Raadsvoorstel 24 (bijlage) WBO Raadhuisstraat_vastgesteld_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat Gemeente Brunssum
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat Gemeente Brunssum
IDN-nummer:
NL.IMRO.0899.BpRaadhuisstraat-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
31 maart 2023
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 7 8
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
9 9 10 13 13 15
Inleiding Bestaande situatie Planvoornemen Ruimtelijke inpassing en stedenbouwkundige uitgangspunten Parkeren en verkeer Duurzaamheid
Hoofdstuk 3 Beleidskaders
17
3.1
Inleiding
17
3.2 3.3 3.4 3.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
17 24 27 34
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten
37
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
37 37 39 43 46 49 52 55 60 64 68
Inleiding Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Water Ecologie Archeologie Cultuurhistorie
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
69
5.1 5.2 5.3 5.4
69 69 70 71
Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Artikelsgewijze toelichting
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
3
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
73
6.1 6.2 6.3
73 73 73
Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Procedure
77
7.1 7.2 7.3
77 77 77
De te volgen procedure Vooroverleg Ontwerp en vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Brunssum is eigenaar van een stuk grond gelegen in het centrum van de kern Brunssum. Het betreft een locatie waar voorheen de sporthal 'Brunnahal' en basisschool 'De Trampoline' gevestigd waren. De bebouwing is in 2017 gefaseerd gesloopt. Momenteel ligt het terrein braak en is het begroeid met vegetatie. De gemeente is voornemens om in samenwerking met Wonen Limburg Accent op deze gronden (grondgebonden en gestapelde) huurwoningen te realiseren. Daarnaast wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein en een nieuw aan te leggen park met de nodige groenvoorzieningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Veegplan Centrum' geldt voor de locatie op dit moment de bestemming 'Gemengd', maar is ook voorzien in een zogeheten wijzigingsbevoegdheid. Met deze bevoegdheid is het voor het college van burgemeester en wethouders mogelijk om de huidige bestemming 'Gemengd' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', 'Tuin', 'Groen' en 'Verkeer', ten behoeve van het realiseren van maximaal 38 grondgebonden woningen, met bijbehorende voorzieningen. Met het planvoornemen wordt echter voorzien in de realisatie van 52 woningen, waarvan 22 grondgebonden levensloopbestendige woningen en 30 appartementen, waardoor geen gebruik kan worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de beoogde woningbouwontwikkeling wel mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is centraal gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied van de gemeente Brunssum. Het plangebied is gelegen in het westelijke gedeelte van het centrumgebied van Brunssum, en is ingesloten door bestaande woningen aan de Raadhuisstraat, Dorpstraat en Schinkelstraat/Hokkelenbergstraat. Ten oosten van het plangebied is tevens een groot parkeerterrein gelegen ten behoeve van het centrum en winkelgebied (Koutenveld). Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Brunssum, sectie C, nummers: 4725 (ged.), 4812 en 6081, en omvat circa 14.814 m².
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
5
Ligging plangebied in de kern Brunssum (rode contour)
6
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Begrenzing plangebied (rode contour)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied is het bestemmingsplan 'Veegplan Centrum' van kracht, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Brunssum op 14 april 2015. Op het gehele plangebied ligt de enkelbestemming 'Gemengd'. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' (noordelijke gedeelte), 'Waarde - Archeologie 4' (zuidelijke gedeelte) en 'Waarde - Archeologie 5' (overige gedeelte). Het plangebied bevat een tweetal bouwvlakken, waarvan het noordelijke bouwvlak beschikt over de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal bouwlagen: 3' en het zuidelijke bouwvlak beschikt over de functieaanduiding 'sporthal' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal bouwlagen: 1'. Deze bouwvlakken zijn in het verleden ingetekend aan de hand van de contouren van de toen aanwezige bebouwing. De bouwvlakken mogen volgens het geldende bestemmingsplan volledig worden bebouwd. Tot slot bevat het noordelijke gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone wijzigingsgebied 2a' en het zuidelijke gedeelte de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 2b'.
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
7
In artikel 22.4 van het geldende bestemmingsplan is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen en die heeft betrekking op het wijzigen van de huidige bestemming 'Gemengd' in de bestemming 'Wonen', 'Tuin', 'Groen' en 'Verkeer', ten behoeve van het realiseren van maximaal 38 grondgebonden woningen en parkeren. Daarbij moet aansluiting worden gezocht bij de regels uit het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede geldend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt eerst een beschrijving gegeven van de omgeving van het plangebied en het plangebied zelf en wordt het planvoornemen beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 kort ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente met daarin ook een verantwoording aan de hand van de ladder van duurzame verstedelijking opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de sectorale aspecten. Hoofdstuk 5 bestaat uit een juridische beschrijving van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 de procedure beschreven, die onderhavig bestemmingsplan doorloopt.
8
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Hoofdstuk 2 2.1
Projectbeschrijving
Inleiding
Het planvoornemen gaat uit van de herinrichting van een braakliggend terrein dat is gelegen in het centrumgebied van Brunssum en is ingeklemd tussen bestaande woningen aan de Raadhuisstraat, Dorpstraat en Schinkelstraat/Hokkelenbergstraat. Het plangebied is geheel in eigendom van de gemeente Brunssum. Met het planvoornemen wordt voorzien in de realisatie van 52 woningen, waarvan 22 grondgebonden levensloopbestendige woningen en een appartementencomplex met daarin 30 gestapelde woningen.
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied ligt ingeklemd tussen de bestaande woningen aan de Raadhuisstraat, Dorpstraat en Schinkelstraat/Hokkelenbergstraat. De woningen aan de Dorpsstraat en Schinkelstraat/Hokkelenbergstraat beschikken over 2 lagen en zijn afgedekt met een kap. Aan de Raadhuisstraat bevinden zich gestapelde woningen in de vorm van een appartementencomplex, en tevens een vrijstaande woning met een plat dak. Ook is aan de Raadhuisstraat een notariskantoor gevestigd. Aan de oostelijke zijde van het plangebied is een groot parkeerterrein gelegen. In het verleden bevonden zich binnen het plangebied de sporthal 'Brunnahal' en basisschool 'De Trampoline'. De bebouwing is ondertussen in 2017 gefaseerd gesloopt, en momenteel ligt het terrein braak en is het begroeid met vegetatie.
Het plangebied met zicht richting de Schinkelstraat en Hokkelenbergstraat (foto d.d. 17 maart 2021)
Het plangebied met uitzicht op de woningen aan de Raadhuisstraat en Schinkelstraat (foto d.d. 17 maart 2021)
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
9
Het plangebied met zicht richting de Hokkelenbergstraat en Dorpstraat (foto d.d. 17 maart 2021)
2.3
Planvoornemen
Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 52 woningen, waarvan 22 levensloopbestendige woningen en 30 appartementen. De woningen oriënteren zich naar binnen toe, en worden aan de voorzijde ontsloten door een informele ontsluitingsroute die toegankelijk is via de Schinkelstraat. Aan de achterzijde van de woningen komt een looppad te liggen dat tevens toegang tot de woningen biedt. De grondgebonden woningen beschikken over een tweetal bouwlagen met een plat dak. Het appartementencomplex met daarin een dertigtal 3-kamer appartementen wordt aan de voorzijde rechtstreeks ontsloten via de Raadhuisstraat. Mede gelet op het hoogteverschil van het plangebied beschikt het gedeelte van het appartementencomplex dat zich oriënteert op de Dorpstraat over vier bouwlagen en beschikt het gedeelte dat zich oriënteert op de Raadhuisstraat over drie bouwlagen. Met het planvoornemen wordt tevens voorzien in een nieuw aan te leggen parkachtige omgeving, dat het kloppend hart zal vormen van het plangebied. Bij de uitwerking en inrichting van de openbare ruimte worden de de bestaande bomen zoveel mogelijk gehandhaafd en uitgebreid met nieuwe bomen en een onderhoudsarme wilde-tuinaanplant. Ook wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, door meerdere decentrale parkeervoorzieningen te realiseren.
Het regenwater wordt binnen het plangebied vastgehouden en zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Daartoe wordt voorzien in wadi's, eventueel aangevuld met een krattensysteem of een andere oplossing.
10
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Stedenbouwkundige verkenning planvoornemen
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
11
3D-animatie stedenbouwkundige verkenning planvoornemen
3D-animatie stedenbouwkundige verkenning planvoornemen
12
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
2.4
Ruimtelijke inpassing en stedenbouwkundige uitgangspunten
Het plangebied wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt op een ruimtelijk-kwalitatieve wijze ingepast in de omgeving. Het betreft de invulling van een braakliggend terrein dat ontstaan is door de sloop van de bebouwing van sporthal 'Brunnahal' en basisschool 'De Trampoline'. Door de aangrenzende woonbuurten en de ligging van het plangebied tussen grondgebonden woningen aan de Dorpsstraat en Schinkelstraat/Hokkelenbergstraat en gestapelde woningen aan de Raadhuisstraat, is invulling met woningbouw ruimtelijk gezien de meest logische keuze. Door een als gevolg van sloop vrijgevallen locatie te gebruiken als inbreidingslocatie is bovendien sprake van duurzaam ruimtegebruik (inbreiding gaat vóór uitbreiding). Tevens voorzag het geldende bestemmingsplan 'Veegplan Centrum' middels een wijzigingsbevoegdheid ook al in de realisatie van maximaal 38 grondgebonden woningen en parkeren. Door te voorzien in een nieuw aan te leggen parkachtige omgeving, waarbij de bestaande bomen zoveel mogelijk worden gehandhaafd en het aantal bomen ook wordt uitgebreid met nieuwe bomen en zal worden voorzien in een onderhoudsarme wilde-tuinaanplant, krijgt het plangebied een groene uitstraling en wordt voorzien in een klimaatadaptieve inrichting met ruimte voor waterberging en ter voorkoming van hittestress.
De situering van de bebouwing is door middel van bouwvlakken en maximaal toegelaten maatvoering vastgelegd. Dit is gebaseerd op de stedenbouwkundige verkenning als hiervoor afgebeeld. Binnen die kaders kan verdere uitwerking plaatsvinden, onder andere ten aanzien van de toe te passen materialen en kleuren. De zichtbare witte en roze kleuren zijn dus niet te gebruiken kleuren. Ook de inrichting van het voorziene groen en de daarin opgenomen wadi's wordt nog verder uitgewerkt.
2.5
Parkeren en verkeer
Door de gemeente Brunssum zijn parkeernormen gesteld waarbij zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeerkencijfers zoals die gesteld zijn in de publicaties van het CROW. Ten behoeve van de berekening van de te realiseren parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen in de bestaande omgeving worden de parkeernormen gehanteerd zoals die zijn opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan 'Veegplan centrum'. Op basis hiervan dient per grondgebonden gezinswoning 1,3 parkeerplaats en per gestapelde woning meerpersoonshuishouden 1,2 parkeerplaats te worden gerealiseerd. Dit betekent voor onderhavig planvoornemen dat voor de realisatie van 22 grondgebonden woningen 29 parkeerplaatsen nodig zijn (22 x 1,3 = 29) en voor de realisatie van 30 appartementen zijn 36 parkeerplaatsen nodig (30 x 1,2 = 36). Door in totaal 65 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren wordt de parkeerbehoefte opgevangen op eigen terrein. Het plangebied wordt ontsloten door de bestaande ontsluitingstructuur via een tweetal toegangswegen aan de Schinkelstraat en de Raadhuisstraat. De ontsluiting via de Schinkelstraat is gelegen in een woonstraat waar een maximumsnelheid van 30 km/u is toegestaan. De andere ontsluiting vindt plaats via de Raadhuisstraat waar een maximumsnelheid van 50 km/u is toegestaan. Hiermee grenst het plangebied aan twee verschillende ontsluitingswegen.
Ingevolge de kencijfers van CROW, als opgenomen in de uitgave 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van 2018, kan de gemeente Brunssum als een 'sterk stedelijke' gemeente worden aangemerkt en is het plangebied gelegen in de 'schil rondom het centrum'.
Kencijfers CROW
Functie Huur, huis, sociale huur
Aantal Min. 22 3,9
Max. 4,7
Per woning
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Verkeersgeneratie (motorvoertuigbewegingen/ weekdagetmaal) Min. Max. 86 103
13
Huur, appartement, midden/goedkoop 30 (incl. sociale huur) TOTAAL 52
2,8
3,6
Per woning
84
108
170
211
Uit voorgaande berekening volgt dat de beoogde planontwikkeling resulteert in een verkeersgeneratie van minimaal 170 tot maximaal 211 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Rekening houdend met een omrekenfactor van 1,11 voor het bepalen van het maatgevend werkdagetmaal gaat het om cicra 189 tot 234 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. De realisatie van de nieuwe woningen binnen het plangebied zal dus leiden tot een toename van het aantal voertuigbewegingen ter plaatse. Binnen het plangebied waren echter voorheen een sporthal en basisschool gevestigd, waardoor de bestaande verkeersstructuur al berekend is op een groot aantal voertuigbewegingen. Zo leverde bijvoorbeeld het wegbrengen en ophalen van kinderen door de ouders naar en van de school een groot aantal voertuigbewegingen op binnen een zeer korte tijd. Deze intensieve verkeersdruk neemt af met het onderhavig planvoornemen, doordat nu (meer) verspreid over de gehele dag voertuigbewegingen plaatsvinden. Daarnaast wordt met onderhavig planvoornemen het plangebied ontsloten door twee toegangswegen, aan de Raadhuisstraat en aan de Schinkelstraat, waardoor de verkeersdruk zich niet concentreert op slechts één toegangsweg.
Het huidig aantal verkeersbewegingen over de Raadhuisstraat en Schinkelstraat bedraagt blijkens de tellingen als ook gehanteerd voor het akoestisch onderzoek respectievelijk circa 2.450 en circa 100 per etmaal. Na realisatie van het planvoornemen en uitgaande van de theoretische situatie dat alle verkeersbewegingen via één van beide wegen worden afgehandeld, dan komt dat uit op circa 2.450 + 234 = 2.684 verkeersbewegingen per etmaal voor de Raadhuisstraat en 100 + 234 = 334 verkeersbewegingen per etmaal voor de Schinkelstraat. Aangezien een 30 km-weg als de Schinkelstraat maximaal 5.000 tot 6.000 verkeersbewegingen kan verwerken vanuit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid, levert voornoemd aantal van 334 bewegingen geen belemmeringen op. Een 50 km-weg als de Raadhuisstraat kan 1.600 tot 3.200 verkeersbewegingen per uur verwerken. Uitgaande van een piekuur waarin 10% van het totale aantal verkeersbewegingen wordt afgehandeld, gaat het om circa 268 verkeersbewegingen. Hetgeen gezien voornoemde maximum capaciteit geen belemmeringen oplevert. Bovendien geldt dat voornoemde aantallen uitgaan van 2x de volledige afhandeling van alle verkeersbewegingen voor beide wegen.
Gelet op de situering van de parkeervoorzieningen en de verdeling van de woningen over het plangebied ligt , het meer voor de hand dat circa 30% van de verkeersbewegingen via de ontsluiting Schinkelstraat zullen verlopen en circa 70% via de ontsluiting aan de Raadhuisstraat. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen niet resulteert in een onacceptabele verkeersbelasting.
14
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
2.6
Duurzaamheid
Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van een planproces kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting. De planregels die voor de in het plan voorkomende bestemmingen zijn opgenomen vormen geen belemmeringen om duurzaamheidsmaatregelen (zoals bijvoorbeeld warmtepompen en zonnepanelen) of maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Concreet ten aanzien van de omgang met hemelwater geldt dat in dit plan is geborgd dat bij de bouw van bouwwerken ook wordt voorzien in de aanleg van waterhuishoudkundige voorzieningen die voldoen aan de dimensies die daarvoor naar de huidige inzichten aan de orde zijn. Voor het overige wordt het aspect duurzaamheid geregeld via de bouwregelgeving. Bij de bouw van de woningen moet worden voldaan aan de duurzaamheids-, energie- en milieuprestatie-eisen die voortvloeien uit het Bouwbesluit 2012 en na inwerkingtreding van de Omgevingswet uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (bijna energieneutrale gebouwen (BENG)).
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
15
16
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit het voor het plangebied relevante nationale en provinciale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Brunssum.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 m2 is het zaak goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI is vooralsnog vastgesteld als structuurvisie, maar heeft straks de status van omgevingsvisie onder de Omgevingswet. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven.
In het NOVI worden een viertal prioriteiten benoemd, met de bijbehorende beleidskeuzes. De voor onderhavig
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
17
planvoornemen relevante keuzes worden hierna samengevat weergegeven.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen.
Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
Met het planvoornemen wordt opnieuw invulling gegeven aan een braakliggend terrein, waar voorheen een sporthal en basisschool gevestigd waren. Door op deze locatie, en niet bijvoorbeeld in het buitengebied, woningen te ontwikkelen wordt duurzaam met de beschikbare ruimte in Brunssum omgegaan. Tevens wordt met het planvoornemen voorzien in voldoende groenvoorzieningen door onder andere een nieuw park aan te leggen en nagenoeg alle bestaande bomen te handhaven, wordt het regenwater zorgvuldig afgevoerd en wordt
18
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
goed aangesloten op de bestaande verkeersinfrastructuur.
Conclusie Voorliggend plan sluit goed aan bij de uitgangspunten en keuzes die in de NOVI worden beschreven, door te voorzien in duurzaam ruimtegebruik in de vorm van herbenutting van een door sloop braakliggend terrein binnen het bestaand stedelijk gebied, waarbij het nieuwe programma kwantitatief en kwalitatief aansluit bij de behoefte, met oog voor klimaatbestendigheid door de aanleg van robuuste waterhuishoudkundige voorzieningen en een groot aandeel groen binnen het plangebied. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en worden met het Barro en het Bro juridisch verankerd. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
In totaal gaat het om dertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen; Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In het kader van deregulering en decentralisatie is er voor gekozen om de regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd, wat bijdraagt aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Enkele bepalingen hebben echter betrekking op provinciaal medebewind en ontheffingsmogelijkheden. In het bijzonder gaat het hier om de artikelen ten behoeve van Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de EHS. Uit het Barro volgen verder geen nationale belangen die een planologisch-juridische doorwerking hebben in het plangebied. Dit houdt in dat er voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit het Barro gelden.
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
19
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Ingevolge artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.
Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf. Het voorliggende bestemmingsplan betreft de ontwikkeling van maximaal 52 woningen, wat gelet op het voorgaande als 'stedelijke ontwikkeling' wordt aangemerkt. Daarmee staat echter nog niet vast dat ook aan de Ladder moet worden getoetst. Er dient ook te worden bezien in hoeverre de ontwikkeling ook kan worden aangemerkt als een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling en of sprake is van nieuw ruimtebeslag, zo blijkt uit jurisprudentie. De Afdeling hanteert bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6, tweede lid, en artikel 1.1.1, eerste lid en onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening) de beoordelingslijn, dat hiervan sprake is als het bestemmingsplan of omgevingsvergunning bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en ten opzichte van het voorgaande planologische regime voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en een functiewijziging (AbRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294).
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een stedelijke ontwikkeling, namelijk de bouw van maximaal 52 woningen, terwijl het voorgaande bestemmingsplan niet bij recht voorzag in deze voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Dat het voorgaande bestemmingsplan 'Veegplan Centrum' een (onbenutte) wijzigingsbevoegdheid bevatte ten behoeve van het realiseren van maximaal 38 woningen doet hier niets aan af. Een wijzigingsbevoegdheid geeft volgens de Afdeling immers slechts de mogelijkheid om de bestaande bestemming te wijzigen in een bij het moederplan in beginsel aanvaardbaar geachte bestemming (AbRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1028 en AbRvS, 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 7.5). Dit betekent dat in onderhavig geval sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', waardoor het planvoornemen hierna getoetst zal worden aan de Ladder. Behoefte Onderhavig planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 52 woningen, waarvan 22 levensloopbestendige grondgebonden woningen en 30 appartementen in de vorm van een appartementencomplex. Het betreffen huurwoningen in het segment 'middenhuur'. In de huidige situatie is sprake van een braakliggend terrein en daarvoor was de bebouwing van een voormalige sporthal en basisschool aanwezig. Deze bebouwing is in 2017 gefaseerd gesloopt.
Er wordt daarom voorzien in hergebruik van een braakliggend terrein binnen het bestaand stedelijk gebied (inbreiding / herstructurering).
20
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Gelet op de op 21 december 2021 vastgestelde Centrumvisie Brunssum 2020 - 2026 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma 2020 - 2046 blijkt dat met name de leeftijdscategorie 20 - 44 jaar binnen Brunssum ondervertegenwoordigd is en dat expats zich met name buiten Brunssum vestigen. Het in die visie opgenomen woningbouwprogramma zet in op de thema's Verjonging, Internationalisering en Verduurzaming. In maar ook rond het centrumgebied wordt ingezet op een groter en breder woningpalet waar voor iedereen iets aangeboden wordt. Daaronder valt bouwen voor de eerder genoemde en ondervertegenwoordigde doelgroep van 20-45 jaar, maar ook voor mensen die dicht bij de voorzieningen in het centrum willen wonen en huisvesting voor expats. Dat betekent dat er woningen gerealiseerd moeten worden die aansluiten bij wensen van die groepen.
Gelet op het voorgaande moet het woningbouwprogramma meer in balans gebracht met de ambities en uitgangspunten van de nieuwe centrumvisie in een woningbouwprogramma "Balans" dat specifiek is gericht op het centrumgebied en dat voorziet in: een groei van het aantal woningen in het centrum van aanvankelijk circa 170 naar nu circa 255 woningen; een verandering in het aanbod van circa 90% huurwoningen naar circa 60 % (toename koopwoningen); een verandering in het aanbod van circa 80% goedkope huur naar circa 60% goedkope huur (meer huurwoningen in het hogere segment: middenhuur). In voornoemd woningbouwprogramma is voor de locatie Raadhuisstraat voorzien in de realisatie van 38 middel-dure en dure grondgebonden woningen. Het nu voorliggende plan voorziet in een daarvan afwijkend programma bestaande uit 22 grondgebonden, levensloopbestendige woningen en 30 levensloopbestendige appartementen (huur, segment middenhuur). Er worden dus minder grondgebonden woningen gerealiseerd en huurappartementen toegevoegd.
Uit de op 21 maart 2019 vastgestelde Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022, zoals die luidt na actualisatie van de plannenlijst in 2020, is af te leiden dat in Brunssum Centrum/Noord sprake is van een stabiele vraag naar dan wel een extra behoefte is aan de huurwoningen die in navolgende tabel zijn voorzien van een respectievelijk een gele dan wel een groene kleurcode. Dit betreft kortgezegd de wat grotere appartementen (80 m2) in alle prijsklassen, zeker wanneer de appartementen levensloopbestendig (c.q. -geschikt) zijn. Ook voor grondgebonden huurwoningen is sprake van een stabiele vraag.
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
21
Bron: Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022
De Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022 is gebaseerd op een woningbehoefte-onderzoek uit 2018, dat weer is gebaseerd op een prognose uit 2017. Begin 2022 is een nieuw woningbehoefte-onderzoek uitgevoerd (Woonbehoefteonderzoek Parkstad Limburg 2022-2032, Stec, 28 januari 2022), waarbij rekening wordt gehouden met een tweetal scenario's, te weten (1) de Progneff 2021 prognose en (2) een migratiescenario, waarbij wordt uitgegaan van het voor de komende 10 jaar doortrekken van de actuele hogere migratie over de afgelopen 5 jaar. Daaruit blijkt dat de prognose Progneff 2021 voor wat betreft de afname van het aantal huishoudens over de periode 2022-2032 kleiner is dan werd aangenomen op basis van de prognose Progneff 2017 (voor heel Parkstad Limburg ca 3.345 ten opzichte van 3.860 tot 3.910). Kort samengevat is mede als gevolg van de verder doorzettende vergrijzing van de bevolking sprake van een toenemende behoefte aan levensloopbestendige c.q. -geschikte woningen in de vorm van huurof koopappartementen en nultredenwoningen. Voor grondgebonden koopwoningen geldt dat sprake is van een overschot. Ook constateert Stec dat sprake is van een groot en groeiend gat tussen de (betaalbare) sociale huurwoningen en de alsmaar duurdere koopwoningen, hetgeen doorstroming bemoeilijkt.
Om die doorstroom weer beter op gang te brengen is behoefte aan woningen gericht op middenhuur. Zoals uit navolgende figuur uit de rapportage van Stec blijkt zit daar een duidelijke behoefte voor Brunssum.
Kwalitatieve behoefte 2022 tot 2032 op basis van Stec-doorstroommodel
Specifiek voor middenhuur is een verdieping van het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec (Verdieping behoefte middenhuur Parkstad, Stec, 29 november 2021). Daaruit volgt dat voor Brunssum sprake is van een additionele behoefte aan 255 tot 370 middenhuurwoningen in de periode 2022 - 2032, met concreet voor Brunssum Centrum-Noord een behoefte die vooral betrekking heeft op middenhuur in het nultredensegment.
22
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
Behoefte aan vrijesectorhuur (woonvoorkeur en verhuisgedrag) Brunssum Centrum-Noord, 2022-2032
In de regionale woningmarktpgrogrammering is voor onderhavige locatie reeds een aantal van 38 woningen opgenomen. Daarbij werd er nog van uitgegaan dat er 38 grondgebonden woningen zouden worden gerealiseerd. Met onderhavig plan neemt dat aantal af naar 22 terwijl er juist levensloopbestendige c.q. geschikte appartementen in het goedkoper/middenhuur segment worden toegevoegd, aansluitend bij en passend binnen de hiervoor afgebeelde en beschreven behoefte. Daarmee wordt kortgezegd zowel kwantitatief en kwalitatief aangesloten bij de lokale behoefte. Bestaand stedelijk gebied Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd dient uitgebreid te worden gemotiveerd waarom deze ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is in het Bro gedefinieerd als 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het voorliggende plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Brunssum.
Doordat met het planvoornemen opnieuw invulling wordt gegeven aan een braakliggend terrein (als gevolg van de sloop van de sporthal 'Brunnahal' en basisschool 'De Trampoline') is sprake van herstructurering. Het plan sluit dus goed aan bij de uitgangspunten van de ladder: herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied gaat vóór nieuw ruimtebeslag. Regionale afstemming Over deze toevoeging van het aantal woningen ten opzichte van de Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad Limburg 2019-2022 heeft (sub)regionale afstemming plaatsgevonden. Op basis daarvan heeft de Bestuurscommissie Wonen het Herstructurering van Parkstad Limburg besloten tot aanpassing van de regionale programmering.
Conclusie Gezien het feit dat de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief inspeelt op de actuele (regionale) behoefte en bijdraagt aan een optimale benutting van de beschikbare ruimte in het bestaand stedelijk gebied wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
23
3.3
Provinciaal beleid
De Provincie heeft een belangrijke rol als regisseur op de woningmarkt. Gelet op de problematiek op de huidige woningmarkt en de invloed van de demografische transitie op de markt, verlangen gemeenten van de Provincie dat zij die rol als regisseur oppakt. 3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Limburg geeft de provincie haar lange termijn visie. Deze Omgevingsvisie dient als vervanging van de provinciale Omgevingsvisie POL2014. De nieuwe Omgevingsvisie Limburg heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net als waarden zoals kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie heeft betrekking op drie hoofdopgaven: 1. 2. 3.
een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie
De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Concreet ten aanzien van wonen wordt een passend aanbod van woningen nagestreefd in zowel steden als dorpen. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Voor zover relevant voor onderhavig planvoornemen gaat het over: het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal.
Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Wonen en leefomgeving Een woningaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd:
24
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
voldoende (betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit. De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners realiseren. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen, maar door in samenhang naar woonopgaven te kijken, leggen we op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een woningbouwontwikkeling op een inbreidingslocatie. Door een braakliggend terrein midden in een bestaande woonwijk in de kern Brunssum te herbestemmen, wordt opnieuw invulling gegeven aan onbenutte ruimte binnen een stedelijk gebied. Hiermee wordt zorgvuldig en duurzaam omgegaan met de beschikbare ruimte binnen het grondgebied van de gemeente Brunssum.
Daarnaast wordt met het planvoornemen tegemoetgekomen aan de lokale woningbehoefte, namelijk betaalbare huurwoningen (grondgebonden en appartementen/nultreden), door met onderhavig plan te voorzien in de realisatie van 52 huurwoningen (waarvan 22 levensloopbestendige woningen en 30 appartementen) in het segment 'middenhuur'. Bovendien wordt met de inrichting van de openbare ruimte en door het aanleggen van een park, een inclusieve, gezonde en veilige samenleving nagestreefd, door de omgeving de gelegenheid te bieden en uit te nodigen tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid.
Conclusie Gezien het voorgaande past het planvoornemen goed binnen de uitgangspunten van de provinciale omgevingsvisie. Die visie vormt dan ook geen belemmering voor het planvoornemen. Een voorontwerp van dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de provincie Limburg. Op de resultaten daarvan wordt ingegaan in paragraaf 7.2 van deze toelichting. 3.3.2 Limburg Agenda 2030 Limburg moet mee kunnen bewegen met alle veranderingen in onze samenleving. Op cultureel, economisch én sociaal gebied. De Provincie Limburg heeft daarom het initiatief genomen om met de Limburgse samenleving in gesprek te gaan over de uitdagingen van de toekomst. Met de Limburg Agenda is daarmee een begin gemaakt, door samen te kijken naar de vraag: Hoe kan Limburg in 2030 eruit zien? In de Limburg Agenda worden keuzes voor het Limburg van morgen. Die keuzes zijn richtinggevend, maar niet allesbepalend. De agenda is bedoeld om Limburg te laten inspelen op de uitdagingen van de toekomst, door mensen en organisaties samen te brengen, elkaar te inspireren en uiteindelijk elkaars krachten te bundelen. Niet alleen nu, voor de totstandkoming van deze agenda, maar vooral ook voor straks.
De Limburg Agenda gaat uit van een centraal thema 'Vernieuwing' en is uitgewerkt in vier inhoudelijke thema's: Limburg in beweging Glokale productie en consumptie Ontbinding en nieuwe verbinding Een digitale sprong in de toekomst Raakvlakken tussen de Agenda en dit planvoornemen zijn er op het gebied van de energietransitie en
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
25
circulaire economie (thema 2), onderwerpen en opgaven die nadrukkelijk onderdeel zijn van het totale project. Het derde thema is ook van wezenlijk belang voor dit planvoornemen, omdat met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuw aan te leggen park en bijbehorende (groen)voorzieningen. In dit park kunnen bewoners recreëren en elkaar ontmoeten hetgeen bijdraagt aan een sterke sociaal-economische structuur voor de kern Brunssum. Daarmee sluit het planvoornemen aan bij het perspectief voor het Limburg van 2030. 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg Gelijktijdig met de vaststelling van het POL2014 is door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld, die nadien nog enkele malen is gewijzigd. Deze verordening voorziet in de borging van provinciale belangen die voortvloeien uit het POL en in de juridische borging van de eerder met de Limburgse gemeenten gemaakte bestuursafspraken over c.q. de regionale structuurvisies voor de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Hoewel het POL2014 als strategische visie van de provincie in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet inmiddels is vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (zie paragraaf 3.3.1 Omgevingsvisie Limburg), is de huidige provinciale verordening nog gebaseerd op het POL2014.
Wel is de verordening recent aangevuld met enkele nieuwe onderwerpen, waardoor de verordening beter aansluit op de actuele Omgevingsvisie, in afwachting van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de in voorbereiding daarop reeds vastgestelde nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021). De betreffende nieuwe hebben betrekking op huisvesting van internationale werknemers, na-ijlende gevolgen van steenkolenwinning, zonne-energie, intensieve veehouderij, het voorkomen van eventuele verstoringen binnen het zoekgebied voor de Einstein-telescoop en klimaatadaptatie. Voor dit bestemmingsplan en het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft, zijn de navolgende bepalingen uit de verordening (in beginsel) van belang.
Artikel 2.4.2 Wonen In de verordening is bepaald dat uit de toelichting op een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, dat voorziet in de toevoeging van woningen, dient te blijken dat: het plan past binnen de kaders van de provincie Omgevingsvisie; de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte blijkt uit een actueel, onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over die behoefte overeenstemming bestaat binnen de regio Zuid-Limburg; het plan is opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg; realisatie is beoogd binnen 5 jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en, wanneer die termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer die mogelijkheden weer komen te vervallen. Uit paragraaf 3.3.1 van deze toelichting blijkt dat het planvoornemen past binnen de kaders van de provinciale Omgevingsvisie. De behoefte aan de woningen die dit plan mogelijk maakt is onderbouwd in paragraaf 3.2.3, in samenhang met de paragrafen 3.4 Regionaal beleid en 3.5 Gemeentelijk beleid. Daaruit blijkt dat de behoefte blijkt uit een actueel en onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek en ook dat over die behoefte regionaal overeenstemming bestaat. De maximaal 52 woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn voorts ook opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor Limburg. Realisatie van de beoogde woningen is voorzien binnen 5 jaar.
Mochten de woningen onverhoopt niet binnen 5 jaar na vaststelling van dit plan worden gerealiseerd, dan wordt na verloop van die periode heroverwogen of de planologische mogelijkheden behouden blijven of dat ze dienen te vervallen wegens een gebrek aan behoefte.
Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking
26
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
In de Omgevingsverordening Limburg 2014 is ook nogmaals geborgd dat in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Daarbij dient tevens te worden ingegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.2.3 is reeds ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals die is geborgd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro en daarin is onderbouwd dat daaraan wordt voldaan. De extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumentale of beeldbepalende panden aanwezig die leegstaand zijn en aan voornoemde uitgangspunten kunnen voldoen.
Artikel 2.16.1 Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Deze instructieregel vraagt gemeenten waar in het verleden steenkolenwinning heeft plaatsgevonden (waaronder Brunssum) om in de toelichting op een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze rekening is gehouden met na-ijlende effecten van de voormalige steenkolenwinning. In de toelichting op dit bestemmingplan wordt daarin voorzien in paragraaf 4.3 Bodem.
Artikel 2.18.2 Beschermingsgebied Einstein Telescope In de verordening is voorzien in een beschermingsgebied ten behoeve van de beoogde realisatie van de zogenoemde Einstein Telescope, om zodoende de vestigingsmogelijkheden voor die telescoop waar mogelijk te verbeteren door interfererende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen. Onderhavig plangebied ligt echter buiten het aangegeven beschermingsgebied.
Artikel 2.19.1 Klimaatadaptatie Voorts is in de verordening opgenomen dat een plan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming en droogte). Onderhavig plangebied ligt niet een gebied dat gevoelig is voor overstromingen. Droogte en wateroverlast wordt zoveel mogelijk voorkomen door de binnen het plangebied aanwezige openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatadaptief in te richten. Zo wordt voorzien in de nodige groenvoorzieningen, waarin ook is voorzien in de benodigde bergingscapaciteit om (extreme) regenbuien goed te kunnen opvangen.
Conclusie Onderhavig planvoornemen voldoet dus aan de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
27
contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen, met voor de overige kernen een goed functionerend en aantrekkelijk woonklimaat; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een stevigere positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: 1. Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. 2.
Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. 3. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour.
28
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
4. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding.
Het planvoornemen heeft hoofdzakelijk betrekking op het derde thema ´Wonen´. Voor dit thema heeft sinds 2009 verdere uitwerking plaatsgevonden in regionale nota's als de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg, en het Regionaal woonbeleid, welke aan bod zullen komen in het vervolg van dit hoofdstuk. Uitwerking op gemeentelijk niveau heeft vervolgens plaatsgevonden in onder meer de Structuurvisie Brunssum, waarover meer in paragraaf 3.5.
Het planvoornemen betreft de realisatie van 52 woningen op een inbreidingslocatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Door te kiezen voor herstructurering in plaats van uitbreiding van het stedelijk gebied past het planvoornemen goed binnen het derde thema 'Wonen'. Hoewel op de locatie zelf niet wordt voorzien in de vervanging van woningen, maakt het plan wel onderdeel uit van de businesscase Brunssum-Centrum-Noord waarmee in het genoemde gebied al enkele jaren concreet wordt ingezet op het kwantitatief en kwalitatief op orde brengen van de woningvoorraad. Tevens wordt tegemoetgekomen aan de lokale woningbehoefte door te voorzien betaalbare huurwoningen binnen het juiste segment. Bovendien wordt voorzien in een sterke kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte, mede door het aanleggen van een park en bijbehorende groenvoorzieningen.
Conclusie Het planvoornemen sluit goed aan op de uitgangspunten uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad Limburg. De structuurvisie vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 3.4.2 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg In deze regionale structuurvisie, die op 11 oktober 2016 is vastgesteld door de raad van Brunssum, maken de 16 Zuid-Limburgse gemeenten onderlinge afspraken over de wijze waarop de transformatie van de woningvoorraad in Zuid-Limburg gestalte dient te krijgen. De woningmarkt in Zuid-Limburg heeft te maken met een kwantitatieve én kwalitatieve mismatch: er zijn te veel woningen en tevens sluit het aanbod niet meer aan op de toekomstige vraag. Daarom worden er afspraken gemaakt over een gezamenlijke aanpak. In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn, dat de grootste problemen thans optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen gewenst zijn. Kansrijke doelgroepen zijn onder meer jongeren, ouderen en zorgbehoevenden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is evenwel dat de woningvoorraad in omvang niet meer mag groeien, dit om te voorkomen dat de leegstand toeneemt. Leegstand leidt tot verloedering en ook tot waardedaling.
Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad zullen moeten worden gecompenseerd, hetzij met sloop, hetzij met het schrappen van harde bouwtitels, hetzij met een financiële bijdrage (waarmee sloop kan worden gefinancierd). Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een transformatieopgave afgesproken, zijnde de kwantitatieve koers die de gemeente dient te varen. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde slooptaakstelling. De transformatieopgave wordt tweejaarlijks herijkt.
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
29
Gemeenten worden verplicht een woningbouwprogrammering op te stellen welke is geënt op zowel de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgaven. In de Structuurvisie Wonen Zuid-limburg staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave die per gemeente tweejaarlijks wordt vastgesteld, is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw- of sloopopgave. Aan de structuurvisie liggen drie onderzoeken ten grondslag. Het betreft de onderzoeken 'Woonmilieus in Zuid-Limburg' (Companen), 'Woonmilieu Zuid-Limburg fase 2' (Atrivé) en het 'Regionaal afwegingskader wonen Maastricht-Heuvelland' (Stec-groep). De onderzoeken hebben geleid tot de volgende algemene inzichten:
Woonmilieus: Er zijn drie milieus in deze woonregio: stedelijk, suburbaan en landelijk: stedelijk milieu: meer vraag dan aanbod, opletten voor gevolgen rest van de gemeente/regio; suburbaan milieu: meer aanbod dan vraag, sterk verdunnen (met name in de particuliere voorraad), inzetten op kwaliteit en transformatie; landelijk milieu: in evenwicht, maar leegstand op de loer, inzetten op verbetering/vernieuwing. Kansen: Kansen liggen in goedkope huur (onder liberalisatiegrens) en middeldure huur; kansen in extramuralisering/wonen met zorg (met name bestaand vastgoed interessant); kansen voor bijzondere exclusieve woonvormen, zoals wonen op het water, collectief particulier opdrachtgeverschap en wonen in een kerk of kasteel. Het risico op ontwrichting van de reguliere woningmarkt is hier relatief klein); kansen in studentenhuisvesting. Afspraken: In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: Schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen de raadstermijn; 4.
schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen (bij monumenten 1 op 1). Met het planvoornemen worden maximaal 52 woningen (22 levensloopbestendige woningen en 30 appartementen (middenhuur)) gerealiseerd in het bestaand bebouwd gebied in een stedelijk milieu. Deze woningen worden in opdracht van Wonen Limburg Accent gebouwd en vervolgens verhuurd. Zoals uit de
30
bestemmingsplan Woningbouwontwikkeling Raadhuisstraat
onderbouwing als opgenomen in paragraaf 3.2.3 blijkt, wordt met het planvoornemen zowel kwalitatief en kwantitatief voorzien in de behoefte en heeft de Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering van Parkstad Limburg (subregio als bedoeld in de SVREZL) ook ingestemd met de aanpassing van de woningaantallen die voor dit plan zijn opgenomen in de (sub)regionale woningmarktprogrammering van 38 naar 52. Daarmee wordt voldaan aan de beleidsafspraken die zijn gemaakt de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De toename van woningen dient echter ingevolge de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in beginsel te worden gecompenseerd conform de daarin beschreven compensatiesystematiek. Op dit punt is echter van belang dat op 19 januari 2021 de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' is vastgesteld door de gemeenteraad van Brunssum, net als door de gemeenteraden van de overige Zuid-Limburgse gemeenten. In paragraaf 3.4.3 wordt nader toegelicht dat het planvoornemen ook aan deze beleidsregel voldoet en dat daarom geen compensatie aan de orde is voor dit plan.