugbetaling van de voorschotten vanwege onderbenutting zou een positieve begrotingswijziging impliceren, die uiteindelijk (gezien de scheefgroei tussen opbrengst en lasten) aan het eind van het jaar weer tot een negatieve exploitatie leidt en via de verdeelsleutel tot extra bijdragen van de gemeenten. Door de voorschotten niet te verrekenen, nemen de gemeenten de eigen onderbesteding voor hun rekening. De voorschotten zijn ingecalculeerd in de gemeentebegrotingen. Onderstaand volgt een overzicht van de voorschotten vs. de realisatie: Brunssum Voorschot Realisatie Totaal

177.000 144.660 32.340

Voorschotten vs realisatie Heerlen Kerkrade Landgraaf 860.000 823.821 36.179

1.078.000 727.389 350.611

261.000 206.034 54.966

Maastricht 2.021.000 1.791.510 229.490

SittardGeleen 1.292.000 1.148.499 143.501

Totaal 5.689.000 4.841.913 847.087

Een specificatie is opgenomen op pag. 63 (Bijlage niet behorende bij de jaarrekening).

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

_____________________________________________________________________________________________ 6

Jaarstukken 2020

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt onder weerstandscapaciteit verstaan: “de middelen en mogelijkheden waarover provincies of gemeenten beschikken om niet begrote kosten te dekken.” De weerstandscapaciteit bestaat uit vier componenten: • Het eigen vermogen • De voorzieningen • De onbenutte belastingcapaciteit • De ruimte op de begroting Voor KBL betekent dit concreet dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan het eigen vermogen, zoals dit op de balans wordt vermeld. Het begrip risico wordt gedefinieerd als het gevaar voor schade of verlies als gevolg van interne en externe omstandigheden, dan wel als gebeurtenissen waarvan de kans bestaat dat ze optreden en negatieve gevolgen met zich mee kunnen brengen. Het gaat daarbij om de volgende risico’s: • Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, omdat het niet mogelijk is een redelijke schatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken; • Risico’s die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of het eigen vermogen. Conform de statuten van de GR dient door het Algemeen Bestuur het maximale weerstandsvermogen (Eigen vermogen) te worden vastgesteld.

Het betreffende artikel 30 lid 3 luidt als volgt: “Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5.” Dit betekent concreet dat, indien het eigen vermogen een bepaalde hoogte overschrijdt, het meerdere wordt uitgekeerd aan de GR-deelnemers cf. de GR-methode. Deze bepaalde hoogte is gelijk aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). Ten behoeve van de begroting 2020 is door KBL een risico-inventarisatie opgesteld. De samenvatting van de uitkomsten hiervan wordt in onderstaande risicoparagraaf beschreven waarnaar wij verwijzen. Deze risico-inventarisatie resulteert in een totaalbedrag van financiële risico’s ad € 170.000. Het weerstandsvermogen is gelijk aan 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening), zoals besloten tijdens de Bestuursvergadering d.d. 19 januari 2012. Voor 2020 resulteert deze methodiek in een maximaal weerstandsvermogen ad € 587.000. Het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 € 0 zodat er over 2020 geen terugbetalingsverplichting is conform de statuten van de GR artikel 30 lid 3b. Risicoparagraaf Onderstaand wordt in beknopte vorm de risico-inventarisatie van KBL weergegeven met daarbij een inschatting van de mogelijke (financiële) consequenties.

Geen van de genoemde risico’s heeft zich in het afgelopen jaar in ernstige mate voorgedaan. In dit jaarverslag kunt u in de toelichting op de baten en lasten lezen, hoe de verschillende posten zich ontwikkeld hebben in 2020 en hoe hierop gestuurd is als dat noodzakelijk was.

_____________________________________________________________________________________________ 7

Jaarstukken 2020

1. Stratech De laatste releases van het primaire systeem Stratech hebben veel verbeteringen opgeleverd. KBL gaat wel nog evalueren of dit het pakket is waar we, in zijn geheel dan wel partieel, in de toekomst mee verder willen en kunnen. Het risico wordt beperkt door wekelijks overleg en strakke afspraken met de leverancier te maken over plannen van aanpak die in een goed werkend en ondersteunend systeem moeten gaan resulteren. Het maximale risico is geschat op € 250.000 en dat zou betekenen dat we (deels) afscheid nemen van Stratech en opnieuw moeten aanbesteden. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 2. AVG Door de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) op 25 mei 2018 worden er hogere eisen gesteld aan de beveiliging van persoonsgegevens. Het risico op datalekken is aanzienlijk en kan worden bestraft met hoge boetes. Het risico wordt door KBL beperkt door informatiemanagement en cybersecurity continu te optimaliseren. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 3. Flexibele schil van medewerkers in relatie tot WW-uitkeringen Van de organisatie wordt gevraagd flexibel om te gaan met de fluctuerende vraag naar dienstverlening van de opdrachtgevers.

Daarom is het in stand houden van een flexibele schil van medewerkers noodzakelijk. Het werken met jaarcontracten en het aansluitend niet meer verlengen daarvan kan leiden tot WW-uitkeringen. KBL betaalt deze uitkeringen zelf omdat ze eigenrisicodrager is. KBL beperkt bovengenoemde risico’s door het optimaal afstemmen van de formatie op de gevraagde dienstverlening. Maandelijks wordt de benodigde formatie bewaakt en waar nodig bijgestuurd. Onderlinge uitwisseling van formatie bij over- of onderbezetting tussen de regio’s wordt ook toegepast. Daarnaast wordt er een re-integratiebedrijf met succes ingeschakeld om mensen van werk naar werk te begeleiden. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 4. Aanslag vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven een feit. Ook op KBL is deze nieuwe wetgeving in beginsel van toepassing. Middels een inventarisatie in samenspraak met fiscalisten van een externe adviseur en drie andere kredietbanken in Nederland zijn de gevolgen voor KBL inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke fiscale positie voor de vennootschapsbelasting is in december 2016 formeel afgestemd met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in een brief d.d.

28 februari 2017 geantwoord dat er over 2016, als gevolg van het negatieve exploitatieresultaat, geen belastingheffing voor de vennootschapsbelasting is ontstaan. Dit zal jaarlijks worden bezien.

_____________________________________________________________________________________________ 8

Jaarstukken 2020

Ook in 2020 is sprake van een negatief exploitatieresultaat. De verwachting is derhalve dat ook over 2020 geen belastingheffing zal ontstaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 5. Renterisico’s De onrust op de financiële markten kan resulteren in een rentestijging. De kans dat de huidige historisch lage rentepercentages op termijn zullen gaan stijgen is aanwezig. Het risico is beperkt omdat KBL in 2020 geen geldleningen heeft. Het risico is beperkt tot het saldo van de rekening-courant. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 6. Inklinken van de kredietportefeuille De kredietportefeuille wordt al jaren gestaag kleiner, wat resulteert in lagere renteopbrengsten. Met de opdrachtgevers is medio 2019 afgesproken meer saneringskredieten te verstrekken als instrument van schuldhulpverlening als dit voor de klant het beste alternatief is. Hierdoor wordt het risico van verder inklinken van de kredietportefeuille verkleind maar bovenal worden klanten hierdoor nog beter geholpen. Dit risico heeft zich in 2020 niet voorgedaan. De kredietportefeuille is in 2020 ca. € 600.000 gestegen, met name door het verstrekken van saneringskredieten. Er zijn geen indicaties dat het risicoprofiel zal toenemen de komende periode. 7.

Aansprakelijkheidsrisico’s De aansprakelijkheidsrisico’s, voor zover alle risico’s bekend zijn, worden grotendeels afgedekt door de bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen. In onderstaande tabel zijn de mogelijke financiële consequenties weergegeven van de hierboven beschreven risico’s: Risico 1. Stratech 2. AVG 3. Flexibele schil 4. Aanslag vennootschapsbelasting 5. Renterisico's 6. Inklinken van de kredietportefeuille 7. Aansprakelijkheidsrisico's Totaal

Max. fin. gevolgen 250.000 100.000 50.000 50.000 15.000 10.000 475.000

Kans Laag Middel Middel Laag Hoog Hoog

Perc. 25% 50% 50% 25% 75% 75%

Financieel risico 63.000 50.000 25.000 13.000 11.000 8.000 170.000

Uit bovenstaande opstelling blijkt dat de som van de potentiële financiële risico’s € 170.000 bedraagt. Financiële kengetallen Conform artikel 11 van het BBV wordt de financiële positie weergegeven door middel van een uniforme basisset van financiële kengetallen. Dit betreft de volgende vijf kengetallen: _____________________________________________________________________________________________ 9

Jaarstukken 2020

- Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen - Solvabiliteitsratio - Grondexploitatie - Structurele exploitatieruimte - Belastingcapaciteit De eerste twee kengetallen worden in dit jaarverslag gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor de KBL. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stct. 2015, 20619). Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

2020

2019

2% 36%

2% 31%

0%

0%

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de Gemeenschappelijke Regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV Besluit begroting en verantwoording). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin KBL in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. De GR-gemeenten staan garant voor de financiële risico’s van de KBL.

Financiering Treasurybeleid Het treasurystatuut van de KBL gaat in op het besturen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen. KBL heeft voor 2020 geen specifieke beleidsvoornemens geuit ten aanzien van treasury. De organisatie heeft gedurende 2020 geen uitzettingen van gelden gedaan. Het renteprotocol is een vast agendapunt binnen KBL. Op basis van dit protocol wordt regelmatig de financieringsbehoefte in beeld gebracht en bepaald hoe deze wordt ingevuld, t.w. met kort, (middel-)lang of lang vermogen. Uitgangspunt hierbij is dat een aandeel van het uitstaand saldo (incl. achterstanden) als een “ijzeren voorraad” wordt beschouwd welke in principe op (middel-)lange termijn moet worden gefinancierd. De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt worden hierbij nauwlettend gevolgd. De financiering in 2020 bestaat uit de rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 1.000.000. _____________________________________________________________________________________________ 10

Jaarstukken 2020

Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. Het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen bedraagt € 250.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2020. Zie onderstaande berekening per kwartaal: Verslagjaar 2020 (bedragen x € 1.000) Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

250 250 250 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 -2.643 2.893 0

-1.786 2.036 0

-1.992 2.242 0

-2.140 2.390 0

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2020 is op basis van de werkelijke cijfers vastgesteld op € 800.000 (8,2% van het lastentotaal). Ultimo 2010 is met de provinciale toezichthouder afgesproken dat de kasgeldlimiet met ingang van 2011 wordt bepaald op € 2.500.000. Deze ontheffing is op 1 november 2018 verlengd voor de jaren 2018 tot en met 2022. Deze ontheffing is nodig in verband met bovengenoemde rekening-courantkredietfaciliteit met een maximum van € 2.500.000. Zoals bovenstaand vermeld is het maximum per 1 januari 2019 € 1.000.000. Liquiditeitspositie De liquiditeitspositie van KBL wordt vanuit de vlottende activa exclusief de uitstaande kredieten (Quick ratio) in verhouding tot de vlottende passiva bepaald. Dit geeft het volgende beeld:

Quick ratio 0,86

0,84

0,83

0,84 0,82 0,80

0,79

0,78 0,76

0,74

0,74 0,72 0,70

0,68 2020

2019

2018

2017

Quick ratio

_____________________________________________________________________________________________ 11

Jaarstukken 2020

De liquiditeitsplanning bij KBL ten behoeve van de intensivering van de treasury activiteiten is een maandelijks terugkerende activiteit. Doel hiervan is inzicht te verschaffen in de liquiditeitspositie en de financieringsbehoefte. Ten aanzien van het beheer van de leningenportefeuille (o/g) heeft KBL haar activiteiten primair gefinancierd met het rekening-courantkrediet van de BNG. Daarnaast heeft de BNG aanvullende mogelijkheden om de financieringsbehoefte, indien nodig, in te kunnen vullen. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden). Balans 31-12-2020

Balans 31-12-2019

Mutaties 2020 53.964-

EMU SALDO Financiele vaste activa

Kredieten

3.374.249

2.646.679

727.569

Vlottende activa

Uitzettingen Overlopende activa Liquide middelen

1.401.937 87.081 9.376.763

2.268.468 40.562 9.329.914

866.53146.518 46.849

Vaste passiva

Voorziening WW-verplichting Vaste schulden

54.000 615.611

617.290

54.000 1.679-

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden Overlopende passiva

13.671.759 135.391

13.771.664 79.437

99.90555.954

Bedrijfsvoering Klachtenafhandeling KBL handelt binnengekomen klachten af op basis van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde interne klachtenregeling. In 2020 zijn in totaal 19 klachten ingediend. Dit is iets minder dan in 2019, toen er 23 klachten werden ingediend. Ten opzichte van het aantal aanvragen, mutaties en feitelijke handelingen, die KBL jaarlijks verwerkt, blijft dit aantal relatief gezien heel erg laag. Inmiddels is een nieuwe klachtenregeling voor klanten geïmplementeerd, waar klanten laagdrempelig eventuele klachten kenbaar kunnen maken. Graag willen we leren wat we beter kunnen doen.

_____________________________________________________________________________________________ 12

Jaarstukken 2020

Klachtenafhandeling 2020 1 5

4

3 6

Gegrond

Ongegrond

Deels on-/gegrond

Ingetrokken

In behandeling

Personeel 2020 heeft vooral in het teken gestaan van Corona. KBL heeft veel energie gestoken in het veilig en op een verantwoorde manier de werkzaamheden verrichten. Zowel in het KBL-pand in Geleen als ook voor de dislocaties en het thuiswerken. Dit gaat van het plaatsen van spatschermen en het zorgdragen voor een goede luchtbehandeling via het dragen van mondkapjes, verstrekken van hand-gel en handschoenen tot de aanschaf van laptops en toebehoren. Ook heeft KBL 150 euro per medewerker beschikbaar gesteld om aanpassingen te doen aan de thuiswerkplek. Uiteraard zijn ook monitoren, stoelen en tafels in bruikleen gegeven om te zorgen dat onze medewerkers thuis goed hun werk kunnen blijven doen. Voor 2021 staan vooral het competentiegericht management incl. functiewaardering en uitvoering geven aan de inhoud van het personeelshandboek (aanvullende arbeidsvoorwaarden) op het programma. In onderstaand overzicht is de bezetting ultimo 2020 weergegeven:

2020 Management Staven en ondersteuning Planning & Control, Finance Trajectmananagement

6 6 5 43

BBR Schuldregeling

13 5

Frontoffice Bewindvoering

9 31

Totaal aantal fte

118

Ziekteverzuim Het ziekteverzuimcijfer is voor 2020 uitgekomen op 6,41%. Dit is een stijging van 1,10% ten opzichte van 2019 (5,31%). Na een aanvankelijke zeer sterke stijging van het ziekteverzuim (8,33% t.o.v. van 3,12% 2019) is er vanaf mei 2020 wel een dalende trend zichtbaar waarbij we in augustus 2020 onder de ziekteverzuimcijfers doken van 2019 (4,91% t.o.v. van 6,21% 2019). Dit is het geval geweest tot en met december 2020. Of Corona hier invloed op heeft gehad is nu niet aan te geven maar zeker weten we dat vooral het middellang ziekteverzuim in 2020 t.o.v. 2019 nog wel beduidend meer was. _____________________________________________________________________________________________ 13

Jaarstukken 2020

Met dit cijfer zitten we boven het landelijk gemiddelde voor overheidspersoneel in 2020 van 4,5 % (bron: CBS 3de kwartaal 2020). De meldingsfrequentie is met een cijfer van 0,87 wel afgenomen t.o.v. 2019 (1,02). In 2021 zal moeten blijken of de dalende trend zich doorzet. Aanbestedingen In 2020 hebben geen aanbestedingsprojecten plaatsgevonden. Voorziening op kredietportefeuille De mutatie 2020 in de voorziening met betrekking tot de kredietportefeuille bedraagt € 24.000-. In de jaarrekening 2008 is gestart met het treffen van een voorziening voor oninbaarheid op de kredietportefeuille van vóór 2005 in het bijzonder. Afboekingen op oninbare kredieten vormden in de laatste jaren van de Stichting KBL (tot 2005) een in het oog springende post bij de verklaring van de negatieve resultaten. Om die reden is in 2008 een inschatting gemaakt van het incassorisico met betrekking tot alle kredieten die voor 2005 zijn verstrekt. Dit resulteerde in een oninbaarheidsschatting van € 2,4 miljoen. Ter hoogte van dit bedrag is een voorziening gevormd, welk bedrag ineens ten laste van het resultaat in 2008 is gebracht. Dit had tot gevolg dat de afboekingen vanaf 2009 en volgende jaren ten laste van deze voorziening zijn gebracht en het exploitatieresultaat daardoor niet meer negatief wordt beïnvloed door deze afboekingen.

Jaarlijks wordt de volledige kredietportefeuille beoordeeld op oninbaarheid hetgeen kan leiden tot mutaties in de stand van de voorziening. Met betrekking tot de financiering van de totale voorziening voor oninbaarheid is afgesproken dat alleen de daadwerkelijke afboekingen in een boekjaar in rekening worden gebracht bij de GR-gemeenten op basis van de GR-methode waarbij de side-letter van de gemeente Sittard-Geleen wordt gerespecteerd.

Verbonden partijen “De Droomfabriek” is een uniek samenwerkingsverband tussen KBL, MIK Kinderopvang, Trajekt en Bureau Jeugdzorg Limburg. Het verband is ontstaan uit een vraag van het Elisabeth Strouven Fonds te Maastricht. Zij waren op zoek naar partners die voor hun een project zouden kunnen realiseren voor de doelgroep alleenstaande moeders die weinig toekomstperspectief hebben. Met bovenstaande vier partijen is een samenwerkingsverband aangegaan in de vorm van een coöperatie. Het betreft een project van drie jaar lang voor 2 keer 10 alleenstaande moeders. Het project dient kostenneutraal te verlopen. Als KBL zorgen wij in dit project vooral voor het wegnemen van stress door schulden. Hiervoor stelt de coöperatie (via de subsidiegelden van Elisabeth Strouven) een werkkapitaal ter beschikking van € 100.000. De dienstverlening die wij inzetten op de moeders loopt via de dienstverleningsovereenkomsten die zijn afgesloten met de gemeenten. De coöperatie Droomfabriek U.A. is op 4 december 2017 opgericht. De coöperatie Droomfabriek heeft in haar statuten vastgelegd hoe de aansprakelijkheid verdeeld is bij haar bestaan en bij de ontbinding van de coöperatie. Bij de vorm uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.) zijn de leden niet aansprakelijk voor het tekort. Het betreft hier ook een strak afgebakend traject dat gebaseerd is op de subsidie van het Elisabeth Strouven Fonds.

Inmiddels zijn we met de laatste groep bezig en ons als coöperatie aan het oriënteren op een doorontwikkeling in Zuid-Limburg. Indien dit aan de orde is dan zal dat voor KBL minimaal kostendekkend moeten zijn. Het eigen vermogen ultimo begrotingsjaar bedraagt € 6.316. Het vreemd vermogen ultimo begrotingsjaar bedraagt € 36.060. Het financiële resultaat over 2020 bedraagt € -563. _____________________________________________________________________________________________ 14

Jaarstukken 2020

Organisatie en ontwikkelingen Controlling Op basis van de realisatie van 2018, de dienstverleningsovereenkomsten 2019 (niet-GR) en de verwachte ontwikkelingen voor 2020 is de begroting 2020 inclusief de meerjarenbegrotingen 2021 en 2022 opgesteld. In juli 2019 is deze begroting door het Algemeen Bestuur van KBL vastgesteld. Begin 2020 is de startprognose over 2020 opgesteld. De ontwikkelingen ten opzichte van deze startprognose zijn in de voorjaars- en de najaarsmanagementrapportage 2020 aan het Dagelijks Bestuur bekend gemaakt.

Dienstverlening 2020 Medio 2020 werd duidelijk dat de wereld van schuldhulpverlening er na de invoering van de nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) op 1 januari 2021 heel anders uit gaat zien. Schuldhulpverlening omvat het geheel van activiteiten bij het ondersteunen van het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg. De WGS is aangepast omdat het wenselijk is om de taak van het college van burgemeester en wethouders omtrent vroegsignalering en schuldhulpverlening te verduidelijken en ten behoeve daarvan noodzakelijke gegevensuitwisseling te faciliteren. Al snel na de uitrol van het Besluit van 6 juli 2020 houdende de regels voor de uitvoering van de WGS is de dialoog met gemeenten en opdrachtgevers hierover aangegaan. En waar uit onderzoek blijkt dat het gemiddeld al zo’n 4 jaar duurt voordat mensen met financiële problemen hulp zoeken, zagen we in 2020, als gevolg van corona veel locaties in de wijk de voordeur gedwongen hebben moeten sluiten. Daarmee was de weg naar goede schuldhulpverlening nog een stukje lastiger te vinden voor de mensen die deze hulp zo hard nodig hebben.

Dit maakte ook dat veel open inloopspreekuren (in wijkservicepunten, bij ketenpartners op locatie of bij woningcorporaties) helaas geen doorgang konden vinden. Het methodisch werken heeft in 2020 verder zijn beslag gekregen. In de meeste gevallen vindt na de aanmelding eerst een vraagverhelderingsgesprek plaats. Daarin wordt geluisterd naar de klant en wordt getracht de vraag achter de vraag boven water te krijgen. In dit gesprek wordt gewerkt aan vertrouwen van de klant in de overheid dat in veel gevallen een deuk heeft opgelopen. Met behulp van een Mesis-screening wordt inzichtelijk wat gedrag, motivatie en vaardigheden van de klant zijn. Pas daarna wordt een plan van aanpak opgesteld waarbij de in te zetten diensten zijn afgestemd op de klant en zijn situatie. Het heeft immers geen zin om bijvoorbeeld te starten met coachen op het moment dat een klant (tijdelijk) niet leerbaar is omdat de stress nog te hoog is. Door diensten in te zetten die zijn afgestemd op het gedrag, motivatie en vaardigheden van de klant behalen we een hogere effectiviteit en behaalt een klant succeservaringen wat weer kan bijdragen aan zijn motivatie om een volgende stap te zetten.

_____________________________________________________________________________________________ 15

Jaarstukken 2020

Preventie & Projecten In Nederland hebben 1,4 miljoen mensen risicovolle of problematische schulden. Het duurt gemiddeld 4 tot 5 jaar voordat mensen de eerste stap te maken om financiële hulp in te schakelen. Te veel mensen zijn niet bij machte om hulpbronnen in te schakelen. Om die drempel te verlagen maken steeds meer gemeenten gebruik van de laagdrempelige inlooplocaties in de wijken voor financiële hulp. Burgers kunnen er terecht met al hun financiële vragen. Bijvoorbeeld wanneer ze willen weten of hun inkomsten en uitgaven nog in balans zijn of hulp nodig hebben bij het invullen van ingewikkelde formulieren, het corrigeren van loonbeslagen of het aanvragen van toeslagen. KBL organiseert inloopspreekuren of sluit aan in de bestaande initiatieven. Behalve het bieden van praktische hulp, is het ook een uitstekende plek om in een eerder stadium financiële problemen te signaleren, ze bespreekbaar te maken en passende hulp in te schakelen. Gemeente Maastricht is in 2020 samen met o.a. KBL een vroegsignaleringsproject gestart waarbij mensen met betalingsproblemen en schulden worden bezocht in hun thuissituatie (outreachende hulpverlening). Zo reduceren wij de inzet van ingrijpende schuldregelingstrajecten of beschermingsbewind door er snel bij te zijn.

Werkgevers en uitkeringsinstanties zien financiële problemen vaak als één van de eersten en kunnen een belangrijke rol spelen bij het vroegtijdig inschakelen van hulp. Na een aantal succesvolle pilots in 2018 hebben we samen met de SVB en het UWV duurzame afspraken kunnen maken over vroegsignalering en samen handelen in geval van schuldenproblematiek. Daarnaast hebben we ook dit jaar diverse groepen vrijwilligers van de diverse vrijwilligersorganisaties geschoold en worden de samenwerkingsafspraken met de vrijwilligersinstanties versterkt. Het terugdringen van het aantal huisuitzettingen van mensen met een huurschuld of het voorkomen van afsluitingen van energie en het terugdringen van de bestuurlijke premie in de zorgverzekeringen blijft elk jaar een belangrijk aandachtspunt. Binnen elke gemeente zijn er convenanten afgesloten of werkafspraken gemaakt die er op gericht zijn op het voorkomen en oplossen van crisissituaties in de primaire lasten. Lessen in omgaan met geld moet al beginnen bij de jeugd. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer jongeren financiële problemen ervaren. In 2020 zien we dat COVID bijzonder hard toeneemt onder de jongeren. Jongeren die hun bijverdiensten in de horeca of elders zien wegvallen. Om hier een bijdrage aan te kunnen leveren heeft KBL samen met onderwijsinstellingen en partnerorganisaties een theaterprogramma voor en door jongeren opgezet.

Helaas heeft COVID ook hier roet in het eten gegooid. Op zoek naar oplossingen zijn er verscheidene webinars voor grote groepen jongeren georganiseerd. Ook in 2020 zijn verscheidene activiteiten ontplooid, zoals de stadsspellen No Credit, Game Over, de Young Cash Tour en My Cash My Future. Voor de volwassenen verzorgen we ook lessen en workshops middels cursussen: Rondkomen met Inkomen, Financiële Planning of een workshop budgettering. Ook in 2020 hebben we verscheidene trainingen en intervisiebijeenkomsten georganiseerd voor de vrijwilligers die betrokken zijn in de schuldhulpverlening.

Instroom en Diagnose 2020 In het kader van Anders Denken Anders Doen is in 2019 het referentiewerkproces opgesteld. Ons proces is meer en meer geüniformeerd. Hierbij onderscheiden we wel nog Directe instroom en Zij-instroom. _____________________________________________________________________________________________ 16

Jaarstukken 2020

De aantallen intakes in 2020 blijken uit onderstaand overzicht. In 2019 is, als gevolg van het ontwikkelen van de referentiewerkprocessen de registratie van aanmeldingen gewijzigd. In 2019 was er nog sprake van aanmeldingen:

GR

Niet GR

Instroom & Diagnose 2020 I&D Directe instroom 1.156 SHV A&P Mesis SHV A&P regulier Diagnose I&D Zij-instroom 382 Zij-instroom voorportaal 1.538 I&D Directe instroom

I&D Zij-instroom

Totaal

2019 348 212 815 272 1.647

128 SHV A&P Mesis SHV A&P regulier Diagnose

53 35 107

Zij-instroom voorportaal 157

30 225

1.695

1.872

29

In 2020 heeft KBL 1.695 aanvragen schuldhulpverlening ontvangen. Dit is een afname van circa 9,5% ten opzichte van het aantal aanvragen in 2019 (1.872). Daar waar we in de eerste maanden van 2020 nog te maken hadden met een stijging van het aantal intakes, conform prognose) werd in maart een duidelijke daling zichtbaar. Deze daling is onmiskenbaar het gevolg van het uitbreken van de COVID-pandemie. Ondanks dat we, met alle benodigde beschermingsmaatregels, toch beschikbaar en bereikbaar voor onze klanten zijn gebleven hebben we geconstateerd dat minder mensen de stap hebben gezet naar KBL. Dit fenomeen is ook landelijk herkenbaar in alle gemeenten. De deskundigen verwachten een grote hausse aan intakes in de loop van 2021. Onderstaand overzicht geeft de aantallen geregistreerde instroom in 2020 per GR-gemeente weer, waarbij wordt vergeleken met de aantallen volgens de begroting en de realisatie in 2019: Aantal geregistreerde instroom Realisatie Realisatie 2020 2019 Brunssum 33 47 Heerlen 279 264 Kerkrade 281 302 Landgraaf 56 67 Maastricht 534 602 Sittard-Geleen 370 379 Totaal 1.553 1.661

Begroot 2020 50 250 350 70 720 350 1.790

Verschil -14 15 -21 -11 -68 -9 -108

Sociale kredietverstrekking Naast de eerder bij het onderdeel Schuldregeling genoemde saneringskredieten verstrekt KBL van oudsher ook kredieten voor consumptieve doeleinden. De doelgroep waaraan deze consumptieve kredieten verstrekt mogen worden is echter beperkt door de Wet Fido. In beginsel mag een kredietbank alleen maar consumptieve kredieten verstrekken aan mensen _____________________________________________________________________________________________ 17

Jaarstukken 2020

met een inkomen tot 130% van het bruto minimumloon. Mocht het inkomen hoger zijn, maar iemand wordt niet geholpen door een commerciële bank, dan behoort deze ook tot de doelgroep van sociale kredietverstrekking van een kredietbank. Wij kunnen niet genoeg benadrukken dat sociale kredietverstrekking heel iets anders is dan de eerder genoemde saneringskredieten. Zoals gezegd is een saneringskrediet een krediet om schulden tegen finale kwijting af te kopen en gelden voor deze kredieten de richtlijnen van een schuldregeling. Sociale kredietverstrekking via KBL gebeurt zorgvuldig, betrouwbaar en zonder winstoogmerk. Het is bedoeld om tegemoet te komen aan een gezonde kredietbehoefte in de samenleving. Een verantwoord krediet bevordert de financiële participatie van burgers, lost tijdelijke financiële knelpunten op en heeft een preventieve werking. Wij zien erop toe dat het krediet, inclusief de rente, door de klant binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hierbij letten we erop dat een klant niet overgekrediteerd raakt. Een sociaal krediet kent in principe een looptijd van maximaal 60 maanden. In 2020 hebben wij 1.495 aanvragen voor een consumptief krediet ontvangen. Daarvan zijn er 1.003 kredietaanvragen toegekend. In 2019 waren dat er 613 van de 1.142 aanvragen. In totaal heeft KBL in 2020 € 1.088.164 uitgeleend aan consumptieve kredieten.

In onderstaande tabel is een overzicht van de bestedingsdoelen van die kredietbedragen opgenomen: Bestedingsdoel Woninginrichting (statushouders) Bufferkrediet Betaling schulden Huidhoudelijke apparatuur Vervoersmiddel Overige vaste lasten Overbrugging inkomsten Vakantie Oversluiting Kleding en schoenen Medische kosten Overig Totaal

Bedrag 637.330 142.005 133.250 62.688 53.296 22.433 6.927 3.614 3.157 2.627 2.401 18.436 1.088.164

Inkomensbeheer en -ondersteuning Budgetbeheer In 2020 is het aantal huishoudens met budgetbeheer bij KBL gedaald, van 1.793 pakketten in 2019 tot 1.743 pakketten in 2020. De lichte daling is vrijwel volledig terug te voeren op de gevolgen van de COVID-19 pandemie. KBL biedt twee verschillende vormen van budgetbeheer. Bij de inzet van Budgetbeheer Basis zijn de betalingen van de primaire lasten gewaarborgd. En binnen Budgetbeheer Totaal worden daarnaast alle overige lasten van de klant betaald.

_____________________________________________________________________________________________ 18

Jaarstukken 2020

Budgetbeheer is een instrument dat zowel preventief, voorkoming van het ontstaan van huishoudelijke betalingsachterstanden, alsook als flankerende hulp gedurende een traject van schuldhulpverlening kan worden ingezet. Budgetbeheer speelt niet alleen een heel belangrijke rol bij het voorkomen van een toestroom naar langdurige en duurdere bewindvoeringstrajecten, maar wordt ook regelmatig ingezet om een zachte landing mogelijk te maken als bijvoorbeeld de grondslag voor beschermingsbewind komt te vervallen. In de meeste gevallen is dit van toepassing op de zogenaamde schuldenbewinden nadat de schulden zijn opgelost. In 2020 heeft de afdeling Budgetbeheer als eerste afdeling binnen de KBL een start gemaakt met het aanbieden van digitale inzage in de eigen budgetbeheerrekening voor klanten. Via de website van de KBL kunnen klanten inloggen in MIJNKBL. Dit is in een pilotvorm getest voor, met en door een aantal klanten van budgetbeheer en heeft geleid tot het besluit om dit in 2021 mogelijk te maken voor alle Budgetbeheerklanten van KBL. Daarnaast heeft de afdeling Budgetbeheer een test uitgevoerd met het digitaal ondertekenen van documenten die van belang zijn bij het opstarten en tijdens de beheerfase van de dienstverlening. Zeker in tijden van Corona en daardoor noodgedwongen minder fysieke contactmogelijkheden een mooie aanvulling op de reguliere dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=2750e0d4-4903-4076-accb-7ed4e4626425