CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 10 (bijlage) Integraal Huisvestingsplan.pdf

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP); Gemeenteblad 2021/1020.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Opdracht Te onderzoeken is op welke wijze in bredeschool Treebeek ruimte kan worden gerealiseerd voor het huisvesten van zowel de onder- als de bovenbouw van basisschool De Vlindertuin. Daarbij onderzoeken in hoeverre de vrijkomende locatie aan de de Ir. de Katstraat ter beschikking kan worden gesteld aan GB Benjamin. Grondslag De verschillende onderwijsidentiteiten en -profielen in Brunssum-West blijven in stand. Beide scholen hebben een eigen grondslag: basisschool De Vlindertuin heeft als denominatie “Algemeen Bijzonder” en basisschool Sint Franciscus “Rooms-katholiek”. Ook de grondslag van de gereformeerde basisschool Benjamin blijft behouden. Locatie Uitgangspunt is de inpassing van de onderbouw van basisschool De Vlindertuin in de bredeschool Treebeek. Schoolbestuur en gemeente onderzoeken de beste manier om deze inpassing sober en doelmatig tot stand te brengen.

IHP Brunssum I RO20040356

55

Realisatietermijn Partners hebben behoefte aan een toekomstperspectief, een passende huisvesting door samenvoeging van de onder- en bovenbouw. Toch wordt de inpassing van basisschool De Vlindertuin door de partijen als een secundaire urgentie beschouwd, ten opzichte van de andere urgenties in het IHP. Daartoe onderzoeken schoolbesturen, gemeente en kindpartners op welke manier een verbetering van de huisvestingssituatie kan ontstaan, waarbij investeringen pas in het volgende uitvoeringsprogramma (na 2026) aan de orde komen. In een businesscase onderzoekt het verantwoordelijke schoolbestuur (Movare) samen met andere partners welke investering daarmee is gemoeid. Uitwerking De basisscholen in bredeschool Treebeek hebben in 2035 circa 400 leerlingen, met een normatieve ruimtebehoefte van circa 2.422 m² bvo. Potentieel biedt bredeschool Treebeek in de toekomst ruimte aan de basisscholen De Vlindertuin, Sint Franciscus, peuteropvang en buitenschoolse opvang. Opdracht is deze inpassing op bredeschool Treebeek voor de verwachte onderwijspopulatie in 2035, in samenspraak met de overige partners, op een effectieve en efficiënte manier in te passen. In 2035 bedraagt het geprognosticeerde leerlingenpotentieel voor GB Benjamin 118 leerlingen, met een normatieve ruimtebehoefte 794 m² bvo. Dit lijkt in te passen in het gebouw aan de Ir. de Katstraat.

Conform eigen prognoses wordt aangenomen dat GB Benjamin circa 15 nieuwe leerlingen per schooljaar erbij krijgt. Gezamenlijk kunnen deze locaties binnen acceptabele afstanden een dekkend netwerk voor de populatie van Brunssum-West en de wijde omgeving vormen. Partners onderzoeken gezamenlijk de wenselijkheid om het aanbod in het gebied gericht aan te vullen met kinderdagopvang. Intentie is dat de inhoudelijke doelstellingen worden behaald met een beperkte aanvulling van de ruimte. Financiële randvoorwaarden De ruimtecapaciteit van bredeschool Treebeek bedraagt 2.375 m² bvo. Met circa 400 leerlingen in 2035 is het gebouw nagenoeg passend voor beide basisscholen. Aangezien peuteropvang en buitenschoolse opvang ook in het gebouw zijn gehuisvest ontstaat bij inpassing (prognoses 2035) een normatief ruimtetekort van circa 250 m² bvo. Om deze reden moet rekening worden gehouden met aanvullende inpassingskosten, zoals het hergebruik van ruimte en herindeling van het gebouw (openbare ruimten).

IHP Brunssum I RO20040356

56

8 Financiële vertaling

8

Financiële vertaling

IHP Brunssum I RO20040356

57

8.1

Aan de basis – de VNG-normstelling 2018, bijstelling 2021

Gemeenten nemen normbedragen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen (en andere voorzieningen in de huisvesting) op in hun gemeentelijke verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt jaarlijks modelnormbedragen vast als advies aan gemeenten. De meeste gemeenten nemen deze over in de eigen lokale verordening. Sommige gemeenten wijken daar om moverende redenen van af, bijvoorbeeld omdat de ambities hoger zijn. Ook in een integraal huisvestingsplan kan een gemeente met schoolbesturen aanvullende afspraken maken die afwijkend zijn. De huidige normbedragen (2021) voor nieuwbouw van de VNG zijn in hun basis in 2018 bepaald en gaven antwoord op de grote prijsstijgingen in de jaren daarvoor. Dit leidde toen tot een directe normverhoging met 40%. Jaarlijks wordt dit basisbedrag bijgesteld. Ze gaan uit van een sober en doelmatig gebouw dat aan de wettelijke minimumeisen (Bouwbesluit) voldoet. Gasloos bouwen en Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) vallen onder deze wettelijke verplichtingen. Aanvullende duurzaamheids- en comfortdoelstellingen als Frisse Scholen5 vallen niet onder de wettelijke minimum eis, en zijn niet opgenomen in de normbedragen. Andere bijkomende kosten voor kwaliteit (denk aan verhoogde transparantie, flexibele wanden, tribunetrappen, etc.) zijn evenmin opgenomen in de normbedragen.

De normbedragen voor nieuwbouw zijn opgebouwd uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo). Dit impliceert dat nieuwbouw voor een kleinere school in algemene zin ingewikkelder en duurder is. Het normbedrag voor een basisschool van 200 leerlingen bedraagt voor het kalenderjaar 2021 € 2.610 / m² bvo, voor een school van 400 leerlingen is dit circa € 2.410 / m² bvo. De normbedragen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en speciaal onderwijs (SO) bedragen circa € 2.600 / m² bvo. Voor het voorgezet onderwijs is het normbedrag afhankelijk van de omvang en het aanbod van onderwijs. Het normbedrag per vierkante meter bvo voor een school van circa 1.500 leerlingen met aanbod in mavohavo-vwo bedraagt ongeveer € 2.060 / m² bvo. Bouwkosten kunnen variëren door locatie en regionale invloeden. Deze stichtingskosten zijn inclusief btw, bijkomende kosten (honoraria, heffingen, aansluitkosten, verzekeringen, onvoorzien, etc.) en de kosten voor aanleg en inrichting van het schoolterrein. De gemeente draagt tevens het juridische eigendom van het benodigde bouwrijpe terrein (om niet) over aan de schoolbesturen. Aanvullende toeslagen ten laste van de gemeente zijn aan de orde voor verhuiskosten, paalfundering (bij VO), speellokaal (bij S(B)O) of liftinstallatie (bij (V)SO).

Projecten tonen in de praktijk aan dat meerwaarde mogelijk is door bouwopgaven in een bredere context te bekijken via multifunctioneel ruimtegebruik. Een compact gebouw kan dan resulteren in een keuze voor ruimere beschikbaarheid ten opzichte van de normatieve minimum-oppervlakte. Zo kan bijvoorbeeld extra buitenruimte tijdens schooluren voor onderwijs worden ingezet en daarna als speelplek voor kinderen uit te buurt. Geadviseerd wordt om per project de kansen te onderzoeken en specifieke budgetten vast te stellen.

5 Frisse Scholen klasse B als minimale eis enkel van toepassing op thema’s lucht en energie

IHP Brunssum I RO20040356

58

Aandachtpunt is dat de VNG aangepaste normbedragen voor nieuwbouw adviseert aan gemeenten, maar dat het ministerie van onderwijs deze niet heeft verwerkt in een verhoging van het gemeentefonds. Consequentie is dat de rijksbijdrage in het gemeentefonds (nog) onvoldoende ruimte biedt om de VNG-normbedragen ook financieel te dekken. De verwachting is dat dit de komende tijd wordt gecorrigeerd. 8.2

Ambitie: Realiseren van Toekomst georiënteerd en relevante voorzieningen

Nieuwe gebouwen worden gerealiseerd voor een gebruiksperiode van minimaal 40 jaar. Consequentie is dat gedurende de exploitatietermijn de verwachtingen die gebruikers en de maatschappij stellen, evenals wettelijke eisen toenemen. De komende jaren zijn met name ten aanzien van klimaatprestaties en binnenklimaat ontwikkelingen te verwachten. Naar 2050 is klimaatneutraliteit een eis en de wetgever gaat eisen stellen om gebouwen relevant te maken. Ook circulair bouwen staat sinds een aantal jaren hoog op de agenda. Verder is te verwachten dat de wijze van gebruik kan en zal veranderen, zoals de praktijk tijdens de Covid-crisis heeft aangetoond. Het is verstandig om daar bij nieuwbouw oog voor te hebben. Het is belangrijk om bij nieuwe voorzieningen (nieuwbouw of renovatie) rekening te houden met toekomstverwachtingen en in het IHP expliciet eventuele aanvullende ambities vast te leggen. Daarbij is het vooral belangrijk dat gebouwen in hun kern geschikt moeten zijn om gedurende de komende dertig jaar verder te kunnen verbeteren. RO groep adviseert om voor voorzieningen in nieuwbouw een hoger ambitieniveau vast te leggen: Frisse Scholen klasse B (integraal) evenals volledig Energie Neutraal (ENG). Onderstaande extra financiële inspanningen (inclusief bijkomende kosten en btw) zijn daarmee gemoeid: Primair Onderwijs

Integraal Kindcentrum

Voortgezet Onderwijs

Speciaal Onderwijs

Frisse Scholen klasse B

€ 125 / m² bvo

€ 140 / m² bvo

€ 125 / m² bvo

€ 130 / m² bvo

ENG

€ 75 / m² bvo

€ 75 / m² bvo

€ 75 / m² bvo

€ 75 / m² bvo

8.3

Tariefstelling Brunssum

De gemeente Brunssum heeft een onderwijsverordening waarin de beschikbare middelen om te investeren in onderwijshuisvesting zijn gedimensioneerd. Ook de zienswijze van de gemeenteraad ten aanzien van omgang met de normbedragen is vastgelegd. Afwijkingen dienen expliciet door de Raad te worden besproken en vastgesteld. Daarom is het van belang om in de uitvoeringsagenda expliciet de hoogte van de normbedragen zichtbaar te maken alsmede de financiële consequenties daarvan. Daarmee kan de gemeenteraad een zakelijke afweging maken. Onderstaande tabel maakt de keuzemogelijkheden zichtbaar. Integraal Kindcentrum a)

Normstelling VNG Basis

€ 2.550

b)

Stichtingskosten toekomst georiënteerd

€ 2.765

Nb.: Prijspeil is 2021, inclusief btw. Bedragen zijn exclusief grond / sanering (door gemeente aanvullend beschikbaar te stellen).

Ad a. VNG Basis

IHP Brunssum I RO20040356

59

Normtarief is basisniveau VNG. Ze gaan uit van een sober en doelmatig gebouw dat aan de wettelijke minimumeisen (Bouwbesluit) voldoet. Gasloos en BENG bouwen valt onder deze wettelijke verplichtingen. Kanttekening daarbij is dat deze bedragen meestal onvoldoende blijken om een kindcentrum te realiseren. Ad b. Stichtingskosten toekomst georiënteerd. Dit normtarief (adviestarief) gaat uit van een modern, toekomst georiënteerd Kindcentrum. Daarbij gelden de volgende kwaliteitseisen: Stichtingskosten Plus (b.) Frisse Scholen Klasse B (in zijn breedte) Energie Neutraal Gebouw Te overwegen is om met schoolbesturen afspraken te maken ten aanzien van een eigen bijdrage. Een schoolbestuur mag bij nieuwbouw geen financiële bijdrage leveren aan de basiskwaliteit. Schoolbesturen in Brunssum kunnen, binnen de wet- en regelgeving, investeren in het toevoegen van aanvullende kwaliteit (zoals flexibiliteit, duurzaamheid in gebruik, binnenklimaat, etc.). Deze eigen bijdrage is altijd ten behoeve van extra’s bovenop de wettelijke basis en gekoppeld aan een terugverdienmodel. Dit betekent dat investeringen binnen een aanvaardbare tijd moeten worden terugverdiend. Het bedrag is door schoolbesturen gezamenlijk vast te stellen. Bij renovatie gelden andere regels. 8.4

Renovatie als voorziening in het kader van Zorgplicht

Verwachting is (zie hoofdstuk 4) dat renovatie voor een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand gebouw een door de gemeente te financieren voorziening in het kader van zorgplicht wordt. Dit is dan te beschouwen als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Intentie is dat na renovatie een gebouw voldoet aan het vigerende bouwbesluit en dat er sprake is van een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar. Renovatie kan een goede en efficiënte oplossing zijn. Vooruitlopend op wettelijke maatregelen is het verstandig om in het IHP de afwegingen zakelijk te definiëren. Afspraak: Partijen onderzoeken in een businesscase of een levensduurverlengende renovatie gepland kan worden, die de kwaliteit van het gebouw op het niveau van de wettelijke eisen brengt. Renovatie wordt in overweging genomen bij het formuleren van een IHP-uitvoeringsprogramma en is altijd gebaseerd op een uitgewerkte businesscase. Ze geldt voor gebouwen, die minimaal 30 jaar oud zijn.

IHP Brunssum I RO20040356

60

Uitwerking: • De gemeente Brunssum en de schoolbesturen spreken af te kiezen voor Renovatie waar één van twee argumenten gelden: 1. Is het gebouw een monument of anderzijds waardevol? 2. Is transformatie economisch of kwalitatief een goede keuze? • Partijen spreken af dat ze een onafhankelijk bouwkundig bureau (door gemeente en schoolbesturen aan te wijzen) onderzoek laten doen naar renovatie. Uitgangspunt is dat het gebouw daarna moet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving voor nieuwbouw met een extra levensduur bovenop de oorspronkelijke afschrijvingstermijn van 25 jaar (tenzij dit voor bepaalde onderdelen lastig te realiseren is tegen aanvaardbare kosten) en op duurzaamheidsgebied ten minste ENG. Deze verlenging van de levensduur wordt contractueel vastgelegd en de gemeente brengt deze tot uitdrukking in een feitelijke verlenging van de afschrijvingstermijn. • Indien schoolgebouw een bepalend c.q. een monumentaal gebouw (punt 1) is dan wordt de maximale gemeentelijke bijdrage vastgesteld ter hoogte van (normatieve) nieuwbouw. Bouwrisico ligt bij schoolbesturen. • Voor renovatie op zakelijke gronden (punt 2) wordt gekozen als onderzoek aantoont dat de kosten lager zijn dan 80% van de (normatieve) nieuwbouw van de huisvestingsopgave (leerlingencapaciteit). Als bouwbudget geldt het bedrag dat werd vastgesteld in het onderzoek.

Bij het kiezen voor renovatie wordt in de businesscase gezocht naar een optimaal passende financiële bijdrage van de verschillende partners. Bouwrisico ligt bij schoolbesturen. 8.5

Verduurzaming bestaand gebouw

Verduurzaming van bestaande schoolgebouwen is in beginsel een verantwoordelijkheid van de eigenaar. Schoolbesturen worden geacht hun gebouw als goed huisvader te onderhouden en ze worden daar in hun materiële instandhoudingsvergoeding voor gecompenseerd door het ministerie. Verduurzaming is in beginsel voor rekening van schoolbesturen. Nb.: Ten aanzien van ingrijpende aanpassingen van een gebouw vindt in voorkomende gevallen meestal overleg plaats tussen gemeente en schoolbesturen. Deze taakverdeling laat overigens onverlet dat de wetgever in het perspectief van klimaatneutraliteit de komende jaren forse maatregelen zal eisen om bestaande gebouwen te verduurzamen. Investeringen door schoolbesturen zijn soms ook in eigen voordeel als ze leiden tot besparingen, bijvoorbeeld door het afstoten van leegstand of aanpassingen door energetische maatregelen. Maar grenzen tussen regulier onderhoud enerzijds en gemeentelijke voorzieningen vanuit zorgplicht anderzijds zullen vervagen. Het wordt dan relevanter dat gemeente en schoolbesturen in goed overleg op een reële manier naar de ontwikkelingen kijken en samen kansen op samenwerking op een zakelijke, op Total Cost of Ownership georiënteerde manier bespreken.

IHP Brunssum I RO20040356

61

Werkwijze: De gemeente Brunssum en schoolbesturen onderzoeken in een businesscase of in samenwerking levensduur verlengende investeringen (no-regret) gepland kunnen worden, die de kwaliteit van het gebouw substantieel dichter bij de wettelijke eisen brengen. Upgrade komt bij voorkeur aan de orde in de integrale zakelijke overwegingen rondom een IHP-uitvoeringsprogramma. Indien sprake is van een ongeplande tussentijdse aanvraag dan is deze in ieder geval gebaseerd op een vastgesteld en bij de gemeente bekend Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Uitwerking: • Schoolbesturen en de gemeente Brunssum spreken af om verduurzaming in gebouwen vanuit Total Cost of Ownership op een open en transparante manier te bespreken. Indien schoolbesturen in een bestaand schoolgebouw dat ouder is dan 20 jaar op grond van een Meerjaren Onderhoudsplan groot onderhoud plannen aan installaties, dak, muren of isolatie, dan treden schoolbesturen een jaar voorafgaand aan de investering actief in overleg met de gemeente. • Indien in een Integraal Huisvestingsplan blijkt dat de betreffende school en het gebouw voor de middellange termijn (30 jaar of meer) een belangrijke rol blijft spelen, dan kan het een zakelijke, bedrijfseconomische en / of kwalitatieve afweging zijn om de levensduur met een verdergaande huisvestingsmaatregel te verlengen.

Indien gemeentelijke ambities als energietransitie gediend worden dan kan een gemeentelijke bijdrage aan een upgrade van het gebouw worden overeengekomen. • In een integrale businesscase doet een onafhankelijk bouwkundig bureau (door gemeente en schoolbesturen aan te wijzen) onderzoek naar de kosten van verduurzaming. Uitgangspunt is dat de exploitatie van een school met minimaal 10 jaar wordt verlengd ten opzichte van de officiële afschrijftermijn van het hoofdgebouw. Deze verlenging van de levensduur wordt contractueel vastgelegd en de gemeente brengt deze tot uitdrukking in een verlenging van de afschrijftermijn. • De geplande verduurzaming moet leiden tot een substantiële kwalitatieve verbetering van het schoolgebouw, meetbaar door een verbetering van het energielabel van de school met minimaal twee stappen en een verhoging van de classificering volgens “Frisse Scholen” met betrekking tot minimaal het onderdeel CO2 van klasse C naar klasse B gaat. • De gemeente draagt maximaal 50% van het vastgestelde normbudget uit de onder punt 3 beschreven kostenberekening. Het bouwrisico ligt bij de schoolbesturen. 8.6

Uitvoeringsagenda 2020-2026 en financiële consequenties

Het huisvestingsplan voorziet in planmatige aanpassingen. Deze uitvoeringsagenda (zie tabel) biedt zicht op de fysieke maatregelen in de periode tot 2026. De ruimtelijke en financiële consequenties zijn normatief benaderd in aansluiting op bestaande lokale afspraken. Expliciet wordt aangemerkt dat op onderwijsinhoudelijke gronden (zie ook strategische thema’s, hoofdstuk 4) kan worden afgeweken van het normatieve uitgangspunt. Nadere uitwerking van de voorstellen op locatieniveau (door schoolbesturen ) is binnen de businesscases noodzakelijk. Schoolbesturen kunnen er voor kiezen om gelijktijdig aanvullende versterkende aanpassingen aan het gebouw te doen vanuit haar eigen verantwoordelijkheid.

IHP Brunssum I RO20040356

62

In voorliggend IHP 2020-2035 zijn maatregelen gedefinieerd. Dit leidt tot een verplichting voor de gemeente om betreffende maatregelen te nemen en te financieren. Investeringen in onderwijs vragen een beslag op schaarse middelen. De beschikbaarheid van de noodzakelijke financiële middelen kan in voorkomende gevallen (mede) bepalend zijn voor het tempo waarmee overeengekomen investeringen gerealiseerd worden. Businesscase Mutatie

2023

-

-

Gebied D. Brunssum-Oost 350 m² bvo ruimtebehoefte 150 m² bvo inpassingsverlies

Kostenraming A (VNG norm)

Kostenraming B (Toekomstgericht)

€ 2.550

€ 2.765

€ 0,89 mln. € 0,39 mln.

€ 0,97 mln. € 0,41 mln.

€ 1,28 mln.

€ 1,38 mln.

2024

Gebied E. Brunssum-Zuid 1.233 m² bvo ruimtebehoefte

€ 3,14 mln.

€ 3,41 mln.

2026

Gebied B. Brunssum-Noord 2.221 m² bvo ruimtebehoefte

€ 5,64 mln.

€ 6,14 mln.

z.s.m.

Gebied A. Brunssum-West 2.375 m² bvo ruimtebehoefte

PM

PM

Bovenbeschreven investeringen betreffen enkel de onderwijsruimten (normatief). Investeringen in aanpalende kindfuncties of gemeenschapsfuncties zijn niet meegenomen in de ramingen. Bij verdere planontwikkeling dienen leerlingenaantallen en -prognoses getoetst te worden aan de actualiteit. In de Businesscases zal voor elk individueel project een actuele stichtingskostenraming moeten worden opgesteld.

IHP Brunssum I RO20040356

63

9 Implementatie

9

Implementatie

IHP Brunssum I RO20040356

64

In voorliggend Integrale Huisvestingsplan Brunssum 2020-2035 geeft RO groep op basis van gedegen onderzoek in een op draagvlak gericht proces een schets van de gewenste ontwikkelingen in onderwijshuisvesting. Vanuit de eigen visies en wensen van partners is, langs wettelijke kaders en uitgangspunten, een beeld bepaald van de reële ontwikkelingen van de diverse locaties. Het is belangrijk om rekening te houden met de onderstaande aspecten. Inhoud staat voorop Aan de basis van het IHP ligt de intentie om de positie van kinderen in de gemeente Brunssum te verbeteren. Gezamenlijke huisvesting kan samenwerking faciliteren om te komen tot een goede begeleiding van kinderen van 0 tot 12 jaar: in onderwijs, maar ook in aanvullende voorzieningen van opvang en zorg. In voorliggend plan wordt daar, waar mogelijk, de ruimte voor gerealiseerd. De strategische thema’s zoals beschreven in hoofdstuk 4 gelden niet alleen voor de bouwopgaven in het IHP. De geformuleerde ambities ten aanzien van samenwerking gaan inhoudelijk veel verder en vragen op onderdelen specifiek beleid. Dat vraagt van gemeente, onderwijsbesturen en partners in opvang en zorg om het gesprek aan te blijven gaan over de wijze waarop de gezamenlijke inhoudelijke ambities voor alle kinderen in de gemeente bereikt kunnen worden. De gemeente zal daar vanuit haar regierol met partijen bindende afspraken over maken.

Intussen kunnen de maatschappelijke partners op het niveau van de eigen kern de samenwerking actief verbeteren. Leerlingenontwikkelingen In het IHP zijn gegevens ten aanzien van de ontwikkeling van leerlingenaantallen gebruikt en verwerkt (zie hoofdstuk 6). De investeringsvoorstellen zijn gericht op het aansluiten van adequate huisvestingsruimte aan de meest waarschijnlijke ontwikkelingen. De situatie kan echter ontstaan dat een mismatch tussen vraag en aanbod ontstaat. Gemeente Brunssum en schoolbesturen spreken af dat zij op grond van de verordening in redelijkheid tot aanvullende maatregelen kunnen komen, waarbij het perspectief van de ordeningsprincipes in dit IHP overeind blijft. Om goed voorbereid te zijn adviseert RO groep de gemeente Brunssum om met regelmaat (bij voorkeur elke twee jaar) nieuwe leerlingenprognoses te laten opstellen. Op die wijze kan gemonitord worden of de prognoses in lijn blijven met het opgestelde IHP.

IHP Brunssum I RO20040356

65

10 Bijlagen

10

Bijlagen

IHP Brunssum I RO20040356

66

Bijlage 1. Informatiefundament Bijlage 2. Functionele en gebouwelijke scan (matrix) Bijlage 3. Intentieverklaring IKC Brunssum Bijlage 4. Lokale Educatieve Agenda Bijlage 5. Bronnen en begrippen

IHP Brunssum I RO20040356

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=8c60864e-e105-4344-a005-6520598314c6