CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 117 (bijlage) Rapport wat problematische jeugdgroepen de maatschappij kosten.pdf

Commissie Burgerzaken 17 januari 2023, gemeente BrunssumBij agendapunt: Aanpak jeugd door stichting de Positieve Stad; Gemeenteblad 2022/11719.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

lid

Dr. Debora Moolenaar

senior onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum

lid

Deskundigen Dr. Henk Ferwerda

senior onderzoeker Bureau Beke (expert jeugdgroepen)

Dr. Johan Polder

bijzonder hoogleraar Economische aspecten van gezondheid en zorg, Universiteit van Tilburg (expert kosten-batenanalyse)

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

49

B

Wijze van kostenbecijfering en validiteit Deze bijlage geeft eerst een toelichting op hoe de kostenbecijfering per effect tot stand is gekomen (paragraaf 1).40 De kostenbecijfering is gevalideerd door middel van een gevoeligheidsanalyse en een onafhankelijke toets door een kosten-batenexpert. De validiteit van de kostenbecijfering en de uitkomsten van de gevoeligheidsanalyse en toets zijn beschreven in paragraaf 2.

B.1.1

Becijfering van maatschappelijke kosten

Domein Onderwijs, werk & inkomen 1. meer ongeoorloofd schoolverzuim De kosten van leerplicht zijn becijferd door de aantallen interventies van leerplichtambtenaren te vermenigvuldigen met een wegingsfactor voor de tijdsinzet per type interventie. Deze wegingsfactor loopt op van 1 tot 6 voor: ter kennisname, telefonisch contact, waarschuwingsbrief, gesprek, schoolbezoek en actieve bemiddeling bij plaatsing. De uitkomst hiervan is vervolgens vermenigvuldigd met een gemiddeld kostenbedrag per interventie. Deze prijs is berekend door het totaal aantal meldingen in de gemeente op jaarbasis (1.560) te delen door de leerplichtformatie (5,4 fte) en het resultaat te vermenigvuldigen met de gemiddelde salariskosten per fte (62.500 euro, inclusief een opslag voor overhead). Voor het justitiële traject ontbreken gegevens over de kosten per traject. Daarom is het aantal trajecten vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per overtreding voor de categorie Overige overtredingen (Moolenaar et al. 2015). Dit komt neer op een bedrag van circa 800 euro. Voor de kosten van Halt is het aantal trajecten vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per schoolverzuimtraject conform opgave van bureau Halt (ongeveer 600 euro). 3.

vaker voortijdig schoolverlaten De belangrijkste kostenpost bij de inzet van de Regionale meld- en coördinatiefunctie (RMC) zijn de kosten voor jongeren die een specifiek maatwerktraject hebben gevolgd. Deze zijn becijferd door vermenigvuldiging van de geregistreerde trajecten met gemiddelde trajectkosten van ongeveer 7.000 euro. Daarbij komen de kosten van de begeleiding door RMC-functionarissen. Hiervoor is gerekend met een gemiddeld kostenbedrag per melding. Deze prijs is berekend door de gemiddelde salariskosten per fte (62.500 euro, inclusief een opslag voor overhead) te delen door de gemiddelde caseload per fte. 4. lagere arbeidsproductiviteit Voor het benaderen van de omvang van het productiviteitsverlies en de belastingderving als gevolg van een lager loon (als weerspiegeling van arbeidsproductiviteit) is gebruik gemaakt van CBS-cijfers over het gemiddeld gestandaardiseerde inkomen van volwassen mannelijke werknemers voor de periode 20122014 behorend bij een lage (24.100 euro) respectievelijk middelbare (25.600 euro) opleiding. Het verschil

40

Tenzij anders vermeld, zijn de (kosten)kengetallen ontleend aan gegevens van de experimentgemeente.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

50

tussen deze niveaus is vervolgens vermenigvuldigd met de periode tussen het moment van voortijdig schoolverlaten vanaf 18 jaar en het einde van de onderzoeksperiode om een indicatie te krijgen van het productiviteitsverlies. Voor de belastingderving is op gelijke wijze vermenigvuldigd met het gemiddelde heffingstarief (29%). Door het resultaat per jongere te sommeren, ontstaan totaalbedragen per type groep. 5. lagere arbeidsparticipatie De maatschappelijke kosten verbonden aan bijstandsuitkeringen zijn becijferd door de opgegeven uitkeringsperiode te vermenigvuldigen met het uitkeringsbedrag voor deze leeftijdsgroep van circa 11.670 euro plus uitvoeringslasten van circa 4.600 euro op jaarbasis (Van Geuns e.a. 2011). Omdat voor jongeren met een Wajong-uitkering geen gegevens voorhanden zijn over de uitkeringsperiode is uitgegaan van de periode na uitstroom uit RMC tot het einde van de onderzoeksperiode. Deze periode is vermenigvuldigd met het geldende uitkeringsbedrag van 75% minimumjeugdloon plus een bedrag voor uitvoeringslasten vergelijkbaar met dat van een bijstandsuitkering. Voor de maatschappelijke kosten van re-integratie zijn ingezette interventies ingedeeld naar categorieën waarvoor kostengegevens beschikbaar zijn. Per interventiecategorie is een gemiddeld kostenbedrag per klant gehanteerd, zoals hieronder weergegeven.

Deze bedragen zijn vervolgens omgerekend naar de relevante trajectperiode. Interventiecategorie

Gemiddelde kosten per klant

Zorg en ondersteuning

2.750

Korte bemiddeling

3.950

Gerichte ondersteuning

6.800

Bron: gemeente.

6. meer schulden De maatschappelijke kosten van gemeentelijke schuldhulpverlening zijn becijferd door de opgegeven trajectperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject van circa 1.950 euro per jaar (Van Geuns e.a. 2011).

Domein Veiligheid 7a. delicten en overlast: opsporing politie Op basis van cijfers van Moolenaar et al. 2015 zijn de totale opsporingskosten van de politie gedeeld door het aantal geregistreerde delicten (zie toelichting kolom Opsporing politie in tabel hieronder). Per type delict levert dit een gemiddeld kostenbedrag op dat is vermenigvuldigd met het aantal misdrijven. Omdat de beschikbare informatie geen inzicht geeft in mogelijke differentiatie naar duur en/of intensiteit is de veronderstelling dat elk geregistreerd misdrijf een gemiddelde politie-inzet heeft gevraagd die past bij het betreffende type delict. 7b. delicten en overlast: overige systeemkosten en maatschappelijke schade Uit dezelfde bron zijn cijfers gebruikt om gemiddelde maatschappelijke kosten per geregistreerd delict te berekenen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kosten voor opsporing door de politie, overige systeemkosten en maatschappelijke schade, gespecificeerd naar soorten delicten.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

51

Maatschappelijke kosten per delict (bedragen * 1.000 euro) Opsporing politie (7a) 2,4

Overig systeem* (7b) 6,5

Maatschappelijke schade (7b) 11,7

Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag

2,3

11,5

17,0

Gewelds- en seksuele misdrijven

2,3

6,7

62,0

Verkeersmisdrijven

1,7

1,8

14,8

Drugsmisdrijven

2,3

8,7

-

(Vuur)wapenmisdrijven

2,3

4,2

-

Overige misdrijven

2,3

7,0

-

Soort delict Vermogensmisdrijven

Bron: bewerking van Moolenaar et al. (2015). * exclusief tenuitvoerlegging

De kosten per delict zijn bepaald met behulp van tabellen behorend bij Moolenaar et al. 2015. Hierbij is tabel 10.13 (Uitgaven aan veiligheidszorgrekeningen naar delictcategorie en activiteit in 2014) en tabel 10.16 (Maatschappelijke schade op jaarbasis naar delictcategorie) afgezet tegen tabel 4.2 (Geregistreerde misdrijven naar delictcategorie).41 Binnen de kosten van het systeem zijn de kosten van opsporing door de politie afgezonderd door tabel 10.4 (Uitgaven aan opsporing – regel politie) af te zetten tegen tabel 10.13 (Uitgaven - kolom opsporing). Onder overig systeem zijn meegenomen kosten van preventie, opsporing (excl. deel politie), vervolging, berechting, ondersteuning van verdachten en slachtoffers, rechtskundige diensten en overige activiteiten. De kosten van tenuitvoerlegging zijn afzonderlijk becijferd door het aantal dagen celstraf te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per dag (gemiddelde voor jeugd- en volwassenen) op basis van tabel 10.11 behorend bij Moolenaar et al. 2015 (Kostprijzen voor veiligheidszorg). Onder maatschappelijke schade valt de door bedrijven, burgers en overheid geleden schade als gevolg van delicten, zoals kosten van productieverlies, vervanging en diefstal, en verlies aan kwaliteit van leven. 7c.

overlastgerelateerde overige inzet De maatschappelijke kosten van de wijkagent respectievelijk het jongerenwerk zijn becijferd door het aantal uren inzet per type jeugdgroep te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostendekkend uurtarief van ongeveer 60 euro (bron: Handleiding Overheidstarieven 2015). Voor de kosten van de gemeentelijke ketenregie en cameratoezicht is aangesloten bij de opgave van de gemeente.

Domein Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen Voor het gebruik van voorzieningen voor jeugdhulp en de Wmo ontbreekt het aan informatie over de omvang van indicaties. Voor jeugdhulp zijn gegevens over het type product vertaald naar kosten door de indicatieperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject/cliënt, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Type product jeugdhulp

Gemiddelde kosten per traject

Generalistische Basis

800

Specialistische GGZ

3.000

41

Vanuit het principe van voorzichtige inschatting is niet gecorrigeerd voor prijspeil, omdat het grootste deel van de delicten voor het peiljaar zijn gepleegd. Voor de hele periode is uitgegaan van kosten per delict 2014.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

52

Type product jeugdhulp

Gemiddelde kosten per traject

Jeugd en opvoedhulp

1.500

Pleegzorg

7.000

Gedwongen kader

5.400

Bron: gemeente.

Voor de Wmo is uitgegaan van de gemiddelde omvang van indicaties en een gemiddeld tarief per type product, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Door deze eenheden en prijzen te vermenigvuldigen met de indicatieperiode resulteren kostenbedragen. Type product Wmo

Gemiddelde indicatie

Eenheid

Gemiddeld tarief

Begeleiding individueel basis

3,3

uur per week

45

Begeleiding individueel specialistisch

3,3

uur per week

60

Begeleiding groep basis

3,0

dagdelen per week

45

Arbeidsmatige dagbesteding

3,3

uur per week

60

Persoonlijke verzorging

6,6

uur per week

50

Tijdelijk verblijf

1,2

etmalen per week

45

Bron: gemeente.

B.1.2

Validiteit mate van validiteit De becijferingen zijn gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen en waar mogelijk direct gerelateerd aan personen. Dit neemt niet weg dat er tussen effecten verschillen zijn in de mate van validiteit c.q. ‘hardheid’ van de berekeningen. Ter toelichting geven we hiervan, op basis van een professioneel oordeel van onderzoekers, in onderstaande tabel per effect (exclusief pm-posten) een indicatie voor zowel het hoeveelheidselement als het prijselement. Daarbij is de volgende typering toegepast:  hoeveelheid: directe persoonsgerelateerde gegevens over meerdere jaren (+++), directe persoonsrelateerde gegevens voor 1 jaar en/of rekeneenheden die nadere afbakening behoeven of niet compleet zijn (++), indirecte benadering (+);  prijs: kostenopgave uit primaire bron (+++), benadering op basis van primaire bron (++), afgeleide benadering (+). Tabel B.1: Indicatie van validiteit van hoeveelheids- en prijsaspecten Domein / effect

Hoeveelheid (Q)

Prijs (P)

- Bureau leerplicht

+++

++

- Bureau Halt*

++

++

- Justitiële partijen*

++

+

+++

++

- productiviteitsverlies

+

+

- derving belastingopbrengsten

+

+

- bijstandsuitkering

+++

++

- Wajonguitkering*

++

+

Onderwijs, werk & inkomen 1. meer ongeoorloofd schoolverzuim

3. vaker voortijdig schoolverlaten: RMC 4. lagere arbeidsproductiviteit

5. lagere arbeidsparticipatie

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

53

Domein / effect

Hoeveelheid (Q) +++

Prijs (P) ++

++

+

a. opsporing politie

+++

+

b. overig systeem en maatschappelijke schade

++

+

c. overige overlastgerelateerde inzet

+++

+++

- jeugdhulp

++

+

- Wmo

++

+

- re-integratie 6. meer schulden - gemeentelijke schuldhulpverlening Veiligheid 7. meer delicten en overlast

Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen

Dit overzicht laat zien dat het gros van de hoeveelheidselementen een gemiddeld tot hoge validiteit kent, terwijl voor prijselementen vaker een (afgeleide) benadering nodig is. gevoeligheidsanalyse Dit onderzoek heeft het karakter van een explorerende casestudy naar een breed scala van maatschappelijke effecten voor een relatief kleine populatie. Aan de basis ligt een dataset met gegevens (op persoonsniveau) over een beperkte periode. Om hiermee maatschappelijke kosten te kunnen berekenen, hebben we ook gebruik moeten maken van inschattingen en kengetallen uit andere bronnen. Kleine aantallen maken uitkomsten van becijferingen kwetsbaarder voor uitschieters, zowel in de samenstelling van de populatie als in de tijd. Daarom is het van belang de resultaten zo goed mogelijk te valideren. Om na te gaan hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor uitbijters in data en variaties in vertrekpunten hebben we een gevoeligheidsanalyse verricht. Daarbij hebben we ons gericht op onzekerheden die naar verwachting een substantiële doorwerking op de uitkomsten kunnen hebben. Een belangrijke onzekerheidsfactor is of de toegepaste vergelijking met de referentiegroepen voldoende is om adequaat te corrigeren voor andere effecten dan het groepseffect. Uit de kwantificering in hoofdstuk 5 komen in het algemeen grote verschillen naar voren tussen problematische jeugdgroepen en referentiegroepen.

Deze kunnen erop duiden dat de gebruikte criteria (leeftijd, geslacht en wijk) onvoldoende zijn toegespitst om een adequate match te bewerkstelligen. Het is goed mogelijk dat er in problematische jeugdgroepen meer jongeren zijn met persoonsgebonden problematiek. Als op jongere leeftijd (vóór het moment van shortlisting) al sprake is van bepaalde problematiek en daarmee samenhangend gedrag is het minder zeker dat alle becijferde maatschappelijke kosten (extra ten opzichte van referentiegroepen) kunnen worden toegeschreven aan het groepseffect (potentiële overschatting). Om na te gaan welk effect dit kan hebben, zijn de maatschappelijke kosten die direct kunnen worden toegerekend aan jongeren met een opleiding Vso, Lwoo of Pro en/of een Wajong-uitkering afgezonderd. Het resulterende effect is weergegeven in tabel 6.2. In deze tabel zijn ook mogelijke effecten opgenomen van een tweetal andere onzekerheden. Zo brengt de afbakening in de tijd een onzekerheidsfactor mee. De meeste maatschappelijke kosten zijn becijferd op basis van meerjarige gegevens die bij overlastgevende groepen ook een deel van de periode insluiten voordat zij officieel (via shortlisting) zijn aangemerkt als problematische groep. 42 Om de mogelijke 42

Omdat de shortlisting van deze jeugdgroepen min of meer samenvalt met de start van de lokale aanpak geeft deze verkenning tevens een indicatie van het effect dat de lokale groepsaanpak heeft gesorteerd.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

54

omvang van dit effect in te schatten, hebben we de becijferde maatschappelijke kosten gebaseerd op gegevens voor een kortere periode (vanaf 2013). Verder kan de samenstelling van bepaalde kostenposten onzekerheid meebrengen. Zo is het niet evident dat alle onderdelen van de gemiddelde kosten per delict even relevant zijn voor delicten die problematische jeugdgroepen in de context van de experimentgemeente plegen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan diverse posten (vormen van fraude met beleggingen, vastgoed e.d.) die onder maatschappelijke schade van delicten zijn opgenomen. Daarom hebben we een schatting gemaakt waarbij zulke posten buiten beschouwing worden gelaten. Voor variaties op deze punten zijn we nagegaan wat het mogelijke effect kan zijn op de omvang van de becijferde maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Vanwege de kwantitatieve betekenis hebben we ons daarbij gericht op het domein Veiligheid. De resultaten van deze gevoeligheidsanalyse zijn weergegeven in onderstaande tabel. De percentages zijn de afwijkingen ten opzichte van de basisvariant (zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6 tabel 1). Tabel B.2: Mogelijke effecten van onzekerheden op becijferde maatschappelijke kosten domein Veiligheid Onzekerheidsfactor

Crimineel

Overlastgevend

Basisvariant (tabel 6.1)

1.760

1.456

Exclusie jongeren met persoonsgebonden problematiek

-22%

-25%

Onderzoeksperiode beperken tot periode vanaf shortlisting

nvt

-1%

-20%

-11%

Opschoning maatschappelijke schade voor minder relevante posten

Uit de gevoeligheidsanalyse komt naar voren dat de belangrijkste onzekerheid samenhangt met de mate waarin kan worden gecorrigeerd voor andere factoren dan het groepseffect. In de gevolgde methodiek betreft dit vooral de vraag in hoeverre eventuele effecten van persoonsgebonden problematiek kunnen worden ondervangen door een adequate vergelijking met referentiegroepen. De percentages in de tabel laten zien dat deze onzekerheid een substantiële doorwerking kan hebben op de becijferde maatschappelijke kosten.43 Iets minder sterk geldt dit ook voor de relevante reikwijdte van de maatschappelijke schade van delicten. onafhankelijke toets door kosten-batenexpert Aanvullend op de gevoeligheidsanalyse heeft een externe validering plaatsgevonden in de vorm van een methodologische toets door een onafhankelijke wetenschapper met expertise op het gebied van kostenbatenanalyses. Deze expert acht de gevolgde werkwijze valide en inzichtelijk uitgewerkt, en bijdragen aan het gewenste inzicht in deze complexe problematiek. Ter verduidelijking van de presentatie heeft hij een aantal suggesties gedaan waarmee de tekst is aangescherpt. Verder heeft hij aandacht gevraagd voor de duiding van de uitkomsten, gezien de persoonlijke problematiek van veel jongeren in de problematische jeugdgroepen.

Naarmate meer zekerheid kan worden verkregen over de toerekening van maatschappelijke kosten aan het groepseffect krijgen de uitkomsten een grotere maatschappelijke betekenis.

43

Het uiteindelijke beeld wordt overigens mede beïnvloed door het aandeel dat jongeren met persoonsgebonden problematiek hebben in de pm-posten. Naarmate dit kleiner is, zal het effect in de tabel ook minder groot zijn, en vice versa.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

55

C

Literatuur Beke, B.M.W.A., A.Ph. van Wijk en H.B. Ferwerda (2000), Jeugdcriminalieit in groepsverband ontrafeld: tussen rondhangen en bendevorming, Amsterdam: SWP Bleeker, D., F. Westhof en P. Vroonhof (2010), Monitor betalingsachterstanden, Zoetermeer: Panteia Cebeon (2011), Kosten en baten van maatschappelijke opvang. Bouwstenen voor effectieve inzet van middelen, Amsterdam Chein, J., Albert, D., O’Brien, L., Uckert, K., & Steinberg, L. (2011), Peers increase adolescent risk taking by enhancing activity in the brain’s reward circuitry, Developmental Science, 14, 1-10 Cuelenaere, B., F. van Zutphen, R. van der Aa, A. Willemsen en M. Wilkens (2009), MKBA voortijdig schoolverlaten, Ecorys Dishion, T.J., T. Ha, en M.H. Veronneau (2012), An ecological analysis of the effects of deviant peer clustering on sexual promiscuity, problem behavior, and childbearing from early adolescence to adulthood: An enhancement of the life history framework, Developmental Psychology, 48, 703–717 Ferwerda, H., B. Beke en E. Bervoets (red) (2013), Jeugdgroepen van toen: een casusonderzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw, Politie en Wetenschap: Apeldoorn Ferwerda, H. en T. van Ham (2014), Problematische jeugdgroepen in Nederland: omvang en aard in het najaar van 2013, Bureau Beke Grosbras, M. H., M. Jansen, G. Leonard, A. McIntosh, K. Osswald, C.

Poulsen, L. Steinberg, R. Toro en T. Paus (2007), Neural Mechanisms of Resistance to Peer Influence in Early Adolescence, The Journal of Neuroscience, 27(30), 8040-8045 Harland, P., P.H. van der Laan, W. Smeenk en F.M. Weerman (2006), De signaalwaarde van wangedrag, Secondant, 2, 6-11 Harland, P. (2011), Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan, Tijdschrift voor Veiligheid, 10, 37-50 Kerckhaert, A.C. en L.S. de Ruig (2013), Huishoudens in de rode cijfers 2012: omvang en achtergronden van schuldenproblematiek bij huishoudens, Zoetermeer: Panteia Menting, B. (2012), Predicting Behavior Development and Academic Achievement: The Interplay Between Cognitive Functioning and Social Relationships, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Moolenaar, D.E.G., M. Vlemmings, F.P. van Tulder en J. de Winter (2015), Kosten van criminaliteit, in: S.N. Kalidien en N.E. de Heer - de Lange (red.), Criminaliteit en Rechtshandhaving 2014, WODC, CBS en Raad voor de Rechtspraak

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

56

Put, C. van der, Assink, M., Bindels, A., Stams, G.J. en S. de Vries (2013), Effectief vroegtijdig ingrijpen. Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam Romijn, G. & G. Renes (2013), Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse, Den Haag: Centraal Planbureau & Planbureau voor de Leefomgeving Rud, I.V. (2015), The Relationship between Youth Crime and Education, dissertatie, Maastricht: Universiteit Maastricht SCP/CBS (2013), Armoedesignalement 2013, Den Haag Van Burik, A.E, C. Hoogeveen, B.J. de Jong, B. Vogelvang, A. Addink en M. van der Steege (2013), Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen, Woerden: Van Montfoort/Nederlands Jeugdinstituut Van Geuns, R., N. Jungmann, G. Kruis, P. Calkoen & M. Anderson (2011), Schuldhulpverlening loont! Een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening, Regioplan & Hoogeschool Utrecht Van Ryzin, M.J. en T. J. Dishion (2013), From antisocial behavior to violence: a model for the amplifying role of coercive joining in adolescent friendships, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54:6, 661669 Van Ryzin, M.J. en T. J.

Dishion (2014), Adolescent deviant peer clustering as an amplifying mechanism underlying the progression from early substance use to late adolescent dependence, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 55:10, 1153-1161 Verbruggen, J. (2014), Previously institutionalized youths on the road to adulthood: a longitudinal study on employment and crime, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Witvliet, M., P.A.C. van Lier, M. Brendgen, H.M. Koot en F. Vitaro (2010), Longitudinal Associations Between Clique Membership Status and Internalizing and Externalizing Problems During Late Childhood, Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 39 (5), 693-704 Zeeuw, L.E.J. de (2015), Educational Achievement in Children: Twinning, Teachers and Genes, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=0728498d-b0f6-4275-96ab-db04e32c57d5