CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 202598459 (bijlage) 1. Conceptaanvraag gemeente Brunssum Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Raadsvergadering 9 december 2025, gemeente BrunssumBij agendapunt: Raadsvoorstel WBMGP/Parkstadwet23.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aanvraag Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp)

DE WBMGP ALS ONTBREKENDE SCHAKEL IN 6 BUURTEN IN GEMEENTE BRUNSSUM

Oktober 2025 (conceptaanvraag)

1

Inhoud 1. Inleiding .................................................................................................................4 1.1 Aanleiding en context ........................................................................................6 1.1.1 Context.......................................................................................................6 1.2 Situatieschets geselecteerde buurten ..............................................................14 1.2.1 Selectiecriteria ..........................................................................................14 1.2.2 Treebeek-Zuid, Brunssum-West .................................................................16 1.2.3 Rozengaard, Brunssum-Noord ...................................................................20 1.2.4 Lemmender, Brunssum-Noord ..................................................................23 1.2.5 De Streek, Brunssum-Noord ......................................................................26 1.2.6 De Eggen, Brunssum-Oost .........................................................................29 1.2.7 Kleikoelen, Brunssum-Oost .......................................................................32 1.2.8 Conclusie situatieschets geselecteerde buurten ........................................33 1.3 Voorgenomen inzet Wbmgp en aanvraag

..........................................................35 1.3.1 Artikel 8: ...................................................................................................35 1.3.2 Artikel 9: ...................................................................................................35 1.3.3 Artikel 10:..................................................................................................36 1.4 Noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit................................37 1.5 Termijn van de aanwijzing en voorgenomen evaluatie ........................................37 1.6 Afstemming en draagvlak .................................................................................37 2.

Toetsing aan de beginselen....................................................................................40 2.1 Noodzakelijkheid .............................................................................................40 2.1.1 Veerkrachtkaarten.....................................................................................41 2.1.2 Leefbaarometer ........................................................................................41 2.1.3 SES-WOA ..................................................................................................42 2.1.4 Arbeid en inkomen ....................................................................................42 2.1.5 Onderwijs en Jeugdzorg .............................................................................46 2.1.6 Praktijkvoorbeelden ..................................................................................47 2.1.7 Conclusie noodzakelijkheid .......................................................................48 2.2 Geschiktheid ...................................................................................................49 2.2.1 Artikel 8 en Artikel 9 ...................................................................................50 2.2.3 Artikel 10...................................................................................................53

2

2.2.4 Conclusie geschiktheid .............................................................................55 2.3 Subsidiariteit ...................................................................................................55 2.3.1 Volkshuisvestelijke sturingsinstrumenten ..................................................55 2.3.2 Additionele interventies .............................................................................58 2.3.3 De Wbmgp als ontbrekende schakel ..........................................................61 2.3.4 Conclusie subsidiariteit .............................................................................62 2.4 Proportionaliteit ..............................................................................................63 2.4.1 Toepassingsbereik van de Wbmgp .............................................................63 2.4.2 Alternatieve huisvestingsmogelijkheden .....................................................65 2.4.3 Conclusie proportionaliteit ........................................................................66 3.

Monitoring, effect en beëindiging ...........................................................................67 3.1 Monitoring en evaluatie ....................................................................................67 3.2 Te verwachten effect ........................................................................................69 3.3 Beëindiging van de maatregelen .......................................................................70 Bijlagen ....................................................................................................................71

3

1. Inleiding Voor u ligt de aanvraag van de gemeente Brunssum tot aanwijzing van zes buurten voor toepassing van selectieve woningtoewijzing op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). De gemeente Brunssum heeft de afgelopen jaren geconstateerd dat in enkele van haar wijken – met name in Brunssum-Noord en -Oost – sprake is van hardnekkige sociaaleconomische problematiek en leefbaarheidsopgaven. Deze gebieden kampen met een opeenstapeling van armoede, werkloosheid, laag opleidingsniveau, gezondheidsproblemen en veiligheidsvraagstukken, in combinatie met een fysieke achterstand: verouderde woningen, beperkte toegankelijkheid en overlastpanden. Bovendien is de woningvoorraad in deze buurten eenzijdig van samenstelling. Het zijn hoofdzakelijk goedkope huurwoningen, waardoor er weinig ruimte is voor midden- en hogere inkomensgroepen. Jongeren of gezinnen die iets meer gaan verdienen, vertrekken vaak vanwege het gebrek aan passende woningen of omdat zij in een veerkrachtigere buurt willen én kunnen wonen, terwijl tegelijkertijd instroom plaatsvindt van nieuwe kwetsbare inwoners – veelal van buiten de regio – die elders geen woonruimte kunnen vinden.

Deze hyperconcentratie van kwetsbaarheid is gegroeid en wordt in stand gehouden door een aanhoudende instroom van sociaaleconomisch kwetsbare huishoudens, wat de draagkracht van deze buurten verder ondermijnt. De gemeente Brunssum zet al geruime tijd in op een integrale langjarige wijkaanpak om het tij te keren. Onder de noemer Programmaplan Brunssum Noord en Oost investeert de gemeente sinds 2024 in de 2 meest kwetsbare wijken met een horizon van 25 jaar. Deze integrale aanpak richt zich op alle leefdomeinen, wonen, leefbaarheid, onderwijs, werk, inkomen en veiligheid, en wordt iedere vier jaar herijkt om voortgang te bewaken. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn intensieve bewonersparticipatie en ketensamenwerking. Daarbij sturen we samen met inwoners en partners op de noodzakelijke verandering. De eigen kennis van mensen met ervaring staat centraal en helpt bij het maken van keuzes. Zo is men “niet gestart met het schrijven van het programmaplan, maar met acties in de leefomgeving” – denk aan het inzetten van buurtambassadeurs, het instellen van een Tussen-Wal-en-Schip-noodfonds voor acute hulp aan huishoudens, wekelijkse casusoverleggen (project Sociaal Veilig Brunssum) en projecten voor woningverbetering en verduurzaming. Deze aanpak moet het vertrouwen van bewoners herstellen en stap voor stap de leefomgeving

verbeteren. Ondanks deze inspanningen blijft de urgentie onverminderd hoog. Welvaart is voor grote groepen bewoners buiten zicht geraakt en veel huishoudens leven al generaties in armoede, met

4

bijbehorende problemen als ziekte, criminaliteit, schooluitval en een slechte leefomgeving. Het wantrouwen jegens de overheid is diep geworteld en vraagt om een lange adem en aanpak van onderop. Recente signalen bevestigen de noodzaak tot extra ingrijpen: zo ziet Stichting Leergeld een toename van stille armoede en instroom van eenoudergezinnen uit Randstad die worden aangetrokken door betaalbare huisvesting1. Hoewel Brunssum met haar Programmaplan reeds een forse langetermijninvestering doet, dreigt deze inzet onvoldoende effect te sorteren zonder aanvullende maatregelen om de vicieuze cirkel te doorbreken en terugkerende kwetsbare instroom van buiten de stadsregio (tijdelijk) te beperken. Om de draagkracht en vitaliteit van de meest kwetsbare buurten te versterken, wil Brunssum – in lijn met gemeente Heerlen - inzetten op drie pijlers: koesteren, reguleren en investeren. We koesteren de bewoners die de buurt stabiliteit en structuur geven (waaronder maar niet beperkt tot mensen met werk, jonge gezinnen, cruciale beroepskrachten), willen hen behouden en maar ook nieuwe draagkrachtige inwoners aantrekken. Tegelijkertijd reguleren we de instroom van nieuwe kwetsbare inwoners van buiten de regio, om de bestaande gemeenschap “op adem te laten komen”.

Vanuit deze combinatie van koesteren en reguleren ontstaat ruimte om fors te investeren in de transformatie van de buurten zelf: Het verbeteren van woningen, de woonomgeving en voorzieningen in de wijk, én investeren in de bewoners op het gebied van opleiding, werk, schuldhulp, zorg etc. Dit gebeurt via andere trajecten waaronder het Programmaplan Brunssum Noord- en Oost. Deze beweging – die in Parkstad bekend staat als “mengen zonder te verdringen” – geeft de wijken perspectief: we brengen nieuwe, draagkrachtigere huishoudens in, zonder bestaande bewoners te verdrijven, en ondersteunen kwetsbare bewoners zodat zij elders in de regio passende kansen krijgen, want ook zij verdienen een leefomgeving waarin ze kunnen floreren. Binnen deze strategie ziet de gemeente de Wbmgp als een essentieel extra instrument om de neerwaartse spiraal te doorbreken. Selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp biedt de mogelijkheid om tijdelijk sturend op te treden bij wie zich in de meest kwetsbare buurten vestigt, iets wat met reguliere middelen niet kan. Landelijke evaluaties tonen dat het Wbmgp-instrumentarium – mits goed ingebed in een integrale aanpak – een nuttige aanvulling kan zijn om kwetsbare wijken te versterken. Het is nadrukkelijk geen op zichzelf staande oplossing, maar een onderdeel van de brede aanpak.

In Brunssum wordt de Wbmgp dan ook bovenop het bestaande pakket aan maatregelen gezet, niet in plaats daarvan. Het biedt een ontbrekende schakel om de instroom van kwetsbare groepen te reguleren, parallel aan de sociale en fysieke investeringen die al lopen. Deze aanvraag heeft tot doel toestemming te verkrijgen voor de inzet van de Wbmgp in de zes geselecteerde buurten. Gedurende een periode van minstens vier jaar wordt in deze buurten als het ware op de figuurlijke ‘pauzeknop’ gedrukt. Dit maakt het mogelijk om de instroom van kwetsbare huishoudens tijdelijk te beperken, terwijl tegelijkertijd flankerende interventies worden ingezet om zittende bewoners te ondersteunen en de veerkracht van de buurt als geheel te versterken. Concreet vraagt de gemeente Brunssum de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om op grond van de Wbmgp de onderstaande buurten aan te wijzen voor de toepassing van artikel 8, 9 en 10 van de Wbmgp. Via deze aanwijzing kunnen we ongewenste instroom van nieuwe mensen in een kwetsbare positie tegengaan én gewenste instroom van bewoners die de veerkracht in de buurt Nieuwsartikel ‘Stichting Leergeld Parkstad ziet groei van stille armoede en instroom eenoudergezinnen uit Randstad”, De Limburger, juli 2025 1

5

ten goede komen bevorderen. Uiteindelijk beoogt Brunssum hiermee dat de leefbaarheid verbetert, de veiligheid toeneemt en de sociaaleconomische basis van deze buurten en wijken geleidelijk versterkt wordt. Dat draagt bij aan de doelstellingen uit het Koerskompas Brunssum – de strategische koers die tot 2050 is uitgezet voor héél Brunssum – zoals doel 1. Bevolking in balans en doel 2. Gezond samenleven in veerkrachtige wijken (zie ook de volgende paragraaf). Daarnaast is het ook in lijn met de missie van het Programmaplan Brunssum Noord en Oost: investeren in de wortels van de wijk: De inwoners van Brunssum Noord en Oost hebben in 2050 eigen regie op een stabiel, breed welvarend en gezond leven. De volgende paragraaf licht eerst de aanleiding van deze aanvraag en de Brunssumse context toe. Daarna beargumenteren we in paragraaf 1.2 welke buurten het betreft en waarom juist deze voor de Wbmgp-maatregelen in aanmerking komen. Vervolgens wordt de voorgenomen inzet uiteengezet, inclusief de beoogde maatregelen (paragraaf 1.3 t/m 1.5). Hoofdstuk 2 onderbouwt de wettelijke toetsingscriteria: noodzakelijkheid, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Daarin is ook aandacht voor de vertaling van de artikelen naar de uitvoering in de praktijk en wordt het toepassingsbereik van de maatregelen besproken.

Ten slotte bespreekt hoofdstuk 3 de monitoring en evaluatie van de maatregelen, als ook de te verwachten effecten en de voorwaarden voor beëindiging van de Wbmgp-maatregelen.

1.1 Aanleiding en context Hoewel de gemeente Brunssum al geruime tijd inzet op een langjarige integrale aanpak in haar meest kwetsbare buurten, blijkt in de praktijk dat structurele verbetering onvoldoende tot stand komt zolang de instroom van sociaaleconomisch kwetsbare huishoudens aanhoudt. Daarbij speelt ook een bredere regionale en landelijke dynamiek een rol. Brunssum heeft, als relatief kleine gemeente, een disproportioneel grote rol gekregen in de opvang van kwetsbare woningzoekenden. Veel nieuwe instroom komt van buiten de regio Parkstad, mede vanwege het goedkope woningaanbod in met name de sociale huursector. Andere gemeenten met een gunstiger sociaaleconomisch profiel nemen minder verantwoordelijkheid, wat leidt tot scheefgroei in de regionale verdeling van aandachtsgroepen. Om te voorkomen dat de druk op kwetsbare buurten verder toeneemt en bestaande inzet teniet wordt gedaan, is het noodzakelijk dat ook andere gemeenten hun fair share nemen. De inzet van de Wbmgp is voor Brunssum essentieel om deze balans te herstellen.

1.1.1 Context Net zoals in gemeente Heerlen, is een belangrijke oorzaak van de problematiek in gemeente Brunssum de intergenerationele armoede als gevolg van de mijnsluitingen, waarvan Brunssum er twee had: Staatsmijn Emma en Staatsmijn Hendrik. Op het hoogtepunt werkten er ongeveer 58.000 mensen in mijnbedrijven in de Mijnstreek van Zuid-Limburg, waarvan circa 16.000 in de mijnen van Brunssum. De mijnsluitingen in de jaren zestig hadden een enorme impact. Tienduizenden mijnwerkers, vaak laagopgeleid en hardwerkend, verloren hun baan. Dit leidde tot massawerkloosheid en onzekerheid in Brunssum en de rest van de Oostelijke mijnstreek. Daarnaast bleven veel mijnwerkers ziek achter. Hoewel de overheid herstructureringsprogramma’s lanceerde om de overgang naar een nieuwe economie te vergemakkelijken en bedrijven zoals Curver, DAF, ABP en CBS aantrok, bleef de werkloosheid hoog. Er kwam nooit echt vervangende werkgelegenheid.

6

Hoogopgeleiden vertrokken uit de regio, wat nog steeds zichtbaar is in het opleidingsniveau en de materiële welvaart van Brunssum. De mijnsluitingen hadden ook zijn weerslag op de sociale structuur in Brunssum. De hechte gemeenschappen die rondom de mijnen waren ontstaan, verloren hun identiteit en bestaanszekerheid2. Er is in de periode na de mijnsluitingen sterk ingezet op snel beschikbare en goedkope woningen. Dit heeft geleid tot een relatief eenzijdige woningvoorraad, die een aanzuigende werking heeft op kwetsbare mensen. Zij vinden relatief eenvoudig huisvesting, zowel binnen het sociale huursector als in het goedkopere particuliere segment. Tegelijkertijd is er een tekort aan betaalbare woningen in andere delen van het land, waardoor mensen met een dringende woonvraag vaker in Parkstad en dus ook in gemeente Brunssum terechtkomen, simpelweg omdat ze hier sneller en goedkoper aan huisvesting kunnen komen. Daar komt bij dat het imago van bepaalde buurten in Brunssum niet bijdraagt aan het aantrekken van sociaaleconomisch sterkere woningzoekenden, wat de instroom van meer kansrijke huishoudens belemmert. Naast de kijk in het verleden van Brunssum en zijn weerslag op de woningvoorraad, is het ook belangrijk om naar de huidige situatie te kijken.

Hieronder wordt de situatie in heel Brunssum kort weergegeven op basis van een grondige analyse2 die is uitgevoerd in het kader van het Koerskompas Brunssum. Hoewel er tal van goede kwaliteiten in Brunssum aanwezig zijn, focussen we hier ten behoeve van deze aanvraag op de kwetsbaarheden waarmee we in Brunssum te maken hebben. Het betreft weliswaar een ‘feitelijk relaas’ – dat in het analysedocument overigens aangevuld en getoetst is door inwoners en professionals – maar het maakt de aard en omvang van de uitdagingen waarmee wij kampen op indringende wijze zichtbaar. Het dient overigens opgemerkt te worden dat de uitdagingen en problematieken zoals hieronder beschreven dus niet uniek zijn voor de zes buurten waar de gemeente de Wbmgp wil toepassen, maar dat deze problematieken wel in nog hogere mate aanwezig zijn in deze zes buurten. Demografische kenmerken Brunssum telt 13.770 huishoudens, waarvan 40% alleenstaanden,30% samenwonenden zonder kinderen en 30% gezinnen met kinderen. De gemiddelde huishoudgrootte is 2,03 personen. Het aantal alleenstaanden en eenoudergezinnen ligt hier bovengemiddeld hoog. De recente bevolkingsgroei is vooral te danken aan een positief migratiesaldo. De natuurlijke aanwas (geboorten minus sterfte) blijft al jaren negatief. Net als de rest van Nederland vergrijst Brunssum.

Limburg vergrijst sneller dan het landelijk gemiddelde, en Brunssum loopt daarin voorop. De demografische druk in Brunssum (verhouding jongeren en ouderen ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking) is sterker gestegen dan nationaal. Vooral sinds 2016 is deze druk significant toegenomen, wat een negatieve invloed heeft op de beschikbaarheid van arbeidskrachten in de regio. Dit probleem heeft nu al een sterke impact op Parkstad, zoals wordt geïllustreerd door het inmiddels nationale – brede maatschappelijke debat rondom het sluiten van de Spoedeisende Hulp, de intensive care en het geboortecentrum van het Zuyderland ziekenhuis te Heerlen als gevolg van

2

De analysefase, Toekomstvisie Brunssum, gemeente Brunssum, maart 2025

7

personeelstekorten en een stijgende zorgvraag.

Limburgers vragen in Den Haag om behoud volwaardig ziekenhuis in Heerlen, NOS Nieuws in samenwerking met L1 Nieuws, 2024

Sociaal-economische kenmerken De Sociaaleconomische Status (SES) score is een meetinstrument dat het sociaaleconomische welzijn en de positie van individuen of groepen in de samenleving weergeeft. Deze score wordt berekend op basis van factoren als inkomen, opleidingsniveau, beroepsstatus en woonsituatie. In dit kader scoort de gemeente Brunssum laag op de belangrijkste sociaaleconomische indicatoren. Wat opvalt, is dat Brunssum op dit vlak achterblijft ten opzichte van vergelijkbare gemeenten in Parkstad en Nederland. Hieronder staat de SES-WOA score van Brunssum in totaliteit weergegeven. Onze inwoners hebben een relatief laag inkomen: Het gemiddelde besteedbare inkomen van inwoners in Brunssum bedraagt €27.000, wat 10% lager ligt dan het landelijke gemiddelde. Hoewel het inkomen de afgelopen jaren licht is gestegen, blijft het achter bij de landelijke trend. Ook hun eigen vermogen is laag: Brunssumers beschikken gemiddeld over 57% van het eigen vermogen van de gemiddelde Nederlandse of Limburgse inwoner. Dit wijst op een aanzienlijk lagere vermogenspositie in vergelijking met zowel de provincie als het land. Tegelijkertijd scoort Brunssum wederom slechter dan gemiddeld op het gebied van schulden, bijstandsuitkeringen en financiële moeilijkheden.

Concreet betekent dit dat er relatief veel huishoudens zijn met schulden en gezinnen die moeite hebben om financieel rond te komen. Kinderarmoede is dan ook significant hoger in Brunssum ten opzichte van het provinciale en landelijke gemiddelde. Ten aanzien van arbeidsparticipatie blijkt uit de analyse dat Brunssum significant meer arbeidsongeschikten heeft in vergelijking met Parkstad, vergelijkbare gemeenten en het provinciale gemiddelde. Opvallend, maar niet verrassend, is het hoge aantal inwoners dat gebruikmaakt van de WAO-uitkering. Het percentage werkloosheidsuitkeringen ligt wel rond het landelijk gemiddelde. Hoewel het aantal bijstandsontvangers nog steeds hoog is, ontwikkelt dit cijfer zich positief en ligt het momenteel onder het regionale gemiddelde. Dit dient ook in de context van ons economisch klimaat geplaatst te worden. Hoewel we inzetten op nieuwe werklocaties om nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, is de realiteit dat het aantal arbeidsplaatsen alsmede het aantal startende bedrijven in Brunssum onder het Nederlandse, Limburgse en regionale gemiddelde ligt. Treffend is dat in de afgelopen twintig jaar

8

het aantal arbeidsplaatsen verder is gedaald, terwijl het aantal arbeidsplaatsen in Zuid-Limburg sinds 2017 juist sterk toeneemt. Ook scoort Brunssum significant lager dan vergelijkbare gemeenten en Parkstad op het gebied van economische prestaties. Ten aanzien van onderwijs blijkt dat de beroepsbevolking in Brunssum een relatief laag opleidingsniveau heeft. Slechts 20% is hoogopgeleid, vergeleken met 30% landelijk. Ook het gemiddelde niveau waarop men voortgezet onderwijs en MBO-onderwijs volgt is relatief laag, al is er de afgelopen jaren wel sprake van een lichte stijging in opleidingsniveau. Desalniettemin kampen we met lagere onderwijsresultaten dan gemiddeld, wat zich uit in een hoog aantal vroegtijdige schoolverlaters, lagere CITO-scores en een verhoogde mate van onderwijsachterstanden. Het aantal jongeren dat niet naar school gaat, niet werkt en geen andere daginvulling heeft, neemt toe. Ook het aantal vroegtijdige schoolverlaters stijgt, na een lange periode van afname. Ook heeft Brunssum een hoger aantal NEET-jongeren (Not in Employment, Education, Training) dan gemiddeld in sterk stedelijke gebieden. In 2020 telde Brunssum ongeveer 2.500 NEET’s. Daarnaast dienen we ook te kijken naar gezondheid, gezien dit veel andere thema’s beïnvloedt.

De fysieke en mentale gezondheid van de inwoners van Brunssum is aanzienlijk slechter dan die van vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, zowel voor volwassenen (18-64 jaar) als senioren (65+). Ook de eigen ervaren gezondheid is fors lager dan gemiddeld in Nederland. Dit vertaalt zich in een lage gemiddelde levensverwachting: met 79,9 jaar ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 82 jaar. Dat is ook niet geheel verrassend gezien 42% van onze inwoners met een langdurige ziekte of aandoening kampt, wat aanzienlijk hoger is dan het Nederlands gemiddelde van 33%. Inwoners van Brunssum bewegen minder en hebben vaker ernstig overgewicht. Zo heeft 65% van de Brunssumers overgewicht, vergeleken met ongeveer 50% in Nederland en Limburg. Dit leidt tot hoge zorgkosten. Tevens verstrekt Brunssum fors meer WMOvoorzieningen dan vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde. Zelfs wanneer we de bovengemiddelde vergrijzing in beschouwing nemen. Op het gebied van ondermijning scoort Brunssum aanzienlijk slechter dan de rest van Parkstad. Hoewel ernstige misdrijven relatief weinig voorkomen, is er wel sprake van veel criminaliteit in de omgeving. Dit betreft vooral overlast door jongeren, meldingen bij Veilig Thuis, drugsmisdrijven, ondermijnende delicten zoals inbraken en fraude en wapenhandel.

Brunssum kampt met meer jeugdoverlast en meldingen bij Veilig Thuis dan gemiddeld. Jeugdoverlast is zelfs van zodanige grootte en hardnekkigheid, dat de burgemeester alleen in het eerste half jaar van 2025 al genoodzaakt was twee samenscholingsverboden in te stellen: één voor jongeren in de Treebeek en één voor jongeren in de Brunssum Centrum. Dit als gevolg van terugkerende overlast, een dreigende

9

sfeer, vechtpartijen (waaronder met omwonenden), intimidatie, bedreigingen, vernielingen en andere situaties die de openbare orde verstoren. Gegeven bovenstaande feiten, is het niet verrassend dat Brunssum laag scoort in vergelijking met andere gemeenten als het gaat om de ervaren regie van inwoners over het eigen leven. Om bovenstaand verhaal visueel én samengevat weer te geven, hebben we de SES-WOA score van Brunssum en de SES-WOA scores van Brunssumse wijken hieronder weergegeven. Daaruit blijkt dat de SES-WOA score van Brunssum laag is, maar dat de SES-WOA scores van Brunssum Noord en Brunssum Oost ontzettend laag zijn en dat dit ook al jaren het geval is, ondanks talloze interventies. Vandaar dat er voor deze wijken een 25 jaar durend programma is ingevoerd (Programma Brunssum Noord en Oost: investeren in de wortels van de wijk) en dat ook het Koerskompas van gemeente Brunssum de koers voor de komende 25 jaar zet. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat 5 van de 6 buurten waarin wij de Wbmgp van kracht willen laten worden, Brunssum Noord en Brunssum Oost liggen. De andere wijk, Treebeek Zuid, ligt in Brunssum West.

Figuur 1: SES-WOA score gemeente Brunssum, CBS 2025

10

Figuur 2: SES-WOA score per wijk gemeente Brunssum, CBS 2025

Wonen De kwaliteit van de woningen scoort lager dan gemiddeld, voornamelijk door veroudering. Ook zijn de gemiddelde woningprijzen in Brunssum laag. Negatieve factoren zijn de staat van onderhoud, de aantrekkelijkheid van de bebouwing en de leefbaarheid. Dit resulteert in een relatief lage tevredenheid over de huidige woning. De gemeente en regio staan voor een kwalitatieve en kwantitatieve uitdaging op de woningmarkt. Er ligt een kwaliteits- en vernieuwingsopgave voor met name de particuliere woningvoorraad, waarvan een deel bestaat uit voormalige mijnwerkerskoloniën die onder beschermd stads- en dorpsgezicht vallen. Een groot deel is verouderd of sluit niet meer aan bij de huidige vraag. De kwaliteitsopgave omvat ook de verduurzaming van woningen (het energiezuinig en aardgasvrij maken) en het levensloopbestendig maken van woningen voor mensen met een zorgvraag. In Brunssum zijn er behoorlijke verschillen tussen wijken en buurten, maar ook binnen buurten. Vooral in de wijken Brunssum Noord en Oost is sprake van leefbaarheidsproblematiek dat het gemiddelde van de gemeente negatief beïnvloedt. De veerkracht van deze wijken wordt bedreigd door de toenemende concentratie van kwetsbare doelgroepen en de ‘sociale stijgers’ die wegtrekken.

Als woongemeente liggen er kansen in het verbeteren van de woon- en leefkwaliteit om huishoudens met hogere inkomens aan te trekken en te behouden en daarmee onze bevolkingssamenstelling te veranderen, middels het principe mengen zonder te verdringen. Middels fysieke ingrepen zoals herstructurering door middel van het Volkshuisvestingsfonds werken we al aan het creëren van een meer evenwichtigere samenstelling van bewoners en het verbeteren van de woningkwaliteit. Op Rijksniveau is sprake van onderkenning van de ernst van de situatie getuige onder andere de toekenning van diverse tranches Regio Deals

11

alsmede Volkshuisvestingsfonds. Middels het Volkshuisvestingsfonds worden woningen in Brunssum Noord verduurzaamd terwijl er in Brunssum Oost herstructurering in samenwerking met woningcorporatie Weller plaatsvindt. Woningen van slechte kwaliteit worden ingepond, gesloopt en levensloopbestendig en duurzaam nieuwgebouwd (in oude stijl gezien het beschermd stads- en dorpsgezicht betreft). Een deel van de sociale huurwoningen die worden gesloopt, worden teruggebouwd als middenhuurwoningen, om zo ook aan de veerkracht van de wijk te werken door sterke schouders toe te voegen aan de wijk.

Figuur 3: Uitleg veerkracht, Circusvis 20251111

Op basis van de grondige analyse, is het Koerskompas voor Brunssum geformuleerd. Het Koerskompas is onze toekomstvisie op hoofdlijnen, dat de richting aangeeft voor de komende 25 jaar. Het verbindt alles wat er speelt op sociaal, ruimtelijk en economisch gebied en vormt de basis

12

voor onze beslissingen. Gedurende het proces, van analyse tot het eindproduct, zijn de mensen betrokken voor wie deze visie bedoeld is. Inwoners, ondernemers, partners, de regio, gemeentelijke collega’s, het College en de Gemeenteraad. In dit koerskompas hebben we in totaal negen doelen geformuleerd waarvan we er hieronder drie uitlichten waarbij de Wbmgp ons als instrument bij zou kunnen ondersteunen. Uiteraard helpt de Wbmgp ook bij het uitvoeren van andere doelen in de buurten waar hij mogelijk van kracht zal zijn. Het totaal aan doelen is te vinden in figuur 4. •

•

•

Doel 1. Bevolking in balans: In 2050 heeft Brunssum belangrijke stappen gezet naar een gezonde en evenwichtige bevolkingssamenstelling. De stad groeit mee met de regio, trekt jonge gezinnen aan en weet talent vast te houden. Tegelijkertijd is er goede zorg en aandacht voor de groeiende groep ouderen. De gemeenschap draagt elkaar: er zijn meer vrijwilligers, mantelzorgers en mensen die deelnemen aan de arbeidsmarkt. Door te investeren in goed onderwijs, bereikbare werkgelegenheid, toegankelijke zorg en een aantrekkelijke leefomgeving, is Brunssum een stad waar alle generaties zich thuis voelen en actief bijdragen aan de samenleving. Doel 5. Gezond samenleven in veerkrachtige wijken: In Brunssum vormen wijken de stabiele en veerkrachtige basis van de stad. Met maatwerk zorgen we voor voorzieningen die passen bij de behoeften van inwoners én onze ambitie als aantrekkelijke woonstad in het groen. Door te investeren in sociale en fysieke infrastructuur ontstaat een samenhangend netwerk van buurten waarin mensen elkaar ontmoeten en zich thuis voelen. In 2050 zijn onze wijken plekken van verbinding, waar buurtbewoners elkaar kennen, helpen en bijdragen aan een sterke gemeenschap. Goede voorzieningen en plekken die uitnodigen tot contact zoals buurthuizen, stoepen, parken, pleinen en routes zijn van grote waarde voor verbondenheid en welzijn.

In kwetsbare wijken als Noord en Oost is extra aandacht nodig voor gezondheid, veiligheid en sociale samenhang, zonder dat dit leidt tot verdringing. We werken daarin nauw samen met regiopartners die voor vergelijkbare opgaven staan. De stapeling van problemen en daarmee het beroep op de zorg is hier heel hoog. Doel 7. Aantrekkelijk wonen in het groen: Brunssum ontwikkelt zich als dé groene woonstad van Parkstad. Dankzij decentrale ligging en goede verbindingen met werk en voorzieningen, binnen en buiten de gemeentegrenzen, is het een aantrekkelijke plek om te wonen voor alle doelgroepen. Onze woongemeenschap bestaat uit diverse, veerkrachtige buurten. Buurten waar mensen zich veilig en thuis voelen, waar samenleven centraal staat en waar plaats is voor iedereen. Beschikbaarheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid van woningen en passende voorzieningen op stads- en buurtniveau vormen de kern van ons woonbeleid. Brunssum biedt een breed en duurzaam woningaanbod voor verschillende levensfasen en inkomensgroepen. Daarmee versterken we de sociale samenhang en zorgen we dat mensen in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. De stad combineert historisch gegroeide wijken met een groene hoofdstructuur die buurten, parken en natuurgebieden met elkaar verbindt. Woonbuurten aan de rand van de Brunssummerheide sluiten aan op het omliggende landschap.

De natuurgebieden en belevingsparken zoals het Vijverpark, Emmapark en Schutterspark bieden bewoners een bijzondere woonomgeving in het groen. Brunssum wordt regionaal erkend als kwalitatieve woonlocatie. We dragen bij aan een

13

evenwichtige samenstelling van huishoudens in de regio, versterken de lokale economie en zorgen voor toekomstbestendige voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn.

Figuur 4: doelen uit het Koerskompas Brunssum, gemeente Brunssum 20253

1.2 Situatieschets geselecteerde buurten 1.2.1 Selectiecriteria Nu dat we een algemeen beeld hebben geschetst van de problematieken in Brunssum en de doelen waar de komende 25 jaar aan gewerkt gaat worden, is het tijd om dieper in te zoomen op de geselecteerde buurten voor deze aanvraag van de Wbmgp. Brunssum heeft – analoog aan de aanpak in Heerlen – een selectie gemaakt van buurten die het meest gebaat zijn bij toepassing van de Wbmgp. Hierbij is gebruikgemaakt van de Veerkrachtanalyse Parkstad 2022 en andere relevante data zoals de Leefbaarometer en CBS-data4. Geselecteerd zijn buurten met zeer hoge concentraties multi-problematiek waar sprake is van een hoge mate van overlast en onveiligheid en waar veel kwetsbare inwoners wonen. Het betreft gebieden waarbinnen minimaal 25 procent van de huishoudens tot een (donker)roodgekleurd gebied behoort zoals blijkt uit de Veerkrachtanalyse. Dit heeft geresulteerd in een focus op 4 buurten in Brunssum-Noord en -Oost en één buurt in Brunssum-West, te weten Treebeek-Zuid. Daaraan voegen we nog één buurt toe, De Streek. Deze buurt springt er namelijk in de Veerkrachtanalyse uit omdat het merendeel van de huishoudens met veel problemen kampt: 64% (roze +rood), waarvan 16% rood. De selectie van deze buurt wordt verder onderbouwd in paragraaf 1.2.5 en hoofdstuk 2.1 Noodzakelijkheid.

Het is noemenswaardig dat indien de drempelwaarde van ≥25% zeer kwetsbare huishoudens (categorie “(donker)rood”) buiten beschouwing wordt gelaten en enkel het criterium minstens 30% van de huishoudens met veel problemen wordt toegepast (d.w.z. minstens 30% roze/rood/donkerrood), er nog eens 7 buurten bij zouden komen. Er ontstaat dan een groot bijna volledig aaneengesloten gebied zoals weergegeven op onderstaande kaart. De buurt Schuttersveld licht niet roze op op deze kaart op basis van de gehanteerde criteria, maar de ervaring van 3 4

Koerskompas Brunssum, gemeente Brunssum, april 2025 Analyse Parkstadindicatoren Wbmgp, In.Fact.Research, 2025

14

professionals leert dat ook deze buurt het zwaar heeft. Dit wordt ook onderkend door het Rijk, zoals blijkt uit toekenningen vanuit de eerste en derde tranche van het Volkshuisvestingsfonds aan interventies in Schuttersveld.

Figuur 5: Buurtenkaart o.b.v. criteria veerkrachtmeting, gemeente Brunssum, 2025

We richten ons in deze aanvraag echter op de volgende zes buurten: Treebeek-Zuid, Rozengaard, Lemmender, De Streek, De Eggen en Kleikoelen. In bijlage 1 bij deze aanvraag is per buurt een overzicht opgenomen van de straatnamen en postcodes waarop de Wbmgp van toepassing zal zijn na toekenning door de minister. In deze gebieden is de leefbaarheid aantoonbaar onder druk komen te staan door overlast en onveiligheid in combinatie met kwetsbaarheid van inwoners. Dit geldt niet alleen voor de huidige situatie: ook de ontwikkeling door de tijd heen laat een verslechtering zien. Om te voorkomen dat binnen één buurt versnippering ontstaat tussen wel en niet tot het Wbmgp behorende delen, is ervoor gekozen om volledige buurten op te nemen. Dit voorkomt dat kleine gebiedjes met verschillende statussen door elkaar heen lopen binnen eenzelfde woonomgeving. Bovendien zijn de leefbaarheidsproblemen in deze gebieden zo omvangrijk dat ze niet beperkt blijven tot slechts een deel van de buurt – de hele buurt ondervindt er hinder van. Door volledige buurten te selecteren, wordt ook recht gedaan aan hun natuurlijke en administratieve samenhang. In totaliteit gaat het hier om 2.190 huurwoningen verdeeld over 6 buurten, waarbij het zwaartepunt in de wijken Noord- en Oost ligt met respectievelijk 925 en 675 woningen. Hieronder worden de buurten kort beschreven, inclusief kerncijfers ter illustratie.

Hoewel wij niet beschikken over het buurtprofiel van de buurt Kleikoelen, hebben wij ervoor gekozen om de

15

buurtprofielen voor de overige buurten toch toe te voegen aan de situatieschets omdat deze buurtprofielen op tal van indicatoren de situatie in deze buurten laten zien, ten overstaande van het gemiddelde van Brunssum, Parkstad Limburg, Nederland en de benchmark van vergelijkbare gemeenten.

1.2.2 Treebeek-Zuid, Brunssum-West Treebeek-Zuid is een buurt in het zuidwesten van Brunssum, onderdeel van de voormalige mijnwerkerswijk Treebeek. De buurt telt een aanzienlijk aandeel sociale huurwoningen (±50% van de woningvoorraad) en relatief weinig duurdere woningen. Sociaal-economisch kent Treebeek-Zuid grote uitdagingen: ruim 53% van de huishoudens heeft te kampen met veel problemen (vanaf roze), waarvan circa 36% (zeer) kwetsbaar is en (zeer) veel problemen heeft (vanaf rood). Het aandeel huishoudens met een laag inkomen bedraagt ruim 51%, aanzienlijk hoger dan gemiddeld. De netto arbeidsparticipatie ligt op 58% ten overstaande van het Nederlands gemiddelde van 72,9%. Ook het aandeel laagopgeleiden ligt met 33% hoger dan het Nederlands gemiddelde dat per buurt varieert tussen de 20% en 30%, waarbij in totaliteit 27% van de Nederlanders laagopgeleid zijn. De buurt scoort volgens de Leefbaarometer matig (gemiddelde leefbaarheidsscore rond 6, met 27% van de huishoudens in een ‘zwakke’ leefomgeving) met een negatieve afwijking ten overstaande van het Nederlands gemiddelde. Ten aanzien van overlast en veiligheid scoort de wijk veel slechter dan gemiddeld in Nederland (een 2 op een schaal van 9). Niet alleen de foto (huidige situatie) maar ook de film laat een verslechterende ontwikkeling zien ten opzichte van het Nederlands gemiddelde.

Zodanig, dat de burgemeester genoodzaakt was in het eerste kwartaal van 2025 een samenscholingsverbod in Treebeek in te stellen. Problematiek zoals werkloosheid, armoede, overlast en veiligheid en een matige fysieke kwaliteit van de woningen manifesteren zich hier samen, waardoor de leefbaarheid onder druk staat.

16

Figuur 6: Buurt-data, Calcasa 20255

5

Buurtrapport Treebeek-Zuid, Calcasa, 2025

17

18

19

1.2.3 Rozengaard, Brunssum-Noord De Rozengaard is eveneens een voormalige mijnwerkerskolonie in het noorden van Brunssum. Ook deze wijk kent een hoog aantal huurwoningen, namelijk 54%, waarvan het merendeel corporatiebezit is (49%). Het buurtbeeld wordt gekenmerkt door sociale huurwoningen en eenzijdige bebouwing (73% eengezinswoningen t.o.v. 27% meergezinswoningen), met beperkte instroom van middeninkomens. In 1981 is een deel van deze buurt gerenoveerd waarbij 32 woningen werden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In 2003 is deze buurt voor de tweede keer gedeeltelijk gerenoveerd waarbij een mix in woningtypologieën en huur/koop zijn teruggebracht in de wijk ten behoeve van een evenwichtigere mix in de wijk. Desondanks kent de Rozengaard een extreem hoge concentratie multi-probleemhuishoudens: circa 86% van de huishoudens valt in roze (veel problemen, weinig kwetsbaar) + rood (veel problemen veel kwetsbaar), waarvan maar liefst 70% in de rode categorie. Dat betekent dus dat van de 1.290 inwoners, er 1.110 inwoners veel problemen ervaren en van die inwoners zijn er dan ook nog 903 kwetsbaar. Ook in de Rozengaard is bijna de helft van de inwoners laagopgeleid en heeft ruim 54% een laag inkomen. De netto arbeidsparticipatie is in deze wijk nog lager dan in Treebeek-Zuid, namelijk 55%, tegenover het Nederlands gemiddelde (2022) van 71%.

De buurt scoort veel slechter dan gemiddeld (2 op een schaal van 9) op het gebied van overlast en onveiligheid en de ontwikkeling laat zien dat deze situatie alleen maar verslechterd. De leefbaarheid is laag (gemiddelde score 5) en vertoont een grote negatieve afwijking ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. 42% van de huishoudens woont in een zwakke leefomgeving.

Figuur 7: Buurt-data, Calcasa 20256

6

Buurtrapport Rozengaard, Calcasa, 2025

20

21

22

1.2.4 Lemmender, Brunssum-Noord De Lemmender is een buurt gelegen aan de Noordelijke rand van Brunssum, gekenmerkt door de concentratie van hoogbouwcomplexen: 93% van de woningen zijn meergezinswoningen en maar 7% gelijksoortige grondgebonden eengezinswoningen die allen bij elkaar gesitueerd zijn. Van de hoogbouwcomplexen stammen er drie uit respectievelijk 1967,1969 en 1972 en de overige 4 appartementencomplexen uit 2007 (3) en 2020 (1). De grondgebonden woningen stammen uit 1973. Het merendeel van de inwoners woont dus in oude bebouwing. De woningvoorraad is voor 60% sociale huur; middenhuur of koop is nauwelijks aanwezig. Ten aanzien van sociaaleconomische factoren behoort de Lemmender tot de allerzwakste wijken in de regio: 84% van de huishoudens kent veel problemen (roze + rood), waarvan 49% (rood) veel problemen kent en ook nog eens zeer kwetsbaar is. De netto arbeidsparticipatie is het laagst van alle buurten opgenomen in deze aanvraag: slechts 42% (t.o.v. 71% gemiddeld in Nederland in 2022). Ook heeft meer dan de helft van de mensen (58%) een laag inkomen en is meer dan een derde van de mensen (34%) laagopgeleid. Op gebied van overlast en onveiligheid wordt Lemmender als veel slechter dan gemiddeld beoordeeld en ook in deze buurt laat de ontwikkeling een verslechtering zien.

Op de Leefbaarometer scoort de buurt onvoldoende (gemiddelde score rond 3) en ook hier is er sprake van een verslechtering. Maar liefst 88% van de huishoudens leeft in een ‘onvoldoende’ leefomgeving (de rest ‘zwak’). Concreet betekent dat dus dat alle 1040 inwoners in een suboptimale leefomgeving woont, een unicum dat de ernst onderstreept. De combinatie van sociale problemen en fysieke verloedering maakt de noodzaak voor ingrijpen hier evident.

Figuur 8: Buurt-data, Calcasa 20257

7

Buurtrapport Lemmender, Calcasa, 2025

23

24

25

1.2.5 De Streek, Brunssum-Noord De Streek is een buurt die tegenover de Lemmender ligt en bestaat voornamelijk uit rijwoningen en enkele portieketageflats. Op één nieuwbouw appartementencomplex na, stamt alle bebouwing uit de periode 1962-1968. Het aandeel huurwoningen ligt hier lager dan de andere buurten, namelijk 40% waarvan 36% corporatiewoningen zijn. Ook van de huishoudens uit De Streek kampt het merendeel met veel problemen: 64% (roze + rood), waarvan 16% zeer kwetsbare huishoudens betreft met veel problemen (rood). Ook hier is sprake van relatieve armoede (43% laag inkomen) en een significant lagere arbeidsparticipatie dan gemiddeld in Nederland: 67% t.o.v. 71% in 2022. Het percentage laagopgeleiden ligt op 29%. Ten aanzien van overlast en onveiligheid scoort ook deze buurt veel slechter dan gemiddeld en toont de trend ook een verslechtering. Deze buurt scoort gemiddeld iets beter dan de meest problematische buurten op het gebied van leefbaarheid: namelijk zwak en 64% van de huishoudens in deze buurt woont in zo’n zwak gebied.

Figuur 9: Buurt-data, Calcasa 20258

8

Buurtrapport De Streek, Calcasa, 2025

26

27

28

1.2.6 De Eggen, Brunssum-Oost De Eggen is een voormalige mijnkolonie in Brunssum Oost, waarvan een deel tussen 2016 en 2023 een grootschalige vernieuwing heeft ondergaan. Er zijn toen 134 woningen (beschermd stads- en dorpsgezicht) gefaseerd gesloopt en vervolgens met behoud van de oorspronkelijke uitstraling en architectuur teruggebouwd door woningcorporatie Weller. Deze buurt bestaat dan ook bijna voor de helft uit corporatiebezit (47%). De rest van de woningen in de buurt stammen vanaf 1910 waarbij elk decennium extra woningen worden bijgebouwd met het zwaartepunt in de jaren 50. Qua woningtypologieën betreft het bijna geheel eengezinswoningen (92%). Wat deze buurt eruit laat springen in negatieve zin, is dat bijna alle inwoner veel problemen hebben, namelijk 96% (roze + rood). Van deze mensen is het overgrote deel (64%) ook nog veel kwetsbaar. Eén op de vijf inwoners in De Eggen valt in de zwaarste categorie (donkerrood) en ervaart dus zeer veel problemen en is ook zeer veel kwetsbaar. Meer dan de helft van de inwoners heeft een laag inkomen (54%) en de netto arbeidsparticipatie ligt ver onder het Nederlands gemiddelde, met 57%. Het percentage laagopgeleiden ligt dan weer hoger dan het Nederlands gemiddelde, met 37%. Ook in deze buurt is de situatie ten aanzien van overlast en veiligheid veel slechter dan gemiddeld en vertoond een verslechterende ontwikkeling.

De leefbaarheid in totaliteit scoort zwak en meer dan de helft van de inwoners woont in zo’n zwakke leefomgeving (56%). Ook worden in deze buurt relatief veel overlastklachten geregistreerd. Het beperken van verdere instroom van kwetsbare groepen is cruciaal om De Eggen de kans te geven te stabiliseren en te verbeteren.

Figuur 10: Buurt-data, Calcasa 20259

9

Buurtrapport De Eggen, Calcasa, 2025

29

30

31

1.2.7 Kleikoelen, Brunssum-Oost Kleikoelen is een kleine buurt in het zuidoosten van Brunssum. De bebouwing stamt uit eind jaren 70 tot midden jaren 80 en er staan hoofdzakelijk rij- en etagewoningen. Het woningaanbod is vrijwel uitsluitend corporatiebezit (ca. 82% sociaal huur) met weinig koopwoningen, wat tot een zeer eenzijdige bevolkingssamenstelling leidt. Feitelijk vallen alle huishoudens (100%) in Kleikoelen in de probleemcategorieën roze of rood (32% roze, 68% rood), wat betekent dat de hele buurt kampt met forse sociaaleconomische problemen. Deze buurt heeft met €19.300 het laagste gemiddelde inkomen per inwoner van alle buurten in de gemeente Brunssum. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat 61% van de inwoners een laag inkomen heeft, het hoogste percentage van alle buurten in deze aanvraag. Daarnaast is de netto arbeidsparticipatie het laagst van alle buurten in deze aanvraag, slechts de helft van de mensen ontvangt inkomen uit betaalde arbeid. Het aandeel laagopgeleiden is dan weer het hoogst van alle buurten in deze aanvraag, met maar liefst 47%. Ook wat betreft overlast en onveiligheid kent Kleikoelen de meest zorgelijke situatie.de buurt heeft op de veerkrachtmeting de slechtst mogelijke veiligheidsindex (1 op schaal 1–9 t.o.v. NL-gemiddelde), wat inhoudt dat bewoners bovengemiddeld veel hinder van overlast en onveiligheid ervaren.

Niet alleen de foto, maar ook de film laat een sterke verslechtering zien (1 op schaal 1-9 t.o.v. NL-gemiddelde). De implicaties van al deze indicatoren hebben ook hun weerslag op de algemene leefbaarheidscore in deze wijk: deze is zwak en wel 84% van de buurtbewoners woont in zo’n zwak gebied. Deze buurt is exemplarisch voor waarom ingrijpen nodig is: zonder bijzonder maatwerk zoals de Wbmgp dreigt Kleikoelen verder af te glijden dan wel enkel een toevluchtsoord te blijven voor de allerkwetsbaarsten.

Figuur 11: Buurt-data, Calcasa 202510

10

Buurtrapport Kleikoelen, Calcasa, 2025

32

1.2.8 Conclusie situatieschets geselecteerde buurten Uit bovenstaande blijkt dat deze buurten stuk voor stuk aanzienlijk uit de pas lopen ten opzichte van landelijke gemiddelden en zelfs de gemeentelijke gemiddelden die, zoals beschreven in paragraaf 1.1.1 Context, vaak al significant slechter zijn dan het Nederlands gemiddelde. Brunssum breed is namelijk het aandeel inwoners met een laag inkomen circa 44% (2023) en de netto arbeidsparticipatie 66,7%, terwijl in alle geselecteerde buurten (m.u.v. De Streek met respectievelijk 43% en 67%) deze percentages veel hoger liggen. Ook het aandeel corporatiewoningen – dat voor Brunssum op circa 30% ligt – is fors hoger in geselecteerde buurten. Daarnaast blijft ook de koopsector in deze buurten achter: de gemiddelde WOZ-waarde van Brunssum is in 2023 €223.000, terwijl alle buurten met uitzondering van Treebeek-Zuid (€201.000) ver beneden de €200.000 blijven. Ook scoren vrijwel alle aangewezen gebieden slecht op objectieve en subjectieve veiligheidsindices (zo hebben Kleikoelen en Lemmender de laagste veiligheidscores in de regio) en leven grote aantallen buurtbewoners op plekken waar de leefbaarheid zwak scoort. Deze cijfers onderstrepen dat de leefbaarheid onder gemiddeld tot ronduit onvoldoende is, en dat de concentratie van problematiek in deze buurten uitzonderlijk hoog is.

Sterker nog, deze cijfers tonen eveneens aan dat situatie in deze buurten alleen maar verslechterd. De zes voorgestelde buurten vormen samen de kern van de stedelijke problematiek in Brunssum. Ze kenmerken zich door een combinatie van sociaaleconomische achterstand, een eenzijdige woningvoorraad, overlast en onveiligheid. De buurten lijden onder een accumulatie van problemen bij bewoners (werkloosheid, schulden, lage opleiding, gezondheidsproblemen) en zien zich tegelijk geconfronteerd met instroom van nieuwe kwetsbare bewoners die elders geen onderdak vinden. Inwoners met werk, opleiding of stabiel inkomen verlaten deze buurten zodra ze daartoe in staat zijn, wat leidt tot sociale ontwrichting en instabiliteit. Nieuwe instroom bestaat vervolgens uit vergelijkbare of zwaarder belaste huishoudens. Dit mechanisme versterkt zichzelf – zonder gerichte regulering. Deze situatie is zonder ingrijpen zelfversterkend negatief – met andere woorden, de problemen reproduceren en vergroten zichzelf zolang de dynamiek van uitstroom van draagkrachtigen en instroom van kwetsbaren doorzet. Juist daarom is gericht ingrijpen in deze buurten het meest urgent. De Wbmgp biedt hier tijdelijk tegenwicht: door de instroom van nieuwe kwetsbare huishoudens te begrenzen en de instroom van draagkrachtigen te stimuleren, ontstaat ruimte voor herstel en opbouw.

Onderstaand geeft Tabel 1 bovengenoemde indicatoren overzichtelijk per buurt weer en waar mogelijk zijn zowel de percentages als absolute aantallen inwoners en huishoudens per indicator vermeld. Tabel 1: Indicatoren per buurt inclusief inwoner- en huishoudaantallen

Buurt→ Indicator↓

% en absoluut aantal inwoners met

TreebeekZuid

Rozengaard

Lemmender

De Streek

De Eggen

Kleikoelen

Inwoneraantal: 1890 Huishoudensaan tal: 995

Inwoneraantal: 1290 Huishoudensaan tal: 650

Inwoneraantal: 1040 Huishoudensaant al: 740

Inwoneraantal: 790 Huishoudensaa ntal: 430

Inwoneraantal: 1725 Huishoudensaan tal: 800

Inwoneraantal: 210 Huishoudensaan tal: 120

53%

86%

84%

64%

96%

100%

1102

1110

874

506

1656

210

33

veel problemen (roze+rood) % en absoluut aantal inwoners [zeer] veel problemen, [zeer] veel kwetsbaar ((donker)rood

36%

70%

49%

16%

64%

68%

681

903

510

127

1104

143

% en absoluut aantal inwoners laag inkomen

51%

54%

58%

43%

54%

61%

964 €23.000

697 €22.100

604 €23.700

340 €27.300

932 €20.400

129 €19.300

% en absoluut aantal inwoners netto arbeidsparticip atie

58%

55%

42%

67%

57%

50%

1097

710

437

530

984

105

% en absoluut aantal inwoners laagopgeleid

33%

40%

34%

29%

37%

47%

624 50%

516 49%

354 60%

230 36%

639 47%

99 82%

490

325

470

170

350

100

€201.000

€179.000

€132.000

€166.000

€185.000

€154.000

Veerkracht overlast en onveiligheid score* en ontwikkeling** , t.o.v.NLgemiddelde

2

2

2

2

2

1

3

2

2

3

2

1

Leefbaaromete r gemiddelde score buurt en % en absolute aantallen huishoudens in zwak

6

5

3

4

4

4

27%

42%

12%

64%

56%

84%

269

273

89

276

448

101

Gemiddeld inkomen per inwoner

% en absoluut aantal woningen corporatiebezit Gemiddelde WOZ-waarde t.o.v. €368.000 (NLgemiddelde) peildatum 2023

*Score op schaal van 1 tot 9, waarbij 1 zeer veel slechter dan gemiddeld, 2 veel slechter dan gemiddeld, 3 slechter dan gemiddeld, 4 iets slechter dan gemiddeld, 5 gemiddeld in Nederland, 6 iets beter dan gemiddeld, 7 beter dan gemiddeld, 8 veel beter dan gemiddeld en 9 zeer veel beter dan gemiddeld. ** Score op schaal van 1 tot 9, waarbij 1 sterk verslechterd, 2 verslechterd, 3 iets verslechterd, 4 ongeveer gelijk gebleven, 5 iets verbeterd, 6 enigszins verbeterd, 7 verbeterd, 8 veel verbeterd en 9 zeer veel verbeterd.

34

1.3 Voorgenomen inzet Wbmgp en aanvraag Gelet op het voorgaande vraagt de gemeente Brunssum met deze aanvraag om de zes hierboven beschreven buurten aan te wijzen onder artikel 5 van de Wbmgp, ten behoeve van de toepassing van de artikelen 8, 9 en 10 Wbmgp in bovengenoemde zes buurten. De toepassing van deze artikelen in combinatie met andere al bestaande interventies, heeft als doel de sociaaleconomische samenstelling van de wijken te verbeteren alsmede de veiligheid en leefbaarheid te vergroten. In feite worden deze buurten in ieder geval voor een periode van vier jaar “ontzien” van verdere instroom van nieuwe kwetsbare groepen door middel van reguleren, zodat er ruimte is om bestaande en nieuwe bewoners te koesteren en in hen te investeren.

1.3.1 Artikel 8: Het stellen van eisen aan de aard van het inkomen van woningzoekenden bij verhuur van particuliere woningen en woningen in het bezit van woningcorporaties. Woningcorporaties erkennen al dat zij – onder andere door de invoering van passend toewijzen op 1 januari 2022 maar ook de extramuralisering van de zorg en vergrijzing – steeds meer kwetsbare mensen huisvesten. Als deze mensen niet in een corporatiewoning terecht komen, dan komen zij veelal te wonen in particuliere (kamer)verhuur. Gemeente Brunssum erkent de negatieve effecten die verkamering en woningsplitsing met zich mee kan brengen, zoals verstoring van het woon- en leefklimaat voor de bewoners zelf maar ook voor omwonenden en heeft daarom reeds in 2024 het Facetbestemmingsplan kamerbewoning, woningsplitsing en parkeren ingevoerd die ongewenste vormen van onzelfstandige bewoning en splitsing aan banden legt door dit te verbieden. Middels artikel 8 zullen eisen worden gesteld aan de aard van het inkomen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning binnen een Wbmgp-gebied. Concreet betekent dit dat wanneer een woning gelegen is in een Wbmgp-gebied, de kandidaat-huurder die buiten de regio Parkstad woont dan wel korter dan 6 jaar binnen de regio Parkstad woont, dient aan te tonen dat deze beschikt over: • • • • • •

een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid; een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf; een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet; een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, of een aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.

Daarnaast geldt dat, in lijn met gemeente Heerlen, indien het inkomen afkomstig is van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid of uit zelfstandig beroep of bedrijf, het inkomen tenminste gelijk moet zijn aan de voor de aanvrager geldende bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 van de Participatiewet.

1.3.2 Artikel 9: Middels dit artikel kan er voorrang worden verleend aan woningzoekenden die voldoen aan vastgelegde sociaal-economische kenmerken. Gemeente Brunssum wil van dit artikel gebruik maken om vitale beroepsgroepen voorrang te verlenen voor corporatiewoningen in Wbmgp-gebieden. Deze voorrangsregels zullen worden opgenomen in de Huisvestingsverordening van gemeente Brunssum. Enkel de instroom van kwetsbare bewoners beperken, acht gemeente Brunssum niet voldoende om

35

de hardnekkige problematiek in de voorgenoemde gebieden aan te pakken. Om aan te sluiten bij onze aanpak ‘mengen zonder te verdringen’, beogen wij middels artikel 9 ‘sterke schouders’ in deze gebieden toe te voegen om de veerkracht een impuls te geven. In lijn met gemeente Heerlen, betekent dit dat voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden behorende tot beroepsgroepen die in de sectoren, zijnde: • • • • • • • •

Zorg (bijv. verpleegkundigen, verzorgenden, artsen, gezinsconsulenten); Onderwijs (bijv. leraren primair, pedagogisch medewerkers peuter- en kinderopvang); Openbare orde & veiligheid (bijv. politieagenten, brandweerlieden, justitiemedewerkers); Transport & Logistiek (bijv. vrachtwagenchauffeurs, logistiek medewerkers); Techniek & ICT (bijv. monteurs, lassers, ICT-medewerkers); Jeugdzorg/Maatschappelijke dienstverlening (bijv. jeugdzorgmedewerkers); Openbaar Bestuur (bijv. inspecteurs en toezichthouders, beleidsmedewerkers enz.); Industrie (bijv. operators, monteurs, technici enz.).

Voorgaande opsomming zal, mede op basis van de CBS-beroepenindeling, verder worden geconcretiseerd en gespecificeerd in de huisvestingsverordening, waarbij uniformiteit met gemeenten Heerlen wordt nagestreefd.

1.3.3 Artikel 10: Dit artikel biedt de mogelijkheid om een huisvestingsvergunning van kandidaat-huurders te weigeren als na een screening blijkt dat er een verleden met (woon)overlast en/of crimineel gedrag is. Met deze maatregel wordt beoogd grip te houden op de instroom van bewoners vanaf 16 jaar die van negatieve invloed zijn op de leefbaarheid en veiligheid in deze kwetsbare gebieden. Enerzijds wordt een concentratie van overlastgevend en crimineel gedrag tegengegaan en anderzijds wordt het minder vanzelfsprekend voor jongeren en andere bewoners om hun toekomst in het criminele circuit te zoeken. Gemeente Brunssum wil deze screening uitvoeren door middel van gebruikmaking van de woonverklaring op basis van politiegegevens ten opzichte van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Ten aanzien van deze politiegegevens beogen wij gebruik te maken van alle te onderzoeken gedragingen zoals bepaald in artikel 10a van de Wbmgp. We achten dat noodzakelijk omdat de politie bij de beoordeling niet alleen kijkt naar feiten die tot een straf of maatregel hebben geleid, maar ook voorvallen betrekt waarbij dat niet het geval was. Daardoor omvat de politie-informatie een breder spectrum dan bijvoorbeeld de VOG-screening, waar uitsluitend gedragingen worden meegenomen die hebben geresulteerd in een formele sanctie.

Uit de beschikbare gegevens blijkt bovendien dat het vaak gaat om incidenten die vooral overlast veroorzaken. Dergelijke gedragingen leiden lang niet altijd tot vervolging of bestraffing. Juist dit soort informatie is waardevol om personen die herhaaldelijk overlast veroorzaken te kunnen weren uit Wbmgp-gebieden.

36

1.4 Noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit De Wbmgp schrijft in artikel 6 voor dat de gemeenteraad voldoende aannemelijk moet maken dat de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde gebieden noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de gemeente en dat het voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Daarnaast moet voldoende aannemelijk worden gemaakt dat er voldoende alternatieven in de regio aanwezig zijn om passende huisvesting te vinden voor woningzoekenden die als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kunnen krijgen in het gebied waarvoor de aanwijzing geldt. Ook is het van belang voldoende aannemelijk te maken waarom de verklaring omtrent het gedrag of het onderzoek op basis van politiegegevens, het meest geschikte instrument is voor het bestrijden van overlast en criminaliteit. In hoofdstuk 2 worden deze vier voorwaarden uitgebreid onderbouwd.

1.5 Termijn van de aanwijzing en voorgenomen evaluatie De gemeenteraad van Brunssum vraagt de toepassing van de Wbmgp aan voor een periode van in ieder geval vier jaar (naar verwachting 2026–2029, afhankelijk van het moment van inwerkingtreding). Dit is conform de wet, die voorschrijft dat een aanwijzing maximaal 4 jaar geldt waarna de gemeenteraad opnieuw moet instemmen met het doen van een aanvraag tot verlenging, steeds met ten hoogste 4 jaar, tot een totaal van maximaal 20 jaar. Uiteraard dient de gemeenteraad dan ook voldoende aannemelijk te maken dat er wordt voldaan aan de criteria noodzaak, geschiktheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Gegeven de complexiteit van de problematiek, is het aannemelijk dat een verlenging nodig is. De Wbmgp zien wij als één van de instrumenten om aan de missie en doelen van het Koerskompas voor de komende 25 jaar voor heel Brunssum te werken, maar ook aan de missie en doelen van het gebiedsgerichte Programmaplan Brunssum Noord en Oost: investeren in de wortels van de wijk. De inwoners van Brunssum Noord en Oost hebben in 2050 eigen regie op een stabiel, breed welvarend en gezond leven. Tegen het einde van de periode zal een grondige evaluatie plaatsvinden (zie hoofdstuk 3) om te bepalen of verlenging wenselijk en gerechtvaardigd is.

Alleen bij aantoonbare effectiviteit én aanhoudende noodzaak zal de gemeente overwegen een vervolgaanvraag te doen, en dat besluit zal te zijner tijd opnieuw door de gemeenteraad worden genomen. Omgekeerd geldt: als de doelen eerder bereikt zijn of de situatie voldoende verbeterd is, kan de gemeente de aanwijzing ook tussentijds intrekken of beperken. Flexibiliteit en periodieke toetsing zijn dus geborgd, zodat de maatregelen niet langer dan nodig voortduren. We merken echter wederom op dat de complexiteit van de problematiek eerder een verlenging van de maatregelen behoeft, dan een tussentijdse intrekking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=bd8f5959-01d1-4de7-8162-584e507dc6a2