CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 26 (bijlage) Brief aan de raad nr. 26.pdf

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: BsGW Ontwerpbegroting 2022 - meerjarenraming 2022-2026 - Kadernota 2022; Gemeenteblad 2021/2636.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

eisen,

er

investeringen

gedaan

moeten

worden

in

specifieke

software

en

gegevensuitwisseling (€ 250.000, -), naast uitbreiding van capaciteit met minimaal 1 fte. Overigens kan dit niet los gezien worden van de waarschijnlijk positieve impact op de (gemeentelijke) schuldhulpverlening. Gezien het maatschappelijke belang is BsGW voornemens om in overleg te gaan met de individuele deelnemers. Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente Als gevolg van COVID-19 zijn in 2020 op verzoek van de deelnemers van BsGW verschillende maatregelen genomen om met name de ondernemers, die zijn getroffen door deze pandemie, te ontzien, zoals: -

kosteloze betalingsherinnering,

-

coulance met betrekking tot aanvraag betalingsregeling,

-

lage invorderingsrente (0,01% in plaats van 4%).

pagina 23 van 33

Dit heeft geresulteerd in lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente in 2020 ad. € 800 duizend. De gevolgen van COVID-19 op de langere termijn zijn op dit moment moeilijk in te schatten en daarom ook niet meegenomen in de begroting. Mocht bestuurlijk worden gekozen (een deel van) de COVID-maatregelen te continueren, dan heeft dit uiteraard gevolgen voor de begroting van BsGW, tot uitdrukking komend in lagere opbrengsten vervolgingskosten

en

invorderingsrente,

en

zal

dit

leiden

tot

een

eventuele

(tussentijdse)

begrotingswijziging. Verruiming gemeentelijk belastinggebied Door de recente decentralisaties vanuit het Rijk, is het aantal taken waar de gemeenten voor staan toegenomen, terwijl bij die verschuiving de financiële ruimte die gemeenten krijgen niet mee is ontwikkeld. Tijdens het debat over de inning door de Belastingdienst op 21 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven verbeteringen in het belastingstelsel in kaart te brengen voor de volgende kabinetsperiode. Doel is om begin 2020 concrete bouwstenen en voorstellen voor verbeteringen en vereenvoudigingen van het stelsel op te leveren. Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden. Hoewel een wezenlijke wijziging dan wel toevoeging van belastingsoorten vergaande gevolgen kan hebben voor de bestaande processen binnen BsGW en zelfs voor de kostenverdeelmethode, is een dergelijke wijziging op korte termijn niet te verwachten. Omgevingswet Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat er meer vergunningsvrij gebouwd of verbouwd kan worden. BsGW zal hierdoor minder informatie over wijzigingen in de leefomgeving kunnen halen uit vergunningen en meldingen.

Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze,

zeker

in

de

overgangsperiode.

In

het

kader

van

het

project

waarderen

op

gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers.

pagina 24 van 33

Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen,

terreindelen,

aangevuld

met

enkele

(administratieve)

objecten

als

woonplaatsen,

gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gemeentehuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.

Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau

met

betrekking

tot de

vraag

waar

en

hoe

de

samenhangende

objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden danwel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de

pagina 25 van 33

waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vindt plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld. De voorstellen zijn nu in beraad bij de waterschapsbesturen en in de Ledenvergadering van de Unie van 11 december a.s. zullen de waterschappen erover besluiten. Daarna zal de Unie de minister van Infrastructuur en Waterstaat vragen om het wetgevingstraject te starten. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.

Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB

gehouden

worden,

overgedragen

aan

het

Ministerie

van

Binnenslandse

Zaken

en

Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 27-6-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool.

pagina 26 van 33

Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met

betrekking

tot

maatregelen

die

de

duurzaamheid

bevorderen.

Er

heerst

nog

te

veel

onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.

Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren

van

overheidsinformatie

is

niet

vrijblijvend.

De

Archiefwet

verplicht

elke

overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij:

pagina 27 van 33

de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •

Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;

•

Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;

•

Een tijdige vernietiging en overbrenging;

•

Een adequate beheer- en bewaaromgeving;

•

Een adequate horizontale verantwoording.

Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.

pagina 28 van 33

6. Investeringen

MIP 2020 (2021-2025) BsGW

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

(bedragen x 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2022-2026

Innovatie en Procesoptimalisatie

300

300

300

300

300

1.500

Totaal BsGW

300

300

300

300

300

1.500

Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022.

pagina 29 van 33

7. Financieel meerjarenperspectief

7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting

Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie

2012 179

1.171

Schaalvoordeel toetreders 2012

2013 204

2014 282

2015 300

66

Totaal

2016 300

2017 300

2018

10

9

28

2019

2020

2021

1.284

229

229

Schaalvoordeel toetreders 2013

888

Schaalvoordeel toetreders 2014

597 2.665

Schaalvoordeel toetreders 2015

1.485 75

2.739

1.182

1.182

Schaalvoordeel toetreders 2021 Totale kostenreductie

reductie 1.565

1.171

474

1.092

3.543

1.557

310

309

28

0

0

40

40

40

8.523

De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd.

pagina 30 van 33

In de volgende tabel samengevat: Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie 9.642 10.451 Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149

11.553

15.840

18.467

18.457

20.067

17.487

17.466

17.527 5.974

27.831 11.991

33.816 15.349

34.323 15.866

34.838 14.771

35.361 17.874

35.891 18.425

C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396

10.519

22.510

37.859

53.725

68.496

86.370

104.795

4.545

In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -

bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)

-

bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject

-

aanvulling weerstandsvermogen

Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW voert, naast de reguliere bedrijfsvoering, momenteel een separaat traject uit, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in het laatste jaar geconsolideerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers vraagt om een herijking van de organisatie. Herijking binnen BsGW zal fundamenteel ingrijpen in de huidige structuur en werkwijze.

Tegelijkertijd is actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in eerste instantie een investerings- en ontwikkelbudget benodigd van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering kan worden gevonden in de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, committeert BsGW zich aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers.

pagina 31 van 33

Het ondernemingsplan raakt de meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota 2022.

7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: •

Loonindexering € 403 duizend;

•

Indexering goederen en diensten € 150 duizend;

•

Proceskostenvergoeding € 960 duizend;

•

Regieportaal € 333 duizend.

In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.

Ontwikkelingen begroting 2022

Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021

Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie

+ € 553.000,-

- Proceskosten

+ € 960.000,-

- Stimuleringsregeling

kostenneutraal

- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal

+ € 333.000,-

- Visie op Dienstverlening

geen

- Informatievoorziening en ICT

onbekend

- Standaardisatie

onbekend

Mogelijke ontwikkelingen - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente

- € 800.000,-

- Fiscale vereenvoudingswet

vooralsnog niet

- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel

+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend

- Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde

vooralsnog niet

- Vergroening belastingen

vooralsnog niet

- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB

vooralsnog niet

- Archiefwet

onbekend

pagina 32 van 33

Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer

aantal aanslagregels

aantal WOZobjecten

aantal biljetten

aantal klantcontacten

aantal aanslagregels parkeerbelasting

aandeel in de productkosten

aandeel in de productkosten (GDI)

Gemeente Beek

31.000

8.250

15.000

3.442

0

1,09%

0,55%

Gemeente Beekdaelen

70.717

17.887

36.552

7.617

0

2,38%

1,21%

Gemeente Beesel

26.851

7.628

8.311

2.833

0

0,98%

0,50%

Gemeente Bergen

24.650

6.500

9.100

2.800

0

0,87%

0,44%

Gemeente Brunssum

65.100

16.350

18.800

6.073

0

2,15%

1,09%

Gemeente Echt-Susteren

66.115

17.500

14.000

6.698

0

2,30%

1,17%

Gemeente Eijsden-Margraten

108.165

13.247

50.278

5.217

0

2,08%

1,06%

Gemeente Gennep

45.426

8.507

14.826

3.595

0

1,21%

0,62%

Gemeente Gulpen-Wittem

25.204

7.741

7.475

3.012

0

0,99%

0,50%

Gemeente Heerlen

209.000

54.700

59.500

18.515

6.100

7,51%

3,81%

Gemeente Kerkrade

147.101

28.106

50.707

8.481

716

3,86%

1,96%

Gemeente Landgraaf

80.300

19.750

23.700

7.918

0

2,64%

1,34%

Gemeente Leudal

50.500

18.000

17.000

7.634

0

2,28%

1,16%

Gemeente Maasgouw

50.000

12.500

14.900

5.054

0

1,67%

0,85%

Gemeente Maastricht

276.000

69.600

69.750

25.316

0

9,15%

4,64%

Gemeente Meerssen

76.686

9.572

10.477

4.190

900

1,61%

0,82%

Gemeente Mook en Middelaar

16.184

4.221

11.319

1.633

0

0,55%

0,28%

Gemeente Nederweert

31.350

8.200

14.100

3.400

0

1,08%

0,55%

Gemeente Peel en Maas

59.200

22.100

21.900

8.983

0

2,77%

1,40%

Gemeente Roerdalen

38.500

11.000

13.000

4.493

0

1,43%

0,73%

Gemeente Roermond

100.500

30.000

36.500

11.575

4.000

4,14%

2,10%

Gemeente Simpelveld

22.550

5.700

6.600

2.270

0

0,76%

0,38%

Gemeente Sittard-Geleen

212.000

51.900

70.500

19.554

4.325

7,19%

3,65%

Gemeente Stein

71.500

12.900

12.500

5.330

0

1,86%

0,95%

Gemeente Vaals

33.100

6.300

15.600

2.050

0

0,86%

0,43%

Gemeente Valkenburg

26.735

9.846

8.665

3.465

0

1,21%

0,61%

Gemeente Venlo

165.000

56.000

53.000

51.500

17.000

9,83%

4,99%

Gemeente Voerendaal

25.300

6.250

7.300

2.634

0

0,84%

0,43%

Gemeente Weert

74.181

25.079

25.902

10.106

4.235

3,49%

1,77%

Waterschap Limburg

1.800.000

0

594.000

198.500

0

21,23%

60,00%

Totaal verdeelsleutels BsGW

4.028.915

565.334

1.311.262

443.887

37.276

100%

100%

pagina 33 van 33

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp-meerjarenbegroting 2022-2026

Versie 1.7

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 2 van 66

Inhoudsopgave 1. Samenvatting .................................................................................................... 5 2. Inleiding ........................................................................................................... 7 2.1 Algemeen .................................................................................................................. 7 2.2 Indeling van de begroting ............................................................................................ 7 2.3 Leeswijzer.................................................................................................................. 7

3. Beleidsbegroting ................................................................................................ 8 3.1 Uitgangspunten .......................................................................................................... 8 3.2 Rekenuitgangspunten .................................................................................................. 9 3.3 Formatieplan .............................................................................................................10 3.4 Ontwikkelingen ..........................................................................................................12 3.4.1 Zekere ontwikkelingen .............................................................................................12 Loonontwikkeling ....................................................................................................... 12 Indexering goederen en diensten ................................................................................. 12 Proceskosten ............................................................................................................. 12 Stimuleringsregeling .................................................................................................. 14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ..................................................................

14 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ............................................................ 14 Visie op dienstverlening .............................................................................................. 15 Informatievoorziening en ICT ...................................................................................... 15 Harmonisatie............................................................................................................. 17 3.4.2 Mogelijke ontwikkelingen .........................................................................................18 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ............................................................................... 18 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister19 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente .............................................. 20 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ...................................................................... 20 Omgevingswet .......................................................................................................... 21 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW ............................................................... 21 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ......................................................

21 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ................................. 22 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde ............................................................ 22 Vergroening belastingen ............................................................................................. 23 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB ............................................... 23 Archiefwet ................................................................................................................ 24 3.5 Producten .................................................................................................................25 3.5.1 Product Heffen .................................................................................................. 25 3.5.2 Product Waarderen ............................................................................................ 26 3.5.3 Product Innen ................................................................................................... 26 3.5.4 Product Klantzaken ............................................................................................ 27 3.5.5 Product Ondersteuning & Ontwikkeling .................................................................

27 3.5.6 Sub-product Parkeerbelasting (‘exoot’) ................................................................ 28 3.5.7 Sub-product Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) ............................................. 28 3.6 Paragrafen ................................................................................................................30 3.6.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ............................................................ 30 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 33 3.6.3 Financiering ...................................................................................................... 33 3.6.4 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 35 3.6.5 Verbonden partijen ............................................................................................ 36

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 3 van 66

4. Financiële begroting ..........................................................................................37 4.1 Overzicht baten en lasten ...........................................................................................37 4.2 Toelichting op de baten en lasten .................................................................................38 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie ..........................................................................41 4.3.1 Investeringen ................................................................................................... 41 4.3.2 Financiering ...................................................................................................... 41 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening............................................................. 41 4.4 Meerjarenraming 2022-2026 .......................................................................................42

Bijlagen ...............................................................................................................46 Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2022-2026 ..............................................47 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 ......................................48 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk ........49 Bijlage 4: Staat van vaste schulden ...................................................................................50 Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................51 Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage ........................................................53 Bijlage 7: Staat van personeelslasten ................................................................................54 Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek ...........................................................55 Bijlage 9: Risicoanalyse ....................................................................................................59 Bijlage 10: Bijdrage Waterschap Limburg volgens BBP-opzet ................................................64 Bijlage 11: Berekend EMU-saldo ........................................................................................65 Bijlage 12:

Geprognosticeerde balans 2021-2025 ................................................................66

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 4 van 66

1. Samenvatting Voor u ligt de twaalfde meerjarenbegroting van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Hierin zijn de financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. De door het Algemeen Bestuur van BsGW op 18 december 2020 vastgestelde kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt hierbij is een sluitende begroting en meerjarenraming. Naast een sluitende begroting is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van ruim 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt.

In voorliggende begroting 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met een hogere proceskostenvergoeding voor 2022 (en latere jaren). Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering en kostenontwikkeling van BsGW. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet, waarbij het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur als het huidige belastingpakket noodzakelijk is. Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar zijn opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).

Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: • Loonindexering € 298 duizend; • Indexering goederen en diensten € 130 duizend; • Proceskostenvergoeding € 960 duizend; • Regieportaal € 333 duizend. Op de gebruikelijke wijze zijn de netto-kosten vervolgens via de kostenverdeelmethode toegerekend aan de bijdragen van de deelnemers aan BsGW. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Het berekende weerstandsvermogen komt hiermee op € 1,33 miljoen en behoeft daarmee aanvulling van € 140 duizend.

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 5 van 66

Prognose Bedragen x € 1.000

2020

Lasten

Begroting 2021 initeel 103,3%

Begroting 2021 incl. M&M

Meerjarenperspectief

Begroting 2022

2023

2024

2025

2026

103%

Personeelskosten

12.129

13.078

13.138

13.427

13.723

14.024

14.333

14.648

Huisvestingkosten

734

773

778

793

809

825

842

858

Afschrijvingkosten

336

261

261

261

261

261

261

261

ICT-kosten

3.308

2.820

2.837

3.227

3.291

3.357

3.424

3.493

Overige operationele kosten

5.048

3.644

3.649

4.641

4.734

4.829

4.926

5.024

540

433

435

444

453

462

471

480

0

302

302

323

328

332

337

342

Algemene kosten

540

735

737

768

781

795

809

823

Bank- en rentekosten

202

294

295

300

306

312

317

323

0

0

0

0

0

0

0

0

22.297

21.605

21.695

23.417

23.904

24.402

24.910

25.430

algemene kosten onvoorzien

Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie

0

0

0

0

0

0

0

0

22.297

21.605

21.695

23.417

23.904

24.402

24.910

25.430

Renteopbrengsten

0

13

13

13

13

13

13

13

Diensten aan derden

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

0

0

0

0

0

0

0

0

Opbrengst vervolgingskosten

1.337

2.137

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

2.162

Totale baten

1.337

2.149

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

2.175

Totaal lasten Baten

0 Netto kosten

20.961

19.455

19.520

21.242

21.729

22.227

22.736

23.255

0

0

0

0

0

0

0

0

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021 initeel

2021 incl. M&M

2022

Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)

Bijdragen

Aanvulling weerstandsvermogen

Totale bijdrage 2022 incl. aanvulling weerstandsvermogen

Gemeente Beek

197

202

209

234

2

236

Gemeente Beekdaelen

432

444

457

513

3

516

Gemeente Beesel

176

181

189

212

1

213

Gemeente Bergen

157

161

166

186

1

188

Gemeente Brunssum

387

398

414

464

3

467

Gemeente Echt-Susteren

397

425

442

495

3

498

Gemeente Eijsden-Margraten

378

390

399

441

3

444

Gemeente Gennep

220

227

233

259

2

261

Gemeente Gulpen-Wittem

178

183

191

214

1

216

Gemeente Heerlen

1.345

1.380

1.442

1.609

11

1.620

Gemeente Kerkrade

689

709

742

829

5

834

Gemeente Landgraaf

477

490

507

568

4

572

Gemeente Leudal

413

424

439

494

3

497

Gemeente Maasgouw

302

310

321

359

2

361

Gemeente Maastricht

1.642

1.686

1.758

1.970

13

1.983

Gemeente Meerssen

296

303

310

339

2

341

105

118

1

119

Gemeente Mook en Middelaar

0

Gemeente Nederweert

196

202

208

233

2

235

Gemeente Peel en Maas

498

512

531

599

4

603

Gemeente Roerdalen

259

266

276

309

2

311

Gemeente Roermond

747

766

795

887

6

893

Gemeente Simpelveld

137

140

146

163

1

164

1.296

1.331

1.381

1.540

10

1.550

Gemeente Stein

325

347

358

397

3

400

Gemeente Vaals

153

158

165

184

1

185

Gemeente Valkenburg a/d Geul

216

221

232

262

2

264

1.892

1.939

1.889

2.054

14

2.068

Gemeente Voerendaal

153

157

162

181

1

182

Gemeente Weert

631

647

671

747

5

752

4.702

4.856

4.383

4.381

29

4.410

Totaal bijdragen

18.889

19.455

19.520

21.242

140

21.382

Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)

-2.073

0

0

0

Gemeente Sittard-Geleen

Gemeente Venlo

Waterschap Limburg

In bovenstaande tabel zijn de prognosecijfers 2020 opgenomen en nog niet de gerealiseerde en gecontroleerde cijfers. In de definitieve meerjarenbegroting 2022-2026 worden uiteraard de gecontroleerde cijfers opgenomen.

Voor een nadere toelichting en ontwikkelingen verwijzen we u naar hoofdstuk 3 en 4.

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 6 van 66

2. Inleiding 2.1 Algemeen Voor u ligt de (ontwerp-)meerjarenbegroting 2022-2026 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Deze is volledig opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) is 1 april 2011 opgericht als samenwerkingsverband op belastinggebied voor gemeenten en waterschappen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. BsGW is een openbaar lichaam op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Per 1 januari 2021 zijn Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook & Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert deelnemers in BsGW. De begroting 2022 is gebaseerd op bovenstaande 29 deelnemers. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de deelnemende gemeenten de zorg voor optimaal beheer en verwerking van (basis)gegevens en informatie, het heffen, innen en afdragen van de opbrengsten van lokale belastingen en het waarderen van belastingobjecten in het kader van de wet WOZ, dit alles op basis van bedrijfseconomische principes.

2.2 Indeling van de begroting Aangezien BsGW een samenwerking is voor zowel gemeenten als een waterschap, volgt uit de wetgeving dat verslaggeving dient plaats te vinden conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is dan ook ingedeeld volgens het BBV en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiele begroting. In de beleidsbegroting worden het productplan en de paragrafen weergegeven. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit het programma lasten heffing en invordering belastingen. (Bron: Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording blz. 19)

2.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsbegroting met de (reken)uitgangspunten en de ontwikkelingen, waarmee daar waar mogelijk rekening is gehouden in de (financiële) begroting. Deze paragraaf bevat daarnaast de vaste rubrieken waarin de (kostprijs van de) producten van BsGW worden beschreven, naast een toelichting op het (benodigde) weerstandsvermogen en de financiering. De financiële begroting wordt tot slot in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

Het Dagelijks Bestuur BsGW

Roermond, 11-02-2021.

dhr. N.M.J.G. Lebens, directeur

mevr. M.H.E. Pelzer, voorzitter

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 7 van 66

3. Beleidsbegroting 3.1 Uitgangspunten De begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW is opgesteld binnen de kaders van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kadernota 2022. Onderstaand zijn de nadere uitgangspunten benoemd: 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn.

Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4. Als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW dient de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025. 5. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. 6. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 7. Het Ondernemings- en ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van het OOP is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het OOP raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze begroting.

De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 8. BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting opgenomen en zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast aan de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten.

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 8 van 66

9. De gewijzigde kostenverdeelmethodiek wordt gehanteerd zoals die is vastgesteld in het AB van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap. 10. Vooruitlopend op de besluitvorming op de toetreding van de gemeente Mook & Middelaar zijn de financiële effecten hiervan doorvertaald in de begroting. 3.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: Rekenuitgangspunten

2022

2023

2024

2025

2026

A

indexering salariskosten

2,2%

2,2%

2,2%

2,2%

2,2%

B

indexering goederen en diensten

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

C

indexering opbrengsten

0%

0%

0%

0%

0%

D

rente kredieten / leningen lang

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

E

reserves en voorzieningen

F

afschrijvingstermijn

G

jaarlijkse actualisering

automatisering

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

5 jaar

inventaris

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

10 jaar

immateriele activa

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

< 5 jaar

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

1,4%

onvoorzien

a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)

Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.

d) Rente kredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd.

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 9 van 66

Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)

Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop.

g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal. 3.3 Formatieplan Onderstaande tabel toont het formatieplan van BsGW 2011 – 2026: Formatie in historisch perspectief

2011

2012

Startformatie BsGW

77,0

77,0

Integratie WOZ-waardebepaling Venlo

85,6

2017 2018-2020 2021-2026

19,1 2,5

Inbesteding taken

16,0 77,0

85,6

123,3

123,3

77,0

85,6

123,3

146,3

146,3

77,0

85,6

123,3

146,3

160,1

160,1

160,1

77,0

85,6

123,3

146,3

160,1

160,1

160,3

Toetreders 2014, 1 biljet

23,0

Toetreders 2015 Formatie BsGW

2016

85,6

Parkeerbelasting

Formatie BsGW

2015

3,5 77,0

Toetreders 2013

Formatie BsGW

2014

5,1

Toetreders 2012 Formatie BsGW

2013

13,8

Parkeerbelasting Formatie BsGW

0,2 160,3

Uitbreiding dienstverlening

0,5

Toetreding Mook & Middelaar Formatie BsGW

160,3 1,0

77,0

85,6

123,3

146,3

160,1

160,1

160,3

160,3

161,8

Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP)

-20,0

Totaal

141,8

In deze begroting wordt geen rekening gehouden met eventuele toekomstige nieuwe toetreders dan wel nieuwe belastingen of (belasting gerelateerde) producten. Het formatieplan bedraagt 161,8 fte vanaf 2021. Dit is een toename van 1,5 fte ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de extra dienstverlening 0,5 fte (initiële begroting 2021) en 1 fte als gevolg van de toetreding van de gemeente Mook en Middelaar. Verder committeert BsGW zich conform het OOP aan een taakstellende kostenreductie van € 1,3 miljoen, vooralsnog weergegeven in bovenstaande tabel als een formatiereductie van 20 fte. Deze taakstelling wordt uiterlijk 7 jaar na start van de beschreven doorontwikkeling gerealiseerd (AB 14-122017). Het formatieplan zal hiermee uiterlijk 31-12-2024 uitkomen op 141,8 fte. De formatieve gevolgen, minder menskracht en maatwerk, zijn onderdeel van het eindresultaat dat middels het Ondernemingsplan is gesteld. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in BsGW gestabiliseerd.

Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Herijking binnen BsGW heeft fundamenteel ingegrepen in de huidige structuur en werkwijze. Tegelijkertijd was actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering wordt gevonden in de op termijn te realiseren structurele formatiereductie en daar-

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 10 van 66

mee lagere netto-kosten. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Naar de huidige inzichten zal eind 2024 de formatiereductie 100% geëffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Hierbij wordt uitgegaan van het meest voorzichtige scenario (AB 14-12-2017). Een deel van de ontwikkelingen op het gebied van automatisering, digitalisering en efficiencyverbetering heeft voor het jaar 2020 vertraging opgelopen als gevolg van extra werkzaamheden en het aanpassen van werkwijzen in verband met het coronavirus. Het in stand houden van een adequate bedrijfsvoering binnen BsGW speelt hierbij ook een belangrijke rol. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers. Bovenstaande toelichting is in onderstaande tabel in financiële zin weergegeven: Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Na 7 jaar 100% geeffectueerd

2.000

1.000

1.000

0

0

0

0

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

C umulatief voordeel

2.000

3.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

2.700

1.400

100

-1.200

-2.500

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 11 van 66

3.4 Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken tussen de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o

Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2022 en de meerjarenraming 20222026. In tegenstelling tot vorige jaren worden ook de financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, zoveel mogelijk gekwantificeerd en opgenomen in de (meerjaren)begroting. Dit om tussentijdse begrotingswijzigingen te voorkomen (Proces tussentijdse begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-02-2019, agendapunt 5b).

o

Mogelijke ontwikkelingen Op het moment van opstellen van deze begroting zijn deze ontwikkelingen nog niet geformaliseerd door een bestuursbesluit of de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging).

3.4.1 Zekere ontwikkelingen De financiële consequenties, ook waarvan die nog een mate van onzekerheid hebben, van de volgende ontwikkelingen worden verwerkt in de begroting 2022: Loonontwikkeling Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.

Proceskosten Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten – door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven – is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZbureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van de samenwerkingen, zo ook voor BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 12 van 66

Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000

Proceskosten BsGW

2021 2.040

2022 2.081

2020 2021 2.700-3.000

2022

Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW

2014 595

2015 621

2016 1.167

2017 1.332

2018 1.700

2019 1.500

Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een NCNP-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen.

Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. De waardebepaling als zodanig wordt als kern van het probleem bestempeld. De onderzoekers zijn van mening dat de no cure, no pay bureaus met hun handelwijze willen ‘profiteren’ van de vigerende wet- en regelgeving. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze verhoging geldt echter niet bij bezwaren en administratieve beroepen (kwijtschelding). Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40%. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding bij kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan) tot hogere proceskostenvergoedingen.

Vooralsnog worden geen extra kosten voorzien en wordt derhalve hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving en recente jurisprudentie vindt steeds een kritische beschouwing plaats van het huidige beleidskader en interne werkinstructies, en worden indien noodzakelijk of wenselijk processen aangepast. Elk kwartaal, bij de bestuursrapportage, wordt de actuele stand van zaken weergegeven via een mededeling aan het bestuur.

Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026

pagina 13 van 66

Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOWgerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt. Medewerkers kunnen gebruik maken van de regeling vanaf 2017 tot en met 2020, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen) uitstroom uiterlijk 2029. De stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is. Waarderen op gebruiksoppervlakte: project Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Voor de transitie van inhoud naar gebruiksoppervlakte hebben de gemeentelijke deelnemers BsGW verzocht de regie van dit project op zich te nemen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Dit traject is eind 2021 afgerond. Voor de erop volgende beheerfase, zie hierna.

Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Zoals hiervoor aangegeven is er vanaf 1 januari 2022 een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. De gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of gegevenshuizen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase (feitelijk de voorloper op de samenhangende objectenregistratie SOR, paragraaf 5.2 pagina 27) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een werkgroep, bestaande uit BAG- en/of contractmanagers van de gemeenten Beek, Beesel, Bergen, Gulpen-Wittem, Roermond, Stein en Valkenburg, Het Gegevenshuis (Landgraaf) en BsGW, heeft onder begeleiding van een externe marktpartij een onderzoek uitgevoerd en unaniem als oplossingsrichting gekozen om te willen gaan werken met een zogenaamd regieportaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=b645eae6-a088-45e5-becf-304f47e1a70e