Raadsvoorstel 26 (bijlage) Brief aan de raad nr. 26.pdf
Tekst van het document
Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen. Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken. Nut en noodzaak om over dit portaal te beschikken is voor de werkgroepleden evident en staat los van welke positie BsGW, de deelnemende gemeente(n) en de gegevenshuizen in zullen gaan nemen in relatie tot de samenhangende objectenregistratie (SOR). Met betrekking tot de samenhangende objec-
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 14 van 66
tenregistratie dienen nog bestuurlijke keuzes gemaakt te worden. Totdat de samenhangende objectenregistratie een feit is, dienen de omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel te worden gehouden en te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen: de beheerfase. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW de regie van beheerfase uit namens de deelnemers. Dit betreft de periode 2021-2024, de wettelijke ingangsdatum van de SOR is vooralsnog gepland voor 1-1-2025. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn begroot op € 1 miljoen en zullen (vooralsnog tot en met 2024) worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022 en via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de gemeentelijke deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende. Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZmutatiedetectie uitgevoerd.
WOZ-mutatiedetectie betreft het op basis van luchtfoto’s, obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit (te laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Visie op dienstverlening In het OOP is aangegeven dat voor BSGW visie op dienstverlening en een bijbehorend dienstverleningsconcept wordt opgesteld. In de visie geven we aan hoe we via verschillende kanalen onze klanten willen bedienen. Aandachtspunten uit de klantenmonitor worden hierin meegenomen.
In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. In 2021 wordt, via een afzonderlijk traject, ook een visiedocument opgesteld met betrekking tot de dienstverlening aan deelnemers inclusief dienstverleningsnormen. De eventuele kosten zullen binnen de begroting van BsGW worden opgevangen. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 15 van 66
Collectieve Infrastructuur
o
Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de organisatie beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur. Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: •
De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
•
de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI)
•
Common Ground
De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de Omgevingswet. De GGI vormt de technische basis waarin toegewerkt wordt naar een gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie. Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling.
Deze ontwikkelingen zullen door BsGW nadrukkelijk worden gevolgd en hebben een plaats in de Ivisie (zie hierna). I-visie
o
In 2020 is een I-visie ontwikkeld. De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een visie en strategiedocument voor de afdeling IPA zelf opgesteld. Deze twee documenten gecombineerd geven een duidelijk beeld over de I-strategie van BsGW en de wijze waarop de afdeling IPA wordt geherstructureerd. Dit is verwoord in het document “oplegnotitie I-visie en I-strategie BsGW”. Tevens wordt een stappenplan opgesteld met activiteiten en projecten om de opgestelde visie in de komende jaren vorm te geven. Enkele belangrijke pijlers van dit plan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een
Europese
aanbesteding.
Daarnaast
is
er
aandacht
voor
externe
ontwikkelingen
die op de organisatie afkomen, zoals de samenhangende objectenregistratie (SOR), landelijke voorzieningen, gegevensuitwisseling via de common ground gedachten. Ook enkele interne ontwikkelingen zijn opgenomen zoals het digitaal werken. Het doorvoeren van verbeteringen in het kader van informatie- en archiefbeheer zijn noodzakelijk om dit mogelijk te maken. De aanschaf van een Document Management Systeem c.q Record Management systeem is daarvoor nodig. Eind 2020 is gestart met de (voorbereiding van) de Europese aanbesteding.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 16 van 66
Harmonisatie Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Op 6 juli 2020 heeft een strategisch overleg tussen het DB en MT van BsGW plaatsgevonden. Harmonisatie was een van de onderwerpen waarover gesproken is. Het DB heeft gevraagd om de uitgangspunten hiervoor op te schrijven en van daaruit de te zetten stappen in kaart te brengen. De hoofdopgaven van standaardisering gaat om de vraag ‘Hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers’. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen. Omdat deze opgave meerdere aspecten kent, zullen deze worden benoemd en beschreven. Beleidsvrijheid, maakbaarheid, juridische juistheid maar ook toekomstige ontwikkelingen spelen hierbij een rol; naast de verdeling van deze kosten. De inzichten die bij de eerste stappen van dit gehele proces verkregen worden, zullen een belangrijke rol spelen in de aanbesteding van de belastingapplicatie die BsGW in 2022 moet aanbesteden.
Omdat het hierbij steeds meer gaat over SaaS-oplossingen (software als een service, waarbij workarounds en aanpassingen niet mogelijk of niet wenselijk zijn), is tijdig inzicht van belang. Gezien het gegeven dat BsGW haar belastingpakket moet gaan aanbesteden, zal hier bij de planning van de harmonisatie-exercitie rekening mee moeten worden gehouden. Gezien het feit dat er liefst 13 scenario’s zijn uitgewerkt als mogelijke kostenverdeelmethode bij de start van BsGW, zal het nog een opgave worden om te komen tot herijking van de huidige kostenverdeelsystematiek. Het advies vanuit BsGW is om een eventuele nieuwe kostenverdeelmethode door een externe partij op te laten stellen. Qua moment van herijking adviseert BsGW om dit pas te doen op het moment dat alles rondom harmonisatie zijn beslag heeft gekregen en het basispakket een feit is. Daarmee ontstaat namelijk de kans om de nieuwe verdeelmethodiek toe te passen op een (in de toekomst) lagere bijdrage en is het eenvoudiger de heroverweging te maken als er meer voordeel te verdelen is. Besluitvorming staat gepland eind 2021/medio 2022. Dat de kosten voor de baten uitgaan is evident, echter thans is nog niet duidelijk wat de financiële impact op de begroting 2022 zal zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 17 van 66
3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen De volgende mogelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bedrijfsvoering en de kosten van BsGW, maar zijn niet opgenomen in de begroting 2022: Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 In het kader van belastingvereenvoudiging is op 21-12-2016 de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 aangenomen, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Dit is een rijksregeling die zijn weerslag kan hebben op diverse andere regelingen, zoals de Invorderingswet 1990. Tot 2017 was er een aparte rechtsgang met betrekking tot eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding, namelijk administratief beroep bij het bestuursorgaan. Dit betekent dat dit de enige (en laatste) mogelijkheid was ten aanzien van deze twee procedures. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 wordt aangesloten op de reguliere rechtsbescherming. Dit betekent dat er in eerste instantie bezwaar ingediend kan worden en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (bij de rechtbank (in eerste aanleg), het gerechtshof (in hoger beroep) en de Hoge Raad (in cassatie)). De Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is een rijksregeling. Indien deze wijzigingen ook voor decentrale overheden worden geformaliseerd, leidt dit tot extra werkzaamheden bij BsGW. Er worden immers extra rechtsbeschermingsstappen in de procedure ingebouwd: bezwaar, hoger beroep en cassatie.
Daarnaast zal dit naar verwachting leiden tot een (forse) toename van de proceskostenvergoedingen. In de huidige situatie kan geen aanspraak worden gemaakt op de proceskostenvergoeding. Dit is wel het geval indien de procedures onder de reguliere rechtsbescherming van bezwaar en beroep (rechtbank) gaan vallen. Daarnaast leidt deze nieuwe wetgeving wellicht tot een nieuwe markt voor de zogenaamde beroepsmatige gemachtigden (eventueel op ‘no cure, no pay’ basis) om namens burgers bezwaar/beroep te maken waarbij deze gemachtigden de tegemoetkoming proceskosten als mogelijke inkomsten zien. Vanwege eenvoud en eenduidigheid voor de belastingbetaler hebben de decentrale overheden sinds jaar en dag als uitgangspunt bij formele invorderings- en kwijtscheldingswetgeving dat zij het beleid van het Rijk volgen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. De reactie van de commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op de wet is dat deze weliswaar voorziet in een verbetering van de rechtsbescherming voor de verzoeker en een eenduidige werkwijze van afdoening ten opzichte van andere werkprocessen, maar dat de voorgestelde wijziging een forse (werk)druk met zich mee zal brengen bij zowel de kwijtschelding verlenende organisaties als de rechterlijke macht.
De beoogde inwerkingtreding voor de lokale overheden betreffende het onderdeel wijziging rechtsbescherming bij verzoeken uitstel van betaling en kwijtschelding was 1 januari 2019 maar is inmiddels opgeschort naar op zijn vroegst 1 januari 2022. In de huidige begroting van BsGW zijn dan ook geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 18 van 66
Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister Het invorderingsproces gaat wijzigen Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel nu de Ombudsman vaststelt dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. Om mensen met schulden beter te helpen, is op 1 januari 2021 de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden. De beslagvrije voet – het bedrag waar schuldeisers niet aan mogen komen – blijkt in de praktijk vaak te laag te worden vastgesteld. Veel mensen met schulden komen daardoor onder het absolute bestaansminimum terecht, ook omdat schuldeisers niet van elkaar weten dat ze beslag leggen op hetzelfde inkomen. De nieuwe wet moet hier verandering in brengen. VNG Realisatie heeft in een Impactanalyse onderzocht wat de Wvbvv gaat betekenen voor gemeenten en welke acties zij moeten ondernemen om volgens deze wet te gaan werken. BsGW zal dus op dit vlak meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding. Het berekenen van de beslagvrije voet wordt na invoering van de wet eenvoudiger en uniform door middel van een digitale rekentool.
Omdat zowel softwareontwikkelaars als een groot aantal organisaties hebben aangegeven voor onderdelen van hun proces een volledige inwerkingtreding per 1 januari 2021 niet te gaan halen is in de wet hiervoor een overgangstermijn tot 1 juli 2021 ingevoerd. De nieuwe beslagvrije voet heeft als gevolg dat het invorderingsproces aangepast moet worden. Er wordt daarnaast bij samenloop van meerdere beslagen één coördinerend deurwaarder aangewezen die de beslagvrije voet berekent, de betalingen regelt en communiceert met de schuldenaren en andere schuldeisers. VNG Realisatie start een implementatietraject om te ondersteunen bij de invoering van de Wvbvv. Een achterliggende ambitie is ook meer en eerder contact, wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. Hier gaan de kosten zoals de te investeren tijd in maatwerk voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de gemeenten, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverlening trajecten worden voorkomen. In de verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hierbij komen, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen niet zondermeer op de schuldenaar doorberekend mogen worden.
Verbreding beslagregister Gekoppeld aan het programma ‘Verbreding beslagregister’ werkt de staatssecretaris aan het wetsvoorstel ‘Stroomlijning keten voor derdenbeslag’. Inmiddels is de internetconsultatie gesloten en worden de reacties verwerkt. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties en deurwaarders informatie uitwisselen over beslagen en verrekeningen van mensen met schulden. Op basis van deze informatie kunnen zij bij de vaststelling van de beslagvrije voet en bij het leggen van beslag beter rekening houden met reeds lopende beslagen en verrekeningen. Dit zorgt in het verlengde van de nieuwe beslagvrije voet voor een betere borging van het bestaansminimum van de schuldenaar. De met het wetsvoorstel te realiseren gegevensuitwisseling maakt het daarnaast ook mogelijk om in bepaalde gevallen een afweging te maken met betrekking tot de proportionaliteit van een beslaglegging. Hierdoor wordt voorkomen dat een schuldenaar te maken krijgt met onnodige kosten. De organisaties die gaan deelnemen aan de gegevensuitwisseling zijn uitgenodigd de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te toetsen. De inhoud van
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 19 van 66
de consultatiereacties en uitvoeringstoetsen bepalen mede de datum van de inwerkingtreding. Het wetsvoorstel is eind 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. Herziening beslag- en executierecht De “Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177)” beoogt het bestaansminimum van schuldenaren te beschermen, beslag en executie efficiënter te maken en te voorkomen dat beslag en executie uitsluitend als pressiemiddel worden ingezet. De wet is op 1 oktober 2020 in werking getreden. De nieuwe wet betekent dat nogal wat wijzigingen in het invorderingsbeleid en uitvoeringsproces moeten worden doorgevoerd. Naast deze wetswijzigingen en landelijke ontwikkelingen staan ook nog op het programma de uitbreiding van de toepassing van de overheidsvordering en de recentelijk geïntroduceerde ‘betalingsvordering’: een (vereenvoudigd) derdenbeslag door de ambtenaar belast met de invordering waarbij inzet van de belastingdeurwaarder niet altijd meer noodzakelijk lijkt. Bovenstaande ontwikkelingen hebben naar verwachting (financiële) gevolgen voor de begroting 2022 van BsGW. Meer inzicht op de (financiële) effecten hiervan wordt in de loop van 2021 verwacht, mede ingegeven door het feit dat er mogelijk een overgangstermijn in de wet wordt opgenomen.
Op basis van de huidige contouren is echter al evident dat, wil BsGW tegemoetkomen aan deze wettelijke eisen, er investeringen gedaan moeten worden in specifieke software en gegevensuitwisseling (€ 250.000,-), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW momenteel met de VNG, de kredietbank Limburg en de SVB in gesprek om de kaders te verkennen. Naar verwachting zal BsGW na de zomer van 2021 in overleg gaan met de deelnemers. Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: • kosteloze betalingsherinnering, • coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling, • lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%). Dit heeft geresulteerd in een lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 van minimaal € 800 duizend. De gevolgen van COVID-19 op de langere termijn zijn op dit moment moeilijk in te schatten en daarom ook niet meegenomen in de begroting.
Mocht er bestuurlijk worden gekozen om (een deel van) de COVID-maatregelen te continueren, dan heeft dit uiteraard gevolgen voor de begroting van BsGW, tot uitdrukking komend in lagere opbrengsten vervolgingskosten en invorderingsrente, en zal dit leiden tot een eventuele (tussentijdse) begrotingswijziging. Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het aantal taken waar de gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat op 21 juni 2018 over de inning door de Belastingdienst heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 20 van 66
volgende kabinetsperiode. Op 18 mei 2020 is het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ opgesteld waarin concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel zijn benoemd. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden. Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen. Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze, zeker in de overgangsperiode.
In het kader van het project waarderen op gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers. Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten.
In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Hiertoe wordt een businesscase geformuleerd.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 21 van 66
Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gegevenshuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het Dagelijks Bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau met betrekking tot de vraag waar en hoe de samenhangende objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden dan wel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is.
Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vond plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld.
Op 11 december 2020 vond de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen plaats. De waterschappen stelden het definitieve voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel unaniem vast. Een stuurgroep, bestaande uit bestuurders van alle 21 waterschappen, heeft het voortouw genomen om tot de voorstellen te komen. De voorstellen zijn aangeboden aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen hebben haar gevraagd om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolg-stappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 22 van 66
Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB gehouden worden, overgedragen aan het Ministerie van Binnenslandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 276-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen.
Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool. Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde harmonisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met betrekking tot maatregelen die de duurzaamheid bevorderen. Er heerst nog te veel onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan.
Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 23 van 66
Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie. Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren van overheidsinformatie is niet vrijblijvend.
De Archiefwet verplicht elke overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij: de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •
Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;
•
Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;
•
Een tijdige vernietiging en overbrenging;
•
Een adequate beheer- en bewaaromgeving;
•
Een adequate horizontale verantwoording.
Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 24 van 66
3.5 Producten BsGW heeft haar processen uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: 1. Heffen 2. Waarderen 3. Innen 4. Klantzaken 5. Ondersteuning & Ontwikkeling Wanneer belastingsoorten die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten) worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kan worden. Sinds 2014 kent BsGW daarom 1 sub-product (exoot), de parkeerbelasting. Vanaf 2022 komt daar het subproduct Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) bij. 3.5.1 Product Heffen Kern van het product Heffen is het beheer en onderhoud van de basisgegevens belastingen en vastgoed van alle deelnemers. Aangezien de kwaliteit van de basisgegevens bepalend is voor de kwaliteit van de andere primaire processen, worden de basisgegevens continu actueel gehouden. Dit gebeurt hoofdzakelijk via geautomatiseerde verwerkingen. Er is permanente aandacht voor bestandsbeheer en reguliere, structurele controles op de juistheid en volledigheid van de basisgegevens. Binnen de randvoorwaarden van betrouwbare en actuele basisgegevens worden aanslagen met een zo vroeg mogelijke dagtekening opgelegd.
Er worden per belastingplichtige zoveel mogelijk aanslagregels belastingen van gemeente(n) en heffingen van waterschap(pen) gecombineerd op één biljet. Doelstellingen • Tijdige, juiste en volledige verwerking van brongegevens landelijke authentieke basisadministraties (WOZ, BRK, NHR, BAG en BRP) en andere bronnen (waterleidingmaatschappij, postcodetabellen, afvalverzamelaars enzovoorts). BsGW is zelf bronhouder van de LV WOZ en afnemer voor de overige basisregistraties; • Een gecombineerde aanslagbiljet als eindproduct; • Aanslagen en WOZ-beschikkingen worden conform de hiervoor geldende regelgeving opgelegd; • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aansluiting op de Landelijke Voorziening (LV); • Aanpassing en optimalisering werkprocessen door aanslagoplegging en overige berichten digitaal aan te bieden op MijnOverheid, Persoonlijke Pagina van BsGW; • Project Waarderen op oppervlakte (2019-2022); • Realiseren Portaal voor uitwisseling van gegevens Het verwachte aantal op te leggen aanslagregels voor 2022 is 4.028.915. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 3.388.380,-.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 25 van 66
3.5.2 Product Waarderen Het product Waarderen heeft tot doel het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgever, conform de Wet Waardering Onroerende Zaken. Onder waarderen wordt de jaarlijkse (modelmatige) waardebepaling, de herwaardering als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures en de marktanalyse woningen en niet-woningen verstaan. Het resultaat van de waardering dient te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Waarderingskamer hieraan stelt. De lasten van het product Waarderen zullen geheel worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. Doelstellingen • Het waarderen van alle onroerende zaken van de gemeentelijke opdrachtgevers conform de wet WOZ; • Het jaarlijks verkrijgen van de goedkeuring van de inspecties van Waarderingskamer, waarbij wordt gestreefd om de kwaliteit verder te verbeteren. • Aansluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitaal berichtenverkeer. Speerpunten •
Voor de jaren 2022 en verder is verdere procesoptimalisatie en innovatie hét speerpunt. Het proces afhandeling bezwaar en beroep via het inboekportaal en afhandelportaal heeft hierbij speciale aandacht;
•
Bevordering digitaal contact met de burger, zoals interactief contact met de klant;
•
Overgang van waardering op basis van inhoud naar waardering op basis van gebruiksoppervlakte (woningen).
•
Verbeteracties inzetten om de proceskostenvergoedingen zo laag mogelijk te houden
•
Onderzoeken mogelijkheden binnen BsGW rondom positionering van de samenhangende objectenregistratie (SOR).
Het verwachte aantal WOZ-objecten (exclusief de ongebouwd vrijgestelde objecten) van de gemeenten bedraagt voor 2022: 565.334. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 7.596.809,-. 3.5.3 Product Innen Het product Innen omvat het tijdig en volledig invorderen van opgelegde aanslagen gericht op een goed betalingsgedrag, een actueel en strak openstaande postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum, als ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Daarnaast behelst dit product het tijdig afdragen van de ontvangen heffing, conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses. Doelstellingen • Actueel en strak openstaande postenbeheer middels het dagelijks, juist en volledig verwerken van betalingen, klantenreacties en informatie van derden; • Beperken financiële risico als gevolg van oninbaarheid van de vordering; • Realisatie afdracht conform de met opdrachtgevers overeengekomen afdrachtenprognoses; • Definitieve eindafrekening belastingjaar na 5 kalenderjaren na betreffende belastingjaar. Speerpunten • Afronding invordering heffingsjaar 2018;
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 26 van 66
• Verder optimaliseren huidige processen en het zoeken naar nieuwe effectieve invorderingsmogelijkheden binnen de wettelijke kaders. De dekking voor het product Innen wordt (voorheen grotendeels en vanaf 2014 volledig) gedekt door de opbrengst vervolgingskosten (geraamd voor 2022 op € 2,155 miljoen) die BsGW, naar aanleiding van dwanginvorderingsacties, volgens de kostenwet in rekening brengt bij belastingschuldigen. De netto kosten 2022 van dit product bedragen -/- € 179.553. Het verwachte aantal bruto aanslagbiljetten voor 2022 is 1.311.262. 3.5.4 Product Klantzaken Klantzaken is verantwoordelijk voor registratie van alle contacten die via de verschillende contactkanalen binnenkomen. Daarnaast beantwoordt Klantzaken alle verzoeken om informatie, reacties tegen de kosten van aanmaningen en dwangbevelen, treft Klantzaken betalingsregelingen en boekt bezwaarschriften in. Ook het accountmanagement met onze opdrachtgevers is bij Klantzaken ondergebracht. Doelstellingen: •
We beantwoorden digitale en schriftelijke verzoeken om informatie binnen 5 werkdagen.
•
We beantwoorden 80% van de inkomende telefoongesprekken binnen 120 seconden.
•
We monitoren de klanttevredenheid en gebruiken de resultaten hiervan om onze klanttevredenheid waar nodig te verbeteren.
•
We monitoren de doorlooptijd van alle BsGW-producten.
Speerpunten: •
We geven de klant tijdig een concreet en persoonlijk antwoord.
•
We informeren de klant actief over de afhandeling en status van zijn bezwaar of verzoek.
•
We beantwoorden vragen en verzoeken zoveel mogelijk volledig bij het eerste contact (one-stopshop).
•
We werken zoveel mogelijk digitaal maar bieden klanten die niet digitaal kunnen of willen reageren een alternatief.
Het verwachte aantal klantcontacten voor 2022 is 443.887. De totale kosten in 2022 van dit product bedragen € 2.902.726,-. 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling Het product Ondersteuning & Ontwikkeling heeft betrekking op de algemene activiteiten die een indirect verband hebben met de operationele uitvoering van de primaire hoofdprocessen heffen, innen, waarderen en klantzaken. Het gaat hierbij vooral om activiteiten op het gebied van Informatievoorziening, Processturing en Automatisering (IPA), HRM, bestuursondersteuning, algemene (fiscaal)juridische aangelegenheden, Planning & Control, algemeen management en directievoering. Deze activiteiten worden veelal uitgevoerd ter ondersteuning van de activiteiten die verricht moeten worden om de primaire taken van de dienstverlening uit te voeren. Hiermee vallen ook de huisvesting en overige facilitaire zaken onder de kosten van dit product. Doelstellingen: •
Innovatie in werkprocessen en ICT-middelen gericht op kwaliteit- en efficiencyverbetering.
Speerpunten: •
Herinrichten, borgen van het continu verbeteren van de organisatie en de processen;
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 27 van 66
•
Optimaliseren (ICT-)processen door harmonisatie van afspraken, kaders deelnemers en mogelijkheden samenwerking;
•
Inrichten adequate informatievoorziening;
•
Aansluiten op de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) zoals MijnOverheid, en stelsel van basisregistraties.
De kosten in 2022 van dit product bedragen € 6.556.224,-. 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als ‘exoot’. In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een ‘exoot’ in de samenwerking ingebracht wordt, dient een financiële analyse aan te tonen of de gangbare kostenverdelingssystematiek van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot. De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De activiteiten kunnen deels niet geïntegreerd worden in de reguliere uitvoering van de processen. Vanaf 2014 is daarom het product Parkeerbelasting toegevoegd als subproduct van de dienstverlening van BsGW. Voor het waterschap en voor de andere gemeentelijke deelnemers hoeven deze processen niet uitgevoerd te worden.
De structurele, directe uitvoeringskosten van de parkeerbelasting worden daarom rechtstreeks toegerekend aan dit product. Vermeerderd met de indirecte algemene kosten worden de kosten voor het product Parkeerbelasting separaat in rekening gebracht bij de desbetreffende gemeentelijke deelnemers. Het verwachte aantal op te leggen aanslagregels voor 2022 is 37.276. De kosten in 2022 voor het sub-product parkeerbelasting zijn geraamd op € 349.161,-. 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) Het product Generieke Digitale Infrastructuur regelt het veilig en betrouwbaar inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid en regelt de beschikbaarheid van een aantal basisgegevens voor het gebruik in overheidsprocessen. BsGW wordt door de overheid doorbelast ten aanzien van het gebruik van Mijn Overheid en DigiD. Met DigiD identificeren burgers zich veilig en betrouwbaar voor digitale dienstverlening van overheden en publieke dienstverleners. Op MijnOverheid kan de burger persoonlijke zaken met de overheid regelen. Zo kan zij digitale post van de overheid ontvangen in de Berichtenbox. Bijvoorbeeld een aanslag van de Belastingdienst, of een brief van de gemeente dat het tijd is om uw paspoort te verlengen. Ook kan zij bepaalde gegevens inzien die de overheid over haar heeft. Bijvoorbeeld de WOZ-waarde van haar woning of de datum van haar laatste apk.
Vanaf 2020 is dit product (beheerkosten GDI) apart in de begroting en doorbelasting opgenomen (AB van 8 oktober 2020), omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de beheerkosten verdeelt via de door haar vastgestelde verdeelsleutel 40% gemeenten/60% waterschap. Voorheen was dit product in de begroting van BsGW geïntegreerd en werden de GDI-kosten verdeeld
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 28 van 66
volgens de verdeelsleutel 75% gemeenten/25% waterschap, met als gevolg dat de gemeenten te zwaar werden belast voor dit product. De kosten in 2022 van dit product bedragen € 628.132,-.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 29 van 66
3.6 Paragrafen 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een risicoanalyse, volgens de beproefde systematiek van de gemeente Venlo. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000,-. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden. Het aanhouden van weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen.
Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 9. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 1,33 miljoen. Voor de (meerjaren)begroting 2021-2025 was dit berekend op € 1,19 miljoen. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Wanneer het weerstandsvermogen wordt aangevuld tot het bedrag van € 1,33 miljoen, gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen, blijft de ratio weerstandsvermogen 1,0. Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven.
Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 30 van 66
JR2018
R2019
B2020
B2021
B2022
B2023
B2024
B2025
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Kengetallen
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
Solvabiliteitsrisico
4,4%
8,2%
17,7%
17,4%
17,5%
17,5%
17,5%
17,5%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2019 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2020 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer laag netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten zoals het OOP, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft geen vaste schulden en verstrekt ook geen leningen, blijft hierdoor ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. Risicobeheersing De bedrijfsvoeringsrisico’s van de Gemeenschappelijke Regeling BsGW worden ingeschat door BsGW.
Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Overeenkomstig een bij de oprichting van BsGW bepaalde methode, voert BsGW jaarlijks een risicoanalyse uit op haar bedrijfsvoeringsrisico’s. In de risicoanalyse is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook paragraaf 3.5.1. Weerstandsvermogen. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, welke is geactualiseerd op basis van de meest actuele gerealiseerde cijfers 2020. De benodigde weerstandcapaciteit is berekend op € 1,33 miljoen. Het weerstandsvermogen behoeft daarmee een aanvulling van € 140 duizend ten opzichte van de risicoanalyse die begin 2020 is uitgevoerd ten behoeve van de begroting 2021. De onderkende risico’s zijn nog steeds relevant. De impact van deze risico’s is geëvalueerd en de bruto-risico’s zijn afgezet tegen de meest actuele begrotingscijfers. De bedrijfsvoeringrisico’s voor BsGW, oplopend qua impact (kans x gevolg), zijn: 1.
Datalek, hackers- en ransomwareaanvallen en overige ICT-storingen. BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen. De eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten zoals aanvallen van hackers, die pogen de ICT-infrastructuur van BsGW te verstoren danwel aanvallen van ransomware, maar ook verlies of diefstal van informatiedragers als laptop en USB-stick of de verstrekking van privacygevoelige gegevens naar onbevoegden dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 31 van 66
BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zij hanteert de procedure meldplicht datalekken en de door het bestuur vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, adequate anti-virusbeveiligingen en data-encryptie, naast een uitwijkmogelijkheid. Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onafhankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden. Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera) is dit financiele risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging in een goede afloop hiervan. Dit restrisico is ten opzichte van vorig jaar verlaagd vanwege de aanvullende beheersmaatregelen op het gebied van de AVG.
2. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten. Niet-kernactiviteiten worden waar mogelijk uitbesteed. Als risico’s worden hierbij onderkend: het niet nakomen van de afspraken en het leveren van onvoldoende kwaliteit van de dienstverlening. Door middel van contracten, Service Level Agreements, stuurinformatie en controlemogelijkheden zal BsGW grip houden op de dienstverlening die intern of extern is uitbesteed. 3. Fraude. Fraude staat en valt met de integriteit van medewerkers. De burgers moeten kunnen vertrouwen op een integere overheid. De Gedragscode Integriteit Ambtenaren levert een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van het integriteitbewustzijn van de BsGW-medewerkers. De gedragscodes en gerichte communicatie over fraudebeleid dragen bij aan een integere organisatiecultuur, waardoor fraude ontmoedigd kan worden. Naast het streven naar een ingebedde, integere organisatiecultuur zet BsGW een stelsel van interne controlemaatregelen en toetsingsmaatregelen (audits) in om fraude te voorkomen. Aanvullend heeft BsGW een frauderisico-verzekering afgesloten. 4. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden. Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens.
Door middel van een stelsel van verbandscontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden terug gemeld aan de bronhouders. 5. Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW. BsGW heeft tot taakstelling de processen binnen de begroting uit te voeren. Door een adequate opzet van de planning- en control cyclus, waarbinnen onder meer taakstellende budgettering gekoppeld wordt aan strakke control, wordt het risico op overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW beperkt. Echter, door onvoorziene tegenvallers of ten tijde van het opstellen van de begroting (nog) niet te kwantificeren kosten, kunnen de kosten van de begroting worden overschreden of kunnen geraamde opbrengsten achterblijven op de begroting. Te denken valt aan juridische aangelegenheden en extern opgelegde aanpassingen (bijvoorbeeld overheidsbesluiten als centrale basisregistraties en wijzigingen in wet-regelgeving, CAO-stijgingen en inflatie bovenop de indexering conform de rekenregels, verhoging AOW-leeftijd, verlenging Persoonsgebonden Basis Budget, stimuleringsregeling, kabinetsaanpassingen), maar ook de eventuele na-ijl-effecten van Covid-19 of het optreden van eventuele nieuwe pandemieën in de toekomst.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 32 van 66
Tot slot is ten tijde van het opstellen van deze rapportage de aanbesteding rondom ICT nog lopend; de kosten hiervan zijn nog niet volledig in beeld. In de loop van 2021 zal hierover meer zekerheid worden verkregen. 6. Proceskostenvergoedingen WOZ-bezwaren. BsGW ziet zich de afgelopen jaren steeds meer geconfronteerd worden met oplopende proceskostenvergoedingen, waarvan de ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog onzeker zijn. Derhalve is deze post als p.m. opgenomen, waarbij een restrisicobedrag is ingeschat op basis van ervaringen uit het verleden indien het aantal bezwaren meer dan evenredig stijgt. 7. Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten. Door de strakke invorderingscycli die BsGW hanteert, kan de betaalmoraal verbeteren waardoor de opbrengst vervolgingskosten achterblijven op de begroting. Daarbij zal naast een hogere beslagvrije voet ook het proces inzake invordering anders gaan lopen, met als mogelijk gevolg lagere opbrengsten. In hoeverre de na-ijl-effecten van Covid zijn weerslag vinden in de begroting 2022 is nog onzeker. Echter gezien de huidige lopende ontwikkelingen schat BsGW de kans dat dit risico zich voordoet hoger in, namelijk op 55%. 8. Kosten functie-ongeschiktheid en ziekteverzuimkosten.
BsGW dient het personeelsbestand zowel kwantitatief als kwalitatief te laten aansluiten op de (gewijzigde) eisen die BsGW aan haar medewerkers stelt. In de exploitatie van BsGW wordt geen rekening gehouden met functie-ongeschiktheid en langdurig ziekteverzuim. Hiervoor is ook geen voorziening gevormd. Bij afscheid bij functie-ongeschiktheid is BsGW eigen risicodrager WW en overige verplichtingen buitenwettelijke uitkering. Deze onvrijwillige uitstroom is niet gebudgetteerd. Dit geldt ook voor langdurig ziekteverzuim (wet Poortwachter). Voor de reguliere bedrijfsvoering ziet BsGW zich dan genoodzaakt extra inhuur te plegen. Daarnaast ziet BsGW zich geconfronteerd met een vergrijzende opbouw van haar personeelsbestand. Dit kan zich vertalen in het tijdig inwerken van nieuwkomers, welke een mogelijk tijdelijke overlap van salariskosten tot gevolg heeft. 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing.
3.6.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 33 van 66
Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.