Raadsvoorstel 41 (bijlage 1) Brunssum Transitievisie warmte visie definitief
Tekst van het document
1. Inleiding Uiterlijk in 2050 moeten alle gebouwen in Nederland energieneutraal worden verwarmd, dus zonder aardgas. Gemeentes zijn regisseur voor dit proces en maken plannen voor het aardgasvrij maken van alle gebouwen. Gemeente Brunssum heeft daarvoor aan Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) gevraagd om de technische potentie van de verschillende warmteoplossingen te analyseren voor de lokale situatie in Brunssum. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 geen gebruik meer maakt van aardgas of andere fossiele brandstoffen. Het primaire doel van het Klimaatakkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad. Maar er zijn meer redenen om minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de afhankelijkheid van Rusland voor de import van aardgas en de aardbevingen in Groningen. Ook is de lokale luchtkwaliteit gebaat bij minder gebruik van fossiele brandstof. Daarom maken alle gemeentes een Transitievisie Warmte. Brunssum stelde begin 2022 de TVW 1.0 vast. In de loop van het jaar wil men deze specifieker uitwerken in een TVW 2.0.
Als voorbereiding hierop heeft Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) een analyse gedaan met drie vragen als uitgangspunt: • Welke duurzame warmteoplossingen passen bij de bebouwing in Brunssum (warmtevraag)? • Welke bronnen en infrastructuur zijn er per oplossing beschikbaar (warmteaanbod)? • Van potentie naar project: hoe en waar beginnen? Aan de hand van deze analyse kunnen algemene uitgangspunten worden vastgesteld voor de tweede versie van de TVW.
Leeswijzer Na de inleiding volgen drie hoofdstukken, voor elk van de drie bovenstaande vragen één. Het laatste hoofdstuk is de conclusie. Aan het eind van dit rapport zijn bronnen en bijlages toegevoegd
59
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
4
60
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
2. Pandanalyse 2.1 Oplossingen in Brunssum In dit hoofdstuk wordt de beste duurzame warmteoplossing per pand onderzocht. Voor elk gebouw in Brunssum is bekeken welke techniek het beste bij de kenmerken van dat gebouw past. Met de beste warmteoplossing wordt de techniek bedoeld die het meest betaalbaar is voor de eindgebruikers (energierekening, investering in het huis) en voor de samenleving als geheel (denk bijvoorbeeld aan netverzwaring of subsidies). Deze laagste nationale kosten zijn bepaald op basis van de startanalyse van ECW. Dat hoeft overigens niet per se te betekenen dat die oplossing op korte termijn goedkoper is dan verwarmen met aardgas. Er is gekeken naar vier hoofdstrategieën: 1. Een individuele elektrische warmtepomp: de woning heeft een eigen installatie en gebruikt alleen elektriciteit 2. Een warmtenet met midden- of hogetemperatuurbron. Ook wel bekend als stadsverwarming 3. Een warmtenet met lagetemperatuurbron. Hierbij levert het warmtenet water van maximaal 50 graden 4. Een hybride warmtepomp als tussenstap. Op termijn mogelijk met groengas of waterstof. In bijlage I staat een uitgebreide omschrijving van deze technieken. Twee variabelen bepalen in grote mate welke oplossing op welke locatie het meest passend is, zie figuur 2.1. Een hoge bebouwingsdichtheid en/of een grote warmtevraag is een voorwaarde voor een warmtenet.
Voor hybride en volledig elektrische warmtepompen
is
de
bebouwingsdichtheid
geen
voorwaarde. Ten tweede is de mate van isolatie belangrijk. Een
warmtepomp
of
lage
temperatuurwarmtenet is alleen geschikt voor goed geïsoleerde woningen. warmtepompen
Hybride en
hoge
temperatuur-warmtenetten hebben die beperking niet. Figuur 2.1: De vier vergeleken oplossingen
61
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
6
Sommige oplossingen worden niet meegenomen: • Individuele verwarming met biomassa, zoals een pelletkachel. Vanwege de uitstoot van onder andere fijnstof is deze oplossing onwenselijk, zeker in de bebouwde kom. • Elektrische verwarming, zoals bijvoorbeeld infraroodpanelen als hoofdverwarming. Anders dan bij een warmtepomp, is één kWh elektriciteit nodig voor één kWh warmte. Dat betekent een hoge energierekening en grote belasting van het elektriciteitsnet als het koud is. Elektrische verwarming als bijverwarming, bijvoorbeeld in een weinig gebruikte ruimte, is wel een optie. • Groene waterstof en groen gas zijn naar verwachting vóór 2030 niet op grote schaal beschikbaar. Het hernieuwbare gas dat er is, zal nodig zijn voor de industrie en eventueel transport. Dit staat weergegeven in de ‘waterstofladder’ van Natuur & Milieu, zie afbeelding 2.2. Daarnaast staat de techniek nog in de kinderschoenen. Tot 2030 is waterstof of groen gas daarom geen realistisch alternatief. Ook daarna zal het naar verwachting schaars zijn, daarom is aangenomen dat het alleen in combinatie met een andere warmtebron (hybride warmtepomp) toegepast zal worden.
Figuur 2.2: De waterstofladder
62
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
7
2.2 Isoleren en temperatuur In alle gevallen is het verstandig om gebouwen te isoleren. Isolatie leidt tot hoger wooncomfort en een lagere energierekening. Bij elke warmtestrategie is isolatie daarom een zinvolle stap. Bij sommige strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie ook echt noodzakelijk om technisch haalbaar te worden. Meer
specifiek
is
de
watertemperatuur
van
de
warmteoplossing belangrijk. Een cv-ketel kan water tot 90
°C
verwarmen.
Een
warmtepomp
of
lage
temperatuur warmtenet maakt water van maximaal zo’n 50 °C.
Ook bij hybride verwarming is isolatie
Lage temperatuur: 30-50 graden
noodzakelijk. Bij een slecht geïsoleerde
Om de woning met een warmtepomp of andere Lage
ketel te vaak nodig om de warmtepomp
temperatuur oplossing comfortabel warm te houden is veel isolatie nodig. ECW stelt label B als minimum, in de praktijk worden vaak nog hogere eisen geadviseerd. Deze mate van isolatie kan in een bestaande woning niet altijd worden terugverdiend. Daarnaast zijn speciale grote radiatoren of vloerverwarming nodig. Bij strategie S1 (individuele elektrische warmtepomp) en S3 (Lage temperatuur warmtenet) is dus altijd hoogwaardige isolatie
nodig
als
voorwaarde
om
te
kunnen
functioneren.
woning is ondersteuning van de cvnog goed zijn werk te kunnen laten doen. Anders
dan
bij
lage
temperatuur
oplossingen, is de extra isolatie voor midden-temperatuur oplossingen
vaak
en
hybride
ook
financieel
rendabel om toe te voegen. De exacte isolatiegraad
en
het
label
zijn
afhankelijk van de exacte temperatuur en
het
temperatuur
afgiftesysteem. komt
Midden
voor
bij
Midden temperatuur 50-70 graden
warmtenetten (S2).
Ook bij de midden-temperatuur is extra isolatie en het
Hoge temperatuur 70-90 graden
plaatsen van grotere radiatoren noodzakelijk. De
Bij hoge temperatuur warmtenetten
hoeveelheid warmte die een radiator kan afgeven halveert, als de watertemperatuur daalt van 90 naar 70 °C.
63
(S2), bij groen gas (S4) en waterstof (S5), is de isolatie vooral nodig voor comfort en woonlastenbeperking.
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
8
Welk energielabel is nodig? Energielabels zijn een maat voor de energiezuinigheid van een gebouw. Een gebouw met goede isolatie, een zuinige ketel of zonnepanelen heeft een goed label. Rondom de warmtetransitie worden energielabels vaak gebruikt als maat voor de hoeveelheid isolatie. Daar is het energielabel echter oorspronkelijk niet voor bedoeld. Een ongeïsoleerd huis met heel veel zonnepanelen kan hetzelfde label halen als een heel goed geïsoleerd huis met een oude geiser en gaskachel. Gebruik energielabels daarom alleen als grove indicatie van de energiezuinigheid, en niet als meetinstrument voor de isolatie van een individuele woning.
De isolatiestandaard Op 18 maart 2021 heeft toenmalig minister Kajsa Ollongren de Tweede Kamer geïnformeerd over een nieuwe ‘Isolatiestandaard’ voor bestaande woningen. Hierin
zou
voor
alle
woningen
een
minimaal
isolatieniveau worden opgelegd, dat afhankelijk is van het bouwjaar van de woning. De isolatiestandaard is een advies voor de isolatiegraad van de woning en geeft aan hoe door middel van isolatie warmteverlies kan worden voorkomen en met duurzame
lage
temperatuurbronnen
kan
worden
verwarmd. Dit aangeraden niveau is hoger dan wat nodig is voor strategieën met hoge of middentemperatuur, omdat één van de doelen van de standaard is om ervoor te zorgen dat de woning geschikt wordt voor lage temperatuurverwarming.
64
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
9
2.3 Analyseresultaten Welke strategie het beste is voor welke panden in Brunssum is berekend met behulp van de Transitietool Aardgasvrij, die door Driven by Values (nu onderdeel van Stantec) ontwikkeld is. Met behulp van zeven variabelen wordt voor ieder pand
de
kansrijkheid
van
iedere
strategie
berekend. Variabelen zijn onder andere bouwjaar, laagste nationale kosten, warmtedichtheid, type eigenaars en energielabel. Zie bijlage II voor verdere toelichting op de variabelen en kaarten van elk van de variabelen. Door de verschillende variabelen te wegen, wordt voor elk pand een geschiktheidsscore berekend van iedere strategie. Deze score ligt tussen 0 en 1. Voor ieder pand wordt de beste strategie weergegeven op een kaart. Hierbij is een ondergrens gehanteerd van minimaal 0,65, voor sommige panden is (nog) geen van de strategieën voldoende rendabel. Dat betekent niet dat het technisch onmogelijk is die panden
aardgasvrij
te
maken,
wel
dat
Interpretatie van de analyseresultaten Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de analyseresultaten en de daadwerkelijke warmteoplossing die per pand gekozen wordt. De gemeente is geen eigenaar van de woningen en kan niet zomaar inwoners dwingen de oplossing te kiezen die uit deze analyse volgt. Welke oplossing een eigenaar
kiest,
is
bovendien
ook
afhankelijk van factoren die niet in een rekenmodel te vangen zijn, zoals persoonlijke
voorkeur
en
onderhoudsstaat van het gebouw. De kaart geeft daarom een indicatie welke oplossingen in welk gebied realistisch zijn,
maar
worden
moet
niet
omgezet
een-op-een in
het
uitvoeringsprogramma of de TVW 2.0.
dit
waarschijnlijk erg moeilijk en/of duur zal zijn. Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse is weergegeven in figuur 2.2 en 2.3. In rood is te zien dat er in de centrumdelen van Brunssum potentie is voor een warmtenet. Dat komt omdat daar de panden dicht op elkaar gelegen zijn en de gemiddelde isolatiegraad niet hoog is. Daarnaast is veel bebouwing geschikt voor een hybride warmtepomp. Kaarten met hoge resolutie zijn de te vinden in bijlage III.
65
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
10
Figuur 2.2: Potentie voor verschillende warmtestrategieën in Brunssum gecombineerd. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd..
Individuele elektrische warmtepomp 4.413
Hybride 13.060
HT of MTwarmtenet 16.727
LT-warmtenet 995
Figuur 2.3: Aantallen panden per oplossing.
66
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
11
Figuur 2.4: De potentie voor strategie 1 (Individuele elektrische warmtepomp) in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.
Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp In figuur 2.4 is de zien welke panden van het aardgas af kunnen met een individuele elektrische warmtepomp. Het zijn vooral nieuwe panden die al relatief goed geïsoleerd zijn. Drie buurten vallen op. De eerste is de vogelbuurt, waar vooral vrijstaande woningen van rond de eeuwwisseling staan. Ook de woningen rondom de Emmaweg zijn rond die periode gebouwd, hier wonen veel particuliere eigenaar-bewoners die daarom goed op de individuele elektrische warmtepomp over zouden kunnen. De derde plaats die opvalt is vakantiepark Brunssummerheide. Vanwege het afwijkende gebruiksprofiel en de afwijkende bouw, is op deze plaats nader onderzoek nodig om te bekijken of individuele warmtepompen voor deze bebouwing inderdaad de beste oplossing zijn.
67
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
12
Figuur 2.5: De potentie voor strategie 2 en 3 (LT/MT/HT warmtenet) in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.
Strategie 2 en 3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Voor ongeveer de helft van de bebouwing in Brunssum lijken warmtenetten de meest passende oplossing. Dat komt doordat dit gebieden zijn met een hoge bebouwingsdichtheid, met name in het centrum van Brunssum. Clusters met potentie voor lagere temperaturen zijn er nauwelijks in de gemeente Brunssum, vrijwel alle potentie betreft panden die minimaal middentemperatuur nodig hebben en anders hoge temperatuur. Onder andere de wijk Brunssum Noord, een proeftuin binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), is overwegend geschikt voor dit type warmtenet. De blauwe vlekken op de kaart zijn voor een groot deel geen clusters, maar losse grote gebouwen. Hier zijn gebouwgebonden collectieve oplossingen een optie, bijvoorbeeld warmtepompen met WKO als bron. De uitwerking hiervan is maatwerk.
68
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
13
Figuur 2.6: De potentie voor hybride warmtepompen in de gemeente Brunssum. Deze kaart is in bijlage III op hogere resolutie toegevoegd.
Strategie 4: Hybride warmtepompen Voor ongeveer een derde van de panden heeft een hybride oplossing – een elektrische warmtepomp gecombineerd met een gasgestookte cv-ketel – de grootste potentie. Het voordeel van deze oplossing is dat die relatief makkelijk uitvoerbaar is. De investering is fors lager dan voor een complete warmtepomp en er zijn minder aanpassingen aan de woning nodig. Individuele gebouweigenaars kunnen daardoor relatief makkelijk overstappen op een hybride warmtepomp. Het grootste nadeel is dat dit vaak slechts een tussenstap is: de gebouwen worden nog niet aardgasvrij. Dat kan pas als er genoeg hernieuwbaar gas is om het aardgas te vervangen of als de woning toch doorgaat richting een volledig elektrische warmtepomp. Bijvoorbeeld na extra isolatie of omdat de technische mogelijkheden van warmtepompen toenemen. Deze oplossing is daarom vooral geschikt voor gebouwen waar de andere oplossingen op dit moment nog niet haalbaar zijn. Hybride is ook minder geschikt voor gebouwen die nog helemaal ongeïsoleerd zijn: daar is te veel ondersteuning van de cv-ketel nodig en kan de warmtepomp niet optimaal werken. Zoals in figuur 2.6 te zien, gaat het om grote aantallen woningen vooral in het noorden, zuiden en westen van Brunssum.
69
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
14
2.4 Vergelijking met één na beste oplossing Voor alle panden is gekeken naar een alternatieve oplossing, als de eerste oplossing toch niet haalbaar blijkt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als er geen bronnen voor een warmtenet zijn of er is geen draagvlak van de inwoners. De één na beste oplossing is alleen getoond, als deze tenminste een geschiktheid van 0,65 heeft. Bij minder geschiktheid, is de verwachting dat deze oplossing niet realistisch is. In afbeelding 2.7 is te zien, dat voor veel panden geen geschikt alternatief gevonden is.
Figuur 2.7: Eén na beste oplossing, voor panden waar die oplossing minimaal geschiktheid 0,65 scoort.
70
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
15
2.5 Toekomstige ontwikkelingen De kennis over het aardgasvrij maken van gebouwen ontwikkelt snel. Enkele voorbeelden van trends die mogelijk belangrijk zijn: • Er zijn landelijk inmiddels 64 proeftuinen aardgasvrije wijken. Op al die plekken wordt ervaring opgedaan met nieuwe technieken en met het proces om een hele wijk in één keer of in stappen van het aardgas te halen. De lessen uit deze proeftuinen leiden tot nieuwe inzichten over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. • Bijna alle fabrikanten van warmtepompen werken aan mogelijkheden om hogere temperaturen te bereiken met een beter rendement. Op dit moment hebben reguliere warmtepompen (die Lage Temperatuur-warmte maken – geel op de kaartjes) een goed rendement (COP), maar geldt dit nog niet voor Hoge Temperatuur warmtepompen. Ook worden warmtepompen steeds stiller. Dat kan ertoe leiden dat warmtepompen over enkele jaren toepasbaar zijn in meer verschillende gebouwen. • Innovaties op het gebied van warmteopslag, bijvoorbeeld voor het opslaan van hoge temperaturen, kunnen ook tot nieuwe mogelijkheden leiden. Om al deze ontwikkelingen op te volgen moet er periodiek een nieuwe analyse gedaan worden. Dit gebeurt elke vijf jaar bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte.
Bij alle panden, ook die waarvoor nu nog geen oplossing is gevonden, is extra isolatie een goede stap om voor te bereiden op de toekomstige warmtevoorziening en nu al energie te besparen.
2.6 Conclusie In Brunssum zijn veel gebouwen niet geschikt voor lage temperatuurverwarming en kunnen ze ook niet zomaar geschikt gemaakt worden. Daarom zijn de meest voorkomende oplossingen een warmtenet met hoge aanvoertemperatuur of een hybride warmtepomp. Er zijn ook ruim 4.000 woningen die wel makkelijk geschikt gemaakt kunnen worden voor een elektrische warmtepomp. Voor een lage temperatuurwarmtenet is in Brunssum nauwelijks potentie. De vraag is nu of er voor deze oplossingen wel voldoende bronnen zijn. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven hoe de infrastructuur en beschikbare bronnen aansluiten op deze pandanalyse. Uit de analyse volgt dat er veel woningen zijn die nog niet goed geïsoleerd zijn. Voor alle panden is isoleren een belangrijke maatregel om de energievraag te beperken, het comfort te verbeteren en de rekening te drukken. Voor de gebouwen waar een lage temperatuur oplossing wordt voorzien (warmtepomp of warmte op lage temperatuur), is hoogwaardige isolatie volgens De Standaard ook een voorwaarde om het comfortabel warm te houden.
71
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
16
72
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
3. Bronanalyse In hoofdstuk 2 is beschreven wat vanuit het perspectief van de gebouwen de beste techniek is om aardgasvrij te worden. In dit hoofdstuk kijken we naar het aanbod van energiebronnen: Wat is vanuit perspectief van beschikbare bronnen en infrastructuur de beste techniek om aardgasvrij te worden? Als eerste komt de hoeveelheid beschikbare energie in Brunssum aan bod. Daarna volgt de infrastructuur en tot slot de geschiktheid van de ondergrond voor diverse technieken. In de laatste paragraaf wordt dit alles samengevat. De hoeveelheid warmte wordt uitgedrukt in terajoule, TJ. Eén terajoule staat ongeveer gelijk aan het jaarlijkse gasverbruik van 26 huishoudens. Tenzij anders vermeld, is de bron van deze gegevens de warmteatlas.
3.1 Bronnen Energie kan uit diverse bronnen komen, hieronder worden de belangrijkste toegelicht.
Elke strategie: Elektriciteit Een belangrijke energiebron voor bijna alle genoemde strategieën, maar in het bijzonder voor warmtepompen, is elektriciteit. Elektriciteit is ook een mogelijke bron voor het produceren van koude. In deze studie wordt desondanks niet in gegaan op de vraag of er voldoende elektriciteit beschikbaar is. Dat komt niet omdat dat geen belangrijke vraag is, maar omdat de schaal van één gemeente hiervoor niet de juiste is en omdat elektriciteit niet alleen voor verwarmen van gebouwen gebruikt wordt. Elektriciteitsverbruik zal in Nederland de komende decennia grondig veranderen, ook door elektrisch vervoer en elektrificatie van de industrie. Bovendien kan elektriciteit relatief eenvoudig worden verplaatst via hoogspanningsmasten. Daarom wordt het totale elektriciteitsvraagstuk regionaal onderzocht in de RES. De transitievisies die alle gemeentes opstellen, vormen input voor een volgende versie van de RES. Gebouweigenaren kunnen met zonnepanelen ook hun eigen elektriciteit opwekken.
Strategie 4 en 5: Biogas en waterstof Biogas is een (toekomstige) bron voor strategie 4: hybride warmtepompen. Biogas is gas gemaakt van natuurlijke reststromen. Wanneer dit gas geschikt gemaakt is om in het gasnet te voeden, wordt de term groengas gebruikt. In Brunssum is in potentie 35 TJ groengas per jaar beschikbaar. Dit betreft vooral reststromen van grasland en akkerbouw. Daarnaast is er 7 TJ te winnen uit GFT afval en 3 TJ uit mest. In de berekening is er rekening mee gehouden dat alleen reststromen benut worden, zodat biogas niet concurreert met voeding.
73
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
18
Ook andere sectoren willen gebruik maken van biogas. Het is daarom aannemelijk dat dit gas niet allemaal beschikbaar komt voor de bebouwing van Brunssum. Toekomstige ontwikkelingen die het aanbod van reststromen kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld minder vee of minder maaien van bermen) zijn niet meegenomen. Het is aannemelijk dat het aanbod reststromen in de toekomst lager wordt. Groene waterstof wordt gemaakt van elektriciteit. Om dezelfde redenen die bij elektriciteit genoemd worden, is het daarom moeilijk om voor alleen gemeente Brunssum een inschatting te maken. Het zal in ieder geval tot 2030, en waarschijnlijk ook daarna, een schaarse bron van energie blijven.
Strategie 2: Hoge temperatuurbronnen voor warmtenet Biomassa Biomassa voor individuele installaties is onwenselijk, vanwege de nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit en fijnstof. Bij een centrale stookinstallatie is de luchtkwaliteit door rookgasfilters beter te controleren, biomassa wordt daarom alleen beschouwd als potentiële bron voor collectieve warmte. Er is beperkte potentie voor biomassa in Brunssum: 24 TJ. Over de duurzaamheid van biomassa is veel discussie. Biomassa uit een lokale reststroom is het meest duurzaam. Alleen houtachtig snoeiafval en reststromen uit bossen binnen de gemeentegrenzen zijn daarom meegeteld in de potentie. Geothermie – hoge temperatuur Geothermie is het oppompen van heet water diep uit de grond. Het kan op termijn
een
belangrijke
bron
van
warmte worden in Nederland. Deze techniek is nog relatief nieuw, waardoor nog
geen
getalsmatige
inschatting
gegeven kan worden van de potentie. Wel is er door de mijnbouwhistorie in deze regio relatief veel bekend over de ondergrond. De kans dat er op 500 tot 4000 meter diepte grondwater met hoge temperatuur gevonden wordt, is in Zuid-Limburg erg klein. Figuur 3.1: Kaart uit de Warmteatlas met potentie voor geothermie. Donkerder paars betekent meer potentiële energie
74
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
19
Industriële restwarmte Er is in Brunssum maar één bedrijf dat over een significante hoeveelheid restwarmte beschikt: de steenfabriek van Wienerberger Poriso. De steenfabriek ligt redelijk dicht bij de bebouwde kom, wat de kansen hiervoor vergroot. De exacte potentie moet nader worden onderzocht, er is nu een grove schatting gedaan van 50 TJ per jaar. .
Figuur 3.2: Locaties waar warmte uit water gewonnen kan worden (aquathermie). Vennen, vijvers en beken met een potentie van minder dan 1 TJ zijn niet getoond, maar wel meegeteld in de totale potentie.
Strategie 3: Lage temperatuur bronnen voor warmtenet Aquathermie Aquathermie is het winnen van warmte uit water met behulp van een (grote) warmtepomp. Bij aquathermie is naast de hoeveelheid beschikbare energie ook de afstand van het water tot de bebouwing van belang, omdat de infrastructuur duur is om aan te leggen. Er zijn twee soorten bronnen voor aquathermie: oppervlaktewater en rioolwater. Warmte uit rioolwater kan worden gewonnen bij waterzuiveringen of rioolgemalen. Deze ontbreken echter in Brunssum, deze vorm van aquathermie heeft dus geen potentie. Er is wel redelijk wat oppervlaktewater in Brunssum, dat bovendien ook redelijk dicht in de buurt van bebouwing ligt. De totale potentie voor aquathermie uit oppervlaktewater is zo’n 70 TJ. Aquathermie kan ook worden ingezet voor het koelen van gebouwen.
75
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
20
Water in mijngangen Dit is een bijzondere variant op aquathermie: er wordt warmte gewonnen uit water dat in oude mijngangen staat. Onder het hele grondgebied van Brunssum liggen oude mijngangen. Het gebied was verdeeld tussen diverse mijnbedrijven. Het water in deze mijngangen is warmer dan oppervlaktewater, waardoor warmtepompen er meer warmte uit kunnen halen dan bij reguliere aquathermie. Het water is echter wel minder goed bereikbaar: er moeten twee boringen gedaan worden voor aanvoer en retour uit de gangen. De totale potentie in Brunssum is onbekend. Met het mijnwater is al een project gaande: in proeftuin Lemmender/Brunssum Noord is restwarmte uit de mijngangen één van de mogelijke warmtebronnen die wordt overwogen. In Heerlen ligt het enige Nederlandse project met deze bron. Hier wordt van zo’n 700 meter diepte water van 30 graden opgepompt. Hiermee worden 350 woningen verwarmd.
Strategie 1, 2 en 3: Ondergrond, WKO en bodemwarmtepompen Bij diverse technieken om zonder aardgas te verwarmen, speelt de bodem een grote rol. Geothermie is al benoemd. Dit is het winnen van aardwarmte op heel grote diepte (meer dan 500 meter, in de praktijk vaak twee à drie kilometer). Maar ook minder diep kan de ondergrond op diverse manieren een rol spelen: • Een warmtepomp haalt zijn energie uit de omgeving. In de praktijk is dat meestal of buitenlucht of de bodem. Er lopen buizen met een vloeistof de grond in, die warmte en/of koude uit de bodem winnen. Dit heet een gesloten systeem. • Aquathermie en sommige andere technieken voor collectieve warmte zijn efficiënter als in de zomer warmte in het grondwater kan worden opgeslagen om in de winter te gebruiken. Dit heet Warmte-koude Opslag, WKO. Deze techniek wordt vooral toegepast bij grotere projecten, van collectieve installaties voor een grotere flat tot warmtenetten voor een complete wijk. Anders dan in veel andere Parkstadgemeentes, is de ondergrond in Brunssum vrijwel overal geschikt voor het opslaan van warmte.
Alleen op de Brunssummerheide geldt een beperking vanwege
natuurbescherming en is de bodem ook technisch minder geschikt. Gezien de geringe hoeveelheid bebouwing in dat gebied, levert dat weinig belemmering op voor de warmtetransitie. Tegelijk zijn er in Brunssum nog helemaal geen bodembronnen bekend volgens de Warmte-atlas. Dat betekent dat er een groot onbenut potentieel is en dat er een kans ligt om dit aan te moedigen.
76
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
21
Opwaarderen van temperatuurniveau In deze analyse is meegenomen welke
100-600
temperatuur
600-1.000
ongeschikt Redelijk – goed geschikt Goed geschikt
> 1.000
Zeer geschikt
bepaalde
< 100
bronnen
minimaal hebben. Het is mogelijk om
Breuken wvp1
met een warmtepomp de temperatuur
dwarsdoorsnedes
van elke willekeurige bron te verhogen. Dat kan centraal of plaatselijk. Zelfs het verhogen van de temperatuur op het niveau van één woning is mogelijk, dat gebeurt met een boosterwarmtepomp. Uiteraard kost dat wel energie. Hoe kleiner
het
temperatuurverschil dat
overbrugd moet worden, hoe beter dat is voor het energiegebruik. Bij een temperatuur onder de 55 à 60 graden is altijd een oplossing nodig
Figuur 3.5: Geschiktheid van de bodem voor WKO.2
voor warm tapwater. In verband met legionella moet dat namelijk minimaal tot 60 graden verwarmd worden.
77
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
22
< 180 kW
> 1450 kW
180 – 900 kW 900 – 1450 kW
Totaaloverzicht bronnen voor warmtenet In figuur 3.5 is te zien hoeveel energie er jaarlijks maximaal theoretisch beschikbaar kan komen uit de eerder benoemde bronnen. In rood staan de bronnen die een hoge temperatuur kunnen leveren. In blauw staan bronnen die lage temperatuur kunnen leveren aan een warmtenet. Ter vergelijking is in roze de warmtevraag van alle gebouwen in Brunssum aangegeven. Dit is de huidige warmtevraag, dankzij isolatie zal deze vraag in de toekomst waarschijnlijk lager zijn.
Energievraag 2019
977
Aquathermie
70
Industrie
50
Biomassa
24
Biogas
35 0
LT bron: 30-50 graden
HT bronnen: 70-90 graden
200
400
600
800
Bronpotentie (TJ/jaar) Figuur 3.6: Hoeveelheid energie voor diverse warmteoplossingen in Brunssum (TJ per jaar).
78
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
23
1000
3.2 Impact op elektriciteits- en gasnet De energie- en warmtetransitie heeft impact op het bestaande elektriciteits- en gasnet. Netbeheerder Enexis is de eigenaar van deze netten. Bij beide onderdelen speelt een andere opgave. Elektriciteitsnetten worden meer belast en moeten verzwaard worden. Gasnetten daarentegen zullen op termijn waar het kan verdwijnen, maar moeten tot die tijd wel nog worden onderhouden.
Elektriciteitsnet verzwaren Om de warmtetransitie mogelijk te maken, is verzwaring van het elektriciteitsnet noodzakelijk. In Brunssum valt de benodigde verzwaring van kabels relatief mee, wel zijn er bij grote aantallen warmtepompen in een meerderheid van de wijken nieuwe transformatorhuisjes (MS/LS station) nodig. Afstemming met Enexis is van belang om te zorgen dat de verzwaringen op tijd ingepland kunnen worden. De wijken waar veel verzwaringen nodig zouden zijn én waar uit de pandanalyse veel potentie voor warmtepompen volgt, hebben daarbij de eerste prioriteit. In Brunssum gaat het dan vooral om Amstenraderveld en Emma. Van de ongeveer twintig buurten met veel potentie voor een hybride warmtepomp, is in meer dan de helft minimaal één nieuw transformatorhuisje (MS/LS station) en netverzwaring noodzakelijk. In bijlage IV staat uitgebreider beschreven hoe Enexis heeft onderzocht wat daarvan de gevolgen zijn.
Figuur 3.3: Schermafbeelding uit de tool van Enexis; benodigde netverzwaring wanneer 50% van de bebouwing over gaat op een hybride warmtepomp.
79
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
24
Gasnet Als inwoners zijn overgestapt op duurzame verwarming, kunnen de gasleidingen verwijderd worden. Dat kan wel alleen als álle bewoners in een buurt of gebied meedoen en dat zal op korte termijn dus alleen gebeuren bij de aanleg van een warmtenet. Maar ook als het gasnet behouden blijft is er een koppelkans. Namelijk om de vervanging van leidingen te combineren met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. In Brunssum bestaat meer dan de helft van het gasnet uit PVC. Deze leidingen zullen normaal gesproken voorlopig niet vervangen worden. De meeste overige gasleidingen zijn van staal. Hier is vervanging binnen tien jaar heel waarschijnlijk. In figuur 3.4 staat waar deze leidingen liggen. In het zuiden en oosten van de gemeente zijn grotere wijken/buurten die nog geheel van stalen leidingen zijn voorzien. Reden om met Enexis af te stemmen wanneer hier vervanging gepland is en welke koppelkansen er zijn met andere ondergrondse werkzaamheden.
Figuur 3.4: Gasleidingen in Brunssum.
80
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
25
Ruimte in de ondergrond Een aandachtspunt is de fysieke inpassing van nieuwe infrastructuur zoals warmtenetten en extra stroomkabels. Er liggen al veel kabels en leidingen ondergronds, waardoor het soms technisch niet haalbaar kan zijn door gebrek aan fysiek ruimte in de ondergrond. Naast de energietransitie vraagt het klimaatadapatief inrichten van de leefomgeving ook ruimte. Keuzes rondom de inpassing voor beide dienen dan ook weloverwogen gemaakt worden per locatie/ gebied
81
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
26
3.3 Conclusie Brunssum heeft in het algemeen weinig energiebronnen in verhouding tot de warmtevraag van de gebouwde omgeving. Dat heeft consequenties voor de uitkomsten van de pandanalyse (Hoofdstuk 2). Uit de pandanalyse volgde veel potentie voor hoge temperatuur warmtenetten. De bebouwing leent zich hier zeer goed voor, maar hiervoor zijn dus te weinig bronnen beschikbaar. Dat betekent dat voor (een deel van) de panden die meest geschikt lijken voor een warmtenet, een andere oplossing gezocht moet worden. Of er moet energie geïmporteerd worden. Biomassa en hernieuwbaar gas zijn energiebronnen die over grotere afstanden geïmporteerd kunnen worden. Ook kan worden gekeken naar restwarmte van Chemelot of Herzhogenrath. Hybride warmtepompen vormen een andere oplossing die in de pandanalyse veel gevonden is. De beperkte potentie voor groengas en waterstofgas betekent dat deze oplossing echt als tussenstap moet worden beschouwd, omdat er onvoldoende hernieuwbaar gas is om uiteindelijk alle woningen die in de analyse ‘groen’ werden, te voorzien. De beperkte beschikbaarheid van bronnen voor hoge temperatuur warmtenetten en hybride warmtepompen, betekent dat er meer moet worden opgelost met ingrijpende isolatie en individuele warmtepompen. Ook woningen die zich niet heel goed lenen voor warmtepompen, zullen hier wellicht toch voor geschikt gemaakt moeten worden.
Dat heeft grote implicaties: ingrijpende verbouwing van de woningen, met bijbehorende overlast en kosten. Overigens is de werkelijkheid genuanceerder dan de harde tegenstelling tussen hoge temperatuur en lage temperatuur suggereert. Wellicht is er ook een oplossing haalbaar waarbij enerzijds de gebouwen met isolatie geschikt worden gemaakt voor midden temperatuur en anderzijds aquathermie of een andere lage temperatuurbron met warmtepompen wordt opgewaardeerd tot dit niveau. Deze mogelijkheid wordt in diverse proeftuinen momenteel onderzocht. Onder welke voorwaarden dit kansrijk is, is nog niet geheel duidelijk. De infrastructuur zal de komende jaren flink op de schop moeten. Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en een flink deel van de gasleidingen bereikt binnen tien jaar het einde van zijn levensduur. Daarnaast is er op bepaalde plaatsen weinig ruimte in de ondergrond. Ook dit thema moet in de uitwerking van de tvw dus aandacht krijgen.
82
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
27
83
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
4. Van potentie naar project Deze rapportage heeft vooral geleid tot inzicht in de technische mogelijkheden. De technische mogelijkheden bieden echter nog geen routekaart voor de beste uitvoeringsstrategie, daarvoor is een programmatische aanpak nodig waar verschillende projecten onder vallen. De gemeente kan ervoor kiezen om projecten op te starten die zich richten op (1) een gebied, (2) een specifieke doelgroep en/of (3) alle inwoners van de gemeente. Deze keuzes zijn belangrijk om bewust te maken als gemeente. De gemeente heeft immers de rol om de lokale warmtetransitie te regisseren. Daarnaast is de laatste jaren het bewustzijn ontstaan dat hele wijken tegelijk met hetzelfde alternatief van het aardgas afsluiten niet realistisch is in de heterogene bebouwing van dorpen en oude stadsdelen. Dit maakt het belangrijk om niet alleen gebiedsgericht, maar ook doelgroepgericht en gemeentebreed te kijken naar mogelijke projecten in de uitvoeringsfase. Tijdens twee ambtelijke workshops is input voor dit hoofdstuk opgehaald.
4.1 Gebiedsgerichte projecten De gemeente kan in een gebied (wijk, buurt of anders) aan de slag met het aardgasvrij(-ready) maken van de gebouwen. Hieronder staan enkele mogelijke criteria beschreven op basis waarvan de gemeente die keuze zou kunnen maken.
Criterium 1: Aansluiten bij bestaande initiatieven Als in een buurt grootschalige plannen voor herstructurering, sloop of renovatie zijn (van gemeente of bijvoorbeeld de woningcorporatie), is dat het meest logische moment om ook te onderzoeken hoe de buurt aardgasvrij moet worden. En ook als in een buurt al een initiatief loopt, bijvoorbeeld van een bewonerscollectief, zal in de meeste gevallen gekozen worden om daar te starten.
Criterium 2: Collectieve of individuele oplossingen In buurten waar een warmtenet komt, is de wijkaanpak de enige mogelijkheid om aan de slag te gaan. Voor isolatie en individuele warmtepompen kan een wijkaanpak ook heel zinvol zijn, maar het is goed te beseffen dat er in die gevallen een keuze is. Individuele maatregelen kan de gemeente ook stimuleren bij een specifieke doelgroep of door de hele gemeente. Daarnaast is de doorlooptijd van de ontwikkeling van een warmtenet hoog. Dit kan een reden zijn om buurten waar uit de analyse een collectieve oplossing volgt, voorrang te geven. Wanneer er (op termijn) potentie is voor een groter warmtenet in meerdere buurten, is in de fasering van die buurten ook de onderlinge ligging en de ligging ten opzichte van een eventuele bron van belang, zodat een aaneengesloten net ontwikkeld kan worden. 84
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
29
Figuur 4.3a: Woningen die geschikt zijn voor de individuele elektrische warmtepomp kunnen relatief het snelst aardgasvrij
worden.
Figuur 4.3b: Woningen met een (zeer) slechte isolatiestaat kunnen de meeste energie besparen met isolatie.
85
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
30
Specifiek voor wijken met potentie voor een warmtenet, zijn werkzaamheden in de openbare ruimte een koppelkans. Hierbij wordt gekeken naar de werkzaamheden die in de komende jaren in de buurt op de planning staan en die gecombineerd kunnen worden met de verduurzaming van de buurt. Daarbij gaat het om ondergrondse werkzaamheden als vervanging van de riolering of waterleiding, maar ook om bovengrondse werkzaamheden zoals herinrichting van de buurt of vernieuwing van straten en wegen.
Criterium 3: Wat zijn de meest eenvoudige buurten Hele wijken van het gas af halen is nieuw, en moeilijk. Dat is een reden om te starten met het laaghangend fruit. In deze buurten zijn relatief weinig barrières om aan de slag te gaan. Dit wordt onder andere bepaald door: • Wijken met een hoog draagvlak. Ieder huishouden in de gemeente is uitgenodigd om mee te doen aan het draagvlak-onderzoek MoVe2030. De komende maanden volgt een tweede enquête. Met de uitkomsten van die draagvlakmonitor kan een eerste beeld geschetst worden waar bewoners de warmtetransitie steunen • Wijken met uniforme bebouwing. Indien er veel gelijksoortige woningen zijn of veel gebouwen met ongeveer dezelfde leeftijd of warmte- en koudevraag, is het wellicht mogelijk om delen van de buurt van een zelfde soort oplossing te voorzien. Dat vergemakkelijkt de warmtetransitie en bespaart kosten. • Wijken met weinig monumenten. Als in een buurt een beschermd stadsgezicht is of veel monumenten telt, heeft dit doorgaans een negatief effect op de mogelijkheden om te verduurzamen. Het aangezicht mag niet veranderd worden. Dat bemoeilijkt het verduurzamen van het gebouw. • Wijken met veel corporatiebezit of overheidsgebouwen. Woningcorporaties worden gezien als de startmotor van de energietransitie. De overheid zelf heeft een voorbeeldrol als het gaat om verduurzaming van gebouwen.
• Wijken waar de woningen al goed geïsoleerd zijn, en waar daarom eenvoudig een warmtepomp geplaatst kan worden.
86
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
31
Criterium 4: Waar is de nood het hoogst? Een heel andere benadering is om het bestrijden van energiearmoede prioriteit de te geven. De buurten waar inwoners relatief veel last hebben van de hoge gasprijs en relatief weinig zelfredzaam zijn, zijn wellicht niet de meest eenvoudige om te starten. Maar hier kan wel de grootste bijdrage worden geleverd aan het betaalbaar houden van de energietransitie. Bij deze benadering starten gemeente Brunssum in buurten met gemiddeld slechte isolatie, laag inkomen en ook particulier woningbezit. Figuur 4.4 toont de gebieden in Brunssum waar het risico op energiearmoede het grootste is onder particuliere woningeigenaars. Dit probleem lijkt op veel plekken in de gemeente te spelen. We zien een grote concentratie in het centrumgebied en het zuiden, waar uit de analyse het warmtenet op tenminste middentemperatuur als voorkeursoplossing naar voren kwam. In het westen van de gemeente speelt het minder.
Figuur 4.4: Gebouwen met risico op energiearmoede.
87
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
32
4.2 Doelgroepgerichte projecten Een andere insteek is om projecten niet alleen gebiedsgericht aan te vliegen, maar ook doelgroepgericht. Een goed voorbeeld om het verschil te illustreren is energiearmoede. Dit probleem kun je, zoals in de vorige paragraaf beschreven, gebiedsgericht aanpakken door in dat gebied met isolatie of aardgasvrij aan de slag te gaan. Maar het kan ook doelgroepgericht worden aangepakt. Dan selecteert de gemeente de doelgroep die te maken heeft met (een risico op) energiearmoede en benadert deze inwoners met een concreet plan of ondersteuning.
Ambassadeurs Sommige inwoners zijn al jarenlang tevreden met hun warmtepomp of verbeterde isolatie. Soms helpen zij graag anderen om ook hun woning te verduurzamen. Het kan interessant voor de gemeente zijn om een aantal enthousiaste inwoners te verzamelen in een ambassadeursgroep. Door een dergelijke groep gaat het onderwerp echt leven in de samenleving en komen andere inwoners hier ook mee in aanraking via bijvoorbeeld organisaties, (sport)verenigingen of gewoon op straat.
Minima Op dit moment dreigt de warmtetransitie te zorgen voor een toenemende ongelijkheid tussen rijkere en armere Nederlanders. De gemeente zal haar aandacht vooral richten op de lagere inkomens. Binnen deze groep zijn er twee subgroepen: kopers en huurders. De huurders vormen de grootste groep. Woningcorporaties zijn daarom een belangrijke partner bij een aanpak gericht op minima. De woningcorporaties hebben onder andere de verplichting om de woningen met de allerlaagste labels (e, f en g) uiterlijk 2028 beter te isoleren. Voor woningeigenaren met kleine portemonnee is meedoen met de warmtetransitie vaak nauwelijks mogelijk. Het vergt een grote investering’. De ISDE-subsidie wordt pas verstrekt ná aanschaf en dekt bovendien maar ongeveer een kwart van de aanschafkosten. Voor leningen komt deze groep niet altijd in aanmerking, al werkt de landelijke overheid wel aan verruiming van de mogelijkheden. . Daarnaast heeft deze groep vaak andere (financiële) problemen waardoor duurzaamheid niet bovenaan de prioriteitenlijst staat. Brunssum is al aan de slag met de nationale energietoeslag (800 euro) en werkt aan een steunfonds voor inwoners die moeite hebben om de energierekening te betalen. Ook werkt de gemeente in Parkstadverband samen aan het vraagstuk energiearmoede.
88
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
33
Jongeren & Ouderen Elke leeftijdsgroep heeft andere belangen en behoeften in de energietransitie. Vooral het onderscheid tussen jongeren en ouderen is treffend. De doelgroep jongeren (18-35 jaar) is ofwel huurder van hun woning ofwel pas net woningeigenaar, waardoor er weinig geld overblijft voor verduurzaming. Een duurzaamheids- of starterslening kan dan uitkomst bieden, maar werken aan bewustwording is ook belangrijk.
Zo
is
het
verstandig
om
bij
een
verhuizing
of
verbouwing
meteen
het
duurzaamheidsaspect mee te nemen – denk aan dakisolatie of glasisolatie. Daarnaast os energiezuinig gedrag een aandachtspunt. Ouderen hebben daarentegen vaak de twijfel of ze nog wel lang genoeg in hun woning wonen om de investering rendabel te maken. Zo is de terugverdientijd – zelfs met de huidige hoge gasprijzen – van een elektrische warmtepomp ongeveer tien jaar, afhankelijk van de isolatiestaat van de woning en de eventuele investeringen die op gebied van isolatie nog nodig zijn. De vraag is tegelijkertijd of de hogere huisprijs de investering dan wel te verantwoorden maakt. Daarentegen is het wel zo dat ouderen vaak erg maatschappelijk geëngageerd zijn en wel graag wat willen op het gebied van duurzaamheid. Soms ligt ook hier een koppelkans als ouderen hun woning levensloopbestendig willen maken, dan is het slim om op hetzelfde moment ook isolatie op te pakken.
89
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
34
Gemeentelijk vastgoed De doelgroep waar de gemeente de meeste invloed op heeft is de gemeente zelf. Ook gemeentelijke gebouwen zullen moeten verduurzamen en aardgasvrij worden. Door hier vroeg op in te zetten, geeft de gemeente invulling aan haar voorbeeldrol die ze vanuit het Klimaatakkoord heeft. Bovendien bezit de gemeente relatief grote energieverbruikers. Maak daarom zo snel mogelijk werk van energiebesparing in deze gebouwen en maak een plan voor verdere verduurzaming en aardgasvrije verwarming. Al in de PALET 2.0 uit 2015 werd het verduurzamen van het publieke vastgoed gezien als een belangrijke korte termijnstap.8
Maatschappelijk en commercieel vastgoed De groep maatschappelijk vastgoed omvat gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals onderwijsgebouwen, sport- en cultuurinstellingen en medische gebouwen. Commercieel vastgoed bestaat juist uit gebouwen met een commerciële functie, zoals restaurants en cafés. Voor beide groepen geldt dat verduurzaming en aardgasvrij vaak om een maatwerkaanpak vraagt, omdat deze gebouwen met een andere warmtevraag en aardgasvrij-aanpak te maken hebben dan reguliere woningen. Ontwikkel hier als gemeente of regio Parkstad dan ook een plan voor om ze daarbij te helpen.
Monumentale panden Ook deze groep heeft een ander pad te bewandelen, met name als het om het isoleren van de woning gaat. Monumentale panden zijn niet alleen duur, maar ook vaak moeilijk om te isoleren. Ze zijn bovendien gebonden aan extra wet- en regelgeving. Het is dus belangrijk dat eigenaren van deze panden extra geholpen worden door de gemeente door te kijken wat wel kan. Dit betreft panden met een officiële status, zoals Rijksmonumenten en beschermd dorpsgezicht. Maar ook andere karakteristieke, oude panden kunnen moeilijk zijn om te isoleren.
VvE’s Appartementengebouwen met meerdere eigenaars worden bestuurd door een vereniging van eigenaren (VvE). Dit is een samenwerking tussen eigenaar-bewoners die over het algemeen weinig financieringsmogelijkheden
heeft
buiten
regulier
onderhoud
en
geplande
investeringen.
Samenwerking met de gemeente kan leiden tot een slim plan voor het hele gebouw en kansrijke financieringsopties.
90
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
35
4.3 Gemeentebrede projecten In de praktijk zullen de meeste projecten straks gericht zijn op alle inwoners van Brunssum. Of ze nu rijk of arm zijn en of ze nu wel of niet in een bepaalde wijk wonen. Denk aan communicatiecampagnes, een energieloket en energiecoaches. Deze zijn er in principe voor alle inwoners. Dit is een belangrijke groep projecten, omdat uiteindelijk via deze weg de meeste inwoners – inclusief iedereen die individueel aan de slag wil – geholpen zullen worden.
Bewust worden en inspireren Een belangrijke rol voor de gemeente in de warmtetransitie is de faciliterende rol. Hieronder valt het informeren, betrekken en enthousiasmeren van inwoners. Denk aan een project zoals de warmtescanfoto, waarbij inwoners een foto krijgen aangeboden die zwakke plekken in de schilisolatie vastleggen. Denk ook aan het begeleiden van een ambassadeursgroep, het organiseren van communicatie en campagnes, het inrichten van een voorbeeldwoning, het verzorgen van gastlessen op onderwijsinstellingen en het creëren van bewustwording via serious games.
Natuurlijke momenten aangrijpen Het beste moment om grondig te verduurzamen is wanneer er toch al verbouwd of verhuisd wordt. Door samen te werken met makelaars, woningcorporaties, bouwbedrijven en installateurs kunnen dergelijke natuurlijke momenten gemonitord worden. Zo heeft de gemeente bijvoorbeeld de verhuizingen in beeld en kan zij verhuizers ondersteuning bieden bij het koppelen van verduurzaming aan de verbouwingsopgave.
Onafhankelijk advies en ontzorging Veel eigenaar-bewoners gaan graag zelf aan de slag. Op plekken waar geen warmtenet komt, kan dat ook prima. De gemeente kan een ondersteunende rol vervullen door inwoners te helpen in de klantreis. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een (online/fysiek) energieloket zoals de Woonwijzerwinkel, energiecoaches, een energiemarkt/-inlooppunt of online persoonlijk advies via de Aardgasvrijchecker (een doorvertaling van de pandanalyse-uitkomsten op pandniveau naar een online dashboard). Ook ondernemers kunnen worden gestimuleerd hieraan bij te dragen, bijvoorbeeld door installateurs op te leiden om ook over isolatie mee te denken. Ontzorging kan vele vormen aannemen. Sommige inwoners vinden bijvoorbeeld het aanvragen van een subsidie al ingewikkeld of eng, terwijl anderen misschien hulp nodig hebben bij het vinden van een betrouwbare uitvoerende partij.
91
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
36
Financiering Veel inwoners hebben moeite om zelf hun eigen warmtetransitie te financieren. De gemeente kan overwegen om hier wat aan te doen. Dat kan bijvoorbeeld door een lening of een gemeentelijke subsidie. Groene leges en vrijstellingen van vergunningen zullen misschien niet direct het verschil maken voor bewoners die zich de transitie niet kunnen veroorloven, maar geven wel een duidelijk signaal af en kunnen ook de workload voor de gemeentelijke organisatie beperken.
Samenwerken De gemeente heeft als regisseur van de warmtetransitie een uitdagende rol, maar niet eentje die ze alleen hoeft in te vullen. Door de samenwerking op te zoeken met andere partijen, kan er meer resultaat worden behaald en ontstaat er bovendien meer draagvlaak voor de plannen. Denk hierbij aan partijen als de energiecoöperatie Energiek Brunssum, de RES Zuid-Limburg, woningcorporaties, de netbeheerder Enexis, het waterschap Limburg, ondernemers en bedrijven met restwarmte. En natuurlijk ook de inwoners. In Brunssum zijn met name woningcorporaties Vincio, Wonen Zuid, WonenLimburg en Weller actief. Met die laatste werkt de gemeente al actief samen in de PAW-wijk Brunssum Noord.
4.4 Vervolg De volgende fase voor gemeente Brunssum is om, samen met de andere Parkstadgemeentes, de Transitievisie Warmte 2.0 op te stellen. Als input wordt daarbij naast deze studie ook de TVW 1.0 gebruikt. Ook zullen diverse stakeholders, zoals energiecoöperaties, netbeheerder en inwoners betrokken worden. In de Transitievisie 2.0 komt het volgende te staan: • Een doelstelling voor 2030 en voor 2050 • Een beslissing over de technieken en volgorde. Dit zal nog niet betekenen dat voor elke wijk een definitieve keuze gemaakt wordt welke techniek er komt en in welk jaar dat dan moet gebeuren, dat gebeurt in de WUP. Wél kan het betekenen dat bepaalde oplossing op bepaalde locaties uitgesloten worden, of dat er wijken aangewezen worden waar als eerste gestart wordt om de kansen voor bijvoorbeeld warmtenetten verder te onderzoeken. • Welke rol de gemeente hierin krijgt en welke rol andere belanghebbenden zullen hebben • Een aanzet tot (wijk-)uitvoeringsprogramma’s voor de periode tot 2030. 92
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
37
93
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
5. Conclusie In 2022 start Brunssum met het opstellen van de Transitievisie Warmte 2.0. Daarin wordt beschreven met welke technieken de gemeente uiterlijk 2050 aardgasvrij wordt en welke acties hiervoor de komende jaren worden opgestart. Deze potentieanalyse vormt achtergrondinformatie voor de TVW 2.0. Er is onderzocht welke duurzame oplossingen technisch mogelijk zijn in Brunssum. Daarnaast is gekeken naar manieren om op basis van doelgroep, gebied of gemeentebreed projecten op te starten om de transitie in gang te zetten. Veel bebouwing in Brunssum is geschikt voor een warmtenet met hoge temperaturen (70 graden en warmer). Er is echter geen voor de hand liggende bron voor. Er ligt dan ook een grote uitdaging om voor deze panden tot een goede strategie te komen. De andere oplossing die veel potentie heeft, is de hybride warmtepomp. Bewoners kunnen hiermee in hun eigen tempo en op korte termijn geld en CO2 besparen, zonder helemaal van het aardgas af te gaan. Dit is alleen nog een tussenstap. Op termijn is een andere warmtetechniek nodig, of het resterende aardgas zou vervangen moeten worden door een hernieuwbaar gas. Er is te weinig groengaspotentie binnen de gemeente om voor alle woningen aardgas te vervangen door groengas. Er zijn ook woningen met potentie voor een volledig elektrische warmtepomp.
Wanneer inwoners op grote schaal een (hybride of gewone) warmtepomp aanschaffen, is verzwaring van het elektriciteitsnet en toevoegen van transformatorhuisjes (MS/LS station) noodzakelijk. Afstemming met Enexis is hiervoor noodzakelijk. Deze afstemming is ook noodzakelijk omdat Brunssum relatief veel oude gasleidingen heeft, waar mogelijk vervanging in de komende tien jaar aan de orde komt. De potentie voor een lage temperatuur warmtenet is heel beperkt, vooral omdat er nauwelijks gebouwen in de gemeente zijn die zich hiervoor lenen. Ook als de stap naar aardgasvrij nog niet haalbaar is, kan altijd een eerste stap gezet worden om het gasverbruik te reduceren. Met andere woorden: isoleren! In de uitwerking van de potentie kan de gemeente niet overal tegelijk aan de slag gaan. Er zijn al twee wijken waar de gemeente aan de slag gaat met verduurzaming: Lemmender en Schuttersveld. In de volgende fase moet bekeken worden of en welke aanvullende projecten door de gemeente worden geïnitieerd. Dat kunnen andere wijken of clusters zijn, maar ook projecten die zich richten op enkele of alle inwoners door de gemeente heen. Hier moet Brunssum keuzes in maken.
94
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
39
95
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
Bronnen 1
Particuliere mijnen in Limburg, Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Particuliere_mijnen_in_Limburg
2
Onderzoek Witteveen en Bos 2012: 'Toelichting kansenkaarten WKO Limburg’ https://portal.prvlimburg.nl/multimedia/gisviewer_ondergrond/rapport_wko.pdf
3
Warmteatlas https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2
4
TNO onderzoek energiearmoede 2021 https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-
in-kaart/ 5
Strategiefactsheets, ECW https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx
6
Hernieuwbare Energie in Nederland 2020, CBS https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2021/hernieuwbare-
energie-in-nederland-2020/8-biomassa 7
‘Adiabatic Flame Temperatures’, The Engineering ToolBox https://www.engineeringtoolbox.com/adiabatic-flame-temperature-d_996.html
8
Parkstad Limburg Energietransitie (PALET). PALET 2.0 - Brunssum https://docplayer.nl/155315790-Parkstad-limburg-energietransitie-palet-palet-
brunssum.html
96
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
41
97
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
Bijlagen I
Warmtestrategieën
41
II
Detailoverzicht variabelen in Transitietool Aardgasvrij
50
III Hoge resolutie potentiekaarten
51
IV
Impact warmtetransitie op stroomnet
56
98
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
43
Bijlage I: Warmtestrategieën5 Zie voor meer informatie en uitsplitsing in substrategieën ook de website van ECW ECW
Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp Wat is het? De individuele elektrische warmtepomp verwarmt een pand door warmte uit de bodem, ventilatieretourlucht of de buitenlucht te halen. Door slimme technieken kan uit lucht of water van bijvoorbeeld maar 10 graden toch genoeg warmte gehaald worden om te douchen en je huis te verwarmen. Omdat een warmtepomp niet veel warm water ineens kan maken, is een opslagvat (boiler) nodig om te kunnen douchen. Een warmtepomp verbruikt elektriciteit. Met één kWh elektriciteit kan een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte maken. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van deze oplossing gebruik gaan maken.
Voor welke panden is het geschikt? Een elektrische warmtepomp maakt water op een relatief lage temperatuur (ongeveer 30 tot maximaal 55 °C). Bij een traditionele cv-ketel wordt het water in de radiatoren tot 90 °C. Een pand moet daarom heel goed geïsoleerd zijn om het voldoende te kunnen verwarmen en moet voorzien worden van speciale radiatoren of van vloerverwarming. De isolatie maakt dat deze oplossing bij matig geïsoleerde woningen vaak duurder is dan alternatieven. Daarom is een warmtepomp vooral geschikt voor nieuwere woningen en oudere woningen die al heel goed geïsoleerd zijn. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit betekent wel dat het elektriciteitsnet zwaarder belast wordt. Als veel woningen een individuele elektrische warmtepomp krijgen, is verzwaring noodzakelijk. Dit is één van de redenen dat de transitievisie met netbeheerder Enexis wordt afgestemd.
99
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
44
Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel modellen ook kunnen voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers.
Wat betekent dit voor de gemeente? De individuele elektrische warmtepomp is
een
individuele
oplossing,
huishoudens kunnen onafhankelijk van elkaar
een
warmtepomp
nemen.
Centrale regie is alleen noodzakelijk als de warmtepompen gebruik maken van bodembronnen.
Meerdere
bodembronnen dicht bij elkaar kunnen elkaar
ongewenst
opwarmen
of
afkoelen. Daarom moeten afspraken gemaakt worden als meerdere bronnen bij elkaar in de buurt komen. Warmtepompen ingewikkelder
zijn dan
duurder
en
cv-ketels.
Veel
mensen hebben moeite overzicht te krijgen van alle verschillende bronnen en
technieken.
Onafhankelijke
informatie en praktische hulp bij de keuze kan de drempel verlagen om een warmtepomp aan te schaffen.
100
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0 | Bijlage 4
45