CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Middelen 28 november 2023, gemeente Brunssum31.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Middelen van 28 november 2023 1 2.a 2.b 2.c 2.d 3

4

5

19:00 - Opening 19:00 - Vaststellen concept besluitenlijst gezamenlijke commissie d.d. 24 oktober 2023 Concept Besluitenlijst gezamenlijke raadscommissie 24 oktober 2023 Middelen 19:02 - Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) 19:04 - Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht 19:07 - Terugkoppeling vanuit verbonden partijen 19:10 - Belastingverordeningen 2024 en Regeling kwijtschelding 2024 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2023/90 Weth. Van Dijk Ondersteund door mw. J. Joosten Raadsvoorstel 90 Belastingverordeningen 2024 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024 gemeente Brunssum PUB Raadsvoorstel 90 (bijlage) Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2024__202349263__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Tarieven 2018 -2024__202355689__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2024__202349260__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2024__202349251__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2024 (002)__202349258__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2024__202349257__ Raadsvoorstel 90

(bijlage) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2024__202349248__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gem Brunssum 2024__202349253__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2024__202349255__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2024__202349259__ Raadsvoorstel 90 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting gemeente Brunssum 2024 en 2025__202349262__ 19:30 - Verordening op de heffing en invordering van derden 2024 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2023/91 Weth. Van Dijk Ondersteund door mw. J. Joosten Raadsvoorstel 91 Verordening op de heffing en invordering van leges en werken voor derden gemeente Brunssum 2024 PUB Raadsvoorstel 91 (bijlage) geraamd bouwvolume 2024 06112023__202357232__ Raadsvoorstel 91 (bijlage) Kostenonderbouwing leges 2024 hoofdstuk 1__202352010__ Raadsvoorstel 91 (bijlage) Kostenonderbouwing leges 2024 hoofdstuk 2__202352011__ Raadsvoorstel 91 (bijlage) Kostenonderbouwing leges 2024 hoofdstuk 3__202352012__ Raadsvoorstel 91 (bijlage) Legesverordening 2024 definitief samengevoegd__202357229__ 19:50 - Sluiting

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE MIDDELEN (gezamenlijke commissie) VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 24 OKTOBER 2023 OM 19:00 UUR IN DE RAADZAAL

1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 24 oktober 2023

Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op dinsdag 24 oktober 2023 om 19:00 uur. Deze vergadering is openbaar en wordt gehouden in raadzaal. De vergadering in openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: AANWEZIG COMMISSIE MIDDELEN: Voorzitter:

Dhr. J.W.G. Scheffers (Lijst Borger)

Burger-commissieleden:

Dhr. R. Hendriks (PAK, woordvoerder) Dhr. P.M.J. Houben (Lijst Brunssum Lokaal) Dhr. A. van der Linden (Lijst Brunssum Lokaal, woordvoerder) Mw. N.A.H. van Goethem - Hendrix (Lijst Borger, woordvoerder) Dhr. R.C. Stevelmans (VVD, woordvoerder) Dhr. G.F.Y. Dieteren (BBB Lijst Palmen, woordvoerder bij agendapunt 3) Mw. B. Arts (SP, woordvoerder) Dhr. J.A. Arts (SP) Mw. M.E.J. Baten-Werink (Lijst Borger) Mw V.J.G.M. Braam (PvdA) Dhr. L.C.C. Hermans (Lijst Borger, tribune) Dhr. J.H.J. Janssen (PAK) Dhr. B. Nelissen (BBB Lijst Palmen) Mw. S. Offermans (PAK, tribune) Mw. G. Di Palma (VVD, tribune) Mr. J.M.H. Palmen (BBB Lijst Palmen, woordvoerder bij agendapunt 4) Dhr. J.L.W. van Dijk Dhr. H.J. Janssen Mw. M.Y. van Leusden-Brüning Mw. W.J.F. van der Rijt Niet aanwezig Dhr. P. Peeters Dhr. van Kalsbeek, mw. T. Huizinga, mw. P. Rompen, dhr. S. Van Heel, dhr. R. Kavsec, dhr. G. Jansen Geen Geen Geen

Raadsleden:

College:

Secretaris: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten: Afgemeld:

Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Agendapunt 2: 2e bestuursrapportage 2023 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2023/80 De portefeuillehouder geeft een toelichting op het voorstel en beantwoorden de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door dhr. van Kalsbeek, mw. T. Huizinga, mw. P. Rompen, dhr. S. Van Heel, dhr. R. Kavsec, dhr. G. Jansen. Toezegging 51 (24-10-2023 MID) Beantwoording vraag 43 BBB Lijst Palmen inzake riolering Wethouder Janssen zegt toe: Aan de afdeling door te geven dat er ook in de Heufkestraat sprake is van wateroverlast. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: a. Akkoord te gaan met de 2e Bestuursrapportage 2023; b. De 9e begrotingswijziging 2023 vast te stellen (onderdeel C boekwerk 2e bestuursrapportage 2023). De commissie adviseert in meerderheid, met uitzondering van de fracties LBL en BBB Lijst Palmen, het voorstel als akkoordstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 november 2023. Agendapunt 3: Programmabegroting 2024 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2023/76 De portefeuillehouder geeft een toelichting op het voorstel en beantwoorden de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door dhr. van Kalsbeek, mw. T. Huizinga, mw. P. Rompen, dhr. S. Van Heel, dhr. R. Kavsec, dhr. G.

Jansen 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 24 oktober 2023

Toezegging 52 (24-10-2023 MID) Programmabegroting 2024 Wethouder Van Dijk zegt toe: - Dat opgemerkte (schrijf)fouten in de versie die aan de raad wordt aangeboden aangepast zullen zijn (versie 2). - Daar waar van leegstand op de 3e etage gesproken wordt, dit te wijzigen naar 2e etage. Toezegging 53 (24-10-2023 MID) Programmabegroting 2024 Wethouder Janssen zegt toe uit te zoeken of de gehanteerde jaren op blz. 170 onder Openbare verlichting, Beleid al dan niet juist zijn. Toezegging 54 (24-10-2023 MID) Programmabegroting 2024 Burgemeester Van der Rijt zegt t.a.v. de Straathoekwerker toe: Uit te zoeken of deze kosten onder veiligheid of het CMWW vallen en zodoende al dan niet dubbel geboekt zijn. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: 1. De Programmabegroting 2024 inclusief meerjarenraming 2025-2027 vast te stellen; 2. De afschrijvingstermijn van bedrijfsgebouwen te verhogen van 30 naar 40 jaar en hiermee af te wijken van de huidige Nota Activabeleid 2021; 3. De afschrijvingstermijn van bedrijfsgebouwen in de volgende nota activabeleid te actualiseren van 30 naar 40 jaar. De commissie adviseert in meerderheid, met uitzondering van de fractie BBB Lijst Palmen, het voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 7 november 2023. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20:35 uur.

3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 24 oktober 2023

Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 3-10-2023 en 14-11-2023) Onderwerp

Datum toezegging

Nummer

Portefeuillehouder

Datum reactie

Afgedaan

Termijn

10-10-2023

49

Van Leusden

14-11-2023

Ja

24-10-2023

52

Van Dijk

13-11-2023

Ja

Vuurwerk (ABA)

13-12-2022

105

Van der Rijt

02-11-2023

Ja

Programmabegroting

24-10-2023

54

Van der Rijt

26-10-2023

Ja

24-10-2023

53

Janssen

25-10-2023

Ja

10-10-2023

50

Van Leusden

11-10-2023

Ja

loonkostensubsidie (Buza) Programmabegroting 2024 (middelen)

2024 (Middelen) Programmabegroting 2024 (Middelen) Tabel klantaantallen (Buza)

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum

: 14 nov. 2023 : 202347355 : 2023/90 : Financiën en control : : : Jaimy van Dijk : 12 dec. 2023 : Niet van toepassing

Aan de raad, 1. Onderwerp Belastingverordeningen 2024 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024 gemeente Brunssum 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Een gemeente kan verschillende gemeentelijke belastingen heffen. In art. 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven welke belastingen dit kunnen zijn. Voordat een belasting kan worden geheven moet de verordening worden vastgesteld door de raad (art. 216 Gemeentewet). De belastingverordeningen 2024 en de regeling kwijtschelding 2024 worden door middel van dit bbv voorgelegd ter besluitvorming. b. Huidige situatie/probleemstelling In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2024 worden de ontwikkelingen van de diverse belastingtarieven toegelicht. De tarieven wijzigen in 2024 als volgt: 1. Voor 2023 worden de volgende tarieven met 3,1 % verhoogd: toeristenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, marktgelden en begraafrechten. Bij het bepalen van deze tarieven is er voor zover dit van toepassing is, rekening mee gehouden dat het bedrag deelbaar is door 12. 2. De bedragen voor kwijtschelding blijven gelijk aan de bedragen van 2023. Op 16 sept. 2022 is een nieuwe 'Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden' door het ministerie van BZK vastgesteld (staatscourant nr. 23803).

Deze regeling biedt aan de raad de mogelijkheid om het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen met maximaal € 2.000 te verhogen. Deze mogelijkheid is voor 2024 in de regeling kwijtschelding 2023 verwerkt. 3. Afvalstoffenheffing: De belasting per perceel wordt in 2024 € 254,40 (2023 € 204,72). 4. Rioolheffing: Het tarief wordt in 2024 € 270,84 (2023 € 243,60). 5 OZB: De onroerende-zaakbelastingen worden voor 2024 geïndexeerd met 3,1% . Aan de hand van de WOZ waardes die de BsGW aanlevert worden de percentielen berekend. BsGW geeft aan dat de afhandeling van de bezwaren 2023 meer tijd kost dan voorzien vanwege het grote aantal. Hierdoor is BsGW tot laat in het jaar bezig met de afhandeling, welke van invloed kan zijn op de uiteindelijke waardering. De prognose van de verwachte opbrengst OZB kan hierdoor worden beïnvloed. Te meer omdat een herziene waardebepaling van een enkele woning bepalend kan zijn voor een reeks gelijksoortige woningen. BsGW geeft aan dat de totale prognosewaarde nog substantieel af kan gaan wijken van de huidige prognose waarop de percentielen zijn berekend. BsGW zal daarom tussen 21 en 30 november 2023 nog gewijzigde cijfers aanbieden. Het is

aan te bevelen de uiteindelijk aan de raad voor te stellen tariefstelling OZB op deze latere prognose te baseren om te voorkomen dat de begrote OZB opbrengst niet gehaald wordt. Dit zal gezien het tijdstip ertoe leiden dat een versie 2 van de verordening OZB aan de raad wordt voorgelegd. 6. Hondenbelasting: Actiepunt 61 van het coalitie-akkoord streeft naar het in evenwicht brengen van de inkomsten en uitgaven van de hondenbelasting. Om dit te bereiken wordt het tarief voor de eerste hond voor 2024 verlaagd tot €43,20. Het tarief voor de tweede hond wordt verlaagd tot €157,80. 7. Lijkbezorgingsrechten: Een aantal tarieven is aangepast. Dit is gedaan door de producten onderling te vergelijken. De tarieven voor een kindergraf < 12 jaar zijn gewijzigd (stijging met 50 %). Deze graven zijn wat betreft afmetingen iets groter, maar vergelijkbaar met een particulier urnengraf in de bogen. Deze laatste zijn ten opzichte van de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023 (na indexatie) 25% goedkoper geworden. Door de vergelijkbaarheid is ervoor gekozen om het kindergraf <12 jaar gelijk te stellen aan een particulier urnengraf in de bogen wat betreft de leges voor het verlenen en verlengen van de grafrechten.

Hierdoor ontstaat een meer logische verhouding van de legeskosten voor de betreffende soorten graven, die ook uit te leggen is aan mensen die een graf aanvragen. Een voetnoot bij de kindergraven is dat deze zelden worden uitgegeven. De afgelopen 20 jaar zijn er 6 kindergraven < 12 jaar op de Algemene Begraafplaats uitgegeven. Het laatst uitgegeven kindergraf < 12 jaar stamt uit 2015. 8. Tekstuele wijzigingen zijn in rood aangegeven in de tekst van de diverse verordeningen. Het gaat om kleine tekstuele wijzigingen om de tekst de vereenvoudigen of te verduidelijken. Jaarlijks wordt ook gekeken of aanpassing aan de modelverordeningen van de VNG nodig is. In de tabel lokale lastendruk is uitgegaan van een berekening met eigen woning en zonder eigen woning. Lokale lastendruk per jaar Meerpersoonshuishoudens Met eigen woning (OZB, Riool en Afval) Zonder eigen woning (Afval)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

€ 699,69

€ 728,34

€ 766,58

€ 803,41

€ 803,41

€ 837,04

€ 923,62

€ 207,80

€ 221,56

€ 235,07

€ 265,16

€ 265,16

€ 281,72

€ 331,40

Er is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240 l en een woning met gemiddelde WOZ waarde. Als bijlage is een tabel toegevoegd (zie registratienummer 202355689) die de ontwikkeling weergeeft van de tarieven van het rioolrecht, de afvalstoffenheffing en de OZB van 2018 t/m 2024. Bij de berekening van de totale afvalstoffenheffing is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240l en de OZB is berekend op basis van een gemiddelde woningwaarde. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen. b.

Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Er is geen eerdere besluitvorming geweest. 2. traject tot dusverre. Er is geen voortraject. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W. Het college wordt gevraagd in te stemmen met het voorstel, de raad stelt de verordeningen vast. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal). De Gemeentewet en de Invorderingswet 1990.

5.

past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?. Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtingen. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De belastingopbrengsten zijn geraamd in de begroting 2023 bij de volgende programma's: Programma: 9 Milieu en taakveld: riolering XT-72, afval XT-73, begraafplaats XT-75; Programma: 10 Economie en toerisme en taakveld: bedrijfsloket en -regelingen XT-33, economische promotie XT-34 ; Programma: 12 Algemene dekkingsmiddelen en taakveld: OZB woningen XT-061, OZB niet-woningen XT-062, belastingen overig XT-064. c. Argumenten en overwegingen Belastingheffing dient ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Om de belastingen te kunnen heffen dienen de verordeningen vóór 1 jan. 2024 door de raad te worden vastgesteld d. Opties en keuze De raad kan besluiten welke belastingen en heffingen opgelegd worden. De raad stelt de hoogte van de tarieven vast. Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk

: 2023/90 : Financiën en control : 202347355

De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023, afdeling Financiën en control ; Besluit: De volgende verordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2024 (202349248) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2024 (202349251) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2024 (202349253) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2024 (202349255) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2024 (202349257) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2024 (202349258) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2024 (202349259) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2024 (202349260) Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting gemeente Brunssum 2024 en 2025 (202349262) Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023 (202349263)

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 dec. 2023

De Raad vernoemd,

Voorzitter

Griffier

Registratiekenmerk: 202349263 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90 ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990 ,de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; overwegende dat het gewenst is om nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ; Besluit vast te stellen: " REGELING KWIJTSCHELDING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN GEMEENTE BRUNSSUM 2024" Artikel 1 Uitgesloten van kwijtschelding Bij de invordering van de volgende belastingen wordt geen kwijtschelding verleend voor: a. onroerende-zaakbelastingen; b. rioolheffing; c. hondenbelasting; d. precariobelasting; e. reclamebelasting; f. lijkbezorgingsrechten; g. marktgelden; h. toeristenbelasting; i. leges; j. de afvalstoffenheffing zoals bedoeld in hoofdstuk 1, lid 6 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024’. Artikel 2 Verruimde Beperkte kwijtschelding b.

B ij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend voor: 100 procent van het belastingbedrag als bedoeld in hoofdstuk 1, eerste lid van de tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Gemeente Brunssum 2024’ (belasting per perceel) op jaarbasis; a. Van de belastingbedragen gebaseerd op de belastingtarieven als bedoeld in hoofdstuk 1, leden 2 t/m 4 (belasting per lediging) van de tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing Gemeente Brunssum 2024’, wordt per belastingjaar: indien het perceel waarop de aanslag afvalstoffenheffing betrekking heeft, op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht: wordt gebruikt door: wordt kwijtschelding verleend tot een bedrag van maximaal: één persoon € 55,00 twee personen € 75,00 drie personen € 90,00 vier of meer personen € 100,00 Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent. 2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in

Registratiekenmerk: 202349263 plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd. Artikel 4 Extra toegestane financiële middelen In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a.

het maximumbedrag genoemd in artikel 4 (€ 2.000,-), onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot,

b.

75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en

c.

90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

Artikel 5 4 Overgangsrecht De ‘Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Gemeente Brunssum 2023’, van 29 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan kwijtscheldingsverzoeken die voor die datum zijn ingediend. Artikel 6 5 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Artikel 7 6 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Gemeente Brunssum 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

Registratiekenmerk: 202349263 Wijzigingen t.o.v. 2023 • • •

Art. 2 Titel is gewijzigd in “beperkte” i.p.v. “verruimde” kwijtschelding. In art. 2b wordt de kwijtschelding beperkt. Art. 4 toestaan extra financiële middelen is toegevoegd, de artikelen daarna zijn hernummerd. Art. 5 het overgangsrecht is van toepassing op alle kwijtscheldingsverzoeken die vóór 1-1-2024 zijn ingediend. Dan gelden vanaf 1-1-2024 dezelfde normen voor alle verzoeken die vanaf die datum worden ingediend.

2018 Rioolrecht eigenaar ≥ € 30.000,Rioolrecht eigenaar ≤ 30.000,Afval per lediging 240 l. container rest per lediging 140 l. container rest per zak of inworp verzamelcontainer 60 l. aantal ledigingen restafval 240 l. totaal afvalstoffenheffing OZB eigenaar woning OZB eigenaar niet-woning OZB gebruiker niet-woning Gemiddelde waarde woning OZB-aanslag op basis van gemiddelde waarde

2019

2020

2021

€ 261,00 € 25,60 € 151,80 € 8,00 € 5,90

€ 225,00 € 22,00 € 160,31 € 8,75 € 6,45

€ 231,50 € 22,60 € 173,82 € 8,75 € 6,45

€ 233,75 € 22,80 € 189,91 € 10,75 € 7,90

€ 1,45

€ 1,60

€ 1,60

€ 1,95

2023

2024

€ 233,75 € 22,80 € 189,91 € 10,75 € 7,90

€ 243,60 € 23,64 € 204,72 € 11,00 € 8,10

€ 270,84 € 26,28 € 254,40 € 11,00 € 8,10

% stijging t.o.v. 2023 11,2% 11,2% 24,3% 0,0% 0,0%

€ 1,95

€ 2,00

€ 2,00

0,0%

2022 + amendement

7 7 € 207,80 € 221,56 0,1646% 0,1971% 0,2698% 0,2819% 0,2232% 0,2313% € 140.273 € 142.963

7 7 7 7 7 € 235,07 € 265,16 € 265,16 € 281,72 € 331,40 0,1886% 0,1772% 0,1659% 0,1414% 0,1462% 0,2958% 0,3223% 0,3199% 0,3248% 0,3288% 0,2405% 0,2779% 0,2653% 0,2727% 0,2816% € 159.075 € 171.850 € 183.553 € 220.450 € 219.770

€ 230,89

€ 300,01

€ 281,78

€ 304,50

€ 304,50

€ 311,72

€ 321,30

17,6%

3,1%

Registratiekenmerk: 202349260

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90 ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING GEMEENTE BRUNSSUM 2024"

(Verordening afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2024) Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Registratiekenmerk: 202349260

Artikel 6 Reductie heffing medisch afval 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 4 komt in aanmerking voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, leden 2, 3 en 4 van de in artikel 5 bedoelde tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moet aanbieden aan de gemeentelijke inzameldienst. 2. De in het eerste lid bedoelde vermindering bedraagt 60 % van de totaal verschuldigde belasting als gevolg van het aantal aangeboden ledigingen, met een maximum van € 60,00 per belastingjaar. 3. De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid, dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden overgelegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden. 4. De berekening van de vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats na afloop van het betreffende belastingjaar. 5. Er wordt slechts één vermindering per huishouden verleend.

Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 leden 1 t/m 3 4 en lid 6, letter a van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 4 en lid 6, letters b en c en hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 en lid 6a van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 lid 4 en lid 6 b en c en hoofdstuk 2 is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 2. De belasting in hoofdstuk 1. lid 2 en lid 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 van de tarieventabel verschuldigd, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 5. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 6. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 7. Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 die bij wege van aanslag wordt geheven, geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. 8. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Registratiekenmerk: 202349260 Artikel 10 Termijnen van betaling 1. 2.

3.

4.

5.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 alsmede lid 3, letter b, bij toezending van de kennisgeving, is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2023’ van 29 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

Registratiekenmerk: 202349260

Registratiekenmerk: 202349260 Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gem. Brunssum 2024’ Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1. 2.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting per lediging van: a. een mini-container, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 140 liter

€

254,40

€

Gratis

b.

een mini-container, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 240 liter

€

Gratis

c.

een citybin, bestemd voor GFT-afval met een inhoud van 20 liter

€

Gratis

d. een mini-container, bestemd voor rest-afval met een inhoud van 140 liter

€

8,10

e.

€

11,00

€ €

2,00 1,05

€

2,00

een mini-container, bestemd voor rest-afval met een inhoud van 240 liter

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op het ondergrondse inzamelsysteem per aanbieding: a. een inwerptrommel van 60 liter b. een inwerptrommel van 30 liter 4. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op zakken per aanbieding van een gekenmerkte vuilniszak 5.

a. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de aanbieding van een zak voor verpakkingsmateriaal: plastic, metaal en drankkartons b. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de aanbieding van de BEST zak

6. Onverminderd het bepaalde in de leden 1 t/m 5 bedraagt het tarief voor: a. het in gebruik hebben van een extra restafval container of meer dan twee GFT containers per container per jaar of een gedeelte daarvan b. het op aanvraag omwisselen van één of meer containers, per keer c. het op aanvraag leveren van één of meer extra containers per keer

7. In afwijking van het bepaalde in het zesde lid, onderdelen b. en c. kan: a.

een nieuw ingezetene van de gemeente, die als belastingplichtige wordt aangemerkt, gedurende een periode van zes maanden nadat de belastingplicht is ontstaan, kosteloos éénmaal van containervolume wisselen;

b.

de belastingplichtige, die binnen de gemeente verhuist gedurende een periode van zes maanden nadat de verhuizing heeft plaatsgevonden, kosteloos éénmaal van containervolume wisselen.

Gratis Gratis

€

10,00

€ €

25,00 25,00

Registratiekenmerk: 202349260 Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r.

Papier en karton Glas (verpakkingsglas wit en bont en vlakglas) Klein chemisch afval (KCA: accu’s, batterijen etc.) Frituurvet en -olie Afgewerkte (motor-) olie (maximaal volume 20 liter) Metaal Textiel Kringloopgoederen (mits verkoopbaar), Best-tassen Elektronische apparatuur (ook defecte) Asbesthoudend afval (max. 35m2) Auto- of motorband zonder velg (max. 20 inch, 4 stuks) Tuinafval Snoeiafval/kerstbomen Gips (geen cel- of gasbeton) Verpakkingsafval (plastic, metaal, drankenkartons) Harde kunststoffen Gasflessen en gastanks (explosie veilig aangeleverd) Piepschuim

Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis

2. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van de volgende (grove) huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats: a. aa. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p.

Grof huishoudelijk afval/grote huisraad per m3 De 1e t/m 2e aanbieding van grof huisvuil is gratis * GFT- en/of restafval en ongesorteerd afval (per 50 liter zak) Hout kwaliteit A/B Auto- of motorband met velg, per stuk (maximaal 4 stuks) Autoband > 20” per stuk (maximaal 4 stuks) Vrachtwagenband, per stuk (maximaal 2 stuks) Tractorband, per stuk (maximaal 2 stuks) Schone grond, per m3 Vervuilde grond, per m3 Schoon puin, per m3 Vervuild puin, per m3 Dakleer per m3 (max 0,25 m3) Ongesorteerd bouwafval, per m3 1 persoons matras per stuk 2 persoons matras per stuk Hout kwaliteit C per m3

€ 30,00 € 1,70 € 0,00 € 1,60 € 3,50 € 15,00 € 22,00 € 17,00 € 90,00 € 8,00 € 90,00 € 30,00 € 90,00 € 0,00 € 0,00 € 15,00

*) In 2024 kunnen de burgers van Brunssum 2 maal gratis grofvuil aanbieden op het milieupark in Brunssum.

Registratiekenmerk: 202349260

3.

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het van gemeentewege ophalen van grove huishoudelijke afvalstoffen en houtafval aan huis: per keer maximaal 1m3: € 44,00

Hoofdstuk 3 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van haar bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op De voorzitter,

De griffier,

Wijzigingen verordening afvalstoffenheffing t.o.v. 2023 •

De belasting per perceel wordt € 254,40 (was 204,72 voor 2023).

Registratiekenmerk: 202349251

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90 ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023 , afdeling Financiën en control;

gelet op het bepaalde in artikel 226 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2024" (Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2024) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1.

2.

In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. b. c. d. e.

die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren ; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Registratiekenmerk: 202349251

Artikel 5 Belastingtarieven 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 43,20 b. voor een tweede hond € 157,80 c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 318,60 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 1.076,16. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.

Registratiekenmerk: 202349251 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2023’ van 29 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

Wijzigingen verordening hondenbelasting t.o.v. 2023

•

De raad heeft bij het vaststellen van de programmabegroting 2023 amendement 6 aangenomen om het tarief voor de 1e hond met €25 te verlagen tot €54,56 (was €79,56). In 2024 en 2025 worden de tarieven verder verlaagd om te komen tot een kostendekkende opbrengst van de hondenbelasting. Het tarief voor de eerste hond wordt voor 2024 € 43,20, het tarief voor de tweede hond wordt € 157,80. Deze verlaging sluit aan bij punt 61 uit het coalitie-akkoord.

Registratiekenmerk: 202349258 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN LIJKBEZORGINGSRECHTEN GEMEENTE BRUNSSUM 2024" (Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2024) Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Merkelbeekerstraat/Heufstraat. b. Particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen begraven en begraven houden van lijken; 2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as. c. Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het: doen begraven van lijken. d. Particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: 1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 2. het doen verstrooien van as. e.

Algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. Asbus: een bus ter berging van as van een overledene. g. Urn: een voorwerp ter berging van één asbus. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: 1. Het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag.

Registratiekenmerk: 202349258 Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. 2.

De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 6 Wijze van heffing De in deze verordening geregelde rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld, alsmede de aard van de dienstverlening of van het gebruik. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld De rechten zoals omschreven in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen Artikel 7 8Termijnen van betaling 1. 2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 8 9 Overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2023’ van 29 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 9 10 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 10 11 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd, voorzitter.

griffier.

Registratiekenmerk: 202349258 TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE ‘VERORDENING LIJKBEZORGINGSRECHTEN 2024’

1.1.

HOOFDSTUK 1: Huren Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden wordt geheven: Voor een periode van 10 jaar: _ voor een enkel particulier graf _ voor een kindergraf < 12 jaar

€ €

998,00 749,00

€ €

1.996,00 1.498,00

€ € €

998,00 749,00 499,00

_ op of in een particulier graf € _ in een particulier urnengraf in de bogen € _ in een particulier urnengraf zijnde tegelgraf of op de urnenmuur € Voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden wordt geheven:

1.996,00 1.498,00 998,00

Voor een periode van 20 jaar:

1.2.

_ voor een enkel particulier graf _ voor een kindergraf < 12 jaar Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen wordt geheven: Voor een periode van 10 jaar: _ op of in een particulier graf _ in een particulier urnengraf in de bogen _ in een particulier urnengraf zijnde tegelgraf of op de urnenmuur Voor een periode van 20 jaar:

1.3.

Voor een periode van 5 jaar: _ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een particulier kindergraf < 12 jaar _ voor een grafkelder per m²

€ € € €

499,00 998,00 374,00 249,00

€ € € €

998,00 1.996,00 749,00 499,00

€ € €

499,00 374,00 249,00

€ € €

998,00 749,00 499,00

Voor een periode van 10 jaar:

1.4.

_ voor een enkel particulier graf _ voor een dubbel particulier graf _ voor een particulier kindergraf < 12 jaar _ voor een grafkelder per m² Voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen wordt geheven: Voor een periode van 5 jaar: _ in een particulier graf _ in een particulier urnengraf in de bogen _ in een particulier urnengraf zijnde tegelgraf of op de urnenmuur Voor een periode van 10 jaar: _ op of in een particulier graf _ in een particulier urnengraf in de bogen _ in een particulier urnengraf zijnde tegelgraf of op de urnenmuur

Registratiekenmerk: 202349258

2.1. 2.2. 2.3.

3.1. 3.2. 3.3.

4.1.

4.2.

HOOFDSTUK 2: Begraven Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven Voor het begraven van een lijk van een kind jonger dan 12 jaar wordt geheven Voor het begraven op zater-, zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 2.1. en 2.2. verhoogd met HOOFDSTUK 3 Bijzetten van asbussen en urnen Voor het bijzetten van een urn / asbus wordt geheven Voor het ter beschikking stellen van een plaats in een strooiveld inclusief het uitstrooien van de urn wordt geheven Voor het begraven op zater-, zon- en feestdagen wordt het recht, bedoeld in 3.1. en 3.2. verhoogd met

€ €

681,00 341,00 25%

€

246,00

€

123,00 25%

HOOFDSTUK 4 Grafbedekking Voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen of vernieuwen van de volgende voorwerpen, wordt geheven (Let op: Het gedenkteken schaft u zelf aan bij bijvoorbeeld een steenhouwer. Deze moet voldoen aan de vereisten zoals beschreven in het uitvoeringsbesluit voor de grafbedekking gemeente Brunssum) _ Voor het stichten van een gedenkteken of kruis, per gedenkteken of kruis op een particulier € graf _ Voor het stichten van een gedenkteken of kruis, per gedenkteken of kruis op een particulier € urnengraf in de bogen Voor het kopen van

86,00 86,00

_ een urnbewaarbus op de urnenmuur met daarop een naamplaatje

€

560,00

_ een gedenksteen op een tegelgraf met tekst tot 40 leestekens en evt. kruisje

€

560,00

HOOFDSTUK 5 Lichten, ruimen, terugzetten Voor het lichten van een lijk (Let op: Eventuele kosten van het vervoer en crematie zijn hier € niet bij inbegrepen.) Voor het lichten van een lijk en na lichting weer begraven in hetzelfde particulier graf wordt € geheven

1.201,00

5.3.

Voor het lichten van een lijk en na lichting begraven in een ander particulier graf op deze begraafplaats wordt geheven

€

1.519,00

5.4.

Voor het lichten van een asbus uit een particulier graf, particulier urnengraf in de bogen, tegelgraf of een urn vanaf de urnenmuur wordt geheven Bij het weer terugplaatsen van de asbus wordt geheven

€

146,00

€

123,00

5.1. 5.2.

5.5.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op Behoort bij raadsbesluit van De voorzitter,

De griffier,

1.201,00

Registratiekenmerk: 202349258

Lijkbezorgingsrechten Wijzigingen verordening lijkbezorgingsrechten t.o.v. 2023 • •

•

• • • •

De lijkbezorgingsrechten zijn met 3,1 % geïndexeerd t.o.v. de tarieven 2023. Voor onderstaande producten zijn nieuwe tarieven vastgesteld. Dit is gedaan door de producten onderling te vergelijken. De nieuwe tarieven sluiten logischer aan bij hoe de producten zich onderling verhouden. o Het tarief voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een kindergraf < 12 jaar is vastgesteld op: ▪ Periode van 10 jaar: € 749,00 ▪ Periode van 20 jaar: € 1.497,00 o Het tarief voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een kindergraf < 12 jaar is vastgesteld op: ▪ Periode van 5 jaar: € 374,00 ▪ Periode van 10 jaar: € 749,00 o Het tarief voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een particulier urnengraf in de bogen is vastgesteld op: ▪ Periode van 10 jaar: € 749,00 ▪ Periode van 20 jaar: € 1.497,00 o Het tarief voor het verlengen van het uitsluitend recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een particulier urnengraf in de bogen is vastgesteld op: ▪ Periode van 5 jaar: € 374,00 ▪ Periode van 10 jaar: € 749,00 Dubbele particuliere graven en grafkelders worden al jaren niet meer aangeboden, daarom zijn de tarieven voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het doen begraven en begraven houden in een dubbel particulier

graf en een grafkelder niet langer vermeld in de legesverordening. Ook zijn de vergunningskosten voor het stichten van een grafkelder verwijderd. De volgende termen zijn ter verduidelijking aangepast: o ‘Particulier urnengraf’ is geworden ‘particulier urnengraf zijnde tegelgraf’ o ‘Particulier urnengraf (extra locatie) is geworden ‘particulier urnengraf in de bogen’ De informatie die voorheen stond vermeld onder “Hoofdstuk 6: Overige heffingen” is geplaatst onder “Hoofdstuk 4: Grafbedekking” omdat dit ook grafbedekking betreft. Het tarief voor het kopen van een urnbewaarbus op de urnenmuur met daarop een naamplaatje en een gedenksteen op een tegelgraf met tekst tot 40 leestekens en evt. kruisje zijn kostendekkend gemaakt. Onder “Hoofdstuk 4: Grafbedekking” is een verduidelijkende tekst toegevoegd wanneer het om een vergunning gaat.

Registratiekenmerk: 202349257 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet ; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELDEN GEMEENTE BRUNSSUM 2024" (Verordening marktgelden 2024) Artikel 1 Definities 1. 2. 3. 4.

Onder marktterreinen worden verstaan de pleinen, straten en wegen, welke voor het houden van markten zijn aangewezen. Onder standplaats wordt verstaan een voor één marktdag toegewezen plaats op een marktterrein. Onder vaste standplaats wordt verstaan een permanent (tot wederopzegging) toegewezen plaats op een marktterrein. Ter berekening van de ingenomen oppervlakte (in m²) wordt in aanmerking genomen de oppervlakte die in gebruik is: a. voor het uitstallen van goederen; b. als loopgang/ruimte; c. als opslagruimte voor goederen en emballage; d. voor voertuigen van waaruit rechtstreeks wordt verkocht en/of mede als opslagruimte dienen. Niet meegerekend wordt de oppervlakte onder overkappingen en luifels, welke bestemd is voor en gebruikt wordt door het publiek. Ter bepaling van de oppervlakte wordt een gedeelte van een m² gerekend voor een gehele m².

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden onder de naam ‘marktgelden’ rechten geheven ter zake van het innemen van (vaste) standplaats op marktterreinen, gedurende de tijden voor de markten bestemd, alsmede voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met het houden van markten. Artikel 3 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie een (vaste) standplaats op de markt is toegewezen dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Artikel 4 Maatstaf van heffing De heffingsmaatstaf voor de berekening van het marktgeld is de oppervlakte van de ingenomen (vaste) standplaats.

Registratiekenmerk: 202349257 Artikel 5 Tarieven a.

b.

c. d.

Het marktgeld bedraagt, voor de markt "Centrum", per m²: 1. voor vaste standplaatsen, per belastingtijdvak € 20,10 met een minimum van € 77,75 2. voor standplaatsen, per marktdag € 1,35 met een minimum van € 7,05 3. voor het incidenteel innemen bij vaste standplaatsen van een grotere oppervlakte dan die, welke daarvoor is vastgesteld, per marktdag voor het meerdere € 1,35 Het marktgeld bedraagt, voor de markt "Treebeek", per m²: 1. voor vaste standplaatsen, per belastingtijdvak € 11,95 met een minimum van € 50,10 2. voor standplaatsen, per marktdag € 1,00 met een minimum van € 5,00 3. voor het incidenteel innemen bij vaste standplaatsen van een grotere oppervlakte dan die, welke daarvoor is vastgesteld, per marktdag voor het meerdere € 1,00 Voor vaste standplaatsen worden voor het voeren van reclame- en promotieactiviteiten ten behoeve van de respectievelijke warenmarkten de onder lid a, sub 1, alsmede lid b, sub 1 genoemde bedragen verhoogd met € 60,10 per belastingtijdvak, ongeacht de ingenomen oppervlakte. Per standplaats wordt per marktdag een vergoeding voor elektriciteitskosten van € 2,30 inclusief BTW in rekening gebracht.

Artikel 6 Wijze van heffing 1. 2. 3.

Het marktgeld voor vaste standplaatsen als bedoeld in artikel 5, lid a, sub 1 en lid b, sub 1, alsmede lid c wordt geheven bij wege van aanslag. Het marktgeld voor standplaatsen en voor de bij vaste standplaatsen incidenteel ingenomen grotere oppervlakte, als bedoeld in artikel 5, lid a, onder 2 en 3 en lid b, onder 2 en 3, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag is vermeld. De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar stelt de modellen van de in lid 2 bedoelde bescheiden vast.

Artikel 7 Tijdstip van betaling 1. 2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in De aanslagen betreffende de vaste standplaatsen zijn invorderbaar in één termijn, welke vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. Het marktgeld voor standplaatsen en voor de bij vaste standplaatsen incidenteel ingenomen grotere oppervlakte wordt verschuldigd en moet worden betaald op het tijdstip, waarop de standplaats c.q. de grotere oppervlakte wordt ingenomen.

Artikel 8 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak voor het marktgeld als bedoeld in artikel 5, lid a, sub 1 en lid b, sub 1, alsmede lid c, is een half jaar. Artikel 9 Aanvang en einde belastingplicht voor vaste standplaatsen in de loop van het belastingtijdvak 1. 2.

De belastingplicht in het belastingtijdvak vangt aan met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de vaste standplaats is toegewezen. De belastingplicht in het belastingtijdvak eindigt met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin geen vaste standplaats meer wordt ingenomen.

Registratiekenmerk: 202349257

Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2023’ van 29 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van 1 jan. 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgelden gemeente Brunssum 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

Marktgelden 2024 Wijzigingen marktgelden ten opzichte van 2023 De marktgelden zijn met 3,1 % geïndexeerd t.o.v. 2023.

Registratiekenmerk: 202349248

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/90 ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 nov. 2023 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDEZAAKBELASTINGEN GEMEENTE BRUNSSUM 2024 "

(Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Brunssum 2024). Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=24691c49-0f97-4253-acca-c5427f595df9