CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

KNVB van idee naar werkelijkheid NIEUWBOUW.pdf

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente BrunssumBij agendapunt: Accommodatie De Leeuw; Gemeenteblad 2021/3830.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Van idee naar werkelijkheid Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

Colofon Tekst: Piet Eversdijk (v.v. De Meern) Peter Kieft (v.v. De Meern) Joeke de Jong (KNVB)

Bijdragen: Peter van Kuijk Maaike van Meerten André Bakker Jan Verstraate

Fotografie: Joeke de Jong (KNVB) Fanwork (luchtfoto)

Eindredactie: Joeke de Jong (KNVB)

 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

Voorwoord Stelt u zich eens voor: bij een bespreking geeft de wethouder aan dat de gemeente van plan is de bestemming van het sportcomplex te wijzigen ten behoeve van woningbouw. Voor uw vereniging zal op een nog nader te bepalen locatie een nieuw complex worden aangelegd. De gemeente neemt in beginsel de aanleg van de velden en de bouw van de kleedgelegenheid voor haar rekening. De vereniging moet zorgen voor een nieuw clubgebouw en alle andere gewenste voorzieningen. De reacties die er op dit soort mededelingen volgen zijn heel divers: van “hakken in het zand” tot “deze kans moeten we benutten”. Dat niet iedere vereniging direct zeer enthousiast reageert, is wel enigszins te begrijpen. Het is ook geen geringe opgave om de processen die bij een verplaatsing en nieuwbouw komen kijken te doorlopen. En wie betaalt dat allemaal? In 1997 krijgt de voetbalvereniging De Meern te horen dat ze weg moet van haar sportpark Fletiomare West omdat de locatie de bestemming woningbouw krijgt in het kader van het Utrechtse Leidsche Rijn-project. Hemelsbreed wordt men nog geen kilometer verplaatst maar aan de feitelijke verhuizing gaat wel een traject van ruim 6 jaar vooraf van voorbereiding en overleg. In augustus 2002 wordt aan het bestuur een eerste Programma van Eisen ter vaststelling voorgelegd. Er volgen daarna nog verscheidene versies.

De Meern besluit om de ontwikkeling en realisatie van alle opstallen in eigen beheer uit te voeren. Daardoor krijgt men te maken met het vergunningentraject, de financiering en uiteindelijk het bouwtraject. Daarnaast wil men een actieve partner voor de gemeente Utrecht zijn bij de inrichting van het nieuwe sportpark en de keuze van de velden. Op 2 september 2005 neemt de voetbalvereniging De Meern een heel nieuwe sportcomplex in gebruik. De procesgang die de voetbalvereniging De Meern bij de realisatie van het nieuwe sportcomplex heeft doorgemaakt vormt de basis van deze handleiding. De betrokkenheid van de KNVB komt voort uit de (on)regelmatige contacten die er vanaf 1999 zijn geweest. Daarbij is het idee ontstaan om de procesgang te beschrijven, zodat andere verenigingen lering kunnen trekken uit de ervaringen. In één document wordt het proces “van idee naar realiteit” beschreven, ervaren vanuit het perspectief van een voetbalvereniging. Verenigingen die zich voor eenzelfde situatie gesteld zien, kunnen daarmee alvast kennisnemen wat hun te wachten staat en welke valkuilen beter vermeden kunnen worden. Waar mogelijk wordt verwezen naar beschikbare informatiebronnen. De beschreven aanpak is waarschijnlijk niet voor iedere vereniging weggelegd. Het is een voorbeeld van een proactieve en ambitieuze aanpak.

Door deze handelwijze wist de vereniging een goede onderhandelingspositie bij de gemeente af te dwingen. Iedere vereniging zal voor zich zelf moeten bepalen hoe ver men gaat. Een belangrijke voorwaarde is in ieder geval dat u over een groep gemotiveerde en deskundige vrijwilligers kunt beschikken. Door de modulaire opbouw van de handleiding is het mogelijk om bepaalde onderdelen te gebruiken en andere te laten vallen. Het kan overigens geen kwaad om de hele handleiding eens goed door te lezen. Mogelijk wordt u op een idee gebracht om het toch anders aan te pakken. KNVB Accommodatiezaken april 2008

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 

Van idee naar werkelijkheid

Inhoud 1. Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

6 6 6 7 7

Status handleiding en hoe te gebruiken Positie van de vereniging Samenhang diverse publicaties Projectfasering Leeswijzer

2. Initiatieffase

8

3. Definitiefase

9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

9 10 10 11 12 12 13 14 14 14 15 16 18 18 19 20

Totstandkoming Programma van Eisen Ambities en beleid van de vereniging Overleg met gemeente Gemeentelijke inspraak en besluitvorming Samenwerking en combinatie van functies Mogelijke samenwerkingsvormen meerdere verenigingen Privatisering Behoeftebepaling velden 3.8.1 Inleiding 3.8.2 Speelvelden 3.8.3 Trainingsgelegenheid 3.9 Behoeftebepaling kleedruimte 3.10 Keuze opdrachtgeverschap 3.11 Inschakelen adviseurs 3.12 Aansluitingen nutsvoorzieningen 3.13 Planning en fasering

4 Ontwerp velden en infrastructuur 21 4.1 4.2

4.3 4.4

Inleiding Lay-out en inrichting sportpark 4.2.1 Mogelijke objecten 4.2.2 Situering velden en kleed-/clubaccommodatie 4.2.3 Sociale veiligheid 4.2.4 Toegankelijkheid mindervaliden 4.2.5 Parkeergelegenheid 4.2.6 Aandachtspunten Wettelijke bepalingen, kaders, richtlijnen, procedures Bepalingen KNVB 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Afmetingen speelveld 4.4.3 Uitloopruimte 4.4.4 Speelveldafzetting 4.4.5 Dug-outs 4.4.6 Spelerspad 4.4.7 Ballenvangers 4.4.8 Reclameborden 4.4.9 Veldverlichting 4.4.10 Wedstrijdvelden 4.4.11 Trainingsvelden

21 21 21 22 22 22 23 23 23 24 24 24 24 25 25 25 26 26 26 27 27

5 Ontwerp t/m bouw kleed- en clubaccommodatie 29 5.1 5.2

5.3

Inleiding Regels van derden 5.2.1 Wettelijke bepalingen, kaders, richtlijnen 5.2.2 Benodigde vergunningen 5.2.3 Toegankelijkheid mindervaliden 5.2.4 Bepalingen KNVB Ontwerpuitgangspunten 5.3.1 Afwegingen bij het ontwerp 5.3.2 Inventariseren gewenste functies 5.3.3 Relatie tussen ruimtes 5.3.4 Overige aandachtspunten

 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

29 29 29 30 31 32 33 33 34 36 37

Van idee naar werkelijkheid

5.4

5.6

Ontwerp 5.4.1 Inleiding 5.4.2 Schetsontwerp en voorlopig ontwerp 5.4.3 Definitief ontwerp 5.4.4 Bouwvoorbereiding 5.4.5 Kostenraming Prijs- en contractvorming 5.5.1 Wet- en regelgeving 5.5.2 Contractvormen 5.5.3 Één of meerdere contracten 5.5.4 Marktbenadering 5.5.5 Onderhandelingen en opdrachtverlening Uitvoering en oplevering

6

Beheer en onderhoud 43

6.1 6.2 6.3 6.4

6.5 6.6 6.7

Inleiding Beheerplan Verzekeringen Belastingen en heffingen 6.4.1 Wet waardering onroerende zaken 6.4.2 Onroerende zaakbelastingen 6.4.3 Waterschapsheffingen 6.4.4 Rioolrecht 6.4.5 Reinigingsrecht 6.4.6 Baatbelasting Abonnementen Onderhoud Legionella

7

Financiën 49

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Inleiding Kostenposten Inkomstenposten Hypothecaire lening Fiscale aspecten 7.5.1 Omzetbelasting en kantine 7.5.2 Omzetbelasting bij aanleg en exploitatie van een kunstgrasveld Businessplan 7.6.1 Doel 7.6.2 Inhoud 7.6.3 Meerjarenbegroting 7.6.4 Kasstroomanalyse 7.6.5 Gevoeligheidsanalyse

5.5

7.6

37 37 38 38 39 39 40 40 40 41 41 42 42 43 43 43 44 44 45 45 45 46 46 46 46 47 49 49 50 51 52 52 52 54 54 54 54 54 55

8 Erfpacht en Recht van opstal

56

8.1 8.2

56 56

Overdracht bestaande accommodatie Nieuwe accommodatie

9 Projectbeheersing

58

10 Referenties

59

Bijlage 1. 2. 3. 4.

Verzamelstaat behoeftebepaling speelvelden Stroomschema realisatie clubaccommodatie Relatiematrix ruimten clubgebouw Voorbeeld-indeling van een club- en kleedaccommodatie

60 61 62 63

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 

Van idee naar werkelijkheid

1. Inleiding 1.1 Status handleiding en hoe te gebruiken In deze handleiding wordt een praktijksituatie uitgewerkt waarbij een vereniging moest worden verplaatst naar een nieuwe locatie als gevolg van door de gemeente noodzakelijk geachte woningbouw op het bestaande sportpark. Hierbij komen aan de orde de voorbereiding en realisatie van het sportpark en de bijbehorende opstallen. Door de elementaire opzet van de handleiding kunnen voor andere situaties, bijvoorbeeld alleen (ver)nieuwbouw van een clubgebouw of kleedaccommodatie, losse onderdelen worden gebruikt. Opgemerkt wordt dat de opgedane ervaringen zijn gebaseerd op de situatie dat de vereniging de enige bespeler is van het te verlaten sportpark. Ook op de nieuwe locatie is de vereniging de enige bespeler. (Consequenties van) vormen van samenwerkingsverbanden met andere (sport)verenigingen worden wel genoemd maar niet verder uitgewerkt. In geval van een meervoudig gebruik van het sportpark, en in het bijzonder van een clubgebouw, kan een dergelijke samenwerking mogelijk belangrijke voordelen opleveren. In de uitgewerkte case is het sportpark zowel in de oude als de nieuwe situatie eigendom van en in beheer bij de gemeente. De vereniging voert het beheer van het clubgebouw, dat op basis van een door de gemeente verleend recht van opstal is gevestigd.

Hoewel de handleiding nuttige informatie bevat voor verenigingen die geconfronteerd worden met een toekomstig noodzakelijke verhuizing, wordt aanbevolen om aanvullende informatie in te winnen bij de KNVB en bij verenigingen die een dergelijk proces eerder hebben doorlopen.

1.2 Positie van de vereniging In alle gevallen zal initiatief, dan wel medewerking van de gemeente aan de orde zijn. Het is van essentieel belang om als vereniging ten opzichte van de gemeentelijke overheid geen afwachtende, maar een initiatief nemende (proactieve) houding in te nemen. Niet altijd heeft een gemeente (ruime) ervaring met dit soort zaken en is daarom, bij een initiatiefrijke en deskundige inzet van de zijde van betrokken vereniging(en), veelal bereid om in het belang van de vereniging mee te denken. De vereniging moet zich hierbij bewust zijn dat zij veel meer kan inbrengen dan veelal wordt gedacht. Politieke organen kunnen niet beslissen wat een vereniging wel of niet moet accepteren. Aan de vereniging als belanghebbende wordt in het besluitvormingsproces van de gemeente veel ruimte gelaten om te sturen of om in elk geval in een vroeg stadium aan te geven waar en waarom beleidsvoornemens van de gemeente kunnen wringen. Vroegtijdig reageren, kan voorkomen dat een voor de vereniging ongewenst besluit wordt genomen. Voor een vlot verloop van het nieuwbouwproces is het van belang dat de opdrachtgevende instantie(s) (vereniging, gemeente) goed op de hoogte is (zijn) van alle consequenties die hiermee zijn gemoeid, in het bijzonder met betrekking tot de te doorlopen procedures.

Als binnen de vereniging onvoldoende kennis in huis en beschikbaar is, is het verstandig om deskundigen in te schakelen.

1.3 Samenhang diverse publicaties In deze handleiding wordt regelmatig gerefereerd aan bestaande publicaties. De belangrijkste zijn: - Kwaliteitsnormen voetbalaccommodatie: regels, richtlijnen en aanbevelingen (uitgave KNVB) - Handboek Sportaccommodaties NOC*NSF (uitgave Arko Sports) - Voordat u gaat bouwen (uitgave KNVB) - Bewaarnummer Officiële Mededelingen (uitgave KNVB) - Spelregels veldvoetbal (uitgave KNVB) - Reglement wedstrijden amateurvoetbal (uitgave KNVB) In de laatste drie KNVB-publicaties kan de reglementaire en bestuurlijke verankering worden gevonden van de onderwerpen die in de brochure Kwaliteitsnormen voetbalaccommodatie in detail zijn uitgewerkt. De tekst van hoofdstuk E2.64 in het Handboek Sportaccommodaties NOC*NSF is in beginsel dezelfde als die van de KNVB-brochure. De KNVB uitgaven zijn te downloaden via www.knvb.nl/accommodatiezaken of www.knvb.nl/reglementen. Verenigingen kunnen het Handboek Sportaccommodaties inzien als men zich aanmeldt aan via www.sportaccom.nl. Hoewel getracht wordt de inhoud van de verschillende publicaties op elkaar af te stemmen, is het niet uitgesloten dat bepaalde aanpassingen nog niet in alle publicaties zijn verwerkt. Het verdient daarom aanbeveling steeds naar de laatste versie te vragen. Verder is het standpunt van de KNVB bij eventuele verschillen leidend.

In deze handleiding zal waar mogelijk worden verwezen naar genoemde publicaties om daarmee de actualiteit van de handleiding te behouden. Omdat op accommodatiegebied de laatste jaren nogal wat ontwikkelingen zijn geweest, denk maar aan de kunstgrasontwikkeling, is het niet uitgesloten dat in de case die ten grondslag ligt  ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

aan deze handleiding een andere visie of afwijkende regelgeving van toepassing was. Alle aangehaalde publicaties zijn opgenomen in hoofdstuk 10 Referenties.

1.4 Projectfasering Het realiseren van en verhuizen naar een nieuwe locatie is een complexe zaak, waarbij een structurele aanpak is aan te bevelen. De ’wetten’ van een projectmatige aanpak bieden hierbij een goed houvast. Daarbij kunnen de volgende fasen worden onderscheiden: 1. Initiatief Ideevorming, keuze tussen uitbreiding of volledige nieuwbouw, opstellen globale schetsen, haalbaarheid, wijze van aanpak, stappenplan, in kaart brengen omgeving, verkennen samenwerkingsverbanden (gemeente, andere verenigingen, instanties). 2. Definitie Starten overleg met gemeente en andere belanghebbenden, in beeld brengen benodigde vergunningen, in beeld brengen besluitvorming, formuleren ambities vereniging, keuze en inschakelen (professionele) adviseurs (architect, adviseur installaties, ed.), nadenken over de te volgen marktbenaderingstrategie (contractvorm en voorstel wijze van aanbesteden), planning en fasering. 3. Ontwerp Schetsontwerp, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, bouwvoorbereiding (aanvragen bouwvergunning, goedkeuring welstand, aanbestedingsdossier, inschakelen nutsbedrijven). 4. Prijs- en contractvorming Selectie uitvoerende partij(en), aanbesteding, gunning. 5. Uitvoering en oplevering Contractbeheersing, omgevingsmanagement. 6. Beheer- en onderhoud.

Het is niet persé noodzakelijk de hiervoor vermelde fasering strikt te hanteren, mits men zich maar bewust is van de noodzakelijke volgorde van de benodigde activiteiten en dat de verschillende fasen adequaat worden afgesloten, dat wil zeggen met goede vastlegging en besluitvorming. Daarbij moet in acht worden genomen dat voor besluitvorming met financiële consequenties goedkeuring van de daartoe bevoegde organen, veelal de ledenvergadering, noodzakelijk is. Afhankelijk van de financiële bevoegdheden van het verenigingsbestuur geldt dit meestal ook al voor het inschakelen van adviseurs. In deze handleiding zijn de verschillende procesfasen in de gegeven volgorde beschreven. In de praktijk overlappen de fasen elkaar deels en fasen moeten soms meerdere malen doorlopen worden (interactief ontwerpproces). In bijlage 2 zijn in de vorm van een stroomschema de verschillende processtappen weergegeven.

1.5 Leeswijzer In de hoofdstukken 2 (initiatieffase) en 3 (definitiefase) wordt ingegaan op de voorbereidende werkzaamheden van zowel de inrichting van het sportpark als de opstallen. In dit proces wordt veelal samen met de gemeente opgetrokken. De aanleg en inrichting van velden en infrastructuur is in nagenoeg alle gevallen een taak van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt informatie gegeven die de vereniging kan gebruiken om in dit proces een eigen inbreng te leveren. De realisatie van de kleed- en clubaccommodatie wordt meestal uitgevoerd in eigen beheer door de vereniging. In hoofdstuk 5 wordt daarom uitgebreid ingegaan op de projectfasen 3 (ontwerp) t/m 5 (uitvoering en oplevering). Aansluitend op de realisatie van de nieuwe accommodatie volgt de fase van beheer en onderhoud. In hoofdstuk 6 wordt hieraan aandacht besteed. Het is van belang om bij het ontwerp van de nieuwe accommodatie hierop te anticiperen. In het gehele proces speelt de financiering een belangrijke rol. Daarom wordt hier een apart hoofdstuk (7) aan gewijd. Bij het verlaten van een bestaande accommodatie en de oprichting van een nieuwe accommodatie heeft men veelal te maken met zaken als erfpacht en recht van opstal. Omdat dit een ingewikkelde materie is die de nodige valkuilen kent is het van groot belang hieraan de nodige aandacht te besteden. De beschrijving in hoofdstuk 8 kan hierbij helpen.

Gedurende het gehele proces van de realisatie van een nieuwe accommodatie wordt veel informatie uitgewisseld en worden de nodige aanpassingen doorgevoerd. Het is daarbij van groot belang dat dit proces goed wordt beheerst. In hoofdstuk 9 worden hiertoe enige aanbevelingen gedaan. In hoofdstuk 10 is een overzicht opgenomen van onderliggende literatuur.

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 

Van idee naar werkelijkheid

2. Initiatieffase In de initiatieffase worden de eerste ideeën geboren. Het initiatief voor het realiseren van uitbreiding van een bestaande accommodatie of volledige nieuwbouw kan zowel liggen bij een vereniging als bij de gemeente. Het is aan te bevelen om al in een vroeg stadium binnen de vereniging een commissie in te stellen die de problematiek ter hand neemt en in deze commissie deskundigheid op te nemen op het gebied van proceduremanagement, financiën, juridische zaken en bouwkundige zaken. In de initiatieffase kan een aantal activiteiten worden onderkend:

Ideevorming -

afweging uitbreiding van de bestaande accommodatie of nieuwbouw afweging uitbreiding op bestaande locatie of verhuizing naar een nieuwe locatie’ mogelijke locatie(s) nieuw sportpark maken van globale schetsen

Globale uitwerking - nagaan mogelijke samenwerking met andere (voetbal)verenigingen en instanties (kinderopvang, naschoolse opvang) - in kaart brengen van de omgeving: welke partijen spelen een rol (o.a. gemeente, andere verenigingen, instantie voor kinderopvang, scholen) - hoe omgaan met gemeente - informatie inwinnen bij verenigingen die een soortgelijk proces hebben doorlopen - uitwerken globale ideeën - globale verkenning financiële mogelijkheden - keuze beheervorm; naast de gebruikelijke verenigingsvorm kan worden gedacht aan een samenwerkingsovereenkomst, stichting, federatie en omnivereniging (zie ook § 3.6).

Opstellen plan van aanpak Om zicht te krijgen op de nodige acties in de verschillende te doorlopen processtappen is het aan te bevelen deze al in een vroeg stadium te beschrijven in een plan van aanpak. Dit plan van aanpak zal in eerste instantie globaal van opzet zijn en moet in de loop van het proces regelmatig worden aangevuld en bijgesteld. Mogelijke onderwerpen zijn: - organisatie • intern vereniging: vastleggen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van in te stellen commissies • samenwerking met gemeente: projectgroep, onderlinge verdeling taken en verantwoordelijkheden (wie ontwerpt en besteedt aan) • overlegvormen • mogelijkheden privatisering - overzicht van de partijen die een rol spelen bij het proces: gemeente, andere (sport)verenigingen, omwonenden, nutsbedrijven, sponsoren, commerciële en semi-commerciële partners, etc. - planning (aandachtspunten hierbij zijn o.a. besluitvorming extern en intern vereniging, relatie ontwerp en financiën, samenhang aanleg velden en bouw opstallen, vroegtijdig aanvragen aansluiting nutsvoorzieningen) - financiën; inventariseren: • inkomstenposten en globale inschatting beschikbaar budget: schadeloosstelling gemeente, subsidies, sponsoring, terugvordering BTW, eigen middelen, etc. • kostenposten: bouw- en bijkomende kosten, inrichting clubgebouw en sportpark, financiering, overdracht grond

 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

3. Definitiefase Na de eerste schermutselingen binnen de vereniging wordt het tijd om in overleg te treden met externe partijen en de globale ideeën nader uit te werken.

3.1 Totstandkoming Programma van Eisen Doel

In een Programma van Eisen (PvE) worden alle randvoorwaarden waarmee rekening moet worden gehouden (regels, wetgeving etc.), wensen die leven binnen de vereniging en wensen van derden (bijvoorbeeld de gemeente), vastgelegd. De wensen vanuit de vereniging vormen deels een vertaling van ambities en beleid en zijn deels wensen die leven binnen de verschillende gebruikers, commissies en bij de individuele leden. De mate waarin uiteindelijk kan worden voldaan aan alle eisen en wensen is uiteraard sterk afhankelijk van de financiële mogelijkheden en zal pas in de loop van het proces zichtbaar worden. Ondanks dat een deel van de werkzaamheden door of onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd is het van belang om als vereniging de eigen wensen op papier te zetten. Ook hier geldt dat een proactieve houding zeer is aan te bevelen. Het PvE kan verschillende doelen hebben en daarmee een verschillende status en mate van uitwerking: - het vastleggen van wensen die leven binnen de vereniging - als basis voor aanbiedingen om te komen tot een bouwteam - als basis voor een ontwerpprijsvraag voor de keuze van een architect - als basis voor het door de architect op te stellen (voorlopig)ontwerp

Invulling Het PvE moet worden gezien als een levend document dat gedurende het proces regelmatig wordt aangepast naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en moet worden afgestemd op het beschikbare budget. Naarmate het realisatieproces vordert kan aan verschillende onderdelen een meer gedetailleerde invulling worden gegeven. Het is aan te bevelen om al in een vroeg stadium te beginnen met het verzamelen van de nodige gegevens en met de invulling van het PvE. In het kader van de definitiefase zal ten minste invulling op globaal niveau moeten plaatsvinden. Een verdere uitwerking vormt onderdeel van de ontwerpfase. In de praktijk is echter geen harde scheiding aan te geven. Hierna wordt nader ingegaan op de onderdelen van het PvE die voorafgaand aan het ontwerpproces moeten worden opgepakt. In de hoofdstukken 4 (Velden en infrastructuur) en 5 (Kleed- en clubaccommodatie) wordt een verdere uitwerking gegeven voor de betreffende onderdelen.

Inhoud In het PvE kan onderscheid worden gemaakt in enerzijds de lay-out en inrichting van het sportpark en anderzijds de opstallen zoals het clubgebouw, de kleedaccommodatie, tribune(s) etc. Omdat de verschillende onderdelen in de meeste gevallen gescheiden worden uitgevoerd is het aan te bevelen deze apart te behandelen. Onderdelen die in het PvE aan bod kunnen komen zijn o.a.: a. Algemeen - ambities en beleid van de vereniging - randvoorwaarden volgend uit wet- en regelgeving - eisen en wensen van de gemeente - samenwerking met andere verenigingen en combinatie van functies, o.a. commerciële en semicommerciële functies - wensen ten aanzien van privatisering b. Velden en infrastructuur - aantal en types velden - bepalingen KNVB - ruimtelijke indeling (o.a. situering opstallen, velden en infrastructuur) c.Kleed- en clubaccommodatie - regels van derden (wettelijke bepalingen, kaders, richtlijnen, benodigde vergunningen, bepalingen KNVB, welstandseisen) - ontwerpuitgangspunten (aparte gebouwen of geïntegreerd, één of meerdere bouwlagen, te vervullen functies, gewenste ruimtes, afmetingen en gebruik ruimtes etc.) - aantal en afmetingen kleedlokalen - routing binnen het gebouw - installatievoorzieningen - situering verschillende ruimtes

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 

Van idee naar werkelijkheid

3.2 Ambities en beleid van de vereniging Gemeenten hebben verenigingen soms nodig om doelen te bereiken op het gebied van ruimtelijke ordening. Sportaccommodaties zijn dikwijls op locaties gelegen die een grote meerwaarde kunnen krijgen nadat het sportcomplex is verplaatst. Verplaatsing leidt er soms toe dat de afstand met de wijk/achterban wordt vergroot, maar verplaatsing en nieuwbouw bieden vaak ook kansen. Denk daarbij aan nieuwe gebouwen, velden en inrichting en mogelijk een locatie met groeimogelijkheden. Omdat met nieuwbouwplannen veel geld gemoeid is en omdat vaak een lening wordt afgesloten waarvan de rentelast en de aflossing gedurende vele jaren drukken op de verenigingsbegroting, is het zeer belangrijk dat de vereniging haar ambities voor de (naaste) toekomst goed in beeld brengt en hierop een beleid voor de toekomst formuleert. Aandachtspunten daarbij zijn o.a.: - toekomstige ontwikkelingen: woningbouw, invloed van andere verenigingen; - ontwikkeling ledental; in geval van nieuwbouw gaat het meestal om een groeiende of ten minste stabiele vereniging. Aan de groei kan invulling worden gegeven door inschatting van de groei in de tijd (o.a.

op basis van extrapolatie bestaande gegevens en demografisch onderzoek door de gemeente); - mogelijkheden meervoudig ruimtegebruik, medegebruik door derden, nastreven multifunctionaliteit; - prestatiesport versus breedtesport; - identiteit vereniging: hoe wenst de vereniging om te gaan met de verschillende categorieën leden: zaterdag/zondag/jeugd, prestatie/recreatief, veldvoetbal/zaalvoetbal, jeugd/senioren/veteranen, familie/ achterban, medewerkers; - inbreng van / rekening houden met sponsoren; - gebruik van de accommodatie door andere verenigingen en scholen (schoolvoetbal, bedrijfstoernooien); - toename van het aantal oudere leden: vutters; soosfunctie van kantine (o.a. biljarten, kaarten); - mogelijkheden eventueel gefaseerde uitvoering van de uitbreiding/nieuwbouw.

Inventariseren wensen en ideeën binnen de vereniging Een goede manier om de ideeën die leven onder de leden te verzamelen, is het houden van een brainstormsessie. Na een toelichting van de plannen kunnen groepen worden geformeerd die ieder een eigen onderdeel uitwerken, bijvoorbeeld: de indeling en inrichting van het sportpark, invulling van het horecagedeelte (kantine, bar, keuken etc.), het voetbalgedeelte (bespreekruimte, kleedlokalen, materiaalopslag etc.) en mogelijkheden voor fondswerving. Een dergelijke aanpak stimuleert dat de nieuwbouwplannen onder de leden gaan leven en levert vaak vrijwilligers op voor de verdere uitwerking van de plannen.

3.3 Overleg met gemeente Voor het uitwerken van nieuwbouwplannen is overleg met de gemeente onontbeerlijk. Het is aan te bevelen hiertoe een overleggroep in te stellen waarin de belangrijkste partijen deelnemen. Dit geeft de vereniging de mogelijkheid om op pro-actieve wijze ideeën en wensen in te brengen. Naast de gemeente en de betreffende vereniging(en) kan worden gedacht aan deelname van een gemeentelijke sportstichting of belangenvereniging voor sportclubs. Binnen het overleg kunnen onderlinge afspraken worden gemaakt en afstemming kan worden gepleegd ten aanzien van: - Aanpak ontwerpproces Fasering en planning, afbakening belangen en taken (opdrachtgeverschap uitbestedingen, toekomstig beheer en onderhoud), financiële zaken. - Eisen en wensen gemeente Daarbij kunnen aan de orde komen: streven naar multifunctioneel en meervoudig gebruik van het sportpark, combinatie van functies (schoolsport of andere verenigingen), efficiënt ruimtebeslag en gebruik van accommodatie; zie verder § 3.5. - Mogelijkheden privatisering Het is vaak de wens van het gemeentebestuur particulier initiatief zo veel mogelijk te stimuleren. Daarbij kan worden gedacht aan de overdracht van taken naar de vereniging, bijvoorbeeld (eigendom en) beheer kleedaccommodatie en veldverlichting, onderhoud velden, onderhoud infrastructuur; in § 3.6 wordt nader ingegaan op dit onderwerp.

- Technische invulling Vaststellen aantal en type wedstrijd- en trainingsvelden, aankleding sportpark, infrastructuur, aantal kleedlokalen etc., zie uitwerking in de paragrafen 3.8 en 3.9. - Schadeloosstelling Als de vereniging de bestaande locatie dient te verlaten, zullen daarbij in de meeste gevallen wel één of meerdere opstallen (club- en/of kleedkamergebouw, tribune) worden achtergelaten. Afhankelijk van de ouderdom hebben deze opstallen voor de vereniging een aanzienlijke economische en meestal ook emotionele waarde. Er zal daarom met de gemeente onderhandeld moeten worden over de schadeloosstelling voor de achter te laten opstallen. Als de eigendomsverhoudingen in het verleden goed zijn vastgelegd, biedt de overeenkomst waarin het recht van opstal is geregeld aanknopingspunten hoe te 10 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

handelen bij tussentijdse beëindiging. De ervaring leert dat als er al sprake is van een vergoedingsregeling, de hoogte van de vergoeding meestal volstrekt ontoereikend is om nieuwbouw te kunnen plegen. In § 7.3 wordt nader ingegaan op het onderhandelingsproces met de gemeente. - Toekomstig eigendom, beheer en onderhoud Voor de nieuwe situatie moeten afspraken worden gemaakt over de eigendomsverhoudingen. Het in eigendom hebben bepaalt vaak de onderhoudsverhoudingen. Eigen grond, erfpacht en/of recht van opstal zijn de juridische mogelijkheden. In § 8.2 wordt ingegaan op de meest voorkomende constructie: eigendom grond bij gemeente en zakelijk recht van opstal voor de opstallen. Let er op dat bij het budgetteren voldoende rekening mee wordt gehouden dat diverse gemeenten soms hoge vergoedingen vragen voor het opstalrecht. Vooral bij commerciële en semi-commerciële voorzieningen kan dat bij eenmalige afkoop oplopen tot tienduizenden euro’s. Diverse gemeenten zien kinderdagopvang en buitenschoolse opvang als een commerciële activiteit in plaats van een sociaal maatschappelijke activiteit. Het is essentieel dat afspraken over genoemde onderwerpen worden vastgelegd in door beide partijen te ondertekenen overeenkomst(en), bijvoorbeeld voor de realisatie en voor het gebruik. Eigendom, erfpacht en recht van opstal dienen daarna nog eens in een notariële akte te worden vastgelegd.

3.4 Gemeentelijke inspraak en besluitvorming De besluitvorming en de mogelijkheden tot inspraak daarbij zijn uitvoerig beschreven in de brochure “Vereniging en overheid: de regels en het spel” [KNVB, 2005b]

Inspraak Formeel geregelde inspraak is aan de orde bij ruimtelijke ordeningsprocessen. Als een nieuw sportpark mogelijk wordt door een nieuw bestemmingsplan, dan wel een artikel 19 procedure, bestaan er momenten van formele inspraak. Goed overleg met de gemeentelijke diensten moet echter de basis vormen voor een voor de vereniging bevredigend resultaat. Mocht het ambtelijk overleg niet het gewenste resultaat opleveren dan is er nog het politieke overleg. Het varieert per gemeente of de verantwoordelijke wethouder(s) wel of niet betrokken zijn bij het ambtelijk overleg. Mocht alle overleg niet tot het gewenste resultaat leiden, dan kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid tot inspraak. Dat kan op een aantal momenten, zoals bij het behandelen van het Programma van Eisen (niet altijd het geval), het Voorontwerp Bestemmingsplan en het Ontwerp Bestemmingsplan. De inspraak moet in alle gevallen schriftelijk gebeuren bij de gemeenteraad. Daarnaast wordt veelal de gelegenheid geboden een mondelinge toelichting te geven in de vergadering van de betreffende raadscommissie. Het tijdstip van de inspraak wordt door de gemeente bekend gemaakt, veelal door een publicatie in een of meer (dag)bladen en op de gemeentelijke internetsite.

Het is dus van het grootste belang dit goed te volgen! Indien de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld en niet tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de vereniging, kan nog bezwaar worden gemaakt bij Gedeputeerde Staten. Als dat ook geen bevredigend resultaat oplevert, kan bij de Raad van State in beroep worden gegaan. Indien de vereniging tot beide laatste stappen overgaat, moet er wel sprake zijn van fundamentele bezwaren! Indien het tot formele inspraak komt, is het verstandig de gemeenteraadsleden, die dit onderwerp behandelen, te benaderen en hen de visie van de vereniging te laten weten. Maak daarbij geen onderscheid naar politieke partijen! Let op dat de gemeenteraad apart moet worden benaderd en aan de gemeente gerichte brieven niet automatisch bij de gemeenteraad terecht komen!

Besluitvorming Zoals uit het voorgaande blijkt is het besluitvormingsproces bij ruimtelijke ordeningszaken nauwkeurig beschreven. Informatie hierover is te vinden op de site van het ministerie van VROM (www.vrom.nl) en op de gemeentelijke site. Indien de besluitvorming niet gekoppeld is aan een bestemmingsplanprocedure, omdat de realisatie van een nieuw sportpark binnen een al vigerend bestemmingsplan mogelijk is, is het zaak dat men zich bij de gemeente op de hoogte stelt van de dan geldende besluitvorming. Of en in welke mate inspraak en/of beïnvloeding mogelijk is, valt in dit kader niet te beschrijven.

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 11

Van idee naar werkelijkheid

3.5 Samenwerking en combinatie van functies Een sportaccommodatie wordt in de meeste gevallen alleen in het weekeinde en op namiddag- en avonduren gebruikt. Dit houdt in dat de accommodatie moet worden ontworpen voor piekmomenten. Om de investering rendabel(er) te maken kan het aantrekkelijk zijn verschillende functies te combineren en daarbij te streven naar een win-win-situatie. Daarbij kan worden gedacht aan: - combinatie met schoolsport - voorzieningen treffen voor naschoolse kinderopvang - het combineren van parkeervoorzieningen met (bedrijfs)activiteiten in de buurt van het sportpark - combineren met andere takken van sport - bedrijfsactiviteiten en bijeenkomsten van sponsoren; voor zover passend in gemeentelijk (horeca-)beleid - soosfunctie/wijkfunctie - samenwerking met ‘Brede School’

3.6 Mogelijke samenwerkingsvormen meerdere verenigingen De veranderingen die de laatste decennia in de Nederlandse sportwereld zichtbaar zijn geworden zijn heel divers, zowel binnen de sportverenigingen (het aanbod, de opzet van verenigingen, de diversiteit van leden) als extern (de ‘maatschappelijke’ rol die verenigingen wordt toebedeeld, de eisen waaraan verenigingen moeten voldoen). Deze veranderingen leiden er mede toe dat diverse verenigingen de mogelijkheden bekijken om samen te werken met andere verenigingen of organisaties. Samenwerking heeft, naast een aantal kanttekeningen (zoals het moeilijker vinden van vrijwilligers door de toenemende vraag naar deskundigheid), veel voordelen. Een geheel staat bijvoorbeeld sterker tegen een gemeente of overheid, er kan gezamenlijk een complex beheerd worden, er kan gezamenlijke contributie-inning plaatsvinden, werk kan gebundeld en daardoor mankracht bespaard worden, professionele mensen kunnen betaald worden en er kan bijvoorbeeld een gezamenlijk clubblad of gezamenlijk sportaanbod opgezet worden. Hieronder volgt een kort overzicht van mogelijke samenwerkingsvormen met daarbij de belangrijkste voor- en nadelen. Bron: [Meerten, 2007].

Samenwerkingsovereenkomst Een samenwerkingsovereenkomst kan op de meest uiteenlopende manieren worden opgezet. Mogelijke voordelen zijn dat niets ongeregeld hoeft te blijven en dat alles op maat geregeld kan worden. Nadelen kunnen zijn dat de samenwerkingsvorm geen eigen rechtsbevoegdheid heeft (er kan daardoor niet als eenheid naar buiten worden getreden) en dat de samenwerkingsvorm geen medewerkers in dienst kan hebben.

Stichting Een stichting is een samenwerkingsvorm die geen leden kent, maar vertegenwoordigers van verenigingen in een stichtingsbestuur. Voordelen van een stichting kunnen onder andere zijn dat deelnemers hun zelfstandigheid behouden, maar dat het financiële risico en de zorgen voor onderhoud en beheer worden teruggebracht, dat een stichting (net als een federatie of omnivereniging) bevoegd is tot het sluiten van overeenkomsten, dat een stichting bij een onverhoopt faillissement niet de aangesloten verenigingen kan meeslepen in haar betalingsverplichtingen, dat hoofdelijke aansprakelijkheid voor bestuurlijke besluiten van 12 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

bestuursleden in principe is uitgesloten en dat snelle besluitvorming naar aanleiding van het gegeven mandaat van de aangesloten verenigingen mogelijk is. Mogelijke nadelen van een stichting zijn dat er extra zorg besteed moet worden aan de manier waarop de zeggenschap geregeld is, stichtingen een eigen leven kunnen gaan leiden en dat bij levering van diensten door de stichting rekening moet worden gehouden met het hoge BTW-tarief.

Federatie Een federatie is een vereniging van rechtspersonen, vaak bedoeld voor belangenbehartiging en het maken van beleid. Bij een sportvereniging kan een federatie ingezet worden als samenwerkingsvorm bij verenigingen. Qua voor- en nadelen lijkt een federatie veel op een stichting. De belangrijkste voordelen van een federatie zijn dat de verantwoordelijkheden bij de afzonderlijke besturen liggen en de federatie de overkoepelende zaken regelt. De verenigingen hebben een eigen begroting en eigen contributie en er is een gezonde concurrentie tussen de verenigingen. De clubs moeten scherp zijn, met hun aanbod inspelen op de sportconsumenten en worden zelf afgerekend als er iets niet goed gaat. Mogelijke nadelen van een federatie kunnen zijn: de vertegenwoordiging naar de algemene ledenvergadering is niet altijd voor iedereen duidelijk, de besluitvorming vergt extra aandacht.

Omnivereniging Een vereniging die meerdere takken van sport aanbiedt wordt een omnivereniging genoemd. Mogelijke voordelen van een omnivereniging zijn het meeliften van de mindere takken met de grotere/betere, samenvallende werkzaamheden (voordeel bij kaderprobleem), gezamenlijke contributie-inning via automatisch incasso, het relatief gemakkelijk opstarten van een nieuwe sporttak en het feit dat alle benodigde verzekeringen op één polis geregeld kunnen worden. Mogelijke nadelen van een omnivereniging zijn het verlies aan identiteit van de afdelingen, één begroting (geen druk voor verenigingen om aan de begroting te houden), verschillende niveaus van sporten (ambitieverschil), door de grootheid gaat alles op algemeen niveau richting betaalde sfeer, coördinatieproblemen ten aanzien van verdeling van de gelden over de afdelingen en door de structuur is het moeilijk snel een besluit te nemen (alle belangrijke besluiten gaan via de ALV).

Fusie Een fusie is een rechtshandeling van twee of meer verenigingen, waarbij een van deze het vermogen van de ander(en) verkrijgt (en leden en eventueel personeel overgaan) of waarbij een nieuwe vereniging door hen samen wordt opgericht. Voor- en nadelen van een fusie lijken erg op die van een omnivereniging, waarbij de grootste voordelen van een fusie zijn dat de toekomstige belangen van beide verenigingen worden veiliggesteld door grotere financiële mogelijkheden, dat er een vergroting is van het ledental en verbreding van het aanbod. Nadeel is het verlies van de identiteiten van de verenigingen en de in verhouding grote hoeveelheid zaken die geregeld moeten worden.

Tot slot Voor welke vorm van samenwerking men kiest, hangt veel af van de motieven voor samenwerking van de betrokken verenigingen, van de binding die tussen hen tot stand moet worden gebracht en van de vraag of ze hun zelfstandigheid wensen te behouden. Van geval tot geval moet worden bekeken wat de mogelijkheden tot samenwerking zijn en wat de voor- of nadelen zijn voor de betrokken verenigingen en stichtingen. Zo komt men tot een geschikte oplossing die past bij die bepaalde situatie, bij die bepaalde clubcultuur.

3.7 Privatisering Veel gemeenten streven in toenemende mate na om taken en verantwoordelijkheden gedeeltelijk of geheel over te dragen aan een ondernemer of een vereniging, ofwel ‘privatiseren’. Dit houdt in dat er in de rolverdeling tussen de gemeente en de sportvereniging het een en ander verandert. Ingeval van voetbalverenigingen kan worden gedacht aan het overdragen van onderhoud en beheer van: - kleedaccommodatie - velden, groenvoorziening en infrastructuur op het sportpark - veldverlichting In bepaalde gevallen kan de privatisering verder gaan en tevens de overdracht van eigendom inhouden. In het bijzonder de kleedaccommodatie en de veldverlichting komen hiervoor in aanmerking. Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 13

Van idee naar werkelijkheid

Gaat het om de privatisering van onderhoud en beheer van terreinen, dan krijgen verenigingen voornamelijk te maken met uitbesteding. De gemeente verstrekt jaarlijks een financiële bijdrage en blijft (op afstand) toezien op de taakuitvoering. De gemeente blijft eigenaar van de grond en behoudt daarmee de juridische zeggenschap. Binnen de hoofdvorm ‘uitbesteden’ worden talloze varianten onderscheiden. In de meest voorkomende vorm wordt het cultuurtechnische onderhoud uitbesteed aan een aannemer, terwijl het verzorgende en ondersteunende onderhoud wordt ondergebracht bij de sportvereniging. De gemeente beperkt zich daarna tot de beheertaak: toezicht en advies. Bij het onderhoud van gebouwen gaat de gemeente meestal een stap verder: de verantwoordelijkheid wordt overgelaten aan de vereniging. Niet alleen het onderhoud en het beheer wordt overgedragen, tegen een jaarlijkse vergoeding of een eenmalige afkoopsom, maar vaak gaat ook de eigendom van de opstal over naar de vereniging. Juridisch wordt dit geregeld via een recht van opstal en soms - in combinatie met de velden - via een recht van erfpacht. Bij de realisatie van nieuwe complexen zien we dat de gemeente ook steeds meer aan de vereniging het initiatief overlaat de opstallen te realiseren, waarbij de rol van de gemeente bestaat uit het leveren van een financiële bijdrage en het verlenen van de bouwvergunning.

Voor een uitvoerige uiteenzetting over de mogelijkheden van privatisering wordt verwezen naar [KNVB, 2005c].

3.8 Behoeftebepaling velden 3.8.1 Inleiding Het aantal velden wordt door de gemeente bepaald. De gemeente zal er naar streven om het aantal velden zo goed mogelijk af te stemmen op de benodigde speel- en/of trainingscapaciteit. In de praktijk worden toekomstig nodig geachte voorzieningen, bijvoorbeeld als gevolg van verwachte ledengroei, verder vaak ‘conservatief’ in geschat. Een nieuw sportpark aanleggen ‘op de groei’ van de vereniging is er tegenwoordig niet bij. De investeringen zijn daarvoor vaak te hoog. Toch is het van groot belang dat de vereniging op dit punt haar eigen wensen kenbaar maakt. Maar wel onderbouwd door een behoeftebepaling en een goede toekomstvisie. Daarbij spelen de ambities van de vereniging en de verwachte ontwikkeling van het aantal leden een belangrijke rol. Voor een onderbouwing van het aantal en de kwaliteit van de velden kan de vereniging eventueel beroep doen op de KNVB afdeling Ondersteuning Clubbesturen. Met behulp van een rekenmodel kan de huidige veldenbehoefte inzichtelijk worden gemaakt. Van de vereniging wordt verwacht dat zij daarvoor (historische) gegevens van de leden- en elftalontwikkeling en het huidige gebruik van de velden kan overleggen. In bijlage 1 is een voorbeeld opgenomen van een behoeftebepaling door de KNVB uitgevoerd. In de volgende paragraven wordt een korte uitleg gegeven.

3.8.2 Speelvelden Planningsnorm NOC*NSF De KNVB hanteert een rekenmodel dat is gebaseerd op de NOC*NSF Planningsnorm. Met behulp van belastingscoëfficiënten en bespelingnormen wordt het theoretisch benodigde aantal speelvelden berekend. De belastingscoëfficiënten zijn een soort wegingsfactoren waarmee de verschillen in veldbelasting en speeltijd tussen de verschillende teams - senioren/junioren/pupillen en mannen/vrouwen - worden verdisconteerd. De eenheid waarmee wordt gerekend is een normteam of senioren wedstrijdequivalent (swe). Bespelingsnormen zijn een maat voor het gebruik van een speelveld. Daarbij spelen twee aspecten een rol: - de organisatorische mogelijkheden of hoeveel wedstrijden zijn op één dag mogelijk - de cultuurtechnische belasting of wat is een verantwoorde bespeling van een grasveld In het verleden was de cultuurtechnische belasting bepalend voor het benodigde aantal speelvelden. Dat is tegenwoordig alleen het geval als er ook op zondag intensief van een grasveld gebruik wordt gemaakt. Bij de meeste verenigingen, zowel zaterdag- als zondagverenigingen, is het aantal wedstrijden dat op zaterdag moet worden gespeeld bepalend voor het aantal benodigde speelvelden. Het zijn organisatorische en facilitaire aspecten die bepalen hoeveel wedstrijden er op één dag op een veld ingepland kunnen worden.

De belangrijkste factoren zijn: aanvangstijdstip, netto speeltijd, rust- en wisseltijd, lengte daglichtperiode, wedstrijdverlichting en de beschikbaarheid aan kleedgelegenheid. Aan de NOC*NSF Planningsnorm, en dus ook aan het rekenmodel, ligt een aantal uitgangspunten ten grondslag (randvoorwaarden). De belangrijkste zijn: goede kwaliteit velden, goed onderhoud, voldoende kleedgelegenheid, evenwichtige spreiding uit- en thuiswedstrijden, geen onderscheid in gebruik van hoofd- en bijvelden, in beginsel geen training op speelvelden, etc. Doordat het rekenmodel steeds vaker voor bestaande situaties wordt gebruikt, is het een voorwaarde de 14 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

uitkomsten te toetsen aan de werkelijke situatie. Vaak blijken de lokale omstandigheden niet overeen te komen de gehanteerde uitgangspunten. Verder wordt in het rekenmodel geen rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. De veldenbehoefte is gebaseerd uit het aanwezige aantal teams. Bij de vertaling van de uitkomsten naar de praktijk zal in veel situaties voldoende ruimte (restcapaciteit) moeten worden aangehouden om veranderingen in de nabije toekomst op te vangen.

Speeltijdenmethode Als aanvulling op de behoeftebepaling volgens de Planningsnorm kan ook een berekening worden gemaakt op basis van netto en bruto speeltijden. Aan deze methode ligt ook een aantal ‘arbitraire’ uitgangspunten ten grondslag. Zo zal vaak geen evenwichtige verdeling van uit- en thuiswedstrijden (50%-50%) mogelijk zijn. Niet altijd worden er gelijktijdig twee pupillenwedstrijden per veld gespeeld. In dit rekenmodel resulteert de gemiddelde wisseltijd in ca. 30 minuten per wedstrijd. In de praktijk zal deze tussen twee pupillenwedstrijden korter zijn en zal voor de wedstrijden van selectieteams vaak een langere wisseltijd worden uitgetrokken. De (bruto) gebruikstijd van een speelveld wordt op 7,5 uur gesteld, uitgaande van een gebruik vanaf 9.00 uur tot ca. 16.30 uur. Bij voldoende daglicht of kunstverlichting kan er echter worden doorgespeeld tot uiterlijk 18.00 uur. Met deze berekening kan snel een indicatie van de organisatorische invulling en het wedstrijdgebruik (aantal speeluren per jaar) worden verkregen. Maar ook bij deze methode is voorzichtigheid geboden met betrekking tot de interpretatie van het getal dat uit de berekening rolt. Het programma gaat ervan uit dat de gebruikstijd tot de laatste minuut wordt benut en het wedstrijdschema op de minuut nauwkeurig verloopt.

In de werkelijkheid zal het lastig zijn de wedstrijden zo te plannen dat er geen resttijd overschiet. Verder moet er rekening worden gehouden met het uitlopen van wedstrijden.

Behoefte in relatie tot (groeiend) ledental Bij een behoeftebepaling moet nadrukkelijk worden stil gestaan bij de toekomstige situatie van de vereniging. Over het algemeen heeft woningbouw in de directe omgeving aanloop van nieuwe leden tot gevolg. Bij grootschalige nieuwbouwprojecten zoals Vinex-locaties, kiest de gemeente er meestal voor om een bestaande vereniging(en) uit het oude gedeelte van de stad naar de nieuwbouwwijk te verplaatsen. Dit soort verenigingen kan de eerste jaren explosief groeien. Er is geen eenduidige handelwijze hoe de toekomstontwikkeling bij nieuwbouw geschat moet worden. Over het algemeen zal de gemeente een demografisch onderzoek laten uitvoeren. Daarin wordt de verwachte bevolkingssamenstelling en de leeftijdsopbouw van de nieuwbouwwijk weergegeven. Met behulp van het deelnamepercentage van de verschillende sporten in de stad of gemeente wordt het aantal sporters bepaald. Een vereniging kan op basis van extrapolatie van het aantal (actieve) leden en teams over de afgelopen jaren de eigen (autonome) groei berekenen. Verder hangt het af van het van veel variabele factoren, zoals niveau van de vereniging, de kwaliteit van de accommodatie, de technische begeleiding, trainingsmogelijkheden, etc. waarom de ene vereniging (sterk) groeit en een andere vereniging nauwelijks aanwas vertoont.

3.8.3 Trainingsgelegenheid De KNVB stelt zich op het standpunt dat iedere voetbalvereniging moet kunnen beschikken over ten minste één volwaardig oefenveld. Een volwaardig oefenveld wordt gedefinieerd als een terrein: - met de afmetingen van een speelveld (ongeveer 100 x 64 m) - met een kwaliteit die is afgestemd op het beoogde (intensieve) gebruik - waarvan de speeleigenschappen blijven behouden onder minder gunstige omstandigheden - en dat is voorzien van een goede training- of wedstrijdverlichting (minimaal klasse III). Als aanvullende trainingsvoorzieningen kunnen oefenhoeken, halve velden of medegebruik van speelvelden worden ingezet (wetragebruik). Bij de laatste gebruiksvorm zal terdege rekening moeten worden gehouden met de kwaliteit van het veld en het gebruik onder minder gunstige omstandigheden. Bij het gebruik als wedstrijdveld dient de wedstrijdwaardigheid voorop te staan. Overbelasting leidt al snel tot aantasting van de constructie en slechte speelcondities. De KNVB verkiest een specifieke trainingsgelegenheid als hoofdvoorziening boven het spreiden van het trainingsgebruik over meerdere speelvelden. Een kunstgrasveld kan als een volwaardig wedstrijd- en trainingsveld worden gezien en heeft dus de voorkeur bij meervoudig gebruik.

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 15

Van idee naar werkelijkheid

Voor het bepalen van de benodigde trainingscapaciteit is aansluiting gezocht bij de NOC*NSF Planningsnorm. Empirisch is een factor (norm) bepaald waarmee indicatief het aantal volwaardige trainingsvelden en de bijbehorende capaciteit berekend kan worden. De organisatorische capaciteit van een volwaardig trainingsveld wordt daarbij op maximaal 800 uur per jaar gesteld (40 weken x 20 uur per week) uitgaande van 5 gebruiksdagen per week. Verder wordt aangenomen dat per veld minimaal 25 personen per training aanwezig zijn (twee elftallen of 4 zeventallen), alle teams minimaal één keer per week trainen en de selectieteams in alle leeftijdscategorieën twee keer per week. In de praktijk loopt de trainingssituatie per vereniging nogal uiteen. De uitkomsten van de berekening wijken daardoor nogal eens af van de werkelijke situatie.

De belangrijkste afwijkingen zijn: - meerdere teams trainen 2 x per week en selectieteams trainen soms 3 keer per week - duur van de trainingen wijkt af (1½ uur in plaats van 1¼ uur) - de vrijdagavond wordt niet (zaterdagverenigingen) of maar ten dele benut - sporters, leiders en trainers zijn niet vroeg genoeg beschikbaar - aanwezigheid van recreatieve trainingsgroepen (geen wedstrijdteams) Bij een afwijkende trainingssituatie zal aan de hand van het actuele trainingsschema en de hierboven genoemde uitgangspuntende een eigen berekening moeten worden gemaakt (maatwerk). In § 4.4.11 wordt nader ingegaan op de verschillende typen trainingsvelden en de inrichting.

3.9 Behoeftebepaling kleedruimte Van oudsher is het aantal kleedlokalen gekoppeld aan het aantal speelvelden. Bij een wedstrijd zijn twee teams betrokken waarvoor twee kleedlokalen nodig zijn. Deze situatie heeft in de jaren 60 geleid tot de minimumnorm van twee kleedkamers per speelveld. Inmiddels moet deze vuistregel als gevolg van de sterk gewijzigde gebruiksituatie van de velden als achterhaald worden gezien. Bij de meeste verenigingen wordt twee kleedkamers per speelveld als een niet-toereikende situatie ervaren. De volgende omstandigheden worden in dit verband genoemd als belangrijkste oorzaken: - optimalisatie gebruik velden (wedstrijden korter op elkaar, krappe wisseltijd) - toepassing van wetraconstructies en kunstgras (intensief gebruik mogelijk; geen afgelastingen) - wachttijden bij wisseling kleedkamers door verschillende sekses of groot leeftijdsverschil - meisjes in gemengde teams (mogelijk t/m A-junioren) - gelijktijdig twee pupillenwedstrijden per ‘normaal’ veld (vier teams per veld) - standaard kleedkamer niet afgestemd op dubbelgebruik - kleedkamers niet afsluitbaar bij meervoudig gebruik (diefstal)

Huidige richtlijn KNVB Als gevolg van de veranderde omstandigheden hanteren KNVB en NOC*NSF sinds 2000 een aangepaste richtlijn (minimumnorm). Aan de basisvoorziening van twee kleedkamers per veld worden per drie speelvelden twee aanvullende kleedkamers toegevoegd. Hierdoor ontstaat iets meer ruimte en flexibiliteit voor het opvangen van knelpunten. In onderstaande tabel staat de aangepaste richtlijn weergegeven. Aantal speelvelden

Aantal kleedruimten Basis

Aanvullend

1 t/m 3

2 per veld

2

4 t/m 6

2 per veld

4

7 en hoger

2 per veld

6

Een vereniging die nieuwbouw of verbouw pleegt dient zich ervan bewust te zijn dat het hier nog steeds om een minimumnorm gaat en dus een minimum aantal kleedkamers. Als alle hiervoor genoemde omstandigheden van toepassing zijn, zal de nieuwe situatie waarschijnlijk als niet toereikend en niet werkbaar worden ervaren. Als het financieel niet haalbaar is extra kleedkamers te bouwen wordt aanbevolen de gebruiksmogelijkheden van de kleedgelegenheid op te waarderen.

16 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

In dit kader moet nog worden opgemerkt dat niet alle gemeenten de aangepaste richtlijn van KNVB en NOC*NSF hanteren. Men verwijst daarbij naar het standpunt van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hoewel er over dit onderwerp regelmatig contacten zijn tussen KNVB en gemeentelijke organisaties, heeft dit nog niet geleid tot een ander standpunt. Overigens wijst VNG erop dat gemeenten in deze autonoom zijn en het advies van VNG niet hoeven over te nemen.

Opwaarderingmogelijkheden kleedgelegenheid Als het financieel niet haalbaar is extra kleedkamers te bouwen, kunnen de volgende mogelijkheden worden overwogen om de gebruiksmogelijkheden op te waarderen: - Vloeroppervlak kleedgedeelte vergroten naar 20 tot 25 m². Een standaardkleedkamer is afgestemd op ca. 15 personen (een elftal) en heeft een vloeroppervlak van ca. 15 m². Met een ruimer vloeroppervlak kan gemakkelijker dubbelgebruik worden opgevangen. De wasruimte kan dezelfde blijven. - Toepassing teamlockers of tassenkluizen. Het grootste deel van de tijd zijn de kleedkamers afgesloten om de kleding en dergelijke veilig te stellen. Door de kleding buiten de kleedruimte veilig op te kunnen bergen, komt de kleedkamer vrij voor gebruik door een ander team. Per kleedkamer zijn tenminste twee teamlockers nodig en deze dienen in de directe nabijheid van de kleedkamers te worden geplaatst (op de gang of in het voorportaal). - Geïndividualiseerde kleedruimte. Om de meisjes in jongensteam een eigen kleedruimte te kunnen bieden, kan een kleedkamer worden voorzien van enkele individuele kledinglockers. Zonodig wordt de doucheruimte ook aangepast opdat individueel douchen mogelijk is. Verdere informatie over de kleedruimte en teamlockers is te vinden in [KNVB, 2008].

Scheidsrechterkleedruimte De kleed/wasruimte en toiletvoorziening voor de scheidsrechters moet gescheiden zijn van die van de sporters. Het verdient aanbeveling om de ruimte door meerdere personen te kunnen gebruiken, doch wel meerdere ruimtes te maken. Hierdoor is het mogelijk de KNVB-scheidsrechter voor het eerste elftal of een vrouwelijke scheidsrechter een aparte ruimte te geven. Het totale oppervlak dient te worden afgestemd op twee personen per veld. In de kleedruimte moeten douche en toilet afzonderlijk bruikbaar te zijn en afsluitbaar in verband met eventuele geurhinder. In [KNVB, 2008]. worden richtlijnen gegeven voor inrichting, afmeting en uitvoering van de scheidsrechterskleedruimte.

Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex ¿ 17

Van idee naar werkelijkheid

3.10 Keuze opdrachtgeverschap Los van de geldstromen, doch veelal daarmee samenhangend, moet worden gekozen wie de verdere uitwerking (opdrachtgeverschap) van de verschillende onderdelen (velden, infrastructuur, opstallen) voor haar rekening neemt. Van belang is daarbij welke beheervorm na de realisatie gehanteerd zal worden. Mogelijke scenario’s: a. volledig opdrachtgeverschap bij gemeente. Dit betreft de realisatie van zowel velden en infrastructuur als de verenigingsaccommodatie, met eventueel een financiële inbreng van de vereniging voor voorzieningen die buiten de verplichtingen van de gemeente vallen. b. de gemeente is opdrachtgever voor de realisatie van velden, infrastructuur en kleedaccommodatie. De vereniging is opdrachtgever voor de realisatie van het clubgebouw. c. de gemeente is opdrachtgever voor de realisatie van velden en infrastructuur. De vereniging is opdrachtgever voor de realisatie van clubgebouw en kleedaccommodatie. d. volledig opdrachtgeverschap bij vereniging. Realisatie van zowel velden en infrastructuur als van de verenigingsaccommodatie, met eventueel een financiële inbreng van de gemeente.

Bij de keuze voor een bepaald scenario speelt een aantal afwegingsaspecten een rol: - beschikbare kennis en capaciteit bij de vereniging; in hoeverre is de vereniging in staat deskundige mensen in te zetten - mogelijkheden van kostenbesparing door uitvoering in eigen beheer door de vereniging - mogelijkheden van combineren van functies, bijvoorbeeld kleed- en clubaccommodatie onderbrengen in één gebouw - mogelijke vermindering van de veldhuur bij overdracht kleedaccommodatie naar de vereniging - relatie van de vereniging met bedrijven (architect, aannemer, sponsoren) - financiën - mogelijkheden van terugvordering BTW; ingeval de vereniging BTW-plichtig is, zijn investeringen in het kader van de horeca ‘belast’ en kan een deel van de BTW worden teruggevorderd (zie hiervoor verder § 7.5.1). De meest gebruikelijk scenario’s zijn b en c. De uitwerking in deze Handleiding is gebaseerd op het veel voorkomende scenario c waarbij de gemeente zorgt voor de realisatie van velden en infrastructuur en de vereniging voor de realisatie van de kleed- en clubaccommodatie.

3.11 Inschakelen adviseurs Bij het voorbereiding- en ontwerpproces is de inbreng van diverse adviseurs onontbeerlijk; het gaat daarbij om: - juridisch adviseur - fiscalist - architect - kostendeskundige - bouwkundig constructeur - adviseur werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties - bouwfysisch adviseur / adviseur duurzaam bouwen (DuBo) - Arbo adviseur Naast het inschakelen van adviseurs is het zeker aan te bevelen een terzake kundige projectleider aan te stellen. Voor zover deskundigheid niet binnen de vereniging aanwezig is moet een beroep worden gedaan op externe deskundigheid.

Juridisch adviseur Hieraan is voornamelijk behoefte in het voorbereidingstraject, onder meer als sprake is van een inspraakprocedure waarin de vereniging belanghebbende is, bij het overleg met de gemeente over een afkoopregeling en bij het opstellen en ontbinden van opstalcontracten.

Fiscalist Deze kan onder andere een rol spelen bij fiscale aspecten die een rol spelen bij de afweging om te kiezen voor de stichtingsvorm (en eventueel uitwerking daarvan) en bij terugvordering van omzetbelasting over zogenaamde ‘belaste’ investeringen.

Architect Een architect houdt zich bezig met het opstellen van een (voor)ontwerp, bestek en tekeningen, bouwbegroting en het begeleiden van de aanbesteding en toezicht op de bouw. De architect verzorgt tevens het overleg met de Welstandscommissie. In [BNA 1997] is een uitgebreide beschrijving opgenomen van deze werkzaamheden en 18 ¿ Handleiding voor de realisatie van een nieuw sportcomplex

Van idee naar werkelijkheid

tevens over de contractvoorwaarden en het vaststellen van de advieskosten. Het inschakelen van een architect kan op verschillende momenten plaatsvinden. Zo is het denkbaar dat een architect bij het proces wordt betrokken vanaf de eerste planvorming. Een keuze op basis van concurrerende (lumpsum) aanbiedingen is in dit geval, zeker als nog geen budget en dus bouwsom bekend is, niet mogelijk. Een andere mogelijkheid is dat een architect in een later stadium wordt aangetrokken via een aanbesteding of prijsvraag op basis van een vooraf opgesteld Programma van Eisen en een beschikbaar budget. De navolgende deskundigen worden in het algemeen door of namens de architect ingeschakeld, hoewel het de opdrachtgever vrij staat dit zelf te doen. Uiteraard is goede samenwerking met de architect een vereiste.

Kostendeskundige In verschillende stadia van het ontwerp is het wenselijk dat een inschatting wordt gemaakt van de bouwkosten. Dergelijke kostenramingen kunnen worden gemaakt door een terzake deskundige, in veel gevallen de architect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=6ca6ffbe-ea52-47b7-b141-11e34f486fde