Raadsvoorstel 41 (bijlage 1) Brunssum Transitievisie warmte visie definitief
Tekst van het document
Transitievisie Warmte 2.0
Voorwoord Het recente klimaatrapport (IPCC, maart 2023) toonde nogmaals aan dat de opwarming van de aarde duizelingwekkend snel gaat. Wanneer we de klimaatdoelen niet halen, is het belangrijk om verdere opwarming zo veel mogelijk te beperken. We beseffen steeds meer dat wij, als mensen, de belangrijkste veroorzakers zijn. Wij, die onze woningen verwarmen, ons verplaatsen met de auto en het vliegtuig, veel te veel kopen… zo kunnen we nog even doorgaan. Wij zijn de veroorzaker en dat betekent dat de oplossing ook vanuit ons moet komen. De keuzes die we maken moeten anders. Van het aardgas af gaan wordt een onmogelijke uitdaging als we niet iets fundamenteels doen aan ons energieverbruik.
We staan aan de vooravond van de grootste transformatie ooit. Brunssum gaat er in de komende jaren heel anders uit zien. Dat betekent dat we 45 buurten aardgasvrij maken in bijna dertig jaar. Een behoorlijke opgave. Maar: het is vooral tijd voor samen actie te ondernemen. Voor u ligt de Transitievisie Warmte waarin we aangeven hoe en wanneer we in Brunssum onze gebouwen energiezuinig en aardgasvrij maken.
Hoge kans op energiearmoede Brunssum staat in de top 20 van de gemeenten met de meeste energiearmoede. Uit onze analyse uit het voorjaar van 2022 blijkt dat bijna 4.900 huishoudens risico lopen op een onbetaalbare energierekening. Groen doen is moeilijk als je rood staat. Voor veel bewoners is de aardgasvrije opgave een duur, ingewikkeld en moeizaam proces. Door de vele vooroorlogse woningen in onze gemeente, blijft het een uitdaging om beter te isoleren, het gebruik van aardgas te reduceren en de overstap te maken naar duurzame warmte. Aan de andere kant ligt voor onze gemeente de grote opgave om op eigen grondgebied duurzame elektriciteit op te wekken. Nu we steeds meer woningen elektrisch gaan verwarmen, moeten we steeds meer elektriciteit opwekken. Dat geldt al
2
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
helemaal wanneer we na 2030 de volgende slag maken naar 2050. De relatie tussen het opwekken van elektriciteit en het verwarmen van woningen is dus aanwezig. We kijken dan ook integraal naar deze opgaven en hebben verstandige keuzes te maken.
Dilemma’s In deze visie presenteren we onze wensen, ambities en uitdagingen. Middels een brede enquête onder onze bewoners, vele gesprekken met deskundigen en informatieavonden met de gemeenteraad kwam deze transitievisie warmte tot stand. We pakken deze opgave samen met bewoners op en nemen iedereen mee. Jong, oud, rijk arm, meer en minder gemotiveerd. We zorgen voor goede, onafhankelijke, deskundige ondersteuning
en advisering van bewoners. We gaan voor zorgvuldige participatieprocessen. Naar ons idee is die zorgvuldigheid de enige juiste weg. Dat blijkt ook uit de lessen die we leren in het landelijk programma aardgasvrije wijken en onze eigen proeftuin in Brunssum Noord. En juist op dat gebied kampen we met onduidelijkheid en onzekerheid. De gemeente kreeg de afgelopen jaren steeds meer taken en verantwoordelijkheden erbij. Vaak zonder de benodigde financiële en juridische middelen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt mogen we niet vergeten.
Brunssum benadert deze uitdaging als een kans. De gemeente gaat samen met bewoners en andere partijen in de buurt aan de slag met het uitwerken van een uitvoeringsplan. Hierin hebben we niet alleen aandacht voor aardgasvrij, maar praten we direct over een toekomstbestendige en fijne buurt. Samen gaan we voor een duurzaam Brunssum!
We zitten in een lastig parket: blijft voldoende financiële tegemoetkoming voor de uitvoering van deze transformatie én voor het compenseren van onze bewoners uit? Dan wordt het lastig om deze opdracht te realiseren en onze belofte van zorgvuldigheid en participatie te kunnen waarmaken. En dat terwijl de tijd dringt voor ons klimaat, onze toekomst en de betaalbaarheid voor onze bewoners. Dat laatste: dat is onze grootste reden om de regierol die we kregen als gemeente, goed en zorgvuldig op te pakken. Dat we als gemeente deze opgave kregen om uit te voeren, betekent niet dat dit alleen aan ons is. Wij zien vooral een samenwerking tussen gemeente, bewoners en andere partijen. Samen maken we dan ook afspraken over isoleren, aardgasvrije gebouwen en hoe we stap voor stap bij dat eindresultaat komen. Zoals gezegd: een grote opgave. Maar de eerste belangrijke stap richting een aardgasvrije gemeente zetten we heel snel: we gaan goed isoleren.
3
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Merle van Leusden Wethouder duurzaamheid
Inhoudsopgave Voorwoord
2
Samenvatting
5
1.
Totstandkoming Transitievisie Warmte
6
Ambitie gemeente Brunssum
10
3.
Naar een energiezuinig en aardgasvrij Brunssum
12
4.
Buurtgerichte aanpak
21
1.1. 1.2. 1.3. 1.3.1. 1.4. 1.5.
2.
Afspraken Waarom aardgasvrij? Transitievisie Warmte 2.0 Actualisatie TVW 2.0 Hoe kwam deze visie tot stand? Leeswijzer
2.1. 2.2.
3.1. 3.1.1. 3.1.2. 3.2. 3.3. 3.4. 3.4.1. 3.4.2. 3.5. 3.5.1. 3.5.2.
Ambitie aardgasreductie 2030 De rol van de gemeente
Energie besparen, isoleren en ventileren Isoleren Ventileren Strategieën om van het aardgas af te gaan Energiedragers voor duurzame warmte Wat zijn de kansrijke warmteopties in gemeente Brunssum? De warmteoplossing in de startbuurten Overige overwegingen Haalbaar en betaalbaar Financiering Maatschappelijke kosten
4.1. 4.1.1. 4.2. 4.3. 4.4.
5.
Startbuurten Selectiecriteria startbuurten De planning De uitvoering Participatie
Gemeentebrede aanpak
5.1.
Regionaal isolatie- en verduurzamingsprogamma
6 7 7 8 9 9
10 11
13 14 14 15 16 16 17 19 19 20 20
21 22 22 24 25
26 26
Bronnenlijst
27
Bijlages
28
4
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Samenvatting In het klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente aan de slag gaat met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Daarnaast heeft regio Parkstad de PALET-ambitie waarbij het uitgangspunt is: energieneutraal worden door te besparen op energie en eigen energie in de regio zelf op te wekken.
Om in Brunssum in 2050 energiezuinig en aardgasvrij te zijn, zet de gemeente de komende jaren stappen op basis van deze Transitievisie Warmte 2.0. Deze kwam tot stand middels verdiepend onderzoek op de technische oplossingen en gesprekken met belanghebbenden waaronder de gemeenteraad, woningcorporaties en netwerkbeheerder Enexis. Bewoners beantwoordden middels een enquête vragen over energiezuinig en aardgasvrij wonen.
5
waarschijnlijk de meeste woningeigenaren over op een individuele oplossing voor de eigen woning. Op sommige locaties is er potentie voor een kleine collectieve voorziening voor meerdere adressen.
De ambitie van de gemeente is om in 2030 20% minder aardgas te verbruiken ten opzichte van 2020. Doordat de gemeente de regierol heeft in deze opgave, is ervoor gekozen deze opgave te gebruiken met het oog op het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de buurten.
Uiteindelijk zijn deze stappen alleen mogelijk als ze haalbaar en betaalbaar zijn. Dit wordt bereikt door in twee sporen aan de slag te gaan. Enerzijds wordt buurt voor buurt aan de slag gegaan, beginnende met buurten met veel lage energielabels en waarbij de betaalbaarheid van de energierekening onder druk staat. Daarnaast komt er gemeentebreed een isolatie- en verduurzamingsprogramma dat samen met de andere gemeenten in Parkstad wordt ontwikkeld. Dit programma wordt vanaf 2024 ingezet.
Om alle buurten te verduurzamen is vaak een combinatie van maatregelen nodig. Zo wordt altijd gestart met besparen. Veel gebouwen in Brunssum zijn nog niet goed geïsoleerd en dus niet energiezuinig. Na het isoleren volgt de stap naar duurzame energie. Voor aardgasvrij wonen zijn verschillende opties onderzocht. In Brunssum gaan
In het eerste spoor werken gemeente, bewoners en andere partijen in de buurt samen aan een uitvoeringsplan. Welke stappen zijn nodig om aardgasvrij te worden? In dit uitvoeringsplan komt onder andere ook de haalbaarheid, betaalbaarheid en een planning aan bod. Hoe de uitvoering vervolgens eruitziet, wordt in overleg met de buurt bepaald.
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
1. Totstandkoming Transitievisie Warmte In dit hoofdstuk komen de landelijke, regionale en lokale afspraken met betrekking tot het klimaatakkoord aan bod. Vervolgens wordt toegelicht waarom de keuze voor aardgasvrij wordt gemaakt. De totstandkoming van deze TVW komt in 1.3 en 1.4 aan bod. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer.
1.1.
Afspraken
Landelijk Om invulling te geven aan de internationale afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015), sprak Nederland in 2019 in een nationaal Klimaatakkoord een centraal doel af: het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen met 49% ten opzichte van 1990. Dit doel wordt verhoogd naar 55% als de Europese Unie een akkoord bereikt. In het regeerakkoord van 2022 staat een ambitie van 60% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord staan diverse afspraken, gemaakt voor verschillende sectoren. Deze transitie visie geeft richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
Daarnaast heeft de regio Parkstad de PALET-ambitie waarbij het uitgangspunt is: energieneutraal worden door te besparen op energie en eigen energie in de regio zelf op te wekken.
Gemeente Om op het gemeentelijk niveau invulling te geven aan de warmtetransitie, is de Transitievisie Warmte 1.0 verder uitgewerkt tot deze 2.0 versie.
Figuur 1: Voorbeeld van de gelaagdheid
Regionaal Nederland heeft dertig klimaatregio’s, die elk een Regionale Energiestrategie (RES) opstelden. De gemeente Brunssum is partner in de RES-regio Zuid-Limburg. De gemeenteraad stelde in 2021 de RES Zuid-Limburg vast. Onderdeel van deze RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit gaat over het gebruik van warmtebronnen en hoe deze in te zetten binnen de regio.
Bron: Ontwerp Warmteprogramma Hengelo
6
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
1.2. Waarom aardgasvrij? In 2050 moeten alle zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen in Nederland goed geïsoleerd zijn én duurzaam verwarmd worden. Als eerste stap worden tot 2030 de eerste 1,5 miljoen woningen verduurzaamd. Klimaatverandering is hiervoor een belangrijke reden, maar er zijn meer voordelen aan aardgasvrij op de lange termijn: •
Betaalbaarheid: De betaalbaarheid van de energierekening staat onder druk. Aardgas wordt steeds duurder en het is daarom van belang om op zoek te gaan naar een betaalbaar alternatief. Duurzame warmte is in eerste instantie een investering, maar zorgt er wel voor dat de betaalbaarheid op de lange termijn gewaarborgd blijft.
•
Betrouwbaarheid: Het Nederlandse energienet is een van de meest betrouwbare netten van Europa. Door samen te werken aan een
energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving is er minder afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland. Met betrouwbare technieken en innovatieve oplossingen wordt het betrouwbare net behouden. De gemeente verzorgt dit proces met alle partijen en ondersteunt waar nodig. •
Rechtvaardigheid: Regio Parkstad streeft ernaar de energie die nodig is in de regio zoveel mogelijk zelf op te wekken. Daarbij moeten de lusten en de lasten op een eerlijke manier over de samenleving worden verdeeld. Uitgangspunt is dan ook dat iedereen kan meedoen in deze transitie naar een duurzame energievoorziening.
De bewoner staat centraal in dit proces. Door heldere afspraken te maken en verwachtingen te scheppen komt Brunssum stap voor stap dichterbij een aardgasvrije toekomst.
1.3. Transitievisie Warmte 2.0 Om de overstap naar een aardgasvrije gemeente te laten slagen, is het belangrijk om aan de voorkant duidelijkheid te scheppen over een tweetal zaken: welke buurten zijn wanneer aan de beurt én welke alternatieven voor aardgas zijn daarbij kansrijk? Door heldere afspraken met elkaar te maken wordt duidelijk wie waarvoor aan de lat staat. Dit doen gemeenten door het vaststellen van een Transitievisie Warmte (TVW). Hierin geeft de gemeente richting aan de aanpak van het energiezuinig en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving binnen de eigen gemeentegrenzen. In december 2021 stelde gemeente Brunssum een eerste TVW vast. Ook werd de afspraak gemaakt om deze versie verder te verdiepen tot een TVW 2.0 waarin startbuurten en de rol van de gemeente duidelijk naar voren komt. De TVW 2.0 geeft – op basis van huidige inzichten en technieken – een doorkijk naar de kansrijke alternatieven voor aardgas binnen onze gemeente.
7
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Voor gebieden waar de komende tien jaar stappen gezet worden, beschrijft de TVW 2.0: a. Hoeveel woningen en andere gebouwen tot en met 2030 worden geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt; b. Welke alternatieve warmtevoorzieningen kansrijk zijn en de bijbehorende energie infrastructuur; c. Welk warmtealternatief de laagste maatschappelijke kosten heeft.
De TVW 2.0 vormt de basis voor de uitvoeringsplannen, gemaakt door de betrokken partijen. Denk hierbij aan bewoners, verhuurders en de netwerkbeheerder. De gebieden waar nog geen stappen gezet worden, krijgen alvast een doorkijk naar de kansrijke warmteoplossingen. Daarmee wordt handelingsperspectief geboden aan betrokken partijen om maatregelen te nemen gericht op de verduurzaming van de eigen woning. De meeste gebouwen in Brunssum vallen in het klimaatakkoord onder ‘gebouwde omgeving’. Dit zijn gebouwen zoals woningen, winkels, MKB of zorgcentra in woongebieden. Dit is dan ook de primaire doelgroep van deze TVW. De meeste gebouwen zijn woningen, vandaar dat deze TVW vooral spreekt over ‘woningen’. Industriegebieden vallen buiten de scope van de Transitievisie Warmte en binnen de sector ‘Industrie’ in het klimaatakkoord.
Regionaal isolatie- en verduurzamingsprogramma Naast de TVW 2.0 wordt door alle Parkstad-gemeenten gezamenlijk een (regionaal) isolatie- en verduurzamingsprogramma ontwikkeld. Dit programma is gericht op het verduurzamen van met name woningen. De focus van dit programma is de komende periode voornamelijk gericht op isoleren, met nadrukkelijk aandacht voor de verbetering van de slecht geïsoleerde woningen. Dit programma loopt van 2024 tot 2030. De maatregelen die dit programma aan verschillende doelgroepen biedt, sluiten zoveel mogelijk aan bij de kansrijke warmteoplossingen zoals beschreven in deze TVW.
In de TVW 1.0 van gemeente Brunssum zijn de volgende uitgangspunten afgesproken waarmee we richting geven aan de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving: We doen het samen: De overgang naar een aardgasvrije samenleving slaagt alleen als iedereen meedoet. Alleen door samen te werken kunnen we een aanpak ontwikkelen die zo goed mogelijk aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de betrokken partijen. We zetten in op energie besparen of ‘aardgasvrij-voorbereid’: Goede isolatie en ventilatie zijn belangrijke randvoorwaarden om onze gebouwen op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Daarom kan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving niet los worden gezien van het stimuleren en ondersteunen bij het ‘aardgasvrij-voorbereid’ maken van gebouwen. Betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar: Iedereen moet kunnen meedoen aan de warmtetransitie. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat de woonlasten van bewoners en bedrijven betaalbaar blijven. Uiteraard moet het alternatief voor aardgas betrouwbaar en beter voor het milieu zijn. Koppelkansen benutten: Door verschillende opgaven en werkzaamheden met elkaar te verbinden, kunnen we verschillende voordelen behalen. Bijvoorbeeld door aan te sluiten op groot onderhoud aan gebouwen, openbare ruimte en infrastructuur in een buurt.
Mogelijke voordelen zijn tijdswinst en kostenbesparing door werkzaamheden gezamenlijk uit te voeren. Ook kunnen we daarmee de overlast voor bewoners zo klein mogelijk houden.
1.3.1. Actualisatie TVW 2.0 Met het vaststellen van de TVW 2.0 is de meest kansrijke oplossing niet in beton gegoten. Er ontstaat steeds meer inzicht in de haalbaarheid van de technieken en de betaalbaarheid daarvan. De bestaande warmteoplossingen worden steeds efficiënter en nieuwe innovatieve technieken komen voor 2050 aan het licht. Elke vijf jaar wordt de TVW geactualiseerd op basis van technische, financiële en praktische haalbaarheid.
8
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
1.4. Hoe kwam deze visie tot stand?
1.5. Leeswijzer
De volgende, regionaal afgesproken, stappen zijn doorlopen en leidden tot de TVW 2.0:
Hoofdstuk 2 van deze TVW gaat in op de ambitie en de regierol van de gemeente in de transitie naar een energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3 de stappen naar energiezuinig en aardgasvrije gebouwen. Ook alternatieve warmteopties komen hierin terug. Op basis van deze informatie richten hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 zich op de twee sporenaanpak: een buurtgerichte en gemeentebrede aanpak. In deze hoofdstukken staat beschreven in welke buurten de komende jaren wel of niet gestart wordt met de warmtetransitie. Ook de gemeentebrede aanpak komt hierin terug. In de bijlagen zijn een aantal stukken toegevoegd die meer informatie geven over de technische maatregelen. Ook is er meer informatie te vinden over de fase na de vaststelling van de TVW. Relevante onderzoeksresultaten die zijn gebruikt bij het opstellen van deze TVW zijn ook als bijlage toegevoegd.
1. Potentiestudie. Dit is een verdieping op de startanalyse uit de TVW 1.0. Deze studie is bijgevoegd in bijlage 4.1 en bracht kansrijke oplossingen in beeld gebaseerd op kenmerken van bewoners. Denk hierbij aan type eigenaar, inkomen en energieverbruik.
2. Stakeholdersessies. Op basis van de potentiestudie werden een aantal stakeholdersessies georganiseerd, met: • De gemeentelijke organisatie • Woningcorporaties, netbeheerder Enexis, drinkwaterleverancier WML en energiecoöperatie Energiek Brunssum • Gemeenteraad In deze sessies werden de potentiële alternatieven verkend. Daarnaast werd informatie opgehaald over bijvoorbeeld de strategieën om naar een aardgasvrije gebouwde omgeving te gaan. Ook kwam een passende rol voor de gemeente als regisseur van deze opgave ter sprake. Een verslag van deze bijeenkomsten is te vinden in bijlage 4.2
3. Inwonersenquête Bewoners zijn met een enquête bevraagd over energiezuinig en aardgasvrij wonen. In deze enquête kregen zij vragen die ingingen op hoe de gemeente de warmtetransitie zou moeten vormgeven en aan welke maatregelen zij behoefte hebben. De resultaten (bijlage 4.3) leverden ook een bijdrage aan het opstellen van het regionaal isolatieen verduurzamingsprogramma.
4. Data-analyse. De resultaten van bovengenoemde middelen werden gecombineerd met data waarvan de benodigde analyses zijn gemaakt. Denk hierbij aan informatie over energielabels, energieverbruik en allerlei andere informatie. Deze data komt voort uit de landelijke databases van onder andere de VNG, PBL, CBS en het kadaster. Naast deze stappen zijn er aanvullend nog een aantal stappen lokaal doorlopen. 1. Uit de stakeholdersessies kwam de behoefte om op basis van de potentiestudie, de potentie van de lokale warmtebronnen verder te onderzoeken. Deze studie is toegevoegd in bijlage 4.4. 2. Op basis van de eerdere sessies en de analyse van allerlei bijbehorende data, ontstond een verdiepende sessie met de woningcorporaties, Enexis en WML. In deze sessie stond de planning centraal. Door de planningen van alle partijen bij elkaar te brengen, werd de planning van de startbuurten afgestemd.
9
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
2. Ambitie gemeente Brunssum De ambitie en regierol van de gemeente zijn belangrijk. Het ambitieniveau bepaalt het tempo waarmee het gebruik van aardgas wordt verminderd. Naast een heldere ambitie kan de gemeente de daaruit voortkomende opgave op meerdere manieren invullen. Afhankelijk van de buurt of de technische oplossing kan de gemeente haar regierol hierop aanpassen. In dit hoofdstuk komt eerst de ambitie van gemeente Brunssum en vervolgens de gekozen regierol aan bod.
2.1. Ambitie aardgasreductie 2030 De planning van de buurt-voor-buurt aanpak tot 2030 bevat 9.314 woningequivalenten.2 Deze gebouwen gebruiken samen gemiddeld 11,5 miljoen m³ gas per jaar. Het huidige aardgasgebruik binnen de gehele gemeente is 22,9 miljoen m³. Dat wil zeggen dat het verbruik van aardgas in de startbuurten 50% van het totaal in Brunssum bevat. De ambitie voor aardgasreductie in Brunssum voor 2030 bestaat uit twee onderdelen: •
•
3.247.541
1.143.598
In de startbuurten wordt ingezet op volledig aardgasvrij, daarmee wordt in 2030 het huidige gebruik van 11,5 miljoen m³ gereduceerd met 3,2 miljoen m³. Dit is een reductie van 14%. Bewoners en andere eigenaren buiten de startbuurten zetten op eigen initiatief stappen. Daarnaast zet de gemeente zelf de benodigde stappen in relatie tot haar eigen gebouwen. Daarmee wordt in 2030 het gebruik van 11,4 miljoen m³ met 1,1 miljoen m³ gereduceerd. Dit is een reductie van 5%.
De totale reductie van aardgasgebruik in Brunssum in 2030 bedraagt daarmee 4,4 miljoen m³. In totaal resulteert dit in 19% reductie in 2030. Daarmee stelt de gemeente Brunssum de ambitie voor 2030 vast op 20% reductie ten opzichte van 2020. Dit is gelijk aan het landelijke uitgangspunt van 20% aardgas reductie in 2030.
10
Figuur 2: Aardgasreductie Brunssum 2030
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
18.535.310
Totaal reductie buurt voor buurt aanpak m3 Totaal reductie gemeentebrede aanpak m3 Resterend gebruik aardgas m3
Aardgas reductie Brunssum 2030
Totaal reductie buurt voor buurt aanpak m3 3247541,2 Totaal reductie gemeentebrede aanpak m3 1143 Een woningequivalent is een eenheid en andere Resterend gebruik(weq) aardgas m3om woningen 18535310,75 2
gebouwen zoals kantoren of andere utiliteiten met elkaar te vergelijken. 130 m² bvo komt overeen met 1 woningequivalent (weq). Bvo = bruto vloeroppervlak, uitgedrukt in vierkante meters (m²) (Bron: startanalyse PBL)
Op basis van de uitkomsten van de werksessies en het onderzoek (zie paragraaf 1.4) gaat gemeente Brunssum aan de slag in buurten waar de betaalbaarheid van de energierekening het meeste onder druk staat en de woningen het slechts geïsoleerd zijn. Van 2023 tot 2030 gaat de gemeente in twee buurten per jaar aan de slag, vanaf 2030 worden dit drie buurten per jaar. 2023 wordt gebruikt voor het gereedmaken van de gemeentelijke organisatie. Daarnaast start de uitvoering in de eerste startbuurten. Door deze aanpak worden in een periode van tien jaar 22 buurten betrokken bij de buurt-voor-buurt-aanpak. Hoofdstuk 4 bevat meer informatie over de geselecteerde startbuurten.
2.2. De rol van de gemeente In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een centrale rol vervullen in de lokale warmtetransitie: de regierol. Wat dit inhoudt, wordt bepaald per buurt en is afhankelijk van de opgaven of projecten in die buurt. Op basis van de stakeholdersessies zijn twee rollen te onderscheiden: •
•
Procesregisseur in buurten waar alleen een opgave is voor energiezuinige en aardgasvrije gebouwen; Integrale regisseur indien in een buurt meerdere opgaven spelen en deze in samenhang kunnen worden opgepakt.
De gemeente streeft ernaar om in de buurtaanpak samen met bewoners afspraken te maken over de stappen (zie bijlage 2.1) naar energiezuinige en aardgasvrije gebouwen en deze vast te leggen in een uitvoeringsplan. Naast het isoleren en aardgasvrij maken, is er ook aandacht voor andere duurzame maatregelen zoals zonnepanelen. Hierbij zijn drie strategieën mogelijk: 1.
Een individuele warmteoplossing met een individuele aanpak voor elke eigenaar; 2. Een individuele warmteoplossing met een collectieve aanpak voor de buurt; 3. Een collectieve warmteoplossing met een collectieve aanpak en veel regie bij de gemeente. In de inwonersenquête werd gevraagd een voorkeur uit te spreken over bovenstaande strategieën en de rol van de gemeente. Dit leverde een gemengd resultaat op, wat ertoe kan leiden dat op basis van het uitvoeringsplan een deel van de bewoners zelf aan de slag gaat en een ander deel van de bewoners ervoor kiest om dit samen te doen.
11
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Bij het opstellen van het uitvoeringsplan wordt ook bepaald op welke wijze de gemeente de regierol het beste kan invullen.
Koppeling met opgaven Het streven is om het moment met de buurt ook te gebruiken als aanjager voor een duurzame en toekomstbestendige buurt. Klimaatadaptatie speelt hierbij een belangrijke rol en wordt dan ook meegenomen in het uitvoeringsplan. Dit kan bijvoorbeeld door te kijken of er ook voldoende groen in de buurt is om regenwater op te vangen en schaduw te geven in hete zomers.
3. Naar een energiezuinig en aardgasvrij Brunssum In dit hoofdstuk wordt kort toegelicht wat de verschillende warmteoplossingen zijn. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele warmtetechnieken. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in bijlage 1. Daarnaast benoemt dit hoofdstuk per buurt welke warmteoplossing het meest kansrijk lijkt. Dit op basis van de huidige inzichten en voor een periode van 2023 t/m 2032.
Hernieuwbare opwek
Energiezuinig gedrag
Maak gebruik van de zon: • Zonnepanelen (PV) voor elektriciteit • Zonnecollectoren en zonneboilers voor warmte • PVT: een combinatie van elektriciteit en warmte
Zet de thermostaat lager (<19°C), verwarm alleen de ruimtes waar je bent en doe de deuren dicht. Doe de lichten uit. Douche korter (5 min). Krijg inzicht met een energieverbruiksmanager
Aardgasvrije & efficiënte apparaten Kies een aardgasvrij(ready) alternatief: • Warmtepompen • Warmtenetten: (midden, lage en zeer lage temperatuur) • Hybride warmtepompen Vervang onzuinige apparaten door zuinige apparaten.
5 4
1 3
2
Energiezuinige gebouwen Ga isoleren: • Vloer, dak, gevels en ramen (glas en kozijnen). Zorg voor vergroening en zuinige koeling Zorg voor goede en zuinige ventilatie
Figuur 3: De energiebespaarschijf Bron: Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving
12
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
(Bestaande) installatie optimaliseren Neem kleine energiebesparende maatregelen: • o.a. tochtstrips, ledlampen, radiatorfolie en waterbesparende douchekop. Optimaliseer je ketel: • opnieuw inregelen of zet je ‘m op 60 graden of lager.
3.1. Energie besparen, isoleren en ventileren Energie besparen is altijd een goed idee. Naast een energiezuinige woning, speelt gedrag in het dagelijks ook een grote rol in de hoogte van de energierekening. Eenvoudige maatregelen of slimme keuzes zorgen al voor energiebesparing. Dit komt terug in stap 1 en 2 van de energiebespaarschijf (figuur 3). Zo hoort bijvoorbeeld aardgasvrij koken bij een energiezuinige en aardgasvrije woning. Dit kan bijvoorbeeld met een inductieplaat- of keramische kookplaat. Meestal wordt voor inductie gekozen. Deze optie verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten en lijkt op koken op aardgas. Bijkomend voordeel is dat elektrisch koken ook beter is voor de luchtkwaliteit in huis. Omdat verschillende aardgasvrije alternatieven op lagere temperatuur verwarmen dan een cv-ketel, is isoleren in veel gevallen een eerste noodzakelijke stap. Daarnaast zorgt isoleren ook voor energie- en dus CO2-besparing. Om ervoor te zorgen dat de woning ook gezonder wordt is het belangrijk om tijdens het isolatieproces aandacht te besteden aan ventilatie. In onderstaande afbeelding wordt per woning het energielabel weergegeven. In Brunssum zijn er nog veel woningen met een relatief laag energielabel. In de afbeelding zijn weinig groene gebouwen.
Deze gebouwen met energielabel A of B, zijn meestal al voldoende geschikt om aardgasvrij te maken, de gele en rode gebouwen hebben vaak nog isolerende maatregelen nodig.
Figuur 4: Energielabels in Brunssum
Bron: potentiestudie Brunssum, bijlage 4.1
13
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
3.1.1. Isoleren In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het isoleren van woningen. Voor utiliteiten gelden andere normen en uitgangspunten. Deze zijn terug te vinden via het beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving en de Rijkdienst voor ondernemend Nederland. De landelijke standaard voor woningisolatie geeft duidelijkheid aan woningeigenaren over het benodigde isolatieniveau, vooruitlopend op het alternatief voor aardgas. In deze standaard zijn ook streefwaarden voor individuele bouwdelen vastgesteld. Met het isoleren volgens de standaard worden woningen voorbereid op een toekomst waarin deze aardgasvrij worden verwarmd. Meer informatie over isoleren en de nieuwe isolatierichtlijnen is te vinden in bijlage 1. Woningen in Brunssum worden minimaal geïsoleerd tot het niveau van de landelijke standaard voor woningisolatie. De standaard betreft een minimum, daarom is het belangrijk om deze in de uitwerking te vergelijken met isolerende maatregelen boven de standaard, richting de streefwaarden. Dit kan worden afgewogen op onder andere de investering, de energierekening over een periode van 30 jaar en het comfort of de waarde van de woning. Onderstaand ter verduidelijking een overzicht van deze nieuwe isolatiestandaarden en hoe deze, afhankelijk van het bouwjaar, passen bij de verschillende alternatieven voor aardgas.
Tabel 1: Nieuwe isolatiestandaarden
Alternatief voor aardgas Ander ‘gas’ (1)
Hybride WP/CV
HT
MT
Nu (LT)
Toekomst
HT
MT
LT
(Z)LT
>75°C (90°C)
55-75°C
30-55°C
55-75°C
> 75°C (90°C)
55-75°C
30-55°C
<30°C
Onder de Standaard
V
X
X
X
V
X
X
X
Vooroorlogse Standaard
V
V
X
V
V
V
X
X
Naoorlogse Standaard
V
V
V
V
V
V
V
X
Voorbij de Standaard
V
V
V
V
V
V
V
V
Temperatuur
Warmtepomp
Warmtenet
(1) Niet op korte termijn beschikbaar
Bron: Nieman: Webinar: Voorbij de Standaard
3.1.2. Ventileren Bij het isoleren worden bestaande naden en kieren die zorgen voor natuurlijke ventilatie, gedicht. Het is dus van belang om de verbetering van de ventilatie mee te nemen om te komen tot een gezonde woning en vochtproblemen te voorkomen. Bovendien draagt een goede ventilatie bij aan een gezond binnenklimaat.
14
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
3.2. Strategieën om van het aardgas af te gaan Om alle gebouwen aardgasvrij te maken, zijn er een aantal warmteoplossingen onderzocht. Deze warmteoplossingen zijn te verdelen in twee groepen: individuele en collectieve oplossingen. In bijlage 1 worden de collectieve en individuele oplossingen verder beschreven. Binnen deze oplossingen zijn allerlei technische oplossingen mogelijk. Hieronder een korte opsomming van de vier hoofdstrategieën die zijn meegenomen in deze TVW. Daarnaast zijn schematisch de verschillen per alternatieve techniek in beeld gebracht.
Voor de individuele oplossing: • Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp • Strategie 4: cv-ketel + hybride warmtepomp in combinatie met duurzaam gas Voor de collectieve oplossing: • Strategie 2: warmtenet met een middentot hogetemperatuurbron • Strategie 3: warmtenet met een lagetemperatuurbron
Tabel 2: De vier hoofdstrategieën S1:Individuele warmtepomp
S2: Warmtenet MT- HT
S3:Warmtenet LT
S4:Hybride warmtepomp
Isoleren tot de standaard. Sommige bouwdelen mogelijk isoleren voorbij de standaard
Isoleren tot de standaard
Isoleren tot de standaard. Sommige bouwdelen mogelijk isoleren voorbij de standaard
Isoleren tot de standaard.
Vervanging van bestaande radiatoren
Bestaande radiatoren worden behouden
Mogelijk vervanging van bestaande radiatoren
Bestaande radiatoren worden behouden
Isolatieniveau woningen (schillabel)
B+
B+ of D+
B+ of D+
B+ of D+
Temperatuur verwarmingssysteem
circa 50 °C
circa 70 °C
Circa 50 °C of 70 °C
circa 70 °C
Energie infrastructuur
Elektriciteit
Warmtenet
Warmtenet en elektriciteitsnet
Duurzaam gas en elektriciteit
Overstap naar het alternatief
Meer ruimte voor eigen tempo
Iedereen tegelijk
Iedereen tegelijk
Meer ruimte voor eigen tempo
Kosten
Vooral voor het aanpassen gebouwen en installaties
Vooral voor aanleggen warmtenet
Kosten voor aanpassen gebouw en aanleggen warmtenet
Vooral kosten aanpassen gebouw
Voordeel
Keuzevrijheid eigenaar in verduurzaming
Minder isolerende maatregelen nodig
Vaak lokaal netwerk en bron
Weinig aanpassingen gebouw en energieinfrastructuur
Nadeel
Risico op geluidsoverlast omgeving
Iedereen gaat tegelijk over op deze oplossing.
Naast aanleg netwerk is er meestal ook een warmtepomp nodig (per woning of buurt)
Geen zekerheid over beschikbaarheid en betaalbaarheid van duurzaam gas
Aanpassing gebouw
Voor meer informatie over deze verschillende strategieën, zijn factsheets per strategie uitgewerkt. Deze strategieën worden ook in bijlage 1 (inclusief substrategieën) en bijlage 4 omschreven.
15
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
3.3. Energiedragers voor duurzame warmte Om aardgas als energiedrager te vervangen bij de individuele of collectieve oplossingen, zijn duurzame alternatieven nodig. Alternatieve energiedragers voor de warmtetransitie kunnen zijn: • • • •
Elektriciteit; Natuurlijke bronnen zoals zonnewarmte, lucht, bodem en water; Restwarmte uit bijvoorbeeld de industrie of datacentra; Duurzame gassen zoals groen gas en waterstof.
Naast een duurzame warmtevoorziening gebruikt elk gebouw elektriciteit. In het opstellen van het uitvoeringsplan worden dan ook afspraken met bewoners gemaakt over besparen, isoleren, duurzame warmte en duurzame elektriciteit. Er wordt op dit moment gewerkt aan de ontwikkeling van duurzaam gas. Het is onzeker of dit op termijn voldoende beschikbaar komt en of dit dan ook een betaalbare oplossing is. Bijlage 1.3 beschrijft meer informatie over warmtebronnen en duurzaam gas.
3.4. Wat zijn de kansrijke warmteopties in gemeente Brunssum? Het startpunt voor het aanwijzen van het alternatief voor aardgas per buurt is de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), gepresenteerd in de TVW 1.0. Als aanvulling heeft bureau Stantec, in opdracht van de gemeente Brunssum, een analyse op pand- en clusterniveau gemaakt. Afhankelijk van het bouwjaar wordt hierbij bepaald in welke mate woningen eenvoudig of erg complex aardgasvrij te maken zijn. Onderstaande afbeelding geeft de verschillen per type warmtesysteem aan op basis van de bouwperiode. Figuur 5: Verschillende warmtesystemen 1965
1975 150.000
1992 100.000
In de jaren ‘70 zijn de meeste woningen gebouwd.
50.000
1945
1920
1940
1960
1980
2000
2020
Complexiteit
Lastig, duur
Matig
Goed mogelijk
Warmtenet
Inpassing mogelijk, per woning uitdagingen
All-electric
Inpassing duur en technisch ingewikkeld
Inpassing goed mogelijk
Inpassing mogelijk bij renovatie, maar duur
Inpassing mogelijk, maar duur
Inpassing goed mogelijk
Grondige isolatie mogelijk in bewoonde staat
Isolatie al aanwezig
Benodigde aanpassingen voor all-electric per woningtype Isolatie (gevel, vloer, dak, glasvervanging)
Verwarmingssysteem
Grondige isolatie technisch lastig, niet in bewoonde staat
Radiatoren vervangen door LT, lastig door ruimtegebrek
Ventilatiesysteem (aanleggen niet noodzakelijk, wel beter voor comfort)
Mechanische ventilatie technisch lastig
Voorspelbaarheid
Unieke bouw, afzonderlijk plan nodig
Mechanische ventilatie blijft zichtbaar
Deels seriematig te verduurzamen
Bron: Raad voor de leefomgeving en infrastructuur
16
Radiatoren vervangen door LT
Radiatoren vervangen door LT, eventueel aantal uitbreiden
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Soms mechanische ventilatie aanwezig
Seriematig te verduurzamen
Mechanische ventilatie aanwezig
Uitkomsten onderzoeken In paragraaf 1.4 werd beschreven hoe deze TVW tot stand kwam. Verschillende onderzoeken werden uitgevoerd. Concrete resultaten uit dit proces zijn: • • •
•
• • •
De strategieën individuele oplossingen (S1 en S4), ingrijpend isoleren en besparen passen het beste bij Brunssum; Starten in buurten met veel slecht geïsoleerde woningen en waar de betaalbaarheid van de energierekening bij veel huishoudens onder druk staat heeft de voorkeur; Er is beperkt draagvlak voor collectieve warmteoplossingen. Er is onvoldoende zicht op een passende midden- en hogetemperatuurbron (MT-HT) (S2) om dit nu als voorkeursstrategie vast te leggen. Dit kan, afhankelijk van de verdere ontwikkeling van het warmtenet ZuidLimburg, na 2030 anders zijn; Het lokaal verdiepend onderzoek naar de beschikbare lagetemperatuurbronnen (LT) (S3) uit de potentiestudie maakt duidelijk dat deze bronnen onvoldoende interessant zijn om verder ontwikkelen; Aandachtspunten zijn voor alle belanghebbenden gericht op haalbaarheid en betaalbaarheid; Een perfecte oplossing voor iedereen bestaat niet. Elke keuze heeft voor- en nadelen; Uit de inwonersenquête bleek lokaal en regionaal dat veel bewoners nog niet altijd weten welke stappen zij nu al kunnen zetten. Om bewoners hierin te ondersteunen organiseerde de gemeente zeven informatieve webinars in samenwerking met de WoonWijzerWinkel.
Deze webinars zijn specifiek gericht op VvE’s en woningeigenaren en behandelen onderwerpen als energie besparen, isoleren, zonnepanelen, aardgasvrije technieken en hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en huidige inzichten met betrekking tot de beschikbare warmte opties voorziet gemeente Brunssum het volgende: Grootschalige collectieve warmtenetten zijn voor nu niet mogelijk. Wellicht wel in de fase na 2030, afhankelijk van de ontwikkeling van het Warmtenet Zuid-Limburg. Dit is tot 2030 geen optie omdat:
• •
Er geen eigen bron met midden- of hogetemperatuur is in de gemeente; De vijvers onvoldoende potentie hebben om tot een rendabel warmtenet te komen.
Voor de komende periode blijven daarom de individuele oplossing en kleine collectieven de enige oplossing.
3.4.1. De warmteoplossing in de startbuurten De startbuurten hebben veelal een combinatie van oplossingen. Welke het beste past, is per buurt anders: • • • • •
17
Woningen, gebouwd na 1992, gaan meestal over op een elektrische warmtepomp; Woningen, gebouwd voor 1992, gaan meestal over op een elektrische- of hybride warmtepomp wanneer er nu (nog) niet voldoende kan worden geïsoleerd; Ook kunnen er situaties zijn waarbij een groep bewoners graag een gezamenlijke warmteoplossing (klein collectief) wil; Waar het gaat om gestapelde bouw zoals appartementencomplexen (meergezinswoning), ligt het voor de hand om een collectieve oplossing voor het hele gebouw te onderzoeken; Soms heeft een eigenaar veel gebouwen in een buurt. Dit kunnen woningen, appartementen maar ook andere functies zijn. In die situatie is een klein lokaal warmtenet mogelijk interessant. Mogelijk kunnen dan ook andere eigenaren hierop aansluiten.
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Deze oplossingen zijn niet in beton gegoten, maar bieden wel handelingsperspectief voor energiezuinig en aardgasvrij wonen aan bewoners en andere belanghebbenden. Daar waar de gemeente aan de slag gaat met een uitvoeringsplan, worden de beschikbare opties samen met de buurt nader uitgewerkt. Welke optie wordt onderzocht in de buurt, wordt vastgelegd in het projectplan. Hoe alle stappen met de buurt eruit zien, staat in bijlage 2. De kansrijke oplossingen per buurt staan in bijlage 3. Deze oplossingen hebben de laagste maatschappelijke koste. Bijlage 1.2 laat twee kaarten zien met informatie over de verschillende type gebouwen en de mogelijkheden voor bodemwarmte. In Brunssum is potentie voor het toepassen bodemwarmte met een WKO. In bijlage 1 staat meer verdiepende informatie over isoleren en de mogelijke alternatieven voor aardgas en wat deze opties op hoofdlijnen inhouden. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van het bouwjaar van de verschillende woningen. Hierin wordt meteen duidelijk welke groepen woningen al met beperkte maatregelen aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Dit zijn vooral de groene woningen in de onderstaande kaart.
Figuur 6: Bouwjaar woningen en andere gebouwen Brunssum
Bron: potentiestudie Brunssum, bijlage 4.1
18
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
3.4.2. Overige overwegingen Regionale ontwikkelingen
Technieken en innovaties
De RES Zuid-Limburg zet momenteel stappen voor de ontwikkeling van een warmtenet op de schaal van Zuid-Limburg. Dit warmtenet gaat gebruik maken van onder andere de restwarmte van Chemelot. Momenteel is het nog onduidelijk of dit warmtenet in de toekomst ook naar Brunssum kan komen. In de volgende TVW komt hierover wellicht meer duidelijkheid.
Bij de kansrijke oplossingen wordt voor nu uitgegaan van de technieken die voldoende marktrijp zijn. Dit wil zeggen dat dit bewezen technieken zijn waarbij een hoge mate van zekerheid kan worden gegeven over de effectiviteit. Dit wil niet zeggen dat innovaties worden uitgesloten bij de verdere uitwerking van een alternatief op buurtniveau. Door de energietransitie zijn veel technieken met potentie in ontwikkeling.
Besparen Figuur 7: Verduurzamingscomponenten in de gebouwde omgeving
Efficiënte en aardgasvrije warmtesystemen
Energiezuinig gedrag & energiezuinige gebouwen
In gebouwd gebied
Hernieuwbare bronnen
Bron: Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving
3.5. Haalbaar en betaalbaar Het uitgangspunt uit het Klimaatakkoord is dat de alternatieve warmtevoorziening haalbaar en betaalbaar moet zijn. Bij haalbaarheid gaat het om de technische haalbaarheid en de sociale haalbaarheid: draagvlak en maatschappelijke acceptatie voor het alternatief. Dit krijgt in de uitvoeringsplannen op buurtniveau een plek. Bij betaalbaarheid gaat het om de balans tussen de maatschappelijke kosten, gebruikerskosten en de opbrengsten. Aardgasvrije alternatieven brengen vaak investeringen met zich mee, maar niets doen kent ook een prijs. De kosten van het alternatief moeten betaalbaar zijn voor de gebruiker en de eigenaar, zonder alle kosten bij de maatschappij neer te leggen. Het uitgangspunt is dat de warmtetransitie alleen slaagt als iedereen mee kan doen. Daarvoor moet de overstap naar een alternatief voor aardgas en de verduurzaming
19
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
van de woning ook voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit voor het overgrote deel van de bewoners is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat de investering in de verduurzaming op termijn wordt terugverdiend door de besparing op energiekosten. Dit kan niet voor alle individuele bewoners worden gegarandeerd. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan op buurtniveau, wordt rekening gehouden met de verwachte betaalbaarheid. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van onder andere het Dashboard eindgebruikerskosten. Het kabinet maakt de komende periode middelen vrij om gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar een energiezuinige en aardgasvrije gebouwde omgeving. Die financieringsconstructies kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamings maatregelen voor bewoners een stuk verlagen.
Wat de verduurzamingskosten zijn voor de eigenaar hangt af van verschillende factoren waaronder: •
•
•
•
Het type gebouw en de oppervlakte van het gebouw: hoe groter het oppervlak van de gevel en het dak, hoe meer warmte verloren kan gaan. Dit heeft invloed op de investeringskosten en de maandlasten; De huidige staat van het gebouw: is het al goed geïsoleerd? Is er wel of geen achterstallig onderhoud? Wat is de leeftijd van het gebouw? Deze vragen beïnvloeden hoeveel er geïnvesteerd moet worden om het gebouw energiezuinig te maken; Het warmtealternatief voor aardgas: dit alternatief heeft invloed op de kosten. Dit kan gaan over de kosten voor de woning maar ook over de kosten voor de infrastructuur, een warmtenet of het elektriciteitsnet. Hierbij komen de investeringen bij verschillende partijen terecht. De investeringen in het gebouw zijn voor de eigenaar. De investeringen in het netwerk liggen bij de netwerkbeheerder of het warmtebedrijf en worden door de bewoners betaald via de energierekening; Naast deze kosten zijn er ook externe factoren die de kosten beïnvloeden. Denk hierbij aan prijsontwikkelingen voor materialen en of deze voldoende beschikbaar zijn.
3.5.1. Financiering Financiering is een belangrijk onderdeel om stappen te kunnen zetten. Uit de inwonersenquête blijkt dat dit voor veel bewoners een lastig vraagstuk is. Wat leveren de investeringen op? Daarnaast zijn de kosten hoog, niet iedereen heeft de financiële middelen om dit te bekostigen. Er zijn subsidies beschikbaar voor bewoners met een koophuis en VvE’s voor isolatie of de aanschaf van een warmtepomp. Deze dekken een deel van de investeringskosten. Het Nationaal Warmtefonds biedt lage inkomens en (lage) middeninkomens een lening tegen 0% rente. Hiervoor geldt geen leeftijdsgrens. Via deze energiebespaarlening leent het huishouden maximaal € 65.000 voor de verduurzaming van de woning. Voor bewoners met een koophuis en VvE’s is via het landelijk platform Verbeterjehuis, een totaaloverzicht beschikbaar van subsidies en financieringsmogelijkheden. Daarnaast kan iedereen voor algemene vragen, informatie, maatwerkadvies en ondersteuning in het nemen van maatregelen terecht bij de WoonWijzerWinkel. Voor bedrijven en andere functies is deze informatie beschikbaar bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
3.5.2. Maatschappelijke kosten De startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (2020) geeft inzicht in de warmtealternatieven per buurt met de laagste maatschappelijke kosten. Deze studie is één van de studies die is gebruikt bij het opstellen van deze TVW. Het alternatief met de laagste maatschappelijke kosten komt voort uit de kosten en baten van alle partijen, maar houdt geen rekening met waar die terecht komen. Een alternatief dat voor de bewoner het goedkoopst is, kan bijvoorbeeld voor de netbeheerder het duurst zijn en andersom. Als elke bewoner
20
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
van Nederland zou kiezen voor het alternatief met de laagste eigen kosten, betaalt de maatschappij de hoogste rekening. Sommige bewoners zijn duurder uit om de maatschappelijke kosten te beperken, maar hier is over het algemeen weinig begrip voor. Het is de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente om de kosten voor iedereen betaalbaar te houden. Daarom moet de gemeente het verdeelvraagstuk oplossen door middel van duidelijke regie op de beschikbare alternatieven en hiervoor de beste keuze per buurt maken. Instrumenten zoals subsidies kunnen hier een rol in vervullen.
4. Buurtgerichte aanpak Het is onmogelijk om overal tegelijk aan de slag te gaan. Daarom is het belangrijk om keuzes te maken. Brunssum gaat via twee sporen aan de slag: •
Buurtgerichte aanpak van de startbuurten;
•
Gemeentebrede aanpak met het regionaal isolatie- en verduurzamingsprogramma.
Dit hoofdstuk licht de buurtgerichte aanpak verder toe. Daarmee wordt duidelijk op welke criteria de startbuurten zijn geselecteerd en hoe de planning eruitziet. Bijlage 2 beschrijft hoe dit proces met de buurt verloopt en de stappen die daarbij horen.
Behoefte van Bewoners Bewoners hebben een cruciale rol om tot een energiezuinig en aardgasvrij Brunssum te komen. In de totstandkoming van deze TVW zijn zij specifiek bevraagd over hoe zij dit proces in de buurt zien. Wat verwachten ze van de gemeente? Hoe willen ze samenwerken in de buurt en welk alternatief voor aardgas heeft de voorkeur? Deze resultaten (bijlage 4.3) zijn relevant voor het vormgeven van de twee sporen. Uit de resultaten bleek dat ongeveer 25% van de bewoners een actieve rol voor zichzelf ziet in het opstellen van het uitvoeringsplan. Bijna de helft wil tijdig een mening kunnen geven. Hoe bewoners het vormen van een uitvoeringsplan voor zich zien? Een derde van de bewoners wil zelf stappen zetten met een eigen plan, een derde wil dit juist samen met de buurt doen. Tot slot weet een derde niet hoe zij dit het liefste doen. Deze behoeften komen terug in de buurtgerichte én gemeentebrede aanpak.
4.1. Startbuurten De buurtgerichte aanpak is een aanpak waarbij elke buurt samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt. Op basis van de beschikbare warmteopties, zoals beschreven in paragraaf 3.4, start een verkenning in elke startbuurt.
21
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
4.1.1. Selectiecriteria startbuurten Naast de algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie, hanteert gemeente Brunssum een aantal selectiecriteria om te komen tot de juiste startbuurten. Daarbij is in willekeurige volgorde uitgegaan van de volgende criteria: •
•
Buurten met woningen met veel slecht geïsoleerde woningen. Woningen met een relatief laag energielabel (E, F of G), verbruiken veel aardgas. Buurten waar de betaalbaarheid van de energierekening bij veel huishoudens onder druk staat. Woningen die slecht geïsoleerd zijn, verbruiken veel aardgas waardoor deze huishoudens ook een hoge energierekening hebben. Afhankelijk van het aantal huishoudens in een buurt waar de betaalbaarheid van de energierekening onder druk staat, krijgt deze buurt prioriteit in de planning.
De buurten die prioriteit hebben op basis van deze criteria zijn: • Hoge prioriteit De Eggen, Rozengaard, Schuttersveld, Het Heufken, Treebeek-Zuid, Op den Haan, Haansberg, Kerkeveld, De Struiken en de Lemmender
•
Midden prioriteit Centrum, Hofpoel, De Streek, Langenberg, Kruisberg, Rumpener Beemden, Op de Vaard, Bexdelle, Treebeek-Noord en Achter de Put
Dit wil niet zeggen dat deze problemen niet spelen in buurten die niet hoog scoren op prioriteit: het betekent slechts dat het vraagstuk daar minder groot is.
Koppeling met andere opgaven De warmtetransitie wordt waar mogelijk in samenhang met andere ruimtelijke, sociale en economische opgaven opgepakt. Denk hierbij aan armoede, eenzaamheid en projecten zoals reconstructie van de openbare ruimte. Opgaven slim combineren beperkt kosten en overlast voor bewoners en ondernemers. De eerste stap naar het opstellen van het uitvoeringsplan, de verkenningsfase, is het moment om de verschillende opgaven te inventariseren. In samenspraak met bewoners en betrokken partijen wordt afgestemd welke opgaven onderdeel uitmaken van het uitvoeringsplan en hoe de invulling eruitziet. Dit wordt vervolgens vastgelegd in het projectplan dat met de buurt wordt opgesteld.
4.2. De planning De bovenstaande selectie van buurten is de basis voor de opgestelde planning. Deze planning houdt rekening met de prioriteit van de verschillende buurten maar ook met al geplande werkzaamheden (bijvoorbeeld de reconstructie van de openbare ruimte, aanpassingen door Enexis of de planning van de woningcorporaties). De goedkoopste oplossing is op dit moment de hybride warmtepomp: hierbij hoeft de woning beperkt te worden aangepast en blijft de huidige energieinfrastructuur grotendeels behouden. Het is nog onzeker of op termijn voldoende en betaalbaar duurzaam gas beschikbaar komt. Een hybride warmtepomp is op dit moment dus een tussenoplossing naar volledig aardgasvrij.
Benodigde aanpassingen Afhankelijk van het alternatief voor aardgas moet de isolatie van woningen worden aangepast.
22
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Daarnaast zijn alle aardgasvrije oplossingen in Brunssum gebaseerd op elektriciteit, in combinatie met duurzame bronnen zoals buitenlucht of de bodem. Elektriciteitsnetwerken moeten hiervoor aangepast worden. De netwerkbeheerder gaat hiermee aan de slag op basis van een aantal uitgangspunten. Deze zijn te vinden in bijlage 2.4.
Planning Onderstaande tabel geeft de buurten weer waar tot 2032 gestart wordt met het opstellen van het uitvoeringsplan. Deze planning is een uitgangspunt en is niet in beton gegoten. Er kunnen altijd door omstandigheden verschuivingen ontstaan. Het proces om samen met de buurt een uitvoeringsplan op te stellen staat beschreven in bijlage 2. In bijlage 3 staat een uitgebreide versie van deze tabel met meer informatie, inclusief doorkijk naar 2050.
26
5
23
planning buurtgerichte aanpak
35
31
24
1
19
44
28
17
3 7
2028 t/m 2032
41
27
2033 t/m 2037
36
21
4
10 25
2023 t/m 2027
2
16
30
6
42
11 29
14
22 13
43
20 15
9 18 8
40
32
37
Figuur 8:
39
38
45
12
2038 t/m 2039
34
33
Tabel 3: planning buurtgerichte aanpak
Buurt
23
Aantal woningen
Voorkeur techniek
Aantal equivalenten
Aantal te isoleren gebouwen (EFG)
Start proces opstellen uitvoerings plan
Energie infrastructuur aardgasvrij oplossing
1
Lemmender
749
All-electric / hybride
809
19
2023
Elektriciteit
2
Schuttersveld
526
All-electric / hybride
533
376
2023
Elektriciteit
3
De Eggen
778
All-electric / hybride
901
569
2024
Elektriciteit
4
De Struiken
574
All-electric / hybride
942
394
2024
Elektriciteit
5
Rozengaard
656
All-electric / hybride
688
346
2025
Elektriciteit
6
Treebeek-Zuid
899
All-electric / hybride
1.134
413
2025
Elektriciteit
7
Centrum
465
All-electric / hybride
730
68
2026
Elektriciteit
8
Het Heufken
398
All-electric / hybride
406
247
2026
Elektriciteit
9
Op den Haan
362
All-electric / hybride
389
239
2027
Elektriciteit
10
Haansberg
418
All-electric / hybride
461
317
2027
Elektriciteit
11
Kerkeveld
219
All-electric / hybride
260
157
2028
Elektriciteit
12
Langeberg
648
All-electric / hybride
672
582
2028
Elektriciteit
13
Treebeek-Noord
678
All-electric / hybride
756
567
2029
Elektriciteit
14
Kruisberg
590
All-electric / hybride
633
384
2029
Elektriciteit
15
Hofpoel
585
All-electric / hybride
622
122
2030
Elektriciteit
16
Rumpener Beemden
600
All-electric / hybride
809
126
2030
Elektriciteit
17
Op de Vaard
271
All-electric / hybride
287
127
2031
Elektriciteit
18
De Streek
472
All-electric / hybride
482
191
2031
Elektriciteit
19
Bexdelle
180
All-electric / hybride
188
53
2031
Elektriciteit
20
Oeloven
376
All-electric / hybride
773
271
2032
Elektriciteit
21
Achter de Put
213
All-electric / hybride
299
98
2032
Elektriciteit
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
4.3. De uitvoering In 2023 start het opstellen van het uitvoeringsplan voor de geselecteerde startbuurten. Dit plan gaat in op de vraag op welk duurzaam warmtealternatief deze buurt overgaat, per wanneer én welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Ook het planmatig isoleren van woningen en andere gebouwen kan een onderdeel zijn van een uitvoeringsplan. Welke route bij een buurt past, is afhankelijk van de eigenschappen en kansen in dat gebied. Ook de kenmerken en standpunten van de belanghebbenden, zoals bewoners, woningcorporaties en overige (maatschappelijke) partijen hebben daar invloed op. Dat er in de startbuurten wordt gestart met het
Bron: Programmaplan 2021 - 2024 PAW
24
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
opstellen van een uitvoeringsplan, betekent nog niet dat er daarmee besloten is hoe en wanneer de buurt aardgasvrij wordt. Dit volgt pas uit het uitvoeringsplan dat met de buurt wordt opgesteld. In bijlage 2 meer informatie over dit proces. Het uitvoeringsplan moet aan een aantal inhoudelijke, juridische en procedurele eisen voldoen. De regie ligt daarom bij de gemeente. Bewoners, gebouweigenaren en andere partijen zoals de woningcorporatie en Enexis worden hierbij betrokken, zodat zij weten wat er van hen wordt verwacht en wat zij andersom van de gemeente mogen verwachten.
4.4. Participatie De afbeelding hieronder beschrijft op hoofdlijnen het stappenplan om te komen tot een breed gedragen uitvoeringsplan. Het participatieproces met de buurt is een cruciale factor. Zonder participatie, geen uitvoering van de warmtetransitie. Elke buurt is anders. Dit vraagt om maatwerk. De totstandkoming van een uitvoeringsplan is een lang traject, dat twee jaar of soms nog langer kan duren. Gedurende die tijd is het cruciaal om bewoners en gebouweigenaren te betrekken. Door bewoners vroegtijdig te betrekken wordt duidelijk onder welke voorwaarden bewoners mee willen in de warmtetransitie. Wat dit voor hen aantrekkelijk maakt, en wat voor ondersteuning zij nodig hebben van de gemeente. Het succes van een participatieproces is in belangrijke mate afhankelijk van menselijk contact tussen bewoners en de gemeente. In de kern gaat
Figuur 9: uitvoeringsplan & participatie
Bron: Programma Aardgasvrije Wijken
25
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
het erom dat de gemeente openstaat voor ideeën en ervaringen van bewoners en rekening houdt met het perspectief en overwegingen van deze bewoners. Voordat de gemeente in een startbuurt aan de slag gaat, moet tijdens het opstellen van het projectplan een participatietraject met de bewoners worden vormgegeven. Daarnaast zijn er een aantal participatie uitgangspunten die hierbij gehanteerd worden. Deze uitgangspunten zijn gericht op iedereen een mogelijkheid te geven om mee te doen. Ook is het van belang dat iedereen gehoord wordt en dat er gebouwd wordt aan betrouwbare kennis. Waar nodig worden de bewoners ook voldoende ondersteund gedurende het hele proces. Om participatie gedurende het hele proces vorm te geven, is er een handreiking participatie beschikbaar. Deze is tot stand gekomen op basis van de ervaringen in de landelijke proeftuinen aardgasvrije wijken.
5. Gemeentebrede aanpak In dit hoofdstuk wordt de gemeentebrede aanpak toegelicht. De gemeente kreeg naast het aardgasvrij maken ook een taak in het isoleren van koopwoningen met slechte energielabels (E,F,G). Daarvoor werkte Brunssum samen met andere Parkstad-gemeenten aan een isolatieen verduurzamingsprogramma (IVP). Dit programma loopt vooralsnog van 2024 tot 2030. Het IVP is als groeimodel opgezet en zal in de komende jaren steeds verder worden uitgewerkt. De focus voor de eerste fase is het isoleren van woningen met slechte energielabels. In de fase daarna is er ook aandacht voor andere duurzame maatregelen. Hierbij worden de resultaten uit de inwonersenquête en andere ontwikkelingen meegenomen.
5.1. Regionaal isolatie- en verduurzamingsprogamma Met hulp van het IVP, waarvoor de gemeente middelen krijgt uit het nationaal isolatieprogramma, is het streven om het isolatieniveau van zoveel mogelijk woningen voor 2030 te verbeteren. Hiervoor bevat het IVP bouwstenen om gemeentebreed stappen te zetten naar energiezuinigere woningen: • •
•
Woningeigenaren met een slecht label en relatief laag inkomen, worden extra ondersteund; Er komen collectieve inkoopacties voor isoleren. Alle woningeigenaren kunnen hiervan gebruik maken; Woningeigenaren worden actief ondersteund bij het realiseren van de besparingsopgave om stappen te zetten naar een energiezuinig en aardgasvrij Brunssum.
Huishoudens met een koopwoning kunnen met de gemeentebrede aanpak stappen zetten in het isoleren van hun woning. Bij huurwoningen ligt deze taak bij de verhuurder. Landelijk zijn er afspraken gemaakt met de woningcorporaties over de aanpassing van huurwoningen met een slecht energielabel. Het IVP ontwikkelt continu door en werkt ook voor andere doelgroepen aanpakken uit en biedt dus niet alleen ondersteuning voor eigenaren van koopwoningen.
26
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Energieloket Wanneer woningen en andere gebouwen buiten de startwijken van deze TVW vallen, kunnen eigenaren voor advies rondom verduurzamen terecht bij de WoonWijzerWinkel Limburg, het officiële energieloket voor de Parkstad-gemeenten.
Cv-ketel vervangen vanaf 2026 De Rijksoverheid werkt nog de normering uit die ertoe moet leiden dat hybride warmtepompen vanaf 2026 de nieuwe standaard worden voor het verwarmen van woningen in de bestaande bouw. Ook is het bij hybride warmtepompen van belang dat er niet binnen 10 jaar gestart wordt met de ontwikkeling van een warmtenet of een ander aardgasvrij alternatief in de buurt. Een hybride warmtepomp is een combinatie tussen warmtepomp en cv-ketel: de cv-ketel springt bij in het verwarmen van de woning als het buiten te koud is. Ook het warm water komt nog uit de cv-ketel. Een hybride warmtepomp is dus een eerste stap naar volledig aardgasvrij wonen. Woningen gebouwd na 1992 kunnen bij vervanging beter direct overstappen naar een all-electric warmtepomp omdat de woning daar meestal goed genoeg voor is geïsoleerd.
Bronnenlijst Expertise Centrum Warmte. Algemene website
Gemeente Hengelo. (2022). Ontwerp warmteprogramma
Ministerie van BZK. Nationaal Isolatieprogramma Brief aan B&W Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving Leefbaarometer
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2020). Buurtatlas: gezondheid per buurt, wijk en gemeente
Nationaal Warmtefonds. (2023). Energiebespaarlening
Natuur & Milieu. De waterstofladder
Nieman. Webinar: voorbij de standaard
PBL. (2022). Startanalyse aardgasvrije buurten
Platform31. (2023). Energietransitie
Programma Aardgasvrije Wijken. (PAW). Algemene website
27
Gemeente Brunssum | Transitievisie Warmte 2.0
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. (2018). Advies warm aanbevolen
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Geluidshinder door wegverkeer
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. 2020. Buurtatlas: Ernstige geluidshinder door wegverkeer in Nederland
Rijksoverheid. (2023). Regionale Klimaatmonitor, rapportage energieverbruik
Rijksoverheid. (2023). Nationale Energie Atlas