CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 10 (bijlage) Integraal Huisvestingsplan.pdf

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP); Gemeenteblad 2021/1020.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Brunssum

Januari 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Status en totstandkoming 1.3 Leeswijzer

4 5 5 6

2

Onderwijs & opvang 2.1 Demografie 2.2 Onderwijs 2.3 Bewegingsonderwijs 2.4 Kinderopvang 2.5 Functionele en gebouwelijke scan

7 8 9 10 11 11

3

Algemeen kader 3.1 Maatschappelijk Naar participatiesamenleving en aanspreken vereende krachten Meer initiatief bij de burger Verbinden Duurzaamheid breed gedragen 3.2 Gemeentelijk Gemeente voelt zich verantwoordelijk Relatie met sociaal domein Samen werken aan duurzame samenleving 3.3 Wettelijk (wet- en regelgeving) Gedeelde verantwoordelijkheid Gemeentelijke verordening als vangnet Maatschappelijke vraagstukken Een eerlijke balans Goede financiële randvoorwaarden

13 14 14 14 14 14 15 15 15 15 15 15 16 17 19 19

4

Strategische thema’s Thema 1. Gezondheid Thema 2. Veiligheid Thema 3. Talentontwikkeling Thema 4. Gelijke kansen Thema 5. Duurzaamheid Thema 6. Toekomstbestendig inhoudelijk, in maat en bedrijfsvoering

21 23 23 24 24 25 25

5

Ordeningsprincipes Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in brede kindvoorzieningen Principe 2: Bereikbaar verspreid over de gemeente Principe 3: Toekomstvast met een scope van dertig jaar Principe 4: Ruimte (laten) voor pluriformiteit

27 28 29 30 31

6

Huisvestingsscenario’s Algemeen Gebied A: Brunssum-West (De Vlindertuin, Sint Franciscus, GB Benjamin) Gebied B: Brunssum-Noord (Titus Brandsma, De Caleidoscoop) Gebied C: Brunssum-Centrum (De Opstap, De Trampoline) Gebied D: Brunssum-Oost (Meander, SBO De Boemerang) Gebied E: Brunssum-Zuid (Langeberg)

32 33 35 37 40 42 45

IHP Brunssum I RO20040356

2

7

Uitvoeringsplan 7.1 Businesscase: Gebied D. Brunssum-Oost 7.2 Businesscase: Gebied E. Brunssum-Zuid 7.3 Businesscase: Gebied B. Brunssum-Noord 7.4 Businesscase: Gebied A. Brunssum-West

48 50 51 53 55

8

Financiële vertaling 8.1 Aan de basis – de VNG-normstelling 2018, bijstelling 2021 8.2 Ambitie: Realiseren Toekomst georiënteerd en relevante voorzieningen 8.3 Tariefstelling Brunssum 8.4 Renovatie als voorziening in het kader van Zorgplicht 8.5 Verduurzaming bestaand gebouw 8.6 Uitvoeringsagenda 2020-2026 en financiële consequenties

57 58

9

Implementatie

64

10

Bijlagen Bijlage 1. Informatiefundament Bijlage 2. Functionele en gebouwelijke scan (matrix) Bijlage 3. Intentieverklaring IKC Brunssum Bijlage 4. Lokale Educatieve Agenda Bijlage 5. Bronnen en begrippen

66

IHP Brunssum I RO20040356

59 59 60 61 62

3

1 Inleiding

1

Inleiding

IHP Brunssum I RO20040356

4

1.1

Aanleiding

De schoolbesturen1, kindpartners2 en de gemeente Brunssum zijn zich bewust van de continu veranderende maatschappij en werken gezamenlijk aan een sterk onderwijsklimaat in de gemeente. Kinderopvang en basisonderwijs hebben, als voorzieningen waar de jeugd zich ontwikkelt, een belangrijke funderende rol in die maatschappij. Dit vraagt van schoolbesturen en hun partners dat zij actief bezig zijn met de optimale voorbereiding van de kinderen op de maatschappij van vandaag en die van morgen. De gemeente heeft, vanuit haar wettelijke plicht, een belangrijke rol in de facilitering van het onderwijs in de vorm van passende onderwijshuisvesting. Ten behoeve van een goede onderwijskwaliteit en een gezonde en verantwoorde bedrijfsvoering is het wenselijk dat de onderwijshuisvesting qua maat, spreiding en inrichting past bij de behoeften in de verschillende gebieden en de onderwijskundige visie van de schoolbesturen en kindpartners voldoende ondersteunt. De uitdaging is te groeien naar een situatie waarin scholen in vorm en concept passen bij hun omgeving; op logische plekken gesitueerd, in goede toekomstbestendige gebouwen, met duurzaam perspectief op instandhouding en waar mogelijk en gewenst in samenwerking met flankerende partners in het educatieve netwerk en/of de buurt. Uiteraard aansluitend bij de inhoudelijke ontwikkelingen rondom het kind. 1.2

Status en totstandkoming

Van april 2020 tot en met december 2020 hebben partijen in gezamenlijkheid gewerkt aan een integraal huisvestingsplan voor de gemeente Brunssum (IHP Brunssum), geformuleerd voor de periode tot 2035. Concreet en gedetailleerd voor de komende vier jaar, met een doorkijk voor de elf daaropvolgende jaren. Het plan is tot stand gekomen onder regie van een projectgroep bestaande uit de schoolbesturen, -directeuren, kindpartners en een afvaardiging van de gemeente Brunssum, met ondersteuning van adviesbureau RO groep. Voorliggende rapportage vormt de afsluiting van het IHP Brunssum. Het informatiefundament, onderdeel van en als bijlage toegevoegd aan de rapportage, geeft inzicht in de huidige situatie van het primair en voortgezet onderwijs in de gemeente Brunssum. Aan de basis van dit integraal huisvestingsplan ligt een gezamenlijke, door partijen gedeelde opvatting over kwaliteit en toekomst van het onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, vertaald in strategische thema’s. De thema’s zijn gebaseerd op de Lokale Educatieve Agenda (LEA), voor de periode 2019-2022 vastgesteld door het College en de gemeenteraad.

1 Onderwijsstichting MOVARE, Stichting INNOVO en Vereniging tot Stichting en Instandhouding van scholen

met de bijbel op Gereformeerde Grondslag zijn betrokken bij de uitwerking van het IHP Brunssum. 2 Humankind, Kinder Opvang Parkstad en Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk zijn betrokken

bij de uitwerking van het IHP Brunssum.

IHP Brunssum I RO20040356

5

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 is een samenvatting van de huidige situatie, gebaseerd op het informatiefundament Brunssum. In hoofdstuk 3 worden de kaders en uitgangspunten op maatschappelijk, gemeentelijk en wettelijk vlak geschetst. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de gezamenlijke visie van de schoolbesturen, kindpartners en gemeente, beschreven in strategische thema’s. Deze zijn gebaseerd op eerder gemaakte afspraken in de Lokale Educatieve Agenda. In hoofdstuk 5 zijn de ordeningsprincipes voor huisvesting benoemd, gericht op het formuleren van te nemen maatregelen in de onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 6 schetst de huisvestingscenario’s van de diverse onderwijslocaties. In hoofdstuk 7 is een uitvoeringsplan geformuleerd, waarin vier verschillende businesscases zijn uitgewerkt. Hoofdstuk 8 beschrijft de financiële vertaling van het IHP Brunssum. Tot slot geeft hoofdstuk 9 aandachtspunten bij het implementeren van de voorgestelde ontwikkelingen.

IHP Brunssum I RO20040356

6

2 Onderwijs & opvang

2

Onderwijs & opvang in Brunssum

IHP Brunssum I RO20040356

7

De bestaande situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Brunssum is nauwkeurig in beeld gebracht. In het opgestelde informatiefundament, zie bijlage 1, zijn de demografische gegevens, ontwikkelingen en kwantitatieve gegevens voor de gemeente Brunssum gebundeld. Daarbij is aandacht voor leerlingenaantallen, verwachte groei en krimp, gebouwelijke kenmerken, en normatieve ruimtebehoefte in relatie tot beschikbare gebouwcapaciteit. Voorliggend hoofdstuk is een samenvatting van de bestaande situatie.

2.1

Demografie

Het bevolkingsaantal van de gemeente Brunssum is de afgelopen 15 jaar met ongeveer 1.675 inwoners afgenomen tot circa 28.100 inwoners op 1 januari 2020. Naast de daling van het aantal inwoners kan worden opgemerkt dat het aandeel inwoners vanaf 45 jaar geleidelijk is toegenomen en het aandeel jongeren (tot 15 jaar) is afgenomen; vergrijzing en ontgroening. Het aantal 0 tot 4 jarigen is fors gedaald. De verwachting is dat de daling van het aantal inwoners nog een tijdje doorzet, tot 27.100 inwoners in 2024 en 24.100 inwoners in 2036. Dit leidt tot een afnemende basisgeneratie3 van de gemeente Brunssum. Van het huidige bevolkingsaantal zijn ongeveer 1.940 kinderen in de basisschoolleeftijd, het leeftijdsdeel voortgezet onderwijs kent een omvang van circa 1.275 leerlingen. Daarmee is in Brunssum het aantal 4-12 jarigen de afgelopen jaren met 11 procent afgenomen, het aantal 12-18 jarigen is met 12 procent afgenomen (bron: DUO, periode 2015-2020).

3 Aantal schoolgaande kinderen dat woonachtig is in de gemeente Brunssum.

IHP Brunssum I RO20040356

8

2.2

Onderwijs

Primair onderwijs Verspreid over de gemeente Brunssum wordt momenteel op tien locaties primair onderwijs aangeboden, die gezamenlijk een ruimtecapaciteit van 16.170 m² bvo omvatten. Daarbij is sprake van negen scholen voor regulier basisonderwijs (met één dislocatie) en één school voor speciaal basisonderwijs. De scholen vallen onder het bevoegd gezag van schoolbesturen Movare, Innovo en Vereniging tot Stichting en Instandhouding van scholen met de bijbel op Gereformeerde Grondslag. Gezamenlijk bieden zij op teldatum 01.10.2019 aan 2.043 leerlingen basisonderwijs (2.035 leerlingen op teldatum 01.10.2020). De afgelopen 15 jaar heeft een daling van 445 leerlingen plaatsgevonden (circa 19 procent). Conform prognoses van Pronexus ((juli 2019) daalt het leerlingenaantal de komende 15 jaren nogmaals met 16 procent. Basisschool

Bevoegd gezag

Denominatie

01.10.2019

01.10.2020

Titus Brandsma

Movare

Rooms-Katholiek

191 leerlingen

174 leerlingen

SBO De Boemerang

Movare

Rooms-Katholiek

95 leerlingen

95 leerlingen

Meander

Movare

Algemeen bijzonder

232 leerlingen

236 leerlingen

De Opstap

Movare

Rooms-Katholiek

228 leerlingen

211 leerlingen

De Trampoline

Movare

Openbaar

168 leerlingen

164 leerlingen

De Caleidoscoop

Movare

Rooms-Katholiek

246 leerlingen

248 leerlingen

De Vlindertuin *

Movare

Algemeen Bijzonder

320 leerlingen

343 leerlingen

Sint Franciscus

Innovo

Rooms-Katholiek

171 leerlingen

159 leerlingen

Benjamin

Geref. Grondslag

Protestants-Christelijk

145 leerlingen

160 leerlingen

Langeberg

Movare

Rooms-Katholiek

247 leerlingen

245 leerlingen

* De Vlindertuin beschikt over een dislocatie voor de onderbouw

De gemeente Brunssum kent een lichte leerlingenmigratie, zowel tussen de verschillende postcodes als met omliggende gemeenten. Van de 2.043 leerlingen op de tien onderwijslocaties is 83 procent woonachtig in de gemeente Brunssum, 17 procent woont in andere gemeenten. Met name vanuit de gemeenten Heerlen en Beekdaelen komen leerlingen naar de gemeente Brunssum. Basisschool Benjamin en SBO De Boemerang hebben een breed voedingsgebied en geven onderwijs uit leerlingen uit de gehele omgeving. Voor het basisonderwijs in de gemeente Brunssum geldt de van Rijkswege bepaalde opheffingsnorm van 152 leerlingen. In schooljaar 2019-2020 telde alleen basisschool Benjamin minder leerlingen. Weliswaar steeg op teldatum 1 oktober 2020 het leerlingenaantal weer boven de opheffingsnorm en ruim boven de prognoses maar de komende jaren zal basisschool Benjamin waarschijnlijk onder de opheffingsnorm terugvallen. De school heeft een bijzondere status omdat ze in de regio enige school met een protestant-christelijke grondslag is. Ook basisschool Sint Franciscus zakt volgens prognoses vanaf schooljaar 2026-2027 onder de opheffingsnorm. De overige scholen bevinden zich qua aantal leerlingen (ruim) boven de opheffingsnorm.

IHP Brunssum I RO20040356

9

Voortgezet onderwijs Een aantal scholen uit Parkstad (het vroegere Romboutscollege, Broeklandcollege, Emmacollege en Sint-Janscollege) heeft de handen ineengeslagen voor de ontwikkeling van een nieuw onderwijsconcept in de regio. Compass, de enige school voor voortgezet onderwijs in de gemeente Brunssum, valt onder het bevoegd gezag van stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) en biedt sinds schooljaar 2018-2019 vmbo-tl, havo en atheneum in een nieuwe vorm aan. De school heeft op teldatum 01.10.2019 101 leerlingen (en 117 leerlingen op teldatum 01.10.2020). Instelling

Bevoegd gezag

Denominatie

Compass

LVO

Rooms-Katholiek

01.10.2019

01.10.2020

101 leerlingen

117 leerlingen

Compass is gehuisvest in het gebouw van het voormalige Romboutscollege. De school heeft een breder voedingsgebied dan alleen de gemeente Brunssum. Vijf procent van de Brunssumse jeugd kiest voor voorgezet onderwijs op deze school en de trend is groeiend. Ongeveer 33 procent van de leerlingen is afkomstig uit buurgemeenten Beekdaelen en Heerlen. De meeste jongeren uit Brunssum kiezen nog steeds voor voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen.

Afbeelding. Locaties onderwijs en opvang Brunssum (schooljaar 2019-2020)

Ook is er in het gebouw van het voormalige Romboutscollege een Eerste Opvang Anderstaligen (EOA) gehuisvest. De eerst in Hoensbroek gevestigde EOA richt zich op leerlingen van 12 tot 18 jaar die weinig of geen Nederlands spreken. Met ingang van 2 november 2020 zijn alle 115 leerlingen gehuisvest in Brunssum. De EOA heeft een regionale functie. De leerlingen stromen gedurende het gehele schooljaar in. Het voortgezet onderwijs vormt geen onderdeel van dit integraal huisvestingsplan. 2.3

Bewegingsonderwijs

Voor het bewegingsonderwijs van de basisscholen is de nabijheid van een binnensportlocatie van belang. BMV Bronsheim, Bredeschool Centrum en Bredeschool Langeberg beschikken over een inpandige gymzaal.

IHP Brunssum I RO20040356

10

Daarnaast zijn diverse andere sportaccommodaties in Brunssum gesitueerd: gymzaal Planeetstraat, Sporthal Rumpen, Sporthal Treebeek en Sporthal Microhal. BMV Bronsheim, waar basisschool Meander is gehuisvest, beschikt over een inpandige gymzaal. De gymzaal van SBO De Boemerang is afgekeurd, waardoor ook deze school gebruik maakt van de gymzaal in BMV Bronsheim. Bredeschool Centrum, waar basisscholen De Opstap en De Trampoline zijn gehuisvest, beschikt over twee inpandige gymzalen. Hier wordt ook het bewegingsonderwijs voor basisschool De Caleidoscoop georganiseerd. Het gymonderwijs van basisscholen Sint Franciscus, De Vlindertuin en Benjamin wordt verzorgd in Sporthal Treebeek. De dislocatie van basisschool De Vlindertuin geeft bewegingsonderwijs bij gymzaal Planeetstraat. Het bewegingsonderwijs van basisschool Titus Brandsma wordt in Sporthal Microhal gegeven. Bredeschool Langeberg beschikt over een inpandige gymzaal waar de basisschool gebruik van maakt. 2.4

Kinderopvang

Volgens het Landelijk Register Kinderopvang kent de gemeente Brunssum een breed aanbod aan kinderopvang, verzorgd door de aanbieders Humankind, Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk, Kinder Opvang Parkstad, Sport-BSO de Sjoepkar en Agrarisch PimPamPoentje. In totaal gaat het om zes locaties voor peuteropvang (POV), vijf locaties voor kinderdagopvang (KDV) en zeven locaties voor buitenschoolse opvang (BSO). Deze kindfuncties verschaffen 504 kindplaatsen. Daarnaast zijn verschillende gastouders actief in de gemeente. Deze cijfers kunnen in perspectief worden beschouwd van het aantal kinderen in de doelgroep. De Parkstadmonitor 2017 geeft aan dat in Brunssum 831 kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar wonen. Het bereik van aanbieders is het grootste in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. De peuteropvang (inclusief VVE-programma), georganiseerd door Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk, heeft op zes locaties 160 kindplaatsen. De kinderdagopvang locaties, aangeboden door vier verschillende partners, hebben gezamenlijk 104 kindplaatsen. Drie partners bieden buitenschoolse opvang aan. Zij verzorgen voor-, tussen- en naschoolse opvang voor gezamenlijk 240 kindplaatsen. De voorzieningen zijn nagenoeg allemaal in of in de directe nabijheid van het basisonderwijs gesitueerd.

Slechts de drie locaties van Sport-BSO de Sjoepkar en Agrarisch PimPamPoentje zijn niet in een basisschool gehuisvest. Partijen erkennen de toegevoegde waarde van deze locaties, zodat keuzevrijheid voor ouders ontstaat. Schoolbesturen en kindpartners hebben de intentie om de samenwerking sterker te organiseren, ten behoeve van de projecten Integrale Kindcentra, de gezonde Basisscholen van de Toekomst en voor- en vroegschoolse educatie. Het is daartoe wenselijk om meer beleidsmatige en inhoudelijke aansluiting te realiseren tussen gemeente, zorg-, onderwijs- en kindpartners. De gemeente heeft vanuit haar regierol een initiërende rol. 2.5

Functionele en gebouwelijke scan

Middels een functionele en gebouwelijke scan is de huidige situatie van de onderwijshuisvesting in de gemeente Brunssum in beeld gebracht. De diverse gebouwen zijn op een aantal relevante aspecten beoordeeld aan de hand van een vijf-puntenschaal per subcriterium. De gemiddelde score (onvoldoende, matig, voldoende, ruim voldoende) bepaalt het belang van actie.

IHP Brunssum I RO20040356

11

De scan toetst onderstaande thema’s en subcriteria: 1.

Onderwijskundig perspectief • Aanwezigheid van doorlopende leerlijn 0-4, 2-4 en buitenschoolse opvang. Zijn kindfuncties aanwezig en is er inhoudelijke samenwerking? • Het potentieel aantal leerlingen in relatie tot een complete doorgaande leerlijn. Zijn er minimaal 8 groepen, 200 leerlingen? • Het uitstroom niveau van de leerlingen.

2.

Ruimtelijk perspectief • Aanwezigheid van een gymzaal. • De mate van normatief ruimteoverschot of –tekort op teldatum en in perspectief van 15 jaar. • De mate waarin het gebouw het huidige onderwijsconcept faciliteert. • Aanwezigheid van gewenste specifieke ruimten.

3.

Omgevingsperspectief • Ligging t.o.v. voedingsgebied. • Ligging en bereikbaarheid van de locatie. • Kwaliteit en kwantiteit van de buitenruimte. • Aanwezigheid parkeerplaatsen. • Bereikbaarheid en veiligheid.

4.

Bouwkundig perspectief • Mate van flexibiliteit van het gebouw. • Binnenklimaat en installaties. • Uitstraling en belevingswaarde. • Bouwkundige kwaliteit.

School

Postcode

Leerlingen

Bouwjaar

Onderwijs

Ruimte

Omgeving

Bouwkundig

gem. score

Dataverzameling heeft plaatsgevonden aan de hand van bureaustudie, visuele gebouwopname van alle panden en een interviewronde met de betrokken bestuurders en schooldirecties. Voor de scholen van Movare heeft een extra controle plaatsgevonden aan de hand van de door Movare ontwikkelde gebouwprestatiemonitor. Voor de volledige functionele en gebouwelijke scan wordt verwezen naar bijlage 2. De scan levert onderstaand overzicht op:

BS Titus Brandsma

6441

191

1968

3,5

2,0

3,3

2,0

2,7

SBO De Boemerang

6442

95

1984

3,6

1,8

2,3

1,4

2,3

BS Meander

6442

232

2006

5,0

3,3

3,0

4,0

3,8

BS De Opstap

6441

228

2016

4,8

4,8

4,3

4,8

4,7

BS De Trampoline

6441

168

2016

4,7

4,5

4,3

4,8

4,6

BS De Caleidoscoop

6444

246

1965

3,3

2,3

4,8

2,2

3,1

1989

4,2

2,5

3,0

2,4

3,0

BS De Vlindertuin (onderbouw) 6446 BS De Vlindertuin (bov enbouw) 6446

320

2015

4,8

2,8

4,5

4,8

4,2

BS Sint Fransiscus

6446

171

2015

4,5

3,5

4,3

4,8

4,3

GB Benjamin

6446

145

1930

2,2

4,3

2,3

1,6

2,6

BS Langeberg

6445

247

1952

4,8

3,3

4,0

2,4

3,6

IHP Brunssum I RO20040356

12

3 Algemeen kader

3

Algemeen kader

IHP Brunssum I RO20040356

13

Bij het vormgeven van een IHP dient rekening te worden gehouden met algemene kaders en uitgangspunten. Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens de maatschappelijke, gemeentelijke en wettelijke kaders. Ontwikkelingen binnen een bepaald kader worden tevens toegelicht. De onderwerpen en vraagstukken zijn in willekeurige volgorde beschreven en geven geen mate van belangrijkheid aan. 3.1

Maatschappelijk

Naar participatiesamenleving en aanspreken vereende krachten De ‘participatiesamenleving’ zet burgers, bedrijven en instellingen centraal. Zij worden betrokken bij het vormgeven van de maatschappij. De moderne burger wil niet door de overheid worden bevoogd, maar ruimte krijgen om zijn eigen leven vorm te geven. Inwoners zoeken elkaar actief op in laagdrempelige vormen van samenwerking: in zorg en positieve gezondheid, tot energie-coöperaties en deeleconomie. Vernieuwde aandacht voor het coöperatieve past daarin. Meer initiatief bij de burger Burgers willen actief betrokken zijn bij de inrichting en het beheer van de publieke ruimte en voorzieningen. Ze nemen initiatief en pakken dagelijks problemen in hun leefomgeving aan. Aan de basis daarvan ligt een mengeling van persoonlijke gedrevenheid, bewustzijn van de eigen expertise of onvrede met een bestaande situatie: burgers weten het soms echt beter. Gemeenten realiseren zich dat en oefenen ‘loslaten’ door inwonersinitiatief actief te faciliteren. Verbinden Burgers raken in (nieuwe) verbanden flexibel met elkaar verbonden: een samenspel tussen mensen, verenigingen, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dit draagt bij aan de bestendigheid en duurzaamheid van activiteiten door het efficiënter benutten van expertise, inzet, faciliteiten en voorzieningen.

Belangrijk element daarin is het hebben van een toegankelijke, liefst inclusieve maatschappelijke infrastructuur, die ruimte biedt aan alle mensen, ook voor anderstalige nieuwkomers of voor mensen met een beperking door bijvoorbeeld gedragsproblematiek, ziekte of handicap. Duurzaamheid breed gedragen Een belangrijk nieuw thema is duurzaamheid en klimaatadaptie. Overheden stellen voorwaarden in wetgeving, zoals in de Wet Milieubeleid en nieuwe wetgeving uit het Klimaatakkoord. Verduurzamen is ook een maatschappelijke trend, die niet zal keren: burgers willen hun leven duurzaam invullen, zorgvuldig naar natuur, zuinig met verbruik van materialen en kwalitatief hoogwaardig om langer gebruik mogelijk te maken. Dit levert nu en zeker in de toekomst een zeer bewuste generatie op. Streven naar intensiever, efficiënter en gedeeld vastgoedbeleid voor maatschappelijke functies en (her)gebruik van bestaand vastgoed past in deze verduurzamingsrealiteit.

IHP Brunssum I RO20040356

14

3.2

Gemeentelijk

Gemeente voelt zich verantwoordelijk De gemeente heeft wettelijke taken op het gebied van onderwijs, zoals het handhaven van de Leerplichtwet, het inzetten van leerlingenvervoer, de zorgplicht voor onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs en het uitvoeren van onderwijsachterstandenbeleid via bijvoorbeeld Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Daarnaast moet de gemeenteraad voldoende algemeen toegankelijk openbaar onderwijs borgen. De bevoegdheden zijn beperkt, terwijl de effecten en resultaten van het onderwijs van immense invloed zijn op de manier waarop de maatschappij en lokale gemeenschap worden vormgegeven en (onderling) acteren. Relatie met sociaal domein De gemeente kreeg met de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 een taakverruiming; WMO, Jeugdwet, Participatiewet. Het onderwijs valt formeel niet onder de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein. Door de Wet Passend Onderwijs worden scholen echter via de samenwerkingsverbanden verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleidsplan jeugdhulp, met het doel dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Soms is het ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning.

Het onderwijs en de lokale overheid hebben elkaar als partners nodig om invulling te kunnen geven aan hun (gezamenlijke) opgaven in het belang van kinderen. Samen werken aan duurzame samenleving Het onderwijs heeft een belangrijke functie in het creëren van kansen voor de gebieden in de gemeente. Door talenten te herkennen en te benutten én vroegtijdig zicht te krijgen op wat stimuleert, draagt onderwijs bij aan vitale participerende burgers en daarmee aan een sterke innovatieve gemeenschap. Het onderwijs moet blijven anticiperen op de veranderende behoeften in de maatschappij, van de kinderen en jongeren, van de ouders en ontwikkelingen in de omgeving. De komende jaren wordt van de gemeente als regisseur in het jeugddomein, en van de onderwijsinstellingen en andere partners eveneens inspanning gevraagd voor het vasthouden van een sterke, duurzame, inclusieve samenleving. Samenwerking biedt daarbij mogelijkheden om kinderen en jongeren kwalitatief hoogwaardige leer- en ontwikkellijnen te bieden in goede voorzieningen. Deze samenwerking vraagt een gezamenlijke visie op inhoud en vorm. 3.3

Wettelijk (wet- en regelgeving)

Gedeelde verantwoordelijkheid Het wettelijk kader van onderwijshuisvesting kent een gedeelde verantwoordelijkheid tussen gemeenten en schoolbesturen. De gemeente Brunssum heeft de zorgplicht om voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor het PO, (V)SO en VO. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. De verantwoordelijkheid van renovatie is in de huidige wetgeving nog niet vastgelegd, maar de verwachting is dat deze aan het gemeentelijke voorzieningenpakket van onderwijshuisvesting wordt toegevoegd.

IHP Brunssum I RO20040356

15

Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid de huisvesting goed te beheren en te exploiteren. Zij draagt de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water, en schoonmaak), alsmede voor klein en groot onderhoud van het gebouw en de tuin gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Door de gedeelde verantwoordelijkheid in onderwijshuisvesting zijn de belangen tussen schoolbesturen en gemeente Brunssum soms tegengesteld. De gemeente heeft er baat bij investeringen zo laag mogelijk te houden. De keuze om investeringen in nieuwbouw uit te stellen of te verwijzen naar leegstand is soms verleidelijk, ondanks dat onderhoudskosten of energiekosten (verantwoordelijkheid schoolbestuur) daardoor juist hoger kunnen zijn. Schoolbesturen hebben tegelijkertijd behoefte aan een gebouw dat goed te exploiteren is: passend bij de omvang van de school, modern en efficiënt, en energievriendelijk. Zij kan er baat bij hebben om onderhoud te verminderen om eerder in aanmerking te komen voor een nieuw schoolgebouw. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Daardoor mag het schoolbestuur een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven, mits dit medegebruik is voor uit de openbare kas bekostigd onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden.

Bij verhuur van een gebouwdeel van een onderwijslocatie dient het schoolbestuur aan het college van B&W toestemming te vragen. Omdat de gemeente het gebouw en de ondergrond bekostigt, heeft zij het economisch claimrecht als het schoolbestuur het gebouw, of een gebouwdeel niet langer gebruikt. In die situatie krijgt de gemeente ook het juridisch eigendom van het betreffende gebouw. Een gemeente of schoolbestuur kan tevens het initiatief nemen om delen van het schoolgebouw aan de onderwijsbestemming te onttrekken. In dat geval gaat voor dit gebouwdeel het eigendom over naar de gemeente. Gemeentelijke verordening als vangnet Gemeenten zijn op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet Onderwijs (WVO) en Wet op Expertisecentra (WEC) verplicht om samen met schoolbesturen in Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te ontwikkelen en vast te stellen. Daarin zijn op basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid kaders, uitgangspunten en inhoudelijke voorwaarden geregeld. Ook worden de procedures voor het aanvragen van voorzieningen in de huisvesting, toegespitst op specifieke gemeentelijke voorwaarden, vastgelegd. Voorzieningen in de huisvesting zijn: • •

•

Voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen4; Herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie; Herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden; Huur van een sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.

4 (Vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, (gedeeltelijk) in gebruik nemen van bestaand gebouw, verplaatsing van bestaande noodlokalen, terrein voor het realiseren van voorgaande voorzieningen. Inrichting met onderwijsleerpakket en/of meubilair (mits niet eerder bekostigd). Medegebruik ander onderwijsgebouw.

IHP Brunssum I RO20040356

16

De gemeente heeft de bekostigingsverantwoordelijkheid voor realisatie, instandhouding en exploitatie van gymnastiekvoorzieningen (lokaal bewegingsonderwijs). De gemeente ontvangt hiervoor via het gemeentefonds een vergoeding. Wanneer een school gebruik maakt van een gemeentelijke sportvoorziening, dient de gemeente de accommodatie om niet in gebruik te geven voor het vastgestelde aantal klokuren. Het financieel risico van de exploitatie ligt dan bij de gemeente. Indien de gymnastiekvoorziening, na realisatie door gemeente, eigendom is van het schoolbestuur, ontvangt zij voor het vastgesteld aantal klokuren een (vastgestelde) vergoeding. De resterende kosten voor exploitatie en instandhouding dienen via medegebruik opgevangen te worden. In het amendement dat in februari 2020 aangenomen is door de Tweede Kamer, worden scholen verplicht minimaal twee uur per week bewegingsonderwijs te geven. Er staan geen klokuren of lesuren in het amendement en daarover zijn ook geen afspraken c.q. bepalingen aangepast. De KVLO gaat er daarom vooralsnog vanuit dat de huidige afspraken c.q. bepalingen met betrekking tot de bekostiging en gemeentelijke facilitering van de accommodatie blijven gelden (artikel 117 WPO).

Investeren in huisvesting ten behoeve van kinderopvang (kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang) valt niet onder de zorgplicht van de gemeente en is daarmee geen onderdeel van de verordening. Organisaties voor kinderopvang, buitenschoolse opvang en peuteropvang zijn semi-commercieel en zijn zelf (financieel) verantwoordelijk voor hun huisvesting. Daarbij kunnen ze zelf investeren of huren in het publieke of private domein. Maatschappelijke vraagstukken Onderwijshuisvesting dient bij nieuwbouw te voldoen aan de wettelijke bouweisen (bouwbesluit). Aan bestaande onderwijsgebouwen stelt de wetgever slechts beperkte wettelijke eisen. Belangrijkste voorwaarde is dat gebruik als schoolgebouw vergunbaar is en dat dus aan minimale eisen met betrekking tot gezondheid en veiligheid wordt voldaan. Dat is te begrijpen, omdat gebouwen een levens- en gebruiksduur hebben van vele jaren (minimaal 40 jaar). Inhoudelijke veranderingen in het onderwijs kunnen aanleiding zijn voor gemeente en schoolbestuur om naar deze accommodaties te kijken. Tegelijkertijd vragen maatschappelijke ontwikkelingen als klimaat, energieneutraliteit, Frisse Scholen en duurzaamheid aandacht bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Deze ontwikkelingen vinden stap voor stap ook hun plek in bouwregelgeving. PO Raad, VO Raad, VNG en Rijk werken samen aan het verbeteren van het wettelijke kader.

Momenteel ligt wetgeving voor die de schoolbesturen en gemeente meer gezamenlijke en gelijkwaardige verantwoordelijkheid geeft in de voorzieningen voor de huisvesting. Belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel is een wettelijk kader rondom renovatie, waarbij renovatie als levensduurverlenging van tenminste 25 jaar een volwaardig alternatief wordt voor nieuwbouw. De uitdaging voor gemeenten is om intussen keuzes te maken, die daar soms op vooruit lopen. Een beter gebouw leidt tot een hogere kwaliteit van het onderwijs (door betere verblijfscondities) en een efficiëntere exploitatie voor het schoolgebouw (waardoor meer geld beschikbaar blijft voor onderwijs). Maar grotere huisvestelijke ambities leiden ook tot een hogere investering. Elke aanscherping van kwaliteitsafspraken voor nieuwbouw kost geld; bouwkosten worden immers hoger. Belangrijke maatschappelijk ontwikkelingen zijn:

IHP Brunssum I RO20040356

17

•

Energie- en CO2-neutraliteit De wetgever ontwikkelt beleid op weg naar energie-efficiëntie. De eerste stap naar deze verduurzaming werd gezet in het Energieakkoord uit 2013. Daarna zijn op wereldschaal in Parijs afspraken gemaakt en deze worden via klimaattafels in publiek-private samenwerking tussen overheid, instellingen, bedrijven en burgers vertaald naar concrete doelstellingen en een praktische aanpak voor Nederland: het Klimaatakkoord. Ook voor onderwijshuisvesting (utiliteitsbouw) komt binnenkort een vast te stellen routekaart PO en VO, die tot een aanscherping van het beleid leidt. Dit heeft consequenties voor zowel nieuwbouw in de vorm van verscherpte bouweisen als een verplichte aanpak van bestaand vastgoed met als doel het bereiken van CO2-neutraliteit in 2050. Vooruitlopend op de routekaarten is het een verplichting om bij nieuwbouw gasloos en bijna energie neutraal (BENG) te bouwen.

•

Frisse Scholen en Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Kwaliteit van onderwijshuisvesting is van invloed op de prestaties van de leerlingen en het onderwijzend personeel. Het waarborgfonds & Kenniscentrum Ruimte-OK heeft in overleg met de PO-Raad en de VNG het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting ontwikkeld, waarin gebouwen worden beoordeeld op verschillende aspecten op de thema’s Beleving, Gebruik en Techniek. Het laat ook zien waar deze basiskwaliteit uitstijgt boven de wettelijke minimumeisen uit het Bouwbesluit. Het Waarborgfonds Kinderopvang heeft een soortgelijk kader opgesteld voor de kinderopvang: Kwaliteitskader Huisvesting Kinderopvang. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft als onderdeel van het programma Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een Programma van Eisen opgesteld met minimale eisen voor een goed binnenmilieu en een lage energierekening; PvE Frisse Scholen. Frisse Scholen is een kwaliteitskader, waarmee wetgever, gemeenten en onderwijs streven naar verbetering van de kwaliteit van zowel nieuwbouw als ook bestaande scholen, gericht op de verbetering van de verblijfsaspecten Energie, Lucht, Temperatuur, Licht en Geluid. Voor alle thema’s zijn prestatie-eisen voor drie kwaliteitsniveaus omschreven; C, B A.

Op de thema’s energie en lucht dient bij nieuwbouw minimaal voldaan te worden aan klasse B, om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit. Gemeente, schoolbestuur en kindpartners zoeken samen op lokaal niveau een balans in de ambities en investeringen in gebouwkwaliteit.

•

Duurzaamheid Onderwijshuisvesting moet de gebruiksfunctie duurzaam ondersteunen. Daarbij zijn neutraliteit in energiegebruik alsmede kwaliteit en hergebruik van materialen voor de hand liggende thema’s. Maar daarnaast moet aandacht zijn voor de continuïteit van geschiktheid van een schoolgebouw. Goede, relevante schoolgebouwen kunnen onderwijs, en vooral de te verwachten veranderingen daarin, op lange termijn meemaken. Gemeenten, schoolbesturen en kindpartners moeten vanuit dat inhoudelijke perspectief samen beoordelen of investeren in onderwijsgebouwen zinvol is met een blik die verder gaat dan vandaag en morgen.

IHP Brunssum I RO20040356

18

Een eerlijke balans De taakverdeling tussen gemeente en schoolbesturen voor adequate huisvesting kan problemen opleveren. Partijen hebben immers niet altijd gelijke belangen. Gemeente heeft er baat bij als schoolbestuur een gebouw goed exploiteert en lang actief onderhoudt tot bij voorkeur zelfs na het einde van de gebruiksduur. Schoolbestuur ziet graag dat een gemeente proactief (vroeg) investeert in nieuwbouw van een efficiënt te exploiteren gebouw. De eerder geschetste maatschappelijke ontwikkelingen maken het gecompliceerder om tot afspraken te komen binnen het bestaande wettelijk kader. Daarbij zijn verschillende thema’s relevant: •

•

•

•

De discussie over duurzaamheid heeft een nieuwe dimensie gekregen door de snel scherper wordende eisen met betrekking tot energiegebruik. Vanuit duurzaamheidseisen wordt het onderscheid tussen exploitatie/onderhoud en investering minder relevant. Om die reden wordt het voorstel gedaan om renovatie, naast nieuwbouw c.q. opwaardering tot nieuwbouwvoorwaarden van een bestaand gebouw, een onderdeel van het voorzieningenpakket te laten worden (met als uitgangspunt dat dit leidt tot een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar). Het wordt relevanter dat vanuit Total Cost of Ownership een verband wordt gelegd tussen investeringen vanuit wettelijke zorgplicht en onderhoudsplannen van schoolbesturen op de middellange en lange termijn. Onderhoudsgelden kunnen dan immers samengevoegd worden met investeringsmiddelen om tot efficiënte maatregelen te komen. Om dit te verbinden kan het helpen als schoolbesturen ruimte krijgen om mee te investeren in huisvesting vanuit hun materiële instandhoudingsvergoeding. Tot nu is dat ingewikkeld en slechts beperkt toegestaan voor het Voortgezet Onderwijs; enkel voor co-investeren in maatregelen die in exploitatie terug verdiend kunnen worden.

Voor het Primair Onderwijs en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs zijn de beperkingen stringenter en uitbreiding van de mogelijkheden behoort tot de aan het Rijk aangereikte voorstellen voor een wetsaanpassing van PO Raad, VO Raad en VNG. Een heldere en bindende planning op de middellange en lange termijn (tot 20 jaar) is noodzakelijk. Het is daarom waarschijnlijk dat het instrument Integrale Huisvestingsplanning (IHP) een wettelijke verankering krijgt en voor elke gemeente een verplichting wordt. Ook de procedures ten aanzien van jaarlijkse aanvragen dienen daarbij aangepast te worden aan de nieuwe werkelijkheid.

Goede financiële randvoorwaarden Bouwprijzen zijn in de afgelopen jaren gestegen door verschillende ontwikkelingen. In de eerste plaats was er een correctie op forse prijsdalingen uit de recessie van 2008. Daarnaast ontstonden capaciteitsproblemen, met name in bouwmaterialen. En tenslotte namen de kwaliteitseisen voor duurzaamheidsvragen toe, vooruitlopend op wettelijke verankering. Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG) werd een verplichting in de aanloop naar ENG of zelfs klimaatneutraal. Als reactie op de stijgende bouwprijzen heeft de VNG in 2018 verhoging van de normbedragen van nieuwbouw geadviseerd. De gemeenten hebben gezamenlijk aan het Rijk gevraagd om deze prijswijziging aan te passen in de berekeningen voor het gemeentefonds. Dat is tot op heden nog niet gebeurd, waardoor gemeenten niet worden gecompenseerd voor deze normverhoging.

IHP Brunssum I RO20040356

19

De reeds verhoogde normen gaan uit van ‘sober en doelmatig bouwen’ en zijn gebaseerd op het oude bouwbesluit. Hiermee kan echter geen invulling gegeven worden aan BENG of andere kwaliteitsvoorwaarden. Het is aan de gemeente om, in overleg met schoolbesturen, een balans te zoeken tussen deze kwaliteitseisen en de financiële ruimte. Daarbij zijn diverse aandachtspunten relevant: •

•

•

•

•

Betaalbaarheid in relatie tot opgave: Toegekende bouwbudgetten in de uitvoeringsplanning moeten leiden tot uitvoerbare plannen. Dit vraagt van gemeente en schoolbesturen om in goed overleg een balans te zoeken tussen het toekennen van voorzieningen in het kader van zorgplicht en de soms beperkte financiële ruimte van de gemeente. Kwaliteitsvoorwaarden: Hogere eisen vertalen zich in een hogere bouwprijs. De kwaliteitseisen zullen de komende jaren verder toenemen vanwege kwaliteitseisen in binnenklimaat en stappen in de richting van energieneutraliteit. Extra eisen leiden vaak tot grotere prijsstijgingen en later vlakken die dan af. Er moet daarom gestreefd worden naar een balans tussen kwaliteitseisen en het beschikbaar te stellen bouwbudget. Eigen bijdrage van schoolbesturen: Schoolbesturen in het Voortgezet Onderwijs mogen vanuit Total Cost of Ownership (TCO) benadering mee-investeren in nieuwbouw of renovatie van een school als deze extra investeringen (in duurzaamheid) binnen een aanvaardbare tijd kunnen worden terugverdiend. De verwachting is dat deze mogelijkheden worden uitgebreid naar het Primair en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs. Lokale marktomstandigheden: De VNG baseert de normbedragen op een algemeen beeld van de prijsontwikkeling in de bouw.

In verschillende delen van het land gelden vaak andere voorwaarden en het is aan een gemeente zelf om daar in IHP of verordening keuzes in te maken. Continuïteit: Bouwprijzen kunnen binnen korte termijn sterk fluctueren. Met het oog op de te verwachten veranderingen in eisen de komende tijd, lijkt het voor de hand te liggen om in het IHP en de verordening afspraken te maken over hoe met prijsstijgingen kan worden omgegaan. Dit met het oog op de langjarige realiseerbaarheid van een gedragen, vast te stellen uitvoeringsprogramma.

IHP Brunssum I RO20040356

20

4 Strategische thema’s

4

Strategische thema’s

IHP Brunssum I RO20040356

21

Samenwerkende partners in de gemeente Brunssum hebben een toekomstbeeld opgesteld voor onderwijs in geïntegreerde kindvoorzieningen: “Het beste voor het Brunssumse (jonge) kind.” Gemeente, schoolbesturen (met name Movare) en partners in opvang en zorg beschouwen het als gezamenlijke opdracht dat kinderen in Brunssum zich optimaal ontwikkelen in een prettige en veilige omgeving. Daartoe dienen (voor)scholen midden in de maatschappij te staan en in samenwerking met hun directe omgeving een kansrijk en uitdagend klimaat te realiseren. Deze ambities zijn het beste te realiseren door gezamenlijke voorzieningen in te richten. De partners hebben de ambitie om in Brunssum kindcentra te realiseren. Centraal staat de verbinding tussen de partners en de interactie met kinderen, ouders en de wijk. Onderdeel van een IKC is in ieder geval de basisschool, het kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang en peuteropvang (inclusief vroege en voorschoolse educatie). Deze zijn locatiegeoriënteerd, door middel van businesscase-onderzoeken, aan te vullen. Andere partners kunnen het aanbod versterken: zorgpartners (team Jeugd en evt. aanbieders Jeugdwet), Welzijnswerk, Jeugdgezondheidszorg, Jongerenwerk, en partners als ergotherapie, logopedie, fysiotherapie. Daarnaast kan het zinvol zijn om ruimte te bieden aan preventie, vroegsignalering en maatschappelijk werk.

Middels een intentieverklaring hebben de partners afgesproken zich maximaal in te spannen voor het realiseren van een kindcentrum in Brunssum-Oost en Brunssum-Zuid. Zie bijlage 3 voor de (getekende) intentieverklaring IKC Brunssum. Het onderwijs, de kindpartners en de gemeente hebben voor Brunssum een Lokale Educatieve Agenda (LEA) opgesteld waarin gezamenlijke ambities voor alle kinderen en jongeren in Brunssum zijn geformuleerd. De LEA, voor de periode 2019-2022, is vastgesteld door het College en de gemeenteraad van Brunssum, zie bijlage 4. De LEA geeft richting en stimuleert een effectieve samenwerking, met als doel een duurzame, optimale en brede ontwikkeling van ieder kind in Brunssum te realiseren. Het geeft inzicht in de relevante vraagstukken voor onderwijs en opvang in de gemeente Brunssum. Ten behoeve van het integraal huisvestingsplan Brunssum zijn de ambities uit de LEA in een zestal strategische thema’s gebundeld. Deze gedeelde visie op onderwijs geeft kaders voor de wijze waarop het primair onderwijs in de gemeente Brunssum georganiseerd kan worden, samen met andere maatschappelijke partners.

IHP Brunssum I RO20040356

22

Thema 1. Gezondheid Gemeente, onderwijs en kindpartners in Brunssum hebben een belangrijke rol bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en leefomgeving voor kinderen en het gezin waarin ze opgroeien. Deze partijen vormen een goede ingang om theorie en praktijk over gezonde voeding en beweging samen te brengen. Ook ouders zijn hierbij een essentiële partner. Zij hebben immers een belangrijke rol met voorbeeldgedrag en het al dan niet stimuleren van gezonde voeding, leefstijl, sport en bewegen en naar buiten gaan (buiten spelen en op de fiets / te voet naar opvang of school). Scholen en kindpartners hebben alle faciliteiten binnen handbereik om de jeugd van Brunssum een gezonde leefstijl aan te leren en maken hier in hun curriculum optimaal gebruik van; in beweegaccommodaties en aantrekkelijke buitenruimtes die uitnodigen om te bewegen. Tevens richten enkele scholen in Brunssum zich tijdens de lessen op gezondheid, voeding en natuur. Middels de “Gezonde basisschool van de toekomst” wordt gezondheid in het onderwijsprogramma gestimuleerd. Om de ambitie duurzaam, meer structureel in het onderwijsproces uit te voeren, wordt ingezet op professionalisering van de ondersteuning.

Met een gezamenlijke aanpak, bijvoorbeeld voor het centraal organiseren en inzetten van vakdocenten sport, externe professionals (consultatiebureau, GGD, Jogg, voedingscoaches, combinatiefunctionaris etc.) of het stimuleren van menskracht in de directe omgeving (ouders, vrijwilligers, verenigingen). Onderwijs en opvang zoeken aansluiting bij het gemeentelijk sportbeleid en stemmen activiteiten met elkaar af. Thema 2. Veiligheid Voor een optimale ontwikkeling van een kind is een sociaal en fysiek veilige schoolomgeving een randvoorwaarde. Dat vraagt om inzet op de onderwijslocaties, die thuisnabij onderwijs mogelijk maken in de eigen omgeving of langs veilige verkeersroutes van en naar huis. Om dit te borgen stelt elke school in Brunssum het (verplichte) schoolveiligheidsplan en RI&E (Risico-Inventarisatie en –evaluatie) op, waarin is beschreven op welke wijze een school zorgdraagt voor de sociale en fysieke veiligheid van leerlingen, in en rondom het schoolgebouw. Sociale veiligheid is een pedagogische behoefte van elke school in Brunssum, maar ook een wettelijke verplichting. Het inzetten op preventieve activiteiten (bijvoorbeeld social media gebruik) en een integrale aanpak helpt voorkomen dat leerlingen slachtoffer of veroorzaker worden van (cyber)pesten, geweld, strafbare feiten of ongevallen.

Een overzichtelijk en prettig ingericht gebouw (inclusief omgeving) en duidelijke gedragsregels dragen bij aan een veilige schoolomgeving. Op het gebied van mobiliteit en verkeersveiligheid is de gemeente Brunssum nadrukkelijk aan zet; het borgen van een veilige verkeersroute voor kinderen en ouders. Ook de verkeersveiligheid bij het brengen en halen verdient aandacht. Het inzetten van wijkagenten (die in de wijk zichtbaar zijn) helpt bij het monitoren van de veiligheid rondom de scholen.

IHP Brunssum I RO20040356

23

Thema 3. Talentontwikkeling Mensen die in Brunssum (komen) wonen hebben er behoefte aan dat hun kinderen zich kunnen ontplooien. Dat vraagt om een aanbod van onderwijs en diensten op het gebied van opvang en zorg dat goed aansluit bij actuele wensen en behoeften van de gebieden. Keuzemogelijkheid en diversiteit zijn daarin binnen de gemeente Brunssum belangrijk en dat is zichtbaar in de breedte van het onderwijsaanbod in grondslagen en onderwijsvormen. Aanbieders geven elkaar de ruimte om eigen keuzes te maken, die het pluriforme aanbod kunnen versterken en houden samen een kwalitatief hoogwaardig en onderscheidend aanbod in stand. De gemeente faciliteert waar mogelijk. Onderwijs, kindpartners en andere maatschappelijke partners in Brunssum bieden ontplooiingsmogelijkheden voor kinderen en zijn georganiseerd vanuit de vraag c.q. behoefte van het kind. De school is niet langer een plaats waar enkel overdracht van kennis aan groepen kinderen plaatsvindt, maar vooral een plaats waar kinderen vaardigheden en talenten ontwikkelen. Onderwijs en opvang zien het als hun maatschappelijke taak om kinderen te leren leven en samenleven, met aandacht voor burgerschap, zorg voor de omgeving en het milieu en daarmee het doorbreken van het individualisme. Scholen zijn vaak natuurlijke partners in de lokale ontwikkeling.

Kinderen participeren immers dagelijks in hun eigen omgeving, in de gemeente en in hun wijk of buurt. Daarom werken schooldirecteuren actief aan maatschappelijke inzet in thema’s als lokale zorg, gezondheid, cultuur en integratie. Het Primair Onderwijs beschouwt deze omgevingsrelaties als een pedagogische verantwoordelijkheid. Onderwijs en haar kindpartners coördineren programma’s, activiteiten en personele inzet met de directe omgeving en verenigingen. Thema 4. Gelijke kansen Brunssum wil een goede plek zijn voor kinderen. Partners en de gemeente werken daarom samen aan een positief klimaat voor opgroeien: samen zorgdragen voor gelukkige kinderen. Het is belangrijk om problematiek bij kinderen vroegtijdig te signaleren, of zelfs te voorkomen. Peuteropvang, kinderopvang, consultatiebureau en scholen zijn belangrijke vindplaatsen. Ingezet wordt op optimale aansluiting tussen onderwijs, opvang en consultatie, team jeugd, zorg- en ondersteuningscoördinatie. Partners zien vroegsignalering ook als een opdracht om te komen tot snelle nietbureaucratische opvolging en ondersteuning zonder wachtlijsten. Gemeente en jeugdpartners willen een collectieve aanpak voor hulp en ondersteuning bij problematiek bij kinderen. Ieder vanuit zijn taak en opdracht op zoek naar een aanpak, waarbij expertise en menskracht(ambulant) gedeeld wordt tussen de scholen en kindpartners.

Menskracht wordt inzetbaar gemaakt vanuit de specifieke kennis en expertise binnen onderwijs en andere organisaties als jeugdhulp en jeugdzorg, logopedie, gezondheidszorg, maatschappelijk werk, bibliotheekwerk, tiener-/jeugdwerk, verenigingsleven. De gemeente Brunssum legt dit vast in reguliere afsprakenkaders (o.a. VVE, Samenwerkingsverbanden, Knooppunt, Jeugdteam, Zorg op Maat, beleid schoolbesturen / gemeente). Professionele ondersteuning wordt op basis van gelijkwaardigheid en kansengelijkheid ingezet en is daarmee beschikbaar voor álle kinderen en hun ouders.

IHP Brunssum I RO20040356

24

Thema 5. Duurzaamheid Gemeente, onderwijs en kindpartners streven ernaar dat duurzaamheid een natuurlijk onderdeel wordt van het primaire proces. Programma’s voor onderwijs en maatschappelijke verbinding, kennis en expertise van personeel, inzet van management moeten daartoe gericht worden op de overdracht naar leerlingen van kernwaarden op het gebied van een gezond en duurzaam leefklimaat. Scholen, kinderopvang en de gemeente Brunssum hebben immers een rol in de bewustwording van kinderen, om actief te investeren in een bewuste generatie. De gemeentebrede duurzaamheidsambitie is verbonden met haar historische sociale en culturele waarden. Zo heeft elk gebied van de gemeente Brunssum haar eigen culturele waarden en tradities, die op een heel eigen manier duurzaamheid representeren. Maar vooral is natuurbeleving een gedragen kernwaarde voor duurzaamheid. De groene omgeving biedt kansen om kinderen van jongs af aan respect voor de natuurlijke leefomgeving bij te brengen. Niet alleen uit zorg voor behoud van de eigen leefomgeving, maar ook als investering in het behoud van de kwaliteit van de regio waarin deze jeugd opgroeit. Kinderen worden gestimuleerd tot duurzaam denken en doen, en ervaren wat zij als individu kunnen bijdragen aan een duurzame omgeving. Om duurzaamheid geloofwaardig in het curriculum in te passen moet een school zelf zichtbaar duurzaam werken.

Bijvoorbeeld door afval te scheiden en door zonneenergie te gebruiken. Waar mogelijk in een duurzaam gebouw. De gemeente Brunssum wil in 2050 energieneutraal en gasloos zijn en wil daarin samenwerken met bedrijven, instellingen en verenigingen. Dit zal vorm krijgen in gebouwtechniek (maatregelen aan installaties en gebouwschil) en in gebouwgebruik door meervoudig gebruik en intensivering van gebruik. Dit vraagt flexibiliteit in inrichting en (gemeenschappelijk) gebruik van voorzieningen. Inspanningen in duurzaamheid zijn deels verplicht (Klimaatakkoord, Bouwbesluit), maar daarnaast voelen de gemeente Brunssum en schoolbesturen een maatschappelijke verantwoordelijkheid om daarin waar mogelijk vooruit te lopen. De huidige onderwijsgebouwen zijn verschillend in aard, omvang en (duurzaamheids-)prestatie. Gemeente en schoolbesturen delen de verantwoordelijkheid om te komen tot een adequaat en zoveel mogelijk gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de gebouwen. De ambities hieromtrent moeten gezamenlijk bepaald worden. Thema 6. Toekomstbestendig inhoudelijk, in maat en bedrijfsvoering De gemeente, onderwijs en kindpartners realiseren sterke doorgaande leer- en ontwikkellijnen in Brunssum, voor alle kinderen tussen 0 en 12 jaar, zoals benoemd in het door de gemeenteraad vastgestelde Onderwijsachterstandenbeleid 2019-2023.

Ze richten zich tevens op een krachtige verbinding met het Voortgezet Onderwijs (in het bijzonder met het Compass College) om kinderen goed voor te bereiden op de toekomst. Doorgaande leer- en ontwikkellijnen hebben als doel dat kinderen weinig ontwikkelingsenergie verliezen als zij een overgang maken tussen peuter- / kinderdagopvang en basisschool, tussen basisschool en buitenschoolse opvang, of tussen basisschool en voortgezet onderwijs. Dit vraagt een samenhang in aanpak en visie op de ontwikkeling van een kind.

IHP Brunssum I RO20040356

25

Gestreefd wordt naar een complete dienstverlening zonder (een te ervaren) ‘knip’, waarbij professionals werken als één team in het ondersteunen van het kind in zijn of haar ontwikkeling. Daarvoor is een goede programmatische aansluiting of integratie nodig. Daarnaast (en minstens zo belangrijk) maken professionals procesafspraken om die doorgaande leerlijnen te bewaken. Deze afspraken worden tussen professionals op het niveau van het gebied c.q. de locatie gemaakt. De gemeente Brunssum bewaakt en ondersteunt deze op lokaal niveau. Om de doorgaande leerlijn zo optimaal mogelijk te realiseren en kinderen zich optimaal te laten ontwikkelen, wordt gewerkt aan het realiseren van twee Integrale Kindcentra in Brunssum. Overgangen binnen leer- en ontwikkellijn krijgen zo organisch mogelijk vorm en worden besproken en begeleid door het team van professionals met ouders en kind. De warme overdracht wordt gerealiseerd via professionals en het ondersteuningsteam, altijd in overleg met ouders (en het kind). Het fysiek aanwezig zijn van functies en professionals op één locatie versterkt deze inhoudelijke samenwerking, omdat zo expertise laagdrempelig beschikbaar is. Informatie over het kind wordt integraal verzameld, geborgd en toegepast om maximaal te kunnen ondersteunen in de ontwikkeling van elk kind.

Gezien de veelheid aan partners dat het aanbod van voor- en buitenschoolse voorzieningen aanbiedt in de gemeente Brunssum, wordt gezocht naar een organisatievorm waarin partners meer verbinding met elkaar hebben. De gemeente Brunssum heeft daarin een belangrijke faciliterende rol.

IHP Brunssum I RO20040356

26

5 Ordeningsprincipes

5

Ordeningsprincipes

IHP Brunssum I RO20040356

27

Een integraal huisvestingsplan voorziet in vragen van schoolbesturen in het kader van zorgplicht, in een breder perspectief dan procedures in de gemeentelijke verordening toelaten. In een IHP worden toekenningen niet gebaseerd op hetgeen incidenteel nodig of verplicht is. Partijen maken afspraken voor de langere termijn. Daardoor worden investeringen beter in de tijd en efficiënter gerealiseerd. Tevens zijn de investeringen vooruit te plannen, waardoor ze in de financiële ruimte van gemeente en van maatschappelijke partners passen. Een IHP geeft een nieuwe, meer toekomstvaste dimensie aan zorgplicht en creëert voor gemeente, schoolbesturen, ouders en leerlingen zekerheid en continuïteit. Afspraken in het Integraal Huisvestingplan Brunssum hebben hun oorsprong in de lokale samenwerking, zijn gebaseerd op de visie op onderwijs en opvang (hoofdstuk 4) en maken gerichte keuzen in wettelijke en andere kaders (hoofdstuk 3). Om de brug naar de praktijk te slaan, zijn in dit hoofdstuk vier ordeningsprincipes beschreven die de huisvestingskeuzes voor onderwijs bepalen en die als meetlat dienen voor huisvestingsinvesteringen op de kortere en langere termijn.

Principe 1: Samenwerking (bij voorkeur) in brede kindvoorzieningen De gemeente Brunssum en maatschappelijke partners in (speciaal) onderwijs, kinderopvang, zorg en welzijn handelen in goede samenwerking op vragen en uitdagingen van betrokken ouders en kinderen. Dit vraagt maatgerichte producten en diensten voor kinderen van 0 tot 12 jaar, afgestemd op de behoeften in de wijk. Gekozen wordt voor een compleet en bestendig aanbod in onderwijs en aanpalende kindfuncties conform samenwerkingsconcept ‘kindcentrum’. In de gemeente Brunssum is het (integraal) kindcentrum een voorziening voor het kind (en de ouders) waarin opvang, onderwijs, welzijn en zorgpartners samenwerken. Gewerkt wordt op basis van een gezamenlijke pedagogische visie. Samen bieden zij een integraal aanbod voor educatie en vrije tijd, voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. Het kindcentrum is op één plek gevestigd, heeft ruime openingstijden (van 7.30 – 18.30 uur) en is het hele jaar geopend met uitzondering van de feestdagen.

IHP Brunssum I RO20040356

28

Het hebben van een geïntegreerd dienstenpakket op één locatie kan aan inhoudelijke samenwerking waarde toevoegen door het delen van ruimte, door het afstemmen van tijden en voorzieningen en door het toevoegen van ondersteunende elementen. Het uiteindelijke doel is dat het kindcentrum een belangrijke verbindende functie in de wijk vervult. Om deze functie te bereiken is het van belang dat deze integrale kindcentra ook ruimte bieden voor sport, cultuur, bibliotheek, taalscholing voor ouders e.a. Een sluitend netwerk van voorzieningen op wijkniveau:

De gemeente Brunssum en onderwijspartners investeren in huisvesting op één locatie indien inhoudelijke samenwerking tussen schoolbesturen en maatschappelijke partners de continuïteit versterkt. Waar bundeling in beeld komt, is de intentie van langjarige samenwerking een belangrijk criterium. Daarbij wordt ervoor gewaakt dat dwingende afhankelijkheden tussen individuele partners ontstaan, die een eigen afweging van partners ten aanzien van continuïteit verhinderen. Principe 2: Bereikbaar verspreid over de gemeente De gemeente Brunssum en maatschappelijke partners in onderwijs, kinderopvang, welzijn en zorg kiezen ervoor dat hun producten en diensten goed toegankelijk en bereikbaar zijn. Om dit te borgen moeten gebouwen modern onderwijs optimaal faciliteren en aan alle wettelijke eisen voldoen; een gemeentebrede huisvestingsportefeuille waarin vraag en aanbod van ruimte met elkaar in balans zijn. Bij nieuwbouw betekent dat zoveel mogelijk flexibiliteit; met aandacht voor gedeeld ruimtegebruik en mogelijk toekomstige verandering van gebruikers. In dit licht is ook het huisvesten van meerdere scholen in één gebouw mogelijk.

IHP Brunssum I RO20040356

29

Belangrijk facet is een goede spreiding over het grondgebied van de gemeente Brunssum. Primair geldt deze toegankelijkheid voor de kinderen uit de eigen gemeente, maar waar relevant nemen partijen ook, in overleg met buurgemeenten, verantwoordelijkheid voor kinderen uit kernen van buurgemeenten. Bijzonder voorbeeld is de gereformeerde basisschool Benjamin, met haar bovenregionale functie. Scholen moeten bereikbaar zijn in of nabij de directe woonomgeving, voorzien van de gevraagde kwaliteiten in die omgeving waardoor migratie naar elders beperkt kan worden. Voor vraag naar bovenlokale profilering (PO, SO, VO) vindt ook herkomst c.q. verwijzing buiten het gebied plaats. Startpunt van het IHP is de bestaande situatie aan onderwijslocaties. Principe 3: Toekomstvast met een scope van dertig jaar De gemeente Brunssum en maatschappelijke partners in onderwijs, opvang, welzijn en zorg maken op lokaal niveau huisvestingskeuzes tussen maatschappelijke verwachtingen en toekomstvaste betaalbaarheid. Bijvoorbeeld op thema’s als duurzaamheid en kwaliteit, die momenteel sterk in ontwikkeling zijn. Overheid, onderwijs- en kindpartners hebben een open houding en geven elkaar inzicht in de Total Cost of Ownership van een gebouw. Daardoor worden investeringen op een verstandige manier gebundeld aan inkomsten en uitgaven (exploitatie en onderhoud).

Keuzes in het IHP moeten immers inzicht bieden in de vraagstukken voor de langere termijn en investerings- / uitvoeringsplannen moeten een langjarig perspectief bieden. Dit vraagt commitment van de gemeente Brunssum om vanuit zorgplicht verantwoordelijkheid te nemen voor onderwijshuisvestingsvragen via gerichte investeringen in nieuwbouw/renovatie of bijkomende exploitatieondersteuning. Het vraagt ook commitment van schoolbesturen om recht te doen aan investeringen door helderheid te bieden ten aanzien van toekomstperspectieven van de scholen in het gebied. Beide moeten met elkaar in balans zijn. -

-

-

De gemeente Brunssum neemt langjarige verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs. Ontwikkelingen in de basisgeneratie binnen de gemeente zijn bepalend met als perspectief het leerlingenpotentieel in 2035. De gemeente Brunssum investeert in onderwijshuisvesting (nieuwbouw c.q. uitbreiding, renovatie met levensduurverlenging van 25 jaar) indien het schoolbestuur zich aan een continuïteitsambitie committeert voor tenminste de helft van de te bereiken (verlengde) afschrijvingstermijn. Partners kiezen voor (door-)ontwikkeling van de accommodaties tot klimaatneutrale voorzieningen in 2050 en nemen daarom als scope voor dit IHP een termijn van 30 jaar. Gemeente en schoolbesturen maken op basis van Total Cost of Ownership afspraken over de (investerings-)kosten voor het bereiken van energieneutraliteit. Schoolbesturen dragen bij door mee te investeren (installaties, energieopwekking, isolatie) aan bovenwettelijke voorzieningen als de terugverdientijd daarvan door een gunstigere exploitatie minder is dan 5 jaar. Wanneer wettelijke voorwaarden voor een dergelijke investering verruimd worden, committeren schoolbesturen zich aan deze wettelijke voorwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=8c60864e-e105-4344-a005-6520598314c6