CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 117 (bijlage) Rapport wat problematische jeugdgroepen de maatschappij kosten.pdf

Commissie Burgerzaken 17 januari 2023, gemeente BrunssumBij agendapunt: Aanpak jeugd door stichting de Positieve Stad; Gemeenteblad 2022/11719.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

............................................................................................................................. ................................................................................................................................................................................................................................................................ .............................

Kostbare vriendschappen: wat problematische jeugdgroepen de maatschappij kosten ..........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

Exploratieve studie in een grote gemeente

m.m.v. Regioplan

15824 – 07

eindrapport

22 december 2016

I

Inhoudsopgave V Voorwoord ............................................................................................................................................ 3 Summary ..................................................................................................................................................... 4 S Samenvatting ........................................................................................................................................ 7 1 Inleiding ...............................................................................................................................................11 2 Methode van onderzoek ......................................................................................................................13 2.1 Algemeen ......................................................................................................................................13 2.2 Afbakening van problematische jeugdgroepen .............................................................................14 2.3 Samenstelling van referentiegroepen ............................................................................................15 2.4 Identificatie van maatschappelijke effecten ..................................................................................15 2.5 Kwantificering van maatschappelijke effecten

.............................................................................16 2.6 Becijfering van maatschappelijke kosten ......................................................................................17 3 Problematische jeugdgroepen ............................................................................................................19 3.1 Kenmerken en omvang .................................................................................................................19 3.2 Situatie in experimentgemeente ....................................................................................................21 4 Identificatie van maatschappelijke effecten ......................................................................................24 4.1 Afbakening....................................................................................................................................24 4.2 Relatieschema ...............................................................................................................................26 4.3 Domein Onderwijs, werk & inkomen ...........................................................................................27 4.4 Domein Veiligheid ........................................................................................................................29 4.5 Domein Zorg & ondersteuning

.....................................................................................................31 4.6 Indirecte effecten ..........................................................................................................................32 5 Kwantificering van maatschappelijke effecten .................................................................................35 5.1 Domein Onderwijs, werk & inkomen ...........................................................................................35 5.2 Domein Veiligheid ........................................................................................................................37 5.3 Domein Zorg & ondersteuning .....................................................................................................39 6 Maatschappelijke kosten ....................................................................................................................41 6.1 Overzicht per kostenpost ...............................................................................................................41 6.2 Verdeling over actoren ..................................................................................................................43 7 Conclusies .............................................................................................................................................44 Bijlagen A

Begeleidingscommissie en deskundigen .............................................................................................49 B Wijze van kostenbecijfering en validiteit ..........................................................................................50 C Literatuur .............................................................................................................................................56

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

2

V

Voorwoord Het is van alle tijden dat sommige jongeren voor maatschappelijke problemen zorgen. Als zij dat in groepsverband doen, wordt het een ander verhaal. In veel gemeenten is de laatste jaren gewerkt aan een integrale aanpak die zich specifiek richt op problematische jeugdgroepen. Een aanpak waarin gemeenten nauw samenwerken met politie, justitie en vele andere ketenpartners. Dit samenwerkingsproces maakte dat bij gemeenten en het ministerie van Veiligheid en Justitie de behoefte groeide aan meer duidelijkheid over de vraag welke maatschappelijke effecten voortvloeien uit het groepsgedrag van vooral jongeren in criminele en overlastgevende jeugdgroepen. En –in het verlengde hiervan– de vraag in hoeverre deze effecten kunnen worden vertaald in kosten en om welke bedragen het dan gaat. U hebt de rapportage in handen waarin verslag wordt gedaan van het onderzoek dat wij in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie hebben verricht naar deze intrigerende vragen. Voor het eerst zijn de maatschappelijke effecten van criminele en overlastgevende jeugdgroepen gestructureerd in beeld gebracht en is er een wetenschappelijk onderbouwde becijfering van de daarmee samenhangende maatschappelijke kosten. Dit kostenbeeld is opgebouwd vanuit de praktijk in een grote gemeente.

Het zijn de professionals uit die lokale praktijk, die dit resultaat mede mogelijk hebben gemaakt. Juist in het hectische transitiejaar 2015 hebben zij tijd vrijgemaakt om gegevens te verzamelen, deel te nemen aan (groeps)gesprekken en te reflecteren op bevindingen. In het bijzonder geldt dit voor de stedelijke regisseur en zijn team. Een woord van welgemeende dank voor hun inspanningen is daarom op z’n plaats. Ook de leden van de begeleidingscommissie zeggen we hartelijk dank. Hun rol als ‘kwaliteitsbewaker’ hebben Essy van Dijk, Wim Groot (voorzitter), Paul Harland, Etienne van Koningsveld en Debora Moolenaar zeer serieus genomen. Door constructief mee te denken over de uitwerking van de onderzoekaanpak en kritisch te reflecteren op eerdere rapportages hebben zij bijgedragen aan dit eindresultaat. Dank zijn we daarnaast verschuldigd aan Henk Ferwerda van Bureau Beke die ons heeft ingewijd in de wereld van de jeugdgroepen en aan professor Johan Polder van de Universiteit van Tilburg. Als kostenbatenexpert heeft hij de methode kritisch tegen het licht gehouden en waardevolle suggesties aangereikt om de uitkomsten zo helder mogelijk voor het voetlicht te brengen. Tot slot bedanken we Maartje Timmermans en Miranda Witvliet van Regioplan voor de fijne samenwerking en deskundige ondersteuning bij de uitvoering van het onderzoek. John van Leerdam projectleider

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

3

Summary reasons for study Commissioned by the Research and Documentation Centre of the Ministry of Security and Justice, we conducted an experimental study in one municipality on problematic youth groups. The aim was to identify social problems such youth groups can cause, the social costs connected with this and the extent to which the estimated costs are reliable and valid. problematic youth groups in test municipality The situation of mid-2015 is the basis for the calculations in this study. At that time, 2 criminal and 3 troublesome youth groups were active. The criminal youth groups have already existed for years and currently consist of a total of 35 boys of about 22 years old. The troublesome groups have been active for two years and comprise a total of 28 boys of about 20 years. Many young people in problematic youth groups have a history of multiple problems and have not (yet) completed their education. They often come from broken families with an unfavourable socio-economic perspective and an unstimulating rearing environment. As a result, possible tendencies to cause social problems are strengthened rather than restrained. Moreover, there are indications of mental and/or psychological problems, making them vulnerable to peer pressure.

defining social costs Social costs are defined as the welfare effects for various parties in society, caused by the behaviour of problematic youth groups. In addition to costs resulting from this behaviour (such as social damage), it involves costs associated with the response of the authorities (such as support and punishment of perpetrators) and prevention costs (such as a different organisation of the public space). Furthermore, the costs should be traceable to the group behaviour and should not directly result from (personal) problems of individual boys. method The study is exploratory in nature and focused on providing insight into the most important cost items for which suitable data are available. To that end, several steps were completed. First, an overview of social impacts was made based on scientific literature and interviews with professionals. With the help of this overview a preliminary cost model was drawn up which was discussed with a broad group of experts in the pilot municipality. Based on their insights, the cost model was improved. Subsequently, from various bodies data was retrieved (at client level) to quantify social impacts. Insofar as cost amounts were not directly available, data on young people and/or provided support were translated to costs. The costs were charted for a period of about 5 years.

To validate the cost calculations an analysis was made to determine the susceptibility of the results to variations in assumptions. Finally, an independent methodological test was conducted by a scientist with expertise in the area of cost-benefit analysis. reference groups The cost calculations were performed for problematic youth groups and for reference youth groups that were matched to the following characteristics: sex, age and district/postcode area. By using reference groups, social costs resulting from problematic group behaviour can be isolated as much as possible. The fact is, many social costs are not made solely for young people from the youth groups, but also for other young people with similar backgrounds. social impact in 3 areas In the study, nine direct effects of problematic youth groups were identified, divided into three domains. In addition, there are indirect effects between these domains. Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

4

Education, employment and income 1. more unauthorised school absence by frequent truancy; 2. more repeating of classes, partly due to more unauthorised school absence; 3. more early school leaving. These effects result in a lower level of education, which (in time) leads to: 4. lower labour productiveness (wages) and loss of tax revenues; 5. lower employment rate due to a larger distance from the labour market, which could lead to more benefits (unemployment and/or assistance) and/or reintegration efforts; 6. more problematic debts. Safety 7. more offences and nuisance; 8. more subjective feelings of unsafety of citizens and entrepreneurs who are not themselves victims. Care and support 9. greater use of care/assistance services due to a less healthy lifestyle (use of alcohol/drugs and involvement in violent incidents) and a care-avoiding attitude (risk of escalation of problems).

social costs By using data from various sources cost assessments were made of the social costs of both types of problematic youth groups. This mainly concerns costs made in recent years that can be ascribed to young people in these youth groups. Only those costs are taken into account that are additional with respect to the reference groups. The study estimates that criminal youth groups annually cause an average of approximately 1.9 million euros of social costs per group, that are borne especially by the judiciary. Costs caused by troublesome youth groups involve amounts in the order of 1.5 million euros per group, of which the municipality bears a substantial amount. The calculations per cost category are included in Chapter 6. In total, the social costs in the pilot municipality amount to approximately 8.2 million euros. So these are ‘expensive’ friendships. The reason for the study was the perceived knowledge gap with regard to the precise social costs of problematic youth groups. It was obvious that such youth groups have large social impacts and this was the reason to develop an integrated approach. This exploratory study is the first to map out the composition and (potential) size of the social costs caused by such youth groups. This insight is important for municipalities and the Ministry of Security and Justice to further optimise the local approach.

discussion It has been found possible to translate many social effects to costs. Some cost figures are an underestimate because the image of the youth groups in question was not complete. With regard to a number of effects usable data were entirely lacking. Possibly, these p.m. items can be mapped out in a continuation study. In addition, the study period was limited to about 5 years which means ‘lifetime’ effects, with potential substantial cost implications, have not been taken into account. The calculations were based on data from reliable sources and, where possible, directly related to people. The degree of validity varies and depends on whether use could be made of direct personal data over several years and cost statements from primary sources or not and whether there was a need to elaborate on input derived from other sources.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

5

The susceptibility analysis shows that the major uncertainty is connected with the extent to which corrections can be made for factors other than the group effect. This can have a substantial impact on the social costs (in the order of a fifth to a quarter). An assessment by an independent expert shows that the method was worked out in a valid and insightful way, and that it contributes to the desired insight into the complex issue of problematic youth groups.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

6

S

Samenvatting aanleiding onderzoek In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Cebeon in samenwerking met Regioplan in een grote gemeente (hierna: experimentgemeente) exploratief onderzoek verricht naar de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Met dit onderzoek is beoogd vast te stellen welke maatschappelijke problemen zulke jeugdgroepen veroorzaken, welke kosten hiermee samenhangen en in hoeverre de geschatte kosten betrouwbaar en valide zijn. Op basis van de resultaten kan worden bekeken welk type vervolgonderzoek mogelijk en wenselijk is. problematische jeugdgroepen in experimentgemeente De situatie medio 2015 in de experimentgemeente geldt als uitgangspunt voor de berekeningen in dit onderzoek. Op dat moment waren in de experimentgemeente 2 criminele en 3 overlastgevende jeugdgroepen actief. Eerder was er daarnaast een tweetal jeugdgroepen met een hinderlijk karakter, die ongeveer een jaar als problematisch aangemerkt zijn geweest. Omdat identificerende gegevens ontbraken, was voor dit groepstype geen kostenbecijfering mogelijk. Volgens professionals gaat het ook om zeer beperkte effecten. Om deze redenen zijn deze groepen buiten beschouwing gelaten.

De criminele jeugdgroepen zijn al jaren actief en omvatten in totaal ongeveer 35 jongens met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar. Jongeren in overlastgevende jeugdgroepen zijn gemiddeld iets jonger (20 jaar). Deze groepen zijn circa twee jaar actief en –met in totaal ongeveer 28 jongens– kleiner in omvang. Veel jongeren in problematische jeugdgroepen kennen een voorgeschiedenis van multiproblematiek en hebben (nog) geen startkwalificatie. Zij komen vaak uit ontwrichte gezinnen met weinig sociaaleconomisch perspectief en een niet stimulerend opgroeimilieu. Hierdoor worden jongens eerder versterkt dan geremd in risicovol gedrag en het veroorzaken van maatschappelijke problemen. Bovendien zijn er aanwijzingen voor verstandelijke en/of psychische problematiek, die hen kwetsbaar maakt voor groepsdruk. afbakening maatschappelijke kosten Onder maatschappelijke kosten wordt verstaan de welvaartseffecten voor verschillende partijen in de maatschappij die worden veroorzaakt door het gedrag van problematische jeugdgroepen. Het perspectief van de jongeren in kwestie is niet meegenomen. Het gaat om effecten voor de brede maatschappij.

Naast kosten die het gevolg zijn van het groepsgedrag (zoals maatschappelijke schade door overlast, criminaliteit en schooluitval) zijn ook kosten meegenomen die samenhangen met de reactie van instanties op ongewenst gedrag van problematische jeugdgroepen (zoals bestraffing van daders en ondersteuning aan betrokken jongeren op belangrijke levensgebieden) en kosten van preventie van toekomstig ongewenst groepsgedrag (zoals het anders inrichten van openbare ruimte). De kosten die samenhangen met reactie en preventie lopen in de praktijk vaak in elkaar over. Verder geldt dat kosten herleidbaar moeten zijn op het groepsgedrag van problematische jeugdgroepen en niet direct voortvloeien uit –een voorgeschiedenis van– problematiek van de jongeren. methode Het onderzoek is exploratief van karakter en is toegespitst op het zo goed mogelijk inzichtelijk maken van de belangrijkste kostenposten waarvoor voldoende bruikbare gegevens voorhanden zijn.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

7

In het onderzoek zijn verschillende stappen doorlopen. Er is gestart met het opstellen van een eerste overzicht van maatschappelijke effecten van problematische jeugdgroepen. Dit is gebeurd op basis van inzichten uit de wetenschappelijke onderzoeksliteratuur en negen (telefonische) interviews met professionals en een externe deskundige. Hiermee is een voorlopig kostenmodel opgesteld dat is besproken met een breed samengestelde groep deskundigen van de experimentgemeente en ketenpartijen. Met behulp van de inzichten van deze professionals is het kostenmodel op onderdelen aangescherpt. Vervolgens zijn gegevens (zoveel mogelijk op cliëntniveau) bij relevante instanties opgevraagd voor het kwantificeren van de geïdentificeerde maatschappelijke effecten. Voor zover niet direct kostenbedragen voorhanden waren, zijn aangeleverde gegevens over jongeren en/of gebruikseenheden vertaald naar kosten. De kosten zijn over een periode van ongeveer 5 jaar in kaart gebracht. Ter validering van de kostenbecijfering is een gevoeligheidsanalyse verricht voor enkele belangrijke aspecten om na te gaan hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor variaties in veronderstellingen. Tot slot is een onafhankelijke methodologische toets uitgevoerd door een wetenschapper met expertise op het gebied van kosten-batenanalyses.

referentiegroepen De kostenberekeningen zijn uitgevoerd voor de 5 problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente en voor even zoveel groepen referentiejongeren die zijn gematched met de onderzoeksgroep op de kenmerken geslacht, leeftijd en wijk/postcodegebied. Het gebruik van referentiegroepen biedt de mogelijkheid om de maatschappelijke kosten als gevolg van problematische jeugdgroepen zo goed mogelijk te isoleren. Hiermee kan een zuiverder beeld worden verkregen van de maatschappelijke kosten als gevolg van gedrag in groepsverband. Voor veel maatschappelijke kosten geldt immers dat deze niet uitsluitend voor jongeren uit problematische jeugdgroepen worden gemaakt, maar ook voor andere jongeren met een vergelijkbare achtergrond. maatschappelijke effecten op 3 domeinen In het onderzoek zijn 9 directe effecten van problematische jeugdgroepen geïdentificeerd, verdeeld over 3 domeinen: Onderwijs, werk & inkomen, Veiligheid en Zorg & ondersteuning. Daarnaast is sprake van indirecte effecten tussen deze domeinen.

Onderwijs, werk & inkomen 1. meer ongeoorloofd schoolverzuim: jongeren in problematische jeugdgroepen vertonen frequent spijbelgedrag. Dit brengt inzet mee van meerdere partijen, zoals de leerplichtambtenaar en bij hardnekkig spijbelen ook bureau Halt en/of justitiële partijen; 2. meer doublures: mede als gevolg van meer ongeoorloofd schoolverzuim hebben jongeren een grotere kans om te blijven zitten. Het dubbel volgen van één of meer jaren onderwijs betekent dat extra schoolkosten worden gemaakt. Dit omvat ook inzet van partijen zoals het zorgadviesteam; 3. vaker voortijdig schoolverlaten: jongeren in problematische jeugdgroepen hebben, mede als gevolg van meer schoolverzuim en/of doublures, een hogere kans op voortijdig schoolverlaten. Dit brengt inzet mee van in elk geval ambtenaren van de Regionale meld- en coördinatiefunctie. Deze effecten resulteren in een lager opleidingsniveau. Op termijn werkt dit door op de arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie, en kan ook aanleiding zijn tot meer schulden: 4. lagere arbeidsproductiviteit (loon): een lager opleidingsniveau zal, zeker als dat het gevolg is van voortijdig schoolverlaten, gepaard gaan met een lager loon. Voor de overheid leidt dit tot een derving van belastingopbrengsten; 5.

lagere arbeidsparticipatie: jongeren met een lager opleidingsniveau, zeker als dat het gevolg is van voortijdig schoolverlaten, hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Een en ander kan –in de toekomst– leiden tot meer overheidsuitgaven aan uitkeringen (werkloosheid en/of bijstand) en/of inzet voor re-integratie; 6. meer schulden: mensen met een lager opleidingsniveau, in het bijzonder als zij meer in sociaal isolement verkeren (werkloosheid, armoede en/of niet-westerse herkomst), hebben eveneens een hogere kans op proble-

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

8

matische schulden. Dit brengt maatschappelijke kosten mee in termen van schade voor crediteuren, preventieve maatregelen en gebruik van schuldhulpverlening. Veiligheid 7. meer delicten en overlast: problematische jeugdgroepen zijn juist vanwege normoverschrijdend gedrag in de publieke sfeer via de shortlist in beeld gebracht. Dit gedrag uit zich in het plegen van allerlei soorten delicten en het veroorzaken van overlast; 8. meer subjectieve onveiligheid: delicten en overlast werken ook door op de subjectieve veiligheid van burgers en ondernemers (zoals winkeliers) die niet zelf slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een inbraak of beroving. Zij kunnen bepaalde situaties of ontwikkelingen als bedreigend(er) ervaren. Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik van voorzieningen: jongeren in problematische jeugdgroepen houden er een minder gezonde leefstijl op na. Dit uit zich in risicovolle gewoonten en riskant gedrag: veel jongeren gebruiken alcohol en/of (soft)drugs, en zijn vaker betrokken bij verkeersongevallen en geweldsincidenten. Hiervoor kan een beroep op acute zorg nodig zijn. Daarnaast kan sprake zijn van een zorgmijdende houding door afwending van de reguliere maatschappij. Hierdoor kan hun problematiek (verder) escaleren waardoor jongeren vaker terecht komen in zwaardere of gedwongen zorg.

maatschappelijke kosten Met behulp van gegevens uit verschillende bronnen zijn in dit onderzoek becijferingen gemaakt van de maatschappelijke kosten van beide typen problematische jeugdgroepen. Dit betreft in hoofdzaak kosten die de afgelopen jaren zijn gemaakt en zijn toe te schrijven aan jongeren in deze jeugdgroepen. Hierbij zijn alleen de bedragen meegenomen die extra zijn ten opzichte van de referentiegroepen. Een aantal onderscheiden kostenposten kon in het onderzoek niet worden gekwantificeerd en is benoemd als pro memorie. Het onderzoek heeft als schatting opgeleverd dat criminele jeugdgroepen op jaarbasis gemiddeld circa 1,9 miljoen euro per groep aan maatschappelijke kosten veroorzaken, die met name ten laste komen van justitie. Bij overlastgevende jeugdgroepen gaat het om een bedrag in de orde van 1,5 miljoen euro per groep, waarvan ook de gemeente een aanzienlijk deel draagt. De becijferingen per kostenpost zijn opgenomen in hoofdstuk 6. In totaal komen de maatschappelijke kosten van deze problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente naar schatting uit op circa 8,2 miljoen euro op jaarbasis. Daarmee kan worden geconstateerd dat bij problematische jeugdgroepen in maatschappelijk opzicht sprake is van kostbare vriendschappen. Aanleiding voor het onderzoek was de ervaren leemte in kennis van de precieze maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen.

Dat zulke jeugdgroepen grote maatschappelijke effecten teweegbrengen, was wel duidelijk én reden om een hierop afgestemde integrale aanpak te ontwikkelen. Met deze explorerende studie is voor het eerst in beeld gebracht wat bij benadering de samenstelling en (potentiële) omvang is van de maatschappelijke kosten die door zulke jeugdgroepen worden veroorzaakt. Het inzicht dat dit oplevert, is van belang voor gemeenten en het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het onderzoek onderstreept immers niet alleen het maatschappelijk belang om gerichte interventies te ontwikkelen voor problematische jeugdgroepen, maar laat ook zien dat zulke interventies zich (gedeeltelijk) kunnen terugverdienen. Dit inzicht kan bijdragen aan verdere optimalisering van de lokale aanpak en het faciliteren van de ketenpartners hierbij. discussie Met behulp van beschikbare (persoons)gegevens was het mogelijk om veel van de onderscheiden maatschappelijke effecten te kwantificeren en te vertalen in kostentermen. Sommige effecten zijn weliswaar uitgedrukt in een kostencijfer maar vormen een onderschatting, omdat het beeld van de Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

9

betrokken jeugdgroepen niet compleet was. Bij een aantal effecten ontbrak het geheel aan bruikbare gegevens. Deze zijn in het kader van dit onderzoek benoemd als pm-posten die in vervolgonderzoek mogelijk (deels) alsnog in beeld kunnen worden gebracht. Daarnaast is de onderzoeksperiode beperkt gebleven tot ongeveer 5 jaar waardoor ‘lifetime’-effecten, met mogelijk substantiële kostengevolgen, niet zijn meegenomen. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen en waar mogelijk direct gerelateerd aan personen. De mate van validiteit van de berekeningen loopt echter uiteen, afhankelijk van de vraag of er gebruik kon worden gemaakt van directe persoonsgerelateerde gegevens over meerdere jaren en kostenopgaven uit primaire bron of dat er een nadere afbakening/uitwerking nodig was in rekeneenheden en prijzen indirect moesten worden afgeleid uit andere bronnen. De berekeningen zijn getoetst op gevoeligheid voor variaties in uitgangspunten en door een onafhankelijke expert. Uit zijn toets blijkt dat de werkwijze valide is uitgewerkt en bijdraagt aan het gewenste inzicht.

De belangrijkste onzekerheid hangt samen met de mate waarin kan worden gecorrigeerd voor andere factoren dan het groepseffect: in hoeverre kunnen eventuele effecten van persoonsgebonden problematiek worden ondervangen door vergelijking met referentiegroepen? Deze onzekerheid kan een substantiële doorwerking hebben op de becijferde maatschappelijke kosten (in de orde van een kwart van deze kosten). Met meer gedetailleerde gegevens zou mogelijk een betere match voor referentiegroepen kunnen worden verkregen, maar de nauwe samenhang tussen persoonskenmerken en het problematische gedrag van de betrokken jongeren in groepsverband maakt het onwaarschijnlijk dat alle onzekerheid kan worden uitgesloten.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

10

1

Inleiding achtergrond In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Cebeon in samenwerking met Regioplan een exploratief onderzoek verricht naar de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Sinds 2013 vormt de aanpak van problematische jeugdgroepen een belangrijke prioriteit van de minister van Veiligheid en Justitie, met een sterke nadruk op de aanpak van criminele groepen. Naast stevig repressief optreden wordt er, ingegeven door het voormalige actieprogramma Risicojeugd en Jeugdgroepen, meer aandacht gevraagd voor vroegtijdig ingrijpen en het leggen van verbindingen tussen straf en zorg, onderwijs en werk. Lokale bestuurders en partners in de aanpak worden vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie ondersteund, met drie doelen als uitgangspunt:  kwalitatief versterken van de aanpak van bestaande problematische jeugdgroepen en nieuwe aanwas voorkomen;  kwalitatief versterken van de samenwerking (de organisatie van de aanpak);  gericht ondersteunen van gemeenten met hardnekkige problematische jeugdgroepen. aanleiding De aanleiding voor het onderzoek is de behoefte van gemeenten aan inzicht in de maatschappelijke kosten die verschillende typen problematische jeugdgroepen meebrengen.

Door middel van een exploratief onderzoek in één grote gemeente (hierna: experimentgemeente) is beoogd meer zicht te krijgen op de relevante soorten maatschappelijke effecten en de mate waarin en wijze waarop deze in geld zijn uit te drukken. Op basis van de resultaten en afhankelijk van hoe betrouwbaar en valide deze zijn, kan worden besloten welk type vervolgonderzoek passend en uitvoerbaar is. vraagstelling Centraal in het onderzoek staat de vraag: welke maatschappelijke kosten veroorzaken (verschillende typen) problematische jeugdgroepen in één gemeente en in hoeverre zijn de geschatte kosten betrouwbaar en valide? Deze vraagstelling is geoperationaliseerd in de volgende onderzoeksvragen: 1. 2. 3. 4. 5.

6.

wat is de aard en omvang van de problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente? welke maatschappelijke gevolgen hebben deze typen problematische jeugdgroepen? in hoeverre zijn deze gevolgen in kosten (euro’s) uit te drukken? op welke wijze vinden de berekeningen plaats? hoe betrouwbaar en valide zijn de berekeningen? welke kosten veroorzaken problematische jeugdgroepen naar schatting in de experimentgemeente?

leeswijzer In dit rapport worden de volgende onderwerpen aan de orde gesteld:  methode van onderzoek (hoofdstuk 2);  afbakening en betekenis van problematische jeugdgroepen, in het bijzonder in de experimentgemeente (hoofdstuk 3);

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

11

   

identificatie van maatschappelijke effecten van problematische jeugdgroepen en daaruit voortvloeiende kostencategorieën (hoofdstuk 4); kwantificering van benoemde maatschappelijke effecten (hoofdstuk 5); becijfering van de maatschappelijke kosten (hoofdstuk 6); conclusies (hoofdstuk 7).

Daarnaast is in een tweetal bijlagen informatie opgenomen over de samenstelling van de begeleidingscommissie, geraadpleegde experts en gebruikte literatuur.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

12

2

Methode van onderzoek

2.1

Algemeen denkkader mkba Het onderzoek is opgezet en ingevuld vanuit het denkkader van maatschappelijke kosten-batenanalyses (mkba).1 Binnen dit denkkader wordt gekeken naar de fysieke/hoeveelheidseffecten van een interventie. Voor deze effecten wordt vervolgens nagegaan in hoeverre dit kan leiden tot welvaartseffecten. Dit vergt inzicht in gedragsveranderingen als gevolg van de betreffende interventie. Als laatste worden welvaartseffecten zoveel mogelijk omgezet in een bepaalde (monetaire) waarde. verschil met mkba Een belangrijk verschil met een maatschappelijke kosten-batenanalyse is dat ´maatschappelijke effecten´ in dit onderzoek niet betrekking hebben op de gevolgen van een interventie, maar op de gevolgen van (het gedrag van) problematische jeugdgroepen. Anders gezegd, het gaat in dit onderzoek niet om de beoordeling of een bepaalde aanpak van problematische jeugdgroepen per saldo positief uitpakt voor de maatschappij, maar juist om de vraag welke maatschappelijke problematiek en kosten er samenhangen met (het gedrag van) problematische jeugdgroepen. Deze kostenanalyse levert belangrijke input op voor een eventuele maatschappelijke kosten-batenanalyse.

stappen In het onderzoek zijn de volgende stappen doorlopen om de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen te kunnen bepalen:  het afbakenen van jeugdgroepen en het samenstellen van de referentiegroep (zie hoofdstuk 3);  het identificeren van maatschappelijke effecten van jeugdgroepen (zie hoofdstuk 4);  het kwantificeren van deze effecten (zie hoofdstuk 5);  het becijferen van de maatschappelijke kosten (zie hoofdstuk 6). Hieronder lichten we de gebruikte methoden per stap toe. Vooraf gaan we kort in op de criteria die een rol hebben gespeeld bij de selectie van de experimentgemeente. selectie experimentgemeente Het onderzoek is uitgevoerd in en met actieve medewerking van een grote gemeente. Voor de selectie van deze gemeente is gelet op de volgende criteria:  alle soorten problematische jeugdgroepen zijn in beginsel aanwezig;  er is ervaring met een integrale aanpak, zodat betrokken actoren goed in beeld zijn en er potentieel voldoende bruikbare gegevens voorhanden zijn;  de gemeente is gemotiveerd om actief aan het onderzoek mee te werken, onder andere door gegevens beschikbaar te stellen. Vanuit lopende praktijkcontacten heeft het ministerie enkele gemeenten benaderd. In gesprekken met zowel het ministerie als de onderzoekers heeft één gemeente bevestigd aan alle genoemde criteria te kunnen voldoen.

Zij wil en kan een betekenisvolle bijdrage leveren aan met name het bij elkaar brengen

1

Bijvoorbeeld Romijn & Renes 2013.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

13

van gegevens en lokale deskundigen en het helpen duiden/interpreteren van gegevens. Deze bereidheid is doorslaggevend geweest om met deze gemeente het onderzoekstraject in te gaan. Na aanvang van het onderzoek hebben de onderzoekers een presentatie verzorgd over het doel en de opzet van het onderzoek voor de gemeente en een aantal directe ketenpartners. In een later stadium zijn ook de (concept) uitkomsten met hen gedeeld. In de aanpak van het onderzoek is ervoor gekozen de experimentgemeente nauw te betrekken bij de uitwerking. De gemeentelijke regisseur was zeer gemotiveerd om een actieve bijdrage te leveren. Tevens was de verwachting dat de gemeente over veel databronnen beschikt. Tijdens het onderzoek is de bereidheid tot medewerking daadwerkelijk gebleken, zowel van de regisseur als andere professionals in het brede lokale zorg- en veiligheidsnetwerk. Zij hebben een waardevolle bijdrage geleverd in het aanreiken van gegevens en het helpen duiden en inkleuren daarvan. Ook bleek het via de gemeente mogelijk om een ‘privacy-proof’ koppeling te leggen met data uit andere bronnen (zie paragraaf 2.5).

2.2

Afbakening van problematische jeugdgroepen Op basis van de shortlistmethodiek is eerst een algemene beschrijving gemaakt van de verschillende typen problematische jeugdgroepen (zie ook hoofdstuk 3). Vervolgens heeft een afbakening plaatsgevonden van de in dit onderzoek te betrekken jeugdgroepen. Voor de uiteindelijke berekening van de kosten van problematische jeugdgroepen is de aanwezigheid en samenstelling van problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente op een bepaald moment in de tijd als uitgangspunt genomen. In overleg met de gemeente is zomer 2015 als peilmoment is gekozen. Het aantal en de samenstelling van de problematische jeugdgroepen zoals die toen bekend was bij de gemeente geldt als uitgangspunt voor de berekeningen in dit onderzoek. In de praktijk is er sprake van wijzigingen in de aanwezigheid, omvang en samenstelling van jeugdgroepen.2 Groepen verdwijnen, ex-kernleden voegen zich bij andere jeugdgroepen, nieuwe aanhang wordt gevormd, etc. Hiermee kan in een kostenberekening geen rekening worden gehouden. Zo bleek dat ten tijde van het onderzoek in de experimentgemeente geen hinderlijke jeugdgroepen meer als problematisch te zijn aangemerkt. Van dit type waren tot eind 2014 twee groepen van elk 5 tot 10 jongeren actief gedurende ongeveer één jaar.

Omdat de betrokken jongeren niet als zodanig zijn geregistreerd en de maatschappelijke problemen een relatief vluchtig karakter hadden, waren voor deze groepen geen bruikbare gegevens voorhanden. Mede omdat het volgens professionals gaat om zeer beperkte effecten is dit type niet als afzonderlijke categorie in het onderzoek meegenomen. De focus ligt derhalve op de andere typen problematische jeugdgroepen, waarvan de (meeste) leden als persoon bekend zijn bij de gemeente en politie. Nadat de afbakening helder was, heeft de experimentgemeente achtergrondinformatie verstrekt over de problematische jeugdgroepen. Het betreft informatie over aantal jeugdgroepen, de omvang (aantal leden), de gemiddelde leeftijd en een indicatie van de actieve periode van de groepen (zie verder hoofdstuk 3.2). Ten tijde van het onderzoek is de gemeente begonnen met het meer systematisch vullen van integrale dossiers. De mate waarin dat is gelukt, kan per geval uiteenlopen. Omdat er geen integraal beeld van alle groepsleden beschikbaar was, ontbrak het aan goed zicht op de jeugdgroepen. Daarom is met cliëntprofessionals geprobeerd meer zicht te krijgen op de kenmerken van de jongeren en de effecten van het groepsgedrag (zie ook paragraaf 2.4). Door een tussentijdse wisseling van organisaties voor jongerenwerk, het vertrek van ervaren en langer betrokken professionals en drukte met de transities 2

Zie bijvoorbeeld Harland 2011.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

14

binnen het sociaal domein, heeft dit langer geduurd en is dit ook minder goed uit de verf gekomen dan beoogd. Er ontbreken daarom soms bepaalde gegevens (voor personen of op domeinen). Dit wordt in de betreffende hoofdstukken weergegeven.

2.3

Samenstelling van referentiegroepen Voor het onderzoek is niet alleen een kostenstudie gemaakt voor problematische jeugdgroepen (de onderzoeksgroep), maar is tevens per type groep een referentiegroep jongeren samengesteld waarvoor kosten in kaart zijn gebracht. Deze heeft de functie van een vergelijkingsgroep waartegen de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen kan worden afgezet. Door een vergelijkingsgroep te gebruiken, kan een zuiverder beeld worden verkregen van de maatschappelijke kosten als gevolg van gedrag in groepsverband. Voor veel maatschappelijke kosten geldt immers dat deze niet uitsluitend voor leden van problematische jeugdgroepen worden gemaakt. Ook voor andere jongeren (met een min of meer vergelijkbare achtergrond) buiten problematische jeugdgroepen kunnen soortgelijke kosten aan de orde zijn. Om een zo zuiver mogelijk beeld van de maatschappelijke kosten als gevolg van (het gedrag van) problematische jeugdgroepen te verkrijgen, is het van belang dat de referentiegroepen op een aantal relevante kenmerken vergelijkbaar zijn met de onderzoeksgroep. Vanuit praktische overwegingen is in nauw overleg met de gemeente gekozen voor een relatief eenvoudig uit te voeren selectie op basis van direct toegankelijke gegevens uit de bevolkingsregistratie.

Afgaande op de kenmerken van de leden van problematische jeugdgroepen zijn geslacht, leeftijd en wijk/postcodegebied meegenomen als matching kenmerken. Laatstgenoemd kenmerk is relevant omdat problematische jeugdgroepen in uiteenlopende gebieden actief zijn. Bovendien worden met wijk/postcodegebied ook belangrijke sociaal-economische kenmerken, culturele herkomst en opleidingsniveau meegewogen. Per type groep heeft dit een vergelijkbaar aantal jongeren opgeleverd in dezelfde leeftijd, met hetzelfde geslacht en woonachtig in dezelfde wijk, maar die niet bekend zijn als lid van een problematische jeugdgroep.3 Daarmee zijn de referentiegroepen goed vergelijkbaar op de genoemde kenmerken. Tot op zekere hoogte geldt dat ook voor bepaalde soorten gedrag.4 Zo blijken referentiejongeren duidelijk vaker met justitie in aanraking te komen dan de gemiddelde Nederlandse jongere (zie hoofdstuk 5.2). De verschillen met problematische jeugdgroepen uiten zich vooral in minder eenvoudig te meten aspecten, zoals de aard en mate van risicozoekend gedrag.

2.4

Identificatie van maatschappelijke effecten literatuur en interviews Op basis van inzichten uit de onderzoeksliteratuur is een eerste overzicht van maatschappelijke effecten van problematische jeugdgroepen opgesteld. Vervolgens is een achttal (telefonische) interviews met professionals gehouden die direct contact hebben met jongeren uit de verschillende typen problematische

3

4

Vanwege het doel en exploratieve karakter van het onderzoek is de omvang van de referentiegroep beperkt gehouden. Het gaat immers om de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Wellicht is het mogelijk om met meer gedetailleerde gegevens een (nog) betere match te krijgen. Vanwege de nauwe samenhang tussen persoonskenmerken en het gedrag van de betrokken jongeren in problematisch groepsverband lijkt het echter onwaarschijnlijk dat daarmee alle onzekerheid kan worden uitgesloten.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

15

jeugdgroepen. Een overzicht van de typen organisaties waaruit de geraadpleegde professionals afkomstig zijn en hun expertise is hieronder gepresenteerd. Organisatie Gemeente - stedelijke regie

Expertisegebied

- bureau leerplicht/RMC

samenstelling criminele en overlastgevende jeugdgroepen; maatschappelijke effecten domein Veiligheid maatschappelijke effecten domein Onderwijs, werk & inkomen

- afdeling zorg, werk & inkomen

maatschappelijke effecten domein Onderwijs, werk & inkomen en Zorg & ondersteuning

Politie Jeugdbescherming/reclassering

samenstelling criminele en overlastgevende jeugdgroepen; maatschappelijke effecten domein Veiligheid kenmerken/functioneren van jongeren uit criminele en overlastgevende jeugdgroepen

Organisaties buurt/jongerenwerk

kenmerken/functioneren van jongeren uit criminele en overlastgevende jeugdgroepen

Daarnaast is een interview gehouden met een externe deskundige over het fenomeen problematische jeugdgroepen en hun maatschappelijke effecten op met name het domein veiligheid (zie bijlage 1). De aldus verzamelde informatie heeft geresulteerd in een voorlopig kostenmodel. De veronderstelde relaties in dit model zijn zoveel mogelijk getoetst en onderbouwd vanuit wetenschappelijke literatuur. Waar die ontbrak is uitgegaan van kennis en ervaringen uit de uitvoeringspraktijk. groepsbijeenkomst Het voorlopige kostenmodel is besproken met een breed samengestelde groep van circa 15 deskundigen van de gemeente en ketenpartijen.5 Doel van deze groepsbijeenkomst was om eventuele ´witte vlekken´ in beeld te krijgen, een inschatting te maken van de relevantie van onderscheiden maatschappelijke effecten (rangorde), na te gaan welke kostenposten het meest relevant en kansrijk zijn om te concretiseren/kwantificeren, en welke gegevens betrokken instanties kunnen leveren. Met behulp van de inzichten van deze professionals is het kostenmodel op onderdelen aangescherpt.

2.5

Kwantificering van maatschappelijke effecten zoveel mogelijk gegevens op persoonsniveau Voor het kwantificeren van de geïdentificeerde maatschappelijke effecten van problematische jeugdgroepen zijn zoveel mogelijk ‘harde’ gegevens nodig. Primair is daarom gezocht naar –geanonimiseerde– gegevens op cliëntniveau uit lokale en zonodig landelijke persoonsregistraties. Wanneer deze niet binnen de looptijd van het onderzoek beschikbaar waren, is gebruik gemaakt van algemene databronnen (nietpersoonsgebonden gegevens). Het opvragen van gegevens bij de verantwoordelijke instanties gebeurde, met het oog op het waarborgen van de privacy, door de experimentgemeente. De onderzoekers hebben dit proces ondersteund. De gemeente heeft de dataleveranciers een lijst toegestuurd waarin het burgerservicenummer is omgezet in een pseudocode. Op deze wijze zijn bij de volgende instanties gegevens voor zowel de onderzoeksgroep als de referentiegroep opgevraagd:  bureau leerplicht/Regionale meld- en coördinatiefunctie (RMC) (verzuimtrajecten);  afdeling Zorg, werk en inkomen (voorzieningen);  Justid (strafrechtelijke trajecten); 5

Hieronder waren vertegenwoordigers van politie, ambulant buurt/jongerenwerk, leerplicht/RMC, wijkzorg en veiligheidsregie.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

16

Politie (opsporingsinzet voor strafrechtelijke trajecten).

niet-persoonsgebonden gegevens Uit verschillende databronnen zijn daarnaast meer algemene gegevens voor het onderzoek verkregen. Dit betreft met name:  experimentgemeente: algemene kostenposten (zoals regie) en kosten van jeugd- & jongerenwerk;  organisaties buurt/jongerenwerk: gegevens op groepsniveau over de tijdsinzet van jongerenwerkers;  CBS: aantallen en kosten van verschillende typen delicten (Criminaliteit en Rechtshandhaving);  Bureau Halt: aantallen trajecten schoolverzuim in experimentgemeente en gemiddelde trajectkosten;  politie: gegevens op groepsniveau over de tijdsinzet van wijkagenten. dataverwerking De gegevens zijn als volgt verwerkt:  de ontvangen brongegevens zijn omgezet naar excelformat;  er is globaal getoetst op de plausibiliteit van de inhoud/kwaliteit van ontvangen gegevens. In sommige gevallen heeft dat geleid tot een terugkoppeling naar dataleveranciers met het verzoek om nadere toelichting en/of aanvulling van gegevens;  de individuele gegevens zijn per bron gestructureerd verwerkt in een excelbestand en gesommeerd per type problematische jeugdgroep;  ten behoeve van de kostenbecijfering is de gestructureerde output uit de bronbestanden samengebracht in een totaalbestand, waarin ook de algemene gegevens zijn opgenomen.

Door verschillen in werkwijze/procedures bleek het niet eenvoudig om via uitvraag bij uiteenlopende instanties tot een samenhangend beeld te komen. Met name de justitiële database (Justid) bleek een lastig toegankelijke bron waar veel inspanningen nodig waren om een bruikbare dataset beschikbaar te krijgen. Een dataset die bovendien wordt opgeleverd in een format dat zich niet goed leent voor kwantitatieve verwerking en analyse, zodanig dat het aansluit op het format van andere databestanden. Een en ander heeft gezorgd voor een langere doorlooptijd dan beoogd.

2.6

Becijfering van maatschappelijke kosten soorten kosten Maatschappelijke kosten kunnen bestaan uit:  vaste (zoals gemeentelijk regisseur) en variabele (cliëntgerelateerde) kosten;  periodieke (zoals uitkering) en eenmalige (zoals training van professionals) kosten;  out-of-pocket kosten (zoals gebruik van zorgvoorzieningen) en opportunity costs (zoals gemiste arbeidsproductiviteit als gevolg van voortijdig schoolverlaten). Buiten beschouwing blijven kosten die jeugdigen uit problematische jeugdgroepen zelf (moeten) maken, zoals eigen bijdragen in zorgkosten. vertaling kwantiteiten in kosten Om tot een representatief beeld van de maatschappelijke kosten voor de problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente te komen, is een aantal stappen gezet. Voor zover niet direct kostenbedragen voorhanden waren, zijn aangeleverde gegevens over jongeren en/of gebruikseenheden vertaald naar kosten. Meestal betekent dit het omzetten naar eenheden (trajecten, delicten e.d.) die kunnen worden Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

17

vermenigvuldigd met een gemiddeld kostenbedrag per eenheid. Waar nodig zijn kostenbedragen gecorrigeerd voor uiteenlopende peilmomenten en vergelijkbaar gemaakt. De kosten zijn over een periode van ongeveer 5 jaar in beeld gebracht en vertaald in bedragen op jaarbasis. Er zijn geen kosten meegenomen die kunnen optreden gedurende de verdere levensloop van deze jongeren (lifetime-effecten), met name op het gebied van werk, inkomen en Zorg & ondersteuning (zie hoofdstuk 4). Deze kwantificering is voor zowel problematische jeugdgroepen als referentiegroepen gedaan. Door vergelijking met de uitkomsten voor de referentiegroep is het extra effect bepaald dat een indicatie geeft van de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Vermenigvuldiging van de gemiddelde maatschappelijke kosten per type groep met het aantal problematische jeugdgroepen van beide typen levert een totaalbeeld op voor de experimentgemeente. validering kostenbecijfering Ter validering van de kostenbecijfering is een gevoeligheidsanalyse verricht voor enkele belangrijke aspecten om na te gaan hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor variaties in veronderstellingen. Aanvullend heeft een onafhankelijke methodologische toets plaatsgevonden door professor dr. J.J. Polder, een wetenschapper van de Universiteit van Tilburg met expertise op het gebied van kosten-batenanalyses.

Met deze interne en externe validering is een zo goed mogelijk onderbouwde inschatting gemaakt van de maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

18

3

Problematische jeugdgroepen Dit hoofdstuk belicht het fenomeen problematische jeugdgroepen. We gaan in op:  wat kenmerkend is voor zulke groepen en wat de omvang van deze problematiek is (paragraaf 3.1);  de situatie in de experimentgemeente, zoals die in het onderzoek is betrokken (paragraaf 3.2). Een belangrijk vertrekpunt voor het onderzoek vormde de typologie van problematische jeugdgroepen zoals die tot nu toe in de praktijk is gehanteerd via de shortlist-methode (zie toelichting in paragraaf 3.1). Inmiddels wordt gewerkt aan een methode waarbij problematische jeugdgroepen worden gescand op basis van een bredere set gegevens. 6 Hoewel met deze ontwikkeling in dit onderzoek geen rekening kon worden gehouden, sluit de gekozen (brede) aanpak aan bij de nieuwe werkwijze. De praktijk dient uit te wijzen of het werken met een groepsscan ook meer aanknopingspunten biedt voor toekomstig onderzoek.

3.1

Kenmerken en omvang problematische jeugdgroepen in soorten Onder problematische jeugdgroepen verstaan we jeugdigen in de leeftijd van circa 12 tot 25 jaar die in groepsverband actief zijn in het publieke domein. Meer in het bijzonder gaat het om jeugdgroepen die (maatschappelijke) problemen veroorzaken, die het meest zicht- en voelbaar zijn in de sfeer van overlast en criminaliteit. Het is gebruikelijk, als handvat voor een aanpak op maat, om drie typen problematische jeugdgroepen te onderscheiden: hinderlijke, overlastgevende en criminele groepen. Deze zijn hieronder toegelicht. Schema 3.1: typen problematische jeugdgroepen

6

Ferwerda, H. en A. van Wijk (2015), Groepsscan vormt nieuwe basis aanpak jeugdgroepen, Secondant, 14 december.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

19

Met de pijl in het schema is aangeduid dat het niet gaat om helder af te bakenen categorieën, maar om een continuüm. Aan de ene zijde van het spectrum is er sprake van groepen hinderlijke jongeren met relatief beperkte problematiek, die hun vrije tijd in een los groepsverband en binnen hun eigen wijk doorbrengen. Voor de politie ligt het accent hier op handhaving van de openbare orde. Daartegenover staan groepen onder leiding van harde kernjongeren die calculerend delicten plegen met het oog op financieel gewin. Zij trekken meer (multi)probleemjongeren aan en opereren minder zichtbaar op (boven)stedelijk niveau. Bij hen is er sprake van duidelijk criminele problematiek. De inspanningen van politie en justitie richten zich daarom ook op opsporing en vervolging. omvang problematiek: landelijk en regionaal beeld Met behulp van de zogenoemde shortlistmethodiek, die ruim 10 jaar geleden is ontwikkeld, brengt de politie periodiek en systematisch de aard en omvang van problematische jeugdgroepen in kaart. Deze lokale rapportages liggen ten grondslag aan de cijfers die jaarlijks worden gepubliceerd over het aantal groepen per type op regionaal niveau. In onderstaande tabel zijn ter illustratie de cijfers voor 2014 per politie-eenheid opgenomen en de ontwikkeling ten opzichte van de stand 2011.7 Tabel 3.2: Aantal problematische jeugdgroepen 2014 per politie-eenheid

Noord-Nederland

Hinderlijk 25

Overlastgevend 13

Crimineel 1

Totaal 39

per 10.000 jongeren 1,4

%2011-2014 -61%

Oost-Nederland

107

31

7

145

2,8

-43%

Midden-Nederland

48

13

8

69

2,2

-42%

Noord-Holland

34

6

3

43

1,9

-46%

Amsterdam

12

10

2

24

1,6

-23%

Den Haag

43

33

4

80

2,7

-25%

Rotterdam

48

21

4

73

2,6

-55%

Zeeland - West-Brabant

24

9

3

36

1,6

-55%

Oost-Brabant

47

11

1

59

2,7

-39%

Limburg Totaal

39

16

0

55

3,3

-58%

427

163

33

623

2,3

-47%

Politie-eenheid

Dit overzicht laat zien dat het landelijk –ook na de forse daling sinds 2011– gaat om enkele honderden problematische jeugdgroepen, met een grotendeels hinderlijk karakter. Daarbij zijn er duidelijke verschillen tussen regio’s zichtbaar: Amsterdam, Zeeland/West-Brabant en Noord-Nederland rapporteren de kleinste aantallen problematische jeugdgroepen, terwijl Oost-Nederland, Den Haag en Rotterdam aan de andere kant van het spectrum staan. Dit zegt overigens niets over het aantal (probleem)jongeren dat in deze jeugdgroepen participeert. dynamiek binnen en tussen groepen In de praktijk is de afbakening van problematische jeugdgroepen, door hun dynamiek, vaak een lastige opgave. Zo kennen hinderlijke en ‘lichtere’ overlastgevende problematische jeugdgroepen een wisselende samenstelling en zijn zij veelal kortere perioden actief. Bij ‘zwaardere’ problematische jeugdgroepen is de scheidslijn tussen criminele en overlastgevende groepen niet altijd scherp te trekken. Ook zijn subgroepen te onderscheiden: harde kern versus (niet-criminele) meelopers. Naast in/uitstroombewegingen kan er sprake zijn van dynamiek door opsplitsing van groepen of verandering van type. Hoewel proble-

7

Cijfers ontleend aan Ferwerda en Van Ham 2015.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

20

matische jeugdgroepen als zodanig een structureel verschijnsel zijn, betekent een en ander dat periodieke metingen van hun status vaak het karakter hebben van een momentopname. 8

3.2

Situatie in experimentgemeente cijfermatig beeld De geschetste dynamiek is ook in de experimentgemeente herkenbaar. Daarom is bij de start van het onderzoek met de gemeente en politie afgestemd welke problematische jeugdgroepen actief zijn en of er voldoende gegevens bekend/beschikbaar zijn om hen zinvol in het onderzoek te betrekken. Cijfermatig levert dit het volgende beeld op van de betekenis van problematische jeugdgroepen in de experimentgemeente medio 2015, zoals betrokken in het onderzoek.9 Schema 3.3: Problematische jeugdgroepen in experimentgemeente zoals betrokken in het onderzoek Overlastgevend

Crimineel

Aantal problematische jeugdgroepen

3

2

Aantal betrokken jongeren

28

35

Actieve periode (indicatief) Leeftijd: gemiddeld (bandbreedte) Geslacht: man

2 jaar

>3 jaar

19 (14-25)

22 (19-27)

28

35

Op basis van verstrekte informatie en inzichten van de betrokken professionals kunnen deze problematische jeugdgroepen als volgt worden getypeerd. inhoudelijke typering Er zijn drie problematische jeugdgroepen die via de shortlistmethode als overlastgevend zijn aangemerkt en ongeveer 2 jaar zijn opgenomen in de integrale aanpak. Zij kennen een sterke etnisch-culturele cohesie. De meeste jongeren wonen nog bij hun ouders. Naast een kern van leiders bestaan de groepen uit een groot aantal volgers, die vaak vanwege minder verstandelijke vermogens en vaardigheden makkelijk manipuleerbaar zijn. Bij één groep is de scheidslijn tussen overlastgevend en crimineel niet scherp te trekken. Betrokken professionals zien deze groep informeel als criminele groep. Ook deze en de andere criminele jeugdgroep heeft in belangrijke mate het karakter van een etnische ‘clan’ onder aanvoering van enkele leiders. Deze groepen dateren al van vóór de start van de integrale aanpak. Het gaat om iets oudere jongeren die, vaak na een uithuisplaatsing op jongere leeftijd vanwege de gezinssituatie, zelfstandig wonen met begeleiding. Voor hen geldt in nog sterkere mate dat hun sociale netwerk problematisch gedrag in de hand werkt.

Hoewel de accenten tussen overlastgevende en criminele jeugdgroepen kunnen verschillen, komt uit de informatie van professionals het volgende beeld naar voren van veel van deze jongeren. Zij komen uit ontwrichte gezinnen met weinig sociaal-economisch perspectief en een niet stimulerend opgroeimilieu. 10 Ouders (vooral vaders) hebben een uitkering, kampen met schulden (betaalachterstanden voor huur en

8 9

10

Harland 2011. Voor verdere (vergelijkende) statistieken verwijzen we naar hoofdstuk 5. De diversiteit, omvang en samenstelling van deze typen problematische jeugdgroepen komt ook naar voren in eerdere onderzoeken, zie bijv. Van Burik e.a. 2013. Ook andere onderzoeken wijzen op de problematische herkomstsituatie van jongeren uit problematische jeugdgroepen en de langdurige doorwerking daarvan. Zie bijv. Ferwerda e.a. 2013.

Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen

21

nutsvoorzieningen), vertonen soms ook crimineel gedrag, zijn weinig zelfredzaam en ondervinden schaamte om hulp te vragen. Door dit verkeerde voorbeeld worden jongens eerder versterkt dan geremd in het veroorzaken van maatschappelijke problemen (spijbelen, criminaliteit, etc). Het grootste deel van de jongeren heeft (nog) geen startkwalificatie en sommigen zijn meerdere keren blijven zitten. Bij het zoeken van een stage of baan krijgen ze vaak afwijzingen. Een en ander bevordert dat zij zich naar de straatcultuur wenden en daar hun vrienden vinden/houden. Mede door dit milieu gedragen jongens zich als ‘prinsen’. Verschillende jongens hebben al op 12-jarige leeftijd delicten gepleegd. Zij meten zich een luxe leefstijl aan met illegale inkomsten (zoals drugshandel) en/of een –als royaal ervaren– Wajong-uitkering die een deel van hen ontvangt. Tegelijkertijd hebben diverse jongeren –soms forse– schulden. Enerzijds hangt dat samen met maatschappelijke of groepsdruk om dure apparatuur, zoals mobiele telefoons en computers, aan te schaffen/te gebruiken terwijl het geld daarvoor eigenlijk ontbreekt. Anderzijds vloeit dit voort uit risicovol gedrag (dat zich bijvoorbeeld vertaalt in verkeersboetes) en/of onwil om (tijdig) aan betalingsverplichtingen (voor bijvoorbeeld huur) te voldoen.

Zowel een Wajong-uitkering als het feit dat verschillende jongeren speciaal onderwijs volgen, zijn aanwijzingen voor verstandelijke en/of psychische problematiek. Mede hierdoor ontbreekt het veel jongeren aan een realistisch beeld van eigen mogelijkheden en beperkingen. Zij kunnen bijvoorbeeld niet goed inschatten welk loon men bij een bepaald opleidingsniveau kan verwachten. Hoewel er zeker –lager betaalde– banen zijn, zijn zij mede hierdoor niet gemotiveerd om die te accepteren. Slechts een klein aantal jongeren wil werken aan maatschappelijk gewenst gedrag in de vorm van opleiding en/of werk. lokale aanpak Om de maatschappelijke problematiek van problematische jeugdgroepen terug te dringen, is in de experimentgemeente een toegespitste aanpak ontwikkeld, waarin alle betrokken partijen sinds ongeveer 2013 samenwerken in een keten onder gemeentelijke regie. Het gaat om een persoonsgerichte aanpak van criminele en overlastgevende jeugdgroepen. Dit vertaalt zich in maatwerktrajecten met interventies van zowel partijen in het sociaal domein (zoals jongerenwerk, re-integratie, begeleiding en leerplicht) als justitiële partners (zoals Openbaar Ministerie, reclassering en jeugdbescherming).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=0728498d-b0f6-4275-96ab-db04e32c57d5