KNVB van idee naar werkelijkheid NIEUWBOUW.pdf
Tekst van het document
Bouwkundig constructeur De constructeur zorgt voor advies en berekenen van alle bouwkundige constructies. Deze adviseur wordt vanaf de start van het ontwerptraject bij het proces betrokken. Voor het verkrijgen van de bouwvergunning zijn constructieve berekeningen een vereiste.
Adviseur W en E Deze verzorgt het opstellen van een Programma van Eisen en/of het ontwerp van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties (o.a. verwarming, klimaatbeheersing, sanitaire installaties). Een aparte onafhankelijke adviseur is niet altijd noodzakelijk. De installateurs van de hoofdaannemer kunnen deze werkzaamheden eveneens verrichten op basis van een in het bestek opgenomen PvE. Indien in bouwteamverband wordt gewerkt zitten de installateurs in de ontwerpfase al aan tafel. Ad Bouwkundig constructeur en adviseur W en E Het inschakelen van een bouwkundig constructeur en een adviseur installaties vindt meestal pas plaats nadat een door de architect op te stellen voorontwerp gereed is en de beslissing is genomen om over te gaan tot het uitwerken van het detailontwerp. Het is echter niet onverstandig deze adviseurs al in de voorontwerpfase in te schakelen.
Bouwfysisch adviseur, tevens adviseur duurzaam bouwen Deze adviseur zorgt voor het berekenen van de Energie Prestatie Norm (EPN), de ventilatiebalans en de daglichttoetreding. Deze gegevens dienen bij de aanvraag om bouwvergunning te worden ingediend. De adviseur kan tevens een rol spelen bij de afweging in hoeverre het wenselijk is om duurzame technieken zoals zonneboilers en/of UV zonnecellen in het gebouw te integreren.
Arbo adviseur Adviseren in het kader van de Arbo wet. Het aanstellen van een aparte adviseur hiervoor is geen wettelijke verplichting.
3.12 Aansluitingen nutsvoorzieningen Veelal zal een sportpark zodanig gesitueerd zijn dat een clubgebouw niet op korte afstand komt te liggen van een straat, waarlangs uitleidingen (gas, elektra, water, riool) liggen. In dat geval moet rekening worden gehouden met aanzienlijk hogere kosten dan de standaardtarieven die de nutsbedrijven voor een aansluiting in rekening brengen. Dit kan oplopen tot enkele tienduizenden euro’s! Het is dan ook van groot belang in een zo vroeg mogelijk stadium zicht te krijgen in deze extra kosten, door al dan niet via tussenkomst van de gemeente, kostenramingen bij de nutsbedrijven op te vragen. Voorts dient nadrukkelijk te worden nagegaan of de aansluitingen (in het bijzonder elektriciteit en water) bij de aanvang van de bouw aanwezig kunnen zijn, zodat de aannemer hiervan gebruik kan maken. Indien dit niet het geval is, dit nadrukkelijk in het bestek vermelden om hoge extra kosten te vermijden. In dat geval kan mogelijk ook in het bestek worden opgenomen dat de aannemer verantwoordelijk is voor de aansluitingen. Voor het aanvragen van de aansluitingen moet de nodige tijd worden gereserveerd. Wellicht moet zelfs een inspraakprocedure plaatsvinden over het leidingtracé naar en zelfs op het sportpark.
Voor wat betreft de telefoonaansluiting behoeft geen rekening worden gehouden met hoge extra kosten, aangezien KPN hiervoor een standaardbedrag in rekening brengt. Afhankelijk van de ligging van de accommodatie ten opzichte van het kabelnetwerk kunnen de kosten voor een kabelaansluiting behoorlijk oplopen. In dat geval kan wellicht beter worden gekozen voor andere mogelijkheden (bijvoorbeeld schotelantenne, via de ether, via de telefoonlijn). Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 19
Van idee naar werkelijkheid
3.13 Planning en fasering Zodra de eerste globale ideeën wat meer vorm beginnen te krijgen ontstaat de behoefte om het in de initiatieffase opgestelde plan van aanpak op diverse punten nader uit te werken. Dit geldt vooral voor: a. het in kaart brengen van de verschillende processtappen b het besluitvormingsproces c. instemming van de welstandscommissie d. het inschakelen van nutsbedrijven e. de financiering: SWS, banken, gemeente Ad a Stroomschema activiteiten In het stroomschema in bijlage 2 zijn de verschillende te nemen stappen in het realisatieproces, zoals ze in deze handleiding worden behandeld, schematisch en in volgorde weergegeven. Benadrukt moet worden dat diverse stappen soms meerdere malen moeten worden doorlopen. Zo zal het toetsen van de haalbaarheid van de plannen wellicht op meerdere momenten plaatsvinden. Tevens zullen activiteiten die in het schema achter elkaar zijn gezet soms parallel kunnen verlopen. Dit geldt in het bijzonder voor het opstellen van het programma van eisen, dit zal gedurende het proces regelmatig worden aangevuld en bijgesteld. Ad b Besluitvorming Op diverse momenten in het ontwerpproces moet een raadpleging van de leden plaatsvinden dan wel is het aan te bevelen inbreng van de leden te vragen.
In het stroomschema zijn hiervoor twee momenten genoemd: - inbreng vragen bij het opstellen van een programma van eisen; - goedkeuring van het ontwerp en de bijbehorende financiering door de ledenvergadering. Daarnaast zullen op diverse momenten in het proces beslissingen gevraagd worden van het bestuur. Het is denkbaar dat op meerdere momenten een ledenraadpleging moet plaatsvinden, bijvoorbeeld als uitgaven moeten worden gedaan die het mandaat van het bestuur overschrijden. Dit kan het geval zijn bij het inschakelen van een architect of overige adviseurs. Ad c Instemming welstandscommissie Omdat het verkrijgen van instemming van de welstandscommissie voor het uit te voeren ontwerp niet altijd vlot verloopt en om onnodige ontwerpinspanning en daarmee gepaard gaande kosten te voorkomen, is het aan te bevelen deze commissie al in een vroeg stadium, op basis van bijvoorbeeld een schetsontwerp, in te schakelen. Ad d Inschakelen nutsbedrijven Voor het aanvragen van de aansluitingen moet de nodige tijd worden gereserveerd. Ingeval een inspraakprocedure moet plaatsvinden over het leidingtracé naar en op het sportpark is het aan te bevelen dit proces te starten zodra de hiervoor benodigde gegevens bekend zijn.
Ad e Financiering: SWS, banken, gemeente Als externe financiering noodzakelijk is en daarmee een borgstelling door de gemeente en de Stichting Waarborgfonds Sport moet hiervoor ruimschoots tijd worden ingepland. De toelichting in § 7.4 maakt dit duidelijk.
20 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
4 Ontwerp velden en infrastructuur 4.1 Inleiding In deze handleiding is als uitgangspunt genomen dat het ontwerp en de inrichting, evenals de aanleg en het onderhoud van velden en infrastructuur ter hand wordt genomen door de gemeente. Het is voor de vereniging van belang om bij dit proces betrokken te zijn. In het bijzonder is het zinvol om mee te denken over en inbreng te hebben in het formuleren van randvoorwaarden en uitgangspunten voor het ontwerp van het sportpark. Daarbij geldt dat een pro-actieve aanpak de voorkeur geniet. Zorg dat de vereniging vooraf de wensen op papier heeft, bijvoorbeeld in de vorm van een Programma van Eisen en breng deze in bij de gemeente. Om er zeker van te zijn dat de afspraken juist worden verwerkt is het nuttig het bestek voor de aanleg van het sportpark hierop vooraf te beoordelen. Verder is in de uitvoeringsfase regelmatig overleg met de gemeente nodig om tot afstemming te komen tussen de verschillende aannemers die werken in opdracht van de gemeente respectievelijk de vereniging. Daarbij spelen aspecten als toezicht op de uitvoering en een goede afbakening van verantwoordelijkheden. Bij het opstellen van het Programma van Eisen kan gebruik worden gemaakt van de informatie die in dit hoofdstuk is opgenomen. Verder is informatie over de inrichting van een voetbalaccommodatie terug te vinden in [KNVB, 2005a] en [Arko].
De gemeente zal wellicht ook teruggrijpen op richtlijnen en adviezen van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en Vereniging Sport en Gemeente (VSG).
4.2 Lay-out en inrichting sportpark 4.2.1 Mogelijke objecten In het kader van een pro-actieve aanpak is het aan te bevelen dat de vereniging vooraf een visie neerlegt over het gewenste aantal speel- en trainingsvelden en tevens met welke andere onderdelen en aspecten bij de ruimtelijke invulling van het sportpark rekening gehouden moet worden. Hierbij kan o.a. worden gedacht aan (checklist): - wedstrijd- en trainingsvelden (gras, kunstgras) - keeperhoek - uitloopstroken - pupillenveld, pannakooi, veldje met boarding - inrichting velden: ballenvangers, speelveldafzetting(en), doelen, dug-outs - lichtinstallatie(s): veld-, complex- en openbare verlichting - kantine/clubgebouw, terras - was- en kleedaccommodatie - opslagruimtes (o.a. materialen) - tribune, reclameborden, scorebord, etc.
- afvalbakken - entree, kassagebouwtje - looppaden - parkeervoorzieningen: auto’s, bussen, invalide parkeerplaatsen, fietsenstalling - tracé kabels en leidingen (let op, de ruimte boven kabels en leidingen mag niet worden bebouwd!) - mantelbuizen voor (toekomstige) bekabeling - beplantingen - hekwerken - (automatische) sproei- en beregeningsinstallatie - drainage Aandachtspunten: - sportpark ‘open’ of ‘gesloten’ - mogelijkheid afsluitbaar maken hoofdveld i.v.m toegangscontrole - beveiliging - beschikbaarheid bluswater (pompput en/of open water) - ligging van sloten ten opzichte van speelvelden - kwaliteit van de toegepaste materialen
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 21
Van idee naar werkelijkheid
4.2.2 Situering velden en kleed-/clubaccommodatie Aanbevelingen - bij voorkeur de kleed- en clubaccommodatie centraal op het sportpark situeren, met daaromheen de velden; dit bevordert de (sociale) controle, vergroot de gezelligheid, draagt bij aan de overzichtelijkheid en beperkt de loopafstanden; - het is aantrekkelijk om de kantine (met eventueel een terras) zodanig te situeren dat uitzicht bestaat op het hoofdveld; mogelijk kan een combinatie met een tribune worden gevonden; - op praktische gronden streven naar een zo kort mogelijke afstand van de kleedgelegenheid tot de speelvelden. Aanbeveling: hoofdveld tot maximaal 50 meter, overige speelvelden tot maximaal 150 meter. In de hoogste klassen van het amateurvoetbal wordt uit oogpunt van veiligheid een directe ligging van de kleedkamers aan het hoofdveld aanbevolen. Dit biedt de mogelijkheid om het spelerspad te kunnen afzetten; - in verband met de lage middagstand van de zon in de wintermaanden is voor een hoofdveld de meest gunstige situering die waarbij de lengteas globaal NNW-ZZO ligt; - bij de situering van het hoofdveld speelt tevens de plaats van een tribune een rol. In Nederland is de overheersende wind- en buienrichting west/zuidwest.
Een (hoofd)tribune wordt daarom bij voorkeur aan de west/zuidwestzijde van het veld geplaatst; - trainingsvelden: in verband met het dagelijks gebruik is een zo kort mogelijke afstand tussen kleedkamers en trainingsveld(en) gewenst. Dit heeft mede als voordeel dat de veldverlichting in de avonduren (een gedeelte van) de loopweg verlicht; - in verband met het zoekraken van ballen rekening houden met de ligging van de velden ten opzichten van watergangen en bossages; - in verband met de veiligheid op omgevende wegen, straten, spoorlijnen en particuliere tuinen kan het noodzakelijk zijn om op andere plaatsen dan achter de doelen ballenvangers te plaatsen. In dat soort situaties kunnen velden beter parallel aan dan haaks op deze aanpalende omgeving worden geprojecteerd; - het is aantrekkelijk om tussen de velden een afscheiding aan te brengen door middel van begroeiing en/of een lage aarden wal, ten minste langs de lange zijde van de velden. Dit zorgt voor een beschutte ligging, goede oriëntatie, goede begrenzing van de velden voor spelers en beperkte onderlinge verstoring van wedstrijden.
4.2.3 Sociale veiligheid Belangrijke aspecten die in dit kader een rol spelen zijn: - meervoudig gebruik van het sportpark; - verkeersveiligheid: fietsroute naar sportpark, veilige oversteekplaatsen; - zichtbaarheid: goede bewegwijzering naar en op het sportcomplex, voldoende verlichting langs toegangswegen en paden op het sportpark en rondom de gebouwen; - mogelijkheden tot afsluiting van het sportpark; hiermee kan vandalisme en diefstal worden beperkt. Afsluiten is soms in tegenspraak met de wens van de gemeente om het sportpark open te stellen voor gebruik buiten de wedstrijd- en trainingsuren; - plaats fietsenstalling: in verband met toezicht bestaat een voorkeur voor situering binnen de complexafscheiding en dicht bij het clubgebouw (visuele en sociale controle); - omgeving: in een aantrekkelijke omgeving voelen mensen zich eerder veilig. Een aantrekkelijke omgeving is in dit kader: goed onderhouden, schoon en zonder sporen van vandalisme. Daarnaast spelen kleur- en materiaalgebruik en aankleding een belangrijke rol bij de beleving van een sportaccommodatie.
4.2.4 Toegankelijkheid mindervaliden Het complex dient op zodanige wijze te zijn ontworpen dat het bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor gehandicapte gebruikers (sporters, leiders en bezoekers), zowel voor actief als passief gebruik. Dit betekent onder meer dat: - op het parkeerterrein in elk geval rekening wordt gehouden met parkeerplaatsen voor minder validen. Hierbij dient te worden uitgegaan van 2 procent van het totale aantal parkeerplaatsen met een minimum van één. De parkeerplaatsen liggen bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de toegang van het complex of als de parkeerplaats binnen de complexafscheiding is gelegen, zo dicht mogelijk bij de club- en kleedaccommodatie. - de accommodatie dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat in de route mogen geen hoogteverschillen en obstakels voorkomen; - elk toch voorkomend hoogteverschil groter dan 20 mm wordt overbrugd door hellingbanen of gelijkwaardige oplossingen. Zie voor meer informatie [Gehand, 2003] en www.cg-raad.nl
22 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
4.2.5 Parkeergelegenheid Aanbevelingen - rekening houden met parkeerfaciliteiten voor auto’s, fietsen, bromfietsen, scooters, minder validen, touringcars, brandweerwagen en ambulance Aandachtspunten - afweging parkeerterrein binnen of buiten het sportpark De gewenste grootte van het parkeerterrein hangt nauw samen met de omvang en de activiteiten van de vereniging en de mogelijke combinatie met andere sportaccommodaties. Verder speelt een rol in hoeverre gebruik kan worden gemaakt van parkeergelegenheid in de nabije omgeving van het sportpark, bijvoorbeeld parkeerplaatsen bij bedrijven of winkels. Een praktische aanpak om te komen tot het benodigde aantal parkeerplaatsen is om op de bestaande locatie tellingen te houden op de drukste bezoekdag en deze gegevens te extrapoleren naar de nieuwe situatie. In [KNVB, 2005a, hoofdstuk 26] wordt nog een aantal aspecten genoemd waarmee met het bepalen van het aantal parkeerplaatsen rekening kan worden gehouden. Of de gemeente bereid is het benodigde aantal parkeerplaatsen daadwerkelijk aan te leggen hangt af van het plaatselijke beleid. Doorgaans wordt een “conservatieve” schatting van de parkeerbehoefte aangehouden en meestal niet afgestemd zijn op de situatie bij sportverenigingen met een relatief grote jeugdafdeling.
Op zaterdag is het een komen en gaan van ouders! Voor de technische eisen die aan parkeervakken, aan- en afvoerwegen en opritten worden gesteld, wordt verwezen naar de door de stichting CROW opgestelde aanbevelingen [CROW, 2004] (www.crow.nl/asvv).
4.2.6 Aandachtspunten - aansluitingen op het openbaar vervoer (bushalte) - bereikbaarheid van het sportpark vanaf de openbare weg - extra uitgang sportpark die kan worden gebruikt als vluchtweg bij calamiteiten (brandweerwagen, ziekenauto) - rekening houden met aan- en afvoer publiek en ligging ten opzichte van de hoofdontsluiting - bereikbaarheid velden voor een ambulance - bewegwijzering/aanduidingen op het sportcomplex: richtingborden kantine, kleedlokalen en velden; overzichtsbord met ligging velden; overzichten speelprogramma, gebruik kleedlokalen en velden - zichtbaarheid scorebord vanaf tribune en kantine/terras - (verharde) looppaden (o.a. rond hoofdveld en kunstgrasvelden) - plaats banken en afvalbakken - rekening houden met de mogelijkheid van het aanbrengen van reclameborden - overwegen om (voldoende grote) mantelbuizen aan te leggen voor toekomstig gebruik (bijvoorbeeld bekabeling voor veldverlichting en geluidsvoorzieningen) - (rekening houden met de mogelijkheid tot) afschermen hoofdveld in verband met betalende bezoekers - het is aan te bevelen om bij kunstgrasvelden voor de hoekvlaggen buisjes met een binnenkoker toe te passen; de rubberinfill is dan eenvoudiger te verwijderen.
4.3 Wettelijke bepalingen, kaders, richtlijnen, procedures Bij de aanleg en inrichting van sportaccommodaties moet o.a. worden voldaan aan: - bestemmingsplan - Bouwbesluit - Bouwstoffenbesluit - Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer - Wet Milieubeheer (voorheen Hinderwet) - voorschriften brandweer: toegang sportpark, aanwezigheid bluswater - eisen en wensen van nutsbedrijven - eisen die volgen uit vergunningen
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 23
Van idee naar werkelijkheid
4.4 Bepalingen KNVB 4.4.1 Inleiding In de publicatie Kwaliteitsnormen voetbalaccommodaties [KNVB, 2005a] zijn door de KNVB regels, richtlijnen en aanbevelingen geformuleerd voor de uitvoering en inrichting van een amateur wedstrijd- en trainingsaccommodatie. Het gaat om een combinatie van reglementaire eisen (regels), algemeen aanvaarde richtlijnen en praktische aanbevelingen. Deze regels en richtlijnen kunnen ook worden aangetroffen in het Handboek Sportaccommodaties [NOC*NSF].
Status Regels moeten worden gezien als formele bepalingen met een verplichtend karakter afkomstig uit de spelregels, algemene- en wedstrijdreglementen en bestuursbesluiten van de KNVB. Regels moeten worden toegepast en kunnen worden afgedwongen. Onder richtlijnen en aanbevelingen worden uitvoering- en inrichtingaspecten beschreven, gebaseerd op algemeen gehanteerde uitgangspunten en praktische inzichten. Met richtlijnen en aanbevelingen geeft de KNVB aan op welke wijze een accommodatie het beste kan worden ingericht of uitgevoerd. Er bestaat over deze aspecten meestal ‘common sense’ met het bedrijfsleven en gemeenten. Men is echter vrij aanbevelingen wel, in het geheel niet of ten dele op te volgen. Aanbevelingen kunnen ook afkomstig zijn van andere organisaties (leveranciers, gemeenten etc.). Deze aanbevelingen voor voetbalaccommodaties worden dan door de KNVB onderschreven. Regels en aanbevelingen vormen samen de Minimumeisen. Deze zijn van toepassing op alle accommodaties van amateurvoetbalverenigingen conform het Reglement Wedstrijd Amateurvoetbal. In deze paragraaf zijn de meest relevante bepalingen, voor zover deze gelden voor het amateurvoetbal en ze van belang zijn voor de inrichting van het sportpark, kort samengevat.
4.4.2 Afmetingen speelveld Regels Amateurvoetbal (11-tallen): Pupillenvoetbal (7-tallen): Minipupillenvoetbal (4-tallen):
maximaal 105 x 69 meter, minimaal 100 x 64 meter maximaal 70 x 55 meter, minimaal 60 x 45 meter maximaal 40 x 30 meter, minimaal 30 x 20 meter
Aanbevelingen Ten minste één speelveld inrichten als hoofdveld met afmetingen 105 x 69 meter, overige velden 100 x 64 meter. Tussenliggende lengte- en breedtematen zijn toegestaan mits de lengte en breedte (globaal) in verhouding worden aangepast. In de praktijk worden de pupillenvelden dwars op grote velden uitgezet. Bij aanleg van zelfstandige pupillenvelden uit gaan van bovengenoemde maten. Aanbevolen wordt een lengte/breedte verhouding van 1,3 : 1 te hanteren. Velden voor minipupillenvoetbal worden uitgezet op een normaal speelveld. De KNVB acht de aanleg van zelfstandige veldjes voor deze categorie niet noodzakelijk.
4.4.3 Uitloopruimte Regels - binnen 4,00 meter buiten de belijning mogen geen obstakels (speelveldafzetting, tribune, lichtmasten, ballenvangers, gebouwen, vlaggenmasten etc.) worden geplaatste anders dan de tot het spel behorende voorzieningen; - de uitloopruimte bestaat in beginsel uit hetzelfde materiaal als het speelveld; - dug-outs mogen binnen de uitloopruimte worden geplaatst met de voorzijde op minimaal 3,00 meter uit de zijlijn; - bij zelfstandige pupillenveldjes minimaal 2,00 meter uitloop aanhouden. Aanbevelingen - afstand tussen twee naast elkaar liggende velden is minimaal 2 x 4 = 8 meter; mits geen obstakels aanwezig zijn, of in een later stadium worden geplaatst, kan de afstand tot minimaal 6 meter worden teruggebracht; - het is toegestaan om aan de binnenzijde van de veldafrastering een verhardingsstrook van max. 0,50 meter aan te brengen mits dezelfde hoogte wordt aangehouden.
24 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
4.4.4 Speelveldafzetting Regels - tenminste één speelveld moet voorzien zijn van een speelveldafzetting; - een speelveldafzetting is verplicht voor wedstrijden van senioren mannen in de standaardklassen, senioren vrouwen in de landelijke klassen en competitie A-, B- en C-junioren in (landelijke) divisies bij de jeugd (RWAV artikel 15 lid 6); - de speelveldafzetting dient op minimaal 4,00 meter uit de grenslijn te zijn aangebracht en rondom gesloten te zijn; - afgeronde hoeken zijn toegestaan mits de eis van 4,00 meter tot de hoekvlag in acht wordt genomen; - de hoogte bedraagt 0,90 tot 1,10 meter boven het maaiveld; - de constructie van de speelveldafzetting dient voldoende stevig te zijn. Aanbevelingen - in sommige gevallen is het praktisch een tweede veld te voorzien van een speelveldafzetting; - met de constructie rekening houden met het ophangen van reclameborden (hoogte, afstand, mogelijkheid voor het bevestigen, ruimte onder reclameborden en een verharding aanbrengen in verband met maaiwerk); - aanbevolen wordt om de leunbuis ter plaatse van de ballenvangers achter de doelen door te laten lopen in verband met het plaatsen van reclameborden.
4.4.5 Dug-outs Regels bij een hoofdveld dienen twee gescheiden dug-outs aanwezig te zijn; de dug-outs moeten op minimaal 3,00 meter uit de zijlijn aan dezelfde lange zijde van het veld worden geplaatst; de onderlinge afstand bedraagt minimaal 10,00 meter en maximaal 40,00 meter; het aantal zitplaatsen is gebonden aan de betreffende competitieregels; voor het amateurvoetbal betreft dit maximaal 11 personen. Aanbevelingen - bij plaatsing van dug-outs rekening houden met uitzicht voor toeschouwers, bijvoorbeeld direct naast de tribune of verdiept aanbrengen en/of toepassing van doorzichtige materialen; - dug-outs worden bij voorkeur aan de west- of zuidwestzijde geplaatst in verband met inwaaien en inregenen; - voor afmetingen wordt verwezen naar [KNVB, 2005a, hoofdstuk 11].
4.4.6 Spelerspad Zowel de ontvangende als de bezoekende vereniging is er voor verantwoordelijk dat voor, tijdens of na een wedstrijd de persoonlijke veiligheid van spelers en scheidsrechters wordt gewaarborgd (Besluit Ordemaatregelen). Hiertoe wordt aanbevolen publieksstromen en spelers te scheiden (spelerspad). Regels - tussen de ingang van het hoofdveld en de uitgang van de kleedgelegenheid dient een voldoende breed spelerspad aanwezig te zijn dat zonodig kan worden afgezet; - het spelerspad dient de korts mogelijke route te zijn van het speelveld naar de kleedgelegenheid. Aanbevelingen - bij aanwezigheid van een tribune de kleedlokalen bij voorkeur achter of onder de tribune aanbrengen of de ligging van het toegangspad vanuit de kleedlokalen naar het speelveld zodanig situeren dat een afscheiding van het publiek mogelijk is.
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 25
Van idee naar werkelijkheid
4.4.7 Ballenvangers Regels - ballenvangers dienen op ten minste 4,00 meter uit de grenslijnen te worden geplaatst. Aanbevelingen - ballenvangers zijn reglementair niet verplicht; aanbevolen wordt ballenvangers achter de doelen als standaarduitrusting van een speelveld te beschouwen vanwege: • verkeersveiligheid voor omgevende wegen • bescherming particuliere eigendommen; vooral in stedelijke omgeving is dit een belangrijk aandachtspunt • aanwezigheid van watergangen • bescherming parkeerterreinen • veiligheid medegebruikers en toeschouwers • regels voor aansprakelijkheid - het kan soms praktisch zijn ook aan de lange zijden ballenvangers te plaatsen, vooral op velden waar in de breedterichting wordt gespeeld of getraind; - voor afmetingen en constructie wordt verwezen naar [KNVB, 2005a, hoofdstuk 15].
4.4.8 Reclameborden Regels - reclameborden dienen op ten minste 4,00 meter uit de grenslijnen te worden geplaatst. Aanbevelingen - om onderhoudstechnische redenen de reclameborden niet tot op de grond laten doorlopen; - de strook grond onder de reclameborden verharden; - stevige en vochtbestendige materialen gebruiken (b.v. Trespa); - onder de reclameborden niet meer dan 20 cm ruimte laten zodat ballen er niet onderdoor kunnen; dit is in het bijzonder van belang bij toepassing van (hoge) leunhekken.
4.4.9 Veldverlichting Regels - voor het spelen van officiële wedstrijden bij kunstlicht in het amateurvoetbal dient de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte minimaal 150 lux (gebruikswaarde) te zijn; - de gelijkmatigheid (Eh-min : Eh- max) 0,60 en de kleurweergave (Ra) 60; - de lichtmasten dienen minimaal 4,00 meter uit de grenslijnen te worden geplaatst. Aanbevelingen - bij een wedstrijdverlichting op het hoofdveld uitgaan van een NEN-EN klasse II verlichting (min. 200 lux bedrijfswaarde); - voor het spelen van vriendschappelijke wedstrijden is een gebruikswaarde van 120 lux voldoende (verlichtingsklasse NEN-EN III cat. b); - voor trainingsvelden wordt geadviseerd een verlichtingssterkte van ten minste 75 lux (gebruikswaarde) aan te houden (NEN-EN klasse III, categorie a); - aanbevolen wordt hoge druk kwikjodidelampen met halogeniden van 2000 Watt of verbeterde versies te gebruiken; - bij het plaatsen van lichtmasten rekening houden met het zichtcomfort van het publiek (achter het publiek of de tribune); - rekening houden met de normen voor lichthinder voor de omgeving (zie Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichting en milieubeheer). In veel gevallen zal vooraf een lichtberekening noodzakelijk zijn. Lichttechnische tips De gelijkmatigheid kan worden geoptimaliseerd door de lichtbronnen langs het veld te spreiden.
Uitgaande van hetzelfde aantal lampen wordt met 4 masten per zijde een betere gelijkmatigheid gerealiseerd dan met 3 of 2 masten per zijde. Hoekmasten zijn alleen zinvol bij grote aantallen lampen of hoge tribunes langs het veld. Een juiste lichtpunthoogte is van invloed op de eventuele lichthinder voor de omgeving. In dat verband kan in kritische situatie beter van een hogere lichtpunthoogte worden uitgegaan. Uiteraard zal ook de keuze voor de armatuur op de situatie moeten worden afgestemd. Bij het ontwerp van lichtinstallaties dient rekening te worden gehouden met de zogenaamde nieuwwaardeindex. Om steeds aan de normwaarde (gebruikswaarde) te voldoen wordt geadviseerd bij het ontwerp een nieuwwaarde-index van 1,25 te hanteren. Voor meer informatie wordt verwezen naar [KNVB, 2005a, hoofdstuk 20] en [NSVV, 2000]. 26 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
4.4.10 Wedstrijdvelden Regels - het speeloppervlak dient te bestaan uit natuurgras of kunstgras; - de uitloopstroken behoren tot het speelveld en dienen aan dezelfde eisen te voldoen; - een kunstgrasveld dient bij ingebruikname voor officiële wedstrijden zijn voorzien van een keuringscertificaat van een door de KNVB erkend keuringsinstituut; - in het speeloppervlak mogen zich geen spelvreemde elementen te bevinden respectievelijk te worden aangebracht die gevaar kunnen opleveren voor de gebruikers; - in het speeloppervlak inclusief uitloopstroken mogen geen vaste reclame-uitingen, namen emblemen of logo’s te worden aangebracht. Voor een meer uitgebreide beschouwing wordt verwezen naar [KNVB, 2005a, hoofdstuk 22].
4.4.11 Trainingsvelden Aanbevelingen - een trainingsveld heeft bij voorkeur de afmetingen van een wedstrijdveld (ca. 100 x 64 m); - de speeleigenschappen dienen zoveel mogelijk overeen te komen met die van een wedstrijdveld. Dit houdt o.a. in: een droog, vlak, stevig en stroef oppervlak; - (intensief) gebruik moet mogelijk zijn, ook onder minder gunstige bodem- en weersomstandigheden; - speeleigenschappen behouden bij intensief gebruik en het wegvallen van de grasmat; - gemakkelijk te onderhouden.
kunstgrasveld
kunstgrasveld
6b
5b
6a
5a
6
5
P
club
gebo
uw
U bent nu hier
2
hoof
d vel
d
1 4
tribu
ne
3
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 27
Van idee naar werkelijkheid
Ten aanzien van de kwaliteit wordt ervan uitgegaan dat gebruik onder minder gunstige weer- en terreinomstandigheden tot de normale gebruiksomstandigheden behoort. De speeleigenschappen dienen daarbij gehandhaafd te worden. Gezien het aanmerkelijk zwaardere gebruik van trainingsvelden zijn de eisen die aan opbouw en het onderhoud van een trainingsveld worden gesteld, aanmerkelijk zwaarder dan bij een wedstrijdveld. In het bijzonder geldt dit voor de waterdoorlatendheid, ontwatering en stabiliteit van de toplaag. Afhankelijk van de natuurlijke bodemgesteldheid, schiet de ‘normale’ grasveldconstructie op genoemde punten veelal tekort. Bij de keuze van de constructie van het trainingsveld moet rekening worden gehouden met de gebruiksvorm. Bij trainingsvelden kunnen globaal twee categorieën worden onderscheiden. Er zijn trainingsvelden die uitsluitend voor training worden gebruikt. De constructie kan in een dergelijke situatie op het specifieke gebruik worden afgestemd. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met ander gebruik. Een belangrijk nadeel is echter het grotere ruimtebeslag. De tweede categorie trainingsvelden zijn de velden die meervoudig worden gebruikt. Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan wedstrijden, maar ook aan school- en buurtgebruik.
In dat soort gebruikssituaties zal de geschiktheid voor het spelen van wedstrijden (wedstrijdwaardigheid) gedurende het gehele seizoen altijd leidend moeten zijn. In veel situaties wordt er getraind op ‘gewone’ natuurgrasvelden die niet specifiek voor training zijn aangelegd. De gebruiksmogelijkheden zijn daardoor beperkt, zeker onder ongunstige bodemkundige omstandigheden (klei, veen, natte gronden, etc). In dat soort situaties wordt vaak gekozen voor een verbeterde grasveldconstructie (wetraconstructie) of een specifieke trainingsveldconstructie. In beide gevallen vormt zand de belangrijkste basis. Afhankelijk van de constructie en het gebruik kan worden uitgegaan van minimaal 400 uur tot maximaal 800 uur gebruik op jaarbasis. De belangrijkste vertegenwoordiger van de tweede categorie trainingsvelden is kunstgras. Dit type veld kan intensief en onder vrijwel alle weersomstandigheden voor wedstrijden en training worden gebruikt. Afhankelijk van de organisatorische invulling kan een trainingsgebruik tot circa 900 uur worden aangehouden. Tot deze categorie behoren ook de zogenaamde wetravelden. Dit zijn verbeterde grasveldconstructies met een minimale belasting van 400 uur per jaar en behoud van speeleigenschappen. Aangezien ‘wedstrijdwaardigheid’ een belangrijke voorwaarde is, zal het trainingsgebruik aan deze situatie moeten worden aangepast.
Overbespeling of gebruik onder ongunstige omstandigheden kan tot verlies van eigenschappen en aantasting van de constructie leiden. Meer actuele en technische informatie over de beschikbare constructies kan worden verkregen via de link Sportvloerenlijst op www.isa-sport.nl. Zie verder [KNVB, 2005a, hoofdstuk 23].
28 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
5 Ontwerp t/m bouw kleed- en clubaccommodatie 5.1 Inleiding In paragraaf 1.4 worden de verschillende te doorlopen fasen bij een nieuwbouwproject genoemd. De initiatieffase en de definitiefase zijn grotendeels behandeld in de hoofdstukken 2 en 3. Wat betreft de definitiefase wordt in dit hoofdstuk nog een nader uitwerking gegeven aan de invulling van het Programma van Eisen ten aanzien van ‘regels van derden’ en ‘ontwerpuitgangspunten’. Verder wordt voor de realisatie van de kleed- en clubaccommodatie uitwerking gegeven aan de fasen 3 t/m 6, respectievelijk ‘ontwerp’, ‘prijs- en contractvorming’, ‘uitvoering en oplevering’ en ‘beheer en onderhoud’.
5.2 Regels van derden 5.2.1 Wettelijke bepalingen, kaders, richtlijnen Bij de realisatie van een clubaccommodatie is de volgende wet- en regelgeving van belang, waarbij is aangegeven in hoeverre deze van belang is voor nieuwbouw van een sportaccommodatie: Woningwet - bepaalt de termijnen van de procedure bouwvergunning - geeft voorschriften voor de bouwaanvraag - regelt welstandstoezicht via welstandsnota gemeente Bouwbesluit - stelt eisen aan de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieubelasting. Hierin wordt bijvoorbeeld de breedte van de deuren bepaald, het vloeroppervlak van toiletten, de geluidswering van buitenwanden en toepassing van brandwerende-/vertragende wanden; - voor sportaccommodaties komen hier nog specifieke sporttechnische eisen bij vanuit de sportbond (in dit geval de KNVB) en NOC*NSF. N.B. Aangetekend moet worden dat de eisen van KNVB/NOC*NSF soms zwaarder zijn dan het Bouwbesluit. In dit verband worden de ventilatie-eisen van de natte ruimten genoemd.
Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) - hierin staan alle regelingen uit het bestemmingsplan - overzicht artikel 19 procedure (vrijstelling van het bestemmingsplan), hierop is bezwaar ven derden mogelijk Bestemmingsplan - stelt regels op voor gebruik van grond en gebouwen, geeft onder meer bebouwingsgrenzen, hoogten en dakvormen aan Arbowetgeving en Wet Ketenaansprakelijkheid - veiligheid op de bouw is ook de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever - dit geldt ook voor zaken als afdracht van sociale premies in de bouw Normen, keurmerken en certificaten - normen van nutsbedrijven, NEN-normen, KOMO-keur, KEMA-keur, KIWA-keur en alle sporttechnische keurmerken en certificaten Milieuwetgeving - sommige eisen zitten al in het Bouwbesluit of er zijn aparte regelingen zoals het Bouwstoffenbesluit Nadere informatie is onder meer terug te vinden op: www.vrom.nl
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 29
Van idee naar werkelijkheid
5.2.2 Benodigde vergunningen Op basis van de in § 5.2.1 opgesomde wet- en regelgeving moeten bij de gemeente onder meer de volgende vergunningen worden aangevraagd: - bouwvergunning - sloopvergunning, indien van toepassing - gebruiksvergunning - kapvergunning, indien van toepassing - inrit- of uitritvergunning - steigervergunning (regels zijn vastgelegd in de APV, Algemene Plaatselijke Verordening) - horecavergunning Bij het gebruik van het gebouw moet rekening worden gehouden met: - Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer - Besluit inrichting Drank- en Horeca - Keuringsdienst van Waren - richtlijnen KNVB [KNVB, 2008] - bepalingen in het kader van de Wet Milieubeheer (voorheen Hinderwet) Als het gebouw wordt ingericht voor functies zoals kinderopvang moet rekening worden gehouden met aanvullende eisen, ondermeer van GG&GD en brandweer. Bij alle vergunningen geldt dat deze bij de daartoe bevoegde instanties dienen te worden aangevraagd. Dat is niet bij alle gemeenten gelijk. Veelal is de nodige informatie te vinden op een website van de gemeente of te verkrijgen bij het gemeentehuis. Houdt er rekening mee dat met het vergunningtraject de nodige tijd en kosten zijn gemoeid. Belangrijk is ook in dit traject, in samenwerking met de architect, tijdig de commissie welstand te benaderen.
Ad Bouwvergunning Een bouwvergunning is nodig voor alle vaste opstallen: clubgebouw, tribune, kassahokje, lichtmasten, vlaggenmasten (indien hoger dan 5 meter) e.d. Belangrijke informatie, inclusief een te downloaden aanvraagformulier, is te vinden op www.vrom.nl/bouwvergunningen_online. Veelal kan via de website van de gemeente naar deze site worden doorgeklikt. Aanvraag van de bouwvergunning voor het gebouw wordt over het algemeen geregeld door de architect of soms door de bouwer. De opdrachtgevende vereniging blijft echter eindverantwoordelijk. Architecten en bouwers gaan er meestal van uit dat zij op dit punt slechts een inspanningsverplichting hebben. Het plan wordt naar de gemeente verstuurd die voor een reguliere vergunning binnen 12 weken een beslissing moet nemen over de aanvraag. In bijzondere omstandigheden kan deze termijn worden verlengd. Hiervoor is een standaardformulier opgesteld met een opsomming van de benodigde bijlagen. Als er iets ontbreekt, moet de gemeente dit binnen 4 weken laten weten. Er mag niet eerder met de bouw worden begonnen dan nadat de bouwvergunning is verleend. Het advies is om voorafgaand aan het indienen van een aanvraag eens langs te gaan bij de betreffende instantie voor een vooroverleg. Bedenk, dat aan het aanvragen van een bouwvergunning in veel gevallen behoorlijke financiële consequenties (leges) zijn verbonden.
Ad Gebruiksvergunning In de gebruiksvergunning worden eisen gesteld met betrekking tot de veiligheid van de personen die zich in het pand bevinden. Meestal staat in de gemeentelijke Bouwverordening omschreven in welke gevallen een gebruiksvergunning nodig is. Dit betreft veelal gebouwen waarin meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn. Bij sportcomplexen is dit vrijwel altijd het geval. De vergunning houdt doorgaans in de verplichting tot het installeren van brandveiligheidinstallaties en deze te onderhouden en te controleren. Ook zijn in de vergunning voorschriften opgenomen met betrekking tot vluchtwegen. De vergunning moet bij de gemeente (veelal via de brandweer) worden aangevraagd en heeft een belangrijke relatie met de brandveiligheidseisen die in de bouwvergunning worden geregeld. Van groot belang is te beseffen dat niet eerder activiteiten in het clubgebouw mogen plaatsvinden dan nadat de vergunning verleend is. Het is van belang tijdig met de brandweer te overleggen aan welke eisen in het kader van de gebruiksvergunning moet worden voldaan, omdat dit ook het voldoen aan bouwkundige eisen kan inhouden, die niet in het kader van de bouwvergunning worden geëist. De brandweer kan onder andere eisen dat voor een gebouw een vluchtplan of ontruimingsplan wordt gemaakt.
Een dergelijk plan houdt veelal in dat op duidelijk zichtbare plekken moet worden aangegeven wat men moet doen in geval van alarm, brand, ernstig ongeval of een ontruiming. Op strategische plaatsen komen verder overzichtsborden van het gebouw te hangen met daarop de vluchtroutes, brandinstallaties, verbandtrommel, ed. 30 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
In de meest uitvoerige versie moet er ook organisatorisch ontruimingsplan worden gemaakt waarin de taken en verantwoordelijkheden van bepaalde functionarissen worden beschreven. . Via www.knvb.nl/ondersteuning_clubbesturen kan een model ontruimingsplan worden gedownload. Dit model omvat naast de nodige informatie model voor een draaiboek en de verschillende plattegronden. Ad Horecavergunning De horecavergunning spreekt voor zich. Deze moet op naam staan van diegene(n) die verantwoordelijk is voor de exploitatie van de kantine. Ad wet Milieubeheer Voor clubgebouwen geldt in de meeste gevallen dat een melding in het kader van de Wet Milieubeheer moet worden gedaan. Het betreft het geven van informatie over lozingen, verkeersgevolgen, etc. Het daartoe geldende meldingsformulier is bij de gemeente te verkrijgen.
5.2.3 Toegankelijkheid mindervaliden Om toegankelijk en bruikbaar te zijn voor minder validen dient een kleed- en clubaccommodatie aan de volgende eisen te voldoen: - hoogteverschillen groter dan 20 mm moeten zoveel mogelijk worden vermeden - elk toch voorkomend hoogteverschil dient te worden overbrugd door hellingbanen of gelijkwaardige oplossingen - indien publiekstoegankelijke ruimten op een verdieping zijn gelegen, dan moeten deze middels een (trap)lift bereikbaar zijn - de gangen moeten minimaal 1,5 meter breed zijn - dorpels dienen maximaal 20 mm hoog te zijn en bij voorkeur afgerond - de doorgangen en deuren moeten een netto doorgangsbreedte hebben van minstens 0,9 meter - er dient voor de bezoekers minimaal één aangepast toilet te worden opgenomen, uitgevoerd volgens de daarvoor geldende regels. Het is mogelijk om het dames- en mindervalidetoilet te combineren. Zie voor meer informatie [Gehand, 2003] en www.cg-raad.nl.
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 31
Van idee naar werkelijkheid
5.2.4 Bepalingen KNVB In [KNVB, 2008] is veel nuttige informatie opgenomen voor het ontwerp van een kleed- en clubaccommodatie. Hierna is een deel van deze informatie samengevat.
Toegankelijkheid ruimten Bij verenigingsaccommodaties wordt onderscheid gemaakt tussen publiektoegankelijke ruimten (kantine, centrale toiletten, tribune), sportertoegankelijke ruimten (kleedruimten, scheidsrechterruimte, fysio-/massage-/EHBO ruimte) en dienst- of overige ruimten (magazijn, werkplaats, technische ruimten). Deze ruimten moeten bij voorkeur onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren en dienen daarom onafhankelijk van elkaar toegankelijk te zijn.
Publiektoegankelijke ruimten De publiektoegankelijke ruimten zijn bij voorkeur benaderbaar vanuit een centrale toegangshal. Bij voorkeur zijn de entrees tot de bestuurskamer- en commissiekamer(s) en het wedstrijdsecretariaat ook vanuit hier bereikbaar.
Sportertoegankelijke ruimten De sportertoegankelijke ruimten dienen altijd van buitenaf bereikbaar te zijn. Dit kan zowel rechtstreeks als via een centrale gang, waar de kleedkamers op uitkomen. Als de kleedruimten aan een centrale gang zijn gelegen, verdient het aanbeveling deze omwille van de interne bereikbaarheid, op de centrale toegangshal aan te sluiten. Middels een afsluitbare deur tussen beide ruimten blijft de mogelijkheid behouden de sporters- en publiekstoegankelijke ruimten onafhankelijk van elkaar te laten functioneren. Bij het ontwerp moet er rekening mee worden dat bij het afsluiten van de publiektoegankelijke ruimten en die voor de sporters, er voldoende gescheiden vluchtroutes overblijven. De brandweer zal het bouwplan op dit punt controleren. De fysio-/massage-/EHBO ruimte moet onafhankelijk van de publiektoegankelijke ruimten kunnen functioneren. Deze ruimte kan van buitenaf of via een centrale gang toegankelijk zijn. In verband met afvoer van geblesseerde sporters dient de ruimte goed bereikbaar te zijn voor ambulance en/of personenauto. De ruimte moet voor EHBO-diensten ook voor het publiek bereikbaar zijn.
Dienstruimten Deze ruimten zijn in beginsel niet toegankelijk voor publiek en sporters, maar voor de betreffende medewerkers van de vereniging. Deze ruimten dienen goed afsluitbaar te zijn en kunnen zowel van binnen als van buitenaf toegankelijk zijn. Zo moet bijvoorbeeld het bij de horecaruimte behorende magazijn op eenvoudige wijze en bij voorkeur direct van buitenaf (dus niet via de publiektoegankelijke ruimte) kunnen worden bevoorraad. Hetzelfde geldt voor de werkruimte voor de vrijwilligers.
Publiekstoiletten - het clubgebouw dient over aparte publiekstoegankelijke toiletgroepen voor dames en heren te beschikken die zich in de directe nabijheid (centrale hal) van de kantineruimte bevinden; - de combinatie van spelers- en publiekstoiletten is niet toegestaan; - aanbrengen mindervalidentoilet (MIVA) en dit te combineren met een voorziening voor babyverzorging (normen, indeling en afmetingen zie [KNVB, 2008] - de KNVB te hanteert voor de verhouding mannelijke en vrouwelijke bezoekers 4:1; - voor het bepalen van het aantal toiletten gaat de KNVB uit van 1 toilet en 2 urinoirs per 200 mannen en 1 damestoilet per 60 vrouwen (normen, indeling en afmetingen zie [KNVB, 2008].
Sporterstoiletten - de scheidsrechters moeten kunnen beschikken over een eigen toiletvoorziening die niet met de sporters of het publiek gedeeld hoeft te worden; - vanwege hygiëne, het schoonhouden van de kleedruimten en uit kostentechnische overwegingen is het aan te bevelen de toiletten te groeperen in een aparte ruimte buiten de kleedruimten; in dat geval kan een aantal toiletten worden vervangen door urinoirs en kan bij grotere aantallen kleedkamers het totaal van toiletten en urinoirs minder zijn dan het aantal kleedlokalen [KNVB, 2008].
Kleedaccommodatie Regels - per speelveld moeten tenminste twee en bij voorkeur vier afzonderlijke kleed/wasruimten beschikbaar zijn; voor de scheidsrechters dient voldoende afzonderlijke kleed/wasruimte beschikbaar te zijn; in § 3.9 is ingegaan op het bepalen van het aantal kleedlokalen; - de kleedgelegenheid dient qua inrichting, afmeting en uitvoering te voldoen aan de ‘Richtlijnen voor kleedaccommodaties van de NOC*NSF/KNVB’ - de kleedruimten en wasruimten hebben een directe relatie met elkaar middels een open verbinding; elke kleedruimte heeft bij voorkeur een eigen was (douche)ruimte - Indien de kleed-/wasruimten rechtstreeks van buitenaf toegankelijk zijn, moet rekening worden gehouden met de mogelijke inkijk in deze ruimten en het optreden van tocht (portaal). 32 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
Aanbevelingen - uit oogpunt van inbraakpreventie, sociale controle en onderhoud kleedkamers situeren aan een centrale gang, met één centrale uitgang naar de velden - een dergelijke opzet biedt de mogelijkheid toiletvoorzieningen centraal, buiten de kleedkamers te situeren; dit geldt overigens niet voor de scheidsrechtersruimten - het is gewenst om voor scheidsrechters en spelers te voorzien in goed afsluitbare kasten of safety-boxen; dit kan zowel binnen de kleedkamers als in een centrale ruimte - rekening houden met mogelijk inkijk, in het bijzonder belangrijk bij dameskleedkamers - bij onvoldoende kleedkamer moeten kledingkasten of teamlockers worden overwogen; per kleedkamer twee stuks en in de directe nabijheid (op de gang)
5.3 Ontwerpuitgangspunten 5.3.1 Afwegingen bij het ontwerp - clubgebouw en kleedaccommodatie gescheiden of combineren in één gebouw, één of meerdere bouwlagen, combineren met tribune etc. - in hoeverre rekening houden met samenwerking met andere verenigingen en combinatie van functies (bijvoorbeeld kinderopvang) - flexibiliteit indeling ruimtes (bijvoorbeeld kantine opdeelbaar maken); - in hoeverre rekening houden met uitbreidingsmogelijkheden (fundering volledig, bepaalde ruimtes alleen in casco) - vertaling ambities en beleid van de vereniging (zie § 3.2) naar ontwerp. Op basis van de bovenstaande afwegingen kan een aantal uitgangspunten voor de verdere invulling van het ontwerp worden geformuleerd. In onderstaand kader wordt hiervan een voorbeeld gegeven. Voorbeeldtekst ontwerpuitgangspunten - De nieuwe accommodatie moet minimaal dezelfde kwaliteit hebben als de huidige. - De clubaccommodatie en de was- en kleedaccommodatie onderbrengen in één gebouw. De voordelen daarvan zijn: comfortabel, een goede bereikbaarheid vanuit de kantine, meervoudig ruimtegebruik, ruimtebesparing en kostenbesparend t.a.v. bouw en beheer. - Bij het invullen van de benodigde ruimtes wordt de functionaliteit als eerste prioriteit gezien; dit geldt vooral voor het aantal en afmetingen van kleedlokalen, douches, toiletten, EHBO-ruimte, materiaalberging e.d.
- Het wordt van groot belang geacht om, ondanks de groei van de vereniging en de daarmee gepaard gaande opschaling van de (kantine)ruimte, de gezelligheid te bewaren. Dit kan onder meer worden bereikt door de kantineruimte zodanig in te delen dat naar behoefte een kleiner deel separaat kan worden gebruikt, bijvoorbeeld op trainingsavonden en speeldagen met een beperkt programma. - In het kader van efficiency moet er naar worden gestreefd de verschillende ruimten zodanig in te delen en op elkaar af te stemmen dat flexibel kan worden ingespeeld op een wisselende behoefte. - Rekening houden met gehandicapten/rolstoelgebruikers. - Uitgaan van aparte toiletgroepen per bouwlaag; op de begane grond een groep die behoort bij de kleedkamers en specifiek bestemd is voor de voetballers; op verdiepingsniveau een toiletgroep die bestemd is voor bezoekers en gebruikers van het horeca gedeelte. Hierbij rekening houden met rolstoelgebruikers. - Streven naar gebruik van onderhoudsarme materialen en rekening houden met energiebesparing. - Rekening houden met inbraakbescherming. - Situering gebouw zodanig dat tribuneaanbouw mogelijk is; hierbij rekening houden met voldoende afstand uit de zijlijn en de mogelijkheid van doorgang publiek. - Rekening houden met toekomstige verlichting hoofdveld, plaats lichtmasten. - Op de begane grond, i.v.m.
energiebesparing en beperking schoon maken, rekening houden met een afsluitbaar deel voor gebruik op trainingsavonden. - De kantine en het terras moeten goed bereikbaar zijn, ook voor kinderwagens, rolstoelen, bevoorrading ed. - Streven naar ramen in meer dan één zijde van de kantine, zodat ook zicht is op andere velden mogelijk is. Het zicht op de velden mag niet ten koste gaan van de sfeer in de kantine. - Er bestaat een voorkeur voor een centrale entree op de begane grond die toegang geeft tot de kleedaccommodatie en tevens via een inpandige opgang tot de eerste verdieping (kantine, vergaderruimten). - De mogelijkheid bezien van een directe spelerstoegang vanuit de kleedaccommodatie naar het hoofdveld. - Bij de toepassing van materialen rekening houden met de wens dat het gebouw een ‘warme, gezellige’ uitstraling heeft. Toepassing van een dakhelling vanwege esthetiek en het ‘teruglopen’ van ballen.
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 33
Van idee naar werkelijkheid
5.3.2 Inventariseren gewenste functies Clubgebouw Bij het ontwerp van het clubgebouw moet rekening worden gehouden met een aantal vooraf te definiëren ruimtes en functies (checklist): - horeca en catering - gelegenheid tot vergaderen - ontvangst sponsoren en gasten bezoekende clubs - kantoorfunctie - toiletgroepen bezoekers - garderobe - opslag horeca - opslag sporttassen - opslag terrasmeubilair
34 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Van idee naar werkelijkheid
Kleedaccommodatie In een kleedaccommodatie kunnen de volgende functies en ruimtes worden onderscheiden: - was- en kleedgelegenheid spelers en scheidsrechters - toiletgroepen spelers - gelegenheid voor wassen en drogen kleding - fysio-/massage-/EHBO ruimte - uitgifte van thee, sleutels en ballen - opslag spelmaterialen - team lockers (kledingkasten)
Dienstruimten Daarnaast kunnen nog diverse functies en ruimten worden onderscheiden die in één van beide ruimten kunnen worden ondergebracht: - (ruimte voor) technische installaties - opslag van onderhoudsmachines, kalkwagen, reservematerialen - werkplaats voor vrijwilligers - opslag (reserve)tenues
Vertaling functies naar ruimtes Om invulling te geven aan de gewenste functies kunnen verschillende ruimtes worden gedefinieerd. Daarbij is het zinvol om na te gaan in hoeverre meerdere functies in dezelfde ruimte kunnen worden ondergebracht. Vervolgens kan per ruimte worden aangegeven: - de gewenste vorm en afmeting - de situering binnen het gebouw - gewenste verbinding met andere ruimtes - het voorziene gebruik van de ruimte - wensen ten aanzien van de inrichting. In onderstaand kader is als voorbeeld een dergelijke invulling gegeven voor de kantoorfunctie. Voor een meer uitgebreide invulling kan het Programma van Eisen dat is opgesteld door de voetbalvereniging De Meern [VVdM, 2003] als voorbeeld dienen (op aanvraag verkrijgbaar). Voorbeeld indeling kantoor Afmeting en situering - oppervlak circa 20 m2 - directe verbinding met hal - in de buurt van vergaderruimtes Gebruik - administratie (secretariaat) - vergaderruimte voor kleine groepen (o.a. commissies) - ‘omroepkamer’ ( situeren met zicht op de velden, m.n. het hoofdveld) - archiefruimte - printen en samenstellen clubblad Inrichting - computer (met internetaansluiting), printer - ADSL of ISDN aansluiting - telefoon, fax - antwoordapparaat afgelasting - evt. kopieermachine; faciliteiten voor samenstellen (en drukken) clubblad - bureau + benodigdheden - kleine bespreektafel met stoelen
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 35
Van idee naar werkelijkheid
Voorzieningen kinderdagopvang In veel gevallen worden in sportcomplexen bepaalde ruimtes multifunctioneel gebruikt. In dat kader is buitenschoolse opvang op sportcomplexen een zich uitbreidend fenomeen. Ook commerciële organisaties hebben interesse om kinderdagopvang van 0 tot 4 jaar op sportcomplexen te realiseren. Aanbevelingen - Zorg in die gevallen vroegtijdig contact op te nemen met de verantwoordelijke gemeentelijke instanties zoals de GG & GD, omdat hier de eisen bijzonder hoog liggen en de kosten bij een slechte voorbereiding snel uit de hand kunnen lopen. - Zorg dat, gezien de snelle wijzigingen die in deze branche aan de orde zijn, harde afspraken met alle partijen worden gemaakt over welke normen worden gehanteerd in de bouwfase en vastleggen dat eventueel optredende wijzigingen na de gesloten overeenkomst voor rekening komen van de commerciële partij.
5.3.3 Relatie tussen ruimtes Bij het ontwerpen van een gebouw is het belangrijk om tot een logische indeling te komen. De ontwerper moet weten welke ruimten bij elkaar moeten komen te liggen, ruimten die persé niet bij elkaar moeten liggen en ruimte die een buiteningang moeten hebben. Met een relatieschema of een relatiematrix kan de gewenste en niet gewenste relatie tussen de verschillende ruimten worden weergegeven. In bijlage 3 is een voorbeeld gegeven van een relatiematrix van een kleedclubgebouw. Het gaat om een gebouw waarbij de kleedkamers aan een centrale gang zijn gelegen. In bijlage 4 is voor een concreet geval - een gebouw met meerdere bouwlagen - invulling gegeven aan de verdeling van de ruimten over de verschillende bouwlagen, de gewenste afmetingen en de relatie tussen de ruimten. Bij het uitwerken van het ontwerp zal blijken dat niet altijd aan alle wensen tegemoet kan worden gekomen. In dat geval moet een consensus worden bereikt tussen wenselijkheid en haalbaarheid.
Als wordt uitgegaan van twee bouwlagen zou de verdeling van ruimtes er als volgt uit kunnen zien (checklist): Buitenzijde gebouw - opslag materialen - vuilcontainer - papiercontainer - aanbouwtribune - publicatieborden Inrichting begane grond - entree - centrale hal spelersruimte - was- en kleedruimten spelers en scheidsrechters - toiletvoorzieningen - fysioruimte - EHBO / massageruimte - keukenberging en fustruimte - wasruimte en opslag kleding - uitgiftepunt thee sleutels ed. - berging spelmaterialen - installatieruimte - werkplaats - werkkast
36 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex
Indeling verdieping - hal - lift - kantine - jeugdhonk - terras - sponsorruimte - keuken - toiletvoorzieningen - instructie / vergaderruimte - bestuurskamer - wedstrijdsecretariaat - omroepkamer - ruimte wedstrijdbesprekingen - kantoor - opslagruimte
Van idee naar werkelijkheid
5.3.4 Overige aandachtspunten Checklist: - inrichting legionella veiligheid, in het kader van de zorgplicht (op dit onderwerp wordt nader ingegaan in § 5.4.3 en § 6.7) - vluchtwegen (zie ook § 5.2.2) - beveiliging tegen inbraak - plaatsing camera’s i.v.m toezicht - brandbeveiliging - architectuur - huisstijl gehele sportcomplex - geluid- en omroepinstallatie; bereikbaarheid gehele complex? - TV ontvangst: kabelaansluiting, schotel of ether - onderhoudsarme inrichting - sleutelplan, toegang gebouw en ruimtes, elektronische pasjes
5.4 Ontwerp 5.4.1 Inleiding Het maken van het ontwerp voor een clubgebouw is een proces dat ‘van grof naar fijn’ verloopt en waarbij (delen van) de ontwerpcyclus soms diverse malen moet worden doorlopen. Er kunnen verschillende stappen worden onderscheiden: - schetsontwerp - voorlopig ontwerp (ook wel voorontwerp genoemd) - definitief ontwerp - bouwvoorbereiding: aanvragen bouwvergunning, goedkeuring welstand, aanbestedingsdossier (bestek + tekeningen, inschrijfbiljet, bouwbegroting) - prijs- en contractvorming: selectie uitvoerende partij(en), aanbesteding en opdrachtverlening - uitvoering en oplevering (contractbeheersing, omgevingsmanagement) Om het proces te sturen is het aan te bevelen vooraf een projectleider aan te stellen die het nodige mandaat heeft. Van essentieel belang voor de start van het ontwerpproces is een goed Programma van Eisen (PvE) en een vastgesteld beschikbaar budget. Het PvE dient alle wensen van de vereniging te bevatten die van belang zijn voor de indeling en functies van het gebouw, zoals aantallen en afmetingen kleedkamers, materiaalberging, kantine + keuken, vergaderruimtes, eventueel terras en tribune, enz. Dikwijls zal pas in de loop van het proces volledige duidelijkheid ontstaan over het beschikbare budget.
Het is daarom van belang om na elke ontwerpfase een kostenraming te maken en deze te vergelijken met de nieuwste inzichten ten aanzien van het beschikbare budget. Aan de hand daarvan kan worden besloten of de volgende fase kan worden ingegaan ofwel dat aanpassingen in het ontwerp nodig of wenselijk zijn. Het is aan te bevelen om vanaf de start van het ontwerpproces alle relevante adviseurs zoals architect, installatieadviseur, constructeur en zonodig adviseurs bouwfysica en duurzaam bouwen erbij te betrekken. Het is namelijk belangrijk dat het ontwerpproces met gelijktijdige inbreng van alle disciplines verloopt om kostbare noodzakelijke aanpassingen in een later stadium te voorkomen. Indien gekozen is voor een bouwteam, zal ook de aannemer, samen met de installateur(s) van het begin af bij dit proces betrokken zijn. Aandachtspunten - Het is belangrijk om tijdig contact te onderhouden met de commissie welstand. De praktijk leert dat de commissie soms heel anders naar een ontwerp kijkt dan de toekomstige gebruikers van een sportgebouw. Goede functie-indelingen in het gebruik (multifunctioneel ) kunnen daarin heel vaak een punt van discussie zijn. In de planning kan dat tot vertraging leiden omdat de welstandcommissie veelal haar vaste cyclus heeft in het beoordelen van nieuwe bouwplannen.
- Bij het ontwerp als uitgangspunt meenemen dat het gebruik van het gebouw door grote groepen (jeugdige) sporters een risico inhoudt voor beschadigingen en/of moedwillige vernielingen. Daarom zoveel als mogelijk ‘vandaalbestendig’ ontwerpen. Tevens veel aandacht besteden aan materiaalgebruik dat hygiënisch verantwoord en relatief gemakkelijk schoon te houden is.
Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 37
Van idee naar werkelijkheid
5.4.2 Schetsontwerp en voorlopig ontwerp In de fase van ‘schetsontwerp’ wordt in een ‘vlekkenplan’ de ligging van de verschillende ruimtes ten opzichte van elkaar aangegeven. Aan de hand daarvan kan worden bepaald of de indeling voldoet aan de gedachten zoals die in het Programma van Eisen zijn verwoord. Op het moment dat alle ruimtes een plek hebben gekregen en de relatie tussen de ruimtes voldoet wordt het ‘vlekkenplan’ omgezet in een plattegrond. Het is verstandig om de plattegrond te toetsen aan de eisen van NOC*NSF en het Bouwbesluit. Ook globale ruimtelijke schetsen (uiterlijk aanzicht) vormen onderdeel van het ‘schetsontwerp’. Na vaststelling van het schetsontwerp wordt dit verder uitgewerkt tot ‘voorlopig ontwerp’ (VO). In het VO worden ook de materialen vastgesteld. Op basis van het VO, dat wellicht een aantal keren moet worden aangepast, zal in de meeste gevallen de architect overleg plegen met (het secretariaat van) de gemeentelijke Welstandscommissie om na te gaan of het ruimtelijke ontwerp past in hun visie met betrekking tot de randvoorwaarden van het vigerende bestemmingsplan. Hiermee kunnen problemen bij de definitieve bouwvergunningsaanvraag worden voorkomen.
Vóórdat met het definitieve ontwerp wordt gestart en dus verdere kosten worden gemaakt is het van belang om een globale kostenraming op te stellen en na te gaan of een en ander past binnen het beschikbare budget. Het betreft een kostenraming voor zowel het bouwkundige deel als de ‘vaste’ installaties (sanitair, elektra, verwarming en evt. luchtbehandeling). Ook aanschaffingen zoals keukenapparatuur, barinstallaties, audio- en videoapparatuur, etc. moeten in de kostenraming worden betrokken.