CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 1 (bijlage) Ruimtelijke onderbouwing plan Akerstraat 91_ Brunssum NL.IMRO.0889.BPAkerstraat91-ON01_ V2211023__202365974__ anoniem

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van herontwikkeling Heilige Familiekerk aan de Akerstraat 91, 2024/120.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

invulling

aan

de

nieuwe

samenwerking

tussen

gemeente,

woningcorporaties en huurdersorganisaties. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023, vond de gemeente het opportuun om over een actueel volkshuisvestingsbeleid te beschikken dat meteen ook voldoet aan de voorziene wettelijke kaders van een volkshuisvestingsprogramma. Met het (vernieuwde)

Rijksbeleid

wordt

gestuurd

op

nieuwbouwproductie

van

betaalbare woningen en een eerlijke verdeling van sociale huurwoningen. De nieuwe woonvisie voorziet vanuit leefbaarheid in deze ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

35

SMA-Advies

In de woonvisie wordt de relatie gelegd met aspecten als leefbaarheid, veranderingen

in

het

sociale

domein,

die

effect

hebben

op

de

volkshuisvestelijke opgaven, duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie en (historische) waarde. De woonvisie voor Brunssum 2023–2028 is daarom grotendeels gelijk aan de nieuwe woonvisie van de andere gemeenten van Parkstad Limburg. Visie van de gemeente Brunssum (op hoofdlijnen) 

Brunssum zet in op het versterken van de bestaande woonmilieus en het aanjagen van nieuwe woningbouwplannen. Dit betekent een verdere verdichting in het centrum en het verder vergroenen van de omgeving buiten het centrum;

Verbetering

van

de

match

van

vraag

en

aanbod

betekent

dat

koopwoningen deels omgezet worden naar huurwoningen. De gemeente Brunssum doet hiertoe mee aan regionale pilots ook als het gaat om zorgwoningen; 

De gemeente wil het langer zelfstandig wonen ondersteunen door afspraken te maken over toevoeging van meer levensloopgeschikte woningen voor ouderen;

Naast aanpassing van de woning is aanpassing en toegankelijk maken van de woonomgeving minstens zo belangrijk;

Brunssum wil in 2040 energie neutraal zijn. De verduurzaming van de woningvoorraad speelt een enorme rol in het verduurzamen van de gemeente. Uit het onderzoek “PALET 2.0–Brunssum” blijkt dat via zonne-energie en warmte-koude opslag veel duurzame energie op te wekken valt.

Het

planvoornemen

impliceert

als

inbreidingsplan

een

versterking

en

verdichting alsmede een vergroening van de omgeving buiten het centrum en vult daarmee voor een deel de behoefte in naar levensloopbestendige, duurzame

en

veilige

woningen.

De

woningen

worden

“all-in-electric”

uitgevoerd, zijn goed geïsoleerd en worden met duurzame en hoogwaardige materialen afgewerkt waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie van de gemeente om in 2040 energie-neutraal te zijn.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

36

SMA-Advies

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie gemeente Brunssum

In de door de gemeenteraad op 2 november 2009 vastgestelde Structuurvisie staat hoe de gemeente tot het jaar 2025 om gaat met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wonen, ondernemen, wijkvoorzieningen, verkeer

en

recreëren. Deze visie vormt de richtlijn voor alle toekomstige bestemmingsplannen en afwijkingsmogelijkheden. Het doel van de Structuurvisie Brunssum is om de ruimtelijke kwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied te verbeteren en sturing te geven aan toekomstige veranderingsprocessen. In de Structuurvisie geeft de gemeente aan welke maatregelen zij neemt om negatieve effecten die gepaard gaan met vergrijzing en ontgroening zoveel mogelijk te beperken. Deze demografische ontwikkelingen kunnen namelijk grote

gevolgen

hebben

voor

de

woningvoorraad,

economie

en

het

voorzieningenniveau.

Figuur 15.. Uitsnede Ontwerp Structuurvisie Brunssum 2025 “sturen op kwaliteit”

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

37

SMA-Advies

De maatregelen zijn met name gericht op het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat binnen de verschillende wijken van de gemeente Brunssum en het versterken van ‘schone’ werkgelegenheid, waarbij goede bereikbaarheid en aansluiting op de regionale infrastructuur van belang is. De Structuurvisie is verder opgebouwd uit 7 thema's: wonen, werken, verkeer, voorzieningen, recreatie, natuur en milieu waarvan vooral het thema Wonen van toepassing is op het besluitgebied. Thema wonen Brunssum richt zich op het behouden en versterken van de gemeente als onderscheidende, kwalitatief goede woonplek. Brunssum moet ook in 2025, mede in het licht van de veranderende demografische omstandigheden, niet alleen een aantrekkende woongemeente zijn en blijven, maar ook een gemeente waar goed en veilig geleefd kan worden. Ontwikkelingen binnen de woningvoorraad,

de

werkgelegenheid,

de

voorzieningen,

de

sociaal-

maatschappelijke structuur, de ruimtelijke structuur, de recreatie en het verkeer, dienen met elkaar bij te dragen aan het bereiken van het voor de toekomst noodzakelijke woon- en leefklimaat. Onderhavig planontwikkeling (realisatie van 14 woonappartementen) levert een bijdrage aan de doelstelling om in Brunssum een onderscheidend en kwalitatief uitstekend woon- en leefklimaat te realiseren. De ontwikkeling op de projectlocatie voorziet in nieuwe huisvesting voor mensen die er gaan wonen, werken, recreëren en waarvan de woningen aan alle moderne en duurzame wooneisen voldoen. Het initiatief impliceert tevens door de herinrichting van de bestaande groenstructuur

een

ruimtelijke

versterking

van

de

omgeving.

Het

planvoornemen sluit daarom goed aan bij de doelstelling uit de Structuurvisie Brunssum.

4.4.2

Welstandsnota gemeente Brunssum

Bij raadsbesluit d.d. 14 april 2015, is de "Welstandsnota Brunssum 2015", zoals bedoeld in artikel 12a, eerste lid van de Woningwet vastgesteld en op 14 mei 2015 in werking getreden. De welstandsnota bevat beleidsregels waarin criteria zijn opgenomen die worden toegepast bij een beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

38

SMA-Advies

In het welstandskader wordt het welstandsbeleid op hoofdlijnen weergegeven. Verder wordt aangegeven hoe de welstand in Brunssum georganiseerd is. Een ander deel van het welstandskader wordt gevormd door een excessenregeling en een hardheidsclausule.

In de uitwerking worden per deelgebied criteria

opgesteld waarin wordt aangegeven binnen welk kader nieuwe ontwikkelingen, aanpassingen of uitbreidingen mogelijk zijn. Tevens zijn algemene criteria opgesteld voor ongebruikelijke projecten en de sneltoetscriteria voor kleine plannen die ambtelijk getoetst kunnen worden. Het aan de orde zijnde bouwplan is, gelet op zijn monumentale waarde (overigens geen beschermd monument) voor advies voorgelegd aan de Stadsbouwmeester en de monumentendeskundige. In par. 3.1 is een uitgebreide beschrijving opgenomen waarop inmiddels de goedkeuring is uitgesproken om de bestaande kerk om te vormen tot 14 hoogwaardige en duurzame woonappartementen. 4.4.3

Bestemmingsplan

In

huidige

de

situatie

zijn

volgens

het

bestemmingsplan

“Beschermd

Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” de gronden ter plaatse van de Akerstraat 91 bestemd voor “Maatschappelijk” met de daarbij horende voorzieningen.

Figuur 16. Uitsnede Bestemmingsplan, “Beschermd dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” enkelbestemming Maatschappelijk

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

39

SMA-Advies

Tevens valt een klein deel van het projectgebied binnen de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5 (Gebieden met een “lage verwachtingswaarde”). Enkelbestemming “Maatschappelijk” De binnen de bestemming “Maatschappelijk” aangewezen gronden (zoals de voormalige

kerk

en

direct

aanliggende

gronden)

zijn

bestemd

voor

maatschappelijke doeleinden/voorzieningen. Strijdigheid gebruik Ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en functies: a.

onderwijs, religie, scouting, zorginstelling en begraafplaats;

b.

een bedrijfswoning uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen', en wel uitsluitend op de verdieping;

c.

wonen, voor zover bestaand;

d.

bij de (bedrijfs)woning behorende aan huis gebonden beroepen;

e.

ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens een parkeerterrein is toegestaan;

f.

behoud en bescherming van de bomen ter plaatse van de aanduiding 'beeldbepalende boom';

g.

het behoud en herstel van de hoogwaardige ruimtelijke, esthetische en functionele kwaliteiten van de bebouwing en de openbare ruimte, alsmede voor het behoud van de historisch-geografische en historisch-ruimtelijke structuur van het beschermd stads- en dorpsgezicht ter plaatse van de aanduiding

'specifieke

bouwaanduiding-karakteristiek

bouwstijl

mijn-

kolonie'. Wonen is alleen toegestaan indien bij vaststelling van het genoemde bestemmingsplan er reeds een woning aanwezig was. Nieuwe woningen zoals bedoeld in het planvoornemen, zijn niet rechtstreeks toegestaan. De gewenste ontwikkeling is dus in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum”. Nu het aan de orde zijnde plan gaat over het realiseren van de bestemming “Wonen” niet zijnde “bestaand wonen”, is de gewenste bestemming in strijd met de bovenstaande gebruiksregels.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

40

SMA-Advies

Specifieke aanduidingen Binnen de enkelbestemming “Maatschappelijk” gelden een aantal specifieke functie-aanduidingen

zoals

beeldbepalende

bomen

en

gelden

specifieke

bouwaanduidingen. De relevante aanduidingen worden verder besproken. Specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie Op het hoofdgebouw is de ‘specifieke bouwaanduiding-karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ van toepassing. Voor het hoofdgebouw geldt dat uitsluitend mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende kenmerken: 1. dat uitsluitend gebouwd wordt binnen het bouwvlak; 2. maximale goothoogte: conform bestaand; 3. maximale bouwhoogte: conform bestaand; 4. inhoud: conform bestaand; 5. diepte: conform bestaand; 6. dakhelling: conform bestaand; 7. kapvorm: conform bestaand; 8. nokrichting: conform bestaand; 9. bouwwijze: conform bestaand; 10. gevelindeling: conform bestaand; 11. aantal: conform bestaand; 12. de voorgevel dient in of achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden opgericht. Strijdigheid bouwen hoofdgebouw De gebouwen die een dergelijke aanduiding hebben, mogen niet worden veranderd c.q. verbouwd om zo het huidige stedenbouwkundige evenwicht te behouden. Door de noodzakelijke bouwkundige wijzigingen, is het voornemen ook in strijd met de betreffende bouwregels. In het aan de orde zijnde plan worden veranderingen aangebracht die de inhoud veranderen en de gevels wijzigen. Dit is strijdig met de bovenstaande bouwregels.

Enkelbestemming Verkeer Een klein deel van het plangebied, zijnde het voorterrein (nabij de rotonde) valt binnen de bestemming “Verkeer”. Binnen dit gebied zijn (nieuwe) groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen voorzien die daarmee niet strijdig zijn met de vigerende bestemming.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

41

SMA-Advies

Dubbelbestemming Waarde (“Waarde-Archeologie-5”) Het gehele plangebied ligt ook binnen de dubbelbestemming “WaardeArcheologie-5” (art. 20). Deze gronden zijn mede bestemd voor bescherming en behoud van de in- of op deze gronden voorkomende archeologische waarden. De aangewezen categorie “Waarde Archeologie-5” betekent verder dat uitgegaan wordt van een lage verwachtingswaarde ten aanzien van het voorkomen van archeologische waarden in het gebied. Door de gemeente Brunssum is in 2013 de “Archeologische verwachtings- en beleidskaart” (deelkaart Brunssum) vastgesteld om archeologie integraal af te kunnen wegen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 5.7 wordt daar verder op in gegaan. Gebiedsaanduidingen Volgens het bestemmingsplan is het plangebied verder niet gelegen binnen een (geluid)zone van een Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein, niet gelegen binnen een gezoneerde weg of spoorweg (zie par 5.2) of binnen een risicocontour van een risicovol bedrijf (zie par. 5.5).

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

42

SMA-Advies

5.

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

Het onderzoeksperceel is thans deels bebouwd en verhard en in gebruik als tuin/groenvoorziening. Het plangebied is gelegen binnen een maatschappelijke bestemming

zoals

vastgelegd

Dorpsgezicht

Mijnkoloniën

in

het

Brunssum”.

bestemmingsplan Bij

het

“Beschermd

vaststellen

van

dit

bestemmingsplan is ten behoeve van het toekennen van de maatschappelijke bestemming rekening gehouden met de ter plaatse bekende bodemkwaliteit. Nu de bestaande bestemming wordt omgevormd naar een woonbestemming is er sprake van een functiewijziging. Vanwege het huidig en voormalig gebruik van het betreffende perceel is er geen reden om aan te nemen dat, ten gevolge van het gebruik van het perceel, sprake is van activiteiten die mogelijk bodembedreigend zijn geweest. Omdat de te realiseren woningen binnen het bestaande bouwvolume van de voormalige kerk worden gerealiseerd, vinden in en rond het gebouw geen graafwerkzaamheden

plaats.

Ten

behoeve

van

de

te

realiseren

parkeerplaatsen wordt een klein deel van de tuin verhard. Het grondwerk voor het aanleggen van het cunet vinden niet dieper plaats dan 40 cm minus maaiveld.

Vrijkomende

grond

wordt

binnen

het

betreffende

perceel

hergebruikt. Door de gemeente wordt gesteld dat bij grondwerkzaamheden rond de bestaande bebouwing alsnog een bodemonderzoek uitgevoerd moet worden. De

gemeente

stelt

tevens

dat

voor

het

aanleggen

van

de

tuin

en

parkeerplaatsen een bodemonderzoek ingevolge de NEN 5740 uitgevoerd moet worden. Bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning in fase 2 voor de activiteit bouwen, zal alsnog een bodemonderzoek worden uitgevoerd.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

43

SMA-Advies

5.2

Geluid

De feitelijke geluidzone is het creëren van een minimum afstand tussen de geluidbron, zoals een weg of spoorweg dan wel een bedrijf en het geluidgevoelige object, zoals woningen. Indien er geen mogelijkheden bestaan om afstand te creëren (bijvoorbeeld in bestaande situaties) tot een gevoelig object, bestaat de mogelijkheid om in de overdrachtsweg (bijvoorbeeld het aanleggen van een geluidwal) of ter plaatse van het gevoelige object zelf maatregelen te treffen (door het akoestisch isoleren van bijvoorbeeld een woning).

5.2.1

Wegverkeerslawaai

Voor

verkeerswegen

(en

spoorwegen)

is

een

wettelijk

kader

(Wet

geluidhinder-Wgh/ planologisch aandachtsgebied) ontwikkeld om het aantal geluidgehinderden

ten

gevolge

van

industrielawaai,

weg-

en/of

spoor-

weglawaai te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken, zodanig dat er een prettig leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het plangebied is gelegen aan de Akerstraat te Brunssum. Het gebied rond de Akerstraat is op basis van de Wegenverkeerswet 1994 aangeduid als een 50 km/uur zone. Daarbij dient de Rembrandtstraat als 50 km/uur -weg ook te worden betrokken vanwege de ligging

van het plangebied binnen de

geluidzone van deze weg. Overige wegen zijn 30 km/uur-wegen. Deze wegen zijn conform de Wet geluidhinder gedezoneerd

(niet zoneplichtig). De

betreffende 30 km/uur-wegen worden wel betrokken bij geluidcumulatie inzake wegverkeerslawaai. Zo zijn ook de Reinstraat, Torenstraat, Frans Halsstraat en Johannes Vermeerstraat bij het onderzoek betrokken. Omdat het plangebied is gelegen binnen de geluidzones van wegen, is in het kader van het bepalen van de gevelbelasting en de eventueel te bepalen bouwkundige maatregelen 5

uitgevoerd ,

door

K+

zie

bijlage

Adviesgroep 2.

Voor

te

Echt

een

het

bepalen

akoestisch

van

de

onderzoek

geluidwerende

voorzieningen ten gevolge van wegverkeerslawaai, dient conform opgave van de

gemeente

Brunssum

te

worden

uitgegaan

van

de

gecumuleerde

geluidbelasting.

5

Akoestisch rapport kenmerk: Rm220133aaA1.davh_01 van 17-02-2023

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

44

SMA-Advies

5.2.2

Stemgeluid RK-Basisschool Langenberg

Op ongeveer 40 meter noordelijk van het plangebied ligt de Bredeschool Langeberg. Het schoolpleinn is gelegen op ca. 8 m van de woningen. Deze school huisvest ook een (naschoolse) kinderopvang. De verkeersaantrekkende werking van deze school en de akoestische implicaties zijn ook beschreven in par. 5.4. In het toepasselijke bestemmingsplan (Woongebied 2 e Herziening), waarin de buitenschoolse

opvang

kinderopvangverblijven

is

gelegen,

onderverdeeld

in

worden

basisscholen

milieucategorie

2

met

een

en in

aanmerking te nemen afstand van 30 meter ten opzichte van voor geluid verstorende objecten (SBI-code 852). Dat betekent dat het plangebied aan de noordzijde deels binnen deze zone ligt. Het huisvesten van de genoemde doelgroep betekent ook dat tijdens de momenten dat kinderen binnen de besloten buitenruimte aanwezig kunnen zijn, stemgeluid van kinderen zou kunnen leiden tot geluidhinder omdat de speelplaats van de school en kinderopvang min of meer direct grenst aan het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en de inpasbaarheid van de te realiseren woningen, moet worden nagegaan of de nieuwe woningen van (negatieve) invloed zijn op de aan deze school vergunde geluidruimte. In het genoemde akoestisch onderzoek zijn de implicaties meegenomen. De optredende gevelbelasting is getoetst aan de eisen uit de VNG-publicatie “Handreiking bedrijven en milieuzonering”. Het betreft zowel het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT als de maximale geluidniveaus LAmax.

5.2.3

Akoestisch onderzoek 10 juli 2023

Uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 2) blijkt dat ten gevolge van wegverkeer van de Rembrandtstraat en de Akerstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Gebleken is dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Akerstraat bedraagt 59 dB en ten gevolge van het wegverkeer op de Rembrandtstraat 49 dB. De maximaal toelaatbare waarde wordt niet overschreden (voor het realiseren van woningen als herbestemming van een bestaand gebouw is dat 63 dB).

5.2.3.1 Industrielawaai (stemgeluid Rk-Basisschool Langenberg) Het hoogste langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode bedraagt 55 dB(A). Het bevoegd gezag dient te onderzoeken of in het kader van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een goed woon- en leefklimaat en

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

45

SMA-Advies

motiveert zo nodig waarom de optredende geluidbelasting in voorliggende situatie alsnog acceptabel is. Voor de motivatie kan namelijk worden gesteld dat de school enkel in de dagperiode geopend is, in de avond- en nachtperiode vinden geen activiteiten plaats. Indien een binnenniveau van 33 dB wordt gegarandeerd, kan worden gesteld dat er alsnog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ten aanzien van industrielawaai kan aan het maximale geluidniveau van 70 dB(A) ten gevolge van piekniveau’s worden voldaan. Conform artikel 40 van de Wgh ligt er rond een gezoneerd industrieterrein een zone waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein de 50 dB(A) niet mag overschrijden. Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van

een

geluidgezoneerd

industrieterrein.

Industrielawaai

is

voor

het

plangebied verder niet relevant.

5.2.3.2 Gecumuleerde geluidbelasting De nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de bestaande bouwmassa van het voormalige kerkgebouw waardoor ze niet allen zijn voorzien van een geluidluwe gevel. Een goed woon- en leefklimaat is daarom niet automatisch voor alle woningen geborgd. Conform opgave van de gemeente Brunssum moeten de noodzakelijke geluidwerende voorzieningen ten gevolge van industrielawaai en

wegverkeerslawaai worden bepaald aan de hand van

gecumuleerde geluidbelastingen. In het akoestisch rapport is in tabel 4.9, pag. 22 en 23 in de kolom “eis Bouwbesluit”, de vereiste karakteristieke gevelgeluidwering weergegeven alsmede de “comforteis” voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat voor alle woningen. Uit het akoestisch rapport blijkt uiteindelijk dat ter plaatse van de woningen 1 t/m 6, 13 en 14 sprake is van een hogere waarde. Ter plaatse van deze woningen zullen (extra) bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden. In hoofdstuk 6 van het akoestisch rapport is een en ander verder uitgewerkt welke voorzieningen en maatregelen getroffen kunnen worden om te voldoen aan de minimale eisen en te stellen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

46

SMA-Advies

5.2.3.3 Installatie voor het verwarmen van de woningen Zoals beschreven worden de

woningen “all-in-electric” uitgevoerd. Dat

betekent dat de woningen met hernieuwbare energie zoals zonne-energie worden verwarmd en voorzien van warm tapwater. Voor

het

verwarmen

van

de

woningen

wordt

gebruik

gemaakt

van

infraroodpanelen. Er worden dus geen uitwendige constructies geplaatst voor warmte- en/ of koudeopwekking.

5.2.4

Vaststellen hogere geluidgrenswaarde

Met een hogere grenswaardeprocedure kan het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) toestaan dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zoals dat bij wet is vastgelegd. Indien een hogere

waarde

wordt

vastgesteld, heeft

de gemeente

de

bevoegdheid om zo nodig aanvullende voorwaarden te stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. De gevelbelasting mag dan niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde

van

48

dB

voor

elk

van

de

te

onderscheiden

geluidbronnen. Bij het vaststellen van een hogere waarde, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. In hoofdstuk 6 van het akoestisch rapport is een en ander verder uitgewerkt.

5.2.5

Spoorweglawaai

Het dichtstbij gelegen spoortraject waarover verkeersbewegingen plaatsvinden is gelegen op een afstand van meer dan 4000 meter. Geluid ten gevolge van spoorweglawaai is vanwege de afstand van het plangebied tot de betreffende spoorlijn niet relevant om verder te beschouwen. Conclusie Uit het akoestisch rapport is gebleken dat ten aanzien van de gecumuleerde geluidbelasting voor wegverkeer- en industrielawaai ter plaatse van de te realiseren

woningen

alsnog

een

gevelgeluidwering

voor

de

individuele

woningen het vereiste binnenniveau van 33 dB (bouwbesluit 2012) behaald kan worden. Bij de verdere planvorming en vergunningverlening van de woonappartementen

zal

dat

dan

voorkeursgrenswaarde

ten

aanzien

nader van

de

worden in

het

uitgewerkt. akoestisch

De

rapport

opgenomen gedezoneerde wegen wordt niet overschreden.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

47

SMA-Advies

In die zin kan worden gesteld dat wegverkeerslawaai ten gevolge van deze wegen niet betekenend is en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Gesteld wordt verder dat ten gevolge van spoorweglawaai gezien de grotere afstand tot het plangebied geen geluidhinder wordt verwacht en dat geen overschrijdingen

plaatsvinden

van

de

daarvoor

gestelde

normering.

Spoorweglawaai vormt voor het realiseren van de te realiseren woning dus geen belemmering.

5.3

Luchtkwaliteit en geur

Luchtkwaliteit Ruimtelijke plannen moeten worden getoetst aan hoofdstuk 5, titel 2, van de Wet milieubeheer (de Wet luchtkwaliteit). Dit hoofdstuk is op 15 november 2007 in werking getreden en bevat alle basisregels over luchtkwaliteit. In augustus 2009 zijn de regels aangevuld om de Europese richtlijn luchtkwaliteit in de Nederlandse wetgeving over te nemen. De luchtkwaliteitseisen van de Wet luchtkwaliteit vormen geen belemmering voor plannen wanneer de activiteiten kleinschalig zijn dan wel

“niet in

betekenende mate” bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (artikel 5.16 lid 1 onder c Wet milieubeheer).

Figuur 17. Indicatieve berekening luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ter hoogte van het plangebied

indicatief

monitoringstool

de

luchtkwaliteit

bepaald.

(www.nsl-monitoring.nl/viewer)

Aan als

de

hand

onderdeel

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

van

de

van

het

48

SMA-Advies

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), is een indicatieve berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel ‘grenswaarden maatgevende stoffen Wm’. Het maximaal aantal overschrijdingsdagen van het 24-uurs gemiddelde voor fijnstof ligt onder de grenswaarde. In de onderstaande afbeelding zijn van de meest belastende wegen de rekenpunten weergegeven. Gesteld

wordt

dat

het onderhavige

plan voor het

realiseren van

14

woonappartementen als herbestemming in een bestaand gebouw “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de het aspect luchtverontreiniging. Er zal ten behoeve van het gebruik van de woningen geen sprake zijn van een meetbare toename van emissie van stoffen die een negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit zoals de emissie van CO2 en NOx verkeersbewegingen van voertuigen. Verder leidt het plan niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor de geplande bestemmingswijziging. Geur Met betrekking tot het aspect geur wordt gesteld dat de te realiseren woningen aangemerkt worden als geurgevoelig in de zin van de diverse wet- en regelgeving voor geur en geurhinder. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven, dan wel worden geen andere geuremitterende activiteiten gebezigd die een negatieve invloed hebben op de actuele (geur)hinderbeleving. Vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening speelt geur verder geen rol.

5.4 Een

Bedrijfshinder/milieuzonering goede

ruimtelijke

ordening

voorziet

ook

in

het

voorkómen

van

voorzienbare hinder en gevaar door omliggende bedrijven. Met andere woorden dient rekening te worden gehouden met de milieuzone van de voorgenomen activiteiten ten opzichte van de omliggende bedrijven. Milieuzonering

zorgt

ervoor

dat

nieuwe

ontwikkelingen

een

passende

bestemming krijgen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

49

SMA-Advies

Daarbij is het in eerste instantie belangrijk dat bedrijven en voor verstoring gevoelige objecten, ruimtelijk van elkaar worden gescheiden. Uiteindelijk weegt het bevoegde gezag alle belangen mee in het besluit bepaalde ontwikkelingen wel of andere weer niet toe te staan. De omgeving van het plangebied karakteriseert zich als een gebied met verschillende functies. Om vast te stellen of omliggende bedrijven potentieel belemmerend kunnen zijn

voor

de

gewenste

ontwikkeling,

wordt

gebruik

gemaakt

van

de

richtafstanden uit de uitgave “Bedrijven en Milieuzonering (VNG 2009)”. In

bijlage

1

(Staat

van

Bedrijfsactiviteiten)

van

het

bestemmingsplan

“Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” zijn deze richtafstanden ook verwerkt. Het dichtbijgelegen bedrijf (InterCar Brunssum/ Canadian Corner) is gelegen op ca. 330 meter noord-westelijk van het plangebied. Op ca. 40 meter noord-oostelijk van het plan ligt de Bredeschool Langeberg (In ’t Ven 4) met een basisschool en een (naschoolse) kinderopvang. Bepalend ten aanzien van hinder of verstoring is de verkeersaantrekkende werking zoals het brengen en halen van kinderen. Binnen de bestemming zijn ruime parkeerplaatsen aanwezig om aan de parkeervraag te voldoen. In zoverre vormt de Brede School geen belemmering in het dagelijks gebruik van de betreffende woonappartementen. Aangezien de speelplaats van de school en kinderopvang direct grenst aan het plangebied, is het aannemelijk dat hiervan geluidhinder is te verwachten. Voor het bepalen van stemgeluid van kinderen ten tijde van het gebruik van de speelplaats, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In par. 5.2 is dat aspect verder uitgewerkt. Gesteld is onder andere dat er alsnog nadere bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden om ter plaatse van de te realiseren te kunnen spreken over een goed woon- en leefklimaat. In fase 2 zal bij de aanvraag voor de activiteit bouwen daar verder uitwerking aan worden gegeven.

Uit de inventarisatie blijkt dat er geen bedrijven zijn die belemmerend zijn voor de gewenste ontwikkeling van de 14 woonappartementen. Gesteld kan worden dat het oprichten van de 14 woonappartementen geen belemmeringen

vormt

voor

de

omliggende

bedrijven.

Het

aspect

milieuzonering vormt dus geen verdere randvoorwaarde bij de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

50

SMA-Advies

5.5

Externe veiligheid

Risico’s naar de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen of het vervoer daarvan, moeten bij nieuwbouwplannen of functiewijzigingen integraal worden afgewogen. Om er zeker van te zijn dat de externe veiligheid problematiek in ruimtelijk beleid goed wordt meegewogen, is in de wet (Besluit externe veiligheid inrichtingen) de zogenaamde verantwoordingsplicht opgenomen die eisen stelt aan gegevens die over het groepsrisico verzameld moeten worden alvorens een ruimtelijk besluit genomen kan worden (art. 13 Bevi). Op

basis

daarvan

moet

door

het

bevoegd

gezag

een

schriftelijke

verantwoording worden opgesteld waarin wordt onderbouwd waarom een bepaald risico aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht geldt op het moment dat de nieuwe ontwikkeling voorziet in het toevoegen van extra personen binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit (risicobron). Om risico’s zo veel mogelijk te reguleren is op 27 oktober 2004 het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden met de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Het Bevi verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het Bevi zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De risicovolle bedrijven zijn genoemd in artikel 2 van het Besluit. Over het algemeen gaat het om bedrijven waar (zeer) grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en/of bewerkt. Naast het Bevi is per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen milieubeheer (Bevb) en de Handreiking buisleidingen in bestemmingsplannen in werking getreden. Risico wordt uitgedrukt in een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR).

Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans dat een persoon overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich een jaar lang permanent en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle bron bevindt. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Op 11 november 2011 is het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

51

SMA-Advies

Op 3 maart 2015 is de Wet Basisnet en de betreffende regeling in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, binnenwater en spoor. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, de bebouwde omgeving en de veiligheid van mensen die wonen of verblijven dicht in de buurt van de infrastructuur waar dit vervoer plaatsvindt. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen

van

de

risico's

voor

het

vervoer

van

gevaarlijke

stoffen

(vervoerskant).

5.5.1. Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS). In de WVGS en het Bevt zijn normwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In

de

bijlagen

van

de

Regeling

Basisnet

is

opgenomen

voor

welke

transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Als dat het geval is, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich binnen het invloedsgebied van een risicobron

bevindt.

Het

invloedsgebied

wordt

bepaald

door

de

1%

letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabellen weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

52

SMA-Advies

Tabel 5.5.1. renvooi gevaarlijke stoffen

Stofcategorie Weg, water

Invloedsgebied 1%-letaliteitsafstand (mtr) Spoor

Spoor

LF1

Weg

Water

45

35

LF2

C3

35

45

35

LT1

D3

375

730

600

880

880

>4000

n.v.t.

LT4

n.v.t.

n.v.t.

GF1

40

n.v.t.

GF2

280

65

355

90

245

n.v.t.

LT2 LT3

GF3

D4

A

>4000

460

GT2 GT3

B2

995

560

1070

GT4

B3

>4000

>4000

n.v.t.

GT5

B3

>4000

>4000

n.v.t.

Tabel 5.5.2. Invloedsgebied per stofcategorie en modaliteit.

5.5.2

Transport over waterwegen

Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Afhankelijk van de soort stoffen die worden getransporteerd reikt het invloedsgebied voor de modaliteit water van 35 meter tot maximaal 1.070 meter (zie tabel 5.5.1). Binnen een afstand van 1.070 meter van het plangebied zijn geen waterwegen gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaatsvindt.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

53

SMA-Advies

Het plangebied valt daarmee dus niet binnen het invloedsgebied van een waterweg. De risico’s als gevolg van het transport over het water vormen derhalve geen aandachtspunt voor het plangebied. In de onderhavige toelichting hoeven geen bepalingen te worden opgenomen met betrekking tot externe veiligheidsrisico’s bij transport over het water vanwege de grote ruimtelijke scheiding.

5.5.3. Transport over wegen en per spoor De planlocatie is gelegen op een afstand van ruim 4000 meter van een weg die is opgenomen in het Basisnet en waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Op basis van afstandsmeting ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van een spoorweg en/of rijksweg. Er is in die zin geen (beperkte) verantwoording (door het bevoegde gezag) van het groepsrisico noodzakelijk.

5.5.4. Risicokaart Door de Limburgse gemeenten en de provincie zijn de risicovolle activiteiten in beeld

gebracht.

Er

is

inmiddels

een

landelijke

kaart

samengesteld

(www.risicokaart.nl ) van alle activiteiten die een bepaald (extern) risico met zich meebrengen.

Figuur 18. Uitsnede Risicokaart Limburg

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

54

SMA-Advies

Plangebied Het gebied rond het plangebied is geïnventariseerd op grond van de beschikbare gegevens uit de risicokaart. Hieruit is het volgende gebleken: Binnen het plangebied zelf vinden geen activiteiten plaats die externe veiligheidsrisico’s

voor

het

plangebied

of

de

omgeving

met

zich

afstand

van

meebrengen; Bevi-bedrijven

bevinden

zich

op

minimaal 1500 meter

nabijheid

van

het

het plangebied; In

de

directe

plangebied

zijn

geen

spoor- of

waterwegen aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ter hoogte van Akerstraat 153 (ca. 440 meter van plangebied) is een bovengrondse propaantank in gebruik van Resort Brunssumerheide, waarbij de plaatsgebonden risico-contour van 15 meter ten gevolge van deze activiteit het plangebied niet raakt; Het

plangebied

ligt

niet

binnen

de

invloedgebieden

van

een

spoorweg of een andere (rijks) weg die is opgenomen in het Basisnet en waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Verder ligt op circa 360 meter zuid-oostelijk van het plangebied een hogedruk aardgastransportleiding (Z-503-01, diameter van 8 inch leiding, werkdruk van 40 bar). De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 contour) ligt op het hart van de leiding. Het invloedsgebied strekt

zich

uit

tot

95

meter

aan

weerszijden van de leiding. Het plangebied ligt daarmee ruim buiten het invloedsgebied. Naar aanleiding van de uitgevoerde inventarisatie kan worden gesteld dat het plangebied ten aanzien van externe veiligheid gelegen is buiten de invloedsgebieden van transportroute van een weg of spoorweg en de hogedruk aardgastransportleiding Vanwege

de

ligging

buiten

(Z-503-01) en andere transportroutes. de

invloedsgebieden

van

voornoemde

risicobronnen, is het niet noodzakelijk om invulling te gegeven aan de (beperkte) verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Externe veiligheid vormt voor het planvoornemen dus verder geen randvoorwaarde.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

55

SMA-Advies

5.6

Waterhuishouding

5.6.1

Europees en Rijksbeleid

Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Brunssum in het stroomgebied van de Maas is gelegen. Het stroomgebiedbeheersplan Maas (2016-2021) is op 22 december 2015 vastgesteld en heeft een looptijd tot eind 2021. Daarnaast is het ontwerpstroomgebiedenbeheersplan vastgesteld.

Een

Rijn,

belangrijk

Maas,

Schelde

onderdeel

van

en

Eems

het

(2022-2027)

SGBP

is

een

maatregelenprogramma. Het maatregelenprogramma bestaat uit maatregelen die worden genomen in het kader van reeds bestaande nationale en/of Europese wetgeving (bijv. Europese Nitraatrichtlijn) en een groot aantal regionale en locatiegebonden maatregelen. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Naar aanleiding van het verleden opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkomen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden.

Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord.Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

56

SMA-Advies

De belangrijkste doelen en taken zijn:  het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken en  verbetering van de waterkwaliteit.

5.6.2

Regionaal en gemeentelijk beleid

Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 Het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 is een structuurvisie van de provincie Limburg waarin het nationale waterbeleid verder doorvertaald wordt. Het plan bevat enkele specifieke doelen om het watersysteem met het oog op de toekomst te verbeteren, zijnde het herstel van de sponswerking, het herstel van natte natuur, schoon water, duurzame watervoorziening en een veilige Maas. Met deze doelen wordt ingezet op nieuw waterbeheer waarbij functies gebonden aan waterkwaliteit in balans moeten zijn met variaties in de beschikbaarheid en kwaliteit van water. Hierbij wordt ingezet op een grensoverschrijdend-stroomgebied-benadering door middel van een integrale brongerichte aanpak. Daarnaast moet er meer ruimte gecreëerd worden voor natuurlijke processen in het watersysteem, moet het solidariteitsprincipe in acht worden genomen en dient water vooraf betrokken te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen en afwegingen.

Waterbeheerprogramma

2022-2027

'Limburgs

water

in

een

veranderend klimaat' Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld. Het betreft het centrale beleids- en uitvoeringsplan van het waterschap. In dit document wordt de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg uitgezet. Het waterschap beschrijft hierin hoe:

Inwoners worden beschermd tegen overstromingen vanuit de Maas;

de juiste balans kan ontstaan tussen water afvoeren en water vasthouden;

het water schoon wordt (gehouden) en wateren natuurlijk worden ingericht;

rioolwater

wordt

gezuiverd

en

daarbij

grondstoffen

worden

teruggewonnen en gebruikt.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

57

SMA-Advies

Gemeentelijke uitgangspunten omgang hemelwater Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om

de

waterbelangen

(hemelwater

en

grondwater)

bij

ruimtelijke

ontwikkelingen te borgen, dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in principe de watertoetsprocedure doorlopen te worden. De resultaten hiervan worden uiteindelijk vastgesteld in de waterparagraaf. Hemelwater Met betrekking tot de omgang met afstromend hemelwater van daken en terreinverharding ligt de verantwoordelijkheid primair bij de initiatiefnemer. Het hemelwater dat binnen het plangebied valt, dient binnen de grenzen van het gebied verwerkt te worden. Voor (toekomstige) privé percelen ligt deze verantwoordelijkheid primair bij de (toekomstige) eigenaar/gebruiker. De gemeente Brunssum houdt bij de verwerking van hemelwater onderstaande voorkeursvolgorde aan: 

hergebruiken;

bergen en infiltreren in de bodem of aanleg van groene daken;

noodoverstort op oppervlaktewater of op gemeentelijk rioolstelsel vanuit berging / infiltratie-voorziening;

lozen naar oppervlaktewater;

geknepen lozen op de riolering.

Pas wanneer uit onderzoek blijkt dat verwerking van hemelwater binnen het plangebied redelijkerwijs niet mogelijk is, mag het hemelwater worden aangesloten op de riolering. Hierbij dient de initiatiefnemer het overtollig hemelwater altijd gescheiden aan te bieden. In deze situatie wordt minimaal toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van de ontwikkelingen. Voor nieuwbouw en nieuwe verharding houden we dan minimaal een stand-still situatie aan. Het aangekoppeld verhard oppervlak op de riolering mag zeker niet groter worden. Voorwaarden watertoets Bij de watertoets dient gerekend te worden met de navolgende eisen: 

Ontwerpbui bij (directe) lozing op oppervlakte water (eis Waterschap Limburg): Berging / infiltratie eis T=100 (gemiddeld klimaatscenario 2050), zijnde 80 mm in 2 uur;.

Ontwerpbui bij overige ontwikkelingen: Berging / infiltratie eis T=25 (gemiddeld klimaatscenario 2050), zijnde 50 mm in 2 uur;

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

58

SMA-Advies

Het regenwater van de ontwerpbui dient binnen 24 uur door het systeem verwerkt te zijn. Wanneer de leeglooptijd van 24 uur wordt overschreden dient een tweede ontwerpbui geborgen te kunnen worden in het systeem inclusief het restant van de eerste bui;

Er mag geen (grondwater) overlast ontstaan richting omliggende percelen;

Aan de berekeningen ligt een doorlatendheidsonderzoek (k-waarde bepaling) van de bodem ten grondslag;

Voor de nazuivering van hemelwater dient een bodempassage toegepast te worden dan wel mogen er geen uitlogende materialen toegepast worden;

Vrijkomend vuilwater (toiletten, keuken e.d.) dient aangesloten te worden op het vuil/gemengd rioolstelsel van de gemeente.

Grondwater De

perceeleigenaar

is

zelf

verantwoordelijk

voor

het

tegengaan

van

grondwateroverlast en/of –onderlast. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. Ondergrondse verblijfsruimten van panden, in een kelder of een souterrain, moeten volgens de bouwregelgeving waterdicht zijn. Van de perceeleigenaar verwachten wij dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander; particulier of overheid. Dat geldt ook voor woningen/gebouwen met diepe kelders. Pas wanneer de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollig grondwater, is er een taak voor de gemeente of Waterschap. Ook hier geldt dat het water dan gescheiden van het vuilwater aangeboden dient te worden. De ontwikkeling mag geen negatieve invloed hebben op de grondwaterstand en op de grondwaterkwaliteit zowel binnen als buiten het plangebied. Plangebied Voor het plangebied geldt dat na realisering van de woningen het bebouwd oppervlak

niet

toeneemt.

Regenwater

van

verhardingen

en

bebouwde

oppervlakten worden opgevangen in een berging met een bergend vermogen van minimaal 50 mm van het aangesloten verhard oppervlak. Het

betreft

een

bestaand

gebouw

waarvoor

volgens

het

gemeentelijk

Rioleringsplan (GRP) geldt dat er geen verplichting bestaat om alsnog het regenwater af te koppelen van de huidige aansluiting op het gemeentelijk riool.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

59

SMA-Advies

Afkoppelen heeft vooralsnog wel de voorkeur maar kan voor dit plan dus niet worden verplicht. In overleg met de gemeente zal bij de aanvraag 2 e fase het bouwplan op dat onderdeel verder worden uitgewerkt. Er zal voor de berging van regenwater van dakvlakken en verhard oppervlak rekening worden gehouden met een bergend vermogen van 50 mm van het aangesloten verhard oppervlak. Het perceel heeft een oppervlak van ca. 5575 m2, daarvan is na realisatie van het

project

ca.

2097

m2

bebouwd.

Bij

het

ontwerp

van

de

14

woonappartementen zal met het waterhuishoudingsvraagstuk alsmede de verhardingen rond het gebouw rekening worden gehouden. In ieder geval gaat het om een ondergeschikt plan in die zin dat na realisatie van het plan het bebouwd oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie niet wijzigt. Het is niet noodzakelijk om te zijner tijd alsnog een watertoets uit te laten voeren, dan wel het plan te melden bij het Waterschap Limburg. Het aspect (afval)water vormt verder dus geen belemmering om het plan te realiseren. In fase 2 zal in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning bouwen het een en ander verder worden uitgewerkt.

5.7

Archeologie en cultruurhistorie

De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. Het gaat om een raamwet die regelt hoe het Rijk, provincies en gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de (Limburgse) bodem.

Figuur 19. Uitsnede Verwachtingskaart Brunssum, gebied met een lage archeologische verwachting

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

60

SMA-Advies

De gemeenten zijn bij deze wet in principe aangewezen als bevoegd gezag en moeten de archeologische belangen op een goede manier verweven en mee laten wegen in het ruimtelijk beleid. Voldoende duidelijk moet zijn dat met de ontwikkelingen geen archeologische waarden worden bedreigd. Volgens de Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Brunssum (2013) is het plangebied gelegen in een zone waarvoor een lage archeologische verwachting geldt (Waardearcheologie 5). Dat gebied is mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen

en

valt

de

onderzoekslocatie

binnen

het

onderzoeksgebied/

aandachtsgebied voor een lage, mogelijke verwachting van archeologische waarden. In beginsel mogen zonder omgevingsvergunning binnen de te beschermen gebieden geen nieuwe gebouwen (b.v. woningen) worden opgericht (artikel 20.2.1. bestemmingsplan). De planvorming heeft betrekking op het wijzigen van een bestaand bouwwerk waarbij de dimensies van het pand niet wijzigen. Er vinden verder geen nadere bodemingrepen plaats waardoor eventueel aanwezige waarden in de bodem niet worden verstoord. Tenslotte heeft het planvoornemen geen betrekking op bodemingrepen die groter zijn dan 10.000 m2 en waarbij de verstoringsdiepte groter is dan 40 cm onder maaiveld. Gezien het bovenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmering om de woonappartementen te realiseren. Cultuurhistorie Zoals eerder aangegeven zal het betreffende pand als voormalige kerk met de bijbehorende cultuurhistorische waarde behouden blijven. In het ontwerp is er optimaal rekening mee gehouden dat bepalende bouwkundige elementen van het gebouw in tact blijven. Het pand is geen Rijks-provinciaal of gemeentelijk monument. Brunssum kent overigens geen gemeentelijke monumenten en ook geen beeldbepalende panden. De voormalige kerk als bouwwerk is wel een belangrijk cultuurhistorisch gebouw in het door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezicht Langeberg. In die zin komt het pand wel bescherming toe.

In het ontwerp en ten behoeve van de nieuwe bestemming wonen, is daar maximaal rekening mee gehouden.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

61

SMA-Advies

Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg wordt het plangebied aangemerkt als “bebouwd gebied” binnen de begrenzing van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing

van

een

dorpskern.

Geconcludeerd

wordt

dat

het

aspect

cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. Het pand is geen gemeentelijk monument. Brunssum kent geen gemeentelijke monumenten en ook geen beeldbepalende panden6. De kerk is een belangrijk cultuurhistorisch gebouw in het door het Rijk aangewezen beschermde stadsen dorpsgezicht Langeberg.

5.8 De

Ecologie Wet

natuurbescherming

heeft

tot

doel

om

beschermde

flora-

en

faunasoorten en gebieden te beschermen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen tot gevolg hebben dat beschermde gebieden en/of beschermde soorten in het geding

komen.

Indien

dergelijke

soorten

aanwezig

zijn

en

door

de

voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wezenlijk worden bedreigd, kan het zijn dat er een ontheffing moet worden aangevraagd bij de Provincie Limburg. Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen binnen het bebouwde gebied van de gemeente Brunssum. Omliggende percelen hebben met name een woonbestemming. Het is niet ondenkbaar dat met de voorgenomen bouwplannen bepaalde planten dan wel dieren worden verstoord of verjaagd. Mede gezien het voormalig gebruik als kerk/ locatie waar mensen samen komen, de direct omliggende (woon)bebouwing

en

verharding

en

de

afwezigheid

van

betekenisvolle

groenvoorzieningen, worden ter plaatse van het plangebied geen (negatieve) effecten verwacht

op

de

direct in de

omgeving

bevindende

habitats,

ecosystemen en beschermde gebieden zoals de Ecologische Hoofdstructuur, Natura 2000 gebieden en beschermde Natuurmonumenten. Mede in dat kader kan er van uit worden gegaan dat overtredingen van de verbodsbepalingen niet aan de orde zijn en dat de Wet natuurbescherming ten aanzien van flora en fauna dus geen belemmering vormt voor de in dit plan voorziene ontwikkeling.

6 Het begrip beeldbepalende gebouwen wordt in de Omgevingsverordening Limburg 2014 in par. 2.2 (Duurzame verstedelijking), artikel 2.1.1 omschreven als: gebouwen met historische karakteristieken en/of deel uitmakend van een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988. Het kerkgebouw maakt onderdeel uit van een gebied dat als zodanig is aangewezen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

62

SMA-Advies

Soortenbescherming Ten aanzien van soortenbescherming loopt er sinds mei 2022 een langer lopend onderzoek dat doorloopt tot in 2024. Ter plaatse van het hoofdgebouw (huidige kerkzolder) zijn een aantal sporen van vleermuizen waargenomen. Uit het voorlopige resultaten van het onderzoek blijkt dat vleermuizen de kerkzolder gebruiken als verblijfplaats en dat de omliggende beeldbepalende bomen dienen als schakel tussen omliggende foerageergebieden. De opzet van het onderzoek en de voorlopige resultaten worden verder beschreven in par. 5.9.1.

5.9

Natuur en landschap

De Wet Natuurbescherming (Wnb) vormt in Nederland het wettelijke kader voor o.a. de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden. Projecten en andere handelingen die de kwaliteit van natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen, mogen niet plaatsvinden zonder vergunning (artikelen 2.7 en 5.6 Wnb). Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura-2000 gebied. Het dichtstbij gelegen Natura-2000 gebied (Brunssummerheide, gebiedsnr. 155) is gelegen op ca. 440 meter. Aannemelijk is het dat de voorgenomen ontwikkeling mede gezien de relatief grote afstand naar verwachting geen negatieve effecten op de omliggende groenzones heeft die behoren tot de oostelijk gelegen Natuurnetwerk Nederland (NNN- voormalig EHS) dan wel de Natura 2000-gebieden. Het achterliggende gebied “De landgraaf” op ca. 40 meter oostelijk gelegen van het plangebied, is een overgangszone naar het N-2000 gebied “De Brunsummerheide”. Gezien het gegeven dat de nieuwe woningen binnen de dimensies van een bestaand gebouw worden gerealiseerd, is het niet aannemelijk

dat

flora

en

fauna

ten

gevolge

van

de

voorgenomen

herbestemming wordt verstoord, ook niet bij het realiseren van nieuwe gevelopeningen. Een onderzoeksplicht is er vooralsnog niet. Alsdan kan dat separaat worden uitgevoerd. In het ecologisch onderzoek (zie par. 5.9.1) zal daar aandacht aan worden besteed. Op het gebied van natuur en landschap vormt het plan daarom geen belemmeringen. In ieder geval geldt voor dit plan een algemene zorgplicht (art. 1.11 Wnb) voor rond het plangebied aanwezige natuurwaarden.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

63

SMA-Advies

In dat kader dient zorg in acht te worden genomen voor Natura 2000 gebieden, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten.

5.9.1

Ecologisch onderzoek

Door Ecolybrium is een vleermuizen onderzoek opgesteld alsmede een plan van aanpak (kenmerk 22-1156 van 12 april 2022, zie bijlage 3) om zo tijdens de bouwfase de hinder voor vleermuizen tot een minimum te beperken zodat ze niet of zo min mogelijk worden verstoord. De verdere uitwerking daarvan vindt plaats in fase 2. In dat kader zal ook een vervolgonderzoek worden ingesteld om vast te stellen of er sprake is van aanwezigheid van flora en of fauna waarvoor bij de uitvoering van het project eventueel maatregelen voor moeten worden getroffen. Vervolg ecologisch onderzoek 2023-2024 Het vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van onder andere vleermuizen zal plaatsvinden vanaf mei 2023 en gaat door tot in 2024. Daartoe is aan Ecolybrium een vervolgopdracht worden verstrekt. Het vervolgonderzoek heeft met name betrekking op de uitpandige situatie om vast te stellen of er verblijfplaatsen zijn van gebouwbewonende soorten die

mogelijk onder

dakpannen verblijven, in holtes of in de bestaande muurconstructie. Tevens richt het vervolgonderzoek zich op de aanwezige zolders omdat daar mogelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn van (zeldzame soorten) vleermuizen. Uit

de

eerste

resultaten

van

het

vervolgonderzoek

blijkt

dat

in

de

dakconstructie van het hoofdgebouw grijze Grootoorvleermuizen aanwezig zijn. De vermoedelijke uitvliegplek is ergens aan de zuidgevel van het pand. De dieren vliegen direct vanuit het pand de omliggende boomkronen in. De bomen binnen het plangebied zijn daardoor essentieel voor het functioneren van het hoofdgebouw

als

verblijfplaats.

Van

verblijfplaatsen

van

andere

vleermuissoorten is nog niets gebleken. Uit de waarnemingen blijkt verder dat in de pastoriewoning en de direct daarnaast gelegen particuliere woning Gewone

dwergvleermuizen

aanwezig

zijn.

Verder

zijn

Laatvleigeres

waargenomen die rond het plangebied alleen jagen. Na afronding van het veldwerk zal de ontheffingsaanvraag verder gecompleteerd worden met een plan van aanpak om te zorgen dat de beoogde plannen gerealiseerd kunnen worden met behoud van aanwezige vleermuizen. De resultaten van het onderzoek zullen te zijner tijd separaat worden gerapporteerd

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

64

SMA-Advies

Soortenontheffing Wet natuurbescherming Bij de provincie Limburg, als bevoegd gezag, is op 30 augustus 2023 een soortenontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd om de voorgenomen werkzaamheden binnen het plangebied uit te kunnen voeren, ondanks dat ter plaatse van de zolderruimten voor de herinrichting zover geen werkzaamheden zijn voorzien. Op 31 augustus 2023 is de daarvoor te volgen procedure bevestigd (zie bijlage 3A).

5.9.2

Stikstofemissies bouwfase en realisatiefase

Op 2 november 2022 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (1-72021) in de Porthoszaak door de Raad van Staten vernietigd. Dat besluit regelde de daarin opgenomen resultaatsverplichtingen om uiteindelijk in 2035, 74%

stikstofemissie

te

reduceren.

Voor

bouwprojecten

in

de

bouw-/

aanlegfase was in het besluit een vrijstellingsregeling opgenomen. Deze

vrijstelling

is

komen

te

vervallen

waardoor

nu

ook,

naast

de

exploitatiefase voor de bouwfase, een stikstofberekening uitgevoerd moet worden om vast te stellen of deze van invloed zijn op stikstofdepositie ter plaatse van Natura-2000 gebieden. Aeriusberekening stikstofonderzoek Door MBH-consultants is op 22 november 2023 een stikstofonderzoek opgesteld voor de exploitatiefase. Het dichtbijgelegen voor stikstof gevoelige Natura-2000 gebied is gelegen op ca. 500 meter (Brunssumerheide). Daarbij is een van de uitgangspunten dat de woningen niet worden aangesloten op het aardgasnet. Na de transformatie wordt gebruik gemaakt van een gasloos energieconcept met alternatieve (niet fossiele) energiebronnen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de nieuwe gebruiksfase vinden tevens plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig Parkeren’(2018) en de parkeernota van de gemeente Brunssum. Uit het rapport blijkt dat het projecteffect op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j bedraagt. Er treden dus geen (significant) negatieve effecten op binnen het dichtstbij gelegen Natura-20000 gebied Brunssumerheide. Dat

betekent

ook dat er geen aanvraag

in

het

kader van de

Wet

natuurbescherming aangevraagd hoeft te worden. Geconcludeerd kan worden dat

stikstof

vooralsnog

geen

randvoorwaarde

vormt

voor

onderhavig

planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Akerstraat 91, Brunssum

65

SMA-Advies

5.10

Duurzaamheid en energie

In Nederland wordt er jaarlijks steeds meer stroom verbruikt, het merendeel daarvan is duurzame energie. Energie is duurzaam wanneer het opgewekt wordt door energiebronnen die niet schadelijk zijn voor het milieu en per definitie herbruikbaar zijn. Duurzame energie wordt steeds belangrijker omdat de fossiele brandstoffen steeds meer opraken. Energietransitie is het principe van het verschuiven van de energieopwekking van fossiel naar volledig duurzame energie. Onderhavig planvoornemen voorziet er in dat de benodigde energie in de exploitatiefase volledig wordt gehaald uit eclectische energie van hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie. Sinds 1 februari 2022 geldt de eis dat het gebruik van hernieuwbare energie verplicht is indien een ingrijpende renovatie plaatsvindt. De verplichting vloeit voort uit de EU-richtlijn Renewable Energy Directive II (RED II). Deze verplichting geldt alleen als meer dan 25% van de oppervlakte van de gebouwschil verandert. Bovendien moet de verandering op de integrale gebouwschil zijn uitgevoerd. Hernieuwbare energie (HE) is duurzame of groene energie die afkomstig is van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=a7f2e837-1578-4d18-aded-ff5bbdb79870