Raadsvoorstel 202649134 (bijlage) KBL jaarstukken 2025
Tekst van het document
Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast is rekening gehouden met de voorschriften uit het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO), waarin onder meer de eisen voor de accountantscontrole en de daarbij gehanteerde toleranties zijn vastgelegd. Voor zover KBL een gemeenschappelijke regeling is, is tevens toepassing gegeven aan de relevante bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), waaronder de verplichtingen rond de totstandkoming, vaststelling en verantwoording van de begroting en jaarstukken. De gehanteerde terminologie voor de posten op de balans en in de staat van baten en lasten wijkt in enkele gevallen af van het model dat door het BBV wordt voorgeschreven. Deze afwijkingen zijn echter zorgvuldig afgewogen en verbeteren naar onze mening het inzicht voor de gebruikers van de jaarrekening van KBL.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva, evenals de bepaling van het resultaat, geschiedt op basis van historische kosten. Tenzij anders vermeld bij het desbetreffende balanshoofd, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden alleen geboekt voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Tevens worden verliezen en risico’s die voortkomen uit gebeurtenissen vóór het einde van het begrotingsjaar, in acht genomen indien zij bekend zijn geworden vóór het opstellen van de jaarrekening. Daarnaast worden de personeelslasten in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Door het formele verbod op het opnemen van voorzieningen of schulden met betrekking tot jaarlijks terugkerende arbeidskostenverplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personeelslasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt. Dit betreft bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskostenverplichtingen van jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen en worden er op andere wijze geen verplichtingen opgenomen.
De referentieperiode die hiervoor gebruikt wordt is gelijk aan die van de meerjarenraming, namelijk vier jaar. In geval van (eenmalige) schokeffecten, zoals bij reorganisaties, wordt wel een verplichting opgenomen. Tot slot was KBL per 1 januari 2016 belastingplichtig in het kader van de Wet vennootschapsbelasting. Eind 2016 heeft voor het eerst overleg plaatsgevonden met de _____________________________________________________________________________________________ 30
Jaarstukken 2025
Belastingdienst over de fiscale status van de activiteiten van KBL. Dit overleg resulteerde dat in 2023, met terugwerkende kracht, is besloten dat geen van de activiteiten van KBL belast wordt in het kader van de vennootschapsbelasting.
Algemeen Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld.
Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden in mindering gebracht op de betreffende investering; in dergelijke gevallen wordt afgeschreven over het netto saldo. Slijtende investeringen worden vanaf het boekjaar volgend op de ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Voor grondbezit met economisch nut wordt geen afschrijving toegepast (dit is niet van toepassing). Bij de waardering wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering echter niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing: Automatisering: Hardware en software Mobiele telefoons Inventaris en inrichting:
15 jaar 3-4 jaar 2 jaar 4-10 jaar
Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen.
Kredieten Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten.
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Deze uiteindelijke terugbetaling vindt plaats op het moment dat bewindvoering is komen te vervallen.
_____________________________________________________________________________________________ 31
Jaarstukken 2025
Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voorzieningen Vanaf 2020 is een voorziening WW-verplichting gevormd. KBL is eigenrisicodrager voor WW-uitkeringen van voormalige medewerkers. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies indien van toepassing. Daarnaast is er vanaf 2022 is een voorziening bovenwettelijke vakantiedagen gevormd. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies.
Vaste schulden Onder de vaste schulden waren de achtergestelde leningen opgenomen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door de deelnemende gemeenten waren gestort. Deze leningen werden gewaardeerd tegen nominale waarde. In 2025 zijn alle achtergestelde leningen volledig afgelost. Vanaf dat moment heeft KBL geen vaste schulden meer.
Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden valt de post ‘crediteuren klanten’. Deze schulden worden eveneens tegen de nominale waarde opgenomen en betreffen de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten van KBL. De verantwoording van deze schulden vindt deels plaats op het moment van ontvangst van de factuur, en deels op basis van de onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn de bankrekeningen opgenomen waarop gelden van de klanten van KBL worden ontvangen. Deze rekeningen worden gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten. Daarnaast zijn onder de schulden de verplichtingen aan leveranciers, handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL opgenomen.
Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode. Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten.
Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken.
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid.
_____________________________________________________________________________________________ 32
Jaarstukken 2025
Dit betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader waarbij de gemeente, lees ook decentrale overheid zich aan alle regels moet houden bij financiële handelingen, zoals bij subsidies, aanbestedingen en personeelskosten.; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O beleid per beleidsveld leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. •
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o De verantwoordingsgrens bedraagt 2% van de totale lasten inclusief dotaties aan reserves (zijnde € 280.451). Indien het totaal van geconstateerde financiële fouten en onduidelijkheden deze grens overschrijdt, worden deze opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
o De rapporteringstolerantie bedraagt eveneens 2% van de totale lasten
inclusief dotaties aan reserves (zijnde € 280.451). Individuele financiële fouten en onduidelijkheden die deze grens overschrijden, worden nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
_____________________________________________________________________________________________ 33
Jaarstukken 2025
Toelichting op de balans
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven:
In 2025 hebben voor in totaal € 267.000 aan investeringen plaatsgevonden binnen KBL. Hiervan betreft €265.622 automatisering inclusief laptops en mobiele telefonie. Daarnaast hebben er voor € 1.690 aan investeringen plaatsgevonden voor wat betreft de inrichting van het kantoor. Daar waar KBL in samenspraak met het AB een investeringskrediet in 2025 heeft afgesproken conform de begrotingswijziging najaar 2025, zijn de kosten met +/- € 69.000 lager uitgevallen door een aantal vertraagde / herplande ICT-producten. Investeringen worden lineair afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het boekjaar van investering. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en systemen) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar.
De samenstelling van de kredieten is als volgt: Persoonlijke leningen Doorlopende kredieten Voorziening oninbare kredieten
4.331.330 0 4.331.330 -2.326 4.329.004
5.278.270 0 5.278.270 -1.693 5.276.577
_____________________________________________________________________________________________ 34
Jaarstukken 2025
Het verloop van de kredietportefeuille in 2025 blijkt uit onderstaande opstelling:
Boekwaarde per 31-12-2024
€
5.278.270
Verstrekkingen
3.441.759
-/- Aflossingen
4.388.699
-/- Afboekingen
2.326
Boekwaarde per 31-12-2025
€
4.329.004
Dit betreffen de netto boekwaarden van de uitstaande kredieten. Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2023 tot en met 2025 weergegeven: Jaar
Persoonlijke leningen
Doorlopende kredieten
Totale kredietportefuille
2023
5.912.401
48
5.912.449
2024
5.278.270
-
5.278.270
2025
4.331.330
-
4.331.330
Er is bewust ingezet op de daling van de Doorlopende Kredieten, o.a. door oversluiting. Vanaf 2024 heeft KBL dan ook geen doorlopende kredieten meer lopen.
_____________________________________________________________________________________________ 35
Jaarstukken 2025
De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafieken: Gemeente Maastricht Sittard-Geleen Kerkrade Landgraaf Brunssum Totaal GR
Verdeling uitstaande kredieten 17% 83%
PL Aantal Bedrag 785 € 1.483.638 212 € 269.017 270 € 460.002 158 € 251.810 108 € 166.326 1.533 € 2.630.794
Consumptief krediet
Niet-GR
764 €
1.437.604
Saneringskrediet
Heerlen
276 €
262.932
TOTAAL
2.573 €
4.331.330
Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 2.326 nodig is. Dit bedrag bestaat per 31 december 2025 alleen nog uit kredieten vanaf 2005. Onderstaand wordt het verloop van de voorzieningen over de periode vanaf 2005 toegelicht.
De verdeling van de categorieën afboekingen 2025 voor kredieten vanaf 2005 is over de gemeenten verdeeld als volgt:
_____________________________________________________________________________________________ 36
Jaarstukken 2025
2025 Gemeente
WSNP
Overlijden
ASR
VOW/Geen verhaal
Deurwaarder kost/rente/geen verhaal
Totaal
Brunssum
€0
Kerkrade
€0
Landgraaf
€0
Maastricht
€0
Sittard-Geleen
€0
Overig Totaal 2025 In procenten
€ 1.761 €
-
€
0%
0%
€
1.761 97%
€ 56 €
56
€ 1.817 €
3%
-
€
0%
1.817 100%
De uitzettingen bestaan uit:
Het vorderingensaldo per 31 december 2025 bestaat als volgt uit:
De dienstverlening aan de niet GR-gemeenten bestaat enerzijds uit reguliere diensten en anderzijds uit de facturatie voortvloeiend uit de 90% clausule in de DVO. Voor de GRgemeenten hebben de openstaande saldi betrekking op de maandfacturen voor de reguliere dienstverlening.
De overige vorderingen betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).
_____________________________________________________________________________________________ 37
Jaarstukken 2025
De liquide middelen per 31 december 2025 bestaan uit:
De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. Schatkistbankieren De verplichting tot schatkistbankieren geldt alleen voor de overtollige eigen middelen van de KBL. De gelden van klanten zijn hiervan uitgezonderd. In 2025 is het drempelbedrag voor het afstorten van overtollige middelen € 1.000.000. De eigen middelen van KBL zijn het gehele jaar onder genoemd drempelbedrag gebleven zodat er geen verplichting tot afstorten was in 2025. Zie onderstaande berekening per kwartaal:
De overlopende activa bestaat volledig uit overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen. Overige ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
_____________________________________________________________________________________________ 38
Jaarstukken 2025
Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december 2025 bestaan uit:
Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit:
Conform artikel 28 lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Aangezien er over boekjaar 2025 eigen vermogen is ingezet ter afdekking van het verlies, dient er na vaststelling van de jaarrekening geen vergoeding te worden gevraagd aan de GRgemeenten over boekjaar 2025. Per 31 december bestaat er een eigen vermogen van € 746.493 Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstandsvermogen is bepaald op maximaal 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2024 blijkt uit onderstaande optelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening Weerstandsvermogen 6% Eigen vermogen 31 december per saldo voor KBL
2025 14.027.569
2024 13.360.456
841.654 746.493
801.627 801.627
Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar lager is dan het weerstandsvermogen, bestaat er na afsluiting van het boekjaar 2025 geen terugbetalingsverplichting. _____________________________________________________________________________________________ 39
Jaarstukken 2025
Aangezien de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de risicoanalyse 2026 is vastgesteld op € 751.000 en het eigen vermogen na winstbestemming € 746.493 betreft, is de ratio weerstandsvermogen 0,99. De waarde <1 kwalificeert hiermee net onvoldoende. Desalniettemin, betekent een ratio weerstandsvermogen van 0,99 dat de beschikbare weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk is aan de in kaart gebrachte risico’s voor 2026. Tevens staan de GR-gemeenten conform de aard van de GR garant voor eventuele tekorten in de toekomst.
De voorzieningen betreffen:
Met ingang van het boekjaar 2020 werd, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2025 is bepaald op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2025 is beëindigd en betreft derhalve € 0,-. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt:
Met ingang van het boekjaar 2022 werd, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2025 is bepaald op basis van het saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2025. Het verloopoverzicht van de voorziening bovenwettelijke verlofuren is als volgt:
De vaste schulden betroffen in het verleden de achtergestelde leningen verstrekt door de GR-gemeenten aan KBL.
_____________________________________________________________________________________________ 40
Jaarstukken 2025
Het verloopoverzicht is als volgt:
Medio 2025 zijn alle resterende achtergestelde leningen volledig terugbetaald aan de verschillende GR-gemeenten aangezien de geaccumuleerde batige saldi op 31-12-2024, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers de nagestreefde solvabiliteit (10%) destijds overschreed. Hierdoor is het saldo aan vaste schulden per 3112-2025 € 0,-.
De netto vlottende schulden bestaan uit:
De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven:
Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2026 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. De sterke afname wordt veroorzaakt door het overzetten van de bankrekeningen naar beheer- en leefgeldrekeningen van de Rabobank. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2025 laat een saldo zien van € 1.009.577 en bestaat uit reguliere inkopen en de daaruit volgende crediteuren.
_____________________________________________________________________________________________ 41
Jaarstukken 2025
Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel.
De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven:
Verplichtingen De verplichtingen ultimo 2025 bestaan uit: • Loonkosten te betalen aan gemeente Maastricht € 1.582.911 • Bankkosten & bankmutaties € 7.483 • Overige te betalen bedragen: o Inhuur €81.637,78 o Advies €17.996,26 o Software €46.195,89 o Salarisverwerking €69.674,12 o Facilitaire dienstverlening €68.350,82 o Overige €9.661,95 Vooruit ontvangen bedragen De vooruit ontvangen bedragen per ultimo 2025 hebben betrekking op de ontvangen achtergestelde leningen, de gerealiseerde btw‑teruggave en het aandeel in het eigen vermogen per 31 december 2024 van de gemeente Heerlen ten behoeve van de uittreedregeling. Daarnaast is hierin het in 2025 gefactureerde boetebedrag aan de gemeente Heerlen opgenomen dat samenhangt met de uittreedsom uit de Gemeenschappelijke Regeling. Op dit totaal is de omzet in mindering gebracht die in 2025 reeds is verantwoord met betrekking tot deze uittreedsom. Hierdoor ontstaat het saldo dat ultimo 2025 als vooruit ontvangen bedrag is gepresenteerd.
_____________________________________________________________________________________________ 42
Jaarstukken 2025
Niet uit de balans blijkende verplichtingen KBL heeft een aantal niet uit de balans blijkende verplichtingen die voornamelijk betrekking hebben op huur- en servicecontracten en ICT kosten met een resterende looptijd variërend van 1 tot 7 jaar. De huurverplichtingen voor onroerend goed bedragen in totaal +/- € 174.000 per jaar, met een contractduur die loopt tot 1 juli 2030. Daarnaast heeft de onderneming verplichtingen met betrekking tot onderhoudscontracten voor gebouwen, waarvan de resterende contractwaarde +/- € 75.000 per half jaar bedraagt voor onbepaalde termijn, met een opzegtermijn van 3 maanden voor beëindiging. In oktober 2025 is KBL overgestapt van koffieleverancier en heeft derhalve een contract lopen bij Jacobs Douwe Egberts tot en met 2032. De waarde van dit resterende contract betreft €80.000. Daarnaast loopt er voor de primaire registratiesoftware Bizon een contract tot en met 2027 met een waarde van €232.000. Dit contract kan worden verlengd na deze periode met een nieuwe 2-jarig contract en daaropvolgend met jaarcontracten. Verder bestaat er een verplichting voor IT-diensten met Interstellar, met een totale waarde van € 2.002.911, die loopt van 1 september 2024 tot minimaal 1 september 2029. Deze verplichtingen vertegenwoordigen aanzienlijke verbintenissen die over de komende jaren zullen worden nagekomen, conform de overeengekomen contractduur.
Soort verplichting
Leverancier
Restant contractwaarde
Ingang
Einde
Huur onroerend goed
Brix
€ 866.653
30-06-2015 01-07-2030
Onderhoud gebouwen Gemeente Sittard-Geleen
€ 75.600 per half jaar
01-10-2024 Opzeggen 3 maanden voor beëindiging
Koffiemachines
Jacobs Douwe Egberts
€ 80.000
01-10-2025 30-09-2032
Salarisadministratie / P&O services
Gemeente Maastricht
€ 65.000
Start GR
Primaire registratiesoftware
Bizon
€ 232.350
01-10-2024 01-10-2027
Managed Service Provider
Interstellar
€ 2.002.911
01-09-2024 01-09-2029
Telefonie
Kreuze
€ 31.200
01-07-2024 01-07-2026
Jaarlijks opzegbaar
_____________________________________________________________________________________________ 43
Jaarstukken 2025
Toelichting op het overzicht van baten en lasten In 2025 is de bekostigingssystematiek van KBL gewijzigd, waarbij de lasten zijn gesplitst in bestaanslasten(Opbrengsten voor KBL) en directe baten. Voorheen werd gewerkt met een integraal uurtarief. Door deze wijziging zijn opbrengsten en lasten per dienstverlening niet direct vergelijkbaar met de cijfers over 2024. Aangezien er geen stelselwijziging heeft plaatsgevonden, zijn de vergelijkende cijfers over 2024 ook niet aangepast en worden deze gepresenteerd zoals oorspronkelijk verantwoord, in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Verschillen tussen 2024 en 2025 kunnen worden echter mede verklaard door de gewijzigde interne bekostigingssystematiek.
BATEN: Algemeen De totale baten in 2025 zijn in totaliteit met €98.326 hoger uitgevallen dan dat deze waren meegenomen in de eerste begrotingswijziging 2025. De opbrengsten van KOT & FNWL zijn gedurende het jaar weggevallen en er is voor het eerst met bestaansopbrengsten gewerkt na aanzien van de vernieuwde bekostigingsstructuur die vanaf 2025 gehanteerd wordt.
De totale opbrengsten met betrekking tot preventie, vroegsignalering en educatie over 2025 zijn € 634.418 lager dan de realisatie 2024 maar tegelijkertijd € 16.932 hoger dan de tweede begrotingswijziging in het najaar van 2025. In 2025 is het aantal uren besteed aan preventie, vroegsignalering en educatie toegenomen, maar veroorzaakt het lagere uurtarief gehanteerd voor de GR-gemeenten voor deze dienstverlening een lager resultaat dan in 2024.
De totale opbrengsten intake over 2025 zijn circa € 612.700 lager dan de realisatie in 2024. Daarnaast zijn deze opbrengsten +/- €1.000 hoger dan opgenomen in de tweede begrotingswijziging over 2025. Wat opvalt bij deze dienstverlening is dat het aantal intakes in 2025 met maar liefst 200 stuks is toegenomen ten opzichte van 2025. De afname in de opbrengst is in deze dienstverlening dan ook volledig toe te wijzen aan het gereduceerde uurtarief voor de GR-gemeenten.
De totale opbrengsten over 2025 zijn circa €101.700 lager dan 2024 en liggen tevens circa € 4.600 lager dan de begrotingswijziging over 2025. De afname van de intakeopbrengsten voor sociale kredietverstrekking (intake) wordt voornamelijk veroorzaakt door een daling van het aantal aanvragen in 2025 ten opzichte van 2024. In totaal zijn er in 2025, voor _____________________________________________________________________________________________ 44
Jaarstukken 2025
consumptief krediet en saneringskrediet gezamenlijk 235 aanvragen minder ingediend dan in 2024. Daarnaast heeft het lagere uurtarief eveneens bijgedragen aan de daling van de totale opbrengsten uit intake voor kredietverlening.
Het aantal budgetbeheerrekeningen is in 2025 licht afgenomen tot 1.632 (2024: 1.746). Deze afname is dan ook te zien in de afname van de opbrengsten uit budgetbeheer die circa €172.000 lager uitvallen in 2025 ten opzichte van 2024. Doordat voor budgetbeheer hetzelfde uurtarief in 2025 gold ten opzichte van 2024 m.u.v. de administratiekosten, ligt hier de afname in opbrengsten zichtbaar beter in lijn met de daadwerkelijke afname in aantallen.
Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 240 reguliere dossiers in 2024 gedaald naar 235 dossiers in 2025. Daarbij is het aantal dossiers na de uittreding van de gemeente Heerlen sneller afgenomen dan verwacht waardoor de opbrengsten uit BBR-maatwerk relatief hard gedaald zijn in 2025 ten opzichte van 2024. De totale opbrengsten over 2025 zijn ruim € 565.000 lager dan de realisatie 2024, echter, alsnog € 5.000 hoger dan de begrotingswijziging over 2025.
Het aantal zaken bewindvoering is ultimo 2025 gestegen van 780 naar 795 dossiers. Desalniettemin, betreft dit getal geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld. Voor 2024 gold nog een extra bijdrage die vanaf 2025 met de nieuwe bekostigingssystematiek voor de GR-deelnemers is weggevallen. De totale opbrengsten over 2025 is uiteindelijk € 1.020.000 lager dan de realisatie 2024 en € 21.500 hoger dan de begrotingswijziging over 2025. Voor deze dienstverlening valt de daling in het GR-uurtarief dus duidelijk te merken voor KBL en de GR-partners.
_____________________________________________________________________________________________ 45
Jaarstukken 2025
De totale opbrengsten uit schuldenaanpak over 2025 zijn ongeveer € 2.234.500 lager dan de realisatie 2024 en ruim € 26.000 hoger dan de tweede begrotingswijziging ingediend in het najaar van 2025. De afname in opbrengsten is enerzijds toe te schrijven aan de afname van het aantal geaccepteerd schuldregelingen naar 406 (2024:438). Anderzijds, en tevens het overgrote deel van de daling in de opbrengsten in het kader van schuldenaanpak is ontstaan door de relatief hoge aantallen binnen de dienstverlening en het effect van het lagere GR-uurtarief in 2025.
De overige bedrijfsopbrengsten bestaan hoofdzakelijk uit de facturatie in verband met het toepassen van de 90%-clausule bij de niet-GR-gemeenten conform de DVO. Daarnaast zijn hierin de detacheringsopbrengsten opgenomen voor medewerkers die bij klantgemeenten zijn ingezet. De totale opbrengsten over 2025 liggen echter € 96.000 lager dan de realisatie over 2024, aangezien de detacheringen uitsluitend in het eerste kwartaal hebben plaatsgevonden. Ten opzichte van de begrotingswijziging 2025 vallen de gerealiseerde opbrengsten daarentegen ruim € 27.000 hoger uit.
De rentemarge is ca. €153.000 afgenomen in vergelijking met 2024. De rente baten laten een daling zien die wordt veroorzaakt door de gedaalde kredietportefeuille. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De overige rentelasten minus baten hebben voornamelijk betrekking op de ontvangen rente rekening-courant van de BNG (rentecompensatiestelsel). De totale rentemarge over de BNG-bankrekening 2025 is ca. € 88.000 lager dan in 2024.
_____________________________________________________________________________________________ 46
Jaarstukken 2025
Het bestuur heeft in het verleden besloten een voorziening te treffen voor mogelijke oninbaarheid van uitstaande kredieten. Jaarlijks wordt beoordeeld of en in welke mate deze voorziening nog noodzakelijk is. Eventuele afboekingen kunnen ten laste van deze voorziening worden gebracht, waardoor de impact op de resultaten wordt beperkt. De huidige kredietportefeuille bestaat inmiddels volledig uit leningen die vanaf 2005 zijn verstrekt. Deze portefeuille kent al jaren een positief verloop. De afboekingen op deze leningen zijn tot op heden minimaal en ook eventuele betalingsachterstanden blijven binnen acceptabele grenzen. Gezien het zeer beperkte risico op oninbaarheid per 2026 wordt opnieuw beoordeeld of het aanhouden van een voorziening nog noodzakelijk is. De deelname over 2025 ligt ruim € 1.100 hoger dan de realisatie over 2024.
In 2024 is besloten om de opbrengsten KOT over de eerdere jaren af te rekenen aangezien het terugbetalingsrisico nihil is geworden. In de voorgaande jaren is uitgegaan van het voorzichtigheidsbeginsel. Daarnaast heeft de KOT dienstverlening wel langer doorgelopen dan verwacht waardoor er naast de opbrengsten uit voorgaande jaren ook in 2025 nog voor € 20.000 aan opbrengsten extra gegenereerd zijn. Verder is er in 2024 vanuit de SBN aan KBL gevraagd om personeel en ondersteuning te leveren ten behoeve van het FNWL-project. Ook in 2025 heeft KBL hier nog gedeeltelijk aan meegewerkt dat heeft geleid tot een extra batenpost van ruim €126.000. In tegenstelling tot 2024 zijn de baten in 2025 fors lager uitgevallen als gevolg van de afronding van het KOT- en FNWL-project in het eerste halfjaar van 2025. Beide projecten zijn succesvol afgesloten, waardoor in de tweede helft van het boekjaar geen project gerelateerde opbrengsten meer zijn gerealiseerd. Dit verklaart de daling van de baten ten opzichte van het voorgaande jaar. Tevens is de gemeente Heerlen eind 2023 uit de GR gestapt waardoor er een boetbedrag is bepaald en verdeeld over 5 jaar. In 2025 is het tweede gedeelte van de boete verantwoord wat lijdt tot € 323.000 aan extra opbrengsten.
Met ingang van 2025 werkt KBL voor het eerst volgens de vernieuwde bekostigingssystematiek. Deze systematiek is uitgewerkt en vastgesteld in de eerste begrotingswijziging 2025 en voorziet in een nadere toerekening van lasten aan overhead en directe lasten.
_____________________________________________________________________________________________ 47
Jaarstukken 2025
Op basis van deze toerekening wordt een deel van de bestaanslasten van KBL toegerekend aan de vijf deelnemende GR-gemeenten. Voor het verslagjaar 2025 leidt deze systematiek voor het eerst tot de verantwoording van een afzonderlijke batenpost in de jaarrekening, bestaande uit de aan de GR-gemeenten doorbelaste overheadlasten. De begrote overheadlasten zijn conform de eerste begrotingswijziging 2025 in rekening gebracht bij de GR-gemeenten en als zodanig verantwoord als baten in de exploitatierekening. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de afgesproken bekostigingssystematiek en wordt de transparantie in de financiering van de organisatie vergroot. KBL kent in haar begroting en jaarrekening verder geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.
_____________________________________________________________________________________________ 48
Jaarstukken 2025
LASTEN:
De post salarissen bestaat uit:
De salariskosten zijn in 2025 hoger uitgevallen ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt allereerst verklaard door de indexering conform de geldende cao, de jaarlijkse periodieke verhogingen (anciënniteit) en de doorstroom van medewerkers naar de eindschaal. Deze reguliere loonontwikkelingen hebben geleid tot een structurele toename van de loonsom. Daarnaast is sprake van een aanzienlijke stijging van het ziekteverzuim, als gevolg hiervan is KBL genoodzaakt geweest een hogere personele bezetting aan te houden om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen en geen onnodige wachttijden voor klanten te laten ontstaan. De combinatie van cao-gerelateerde loonontwikkelingen, periodieke verhogingen, doorstroom naar hogere schalen en de hogere inzet als gevolg van verzuim en capaciteitsbehoefte resulteert per saldo in hogere salariskosten ten opzichte van het voorgaande boekjaar. De salariskosten zijn in 2025 ca. € 384.000 hoger dan in 2024. Per saldo zijn de salariskosten in 2025 uiteindelijk ca. € 9.000 lager dan de meest recente begrotingswijziging 2025.
De lasten WW-uitkeringen 2025 bestaan uit:
Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke dienstverbanden worden WWuitkeringen door het UWV aan KBL doorbelast. KBL is daarbij eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet, hetgeen betekent dat de lasten van toegekende uitkeringen voor rekening van de organisatie komen. In 2025 bedraagt het saldo op de WW-lasten per saldo € 78.000 negatief. Dit wordt veroorzaakt doordat de aan het UWV betaalde WWuitkeringen zijn gecompenseerd door situaties van zogenoemde ziek uit dienst. In deze gevallen is sprake van een uitkeringslast op grond van de Ziektewet (ZW) bij einde dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid, waarbij de lasten niet (volledig) ten laste _____________________________________________________________________________________________ 49
Jaarstukken 2025
van KBL komen in het kader van het eigenrisicodrager schap voor de WW. Per saldo leidt dit tot een vrijval binnen de WW-verplichtingen. Conform de richtlijnen van het BBV wordt sinds 2020 een voorziening WW-verplichting in de jaarrekening opgenomen. Aangezien er ultimo 2025 geen concrete of te verwachten WW-verplichtingen voor 2026 zijn geïdentificeerd, is de voorziening in 2025 volledig afgebouwd tot nihil.
De kosten van KBL met betrekking tot inhuur zijn in 2025 ruim € 416.000 hoger dan in 2024. De hogere kosten in 2025 waren het gevolg van het inhuren van een aantal sleutelposities binnen de KBL waaronder een projectleider, ICT-, stafmanager P&C/controller, HR-adviseur, beleidssecretaris en medewerkers ten behoeve van de uitvoering. De gerealiseerde kosten 2025 liggen volledig in lijn met de begrote lasten in de geaccordeerde begrotingswijziging 2025.
De overige personeelslasten in 2025 zijn circa € 23.000 lager dan in 2024. Deze daling is mede het gevolg van een strakke sturing op de uitgaven en een kritische beoordeling van voorgenomen kosten. Daarbij is steeds expliciet afgewogen of uitgaven daadwerkelijk noodzakelijk waren en of deze bijdroegen aan de doelstellingen van de organisatie. In de begrotingswijziging 2025 waren de overige personeelslasten geraamd op € 158.000.
Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2024 gestegen met bijna € 142.000. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2024 zijn de afschrijvingen geraamd op € 216.000.
De huisvestingslasten 2025 bestaan uit:
_____________________________________________________________________________________________ 50
Jaarstukken 2025
De huisvestingslasten zijn in 2025 € 14.000 hoger dan in 2024. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door indexatie van de contractuele lasten en een hogere inzet van schoonmaakdiensten. Ten opzichte van het voorgaande jaar vallen de huisvestingslasten daarmee hoger uit. In vergelijking met de voor 2024 geraamde huisvestingslasten van € 369.000 ligt de realisatie echter € 20.000 lager. Dit verschil wordt hoofdzakelijk verklaard door lager dan verwachte energiekosten over 2025
De bureau- en administratielasten KBL 2025 bestaan uit:
De bureau- en administratielasten zijn in 2025 circa € 86.000 hoger dan in 2024. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor onderhouds- en licentiecontracten. Daarnaast zijn in 2025 de voorbereidingen gestart voor de implementatie van een nieuw softwarepakket ten behoeve van het kredietbeheer, wat eveneens heeft bijgedragen aan de toename van de bureau- en administratielasten. In de begroting 2025 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 1.591.000. De realisatie is derhalve slechts € 10.000 hoger dan begroot.
De beheerslasten KBL 2025 bestaan uit:
De beheerslasten zijn in 2025 € 188.000 lager dan in 2024. Deze daling is vooral het gevolg van lagere advieskosten. Daarnaast heeft een strakke sturing op de uitgaven en een kritische beoordeling van voorgenomen bestedingen bijgedragen aan het terugbrengen
_____________________________________________________________________________________________ 51
Jaarstukken 2025
van de beheerslasten. Desalniettemin waren de beheerslasten in de begrotingswijziging 2025 geraamd op €608.000 en vallen derhalve € 23.000 hoger uit dan begroot.
De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2025. De beoordeling aan oninbare kredieten per 31-12-2025 betreft €2.450.
Met ingang van het boekjaar 2022 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de bovenwettelijke verlofuren opgenomen in de jaarrekening. Het bedrag ultimo 2025 is bepaald op basis van het gemiddelde saldo van de bovenwettelijke verlofuren per 31 december 2025. De mutatie over 2025 betreft een verlaging van de voorziening en resulteert derhalve negatieve kosten.
_____________________________________________________________________________________________ 52
Jaarstukken 2025
Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2025 bedragen in totaliteit €14.022.857. Het aandeel lasten KBL bedraagt € 13.937.690, de KOT lasten bedragen € 18.451 en de FNWL-lasten bedragen € 66.716. De lasten conform de begrotingswijziging 2025 bedragen €14.074.461. De begroting is hiermee niet overschreden waardoor KBL op het begrotingscriteria rechtmatig heeft gehandeld in 2025. De grootste verschillen tussen de 2e begrotingswijziging 2025 en de realisatie worden hieronder verder toegelicht: 1. WW-uitkering De teruggave aan WW-uitkeringen vallen met - €78.000 positiever uit dan de geraamde €35.000. Dit is ontstaan doordat KBL onverhoopt meer compensatie heeft mogen ontvangen voor een werknemer dan dat er vooraf met zekerheid gesteld had kunnen worden. Begrotingswijziging 2025: - €35.000 Werkelijk 2025: € - €78.354 (- € 43.354) 2. Huisvestinglasten In de begrotingswijziging waren de huisvestinglasten geraamd op €369.000. In Q4 waren er extra kosten verwacht voor huur van externe ruimtes en hogere energiekosten.
Deze kosten zijn alsnog uitgebleven en hebben geleid tot €20.000 aan lagere huisvestinglasten. Begrotingswijziging 2025: € 369.000 Werkelijk 2025: € 348.000 (- € 20.000) 3. Beheerslasten De beheerslasten waren in de begrotingswijziging geraamd op €608.000. Door een aantal extra softwarelasten door onder andere aanpassingen aan software, aantal licenties en prijsverhogingen zijn de bureau- en administratielasten alsnog €23.000 hoger uitgevallen dan opgenomen in de begroting. Begrotingswijziging 2025: € 608.000 Werkelijk 2025: € 631.000 ( € 23.000)
_____________________________________________________________________________________________ 53
Jaarstukken 2025
Begrotingsrechtmatigheid KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de prognose en de realisatie over 2025 weergegeven: Batenafwijking
Lastenafwijking
Motivering van de conclusie: De baten over 2025 vallen per saldo € 96.000 hoger uit dan was begroot. Deze positieve afwijking is voornamelijk het gevolg van een lichte overuitputting door de GR-gemeenten ten opzichte van de raming in de begrotingswijziging, gecombineerd met aanvullende facturatie aan enkele DVO-gemeenten op basis van de contractueel vastgelegde 90%clausule voor minimale afname. Tijdens de bespreking van de concept-jaarrekening in het Algemeen Bestuur in april is deze batenstijging, conform de P&C-cyclus en de kaders voor rechtmatigheid, expliciet toegelicht. Hierdoor kan de afwijking als rechtmatig worden beschouwd. De lasten over 2025 vallen per saldo € 52.000 lager uit dan begroot. Deze lagere realisatie hangt voornamelijk samen met een hogere teruggave van WW‑uitkeringen vanuit het UWV dan vooraf was voorzien. Omdat deze teruggave niet specifiek werd verwacht, heeft dit geleid tot een gunstiger lastenbeeld dan in de begroting was opgenomen.
Rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur Per 1 januari 2024 is de Wet decentrale rekenkamers (Wvdr) in werking getreden. Met deze wetswijziging is voor het dagelijks bestuur (DB) de verplichting geïntroduceerd om een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen als onderdeel van de jaarrekening. In deze rechtmatigheidsverantwoording legt het DB zelf verantwoording af over de mate waarin in het verslagjaar rechtmatig is gehandeld. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de voorgeschreven teksten van de Commissie BBV, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Kadernota rechtmatigheid 2025. Verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‑, voorwaarden‑, en misbruik‑ en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings‑, voorwaarden‑, en misbruik‑ en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de _____________________________________________________________________________________________ 54
Jaarstukken 2025
balansmutaties in overeenstemming zijn met door het AB vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet‑ en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is door het AB in november 2025 in het vastgestelde normenkader rechtmatigheid verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het AB bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 280.451. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV van september 2025. Bevinding Het DB stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen een bedrag van € 0 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 280.451. De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium
X €1
1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau)
€0
1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
€0
2. Ongeautoriseerde reservemutaties p.s. veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden
€0
3. Overschrijding van baten en/of €0 onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het AB zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling et cetera). Totaal begrotingsonrechtmatigheden
€0
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet ‑acceptabele
€0
_____________________________________________________________________________________________ 55
Jaarstukken 2025
begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Voorwaardencriterium
Geen bevindingen
5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering).
Geen bevindingen
M&O criterium
Geen bevindingen
Totaal Onrechtmatigheden
€0
Waarvan acceptabel
€0
Waarvan niet‑acceptabel
€0
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het AB aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie men onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
_____________________________________________________________________________________________ 56
Jaarstukken 2025
Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:
De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.
_____________________________________________________________________________________________ 57
Jaarstukken 2025
Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten
_____________________________________________________________________________________________ 58
Jaarstukken 2025
Toelichting op de structurele en incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten over 2025 zijn deels verbonden met de afronding van de kinderopvangtoeslagaffaire (KOT) en de Financiële Nood Waterschade Limburg (FNWL). Hoewel de ondersteuning door KBL aan de Sociale Banken Nederland (SBN) voor de afwikkeling van de KOT-dossiers formeel in 2024 zou eindigen, liep deze inzet door tot begin 2025. Ook de werkzaamheden voor SBL in het kader van het FNWL-project hebben langer geduurd dan oorspronkelijk gepland en zijn medio mei 2025 afgerond. Daarnaast laat de staat van structurele baten en lasten een structureel negatief saldo zien. Dit gepresenteerde tekort wordt echter in belangrijke mate veroorzaakt door de BBVsystematiek en de specifieke boekhoudkundige verwerking van de achtergestelde leningen. De mutatie in de reserve die voortvloeit uit deze verwerking kwalificeert als een incidentele inzet van middelen. Door ervoor te kiezen de achtergestelde leningen op de reeds eerder geaccordeerde wijze boekhoudkundig te verwerken, is voorkomen dat deze lasten leiden tot een verhoging van de structurele bestaanslasten. In het BBV-overzicht worden de hiermee samenhangende lasten echter wel als structureel gepresenteerd, zonder dat daar structurele baten tegenover staan, waardoor een structureel negatief saldo zichtbaar wordt. Het onderliggende financiële beeld wijkt hiervan af.
De reguliere, terugkerende exploitatie van KBL is structureel in evenwicht: de structurele baten zijn toereikend om de structurele lasten te dekken. Daarbij geldt dat de hernieuwde bekostigingssystematiek, gebaseerd op kostendekkende tarieven, er in de basis voor zorgt dat structureel evenwicht in de exploitatie wordt gerealiseerd. Het gepresenteerde structurele tekort is daarmee geen weerspiegeling van een feitelijke structurele disbalans, maar het gevolg van een bewuste administratieve keuze in de verwerking van de achtergestelde leningen en andere beleidsmatige keuzes om het exploitatietekort en andere structurele lasten, die weliswaar tijdelijk van aard waren, te dekken met inzet uit het eigen vermogen. Deze benadering sluit aan bij prudent financieel beheer, waarbij incidentele effecten ook als zodanig worden verwerkt en niet leiden tot een structurele verzwaring van de exploitatie. Het structurele tekort zoals zichtbaar in het BBV-overzicht dient daarom te worden bezien in samenhang met de resultaatbestemming en de reserve-mutaties. Na verwerking hiervan resteert geen structureel exploitatietekort. De financiële positie van KBL blijft solide en biedt voldoende waarborgen voor zowel de continuïteit van de dienstverlening als de uitvoering van de strategische koers.
_____________________________________________________________________________________________ 59
Jaarstukken 2025
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode en biedt een beeld van de liquiditeitspositie van de onderneming. Het helpt alle belanghebbende omtrent KBL bij het beoordelen van de capaciteit om aan financiële verplichtingen te voldoen, toekomstige investeringen te financieren en winstuitkeringen te doen. Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. Uit het overzicht blijkt een negatieve kasstroom in 2025 van €1.565.268. Deze kasstroom is in lijn met de richting uit de EMU-saldo berekening.
_____________________________________________________________________________________________ 60
Jaarstukken 2025
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2025 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 246.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Gedurende 2024 heeft er een directeurswissel plaatsgevonden. Deze wijziging is in onderstaande overzicht meegenomen: Gegevens 20251 4 Robert Hendrikx
Bedragen x € 1 Functiegegevens
5
Algemeen directeur
1/1 - 31/12
6/5 - 31/12
1,00
1,0
ja
ja
6
Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
Bianca Bruins
Waarnemed algemeen directeur & Regiomanager
7
8
Dienstbetrekking? 9
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
104.466
Beloningen betaalbaar op termijn
10.649
7.856
115.114
91.509
246.000
160.405
Subtotaal 10
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
11
83.652
N.v.t.
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
115.114
Bezoldiging
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de
N.v.t.
12
overschrijding al dan niet is toegestaan
13
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t.
91.509
N.v.t.
N.v.t. N.v.t.
Gegevens 20241 4 Bedragen x € 1 Functiegegevens
5
8
Bianca Bruins n.v.t.
01/12-31/12
Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
Robert Hendrikx Waarnemed algemeen directeur & Regiomanager
7
1,0 Ja
Dienstbetrekking? 9
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
100.546
Beloningen betaalbaar op termijn
15.009
-
115.555
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
-
Bezoldiging
115.555
-
Subtotaal 10
-
De inschaling is volgens het functiehuis van KBL. Zowel de nieuwe directeur als de plaatsvervangend directeur komen niet uit boven het normbedrag conform WNT.
_____________________________________________________________________________________________ 61
Jaarstukken 2025
De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2025. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in op 31-12-2025:
Bijlage taakvelden
KBL kent één programma. Alle taakvelden worden binnen dit programma verantwoord.
_____________________________________________________________________________________________ 62
Jaarstukken 2025
Ondertekening jaarrekening De jaarrekening is door de directeur en het Algemeen Bestuur opgemaakt te Geleen op 10 juli 2025.
Mevr. B. Bruins
Dhr. J. Roland
Algemeen Directeur
Voorzitter Algemeen Bestuur
_____________________________________________________________________________________________ 63
Jaarstukken 2025
Vaststelling van de jaarrekening Geleen, 10 juli 2025 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 10 juli 2025.
Dhr. J. Roland Voorzitter Algemeen Bestuur
_____________________________________________________________________________________________ 64
Jaarstukken 2025
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg
Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
_____________________________________________________________________________________________ 65
Jaarstukken 2025
Lijst van gehanteerde afkortingen AB
Algemeen Bestuur
AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
BADO
Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden
BBR
Budgetbeheer
BBV
Besluit Begroting en Verantwoording
BGS
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
BNG
Bank Nederlandse Gemeenten
CAO
Collectieve Arbeids Overeenkomst
CBS
Centraal Bureau Statistiek
DB
Dagelijks Bestuur
DK
Doorlopend Krediet
DVO
Dienstverleningsovereenkomst
EMU
Economisch Monetaire Unie
EV
Eigen Vermogen
FIDO
Wet Financiering Decentrale Overheden
FNWL
Project Financiële Nood Waterschade Limburg
GR
Gemeenschappelijke Regeling
I(C)T
Information (Communication) Technology
KBL
Kredietbank Limburg
KIWA
Keurings Intituut Waterleiding Artikelen
KOT
Project Kinderopvangtoeslagaffaire
M&O
Misbruik en Oneigenlijk gebruik
MSNP
Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen
NVVK
Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet
PL
Persoonlijke lening
P&C
Planning & Control
RDC
Rabo Direct Connect
SAAS
Software as a Service
SBN
Sociale Banken Nederland
SHV
Schuldhulpverlening
SB
Schuldbemiddeling
SK
Saneringskrediet
VPB
Vennootschapsbelasting
VV
Vreemd Vermogen
WGS
Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening
WNT
Wet Normering Topinkomens
WOO
Wet Open Overheid
WSNP
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
WW
Werkloosheidswet
_____________________________________________________________________________________________ 66
Jaarstukken 2025