CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 39 (bijlage) (versie 2) Nota Groenstructuren 2024

Commissie Ruimte en Techniek 21 mei 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Nota Groenstructuren 2023, 2024/3911.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Groenstructuren 2024 Gemeente Brunssum

COLOFON Nota Groenstructuren 2024 gemeente Brunssum

OPDRACHTNEMER

idverde Advies Eci 10 6041 MA Roermond T 046 436 0850 E advies@idverde.nl

OPGESTELD DOOR

idverde Advies: Nathalie Obrusnik en Stef Hooghiem Gemeente Brunssum: Danielle Philippi

VRIJGEGEVEN DOOR

Regine Adriaanse

OPDRACHTGEVER

Gemeente Brunssum Lindeplein 1 6444 AT Brunssum

PROJECTNUMMER

724210211

STATUS

Definitief

DATUM

14 april 2024

Copyright 2024 idverde. Bij het kopiëren van stukken tekst is een bronvermelding nodig. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

2

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

1

4

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Wettelijke kaders, regelgeving en beleidskaders 1.4 Proces

2 3

HET BELANG VAN GROEN

8

VERTREKPUNT

10

3.1 Wat kenmerkt Brunssum? 3.2 Huidig groen – inrichting en beheer

4

WAT VINDEN ONZE INWONERS? 4.1 Inspelen op klimaatverandering 4.2 Biodiversiteit 4.3 Gezond en leefbaar 4.4 Groen doen we samen

5

GROENSTRUCTUUR 5.1 Groenstructuurkaart 5.2 Hoofdgroenstructuur 5.3 Nevengroenstructuur 5.4 Wijkgroenstructuren 5.5 Ambitiestructuren

6

BESCHERMING EN BEHOUD VAN BOMEN 6.1 Kwaliteit vs. Kwantiteit 6.2 Beheerbewust ontwerpen 6.3 Bomen en werkzaamheden 6.4 Ziekten en aantastingen 6.5 Hinder en overlast

7

ORGANISATIE EN BEHEER

10 10

13 14 16 19 21

24 24 24 26 26 27

29 29 30 31 31 31

34

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST

35

BIJLAGE 2 VERSLAGEN PARTICIPATIEPROCES

36

Bomenfietstocht Uitkomsten vragenlijst

3

4 4 4 6

36 38

BIJLAGE 3 ANALYSE AMBITIES GROENSTRUCTUREN 2003 - NU

39

BIJLAGE 4 OPDRUK VERHARDING BRUNSSUM

41

1 Inleiding In een verstedelijkte, compacte gemeente als Brunssum vervult het groen een belangrijke meerwaarde. In tijden van droge zomers en hoge temperaturen zoeken we maar al te graag de schaduw van bomen op. Bij extreme neerslag zijn we dankbaar dat het groen snel het water opneemt en vasthoudt. Groen verbetert de luchtkwaliteit en kan fijnstof afvangen. En op een druilerige dag zijn we blij als de vogels zingen en dankbaar gebruik maken van al het groen in een stedelijke omgeving! Om het groen, en dan met name de groenstructuren als basis, te behouden en versterken stellen we voorliggende Nota Groenstructuren op voor de komende 10 jaar1.

1.1 Aanleiding Het Groenstructuurplan uit 1993 (met een looptijd van 30 jaar) heeft in 2003 een actualisatie ondergaan. Nu is het toe aan een update op basis van actuele ontwikkelingen. In de loop van de tijd is er veel veranderd en zijn we ons meer bewust van: • De maatschappelijke waarden van groen; • De bijdrage van groen aan het verminderen van de effecten van klimaatverandering; • De bijdrage van groen aan de biodiversiteit. Om deze reden is een nieuwe Nota Groenstructuren gemaakt. Op termijn maakt deze nota onderdeel uit van het gemeentelijke natuur- en groenbeleid (in ontwikkeling). Een groenbeheerplan zal parallel aan het groenbeleid ontwikkeld worden. Beheer en onderhoud van de groenstructuren in Brunssum vallen onder het IBOR (Integraal Beheersplan Openbare Ruimte) 2024-2028.

1.2 Doelstelling Het openbaar groen moet het visitekaartje van de gemeente Brunssum zijn, zo vinden ook de inwoners. Deze Nota Groenstructuren is opgesteld vanuit een doelstelling voor het behouden, beschermen en versterken van de groenstructuren in de gemeente Brunssum. Dat leidt tot een aantal ambities, die deels in dit plan en deels in het onder de Omgevingsvisie te ontwikkelen natuur- en groenbeleid worden uitgewerkt.

1.3 Wettelijke kaders, regelgeving en beleidskaders Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Dit heeft onder meer gevolgen voor hoe we als gemeente omgaan met ontwikkelingen in de openbare ruimte. Onze groendata staan voortaan online verwerkt in de groenstructuurkaart. Hiermee borgen we digitale toegankelijkheid. Ook levert dit plan een basis voor de uitgangspunten voor het onderdeel groen van de Omgevingsvisie en de uitwerking/waarborging daarvan in het Omgevingsplan. De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. In deze wet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn planten en dieren beschermd door de algemene en specifieke zorgplicht. Deze

1

4

Mocht er eerder aanleiding zijn deze nota te herzien, dan gebeurt dat uiteraard.

verbiedt het doden, verjagen of verstoren van flora en fauna. Bomen, met name bomenrijen, zijn bijvoorbeeld van groot belang als oriëntatiepunt/verbindingszone/jaagplek voor vleermuizen. De Omgevingswet, het Bal en het gemeentelijk omgevingsplan reguleren het kappen van bomen; buiten de bebouwde kom is de provincie bevoegd gezag, binnen de bebouwde kom (ook wel: ‘bebouwingscontour houtkap’) de gemeente. Burgerlijk Wetboek De gemeente heeft een zorgplicht voor haar bomen. Het voorkomen van onveilige situaties staat hierbij voorop. Bij schade (door bijvoorbeeld windworp, stambreuk of takval) moet de gemeente aantonen dat zij de boom periodiek heeft gecontroleerd en onderhouden en de schade niet te verwijten is. Dit doet de gemeente door periodiek elke boom te controleren op zichtbaar visuele biologische en mechanische gebreken. Bomen met een grote gevaarzetting voor de gebruiksomgeving worden vaker gecontroleerd. De inspectiegegevens worden vastgelegd in een beheersysteem en benodigde (onderhouds-)maatregelen worden uitgevoerd en geregistreerd. Omgevingsvergunning De vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu zijn samengevoegd in de omgevingsvergunning. Provinciale Omgevingsverordening en Natuurprogramma Provincie Limburg In de Provinciale Omgevingsverordening zijn onder meer regels opgenomen over de bescherming van natuurwaarden.

Het Limburgse Natuurprogramma richt zich op het behouden, beschermen en versterken van natuur. Dit programma zet onder meer in op verbreding van het natuurbeleid, met name buiten de natuurgebieden en op functiemenging. Daarmee vormt het mede de basis voor het versterken van de groenstructuren in de gemeente Brunssum. Bomenverordening In de Bomenverordening staan gemeentelijke regels met betrekking tot het vellen/kappen van bomen. De vigerende Bomenverordening wordt momenteel herzien. In de toekomst worden deze regels onderdeel van het gemeentelijk omgevingsplan. Waardevolle bomen, beschermwaardige gebieden en kapbeleid In de bijlage(n) behorend bij de Bomenverordening, is het beleid opgenomen over de waardevolle bomen in onze gemeente. Zo worden de criteria vermeld waar een waardevolle boom aan voldoet. Hetzelfde geldt voor beschermwaardige gebieden en boomstructuren. Het beleid aangaande het al dan niet toestaan van kap binnen de bebouwde kom is hierin beschreven. Structuurvisie Brunssum 2025 Het doel van de Structuurvisie is de ruimtelijke kwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied te verbeteren en sturing te geven aan toekomstige veranderprocessen. De focus ligt daarbij op het versterken van de woon- en leefkwaliteit, versterken van de “schone” werkgelegenheid en sturen op de eigen verantwoordelijkheid.

Deze structuurvisie uit 2009 wordt vervangen door de Omgevingsvisie (in ontwikkeling). Onder de Omgevingsvisie wordt natuurbeleid en groenbeleid uitgewerkt. Een groenbeheersplan maakt daar op termijn, samen met deze Nota Groenstructuren, deel van uit.

5

Coalitieakkoord 2022-2026 Het coalitieakkoord zet in op groene schoolpleinen, klimaatadaptatie middels groen, groene wandelen fietsroutes en goed onderhouden groen. IBOR (Integraal Beheersplan Openbare Ruimte) 2024-2028 De voorliggende Nota Groenstructuren maakt deel uit van het IBOR 2024-2028, een kaderstellend plan voor het beheer van de openbare ruimte. Het heeft zijn plaats binnen het onderdeel Groen. In het IBOR worden de dwarsverbanden tussen de verschillende aspecten van het beheer van de openbare ruimte in onderling verband vastgelegd.

1.4 Proces Participatieproces Voor het opstellen van deze nota hebben we input opgehaald bij de andere afdelingen van de gemeente, de raad en inwoners. Samen weten we meer en samen komen we tot een Nota Groenstructuren en op termijn een groenbeleid waarin inwoners zich herkennen. Onderstaand staat in het kort toegelicht welke participatiemomenten hebben plaatsgevonden. Als aftrap heeft een bomenfietstocht plaatsgevonden met de afdeling openbare ruimte en de raadsleden. Het doel van de fietstocht was het bediscussiëren van de kansen en knelpunten omtrent inrichting en beheer van bomen en groen, vanuit verschillende invalshoeken. Tijdens de tocht is er per locatie ingegaan op de vele baten die bomen en groen ons bieden op het gebied van beleving, ecologie, klimaatadaptatie, cultuur en gezondheid. Ook de verschillende knelpunten die afdelingen ervaren zijn aan bod gekomen. Zo is meer inzicht ontstaan in de uitdagingen en wensen van verschillende vakdisciplines. Dit creëert meer begrip voor elkaars vak en zo wordt samen meegedacht over oplossingen. Online hebben we een website aangemaakt, oftewel de storymap, waarbij we communiceren met de inwoners en overige geïnteresseerden. Hier houden we ze op de hoogte van het proces, waar uiteindelijk ook de kaart en Groenstructuurplan op te vinden zijn.

Aan deze storymap hebben we een vragenlijst toegevoegd om informatie op te halen over wat inwoners van het gemeentelijke groen vinden. Op deze wijze hebben inwoners en belangengroepen inbreng gegeven aan dit plan en het nog te ontwikkelen groenbeleid Een samenvatting van de uitkomsten zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De uitgebreide participatieverslagen zijn opgenomen in Bijlage 2.

6

Planvorming Voor het uitwerken van voorliggend plan zijn de groennota en het Groenstructuurplan van 2003 geëvalueerd. Een uitwerking hiervan is te vinden in Bijlage 3. De uitkomsten van de bomenfietstocht, vragenlijst en de geanalyseerde beleidstukken hebben we gebruikt om invulling te geven aan de Nota Groenstructuren. Daarnaast zijn nieuwe thema’s aangevuld door de projectgroep vanuit de gemeente. De projectgroep bestaat uit specialisten van idverde advies en de gemeente Brunssum.

7

2 Het belang van groen Groen heeft een positief effect op onze leefomgeving. Gezond groen biedt de mens vele ecosysteemdiensten. Dit zijn diensten zoals productie van voedsel, drinkwater, het bieden van zuivere lucht maar ook natuurbeleving (zie ook Figuur 1). Bomen en groen zorgt voor herkenbaarheid en geeft mensen een vertrouwd gevoel. Bomen, struiken en planten zorgen voor eten en behuizing voor dieren, waar wij zowel direct als indirect afhankelijk van zijn. Daarnaast zorgen bomen en ander groen voor een schone lucht en voor verkoeling tijdens hittegolven. Groen fungeert als het verbindende element tussen de verschillende onderdelen die staan beschreven in dit hoofdstuk.

Figuur 1. Ecosysteemdiensten van een boom

Waardevolle en aangename leefomgeving De meeste mensen leven graag in een groene omgeving. Groen geeft ons rust, beschutting en inspiratie. Groen is waardevol voor kinderen om te leren en te spelen. Daarnaast zijn mensen die in een groene omgeving wonen eerder geneigd om naar buiten te gaan en te bewegen dan mensen in een meer versteende wijk. Daarmee draagt groen bij aan gezondheid. Groen stimuleert ook de emotionele waarde die we kunnen voelen bij groen, zoals herinneringen, verhalen of gewoon een fijn gevoel. Kortom, groen en bomen zijn een onmisbaar onderdeel van een waardevolle en aangename leefomgeving. Biodiversiteit We leven als mens samen met tal van planten en dieren en zijn daarbij ook afhankelijk van elkaar. Wij hebben groen en bomen nodig om te overleven. Ook veel diersoorten die voor ons belangrijk zijn, zijn afhankelijk van het groen en de bomen. Als mensen kunnen wij zorgen voor diversiteit aan groen en bomen binnen de gemeentelijke grenzen. Hiermee dragen we bij aan een gezondere natuur met minder kans op plaagdieren en ziektes. Daarnaast zorgt meer biodiversiteit zichtbaar voor meer bijen, vlinders en vogels. Soorten die een belangrijke rol spelen in de balans voor een gezonde natuur en de voedselvoorziening, maar zeker ook een grotere belevingswaarde geven aan het groen voor de inwoners.

8

Klimaataanpassing De gevolgen van het veranderende klimaat worden steeds zichtbaarder in de openbare ruimte. Zware hoosbuien waardoor er wateroverlast ontstaat of juist extreme hitte in de woonomgeving komen steeds vaker voor. Daarom is het van belang dat onze leefomgeving zo is ingericht dat we de negatieve effecten van klimaatverandering beperken. Groen en bomen dragen daaraan bij door het afvangen van fijnstof, het omzetten van koolstofdioxide naar zuurstof en koolstof, maar ook door water op te vangen en voor verkoeling (door verdamping en schaduw) te zorgen. Cultuurhistorie Cultuurhistorie heeft ons gemaakt wie we zijn en bepaalt, bewust of onbewust, voor een groot deel onze identiteit. Oude bomen hebben een connectie met het verleden. Door cultuurhistorisch waardevolle bomen en hun landschappen te behouden voelen we ook in de toekomst het verleden. Duurzame inrichting en beheer Bij nieuwe ontwikkelingen/inrichting wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor openbaar groen. De term ‘kwaliteit voor kwantiteit’ is hierop van toepassing.

Dat wil zeggen dat we bij het inrichten van groen vooral kijken naar de kwaliteit en de soorten groen (bij voorkeur inheemse soorten, met een grotere biodiversiteit, maar die ook die passen in het veranderende klimaat met aandacht voor de (on)mogelijkheden van inheemse soorten voor meer stedelijk groen) en ruimte die groen nodig heeft om te ontwikkelen.

.

9

3 Vertrekpunt De rijke cultuurhistorische waarden, met het bijbehorende groen, maken Brunssum uniek en vormen daardoor een inspiratiebron voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Dit hoofdstuk gaat in op wat Brunssum kenmerkt en hoe het groen nu is ingericht en hoe het wordt beheerd in de gemeente.

3.1 Wat kenmerkt Brunssum? In het noordoostelijke gedeelte van Zuid-Limburg en op de grens van Nederland en Duitsland ligt de gemeente Brunssum. Het grootste gedeelte van onze gemeente bestaat uit stedelijk gebied met buurten ontstaan uit het mijnverleden. Door deze cultuurhistorie te bewaren, behoort Brunssum tot één van de grootste beschermde stads- en dorpsgezichten waarvan de tuindorp-architectuur en groen belangrijke onderdelen zijn. Brunssum is een overgangsgebied van het stedelijke Parkstad naar de open landelijke gemeente Beekdaelen en de heide. Het mijnverleden heeft Brunssum op de kaart gezet in Nederland met zijn vele historische (groene) herkenningspunten uit het mijnbouwverleden en diversiteit in bouwstijlen. De wijken in Brunssum hebben allemaal een eigen uitstraling. Binnen de wijken komt dit terug in ontmoetingsplekken in de vorm van (groene) hofjes en parkjes. In het zuiden van de gemeente vloeit het stedelijk gebied over in het unieke Natura-2000 gebied de Brunssummerheide. Een afwisselend natuurgebied met open zandvlaktes, karakteristieke vennen en heide, afgewisseld met bos. Maar ook in het stedelijk gebied is de natuur terug te vinden. Openbare stadsparken zoals Hemelderpark, Vijverpark, Mijnspoorpark, Emmapark en Schutterspark vormen belangrijke groenelementen.

Ook een rijk bomenbestand, zowel openbaar als particulier, dragen in hoge mate bij aan het algehele beeld van onze gemeente. Het groeneffect wordt bovendien nog versterkt door hellingen, waardoor de bomen ook op afstand beleefd kunnen worden. Kenmerkende voorbeelden zijn de flanken van de Kruisberg, Haansberg en de taluds JFC Headquarters. Deze plekken bieden inwoners en recreanten rust, ontspanning, ontmoeting en beweging. Al deze groene elementen samen vormen de groenstructuur.

3.2 Huidig groen – inrichting en beheer Terugblik bomenfietstocht met de raadsleden: “Ondanks dat er plekken voorkomen met achtergesteld groen zijn er ook plekken in de gemeente waar groen wel floreert. Zoals het Treebeekplein, waar een grote diversiteit aan vaste planten en struiken te vinden is. Bomen krijgen de ruimte om te groeien en er is aandacht voor biodiversiteit. Dit ‘nieuwe groen’ is een vorm van groen die vaker zal terugkomen in de straten van Brunssum.” Het stedelijk gebied van gemeente Brunssum heeft een oppervlakte van 8,19 km 2. Binnen dit gebied wonen op dit moment ongeveer 27.500 mensen. Het percentage van het stedelijk groen bedraagt 52%, vergelijkbaar met het regionale percentage van 51%. Het aandeel groen is in de gemeente echter niet gelijkelijk verdeeld. Zo is er weinig groen aanwezig op sterk verstedelijkt / bebouwd terrein. Op onderstaande figuren is het aanwezige groen zichtbaar (Figuur 2; het Schutterspark en de Brunssummerheide zijn hierop niet afgebeeld). Het ontbreken van (kwalitatief) groen leidt tot hogere

10

gevoelstemperaturen (Figuur 3). Figuur 4 laat de afstanden tot koelte in Brunssum zien. Zo wordt inzichtelijk waar het toevoegen van groen tot meer koelte kan zorgen. Klimaatverandering leidt niet alleen tot hogere temperaturen, maar ook tot meer en heviger neerslag. Ook aan het verminderen van wateroverlast door die piekbuien zal het beschermen, versterken en uitbreiden van het aanwezige groen een positieve bijdrage leveren.

Figuur 2. De hoeveelheid en verdeling van groen in gemeente Brunssum, weergeven met de Husqvarna Green Space Index. HUGSI for Brunssum Municipality | HUGSI/ Groene Stad Challenge.

Figuur 3. Gevoelstemperatuur Brunssum

11

Figuur 4. Afstand tot koelte (Klimaateffectatlas)

In onderstaande tabel is het huidige groenareaal weergegeven.

Tabel 1: Groenareaal gemeente Brunssum

Het beheer wordt uitgevoerd door de eigen dienst met het eigen machinepark, soms met ondersteuning van externe partijen. Uitgezonderd is specialistisch werk, dat wordt uitbesteed. De bermen worden ecologisch beheerd. Dat wil zeggen dat zij éénmaal per jaar worden gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Dit bevordert een bloemrijke vegetatie en daarmee de biodiversiteit. Het beheer heeft beeldkwaliteit B (CROW) als streefbeeld. Voor het reguliere beheer en onderhoud van dit areaal is in 2024 een budget beschikbaar van €988.558,- Bij het beheer van groen is het vaak lastig een onderscheid te maken tussen regulier en groot onderhoud. Er is daarom tot op heden geen budget opgenomen voor groot onderhoud. Bij vervanging van groen gaat het vaak om kleinere onderdelen, zoals één boom of een plantvak, maar soms ook om grotere eenheden. Vervanging vindt doorgaans plaats op de Brunssummerheide (Natuurmonumenten) en het Schutterspark (Bosgroep). Voor vervanging is in 2024 in totaal 94.500,beschikbaar.

12

4 Wat vinden onze inwoners? Om onze leefomgeving te verbeteren, zoeken we de samenwerking op met inwoners, organisaties en andere gemeenten. In de voorbereiding van deze nota heeft een beperkt participatieproces plaatsgevonden, bestaande uit een bomenfietstocht, een vragenlijst en een storymap. De input uit dit proces is in dit hoofdstuk per thema vertaald naar ambities, die vergezeld gaan van ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen om die ambities te verwezenlijken. Deze ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen worden verder uitgewerkt in het Groenbeleids- en beheerplan (in ontwikkeling). Een aantal ambities vindt zijn weerslag in de ambitiestructuren (5.5). In september/oktober 2022 heeft een vragenlijst online gestaan die inwoners de kans bood te reageren op het huidige groenbeleid in de gemeente. Hier hebben uiteindelijk 319 mensen op gereageerd. Opvallend is dat weinig jongeren de enquête hebben ingevuld. Uit de algemene beleving valt op dat bewoners de aanwezigheid van groen in de gemeente belangrijk vinden, maar over de hoeveelheid en kwaliteit van het groen zijn bewoners wisselend tevreden. Uit de enquête bleek onder meer het volgende. •

•

•

•

Klimaatverandering en biodiversiteit: er is vraag naar meer informatie vanuit de gemeente hoe burgers hun eigen tuin beter klimaatadaptief kunnen maken en daarbij willen inwoners zelf hun steentje bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit in de gemeente. Gezondheid: een groot deel van de respondenten vindt dat er genoeg groene wandel- en fietsroutes binnen de gemeente aanwezig zijn. Er liggen nog wel kansen bij het toepassen van groene sport- en speelmogelijkheden. Samenwerking: inwoners willen meer betrokken worden bij de inrichting van het openbaar groen. Ze willen ook graag te horen krijgen wanneer er aan het groen gewerkt gaat worden zodat zij hier rekening mee kunnen houden. Over het zelf inrichten en onderhouden van gemeentelijk groen wordt echter terughoudender gedacht. Onderhoud groen: het onderhoud van het huidige groen wordt meerdere malen aangeduid als onvoldoende. Het Vijverpark wordt genoemd als aandachtspunt 2.

Een uitgebreid participatieverslag is te vinden in Bijlage 2. Bovenstaande punten worden nader uitgewerkt in de volgende paragrafen: Klimaatverandering en biodiversiteit vinden hun plek in resp. 4.1 Inspelen op klimaatverandering en 4.2 Biodiversiteit. Gezondheid komt aan bod in 4.3 Gezond en leefbaar en samenwerking en onderhoud groen vooral in 4.4 Groen doen we samen.

2

13

De renovatie / opwaardering van het Vijverpark zal naar verwachting eind 2024 starten.

4.1 Inspelen op klimaatverandering De leefomgeving van Brunssum is zo ingericht en wordt zo beheerd dat de effecten van klimaatverandering minimaal zijn. Ook in de openbare ruimte krijgen we steeds meer te maken met gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door langdurige droogte, hogere temperaturen en hevigere regenbuien (parkstad.klimaatmonitor.net). Daarom vinden we het belangrijk om groen, juist ook in sterk versteende gebieden, te behouden en te versterken. Groen beperkt de effecten van de klimaatverandering. De klimaatadaptieve inrichting leidt tot minder financiële schade (wateroverlast, droogteschade beplanting) bij extreem weer. Inwoners vinden verkoeling onder de bomen en in het groen en komen hier tot rust.

Quote bomenfietstocht: “Wijken richten we groener in voor meer infiltratie tijdens piekbuien.” Wat vinden onze inwoners? Uit de enquête komt naar voren dat inwoners het belangrijk vinden dat we meer inzetten op groen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken (Figuur 4) . Inwoners willen hier zelf ook een steentje aan bijdragen, meer informatie vanuit de gemeente over mogelijkheden om de eigen tuin klimaatadaptief in te richten is volgens hen wenselijk. Inwoners willen wel, maar moeten over de streep getrokken worden. De meeste mensen zijn het eens met de stelling dat parken of speelplekken tijdelijk mogen onderlopen tijdens hevige regenval, denk hierbij aan wadi’s en andere waterbuffers. De gemeente moet meer inzetten op groen en bomen om de gevolgen van droogte, hittestress en wateroverlast te verminderen. 160 140 120 100 80

60 40 20 0 Helemaal eens

Eens

Neutraal

Oneens

Helemaal oneens

Figuur 4. Resultaten van de inwoners enquête op de volgende stelling: ‘De gemeente moet meer inzetten op groen en bomen om de gevolgen van droogte, hittestress en wateroverlast te verminderen’.

14

Waar gaan we naartoe? Ambitie - Beperken van de gevolgen van hittestress, wateroverlast en de effecten van droogte, om te beginnen op de plekken waar dat het hardste nodig is en/of zich de beste kansen voordoen. Wat kunnen we daarvoor doen? Ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen - Onderzoeken op welke hittestress- en wateroverlastgevoelige locaties we extra bomen of overige beplanting kunnen planten. Zo vergroenen we stenige oppervlakken (zoals pleinen en winkelgebieden). Ook kijken we naar verharde plekken die niet of nauwelijks gebruikt worden en vervangen deze door groen. We behouden snippergroen en verkopen we deze gronden dus in beginsel niet. - Aanplanten van soorten in de bebouwde kom die zijn aangepast op de klimaatvoorspellingen van langdurige droogte, extreme neerslag maar ook late vorst in het voorjaar. - Groen nemen we aan de voorkant mee bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Dit doen we door voldoende ruimte voor groen en bomen te creëren, dak- en gevelbeplanting te stimuleren en door bij nieuwbouwprojecten water op eigen terrein op te slaan, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van groen. Hierbij houden we rekening met divers groen en het creëren van groene verbindingszones. - Stimuleren van private partijen en particulieren om op hun eigen terrein ook maatregelen te nemen.

We komen met een communicatieplan om de bewoners van Brunssum beter voor te lichten over de maatregelen die zij zelf kunnen treffen, al dan niet met subsidie (afkoppelen regenwater, groene gevels en daken). Ook gaan we onze samenwerking met Operatie Steenbreek beter communiceren. - In beeld brengen van verticale groenkansen, zoals groene gevels. - Bewustwording creëren bij inwoners door zichtbare klimaatadaptieve (her)inrichting en hierover actief te communiceren. Bijvoorbeeld: zichtbaar en bovengronds af laten stromen van regenwater naar (beplante) tijdelijke waterbergingsvoorzieningen (wadi’s). - De aanleg van wadi’s en buffers combineren met andere functies zoals het stimuleren van biodiversiteit en recreatief medegebruik (wandelen, sporten). - Rekening houden bij inrichtingsprojecten met boomkeuze en locaties met aanwezige zonnepanelen.

15

4.2 Biodiversiteit Wij zijn trots op ons groen, de Brunssummerheide en de diverse parken en hofjes, die samen een aaneengesloten netwerk vormen. Ecologie gaat over de natuurlijke verscheidenheid aan plant- en diersoorten binnen een bepaald gebied, oftewel biodiversiteit. Mensen zijn op verschillende manieren afhankelijk van een gezonde ecologie, bijvoorbeeld voor onze voedselvoorziening (bijen zijn nodig voor het groeien van fruit) en voor het tegengaan van plaagdieren (plagen zijn vaak het gevolg van een verstoorde ecologische balans). Ook in Brunssum versterken we de biodiversiteit en de ecologische waarden. Binnen- en buitengebied verbinden we meer met elkaar door groene structuren te behouden, te herstellen en uit te breiden.

Quote bomenfietstocht: “Door biodiversiteit in de buurt te stimuleren, bestrijden we boomziektes op een natuurvriendelijke manier.” Wat vinden onze inwoners? Een strak onderhouden beplantingsvak ziet er vaak verzorgd uit, toch ziet meer dan de helft van de inwoners liever meer afwisseling in beplanting dan een nette uitstraling en meer ecologische verbindingszones (Figuur 5). Men vindt het belangrijk dat de gemeente investeert in meer biodiversiteit in de gemeente en natuureducatie voor jong en oud. Het merendeel geeft aan hier graag aan bij te dragen om de biodiversiteit in de gemeente te verhogen. De gemeente moet de ecologische verbindingszones uitbreiden zodat planten- en dierensoorten zich makkelijker kunnen verplaatsen. 160 140 120 100 80

60 40 20 0 Helemaal eens

Eens

Neutraal

Oneens

Helemaal oneens

Figuur 5. Resultaten van de inwoners enquête op de volgende stelling: ‘De gemeente moet de ecologische verbindingszones uitbreiden zodat planten- en dierensoorten zich makkelijker kunnen verplaatsen’.

16

Waar gaan we naartoe? Ambities - Realiseren en versterken van groene verbindingen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Hiermee verbinden we bijvoorbeeld buitengebieden zoals de Brunssummerheide met het stedelijk gebied, zodat genenuitwisseling tussen dier- en plantensoorten kan plaatsvinden. Deze groene verbindingen zijn weergegeven op de groenstructuurkaarten (zie Hoofdstuk 5). - Biodiversiteit creëren in de breedste zin van het woord. Niet alleen afwisseling in soorten, maar ook afwisseling in structuur, leeftijd en beheer. Een diversiteit van planten wordt al geplant in plantvakken, we willen echter nog meer rekening houden met soorten waar ook insecten en andere (gewenste) dieren baat bij hebben. Wat gaan we daarvoor doen? Ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen - Nog beter beschermen van bestaand groen door groenstructuren weer te geven op kaart en daar een beschermstatus aan te koppelen. Dit wordt mede gerealiseerd met het actualiseren ven de Bomenverordening in 2024. - Aanplanten van een grote variëteit aan plantensoorten die bloeien of vruchtdragend zijn zodat we de diversiteit van flora vergroten. Een grotere diversiteit van flora trekt ook een grotere variëteit aan van fauna/insecten. - Het best passende groen op de juiste plek.

Op sommige plekken is ruimte voor een biodiverse, natuurlijke uitstraling, en op andere plekken is het groen juist functioneel ingericht om de bruikbaarheid te optimaliseren. - Het Bomenfonds blijven aanwenden voor een tegemoetkoming aan boomeigenaren voor het onderhoud van particuliere waardevolle bomen, om ook deze bomen langdurig te behouden. - Niet alleen onze bermen maaien we ecologisch, maar ook gedeelten van parken en overige groene plekken in de gemeente. Gazons die niet intensief gebruikt/bezocht worden vormen we om naar extensief beheerd gras (kruidenrijke graslanden, zoals bij Treebeek). Hierover en over andere zaken in het kader van renaturering dient goed gecommuniceerd te worden met onze inwoners om de acceptatie te vergroten. - Gefaseerd snoeien van bomen, waarbij altijd een deel van het leefgebied voor dieren behouden blijft. Hiermee creëren we variatie in structuur die leidt tot een grotere soortenrijkdom aan planten en dieren. - Snoeihout vormen we om tot houtwallen voor meer schuilplekken voor kleine dieren. - Boomsoorten aanplanten die bijdragen aan biodiversiteit, daar waar mogelijk lokaal inheemse boomsoorten, rekening houdend met klimaatverandering en beheer. - De entrees van de kernen en de rotondes vergroenen we met streekeigen planten/plantsoen.

- Blijven compenseren van natuur die verloren gaat bij bouwprojecten, door groen elders in de gemeente aan te planten. In stedelijk gebied is dat niet altijd eenvoudig, maar door kwalitatief groen te plaatsen op plekken waar nu alleen functioneel groen is daar tot nu toe wel ruimte gevonden. - Promoten van nog meer particuliere groeninitiatieven, omdat ruimte in de openbare ruimte beperkt is en particuliere tuinen een belangrijke bijdrage leveren aan biodiversiteit. Dat doen we onder meer via Operatie Steenbreek. - Integrale aanpak bij de herinrichting van straten. Wordt er aan de weg/stoep gewerkt, dan nemen we meteen kansen voor groen mee. De voorziene toename van ondergrondse infra vormt hier een uitdaging.

17

Ecologisch bermbeheer Ecologisch bermbeheer houdt in dat we over het algemeen minder maaien, meer gefaseerd maaien en maaisel afvoeren. Dit betekent niet dat de bermen nu allemaal één grote wildernis gaan worden. Vaak blijven we de bermen één keer per jaar maaien voor het bevorderen van een bloemrijke vegetatie. Qua beeldvorming houdt dit in dat eentonig gras veranderd in biodiverser, kleurrijker en levendiger bermen. Vaak gaat er wel veel tijd overheen voordat we dat eindbeeld bereikt hebben. Daarom is er voor gekozen om op sommige plekken wel kruidenmatten te plaatsen voor een snel resultaat (Figuur 6).

Figuur 6. Voorbeeld van een kruidenmat in Gemeente Brunssum.

Enkele belangrijke uitgangspunten voor ecologisch bermbeheer zijn: 1. Minder frequent maaien (1 of 2x per jaar afhankelijk van soort vegetatie); 2. Gefaseerd maaien; we maaien niet alles tegelijk weg, maar behouden ook juist wat vegetatie; 3. Minder kort maaien (15cm); 4. Bermen laat in het najaar maaien wanneer plantenzaden al gevallen zijn; 5. Maaisel afvoeren om zo een overmaat aan voedingsstoffen af te voeren; 6. Veiligheid blijft van belang, meterstroken blijven we maaien bij uitzichtpunten; 7. In de aanbesteding nemen we ecologische kwaliteitseisen op; 8. Diversiteit in begroeiingstypen, ook ruigte vegetatie kent zijn waarde, zoals het creëren van schuilplekken en overwinteringsplekken voor diverse dieren;

18

4.3 Gezond en leefbaar Het groen in Brunssum draagt bij aan gezondheid, sociaal contact en de lokale identiteit. Het groen stimuleert een gezonde leefstijl en creëert een leefbare woon- en werkomgeving. De groene omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan, vergroot de belevingswaarde van de openbare ruimte en stimuleert bewegen en sporten. Groene fiets- en wandelroutes worden graag gebruikt door inwoners en recreanten. In de openbare ruimte combineren we functies met elkaar, zoals een trapveldje dat tegelijkertijd bij extreme regenbuien kan dienen als waterbergingsgebied.

Quote bomenfietstocht: “Bij reconstructies van straten houden we de kwaliteit van groen in stand en verbeteren deze waar mogelijk.” Wat vinden onze inwoners? Inwoners van onze gemeente hechten waarde aan zicht op groen vanaf elke woning, meer dan de helft is van mening dat iedere inwoner hier recht op heeft (Figuur 7). In onze gemeente worden kansen benut voor groene sport- en speelmogelijkheden, ongeveer de helft is tevreden over de huidige situatie. Wat betreft groene verblijfsruimtes om mensen te ontmoeten bestaat een verdeeldheid tussen de inwoners. Iedere inwoner van de gemeente heeft recht op zicht op groen vanaf zijn of haar woning. 160 140 120 100 80 60 40 20 0 Helemaal eens

Eens

Neutraal

Oneens

Helemaal oneens

Figuur 7. Resultaten van de inwoners enquête op de volgende stelling: ‘Iedere inwoner van de gemeente heeft recht op zicht op groen vanaf haar woning’.

19

Waar gaan we naartoe? Ambities - Zicht op groen vanuit de woning realiseren voor zo veel mogelijk inwoners. - Een hoge belevingswaarde creëren van fiets- en wandelroutes. - Bewegen en ontmoeten meer stimuleren in de groene buitenruimte door groene routes, parken en speelplekken. - Schoolpleinen zijn groen, inclusief natuur speel-/ontdekplekken en -routes dichter bij huis. Wat gaan we daarvoor doen? Ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen - Onderzoeken in hoeverre de 3-30-300-regel gehaald wordt of behaald kan worden in Brunssum. Dit houdt in, dat je vanuit elke woning 3 bomen kunt zien, 30% van de wijk in de schaduw van bomen valt en er binnen 300 meter afstand een verkoelend park of perk is. - Bijzondere en bloeiende plantensoorten planten langs veelgebruikte fiets- en wandelroutes. Dit hebben we al gedaan op de Emmaweg en Trichterweg en zal ook op meer plekken worden geïntroduceerd. - Uitzetten van een groene loper door de gemeente. - Beplanting kiezen we op basis van de functie van het gebied (rondom verzorgingshuizen meer kleur, recreatieterrein meer functioneel groen en daar waar nodig ondersteunend aan de ontwikkeling van biodiversiteit). - Voor het Emmapark hebben we de ambitie om het mijnverleden meer terug te laten zien in het park inclusief aandacht voor flora en fauna, recreatie en sport.

- Voor het meer vergroenen van schoolpleinen gaan we in gesprek met de schoolbesturen en bekijken we hoe we meer draagvlak kunnen krijgen en onderzoeken we subsidiemogelijkheden. - Groen meenemen in de stimulering van positieve gezondheid. Dat wil zeggen dat we groen meenemen in projecten gericht op leefbaarheid. - Wandelroutes meer promoten via onze sociale mediakanalen en lokale kranten. - Meer fitnesslocaties creëren in de buitenlucht. Hiervan hebben we al twee goede voorbeelden, in het Vijverpark en Schutterspark. - Organiseren van meer spelaanleidingen waarbij we kinderen stimuleren om te spelen of bewegen. Dit doen we bijvoorbeeld door meer natuurlijke materialen te gebruiken in plaats van de standaard kunststof speeltoestellen. - Deze zaken zullen onder meer aandacht krijgen in het kader van de Nota Openbare Speelvoorzieningen 2024 en het daarop volgende speel- en beweegbeleid. Het combineren van spel, sport, bewegen, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit krijgt daarin nadrukkelijk aandacht.

20

4.4 Groen doen we samen Inwoners dragen graag een steentje bij een duurzame en groene leefomgeving. Zij zijn zich bewust van het groen, voelen zich betrokken bij het groen en dragen een gedeelde verantwoordelijkheid en eigenaarschap van het groen. De gemeente maakt dankbaar gebruik van de gebiedskennis van inwoners en waar zich nog kansen voordoen voor het vergroenen van wijken. Gemeente en inwoners werken nauw samen, waardoor mooie groenprojecten gerealiseerd worden.

Quote bomenfietstocht: “We stimuleren burgerinitiatieven en informeren onze inwoners van ontwikkelingen op het gebied van groen.” Wat vinden onze inwoners: Er is ontevredenheid op het gebied van samenwerking tussen de gemeente en de inwoners. Zo willen inwoners meer de mogelijkheid hebben om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen (Figuur 8). Het is daarom, en mede in het kader van de Omgevingswet, van belang dat wij ons als gemeente aandacht hebben voor participatie. Daarnaast willen onze inwoners te horen krijgen wanneer aan het groen gewerkt gaat worden, zodat zij hier rekening mee kunnen houden. Ik krijg genoeg mogelijkheden om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen in mijn woonomgeving. 140 120 100 80 60 40 20 0

Helemaal eens

Eens

Neutraal

Oneens

Helemaal oneens

Figuur 8. Resultaten van de inwoners enquête op de volgende stelling: ‘Ik krijg genoeg mogelijkheden om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen in mijn woonomgeving’.

21

Waar gaan we naartoe? Ambities - Meer betrekken van inwoners bij gemeentelijke ambities met betrekking tot (openbaar) groen. - Eigenaarschap stimuleren: meedenken en meedoen heeft als effect dat mensen zich verantwoordelijk voelen voor de omgeving. - Bewustwording creëren: indien mensen de openbare ruimte als een gemeenschappelijke tuin ervaren, zal er minder zwerfafval worden achtergelaten, meer waardering zijn voor groen etc. Wat gaan we daarvoor doen? Ideeën, voorstellen en mogelijke maatregelen - Helder communiceren over de timing, aard en omvang van werkzaamheden in het groen. - Meer betrekken van lokale partijen of ‘groenambassadeurs’ bij lokale initiatieven. Door bijvoorbeeld gezamenlijk insectenhotels te creëren, gezamenlijk groenonderhoud te realiseren, samen zwerfafval op te ruimen. Hiervoor dient budget vrijgemaakt te worden. - Als groen voor onderhoud wordt overgedragen aan inwoners, dan moeten er contracten met betreffende inwoners worden opgemaakt om de continuïteit te borgen. - Meer interactie realiseren tussen de diverse buurtnetwerken van gemeente Brunssum. - Op wijkniveau samen met inwoners in beeld brengen waar kansen liggen om te vergroenen waar het het hardste nodig is én waar met relatief geringe inspanning een groot resultaat kan worden bereikt.

- Stimuleren om stenige (voor)tuinen van inwoners te vergroenen en op plekken waar al groen staat deze kwalitatief te versterken, bijvoorbeeld door middel van Operatie Steenbreek. - Onze inwoners denken mee over het realiseren van de groenambities. We stimuleren de inbreng van en samenwerking met inwoners en andere betrokkenen. - De gemeente staat open voor samenwerking met lokale, regionale en landelijke partijen, en zoekt deze samenwerking actief op wanneer dit van meerwaarde kan zijn voor de verdere formulering, ontwikkeling en uitwerking van de gemeentelijke doelen. Het IVN, Vereniging Hei, Heg & Hoogeind en Stichting Steenbreek zijn voorbeelden van partijen waarmee in het verleden al is samengewerkt. - De gemeente zoekt hierover ook de samenwerking op met de woningcorporaties die actief zijn in de gemeente: Weller en Wonen-Zuid.

22

Voorbeelden van participatie in de praktijk Onze medewerkers hebben nauwe contacten met inwoners, dit zorgt voor draagvlak en begrip. We zoeken samen met inwoners naar oplossingen, nemen inwoners serieus en pakken ideeën snel op. We organiseren inwonersavonden, we maken gebruik van social media en waar mogelijk keukentafelgesprekken. Amstenraderveld – Groene Wijk In de wijk Amstenraderveld is een mooi burgerinitiatief opgezet om de beleving van het groen in de wijk te verbeteren. Hier zijn de volgende initiatieven gerealiseerd: Proeftuin bloembermen aan de Sperwerdreef Greppels aan de rand van de wijk met bloemen en verbindingen naar het buitengebied Amfibieënpoel (ten tijde van schrijven nog niet gerealiseerd) Selectief snoeien Opkomende houtbuffers Realisteren van bloemenweide op een grasveld Bomen uitdeeldag In samenwerking met IVN delen we bomen uit aan onze inwoners. Er is geld vrijgemaakt en een campagne opgesteld, in totaal zijn 30 bomen uitgedeeld. Zo maken we samen onze gemeente een stukje groener.

Beplantingsplannen We ontvangen regelmatig berichten van inwoners die beplantingsvakken of gazons in hun straat willen herinrichten. Zo nam een inwoner het initiatief om boomspiegels te vergroenen, een andere inwoner stelde een heel beplantingplan op voor het gazon in de straat. De gemeente stimuleert dit soort initiatieven en denkt graag mee. Operatie Steenbreek De gemeente doet mee aan de landelijke campagne Operatie Steenbreek en vermindert daarmee de landelijke verstening door inwoners te informeren, stimuleren en begeleiden over groen. Samen dragen we op deze manier bij aan een groenere leefomgeving. Onderhoud gazon op straat Inwoners gaan een actieve rol spelen in het onderhoud van gazonstroken op straat, in sommige wijken onderhouden inwoners zelf de gazons voor hun deur.

23

5 Groenstructuur De groenstructuur in Brunssum is het raamwerk dat de basis vormt voor het behoud en de ontwikkeling van het groenareaal in de gemeente. Het doel van de groenstructuur is het verbinden van gebieden binnen (en buiten) de gemeente met het oog op de bescherming en versterking van natuur en biodiversiteit. Met het in stand houden en uitbreiden van de belangrijkste structuren wordt bijgedragen aan het versterken van de huidige dorps- en landschapskarakteristieken, aan de ruimtelijke kwaliteit van toekomstige ontwikkelingen en aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. We geven een toelichting op de groenstructuurkaart die is opgebouwd uit een hoofdstructuur, nevenstructuur, wijkstructuur en ambitie structuren.

5.1 Groenstructuurkaart De groenstructuurkaart is opgesteld om het reeds aanwezige groen in gemeente Brunssum inzichtelijk te maken. De kaart laat zien waar groen (nog) ontbreekt en waar we groen kunnen toepassen om parken, natuurgebieden en andere groenstructuren met elkaar te verbinden. Bij toekomstige ontwikkelingen betrekken we de groenstructuurkaart. Daar waar groen aanwezig is, moet bij ontwikkelingen minimaal een gelijke hoeveelheid op deze locatie terugkomen.

Figuur 9. Groenstructuurkaart gemeente Brunssum.

5.2 Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur bestaat uit groen dat belangrijk is voor heel Brunssum (figuur 10). Dit gaat voornamelijk over groen langs hoofdwegen, parken en groene entrees. De hoofdgroenstructuur heeft 24

een sterke samenhang met de stedenbouwkundige structuur van de gehele gemeente en draagt sterk bij aan de groenbeleving van Brunssum. De hoofdgroenstructuur vormt ook de verbinding tussen natuurgebieden, zoals Natura-2000 gebied de Brunssummerheide en parken, zowel binnen als buiten de gemeente. Hierdoor zijn soorten makkelijker in staat zich te verplaatsen, bijvoorbeeld tussen de Brunssummerheide en het omringende landschap. Vanwege deze belangrijke functies beschermen en versterken we deze structuur. Inrichting en onderhoud is gericht op langdurig behoud en ontwikkeling van de locaties. De hoofdgroenstructuur bestaat uit groenobjecten van grotere omvang met een grote meerwaarde voor één of meerdere van de drie thema’s: biodiversiteit, leefbaarheid en klimaatbestendigheid. De groenobjecten die onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuur: • Parkzones: beschermwaardige gebieden: aaneengesloten groengebieden die gezamenlijk een groene verbinding van grote omvang vormen. Deze gebieden hebben een gevarieerd karakter waarin alle thema’s op een significante manier aanwezig zijn. • Beschermwaardige boomstructuren: hier gaat het om boomstructuren die bestaan uit oudere bomen, vaak met veel meerwaarde voor de ecologie, klimaat en leefbaarheid. Ze hebben daarmee en uitzonderlijke waarde voor de uitstraling en identiteitsbeleving van Brunssum.

• Hoofdgroenstructuren: overige lijnen in de hoofdgroenstructuur zijn in de meeste gevallen bomenrijen en/of houtsingels en de bijbehorende onderbegroeiing of brede bermen. De lineaire groenelementen (lijnen) in de kernen vallen meestal samen met landschappelijke en stedenbouwkundige patronen zoals wegen, dorpsranden en bebouwingspatronen. Bomen in de beschermwaardige gebieden en beschermwaardige boomstructuren alsmede in de hoofdgroenstructuur mogen in beginsel niet gekapt worden. Uitzonderingen staan beschreven in de nota ‘Kapbeleid gemeente Brunssum’, behorend bij de Bomenverordening. Een bijzondere vermelding verdienen de verschillende volks- en moestuinen in Brunssum. Hoewel zij formeel niet onder de beschermwaardige structuren vallen, leveren zij wel een waardevolle bijdrage aan de biodiversiteit en de sociale cohesie in Brunssum.

Figuur 10. Hoofdgroenstructuur gemeente Brunssum.

25

5.3 Nevengroenstructuur De nevenstructuurlijnen hebben net zoals de hoofdstructuurlijnen een verkeersgeleidende en verbindende functie. De nevenstructuurlijnen lopen door woongebieden en verbinden deze met elkaar. Anders dan bij de hoofdstructuren is er vaak minder ruimte voor de grotere boomsoorten, maar is er wel ruimte voor kleinere boomsoorten, divers aangeplante plantvakken en/of ecologisch te beheren bermen. In Figuur 11 is de nevengroenstructuur weergeven.

Figuur 11. Nevengroenstructuur gemeente Brunssum.

5.4 Wijkgroenstructuren Waar nevenstructuren de verbindingen opzoeken tussen de diverse wijken is wijkgroenstructuur zeer lokaal ingericht. De wijkgroenstructuur structureert de wijk en bestaat uit elementen met een algemeen belang voor de wijkbewoners. Lijnen in de wijkgroenstructuur zijn in de meeste gevallen aaneengesloten plantsoenen, bermen of bomenrijen. De lineaire groenelementen (lijnen) in de kernen vallen meestal samen met landschappelijke en stedenbouwkundige patronen zoals wijkontsluitingswegen, wijkranden en bebouwingspatronen. De ruimte rondom wijklijnstructuren is vaak beperkt. Wijkgroen beheren we intensiever waardoor het al gauw een ‘cultuurlijker’ beeld oproept dan het hoofdgroen in de parken. Wijkgroen draagt bij aan de groene dooradering van Brunssum, waardoor vogels, insecten en kleine zoogdieren zich makkelijk tussen verschillende groengebieden kunnen verplaatsen. Daarnaast is wijkgroen van belang voor het opvangen van water en om de gevolgen van hittestress te beperken. In Figuur 12 staan de belangrijkste wijkgroenstructuren weergegeven:

26

Figuur 12. Wijkgroenstructuur gemeente Brunssum.

5.5 Ambitiestructuren De ambitiestructuren omvatten locaties waar structuren onderbroken of helemaal niet aanwezig zijn. (figuur 13). Deze structuren willen we zodanig plaatsen dat de bestaande structuren (hoofd, neven en wijk) meer met elkaar in verbinding staan. Realistisch gezien zijn de kansen hiervoor beperkt vanwege het sterk stedelijk gebied. Beperkt maar zeker niet onmogelijk. Daarom focussen we ons met name op nieuwbouwprojecten, herinrichting van straatprojecten en particuliere tuinen en nemen we daar de kansen mee voor vergroening. Deze nieuwe structuren dragen bij aan de thema’s leefbaarheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Kansen liggen met name op: • Sterk bebouwde plekken: plekken binnen de bebouwde kom met veel verstening en weinig groene beleving en waar vaak hittestress en wateroverlast ervaren wordt. Vaak zijn de kansen voor bomenaanplant vrij beperkt in sterk bebouwd gebied waar ook veel kabels en leidingen onder de grond liggen. Dit maakt het lastig om deze ambities in te tekenen op de groenstructuurkaart. Wel integreren we groen bij herinrichting van deze versteende plekken. • Bedrijventerreinen: ook op de bedrijventerreinen zijn kansen te behalen voor vergroening. Op deze plekken leveren bomen een belangrijke bijdrage aan het aangenamer maken van deze verblijfplekken voor werknemers en bezoekers en versterken ze het landschappelijke karakter.

Wij willen met bedrijven in gesprek gaan over de vergroeningskansen op hun terreinen, zoals bedrijventerrein Haefland. De ontwikkeling van de Oostflank biedt goede kansen voor de toevoeging van natuur en het herstellen van verbindingen. • Snippergroen: plekken waar groen en bomen versnipperd in de wijk te vinden zijn. Deze versnippering heeft als gevolg dat dieren en insecten vaak opgesloten zitten in een bepaald gebied, waardoor er weinig wisseling van genen plaatsvindt met als langdurig gevolg een zwakkere populatie. Om die gevolgen te beperken willen we verschillende natuurgebieden met elkaar verbinden door onderbroken groenstructuren te herstellen. 27

Een aantal ambities, zoals die in hoofdstuk 4 zijn benoemd, vinden hun weerslag in de ambitiestructuren. Een concrete ambitiestructuur is het aanleggen van een (groene) verbinding tussen het Vijverpark (herinrichting 2024 e.v.) en het nog te realiseren Victoriapark (onderdeel Centrumplan).

Figuur 13. Ambitiegroenstructuren gemeente Brunssum.

28

6 Bescherming en behoud van bomen De gemeente is zuinig op de bomen die in de openbare ruimte staan. Dat laten we zien door zorgvuldig boombeheer, een eenduidige aanpak bij overlast en hindermeldingen en het maken van duidelijke afspraken over hoe wij vinden dat onze bomen geplant en beheerd moeten worden. Het “Handboek bomen 3” is hierbij de leidraad. Informatie over het beoordelingsproces van waardevolle- en monumentale bomen en de uitgangspunten van het kapbeleid zijn te vinden in de documenten: “Waardevolle bomen en beschermwaardige gebieden” en “Kapbeleid”, die behoren bij de Bomenverordening. Dit hoofdstuk gaat wel in op uitgangspunten bij: • Kwaliteit vs. Kwantiteit •

Beheerbewust ontwerpen

•

Bomen en werkzaamheden

• •

Ziekten en aantastingen Hinder en overlast

6.1 Kwaliteit vs. Kwantiteit Bij de inrichting en het beheer van bomen zijn het Handboek Bomen en de uitgangspunten van het CROW leidend. Hierbij streven we altijd naar kwaliteit boven kwantiteit: de juiste boom op de juiste plaats. In Figuur 14 en 15 is dat weergegeven.

Figuur 14. Voorbeeld van een juiste groeiplaats van bomen. Kwaliteit voor kwantiteit.

3

Dit handboek van het Norminstituut Bomen wordt om de 4 jaar geüpdatet; de meest recente versie dateert van 2022. 29

Figuur 15. Voorbeeld van onjuiste groeiplaatsen van bomen.

6.2 Beheerbewust ontwerpen Terugblik bomenfietstocht met de raadsleden: “Inrichtingskeuzes van 10 jaar geleden passen niet meer bij deze tijd. Bomen die groot en oud worden planten we niet meer op plekken als er onvoldoende ondergrondse wortelruimte is. Indien dat er wel is planten we juiste wel bomen met een groot kroonvolume. Kortom we planten de juiste boom op de juiste plek, om fouten van het verleden zoveel mogelijk te voorkomen”. Tegenwoordig zijn er zowel juridisch als technisch veel mogelijkheden om bestaande bomen te behouden en in te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij onze gebiedsontwikkelingen gaan we nog beter kijken naar de effecten hiervan op de vitaliteit van bestaande bomen en de effecten op de ecosysteemdiensten die deze bomen bijdragen in het plangebied. Hierdoor worden kosten bespaard en kwaliteit verhoogd, zeker als bestaande bomen worden ingepast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vindt daarom vooraf een goede toets plaats waarbij behoud en inpassing van bestaande bomen voorop moet staan. Verplanten is pas het alternatief als het echt niet anders kan.

De basis die we meenemen bij het ontwerpen met bomen is: • Voldoende onder- en bovengrondse groeiruimte • Een kwalitatief goede bodem • Voldoende lucht in de grond • Een goede vochthuishouding • De aanwezigheid van voedingselementen • De aanwezigheid van bodemleven • Een goede zuurgraad Het Handboek Bomen en de uitgangspunten van het CROW zijn leidend bij de inrichting en het beheer van bomen. Hierbij houden we rekening met de plek waar de boom geplant gaat worden. Op plekken zoals parken, brede trottoirs en ruime overhoeken planten we bomen die ook oud kunnen worden op die plek. Echter, als de ondergrondse wortelruimte voor de boom maar beperkt is, of de boom dicht tegen een huis staat, planten we een kleinere boomsoort.

30

6.3 Bomen en werkzaamheden Degenen die bouw- of graafwerkzaamheden uitvoeren zijn vaak niet op de hoogte van het effect van hun handelingen op bomen. Beschadigingen aan bomen zijn vaak onomkeerbaar en kunnen de boom verzwakken. De Bomenverordening biedt de mogelijkheid om ernstige beschadiging aan te merken als het vellen van een boom, waarvoor een kapvergunning nodig is. Bij aanbestedingen en ontwikkelingen in de openbare ruimte worden daarom de richtlijnen uit het Handboek Bomen voorgeschreven en wordt hierop gehandhaafd. Hiermee kan veel schade voorkomen worden.

6.4 Ziekten en aantastingen Boomziekten en aantastingen kunnen individuele bomen of een groot deel van het bomenbestand ernstige schade toebrengen. Grootschalige uitval van bomen of verspreiding van ziekten/aantastingen moet voorkomen worden. Daarom wordt bij de aanplant van nieuwe bomen minimaal rekening gehouden met: • Aanplant van een verscheidenheid aan boomsoorten ter voorkoming van monoculturen (soort, leeftijd). • Toepassen van soorten die resistent of minder gevoelig zijn voor specifieke ziekten/aantastingen. • Verbetering van groeiomstandigheden zodat bomen zich op een gezonde manier kunnen ontwikkelen en minder snel vatbaar zijn voor ziekten, plagen en aantastingen. Bij de bestrijding van ziekten en aantastingen in bestaande bomen is de mate van gevaarzetting of overlast in de omgeving bepalend voor de te nemen maatregelen.

6.5 Hinder en overlast Bomen leveren ons veel, maar geven soms ook ongemakken. Meldingen die bij de gemeente binnen komen gaan bijvoorbeeld over belemmering van uitzicht, blad- en vruchtval, de aanwezigheid van dood hout in de boomkroon of ongedierte. Uitgangspunt is dat de gemeente de bomen zo veel mogelijk wil behouden. Afwegingen moeten zo transparant en eenduidig mogelijk gemaakt worden, waarbij het algemeen belang voor het individuele belang gaat. Inwoners zijn zich vaak minder bewust van de positieve aspecten van een boom. Door hen hierover goed te informeren neemt het begrip toe en daarmee het draagvlak. Een gevolg hiervan is dat de overlastervaring wordt verminderd. Bij concrete meldingen over overlast, is het belangrijk om tijdig in gesprek te gaan met inwoners die deze overlast ervaren en keuzes uit te leggen. Hiertoe kan de gemeente onder meer gebruik maken van duidelijke folders of infographics over de positieve aspecten van bomen, typen overlast die ervaren kunnen worden en welke maatregelen de gemeente neemt of de inwoner zelf kan nemen om de overlast te beperken of geheel weg te nemen. Een pasklare oplossing is er niet altijd voor problemen en hinder met bomen. Dit kan te maken hebben met bijvoorbeeld een verkeerde boomsoortkeuze in het verleden op een bepaalde plek, waardoor een boom bijvoorbeeld te groot is voor de locatie waar hij staat.

De gemeente leert hiervan, waardoor in toekomstige situaties problemen worden voorkomen. Een voorbeeld hiervan is dat er geen hardgroeiende bomen geplant worden op een plek met te weinig ruimte voor de wortels van de boom. Een probleem dat voortkomt uit verkeerde keuzes in het verleden is wortelopdruk. In 2023 is een inventarisatie uitgevoerd van locaties met problematische wortelopdruk. Dat onderzoek beperkt zich tot de 8 locaties die toen het meest nijpend waren. Uitvoering betekent een totale investering van

31

ongeveer €940.000,- tot en met 2032. Met zo’n investering is tot op heden geen rekening gehouden. Een tweetal locaties zal worden meegenomen bij werkzaamheden aan de betreffende wegen (Haefland en Merkelbeekstraat). De resterende investering voor de overige locaties is dan nog €725.000,-. Nadere informatie is te vinden in het betreffende rapport, dat als bijlage 4 is opgenomen. Mede met het oog op veiligheid, aansprakelijkheid en de conditie van de bomen verdient het aanbeveling om periodiek een dergelijke inventarisatie te doen, vergelijkbaar met de periodieke veiligheidskeuringen (zie 1.3: Burgerlijk Wetboek), en structureel budget te reserveren voor herstelwerkzaamheden om dit probleem beter te beheersen. Zo’n periodieke inventarisatie, inclusief planning en budgettering, zal worden opgenomen in het nog te ontwikkelen groenbeleids- en beheerplan.

32

Uitgelicht: Zonnepanelen en bomen De afgelopen jaren vindt een sterke groei plaats in het opwekken van zonne-energie door particulieren en bedrijven. Naar verwachting zal ook de komende jaren deze trend doorzetten. Verzoeken tot het kappen in verband met de aanwezigheid van zonnepanelen of de intentie om zonnepanelen te installeren komen dan ook steeds vaker voor. Ook het bouwen van energie neutrale woningen wordt langzaam gemeengoed. Richtlijnen hoe om te gaan met deze ontwikkelingen in relatie tot bomen zijn daarom noodzakelijk om uniform keuzes te kunnen maken en om duidelijkheid te verschaffen richting inwoners en bedrijven in gemeente Brunssum. Zonnepanelen dragen net als bomen bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Toch is het verkrijgen van een hoger rendement geen argument om een boom te kappen. De bomen waar het om gaat hebben in veel gevallen een grote omvang, waardoor deze bomen een hogere waarde in het algemene belang vertegenwoordigen dan de zonnepanelen. Wat doen we wel? • Bij nieuwbouw houden we rekening met de plaatsing van zonnepanelen. Bomen positioneren we zo, dat er zo min mogelijk schaduw op de daken valt. Of we kiezen voor een kleinere of transparante soort. • Bij herplant houden we rekening met de plaatsing van zonnepanelen. Bomen positioneren we waar mogelijk zo, dat er minder schaduw op de daken valt.

Of we kiezen voor een kleinere of transparante soort. Wat doen we niet? Schaduw nu of in de toekomst op zonnepanelen is geen reden om een boom te snoeien of te verwijderen.

33

7 Organisatie en beheer Zoals elke gemeente heeft de Gemeente Brunssum een breed takenpakket. Variërend van burgerzaken tot zorg, ruimtelijke ordening en openbare ruimte. De gemeentelijke organisatie werkt vooral met eigen personeel, maar besteedt sommige taken ook uit aan andere organisaties. Integraal werken Integraal werken betekent dat we bij de planvorming en uitvoering van sectoraal beleid (zoals groen, wegen of riool) meer afstemming gaan zoeken met andere sectoren. Voor groen wordt deze samenwerking vooral gezocht met andere sectoren in het fysieke domein, denk aan cultureel erfgoed, maar samenwerking met het sociaal domein, denk aan sport, zal er ook zijn. Zeker bij ruimtelijke planvorming is integraal werken belangrijk. Ruimte is schaars. Door een plan te ontwikkelen met medewerkers uit verschillende sectoren en dus verschillende deskundigheden, zijn al vroeg in het proces de kansen en randvoorwaarden voor het plan duidelijk. Daarmee neemt de kwaliteit van het plan toe en nemen de risico's af. Ook wordt de ontwikkeling en het beheer van de openbare ruimte efficiënter uitgevoerd en worden kansen vaker gesignaleerd en beter benut. Daarmee komt het vaker voor dat elementen in de buitenruimte multifunctioneel worden uitgevoerd en dus meerdere functies tegelijk vervullen. Ook wordt veel voorzienbare schade aan elementen in de buitenruimte vermeden.

Met ingang van 2024 is er voor het beheer van de openbare ruimte een integraal beheersplan (IBOR). Dit Groenstructuurplan maakt daar deel van uit. Betrekken van externe partijen Voor behoud en ontwikkeling van kwalitatief groen is het van groot belang in gesprek te blijven met externe partijen. Zo blijven we voortborduren op bewonersinitiatieven en promoten we goede voorbeelden in wijken waar nog weinig initiatieven zijn. Ook zoeken we de samenwerking op met woningcorporaties, waarbij we in de planvormingsfase van nieuwe woningen al groen willen integreren. Hierbij denken we ook aan het opnemen van richtlijnen voor de aanplant van groen en bomen in het programma van eisen voor interne en externe projectontwikkelaars. Regulier onderhoud De gemeente voert groenbeheer uit met de eigen dienst en het eigen machinepark. Voor sommige werkzaamheden heeft de gemeente ondersteuning van externe partijen. Voor specialistisch werk, waarvoor de gemeente de kennis, de machines of andere capaciteit niet heeft, worden werkzaamheden uitbesteed. Als dit om grotere bedragen voor één (raam-)contract gaat, start de gemeente een aanbestedingstraject op, waar (groen)aannemers op kunnen inschrijven. Aan de hand van een selectie wordt de meest geschikte partij gekozen voor het werk. Budget In de begroting is permanent een bedrag gereserveerd voor beheer en onderhoud aan het groenareaal (zie ook 3.2).

Met de uitbreiding van het areaal, bijvoorbeeld door de ambitiestructuren te realiseren, zijn, naast incidentele kosten voor aanleg, ook beheers- en onderhoudskosten gemoeid. Periodiek zal het areaal geactualiseerd en de begroting bijgesteld moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=6343a035-e303-407e-b8d8-d9f87b9303d8