Raadsvoorstel 202598459 (bijlage) 1. Conceptaanvraag gemeente Brunssum Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
Tekst van het document
Particuliere verhuur betreft momenteel slechts een klein deel van de woningvoorraad in de geselecteerde buurten (namelijk 10%, 5%, 12%, 4%, 5% en 1%) tegenover hoge percentages corporatiehuur (namelijk 50%, 49%, 60%, 36%, 47%, 82%). Daarnaast is er bijna geen sprake van kamerverhuur in deze gebieden19. Überhaupt heeft de Opkoopbescherming slechts een indirecte invloed op het beperken van kwetsbare instroom omdat enkel de uitbreiding van woonruimte waar zij zich kunnen vestigen wordt beperkt en niet de instroom zelf. Hoewel verandering in gebruik van een woning kan leiden tot extra druk op de leefbaarheid, toetst dit instrument niet op overlastgevend of crimineel gedrag. Ook wordt de inzet van dit instrument normaal gesproken gebaseerd op woningschaarste en niet op basis van de negatieve gevolgen voor de leefbaarheid. Dit is echter wel mogelijk maar het blijft in de praktijk lastig om een directe causale relatie te leggen tussen enerzijds het opkopen en verhuren van woningen en 19
De Woonatlas, Woningvoorraad Brunssum 1-1-2025, Etil Research Group, 2025.
57
negatieve effecten voor de leefbaarheid anderzijds. Hoewel Brunssum vertrouwen heeft in haar onderbouwing ten aanzien van de leefbaarheidscriteria, wordt er ook getoetst op een mutatiegraad van meer dan 10%. Dat geldt slechts voor 2 buurten, namelijk de Eggen en de Kleikoelen maar in die buurten is het percentage particuliere huur slechts 5% en 1% tegenover 47% en 82% corporatiehuur. Tevens heeft gemeente Brunssum reeds sinds 2024 via het Facetbestemmingsplan kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren ongewenste vormen van onzelfstandige bewoning en splitsing aan banden gelegd. Overigens onderzoekt de gemeente wel de mogelijkheden voor invoering van een verhuurvergunning als additionele maatregel voor andere gebieden in de gemeente waar de leefbaarheid gebukt gaat onder particuliere verhuur. Naast opkoopbescherming is ook de zelfbewoningsplicht een indirect instrument; het beperkt niet direct de instroom van kwetsbare huishoudens, maar vooral de groei van het woningaanbod waar zij vaak op af komen. Omdat de zelfbewoningsplicht bovendien alleen op nieuwbouw gericht is en alleen op gemeentelijke gronden kan worden afgedwongen, is het effect op de leefbaarheid in de praktijk vaak nog beperkter dan het effect van de opkoopbescherming.
Daarom zijn andersoortige maatregelen nodig in de vorm van artikel 8 en artikel 10 om verdere stagnatie van deze buurten te voorkomen, terwijl artikel 9 uitermate geschikt is om juist een positieve impuls aan de buurten te geven.
2.3.2 Additionele interventies Naast de hierboven genoemde volkshuisvestelijke instrumenten zet de gemeente zich breder in voor het verbeteren van de sociaaleconomische positie van bewoners en het terugdringen van onveiligheid en overlast. Ook hier geldt dat deze lijst niet limitatief is. Fysieke ingrepen Gemeente Brunssum stuurt via de woningbouwprogrammering op een gebalanceerde mix van inwoners in wijken en buurten conform het principe mengen zonder te verdringen. Zo wordt er sociale huur toegevoegd in draagkrachtigere wijken en buurten en wordt er in kwetsbare gebieden juist ingezet op duurdere woningbouw.
Commentaar [DU1]: Hier moet de doorkijk naar de woningbouwprognose en de woondeal
58
Van miljoen kostend penthouse tot luxe appartement, studio en kavel, de woningen vliegen weg in Brunssum: eerste bewijs dat nieuwe aanpak werkt, De Limburger, september 2025.
Dit gebeurt op verschillende manieren, door nieuwbouw, maar juist ook door herstructurering. Ten aanzien van nieuwbouw staan er circa 1100 woningen op de programmering voor de komende 10-15 jaar. Ten aanzien van herstructurering worden er bijvoorbeeld in Brunssum Oost met behulp van het Volkshuisvestingsfonds woningen van slechte kwaliteit ingepond, gesloopt en levensloopbestendig en duurzaam nieuwgebouwd. Een deel van de woningen wordt teruggebouwd als middenhuurwoningen. In Brunssum Noord zijn 194 verouderde sociale huurwoningen gesloopt en worden er 158 woningen teruggebouwd waardoor er een mix tussen sociale huurwoningen, middeldure huur- en koopwoningen en zorgappartementen ontstaat. Ook worden er met behulp van het Volkshuisvestingsfonds particuliere koopwoningen verduurzaamd, specifiek in de buurt Lemmender. Voor Brunssum algemeen geldt dat er mensen met een laag inkomen gebruik kunnen maken van de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie. In
59
Brunssum Noord wordt ook ingegrepen in de openbare ruimte: samen met de buurt zijn er plannen gemaakt voor de Lemmender Boulevard: een 4 meter brede, doorgaande route die de wijk verbindt door groen en ontmoeting. Ook investeert de gemeente in herinrichting van wegen en de openbare ruimte. Grenzend aan de rand van de Eggen wordt een lifestylepark gecreëerd waar jong en oud kunnen bewegen en elkaar ontmoeten. Ook zijn er plannen om aan de grens van de Eggen een duurder segment woningen toe te voegen.
Figuur 14: Het schetsontwerp van de Lemmender boulevard, gemeente Brunssum 2025 en uitsnede van nieuwsartikel ‘Provincie draagt 1 miljoen bij aan Lifestylepark Brunssum’, Provincie Limburg, 2025.
Interventies vanuit het sociale domein De gemeente Brunssum zet zich al jarenlang in voor het verbeteren van bestaanszekerheid, gezondheid en ontwikkelkansen in kwetsbare buurten. Vanuit het sociaal domein is dit topprioriteit en wordt er fors geïnvesteerd in het versterken van de sociale basis en het ondersteunen van inwoners die te maken hebben met (gezondheid- en/of leer)achterstanden, bestaansonzekerheid en/of meervoudige problematiek. Deze inzet is gericht op het doorbreken van achterstanden en het bieden van perspectief en zijn onderdeel van een bredere aanpak waarin we steeds meer werken vanuit de leefwereld van inwoners. Concreet betekent dit dat Brunssum onder andere het volgende doet: We bestendigen het opbouwwerk dat gericht is op het activeren van bewoners, omzien naar elkaar en het versterken van gemeenschapszin. Ook zetten we extra maatschappelijk werk in, met aandacht voor mentale gezondheid, praktische & laagdrempelige hulp en zelf- en samenredzaamheid alsmede inzet van schoolmaatschappelijk werk op alle basisscholen en het voortgezet onderwijs. Ook worden er coaches in voor- en vroegscholen ingezet om jonge kinderen (2-6 jaar) met een zorg- of ondersteuningsbehoefte vroegtijdig te signaleren en te helpen, teneinde geïndiceerde zorg te voorkomen.
Daarnaast ontwikkelen we een inclusief kindcentrum, waarin een reguliere basisschool, het speciaal basisonderwijs, kinderopvang en peuteropvang worden gehuisvest, op basis van een gezamenlijk pedagogische visie. Ons jeugd- en jongerenwerk is zichtbaar aanwezig in de wijken/buurten en ondersteunt jongeren in hun ontwikkeling. Ook werken we met straatcoaches die bijdragen aan veiligheid, aanspreekbaarheid en verbinding met jongeren. We hebben ook veel oog voor bestaanszekerheid en dragen daar op verschillende manieren aan bij, door onder andere fruit en groente op scholen aan te bieden, als onderdeel van een gezonde leefomgeving en gelijke ontwikkelkansen, maar ook door samenwerking met St. Leergeld en het Jeugdfonds Sport- en Cultuur, waardoor kinderen uit gezinnen met een smalle beurs kunnen participeren op school en in sport- en cultuuractiviteiten. Aanvullend zetten we bredesportfunctionarissen in de wijken en bij scholen in, om bewegen en gezonde voeding te implementeren. Daarnaast is er een noodfonds voor minima, dat inwoners in acute (financiële) nood
60
tijdelijk ondersteunt en helpt om weer grip te krijgen op hun situatie. Aanverwant bieden we ook stress-sensitieve dienstverlening aan bij schuldhulpverlening. Ook organiseren we inloopspreekuren in de wijken voor inwoners met financiële zorgen, hulp bij het aanvragen van regelingen of administratieve zaken. Onze ketenpartners hebben naast hun eigen focus en werkzaamheden voor de inwoners ook zicht op andere leefgebieden en schakelen zo nodig andere partners in om middels vroegsignalering verergering van problematiek te voorkomen. Tot slot werken we met een aantal ondersteunende instrumenten en organisaties zoals de Voorzieningenwijzer, aansluiting op Nederlandse Schuldhulproute, convenant met woningcorporaties ter voorkoming van huisuitzettingen, Voedselbank, Arrangementenmonitor, Kledingbank, St. Stop Kinderarmoede, St. Babyspullen. Programmaplan Brunssum Noord en Oost: investeren in de wortels van de wijk Dit programma hebben we inmiddels meermaals benoemd in deze aanvraag. Kortgezegd behelst het een integrale aanpak op het gebied van wonen, leefbaarheid, onderwijs, werk, inkomen en veiligheid, om zo de woon- en leefomgeving in Brunssum Noord- en Oost te verbeteren.
Het programma bestaat uit een aantal veelomvattende pijlers: verduurzaming woningen, werken met ambassadeurs, tussen wal en schip-budget: oplossen problemen en leren vanuit de echte werkelijkheid, Sociaal Veilig Brunssum, een Zorgzame wijk in Noord, ontwikkeling Schutterspark als groene long voor de inwoners, herijking van het Sociaal Domein en tot slot de doorontwikkeling van het gebiedsgericht werken. Sociaal Veilig Brunssum Naast reguliere inzet van team toezicht en handhaving, de wijkmanagers, de wijk GGD’er, buurtnetwerken en buurtbemiddeling, maakt Brunssum een verdiepingsslag om complexe multiproblematiek adequaat aan te pakken. Sociaal Veilig Brunssum is een persoons- en gebiedsgerichte aanpak van sociale veiligheid. Op twee verschillende overlegtafels - het Casuïstiekoverleg en het Veilig Leefbaar Brunssum-overleg – wordt er in samenwerking met ISD BOL, politie, het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad, boa’s, veiligheidsadviseurs en zorgmedewerkers van de gemeente en het CMWW complexe casuïstiek besproken met als doel deze in gezamenlijkheid aan te pakken. Preventie met Gezag Project specifiek gericht op het voorkomen en aanpakken van jeugdcriminaliteit.
Daaronder zijn een aantal interventies opgenomen, te weten: Integrale jeugdaanpak Parkstad, Veilig in en om Scholen, Jeugdboa’s, inzet straatcoaches, intensieve begeleiding re-integratie officier, interventieprogramma’s Stichting Halt, Alleen jij bepaalt wie je bent (AJB), Integrale persoonsgerichte toeleiding naar arbeid (IPTA), Buurtgezinnen, opstart talentenhub, training preventieve leerkracht, uitbreiding jeugd- en jongerenwerk en inzet van analisten om datagedreven te werken. Damoclesbeleid De gemeente past bij geconstateerde hennepteelt of drugshandel het Damoclesbeleid toe. Corporaties treden streng op tegen drugshandel en hennepteelt. Bij geconstateerde overtreding zetten ze actief in op ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
2.3.3 De Wbmgp als ontbrekende schakel Ondanks al deze inspanningen, blijft het realiseren van echte verandering achter in de aangewezen buurten. De conclusie is dat geen van de bestaande instrumenten voldoende grip biedt op het
61
specifieke probleem van instroom. We kunnen de huidige bewoners ondersteunen en de buurt fysiek verbeteren, maar als er tegelijkertijd continu nieuwe kwetsbare bewoners bijkomen, worden de verbeteringen tenietgedaan. Reguliere instrumenten bieden geen mogelijkheid om bijvoorbeeld te voorkomen dat iemand zonder inkomen van buiten de regio of met een verleden van overlast en/of criminaliteit zich vestigt in een toch al zwakke buurt – behalve via een maatregel als de Wbmgp. De Wbmgp voorziet nu juist in dat unieke instrument dat ontbreekt in het reguliere palet: de mogelijkheid om te selecteren op wie zich waar mag vestigen, uiteraard onder strikte voorwaarden. Zoals ook blijkt uit paragraaf 2.1 Noodzakelijkheid, is dit dus geen overbodige luxe maar een noodzakelijke aanvulling op de bestaande maatregelen. Immers, het reguliere beleid heeft pas echt kans van slagen wanneer de instroom van nieuwe sociaaleconomische kwetsbaarheid wordt beperkt en de balans in de buurt zich kan herstellen. Zonder die instroombeperking is het, zoals vaak gezegd, deels water naar de zee dragen. De Wbmgp biedt het middel om die instroom te reguleren en zo de andere investeringen hun vruchten te laten afwerpen. Tegelijkertijd biedt het ook de mogelijkheid om een positieve impuls aan de buurten toe te voegen door middels artikel 9 voorrang te verlenen aan cruciale beroepsgroepen in deze buurten.
Zoals eerder in paragraaf 2.1 Noodzakelijkheid beargumenteerd, vormt het waterbedeffect op zichzelf geen doorslaggevende reden tot invoering van de Wbmgp in aangrenzende gebieden, máár versterkt het in Brunssum wel de noodzaak om de Wbmgp ook in de kwetsbaarste buurten van Brunssum in te zetten. Dit omdat de buurten die het meest onder druk staan in Brunssum, ook de meest goedkope woningvoorraad hebben en andere gebieden in deze regio relatief weinig sociale huurwoningen hebben. Dat heeft een aanzuigende werking op kwetsbare mensen die genoodzaakt zijn hier gebruik van te maken, mede doordat zij mogelijk in geselecteerde buurten in Heerlen en/of Kerkrade niet meer terecht kunnen als gevolg van de Wbmgp. De kans is daarom groot dat veel van de huishoudens die in Heerlen en/of Kerkrade geen huisvestingsvergunning krijgen, in Brunssum terechtkomen. Laten we er dan voor zorgen dat zij tenminste niet terechtkomen in buurten met gelijksoortige problematiek op basis waarvan hun huisvestingsvergunning in Heerlen en/of Kerkrade is geweigerd. Dat komt deze mensen alsmede onze buurten niet ten goede.
2.3.4 Conclusie subsidiariteit Subsidiariteit betekent dat we niet zwaarder ingrijpen dan nodig. Brunssum onderschrijft volledig dat de Wbmgp een uiterste redmiddel is, dat pas ingezet dient te worden als lichtere middelen tekortschieten. Precies dat stadium achten we nu bereikt in de genoemde buurten – de situatie is van dien aard dat een bijzondere maatregel gerechtvaardigd is. In de woorden van het Rijk: het zijn instrumenten die uitsluitend kunnen worden ingezet waar de leefbaarheid en veiligheid ernstig onder druk staat – en dat is hier het geval. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de Wbmgp-inzet zo gericht en beperkt mogelijk wordt gehouden en in samenhang met andere maatregelen plaatsvindt. Het instrument fungeert dus niet ter vervanging van bestaande inspanningen maar als ontbrekende schakel in onze integrale aanpak. Gezien de reeds getroffen maatregelen, zoals beschreven in deze paragraaf, en de ernst van de problematiek zoals onderbouwd in paragrafen 1.2 en 2.1, concludeert de gemeente Brunssum dat wordt voldaan aan het subsidiariteitscriterium en dat toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 gerechtvaardigd is.
62
2.4 Proportionaliteit Proportionaliteit houdt in dat de zwaarte van de maatregel in redelijke verhouding moet staan tot het doel en de problematiek, én dat bij de toepassing de rechten van betrokkenen zoveel mogelijk worden geborgd. In paragrafen 1.2 Situatieschets geselecteerde buurten, 2.1 Noodzakelijkheid en 2.2 Geschiktheid, hebben we uitvoerig beargumenteerd waarom ingrijpen in de geselecteerde buurten gerechtvaardigd is, maar ook waarom artikel 8, 9 en 10 geschikt zijn voor het aanpakken van de problematiek in deze buurten. Daarna heeft paragraaf 2.3 Subsidiariteit uiteengezet waarom bestaande interventies tekortschieten en waarom de Wbmgp een noodzakelijke aanvulling is. De onderstaande toelichting moet worden gelezen in samenhang met de hiervoor genoemde paragrafen, om inhoudelijke overlap te vermijden.
2.4.1 Toepassingsbereik van de Wbmgp Zoals in hoofdstuk 1 en paragraaf 2.1 Noodzakelijkheid geschetst, is de situatie in de geselecteerde buurten uiterst zorgelijk. De leefbaarheid en veiligheid staan zodanig onder druk dat een vergaande maatregel als selectieve woningtoewijzing gerechtvaardigd is. Via onderstaande overzichten maken we het aantal huurwoningen inzichtelijk waar, bij toekenning van onze aanvraag, de Wbmgp-maatregelen van toepassing op zullen zijn. In totaliteit gaat het om 2190 huurwoningen, zowel particuliere verhuur als corporatiewoningen. In verhouding tot de totale woningvoorraad van Brunssum betekent dat dat de Wbmgp van toepassing zal zijn op 15% daarvan, zoals weergegeven in tabel 8. Ditzelfde hebben we ook inzichtelijk gemaakt voor de totale regio Parkstad zoals we die in onze aanvraag hanteren. Dat schetst het volgende beeld: slechts 2% van de totale woningvoorraad in Parkstad is onderhevig aan selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp. Als we het perspectief verbreden naar de regio Zuid-Limburg en provincie Limburg als geheel, dan zien we dat dit respectievelijk 1% en 0,5% is. Er dient echter een onderscheid gemaakt te worden tussen het totaal aantal woningen waar de Wbmgp op van toepassing is en het daadwerkelijke aantal woningen per jaar dat beschikbaar komt voor de verhuur.
Dat aantal is aanzienlijk minder: De gemiddelde mutatiegraad in deze buurten is namelijk 9,5%. Dat betekent dat van de 2190 woningen, jaarlijks circa 208 woningen waar selectieve woningtoewijzing op van toepassing is, beschikbaar komen voor verhuur. Tabel 8: aandeel Wbmgp-woningen van de totale woningvoorraad van Brunssum
Woningvoorraad Brunssum
Woningen in Wbmgpbuurten
Percentage Wbmgpwoningen van totaal aantal woningen
Corporatiewoningen
4030
1905
47%
Particuliere huurwoningen
1500
285
19%
Totaal aantal woningen
14195
2190
15%
63
Tabel 9: aandeel Brunssumse Wbmgp-woningen van de totale woningvoorraad van Parkstad, Zuid-Limburg en Limburg
Wbmgpgebied Brunssum
Aandeel van de woningvoorraad Parkstad Limburg
Aandeel van de woningvoorraad Zuid-Limburg
Aandeel van de woningvoorraad Limburg
Corporatiewoningen 1905
39.282
5%
86.073
2%
140.770 1,5%
Particuliere huurwoningen
285
17.110
2%
49.787
1%
76.656
Totaal Part. Huur + corporatie huur
2190
56.392
4%
135.860 2%
217.426 1%
Totale woningvoorraad inclusief koopwoningen
2190 Wbmgpwoningen (excl. Koop)
131.293
2%
305.291 1%
548.613 0,5%
0,5%
Ook hebben we in voorgaande hoofdstukken en paragrafen uiteengezet welke artikelen we willen toepassen – artikel 8, artikel 9 en artikel 10 – maar ook op welke wijze we deze gaan toepassen. Het toepassingsgebied is precies afgebakend op basis van uniforme selectiecriteria (zoals beschreven in paragraaf 1.2.1 Selectiecriteria) in lijn met buurgemeente Heerlen. Hoewel uit de Veerkrachtanalyse blijkt dat 7 aangrenzende buurten ook onder druk staan (≥30% roze, rood of donkerrood, zie figuur 5), hebben we niet meer gebieden dan nodig opgenomen. Ook binnen de geselecteerde buurten geldt artikel 8 enkel voor nieuwe woningzoekenden van buiten de regio of die minder dan 6 jaar onafgebroken in de regio Parkstad hebben gewoond, maar niet voor de mensen die er al wonen of voldoen aan de regionale binding. Zoals eerder gezegd: Brunssum neemt verantwoordelijkheid voor haar eigen kwetsbare inwoners die hier al geworteld zijn. Via toepassing van de Wbmgp kunnen we de effectiviteit van ons flankerend beleid in deze buurten vergroten doordat de instroom van kwetsbare inwoners wordt beperkt. Deze mensen worden niet geweerd uit woningen in de overige draagkrachtigere buurten van Brunssum.
Ten aanzien van de proportionaliteit van artikel 8 merken we ook op dat, in lijn met gemeente Heerlen, indien het inkomen afkomstig is van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid of uit zelfstandig beroep of bedrijf, het inkomen tenminste gelijk moet zijn aan de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 van de Participatiewet. Om een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling te bevorderen, is het nodig om niet alleen te sturen op de bron van het inkomen, maar ook op de hoogte ervan. Door aan te sluiten bij de systematiek van de Participatiewet — waarbij het inkomen ten minste gelijk dient te zijn aan de toepasselijke bijstandsnorm — wordt geborgd dat de maatregel proportioneel blijft. De norm sluit namelijk aan bij een maatschappelijk aanvaard bestaansminimum. Ook sluit het mensen met lage inkomens niet uit, maar enkel die mensen wiens inkomen minder is dan het minimale bedrag dat nodig is om van te leven. Verder geldt voor artikel 10 dat bij het controleren van politiegegevens, er een terugkijktermijn geldt tot de afgelopen 4 jaar en voor jongeren van 16 en 17 jaar is deze verlaagd tot 2 jaar. Woningzoekenden wiens huisvestingsvergunning wordt geweigerd, ontvangen een gemotiveerde beschikking en kunnen op basis van de Awb bezwaar en beroep instellen.
De gehanteerde criteria zijn helder omschreven in de Wbmgp en worden eveneens vastgelegd in de Huisvestingsverordening.
64
Door middel van een hardheidsclausule in de Huisvestingsverordening borgen we daarnaast dat maatwerk voor schrijnende gevallen mogelijk blijft – denk aan iemand die wegens mantelzorg bij familie in de buurt moet komen wonen maar niet aan alle criteria voldoet. De Wbmgp is een tijdelijke maatregel en wordt in beginsel ingesteld voor een periode van 4 jaar. Indien evaluatie uitwijst dat de maatregelen niet langer nodig zijn of onvoldoende werken, zal Brunssum geen verzoek doen tot verlenging en de maatregelen beëindigen. Alleen bij gebleken effect én aanhoudende noodzaak zal verlenging overwogen worden, opnieuw in overleg met raad en betrokkenen. Deze waarborg van periodieke toetsing voorkomt dat de maatregelen langer dan proportioneel voortduren. Bovendien moet de minister toestemming verlenen voor verlenging en daarvoor is het aanleveren van een evaluatie verplicht. Flexibiliteit is ook tijdens de looptijd mogelijk: mocht eerder duidelijk worden dat bepaalde buurten voldoende zijn verbeterd, dan kan tussentijds een verzoek tot gedeeltelijke intrekking worden gedaan. Op basis van de geschetste multiproblematiek schatten wij echter in dat dit niet aan de orde zal zijn en de kans groter is dat een verlenging nodig is.
2.4.2 Alternatieve huisvestingsmogelijkheden Een belangrijk onderdeel van proportionaliteit is dat de mensen die geen huisvestingsvergunning voor de geselecteerde buurten kunnen krijgen, nog steeds ergens anders terecht kunnen. Op jaarbasis komen er in Parkstad circa 2500 huurwoningen vrij, waarvan circa 143720 vrijkomen in de beoogde Wbmgp-gebieden, waardoor er alleen in Parkstad al 1063 woningen overblijven voor de huishoudens die niet in Wbmgp-gebieden terecht kunnen. Hoewel we in de regio Parkstad nog altijd sociale huur toevoegen, weten we ook dat wanneer Parkstad alle huishoudens optimaal zou mengen (zonder te verdringen), de regio nog steeds een disproportioneel grote verantwoordelijkheid draagt voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Zo is circa 40%21 van de reacties op beschikbare woningen in Brunssum in 2024 als in 2023 afkomstig van woningzoekenden van buiten Parkstad. Het is daarom zaak dat andere (sub)regio’s ook hun aandeel nemen in het huisvesten van kwetsbare mensen. Dit is ook besproken met de provincie en de andere gemeenten: er moet gezamenlijk voor worden gezorgd dat Parkstad niet onevenredig belast blijft als opvanggebied voor kwetsbare groepen. Die fair share-gedachte leeft breed en er is sprake van een grote regionale solidariteit. Zo nodig kan de Provincie of het Rijk hierop toezien in het kader van regionale woonzorgvisies.
Derhalve verwijzen wij niet alleen naar de huisvestingsmogelijkheden binnen Parkstad, maar vooral ook buiten Parkstad. In totaliteit komen er in de periode 2026-2030 namelijk in Zuid-Limburg circa 4500 sociale huurwoningen bij en op het niveau van heel Limburg bedraagt dit zelfs circa 9500 sociale huurwoningen. We verwijzen tevens terug naar tabel 9, waaruit blijkt dat de Brunssumse Wbmgpwoningen slechts respectievelijk 1% en 0,5% van de totale woningvoorraad van Zuid-Limburg en Limburg zijn. Ook landelijk zijn er in deze periode ongeveer 290.000 extra sociale huurwoningen geraamd. Met andere woorden: zowel binnen Zuid-Limburg, Limburg en Nederland wordt de taart groter en niet alleen herverdeeld.
Geprognotiseerde woningaantallen van Heerlen plus Brunssum. Woningaantallen van Kerkrade waren nog niet beschikbaar op het moment van schrijven. 20
TIL Rapportage Brunssum 2024, Thuis in Limburg, 2025 en TIL Rapportage Brunssum 2023, Thuis in Limburg, 2024. 21
65
Daarmee is de proportionaliteit van de aanvraag zorgvuldig gewogen binnen zowel de lokale als de bredere regionale en landelijke context.
Figuur 15: Nieuwsartikel ‘Brunssum en het einde aan het Calimerogevoel in Parkstad: ‘Deze regio is er niet om de problemen van het land op te lossen’’, De limburger, oktober 2024.
2.4.3 Conclusie proportionaliteit Gelet op al deze factoren concluderen we dat de toepassing van de Wbmgp in Brunssum proportioneel is. We schenden geen rechten onevenredig, waarborgen alternatieven voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning en beperken de duur en reikwijdte tot wat strikt noodzakelijk is. Daartegenover staat een groot maatschappelijk voordeel: het herstel van leefbaarheid in zeer kwetsbare buurten weegt op tegen de beperkte inbreuk die tijdelijk op de vestigingsvrijheid wordt gemaakt De gemeente Brunssum concludeert dat de gezamenlijke toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 van de Wbmgp proportioneel is. De maatregelen staan namelijk in verhouding tot de aard en ernst van de problematiek – zoals beargumenteerd in paragraaf 1.2 en 2.1 – en zijn zorgvuldig afgebakend naar gebied, doelgroep en duur. Het aantal woningen is beperkt, zeker in verhouding tot de totale
66
woningvoorraad van Brunssum, Parkstad en (Zuid-)Limburg zoals weergegeven in deze paragraaf. Er zijn dus voldoende alternatieve huisvestingsmogelijkheden binnen en buiten de regio. Ook de inkomenseis sluit aan bij de bijstandsnorm en borgt daarmee een maatschappelijk aanvaard minimum zonder lage inkomens uit te sluiten. Daarnaast wordt proportionaliteit gewaarborgd door de tijdelijke duur van vier jaar, de verplichte evaluatie, de hardheidsclausule en de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Alles afwegende acht de gemeente Brunssum de inzet van de artikelen 8, 9 en 10 van de Wbmgp een proportionele maatregel ten aanzien van de problematiek waarmee de zes buurten kampen.
3. Monitoring, effect en beëindiging 3.1 Monitoring en evaluatie Gemeente Brunssum vraagt de Wbmgp aan voor een periode van vier jaar, geldend in onze zes minst draagkrachtige buurten. Dit geeft onze professionals, partners én uiteraard onze inwoners meer slagkracht om de opeenstapeling van problematiek effectief aan te pakken. Uiteindelijk is het doel niet het in stand houden van de maatregel op zich, maar het creëren van buurten die weer zonder de Wbmgp vooruit kunnen. Monitoring en evaluatie helpen te bepalen of en wanneer dat punt bereikt is. Daarnaast kunnen we daardoor ook tussentijds bepalen of de maatregelen op de juiste manier geïmplementeerd worden, of dat er bijsturing nodig is. Uiteraard is het van belang deze maatregelen op transparante wijze te verantwoorden richting inwoners, gemeenteraad en het Rijk. Dit vereist een zorgvuldige monitoring, die de basis vormt voor een kwalitatieve en inhoudelijk onderbouwde evaluatie. We haken daarvoor aan op de monitoringssystematiek die is opgesteld in het kader van het programma Brunssum Noord en Oost. Vanuit het programma wordt een dashboard ontwikkelt dat wordt opgebouwd in de Arrangementenmonitor van gemeente Brunssum. Dit behelst de kwantitatieve monitoring. Daarnaast zet het programma ook in op kwalitatieve monitoring via de bewonersraad en een 2-jaarlijkse evaluatie die breder wordt uitgevraagd bij bewoners in de wijk.
Daarnaast zijn er middelen bij ZONMW aangevraagd voor een participatief onderzoek om te analyseren welk effect het programma in de leefwereld van bewoners heeft en wat haar meerwaarde is. We analyseren de ervaringen en perspectieven van bewoners, beleidsmakers en andere betrokkenen en analyseren de sociale en economische meerwaarde van de aanpak. Zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve monitoringssystematiek leent zich uitstekend voor het monitoren van het effect van de Wbmgp. Uiteraard wordt deze systematiek aangevuld door andere databronnen zoals hieronder weergegeven. Deze aanvraag is onder andere gestoeld op een breed scala aan indicatoren van het CBS. Door de data van vóór de invoering van de Wbmgp te vergelijken met de data na invoering, kunnen we het effect van de maatregelen op de buurten meten. Daarnaast willen we een verdiepingsslag maken op deze data, gericht op de instroom in de buurten, door ook te kijken naar de microdata van het CBS. Daarmee kunnen we op persoons- en adresniveau verschillende indicatoren bekijken zoals
67
gezinssamenstelling, leeftijd, herkomstgemeente, maar ook kenmerken als inkomen, type arbeid, zorg, gezondheid. Op basis van zulke (en aanvullende) indicatoren kunnen we per artikel meten of het gewenste effect bereikt wordt. Vragen zoals ‘komen er inderdaad minder kwetsbare mensen van buiten de regio in deze gebieden wonen door de inzet van artikel 8?’ en ‘zorgt artikel 9 er inderdaad voor dat er mensen die werkzaam zijn in de cruciale beroepsgroepen in deze wijken gaan wonen?’ kunnen aan de hand van deze data beantwoord worden doordat we ook hier de data van voor en na de invoering vergelijken. Daarnaast worden de persoonsgegevens (m.u.v. politiegegevens) in relatie tot vergeven huisvestingsvergunningen enkel ter evaluatie van de Wbmgp bewaard. Uiteraard zijn deze slechts toegankelijk nadat de functionaris gegevensverwerking daartoe machtiging heeft gegeven. Verder is deze aanvraag ook gebaseerd op de Veerkrachtanalyse Parkstad dat niet enkel kijkt naar de huidige situatie, de zogenoemde ‘foto’, maar ook naar de ‘film’, de ontwikkeling gemeten over een periode van negen jaar. We verwachten dat we de effecten van de Wbmgp ook hierin terug zullen zien en kunnen door de onderliggende data van deze kaarten te raadplegen, per buurt zien hoe de cijfers zijn veranderd ten opzichte van de cijfers in deze aanvraag.
Gezien deze analyse regionaal gedaan wordt, kunnen we ook bekijken of de veerkracht van andere omliggende buurten niet onacceptabel achteruitgaat. Op Parkstad-niveau wordt eveneens elke 2 jaar voor elke gemeente in Parkstad een burgeronderzoek (Parkstad inZicht) gedaan dat ingaat op de belevingen van inwoners ten aanzien van leefbaarheid, wonen, veiligheid, beheer en onderhoud, vrijetijdsbesteding en gezondheid en zorg. Door de resultaten te vergelijken met eerdere onderzoeken uit 2019, 2021 en 2023, ontstaat een waardevol beeld van de ontwikkeling van leefbaarheid over de tijd. Dit maakt het mogelijk om maatschappelijke trends te volgen en beleid gericht te evalueren en bij te sturen. Additioneel halen we informatie op bij onze collega’s en partners die in deze wijken aan de slag gaan, denk aan onze wijkmanagers, de wijk GGD’er, (jeugd)boa’s, straatcoaches, consulenten van ISD-BOL, consulenten wijken en buurten van woningcorporaties etc. Dit doen we onder andere door via de overlegtafels Sociaal Veilig en het casuïstiekoverleg waar een groot deel van deze professionals structureel vertegenwoordigd is. Naast bovengenoemde bronnen ontvangen we ook jaarlijks een rapportage van Thuis in Limburg, het regionale woningtoewijzingsplatform waar alle woningcorporaties die actief zijn in Brunssum bij zijn aangesloten.
In deze rapportage wordt weergegeven hoeveel huurcontracten dat jaar zijn afgesloten, met een uitsplitsing naar woningtype, huishoudtype, prijsklasse en leeftijd. Eveneens wordt er inzicht gegeven in het aandeel vrij aanbod versus bemiddeling en de redenen voor bemiddeling naar een woning. Verder geeft het, naast andere indicatoren, inzicht in de herkomstgemeente van mensen die reageren en de herkomst van nieuwe huurders. Gemeente Brunssum neemt reeds deel aan het Wbmgp-overleg van de gemeente Heerlen en in het kader van het Programma Brunssum Noord en Oost is er ook al samenwerking met het programmabureau van het NPLV Heerlen. In aanloop naar de besluitvorming over deze aanvraag wordt binnen dat overleg tevens het gesprek voortgezet over de wijze waarop de monitoringssystematiek zo efficiënt en integraal mogelijk kan worden ingericht. Na toekenning van de aanvragen van Heerlen en Brunssum en/of Kerkrade zal binnen dit overleg ook ruimte zijn voor het uitwisselen van praktijkervaringen en het onderling delen van inzichten ten behoeve van eventuele bijsturing.
68
3.2 Te verwachten effect De gemeente verwacht dat door de combinatie van artikel 8, artikel 9 en artikel 10, de aangewezen buurten een positieve ontwikkeling zullen doormaken. Door artikel 8 en 9 in gezamenlijkheid in te zetten verwachten we in kwantitatieve termen een duidelijke knik te zien in de trend: het aandeel nieuwe instroom met een uitkering daalt fors als gevolg van artikel 8, terwijl artikel 9 bijdraagt aan het verhogen van het aandeel werkende nieuwe bewoners. Hierdoor zal op termijn het percentage huishoudens met een laag inkomen in deze buurten afnemen en het gemiddeld inkomen toenemen. Bovendien heeft artikel 9 een positieve nevenwerking dat bijvoorbeeld scholen in de buurt profiteren van leerkrachten die er zelf wonen, of dat de buurt extra binding krijgt doordat agenten of verpleegkundigen daadwerkelijk buurmannen en -vrouwen worden. Ook voor de betreffende huurders zelf is het een stap vooruit: zij krijgen een kans op betaalbaar wonen in een omgeving die ze mede kunnen helpen versterken. Evenzeer verwachten we dat het aandeel huishoudens met (zeer) veel problemen (roze/rood categorie) stapsgewijs terugloopt, doordat er minder bijkomen en de bestaande bewoners intensiever geholpen kunnen worden. Dit zal zich wellicht vertalen in een hogere veerkrachtscore of leefbaarheidsscore bij de volgende metingen.
Ook artikel 10 zal bijdragen aan de leefbaarheidsscore van deze buurten. Op veiligheidsgebied voorzien we namelijk een afname van overlastmeldingen en een toename van het veiligheidsgevoel. Bewoners zullen hopelijk merken dat er een andere dynamiek ontstaat: nieuwe buren werken vaker en zorgen voor minder overlast, en bestaande overlastgevers worden aangepakt of vertrekken. Mensen met een recent verleden ten aanzien van overlast of criminaliteit worden immers geweerd, wat direct effect kan hebben op de leefbaarheid. Ook is er een signaalwerking: het wordt duidelijk dat in deze buurten actief wordt ingezet op een veilige en leefbare omgeving, wat mogelijk een preventief effect heeft. De daadwerkelijke aantallen weigeringen op grond van artikel 10 zullen vermoedelijk beperkt zijn, maar het effect per geweerde persoon is groot – één actieve overlastgever minder kan voor een hele straat verschil maken. Bovendien geeft het de zittende bewoners rust te weten dat bekende veelplegers niet zomaar naast hen komen wonen. Door artikel 10 te combineren met artikel 8 en 9 richten we ons zowel op sociaaleconomische verbetering als op (on)veiligheid. Die integrale benadering is nodig om de buurten weer aantrekkelijk en leefbaar te maken voor een brede groep inwoners. Belangrijk is wel te beseffen dat deze effecten niet van de ene op de andere dag zichtbaar zijn.
Het eerste jaar zal vooral in het teken staan van implementatie en gewenning aan de nieuwe regels. De echt meetbare effecten (zoals veranderingen in sociaaleconomische statistieken) zullen waarschijnlijk pas na enkele jaren duidelijk worden, mede omdat de maatregelen onlosmakelijk verbonden zijn met de bredere wijkverbetering. Het doel is in elk geval dat we een trendbreuk realiseren: waar eerst de indicatoren jaar-op-jaar verslechterden, hopen we nu stabilisatie en vervolgens verbetering te zien. Zoals de landelijke evaluatie aangaf: een integrale gebiedsaanpak en meerjarige inzet zijn nodig, en de effecten van individuele maatregelen zijn lastig geïsoleerd te meten, maar door goed te volgen weten we tenminste dát we in de goede richting bewegen.
69
3.3 Beëindiging van de maatregelen Brunssum is zich ervan bewust dat de Wbmgp niet bedoeld is als permanente regeling, maar als tijdelijk instrument. We zullen de maatregelen dan ook niet langer dan noodzakelijk in stand houden, maar zijn wel realistisch in het feit dat de problematiek hardnekkig en complex is en derhalve wellicht een verlenging vereist. Tegen het einde van de vierjaarsperiode (naar verwachting in jaar 3, zodat tijdig besloten kan worden) zal de gemeente een uitgebreide evaluatierapportage opstellen. Indien de evaluatie aantoont dat de doelen grotendeels behaald zijn en de buurten voldoende veerkrachtig zijn geworden, zullen we afzien van verlenging en de aanwijzing laten aflopen. We zullen dan ook in overleg met de minister tijdig aangeven dat de gebieden niet opnieuw aangewezen hoeven te worden. Mocht de evaluatie echter uitwijzen dat de buurten wel verbeterd zijn maar nog kwetsbaar, dan kan in overleg met de gemeenteraad en het Rijk een verlenging met 4 jaar worden overwogen, eventueel voor een kleiner deel van de gebieden als sommige buurten al voldoende vooruitgang hebben geboekt. Echter geldt ook dat er nu 8 buurten niet zijn opgenomen in de aanvraag omdat zij niet voldeden aan de selectiecriteria, terwijl zij wel onder druk staan.
Als deze buurten dermate verslechterd zijn dat zij wel in aanmerking komen volgens de selectiecriteria, worden ook die meegenomen in onze evaluatie en ons gesprek met de gemeenteraad en het Rijk. Elke verlenging vergt opnieuw een zwaarwegende motivering en een toets op noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit, proportionaliteit op dat moment. De totale duur zal in geen geval langer zijn dan 20 jaar (zoals de wet voorschrijft). Echter, de intentie is niet om maximaal te rekken, maar om de maatregel zo kort als mogelijk en zo lang als nodig te hanteren. In het geval dat de situatie nog voor het einde van de 4 jaar aanzienlijk verbeterd, kan besloten worden de aanwijzing te laten vervallen of bepaalde buurten eruit te halen. Die flexibiliteit houden we in Brunssum ook: het ultieme doel is immers dat deze buurten op eigen benen kunnen staan zonder uitzonderingsmaatregelen. Tijdens en na afloop van de periode blijft de gemeente in gesprek met bewoners over de situatie. Mocht de aanwijzing eindigen, zullen we dat uitvoerig communiceren en tegelijk duidelijk maken welke reguliere instrumenten en investeringen doorgaan om de buurten verder te ondersteunen. Het beëindigen van de Wbmgp-maatregel betekent immers niet dat de aandacht voor de buurt wegvalt – integendeel, het zou het resultaat zijn van verbeteringen die we dan bestendigen met ander beleid.
In het ideale scenario kunnen we over enkele jaren concluderen dat Brunssum-Noord/Oost en Treebeek-Zuid in Brunssum West, dankzij de gecombineerde inspanningen (waaronder de Wbmgp) een kentering heeft gemaakt en dat bijzondere maatregelen niet langer nodig zijn. Het stokje wordt dan volledig overgenomen door reguliere middelen zoals diversificatie van woningaanbod, sociaaleconomische stimulansen en preventief jeugd- en welzijnswerk om de buurt structureel goed te houden. Dat is het perspectief waar we naartoe werken. Tot die tijd zetten we de Wbmgp in als tijdelijke katalysator van verandering. En als die verandering is bereikt, laten we dit instrument met vertrouwen los, wetende dat we samen met bewoners een nieuw hoofdstuk voor hun buurten hebben geopend – een hoofdstuk waarin iedere inwoner, ongeacht achtergrond, kan profiteren van een leefbare, veilige en hoopvolle omgeving.
70
Bijlagen Bijlage 1 – Lijst van postcodes van de aangewezen gebieden: Opsomming van alle straatnamen plus postcodes per buurt die onder de Wbmgp-aanwijzing valt: Treebeek-Zuid, Rozengaard, Lemmender, De Streek, De Eggen en Kleikoelen.
71