Raadsvoorstel 17 Rapportage (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
□
ca pret advocaten
overheid onderwijs zorg
VERTROUWELIJK Rapportage van bevindingen
Onderzoek betreffende de relevante feiten en omstandigheden, terzake de melding van het college van Brunssum bij de commissie Integriteit van de gemeenteraad van Brunssum, luidende: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?”
Onderzoek, verslaglegging gesprekken en rapportage: mr. M.P.W. Steuten, advocaat Capra ’s-Hertogenbosch
1 van 34
capra advocaten
overheid onderwijs zorg
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
2. Opzet onderzoek 3. Toetsingskader 4. Bevindingen 5. Wederhoor 6. Conclusies 7. Nawoord 8. Overzicht van bijlagen
2 van 34
ca p ra advocaten
1.
over heid onderwijs vo r g
Inleiding Met zijn besluit van 30 november 2021 heeft het college van Brunssum, verder het college, als voortvloeisel van het agendapunt “Integriteitsmelding bij de commissie Integriteit n.a.v. het opgeleverde onderzoeksrapport m.b.t. het evenement 'Het Feest der Verwondering editie 2019?'” besloten om de volgende melding te doen bij de commissie Integriteit van de gemeenteraad van Brunssum, verder de gemeenteraad: “Heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld? Welke invloed heeft dit gehad op de voor de gemeente interne keuze van financiering van het Feest der Verwondering editie 2019?”. Ter toelichting op deze plaats: de heer Joosten was als penningmeester verbonden aan de stichting Brunssum4Tsamen die het Feest der Verwondering, een kerstevenement, in 2019 organiseerde. Als zodanig heeft hij zich in oktober 2019 door middel van een aantal e-mailberichten en in een gesprek rechtstreeks tot uitvoerende ambtenaren gewend met als onderwerp de vorm/wijze van de financiering van het evenement door de gemeente, volgend op het raadsbesluit van 17 september 2019. Dat raadsbesluit luidde, hier volledig weergegeven: 1. Kennis te nemen van de evaluatie (versie 2); 2. De conclusies te onderschrijven en het evenement in 2019 voort te zetten; 3.
Dit jaar het jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede4 berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve). 4. Conform evaluatie (versie 2) aan de stichting de opdracht te geven een meerjarenplan conform evaluatie (versie 2) op te stellen. Zodat we tijdig inhoudelijk de toekomst van de stichting/het evenement kunnen bespreken. De commissie Integriteit handelt in geval van een melding overeenkomstig het Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018. Volgens het in dit protocol opgenomen stappenplan kan een beoordeling aan de hand van wet en regelgeving en de gedragscode onder meer leiden tot de conclusie dat een feitenonderzoek noodzakelijk is omdat er een redelijk vermoeden is van een integriteitsschending. De commissie Integriteit is tot de conclusie gekomen dat de melding noopt tot een feitenonderzoek, waarvoor door tussenkomst van burgemeester en griffier Capra1
1 Doorhaling is gevolg van een amendement.
3 van 34
overheid onderwijs v. o i g
Advocaten te ‘s-Hertogenbosch is benaderd, in de persoon van mr. M.P.W. Steuten, verder aangeduid als onderzoeker. Het raadslid waar de melding betrekking op heeft is tevens voorzitter van de commissie Integriteit. Overeenkomstig het gestelde in het protocol heeft hij zich als commissielid teruggetrokken. De heer Joosten is zowel door de griffier als door onderzoeker van het onderzoek in kennis gesteld en op de hoogte gebracht van de opzet, ook in die zin dat hem een overzicht is verstrekt van de personen aan wie zou worden gevraagd aan het onderzoek deel te nemen, hem de gelegenheid is geboden personen aan te dragen, en hij in het bezit is gesteld van de dossierstukken zoals onderzoeker die ook heeft gekregen. Het onderzoek vond plaats in de periode van 6 januari 2022 tot en met heden. Onderzoeker benadrukt op deze plaats dat deze rapportage beoogt het toetsingskader weer te geven en betrekking heeft op de feiten en omstandigheden. Onderzoeker heeft bij de uitvoering van het onderzoek rekening gehouden met het Protocol feitenonderzoek Capra Advocaten als met het Protocol (mogelijke) integriteit schendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018 en de heer Joosten hierover geïnformeerd.
Onderzoeker zal zich, mede gelet op de inhoud van het protocol van de gemeenteraad, niet uitlaten over de vraag of de heer Joosten al dan niet integer heeft gehandeld. De onderzoeker duidt derhalve enkel de feiten en het toetsingskader.
4 van 34
2.
Opzet onderzoek De dag na ontvangst van de definitieve opdrachtverstrekking van de commissie Integriteit werd door de griffier aan onderzoeker een dossier ter beschikking gesteld met de naam "klapper kerst vier je samen’’ met daarin 36 documenten, overeenkomstig een overzicht van bijlagen. Diverse van deze documenten bestonden uit meerdere documenten. Vervolgens ontving onderzoeker op 10 januari 2022 een aanvullend dossier, afkomstig van wethouder S. L’Espoir, met als inhoud een zestiental documenten met, ook hier, ‘subdocumenten’. Voor inzicht in de inhoud van de dossiers wordt verwezen naar het overzicht van bijlagen. Verder zond opdrachtgever een aantal documenten toe die dienstig kunnen zijn voor de kwalificatie van eventueel vast te stellen feiten en omstandigheden. Tot deze documenten behoorden de Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum, het Raadsvoorstel 57, stammend uit 2018, behelzend de “notitie instellen commissie Integriteit gemeente Brunssum 2018” met daarbij als bijlage het Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum 2018”.
Verder stuurde de griffier op woensdag 12 januari 2022 een e-mailbericht aan onderzoeker, met daarin een weergave van vragen zoals gesteld door VVD raadslid de heer Van Dijk in een raadsvergadering, en de antwoorden daarop van de griffier, namens burgemeester, mevrouw W. van de Rijt, met betrekking tot de behandeling van het raadsvoorstel in de gemeenteraad op 17 september 2019 betreffende de financiële ondersteuning van het jaarlijkse kerstevenement met een bedrag van € 50.000,-. Op donderdag 20 januari 2022 verzond de griffier een e-mailbericht met betrekking tot de opdrachtverstrekking, zoals op 6 januari 2022 uitgebracht. Gebleken was dat in de opdrachtverstrekking van 6 januari 2022 als melding opgenomen was "heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 correct gehandeld? (...)”, terwijl in het collegebesluit van 30 november 2021 stond “heeft raadslid Frank Joosten in het dossier Feest der Verwondering editie 2019 integer gehandeld?”. Op dat moment waren de meeste interviews al gehouden, zodat onderzoeker geen rekening kon houden met de aanpassingen. In de gesprekken heeft het onderscheid tussen correct en integer geen noemenswaardige rol gespeeld.
Temeer omdat deze rapportage gaat over de feiten en het toetsingskader, en de vraag of de heer Joosten integer heeft gehandeld aan de orde zal worden gesteld in de gemeenteraad, levert de correctie wat betreft onderzoeker geen probleem op.
5 van 34
Onderdeel van de opdrachtverstrekking betrof een voorstel voor te interviewen personen, te weten: 1.
2. 3. 4. 5. 6.
De heer F. Joosten (raadslid): betrokken raadslid, penningmeester stichting. Mevrouw w. van der Rijt (burgemeester): Procesbeschrijving. De heer C. de Rijck (wethouder): verantwoordelijk wethouder wat betreft organisatie Feest der Verwondering. De heer S. L’Espoir (wethouder): Voegt zich in de melding van het college, maar heeft verzocht om feiten en informatie aan te mogen dragen. Voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen. ► (afdelingshoofd Maatschappelijke ontwikkeling): Eerst verantwoordelijk ambtenaar.
Onderzoeker heeft, na eerst telefonisch contact te hebben laten opnemen, al deze personen schriftelijk uitgenodigd in de volgorde de heer De Rijck, De heer L’Espoir, de heer Joosten en mevrouw Van der Rijt. Deze volgorde werd in hoge mate door de agenda’s bepaald. Hierbij verdient opmerking dat, zoals verderop nog zal blijken, mevrouw Van der Rijt ten tijde van de gedragingen van de heer Joosten waarop dit onderzoek betrekking heeft nog geen burgemeester was. Niettemin heeft onderzoeker met haar gesproken teneinde een beeld te verkrijgen van de bestuurlijke context van de gemeente Brunssum. In de aanloop naar de interviews heeft onderzoeker nog een e-mailbericht opgevraagd bij waarnaar in het overgelegde dossier werd verwezen, maar dat zich niet In het dossier bleek te bevinden. Specifiek gaat het om een e-mailbericht van 16 oktober 2019 van de heer Joosten aan< ►betreffende de problematiek waarvoor de stichting zich gesteld zag. Onderzoeker heeft aan alle geïnterviewde personen een concept van het verslag van het gehouden interview toegezonden met het verzoek om dit te controleren op feitelijke onjuistheden, van welke mogelijkheid doorgaans ook gebruik is gemaakt. Kopieën van de vastgestelde verslagen bevinden zich bij de bijlagen. De heer Joosten is als persoon op wie de melding gericht is in de gelegenheid gesteld om nadere personen voor te dragen om te worden gehoord.
Daarbij bleek dat hij voor ogen had om WKÊÊUÊÊÊÊIKÊÊÊÊÊÊ& voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen, voor te dragen, welke persoon echter al door opdrachtgever was voorgesteld. In lijn met zowel het protocol zoals de gemeenteraad van Brunssum dat hanteert als het protocol feitenonderzoek van Capra Advocaten is de heer Joosten op 27 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om te reageren op een conceptversie van deze rapportage en de verslagen van de interviews.
6 van 34
ca pres advocaten
overheid onderwijs zorg
Bovendien is per gelijke datum een voorlopige versie van deze rapportage toegezonden aan de griffier, met het verzoek te bezien of sprake was van redactionele onvolkomenheden of onjuistheden van feitelijke aard. Op 31 januari 2022 ontving onderzoeker een reactie. Voor zo ver aan de orde zijn voorgestelde correcties in de definitieve versie overgenomen.
7 van 34
capra
overheid ondorwijs
advocaten
y.otg
3.
Toetsingskader Gemeentewet In artikel 15 van de Gemeentewet zijn expliciete gedragingen opgenomen die voor een lid van de Raad verboden zijn. Zo mag een lid van de Raad niet als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur, mag hij niet als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur en mag hij niet als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van, onder andere, overeenkomsten betreffende het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente. In artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet staat dat de Raad voor zijn leden een Gedragscode vaststelt. In artikel 28 van de Gemeentewet staat dat een lid van de Raad niet deelneemt aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat, of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.
De rechtspraak over dit artikel maakt duidelijk dat dit artikel strikt dient te worden uitgelegd in deze zin dat nauwgezet aan de eisen van het artikel moet worden voldaan om een lid van de raad weg te kunnen houden van zijn fundamentele recht om te stemmen.2 Algemene wet bestuursrecht In artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid en dat het bestuursorgaan ertegen waakt dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Uit de jurisprudentie over dit artikel in de context van besluiten die door een gemeenteraad worden genomen blijkt dat uit art. 2:4 van de Awb in het algemeen niet volgt dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch gekozen bestuursorgaan en die bij een besluit belanghebbende is als bedoeld in art. 1:2, eerste lid, van de Awb, zich zou moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het democratisch proces. Dat kan evenwel anders zijn als er sprake is van bijkomende omstandigheden3.
Gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum Op grond van artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad de gedragscode Raads(commissie)leden gemeente Brunssum vastgesteld. Het gaat
2 JB 1998/76 3JB2013/84
8 van 34
□
cctpra
over heid onderwijs
advocaten
/org
het bestek van deze rapportage te buiten om deze gedragscode integraal te bespreken. Onderzoeker haalt een aantal punten aan. In de overwegingen staat dat de leden van de Raad van de gemeente Brunssum ten aanzien van het begrip integriteit als sleutelwoorden zien: openheid, betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, dienstbaarheid, functionaliteit en zorgvuldigheid. Deze sleutelwoorden zijn nader uitgewerkt als kernbegrippen, waarbij voor wat betreft openheid opgemerkt wordt dat het handelen van het raadslid transparant moet zijn zodat de controlerende organen volledig inzicht hebben in zijn handelen en zijn beweegredenen daarbij. Het raadslid dient zich bij voortduring bewust te zijn van zijn openbare taak en zijn verantwoordelijkheid om de integriteit te handhaven en te bevorderen. Hij is open en legt verantwoording af over zijn doen en nalaten en onthoudt zich van elk handelen en van elke gedraging die de integriteit of het openbaar belang kan schaden. Ten aanzien van het kernbegrip betrouwbaarheid staat in de Gedragscode dat het raadslid kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, alleen aanwendt voor het doel waarvoor het is gegeven.
Verder dient het handelen van het raadslid te worden gekenmerkt door onafhankelijkheid, hetgeen wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Het handelen van het raadslid is verder altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en de organisaties en de burgers die daar onderdeel van uitmaken. Ten aanzien van het kernbegrip functionaliteit vermeldt de Gedragscode dat het handelen van het raadslid een herkenbaar verband houdt met de functie die hij vervult. Ook haalt onderzoeker hier aan dat het handelen van een raadslid zodanig dient te zijn dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Al deze kernbegrippen worden weer nader uitgewerkt. Voor wat betreft belangenverstrengeling vermeldt de Gedragscode onder 2a dat het raadslid zich ervan bewust moet zijn dat bepaalde beslissingen risico’s met zich brengen en dat hij daarom elke schijn van belangenverstrengeling of vriendjespolitiek dient te vermijden. Het raadslid mag zich niet laten beïnvloeden door wie dan ook. Verder onthoudt hij zich, zie 2c, van welke handeling of uitspraak jegens de ambtenaar die door de ambtenaar als oneigenlijke beïnvloeding zou kunnen worden opgevat
9 van 34
capra advocaten
overheid onderwijs -org
en diens onafhankelijke meningsvorming of stemgedrag in de Raad in de weg staat. Voor wat betreft nevenfuncties en nevenwerkzaamheden meldt onderdeel 6a dat het raadslid geen nevenfunctie vervult die strijdig is of kan zijn met de belangen van de gemeente of die belangenverstrengeling kan opleveren met het lidmaatschap van de Raad. Voor wat betreft omgangsvormen vermeldt onderdeel 9 dat het raadslid zich er bewust van moet zijn dat zijn omgangsvormen correct zijn en dat ambtenaren noch derden onheus door hem of haar worden bejegend. Op grond van onderdeel 9b onthoudt het raadslid zich van handelingen, uitlatingen of gedragingen in de werksfeer die tot doel hebben de werkprestaties van een ambtenaar te ondermijnen (...). Tot slot vermeldt onderdeel 11a dat het raadslid in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor een goede naleving van deze Gedragscode. Binnen de gemeente Brunssum werd overeenkomstig raadsvoorstel 57 de commissie Integriteit gemeente Brunssum 2018 ingesteld. Dit voorstel, met bijbehorend protocol, bevat geen zelfstandige normstelling maar geeft wel kaders voor de wijze waarop omgegaan wordt met integriteitsschendingen. Zo heeft deze commissie, zie ook hiervoor, de mogelijkheid om een extern onderzoek te gelasten naar meldingen van mogelijke integriteitsschendingen. De commissie oordeelt zelf niet over integriteitsschendingen.
Uiteindelijk is dat aan de gemeenteraad.
10 van 34
ccs p ra advocaten
4.
over heid onderwijs v org
Bevindingen a.
Aanloop naar Feest der Verwondering, editie 2019 Tegen de achtergrond van de aan Capra Advocaten gestelde onderzoeksvraag, die zich specifiek richt op gedragingen van het raadslid Joosten, zal onderzoeker hier niet al te uitgebreid uitweiden over de geschiedenis van het evenement Kerst vier je samen, de aanloop naar dit evenement in 2019, en het feitelijk verloop. Niettemin vindt onderzoeker het belangrijk om een aantal punten op een rij te zetten om deze rapportage voor de wat minder ingewijde lezer begrijpelijk te houden. Ik put daarbij uit de aan mij overgelegde documentatie, waaronder de rapportage van het rechtsmatigheidsonderzoek Feest der Verwondering gemeente Brunssum van Unravelling, bureau voor onderzoek en advies, gedateerd 26 maart 2021. Deze rapportage bevat onder hoofdstuk 2 een feitenrelaas waaraan onderzoeker geen afbreuk wil doen. Dat feitenrelaas maakt duidelijk dat na de eerste twee edities, die van 2016 en 2017, het idee bestond om de organisatie van het evenement niet langer in handen te laten liggen van de gemeente maar van een derde partij, waartoe in het najaar van 2018 de stichting Brunssum4Tsamen werd opgericht, met onder andere de heer Joosten als bestuurslid. Ongeveer parallel aan oprichting van die stichting werden vanuit de ambtelijke organisatie voorbereidingen getroffen om de relatie tussen de gemeente en deze stichting vorm te geven.
Onderzoeker verwijst in dit verband naar het collegevoorstel zoals opgesteld door^HHBHMHM) van 12 Juli 2018. In dat document wordt teruggeblikt op eerdere versies en wordt benadrukt dat de gemeente de stichting het evenement zelfstandig wil laten organiseren. Tegelijkertijd bevat het betreffende voorstel de boodschap dat de gemeente het bestuur van de stichting niet in het diepe wil gooien, zowel organisatorisch als financieel. In het betreffende voorstel wordt voor wat betreft aanpak/uitvoering opgenomen dat voor de financiële gevolgen en dekking in de programmabegroting € 50.000,- is opgenomen, dat de komende jaren de bijdrage van de gemeente zou moeten worden afgebouwd en dat een subsidie ter beschikking zou komen van de stichting. In het voorstel staat: “We zijn nog in overleg over de wijze waarop, en de hoeveelheid per jaar waarmee de subsidie tot een bepaalde ondergrens zal worden afgebouwd”. Bureau Unravelling heeft geconstateerd dat dit ambtelijk voorstel, en de bijbehorende concept uitvoeringsovereenkomst, het niet tot behandeling in het college hebben gebracht en dat de verantwoordelijk portefeuillehouder heeft aangegeven ook niet bekend te zijn geweest met dit bestuurlijk behandelvoorstel.
11 van 34
n capra |8_J
advocaten
overheid on d or wijs zoi g
De resultante hiervan was, zo leest onderzoeker in het rapport, dat in december 2018 de in dat jaar opgerichte stichting het Kerstevenement samen met de gemeente organiseerde, waarbij net als in de voorgaande jaren de gemeente als medeorganisator de op naam van de gemeente gestelde facturen betaalde. Onderzoeker voegt hieraan toe dat zich in het aan hem ter hand gestelde dossier een evaluatie bevindt over de jaren 2016, 2017 en 2018 als onderdeel van, zo begrijpt onderzoeker, de voorbereiding van een nieuw raadsbesluit voor de editie 2019, waarin aandacht besteed wordt aan de ter beschikking gestelde financiële middelen en mankracht vanuit de gemeente in de loop der jaren. Met betrekking tot de organiserende partij, stichting Brunssum4Tsamen, wordt opgemerkt dat het gaat om een groep enthousiaste mensen die in ontwikkeling is. De rol van de gemeente is gedurende de eerste drie jaar veranderd van organisator naar facilitator en sparringpartner waarbij, zo vermeldt de evaluatie, de eerste drie jaren het evenement is gesubsidieerd en de vraag gesteld wordt hoe dit in de toekomst verder gaat. Over deze subsidiering dient, zie ook de rapportage van Unravelling, te worden opgemerkt dat er geen sprake was van een formele subsidierelatie. In de jaren 2016, 2017 en 2018 droeg de gemeente financieel bij doordat facturen op naam van de gemeente werden gesteld.
Ten aanzien van het vervolg wordt in het voorstel geadviseerd om in 2019 een budget vast te stellen van € 50.000,- met een aflopende staffeling voor de jaren erna. De organisatie zou op deze manier het evenement kunnen voortzetten en doorontwikkelen in 2019, waarbij de gemeente van de stichting een aantal zaken zou verwachten. Voor wat betreft ambtelijke ondersteuning zou in totaal 100 uur ter beschikking worden gesteld voor advisering, begeleiding en operationele ondersteuning. In de oplegnotitie bij het raadsvoorstel staat eveneens dat de eerste drie jaren het evenement is gesubsidieerd en wordt de vraag gesteld hoe dit in de toekomst verder gaat. Blijft het een gratis evenement, zo staat er, dan zal naar inschatting het beroep op subsidiegelden blijven voortbestaan, maar de mate waarin was op dat moment nog niet duidelijk. Dikgedrukt staat dat de stichting verder kan bouwen, professionaliseren en verzelfstandigen. Aan uw gemeenteraad wordt voorgesteld om voor het jaar 2019 het kerstevenement financieel te ondersteunen en € 50.000,van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve).
Waar in het jaar 2018 de financiële bijdrage van de gemeente werd geleverd doordat de stichting facturen tot een bedrag van maximaal € 50.000,- kon indienen
12 van 34
capra advocaten
overheid on der wijs zorg
bij de gemeente, valt het op dat voor het jaar 2019 daarover niets specifieks is vastgelegd. De beslissing van de gemeenteraad om het evenement met € 50.000,te ondersteunen werd niet voorzien van een toelichting van de wijze waarop dat zou moeten gebeuren. Voor leden van de gemeenteraad stond, voor zover onderzoeker dat weet, slechts de evaluatie ter beschikking zoals deze bij het raadsvoorstel was gevoegd waarin staat dat de eerste drie jaren het evenement was gesubsidieerd, terwijl in de praktijk zoals bekend er geen sprake was van een formele subsidierelatie, maar van organisatie door de gemeente gedurende de jaren 2016 en 2017 en gezamenlijke organisatie in het jaar 2018, waarbij de stichting facturen tot een bedrag van € 50.000,- op naam van de gemeente kon laten zetten. Bij de stukken trof onderzoeker een motie aan van 19 september 2019 waarin de gemeenteraad aan het college verzoekt om voor de begrotingsbehandeling van november inzicht te geven in de begroting / kosten van de ambtelijke ondersteuning en het kerstevenement zelf. In de gegeven antwoorden staat dat de gemeente in 2016, 2017 en 2018 verantwoordelijk was voor de uitgaven. Voor wat betreft 2019 wordt de begroting zoals de stichting die heeft aangereikt aangehaald, waaronder vervolgens opgemerkt wordt: "Conform raadsbesluit is het aandeel van de gemeente in de kosten € 50.000”.
Onderzoeker vindt de terminologie ‘aandeel In de kosten’ onduidelijk én ruimte latend voor de gedachte dat de gemeente inderdaad eenvoudigweg een deel van de kosten voor zijn rekening neemt. Onderzoeker heeft in zijn interviews navraag gedaan naar de herinnering van zijn gesprekspartners aan de aanloop naar de toekenning van een budget van € 50.000,- voor het evenement van 2019. Wethouder De Rijck heeft in zijn interview naar voren gebracht dat wat hem betreft de financiering van het evenement duidelijk had moeten zijn in deze zin dat er de beslissing was dat de gemeenteraad € 50.000,- ter beschikking zou stellen, niet meer of niet minder. Wat hem betreft zou de stichting Brunssum4TFeest in 2018 de organisatie nog samen met de gemeente ter hand nemen, maar een jaar later alles zelf doen. Onderzoeker tekent hierbij aan dat de heer De Rijck zich ook in het jaar 2018 niet met de feitelijke uitvoering van de financiering van het evenement lijkt te hebben bemoeid. Hij ging er vanuit dat de ambtelijke organisatie een en ander adequaat oppakte. Wethouder L’Espoir kan zich herinneren dat hij aan tafel zat bij de raadsbehandeling van het raadsvoorstel dat geleid heeft tot het raadsbesluit van 17 september 2019 om € 50.000,- toe te kennen.
Wat hem betreft was de uitkomst voor wat betreft de editie 2019 duidelijk: de Raad besluit om genoemd bedrag ter beschikking te stellen aan een externe organisatie die de uitvoering ter hand zou nemen. Hij draagt daarbij aan dat tijdens de raadsvergadering raadslid Van Dijk de betekenis van de verschillende vormen van financiering ter sprake heeft gebracht. De heer Van Dijk wees op de mogelijkheid om de facturering via de gemeente te
13 van 34
capra advocaten
overheid onderwijs zorg
laten lopen om op die manier BTW- aftrek te verkrijgen. Zijn opmerking heeft echter niet geleid tot een specifiek besluit ter zake. heeft verklaard dat zij ten tijde van alledrie de evenementen werkzaam was binnen de gemeente Brunssum, maar ook dat zij er niet steeds even intensief bij betrokken was. Zij vertelt dat er sprake was van een ingroeimodel waarbij de stichting Brunssum4Tsamen geleidelijk de complete organisatie van het evenement ter hand zou nemen. Voor dat ingroeimodel was drie a vier jaar de tijd ingeruimd. Zij bevestigt dat er een collegevoorstel in voorbereiding was om een en ander deugdelijk te regelen, maar dat na het raadsbesluit van 17 september 2019 bleek dat het collegevoorstel nooit verwerkelijkt is. Het gevolg was dat de wijze waarop de financiering daadwerkelijk plaats zou moeten vinden volgens haar nogal diffuus geregeld was. Zij ging aanvankelijk uit van een subsidieregeling, maar juist dat was dus niet goed geregeld. Zij rekende het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem dat hierdoor wat haar betreft ontstond alsnog goed op te lossen. Zij raakte op de hoogte van dit probleem door de e-mailberichten van de heer Joosten. voorzitster van de stichting Brunssum4Tsamen, heeft in haar interview uitgebreid verteld over de geschiedenis van het evenement.
Zij raakte betrokken bij de organisatie in 2017 en werd gevraagd of zij na die editie de organisatie wilde voortzetten. Daarbij werd haar de vraag gesteld of zij een stichting wilde oprichten die vervolgens de opdracht om het evenement te organiseren zou kunnen uitvoeren. Relevant in dit verband is dat het voor de editie van 2018 toegekende bedrag van, volgens ^fÊÊÊÊtÊÊÊÊÊÊIB’ € 60.000,- “al op de balans stond” en door de organisatie kon worden gespendeerd, en wel door rekeningen aan de gemeente door te sturen. vertelde dat de stichting in het voorjaar van 2019 begon met de voorbereiding voor de editie van dat jaar. De heer Joosten was op dat moment al betrokken bij de stichting, maar opereerde op afstand, juist vanwege zijn raadslidmaatschap. Haar relaas geeft het beeld dat vanuit het perspectief van de stichting gedurende het gehele jaar 2019 grote onduidelijkheid bestond over de vorm van financiering. Aanvankelijk werd de vraag gesteld of de stichting geen subsidie moest aanvragen, maar naar zeggen luidde het antwoord vanuit de gemeente op die vraag ‘nee’. In mei 2019 kreeg de stichting echter het bericht dat wél een subsidie moest worden aangevraagd en dat hebben zij vervolgens ook gedaan, en wel door middel van de brief van 5 juli 2019.
Vervolgens leek het weer anders te liggen: er zou wel geld zijn voor het evenement, maar dat geld kon niet worden toegekend in de vorm van een subsidie. Volgens was de bron van dit bericht wethouder De Rijck. Op enig moment werd haar duidelijk welke consequenties de vorm van toekenning van de gemeentelijke gelden zou kunnen hebben voor het feitelijk te besteden bedrag. Zij
14 van 34
□
caprcs advocaten
overheid onderwijs zorg
heeft in dat verband in september 2019 nog voor de gemeenteraad gesproken. De boodschap die zij na de behandeling van het voorstel kreeg was dat het toegezegde bedrag van € 50.000,- op dezelfde manier aangewend zou kunnen worden als in 2018, dus door indiening van facturen. Bron van die toezegging zou beleidsambtenaar 'zijn4. Ondertussen begon de tijd te dringen. De stichting zag zich gedurende langere tijd gesteld voor wisselende berichten en wilde duidelijkheid. Aangezien er niets op papier stond heeft de stichting uiteindelijk in oktober 2019 een e-mail gestuurd naar de ambtelijke organisatie. Een aantal van die e-mailberichten zijn gestuurd door de heer Joosten, maar wat betreft was dat min of meer willekeurig in deze zin dat zij ze ook gestuurd zou kunnen hebben. Het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019 was bedoeld om schriftelijk duidelijkheid te verkrijgen. Ook de heer Joosten heeft in zijn interview veel aandacht besteed aan de aanloop naar oktober 2019. Hij herinnert zich dat op de nieuwjaarsborrel van 2019 de toenmalig burgemeester uiterst positief over het evenement sprak en de wens uitsprak om het evenement in 2019 weer te laten plaatsvinden, maar dan groter.
De heer Joosten vertelde dat hij bij zijn aantreden als bestuurslid van de stichting er eigenlijk vanuit ging dat er een deugdelijke subsidierelatie zou komen te liggen, maar dat bleek niet het geval. Er was sprake van een andere constructie en daar heeft de stichting zich in geschikt. In het jaar 2019 was er wel behoefte aan duidelijkheid, maar die kwam langdurig niet. Wisselend werd het signaal uitgezonden dat een subsidierelatie niet nodig was en wel nodig was. De heer Joosten wist dat van de voorzitster. Omstreeks mei 2019 nam de stichting contact op met de waarnemend burgemeester. Het verhaal was op dat moment dat er wel een subsidie zou moeten worden aangevraagd, maar dat bleek vervolgens niet meer te kunnen en er was geen budget. De boodschap die de burgemeester indertijd uitzond richting de stichting was “wij regelen dat”. Dat hebben de voorzitter en de secretaris opgevat als opdracht aan de aanwezige ambtelijke vertegenwoordiging om met een oplossing te komen. Uiteindelijk kwam het in september 2019 tot de toekenning van een budget van € 50.000,- op post 310005. Toekenning van een subsidie is in het raadsvoorstel, noch in het uiteindelijke besluit aan de orde gekomen, aldus de heer Joosten.
Omdat na toekenning van dat budget er weer een langdurige stilte viel en december 2019 naderde, werd vanuit het bestuur de afspraak gemaakt dat de heer Joosten een e-mailbericht zou sturen naar de ambtelijke organisatie. Dat hij dat deed was min of meer toeval, hij had er toevallig tijd voor, zo heeft de heer Joosten verklaard. Waar het op neerkwam, in de woorden van onderzoeker, was dat de stichting na toekenning van het budget zich voor de grote vraag “hoe?” gesteld zag. Uit de wijze 4 Heeft onderzoeker niet nader onderzocht.
15 van 34
□
capra advocaten
over heid o n der wij s zorg
waarop het budget werd toegekend leidde de stichting impliciet af dat voor wat betreft de aanwending van dat budget dezelfde route gevolgd zou kunnen worden als in 2018. Burgemeester Van der Rijt was in 2019 nog niet in functie maar heeft in meer algemene zin wel kunnen aangeven dat op het moment dat de gemeenteraad € 50.000,- ter beschikking had gesteld voor de organisatie van het feest, de ambtelijke organisatie de subsidieregeling deugdelijk had moeten regelen. Volgens haar waren de conceptvoorstellen voor de subsidieverlening al gereed. Haar is onduidelijk waarom er niet op deze manier mee is omgegaan. De bevindingen van onderzoeker op basis van zijn interviews sluiten aan bij de conclusies van de onderzoekers van Unravelling waar zij schrijven dat er onduidelijkheid bestond over de vraag of er sprake was van een subsidie en wat de opdracht aan de stichting dan wel niet was. Er stond niets op papier. De onduidelijkheid die hierdoor ontstond mondde uit in de contacten tussen de stichting, onder andere in de persoon van de heer Joosten, waarop dit onderzoek betrekking heeft.
In zijn analyse komt Unravelling tot de uitspraak dat de gemeente tot en met 2019 feitelijk medeorganisator van het evenement was, dat de gemeente de facturen betaalde en daarmee opdrachtgever werd van de leveranciers en andere dienstverleners aan het evenement, hetgeen niet in lijn was met het voornemen om de uitvoering “op afstand” te zetten.
b. Acties van de heer Joosten De heer Joosten was in de periode van mei 2014 tot en met september 2017 als wethouder Financiën onderdeel van het college van de gemeente Brunssum. Met ingang van maart 2018 is hij lid van de gemeenteraad, welk lidmaatschap tot op de dag van vandaag voortduurt. Op 28 augustus 2018 werd de heer Joosten lid van het bestuur van de per die datum opgerichte stichting Brunssum4Tsamen. Een stichting met als doel feesten en/of evenementen organiseren primair voor en door de inwoners van de gemeente Brunssum. De stichting dient het algemeen belang en tracht haar doel te bereiken door evenementen te organiseren voor en door de inwoners van Brunssum. Twee van de drie toenmalige bestuursleden waren ook al betrokken bij de organisatie van het evenement Kerst vier je samen in 2017. Dat gold niet voor de heer Joosten. In het interview heeft de heer Joosten aangegeven dat bij zijn aantreden de combinatie van het bestuurslidmaatschap met zijn raadslidmaatschap een punt van bestuurlijke overweging is geweest. Binnen het bestuur werd de afspraak gemaakt
16 van 34
over heid onderwijs /org
dat contacten met de gemeente in beginsel zouden lopen via de voorzitter of de secretaris en dat de heer Joosten op de achtergrond zou fungeren. Het dossier geeft geen blijk van contacten van de heer Joosten als penningsmeester van de stichting vanaf zijn datum aantreden binnen het bestuur tot 6 oktober 2019 en vanaf 18 oktober 2019. Wel heeft de heer Joosten op 17 september 2019 deelgenomen aan de stemming over de toekenning van een budget van € 50.000,- aan de stichting. Desgevraagd heeft de heer Joosten aangegeven dat hij zich afvroeg of dit meestemmen verstandig was en dat hij daarover advies heeft gevraagd aan de griffier, die geen bezwaar zag. Wel heeft de heer Joosten afgezien van deelname aan de beraadslaging over het onderwerp binnen de vergadering van de gemeenteraad. Hiervoor heeft onderzoeker al globaal aangegeven hoe de aanloop is geweest naar de toekenning van een bedrag van € 50.000,- aan de stichting door de gemeenteraad op 17 september 2019. De heer Joosten heeft verteld dat het na dit besluit voor de stichting onduidelijk was hoe dat bedrag aangewend diende te worden.
Om redenen dat december 2019 met rappe schreden naderde en omwille van een aantal andere redenen, bijvoorbeeld de gunstiger voorwaarden waartegen de gemeente diensten en producten zou kunnen inkopen, zag de stichting zich begin oktober genoodzaakt om zich tot de gemeente te wenden voor meer duidelijkheid. Dat gebeurde door middel van het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019, 10:36 uur. De inhoud van dit e-mailbericht geeft onderzoeker hieronder integraal weer.
Omdat het niet gelukt is jullie telefonisch te bereiken stuur ik als penningmeester van onze Stichting dit bericht. Tijdens de raadsvergadering van 17 september heeft de raad bij raadsbesluit 885737: ingestemd met het beslispunten van het Raadsvoorstel "Evaluatie kerstevenement "kerst vier je samen" en "feest der verwondering’’. Beslispunt 2 betreft: "Dit jaarhet jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede Berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve)" Als stichting hebben we van dit besluit kennis genomen en vervolgens onze verdere uitwerking van het evenement op gebaseerd. Dat wil zeggen dat de raad heeft besloten om 50K vrij te maken voor het organiseren van het evenement. Daarmee behoren die 50K tot de begroting van de gemeente voor 2019. En dat impliceert dat we daarmee de werkwijze van 2018 ook voor 2019 dienen
17 van 34
□
ccspra advocaten
overheid onderwijs zorg
te hanteren, te weten dat de stichting voorde organisatie aangeeft welke verplichtingen aangegaan moeten worden (opdrachtadres stichting) en dat de gemeente die opdrachten tot maximaal 50K (excl. BTW) financiert (factuur-adres). We zullen daarom z.s.m. met een overzicht komen met die facturen die we (conform werkwijze 2018) aan het factuuradres Gemeente Brunssum willen laten koppelen. Dit is voor het volgen van de kostenbegroting 2019 zowel voorde stichting als voorde gemeente het handigst en het best te monitoren. Voor de jaargang 2018 zullen we, na vaststelling in ons bestuur, ook de opstelling voor 2018 aanreiken, zoals dit tijdens de raadsvergadering is gevraagd. M.a.w. welke rekeningen heeft de stichting in 2018 bij de gemeente neergelegd, waardoor een verantwoording kan worden gegeven voorde inzet van 50K uit 2018. Tot zover. Vr.gr. Frank Joosten Deze inhoud maakt duidelijk dat de heer Joosten zich presenteert als penningmeester van de stichting, om vervolgens stellig te sturen op herhaling van de werkwijze van 2018 die erop neerkwam dat de gemeente tot maximaal € 50.000,- (exclusief BTW) het evenement financierde door op naam van de gemeente gestelde facturen te betalen. Het voorstel van de heer Joosten stuitte op weerstand binnen de ambtelijke organisatie.
(beleidsmedewerker, schrijft in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 aan wethouder De Rijckj(PHHHBHB en CC aanj dat er zijns inziens geen bijzondere relatie met de gemeente meer was, anders dan een subsidierelatie. Ook duidde hij het verschil van € 10.000,- dat gemoeid zou zijn met de twee verschillende constructies. Uit de eerste reactie aan alle geadresseerden van^pBHHP' eveneens beleidsambtenaar binnen de gemeente Brunssum, van 10 oktober 2019, blijkt dat zij op de lijn zat vanl Deze onderlinge ambtelijke contacten leidden, naar het zich laat aanzien, tot het e-mailbericht van 14 oktober 2019 van ^HHHHHH^aan de heer Joosten, waarin zij aan hem mededeelde dat zij niet tegemoet kon komen aan het voorstel om de financiering op gelijke wijze te laten verlopen als in 2018. Zij stelt “omdat wij jullie subsidiëren (zoals ook afgesproken) kunnen wij niet de facturen betalen. Dat zou ook niet rechtmatig zijn.” Zij verwijst daarbij naar het groeimodel zoals dat in eerdere jaren was gehanteerd waarbinnen kennelijk wel de ruimte was om facturen door de gemeente te laten betalen.
18 van 34
capra advocaten
over heid onderwijs zorg
per e-mail De heer Joosten reageerde op het e-mailbericht van van 14 oktober 2019. Hieronder geeft onderzoeker de inhoud van dit e-mailbericht integraal weer.
Onder dankzegging van je bericht ben ik het niet eens met je standpunt. Wanneer ik het raadsbesluit omtrent het evenement van 17.09.2019 goed betrek dan is deze als volgt: 1. kennis te nemen van de evaluatie (versie 2); 2. de conclusie onderschrijven en het evenement in 2019 voort te zetten; 3. Dit jaar het jaarlijkse kerstevenement financieel te ondersteunen; middels de tweede berap in 2019 50.000 euro van het budget 310005 te onttrekken ten bate van het organiseren van het kerstevenement. Het betreffende budget wordt dit jaar niet ingezet voor economische samenwerking 87.000 (het restant valt vrij in de algemene reserve). 4. Conform evaluatie (versie 2) aan de stichting de opdracht te geven een meerjarenplan conform evaluatie (versie 2) op te stellen. Zodat we tijdig inhoudelijk de toekomst van de stichting/ het evenement kunnen bespreken. Besluitpunt 3 stelt dat de gemeente het evenement financieel ondersteunt. Het stelt niet dat dit in de vorm van subsidie plaatsvindt. Daarnaast heeft de stichting formeel geen subsidierelatie met de gemeente, omdat de stichting in opdracht van de gemeente het evenement organiseert. De stichting komt ook niet voor in het subsidieregister van de gemeente en heeft ook; geen subsidie overeenkomst met dé gemeente gesloten. Tijdens de behandeling in de raad is ook op geen enkele wijze aan de orde gekomen dat deze subsidierelatie er is.
Sterker nog, de stichting heeft nog nooit subsidie van de gemeente ontvangen en dus mag de stichting, mede n.a.v. de behandeling in de raad, ervan uitgaan dat op dezelfde wijze wordt geacteerd dan in voorgaande jaren. Wanneer de gemeente alsnog een subsidierelatie wilt aangaan met de stichting dan dien je dit vooraf te regelen en af te stemmen. Hierop volgde op 15 oktober 2019 een e-mailbericht van waarvan onderzoeker eveneens de inhoud integraal weergeeft. Beste Frank, Hieronder een korte reactie op jouw stellingen. 1. Zodra de gemeente financieel ondersteunt is er sprake van subsidie dat kan incidenteel zijn. Structurele subsidies wordt opgenomen in subsidieregister.
19 van 34
overheid onderwijs zorg
advocaten
2.
“In opdracht van de gemeente'" ligt genuanceerder. De gemeente was op zoek naar overdragen naar de lokale omgeving. De stichting 4t samen is daar uit voortgekomen. De stichting heeft zich ten doel gesteld eigenaar te worden van het kerstevenement. Daar is de gemeente blij om. Daartoe is een overgangstermijn met elkaar afgesproken. Zie ook evaluatie en Raadsvoorstel 3. Fijn dat de Provincie zonder deze voorwaarde vorig jaar subsidie heeft verstrekt. Dat horen wij zelden. We zullen ambtelijk adviseren om de financiën niet te gaan beheren omdat het niet uit te leggen is aan de raad en bovendien precedentwerking schept. Ik hoop dat je het standpunt begrijpt en dat jullie zelfde financiën gaan voeren. Mocht je met bovenstaande uitleg niet uit de voeten kunnen dan kar aanstaande vrijdag om 10.30 even tijd vrijmaken om het uit te leggen. Zelfben ik die dag vrij en niet in de gelegenheid om aan te sluiten. De heer Joosten reageerde diezelfde dag per e-mail. Hij schreef | PHHfcdat hij de inhoud van haar e-mailbericht als zorgelijk inschatte en daarom het voltallige bestuur van de stichting bijeen riep om de gevolgen te bespreken. Hij vroeg aan voorhand alvast aanf aanstaande vrijdag om 10.30 uur te reserveren voor overleg”.
► [te] vragen om
Ondertussen vond op 16 oktober 2019 per e-mail interne afstemming plaats tussen de heet^^^WHl financieel adviseur van de gemeente Brunssum. De interne e-mailcorrespondentie wijst erop dat tussen ^pm^en de heei^J^^f^'iiet geheel duidelijk was of het nu de bedoeling was dat het bedrag van € 50.000,- als subsidie zou worden verstrekt of dat de kosten rechtstreeks voor rekening van de gemeente gebracht zouden kunnen worden. Het lijkt er evenwel op alsof de^mHHBfe ruimte heeft willen laten om te kiezen voor de constructie waarbij de facturen afgehandeld zouden worden door de gemeente Brunssum. Aangezien in het dossier een verwijzing stond naar een e-mailbericht van de heer Joosten van 16 oktober 2019 aan^^^MHHH^’ wel^ bericht zich niet bij de stukken bevond, heeft onderzoeker dat bericht opgevraagd en verkregen. Het gaat om een bericht van 16 oktober 2019, 18:02 uur, waarin de heer Joosten onder woorden brengt tegen welke problemen de stichting zou aanlopen als de gemeente volhardde in zijn stellingname dat de stichting, kort gezegd, geheel zelfstandig de financiële zaken zou dienen te regelen. De inhoud van het betreffende e-mailbericht geeft onderzoeker hieronder integraal weer.
20 van 34
capra advocaten
over heid onderwijs zot y
Aanstaande vrijdag is een afspraak gepland om met je te spreken over de gevolgen van de stellingname van de gemeente omtrent het door de raad beschikbaar gestelde bedrag voor het organiseren van het kerstevenement. Het zal je niet verbazen dat het stichtingsbestuur met deze stellingname grote problemen gaat ondervinden bij de organisatie van het evenement. Een toelichting. Nadat eind september eindelijk duidelijkheid kwam over het beschikbaarstellen van 50k voorde organisatie van het evenement heeft het bestuur van Stichting 4T Samen direct geschakeld om de grote achterstand in het afsluiten van de contracten in te lopen. Ook was het vrijmaken van geld door de gemeente een voorwaarde om een provinciale bijdrage aan te vragen. Dit is uiteindelijk ook nu in gang gezet. Bij de oprichting van de stichting in 2018 heeft de gemeente zich op het standpunt gesteld dat het vrijgemaakte bedrag niet als een subsidie of betaling aan de stichting zou worden overgemaakt. Hiervoor had de gemeente voor haar moverende redenen, waarnaar de stichting zich heeft geschikt. Vervolgens is de gemeente diverse verplichtingen aangegaan die gezamenlijk het vrijgemaakte bedrag door de gemeente omvatte.
Het voordeel voor de stichting van deze werkwijze bleek drieledig te zijn: - omdat de stichting (gebaseerd op de werkwijze van de gemeente) geen BTWverrekening toepast (en ook geen B TW- nummer daarvoor heeft aangevraagd) verloopt de BTW- compensatie via de gemeente. Hierdoor is het gehele vrijgemaakte bedrag van 50k vrij van BTW, en dat scheelt de stichting 21% - de gemeente is in staat om onder veel gunstigere voorwaarden verplichtingen aan te gaan. Neem bijvoorbeeld Boels. Zij bieden de gemeente een korting van > 50% , iets dat zij onze stichting nooit zouden bieden - bij de organisatie van het evenement hebben wij aangenomen dat de werkwijze van 2018 ook voor 2019 zou gelden. Om die reden hebben we ook geen tijd en ruimte gereserveerd voor het aangaan van verplichtingen die eerder door de gemeente voor hun rekening werden genomen. We hebben als stichting in het afgelopen jaar geen enkel signaal gekregen dat de werkwijze in 2019 anders zou zijn dan in 2018. Was dat wel het geval geweest dan was dit zeker onderwerp van bespreking geweest. Daarnaast heb ik al in een eerder bericht naaj///^aangegeven dat we van mening zijn dat, mede gelet op de beslispunten uit het raadsvoorstel, er geen sprake is van een subsidierelatie tussen de gemeente en de stichting.
21 van 34
□
capra advocaten
o v <•> i heid
onderwijs 2üty
Met de eerdere genoemde en bovenstaande redenen omkleed wil ik je namens de stichting dringend vragen om je standpunt te herzien en de werkwijze 2018 ook voor 2019 van kracht te laten zijn. Voor de editie van 2020 is wat ons betreft alles bespreekbaar, ook het aangaan van een subsidierelatie en het opnieuw vormgeven van de gemeentelijke bijdrage en ambtelijke inzet. Tot zover en tot vrijdag. De heer Joosten vraagt namens de stichting dringend aan^PBBm om het standpunt te herzien en de werkwijze van 2018 ook voor 2019 van kracht te laten zijn. Voor 2020, tot slot, is wat betreft de stichting alles bespreekbaar. Vervolgens heeft op 18 oktober 2019 overleg plaatsgevonden tusser ^HHIen de heer Joosten. De heer Joosten verklaart over dit overleg dat het in zijn beleving vooral een kwestie was van aftasten, waarbijvele vragen stelde waarvan er in ieder geval één betrekking had op de aanloop gedurende het jaar 2019. Bij zijn weten was de uitkomst niet dat er ter plekke een besluit werd genomen, maar dat de stichting op een aantal vragen nog antwoord zou geven. Opmerkelijk is dat de heer Joosten vertelt dat fff/ÊÊÊtÊÊÊtÊttt/tf bij het overleg aanwezig was. Onderzoeker heeft QHHBHflMHMM^niet gevraagd of zij ook bij dat overleg aanwezig was, ^aar zelf ook geen gewag van gemaakt.
Ook uit de e-mailcorrespondentie rondom 16 oktober 2019 blijkt nietdattfHMHHBHHfl^ bij dat overleg aanwezig was. Desgevraagd heeft januari 2022 telefonisch aan onderzoeker bevestigt datftHHMH|MHM| niet bij het gesprek was. is in haar interview niet zo duidelijk geweest over het overleg van 18 oktober 2019. Het lijkt er op aan te komen dat zij in dat gesprek met name van de heer Joosten te horen kreeg dat de stichting uitging van andere financiële uitgangspunten en dat zij omstreeks die tijd zelf constateerde dat de zaken binnen de gemeente Brunssum niet goed geborgen waren. Het gesprek van 18 oktober 2019 was volgens de gegevens die onderzoeker heeft de laatste rechtstreekse betrokkenheid van de heer Joosten. Samengevat komt de inbreng van de heer Joosten in het debat over de wijze van financiering derhalve neer op een viertal e-mailberichten aan ambtenaren, te weten op 6, 14, 15 en 16 oktober 2019 en een gesprek dat hij op 18 oktober 2019 heeft gevoerd met
Het eerstvolgende contact was het e-mailbericht aan Ivan 22 oktober 2019, 13.37 uur, waarin zij om te beginnen
22 van 34
□
ovorhcid onderwijs
advocaten
zorg
antwoord geeft op vragen die kennelijk in het overleg van 18 oktober 2019 aan de orde waren gekomen. Zij schrijft verder dat op haar initiatief in september 2019 in een ambtelijk overleg gesproken werd over de BTW consequenties, met als vervolg de e-mailcorrespondentie van oktober 2019, om zich vervolgens op het standpunt te stellen dat de stichting nu zal moeten doorpakken en de consequenties van het standpunt van de gemeente als uitgangspunt zal nemen. Concreet betekende dit dat de stichting het programma zou versoberen, en dat zij zich persoonlijk zouden gaan inzetten om de opdrachtverstrekkingen tijdig te kunnen uitvoeren. Zij kondigde verder aan in de evaluatie van de editie van dat jaar nadrukkelijk aandacht aan dit verloop te zullen besteden. Diezelfde dag, om 14:06 uur, volgde een reactie vanuit de ambtelijke organisatie. schreef aan de voorzitster dat zij een plan B hadden dat, indien de stichting het er mee eens zou kunnen zijn, voorgesteld zou worden aan de portefeuillehouder. Dat plan B hield in dat de stichting zelfstandig de organisatie en administratie zou voeren binnen de gestelde financiële kaders en dat de stichting na het evenement de facturen kon overdragen aan de gemeente. De gemeente zou vervolgens waar mogelijk BTW boeken en vorderen.
Als argument bracht naar voren miscommunicatie en late besluitvorming, om vervolgens te stellen dat 2019 zou gelden als laatste overgangsjaar naar volledige zelfstandigheid.
c. Welke invloed had het handelen van de heer Joosten in interne keuzes voor wat betreft de financiering van het Feest der Verwondering, editie 2019? Onderzoeker heeft zich, in verband met de vraag welke invloed het handelen van de heer Joosten heeft gehad op interne keuzes voor wat betreft financiering van het Feest der Verwondering, de hypothetische vraag gesteld hoe de financiering gelopen zou kunnen zijn als de heer Joosten zich niet door middel van zijn emailbericht, als penningmeester van de stichting, tot het ambtelijk apparaat had gewend. Deze vraag laat zich, naar de aard ervan, niet met zekerheid beantwoorden, maar onderzoeker acht het aannemelijk dat ook in dat geval de stichting duidelijkheid zou hebben moeten verkrijgen ten aanzien van de wijze waarop het budget van € 50.000,- feitelijk aangewend zou gaan worden. In dat verband zouden wellicht de discussiepunten zoals die door de heer Joosten in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 en die van erna op tafel waren gelegd aan de orde zijn gesteld. Ook dan was de tijd tot het evenement kort, en was de vraag opportuun of alsnog een formele subsidierelatie tot stand gebracht zou moeten worden of dat de handelswijze zoals die in 2018 was gevolgd opnieuw toegepast zou worden.
Een vraag is dan, en ook deze vraag laat zich niet met zekerheid beantwoorden, of het bestuur van de stichting, als het initiatief van hen zou zijn uitgegaan, en in dat
23 van 34
□
capra advocaten
over heid onderwijs
*ory
geval vertegenwoordigd door een ander persoon, bijvoorbeeld de voorzitter of de secretaris, zich tot de beleidsambtenaren en vervolgens de afdelingshoofd zou hebben gewend, of dat zij zich gewend zouden hebben tot de verantwoordelijk portefeuillehouder, wethouder De Rijck? In dat verband brengt onderzoeker naar voren dat 0BBHHHHHH9van de stichting Brunssum4Tsamen over de wethouder stelde dat deze enthousiast was voor het evenement, en zelfs nog persoonlijk is langsgegaan bij de politieke partijen om draagvlak te krijgen voor toekenning van het budget, maar dat hij als de stichting concrete vragen had, altijd doorverwees naar ambtenaren. Dit beeld zoals HHMMP dat oproept strookt naar de mening van onderzoeker met de informatie die het interview met de heer De Rijck heeft opgeleverd. De heer De Rijck had andere beelden bij de wijze waarop de financiering in 2019 zou plaatsvinden - hij ging ervan uit dat de stichting zelf verantwoordelijk was voor de betalingen - en had er geen bemoeienis mee, maar dat gold ook al voor het jaar 2018. Hij heeft gesteld dat hij ook in dat jaar geen bemoeienis heeft gehad met de vraag waar de BTW-plicht lag en dat hij ervanuit is gegaan dat de ambtelijke organisatie dit adequaat had opgepakt.
Ten aanzien van de vraag of hij na het raadsbesluit betrokken had moeten worden, heeft de heer De Rijck gezegd dat je normaal gesproken zou verwachten dat de stichting bij een gerezen problematiek als deze contact opneemt met de portefeuillehouder, maar ook dat hij het moeilijk vindt om er wat van te zeggen en dat hij een groot vertrouwen heeft in zijn ambtenaren. Hij geeft verder aan dat het wel vaker voorkomt dat verenigingen en stichtingen rechtstreeks contacten onderhouden met ambtenaren. Onderzoeker verwijst verder naar het interview met mevrouw Van der Rijt. Zij was weliswaar in 2019 nog niet in functie, maar heeft wel vastgesteld dat er in de afgelopen jaren heel veel gebeurd is in de gemeente Brunssum, met diverse burgemeesters en veel politiek tumult. Het gevolg is, zo is haar indruk, dat de organisatie losser is komen te staan van het bestuur. Gelet op deze achtergrond is het dus goed mogelijk dat er geen speciale gedachten zaten achter de keuze van de stichting (ervan uitgaande dat het inderdaad een bestuurlijke keuze was om aan de gemeente duidelijkheid te vragen) om het dilemma voor wat betreft de financiering niet voor te leggen aan de wethouder, maar aan het ambtelijk apparaat. Onderzoeker voegt hier aan toe dat de reacties van het ambtelijk apparaat niet ervan getuigden dat het vreemd opkeek van het e-mailbericht van de heer Joosten van 6 oktober 2019.
Vanwege het verloop in 2018 én de afspraak dat ook in 2019 de gemeente nog zou assisteren, roept dat ook niet per se verbazing op. Opvallend is wel dat in het laatste bericht van!
24 van 34
□
ca pres advocaten
overheid onderwijs zorg
staat dat de portefeuillehouder nog geïnformeerd zou worden. Volgen( lis dat gebeurd5, maar volgens de heer De Rijck niet. Onderzoeker voegt hier aan toe dat de vraag of deze gang van zaken, waarbij de wethouder geïnformeerd had kunnen zijn op basis van doorgestuurde emailberichten maar niet actief lijkt te zijn benaderd, wenselijk is van een andere orde is. Een volgende vraag is die naar de betekenis van het gegeven dat juist de heer Joosten, penningmeester van de stichting, en tevens raadslid, op 6 oktober 2019 een e-mailbericht stuurde. Onderzoeker kan niet vaststellen dat het gegeven dat de heer Joosten behalve bestuurslid van de stichting ook raadslid is van de gemeente Brunssum van invloed is geweest op de uitkomst van de discussies zoals die na 6 oktober 2019 zijn ontstaan. Onderzoeker constateert wel dat uitkomst van de discussie geheel is conform het voorstel zoals de heer Joosten dat in zijn e-mailbericht van 6 oktober 2019 verwoordde. afdelingshoofd Maatschappelijke Ontwikkeling, die uiteindelijk plan B uit de kast heeft gehaald, heeft benadrukt dat het gegeven dat de heer Joosten raadslid is voor haar geen bijzondere rol heeft gespeeld, maar wel dat de berichten van de heer Joosten haar de ogen openden voor een probleem dat wat haar betreft onder haar verantwoordelijkheid was ontstaan en dus ook opgelost zou moeten worden.
Heel in het kort komen die erop neer dat de financiële relatie tussen de stichting en gemeente voorafgaand aan het raadsbesluit en daarna niet goed was geregeld, met alle gevolgen van dien, en dat daarom, nog één keer, voor dezelfde constructie als in 2018 werd gekozen. Zoals onderzoeker hiervoor al heeft gesteld, was de wijze van financiering naar alle waarschijnlijkheid sowieso op de agenda gezet door de stichting en roept het gegeven dat contact gezocht werd met ambtenaren niet per se verbazing op, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval. Een aanwijzing dat de invloed van de heer Joosten niet doorslaggevend is geweest, zou gevonden kunnen worden in het e-mailbericht van de stichting 22 oktober 2019 waarin de voorzitster als gegeven lijkt te aanvaarden dat de stichting geheel zelf verantwoordelijk is voor de financiële organisatie, en dus BTW-plichtig is. Snel na dit e-mailbericht presenteerde plan B waarvan het belangrijkste onderdeel was dat de facturen, net zoals in 2018, op naam van de gemeente konden worden gesteld tot het toegekende bedrag van € 50.000,-. Die draai werd zo snel gemaakt, dat deze mogelijk, maar niet bewijsbaar, al post had
’ Telefonisch contact met|
26 januari 2022 om 13.45 uur.
25 van 34
□
capra advocaten
overheid onderwijs zorg
gevat in de gedachten van heer Joosten van 18 oktober 2019.
volgend op haar overleg met de
Onderzoeker kan derhalve niet als feit vaststellen dat de inmenging van de heer Joosten vanwege zijn positie als raadslid invloed heeft gehad op de uiteindelijke keuzes van de gemeente, maar hij kan het ook niet uitsluiten. Onderzoeker brengt vervolgens wel naar voren dat uit het feitelijk verloop de indruk kan ontstaan dat de heer Joosten zijn positie als gemeenteraadslid toch heeft willen gebruiken ten behoeve van de stichting. Immers, naar zeggen van de heer Joosten zelf werd bij de aanvang van het bestuurslidmaatschap van de stichting de afspraak gemaakt dat hij vanwege zijn raadslidmaatschap op de achtergrond zou opereren, om vervolgens in afwijking van die afspraak, juist op het moment dat er daadwerkelijk grote belangen voor de stichting op het spel stonden, alsnog op de voorgrond te treden. De heer Joosten er\0////////ÊÊÊKtÊÊÊ) hebben daarvoor als uitleg gegeven dat het min of meer toeval was dat de heer Joosten het betreffende e-mailbericht op 6 oktober 2019 stuurde, en dat iedere bestuurslid dat had kunnen doen, maar daarmee wordt voorbij gegaan aan de intern klaarblijkelijk gemaakte afspraken. Volgens de heer Joosten was het een kwestie van tijd, die hij wel had en anderen niet. Kennelijk was dat voldoende om een belangrijke afspraak terzijde te schuiven.
Waar onderzoeker niet kan bewijzen daQPHHMMMB bij haar keuzes heeft laten leiden door de inbreng van de heer Joosten als raadslid, kan hij ook niet bewijzen dat de heer Joosten heeft gedacht dat hij als raadslid misschien gemakkelijker het beoogde resultaat zou kunnen bereiken, maar zijn moment van verschijnen is opvallend, en het tegendeel is niet aantoonbaar, waardoor er ruimte is voor beeldvorming. Tot zover deze overwegingen van onderzoeker met betrekking tot de mogelijke invloed van het handelen van de heer Joosten op de voor de gemeente interne keuze van financiering voor het Feest der Verwondering, editie 2019. De vraag of de heer Joosten hiermee integer of correct heeft gehandeld, is aan de gemeenteraad.
26 van 34
□
cctpra advocaten
5.
overheid on derwijs
zory
Wederhoor Onderzoeker heeft deze rapportage tot en met de bevindingen zoals hiervoor verwoord op 26 januari 2021 voorgelegd aan de heer Joosten voor commentaar alsmede aan opdrachtgever voor een controle op eventuele feitelijke onjuistheden. Van de heer Joosten werd op 28 januari 2022 een reactie ontvangen, welke reactie onderzoeker achter deze rapportage heeft gehecht. Hier haalt onderzoeker aantal punten uit de reactie aan, met zijn reactie erop. Berichten als bestuurslid De heer Joosten heeft benadrukt dat de berichten die hij stuurde aan ambtenaren van de gemeente steeds verzonden werden als penningmeester/bestuurslid van de stichting Brunssum4Tsamen, vanaf een e-mailadres van de stichting, namens en in opdracht van het gezamenlijk bevoegde bestuur van de stichting. De heer Joosten heeft inderdaad steeds een bericht verstuurd vanaf hei adres van de stichting, en heeft nadrukkelijk gesteld dat hij acteerde als secretaris, na afstemming met het bestuur. Feit is ook, dat de heer Joosten raadslid is en als zodanig (allicht) bekend is bij de geadresseerden. Onderzoeker stelt beide aspecten vast. De melding heeft betrekking op de vraag hoe die twee zich verhouden.